St. t.k.n. nr. 3. Bijlage Reactienota Herstelprogramma's Veluwe
Tekst van het document
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 33 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
het foerageergebied en broedbiotoop van wespendief. De herstelmaatregelen bevatten daarnaast specifiek maatregelen voor niet-kwalificerende grove dennen- en fijnspar bossen en uitheemse naaldbossen: Aanwijzen van oudere bomen en oudere vakken van Japanse lariks, Douglas en andere snelgroeiende naaldhout soorten en deze behouden en laten aftakelen als nestgelegenheid voor o.a. wespendief. Daarnaast is in het herstelprogramma Beken op verschillende locaties hydrologisch herstel voorzien, wat bijdraagt aan het foerageerbiotoop van wespendief. Tot slot worden daarnaast knelpunten ten aanzien van voldoende voedselbeschikbaarheid (m.n. wespen) nader onderzocht (§ 5.3.4 Afname van wespen in relatie tot broedsucces van de wespendief). Met bovenstaande beoordelen we dat het herstelprogramma voldoende maatregelen bevat voor herstel en behoud van het leefgebied van wespendief. 25. Fijnspar komt lokaal voor op de Veluwe en is daarom wel benoemd, ook omdat de spontane aftakeling van deze bossen (veelal als gevolg van droogte in combinatie met letterzetter) positief bijdraagt aan de voedselbeschikbaarheid voor zwarte specht en geleidelijke omvorming naar inheems loofbos. 26. In het Bingo-project is infiltratie en het effect daarvan onderzocht. Binnen de adaptieve strategie voor onze toekomstige drinkwatervoorziening is dit concept overgenomen en we noemen dat de wateraccu Veluwe.
De samenwerkingsgroep voor ruimtelijke adaptatie van de Noord Veluwe (gemeenten, waterschap en Vitens) heeft opdracht van de provincie gekregen om dit voor hun gebied te verkennen. Formeel is dit geen onderdeel van de herstelprogramma's, maar komt bij elkaar in de Gelderse uitwerking van het gebiedsprogramma van het nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en andere provinciaal waterbeleid. Wel zal ter voorbereiding van de actualisatie van het Natura 2000-beheerplan Veluwe een proces worden opgestart om te komen tot een gezamenlijke kennisbasis en kennisagenda. Dat is nodig want grondwateronttrekkingen, de uitbreiding van het naaldhout areaal, de ontwatering van de Gelderse Vallei en gebieden op de flanken hebben niet overal dezelfde effecten op de Veluwse hydrologische deelsystemen. Wij willen komen tot een gedeeld inzicht over het functioneren van de Veluwe van bodem en ondergrond, water, vegetatie en fauna. En dat voor de verschillende deelsystemen met eigen specifieke kenmerken. Het opstellen van een waterbalans die ook in historisch perspectief kan worden geplaatst is daar onderdeel van. 27. Zoals benoemd in het herstelprogramma beoordelen wij het verdringen van eik door beuk niet als knelpunt voor het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe.
Of het op specifieke locaties noodzakelijk is om beuk in deze bossen te bestrijden laten wij over aan de professionele beoordeling van de terreinbeheerders. 28. Dat vinden wij ook belangrijk. Wij werken aan een nadeelcompensatieregeling voor boseigenaren die te maken krijgen met een verbod op houtoogst. 29. In hoofdstuk 4 van de herstelprogramma's staat beschreven welke habitattypen en welke vogelrichtlijn- en habitatrichtlijn soorten worden bedoeld als er gesproken wordt over VHR. Beken 1. Wij nemen kennis van pleidooi van indiener, maar het herstelprogramma Beken richt zich op herstel van beken en specifieke habitattypen en soorten binnen de begrenzing van Natura 2000 Veluwe. 2. Dit geldt ook voor de overige beken voor zover die gelegen zijn buiten Natura 2000-begrenzing. De Groevenbeek en Volenbeek liggen deels binnen de Natura 2000-begrenzing. De Groevenbeek en Volenbeek zijn beide niet opgenomen in het Aanwijzingsbesluit (2014), waarbij het toenmalige Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de Veluwe heeft aangewezen als Natura 2000-gebied. Daarom zijn deze beken niet opgenomen in het herstelprogramma. De beken die vallen onder het aanwijzingsbesluit zijn weergegeven op kaart 1 in paragraaf 3.1 van het herstelprogramma
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 34 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Beken. We gaan bij de actualisatie van het beheerplan Natura 2000 Veluwe opnieuw onderzoeken of er aanleiding is om de Groevenbeek en Volenbeek (het deel van de beken dat binnen Natura 2000begrenzing ligt) aan te laten wijzen als Natura 2000 beek. Hiervoor voegen we een maatregel toe aan het herstelprogramma (zie wijzigingen voor Beken). De Schoonderbeek ligt buiten de Natura 2000begrenzing van de Veluwe en is daarom geen onderdeel van het herstelprogramma Beken. 3. Wij nemen dit voor kennisgeving aan. Het aanwijzen van beken binnen GNN en GO maakt geen onderdeel uit van dit herstelprogramma. 4. In het herstelprogramma Beken zijn maatregelen opgenomen voor de verbetering van de afvoersituatie van het gehele stroomgebied. Zie hiervoor maatregel Hi2 en Hi4 in bijlage 14 van het herstelprogramma Beken. Het is de bedoeling dat hierdoor het aantal pieken zal verminderen en dat de normale afvoer wat omhoog gaat. Ook in droge tijden zal dan naar verwachting voldoende water beschikbaar zijn om het benedenstroomse deel van de Hierdense beek watervoerend te houden. Het aanbrengen van een leemlaag is een ingrijpende maatregel die ook risico’s met zich meebrengt voor de aanwezige flora en fauna, leem aanbrengen is daarom niet de eerste keus.
Wijzigingen Bossen Naar aanleiding van punt 12.12 hebben wij onder §6.1.2 duidelijker gemaakt dat de uitzonderingsgrond voor het berijden van de bosbodem enkel van toepassing is langs verharde openbare wegen en langs erfgrenzen waar boomveiligheidsrisico's spelen. Naar aanleiding van punt 12.15 hebben wij onder §6.1.4 opgenomen dat met de maximaal toegestane hoeveelheid steenmeel van 20 ton/ha het om gewicht per oppervlakte eenheid gaat. Naar aanleiding van punt 12.16 hebben wij onder §6.1.5 hebben wij duidelijker opgeschreven dat de randvoorwaarden voor herintroductie en zaaien en bijplaatsen van soorten uit bijlage 3 niet van toepassing zijn op inbreng van houtige boom- en struiksoorten. Beken Naar aanleiding van punt 2 uit de zienswijze wordt aan het herstelprogramma Beken een maatregel toegevoegd (Gv1). Bij de actualisatie van het beheerplan Natura 2000 Veluwe onderzoeken we of er aanleiding is de Groevenbeek en Volenbeek aan te laten wijzen als Natura 2000-beek. Het gaat hierbij om het deel van de beken dat binnen de Natura 2000-begrenzing ligt Zie hieronder: Maatregelnummer
Gv 1
Naam maatregel
Onderzoek naar noodzaak aanwijzen Groevenbeek en Volenbeek (deel binnen Natura 2000) als Natura 2000 beek
Categorie
Beleid en planvorming
Type maatregel
Beleid en planvorming
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 35 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Omschrijving knelpunt
De Groevenbeek en Volenbeek zijn niet als Natura 2000 beek opgenomen in het aanwijzingsbesluit uit 2014. Bij de actualisatie van het Natura 2000 beheerplan Veluwe willen we onderzoeken of er aanleiding is om de Groevenbeek en Volenbeek (deel gelegen binnen Natura 2000), door het Ministerie van LNV, te laten opnemen in het aanwijzingsbesluit. Het Ministerie van LNV is hiervoor het bevoegd gezag.
Locatie
Groevenbeek en Volenbeek, het gaat hierbij om het deel van deze beken binnen de Natura 2000 begrenzing.
Habitattype(n)/soort(en)
Onderdeel van onderzoek.
Huidige bijdrage (deel) gebied aan doelbereik
Onderdeel van onderzoek.
Effect van maatregel op Natura 2000-doelen/ doelbereik
Maatregel moet helderheid gegeven over de (potentiële) bijdrage van de Groevenbeek en Volenbeek aan de Natura 2000 doelen voor habitattype(n) en soorte(n) van de Veluwe. Op basis hiervan kan de afweging over opname als Natura 2000 beek gemaakt worden. Het Ministerie van LNV is bevoegd gezag voor aanpassing van het aanwijzingsbesluit.
Omschrijving maatregel
a. Onderzoek naar (potentiële) bijdrage van Groevenbeek en Volenbeek aan Natura 2000 doelen voor habitattyp(en) en soort(en).Dit wordt uitgevoerd in het kader van actualisatie Natura 2000 beheerplan Veluwe; b. Afweging maken of er aanleiding is om het Ministerie van LNV te vragen de Groevenbeek en Volenbeek (deel gelegen binnen Natura 2000) aan te wijzen als Natura 2000 beek en dit te bespreken met Ministerie van LNV.
Prioritering
• Bij onderzoek ook hydrologische aspecten (duurzame watervoerendheid) in beeld brengen. Bestaande onderzoek verzamelen en raadplegen. • Bij onderzoek ook Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) soorten meewegen. Matig
Eigenaar/beheerder
Provincie Gelderland, Ministerie van LNV
Voorwaarden
Zienswijze 13 Reactienummer:
13
Indiener:
NN
Samenvatting Indiener is van mening dat de herstelprogramma's vaag en ondoordacht zijn en wil antwoorden
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 36 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
op onderstaande vragen: 1. Hoe hoog zijn de kosten voor deze natuurherstelprogramma's? 2. Is er draagvlak bij de burger om deze kosten te dragen als deze kosten openbaar worden? 3. Hoe effectief zijn deze maatregelen? Hoeveel natuurherstel zal er zijn per kosteneenheid en hoe wordt dit meetbaar/aantoonbaar gemaakt? 4. Er wordt gesproken over extensivering van de landbouw in de overgangsgebieden rondom Natura 2000. Hoeveel landbouwproductie gaat er verloren en/of verschuift door deze herstelmaatregelen naar het buitenland? Hoeveel tropisch regenwoud moet er in het buitenland omgevormd worden tot landbouwgrond om dit productieverlies in Nederland op te vangen? 5. Hoe worden de Nederlandse boeren gecompenseerd voor de afwaardering van hun gronden rondom de natuurgebieden, als deze gronden alleen extensief gebruikt kunnen worden? Er is sprake van langdurig inkomensverlies, komt er een schadeloosstelling? 6. De arme zandgronden van de Veluwe hebben van nature nooit kalk bevat en zijn van nature zuur. Een herstelmaatregel is om kalk/steengruis massaal uit te strooien. Is het bekend dat kalk/steengruis een gebiedsvreemde stof is en er sprake is van vervuiling als dit wordt uitgestrooid? 7. Er wordt gesproken over een ecoduct over de Flevoweg, houdt dit ook in dat de Natura 2000-gebieden hier rondom heen afgerasterd worden en is hier wel draagvlak voor? 8.
Er wordt gesproken over het afsluiten van paden. Is hier wel draagvlak voor bij de burger? Antwoord 1. De begroting van de maatregelen uit de herstelprogramma’s is geen onderdeel van het herstelprogramma. Voor de financiering van de maatregelen en onderzoeken uit de herstelprogramma’s worden de middelen beschikbaar gesteld door het Rijk. 2. In de herstelprogramma's zitten maatregelen die noodzakelijk zijn om de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied te realiseren. Voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen kan verbetering of uitbreiding van Natura 2000-habitats en -doelsoorten noodzakelijk zijn, zodat de natuur in dit gebied in stand blijft, waardoor ook vergunningen te verlenen zijn, onder andere voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt. De meeste burgers hechten er belang aan dat het weer mogelijk wordt om bijvoorbeeld woningen te bouwen, maar ook dat de natuur wordt beschermd. 3. Vooraf kan niet gegarandeerd worden dat alle maatregelen 100% effectief zullen zijn. De effectiviteit van de maatregelen is namelijk ook afhankelijk van andere factoren, zoals de bronmaatregelen die gelijktijdig nodig zijn voor verlaging van drukfactoren op de natuurgebieden. Het is niet mogelijk om een opgave te maken van het natuurherstel per kosteneenheid.
In de herstelprogramma’s zit een heel breed scala aan maatregelen, die soms wel in een bedrag per eenheid zijn uit te drukken, maar vaak ook niet. Er wordt monitoring ingericht om de ontwikkeling van het herstelproces in beeld te brengen. 4. Bij extensivering van de landbouw leggen wij een accent op de overgangsgebieden. Dat zijn gebieden dicht bij kwetsbare Natura 2000-natuur en wateren die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Bij extensivering van de landbouw richten wij ons op een grondgebonden landbouw met een gesloten kringloop van voer en mest op ‘eigen’ grond, weidegang en natuur inclusieve bedrijfsvoering met ruimte voor
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 37 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
extra verdienmodellen. Of de extensivering van de landbouw gevolgen heeft voor verplaatsing van de landbouwproductie naar het buitenland is niet onderzocht. Dat valt buiten het bereik van het beheerplan en de herstelprogramma's, die in de eerste plaats gericht zijn op natuurbescherming.De bredere sociaaleconomische gevolgen worden wel in beeld gebracht ten behoeve van het beleid van het Rijk, dat vorm wordt gegeven in (onder andere) het Nationaal Programma Landelijk Gebied. 5. Op dit moment wordt landelijk en provinciaal gewerkt aan instrumentarium om het inkomensverlies door extensivering van de landbouwgronden te compenseren. Ook kijken we naar de inzet van het 'Agrarische Natuur en Landschapsbeheer' een instrument dat we al tot onze beschikking hebben om inkomensverliezen te compenseren. 6. De Veluwe heeft op de meeste plaatsen naar verwachting nooit een hoge pH (neutraal tot basisch) gehad door een grote aanwezigheid van kalk. Door vele jaren met onder andere zwavel- en stikstofdepositie is de bodem in toenemende mate verzuurd en uitgeloogd (lage pH, lage buffercapaciteit). Dit komt onder andere door het uitspoelen van bufferende mineralen zoals calcium, magnesium, maar ook door verwering van silicaatmineralen als kaliveldspaat, albiet, muscoviet etc. In gebieden onder invloed van grondwater kan de bodem via het grondwater weer worden "opgeladen" met bufferende mineralen.
Op veel plekken op de Veluwe is dit echter niet mogelijk. Het opbrengen van kalk en kalkhoudend steenmeel is een goede en in sommige gevallen onmisbare manier om het bufferende vermogen van de bodem weer te herstellen. In onder andere het herstelprogramma Heiden en stuifzanden wordt in hoofdstuk 5 (5.2.5) en 6 (6.1.3) ingegaan op de randvoorwaarden die aan het gebruik van kalk, steenmeel en eventuele andere stoffen worden gesteld. Zo moet onder andere altijd vooraf onderzocht worden wat de huidige bodemchemische gesteldheid is en of er soorten aanwezig zijn die nadelige gevolgen kunnen ondervinden van het opbrengen van kalkhoudende stoffen (5.2.5). In 6.1.3 staat dat ook het behoud van de bodemeigenschappen van belang is, maar dat we onder andere het opbrengen van gesteentemeel en kalkstoffen toe staan om versnelde verwering en verzuringseffecten door menselijk toedoen tegen te gaan. 7. De locatie van het ecoduct betreft een zoekgebied. De exacte locatie moet nog bepaald worden door middel van een studie naar de beste locatie op basis van ecologische en andere al in het gebied aanwezige waarden. Voor het goed laten functioneren van een ecoduct moeten er altijd geleidende rasters worden geplaatst. In een deel van het zoekgebied zijn al rasters aanwezig.
Bij de uitwerking en het gebiedsproces rondom de aanleg van het ecoduct zal ook over de plaatsing van rasters in gesprek worden gegaan met betrokken grondeigenaren en relevante belanghebbende partijen. 8. Wij hebben eerder al, in mei 2022, het Recreatiezoneringsplan Veluwe vastgesteld. Het Recreatiezoneringsplan is een van de vijf herstelprogramma's dat als uitwerking van het Natura 2000beheerplan Veluwe is opgesteld. In dit Recreatiezoneringsplan staan maatregelen zoals het afsluiten van paden. Het Recreatiezoneringsplan geeft door middel van een zoneringskaart aan waar er op de Veluwe meer en waar er minder ruimte is voor recreatie. Om de zonering door te laten werken in de natuurterreinen gaan terreinbeheerders op diverse locaties op de Veluwe maatregelen uitvoeren. Het doel van het recreatiezoneringsplan is om verstoring van kwetsbare natuur en vogelsoorten te verminderen. Daarover is ook intensief overleg gevoerd met vertegenwoordigers van recreatieve gebruikers en vertegenwoordigers van de dorpen op en om de Veluwe. Dit betekent niet dat iedereen het altijd en overal met de voorgenomen afsluitingen eens is. We hebben wel gemerkt dat er bij deze groepen een grote betrokkenheid en draagvlak is voor de natuurbeschermingsdoelen en het verminderen van verstoring van de natuur.
Er zijn in totaal 116 zienswijzen ingediend op het recreatiezoneringsplan, hiervan hebben 43 zienswijzen geleid tot aanpassing en daarmee tot een verbetering van het Recreatiezoneringsplan. Er is 1 beroep ingesteld. Het afsluiten van paden gebeurt de komende jaren door diverse terreineigenaren verspreid over de Veluwe. Het
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 38 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Recreatiezoneringsplan is te vinden op de website van provincie Gelderland (www.gelderland.nl/projecten/recreatiezonering-op-de-veluwe). Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de herstelprogramma's.
Zienswijze 14 Reactienummer:
14
Indiener:
Viswerkgroep De Prik
Samenvatting Indiener is blij met het initiatief van Provincie Gelderland voor verbetering van enkele Gelderse beken en hun levensgemeenschappen. Op basis van de langjarige (30 jaar) gebiedskennis, verzoekt indiener om de ingediende zienswijze met daarin 30 punten serieus te beschouwen en over te nemen in het herstelprogramma Beken. Indiener was graag vooraf actief betrokken bij het opstellen van het ontwerpherstelprogramma Beken en vraagt om: Zienswijzen: 1. Is het mogelijk dat Provincie Gelderland bij de vervolguitwerkingen en de realisatiefase nadrukkelijk open staat voor participatie/samenwerking en inwoners, vrijwilligers en stichtingen uitnodigt voor vervolguitwerkingen? Een ontwerpend onderzoekende benadering past bij uitstek bij de opgaven uit het Herstelprogramma Beken. 2. In de tekst aanvullen dat naast fysieke barrières ook onvoldoende waterkwaliteit (o.a. opwarming, zuurstofloosheid) en onvoldoende kwaliteit leefgebied ook belangrijke migratie barrières zijn en dienen aangepakt te worden met een apart type maatregelen. Wilt u maatregelen toevoegen die gericht zijn op het voorkomen van migratie door ongeschikt habitat? 3. In de tekst aanvullen/aanpassen (en als maatregel opnemen) dat omwille van de bescherming van soorten en hun habitats er per 2023 geen stroomopwaartse migratie meer naar droogvallende delen wordt gefaciliteerd.
Benoemen dat droogvallende beken een ongeschikt vishabitat zijn. De maatregelkaarten en de teksten dienen hierop te worden aangepast. 4. In de tekst aanvullen/aanpassen dat er in de relatie tussen de kwaliteit van de habitats en de migratie een belangrijke voorkeursvolgorde is aan te houden. Eerst dienen leefgebieden/habitattypen en hun beheer en onderhoud duurzaam en volhoudbaar op orde te zijn voor instandhouding en ontwikkeling van de doelsoorten. Als dat het geval is kan daarna een afweging plaatsvindt over migratie barrières. Dit om te voorkomen dat er vispassages worden aangelegd zonder dat de habitats op orde zijn. Met de droogte is dat contraproductief. 5. In de tekst of maatregelenbeschrijving en kaarten aanvullen/aanpassen dat migratie barrières worden aangelegd om te voorkomen dat extra vissterfte plaatsvindt door optrek naar ongeschikte habitats. NB: locaties die nu en in de toekomst (vaker) droogvallen zijn geschikte locaties om een totale heroverweging te maken: verondiepen en geschikt te maken om meer water vast te houden en de grondwaterafvoer te vertragen. 6.
In tekst en bij maatregelen toevoegen om bestaande en nieuwe vispassages (mits die toegang geven tot geschikte leefgebieden, en permanent watervoerend zijn) te herinrichten/optimaliseren zodat ze naast een corridorfunctie ook een belangrijk paai-opgroei-overwinteringshabitat kunnen zijn voor de rivierdonderpad. 7. In het Natuurbeheerplan van provincie Gelderland staan ook doeltypen beschreven voor bos. Sommige bosdoeltypen verhinderen een ontwikkeling naar loofbos en daarmee meer
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 39 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
grondwateraanvulling. Neem als maatregel op het actualiseren van het Natuurbeheerplan van provincie Gelderland gericht op bossoorten/bosdoeltypen die de grondwateraanvulling bevorderen en verdamping verminderen. 8. Voeg als provincie toe in de rapportage: de gebieden waar in de beekdalen jaarlijkse overstromingen mogen plaatsvinden i.v.m. de doelen uit het herstelprogramma en waar welke grondwaterstand gewenst is. Geef ook taakstellend aan de waterschappen aan waar welke grondwaterstandverhoging dient plaats te vinden en naar alle partijen waar welke grondwateronttrekking (landbouw+industrie+drinkwater) moet worden, beëindigd zodat deze (individuele onttrekkingen of cumulatief) niet in strijd zijn met de habitattypen, habitatrichtlijnen en vogelrichtlijnsoorten. Conflicterend beleid moet worden opgelost. 9. Aanpassen/opnemen in het ontwerp herstelprogramma dat aanleg van vispassages juridisch bezien ook moeten worden beoordeeld als zijnde het een introductie of herintroductie met de daarvoor van toepassing zijn regels en richtlijnen. 10. Aanvullend opnemen in het ontwerp herstelprogramma dat -gelet op noodsituatie en de beoogde doelen, ook introductie van (vis)soorten zoals beekprik of rivierdonderpad tot de herstelstrategieën behoort. Dit naast kweek en herintroductie. Uiteraard strikt volgens de wet- en regelgeving en richtlijnen. 11.
Aanvullen in het ontwerp herstelprogramma: 1. om beleid te ontwikkelen over het verplaatsen (en terugplaatsen) van geëvacueerde vis; 2. verplaatsing van geëvacueerde vis te bezien als introductie of herintroductie met bijbehorend onderzoek; 3. in locaties waar vis wordt uitgezet met voorrang het vishabitat te verbeteren; 4. locaties van de geëvacueerde vis vooraf door experts te beoordelen en jaarlijks te monitoren. 12. Aanvullen in het ontwerp herstelprogramma dat i.v.m. de doelen t.a.v. beekprik en rivierdonderpad ook expliciet rekening wordt gehouden met de afweging t.a.v. risico’s van risicovolle exotische waterinsecten (ook als die wijdverspreid zijn). 13. Toevoegen aan het tweede hoofdstuk ‘Context herstelprogramma’ de Agenda natuurinclusief en het Aanvalsplan Landschap met de daarbij relevante passages. 14. Aanvullen in het Herstelprogramma Beken dat in alle wateren in de stroomgebieden van de betreffende beken de natuur de hoofddoelstelling is. De provincie kan zo als toezichthouder van de waterschappen duidelijkheid verschaffen voor de inrichting en het beheer en onderhoud waar prioriteit aan gegeven moet worden. Het expliciet aangeven van Natuur als hoofddoelstelling is de basis voor een toekomstbestendige inrichting met beheer en onderhoud. En daarmee een belangrijke voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen uit het Herstelprogramma Beken. 15.
Aanvullend in de tekst passage opnemen over het desastreuze effect dat droogte en neerslag extremen nu hebben op de beek levensgemeenschappen op de Veluwe. Gelet op de doelen van het ontwerp herstelprogramma Beken mag zeker extra aandacht voor droogte niet ontbreken. Droogte is in hoge mate bepalend welke doelen gehaald kunnen worden en welke maatregelen nodig zijn. 16. Strategie van het ontwerp herstelprogramma baseren op het ontwerpen en inrichten met droogte (ook gelet op toekomst). Het gaat over onze 2 sporenaanpak: 1) Beken en wateren die nu droogvallen: daar de droogval versterken door verondieping (geen visoptrek mogelijk maken) en het grondwater zo extra vasthouden; 2) Beken en wateren die watervoerend blijven: juist daar extra maatregelen nemen om aquatische levensgemeenschappen te versterken en robuust te maken. Het kan hier dus ook gaan om wateren waar (nog) geen beekprik of rivierdonderpad in voorkomt (zie voorgaand over introductie). Op deze wijze ziet indiener de veerkracht van een systeem sterker worden en de doelrealisatie in beeld komen: werken met de natuur in het nieuwe klimaat. De Grift kan een belangrijke schakel zijn, maar uit visbemonsteringen blijkt dat de habitatkwaliteit zeer te wensen over laat. Extra maatregelen voor rheofiel stromingsminnend habitat is voor de Grift een vereiste. 17.
Meer ruimtelijke maatregelen toevoegen in het Herstelprogramma Beken gericht op het inrichten van
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 40 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
lage plekken waar het regenwater kan worden opgevangen om te infiltreren in de bodem (stilstaan) en niet bijdraagt aan afvoerpieken in de beken. Wij zien graag meer stilstaand water op de percelen in het beekdal. Niet in de beek, want die stroomt, maar in het beekdal (buiten de beek), zodat het echt tot vertraging komt (echt parkeren). 18. Vanuit de toezichthoudende rol die provincies hebben op de waterschappen ziet indiener graag een taakstellende opgave aan de waterschappen om de natuurlijke laagten in beekdalen (de natuurlijke overstromingsgebieden) aan te wijzen (en in te richten) als (meer)jaarlijks inundatiegebied. Daar dient een blauwe waterdienstenvergoeding aangeboden te worden aan perceeleigenaren voor de ecosysteemdiensten zoals waterberging. 19. In de maatregelenbeschrijving meer aandacht voor verbetering van de habitatkwaliteit voor rivierdonderpad in permanent watervoerende wateren (die niet droogvallen) en met name plaatsen waar rivierdonderpadden naartoe worden verplaatst tijdens droogte (zoals de Grift). 20. Als maatregel toevoegen het verwijderen van alle bestaande plasticdoeken uit de betreffende beken en zorgen dat per 2023 nergens meer nieuwe beschoeiing wordt geplaatst met plastic doek er achter. 21. In de gehele rapportage meer aandacht voor beheer en onderhoud dat is afgestemd op de doelen van het betreffende programma Beken (Natuur is hoofdfunctie).
Toevoegen in de maatregelbeschrijving dat handmatig maaionderhoud van de natte delen van beken en sprengen het uitgangspunt/basisprincipe is. 22. Aan het waterschap aangeven dat handmatig onderhoud de standaard is vanwege de beoogde doelen en dat de inrichting van de wateren daarop moet worden afgestemd. 23. De wateren inrichten zodat de waterbeheerders ruim volgens de gedragscode wet natuurbescherming hun werk goed kunnen doen. Reden: machinaal onderhoud in kwetsbare kleine natuurbeken is bijna onmogelijk zonder nevenschade. Het huidige onderhoudsregime is niet in overeenstemming met de doelen van het ontwerp-programma beken. 24. Prominent de groen blauwe dooradering naast beken en sprengen opnemen in de strategie van het Herstelprogramma Beken. Het belang voor vis heeft te maken met de boomwortels (plant de bomen op de waterlijn) en waterkwaliteit (verkoeling en structuur van takken). Beekbegeleidende beplanting kan gaan om struiken, hagen, hakhout of bomen. Voor de smalle beken en sprengen is een kleine opgaande beplanting (met wortels onder water) vaak al voldoende garantie voor een zeer goed habitat: ontstaan holle oevers, structuur door boomwortels en beschaduwing. In geval van waterplantdoelen kunnen eenzijdig beplantingen worden aangelegd zodat er geen schaduw valt, maar er wel de voordelen van holle oevers en wortels zijn. 25.
Zandsuppleties als maatregel verwijderen uit de rapportage. Aanvullen dat zandsuppleties in strijd zijn met de doelstellingen habitattype van habitatrichtlijnsoort H1163 Rivierdonderpad en daarom verboden zijn in het gehele stroomgebied met visdoelsoorten. Ook zandsuppletie in bovenstroomse delen in het stroomgebied van beken met visdoelen verbieden, omdat indiener ziet dat het zand uiteindelijk ook benedenstroomse delen smoort en het vishabitat vernietigd. 26. Met prioriteit maatregelen opnemen om de Egelbeek verder te verbeteren. 27. Opnemen in de rapportage vanwege het grote belang: Aanwijzing van de Grift als N2000 gebied (net als vb Egelbeek). Het zou een goede vereiste en logische planologische bescherming geven en de doelstelling van het herstelprogramma ondersteunen. Dit geldt overigens ook voor andere beken waar de doelsoorten nu in voor komen. 28. Met prioriteit de stuw in de Grift bij de Vaassense Sluis vispasseerbaar maken voor in ieder geval de beekprik en rivierprik. Dit past, volgens indiener, in de strategie om binnen het Griftsysteem vrije vismigratie te hebben (naar uiteraard geschikte habitats) en geen verbinding te hebben met de IJssel of IJsselsysteem. 29. Als aanvullende maatregel op te nemen om met hoge urgentie ook de habitatkwaliteit, de inrichting en het beheer en onderhoud van de Grift te verbeteren.
Dit is nodig omdat de habitatkwaliteit in sommige gevallen onvoldoende en trajecten van de Grift als migratie barrières zijn aan te merken.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 41 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
30. Vismonitoring in de Veluwse beken en sprengen is iets wat indiener al 30 jaar doet. Indiener helpt graag met bij indiener aanwezige gebiedskennis en kunde om het herstelprogramma Beken tot een succes te maken.
Antwoord 1. We staan bij de verdere uitwerking en uitvoering van het herstelprogramma zeker open voor samenwerking met inwoners, vrijwilligers en stichtingen. Bij een groot aantal maatregelen zal overleg met de omgeving, terreineigenaren, andere overheden en/of vrijwilligers onderdeel zijn van het uitwerkingsproces en de uitvoering. 2. In paragraaf 5.2.1 worden de sleutelfactoren op het gebied van waterkwaliteit en watervoerendheid beschreven. Dit hebben we vertaald in een aantal Veluwebrede maatregelen Vb1, Vb5, Vb7 en Vb13 gericht op waterkwaliteit en watervoerendheid. Ook zijn er voor een aantal beken specifieke maatregelen voor de waterkwaliteit en watervoerendheid opgenomen. Doel hierbij is om voor de gehele stroomgebieden zowel de watervoerendheid als de waterkwaliteit te verbeteren. 3. Daar waar maatregelen zoals aanpassing van migratie barrières zijn benoemd zijn voorwaarden opgenomen zoals bijvoorbeeld inzet op het duurzaam watervoerend maken van de beek of een risicoanalyse op kolonisatie van exoten. Dit is onderdeel van de uitvoering van het herstelprogramma Beken. Als voorbeeld verwijzen we naar de maatregelen voor de Verloren beek Ve1 en Ve2, hier stellen we als voorwaarde dat het verbeteren van de watervoerendheid (Ve3) eerst wordt aangepakt voordat met het verwijderen van migratie barrières wordt gestart.
Een risico-analyse naar eventuele verspreiding van exoten is een belangrijke voorwaarde bij het oplossen van migratie barrières bij de Grift (Gr1). 4. Zie 3. 5. Hoewel bepaalde vissoorten inderdaad een belangrijk doel zijn voor de Veluwse beken zien we als belangrijkste opgave om de Veluwse beken in een zo natuurlijk mogelijk staat te herstellen. Dat betekent dat we streven naar beken met zo min mogelijk fysieke barrières voor verplaatsing van fauna (vis en ongewervelden), flora en (an)organisch sediment. Evenmin willen we dat stroming negatief beïnvloed wordt door fysieke barrières in de beek. De voorgestelde voorzieningen (fish screens, fish deflectors) zijn wellicht effectief in het tegenhouden van vis maar vormen ook weer onnatuurlijke obstakels die opstuwing veroorzaken, migratie van andere planten en dieren belemmeren en ook een natuurlijk zand- en detritus transport in de weg staan. Naar aanleiding van opmerking beginnend met 'NB': Voor locaties die vaker zullen gaan droogvallen kan het inderdaad zinvol zijn om de beekloop verder te verondiepen. De relevantie van die maatregel zullen we per deeltraject beoordelen in de stroomgebied-specifieke analyses zoals benoemd in het maatregelprogramma. 6. Het herstelprogramma streeft er vooral naar de beek en het beekdal zo natuurlijk mogelijk in te richten.
Dat geldt ook voor de vispassages, deze moeten vooral zorgen dat de stuw passeerbaar wordt en we willen hier geen extra kunstmatige beekloop van maken. Een praktisch nadeel van zo'n 'kunstmatig' voortplantingsbiotoop is bovendien dat het beschikbare debiet in de beek ook in droge periodes, verdeeld moet worden over vispassage en huidige loop. Een geschikt leef- en opgroeigebied vraagt namelijk om stromend water. Hiermee neemt de stroming in de hoofdloop juist weer sterk af, waardoor de nettowinst twijfelachtig is. 7. In het Natuurbeheerplan – als basis voor beheersubsidieverlening - maken wij onderscheid tussen N14 Vochtige bossen, N15 Droge bossen en N16 Bos met productie. Op de Veluwe komt met name N15 en N16 voor. Binnen deze typen wordt geen enkele belemmering opgelegd voor verloofing van het bos en uit de meest recente nationale bosinventarisatie blijkt ook dat deze onverminderd doorzet zowel in de N15 Droge bossen als in de N16 Bossen met productie. Daarnaast ondersteunen wij vanuit het herstelprogramma Bossen verschillende maatregelen gericht op verdere verloofing van de bossen op
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 42 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
de Veluwe zoals inbreng van loofboomsoorten, plaatsen van tijdelijke wildkerende rasters en het op landschapsschaal aanpassen van de graasdruk, gericht op het verkrijgen van voldoende loofbosverjonging. 8. Het herstelprogramma Beken is een uitwerking van maatregel “M15a: Opstelling herstelprogramma's Beken en aan beken gebonden habitatsoorten” die beschreven staat in het Natura 2000-beheerplan Veluwe dat in 2018 is vastgesteld. Het doel van de herstelprogramma’s is het nemen van instandhoudingsmaatregelen voor de beekgebonden habitats en soorten. Het vaststellen van overstromingsgebieden ligt vast in de waterschapsverordening, waar de provincie een toezichthoudende rol in heeft. Dit gaat verder dan de verantwoordelijkheden die wij hebben vanuit de Wet natuurbescherming voor het realiseren van de instandhoudingsdoelen. Het aanwijzen van overstromingsgebieden en gewenste grondwaterstanden vraagt om een integrale afweging met andere (maatschappelijke) belangen. Deze vindt plaats in het kader van het gebiedsprogramma, als uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Het halen van de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe en andere Vogel- en Habitatrichtlijn-doelen vormt hierbij een onderdeel.
Maar ook onderwerpen zoals beschreven in de Kamerbrief Water en Bodem sturend worden hierin meegenomen, net als het robuuster maken van de natuur en het verbeteren van de waterkwaliteit. Dit gaat soms verder dan wat minimaal vanuit Natura 2000 nodig is, maar zorgt voor meer biodiversiteit en schoon en voldoende water. Wat betreft het terugdringen van onttrekkingen: dit wordt meegenomen in maatregel Vb1 als onderdeel om de hydrologie en de watervoerendheid van de Veluwese beken te verbeteren. 9. Voor herintroductie zijn de richtlijnen van IUCN leidend voor de herstelprogramma's. De definitie zoals voorgesteld door indiener is veel ruimer dan die van IUCN, en dus van ons. Zowel voor bijplaatsen als voor (her)introductie luidt de definitie: "intentional movement and release of a living organism" (pagina 2 en 3 van IUCN guidelines: https://portals.iucn.org/library/efiles/documents/2013-009.pdf) . Dat gaat dus over gericht en opzettelijk verplaatsen van individuen. Opheffen van barrières valt daar naar onze mening niet onder. Hooguit wordt daarmee verplaatsing gefaciliteerd, maar we laten het aan de vissen zelf of ze zich wel of niet verplaatsen. 10. Kweek en herintroductie is alleen mogelijk door individuen uit bestaande populaties weg te vangen en onder gecontroleerde omstandigheden te laten voortplanten.
Of dat laatste lukt is nog de vraag, in ieder geval betekent een kweekprogramma dat dieren uit bestaande populaties in beken op de Veluwe (populatie-genetisch is het namelijk niet wenselijk om bronmateriaal uit andere delen van het land te halen) gehaald moeten worden. Alle bestaande populaties in de beken op en rondom de Veluwe zijn al kwetsbaar en komen verder onder druk door wegvangen van individuen. Daarom richt het herstelprogramma zich vooral op het faciliteren van natuurlijke kolonisatie van geschikte habitats door middel van aanpak van migratiebarrières in de Grift en bovenlopen. 11. De kanttekeningen van indiener bij de huidige gang van zaken tijdens droogtes zijn terecht. Daarom voorziet het herstelprogramma Beken ook in het opstellen van een Veluwe breed calamiteitenplan (zie Vb4 in Bijlage 13). In dit calamiteitenplan zullen ook vooraf keuzes gemaakt worden over nut en noodzaak van visevacuatie en over de locaties waar de geëvacueerde vis heen kan. We gaan dit naar aanleiding van uw zienswijze ook aanvullend benoemen in maatregel Vb4. 12. De huidige stand van kennis met betrekking tot de genoemde exoten maakt duidelijk dat deze soorten zich niet alleen via water verspreiden. Ze kunnen zich ook op andere wijzen verplaatsen; onder andere door hechting aan de poten van watervogels.
Door barrières in stand te houden kan verspreiding van deze exoten dus niet gestopt worden. Daarom proberen we in het Herstelprogramma Beken vooral in te zetten op herstel van natuurlijke habitats, de ervaring met exoten leert namelijk dat deze vooral
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 43 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
welig tieren in kunstmatige habitats. 13. We nemen de suggestie van indiener over om een tekst over "Agenda natuurinclusief" en "Aanvalsplan landschap" toe te voegen aan de herstelprogramma's. 14. Het herstelprogramma is een uitwerking van het Natura 2000-beheerplan Veluwe dat we 2018 hebben vastgesteld. Het beheerplan geeft invulling aan hoe een bijdrage kan worden geleverd aan het realiseren van de doelen zoals benoemd in het Natura 2000 aanwijsbesluit voor de Veluwe dat in 2014 is vastgesteld. De beken die tot het herstelprogramma behoren zijn de Veluwse beken die in dit aanwijsbesluit als Natura 2000-beek zijn begrensd. Naast het Natura 2000-beleid hebben we nog andere beleid dat gaat over de beken en wateren op de Veluwe, zoals het Regionaal waterprogramma 2021-2027. Dit is één van de verplichte programma’s die we vanwege de Omgevingswet moeten vaststellen. Dit om Europese richtlijnen uit te voeren over water, zoals over oppervlaktewater (Kaderrichtlijn Water, KRW), grondwater (Grondwaterrichtlijn) en overstromingsrisico’s (Richtlijn Overstromingsrisico’s, ROR). In het Regionaal waterprogramma 2021- 2027 staat het beleid voor de wateren die van bijzondere waardevolle ecologische kwaliteit zijn, de zogenaamde natuurwateren. De ecologische doelen zijn voor de verschillende natuurwateren uitgewerkt door de waterschappen en zijn opgenomen in hun waterbeheerprogramma's. 15.
Verminderde watervoerendheid en droogval, maar ook piekafvoeren zijn als sleutelfactoren voor herstel van de beken benoemd in paragraaf 5.2. Deze onderwerpen krijgen ook nadrukkelijk de aandacht in zowel Veluwe brede maatregelen (bijv. Vb1 “Herstel hydrologische situatie Veluwe” in bijlage 13) als in maatregelen gericht op het verbeteren van de watervoerendheid van specifieke beken (maatregelen in bijlage 14). 16. Indiener merkt terecht op dat verondieping van beken kan bijdragen aan het meer vasthouden van grondwater. Wij willen de beoordeling van effectiviteit van verondiepen echter niet alleen af laten hangen van de constatering dat een beekloop in de huidige situatie regelmatig droogvalt. In de gebiedsgerichte analyses zullen we ook gedetailleerder kijken naar de opbouw van de ondergrond en grondwaterstroming en op basis van dit bredere inzicht besluiten wat de potentie is van beektrajecten en wat de meest effectieve manier is om meer water vast te houden. Voor de beantwoording van vragen over De Grift verwijzen we naar onderdeel 29. 17. We verwijzen indiener naar de tekst in subparagraaf 5.2.1 onder het kopje piekafvoeren (2de alinea) waarin we beschrijven dat het langer vasthouden van water door het aanleggen van retentiegebieden een geschikte optie is om piekafvoeren te verminderen en te zorgen voor een meer geleidelijke afvoer van water of water langer vast te houden.
Dit komt overeen met voorstel van indiener. 18. Het verzoek van indiener vraagt om specifiek beleid. Zie hiervoor het antwoord onder 8. 19. De rivierdonderpad is een belangrijke habitatsoort waarvoor de maatregelen uit het herstelprogramma beken worden uitgevoerd. In bijlage 14 staat per maatregel aangegeven of deze ook voor herstel van de populaties van de rivierdonderpad worden uitgevoerd. 20. Het uitvoeren van beheer en onderhoud aan beken is een taak van de waterschappen. Het gebruik van plasticdoeken als beschoeiing is vanuit de Natura 2000-doelstellingen niet wenselijk. Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft beleid in voorbereiding waarbij geen (kunststof) worteldoek meer gebruikt wordt achter beschoeiingen in o.a. Natura 2000-gebieden. Gekeken wordt naar het gebruik van alternatieve materialen zoals jute, hennep en kokos. Naar aanleiding van deze zienswijze voegen we een Veluwe brede maatregel toe gericht op afspraken over beheer en onderhoud van beken in lijn met Natura 2000-doelen (genummerd Vb17). In deze maatregel wordt onder andere beschreven dat we met de waterschappen werken aan zowel het toepassen van natuurlijke beschoeiing in de Natura 2000-beken, als aan mogelijkheden om de aanwezige plastic (kunststof) beschoeiing op termijn te verwijderen uit de Natura 2000-beken. 21. Provincie en waterschap werken intensief samen bij het herstel van de beken.
Het opstellen van een
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 44 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
beheer- en onderhoudsplan, in lijn met de Natura 2000-doelstellingen voor beken, is bij meerdere beken als maatregel in het herstelprogramma opgenomen. Bijvoorbeeld bij de Horsthoeker beken, beken rondom Oosterbeek en de Beekhuizerbeek (bijlage 14). Bij het opstellen van onderhoudsplannen en de uitvoering van het onderhoud is de doelstelling om tegemoet te komen aan de eisen die de Natura 2000-soorten en -habitats aan het beeksysteem stellen. Het standaard in elke Natura 2000-beek toepassen van extensief beheer is niet de lijn waarvoor we kiezen. Het opnemen van ecologische werkprotocollen voor beheer en onderhoud van de waterschappen verreist maatwerk. Zie ook de toelichting in subparagraaf 5.2.3. Variatie en beheer in het herstelprogramma Beken. We constateren wel dat onvoldoende is uitgewerkt wat we verstaan onder maatwerk en ecologische werkprotocollen voor beheer en onderhoud. Naar aanleiding van deze zienswijze voegen we een Veluwe brede maatregel toe aan het herstelprogramma Beken gericht op afspraken over beheer en onderhoud van beken in lijn met Natura 2000-doelen (genummerd Vb17). 22. Zie antwoord 21. 23. Indiener stelt dat inrichting nu vooral op machinaal, intensief onderhoud is afgestemd. Dat is ongetwijfeld het geval langs een aantal trajecten, maar wij zien niet hoe die inrichting een extensiever, handmatiger onderhoud in de weg kan staan.
Dit vergt immers minder ruimte langs de beek en kan dus ook plaatsvinden in trajecten waar zelfs voor machines voldoende ruimte is. Inrichting van de wateren is in onze optiek niet bepalend of er extensiever onderhoud kan plaatsvinden. De volgordelijkheid is juist andersom: extensiever onderhoud zal op den duur leiden tot een andere inrichting van de beek. Zie ook antwoord 21 voor een aanvullende toelichting op hoe we, samen met de waterschappen, willen omgaan met extensiever beheer. 24. Een groen-blauwe dooradering is inderdaad belangrijk voor populaties in beekdalen, maar dan vooral in landschappen waar agrarisch gebruik of bebouwing de voornaamste functie vormen. In dergelijke landschappen maken natuurlijke lijnvormige elementen langs watergangen migratie van planten en dieren binnen en tussen stroomgebieden mogelijk. In de Veluwe zelf is natuur de belangrijkste functie en daarom is hier amper sprake van onnatuurlijke migratiebarrières. Wij zien groen-blauwe dooradering daarom vooral als een strategie voor gebieden buiten het Natura 2000-gebied Veluwe. 25. Wij onderkennen dat zandsuppletie lokaal en tijdelijk negatieve effecten op vis kan hebben. Er zijn echter ook positieve effecten, mits zandsuppletie geleidelijk gebeurt (zoals bijvoorbeeld in de Hierdense beek door het Leuvenumse bos is toegepast).
Wij zien vooral veel meerwaarde in het verondiepen van bovenlopen van beken. Door deze te verondiepen zal het verondiepte bovenstroomse traject weliswaar eerder droog vallen, maar wordt tegelijkertijd voorkomen dat neerslag meteen tot afvoer komt. Neerslag zal daar juist ten goede komen aan de totale grondwatervoorraad van het stroomgebied. Dit vergroot de kans dat in droge tijden de midden- en benedenloop van de beek langer watervoerend blijven. Verondieping van beektrajecten kan dus zinvol zijn (zoals indiener ook onderschrijft in bijvoorbeeld punt 16). Verondieping door middel van zand, mits geleidelijk, heeft onze voorkeur omdat hiermee een natuurlijke beekbodem in stand blijft waarin vervolgens weer interessante microhabitats (stroomkuilen, detritusbanken e.d.) kunnen ontstaan. Zo leert althans de ervaring in het Leuvenumse Bos. Daarom kunnen we niet meegaan met het voorstel om zandsuppletie per definitie niet meer toe te passen in Veluwse beken. We willen indiener ook verwijzen naar onderdeel 1 van zienswijze 25. 26. De Egelbeek is onderdeel van het herstelprogramma Beken. Zie maatregelen Eg1, Eg3 en Eg4. 27. Het aanpassen van de Natura 2000-begrenzing is geen bevoegdheid van ons. Het RIJK is hiervoor het bevoegd gezag. 28. Als onderdeel van maatregel Gr1 wordt onderzoek gedaan naar de migratieknelpunten in het hele stroomgebied van de Grift.
Op basis van het onderzoek worden migratieknelpunten opgelost. We nemen de stuw bij de Vaassense Sluis hierin mee. 29. We erkennen dat de maatregelen aan de Grift nu vooral gericht zijn op het mogelijk maken van vismigratie en niet op het herstellen van het habitat voor de specifieke soorten (beekprik en
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 45 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
rivierdonderpad) in de Grift. De reden is dat de Grift geen aangewezen Natura 2000-beek is, maar wel belangrijk is voor de optrek van beekprik en rivierdonderpad naar de Veluwse Natura 2000-beken. De Grift valt onder de Kaderrichtlijn Water. Naar aanleiding van deze zienswijze passen we maatregel Gr1 (bijlage 14) aan, waarbij in de voorwaarden wordt opgenomen dat we met het Waterschap Vallei en Veluwe bekijken wat de mogelijkheden zijn om het habitat van specifieke soorten in de Grift te verbeteren. 30. Wij danken indiener voor de uitgebreide zienswijze en de aangeboden hulp.
Wijzigingen Wijziging in alle herstelprogramma's: Naar aanleiding van punt 13 wordt in hoofdstuk 2 'Context herstelprogramma', bij paragraaf 2.2 een paragraaf 'Agenda Natuurinclusief' en een paragraaf 'Aanvalsplan landschap' toegevoegd aan de herstelprogramma's. Onderstaande wijzigingen worden doorgevoerd in het herstelprogramma Beken: • Naar aanleiding van punt 3: in de 3de alinea van subparagraaf 5.2.2 wordt het herstelprogramma aangevuld met: 'Hierbij merken we op dat het van belang is dat eerst het leefgebied voor de soorten op orde is en de risico’s op kolonisatie van exoten in beeld is, voordat migratie maatregelen worden uitgevoerd.' • Naar aanleiding van punt 11: maatregel Vb4 onderdeel b. wordt aangevuld met: "In dit calamiteitenplan worden vooraf keuzes gemaakt worden over nut en noodzaak van visevacuatie en over de locaties waar de geëvacueerde vis heen kan." • Naar aanleiding van punt 20: het herstelprogramma Beken wordt aangevuld met een Veluwe brede maatregel (genummerd Vb17). Maatregel Vb17 gaat over het beheer en onderhoud van Natura 2000beken in lijn met Natura 2000-doelstellingen en -eisen (zie hieronder). Maatregelnummer Vb17 Naam maatregel
Beheer en onderhoud aan Natura 2000 beken in lijn met Natura 2000 doelstellingen en eisen
Categorie
Beleid en planvorming
Type maatregel
Beleid en planvorming
Omschrijving knelpunt
Beheer en onderhoud aan de Natura 2000 beken dient uitgevoerd te worden in lijn met de eisen die habitattypen en soorten aan beeksystemen stellen. Het beheer en onderhoud in Natura 2000 beken vraagt vanuit de ecologie maatwerk en is in het herstelprogramma nog niet voldoende concreet uitgewerkt. Dit willen we voor de Natura 2000 beken nader uitwerken met de Waterschappen Vallei en Veluwe en Waterschap Rijn en IJssel. In deze uitwerking zal ook aandacht zijn voor de afweging machinaal versus handmatig onderhoud en de toepassing van kunststof beschoeiing in Natura 2000 beken.
Locatie
Veluwe breed
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 46 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Habitattype(n)/soort(en)
H3260A, H91E0C, beekprik, rivierdonderpad, drijvende waterweegbree, ijsvogel
Huidige bijdrage (deel) gebied aan doelbereik
Niet van toepassing op de maatregel.
Effect van maatregel op Natura 2000-doelen/ doelbereik
Werkprotocollen voor beheer en onderhoud, die afgestemd zijn op de eisen die habitattypen en soorten in Natura 2000 beeksystemen stellen.
Omschrijving maatregel
In overleg met waterschappen aanscherpen en/of uitwerken ecologische werkprotocollen voor beheer en onderhoud in de Natura 2000 beeksystemen. Hierbij worden ook afspraken gemaakt over:
Prioritering
• de afweging machinaal versus handmatig onderhoud; • stoppen met kunststof beschoeiingen in Natura 2000 beken; zowel nieuwe toepassing als mogelijkheden om bestaande kunststof beschoeiingen te vervangen. Nb. Het Waterschap Vallei en Veluwe werkt al aan beleid op dit punt. • Bij actualisatie van het Natura 2000 beheerplan Veluwe verkennen of genoemde maatregel tot voldoende resultaat leidt of dat aanvullende maatregelen nodig zijn, vooral rondom het punt van kunststof beschoeiingen in Natura 2000 beken. Hoog
Eigenaar/beheerder
Waterschappen Vallei en Veluwe en Rijn en IJssel, Provincie Gelderland
Voorwaarden
• Naar aanleiding van deze punten 21, 22, 23: onderstaande tekst wordt aan subparagraaf 5.2.3 en we voegen een Veluwe brede maatregel toe over beheer en onderhoud (genummerd Vb17) aan het herstelprogramma (zie hiervoor). Toegevoegde tekst: Bij uitvoering van beheer en onderhoudsmaatregelen en bij herinrichtingsmaatregelen moet rekening worden gehouden met de zorgplicht voor soorten en habitats. Dit betekent onder andere dat uitvoering plaats moet vinden buiten paaiseizoen van vissen. Ook moet voorkomen worden dat langere stukken beek in één keer gemaaid worden, hierdoor blijft er altijd schuilmogelijkheid voor de fauna. Maatregel Vb17 gaat over het Beheer en onderhoud van Natura 2000-beken in lijn met Natura 2000doelstellingen en -eisen. • Naar aanleiding van punt 29: maatregel Gr1 wordt aangepast. Onder 'voorwaarden' wordt opgenomen dat we met het Waterschap Vallei en Veluwe bekijken wat de mogelijkheden zijn om het habitat van specifieke soorten in de Grift te verbeteren.
Zienswijze 15 Reactienummer:
dinsdag 2 mei 2023
15
Pagina 47 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Indiener:
Definitief
Van Westreenen B.V.
Samenvatting Indiener vraagt, namens cliënt, duidelijkheid over: 1. Op grond waarvan wordt in het ontwerp-herstelprogramma geconcludeerd dat de groeiplaatsen en populatie van het habitattype H3260A qua totale omvang vrij stabiel zijn, maar de omvang van goed ontwikkeld habitattype wel is afgenomen? Daar waar de nulmeting ontbreekt? • In het beheerplan (2017) wordt omschreven dat het monitoringsprogramma nog onbekend is. Cliënt vraagt zich af, of op dit moment het monitoringsprogramma is opgesteld. En zo ja, waar de resultaten hiervan te raadplegen zijn. En op welke wijze deze resultaten vervolgens zijn meegenomen in het ontwerp-herstelprogramma? • In het doel van habitattype H3260A, zoals geformuleerd in het aanwijzingsbesluit, wordt het doelbereik niet gekwantificeerd in aantal hectare H3260A. Op welke wijze kan bij paragraaf 1.36 (pagina 107, ontwerp-herstelprogramma) worden verondersteld dat “het deelgebied levert zodoende een negatieve bijdrage aan het actueel doelbereik voor habitattype H3260A”. Daar waar in de nulmeting (beheerplan) niet bekend is hoeveel hectare van oudsher aanwezig is en op welke wijze het habitattype zich heeft ontwikkeld (monitoring ontbreekt)? 1. Indiener verzoekt om helderheid in de ecologische waarde van de ‘Molenbeek bij Renkum’ en de wijze waarop deze onderdeel uitmaakt van deelgebied 9 ‘Beken rondom Renkum en Heelsum’.
Indiener verzoekt namens cliënt: 1. Inhoudelijk te reageren op de onduidelijkheden rondom het (nog ontbrekende?) monitoringsprogramma, de nul-situatie en de wijze waarop zich dit verhoudt tot het geformuleerde doelbereik. Op welke wijze is het doel uit het aanwijzingsbesluit (en beheerplan) vertaald naar het doelbereik waarover in het ontwerpherstelprogramma wordt geschreven. Wordt dit bijvoorbeeld nog nader gekwantificeerd? Hoe verhoudt dit doelbereik zich vervolgens specifiek tot de ‘Molenbeek bij Renkum’? 2. Daar waar extensivering onderdeel van het GPLG zal uitmaken, de maatregel Vb5 i.r.l.t. de 50 meter bufferstrook uit de generieke maatregelen te schrappen. 3. Een grenscorrectie uit te voeren waarbij de ‘functieaanduiding van landbouw naar nieuwe natuur’ van het perceelnummer sectie D, nummer 621 op de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan 2023 wordt verwijderd. 4. Het herstelprogramma onderdeel ‘Deelgebied 9, Beken rondom Renkum en Heelsum’ geen onderdeel te laten uitmaken van de definitieve vaststelling van de herstelprogramma’s.
Antwoord Antwoord op vragen namens cliënt: 1.
Bij het opstellen van het herstelprogramma Beken is de actuele situatie van het habitattype H3260A in de Natura 2000 beken in beeld gebracht aan de hand van een inventarisatie uitgevoerd door Ecogroen in 2018 (Borst en van der Sluis, 2019). Tijdens deze inventarisatie zijn waterplanten geïnventariseerd die kwalificeren voor het habitattype H3260A. Die inventarisatie vormde echter geen officiële vegetatiekartering, maar geeft wel een inschatting van de ligging, omvang en kwaliteit van het habitattype. Daarnaast zijn diverse bronnen geraadpleegd bestaande uit verschillende monitoringsrapportages en databestanden. De gehanteerde methode is in detail beschreven in de rapportage van Ecogroen (Borst en van der Sluis, 2019) en een samenvatting van de gehanteerde methode is beschreven in paragraaf 3.2 van het herstelprogramma Beken. De
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 48 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
actuele beoordeling van de habitattypen en soorten heeft vervolgens plaatsgevonden aan de hand van ecologische criteria en beoordelingsformats van Wageningen Environmental Research (2021) en zijn terug te vinden in het rapport van Ecogroen (Borst en Tolkamp, 2022), dat ten grondslag ligt aan het herstelprogramma Beken. In het herstelprogramma Beken is een vergelijking gemaakt tussen de gegevens van H3260A uit het Natura 2000-beheerplan Veluwe (2018) en de inventarisatie van Ecogroen in 2018. In het beheerplan Veluwe wordt gesproken over 1 ha kwalificerend in 2011. In de bijlage van het Natura 2000-beheerplan Veluwe (2017) wordt in de ecologische onderbouwing (pagina 35) geconcludeerd dat die omvang van 1 ha waarschijnlijk een overschatting betreft op basis van de habitattypekaart van oktober 2014. Tijdens de monitoring van Ecogroen is circa 1,1 ha potentieel habitattype H3260A gekarteerd. Hoeveel hectare hiervan daadwerkelijk kwalificeert als habitattype is onduidelijk. Op basis van expert judgement lijkt dit een vrij accurate inschatting die in de praktijk mogelijk iets lager zal uitvallen. Hierover is correspondentie geweest tussen Natuurbalans en Ecogroen. Natuurbalans valideert de vegetatiekarteringen die moeten leiden tot een vastgestelde habitattypekaart voor de Veluwe.
Op basis van het bovenstaande is geconcludeerd dat de totale omvang van het habitattype grofweg gelijk is gebleven tussen beide perioden. In het herstelprogramma Beken is geconcludeerd dat de kwaliteit wel achteruit is gegaan. Deze conclusie is gebaseerd op het feit dat Ecogroen hoofdzakelijk rompgemeenschapen van waterplanten heeft waargenomen. Die rompgemeenschappen zijn deels gefragmenteerd. De inschatting is dat de habitattypen nog net kwalificeren. Om in de toekomst een beter beeld te hebben van het verloop van het habitattype is in paragraaf 7.7. van het herstelprogramma Beken aangegeven dat er wordt gewerkt aan een monitoringsstrategie voor monitoring van de Veluwse Natura 2000-soorten en -habitats. Dit monitoringsprogramma is er nog niet. Paragraaf 1.36 (bijlage 10, herstelprogramma Beken) heeft betrekking op het Renkums beekdal. Hier is geconcludeerd dat het deelgebied een negatieve bijdrage levert aan het doelbereik. Het klopt dat er geen goede nulsituatie voorhanden is. Tijdens de inventarisatie van Ecogroen in 2018 zijn geen habitats waargenomen die kwalificeren als “goed”. De waargenomen habitats zijn aangemerkt als matig en hadden een omvang van totaal 0,045 ha. Er is overigens geen onderscheid gemaakt tussen de beken in het Renkums beekdal. In de Molenbeek zijn geen kwalificerende waterplanten waargenomen.
In de Kortenburgse beek en Halveradsbeek zijn rompgemeenschappen waargenomen. Op basis van de matige kwaliteit, het zeer geringe oppervlak en het feit dat de beken in het Renkums beekdal erg gevoelig zijn voor droogval en verdroging is geconcludeerd dat dit deelgebied een negatieve bijdrage levert aan het doelbereik voor de Veluwe. Deze conclusie is breed gedragen tijdens de expertsessies die voorafgegaan zijn aan de totstandkoming van het herstelprogramma Beken. Deze conclusie staat ook los van een eventuele nulsituatie. Mocht blijken dat de omvang en kwaliteit van het habitattype door de jaren heen verbeterd is, heeft dit alsnog geen invloed op de conclusie. De kwaliteit en omvang van het habitattype blijven namelijk nog altijd zeer gering en droogval blijft een knelpunt. Het kwantificeren van een doelbereik in hectares is niet uitgevoerd en kan een houvast zijn voor het formuleren en behalen van doelen. Aantallen hectares zeggen echter niks over de kwaliteit en samenhang tussen habitats en om die reden wordt terughoudend omgegaan met het kwantificeren van aantallen hectares. Uitgangspunt voor herstel en uitbreiding van het habitattype is systeemherstel.
De Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA, maatregel Re1 in bijlage 14 van het herstelprogramma Beken) en bijvoorbeeld het verminderen van het effect van onttrekkingen (maatregelen Vb1 en Vb2 in bijlage 14 van het herstelprogramma Beken) zijn belangrijke stappen tot systeemherstel in het Renkums beekdal. Op basis van de Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA) wordt in kaart gebracht waar kansen liggen voor de Molenbeek en de andere beken in het Renkums beekdal.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 49 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
2. De Molenbeek is een Natura 2000-beek (aanwijsbesluit 2014) en maakt deel uit van het herstelprogramma Beken. Zie ook de nadere toelichting over de Molenbeek bij punt 1. Antwoorden op verzoeken namens cliënt: 1. De methode die toegepast is om tot het herstelprogramma Beken te komen is toegelicht in paragraaf 3.2 van het herstelprogramma Beken en uitgebreid beschreven onder punt 1 van de beantwoording van de vragen die indiener namens cliënt heeft gesteld (zie hierboven). Hieronder een beknopte opsomming van de stappen, die genomen zijn: 1. In beeld brengen actuele situatie habitattypen en soorten in de verschillende Natura 2000-beken op de Veluwe door verschillende onderzoeken en bronnen te combineren. 2. De knelpunten en sleutelfactoren (zogenaamde knoppen om aan te draaien) zijn gedefinieerd. 3. Situatie in verschillend beken is vertaald naar een Veluwebreed beeld en beoordeeld op doelbereik (Natura 2000 doelen). 4. Maatregelen zijn geformuleerd om het doelbereik te behalen. 2. Maatregel Vb5 gaat over percelen binnen de Natura 2000-begrenzing. Binnen de Natura 2000begrenzing is extensivering van landbouw, om de uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen te beperken, een maatregel in de Natura 2000-herstelprogramma’s.
Daar waar landbouwpercelen buiten Natura 2000-gebieden liggen, maar wel invloed hebben op de waterkwaliteit binnen de Natura 2000 begrenzing, wordt de extensivering van landbouw meegenomen binnen het Gelders gebiedsprogramma voor het Nationaal Programma Landelijk gebied (NPLG). 3. De functieaanduiding van landbouw naar 'nieuwe natuur' betreft percelen die in het Gelders natuurnetwerk (GNN) liggen en waarvan in het natuurbeheerplan staat aangegeven dat op deze percelen de mogelijkheid bestaat om subsidie aan te vragen voor de waardedaling van 'landbouw' naar 'natuur' en de inrichting als nieuwe natuur. In dat geval moet ook de bestemming worden omgezet van agrarisch in natuur. Zo lang de eigenaar van de grond geen gebruik maakt van deze subsidiemogelijkheden zit er geen beperking op het agrarisch gebruik. De begrenzing van dit perceel in het GNN dateert van 2014 en ligt vast in de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsverordening en verschilt dus van de begrenzing van de Natura 2000-gebieden die wordt vastgesteld door de Minister van LNV. Voor het uit de begrenzing halen van een perceel moet een aanleiding zijn, bijvoorbeeld doordat het GNN wordt uitgebreid met een nabij gelegen perceel, dat nu nog buiten de begrenzing van het GNN ligt; het zogenoemde in- en uitdeuken. Dit vergt overigens een aanpassing van de provinciale omgevingverordening.