St. t.k.n. nr. 3. Bijlage Reactienota Herstelprogramma's Veluwe
Tekst van het document
Telkens één maatregel is onvoldoende om vermogensschade aan te tonen, alle opvolgende ge- en verboden opgeteld, zorgt wel voor een vermogensdaling. Indiener verwacht van het bevoegd gezag dat bij elke beperking die wordt op gelegd de landgoedeigenaar in staat wordt gesteld om een vervangende exploitatie te voeren. 5. Indiener wijst erop dat de vergunningplicht met kosten gepaard gaat en leidt tot conflicten tussen natuur en pragmatisch beheer van het landgoed. Oorzaken van achteruitgang van natuur liggen buiten het bos, zoals de stikstof overlast en grondwaterwinning. Voor de natuur zou het beter zijn om de vergunningen voor grondwaterwinning in te trekken. Indiener constateert dat het beheer van fauna schadelijk is voor natuurlijke bosontwikkeling en verzoekt om een aanmerkelijk strenger afschotbeleid toe te passen en beperkingen voor het migreren van fauna zoveel mogelijk weg te nemen. 6. Indiener wijst erop dat door het verbod op het berijden van de bosbodem de gebouwen en pensionstalling niet meer bereikbaar zijn via de bestaande toegangspaden door het bos. 7. Indiener wijst op het belang van circulaire grondstoffen, daarom zou juist meer aangeplant moeten worden op (voormalige) landbouwgrond waar bij de zone rondom de Veluwe als buffer kan dienen om schadelijke milieubelastingen te beperken. 8. Ten aanzien van het herstel van historische boscomplexen merkt indiener op: a.
Eik kan alleen met menselijke ingrijpen worden gehandhaafd, dat gaat in tegen het leidende principe van natuurlijke ontwikkeling. b. Traditionele bestrijding van Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik is zinloos. Bijmenging van schaduw verdragende inheemse soorten als concurrent (experiment Resillias) heeft mogelijk wel effect. c. Houdt rekening met onvoorziene natuurlijk ontwikkelingen bij het uitvoeren van de herstelmaatregelen. 9. Hoe denkt de provincie de kennis over Natuurvolgend bosbeheer bij beheerders te ontwikkelen? En de
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 67 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
daadwerkelijke bosontwikkelingen te volgen om het gewenste bosbeleid te evalueren? Antwoord 1. Het is niet mogelijk om bezwaar te maken tegen de 'aanwijzing' van kwalificerend habitat. Bos kwalificeert wanneer de situatie buiten aan de definitie van kwalificerend habitat voldoet. De Veluwe is in 2014 door (destijds) de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (El&I) aangewezen als Natura 2000 gebied (zie hoofdstuk 1.1 in het herstelprogramma). In het Aanwijzingsbesluit Veluwe is opgenomen welke habitats en soorten op de Veluwe voorkomen en beschermd moeten worden (door de formulering van instandhoudingsdoelen), zoals o.a boshabitats (of ecosystemen) die essentieel zijn voor de natuurlijke rijkdom van de Veluwe. De gehele Veluwe is vervolgens geïnventariseerd op de aanwezigheid van (o.a.) deze boshabitattypen met voldoende kwaliteit, de zogenaamde kwalificerende boshabitats. Deze locaties met kwalificerend boshabitat zijn vervolgens op kaart gezet (T0 habitattypen kaart). Met andere woorden, op de habitattypenkaart wordt het habitat niet aangewezen, het is een zo goed mogelijke weergave van waar buiten habitat (waarvoor de Veluwe is aangewezen) actueel en in voldoende mate (kwalificerend) aanwezig is. Een deel van de bosopstanden van indiener staan op deze kaart.
Wanneer indiener aangeeft dat de begrenzing van kwalificerend habitat onjuist is op de habitattypenkaart zullen we dit onafhankelijk laten beoordelen. Wanneer we gezamenlijk vaststellen dat een begrenzing niet klopt leggen we dit gezamenlijk vast. Beheerbeperkingen volgend uit de status van kwalificerend habitat komen dan per direct te vervallen. De wijzigingen worden vervolgens aangepast op de T1 habitattypenkaart. 2. Waarschijnlijk bedoelt indiener met gebiedsvisie het Natuurbeheerplan. De functieaanduiding van landbouw naar nieuwe natuur betreft percelen die in het Gelders natuurnetwerk (GNN) liggen en waarvan in het Natuurbeheerplan staat aangegeven dat hier de mogelijkheid bestaat om subsidie aan te vragen voor de waardedaling en de inrichting als nieuwe natuur. In dat geval moet ook de bestemming worden omgezet van agrarisch in natuur. Zo lang de eigenaar van de grond geen gebruik maakt van deze subsidiemogelijkheden zit er geen beperking op het agrarisch gebruik. De begrenzing van dit perceel in het GNN dateert van 2014 en ligt vast in de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsverordening en verschilt dus van de begrenzing van de Natura 2000-gebieden die wordt vastgesteld door de Minister van LNV.
Voor het uit de begrenzing halen van een perceel moet een aanleiding zijn, bijvoorbeeld doordat het GNN wordt uitgebreid met een nabij gelegen perceel, dat nu nog buiten de begrenzing van het GNN ligt; het zogenoemde in- en uitdeuken. Dit vergt overigens een aanpassing van de provinciale Omgevingsverordening. Het perceel zonder meer uit de begrenzing van het GNN halen is niet mogelijk en kan ook niet in gang worden gezet door middel van het indienen van een zienswijze op deze herstelprogramma's. 3. Naar aanleiding van de zienswijze van het GOV is het verbod op houtoogst in kwalificerend habitat aangepast. (Zie antwoord zienswijze GOV 54.14). Het kwalificerend boshabitat van indiener ligt buiten de begrenzing van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’. Voor de boshabitats buiten de herstelmaatregelen moet de huidige ecologische kwaliteit minimaal in stand gehouden worden. Op basis van de GOV zienswijze onderkennen wij dat een volledig uitsluiten van houtoogst niet noodzakelijk is voor het behalen van de Natura 2000- doelen omdat een beperkte mate van houtoogst niet leidt tot een afname van de mineralenbeschikbaarheid in de bodem.
Wij hebben daarom voor het kwalificerend boshabitat dat gelegen is buiten de begrenzing van hierboven genoemde herstelmaatregelen het uitsluiten van houtoogst vervangen door een houtoogstbeperking, overeenkomstig het voorstel van het GOV. Deze houtoogstbeperking, die van toepassing is op het kwalificerend boshabitat van indiener, houdt in dat: “Houtoogst (afvoer van levende of dode houtige biomassa uit de bosvakken, inclusief het buiten
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 68 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
de paden opruimen van dood hout en stormschade) waarbij de oogst op 80% van het opstandsoppervlakte meer dan 20% van de jaarlijkse bijgroei omvat niet is toegestaan. Op de resterende opstandsoppervlakte kan meer geoogst worden in het kader van omvorming naar een natuurlijker bos. Bij uitvoering van houtoogst dient daarnaast aan de volgende randvoorwaarden te zijn voldaan: a) Er wordt geen vlaktegewijze kap uitgevoerd over een oppervlakte van meer dan 1.000 m² (zie antwoord zienswijze 4.8). b) De oogst is alleen gericht op stamhout. Top- en takhout en bladeren van geoogste bomen moeten achter te blijven in het bos. c) Voor aanvang van de uitvoering van de oogst zijn per hectare minimaal 22 bomen aangewezen en zichtbaar gemarkeerd als habitatboom. Deze bomen moeten een geloofwaardige bijdrage leveren aan het behoud en verhoging van het aantal (zeer) dikke bomen binnen de boshabitats. Bij opeenvolgende oogstrondes moeten deze bomen gespaard te worden. Onder deze voorwaarden kan indiener dus blijven oogsten in bossen aangemerkt als kwalificerend habitat. 4. Als de uitvoering van maatregelen of het nalaten van bepaalde handelingen nadelige effecten heeft vergoeden wij dit volgens de regels die hiervoor gelden. 5.
Wij erkennen dat ook externe factoren een negatief effect kunnen hebben op de Natura 2000 instandhoudingsdoelen voor bos, waaronder een continue hoge graas- en wroetdruk, verhoogde stikstofdepositie en te hoge grondwaterwinning. Hieronder lichten wij toe hoe wij deze factoren een plek hebben gegeven in het herstelprogramma: a. Om negatieve effecten van een continue hoge graas- en wroetdruk weg te nemen hebben wij verschillende maatregelen geformuleerd binnen het herstelprogramma zoals het (tijdelijk) uitrasteren van bosdelen (onder § 6.2.1, § 6.2.2 en § 6.4.2) en het regionaal verlagen van de graas- en wroetdruk door faunabeheer (§ 6.2.6 ). Daarnaast hebben we als beleidsopgave opgenomen om samen met de Faunabeheereenheid het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe beter te borgen in het faunabeleid (§ 6.6.3). b. Wij erkennen dat ook de verhoogde stikstofdepositie een groot knelpunt is voor het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe en beschrijven dit uitgebreid in § 5.1.1 van het herstelprogramma. Binnen zowel de herstelprogramma's voor Bossen als voor Heide en stuifzanden, Beken en Vennen en venen zijn meerdere maatregelen geprogrammeerd gericht op het wegnemen en/of mitigeren van dit knelpunt.
Daarnaast werken we aan structurele verlaging van de huidige stikstofdepositie in het programma Gelderse Maatregelen Stikstof en in het landelijke Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering. c. Wij erkennen dat ook verdroging een knelpunt is voor het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe en beschrijven dit uitgebreid in § 5.1.7. Ter voorbereiding van de actualisatie van het beheerplan Natura 2000 Veluwe zullen we dit jaar een proces starten om te komen tot een gezamenlijke kennisbasis en kennisagenda voor de Veluwe. Wij willen komen tot een gedeeld inzicht over het functioneren van de Veluwe van bodem en ondergrond, water, vegetatie en fauna. En dat voor de verschillende deelsystemen met eigen specifieke kenmerken en daarmee samenhangende gebiedsknelpunten. De waterbalans zal daar een onderdeel van zijn. 6. Het verbod op het berijden van de bosbodem geldt binnen bosvakken en niet op bestaande wegen en paden. 7. De provinciale ambities voor bosuitbreiding hebben wij uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos. Dit programma voorziet in de aanplant van 1.700 ha bos.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 69 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
8. a. In het herstelprogramma is expliciet benoemd dat er binnen de habitatbossen beheer mogelijk is, maar dat hier enkel niet bij geoogst mag worden. Dit is juist om ruimte te laten voor beheer bijvoorbeeld gericht op behoud van eik in beukenbossen. Als gevolg van zienswijze 72 hebben wij deelmaatregel 7 aangepast en de formulering 'spontaan laten doorontwikkelen zonder ingrijpen in de boomlaag ', hebben vervangen door 'overwegend spontaan laten ontwikkelen '. b. Onder andere op het Kroondomein en in het Leuvenumse bos is met succes Amerikaanse eik en vogelkers over grote oppervlakten systematisch en duurzaam bestreden, waarbij enkel nog, als onderdeel van het regulier beheer, extensieve nabehandeling plaatsvindt. Wij hebben er vertrouwen in deze maatregel succesvol uit te kunnen voeren, in brede samenwerking met terreineigenaren op een logische landschappelijke schaal en in een systematisch aanpak. c. Wij nemen deze oproep voor kennisgeving aan. 9. Wij hebben veel vertrouwen in de kundigheid, kennis en professionaliteit van de bosbeheerders op de Veluwe. Informeren en voorlichten van kleine boseigenaren is daarnaast opgenomen als maatregel in het herstelprogramma (§ 6.6.7 Voorlichting kleinere boseigenaren) en hier zullen we te zijner tijd nader invulling aangeven.
In hoofdstuk 7 Monitoring hebben wij uitgewerkt hoe wij de (bos)ontwikkeling op de Veluwe willen volgen en de voortgang van het Natura 2000-beheerplan willen evalueren. Wijzigingen Wijzigingen als gevolg van de zienswijze van het Grondeigenaren Overleg Veluwe hebben wij opgenomen onder zienswijze 54.14 Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de herstelprogramma's.
Zienswijze 25 Reactienummer:
25
Indiener:
RAVON
Samenvatting 1. Indiener is het in grote lijnen eens met de voorgestelde maatregelen om o.a. de Habitatrichtlijnsoorten en hun populaties zoals beekprik en rivierdonderpad te behouden en ondersteunen: ● indiener beaamt het aanbrengen van (harde) structuren voor rivierdonderpad en wijst erop dat het hierbij belangrijk is om, naast fijne structuren (zoals takken), ook relatief grote harde structuren, zoals bomen aan te brengen. De maximale afstand tussen deze structuren moet niet groter dan enkele tientallen meters te zijn. Rivierdonderpad zal kale trajecten niet gemakkelijk overbruggen; ● indiener adviseert om zandsuppletie gefaseerd aan te brengen met een nul- en effectmeting om het aandeel holle oevers, slib- en grindbanken over de gehele beekloop te monitoren. Vooral in de benedenstroomse delen kan ophoping van zand een knelpunt zijn. Het creëren van slib- en grindbanken kan worden gestimuleerd door extra (grote) structuren aan te brengen. Door macrodynamiek in de beekloop ontstaan hier vanzelf slibbanken. 2. Het oplossen van vismigratieknelpunten door bijvoorbeeld vispassages ziet indiener over het algemeen als iets zeer positiefs. Om de populaties van beekprik en rivierdonderpad veilig te stellen is additionele uitbreiding van hun leefgebied essentieel.
Indiener adviseert om een grootschalige data-analyse uit te voeren waarbij de verspreiding van exotische vissoorten, met name de grondels, voor en na het aanleggen van een vispassage op diverse locaties in kaart wordt gebracht. Data voor deze exercitie is beschikbaar. Indiener beheert de grootste visdataset van Nederland met meer dan 4 miljoen records
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 70 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
en heeft informatie over het aanleggen van de meeste vispassages in 2021 in kaart gebracht, inclusief informatie over optrekbaarheid (van zee). 3. Tot slot adviseert indiener om bij het ecologisch herstel gebruik te maken van de kennis van lokale werkgroepen zoals De Prik.
Antwoord 1. We nemen de suggesties voor het aanbrengen van variatie in de beekloop mee. Bij alle uit te voeren maatregelen zijn we gehouden aan de zorgplicht met betrekking tot de aanwezige soorten. Het uitvoeren van zandsuppletie zal dan ook met steeds kleine hoeveelheden worden uitgevoerd. 2. We maken graag gebruik van de data en expertise van indiener over de verspreiding van exotische vissoorten in relatie tot het aanbrengen van vispassages. 3. We maken graag gebruik van de kennis van lokale werkgroepen als de Prik bij de uitvoering van maatregelen.
Wijzigingen De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in de herstelprogramma's.
Zienswijze 26 Reactienummer:
26
Indiener:
Gemeente Ede
Samenvatting 1. Indiener constateert dat het herstelprogramma te weinig ruimte biedt voor praktijkproeven met bufferstoffen om de verzuurde bosbodems te verbeteren. Hierdoor ontstaat een onwerkbare situatie voor bodemherstel. Indiener verzoekt om op basis van wetenschappelijk onderzoek, inzicht en maatwerk meer mogelijkheden en ruimte te bieden aan het inbrengen van bufferstoffen op groter oppervlakten, voor zowel kwalificerend boshabitats als heidehabitats. 2. De begrenzing van de maatregelen Herstel Historische boscomplexen voor het Edese Bos en Roekelse Bos, komt niet overeen met kwalificerend habitatbos en betreft in de praktijk niet allemaal oud Malebos. Indiener verzoekt om in overleg de begrenzing aan te passen naar de werkelijke situatie en uitbreidingslocaties en herstellocaties expliciet aan te geven. 3. Het plan van aanpak voor bosherstel is inclusief fasering, begroting en een uitvoeringsplan. Indiener ziet graag bodemherstel daaraan toegevoegd om eerst de aanwezige leefgemeenschap op orde te brengen voordat er grootschalige maatregelen worden getroffen. 4. Indiener vindt de maatregel op pag 73 “Grovedennen- en fijnsparbossen, ongeacht leeftijd en structuur, spontaan laten door ontwikkelen zonder ingrijpen als o.a. kiembed voor loofhoutverjonging, niet functioneel.
Als gevolg van verzuring van de bosbodem heeft loofhoutontwikkeling geen kans van slagen, doorontwikkeling naar oude dennenbossen duurt decennia of nog langer en het door indiener gewenste omvormingsbeheer van jonge grove dennenbossen naar meer open en structuurrijke plekken met doorontwikkeling naar inheems bos zit met deze maatregel op slot. Indiener verzoekt deze maatregel voor zijn gebieden te verwijderen. Of, als alternatief, de huidige maatregel uitsluitend te laten gelden voor grove dennenbossen die zijn aangeplant vòòr 1850. Aanvullend hierop zal bodemherstel nodig zijn.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 71 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Antwoord 1. Wij onderkennen de urgentie van de problematiek rondom bodemverzuring in de bossen op de Veluwe. Anderzijds ontslaat ons dat niet van de plicht om zorgvuldig om te gaan met de huidige waarden in de bossen. Momenteel is er nog geen effectieve no-regret bodemherstelmaatregel voorhanden en wij erkennen de noodzaak voor het doen van praktijkproeven om verzuurde bosbodems te verbeteren. Binnen de kwalificerende habitatbossen is dan ook ruimte voor het vergunningvrij uitvoeren van kleinschalige experimenten. Om zorgvuldigheid bij de uitvoering van dergelijke experimenten te borgen hebben wij voor grootschalige experimenten een drempelwaarde opgenomen, waarboven een vergunningplicht geldt. De vergunningaanvraag moet voldoende onderbouwd zijn, er moet zorgvuldig worden omgaan met bestaande ecologische waarden en het experiment moet bijdragen aan het vergroten van de noodzakelijke kennis over effectief bodemherstel om de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe te halen. De drempelwaarde voor steenmeeltoepassing hebben wij afgestemd met verschillende deskundigen rondom het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) en met het Ministerie van LNV in verband met de eenvormigheid van het beleid.
In het herstelprogramma hebben we wel duidelijker opgeschreven dat wij ons beleid en financieringsinstrumentarium continue zullen aanpassen aan voortschrijdend inzicht op het gebied van effectief bodemherstel. Dat geeft ons de ruimte om naar aanleiding van nieuwe inzichten deze drempelwaarde of andere uitzonderingsgronden verbonden aan de vergunningplicht voor grootschalige bodemherstelexperimenten te herzien. Tot slot merken wij op dat deze vergunningplicht alleen geldt voor kwalificerend boshabitat op de Veluwe. Dit omvat ca. 10% van de Veluwse bossen. In de bossen daarbuiten is alle ruimte voor uitvoering van (grootschalige) experimentele bodemherstelmaatregelen voor zover dit past binnen de kaders van de Wet Natuurbescherming (Wnb). Wij menen dat met het bovenstaande een evenwichtige balans bestaat tussen enerzijds zorgvuldig omgaan met bestaande waarden en kwaliteiten en anderzijds ruimte bieden aan noodzakelijke kennisontwikkeling op het gebied van duurzaam bodemherstel. 2. Wij gaan niet mee in het verzoek om de maatregelgebieden Roekelse Bos (MBO 40) en Edese Bos (MBO 41) te verkleinen. Wij erkennen dat binnen de begrenzing van de historisch oudbosgroeiplaats momenteel ook niet-kwalificerende bossen voorkomen, maar de maatregel is dan ook gericht op uitbreiding van kwalificerend habitat.
Het uitgangspunt van de maatregel 'Herstel historische boscomplexen' is om te komen tot voldoende grote aaneengesloten complexen van inheems loofbos. Hierbij is wat betreft het Edese bos aangesloten op de historische begrenzing van het malebos. In het herstelprogramma is aangegeven dat de begrenzing van het maatregelgebied Roekelse bos niet op de historische begrenzing van het malebos (Wekeromse bos) is gelegd, maar op 'op huidig voorkomen van adelaarsvaren, dalkruid en wintereik binnen historische grenzen van bos en heide klasse 1 in 1832 en een hoog aandeel loofbos/ strubben rond 1900/1925'. Bij verzoeken tot herbegrenzing hebben we bij het beoordelen van zienswijzen gekeken naar drie aspecten: (1) zijn de percelen waartegen indiener bezwaar maakt bosdelen die, voldoende onderbouwd, ver af staan van de gewenste situatie bijvoorbeeld met betrekking tot de dominantie van uitheemse boomsoorten en de daarmee samenhangende historische bodembewerking? (2) Liggen de percelen langs de maatregelgrens en zal wegvallen van deze percelen daarmee de samenhang en robuustheid binnen de maatregelgebieden niet aantasten? en (3) worden er aanvullend, al dan niet jongere, bosdelen toegevoegd aan het maatregelgebied, die voldoende onderbouwd een vergelijkbare of hogere potentie hebben dan de delen die indiener buiten de maatregelbegrenzing wil houden en/of dragen de aanvullend toegevoegde delen
daarnaast positief bij aan de robuustheid en onderlinge
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 72 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
samenhang van de maatregelgebieden en/of aan de landschapseccologische diversiteit binnen het maatregelgebied. Het bezwaar van de indiener op de maatregelbegrenzing gaat enkel in op de afwezigheid van kwalificerend habitat, maar maakt niet expliciet waarom delen van het maatregelgebied niet kunnen bijdragen aan de maatregel (aspect 1), tevens gaat het verzoek niet in op de effecten op de robuustheid van het maatregelgebied (aspect 2) en de indiener komt niet met een voorstel om deze robuustheid en kwaliteiten op een andere wijze in te vullen (aspect 3). Wij gaan graag in gesprek met indiener om te onderzoeken of een aanpassing van de begrenzing van herstelmaatregelen “Herstel historische boscomplexen” mogelijk is. Op basis van een voldoende onderbouwing kan een aangepaste begrenzing van de maatregelen worden voorgesteld, zolang daarmee tenminste hetzelfde ecologische resultaat wordt behaald. Een eventuele aangepaste begrenzing dient te voldoen aan de drie aspecten a) Staan de delen die buiten de oorspronkelijke maatregelbegrenzing worden gehouden - voldoende onderbouwd - ver af van de gewenste ecologische situatie, bijvoorbeeld ten aanzien van een dominantie van uitheemse boomsoorten en afwezigheid van karakteristieke soorten.
b) Liggen de delen die buiten de maatregelbegrenzing worden gehouden langs de buitenzijde van het maatregelengebied en zal het wegvallen van deze delen niet leiden tot aantasting van de samenhang en robuustheid van het maatregelgebied. c) Worden er aanvullend bosdelen toegevoegd aan het maatregelgebied, die voldoende onderbouwd een vergelijkbare of hogere potentie hebben dan de delen die buiten de oorspronkelijke maatregelbegrenzing worden gehouden en/of dragen de aanvullend toegevoegde delen positief bij aan de robuustheid en onderlinge samenhang van het maatregelgebied en/of aan de landschapsecologische diversiteit binnen het maatregelgebied. Mocht een aangepaste begrenzing mogelijk zijn dan zou dit alternatief meegenomen kunnen worden bij de actualisatie van het Natura 2000-beheerplan Veluwe (verwachting over 2-3 jaar). 3. We hebben de suggestie van de indiener overgenomen en onder de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ opgenomen: "Het uitwerken van een gezamenlijk plan van aanpak voor bosherstel door boseigenaren (incl. no-regret bodemherstelmaatregelen)." 4. Grovedennenbossen zijn ecologisch gezien een voorstadium van de boshabitats op de Veluwe en zullen zich als gevolg van successie, onder een acceptabele graaddruk, spontaan doorontwikkelen tot inheemse loofbossen.
Dat de doorontwikkeling van deze bossen naar loofbossen decennia duurt beoordelen wij niet als knelpunt omdat de bossen in hun huidige vorm al een deel van de biodiversiteit van de oude loofbossen kunnen faciliteren als onderdeel van de om- en inliggende loofboscomplexen. Het proces van veroudering en aftakeling van oude dennen en de ontwikkeling van een rijke loofbosondergroei is daarnaast van groot belang voor de ontwikkeling en versterking van het fourageerhabitat van zwarte specht en wespendief en versnelde omvorming zal dan ook ten koste gaan van het leefgebied van deze soorten. Een meer actieve, voortvarende omvormingsstrategie kan worden toegepast binnen de bossen die gedomineerd worden door uitheemse (naald)bomen zoals Douglas, Japanse lariks of Amerikaanse eik. Binnen deze bossen is geen spontane ontwikkeling naar inheems loofbos te verwachten zonder (grootschalig) ingrijpen. Wij vinden de werkwijze waarbij in het bestaande habitat en grove dennenbossen de spontane ontwikkeling leidend is en we actief omvormen in de uitheemse bossen (met een flinke toename van open ruimte als gevolg) het meest effectief
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 73 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
en doelmatig om te komen tot robuuste loofboscomplexen met een evenwichtige ontwikkelingsfaseverdeling. Wij hebben tot slot, op basis van de beschikbare kennis, geen aanwijzingen dat loofbosontwikkeling niet plaats kan vinden als gevolg van bodemverzuring. De gestage weg van de spontane ontwikkeling voorkomt daarbij het negatieve effect van grootschalig ingrijpen met in veel gevallen versnelde mineralisatie van de humuslaag en uitspoeling in de bosbodem als gevolg. Ook zijn deze grove dennenbossen een belangrijke kiemplaats voor inlandse eik, die in elders meer open of juist meer gesloten situaties door andere soorten wordt weggeconcurreerd. Wel hebben we op basis van zienswijze 54 en 72 de maatregel waar indiener zich opricht aangepast. Deze was "Grove dennen- en fijnspar zbossen – ongeacht leeftijd en structuur spontaan laten doorontwikkelen, zonder ingrijpen in het kronendak". Dit is geworden "Grove dennen- en fijnsparbossen , ongeacht leeftijd en structuur, ná het uitfaseren van de houtproductiefunctie overwegend spontaan laten doorontwikkelen". Daarmee willen we meer ruimte geven om, waar noodzakelijk, inleidende maatregelen uit te voeren gericht op een meer diverse bosstructuur en -ontwikkelingsfaseverdeling in de jonge grove dennenbossen.
Wijzigingen Naar aanleiding van punt 3 de volgende wijzing in het herstelprogramma onder § 6.2.1 en § 6.2.2: "Het uitwerken van een gezamenlijk plan van aanpak voor bosherstel door boseigenaren (incl. no-regret bodemherstelmaatregelen)."
Zienswijze 27 Reactienummer:
27
Indiener:
Stichting Natuur- en Milieubescherming Putten
Samenvatting Indiener geeft aan dat het stelsel van Puttense sprengenbeken van groot regionaal belang is op zowel ecologisch als cultuurhistorisch gebied. Indiener bepleit daarom opname van de Puttense sprengenbeken (Volenbeek, Groevenbeek en Schoonderbeek) en herstel hiervan, in de definitieve versie van het herstelprogramma Beken. Antwoord 1. Van de genoemde beken vallen alleen de Groevenbeek en Volenbeek deels binnen de Natura2000 begrenzing. De Schoonderbeek niet. De Groevenbeek en Volenbeek zijn beiden niet als Natura 2000-beek opgenomen in het Aanwijzingsbesluit voor de Veluwe(2014), waarbij de toenmalige Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de Veluwe heeft aangewezen als Natura 2000-gebied. Daarom zijn deze beken nu ook niet opgenomen in het herstelprogramma. De beken die wel vallen onder het Aanwijzingsbesluit zijn weergegeven op kaart 1 in paragraaf 3.1 van het herstelprogramma Beken. We gaan bij de actualisatie van het Natura 2000-beheerplan Veluwe opnieuw onderzoeken of er aanleiding is om de Groevenbeek en Volenbeek (het deel van de beken dat binnen Natura 2000 ligt) aan te laten wijzen als Natura 2000-beek. Hiervoor voegen we een maatregel toe aan het herstelprogramma. De Schoonderbeek ligt buiten de Natura 2000-begrenzing van de Veluwe en is daarom geen onderdeel van het herstelprogramma Beken.
Wijzigingen Naar aanleiding van de zienswijze voegen we een maatregel (Gv1) toe aan het herstelprogramma Beken. Bij de actualisatie van het Natura 2000-beheerplan Veluwe onderzoeken we of er aanleiding is de Groevenbeek
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 74 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
en Volenbeek aan te laten wijzen als Natura 2000-beek. Het gaat hierbij om het deel van de beken dat binnen de Natura 2000-begrenzing ligt. Zie beschrijving maatregel Gv1: Maatregelnummer
Gv 1
Naam maatregel
Onderzoek naar noodzaak aanwijzen Groevenbeek en Volenbeek (deel binnen Natura 2000) als Natura 2000 beek
Categorie
Beleid en planvorming
Type maatregel
Beleid en planvorming
Omschrijving knelpunt
De Groevenbeek en Volenbeek zijn niet als Natura 2000 beek opgenomen in het aanwijzingsbesluit uit 2014. Bij de actualisatie van het Natura 2000 beheerplan Veluwe willen we onderzoeken of er aanleiding is om de Groevenbeek en Volenbeek (deel gelegen binnen Natura 2000), door het Ministerie van LNV, te laten opnemen in het aanwijzingsbesluit. Het Ministerie van LNV is hiervoor het bevoegd gezag.
Locatie
Groevenbeek en Volenbeek, het gaat hierbij om het deel van deze beken binnen de Natura 2000 begrenzing.
Habitattype(n)/soort(en)
Onderdeel van onderzoek.
Huidige bijdrage (deel) gebied aan doelbereik
Onderdeel van onderzoek.
Effect van maatregel op Natura 2000-doelen/ doelbereik
Maatregel moet helderheid gegeven over de (potentiële) bijdrage van de Groevenbeek en Volenbeek aan de Natura 2000 doelen voor habitattype(n) en soorte(n) van de Veluwe. Op basis hiervan kan de afweging over opname als Natura 2000 beek gemaakt worden. Het Ministerie van LNV is bevoegd gezag voor aanpassing van het aanwijzingsbesluit.
Omschrijving maatregel
a. Onderzoek naar (potentiële) bijdrage van Groevenbeek en Volenbeek aan Natura 2000 doelen voor habitattyp(en) en soort(en).Dit wordt uitgevoerd in het kader van actualisatie Natura 2000 beheerplan Veluwe; b. Afweging maken of er aanleiding is om het Ministerie van LNV te vragen de Groevenbeek en Volenbeek (deel gelegen binnen Natura 2000) aan te wijzen als Natura 2000 beek en dit te bespreken met Ministerie van LNV.
Voorwaarden
Prioritering
dinsdag 2 mei 2023
• Bij onderzoek ook hydrologische aspecten (duurzame watervoerendheid) in beeld brengen. Bestaande onderzoek verzamelen en raadplegen. • Bij onderzoek ook Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) soorten meewegen. Matig
Pagina 75 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Eigenaar/beheerder
Definitief
Provincie Gelderland, Ministerie van LNV
Zienswijze 28 Reactienummer:
28
Indiener:
NN
Samenvatting De zienswijze is gericht op de herstelmaatregel Herstel (en uitbreiding) eikenstrubbenbos Ramenberg, Rijsvoorde en Schansenberg. Indiener kan zich in geen enkel opzicht vinden in de voorgestelde herstelmaatregelen, de volgende zaken zijn daarbij van belang: 1. Bij de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden is eigenaren en gebruikers verzekerd dat dit geen gevolgen zou hebben voor het bestaand gebruik, zoals de houtoogst. Houtoogst is een essentiële opbrengstenbron voor de duurzame instandhouding van het landgoed. 2. Indiener vraagt, in hoeverre jacht en populatiebeheer past binnen beheermaatregelen. 3. Amerikaanse vogelkers op het landgoed is intensief bestreden, deze exoot is geen bedreiging. Het landgoed bestaat voor circa 14,5 hectare uit monocultuur Amerikaanse Eik en voor circa 9,2 hectare uit monocultuur Douglas. Het planmatig verwijderen van deze boomsoort geeft een kaalslag, is nergens voor nodig en is een absurde maatregel. 4. Toename van dood hout zorgt voor een groter risico op brand en verminderde toegankelijkheid van het bos op het landgoed. Het verhoogde risico zal een aanzienlijke premieverhoging betekenen welke ten laste van de indiener komt. 5. Door de toename van staand en liggend dood hout kan indiener niet voldoen aan de wettelijke zorgplicht en is aansprakelijk voor schade die ontstaat door vallende takken en bomen.
De onderhoudskosten en premie kunnen niet meer worden gedekt uit de opbrengsten houtoogst. 6. Indiener vraagt zich af welke referenties worden gebruikt voor natuurherstel, terug naar de oorsprong, stuifzand met heide? Is het niet beter te anticiperen op blijvende veranderingen van klimaat en lucht. De natuur zal zich hierop aanpassen. 7. Indiener verzoekt volledige compensatie van alle vermogens- en inkomstenschade als gevolg van de verplichting tot het nemen maatregelen of het opleggen van een gedoogplicht, inclusief het eigen risico van de eigenaar, waardevermindering van de tot het landgoed behorende onroerende zaken en de extra lasten als gevolg van verhoogde verzekeringspremies en belastingen. 8. In het herstelprogramma is alleen subsidie opgenomen voor het nemen van herstelmaatregelen, dit is niet voldoende. Indiener verzoekt de onderdelen genoemd onder punt 7. daaraan toe te voegen. 9. Indiener heeft geen invloed op externe factoren die het resultaat van de maatregelen bepalen en vraagt wat de sancties zijn als de uitgevoerde maatregelen niet het gewenste effect hebben.
Antwoord 1. Het bestaand gebruik ten tijde van de aanwijzing van een Natura-2000 gebied kan in principe worden voortgezet, omdat de aanname is dat dit kennelijk niet leidt tot negatieve effecten. Dat is ook het uitgangspunt in het beheerplan. Dit is echter geen vrijbrief, omdat niet kan worden uitgesloten dat er op enig moment toch negatieve effecten door dat gebruik kunnen optreden. Op dat moment rust op het bevoegde gezag de verplichting om er voor te zorgen dat er geen verslechtering optreedt en kan het dus nodig zijn om in te grijpen in bestaand gebruik. 2. Jacht en populatiebeheer kan, binnen de kaders van de Wet natuurbescherming, onverminderd plaatsvinden binnen de herstelmaatregelen. Wel is de continue hoge graas- en wroetdruk op de dinsdag 2 mei 2023
Pagina 76 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Veluwe benoemd als knelpunt voor het halen van de Natura 2000-doelen. Hiervoor hebben wij dan ook verschillende maatregelen geformuleerd binnen het herstelprogramma zoals het (tijdelijk) uitrasteren van bosdelen (onder § 6.2.1, § 6.2.2 en § 6.4.2) en het regionaal verlagen van de graas- en wroetdruk door faunabeheer (§ 6.2.6 ) in afstemming met eigenaren. Daarnaast hebben we als beleidsopgave opgenomen om samen met de Faunabeheereenheid het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe beter te borgen in het faunabeleid (§ 6.6.3). 3. Wij erkennen dat het omvormen van uitheemse bosopstanden van Amerikaanse eik, Japanse lariks en Douglas hardnekkig en ingrijpend is en dat in veel gevallen binnen deze opstanden soms nog maar beperkt de gewenste kwaliteiten aanwezig zijn. Anderzijds hebben deze opstanden wel degelijk in veel gevallen een sterk versnipperend effect op het om- en inliggende habitatbos en kan omvorming wel degelijk bijdragen aan het versterken en vergroten van het leefgebied van soorten die rondom deze bossen nog voorkomen. Om tot een ecologisch verantwoorde en maatschappelijk aanvaardbare werkwijze te komen hebben we, naar aanleiding van zienswijze 54, in § 6.2.1 en § 6.2.2 de beoogde omvormingstermijn voor deze opstanden meer expliciet gemaakt en opgenomen dat deze uiterlijk in de komende beheerplanperiodes met een doorloop tot 2050 uitgevoerd moet zijn.
Ook is duidelijker opgeschreven dat de boseigenaar hiervoor met een faseringsvoorstel moet komen en dat het staken van de houtoogst/houtproductie in deze opstanden pas plaatsvindt na afronding van de omvormingswerkzaamheden. In de fasering moet in eerste instantie de prioriteit liggen op ontsnippering van resterende bosrelicten en vervolgens op vergroten van de kern van het loofboscomplex. 4. Wij delen de zorg over de toename van het risico op een grote en onbeheersbare natuurbrand die met name wordt veroorzaakt door klimaatverandering. Daarom zijn we samen met de veiligheidsregio's, buiten deze herstelprogramma's om, gestart met een plan van aanpak om dit risico te verkleinen. Dit doen we door de natuur te compartimenteren met behulp van brandcorridors, brandgangen en brandsingels. Hierdoor wordt het risico op het overslaan van de brand van het ene compartiment naar het andere compartiment verkleind. Voorkomen van natuurbranden is niet mogelijk en ook niet nodig, wel is het van belang dat een natuurbrand beheersbaar is, daarom is het niet nodig om buiten de corridors of singels dood hout te verwijderen. Tevens willen wij benadrukken dat omvorming van eenvormige naaldbossen naar gemengde, gestructureerde loofbossen positief bijdraagt aan het verkleinen van het risico op natuurbrand. 5.
Wij erkennen dat met een toename van het aantal oude, aftakelende en dode bomen de boomveiligheidsrisico's op wegen en paden kunnen toenemen. De herstelmaatregelen en randvoorwaarden voor kwalificerende bossen staan echter het noodzakelijke boomveiligheidsbeheer niet in de weg. De kosten voor uitvoering van boomveiligheidsbeheer zijn daarbij onderdeel van de onderliggende standaardkostprijsberekening van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Boseigenaren die gebruik maken van de SNL beheersubsidie kunnen deze kosten dus afdekken uit de SNL beheersubsidie en hoeven hiervoor geen houtinkomsten aan te wenden. Wanneer eigenaren daarnaast bij invulling van het boomveiligheidsbeheer meer rekening willen houden met ecologisch waardevolle oude, dikke bomen of meer ruimte willen geven aan veroudering en aftakeling door aangepast boomveiligheidsbeheer financieren wij de meerkosten hiervan als revitaliseringsmaatregelen (Zie § 6.5.2 'Natuurtechnisch boomveiligheidsbeheer'. Wij beoordelen dat wij hiermee voldoende ruimte geven voor zorgvuldig, ecologisch verantwoord boomveiligheidsbeheer en duurzame financiering hiervan voldoende geborgd hebben. Er is dus geen sprake van dat de indiener door de toename van staand en liggend dood hout niet kan voldoen aan de wettelijke zorgplicht. 6. De habitattypen (en de daarbij behorende karakteristieke soorten) en VHR-soorten zoals beschreven
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 77 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
in de profielendocumenten van het Ministerie van LNV zijn het uitgangspunt bij het opstellen van het herstelprogramma. In het herstelprogramma is daarnaast een uitgebreide analyse gemaakt van de verwachte effecten van klimaatverandering op de bossen en biodiversiteit van de Veluwe. De herstelmaatregelen zijn gericht op het verkrijgen van robuuste en weerbare bossen, waarbinnen het leefgebied van bijzondere bossoorten wordt vergroot, met name op locaties waar nog veel relictpopulaties voorkomen. Daarnaast zijn verschillende revitaliseringsmaatregelen uitgewerkt die bijdragen aan het verhogen van de weerbaarheid en veerkracht tegen de verwachte klimaatverandering. Tot slot is in het herstelprogramma ook een kennisleemte benoemd ten aanzien van de effecten van klimaatsverandering op boom- en struikpopulaties. Hier gaan wij meer onderzoek naar doen. Wanneer er op basis van dit onderzoek urgente maatregelen noodzakelijk blijken zullen wij ons beleid hierop aanpassen. Ook wanneer er binnen de doelensystematiek van Natura 2000 veranderingen worden doorgevoerd vanwege de verwachte effecten van klimaatverandering dan zullen wij ons beleid heroverwegen.
Wij menen dat we, op basis van de huidige Natura 2000-doelen en de aanwezige kennis over de verwachte effecten van klimaatverandering, tot een herstelprogramma zijn gekomen dat op een goed onderbouwde wijze invulling geeft aan de Natura 2000-doelen op de Veluwe. Uiteraard blijven wij in gesprek met terreinbeheerders, het Ministerie van LNV en andere deskundigen om te komen tot effectief en doelmatig beheer van de Natura 2000-bossen op de Veluwe. 7. In hoofdstuk 8 van het herstelprogramma hebben wij de tekst toegevoegd die hieronder, bij 'Wijzigingen' staat vermeld. 8. In hoofdstuk 8 van het herstelprogramma hebben wij de tekst toegevoegd die hieronder, bij 'Wijzigingen' staat vermeld. 9. Wij zijn verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om de Natura 2000 instandhoudingsdoelen te realiseren en zullen ons hier samen met het Rijk maximaal voor inspannen. Als blijkt dat door externe factoren het niet mogelijk is om, ondanks deze inspanningen, de noodzakelijke doelen te halen zullen wij dit verantwoord onderbouwen richting het Rijk. Het Rijk/Nederland moet als lidstaat van de Europese Unie verantwoording af leggen aan de Europese Commissie waarom de afgesproken instandhoudingsdoelen niet gehaald kunnen worden. De Commissie kan dan, voorzover nodig, sancties aan de lidstaat opleggen, maar niet aan particulieren.
Wij op grond van de Wet natuurbescherming wel verplichtingen opleggen aan particulieren om bijvoorbeeld informatie te verstrekken of bepaalde handelingen wel of niet uit te voeren (artikel 2.4 Wnb). Wijzigingen Mede naar aanleiding van punt 7 en punt 8 is de volgende aanpassing in het herstelprogramma opgenomen: In hoofdstuk 8 is de volgende alinea toegevoegd: "Als de uitvoering van maatregelen nadelige effecten heeft vergoeden wij dit volgens de regels die hiervoor gelden. Bij de start van uitvoering van het gebiedsproces zal samen met grondeigenaren en andere belanghebbenden worden gekeken naar de gevolgen van de maatregel, het perspectief van de bedrijfsvoering van belanghebbenden en de beste wijze van uitvoering. Hierbij kunnen we verschillende instrumenten inzetten. Bijvoorbeeld kan gedacht worden aan vergoeding van de waardedaling, de inrichting voor omvorming naar natuur of het nemen van mitigerende maatregelen. Ook kan (nat-)schade gecompenseerd worden door middel van een vrijwillige overeenkomst vooraf of een vergoeding van schade bij onvrijwillig uitvoeren van maatregelen."
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 78 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Zienswijze 29 Reactienummer:
29
Indiener:
VLNN Rentmeesters namens stichting Landgoed Sandberg van Leuvenum
Samenvatting Algemeen 1. Indiener ziet de instandhouding en herstel van natuurwaarden op het landgoed als een eigen verantwoordelijkheid en niet als een opgelegde plicht vanuit provinciaal beleid. De aanwijzing van Natura 2000-gebieden en hieruit volgende plannen zoals de herstelprogramma’s worden ervaren als een steeds grotere beperking van het eigendomsrecht. De plannen hebben niet alleen gevolgen voor de Stichting en haar exploitatie, de verpachte hoeven worden ook met het voorliggende herstelplan bedreigd in hun bedrijfsvoering en mogelijk hun bestaan. Bossen 2. Indiener constateert dat de gewenste kwaliteitsslag voor de boshabitats ingrijpend is voor het parkbeheer. De bepaling ten aanzien van houtoogst zal op termijn leiden van een parkbos met zichtassen naar een gecultiveerd natuurbos. 3. Het terugdringen van uitheemse soorten als Douglas en Japanse larix is ingrijpend omdat deze soorten essentieel als hoogwaardige houtsoort in de bosexploitatie. 4. Indiener constateert dat het ontbreken van een financiële paragraaf het draagvlak voor dit herstelplan aanzienlijk verkleint. Een aanpassing van de SNL-subsidieregeling voldoet niet omdat indiener dat ziet als slechts een tegemoetkoming in de kosten cq. opbrengstderving. Een volledige schadeloosstelling in het geval dat deze plannen verplicht worden voor landgoederen zou meer op zijn plaats zijn.
Heiden en stuifzanden In de omgeving van de Flevoweg te Ermelo zijn percelen aangewezen met de maatregelen MHS 55 "inrichting en omvorming natuur". Deze percelen zijn onmisbaar voor de pachters. Zij streven een zo extensief mogelijke bedrijfsvoering na. Volgens indiener is omvorming van deze percelen tot natuur onaanvaardbaar. Voor een van de pachtbedrijven wordt de huiskavel aangewezen voor maatregel MHS 36 ‘extensiveren grasland Leuvenum’. Indiener vraagt waarom niet is stilgestaan bij h feit dat dit een huiskavel is van een melkveehouderij en niet zorgvuldig hiernaar is gekeken en gehandeld. Als deze maatregel ook daadwerkelijk uitgevoerd moet worden, betekent dit naar alle waarschijnlijkheid de doodsteek voor het bedrijf. Dit is volgens indiener onacceptabel. Antwoord Algemeen 1. Aan de overheid (specifiek de provincie) is de zorg voor de natuur toegekend. Daar waar sprake is van te beschermen natuur, op grond van (inter)nationale regels, hebben wij als overheid de taak om, ongeacht wie eigenaar is, te zorgen dat er op een verantwoorde manier met die natuur wordt omgegaan. Aangezien de zorgplicht ook op eenieder van toepassing is, gaan wij er van uit dat ingrijpen en bemoeienis zeker niet altijd nodig is, maar vinger aan de pols houden kan geen kwaad en daartoe zijn wij ook verplicht.
Wij gaan ervan uit dat wij in overleg met eigenaren, wie dat ook zijn, komen tot verantwoorde omgang met de natuur. Daar is immers iedereen bij gebaat. Bossen
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 79 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
2. Het uitsluiten van houtoogst op het kwalificerend habitat van indiener is vervangen door een houtoogstbeperking, naar aanleiding van zienswijze 54. Deze aanpassing betekent dat het mogelijk is om, binnen randvoorwaarden zoals opgenomen onder § 6.1.2 het bosbeheer uit te voeren passend bij de cultuurhistorische doelstelling. 3. Binnen het bezit van indiener zijn geen herstelmaatregelen voorzien waar het 'uitfaseren van de houtproductie' een onderdeel van uitmaakt. Zoals onder 2 is vermeld is het uitsluiten van houtoogst op het kwalificerend habitat van indiener vervangen door een houtoogstbeperking naar aanleiding van zienswijze 54. Dat betekent dat er binnen het bezit van de indiener alleen oogstbeperkingen zijn voorzien binnen bestaande habitatbossen. Deze bossen worden per definitie gedomineerd door inheemse loofbomen en zullen altijd maar in beperkte mate Douglas en Japanse lariks omvatten. De houtoogstbeperkingen geven naar ons oordeel voldoende ruimte om binnen deze bossen waardevol hoogwaardig hout te kunnen blijven oogsten. Daarmee zijn de effecten op de bosexploitatie mogelijkheden nagenoeg afwezig. 4. Zoals hierboven is vermeld is het uitsluiten van houtoogst op het kwalificerend habitat van indiener vervangen door een houtoogstbeperking.
Wij verwachten dat de schade door een houtoogstbeperking in de meeste gevallen nihil is doordat de beperking op houtoogst aansluit bij de huidige manier van beheren in een groot deel van de betrokken bossen. Daarmee zal het verschil in inkomen en waarde van een bosperceel niet noemenswaardig verschillen van de situatie zonder houtoogstbeperking. Als indiener constateert dat er toch sprake is van schade als gevolg van deze houtoogstbeperking dan vergoeden wij dit volgens de regels die hiervoor gelden. Heiden en stuifzanden Volgens het herstelprogramma is in maatregelgebied 36 (MHS36) onderzoek nodig naar de bodem. Als blijkt dat de bodem bestaat uit hoge enkeerdgrond of andere gronden met een cultuurdek die in de loop der eeuwen zijn opgehoogd, zullen die zeker niet afgegraven gaan worden. Als blijkt dat er op dit moment ook geen afspoeling en uitspoeling van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen richting beekdal plaatsvindt, zijn er vanuit het herstelprogramma Heiden en stuifzanden geen maatregelen nodig. We zullen in afstemming kijken hoe we dit kunnen borgen voor de lange termijn. De tekst in de maatregeltabel zal worden aangepast. De maatregelen uit het herstelprogramma Beken (maatregel Hi2) kunnen bij laaggelegen gronden leiden tot vernatting. Hieraan voorafgaand zal zeker nog een landschapsecologische analyse en een gebiedsproces plaatsvinden.
Als de uitvoering van maatregelen nadelige effecten heeft vergoeden wij dit volgens de regels die gelden. Bij de start van uitvoering of van het gebiedsproces zal samen met eigenaren en anderen belanghebbenden worden gekeken naar de gevolgen van de maatregel, het perspectief van de bedrijfsvoering van belanghebbenden en de beste wijze van uitvoering. Hierbij kunnen we verschillende instrumenten inzetten zoals kavelruil, omvorming naar natuur, nemen van mitigerende maatregelen. Ook kan schade gecompenseerd worden door middel van een vrijwillige overeenkomst vooraf of een vergoeding van schade bij onvrijwillig uitvoeren van maatregelen. MHS55 Het doel van maatregelen, vermeld in maatregelgebied 55 (MHS55), is het zoeken naar een verbindingszone tussen de natuurgebieden Leemputten en de Ermelose Heide aan weerszijden van de Flevoweg. Hiervoor is onderzoek nodig naar ecologisch kansrijke bodems. Bij de uitwerking wordt gestreefd naar maatwerk en inpassing in de bedrijfsvoering van de grondgebruikers. Wijzigingen Naar aanleiding van de zienswijze wordt in het herstelprogramma Heiden en stuifzanden maatregel MHS36 als volgt aangepast in de maatregeltabel in bijlage 4:
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 80 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Inrichtingsmaatregel of aanvullende beheermaatregel voor de ontwikkeling van extensieve schraalgraslanden op geschikte bodemtypen zonder cultuurdek, op basis van bodem- en bodemchemisch onderzoek, dan wel extensivering gebruik (mits nog nodig) om uit- en afspoeling te voorkomen.
Zienswijze 30 Reactienummer:
30
Indiener:
Gelders Particulier Grondbezit
Samenvatting Indiener onderschrijft de doelen uit het ontwerp-herstelprogramma en zet zich er graag voor in om samen met de provincie deze doelen te halen. De doelrealisatie kan sneller en goedkoper als er in overleg tussen provincie en eigenaren een plan wordt gemaakt. GPG geeft meermalen in de zienswijze aan te betreuren dat er geen gelegenheid is geweest voor overleg. Indiener heeft de volgende bezwaren in relatie tot de voorgenomen maatregel “verbod op houtoogst”: 1. Indiener maakt deel uit van het Grondeigenaren Overleg Veluwe (GOV) en vertegenwoordigt de particuliere boseigenaren op de Veluwe. Indiener onderschrijft de gezamenlijke zienswijze van het GOV (54) volledig. Het verbieden van houtoogst is niet de enige manier is om de doelen te bereiken, met andere maatregelen kunnen de doelen vaak sneller en goedkoper behaald worden. 2. De maatregelen zijn volgens indiener zeer ingrijpend en op basis van juridisch advies acht indiener de maatregelen niet proportioneel omdat het gekozen tijdpad niet noodzakelijk is. Er is geen sprake van achteruitgang van de habitatbossen, over het algemeen neemt de kwaliteit toe. 3. Het proces is onzorgvuldig geweest en niet gestoeld op constructief overleg en samenwerking: aangegeven wordt dat de brief van 22 maart 2022 over het voornemen tot het instellen van het verbod op houtoogst niet was aangekondigd.
Er was alleen ruimte om te spreken over de financiële compensatie en particuliere boseigenaren hebben zich onvoldoende kunnen voorbereiden op een passend verweer. 4. Indiener geeft aan dat de kaarten in het herstelprogramma afwijken van de eerder besproken kaarten. 5. Indiener geeft ten aanzien van het proces aan al eerder te hebben aangeboden aan de provincie om over het integrale beheer verder in overleg te gaan met de provincie. Er zijn enkele contactmomenten geweest met de provincie waarin indiener kritisch en constructief heeft aangegeven hoe hij aankijkt tegen de voornemens. Indiener geeft aan dat er te weinig samenwerking heeft plaatsgevonden om tot een gezamenlijke oplossing te komen voor het behalen van het doelbereik, en pleit ervoor om het “middelenvoorschrift” uit het herstelprogramma te halen en in overleg te gaan om het doelbereik op een andere wijze te bereiken. 6. Indiener geeft aan dat er in het beheerplan Natura 2000 door de provincie is aangegeven dat “de provincie de diversiteit in beheerstijl wil behouden”. Indiener geeft ook aan dat het in het verleden gevoerde beheer heeft bijgedragen aan de kwaliteit van de habitatbossen. De aangekondigde beperking van de houtoogst wordt door indiener gezien als een beperking van de beheervrijheid en het eigendomsrecht.
De beoogde natuurwaarden kunnen ook bereikt worden in combinatie met beperkte oogst en het risico bestaat dat er in bossen die buiten het betreffende habitat vallen intensiever geoogst zal gaan worden. 7. Indiener geeft aan het te betreuren dat de financiële paragraaf 6.6.4. onvoldoende is uitgewerkt en wijst de provincie erop dat financiële gevolgen bij schadeloosstelling aanzienlijk kunnen zijn (waardedaling grond en houtopstand, inkomstenderving en fiscale gevolgen).
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 81 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Antwoord 1. Op basis van de zienswijze van het GOV (nr. 54) is het verbod op houtoogst aangepast. 2. De Habitatrichtlijn, en de doorvertaling daarvan in de Wet natuurbescherming, verplicht tot het beschermen van aangewezen natuur in Natura 2000-gebieden door het halen van instandhoudingsdoelen zoals geformuleerd in aanwijzingsbesluiten. Hoe die doelen gehaald worden, wordt beschreven in een beheerplan voor het Natura 2000-gebied en daarvoor worden instandhoudingsmaatregelen getroffen, zoals die zijn opgenomen in de herstelprogramma's. Deze instandhoudingsmaatregelen zijn maatregelen als bedoeld in artikel 6 lid 1 van de Habitatrichtlijn en noodzakelijk om de instandhoudingsdoelen, in dit geval voor boshabitats, te behalen. Daaraan is geen termijn verbonden, maar om verslechtering te voorkomen kan met het uitvoeren van maatregelen ook niet langer worden gewacht. Zodra er sprake is van verslechtering moet, zoals terecht wordt gesteld, direct ingegrepen te worden. Zoals onderbouwd in § 5.1.4 Beheer van het herstelprogramma leidt te hoge oogst tot ongewenste afvoer van mineralen en tot een versterking van bodemverzuring. 3. De herstelmaatregelen zijn in samenspraak met boseigenaren met >100 hectare eigendom opgesteld. Tijdens gebiedssessies zijn met deze eigenaren de voor het ecologisch herstel noodzakelijke conceptmaatregelen besproken en waar mogelijk aangepast.
Boseigenaren van 10 - 100 ha op wiens grondgebied maatregelen waren voorzien zijn daarvan op de hoogte gesteld door de Bosgroep Midden Nederland. In de brief van 22 maart 2022 is expliciet aangegeven dat het om beoogde houtoogstbeperkingen in kwalificerend boshabitat ging en dat we consultatiegesprekken gingen voeren met boseigenaren (met >10 ha kwalificerend habitat in bezit) over deze beperkingen.Ook was in de brief aangegeven dat er alternatieven en/of bezwaren konden worden aangedragen op basis van ecologische argumenten. De beperkingen waren dus nog niet definitief. Tijdens de gesprekken met particulieren hebben wij geen verzoek gehad om meer tijd voor het voorbereiden van een passend verweer. Na afronding van deze consultatiegesprekken zijn verscheidene uitzonderingsgronden en nuanceringen aan de oogstbeperkingen toegevoegd. Wij menen dat we hiermee een zorgvuldig proces hebben doorlopen gedurende de totstandkoming van het herstelprogramma. 4. Wij hebben in het ontwerpherstelprogramma één op één de maatregelbegrenzing van het advies van het consortium van WenR, SOVON en Bargerveen overgenomen. In het definitieve herstelprogramma is op basis van enkele zienswijzen deze begrenzing nog aangepast. 5. Onder punt 3 hebben we toegelicht dat we een zorgvuldig proces hebben doorlopen gedurende de totstandkoming van het herstelprogramma. 6.
Op basis van de zienswijze van het GOV is het uitsluiten van houtoogst aangepast. (Zie antwoord zienswijze 54) 7. Wij onderkennen dat het houtoogstverbod financiële consequenties heeft voor boseigenaren. Daarom hebben we in paragraaf 6.6.4. opgenomen dat we hier op een zorgvuldige en billijke manier mee omgaan. We hebben de tijd genomen die nodig was voor een zorgvuldige uitwerking van een concept regeling. Wijzigingen Wijzigingen als gevolg van de zienswijze van het Grondeigenaren Overleg Veluwe (GOV) hebben wij opgenomen onder zienswijze 54.14 Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de herstelprogramma's.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 82 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Zienswijze 31 Reactienummer:
31
Indiener:
Landgoed De Dorskamp B.V.
Samenvatting 1. Indiener maakt bezwaar tegen de begrenzing van het areaal kwalificerend boshabitat op zijn eigendom en verzoekt de oppervlakte te reduceren met de delen waar geen sprake is van kwalificerend boshabitat. Ter onderbouwing hiervan heeft indiener een beschrijving van de huidige houtopstanden, luchtfoto's en kaarten bijgevoegd. 2. Indiener maakt om de volgende redenen bezwaar tegen het volledig uitfaseren van bosbouw in de habitatbossen: • Indiener is al geruime tijd bezig met het vergroten van de veerkracht van het bos o.a door het aanplanten van rijkstrooiselsoorten en beheer gericht op het vergroten van CO2 opname en van het aandeel kwaliteitshout; • Omdat de vitaliteit van de oude beuken achteruit gaat, is indiener gestart met verjongingsprojecten met klimaat adaptieve soorten; • De hoeveelheid dood hout op het landgoed stijgt continue en krijgt daar ook ruimte voor. Het landgoed is duurzaam gecertificeerd (FSC). 3. Indiener stelt voor om in de habitatbossen eik en beuk te laten staan maar voor de andere (uitheemse) boomsoorten door te gaan met bosbouwkundig beheer. Hierdoor is de inkomstenderving te overzien. 4. Compensatie van het nadeel is een randvoorwaarde om akkoord te gaan met de genoemde beperkingen. Indiener wil op de hoogte worden gehouden over de invulling van deze compensatie. 5.
Indiener werkt momenteel aan een plan voor het veilig stellen van “oude aftakelende bomen” en “karakterbomen”, deze worden opgenomen op een boslegger. Deze bomen kunnen groter worden, ontwikkelen, of aftakelen en onderdeel worden van het bossysteem. Bij gevaarlijke situaties worden de wandelpaden omwille van behoud van deze bomen omgelegd of gevaarlijke takken worden gesnoeid. Door dode bomen tot op de spil af te zagen kunnen ze, ook in de buurt van wandelpaden, nog lang blijven staan en rustig vergaan. Antwoord 1. De habitattypenkaart is geen onderdeel van het herstelprogramma Bos. De habitattypenkaart komt tot stand op basis van verschillende inventarisatiegegevens van de bossen op de Veluwe. Wanneer (delen van) een bosopstand voldoen aan de definitie van kwalificerend habitat worden ze aan de habitattypenkaart toegevoegd. Wanneer beheerders/terreineigenaren aangeven dat de begrenzing van kwalificerend habitat onjuist is op de habitattypenkaart zullen we dit onafhankelijk laten beoordelen. Wanneer we gezamenlijk vaststellen dat een begrenzing niet klopt leggen we dit gezamenlijk vast. Beheerbeperkingen volgend uit de status van kwalificerend habitat komen dan per direct te vervallen. De wijzigingen worden definitief aangepast op de T1 habitattypenkaart. 2.
Wij hebben naar aanleiding van de zienswijze van het Grondeigenaren Overleg Veluwe het verbod op houtoogst in kwalificerend habitat aangepast. (Zie antwoord zienswijze GOV 54.14). Het kwalificerend boshabitat van indiener ligt buiten de begrenzing van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’. Voor de boshabitats buiten de
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 83 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
herstelmaatregelen dient de huidige ecologische kwaliteit minimaal in stand gehouden te worden. Op basis van de GOV zienswijze onderkennen wij dat volledig uitsluiten van houtoogst niet noodzakelijk is voor het behalen van de Natura 2000 doelen omdat een beperkte mate van houtoogst niet leidt tot een afname van de mineralenbeschikbaarheid in de bodem. Wij hebben daarom voor het kwalificerend boshabitat wat gelegen is buiten de begrenzing van hierboven genoemde herstelmaatregelen het uitsluiten van houtoogst vervangen door een houtoogstbeperking. Deze houtoogstbeperking, die van toepassing is op het kwalificerend boshabitat van indiener, houdt in dat: “Houtoogst (afvoer van levende of dode houtige biomassa uit de bosvakken, inclusief het buiten de paden opruimen van dood hout en stormschade) waarbij de oogst op 80% van het opstandsoppervlakte meer dan 20% van de jaarlijkse bijgroei omvat niet is toegestaan. Op de resterende opstandsoppervlakte kan meer geoogst worden voor omvorming naar een natuurlijker bos. Bij uitvoering van houtoogst moet daarnaast aan de volgende randvoorwaarden zijn voldaan: a) Er wordt geen vlaktegewijze kap uitgevoerd over een oppervlakte van meer dan 1.000 m² (zie antwoord zienswijze 4.8). b) De oogst is alleen gericht op stamhout. Top- en takhout en bladeren van geoogste bomen moeten achter te blijven in het bos.
c) Voor aanvang van de uitvoering van de oogst zijn per hectare minimaal 22 bomen aangewezen en zichtbaar gemarkeerd als habitatboom. Deze bomen moeten een geloofwaardige bijdrage leveren aan het behoud en verhoging van het aantal (zeer) dikke bomen binnen de boshabitats. Bij opeenvolgende oogstrondes moeten deze bomen gespaard te worden. Onder deze voorwaarden kan indiener dus blijven oogsten in bossen aangemerkt als kwalificerend habitat. Hieronder gaan we nog afzonderlijk in op de punten van indiener (a tot en met c): a. Ook binnen de kaders van Natura 2000 is het wenselijk om te sturen op veerkrachtiger bos. Dit hebben wij uitgewerkt in § 6.4 Revitaliseringsmaatregelen. Dit heeft naar ons oordeel geen relatie met de oogstbeperkingen binnen kwalificerend habitat. b. Zie onder a. Aanvullend willen we er op wijzen dat aanplant van uitheemse of niet autochtone boom en struiksoorten in kwalificerend habitat ongewenst is omdat deze de verjongingsruimte innemen van inheemse soorten. Buiten de habitatbossen (Ruim 80% van de bossen op de Veluwe) geven wij alle ruimte voor een meer progressieve klimaatadaptatiestrategie en ondersteunen wij verschillende maatregelen gericht op het vergroten van de veerkracht van het bos. Onderdeel van deze maatregelen is de inbreng van Europees inheemse soorten zolang deze als autochtoon op een Europese rassenlijst staan.