CConstaterende datOegstgeest
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij RM d.d. 15 december 2020 Beleidsregels en financieel besluit Wmo 2021 Z-20-138727 Oegstgeest

Besluitvormende raadsbijeenkomst 21 januari 2021, gemeente OegstgeestBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken23.413 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest; gelet op de Verordeni ng Maatschappel ijke ondersteu ning Oegstgee st 2O27;

besluit: vast te stellen de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oegstge est 2O27

2

lnhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen l.l Algemene inleiding 1.2 Definities en begrippen 1.3 Juridische status beleidsregels

Hoofdstuk 2 Toegangsprocedure: melding, onderzoek en aanvraag

2.l lnleiding 2.2 Melding 2.3 Scheiding melding en aanvraag 2.4 Cl iëntondersteuning 2.5 Behandeling en melding 2.ó Persoonlijk Plan 2.T.lnformatie van belang voor behandeling van de melding 2.8. ldentif icatie inwoner 2.9 Gesprek en onderzoek

2.9.1Gesprek 2-9.2Onderzoek 2.10 Verslag (en ondersteuningsplan) 2.11 Spoedeisende situatie Hoofdstuk 3 lnhoud Ondersteuningsplan 3.1. Resultaten 3.2. Mate van de beperkingen 3.3 Mantelzorg 3.3.1. Mantelzorgondersteuning

Hoofdstuk 4 Voorliggende voorzieningen 4.1 Algemeen gebrui kelijke voorzieningen 4.2 Algemene voorzieningen 4.3 Afstemming met de Wet Langdurige Zorg (Wlz) 4.4 Gebruikelijke zorg

Hoofdstuk 5 Maatwerkvoorzieningen 5.1 Aanvraag maatwerkvoorziening 5.2 Verlengen besl istermijnen 5.2.1 Extern advies 5.2.2 Onjuiste/onvol ledige gegevens 5.2.3 Verouderde informatie 5.3 Algemene criteria voor individuele maatwerkvoorzieningen

5.4 Maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning (basis, speciaal en thuisondersteuning) 5.4.1 Huishoudel ijke Ondersteuning Basis 5.4.2 Huishoudel ijke Ondersteuning Speciaal 5.4.3 Thuisondersteuning 5.4.4. lntensiteit 5.5 Maatwerkvoorziening Maaltijdvoorziening 5.ó Maatwerkvoorziening Begeleiding 5.ó.1 Resultaatgebieden Begeleiding 5.ó.2 Producten Begeleiding 5.6.2.1 Begeleiding Groep (dagbesteding) 5.6.2.2. Begeleiding I ndividueel 5.ó.3 Landelijke inkoop special istische ondersteuning 5.7 Maatwerkvoorziening Kindzorg 5.8 Maatwerkvoorziening Woonvoorzieningen 5.8.1 Criteria woonvoorzieningen 5.8.2 Primaat van verhuizen

3

5.8.3 Woonwagen, woonschip, binnenschip 5.9 Maatwerkvoorziening Rolstoelen 5.9.1 Criteria Rolstoelen 5.9.2 lncidenteel rolstoelgebruik 5.9.3 Rolstoel via een persoonsgebonden budget

5.10 Maatwerkvoorziening Vervoer

5.10.1Algemeen 5.7O.2 Criteria Vervoersvoorzieni ngen 5.10.3 Com binatie vervoersvoorzieningen 5.1O.4 Regiotaxi

5.10.5 Rolstoeltaxi en gebruik eigen auto 5.1 1 Maatwerkvoorziening Lijfgebonden

ondersteuning

5.12 Maatwerkvoorziening Kortdurend Verbl ijf (respijtzorg) 5. 13 Maatwerkvoorziening Beschermd Wonen

Hoofdstuk ó Beschikking maatwerkvoorziening Hoofdstuk 7 Maatwerkvoorziening via persoonsgebonden budget

T.lKeuze T.2Weigering 7.3 Omvang van het persoonsgebonden budget 7.3.1 Geen uitruil budgetten 7.4 Kwaliteit van het persoonsgebonden budget 7.5 Pgb voor Woonvoorzieningen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen 7.5.1 Eenmalige uitkering voor materiële voorzieningen 7.5.2 Beëindiging van het persoonsgebonden budget 7.6Pgb voor Huishoudelijke Ondersteuning en Begeleiding 7.ó.1 Professioneel en niet professioneel 7.6.2Betaling van het pgb voor huishoudelijke ondersteuning en begeleiding (het

trekkingsrecht) 7.7 Verantwoording van het persoonsgebonden budget

Hoofdstuk I Maatwerkvoorziening tegemoetkoming Hoofdstuk 9 Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en algemene voorziening 9.1 abonnementstarief 9.2 start eigen bijd rage 9.3 einde eigen bijdrage Hoofdstuk 1O Overige bepalingen 10.1 Kwal iteitseisen aanbieders maatschappelijke ondersteuning 10.2 Klantervaringsonderzoek 10.3 Klachten en bezwaren 10.4 Toezichthoudende am btenaar 10.5 Ondersteu ning aan 77 -27 iarigen

l0.5.1lnleiding tO.5.2 Zorgcont i n ui'te it 10.5.3 Verlengde jeugdhul p 10.ó Meldcode Huiselijk geweld 10.7 Privacy 10.8 Hardheidsclausule 10.9 Citeertitel en inwerkingtreding

4

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

l.l Algemene inleiding Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van inwoners die een beperking, chronische lichamelijke, psychische of psychosociale problemen hebben. Die ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Voor mensen met psychische of psychosociale problemen of voor mensen die, al dan niet in verband met risico's voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, de thuissituatie hebben verlaten, voorzien gemeenten in de behoefte aan beschermd wonen en opvang. Dit laatste is een taak van de centru mgemeente Leiden. Wanneer iemand naar het oordeelvan het college niet in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en onvoldoende is geholpen met de inzet van de eigen verantwoordelijkheid, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen, zal het college in principe beslissen tot het verstrekken van een (individuele) maatwerkvoorziening. Een maatwerkvoorziening kan bestaan uit diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die kunnen bijdragen aan het verbeteren of het in stand houden van de zelfredzaamheid, participatie of het bieden van beschermd wonen of opvang aan een inwoner.

Het ondersteunen van een inwoner door middel van huishoudelijke ondersteuning is een voorbeeld van een maatwerkvoorziening.

Ook datgene dat nodig is om de mantelzorger van de inwoner te ondersteunen bij het verlenen van mantelzorg of om deze (tijdelijk) te ontlasten in een situatie van (dreigende) overbelasting, kan onderdeel uitmaken van een maatwerkvoorziening. Het te bereiken resultaat is het uitgangspunt voor inzet van maatwerkvoorzieningen. Dit komt ook terug in de wijze waarop de gemeente de voorzieningen heeft ingekocht. Niet het aantal uren is leidend, maar het te bereiken resultaat. De cliënt kan samen met de cliëntondersteuner een optimaal ondersteuningsplan samenstellen om het gewenste resultaat te behalen.

1.2 Definities en begrippen Alle begrippen en definities die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke Ondersteuning, het uitvoeringsbesluit Wmo, de Algemene wet bestuursrecht, de Wmo Verordening Oegstgeest 2O2O en het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2O2I en d aarmee bindend voor deze bel eidsregels. 1.3 Juridische status beleidsregels De beleidsregels betreffen de uitvoeringspraktijk van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2020. Het vaststellen van de beleidsregels is daarmee een bevoegdheid van het college. De beleidsregels ontlenen hun status aan artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht: "Een bestuursorgaan kon beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder ziin verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid".

Wanneer de beleidsregels door het college zijn vastgesteld kan daar naar worden verwezen in de motivering van een beschikking.

5

Hoofdstuk 2 Toegangsprocedure: melding, onderzoek en aanvraag

2.l lnleiding ln dit hoofdstuk is de toegangsprocedure voor mensen met behoefte aan ondersteuning beschreven. Er worden verschillende aspecten beschreven zoals het persoonlijk plan en onafhankelijke cliëntondersteuning. Hoewel deze onderdelen niet altijd deel uitmaken van de toegangsprocedure heeft het college wel de plicht inwoners te informeren over deze aspecten van de toegangsprocedure.

2.2 Melding De melding is het startpunt van het onderzoek naar de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Via een melding doet een inwoner van Oegstgeest, of zijn vertegenwoordiger, het verzoek om onderzoek naar de behoefte op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, participatie en zelfredzaamheid. Een informatie- of adviesvraag wordt in principe niet als een melding aangemerkt. Een melding kan worden gedaan bij het Sociaal Team Oegstgeest, of bij één van de aan het Sociaal Team Oegstgeest deelnemende organisaties. Dit kan op verschillende manieren (telefonisch, per mail, via een digitaal formu ier, schriftel ijk). De melding wordt geregistreerd. Ook toeleiders, zoals huisartsen of praktijkondersteuners, kunnen een melding doen. Zij kunnen samen met de inwoner een formulier invullen en dat naar het Sociaal Team Oegstgeest versturen, of met de inwoner een afspraak maken met het Sociaal Team Oegstgeest. Ook is het mogelijk om aan het Sociaal Team te verzoeken om contact met een inwoner op te nemen om een mogelijke ondersteuningsbehoefte nader te onderzoeken, uiteraard met toestemmíng van de inwoner. I

2.3 Scheiding melding en aanvraag ln de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna te noemen "de Wet") heeft de scheiding van melding en aanvraag een wettelijke basis gekregen. Na de melding heeft het college zes weken om een onderzoek te doen naar de hulpvraag. Binnen deze zes weken vindt het gesprek plaats, wordt (zo nodig) verder onderzoek gedaan en de resultaten geformuleerd en moet het college een verslagvan het onderzoek maken. Het verslag kan tevens aangemerkt worden als het ondersteunÍngsplan. Pas na afloop van dat onderzoek kan de inwoner een aanvraag indienen, tenzij het onderzoek niet binnen ó weken is afgerond of de inwoner al uitgebreid bekend is. Dan bestaat de mogelijkheid om in overleg met de inwoner direct een aanvraag in te dienen.

2.4 Cl iëntondersteu ning De professional die met de melding aan de slag gaat moet voor de start van het onderzoek de inwoner en zijn mantelzorger(s) wijzen op de mogelijkheid om gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. Het gaat om ondersteuning door middel van informatie en advies over vraagstukken van maatschappelijke ondersteuning en hulp bij het verkrijgen daarvan. Belangrijk hierbij is dat de ondersteuning geboden wordt vanuit een onaf hankelijke positie en zodanig ingevuld wordt dat de focus eenduidig gericht kan zijn op het belang van betrokkenen of zodanig dat belangen van de organisatie die de cliëntondersteuning biedt geen rol spelen. Het belang van de inwoner moet het enige belang zijn dat meetelt voor de cliëntondersteuner. De onafhankelijkheid van de cliëntondersteuner wordt gewaarborgd door de wettelijke plicht er voor te zorgen dat het uitgangspunt bij de cliëntondersteuning het belangvan betrokkene is. Onafhankelijkheid van de cliëntondersteuning betekent dat de inwoner erop moet kunnen vertrouwen dat de ondersteuning die geboden wordt tijdens het onderzoek naar zijn specifieke sÍtuatie volledig onafhankelijk is van het besluit dat de gemeente uiteindelijk neemt ten aanzien van het ondersteuningsplan. ln Oegstgeest kunnen Kwadraad, MEE, StichtÍng Lumen (voorheen GGZ informatiepunt) Holland Rijnland, en Radius onafhankelijke cliëntondersteuning bieden.

lnwoners kunnen hen benaderen via het Sociaal Team Oegstgeest, of de partijen rechtstreeks benaderen. Omdat in Oegstgeest besluiten over een maatwerkvoorziening voorbehouden blijven aan het college kunnen deze partijen een onafhankelijke positie innemen.

2.5 Behandeling melding Naar aanleiding van de melding wordt contact opgenomen met de melder. ln dit eerste contact komen de procedureregels, de mogelijkheden van (gratis) cliëntondersteuning en het persoonlijk plan aan de orde. Het inhoudelijk onderzoek komt in dit eerste contact meestal nog niet aan de orde.

6

Dit eerste contact kan leiden tot een gesprek bijvoorkeur bij de belanghebbende thuis. Daarbijvragen wij naar eventuele mantelzorgers die bij het gesprek aanwezig moeten zijn.

2.ó Persoonlijk Plan Het college stelt de inwoner op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan in te dienen. Het indienen van een persoonlijk plan kan tot 7 dagen na ontvangst van de melding. De inwoner dient het plan te overhandigen voordat het onderzoek van start gaat. ln het persoonlijk plan geeft de inwoner weer welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het beste past bij zijn persoonlijke situatie. Het persoonlijk plan wordt tijdens het gesprek besproken.

2.T.lnformatie van belang voor behandeling van de melding Op grond van de Wet (artikel 2.3.2\id 7) moet de inwoner of zijn vertegenwoordiger het college alle gegevens en bescheiden verschaffen die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Voor aanvang van het onderzoek beoordeelt het Sociaal Team Oegstgeest of alle informatie die nodig is voor een onderzoek beschikbaar is. De inwoner heeft hierin een actieve rol en kan eventueel aanvullende informatie aandragen die van belang is voor een goede beoordeling van de beperkingen,

mogelijkheden en eventueel noodzakelijke ondersteuning. Zokan het bijvoorbeeld nodig zijn om het advies in te winnen van een deskundige die vertrouwd is met de problematiek van een inwoner met een psychiatrische geschiedenis of een specifieke beperking die nadere toelichting vraagt. lndien dat aan de orde is, zal het college een dergelijk advies moeten afwachten. Dat is immers noodzakelijk in het kader van een zorgvuldig onderzoek en voor het totale beeld dat het college zich moet vormen van de inwoner en diens ondersteuningsvraag.

2.8. ldentificatie inwoner Op grond van de Wet (artikel 2.3.4|id 1) moet het college bij elk nieuw onderzoek de identiteit van de inwoner vaststellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel l van de Wet op de identificatieplicht (o.a. een geldig paspoort, Nederlandse identiteitskaart of rijbewijs). 2.9 Gesprek en onderzoek

2.9.1Gesprek De medewerker die de melding in behandeling heeft, bespreekt samen met de betrokken inwoner, en eventueel diens cliëntondersteuner en/of mantelzorger, wat de hulpvraag inhoudt en waaruit de behoefte aan ondersteuning bestaat. Hieronder wordt nadrukkelijk ook de behoefte van de mantelzorger(s) begrepen. Dit gesprek zal meestal bijde inwoner thuis zijn. Als het een melding betreft van een bij de gemeente'bekend' persoon die eerder een voorziening of een gesprek heeft gehad dan kan het gesprek in overleg met de melder ook telefonisch plaatsvinden. Het gesprek vormt de basis voor een onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2van de Wet. De medewerker verzamelt de benodigde informatie. Daarbij is de medewerking van de melder onontbeerlijk. Als iemand al voldoende bekend is en er zijn geen nieuwe omstandigheden die op de melding van invloed zijn, kan in overleg met de melder worden afgezien van (delen van) het onderzoek. De onderzoeksfase is een waarborg voor inwoners om gehoord te worden en in gezamenlijk overleg tot een kwalitatief goed ondersteuningsplan te komen. Bovendien is het van belang na te gaan of de voorziening/ondersteuning die de inwoner voor ogen heeft geen surrogaat is voor mogelijk onderliggende problematiek (vraag achter de vraag).

2.9.2Onderzoek De onderwerpen die in het onderzoek aan de orde moeten komen zijn opgenomen in artikel 5 van de Verordening: Het college onderzoekt in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;

7

c.

d.

e.

f.

o tt'

h. i.

j.

de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zÍjn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijnzelfredzaamheÍd of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.I.2van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelf redzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheid om een

maatwerkvoorziening te verstrekken; welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.I.4van de wet verschuldigd zal zijn, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.

Het zal regelmatig voorkomen dat niet alle aspecten die onderdeel van een onderzoek moeten zijn, ook in een concrete casus aan de orde hoeven te komen, omdat bijvoorbeeld blijkt dat aan de behoefte van de inwoner aan maatschappelijke ondersteuning kan worden voldaan door het geven van informatie, een eenvoudige verwijzing of omdat bijvoorbeeld blijkt dat een combinatie van eigen kracht en gebruikelijke hulp van een huisgenoot volstaat. Dat is echter alleen zo wanneer de inwoner hiermee instemt en laat blijken dat hij geen maatwerkvoorziening wenst aan te vragen. Als de inwoner tijdens het onderzoek te kennen geeft dat hij met aangereikte mogelijkheden uit de voeten kan of geen aanvraag voor een maatwerkvoorziening zal doen, kan het onderzoek als afgerond worden beschouwd.

2.10 Verslag (en ondersteuningsplan) De melding en de bespreking van de behoefte aan ondersteuning leidt in beginsel tot een ondersteuningsplan van de inwoner. Het ondersteuningsplan wordt getekend door (of namens) de melder (de belanghebbende of diens vertegenwoordiger) en de medewerker van het Sociaal Team Oegstgeest.

Het ondersteuningsplan is de weergave van de adviezen, verwijzingen en afspraken die in samenspraak met de inwoner zijn gemaakt naar aanleiding van zijn melding, evenals de beoogde resultaten en de toekomstige evaluatie daarvan. Wanneer tijdens het intakegesprek of het onderzoek blijkt dat de inwoner mogelijk recht heeft op ondersteuning vanuit de Wet Langdurige Zorg, de ZorgverzekerÍngswet of andere voorliggende voorzieningen, wordt het aanvragen hiervan opgenomen in het plan. De mate van zelfredzaamheid van de inwoner bepaalt of de afspraak is dat de inwoner dit zelf doet, iemand uit zijn omgeving dan wel het Sociaal Team Oegstgeest ondersteuning biedt. De weergave van het onderzoek (het verslag) met daarin de resultaten (het ondersteuningsplan) dient binnen maximaal zes weken na de melding gereed te zijn.

lndien de inwoner het niet eens is met de inhoud van het verslag wordt dit met de hulpvrager besproken. Opmerkingen/aanvullingen zullen worden toegevoegd aan het verslag en eventueel zal een nieuw gesprek worden gevoerd en de resultaten aangepast. Het verslag met aanpassingen naar aanleiding van de opmerkingen en aanvullingen van de inwoner dient ondertekend te worden door de inwoner. lndien de inwoner het uiteindelijk toch niet eens is met de uitkomst van het onderzoek, staat er geen wettelíjk bezwaarmogelijkheid open. Mochten de resultaten van het onderzoek aangeven dat er geen

8

noodzaak is voor een maatwerkvoorziening en de inwoner is het hier uiteindelijk toch niet mee eens dan kan hij alsnog een aanvraag doen voor een maatwerkvoorziening. De beslissing op die aanvraag staat wel open voor een officiële bezwaarprocedure. 2. 11 Spoedeisende

situatie

lndien er sprake is van een spoedeisende situatie, dan is het college, na de melding, gehouden onverwijld een vorm van noodzakelijke ondersteuning te bieden. De uitkomst van het onderzoek hoeft dan niet afgewacht te worden. De inzet van deze ondersteuning is tijdelijk. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om iemand die uit het ziekenhuis ontslagen wordt maar nog niet in staat is het huishouden zelf te doen.

I Hoofdstuk 3 lnhoud Ondersteuningsplan 3.1. Resultaten Wanneer een inwoner beperkingen ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie wordt tijdens het onderzoek en het gesprek de ondersteuningsbehoefte bepaald. Dit resulteert in een ondersteuningsplan waarin de ondersteuningsbehoefte wordt weergegeven in één of meer van de volgende resultaten: 1. een evenwichtige

draagkracht en draaglast van de mantelzorger;

2. een schoon, leefbaar en gestructureerd huishouden; 3. wonen in een geschikte woning;

4. het uitvoeren van dagelijkse activiteiten en het hebben van een ingevulde dag; 5. mogelijkheid om zich te verplaatsen, te vervoeren en sociale contacten aan te gaan; ó. mogelijkheid om beschermd te kunnen wonen en opvang te krijgen.

3.2. Mate van de beperkingen Ondersteuningsterreinen lemand kan op één of meer terreinen of activiteiten beperkingen in diens zelfredzaamheid en participatie ondervinden. Voor elk van deze terreinen of activiteiten worden aspecten onderscheiden waarop de mate vanzelfredzaamheid en mogelijkheden tot participatie betrekking hebben: 1. sociale redzaamheid;

2. bewegen en verplaatsen; 3. gedragsproblemen;

4. psychisch functioneren; 5. geheugen- en oriëntatiestoornissen

Ad 1 Sociale redzaamheid Bij sociole redzoamheid gaat het om de volgende aspecten:

. begrijpen wat anderen zeggen; . een gesprek voeren; . zich begrijpelijk maken;

r initÍëren en uitvoeren eenvoudige taken; r kunnen lezen, schrijven en rekenen; r Communicatiehulpmiddel gebruiken; e Dagelijkse bezigheden;

r Problemen oplossen en besluiten nemen;

. Dagelijkse routine regelen; o Zelf geld beheren;

o lnitíëren en uitvoeren complexere taken; o Zelf adminlstratiezaken bijhouden.

Ad 2 Bewegen en verplaatsen Bij zich bewegen en verplaatsen gaat het om de volgende aspecten: o lichaamspositie handhaven; . grove hand- en armbewegingen maken; . fijne handbewegingen maken; r lichtere voorwerpen tillen; o gecoórdineerde bewegingen maken met benen en voeten; r lichaamspositie veranderen; . trap op en af gaan zonder hulp(middelen); o zich verplaatsen met hulp(middelen); r voortbewegen binnenshuis, zonder hulp(middelen); o gebruik maken van openbaar vervoer; . eigen vervoermiddel gebruiken; o voortbewegen buitenshuis zonder hulp(middelen); o korte afstanden lopen;

10

. zwaardere voorwerpen tillen. Ad 3 Gedragsproblemen Bij gedragsproblemen gaat het om de volgende aspecten: r destructief gedrag (gericht op zichzelf en/of de ander, zowel letterlijk als figuurlijk); r dwangmatiggedrag; r lichamelijk agressief gedrag; . manipulatief gedrag; o verbaal agressief gedrag; o zelf verwondend of zelfbeschadigend gedrag; . grensoverschrijdend seksueel gedrag.

Ad 4 Psychisch functioneren Bij psychisch functioneren, gaat het om de volgende aspecten o concentratie; o geheugen en denken; o perceptie van omgeving.

Ad 5 Oriëntatiestoornissen Bij geheugen- en oriëntatiestoornissen gaat het om de volgende aspecten o oriëntatie in persoon; o oriëntatie in ruimte; o oriëntatie in tijd;

r oriëntatie naar plaats. 3.3 Mantelzorg ln het onderzoek wordt ook de draaglast van de eventuele mantelzorg meegewogen. Mantelzorg is zorg die de gebruikelijkezorgoverstijgt. Het is zorg die wordt gegeven aan een zorgvrager door iemand uit diens directe omgeving. Het gaat dan om onbetaalde: ondersteuning die huisgenoten, familie, vrienden, kennissen, collega's en buren verlenen en die voortkomt uit onderlinge relaties; het gaat dus niet om hulp als gevolg van een beroep of

.

georganiseerd vrijwi I ligerswerk;

o ondersteuning die mensen geven vanwege gezondheidsproblemen of beperkingen tot in een . .

terminale fase; ondersteuning die varieert van huishoudelijke ondersteuning, persoonlijke verzorging tot begeleiding; ondersteuning die in principe langer dan drie maanden en meer dan B uur per week wordt verleend en die boven de gebruikelijke hulp uitstijgt in zwaarte, duur en/of intensiteit.

Mantelzorg vindt plaats op basis van vrijwilligheid, dat wil zeggen dat de mantelzorger bereid en in staat geacht mag worden deze zorg te leveren. Het college kan en mag mantelzorg niet afdwingen. Bij het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de inwoner zal ook altijd naar de draagkracht van de mantelzorger worden gekeken, om overbelasting te voorkomen. ln bijlage 3 is dit begrip toegelicht. 3.3. 1 Mantelzorgondersteu ni ng

Mantelzorgondersteuning is het pakket aan diensten, activiteiten en goederen dat beschikbaar wordt gesteld aan de mantelzorger en dat tot doel heeft die persoon te ondersteunen bij diens hulpverlening aan de zorgvrager en in staat te stellen zich te kunnen blijven ontplooien in zijn maatschappelijk leven. Het zijn voorzieningen waarvan gebruik kan worden gemaakt ter ontlasting van de ondersteuningstaken, ter ontplooiing van de capaciteiten en ter ontspanning van de mantelzorger. Het gaat hierbij om: ontspanningsactiviteiten, cursussen en themabijeenkomsten, lotgenotencontacten, emotionele en materiële hulp, informatie en advies en bijvoorbeeld respijtzorg voor de meest intensieve ondersteu ningssituaties.

11

Bij een mantelzorger die zorgt voor een inwoner van Oegstgeest wordt in de week van de Dag van de Mantelzorg (november) een'waardering', bijvoorbeeld een bloemstuk, bezorgd. Daarnaast wordt in die periode een ontmoetingsactiviteit georganiseerd.. De mantelzorgwaardering wordt één keer per jaar

uitgereikt.

12

Hoofdstuk 4 Voorliggende voorzieningen Tijdens het onderzoek komt aan de orde in hoeverre de inwoner voldoende geholpen is met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke of algemene voorzieningen, of andere voorliggende voorzieningen zoals deZorgverzekeringswet. Deze zijn voorliggend op de maatwerkvoorzieningen. Ook wordt er gekeken in hoeverre er sprake is van gebruikelijke zorg,

4.1 Algemeen gebruikelijke voorzieningen Van een algemeen gebruikelijke voorziening is sprake indien: de voorziening niet specifiek bedoeld is voor mensen met een beperking; de voorziening in de reguliere handel verkrijgbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en; deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau.

7. 2. 3.

4.

Algemeen gebruikelijk zijn goederen en producten die een persoon in vergelijkbare sociale en financiële omstandigheden tot zijn uitgavenpatroon kan rekenen. Of een voorziening algemeen gebruikelijk is hangt af van de specifieke situatie van de inwoner en van de tijdgeest en jurisprudentie. ln bijlage 1 is een lijst met voorbeelden opgenomen van voorzieningen die in principe worden aangemerkt als algemeen gebruikeliik.

4.2 Algemene voorzieningen Algemene voorzieningen zijn voor alle inwoners, met en zonder beperkingen toegankelijk. Voorbeelden zijn: openbaar vervoer, buurthuizen, klussendienst, formulieren-hulp, boodschappenservice, maaltijdenservice, ouderenadviseurs, consultatiebureau en de huisarts. Deze voorzieningen helpen mensen (ondanks hun beperkingen) bij hun zelfredzaamheid, zelfstandigheid en participatie. Voor een algemene voorziening is geen toestemming of doorverwijzing van de gemeente nodig. Eventueel kan er sprake zijn van een lichte toegangstoets, maar er wordt geen beschikking afgegeven. Het college kan algemene voorzieningen treffen die naar zijn oordeel bijdragen aan de zelfredzaamheid en de participatie van inwoners en aan de inzet van mantelzorg en vrijwilligerswerk daarvoor. De gemeente Leiden is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de maatschappelijke opvang.

4.3 Afstemming met de Wet langdurige zorg (Wlz) lndien inwoners toegang hebben tot de Wet langdurige zorg (Wlz), dan kunnen zij bepaalde maatwerkvoorzieningen zoals begeleiding en huishoudelijke ondersteuning niet meer vanuit de Wmo ontvangen. Op dat moment is vastgesteld dat iemand vanwege beperkingen als gevolg van bijvoorbeeld leeftijd of handicap, blijvend permanent toezicht of 24-uurszorg in de nabijheid nodig heeft. Die zorgplicht blijft belegd bij de aan zorgverzekeraars gelieerde zorgkantoren. Het Centrum indicatiestelling zorg (ClZ) indiceert voor deze zorg. Als het CIZ een indicatiebesluit heeft genomen, is er enige tijd nodig om de Wlz-zorg in te regelen. Als de inwoner al zorgontving vanuit de Zvw of de Wmo, is dat niet meteen omgezet in Wlz-zorg. Daarom hebben partijen afgesproken dat de bestaande zorg indien nodig nog maximaal 5 dagen wordt

voortgezet. Zolangmensen nog thuis wonen met een Wlz indicatie blijft de gemeente vanuit de Wmo verantwoordelijk voor hulpmiddelen, woningaanpassingen en vervoersvoorzieningen. Als mensen in een Wlz instelling wonen of er naartoe verhuizen dan is de zorginstelling verantwoordelijk voor de hulpmiddelen. Uitzondering daarop is de situatie waarin mensen in een Wlz instelling wonen en al een hulpmiddel via de Wmo hebben. ln dat geval blijft de gemeente nog verantwoordelijk voor het

13

onderhoud ervan totdat het middel moet worden vervangen. Dan neemt de Wlz de zorg voor het

hulpmiddelover. 4.4 Gebruikelijke zorg Gebruikelijkezorg is per definitie zorg waarop geen aanspraak bestaat vanuit de Wmo (zie ook bijlage 2). Het is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Gebruikelijke zorg is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die een gezamenlijk huishouden voert. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. Kortom als er in een huishouden sprake is van een gezonde partner of huisgenoot dan wordt gebruikelijke hulp aanwezig geacht. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke hulp wel een maatwerkvoorziening voor verstrekt kunnen worden.

ls sprake van een latrelatie, dan wordt bekeken in hoeverre de partner kan bijdragen aan het huishouden.

Wanneer er sprake is van beperking bij het aanbrengen van structuur en het voeren van regie op het huishouden wordt onderscheid gemaakt tussen langdurige en kortdurende situaties. Wanneer uitzicht is op herstel van het vermogen tot zelfredzaamheid en participatie binnen drie maanden is sprake van gebruikelijke hulp. Bij langdurige/chronische situaties wordt tenminste verwacht dat activiteiten met betrekking tot administratieve en planningshandelingen worden overgenomen door andere leden in de leefeenheid. ln gesprek met het Sociaal Team Oegstgeest zal gekeken worden of van het bovenstaande moet worden afgeweken.

14

Hoofdstu k 5 Maatwerkvoorzieningen 5. 1 Aanvraag maatwerkvoorziening

Een maatwerkvoorziening wordt in beginsel aangevraagd op een door het college beschikbaar gesteld formulier en voorzien van een handtekening van de aanvrager. Om administratieve lasten te voorkomen

kan het gespreksverslag/ondersteuningsplan ook als aanvraag worden aangemerkt. Een aanvraag kan pas worden ingediend na het onderzoek of na het verstrijken van de zes wekentermijn. Na de ontvangst van de aanvraag heeft het college twee weken om de beschikking af te geven. Bij de behandeling van de aanvraag moet de inwoner in de gelegenheid worden gesteld om te kiezen voor een persoonsgebonden budget en/of zorgin natura. Na afhandeling van het onderzoek kan door middel van een (schriftelijk) verslag een aanvraag voor een maatwerkvoorziening worden gedaan, tenzij het onderzoek niet binnen zes weken is uitgevoerd (artikel 2.3.2|id 9 van de Wet). ln plaats van een schriftelijk verslag kan het college ook een ondersteuningsplan opstellen. Voor inwoners die al bekend zijn en bijwie er geen nieuwe feiten en omstandigheden aan de

orde zijn, kan in overleg met de inwoner de meldingsprocedure worden overgeslagen.

5.2 Verlengen beslistermijnen

5.2.1Extern advies Voor zover voor de beoordeling van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening extern advies nodig is, wordt dat gevraagd nadat de aanvraag is ingediend. De gemeente schort dan tevens de beslistermijn van de aanvraag op.

5.2.2 Onjuiste/onvol ledige gegevens Uit de wet vloeit eveneens de mogelijkheid voort om de beslistermijn op te schorten indien de inwoner niet de benodigde gegevens of bescheiden heeft ingediend of niet de benodigde medewerking heeft verleend aan het gesprek (onderzoek als bedoeld in art.2.3.2lid 4 van de Wet). 5.2.3 Verouderde informatie Verder kan het voorkomen dat geruime tijd verstrijkt tussen het beschikb aar zijn van het verslag en het feitelijk indienen van een aanvraag. Dit kan tot gevolg hebben dat het verslag verouderde informatie bevat waardoor het college niet (meer) binnen de wettelijke kaders kan beslissen op de aanvraag. ln voorkomende gevallen zal het college de inwoner (opnieuw) uitnodigen voor een gesprek, voordat op de aanvraag wordt beslist. Dit is analoog aan artikel 2.3.2|id 9 van de Wet. Deze situatie dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Zodra het verslag/ondersteuningsplan met de inwoner is besproken kan ook, met eventuele begeleiding, de aanvraagworden ingediend. 5.3 Algemene criteria voor individuele maatwerkvoorzieningen ln de Wet is aangegeven op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Alvorens wordt overgegaan tot de verstrekking van een maatwerkvoorziening, wordt eerst gekeken naar andere mogelijkheden om de Ínwoner te helpen met zijn beperkingen.

Dat kan bijvoorbeeld een verwijzing zijn naar een voorliggende voorziening, het helpen bij het inzetten van het eigen netwerk, kortdurende ondersteuning of een verwijzing naar een algemene voorziening. Dit dient in het gespreksverslag/ ondersteuningsplan gemotiveerd naar voren te komen (zie artikel 2.9.2).Hieronder worden deze criteria verder toegelicht. De maatwerkvoorziening vormt het sluitstuk.

I

Bij het beoordelen van de aanvraagvoor een maatwerkvoorziening neemt het college het verslag van het onderzoek en/of het ondersteuningsplan en, indien aanwezig, het Persoonlijk Plan, als uitgangspunt.

2.

Alle mogelijkheden van de inwoner om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te behouden of te verbeteren, dan wel te regelen dat hij geen behoefte meer heeft aan maatwerkvoorzieningen, worden in het onderzoek naar aanleiding van de aanvraag eerst beoordeeld.

15

3.

Om in aanmerking te komen voor een individuele maatwerkvoorziening moet sprake zijn van een beperking in de zelfredzaamheid en participatie als gevolg van problematiek op tenminste 1 van de 5 terreinen zoals opgenomen in hoofdstuk 3.1. van deze beleidsregels. De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

4

Een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de inwoner met psychische of psychosociale problemen en de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de inwoner deze problemen naar het oordeel van het

college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. 5

De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vorige lid levert een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de inwoner aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld zichzo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

6

Bij de beoordeling van de aanvraag voor een maatwerkvoorziening hanteert het college overigens de in de Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2020 Oegstgeest onder artikel

8 genoemde criteria.

5.4 Maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning (basis, speciaal en thuisondersteuning) De maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt ingezet met als doel: a) het realiseren van een schoon en leefbaar huis en/of

b) het bevorderen van de zelfredzaamheid en/of participatie van de inwoner/mantelzorger

Huishoudelijke ondersteuning wordt toegekend voor het hoofdverblijf in de gemeente. Bij verblijf van drie maanden of langer in bijvoorbeeld een recreatiewoning, in een Wlz-instelling, of in het buitenland, wordt geen budget toegekend voor deze periode. Bij een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning gaat het om alle activiteiten teneinde het huis, exclusief de tuin, maar inclusief balkon en bergíng, schoon en leefbaar te houden en personen in staat te stellen een gestructureerd huishouden te voeren. Hierbijworden alle leden van de leefeenheid

betrokken, ook eventueel inwonende kinderen. Ondersteuning met het oog op het voeren van een gestructureerd huishouden omvat bijvoorbeeld hulp bij contacten met officiële instanties, hulp bij het aanbrengen van structuur in het huishouden, hulp bij het leren om zelfstandig te wonen, hulp bij het omgaan met onverwachte gebeurtenissen die de dagelijkse structuur doorbreken of hulp bij het omgaan met geld. Resultaten huishoudeliike ondersteuning Een schoon, leefbaar en gestructureerd huishouden kan de volgende resultaten bevatten. a) Een schoon en leefbaar huis Het resultaat van de ondersteuning is dat de inwoner beschikt over een schoon en leefbaar huis. Dit betekent dat men gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks

schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren. lndien belanghebbende regie kan voeren over het eigen leven, mag van hem/haar worden verwacht dat werkzaamheden worden geprioriteerd en keuzes worden gemaakt.

16

b)Wasverzorging Het te behalen resultaat is de beschikking hebben over schoon linnen- en beddengoed en/of over schone kleding. Verwacht mag worden dat de persoon beschikt over een wasmachine. Daarnaast wordt van de klant verwacht dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door bijvoorbeeld de aanschaf van een wasdroger of kleding die niet gestreken hoeft te worden. Van betrokkene wordt tevens verwacht dat hij/zij redelijkerwijs al het mogelijke heeft gedaan om het ontstaan van extra zware was te beperken. Bijvoorbeeld door het gebruik van incontinentiemateriaal of anti-a lergieproducten. I

c) Organiseren van het huishouden

Ondersteuning bij het organiseren van huishoudelijke taken wordt ingezet wanneer de inwoner niet tot zelfregie en planning van de werkzaamheden in staat is. Het doel van het voeren van de regie over het huishouden is het schoonhouden van het huis, maar ook het ondersteunen bij het organiseren van het huishouden. Het overnemen van de regie over het huishouden kan noodzakelijk zijn als in redelijkheid niet meer van de inwoner verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt of als disf unctioneren dreigt.

De uitwerking van activiteiten en frequenties voor basisactiviteiten en incidentele activiteiten per

resultaat is opgenomen in het Normenkader huishoudelijke ondersteuning (bijlage 4). Afgeleide aanspraak mantelzorgers Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met een schoon huis. Dit is een afgeleid recht van de verzorgde, zodat geen zelfstandig recht ontstaat. Dit kan in twee situaties het geval zijn. Bij de eerste situatie komt de mantelzorger aantoonbaar niet toe aan een bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de verzorgde. Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende) overbelasting. Dan kan op naam van de verzorgde hulp plaats vinden. De tweede situatie betreft het niet toekomen aan het schoonmaken van het eigen huis. Dan zou de verzorgde i.p.v. hulp in natura een persoonsgebonden budget kunnen aanvragen en dat kunnen gebruiken om de mantelzorger te betalen, die op zijn beurt met dat geld hulp in eigen huis kan bekostigen. Categorieën H uishoudelijk ondersteuning De maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning kent het onderscheid tussen huishoudelijke ondersteuning basis en speciaal en thuisondersteuning.

5.4.1 Huishoudelijke Ondersteuning Basis De te behalen resultaten bij het inzetten van Huishoudelijke ondersteuning basis zijn het schoon en leefbaar houden van de primaire leefruimten van de woning en het optioneel verzorgen van de was.

5.4.2 Huishoudelijke Ondersteuning Speciaal De te behalen resultaten bij het inzetten van huishoudelijke ondersteuning speciaal zijn naast het realiseren van een schoon en leef baar huis en optioneel de wasverzorging, de regievoering over het

huishouden.

5.4.3 Thuisondersteuning ln sommige situaties kan het nodig zijn dat naast huishoudelijke ondersteuning ook lichte individuele begeleiding noodzakelijk is. De combinatie van Huishoudelijke ondersteuning en lichte begeleiding zetten we in als Thuisondersteuning. Het heeft als doel te zorgen dat inwoners zo zelfstandig mogelijk

kunnen blijven wonen. Deze begeleiding kan nodig zijn bij: Beperkte zelfredzaamheid; Gevaar van eenzaamheid of risico op verwaarlozing; Onvoldoende aanwezigheid van hulp van anderen, het ontbreken van een sociaal netwerk; Fors gebrek aan regie bij het dagelijks leven

17

Het is niet mogelijk om naast de maatwerkvoorziening Thuisondersteuning ook de maatwerkvoorziening Begeleiding individueel in te zetten. lndien de behoefte aan "begeleiding bij het dagelijks functioneren" groter is dan binnen de Thuisondersteuning kan worden ingezet, zullen aparte maatwerkvoorzieningen Huishoudelijke ondersteuning (basis of speciaal) en Begeleiding individueel worden afgegeven.

5.4.4 lntensiteit Bij de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning basis/speciaal of Thuisondersteuning is sprake van een standaardintensiteit lndien er in een individuele situatie sprake is van verzwarende omstandigheden kan een intensieve maatwerkvoorziening worden verstrekt. Een (niet limitatieve) lijst van verzwarende omstandigheden is opgenomen in het Normenkader huishoudelijke ondersteuning (bijlage 4).

5.5. Maatwerkvoorziening Maa ltijdvoorziening lndien een inwoner een probleem heeft bij het bereiden en/of nuttigen van de maaltijden wordt in eerste instantie gekeken of er mogelijk via het socÍale netwerk of via voorliggende voorzieningen (kant-enklaarmaaltijden, maaltijd-aan-huis) of algemene voorzieningen (welzijns- en vrijwilligerswerk) een oplossing kan worden gevonden voor de maaltijdvoorbereiding. lndien al deze mogelijkheden niet tot een oplossing leiden kan een maatwerkvoorziening maaltijdvoorbereiding verstrekt worden. Deze maatwerkvoorziening wordt ingezet bij kwetsbare inwoners die om uiteenlopende redenen niet in staat zÍjn om de maaltijd te bereiden, om deze op te warmen met behulp van (bijvoorbeeld) een magnetron en eventueel toezicht te houden op het nuttigen van de maaltijd. ln overleg met de cliënt zal gekeken worden naar mogelijkheden om de contactmomenten te combineren.

Wanneer toezicht op de maaltijd aan de orde is, ziet de medewerker erop toe dat de cliënt het eten en drinken daadwerkelijk tot zich neemt. Het betreft hier veelal mensen die anders vergeten dat ze zouden moeten eten. Hieronder wordt niet het toedienen van de maaltÍjd verstaan, dat valt onder de Zvw. Bij het bepalen van de hoeveelheid ondersteuning dient reistijd niet extra erbij opgeteld te worden. Deze is al in de tariefstelling van in de maatwerkvoorziening opgenomen.

Bij het vaststelling van de hoeveelheid benodigde ondersteuning dient gekeken te worden naar

Het betreft hier: a

maaltijdvoorbereiding (zowel warme maaltijden als broodmaaltijden);

a

en eventueel toezicht bij het nuttigen van de maaltijd;

Normtijden: broodmaaltijd 15 minuten per maaltijd warme maaltijd 30 minuten per maaltijd toezicht op de maaltijd 30 minuten per maaltijd

o o o

lndien de inwoner wijkverpleegkundige zorg ontvangt én vanuÍt de Wmo maaltijdverzorging dient te krijgen, de gemeente kan besluiten om in plaats van de hiervoor gecontracteerde aanbieder, de aanbieder van de wijkverpleging in te schakelen.

5.ó Maatwerkvoorzieni ng Begeleiding De maatwerkvoorziening Begeleiding is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de inwoner opdat hij zolang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. 5.ó. 1 Resu ltaatsgebieden Begeleiding Er zijn vijfrcsu.l!êêtsgcbjedcn b j d e m a a twe r kvoo rz i e n i n g B ege ei d i n g. i

7.

2.

I

begeleiden bij een schoon en leefbaar huis; ondersteunen bij en opbouwen van het sociaal netwerk van de inwoner;

18

ondersteuning bij onderwijs/arbeidsparticipatie/dagbested mantelzorg- en vrijwil ligersondersteuning ondersteu n i ng bij zelf zor g

3. 4. 5.

ing.

Ad 7. Resultaotsgebied 7: Begeleiden bij een schoon en leefbaar huis de inwoner is in staat taken uit te voeren die leiden tot een schoon en leefbaar huis

.

Ad 2. Resultaatgebied: ondersteuning bij en het opbouwen van sociaol netwerk inwoner de inwoner heeft een gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende

.

sociale rol; de inwoner is in staat een beroep te doen op personen inzijn/haar sociaal netwerk; de inwoner kan eigen problematiek in relatie tot sociaal netwerk hanteren; bij bemoeizorg: de inwoner staat open voor opbouw sociaal netwerk.

o o .

NB. Bij bemoeizorg en geïsoleerde inwoners zonder een sociaal netwerk is het resultaat 'lnwoner heeft een gezond sociaal netwerk'een brug te ver. Het gaat hier om het opbouwen van een sociaal netwerk met als achterliggende doelstelling mensen uit isolement of uit 'verkeerde/foute sociale omgeving' te halen. Ad 3a: Resultaatgebied: ondersteuning bii dagbesteding

.

de inwoner heeft een zinvolle dagbesteding; Deze dagbesteding is bedoeld voor de inwoner die niet zelf redzaam is om daginvulling vorm te geven en geen arbeidsvermogen heeft Ad 3b: Resultaatgebied : onder steuni ng bij onderwiis/ orbeid spartici patie De inwoner die onvoldoende vaardig is om structuur aan te brengen of regie te voeren in het dagelijks leven krijgt individuele begeleiding om de volgende resultaten te halen dan wel te behouden de inwoner volgt een opleiding; de inwoner heeft onbetaald werk met ondersteuning; de inwoner heeft onbetaald werk zonder ondersteuning; de inwoner heeft betaald werk met ondersteuning;

o o o o o

de inwoner heeft betaald werk zonder ondersteuning.

Het toeleiden van de inwoner naar deze resultaten valt onder de Participatiewet. Het begeleiden van de klant tijdens de opleiding/arbeid valt ook buiten de Wmo.

Ad 4: Resultaatgebied: Mantelzorg- en vrijwilligersondersteuning (alleen in combinatie met een van de eer d e r genoemd e d ri e r esu I toten).

. r .

de draagkracht en draaglast van de Mantelzorger is in balans;

vrijwilliger/Mantelzorger is ondersteund; sociaal netwerk is ondersteund.

ad 5 : Resultaatgebi ed: Ond ersteunen bij zelfzorg o lnwoner is in staat zichzelf te verzorgen;

r lnwoner draagt schone kleding; o lnwoner ziet er verzorgd uit; o lnwoner komt afspraken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) na.

5.ó.2 Producten Begeleiding Er zijn verschillende oroducten bij begeleiding.

De maatwerkvoorziening Begeleiding kent het onderscheid tussen lndividuele Begeleiding (BG individueel) en Begeleiding in Groepsverband (BG groep). Bijeen cliënt kunnen zowel Begeleiding groep als Begeleiding individueel gelijktijdig worden ingezet. lndien de te behalen resultaten gerealiseerd kunnen worden met Begeleiding groep wordt dit product als voorliggend aangemerkt

19

5.6.2.1 Begeleiding groep (dagbesteding) Groepsbegeleiding wordt ingezet als de doelen van de cliënt middels begeleiding in groepsverband gerealiseerd kunnen worden. Bij een cliënt kunnen groepsbegeleiding en individuele begeleiding gelijktijdÍgworden ingezet. lndien de doelen volledig bereikt kunnen worden met groepsbegeleiding, dan wordt hier als eerst naar gekeken. Wanneer iemand niet in staat is zelfstandig te reizen of op eigen kracht naar de groepsbegeleiding te komen, (fiets/OV etc), en dat niet kan worden geleerd, kan een indicatie voor vervoer worden toegekend gekoppeld aan deze groepsbegeleiding. De begeleiding groep kent vooralsnog alleen de vorm van dagbesteding en het bieden van dagstructuur Binnen dagbesteding wordt onderscheid gemaakt tussen basis en speciaal.

Dagbesteding basis Dagbesteding basis (A / B) Dagbesteding basis wordt ingezet bij ouderen met (somatische) beperkingen [categorie A], mensen met een psychiatrische achtergrond of een licht verstandelijke beperking [categorie B]. Bij een combinatie van problematiek zal bij de indeling in categorie A of B worden meegewogen in welke groep de inwoner bij de zorgaanbieder zal komen.

Activiteiten in groepsverband (7 à 8 inwoners per medewerker, minÍmaal ó) zijn gericht op ondersteuning bij dagbesteding, het handhaven en bevorderen van het zo zelfstandig mogelijk

functioneren, het voorkomen van sociaal isolement, het verlichten van de mantelzorger en het zo veel mogelijk voorkomen van achteruitgang bij cliënt in fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden.

Dagbesteding speciaal (A / B) Dagbesteding speciaal wordt geïndiceerd bij stevige problematiek door somatische aandoeningen [categorie A], bij een mild of zwaar verstandelijke beperking [categorie B], niet aangeboren hersenletsel of lichamelijke beperkingen [categorie Bj of (zwaardere) psychogeriatrie waarbij dementie is vastgesteld [categorie B]. Bij een combinatie van problematiek zal bij de indeling Ín categorie A of B worden meegewogen Ín welke groep de inwoner bij de zorgaanbieder zal komen. Aanbod: Het aanbod bij Speciaal onderscheidt zich van het aanbod bij Basis door de inzet van minimaal één medewerker op de groep met specifieke vaardigheden en/of deskundigheid (HBO werk- en denkniveau) in aansluiting op de stevigere problematiek van de cliënt. Daarbij is er sprake van een kleinere groepsgrootte. Ook worden meer eisen gesteld aan de faciliteiten die in de ruimte aanwezig zijn. I ntensiteit Dagbesteding Bij Dagbesteding bestaan twee intensiteiten, te weten intensiteit normaal (1tot en met24 dagdelen per periode van 4 weken) en intensiteit intensief (25 tot en met 3ó dagdelen per periode van 4 weken), Onder een dagdeel wordt minimaal 3,5 uur verstaan. lntensiteit normaal is de standaard intensiteit.

lntensiteit intensief betekent een hogere tijdsinzet van ondersteuning en zalworden ingezet als de doelen bij de cliënt niet binnen de maximale dagdelen van de normale intensiteit kunnen worden bereikt.

Vervoer Dagbesteding Wanneer een inwoner niet in staat is zelfstandig te reizen of op eigen kracht naar de dagbesteding te reizen (fiets, openbaar vervoer, etc.) en dat niet kan worden geleerd, kan een indicatÍe voor vervoer naar dagbesteding worden toegekend. Het betreft een vast tarief. De indicatie voor dit betreffende vervoer maakt deel uit van de indicatie voor Dagbesteding.

5.6.2.2 Begeleid ing individueel Begeleiding individueel is àan de orde als begeleíding nodig is om de vastgestelde doelen te behalen. Er bestaat Begeleiding individueel basis en BegeleÍding individueel speciaal. Uitgangspunt is dat eerst gekeken wordt of begeleiding individueel basis toereikend is om de doelen te kunnen realiseren.

Begeleiding individueel basis

20 Bij Begeleiding individueel basis gaat het om inwoners met somatische aandoeningen, niet aangeboren hersenletsel (NAH), psycho-sociale beperkingen, licht psychiatrische beperkingen, lichamelijke beperki ngen en/of een verstandel ij ke beperki ng. Aanbod De activiteiten bij Begeleiding individueel basis zijn gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid van de inwoner. Verder kan het gaan om ondersteuning bij beperkingen op het vlak

van zelfregie over het dagelijks leven.

Begeleiding individueel speciaal Begeleiding individueel speciaal is specifiek gericht op mensen met niet aangeboren hersenletsel of ernstige psychiatrische problematiek waarbij de vastgestelde resultaten niet gerealiseerd kunnen worden bij Begeleiding individueel basis. Afhankelijk van de situatie kunnen ook cliënten met multiproblematiek of bij het ontbreken van andere ondersteuning gebruik maken van Begeleiding individueel speciaal. De hierboven genoemde specifieke beperkingen zoals niet aangeboren hersenletsel oÍ GGZproblematiek zijn niet per definitie aanleiding om direct Begeleiding individueel speciaal in te zetten

Aanbod: Het aanbod bij Begeleiding individueel speciaal richt zich op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid van de lnwoner. Het onderscheid zich van begeleiding individueel basis door de inzet van een medewerker met specifieke vaardigheden en/of deskundigheid (HBO werk- en denkniveau) in verband met ernstige tekort schietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen/zwaar regieverlies als gevolg van de aanwezige problematiek

Begeleiding wordt toegekend voor het hoofdverblijf in de gemeente. Bij verblijf van drie maanden of langer in een recreatiewoning of in het buitenland, wordt geen budget toegekend voor deze periode.

lntensiteit begeleiding individueel Bij Begeleiding individueel bestaan vier intensiteiten: lntensiteit per 4 weken Begeleiding individueel basis/speciaal regulier 2,01tot en met 10 uur Begeleiding individueel basis/speciaal middel 10,01tot en met 18 uur 18,01 tot en met 26 uur Begeleiding individueel basis/specia al

zwaar

Begeleidingindividueelbasis/speciaalurenopgave >26,0Iuur

lntensiteit regulier geldt als de standaardintensiteit. lntensiteiten middel en zwaar betekenen een hogere tijdsinzet van ondersteuning en zullen worden ingezet als de vastgestelde doelen bij de cliënt niet binnen de maximale uren van de reguliere intensiteit kunnen worden bereikt. lndien meer dan 26 uur inzet per 4 weken nodig is, dan geldt een apart uurtarief. Waakvlamintensiteit lndien als afsluiting van een begeleidingstraject dan wel als laatste stap in afschaling ondersteuning met een lage f requentie dan intensiteit regulier noodzakelijk is om de ondersteuning verantwoord af te bouwen, dan geldt de waakvlamintensiteit (maximaal 39 uur per jaar) met een apart uurtarief.

Activiteiten ln bijlage 5 is een schema opgenomen met een overzicht van de activiteiten welke door de zorgaanbieder uitgevoerd kunnen worden binnen de in artikel 5.ó.1 genoemde resultaatgebieden.

5.ó.3 Landelijke inkoop specialistische ondersteuning De VNG heeft, in afstemming met het ministerie van VWS, landelijke inkoopafspraken voor de specialistische ondersteuning van mensen met een zintuiglijke beperking tot stand gebracht. Deze afspraken zijn opgenomen in een raamovereenkomst tussen gemeenten en aanbieders van specialistische begeleiding betreffende mensen met een zintuiglijke beperking. De raamovereenkomst

21

gaat over de inhoud van de ondersteuning en de afgesproken werkwijze tussen de gemeenten en aanbieders. Dit betekent dat het college moet beoordelen of de beperkingen van de betreffende inwoner onder deze landelÍjke afspraken valt.Zo ja,dan heeft het college geen'aparte'ondersteuningsplicht. Het college geeft de beschikking af voor de specialistische begeleiding. Voor de doelgroep is een (landelijk) programma van eisen vastgesteld. Het gaat om:

. . .

specialistischebegeleidingvoordoofblindevolwassen; specialistische begeleiding voor visueel volwassenen; specialistische begeleiding voor vroegdove volwassen.

tolk Het college is gehouden om een maatwerkvoorziening te verlenen aan de inwoner voor zover het ondersteuning betreft die niet is opgenomen in de landelijke inkoop afspraken én de inwoner vanwege de mate van zelfredzaamheid is aangewezen op deze specialistische vorm van maatschappelijke ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan een tolk Nederlandse Gebarentaal bij het voeren van een gesprek in de normale leefsituatÍe zoals een bezoek aan huisarts of specialist, een notaris, de kerk, een conferentie of een ouderavond op school.

5.7 Maatwerkvoorziening Kindzorg Deze maatwerkvoorziening wordt ingezet bij kwetsbare inwoners die tijdelijk de zorg voor een minderjarig kind niet op zich kunnen nemen. Het gaat hier om het overnemen van de dagelijkse zorg voor een kind die door de tijdelijke beperking van de ouders moeten worden overgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het overnemen van de zorg voor een kind na een operatie van de ouder, of na een ziekenhuisopname, wanneer een of beide ouders de zorg tijdelÍjk niet zelf kunnen geven. Er wordt in eerste instantie gekeken of er mogelijk via het sociale netwerk of via voorliggende voorzieningen of algemene voorzieningen (welzijns- en vrijwilligerswerk) een oplossing kan worden gevonden voor de verzorging van de kinderen. De Wmo heeft vooral een taak om tijdelijk in te springen zodat de ruimte ontstaat om een oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden tijdelijk opgelost zodat er gezocht kan worden naar een permanente oplossing.

5.8 Maatwerkvoorziening Woonvoorzieningen 5.8. 1 Criteria woonvoorzieningen De maatwerkvoorziening Woonvoorzieningen betreft een woningaanpassing of hulpmiddel gericht op het normale gebruik van de woning. Als het gaat om het wonen in een geschikte woning worden zowel bouwkundige als niet-bouwkundige losse en nagelvaste voorzieningen bedoeld. Uitgangspunt is daarbij dat men zelf al beschikt of zal beschikken over een woning. De gemeente zorgt niet voor een woning: dat is een eigen verantwoordelÍjkheid van de aanvrager. Daarbij is uitgangspunt dat iedereen altijd zoekt naar een voor hem op dat moment meest geschikte beschikbare woning, uiteraard passend bij het bestedingspatroon.

Het college kan een maatwerkvoorziening Woonvoorzieningen verstrekken wanneer iemand een woning heeft en er problemen zijn met het normale gebruik van de woning die niet zelf of met behulp van het eigen (sociale) netwerk kunnen worden opgelost. Deze maatwerkvoorziening moet er zorg voor dragen dat de inwoner zich in, om en nabij zijn woning zodanig kan redden dat normaal of in ieder geval acceptabel functioneren mogelijk is. Het gaat hierbij dus om alle verplaatsingen die nodig zijn voor een normaal gebruik van de woning. Voor alle andere verplaatsingen, die verder gaan dan de woning (zoals het gaan posten van een brief, het op bezoek gaan bij een buurman of het maken van een korte wandeling) kan een maatwerkvoorziening in de vorm van bijvoorbeeld een rolstoel of een scootmobiel worden ingezet. Bij het normale gebruik van de woning horen wel verplaatsingen naar een centrale hal in een f lat, waar veelal de brievenbussen zijn, of het gebruik van een balkon of het gebruik van de tuin. Wat de tuin en het balkon betreft moet het mogelijk zijn daar te komen, de inrichting van de tuin enlof balkon is een eigen verantwoordelijkheid.

Bij het normale gebruik van de woning moeten de gebruikelijke woonruimten bereikt kunnen worden. Te denken valt daarbij aan de woonkamer, het slaapvertrek, of mogelijk de slaapvertrekken, het toÍlet en de douche. Als er een berging is, moet ook de berging bereikt kunnen worden, als belanghebbende deze noodzakelijk en regelmatig gebruikt.

22 ln principe worden aanpassingen aan een zolder zonder stahoogte, veelal bereikbaar zonder vaste trap, met bijvoorbeeld een vlizotrap, niet als maatwerkvoorziening aangemerkt. De maatwerkvoorzieningen kunnen nieuw of gebruikt zijn. Het is niet zo dat de maatwerkvoorziening altijd een nieuwe voorziening moet zijn. Het uitgangspunt is dat de voorziening de zelfredzaamheid en participatie bevordert en mede daardoor bijdraagt aan het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; ln aanvulling op de onder artikel 5.3 genoemde algemene criteria voor individuele maatwerkvoorzieningen gelden voor woningaanpassingen nog een aantal specifieke criteria.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9632962/1