St. t.k.n. nr. 3. Bijlage Reactienota Herstelprogramma's Veluwe
Tekst van het document
Het perceel zonder meer uit de begrenzing van het GNN halen is niet mogelijk en kan ook niet in gang worden gezet door middel van het indienen van een zienswijze op deze herstelprogramma's. 4. Wij kunnen niet tegemoet komen aan dit verzoek van indiener. Zowel in het Renkumse- als het Heelsumse beekdal zijn problemen met droogval van de beek, waterkwaliteit en migratie barrières voor vissoorten. Dit heeft een negatieve invloed op de aanwezige habitattypen en soorten en daarmee op de Natura 2000-doelen voor de Veluwe. We vinden het belangrijk dat dit wordt hersteld.
Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de herstelprogramma's.
Zienswijze 16 Reactienummer:
dinsdag 2 mei 2023
16
Pagina 50 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Indiener:
Definitief
Van Westreenen B.V.
Samenvatting Indiener vraagt, namens cliënt, duidelijkheid over: Op grond waarvan wordt in het ontwerp-herstelprogramma geconcludeerd dat de groeiplaatsen en populatie van het habitattype H3260A qua totale omvang vrij stabiel zijn, maar de omvang van goed ontwikkeld habitattype wel is afgenomen? Daar waar de nulmeting ontbreekt? • In het beheerplan (2017) wordt omschreven dat het monitoringsprogramma nog onbekend is. Cliënt vraagt zich af, of op dit moment het monitoringsprogramma is opgesteld. En zo ja, waar de resultaten hiervan te raadplegen zijn. En op welke wijze deze resultaten vervolgens zijn meegenomen in het ontwerp-herstelprogramma? • In het doel van het aanwijzingsbesluit (zie kader hierboven) wordt het doelbereik niet gekwantificeerd in aantal hectare H3260A. Op welke wijze kan bij paragraaf 1.36 (pagina 107, ontwerpherstelprogramma) worden verondersteld dat “het deelgebied levert zodoende een negatieve bijdrage aan het actueel doelbereik voor habitattype H3260A […..]” ? Daar waar in de nulmeting (beheersplan) niet bekend is hoeveel hectare van oudsher aanwezig is en op welke wijze het habitattype zich heeft ontwikkeld (monitoring ontbreekt)?
Indiener verzoekt namens cliënt: 1. Te bevestigen dat de Middenbeek, Papiermolenbeek en Wolfhezerbeek geen onderdeel uitmaken van het ontwerp-herstelprogramma? 2. Een afschrift van de notulen/documenten inzake de expertsessie van de Heelsumse beek. Dit geldt tevens voor het onderzoek waarin de hoge N-concentratie is vastgesteld: • Te reageren op de vraag: hoe het mogelijk is o.a. een hoge N-concentratie als sleutelfactor te definiëren daar waar geen langjarige monitoringsgegevens (van habitattypen) aanwezig zijn van de Heelsumse beek? • Te verklaren waarom de N-concentratie niet specifiek als sleutelfactor in bijlage 10 wordt genoemd (paragraaf 1.35)? 3. Inhoudelijk te reageren op de onduidelijkheden rondom het (nog ontbrekende?) monitoringsprogramma, de nulsituatie en de wijze waarop zich dit verhoudt tot het geformuleerde doelbereik (pagina 4, zienswijze). Op welke wijze is het doel uit het aanwijzingsbesluit (en beheerplan) vertaald naar het doelbereik waarover in het ontwerpherstelprogramma wordt geschreven. Wordt dit bijvoorbeeld nog nader gekwantificeerd? 4. Te reageren op de constatering: op welke wijze een herstelprogramma met juridische context kan worden vastgesteld daar waar de hieruit voortvloeiende maatregelen op het moment van vaststellen onbekend zijn, omdat eerst ter plaatse onderzoek uitgevoerd moet worden? 5.
Indiener verzoekt het herstelprogramma onderdeel ‘Deelgebied 9, Beken rondom Renkum en Heelsum’ geen onderdeel te laten uitmaken van de definitieve vaststelling van de herstelprogramma’s. 6. Te duiden op welke wijze de maatregelen Vb5 en Hs3 zich tot elkaar verhouden inzake extensivering. Is dit wel of geen maatregel in het ontwerp-herstelprogramma? • Op welke wijze de 50 meter zich verhoudt tot Hs3 sub d (uitvoeren maatregelen nog op te stellen herstelplan). Wordt de 50 meter hierin opgenomen als onderdeel van het herstelplan? • Daar waar extensivering onderdeel van het GPLG zal uitmaken, verzoekt cliënt de maatregel Vb5 i.r.l.t. de 50 meter bufferstrook uit de generieke maatregelen te schrappen. 7. Een grenscorrectie uit te voeren waarbij de functieaanduiding van landbouw naar nieuwe natuur van perceelnummers sectie B, nummers 379, 277, 512, 514, 553, 516, 593, 74 en 349 op de
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 51 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
ambitiekaart van het Natuurbeheerplan 2023 wordt verwijderd.
Antwoord Antwoord op vragen namens cliënt: Bij het opstellen van het herstelprogramma Beken is de actuele situatie van het habitattype H3260A in de Natura 2000-beken in beeld gebracht aan de hand van een inventarisatie uitgevoerd door Ecogroen in 2018 (Borst en van der Sluis, 2019). Tijdens deze inventarisatie zijn waterplanten geïnventariseerd die kwalificeren voor het habitattype H3260A. Die inventarisatie vormde echter geen officiële vegetatiekartering, maar geeft wel een inschatting van de ligging, omvang en kwaliteit van het habitattype. Daarnaast zijn diverse bronnen geraadpleegd bestaande uit verschillende monitoringsrapportages en databestanden. De gehanteerde methode is in detail beschreven in de rapportage van Ecogroen (Borst en van der Sluis, 2019) en een samenvatting van de gehanteerde methode is beschreven in paragraaf 3.2 van het herstelprogramma Beken. De actuele beoordeling van de habitattypen en soorten heeft vervolgens plaatsgevonden aan de hand van ecologische criteria en beoordelingsformats van Wageningen Environmental Research (2021) en zijn terug te vinden in het rapport van Ecogroen (Borst en Tolkamp, 2022), dat de basis is voor het herstelprogramma Beken. In het herstelprogramma Beken is een vergelijking gemaakt tussen de gegevens van H3260A uit het Natura 2000 beheerplan Veluwe (2018) en de inventarisatie van Ecogroen in 2018.
In het beheerplan Veluwe wordt gesproken over 1 ha kwalificerend in 2011. In de bijlage van het Natura 2000 beheerplan Veluwe (2017) wordt in de ecologische onderbouwing (pagina 35 ) geconcludeerd dat die omvang van 1 ha waarschijnlijk een overschatting betreft op basis van de habitattypekaart van oktober 2014. Tijdens de monitoring van Ecogroen is circa 1,1 ha potentieel habitattype H3260A gekarteerd. Hoeveel hectare hiervan daadwerkelijk kwalificeert als habitattype is onduidelijk. Op basis van expert judgement lijkt dit een vrij accurate inschatting die in de praktijk mogelijk iets lager zal uitvallen. Hierover is correspondentie geweest tussen Natuurbalans en Ecogroen. Natuurbalans valideert de vegetatiekarteringen die moeten leiden tot een vastgestelde habitattypekaart voor de Veluwe. Op basis van het bovenstaande is geconcludeerd dat de totale omvang van het habitattype grofweg gelijk is gebleven tussen beide perioden. In het herstelprogramma Beken is geconcludeerd dat de kwaliteit wel achteruit is gegaan. Deze conclusie is gebaseerd op het feit dat Ecogroen hoofdzakelijk rompgemeenschapen van waterplanten heeft waargenomen. Die rompgemeenschappen zijn deels gefragmenteerd. De inschatting is dat de habitattypen nog net kwalificeren. Om in de toekomst een beter beeld te hebben van het verloop van het habitattype is in paragraaf 7.7.
van het herstelprogramma Beken aangegeven dat er wordt gewerkt aan een monitoringsstrategie voor monitoring van de Veluwse Natura 2000-soorten en -habitats. Dit monitoringsprogramma is er nog niet. Paragraaf 1.36 (bijlage 10, herstelprogramma Beken) heeft betrekking op het Renkums beekdal. Hier is geconcludeerd dat het deelgebied een negatieve bijdrage levert aan het doelbereik. Het klopt dat er geen goede nulsituatie beschikbaar is. Tijdens de inventarisatie van Ecogroen in 2018 zijn geen habitats waargenomen die kwalificeren als “goed”. De waargenomen habitats zijn aangemerkt als matig en hadden een omvang van totaal 0,045 ha. Er is overigens geen onderscheid gemaakt tussen de beken in het Renkums beekdal. In de Molenbeek zijn geen kwalificerende waterplanten waargenomen. In de Kortenburgse beek en Halveradsbeek zijn rompgemeenschappen waargenomen. Op basis van de matige kwaliteit, het zeer geringe oppervlak en het feit dat de beken in het Renkums beekdal erg gevoelig zijn voor droogval en verdroging is geconcludeerd dat dit deelgebied een negatieve bijdrage levert aan het doelbereik voor de Veluwe. Deze conclusie is breed gedragen tijdens de expertsessie die voorafgegaan zijn aan de totstandkoming van het herstelprogramma Beken. Deze conclusie staat ook los van een eventuele nulsituatie.
Mocht blijken dat de omvang en kwaliteit van het habitattype door de jaren heen verbeterd is, heeft dit alsnog geen invloed op de conclusie. De kwaliteit en omvang van het habitattype blijven namelijk nog altijd zeer gering en droogval
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 52 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
blijft een knelpunt. Het kwantificeren van een doelbereik in hectares is niet uitgevoerd en kan een houvast zijn voor het formuleren en behalen van doelen. Aantallen hectares zeggen echter niks over de kwaliteit en samenhang tussen habitats en om die reden wordt terughoudend omgegaan met het kwantificeren van aantallen hectares. Uitgangspunt voor herstel en uitbreiding van het habitattype is systeemherstel. De Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA, maatregel Re1 in bijlage 14 van het Herstelprogramma Beken) en bijvoorbeeld het verminderen van het effect van onttrekkingen (maatregelen Vb1 en Vb2 in bijlage 14 van het herstelprogramma Beken) zijn belangrijke stappen tot systeemherstel in het Renkums beekdal. Op basis van de Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA) wordt in kaart gebracht waar kansen liggen voor de Molenbeek en de andere beken in het Renkums beekdal. Antwoord op verzoeken namens cliënt: 1. Voor genoemde beken (Middenbeek, Papiermolenbeek en Wolfhezerbeek) zijn op dit moment in het herstelprogramma Beken geen maatregelen opgenomen. De beken maken wel onderdeel uit van het hydrologisch systeem rondom de Heelsumse beek. Ze zijn daarom onderdeel van de Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA), die uitgevoerd wordt in het stroomgebied van de Heelsumse Beek (maatregel Hs3). Uit de LESA kunnen ook maatregelen komen voor de genoemde beken.
Te denken valt aan maatregelen die doorwerken/effect hebben op de watervoerendheid van de Heelsumse Beek. Voor het uitvoeren van maatregel Hs3 zal een gebiedsproces opgestart worden waar belanghebbenden (o.a. terreineigenaren) in meegenomen worden. 2. Naar aanleiding van uw zienswijze en op basis van gegevens uit de monitoring van de waterkwaliteit in de Heelsumse Beek (monitoring vanuit Kaderrichtlijn Water) hebben we in bijlage 10 'Deelgebied 9 Beken rondom Renkum en Heelsum' onder paragraaf 1.35 vermesting/lozingen als knelpunt toegevoegd. Dit heeft eveneens geleid tot een aanpassing in bijlage 14, maatregel Hs3. De exacte wijziging vindt u onder het kopje 'Wijzigingen'. 3. De methode die toegepast is om tot het herstelprogramma Beken te komen is opgenomen in paragraaf 3.2 van het Herstelprogramma Beken en uitgebreid beschreven onder de beantwoording van de vragen die indiener heeft gesteld (zie hierboven). Hieronder een beknopte opsomming van de stappen, die genomen zijn: 1. In beeld brengen actuele situatie habitattypen en soorten in de verschillende Natura 2000 beken op de Veluwe door verschillende onderzoeken en bronnen te combineren. 2. De knelpunten en sleutelfactoren (zogenaamde knoppen om aan te draaien) zijn gedefinieerd. 3. Situatie in verschillend beken is vertaald naar een Veluwe breed beeld en beoordeeld op doelbereik (Natura 2000 doelen). 4.
Maatregelen zijn geformuleerd om het doelbereik te behalen. 4. Onderzoek is als belangrijke maatregel in het herstelprogramma opgenomen, daar waar kennislacunes aanwezig zijn. Het uitvoeren van onderzoek is dan een eerste belangrijke stap om alle kennis te vergaren en de juiste maatregelen op te nemen om de beken te herstellen. Daar waar na onderzoek herstelmaatregelen worden voorgesteld die van invloed zijn op de grond van een terreineigenaar, zal in overleg met de terreineigenaar een herstelplan worden opgesteld en uitgevoerd. 5. Wij kunnen niet tegemoet komen aan dit verzoek van indiener. Zowel in het Renkumse- als het Heelsumse beekdal zijn problemen met droogval van de beek, de waterkwaliteit en migratiebarrières voor vissoorten. Dit heeft een negatieve invloed op de aanwezige habitattypen en -soorten en de Natura 2000-doelen voor de Veluwe. We vinden het belangrijk dat dit wordt hersteld. 6. Binnen Natura 2000-gebied is extensivering van landbouw, om de uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen te beperken, een maatregel in de Natura 2000-herstelprogramma’s. Daar waar landbouwpercelen buiten Natura 2000-gebieden liggen, maar wel invloed hebben op de waterkwaliteit binnen de Natura 2000-begrenzing, wordt de extensivering van landbouw meegenomen binnen het
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 53 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Gelders gebiedsprogramma voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Maatregel Vb5 is een Veluwe brede maatregel om de uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen vanaf percelen gelegen binnen de Natura 2000-begrenzing te beperken. Maatregel Hs3 is een specifieke maatregel voor de Heelsumse Beek met als doel optimalisatie van het hydrologisch systeem en verbeteren waterkwaliteit. Voor het verbeteren van de waterkwaliteit wordt onder meer gekeken naar het beperken van uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen van naastgelegen landbouwpercelen, maar ook van andere bronnen langs de beek. Voor deze maatregel is het belangrijk om naar het hele stroomgebied van de Heelsumse Beek te kijken en niet alleen naar het landbouwgebied Kabeljauw. Naar aanleiding van punt 6 van de zienswijze hebben we de beschrijving van de locatie van maatregel Hs3 aangepast (zie wijzigingen). 7. De functieaanduiding van landbouw naar 'nieuwe natuur' betreft percelen die in het Gelders natuurnetwerk (GNN) liggen en waarvan in het natuurbeheerplan staat aangegeven dat op deze percelen de mogelijkheid bestaat om subsidie aan te vragen voor de waardedaling van 'landbouw' naar 'natuur' en de inrichting als nieuwe natuur. In dat geval moet ook de bestemming worden omgezet van agrarisch in natuur.
Zo lang de eigenaar van de grond geen gebruik maakt van deze subsidiemogelijkheden zit er geen beperking op het agrarisch gebruik. De begrenzing van dit perceel in het GNN dateert van 2014 en ligt vast in de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsverordening en verschilt dus van de begrenzing van de Natura 2000-gebieden die wordt vastgesteld door de Minister van LNV. Voor het uit de begrenzing halen van een perceel moet een aanleiding zijn, bijvoorbeeld doordat het GNN wordt uitgebreid met een nabij gelegen perceel, dat nu nog buiten de begrenzing van het GNN ligt; het zogenoemde in- en uitdeuken. Dit vergt overigens een aanpassing van de provinciale Omgevingsverordening. De genoemde percelen zonder meer uit de begrenzing van het GNN halen is niet mogelijk en kan ook niet in gang worden gezet door middel van het indienen van een zienswijze op deze herstelprogramma's.
Wijzigingen Naar aanleiding van punt 2 en punt 6 van de zienswijze worden onderstaande wijzigingen doorgevoerd in het herstelprogramma Beken: In bijlage 10, paragraaf 1.35, onderstaande tekst wordt toegevoegd: "Daarnaast is op basis van monitoring in het kader van de Kaderrichtlijn Water bekend dat in de Heelsumse Beek de waterkwaliteit onder druk staat als gevolg van vermesting en mogelijk als gevolg van lozingen vanuit andere (punt-) bronnen (https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/krwfactsheets). De concentratie stikstof in de Heelsumse Beek overschrijdt significant het doel uit de Kaderrichtlijn Water. Voor de Renkumse Beek en Molenbeek zijn monitoringsgegevens beschikbaar bij het Waterschap Vallei en Veluwe."
In bijlage 10, paragraaf 1.35, tabel 11.2 wordt onderstaand knelpunt toegevoegd: H3260A, rivierdonderpad
dinsdag 2 mei 2023
Vermesting/lozingen: uit de KRW-monitoring van de Heelsumse Beek blijkt dat in ieder geval de concentratie stikstof in de Heelsumse Beek het doel uit de Kaderrichtlijn Water significant overschrijdt. Informatie over de waterkwaliteit van de Renkumse Beek en Molenbeek zijn beschikbaar
Pagina 54 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
bij het Waterschap Vallei en Veluwe. Slechte waterkwaliteit in combinatie met minder water in de beken heeft een negatief effect op het behoud en verbeteren van groeiplaatsen van habitattypen en leefgebieden van soorten.
In bijlage 14, maatregel Hs3, wordt onderstaande tekst gewijzigd:
Omschrijving knelpunt wordt gewijzigd in : "Langs de Heelsumse beek liggen rond Kabeljauw onnatuurlijke beeklopen in en langs landbouwgebied, deels als ‘sloten’. Onder andere door de uitspoeling van meststoffen uit het landbouwgebied staat de waterkwaliteit onder druk. Uit monitoring in het kader van de Kaderrichtlijn Water is naar voren gekomen dat rond de Heelsumse beek een specifieke kennisvraag ligt over de hoge N-concentraties die in het stroomgebied worden aangetroffen. Daarnaast zorgen stagnatie door de verminderde watervoerendheid in combinatie met vermesting ervoor dat er algengroei optreedt in de beek. De algengroei verdrukt hier kwetsbare soorten als teer Vederkruid waardoor de kwaliteit van het habitattype H3260A afneemt."
Omschrijving locatie wordt gewijzigd in: "Stroomgebied Heelsumse Beek inclusief landbouwgebied bij De Kabeljauw en aangrenzende Kruiden- en faunarijke graslanden."
Omschrijving maatregel wordt gewijzigd in : "De maatregel bestaat de volgende sub maatregelen: a. Uitvoeren van LESA voor hydrologisch systeem Heelsumse Beek. b. Beantwoorden kennisvraag omtrent hoge N-concentraties in gebied. c. Opstellen herstelplan voor het Heelsumse beekdal als onderdeel van het droog heidelandschap, aansluitend op maatregelen DG12-HH3-BH4 uit het synthesedocument deelgebied 12 (Bijlsma et al., 2022l). d. Uitvoeren van maatregelen uit herstelplan. e. (Verder) extensiveren aangrenzende percelen binnen Natura 2000 en overige bronnen ten behoeve van verbetering van de waterkwaliteit."
Zienswijze 17 Reactienummer:
17
Indiener:
Van Westreenen B.V.
Samenvatting Indiener vraagt, namens cliënt, duidelijkheid over: 1. Op grond waarvan wordt in het ontwerp-herstelprogramma geconcludeerd dat de groeiplaatsen en populatie van het habitattype H3260A qua totale omvang vrij stabiel zijn, maar de omvang van goed dinsdag 2 mei 2023
Pagina 55 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
ontwikkeld habitattype wel is afgenomen? Daar waar de nulmeting ontbreekt? • In het beheerplan (2017) wordt omschreven dat het monitoringsprogramma nog onbekend is. Cliënt vraagt zich af, of op dit moment het monitoringsprogramma is opgesteld. En zo ja, waar de resultaten hiervan te raadplegen zijn. En op welke wijze deze resultaten vervolgens zijn meegenomen in het ontwerp-herstelprogramma? • In het doel van het aanwijzingsbesluit (zie kader hierboven) wordt het doelbereik niet gekwantificeerd in aantal hectare H3260A. Op welke wijze kan bij paragraaf 1.36 (pagina 107, ontwerp-herstelprogramma) worden veronderstelt dat “het deelgebied levert zodoende een negatieve bijdrage aan het actueel doelbereik voor habitattype H3260A […..]” ? Daar waar in de nulmeting (beheersplan) niet bekend is hoeveel hectare van oudsher aanwezig is en op welke wijze het habitattype zich heeft ontwikkeld (monitoring ontbreekt)?
Indiener verzoekt namens cliënt: 1. Inhoudelijk te reageren op de onduidelijkheden rondom het (nog ontbrekende?) monitoringsprogramma, de nulsituatie en de wijze waarop zich dit verhoudt tot het geformuleerde doelbereik (pagina 4, zienswijze). Op welke wijze is het doel uit het aanwijzingsbesluit (en beheerplan) vertaald naar het doelbereik waarover in het ontwerpherstelprogramma wordt geschreven. Wordt dit bijvoorbeeld nog nader gekwantificeerd? 2. Te reageren op de constatering: op welke wijze een herstelprogramma met juridische context kan worden vastgesteld daar waar de hieruit voortvloeiende maatregelen op het moment van vaststellen onbekend zijn omdat eerst ter plaatse onderzoek uitgevoerd moet worden? 3. Het herstelprogramma onderdeel ‘Deelgebied 9, Beken rondom Renkum en Heelsum’ geen onderdeel te laten uitmaken van de definitieve vaststelling van de herstelprogramma’s. 4. Een grenscorrectie uit te voeren waarbij de ‘functieaanduiding van landbouw naar nieuwe natuur’ van het perceelnummer 552 op de ambitiekaart uit het Natuurbeheerplan 2023 wordt verwijderd.
Antwoord Antwoord op vragen namens cliënt: Bij het opstellen van het herstelprogramma beken is de actuele situatie van het habitattype H3260A in de Natura 2000 beken in beeld gebracht aan de hand van een inventarisatie uitgevoerd door Ecogroen in 2018 (Borst en van der Sluis, 2019). Tijdens deze inventarisatie zijn waterplanten geïnventariseerd die kwalificeren voor het habitattype H3260A. Die inventarisatie vormde echter geen officiële vegetatiekartering, maar geeft wel een inschatting van de ligging, omvang en kwaliteit van het habitattype. Daarnaast zijn diverse bronnen geraadpleegd bestaande uit verschillende monitoringsrapportages en databestanden. De gehanteerde methode is in detail beschreven in de rapportage van Ecogroen (Borst en van der Sluis, 2019) en een samenvatting van de gehanteerde methode is beschreven in paragraaf 3.2 van het Natura 2000 herstelprogramma Beken. De actuele beoordeling van de habitattypen en soorten heeft vervolgens plaatsgevonden aan de hand van ecologische criteria en beoordelingsformats van Wageningen Environmental Research (2021) en zijn terug te vinden in het rapport van Ecogroen (Borst en Tolkamp, 2022), dat ten grondslag ligt aan het herstelprogramma Beken. In het herstelprogramma Beken is een vergelijking gemaakt tussen de gegevens van H3260A uit het Natura 2000-beheerplan Veluwe (2018) en de inventarisatie van Ecogroen in 2018.
In het beheerplan Veluwe wordt gesproken over 1 ha kwalificerend in 2011. In de bijlage van het Natura 2000-beheerplan Veluwe (2017) wordt in de ecologische onderbouwing (pagina 35 ) geconcludeerd dat die omvang van 1 ha waarschijnlijk een overschatting betreft op basis van de habitattypekaart van oktober 2014. Tijdens de monitoring van Ecogroen is circa 1,1 ha potentieel habitattype
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 56 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
H3260A gekarteerd. Hoeveel hectare hiervan daadwerkelijk kwalificeert als habitattype is onduidelijk. Op basis van expert judgement lijkt dit een vrij accurate inschatting die in de praktijk mogelijk iets lager zal uitvallen. Hierover is correspondentie geweest tussen Natuurbalans en Ecogroen. Natuurbalans valideert de vegetatiekarteringen die moeten leiden tot een vastgestelde habitattypekaart voor de Veluwe. Op basis van het bovenstaande is geconcludeerd dat de totale omvang van het habitattype grofweg gelijk is gebleven tussen beide perioden. In het herstelprogramma Beken is geconcludeerd dat de kwaliteit wel achteruit is gegaan. Deze conclusie is gebaseerd op het feit dat Ecogroen hoofdzakelijk rompgemeenschapen van waterplanten heeft waargenomen. Die rompgemeenschappen zijn deels gefragmenteerd zijn. De inschatting is dat de habitattypen nog net kwalificeren. Om in de toekomst een beter beeld te hebben van het verloop van het habitattype is in paragraaf 7.7. van het herstelprogramma Beken aangegeven dat er wordt gewerkt aan een monitoringsstrategie voor monitoring van de Veluwse Natura 2000-soorten en -habitats. Dit monitoringsprogramma is er nog niet. Paragraaf 1.36 (bijlage 10, herstelprogramma Beken) heeft betrekking op het Renkums beekdal. Hier is geconcludeerd dat het deelgebied een negatieve bijdrage levert aan het doelbereik.
Het klopt dat er geen goede nulsituatie voorhanden is. Tijdens de inventarisatie van Ecogroen in 2018 zijn geen habitats waargenomen die kwalificeren als “goed”. De waargenomen habitats zijn aangemerkt als matig en hadden een omvang van totaal 0,045 ha. Er is overigens geen onderscheid gemaakt tussen de beken in het Renkums beekdal. In de Molenbeek zijn geen kwalificerende waterplanten waargenomen. In de Kortenburgse beek en Halveradsbeek zijn rompgemeenschappen waargenomen. Op basis van de matige kwaliteit, het zeer geringe oppervlak en het feit dat de beken in het Renkums beekdal erg gevoelig zijn voor droogval en verdroging is geconcludeerd dat dit deelgebied een negatieve bijdrage levert aan het doelbereik voor de Veluwe. Deze conclusie is breed gedragen tijdens de expertsessie die voorafgegaan zijn aan de totstandkoming van het herstelprogramma Beken. Deze conclusie staat ook los van een eventuele nulsituatie. Mocht blijken dat de omvang en kwaliteit van het habitattype door de jaren heen verbeterd is, heeft dit alsnog geen invloed op de conclusie. De kwaliteit en omvang van het habitattype blijven namelijk nog altijd zeer gering en droogval blijft een knelpunt. Het kwantificeren van een doelbereik in hectares is niet uitgevoerd en kan een houvast zijn voor het formuleren en behalen van doelen.
Aantallen hectares zeggen echter niks over de kwaliteit en samenhang tussen habitats en om die reden wordt terughoudend omgegaan met het kwantificeren van aantallen hectares. Uitgangspunt voor herstel en uitbreiding van het habitattype is systeemherstel. De Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA, maatregel Re1 in bijlage 14 van het herstelprogramma Beken) en bijvoorbeeld het verminderen van het effect van onttrekkingen (maatregelen Vb1 en Vb2 in bijlage 14 van het herstelprogramma Beken) zijn belangrijke stappen tot systeemherstel in het Renkums beekdal. Op basis van de Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA) wordt in kaart gebracht waar kansen liggen voor de Molenbeek en de andere beken in het Renkums beekdal. Antwoord op verzoeken namens cliënt: 1. De methode die toegepast is om tot het herstelprogramma Beken te komen is opgenomen in paragraaf 3.2 van het herstelprogramma Beken en uitgebreid beschreven onder de beantwoording van de vragen die indiener heeft gesteld (zie hierboven). Hieronder een beknopte opsomming van de stappen, die genomen zijn: 1. In beeld brengen actuele situatie habitattypen en soorten in de verschillende Natura 2000beken op de Veluwe door verschillende onderzoeken en bronnen te combineren. 2. De knelpunten en sleutelfactoren (zogenaamde knoppen om aan te draaien) zijn gedefinieerd. 3.
Situatie in verschillend beken is vertaald naar een Veluwebreed beeld en beoordeeld op doelbereik (Natura 2000 doelen). 4. Maatregelen zijn geformuleerd om het doelbereik te behalen.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 57 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
2. Onderzoek is als belangrijke maatregel in het herstelprogramma opgenomen, daar waar kennislacunes aanwezig zijn. Het uitvoeren van onderzoek is dan een eerste belangrijke stap om alle kennis te vergaren en de juiste maatregelen op te nemen om de beken te herstellen. Daar waar na onderzoek herstelmaatregelen worden voorgesteld die van invloed zijn op de grond van een terreineigenaar, zal in overleg met de terreineigenaar een herstelplan worden opgesteld en uitgevoerd. 3. Wij kunnen niet tegemoet komen aan dit verzoek. Zowel in het Renkumse- als het Heelsumse beekdal zijn problemen met droogval van de beek, de waterkwaliteit en migratie barrières voor vissoorten. Dit heeft een negatieve invloed op de aanwezige habitattypen en soorten en de Natura 2000-doelen voor de Veluwe. We vinden het belangrijk dat dit wordt hersteld. 4. De functie-aanduiding 'landbouw naar nieuwe natuur' op de ambitiekaart in het Natuurbeheerplan 2023 hebben we gecorrigeerd voor perceelnummer 552, omdat hier sprake is van een tuin met paardenbak en het niet gaat om agrarisch gebruik.
Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen in de herstelprogramma's.
Zienswijze 18 Reactienummer:
18
Indiener:
Van Westreenen B.V.
Samenvatting Indiener vraagt, namens cliënt, duidelijkheid over: Op grond waarvan wordt in het ontwerp-herstelprogramma geconcludeerd dat de groeiplaatsen en populatie van het habitattype H3260A qua totale omvang vrij stabiel zijn, maar de omvang van goed ontwikkeld habitattype wel is afgenomen? Daar waar de nulmeting ontbreekt? • Is op dit moment het monitoringsprogramma opgesteld, zoals beschreven in het beheerplan Veluwe. En zo ja, waar zijn de resultaten hiervan te raadplegen. En op welke wijze de resultaten meegenomen zijn in het ontwerp-herstelprogramma? • In het doel van het aanwijzingsbesluit (beheerplan Natura 2000 Veluwe) wordt het doelbereik niet gekwantificeerd in aantal hectare H3260A. Op welke wijze kan bij paragraaf 1.36 (pagina 107, ontwerp-herstelprogramma) worden verondersteld dat “het deelgebied levert zodoende een negatieve bijdrage aan het actueel doelbereik voor habitattype H3260A [….]” ? Daar waar in de nulmeting (beheersplan) niet bekend is hoeveel hectare van oudsher aanwezig is en op welke wijze het habitattype zich heeft ontwikkeld (monitoring ontbreekt)? Indiener verzoekt namens cliënt: 1. Te bevestigen dat de Middenbeek, Papiermolenbeek en Wolfhezerbeek geen onderdeel uitmaken van het ontwerp-herstelprogramma? 2.
Inhoudelijk te reageren op de onduidelijkheden rondom het (nog ontbrekende?) monitoringsprogramma, de nulsituatie en de wijze waarop zich dit verhoudt tot het geformuleerde doelbereik (pagina 4, zienswijze). Op welke wijze is het doel uit het aanwijzingsbesluit (en beheerplan) vertaald naar het doelbereik waarover in het ontwerpherstelprogramma wordt geschreven. Wordt dit bijvoorbeeld nog nader gekwantificeerd? 3. Te reageren op de constatering: op welke wijze een herstelprogramma met juridische context kan
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 58 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
worden vastgesteld daar waar de hieruit voortvloeiende maatregelen op het moment van vaststellen onbekend zijn, omdat eerst ter plaatse onderzoek uitgevoerd moet worden? 4. Cliënt verzoekt het herstelprogramma onderdeel ‘Deelgebied 9, Beken rondom Renkum en Heelsum’ geen onderdeel te laten uitmaken van de definitieve vaststelling van de herstelprogramma’s. 5. Een grenscorrectie uit te voeren waarbij de ‘functieaanduiding van landbouw naar nieuwe natuur’ van het perceelnummer 343 op de ambitiekaart in het Natuurbeheerplan 2023 wordt verwijderd.
Antwoord Antwoord op vragen namens cliënt: Bij het opstellen van het herstelprogramma beken is de actuele situatie van het habitattype H3260A in de Natura 2000 beken in beeld gebracht aan de hand van een inventarisatie uitgevoerd door Ecogroen in 2018 (Borst en van der Sluis, 2019). Tijdens deze inventarisatie zijn waterplanten geïnventariseerd die kwalificeren voor het habitattype H3260A. Die inventarisatie vormde echter geen officiële vegetatiekartering, maar geeft wel een inschatting van de ligging, omvang en kwaliteit van het habitattype. Daarnaast zijn diverse bronnen geraadpleegd bestaande uit verschillende monitoringsrapportages en databestanden. De gehanteerde methode is in detail beschreven in de rapportage van Ecogroen (Borst en van der Sluis, 2019) en een samenvatting van de gehanteerde methode is beschreven in paragraaf 3.2 van het Natura 2000 Herstelprogramma Beken. De actuele beoordeling van de habitattypen en soorten heeft vervolgens plaatsgevonden aan de hand van ecologische criteria en beoordelingsformats van Wageningen Environmental Research (2021) en zijn terug te vinden in het rapport van Ecogroen (Borst en Tolkamp, 2022), dat ten grondslag ligt aan het herstelprogramma beken. In het herstelprogramma beken is een vergelijking gemaakt tussen de gegevens van H3260A uit het Natura 2000 beheerplan Veluwe (2017) en de inventarisatie van Ecogroen in 2018.
In het beheerplan Veluwe wordt gesproken over 1 ha kwalificerend in 2011. In de bijlage van het Natura 2000 beheerplan Veluwe (2017) wordt in de ecologische onderbouwing (pagina 35) geconcludeerd dat die omvang van 1 ha waarschijnlijk een overschatting betreft op basis van de habitattypekaart van oktober 2014. Tijdens de monitoring van Ecogroen is circa 1,1 ha potentieel habitattype H3260A gekarteerd. Hoeveel hectare hiervan daadwerkelijk kwalificeert als habitattype is onduidelijk. Op basis van expert judgement lijkt dit een vrij accurate inschatting die in de praktijk mogelijk iets lager zal uitvallen. Hierover is correspondentie geweest tussen Natuurbalans en Ecogroen. Natuurbalans valideert de vegetatiekarteringen die moeten leiden tot een vastgestelde habitattypekaart voor de Veluwe. Op basis van het bovenstaande is geconcludeerd dat de totale omvang van het habitattype grofweg gelijk is gebleven tussen beide perioden. In het ontwerp-herstelprogramma is geconcludeerd dat de kwaliteit wel achteruit is gegaan. Deze conclusie is gebaseerd op het feit dat Ecogroen hoofdzakelijk rompgemeenschapen van waterplanten heeft waargenomen. Die rompgemeenschappen zijn deels gefragmenteerd zijn. De inschatting is dat de habitattypen nog net kwalificeren. Om in de toekomst een beter beeld te hebben van het verloop van het habitattype is in paragraaf 7.7.
van het herstelprogramma beken aangegeven dat er wordt gewerkt aan een monitoringsstrategie voor monitoring van de Veluwse Natura 2000-soorten en -habitats. Dit monitoringsprogramma is er nog niet. Paragraaf 1.36 (bijlage 10, Herstelprogramma Beken) heeft betrekking op het Renkums beekdal. Hier is geconcludeerd dat het deelgebied een negatieve bijdrage levert aan het doelbereik. Het klopt dat er geen goede nul-situatie voorhanden is. Tijdens de inventarisatie van Ecogroen in 2018 zijn geen habitats waargenomen die kwalificeren als “goed”. De waargenomen habitats zijn aangemerkt als matig en hadden een omvang van totaal 0,045 ha. Er is overigens geen onderscheid gemaakt tussen de beken in het Renkums beekdal. In de Molenbeek zijn geen kwalificerende waterplanten waargenomen. In de Kortenburgse beek en Halveradsbeek zijn rompgemeenschappen waargenomen. Op basis van de matige kwaliteit, het zeer geringe oppervlak en het feit dat de beken in het Renkums beekdal erg gevoelig zijn voor droogval en verdroging is
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 59 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
geconcludeerd dat dit deelgebied een negatieve bijdrage levert aan het doelbereik voor de Veluwe. Deze conclusie is breed gedragen tijdens de expertsessie die voorafgegaan zijn aan de totstandkoming van het Herstelprogramma Beken. Deze conclusie staat ook los van een eventuele nulsituatie. Mocht blijken dat de omvang en kwaliteit van het habitattype door de jaren heen verbeterd is, heeft dit alsnog geen invloed op de conclusie. De kwaliteit en omvang van het habitattype blijven namelijk nog altijd zeer gering en droogval blijft een knelpunt. Het kwantificeren van een doelbereik in hectares is niet uitgevoerd en kan een houvast zijn voor het formuleren en behalen van doelen. Aantallen hectares zeggen echter niks over de kwaliteit en samenhang tussen habitats en om die reden wordt terughoudend omgegaan met het kwantificeren van aantallen hectares. Uitgangspunt voor herstel en uitbreiding van het habitattype is systeemherstel. De Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA, maatregel Re1 in bijlage 14 van het herstelprogramma beken) en bijvoorbeeld het verminderen van het effect van onttrekkingen (maatregelen Vb1 en Vb2 in bijlage 14 van het herstelprogramma beken) zijn belangrijke stappen tot systeemherstel in het Renkums beekdal.
Op basis van de Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA) wordt in kaart gebracht waar kansen liggen voor de Molenbeek en de andere beken in het Renkums beekdal. Antwoord op verzoeken namens cliënt: 1. Voor genoemde beken (Middenbeek, Papiermolenbeek en Wolfhezerbeek) zijn op dit moment in het Natura 2000 Herstelprogramma Beken geen maatregelen opgenomen. De beken maken wel onderdeel uit van het hydrologisch systeem rondom de Heelsumse beek. Ze zijn daarom onderdeel van de Landschapsecologische Systemeemanalyse (LESA), die uitgevoerd wordt in het stroomgebied van de Heelsumse Beek (maatregel HS3). Uit de LESA kunnen ook maatregelen komen voor de genoemde beken. Te denken valt aan maatregelen die doorwerken/effect hebben op de watervoerendheid van de Heelsumse Beek. Voor het uitvoeren van maatregel HS3, zal een gebiedsproces opgestart worden waar belanghebbenden (o.a. terreineigenaren) in meegenomen worden. 2. De methode die toegepast is om tot het herstelprogramma Beken te komen is opgenomen in paragraaf 3.2 van het Herstelprogramma Beken en uitgebreid beschreven onder de beantwoording van de vragen die indiener heeft gesteld (zie hierboven). Hieronder een beknopte opsomming van de stappen, die genomen zijn: 1. In beeld brengen actuele situatie habitattypen en soorten in de verschillende Natura 2000 beken op de Veluwe door verschillende onderzoeken en bronnen te combineren.
2. De knelpunten en sleutelfactoren (zogenaamde knoppen om aan te draaien) zijn gedefinieerd. 3. Situatie in verschillend beken is vertaald naar een Veluwe breed beeld en beoordeeld op doelbereik (Natura 2000 doelen). 4. Maatregelen zijn geformuleerd om het doelbereik te behalen.
3. Onderzoek is als belangrijke maatregel in het herstelprogramma opgenomen, daar waar kennislacunes aanwezig zijn. Het uitvoeren van onderzoek is dan een eerste belangrijke stap om alle kennis te vergaren en de juiste maatregelen op te nemen om de beken te herstellen. Daar waar na onderzoek herstelmaatregelen worden voorgesteld die van invloed zijn op de grond van een terreineigenaar, zal in overleg met de terreineigenaar een herstelplan worden opgesteld en uitgevoerd. 4. Wij kunnen niet tegemoet komen aan dit verzoek. Zowel in het Renkumse- als het Heelsumse beekdal zijn problemen met droogval van de beek, de waterkwaliteit en migratie barrières voor vissoorten. Dit heeft een negatieve invloed op de aanwezige habitattypen en soorten en de Natura 2000 doelen voor de Veluwe. We vinden het belangrijk dat dit wordt hersteld.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 60 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
5. De functieaanduiding van landbouw naar 'nieuwe natuur' betreft percelen die in het Gelders natuurnetwerk (GNN) liggen en waarvan in het natuurbeheerplan staat aangegeven dat op deze percelen de mogelijkheid bestaat om subsidie aan te vragen voor de waardedaling van 'landbouw' naar 'natuur' en de inrichting als nieuwe natuur. In dat geval moet ook de bestemming worden omgezet van agrarisch in natuur. Zo lang de eigenaar van de grond geen gebruik maakt van deze subsidiemogelijkheden zit er geen beperking op het agrarisch gebruik. De begrenzing van dit perceel in het GNN dateert van 2014 en ligt vast in de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsverordening en verschilt dus van de begrenzing van de Natura 2000-gebieden die wordt vastgesteld door de Minister van LNV. Voor het uit de begrenzing halen van een perceel moet een aanleiding zijn, bijvoorbeeld doordat het GNN wordt uitgebreid met een nabij gelegen perceel, dat nu nog buiten de begrenzing van het GNN ligt; het zogenoemde in- en uitdeuken. Dit vergt overigens een aanpassing van de provinciale omgevingsverordening. Het perceel zonder meer uit de begrenzing van het GNN halen is niet mogelijk en kan ook niet in gang worden gezet door middel van het indienen van een zienswijze op deze herstelprogramma's. Wijzigingen Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in de herstelprogramma's.
Zienswijze 19 Reactienummer:
19
Indiener:
LandRaad Advies, Taxatie en Bemiddeling
Samenvatting De zienswijze richt zich op maatregel MB0 43, Herstel historische Boscomplexen, Doorwerthse bossen. Indiener verzoekt bij de vaststelling van de herstelprogramma’s rekening te houden met onderstaande zienswijze. 1. Indiener heeft een paardenpensionstalling, gebruikt percelen grasland gelegen binnen deze maatregel (Doorwerth sectie C, nr 3470, 3471, 3472 en 4743) en maakt gebruik van de ruiterpaden binnen het boscomplex. Het is niet duidelijk welke impact de voorgestelde maatregel voor zijn bedrijfsvoering heeft. De aanwezigheid van zijn bedrijf is niet meegenomen in de herstelprogramma’s waardoor er geen zorgvuldige voorbereiding ex art. 3.2 Awb heeft plaats gevonden. Voor zover de voorgestelde maatregelen nadelig zullen zijn voor de bedrijfsvoering maakt indiener hiertegen op voorhand bezwaar. 2. Voor indiener is het niet duidelijk of het gebruik van de inliggende akkers als uitloopweide voor pensionpaarden gelijkgesteld wordt met een gebruik ten behoeve van extensieve landbouw. Indiener maakt daarom bezwaar tegen de voorgenomen inrichting van de inliggende akkers. Daarbij merkt indiener op dat een onderbouwing van het nut van de voorgenomen inrichting van de inliggende akkers ontbreekt. Als door de voorgenomen inrichting het gebruik als paardenweide moet worden beëindigd heeft dit forse gevolgen voor de continuïteit van het bedrijf.
Daarom verzoekt indiener af te zien van deze maatregel. 3. De maatregel onder punt 4 op pagina 193 van het ontwerp-herstelprogramma Bossen ziet toe op recreatief medegebruik met name langs oude infrastructuur. Indiener verzoekt hierbij rekening te houden met de ruiterpaden.
Antwoord 1. De eigenaar van de gronden, die cliënt van indiener in gebruik heeft, was betrokken bij het opstellen van de betreffende herstelmaatregel. Wij beschikken niet over gegevens van pachters van percelen en
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 61 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
vertrouwen er op dat de eigenaren zelf hun pachters informeren. Wij zijn van mening dat de voorbereiding daarmee zo zorgvuldig mogelijk heeft plaatsgevonden en dat er geen sprake is van strijd met artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. Samen met de eigenaar en eventueel gebruikers van de percelen zullen we bij de verdere uitwerking van de maatregelen kijken naar het huidige gebruik en de inpasbaarheid van de maatregel. 2. Door extensivering van de landbouw en de ontwikkeling van mantelvegetaties ontstaat een robuuster en vitaler ecosysteem. Mantelvegetaties bieden vanwege de geleidelijke overgangen, zoomplanten en nectarplanten een vitaler bosecosysteem, leefgebied voor insecten en foerageergebied voor vogels. Door extensivering vermindert de input van gebiedsvreemde stoffen, denk bijvoorbeeld aan gewasbeschermingsmiddelen en conserveringsmiddelen, die onbedoeld met (ruw)voer aangevoerd kunnen worden, of aan medicijnen die effecten hebben op insecten en bodemleven. Maar ook meststoffen kunnen een knelpunt vormen. In overleg met gebruiker, eigenaar en provincie zal verkend worden hoe een en ander vorm gegeven kan worden, waarbij uiteraard inpassing in de bedrijfsvoering een van de mee te wegen aspecten is. 3.
Als onderdeel van de herstelmaatregel 'Herstel oude boscomplexen' is onder 4b expliciet opgenomen: 'Herstellen van delen van omgevormde vakken naar permanente grazige of heide-achtige open ruimtes of corridors met (mantel- en) zoomvegetaties en recreatief medegebruik'. Hier zijn dus mogelijkheden langs ruiterpaden. Uiteindelijk zal dit in het plan van aanpak door terreineigenaren worden uitgewerkt en zij zullen moeten beoordelen of en hoe ruiterpadenstructuur met de maatregelen gecombineerd kunnen worden. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de herstelprogramma's.
Zienswijze 20 Reactienummer:
20
Indiener:
gemeente Putten
Samenvatting Indiener mist in de herstelprogramma's een hoofdstuk waarin wordt gesteld hoe er op een verantwoorde manier met archeologie omgegaan moet worden. Antwoord Vanzelfsprekend moet bij de uitvoering rekening gehouden worden met ter plaatse geldend beleid en regelgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot archeologie. Dit kan vastgelegd worden in een plan van aanpak voor de uitvoering. In hoofdstuk 8 van de herstelprogramma's hebben wij hier in de paragraaf 'Vooronderzoek' al iets over gezegd, namelijk "Bij ingrepen waar de bodem geroerd wordt is vooronderzoek nodig naar: • bodemchemie, om eventuele giften van bufferstoffen dan wel natuurpotentie te bepalen, • geomorfologie, om bijvoorbeeld te bepalen of er nog voldoende verstuifbaar zand aanwezig is dan wel om landschapsvormen te behouden, • archeologische en cultuurhistorische waarden, zoals raatakkers, houtskoolmeilers, et cetera." Wij zullen een tekstuele toevoeging doen in hoofdstuk 8 in de paragraaf "rollen, taken en
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 62 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
verantwoordelijkheden". Wijzigingen De tekst in hoofdstuk 8 bij de paragraaf "rollen en verantwoordelijkheid" van alle vier de herstelprogramma's is hierop met de volgende tekst aangevuld: "Voorts dient vanzelfsprekend rekening gehouden te worden met ter plaatse geldend beleid en regelgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot de archeologie Dit moet in het plan van aanpak voor de uitvoering worden meegenomen."
Zienswijze 21 Reactienummer:
21
Indiener:
Van Westreenen B.V.
Samenvatting Indiener heeft eerst een proforma zienswijze ingediend en deze vervolgens aangevuld. Indiener dient deze zienswijze in namens een cliënt die eigenaar is van een agrarisch bedrijf in Ermelo. Indiener schetst de kadastrale situatie en het (landbouwkundig) gebruik van deze gronden van zijn cliënt. Indiener geeft aan dat de agrarische activiteiten worden uitgevoerd conform vigerende milieu- en natuurtoestemming. Indiener schetst de planologische situatie van zijn cliënt op basis van het vigerende bestemmingsplan. Indiener schetst de ligging van het agrarische bedrijf ten opzicht van Natura 2000, het bedrijf ligt niet binnen de Natura 2000-begrenzing, maar wordt wel omgeven door het Natura 2000-gebied Veluwe. 1. In het herstelprogramma Bossen staat over de maatregel ‘Herstel historische boscomplexen’ voor het habitattype ‘Beuken eikenbossen (H9120) de ‘sleutelfactoren’ ‘oppervlaktevergroting habitatbossen’ opgenomen. Indiener vraagt of dit alleen binnen het bestaande Natura-2000 gebied zal plaatsvinden of ook buiten het bestaande Natura 2000-gebied. 2. Indiener citeert de tekst op pagina 153 van het ontwerp herstelprogramma Bossen “het buiten Natura 2000 gehouden landbouwgebied Elspeet-Uddel-Meerveld-Speuld wordt aangeduid als de agrarische enclave.
Dit gebied is expliciet in beeld in het kader van de Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS, niet alleen als bron van N-emissie maar ook vanwege invloed op waterhuishouding en grondwaterkwaliteit in het omringende Natura 2000-gebied (o.a. brongebied Staverdense Beek)’’. De gronden van cliënt zijn niet opgenomen in de perspectiefkaart (bijlage 6). Deze maatregelen zijn officieel geen onderdeel van onderliggend herstelprogramma, maar indiener vraagt zich af of de perspectiefkaart vaststaat of mogelijk wordt uitgebreid bij de actualisatie van het Natura 2000-beheerplan Veluwe. 3. Alhoewel op de gronden van cliënt van indiener geen herstelmaatregelen zijn aangewezen, vreest cliënt toch voor mogelijke neveneffecten. Daarom verzoekt indiener of de provincie kan stellen dat het agrarisch bedrijf van cliënt geen negatieve gevolgen, onder andere wat betreft bedrijfscontinuïteit, waarde bedrijf, zal ondervinden van het vaststellen van de herstelprogramma’s Veluwe. Als dat het geval is, zal een planschadeverzoek worden ingediend bij provincie Gelderland. 4. Indiener wenst op de hoogte te worden gehouden van ontwikkelingen rondom het ‘Natura 2000herstelprogramma’s Veluwe’ en hun zienswijze.
Antwoord 1. Uitbreiding van habitatbossen zoals beoogd in de maatregel “Herstel historische boscomplexen” betreft een uitbreiding binnen de bestaande bossen die nog niet als habitat kwalificeren, maar wel binnen de Natura 2000-begrenzing liggen. Het gaat hier dus niet om het realiseren van een uitbreiding van het habitatbos
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 63 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
buiten de Natura 2000-begrenzing. 2. De agrarische enclave bij Garderen, Uddel, Elspeet en Speuld ligt verweven in het Natura 2000-gebied Veluwe. Dwars door de enclave loopt de Natura 2000 en Kader Richtlijn Water-beek de Hierdense en Staverendse Beek. Vanwege haar ligging is er in dit gebied veel aandacht voor de stikstofopgave, landbouwtransitie, klimaatadaptatie en biodiversiteitsherstel. Vanuit het uitvoeringsprogramma Gelderse Maatregelen Stikstof loopt hier sinds 2022 een proeftuin Living Lab GEUS https://www.livinglabgeus.nl/. De gronden die op de perspectiefkaart in bijlage 6 van de herstelprogramma’s Heiden en stuifzanden en Bossen staan zijn gronden waarbij deskundigen van Wageningen Environmental Research (WenR), Sovon en Stichting Bargerveen ter voorbereiding van deze herstelprogramma’s hebben aangegeven dat hier maatregelen nodig zijn om een bijdrage te leveren aan de instandhoudingsdoelen. Deze gronden zijn gelegen buiten de Natura 2000-begrenzing Veluwe en zijn voor nu geen onderdeel van de herstelprogramma’s. Omdat ze wel minimaal nodig zijn voor het halen van de instandhoudingsdoelen worden ze ingebracht in het gebiedsprogramma voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).
De perspectiefkaart zoals benoemd in bijlage 6 van de herstelprogramma’s Bossen en Heiden en stuifzanden is voor dit moment een statische kaart als onderdeel van deze herstelprogramma’s. Op dit moment is nog niet bekend of er vanuit het gebiedsprogramma voor het NPLG nog meer maatregelen nodig zijn hetzij binnen, hetzij buiten Natura 2000-gebied om de natuur en watersysteem te ondersteunen en te versterken. Bij de herziening van het Natura 2000-beheerplan zal opnieuw naar het systeem worden gekeken, hoever we staan met het doelbereik en/of aanvullende maatregelen nodig zijn. Het is op dit moment nog niet bekend of dit tot aanpassingen leidt en welke dat zijn. 3. Als uitvoering van maatregelen nadelige effecten heeft op gronden van rechthebbenden in de omgeving, zullen wij die nadelige effecten volgens de regels geldend voor nadeelcompensatie (vergoeding van dat nadeel dat boven het normaal maatschappelijk risico uitkomt dat voor iedereen geldt) vergoeden. Bij de voorbereiding van de uitvoering wordt daar al rekening mee gehouden en worden zo nodig mitigerende maatregelen uitgevoerd. 4. De binnengekomen zienswijzen zijn in deze Reactienota van een antwoord voorzien. Ook is per zienswijze te lezen welke aanpassingen aan de herstelprogramma’s worden voorgesteld. De Reactienota is samen met de herstelprogramma’s vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten (GS).
Wij vertrouwen er op dat de indiener van de betreffende zienswijze de betrokkenen namens wie de zienswijze is ingediend zelf informeert. Als indiener of cliënt op de hoogte wil blijven van de voortgang van de Veluwse herstelprogramma’s kan hij zich aanmelden voor onze nieuwsbrief. Dat kan via onze website www.gelderland.nl/natuuropdeveluwe of met een mailtje naar natuurherstelopdeveluwe@gelderland.nl. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van de herstelprogramma's.
Zienswijze 22 Reactienummer:
22
Indiener:
NN
Samenvatting Volgens indiener is in de herstelplannen het gebied Staverden en Leuvenum op allerlei fronten ingekleurd en ingetekend. Tijdens de inloopbijeenkomst is gesproken over verschraling, vernatting en extensivering van de landbouw in dit gebied. Deze extensivering, vernatting en verschraling wil indiener niet omdat hiermee
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 64 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
de natuur niet wordt gered. Door het vervallen van de derogatie wordt indiener gedwongen kunstmest toe te passen in plaats van eigen dierlijke mest, wat in gaat tegen het hele natuurherstelprogramma. Vanuit het project Netwerk Praktijkbedrijven wordt in de stal ammoniak gemeten, en de emissies berekend. Deze zijn veel lager dan wat verwacht wordt op basis van het aantal koeien. Dit komt doordat indiener met managementfactoren ammoniakemissie reduceert en daardoor waarschijnlijk ook geen piekbelaster zal zijn. Indiener nodigt ons uit om te komen kijken en te laten informeren over de mogelijkheden om landbouw en natuur naast elkaar te kunnen laten bestaan op de landgoederen Staverden en Leuvenum. Daarnaast vraagt indiener om alle gekleurde kaartjes van tafel te halen en met de agrariërs in gesprek te gaan. Antwoord Percelen bij Leuvenum en aangrenzende percelen die op de perspectiefkaart staan in bijlage 6 van het herstelprogramma heiden en stuifzanden zijn gronden waarbij deskundigen van Wageningen Environmental Research (WenR), Sovon en Stichting Bargerveen hebben aangegeven dat hier maatregelen nodig zijn om een bijdrage te leveren aan de instandhoudingsdoelen door extensivering en aankoppelen van landbouwgronden met akkers, aanleggen van verbindingen en versterking van de natuur. Eigenaren van deze percelen zijn over deze rapporten van deskundigen geïnformeerd.
Op deze percelen is verder extensiveren dan wel omvormen naar natuur noodzakelijk. De gronden op de perspectiefkaart zijn geen onderdeel van de herstelprogramma’s voor de Veluwe, maar worden op basis van de adviezen van de hiervoor genoemde deskundigen ingebracht in het gebiedsprogramma voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Of en hoe de maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd is afhankelijk van verdere planuitwerking waarbij betrokkenen, eigenaar en pachters, zeker zullen worden uitgenodigd. Wij gaan er vanuit dat veel maatregelen meegenomen kunnen worden in een natuurinclusieve kringloop landbouw en willen graag in overleg met de ondernemers kijken hoe we daar met elkaar dan invulling aan kunnen geven en wat daar dan voor nodig is. Ook vanuit de landbouw gaan wij voor duurzame oplossingen. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de herstelprogramma's.
Zienswijze 23 Reactienummer:
23
Indiener:
Werkgroep Stromende Beken
Samenvatting Indiener reageert op het deel van het ontwerp-herstelprogramma Beken dat gaat over de Heelsumse beek en het Heelsums beekdal. De reactie van indiener is onderbouwd door resultaten uit een grondwater en hydrologisch meetplan voor het Heelsums beekdal (gestart in 2020) en aanvullende onderzoeken. O.a. het rapport “Meetnet beekdal van de Heelsumse beek”, Eelerwoude,20 januari 2023, is door indiener meegestuurd. 1. Maatregel Re1 ‘Verbeteren watervoerendheid en waterkwaliteit Renkumse en Heelsumse Beken' op pagina 183 weerlegt de tekst op pagina 106 “Bij de Heelsumse beek zijn vooralsnog geen grote problemen met de watervoerendheid binnen het Natura 2000-gebied (Waterschap Vallei en Veluwe, 2021). Wel is de watervoerendheid de laatste jaren verminderd en een deel van de oorspronkelijke sprengenkoppen zijn al enkele decennia opgedroogd”. Op pagina 107 is geschreven: “De Heelsumse beek is een relatief korte beek, ook buiten het Natura 2000-gebied Veluwe heeft de beek een beperkte lengte en ligt in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Oorspronkelijk liepen de sprengenkoppen verder door naar het noordoosten, deze sprengenkoppen zijn echter al geruime tijd opgedroogd en niet verbonden met de hoofdbeek. ” De werkgroep constateert: dinsdag 2 mei 2023
Pagina 65 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
● Ten noordoosten van de Heelsumse beek ligt de Wolfhezerbeek. Het onderhouden segment is periodiek watervoerend en kende zelfs in 2021 (zeer droog jaar) een geruime tijd water. Deze sprengkoppen zijn dus niet al een “geruime tijd” opgedroogd. ● Ook in de Rondeelbeek bevindt zich periodiek water. 2. Maatregel Hs2 'Verwijderen boomstamdrempel Heelsumse Beek' pagina 189: het verwijderen van bovenstroomse dam gaat zorgen voor meer onttrekking in de directe omgeving. Indiener raadt aan om eerst te onderzoeken of dit een negatief effect heeft op de directe omgeving (bijvoorbeeld middels een LESA (light)). 3. Indiener verzoekt om de begrenzing van de Natuurwateren in het Heelsumsbeekdal te herzien. Toelichting: op dit moment is alleen de Heelsumse beek aangewezen als een natuurbeek (voormalig HEN-beek). De beek kan niet los gezien worden van het beekdal, waarin ook de andere beken (Wolfhezerbeek, Rondeelbeek, Papiermolenbeek ) een rol spelen. Indiener raadt aan om alle ten minste periodiek watervoerende bekentrajecten, mits binnen het Natura 2000-gebied, op te nemen in de begrenzing van natuurwater. 4. Indiener vreest dat het uitwerken van een verbeterd grondwatermodel, het verminderen van de grondwateronttrekking en het omvormen van bos, als herstelmaatregelen, een langdurig proces gaat zijn.
Daarom ziet indiener graag een verkennend onderzoek naar snelle maatregelen om het beekdal robuuster te maken tegen toenemende droogte. Als mogelijke maatregelen ziet indiener: ● gebiedsvreemd water infiltreren. ● kunstmatig verleggen/verlengen van de huidige sprengkoppen.
Antwoord 1. We nemen de constateringen op in de tekst van het herstelprogramma en zullen ook verwijzen naar het rapport van Eelerwoude (2023). 2. We nemen kennis van de suggestie tot nader onderzoek voor het verwijderen van de boomstamdrempel. Deze suggestie nemen we mee bij de uitvoering van deze maatregel. 3. We nemen kennis van de suggestie om de andere beken binnen het Heelsums beekdal als natuurwater aan te wijzen. In het herstelprogramma Beken is een LESA opgenomen (maatregel HSs3). Bij deze maatregel wordt een analyse gemaakt van het hele stroomgebied van de Heelsumse beek. Niet alleen de Heelsumse beek wordt in de LESA meegenomen, maar ook de beken die indiener in de zienswijze noemt. Hierbij is ook aandacht voor de ecologische waarden van de beken in het stroomgebied van de Heelsumse beek en de mogelijkheden om de beken duurzaam watervoerend te houden. Dit zijn voorwaarden om een beek aan te wijzen als natuurwater. Op basis van de LESA bepalen we of er aanleiding is om de overige beken in het stroomgebied (Wolfhezerbeek, Rondeelbeek, Papiermolenbeek) aan te wijzen als natuurwater. 4. We zijn het eens met indiener dat het modelleren, onderzoeken en uitvoeren van de voorgestelde maatregelen veel tijd kost. De voorstellen van indiener vragen ook nader modelonderzoek. De tijdwinst zal hierdoor beperkt zijn.
Verder is het verleggen of verlengen van sprengkoppen niet aan de orde, omdat dit ten koste zal gaan van andere natuurdoelen.
Wijzigingen Naar aanleiding punt 1: de tekst van bijlage 10 'Deelgebied 9 Beken rondom Renkum en Heelsum', specifiek in paragraaf 1.35 in het herstelprogramma Beken wordt aangevuld met de constateringen van indiener. Daarnaast verwijzen we in deze paragraaf naar het rapport van Eelerwoude (2023) dat we van indiener ontvingen.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 66 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Naar aanleiding van punt 3: in maatregel Hs3 (bijlage 14). In deze maatregel wordt een extra voorwaarde opgenomen: "Op basis van de LESA bepalen we of er aanleiding is om de overige beken in het stroomgebied (Wolfhezerbeek, Rondeelbeek, Papiermolenbeek) aan te wijzen als natuurwater."
Zienswijze 24 Reactienummer:
24
Indiener:
Landgoed Quadenoord-Boschbeek BV
Samenvatting 1. Indiener wil graag meewerken aan een proces waarbij ieders belang zoveel mogelijk wordt gediend, niet op basis van ge- en verboden. Indiener maakt ernstig bezwaar tegen de aanwijzing van habitatbossen op zijn landgoed en tegen de beperking van de handelingsvrijheid die hiermee gepaard gaat. Indiener stelt de provincie aansprakelijk voor de gedaalde vermogensschade en verdere schade als overgegaan wordt tot aanwijzing van kwalificerend habitat. 2. In de gebiedsvisie worden, zonder voorafgaand overleg met de eigenaar, de agrarische percelen op het landgoed aangeduid voor omvorming naar natuurbestemming. Indiener verzoekt om de optionele natuurbestemming te verwijderen. 3. Indiener stelt dat er geen reden is om aan te nemen dat de natuurkwaliteit van het bos achteruitgaat. Als gevolg van het duurzame beheer, in combinatie met matige houtoogst uit dunningen, ontwikkelt de natuurkwaliteit zich positief. Indiener voelt geen waardering voor wat de familie tot nu toe heeft gedaan. Het eigen gebruik van hout leidt niet tot daling van de natuurwaarde, daarom zou dit, bij een aanwijzing, als uitzondering op moeten worden opgenomen. Voor het gebruik van de door het bos ingesloten agrarische kavels is opsnoeien en soms weghalen van randbomen noodzakelijk. 4. Indiener stelt dat het eigendomsrecht sluipenderwijs wordt gereduceerd waardoor vermogensschade optreedt.