St. t.k.n. nr. 3. Bijlage Reactienota Herstelprogramma's Veluwe
Tekst van het document
8
Indiener:
Algemene Vereniging Inlands Hout
Samenvatting 1. Indiener richt zijn zienswijze op het uitsluiten of uitfaseren van houtoogst en constateert het volgende: de
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 18 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
voorgenomen stop op houtoogst is slecht voor het bos, voor de klimaatopgaven, in tegenspraak met de nationale bossenstrategie en het klimaat akkoord en is slecht onderbouwd. Dergelijke ingrijpende maatregelen verdienen een integrale afweging van argumenten, waaronder klimaatdoelstellingen en de bijdrage van productieve houtsoorten aan biobased bouwen c.q. verduurzaming. De maatregelen moeten in samenspraak met de bosbeheerders worden uitgewerkt, waarbij de rol van houtoogst in Nederland serieus wordt genomen en keuzevrijheden voor de lange termijn, zoals bijvoorbeeld de keuzevrijheid voor toekomstige generaties om hout te oogsten, worden meegenomen. 2. Indiener vindt deze maatregel niet effectief en er bestaat geen zekerheid over de relatie tussen Natura 2000 doelen. Verdroging vermesting en verzuring zijn wél van doorslaggevende negatieve invloed op het realiseren van de doelstellingen. Daardoor leidt deze maatregel vooral de aandacht af van wat er voor natuurherstel werkelijk nodig is. Antwoord 1. Wij hebben de noodzaak voor het beperken en uitfaseren van houtproductie voor het realiseren van de instandhoudingsdoelen onderbouwd in 5.1.4 en 5.2.6 van het herstelprogramma.
Het herstelprogramma Bossen is gericht op het realiseren van de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe en niet op de doelen uit de landelijke bossenstrategie of de provinciale uitwerking hiervan (Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos). We zijn er van overtuigd dat het herstelprogramma niet conflicteert met de landelijke bossenstrategie noch met het provinciale Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos. In de landelijke bossenstrategie wordt gesproken over een lichte toename van de houtoogst die gerealiseerd moet worden door verhoging van de productiviteit door bosrevitalisering. In het herstelprogramma werken we dit gedetailleerd uit voor de Veluwe met oog voor o.a. hydrologie, bodemverzuring, passende graasdruk en gemengd bos. Deze revitaliseringsstrategie is gericht op het realiseren van de instandhoudingsdoelen op de Veluwe, maar draagt ook positief bij aan de revitaliseringsdoelstelling uit de bossenstrategie. De bossenstrategie heeft meer doelen dan enkel een lichte verhoging van de houtoogst, o.a. op het vlak van meer natuurlijk bos en vitaal bos. Hoewel het herstelprogramma primair gericht is op realisatie van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen, draagt het op verschillende manieren positief bij aan realisatie van de landelijke bossenstrategie en het provinciale Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos.
Op basis van de inbreng uit verschillende zienswijzen (onder meer ook zienswijze 54, punt 14) passen wij het houtoogstverbod/uitfaseren houtproductie aan. Dit blijft gehandhaafd binnen de begrenzing van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ (ca. 9.000 ha), maar is daarbuiten aangepast naar een oogstbeperking die ruimte geeft om waardevol hout, geschikt voor hoogwaardige toepassingen in biobased bouwen zoals ook benoemd door indiener mogelijk te houden (op ca. 3.000 ha). Daarnaast hebben wij de termijnen waarop houtoogst/houtproductie gestaakt moet zijn duidelijker opgeschreven (kwalificerend habitat per direct, inheemse grove dennenbossen binnen de maatregelbegrenzing uiterlijk de tweede beheerplanperiode (2030), uitheemse (naald)bossen binnen de maatregelbegrenzing uiterlijk in de komende beheerplanperiodes met een doorloop tot 2050). Binnen de bossen waar oogstbeperkingen c.q. een oogstverbod op termijn is voorzien bestaat ca. de helft uit bossen die nu al gesubsidieerd worden als natuurbos (SNL N15) en waar al oogstbeperkingen gelden via de route van de SNL Beheersubsidie. Als gevolg van het herstelprogramma wordt hier uiterlijk in 2050 ca. 6.500 ha aan toegevoegd. Dat is ongeveer 10% van het bos op de Veluwe en ca. 1,8% van het landelijk bosareaal. In de overige bossen blijft het beleid t.a.v.
houtoogst als gevolg van het herstelprogramma ongewijzigd. Wij beoordelen daarmee het ‘verlies’ aan opstanden die bijdragen aan de landelijke houtoogst als proportioneel ten opzichte van het realiseren van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 19 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
2. Wij hebben de noodzaak voor het beperken en uitfaseren van houtproductie voor het realiseren van de instandhoudingsdoelen breed onderbouwd op basis van actuele wetenschappelijke literatuur en op basis van de meest recente en complete bosinventarisatiegegevens van de Veluwe in paragraaf 5.1.4 en 5.2.6 van het herstelprogramma. Wij erkennen dat ook verdroging, verzuring en vermesting grote knelpunten zijn voor het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe en beschrijven dit uitgebreid in de paragrafen 5.1.1 en 5.1.7 van het herstelprogramma. Binnen zowel de herstelprogramma's voor bossen als voor heide & stuifzanden, beken en vennen & venen zijn meerdere maatregelen geprogrammeerd gericht op het wegnemen en/of mitigeren van deze knelpunten. Daarnaast werken we aan structurele verlaging van de huidige stikstofdepositie in het programma Gelderse Maatregelen Stikstof en in het landelijke Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de herstelprogramma's.
Zienswijze 9 Reactienummer:
9
Indiener:
NN
Samenvatting 1. Indiener onderschrijft nadrukkelijk de doelstelling om de kwaliteit van kwalificerende habitats binnen Natura 2000 Veluwe te verbeteren. Indiener maakt bezwaar tegen de wijze waarop hij is betrokken bij het opstellen van het herstelprogramma en ervaart het als zeer pijnlijk en niet constructief dat een inhoudelijk gesprek om tot een herstelprogramma te komen, na eerdere toezeggingen, is afgehouden. Indiener verzoekt dringend om het herstelprogramma niet in deze vorm vast te stellen en in overleg met indiener te komen tot doelmatige beheerafspraken. Indiener rekent op een uitnodiging voor een gesprek over alternatieve randvoorwaarden 2. Indiener is van mening, onder verwijzing naar ingewonnen juridisch advies, dat voor de kwaliteitsverbetering van de boshabitats geen deadline geldt op basis van de Habitatrichtlijn en dat de provincie een ander tijdpad kan kiezen, omdat provincie hierin keuzevrijheid heeft en er bovendien geen sprake is van verslechtering van de natuurkwaliteit. Indiener constateert dat op basis van bosinventarisaties blijkt dat er sinds de aanwijzing als Vogelrichtlijngebied (2000) en aanwijzing als Habitatrichtlijngebied (2004) geen sprake is van verslechtering van de natuurkwaliteit in de habitatbossen en een groot aantal habitatsoorten zich positief ontwikkelen. Dit wordt onderbouwd in bijlage 2.
Beheeradvies 2022 ‘Bosontwikkeling in het habitatbos van Middachten. Er is daarom geen reden om passende maatregelen te treffen, zoals bedoeld in artikel 6 lid 2 van de Habitatrichtlijn. Deze juridische context en de reeds op gang gebrachte ontwikkelingen acht indiener relevant nu de provincie het verbod op houtoogst wil invoeren. 3. Indiener stelt dat het verbod op houtoogst een forse beperking betekent van de beheervrijheid. Indiener vindt het een omissie dat de financiële paragraaf volledig ontbreekt in het conceptprogramma. Als de inkomsten van houtexploitatie inderdaad wegvallen, dienen deze duurzaam te worden gecompenseerd op basis van een jaarlijkse beheervergoeding, en niet op basis van een eenmalige afkoopsom. Hierbij dient een koppeling tussen verbod, compensatie en doelstelling te worden ingebouwd. Mocht de compensatie in de toekomst wegvallen, dan dient het verbod op houtoogst ook te worden opgeheven. De compensatie dient te zijn gegarandeerd. 4. Indiener gaat in op de uitzondering van het houtoogstverbod voor laanverjonging binnen rijksmonumenten en wijst erop dat lang niet alle monumentale groenstructuren zijn aangewezen als rijksmonument, ook al zouden ze daar wel voor kwalificeren. Verjonging en/of houtkap is ook in deze waardevolle elementen van belang voor de instandhouding. Indiener verzoekt, bij het instellen van een
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 20 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
kapverbod, om de monumentale structuren breder op te vatten dan daadwerkelijk aangewezen rijksmonumenten. Dit kan door genoemde structuren te inventariseren en vast te leggen op kaart. 5. Indiener beargumenteert dat het verbeteren van kwaliteit van de habitats op een andere wijze kan worden bereikt. Uit de in bijlage 1 opgenomen onderbouwing blijkt dat het huidige houtoogstniveau niet leidt tot een verschraling van de bodem en dat een houtexploitatie in aangepaste vorm uitstekend kan samengaan met behalen van de gewenste N2000 doelen. Hiervoor kan de beheerpraktijk worden uitgebreid met maatregelen die worden geadviseerd in bijlage 1. 6. Indiener constateert dat het juist externe, en nauwelijks te beïnvloeden factoren zijn die een negatief effect hebben op het habitatbos. Het is van belang dat de provincie zich primair op die factoren richt. Eén van die factoren is de veel te hoge graasdruk op (met name) de Zuidoost Veluwe waardoor de ontwikkeling van loofbos nauwelijks van de grond komt. Indiener is blij met de recente aandacht van de provincie hiervoor en de financiële steun voor de graasdrukmonitoring en adviseert om de uitkomsten van dit onderzoek af te wachten en op basis daarvan beheermaatregelen te nemen.
Antwoord 1. Wij waarderen het dat indiener de doelstelling voor natuurverbetering onderschrijft. Op het eigendom van indiener zijn geen ecologische herstelmaatregelen voorzien, daarom is indiener niet uitgenodigd voor de gebiedsessies waarin de herstelmaatregelen in samenspraak met de boseigenaren verder zijn uitgewerkt. Regulier bosbeheer binnen kwalificerend habitat, gericht op het halen van de ecologische doelstellingen is wel van toepassing voor indiener. Nadat wij de randvoorwaarden in concept hadden uitgewerkt hebben we deze inhoudelijk besproken met indiener op 5 mei 2022. In onze uitnodigingsbrief hiervoor (22 maart 2022), is expliciet aangegeven dat het om beoogde randvoorwaarden bosbeheer in kwalificerend boshabitat ging, en dat door boseigenaren alternatieven en/of bezwaren konden worden aangedragen op basis van ecologische argumenten. De randvoorwaarden waren dus nog niet definitief. Na afronding van deze consultatiegesprekken zijn verscheidene uitzonderingsgronden en nuanceringen aan de randvoorwaarden toegevoegd. 2. De Habitatrichtlijn (en de doorvertaling daarvan in de Wet natuurbescherming) verplicht tot het beschermen van aangewezen natuur in Natura 2000-gebieden door het halen van instandhoudingsdoelen zoals geformuleerd in aanwijzingsbesluiten.
Hoe die doelen gehaald worden, wordt beschreven in een beheerplan voor het Natura 2000-gebied en daarvoor worden instandhoudingsmaatregelen getroffen, zoals opgenomen in de herstelprogramma's. Dergelijke instandhoudingsmaatregelen zijn maatregelen als bedoeld in artikel 6 lid 1 van de Habitatrichtlijn en noodzakelijk om de instandhoudingsdoelen, in dit geval voor boshabitats, te behalen. Daaraan is geen termijn verbonden, maar om verslechtering te voorkomen kan met het uitvoeren van maatregelen ook niet langer worden gewacht. Zodra er sprake is van verslechtering moet, zoals terecht wordt gesteld, direct ingegrepen te worden. Zoals onderbouwd in § 5.1.4 Beheer van het herstelprogramma leidt te hoge oogst tot ongewenste afvoer van mineralen en tot een versterking van bodemverzuring. 3. Wij hebben op basis van de zienswijze van het GOV het verbod op houtoogst in kwalificerend habitat aangepast. (Zie antwoord zienswijze GOV 54.14). Het kwalificerend boshabitat van indiener ligt buiten de begrenzing van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’. Voor de boshabitats buiten de herstelmaatregelen moet de huidige ecologische kwaliteit minimaal in stand gehouden worden.
Op basis van de GOV zienswijze onderkennen wij dat een volledig uitsluiten van houtoogst niet noodzakelijk is voor het behalen van de Natura 2000-doelen omdat een beperkte mate van houtoogst niet leidt tot een afname van de mineralenbeschikbaarheid in de bodem. Wij hebben daarom voor het kwalificerend boshabitat dat gelegen is buiten de begrenzing van hierboven genoemde herstelmaatregelen het uitsluiten van houtoogst vervangen door een houtoogstbeperking, overeenkomstig het voorstel van het GOV. Deze
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 21 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
houtoogstbeperking, die van toepassing is op het kwalificerend boshabitat van indiener, houdt het volgende in: "Houtoogst (afvoer van levende of dode houtige biomassa uit de bosvakken, inclusief het buiten de paden opruimen van dood hout en stormschade) waarbij de oogst op 80% van de opstandsoppervlakte meer dan 20% van de jaarlijkse bijgroei omvat is niet toegestaan. Op de resterende opstandsoppervlakte kan meer geoogst worden voor de omvorming naar een natuurlijker bos. Bij uitvoering van houtoogst moet daarnaast aan de volgende randvoorwaarden worden voldaan: • Er wordt geen vlaktegewijze kap uitgevoerd over een oppervlakte van meer dan 1.000 m² (zie antwoord zienswijze 4.8). • De oogst is alleen gericht op stamhout. Top- en takhout en bladeren van geoogste bomen moeten achter blijven in het bos. • Voor aanvang van de uitvoering van de oogst zijn per hectare minimaal 22 bomen aangewezen en zichtbaar gemarkeerd als habitatboom. Deze bomen moeten een geloofwaardige bijdrage leveren aan het behoud en verhoging van het aantal (zeer) dikke bomen binnen de boshabitats. Bij opeenvolgende oogstrondes moeten deze bomen gespaard worden. Onder deze voorwaarden kan indiener dus blijven oogsten in zijn bossen aangemerkt als kwalificerend habitat. 4. Zoals hierboven is toegelicht, is het uitsluiten van houtoogst in kwalificerend boshabitat vervangen door een houtoogstbeperking.
Door deze beperking en de daarbij geldende randvoorwaarden vermeld onder 6.1.2 is bosbeheer passend bij de cultuurhistorische doelstelling van monumentale groenstructuren mogelijk. 5. Zoals hierboven is toegelicht, is het uitsluiten van houtoogst in kwalificerend boshabitat vervangen door een houtoogstbeperking, waarin de voorgestelde maatregelen in de door indiener bijgevoegde bijlage 1 zijn overgenomen. 6. Wij erkennen dat ook externe factoren een negatief effect kunnen hebben op de Natura 2000 instandhoudingsdoelen voor bos, waaronder een continue hoge graas- en wroetdruk. Hiervoor hebben wij dan ook verschillende maatregelen geformuleerd binnen het herstelprogramma zoals het (tijdelijk) uitrasteren van bosdelen (onder § 6.2.1, § 6.2.2 en § 6.4.2) en het regionaal verlagen van de graas- en wroetdruk door faunabeheer (§ 6.2.6). Ook hebben we als beleidsopgave opgenomen om samen met de Faunabeheereenheid het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe beter te borgen in het faunabeleid (§ 6.6.3). Wijzigingen Wijzigingen als gevolg van de zienswijze van het Grondeigenaren Overleg Veluwe hebben wij opgenomen onder zienswijze 54.14 Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de herstelprogramma's.
Zienswijze 10 Reactienummer:
10
Indiener:
NN
Deze zienswijze is twee keer ingediend en is hetzelfde als zienswijze 9. Bij zienswijze 9 staat de samenvatting en ons antwoord.
Zienswijze 11
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 22 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Reactienummer:
11
Indiener:
Stichting Twickel
Definitief
Samenvatting 1. Indiener is verbaasd over de wijze waarop het herstelprogramma tot stand is gekomen. Blijkbaar zijn gedane uitspraken niet veel waard, gaat de provincie op de stoel van de beheerder zitten en wordt de sector niet betrokken als het gaat om gebruik van hout als duurzame grondstof zoals genoemd in de bossenstrategie. Indiener verzoekt om het besluit over het herstelprogramma Bossen aan te houden en om te vormen naar een beheerovereenkomst om de doelen te bereiken. 2. Onder verwijzing naar een juridisch advies is indiener van mening dat er geen termijn is bepaald voor het in goede staat van instandhouding brengen van kwalificerend habitats en is er geen reden om in te grijpen zolang de habitats niet achteruit gaan. Als gevolg van het door indiener uitgevoerde natuurvolgend bosbeheer van de afgelopen jaren maakt het bos een gunstige ontwikkeling door en is er geen reden om verboden op te leggen. 3.Indiener verzoekt om de financiële consequenties van de maatregelen te vergoeden in de vorm van een jaarlijkse beloning voor bewezen diensten aan de samenleving op basis van een langjarige overeenkomst. Indiener wenst geen afkoopsom. 4. Indiener gaat specifiek in op de volgende randvoorwaarden (6.1) in het herstelprogramma: a. Een verbod op het berijden van de bosbodem in kwalificerend boshabitat is onnodig omdat het werk wordt uitgevoerd vanaf exploitatiepaden. b.
Indiener gaat ervan uit dat de toepassing van de Planzgabel niet onder het, door indiener overbodige geachte, verbod op bodembewerking in kwalificerend habitat valt. c. Het blootleggen van de minerale bodem door het verwijderen van de humuslaag valt niet onder bodembewerking. d.Indiener heeft op zich geen bezwaar tegen aanplant met autochtoon materiaal, maar vindt de bepaling een beperking van beheervrijheid en eigendomsrechten. Indiener verwacht van de provincie een actief beleid voor voldoende aanbod van plantsoen; e. De begrenzing van 200m voor laanverjonging is overbodig en dit beleid helpt de beheerder niet indien aansprakelijkheid aan de orde is. f. De uitzonderingen bij experimentele bodemherstelmaatregelen ziet indiener als een blokkade en vraagt hoe de provincie bijdraagt aan het verkrijgen van een antwoord op de vraag wanneer de maatregelen niet meer experimenteel zijn. De provincie zou de inzet van beheerders hierbij moeten waarderen en ze juist ruimte geven. 5. Indiener stelt voor dat de provincie externe factoren eerst op orde brengt alvorens verboden op te leggen, het gaat met name om: a. Afdwingbaar faunabeleid en een financiële ondersteuning van beschermingsmaatregelen zolang die als gevolg van falend faunabeleid noodzakelijk zijn. b.
Inzet van de provincie om de verdroging van de Veluwe als gevolg van drinkwaterwinning en de voortgaande daling van de IJssel op te lossen. Antwoord 1. Op het eigendom van indiener zijn geen ecologische herstelmaatregelen voorzien, vandaar dat indiener niet betrokken is bij de gebiedsessies waarin de herstelmaatregelen in samenspraak met de boseigenaren
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 23 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
verder zijn uitgewerkt. Regulier bosbeheer binnen kwalificerend habitat, gericht op het halen van de ecologische doelstellingen is wel van toepassing voor indiener. Nadat wij de randvoorwaarden in concept hadden uitgewerkt hebben we deze inhoudelijk besproken met indiener op d.d. 20.04.2022. In onze uitnodigingsbrief hiervoor (22 maart 2022), is expliciet aangegeven dat het om beoogde randvoorwaarden bosbeheer in kwalificerend boshabitat ging, en dat door boseigenaren alternatieven en/of bezwaren konden worden aangedragen op basis van ecologische argumenten. De randvoorwaarden waren dus nog niet definitief. Na afronding van deze consultatiegesprekken zijn verscheidene uitzonderingsgronden en nuanceringen aan de randvoorwaarden toegevoegd. Aan de overheid (specifiek de provincie) is de zorg voor de natuur toegekend. Daar waar er sprake is van te beschermen natuur, op grond van (inter)nationale regels, hebben wij als overheid de taak om te zorgen dat er op een verantwoorde manier met die natuur wordt omgegaan. Aangezien de zorgplicht ook op eenieder van toepassing is, gaan wij er van uit dat ingrijpen en bemoeienis zeker niet altijd nodig is. Wel zijn we verplicht om een vinger aan de pols te houden en waar nodig ecologisch noodzakelijke maatregelen te nemen. Wij gaan ervan uit dat wij in overleg met eigenaren komen tot verantwoorde omgang met de natuur.
Daar is immers iedereen bij gebaat. 2. De Habitatrichtlijn (en de doorvertaling daarvan in de Wet natuurbescherming) verplicht tot het beschermen van aangewezen natuur in Natura 2000-gebieden door het halen van instandhoudingsdoelen zoals geformuleerd in de aanwijzingsbesluiten. Hoe die doelen gehaald worden, wordt beschreven in een beheerplan voor het Natura 2000 gebied en daarvoor worden instandhoudingsmaatregelen getroffen, zoals opgenomen in de herstelprogramma's. Deze instandhoudingsmaatregelen zijn maatregelen als bedoeld in artikel 6 lid 1 van de Habitatrichtlijn en noodzakelijk om de instandhoudingsdoelen, in dit geval voor boshabitats, te behalen. Daaraan is geen termijn verbonden, maar om verslechtering te voorkomen kan met het uitvoeren van maatregelen ook niet langer worden gewacht. Zodra er sprake is van verslechtering moet, zoals terecht wordt gesteld, direct ingegrepen te worden. Zoals onderbouwd in § 5.1.4 Beheer van het herstelprogramma leidt te hoge oogst tot ongewenste afvoer van mineralen en tot een versterking van bodemverzuring. Wij hebben op basis van de zienswijze van het GOV het verbod op houtoogst in kwalificerend habitat aangepast. (Zie antwoord zienswijze GOV 54.14). Het kwalificerend boshabitat van indiener ligt buiten de begrenzing van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’.
Voor de boshabitats buiten de herstelmaatregelen dient de huidige ecologische kwaliteit minimaal in stand gehouden te worden. Op basis van de GOV zienswijze onderkennen wij dat een volledig uitsluiten van houtoogst niet noodzakelijk is voor het behalen van de Natura 2000 doelen omdat een beperkte mate van houtoogst niet leidt tot een afname van de mineralenbeschikbaarheid in de bodem. Wij hebben daarom voor het kwalificerend boshabitat wat gelegen is buiten de begrenzing van hierboven genoemde herstelmaatregelen het uitsluiten van houtoogst vervangen door een houtoogstbeperking, overeenkomstig het voorstel van het GOV. Deze houtoogstbeperking, die van toepassing is op het kwalificerend boshabitat van indiener, houdt in dat: "Houtoogst (afvoer van levende of dode houtige biomassa uit de bosvakken, inclusief het buiten de paden opruimen van dood hout en stormschade) waarbij de oogst op 80% van de opstandsoppervlakte meer dan 20% van de jaarlijkse bijgroei omvat, is niet toegestaan. Op de resterende opstandsoppervlakte kan meer geoogst worden voor omvorming naar een natuurlijker bos. Bij uitvoering van houtoogst dient daarnaast aan de volgende randvoorwaarden te zijn voldaan: a. Er wordt geen vlaktegewijze kap uitgevoerd over een oppervlakte van meer dan 1.000 m² (zie antwoord zienswijze 4.8) b. De oogst is alleen gericht op stamhout.
Top- en takhout en bladeren van geoogste bomen moeten achterblijven in het bos. c. Voor aanvang van de uitvoering van de oogst zijn per hectare minimaal 22 bomen
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 24 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
aangewezen en zichtbaar gemarkeerd als habitatboom. Deze bomen moeten een geloofwaardige bijdrage leveren aan het behoud en verhoging van het aantal (zeer) dikke bomen binnen de boshabitats. Bij opeenvolgende oogstrondes moeten deze bomen worden gespaard. Onder deze voorwaarden kan indiener dus blijven oogsten in bossen die zijn aangemerkt als kwalificerend habitat. 3. Zoals hierboven is toegelicht, is het uitsluiten van houtoogst in kwalificerend boshabitat - buiten de begrenzing van de maatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’, vervangen door een houtoogstbeperking. 4. a. Het werken met vaste exploitatie-/dunningspaden helpt bij het beperken van bodemverdichting en vervorming. Buiten het kwalificerend habitat is dit een zinvolle zorgvuldige werkwijze om enerzijds explotatie van het bos mogelijk te houden en anderzijds de bodem tegen overmatig berijden te beschermen. Echter, bij consequent gebruik van deze vaste dunningspadenstructuur zal nog altijd 10-20% van de bosbodem (uitgaande van een tussenliggende afstand van de dunningspaden van 20 tot 40 m) met enige regelmaat bereden worden. Herstel moet plaatsvinden door bodemfauna (m.n. bodemwoelers zoals regenwormen) en vorst. Op de zandgronden is de aanwezigheid van bodemfauna beperkt en werkt vorst, binnen het bos, nauwelijks door in de bodem.
De natuurlijke herstelperiode zal daardoor over het algemeen veel langer duren dan de periode tussen twee dunningen en zullen de effecten van het berijden van de bodem opstapelen en kan tussentijds geen herstel plaatsvinden. Wij beoordelen berijden daarom als ongewenste activiteit binnen het kwalificerend habitat; b. Het beperken van bodembewerking gaat over het bewerken van de minerale grond en bevat een uitzonderingsgrond voor het maken van plantgaten. In die zin zou gebruik van de Pflanzgabel mogelijk kunnen zijn. Echter, zoals de indiener ook aangeeft, wordt de Pflanzgabel gemonteerd op een rupskraan die vervolgens het kwalificerend habitat dient te berijden. Berijden van kwalificerend habitat is echter niet toegestaan. Het maken van plantgaten is wel mogelijk - zowel handmatig als motormanueel - zonder daarvoor het kwalificerend habitat te berijden. Gewenste plantwerkzaamheden kunnen daarom zonder problemen worden uitgevoerd; c. Dat klopt, zo hebben wij het ook opgenomen in het herstelprogramma; d. We zijn ons er van bewust dat het enkel toestaan van autochtoon plantmateriaal een beperking van de beheervrijheid is. Zoals benoemd in het herstelprogramma beoordelen wij dit als noodzakelijk om behoud en uitbreiding van de resterende populaties van autochtone boom- en struiksoorten op de Veluwe te beschermen (zie § 5.1.4). e.
De begrenzing voor 200 m voor grootschalige laanverjonging is een drempelwaarde om, tot 200 m, vergunningvrij tot laanherstel of -verjonging te komen. Wanneer grootschaliger laanherstel gewenst is kan hiervoor dus een vergunning worden aangevraagd. Daarbij wijzen we erop dat hiervoor onder het huidige beleid ook meestal een Wnb-ontheffing noodzakelijk zal zijn, in het kader van beschermde soorten zoals vleermuizen en boommarters. Tot slot wijzen wij erop dat voor het opheffen van boomveiligheidsrisico's in veel gevallen velling en oogst niet noodzakelijk is, maar dat deze ook met snoei opgeheven kunnen worden. Dit kan uiteraard tot meerkosten leiden. Daarom subsidiëren wij meerkosten via de revitaliseringsmaatregelen als 'Natuurtechnisch boomveiligheidsbeheer'. Wij menen dat wij met de gegeven uitzonderingsgronden en extra middelen voor boomveiligheidsbeheer voldoende ruimte geven voor zorgvuldig, cultuurhistorisch én ecologisch verantwoord laanbeheer; f. Wij onderkennen de urgentie van de problematiek rondom bodemverzuring in de bossen op de Veluwe. Aan de andere kant ontslaat ons dat niet van zorgvuldig omgaan met de huidige waarden in de bossen. Momenteel is nog geen effectieve no-regret bodemherstelmaatregel voorhanden, maar hiervoor lopen al verschillende onderzoeken (o.a. in opdracht van ons) en zijn in het herstelprogramma aanvullende onderzoeksvragen geformuleerd.
Naar aanleiding van zienswijze 4 hebben wij in het herstelprogramma duidelijker opgeschreven dat wij ons beleid en financieringsinstrumentarium continue zullen aanpassen aan voortschrijdend inzicht op het gebied van effectief bodemherstel. Wij zijn hier continue over in gesprek met
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 25 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
terreineigenaren en onderzoeksinstituten en er lopen verscheidene praktijkproeven in goede samenwerking met boseigenaren op de Veluwe. (zie antwoord zienswijze 4.9) 5. Wij erkennen dat ook externe factoren een negatief effect kunnen hebben op de Natura 2000 instandhoudingsdoelen voor bos, waaronder een continue hoge graas- en wroetdruk. Hiervoor hebben wij dan ook verschillende maatregelen geformuleerd binnen het herstelprogramma zoals het (tijdelijk) uitrasteren van bosdelen (onder § 6.2.1, § 6.2.2 en § 6.4.2) en het regionaal verlagen van de graas- en wroetdruk door faunabeheer (§ 6.2.6). Ook hebben we als beleidsopgave opgenomen om samen met de Faunabeheereenheid het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe beter te borgen in het faunabeleid (§ 6.6.3). Ter voorbereiding van de actualisatie van het Natura 2000-beheerplan Veluwe zullen we dit jaar een proces starten om te komen tot een gezamenlijke kennisbasis en kennis agenda voor de Veluwe. Wij willen komen tot een gedeeld inzicht over het functioneren van de Veluwe van bodem en ondergrond, water, vegetatie en fauna. En dat voor de verschillende deelsystemen met eigen specifieke kenmerken en daarmee samenhangende gebiedsknelpunten. Ook onttrekking van grondwater is een directe door menselijk handelen veroorzaakte drukfactor op het Veluwse watersysteem.
In het tijdschrift Stromingen van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, nummer 33 in 2019 is een artikel gepubliceerd dat de relatie onttrekkingen en bosontwikkeling en het watersysteem van de Veluwe in beeld brengt. Naar de toekomst toe zal deze relatie nog sterker worden door een veranderend klimaat. We zullen op zoek moeten naar een nieuwe balans tussen natuur en drinkwater. Dit gaat niet van vandaag op morgen. Samen met onze partners werken we aan de adaptieve strategie drinkwater. Ook bij de kennisagenda zal de werking van het hydrologisch systeem en de waterbalans een onderdeel zijn. De IJssel en haar omgeving valt onder het Natura 2000 gebied Rijntakken. Voor het robuust systeemherstel van zowel het Natura 2000- gebied Veluwe, als de Rijntakken is het voorkomen van verdroging een aandachtspunt. Wijzigingen Wijzigingen als gevolg van de zienswijze van het Grondeigenaren Overleg Veluwe hebben wij opgenomen onder zienswijze 54.14. Naar aanleiding van onderdeel 5 van de zienswijze is in het Herstelprogramma Beken onderstaande aanpassing gedaan in de voorwaarden van Veluwebrede maatregelen Vb1 en Vb2: • Bijlage 14 maatregel Vb1 'Herstel hydrologische situatie Veluwe': Maatregel Vb1 wordt ook ingezet ten behoeve van de overige Natura 2000 Veluwe herstelprogramma's (bossen, heide- en stuifzanden, vennen en venen).
• Bijlage 14 maatregel Vb2 'Kennisvragen hydrologie en kennisagenda Veluwe': Maatregel Vb2 wordt ook ingezet ten behoeve van de overige Natura 2000 Veluwe herstelprogramma's (bossen, heide- en stuifzanden, vennen en venen).
Zienswijze 12 Reactienummer:
12
Indiener:
Stichting Natuur- en Mileuzorg Noordwest-Veluwe
Samenvatting Indiener is in grote lijnen zeer positief over de herstelprogramma’s, al wordt de externe beïnvloeding (zoals door stikstof) van de Veluwe met deze herstelprogramma’s nog niet weggenomen. Indiener heeft een aantal voorstellen voor verbetering voor herstelprogramma Bossen en herstelprogramma Beken.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 26 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Bossen 1. Indiener vindt het terecht dat het zwaartepunt in het programma ligt op de ecologisch waardevolle oude malebossen van de Veluwe. Een deel van de bossen is in particulier eigendom. Dat sluit goed beheer niet uit, maar geeft ook niet altijd garanties. Indiener pleit er voor dat de provincie waar nodig eventuele aankoop daarvan door terreinbeherende organisaties financiert. 2. Indiener stelt voor om eigenaren te voorzien van een brochure op maat over hun eigendom, inclusief kaarten met habitats, wegenpatroon en bestaand beleid op basis van het Natura 2000-beheerplan Veluwe, herstelprogramma Bossen, Gedragscodes en Soortbescherming. 3. Indiener vraagt om het beschermend beleid voor natuurlijke ontwikkeling uit te breiden met de zeer oude grove dennenbossen (100-170 jaar oud en ouder) met loofhoutondergroei waarin een hoge mate van natuurlijkheid en natuurlijke variatie tot stand is gekomen. Dit geldt in het bijzonder voor grote delen van de Leuvenumse Bossen (Natuurmonumenten). Deze bossen zijn belangrijk voor de N2000doelsoorten zwarte specht en wespendief. Het loofbos onder hoge dennen vormt potentieel een uitbreiding van het areaal beuken-eikenbos. De vegetatie weerspiegelt ook de vele variaties in de ondergrond. 4.
Indiener verzoekt om in het herstelprogramma beleid op te nemen over het bestaande netwerk van bosreservaten en bijbehorende documentatie en (veronderstelde) tijdreeksen een plaats. Het zou kapitaalvernietiging zijn als dit netwerk ongemerkt zou verdwijnen. 5. Indiener verzoekt om te verduidelijken wat een Grote Eenheid Natuurgebied inhoudt, waar deze liggen en wat de consequenties van aanwijzing zijn, omdat dit niet als bekend kan worden verondersteld. 6. Indiener vraagt waarom beperkingen zoals voor de oude loofbossen niet ook daarbuiten gelden. Indiener vindt het ongewenst dat bosbodemverdichting als gevolg van zware oogstmachines op ca. 90% van de bossen wel wordt geaccepteerd. 7. Indiener stelt voor om in paragraaf 6.1.1 grafheuvels, urnenvelden, leemkuilen, ijzeroergroeven/kuilen, twee Romeinse legerkampen (landgoed Leuvenum/Ermelose Heide en Ruige Veld gem. Ermelo), boswallen, oude bewoningssporen en historische wegen toe te voegen, zodat deze elementen herkenbaar blijven en in stand worden gehouden. 8. Indiener houdt een pleidooi voor het in beeld hebben van de ligging van tankbanen en vraagt in de herstelprogramma’s voor bossen en voor heidevelden hiervoor beleid op te nemen. Dit in verband met het ecologisch belang van de niet verstoorde delen die tussen de tankbanen liggen en in verband met mogelijk weer in gebruik nemen van tankbanen op de al verstoorde plekken. 9.
Indiener verzoekt om beleid op te nemen over de verdere verharding van fietspaden met het oog op schade aan reptielen, insecten e.d en rekening houdend met de historische betekenis. 10. Indiener stelt voor om de betekenis van de nog intacte malebossen nader te onderbouwen met de veelzijdige betekenis voor flora en fauna in deze bossen, ook al vallen de meeste organismen niet onder de instandhoudingsdoelen van Natura 2000. Er mag veel meer aandacht worden besteed aan het belang van ‘meeliften’ van een veelvoud aan soorten, die profiteren van de bescherming van Natura2000-doelsoorten. Als alleen de doelsoorten overblijven, is namelijk sprake van ‘flagship species’ zonder schip. 11. Indiener verzoekt om duidelijk te maken dat bepaalde beheerhandelingen zonder houtafvoer wel mogelijk zijn, bijvoorbeeld voor de wintereik met daaraan toegevoegd dat dit in overleg met de provincie moet gebeuren, om maat en schaal in de hand te kunnen houden. Ook het verzoek om het onderscheid te verduidelijken tussen uitbreidingslocaties (verbod) en nieuw habitat (geen verbod) ‘buiten deze gebieden’ (maar binnen de oud-bos-complexen). 12. Indiener vraagt of er smallere stroken langs paden kunnen worden uitgezonderd van berijden van de bosbodem dan de nu opgenomen strook van 15 meter (Par.6.1.2; 2a).
Ook vraagt indiener om aan te geven waar het boomveiligheidsbeheer van toepassing is: buiten de zandwegen en verharde wegen ook langs smalle wandelpaden en mountainbikepaden dwars door bosopstanden?
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 27 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
13. Indiener pleit er voor om ook buiten de boshabitats beperkingen in te stellen voor a) berijden van de bosbodem, b) aanplant van niet autochtoon materiaal en aanplant van andere houtsoorten 14. Indiener constateert dat twee gedragscodes van toepassing zijn: de Gedragscode Natuurbeheer en de Gedragscode soortenbescherming bosbeheer. Indiener verbaast zich dat in dit verband de provincie ‘in gesprek wil’ met boseigenaren over de in het Beheerplan toegestane > 0,5 ha kaalkap, > 2 ha schermkap en zomervellingen. Dat alles is in de tweede genoemde code al verboden en volgens indiener prevaleert de zwaarste van de twee regelingen, dus het verbod. Dit nog geheel afgezien van de discussie of 0,5 ha kaalkap resp. 2 ha schermkap als maat niet veel te hoog is vastgesteld. Indiener verwijst in dit verband naar de zienswijze van de Stichting Natuurvolgend Bosbeheer(67). 15. Indiener stemt in met het voorzichtige beleid voor steenmeeltoepassing, maar vindt, gezien de onzekerheden, de omvang van wat is toegestaan aan de hoge kant. En verzoekt om aan te geven of de 20 ton/ha gaat om gewicht of metrieke maat (m³). 16. Indiener ondersteunt het gebruik van inheems plantmateriaal bij herintroductie, maar wel binnen randvoorwaarden en verwelkomt deze zoals opgenomen in bijlage 3. Indiener heeft hier nog wat aanvullingen op. 17.
Indiener vraagt om de lijst Europees inheemse soorten drastisch op te schonen omdat een deel van deze soorten niet past op de groeiplaatsen en het klimaat in Nederland. 18. Indiener mist bij herstelmaatregelen in de oude loofbossen en de revitaliseringsmaatregelen in het overige bos de Douglasspar en verzoekt om duidelijkheid te geven over de positie op de Veluwe van deze soort. 19. Indiener wijst op het gebruik van exoten bij lopende experimenten van het SBB met meer klimaatbestendige houtsoorten en vraagt dringend om verbreding met inheems loofhout, liefst ook autochtoon materiaal en met brede genetische basis. 20. Indiener constateert dat bij 6.2.1 Herstel Historische boscomplexen, het onderdeel 6.2.1.6 'delen veiligstellen als leefgebied wintereik' niet is uitgewerkt. Momenteel worden bij het Staatsbosbeheer al (winter)eiken in het oude 'boombos' vrijgesteld door het ringen van in de nabijheid staande beuken. Hiermee kan het leven van wintereiken verlengd worden. Echter, hoe zal verjonging plaatsvinden? En hoe wordt voorkomen dat met ringen té drastisch wordt ingegrepen in het oude beuken-eikenbos? 21. Indiener vraagt hoe bij de instandhouding en bevorderen van eikenbos op open terrein eventuele groot eventuele grootscheepse verjonging van den en berk in de hand worden gehouden en welke rol eventueel aan begrazing is toegedacht. 22.
Indiener geeft in overweging de Elspeter Struiken en het gebied De Krill bij Elspeet toe te voegen aan de gebieden waar strubbenbos in stand gehouden wordt. 23. Indiener vraagt naar het beleid voor de grotere jeneverbescomplexen, zoals Struikenbergen van GLK tussen de Oude Zwolse weg en de Stakenbergweg. 24. Indiener vraagt waarom alleen op landgoed Staverden maatregelen worden genomen voor de wespendief en niet op meer plaatsen. 25. Indiener constateert dat herhaaldelijk in de tekst de fijnspar ter sprake komt, o.m. in 6.2.1 (doorontwikkelen in historische boscomplexen). Deze (niet inheemse soort) komt op de Veluwe echter zeer weinig voor. 26. Indiener verzoekt om de stand van zaken op te nemen over het BINGO project. 27. Indiener verzoekt om wat betreft voormalige PAS-maatregel M4b, terugdringen van beuk in oude eikenbossen, toe te zien dat dit in ‘beuken-eikenbos met hulst' alleen gebeurt wanneer het hoogst noodzakelijk is voor het behoud van de wintereik en dit uitgangspunt op te nemen in de tekst bij de maatregel. Verder wijst indiener erop dat zuinigheid op beuk en hulst geboden is. 28. Indiener stelt dat financiële compensatie van het uitsluiten van houtoogst voor boseigenaren urgent en belangrijk is voor draagvlak. 29. In hoofdstuk 7.4 wordt de term VHR-soorten gebruikt.
Dit is een verwarrende term omdat alle inheemse vogels zijn beschermd op basis van de Vogelrichtlijn. Als hier de soorten van de
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 28 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
Instandhoudingsdoelen zijn bedoeld, kan dat beter worden verduidelijkt.
Beken 1. Indiener pleit buiten de Natura 2000- begrenzing voor een aanpalend beschermingssysteem voor beken in GNN/GO en in GNN/Weidevogelgebied en waar nodig in agrarisch gebied, zodat maatregelen tussen Natura 2000 en daarbuiten volledig op elkaar worden afgestemd. 2. Met verwijzing naar de zienswijze van de Stichting Natuur- en Milieubescherming Putten (zienswijze nr. 27) pleit indiener ook voor een gecombineerde benadering (Natura 2000/GNN/GO etc.) voor de 12 of meer beken tussen Harderwijk en Elburg en de drie sprengenbeken Volenbeek, Groevenbeek en Schoonderbeek. 3. Indiener wijst erop dat GNN/GO bescherming van beken ook van belang is voor de beken in de Vallei, die buiten de Natura 2000 begrenzing vallen. 4. Indiener dringt erop aan om met voorrang mitigerende maatregelen te verkennen en uit te voeren voor de Hierdense Beek. Dit in verband met de mate waarin de Hierdense Beek de laatste vier jaar droogvalt en de gevolgen hiervan voor de bijzondere beekfauna, waaronder de beekprik. Indiener geeft hierbij de suggestie om een leemlaag aan te brengen op het kwetsbare deel (waar het kleischot in de ondergrond ontbreekt).
Antwoord Bossen Wij erkennen dat ook de verhoogde stikstofdepositie een groot knelpunt is voor het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe en beschrijven dit uitgebreid in § 5.1.1 van het herstelprogramma. Binnen zowel de herstelprogramma's voor bossen als voor heide & stuifzanden, beken en vennen & venen zijn meerdere maatregelen geprogrammeerd gericht op het wegnemen en/of mitigeren van dit knelpunt. Daarnaast werken we aan structurele verlaging van de huidige stikstofdepositie in het programma Gelderse Maatregelen Stikstof en in het landelijke Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering. 1. Wij hebben veel vertrouwen in de kundigheid, kennis en professionaliteit van de bosbeheerders op de Veluwe. Wij gaan ervan uit dat wij in overleg met eigenaren, wie dat ook zijn, komen tot verantwoorde omgang met de natuur. Daar is immers iedereen bij gebaat. 2. Wij zullen een gerichte informatie campagne organiseren voor het informeren van eigenaren met boshabitat. Het beschikbaar stellen van relevante informatie maakt daar vanzelfsprekend onderdeel van uit. 3.
Om tot kwaliteitsverbetering en areaaluitbreiding van de habitatbossen te komen hebben wij ons voor het Beuken-Eikenbos met hulst (H9120) hoofdzakelijk beperkt tot de voormalige malebossen op de Veluwe, omdat deze de meeste potentie bevatten voor herstel en uitbreiding van de biodiversiteit verbonden aan oude loofbossen. Binnen de grove dennenbossen van deze boscomplexen is de spontane ontwikkeling leidend, o.a. vanwege de waarde van deze bossen voor wespendief en zwarte specht, zoals de indiener al benoemt. Hoewel het Leuvenumse bos een waardevol bosobject is, is deze in vergelijking tot de oude malebossen op de Veluwe - betrekkelijk jong én overwegend aangelegd met naaldhout (groveden). Met de uitvoering van de herstelmaatregelen uit het herstelprogramma in de historische malenbossen ('Herstel historische boscomplexen’) menen wij dat wij voldoende maatregelen treffen voor het behalen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen. Vanwege de uitzonderlijke waarde van de rijke oudbosflora rondom de Leuvenumse beek is aanvullend wel een specifieke maatregel geformuleerd gericht op behoud en herstel van deze waarden. Echter het
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 29 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
toevoegen van het Leuvenumse bos als uitbreidingsgebied voor boshabitat (m.a.w. toewijzen maatregel 'Herstel historisch boscomplex') is niet noodzakelijk voor het halen van deze doelen. Tot slot willen we benadrukken dat we boseigenaren die op vrijwillige basis willen werken aan kwaliteitsverbetering en uitbreiding van habitatbossen en aan verbetering van het leefgebied van o.a. wespendief en zwarte specht buiten de maatregelenbegrenzing van de herstelmaatregelen wel degelijk kunnen ondersteunen met behulp van de revitaliseringsmaatregelen uit het herstelprogramma. Daarnaast valt alle kwalificerend habitat binnen het Leuvenumse bos onder de beheerrandvoorwaarden voor kwalificerend habitat uit het herstelprogramma. Daarmee verwachten wij dat behoud en verdere ontwikkeling van de kwaliteiten van het Leuvenumse bos voldoende geborgd is. 4. Het landelijk bosreservatenprogramma is een waardevol monitoringsprogramma gericht op het volgen van spontane ontwikkelingen in onbeheerde bossen in zowel Gelderland als daarbuiten. Deze heeft geen directe relatie met de Natura 2000 doelen en is ondergebracht in de kennisagenda van de landelijke bossenstrategie van het Ministerie van LNV.
Wanneer één van de Veluwse bosreservaten is gelegen binnen de begrenzing van de herstelmaatregelen, zal gekeken worden of dit mogelijk knelpunten oplevert en zal, op basis van maatwerk, naar een inpassing worden gezocht. 5. De grootschalige eenheid natuur (GEN) is formeel inderdaad een oude beleidsterm, maar wordt nog steeds gebruikt om onder andere het gebied van Vereniging Natuurmonumenten aan te duiden dat in het Natuurbeheerplan staat aangeduid als Grootschalige, dynamische natuur van het zand- en kalklandschap (N01.04). Het betreft hier een groot deel van Nationaal park de Veluwezoom en het Deelerwoud. In het Natura 2000-beheerplan Veluwe uit 2018 staat een groter gebied aangegeven. In dit gebied is op dit moment nog geen sprake van een grootschalige eenheid, maar worden hier toe wel kansen gezien. 6. Berijden van de bosbodem is niet toegestaan in kwalificerend habitat. Voor de overige bossen buiten de kwalificerende habitats is het beperken van berijden van de bosbodem niet noodzakelijk voor het behalen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen en valt dit onder bestaand gebruik. Wij hebben vertrouwen in de beheerders op de Veluwe dat zij hier op een zorgvuldige wijze mee omgaan. 7. We zijn ons bewust van de waarden van alle landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en archeologische elementen binnen de bosgebieden.
Daarom is in paragraaf 6.1.1 (Zorgvuldige planvorming beheer- en herstelmaatregelen) opgenomen dat er voldoende vooronderzoek wordt uitgevoerd naar te behouden landschapsvormen (denk aan aardkundige waarden) en naar archeologische en cultuurhistorische waarden. Daarmee worden ook minder beschermde waarden als, historische wegen e.d. bedoeld. Uiteraard met als doel deze te beschermen en te integreren in de planvorming. Door vooronderzoek mee te nemen in de subsidieaanvragen worden beheerders ondersteund bij het behoud van deze waarden. Daarnaast zal bij uitvoering van beheer- en herstelwerkzaamheden aan de wettelijke vereisten uit de omgevingsvergunning moeten worden voldaan. 8. Bij de beantwoording van de zienswijze van indiener voor Heiden en stuifzanden is dit verzoek behandeld ( Zie zienswijze 70 punt 15). 9. Bij de beantwoording van de zienswijze van indiener voor Heiden en stuifzanden is dit verzoek behandeld ( Zie zienswijze 70 punt 15). 10. Wij onderschrijven de noodzaak van het benoemen van het ecologisch belang van alle soorten verbonden aan de bossen op de Veluwe in het algemeen en aan de historische malebossen in het bijzonder. Mede daarom hebben wij de bossen op de Veluwe niet alleen beoordeeld aan de hand van de typische soorten uit de profielendocumenten, maar is een uitgebreidere lijst opgesteld van karakteristieke soorten van habitattypen.
Deze is nader onderbouwd in het 'Ecologisch beoordelingskader voor doelbereik in Natura 2000 gebieden' (Bijlsma & Janssen, 2021). Ook hebben wij als kennisleemte opgenomen in 5.3.6 Aanwezigheid en abundantie karakteristieke soortgroepen van oude loofbossen. Hierin wordt benoemd dat de bijzondere soorten van de oude loofbossen veelal
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 30 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
onder soortgroepen vallen die maar beperkt vertegenwoordigd binnen de verschillende landelijke en provinciale monitoringsprogramma’s. Bij het opstellen van het herstelprogramma is meermaals gebleken dat voor deze groepen maar beperkt data voorhanden zijn. We gaan daarom onderzoeken voor welke soorten en soortgroepen de oude loofbossen op de Veluwe een leefgebied vormen, en wat het landelijk belang van de Veluwe is voor deze soorten zodat we deze beter kunnen beschermen en het belang van de oude loofbossen beter inzichtelijk kunnen maken. 11. Volgens ons staat dit inmiddels voldoende duidelijk in het herstelprogramma. 12. Wij laten de strook staan op 15 m. om machines uitwijkmogelijkheden te geven wanneer sprake is van bijvoorbeeld mierenhopen, historische wallen of andere ecologische en/of cultuurhistorisch waardevolle elementen. Wel hebben wij duidelijker opgeschreven dat de uitzonderingsgrond alleen geldt langs openbare, verharde wegen en langs erfgrenzen waar boomveiligheidsrisico's spelen. 13. a. Berijden van de bosbodem is niet toegestaan in kwalificerend habitat. Voor de overige bossen buiten de kwalificerende habitats is het beperken van berijden van de bosbodem niet noodzakelijk voor het behalen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen en valt dit onder bestaand gebruik.
Wij hebben vertrouwen in de beheerders op de Veluwe dat zij hier op een zorgvuldige wijze mee omgaan. b. Het beperken van de mogelijkheden tot aanplant van niet autochtone en niet inheemse boom- en struiksoorten buiten het kwalificerend habitat en buiten de begrenzing van de herstelmaatregelen is niet noodzakelijk voor het behalen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen en valt dit onder bestaand gebruik. Daarnaast vinden wij dit ook ongewenst in het kader van het aanpassen en versterken van de ecologische veerkracht van deze bossen in voorbereiding op verder veranderende klimatologische omstandigheden (zie tevens revitaliseringsmaatregelen onder § 6.4.3 'Kleinschalige aanplant loofbomen' in het herstelprogramma). 14. Binnen bos- en natuurgebieden mogen werkzaamheden worden uitgevoerd met een door het Ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode, zonder het aanvragen van een ontheffing bij het bevoegd gezag. Hierbij geldt een vrijstelling van overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, wanneer in de specifieke situatie inderdaad gewerkt mag worden met de gedragscode en wanneer exact en volledig gewerkt wordt met de systematiek van de desbetreffende gedragscode.
Dit betekent dat zowel gewerkt mag worden met de gedragscode natuurbeheer als met de gedragscode soortenbescherming bosbeheer, zolang de werkzaamheden binnen de afbakening van de gedragscode vallen en de systematiek van de gedragscode exact en volledig wordt toegepast. Wij beoordelen werkzaamheden binnen de afbakeningen van de desbetreffende gedragscode niet als een knelpunt in relatie tot de Natura 2000 doelen op de Veluwe. Waar dit wel het geval is, met name binnen kwalificerende habitats, hebben we aanvullende beheerrandvoorwaarden opgenomen, bijvoorbeeld ten aanzien van bodembewerking of het berijden van de bosbodem. Naar aanleiding van zienswijze 4. hebben wij daarnaast aanvullend opgenomen dat vlaktekap > 1.000 m² in kwalificerend habitat niet is toegestaan. Het herstelprogramma Bossen en de maatregelen en beheerrandvoorwaarden die daarin genoemd staan, zijn integraal onderdeel van het beheerplan Veluwe en vallen daarmee onder de werking van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het werken met de Gedragscode soortenbescherming bosbeheer 2022, Natuurbeheer of met een andere vergelijkbare gedragscode ontslaat niemand van het voldoen aan de beheerrandvoorwaarden zoals deze uitgewerkt zijn in het herstelprogramma bossen. Tot slot wijzen wij er op dat zomervellingen niet zijn toegestaan in de meest recente Gedragscode Soortenbescherming Bosbeheer. 15.
De drempelwaarde voor steenmeeltoepassing is afgestemd met verschillende deskundigen en - voor de eenvormigheid van beleid - met het Ministerie van LNV. Naar aanleiding van zienswijze 4. hebben wij in het herstelprogramma duidelijker opgeschreven dat wij ons beleid en financieringsinstrumentarium continue zullen aanpassen aan voortschrijdend inzicht op het gebied van effectief bodemherstel. Daarnaast hebben we gespecificeerd dat het de afbakening ton/ha om gewicht per oppervlakte gaat.
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 31 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
16. De randvoorwaarden voor herintroductie en zaaien en bijplaatsen soorten uit bijlage 3 zijn niet van toepassing op inbreng van houtige boom- en struiksoorten. Dit hebben wij inmiddels duidelijker opgeschreven. De randvoorwaarden van inbreng van deze soorten zijn uitgewerkt onder § 6.1.2 Bosbeheer in kwalificerende habitats en onder § 6.4.3 Kleinschalige aanplant loofbomen in het herstelprogramma. In de randvoorwaarden voor inbreng van houtige soorten hebben wij 'karakteristiek voor de Veluwe' laten vervallen en geldt alleen nog maar dat sprake moet zijn van autochtone soorten. Dit n.a.v. zienswijze 59 waar naar ons oordeel terecht wordt betoogd dat de lijst met karakteristieke soorten van Rövekamp en Maes de mogelijkheden onwenselijk beperkt, omdat hierin soorten missen zoals boswilg en ratelpopulier. Een betere lijst is echter niet beschikbaar. Wij beoordelen dat dit geen ongewenste effecten zal hebben omdat de eis voor autochtoon uitgangsmateriaal voldoende beperkend blijft. 17. Om het begrip inheems helder af te bakenen hebben we bewust verwezen naar de bestaande en breed geaccepteerde lijst van de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL) met inheemse soorten die onder andere de basis is voor de afbakening van de SNL, dit vanuit het belang van eenduidig overheidsbeleid. We zijn er ons van bewust dat deze lijst ook soorten omvat die minder passend zijn op de Veluwe.
Wij hebben er echter vertrouwen in dat deze afweging gemaakt kan worden door de professionele bosbeheerders op de Veluwe en voorzien hier geen risico's ten aanzien van het behalen van de Natura 2000 doelen op de Veluwe. 18. Als onderdeel van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ hebben we al in het herstelprogramma opgenomen: nr 2. Planmatig verwijderen van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en verjonging van Japanse lariks, Douglas, hemlockspar en andere snelgroeiende naaldhout soorten binnen de bosvakken, inclusief open ruimtes. én nr 4. Oogsten van vakken met Amerikaanse eik, Japanse lariks, Douglas, hemlockspar en andere snelgroeiende naaldhout soorten, gericht op omvorming naar inheems loofbos, eventueel met behulp van rasteren en aanplant. Aanplant met autochtoon plantmateriaal. Met deze maatregelen wordt de rol van Douglas binnen de begrenzing van deze maatregelen uitgefaseerd. Daarbij wordt aanvullende genoemd: a. Aanwijzen van oudere bomen en oudere vakken van Japanse lariks, Douglas en andere snelgroeiende naaldhout soorten en deze behouden en laten aftakelen als nestgelegenheid voor onder andere wespendief en als bron voor dik dood hout en grote wortelkluiten.
Buiten de habitatbossen en de maatregelbegrenzing van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ wordt de aanwezigheid van Douglas niet als knelpunt beoordeeld in het kader van de Natura 2000 doelen. Naar onze indruk is daarmee de positie van Douglas op de Veluwe, binnen de kaders van de doelen van het herstelprogramma voldoende helder. 19. In § 6.4 'Revitaliseringsmaatregelen' van het herstelprogramma hebben wij de kaders voor inbreng van jonge bomen van andere soorten en herkomst gericht op klimaatbestendigheid van bos verder uitgewerkt. De klimaatadaptatiestrategie binnen het herstelprogramma is samen te vatten als het één doen en het ander elders niet laten. Gezien de uniciteit en bijzondere waarde van de habitatbossen hebben we hier een conservatieve strategie gericht op de natuurlijke veerkracht van deze oude bossen met een groot aandeel van autochtone boom- en struikpopulaties. We zorgen voor een passende graaddruk, onder meer door tijdelijk uitrasteren van bosdelen, zodat door natuurlijke verjonging en
dinsdag 2 mei 2023
Pagina 32 van 255
Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023
Definitief
selectie de overwegend autochtone boom- en struikpopulaties, met een hoge genetische diversiteit, zich kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden. De natuurlijke dynamiek en selectie, met de autochtone boom- en struikpopulaties als basis, zal hier echter moeten zorgen voor aanpassing. Inbreng van uitheemse en niet-autochtone boom- en struiksoorten is hier ongewenst. Buiten de habitatbossen en begrenzing van de herstelmaatregel ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ geven wij alle ruimte voor een meer progressieve strategie en ondersteunen wij verscheidene maatregelen gericht op het vergroten van de veerkracht van het bos. Onderdeel van deze maatregelen is de inbreng van Europees inheemse loofsoorten die op een Europese rassenlijst staan. We vragen hier om Europees autochtoon materiaal, in tegenstelling tot selectiemateriaal, omdat naar ons oordeel dit de beste garantie is voor een brede genetische diversiteit van het plantmateriaal. Aanplant van niet inheems dan wel niet-(Europees) autochtoon materiaal buiten de habitatbossen wordt niet beperkt in het herstelprogramma, maar wij ondersteunen dit financieel niet omdat wij van mening zijn dat dit niet noodzakelijk is voor het versterken van de veerkracht van het bos in relatie tot de Natura 2000 doelen. Maar wij zien dit ook niet als een bedreiging voor de doelen. 20.
Onderdeel van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ is: "Het uitwerken van een gezamenlijk plan van aanpak voor bosherstel door boseigenaren (incl. no-regret bodemherstelmaatregelen), tenminste binnen de historische begrenzing van het boscomplex. Dit plan van aanpak is inclusief fasering, begroting en concreet uitvoeringsplan en geeft tenminste invulling aan onderstaande deelmaatregelen 2 t/m 6." De maatregel 'veiligstellen als leefgebied voor Wintereik' is hierbij deelmaatregel 6. Wij gaan er daarom vanuit dat de betreffende boseigenaren met een concretisering van deze deelmaatregel komen in het plan van aanpak waarin deze maatregel verder wordt uitgewerkt die past bij het specifieke deelgebied en de werkwijze van de boseigenaar. 21. Spontane uitbreiding van eikenbossen op open ruimtes rondom bestaande eikenstrubbenbossen is onderdeel van de maatregel ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’. In het herstelprogramma is als onderdeel van deze maatregel opgenomen: ad 3. Beleidsmatig veiligstellen van brede zone van heide rondom het huidig strubbenbos, gericht op spontane vestiging en doorgroei van eik en berk (t.b.v. draaihals) voor uitbreiding van het strubbenbos. Hier wordt duidelijk gemaakt dat wanneer grove den en andere soorten die opkomen in het open landschap (o.a.
tussen spontane kieming van eik) deze worden verwijderd als onderdeel van het regulier beheer. Berk wordt gehandhaafd met het oog op de draaihals. Eventuele sturing binnen deze verjonging, waarbij bijvoorbeeld berk wordt verwijderd ten faveure van eik, beschouwen wij als regulier beheer en is ter deskundige beoordeling van de boseigenaar. ad 4. Opslag van grove den, Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers in het open landschap planmatig verwijderen als onderdeel van het regulier beheer. 22. Ook als er geen maatregelen zijn voorzien voor sommige strubben, wil dat niet zeggen dat habitattypen niet in stand gehouden moeten worden. Het belang van de Elspeeter Struiken wordt behandeld in een synthesedocument, zie Bijlsma, R.J., J.A.M. Janssen, M. Nijssen, A.S.J. van Proosdij & H. Sierdsema, 2022. Herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe. Synthesedocument. Deelgebied 3 Elspeetse HeideVierhouten. Wageningen Environmental Research, SOVON en Stichting Bargerveen. Wageningen. Aanwezig habitat valt daarnaast onder de randvoorwaarden voor bosbeheer in kwalificerend habitat in § 6.1.2 van het herstelprogramma. 23. Hiervoor is een maatregel opgenomen in het herstelprogramma Heide en stuifzanden. Zie zienswijze 70. 24.
Naast de soortspecifieke maatregel voor de wespendief op landgoed Staverden, zullen ook de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ bijdragen aan het halen van de Natura 2000-doelstellingen voor wespendief. Door extensivering van het beheer van deze bossen dragen de maatregelen bij aan de verbetering van