CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

St. t.k.n. nr. 3. Bijlage Reactienota Herstelprogramma's Veluwe

Commissie Ruimte en Wonen 9 oktober 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Zienswijze op ontwerp-Veluwse herstelprogramma's 'Bossen', 'Heiden en Stuifzanden' en 'Vennen en venen'51.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Zaaknummer 2022-009160

Reactienota ontwerpNatuurherstelprogramma’s Veluwe 2023 Provincie Gelderland

Definitief dinsdag 2 mei 2023 13:07

Bezoekadres: Markt 11, 6811 CG ARNHEM Postadres: Postbus 9090, 6800 GX ARNHEM Telefoon: (026) 359999 E-mail: post@gelderland.nl Website: www.gelderland.nl

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

Inhoudsopgave Inleiding Zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

dinsdag 2 mei 2023

1 3 253

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

Inleiding Voor u ligt de reactienota van de herstelprogramma’s Beken, Bossen, Heiden en stuifzanden en Vennen en venen. De herstelprogramma’s zijn een uitwerking van het Natura 2000-beheerplan Veluwe. De herstelprogramma’s hebben van 23 januari tot en met 5 maart 2023 ter visie gelegen. In deze periode kon iedere belanghebbende een zienswijze op de herstelprogramma’s indienen. In totaal zijn er 74 zienswijzen ingediend (8 zienswijzen zijn twee keer binnengekomen, waardoor er in onze registratie - en de reactienota 82 zienswijzen geregistreerd staan). De binnengekomen zienswijzen zijn in deze reactienota van een antwoord voorzien. Ook is per zienswijze te lezen of het tot een aanpassing van de herstelprogramma’s heeft geleid en welke dat dan is. Deze reactienota is samen met de herstelprogramma’s vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten (GS). GS hebben de inbreng van de belanghebbenden zorgvuldig afgewogen en meegenomen in haar besluit tot vaststelling. Leeswijzer

Inleiding In deze inleiding staat weergegeven waarom de herstelprogramma’s zijn gemaakt, hoe over de zienswijzeprocedure is gecommuniceerd en wordt een globaal beeld geschetst van de ingediende zienswijzen. Zienswijzen In de reactienota zijn alle zienswijzen op volgorde van binnenkomst opgenomen en van een antwoord voorzien. In het hoofdstuk Zienswijzen volgen alle individuele zienswijzen en onze reactie daarop. Daarbij wordt steeds: • eerst de inhoud van de zienswijze samengevat weergegeven; • daarna volgt onze reactie op de zienswijze; • tot slot is aangegeven of er naar aanleiding van de zienswijze aanpassingen zijn gemaakt in de herstelprogramma’s.

Ambtshalve wijzigingen In het hoofdstuk Ambtshalve wijzigingen staan de wijzigingen in de herstelprogramma’s die niet voortkomen uit een zienswijze, maar uit nieuwe ontwikkelingen die ten tijden van de vaststelling nog niet bekend waren of die per abuis zijn vergeten. Digitale versie In de digitale versie van de reactienota zitten drie tabbladen: Inleiding, Zienswijzen en Ambtshalve wijzigingen. Om de reactie op uw zienswijze te vinden, gaat u naar tabblad Zienswijzen. Daar kunt u met uw persoonlijke registratienummer uw zienswijze en onze reactie vinden. De zienswijzen staan op nummer. Zienswijzen van particulieren zijn geanonimiseerd. Met de navigatieknop volgende of vorige navigeert u tussen de drie tabbladen. Herstelprogramma’s zijn uitwerking van Natura 2000-beheerplan De Veluwe is een van de grootste natuurgebieden van Nederland met veel unieke planten en dieren. Deze variatie in plant- en diersoorten is belangrijk voor een sterke natuur en onze gezondheid. In de herstelprogramma’s staan concrete maatregelen voor specifieke locaties uitgewerkt. Met deze maatregelen zorgen we ervoor dat we een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de instandhoudingsdoelen. Dit zijn doelen die gaan over beschermde soorten planten en dieren en bepaalde typen leefgebied. De maatregelen liggen binnen de Natura 2000-begrenzing van de Veluwe. Ze helpen bijvoorbeeld bij: het

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 1 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

uitbreiden en verbinden van geïsoleerde historische loofbossen, het herstellen van het natuurlijk heide- en stuifzandsysteem, en het verbeteren van de hoeveelheid en de kwaliteit van water in beken. De herstelprogramma’s zijn een uitwerking van het Natura 2000-beheerplan Veluwe dat in 2018 door GS is vastgesteld. Ze zijn dus geen vervanging van het huidige (tevens eerste) Natura 2000-beheerplan, maar een uitwerking ervan. Het vijfde herstelprogramma dat uit het Natura 2000-beheerplan Veluwe voortkomt - het recreatiezoneringsplan - is in mei 2022 door GS vastgesteld. Meer informatie over de herstelprogramma’s en het Natura 2000-beheerplan is te lezen op de website www.gelderland.nl/natuuropdeveluwe Zienswijzeprocedure Op 10 januari 2023 stelde het college van Gedeputeerde Staten (GS) de ontwerp-herstelprogramma’s Beken, Bossen, Heiden en stuifzanden en Vennen en venen vast, waarna op 23 januari 2023 de zienswijze procedure startte. Tot en met 5 maart 2023 kon iedere belanghebbende zijn/haar mening geven over de plannen. De start van de zienswijzeprocedure is als volgt bekend gemaakt: • Een e-mail of brief naar stakeholders; • Publicatie van de vier programma’s en link naar zienswijzeformulier op www.gelderland.nl/natuuropdeveluwe; • Een officiële bekendmaking op mijnoverheid.nl; • Een artikel in de nieuwsbrief over de natuurherstelprogramma’s op de Veluwe.

De gehele nieuwsbrief ging over de vaststelling van de ontwerp-herstelprogramma’s; • Berichtgeving via de gemeentelijke huis-aan-huisbladen op de Veluwe.

Ingebrachte zienswijzen De 74 ingebrachte zienswijzen zijn afkomstig van particulieren, bedrijven, landgoederen, terreinbeherende organisaties, gemeenten, stichtingen en belangenorganisaties. De zienswijzen zijn zeer divers. De meeste zienswijzen komen van agrariërs of hun belangenvertegenwoordigers. Zij maken zich zorgen over de impact van de herstelprogramma’s op hun bedrijfsvoering. Ook veel zienswijzen zijn afkomstig van Veluwse boseigenaren die het niet eens zijn met de herstelmaatregelen en het verbod op houtoogst voor de beschermde loofbossen op de Veluwe. Verder zijn er natuurbeschermingsorganisaties die de plannen toejuichen, verbetersuggesties hebben of aanvullende maatregelen opperden. Deze hebben we ook deels overgenomen. En dan zijn er zienswijzen van particulieren en bedrijven die zich zorgen maken. Tot slot De maatregelen in de herstelprogramma’s gaan niet over bron-maatregelen om stikstof uitstoot te verminderen of over gebieden die buiten de Natura 2000-begrenzing liggen. Hier zijn wel maatregelen nodig om de natuur van de Veluwe te herstellen, maar dat doen we via andere programma’s samen met de Rijksoverheid, zoals bijvoorbeeld met de Gelderse uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 2 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

Zienswijzen Zienswijze 1 Reactienummer:

1

Indiener:

NN

Samenvatting Inspreker geeft aan dat hij er geen behoefte aan heeft dat de overheid zich bemoeit met de wijze waarop hij zijn gronden beheert en dat het beter is dat de overheid zich bemoeit met de gronden van Staatsbosbeheer. Antwoord Aan de overheid (specifiek de provincie) is de zorg voor de natuur toegekend. Daar waar sprake is van te beschermen natuur, op grond van (inter)nationale regels, hebben wij als overheid de taak om, ongeacht wie eigenaar is, te zorgen dat er op een verantwoorde manier met die natuur wordt omgegaan. Aangezien de zorgplicht ook op een ieder van toepassing is, gaan wij er van uit dat ingrijpen en bemoeienis zeker niet altijd nodig is, maar vinger aan de pols houden kan geen kwaad en daartoe zijn wij ook verplicht. Wij gaan ervan uit dat wij in overleg met eigenaren, wie dat ook zijn, komen tot verantwoorde omgang met de natuur. Daar is immers iedereen bij gebaat. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de herstelprogramma's.

Zienswijze 2 Reactienummer:

2.

Indiener:

NN

Samenvatting Indiener mist maatregelen in de herstelprogramma's om de mens in de hand te houden: openstelling, afschaffing mountainbikes platgedrukte paden, handhaving. Antwoord Wij hebben al eerder, in mei 2022, het Recreatiezoneringsplan Veluwe vastgesteld. Het recreatiezoneringsplan is één van de vijf herstelprogramma's, die als uitwerking van het Natura 2000Beheerplan Veluwe is opgesteld. De maatregelen die indiener benoemt staan in dit Recreatiezoneringsplan. Het Recreatiezoneringsplan geeft door middel van een zoneringskaart aan waar op Veluwe meer en waar minder ruimte is voor recreatie. Om de zonering door te laten werken in natuurterreinen gaan terreinbeheerders op diverse locaties op de Veluwe maatregelen uitvoeren, waaronder het aanpassen van de openstelling, het verleggen of opheffen van mtb-routes en het organiseren van extra handhaving. Het Recreatiezoneringsplan is te vinden op de website van provincie Gelderland (www.gelderland.nl/projecten/recreatiezonering-op-de-veluwe). Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de herstelprogramma's.

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 3 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

Zienswijze 3 Reactienummer:

3

Indiener:

Forellenkwekerij 't Smallert

Samenvatting Indiener geeft aan dat in het ontwerp herstelprogramma Beken meerdere aannames zijn gedaan over Forellenkwekerij ’t Smallert en Forellenkwekerij ’t Hol, die niet juist zijn: 1. Aanpassing van de oude watermolen bij Forellenkwekerij ’t Smallert om deze vispasseerbaar te maken of wegnemen van een regelbare stuw is niet mogelijk of heeft gevolgen voor de hoeveelheid water die naar de kwekerij kan stromen (maatregel Sm2, bijlage 14). 2. Metingen hebben aangetoond dat het effluent dat de forellenkwekerij verlaat schoner is dan het water dat de kwekerij binnen komt (maatregel Vb13 ‘Terugdringen effecten bekende vervuilers (puntbronnen)’ en Vb9 ‘Proactieve aanpak invasieve exoten’). Indiener beschrijft hierbij welke maatregelen genomen zijn: • het plaatsen van diverse stuwen waardoor de forel altijd in het eigen systeem blijft en niet in de beek kan komen; • hoogwaardig zinkend voer dat volledig wordt opgenomen door de vis , waar deze nauwelijks tot mest leidt (kwekerij ’t Hol). Op ’t Smallert wordt niet gevoerd, omdat de vis daar slechts enkele dagen verblijft om daarna de hengelvijvers in te gaan of te worden geslacht en verwerkt; • laten bezinken van slib bij schoonmaak van de vijvers tot droge stof; • geen gebruik van medicijnen, maar van zout om de meeste ziektebeelden op te lossen. 3. De ijsvogel wordt op beide forellenkwekerijen dagelijks gespot.

Antwoord 1. Maatregel Sm2 (bijlage 14) start met een haalbaarheidsonderzoek (Sm2a). Uit dit haalbaarheidsonderzoek moet blijken welke mogelijkheden er zijn om de migratie barrière in de Smallertse Beek ter hoogte van forellenkwekerij 't Smallert op te lossen. Hierbij worden ook de effecten van oplossingen in beeld gebracht en afgewogen in relatie tot de haalbaarheid van verschillende oplossingen. Bij het haalbaarheidsonderzoek wordt indiener betrokken. 2. Wij danken indiener voor de uitgebreide toelichting. Naar aanleiding van de zienswijze, de mondelinge informatie die we ambtelijk ontvingen bij een bezoek aan bedrijf van indiener en navraag bij het Waterschap Vallei en Veluwe passen we de teksten van het e herstelprogramma Beken aan(zie wijzigingen). Mocht er in de toekomst aanleiding zijn om toch onderzoek te doen naar de kwaliteit van het effluent dat uit de kwekerij(en) komt of onderzoek naar de aanwezigheid van forellen in de beken dan nemen we contact met indiener op. 3. Wij zijn blij dat de ijsvogel aanwezig is op beide forellenkwekerijen.

Wijzigingen De zienswijze leidt tot de volgende aanpassingen in de tekst van het herstelprogramma Beken: (de tekstaanpassingen zijn cursief gemaakt) • Subparagraaf 5.1.2. Exoten, 2de alinea onder kopje fauna:

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 4 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

Problemen die zich in het verleden hebben voorgedaan betreffen voornamelijk ontsnappingen van uitheemse forellen uit de aanwezige forellenkwekerijen. Exotische rivierkreeften kunnen zich ook over land verplaatsen en zijn daarom lastiger tegen te houden met drempels en barrières. Momenteel zijn er slechts sporadisch waarnemingen bekend van exotische rivierkreeften in of nabij de Veluwse Natura 2000-beken. Goede signalering, proactief beleid, afspraken met de kwekerijen en handhaving zijn van belang om negatieve effecten van invasieve exoten te voorkomen. • Subparagraaf 5.2.1 Watervoerendheid en waterkwaliteit, 1ste alinea onder kopje waterkwaliteit: Sinds de jaren 70 is er veel gedaan om de waterkwaliteit in de Veluwse beken te verbeteren. Door het terugdringen van ongezuiverde lozingen uit industrieën, waterzuivering en bodemsanering is de waterkwaliteit in veel midden- en benedenlopen sindsdien sterk verbeterd. Momenteel zijn er nog twee riool overstorten en twee viskwekerijen in beeld die mogelijk lokaal voor vervuiling van het beekwater zorgen. Dit moet onderzocht worden . In veel bovenlopen van de Veluwse Natura 2000beken gaat de waterkwaliteit achteruit. Zo zijn invloeden vanuit de landbouw vaak tot in de sprengen en brongebieden terug te vinden. Stroomafwaarts neemt de invloed van meststoffen toe en is het water harder geworden.

Kritische plantensoorten van zacht water lijken verdrongen te worden door minder kritische soorten die harder water en voedselrijkere omstandigheden verdragen. • Bijlage 4, Deelgebied 3, Beken tussen Emst en Vaassen, paragraaf 1.9, 3de alinea: Naast deze barrière zijn er binnen het systeem nog een aantal kleinere obstakels aanwezig. De verbinding met de Grift waar de beek in uitmondt lijkt vrij passeerbaar voor vissen. Op de locatie van de oude watermolen is een forellen– kwekerij aanwezig die het beekwater gebruikt om de vijvers van voldoende zuurstofrijk water te voorzien. Dit water wordt aan de andere kant van de vijvers weer geloosd op de beek. De kwekerij aan de Smallertse Beek heeft een relatie met de forellenkwekerij aan de Geelmolense Beek bij Vaassen (zelfde eigenaar). Bij de Geelmolense Beek worden de forellen opgekweekt. Op de locatie Smallertse Beek worden de forellen verwerkt voor de horeca en uitgezet in recreatieve forellenvijvers (bron: eigenaar forellenkwekerijen, 2023). Er zijn geen recente metingen bekend van de waterkwaliteit nabij de forellenkwekerijen en/of meldingen dat er forellen zijn aangetroffen in de beek (bron: Waterschap Vallei en Veluwe, 2023). • Bijlage 4, Deelgebied 3, Beken tussen Emst en Vaassen, paragraaf 1.11, tabel 5.2: Vermesting/vervuiling/exoten: door de forellenkwekerij wordt beekwater gebruikt en weer in de beek geloosd.

Hierbij is er een risico dat voerresten, meststoffen of forellen in de beek terecht komen. Alhoewel hierover recent geen meldingen of gegevens bekend zijn, blijft het een aandachtspunt. • Bijlage 4, Deelgebied 3, Beken tussen Emst en Vaassen, paragraaf 1.11, 5de alinea: Benedenstrooms van de forellenkwekerijen zorgt visvoer en uitwerpselen van vissen voor eutrofiëring van de beek. Ook zijn er in het verleden exotische forellensoorten aangetroffen in het beeksysteem zowel boven- als benedenstrooms van de kwekerij. Forellen zijn grote roofvissen die in relatief kleine beeksystemen een negatieve invloed kunnen hebben op de vispopulatie waaronder soorten als beekprik en rivierdonderpad (Soes & Broeckx, 2010). • Bijlage 5, Deelgebied 4, Beken rondom Vaassen, paragraaf 1.13, 3de alinea: De sprengkoppen liggen relatief diep in het Veluwe massief en er zijn weinig problemen met watervoerendheid en droogval in deze beken geweest (Waterschap Vallei en Veluwe, 2021). Langs de Geelmolense beek is een forellenkwekerij aanwezig die het beekwater gebruikt om de vijvers van voldoende zuurstofrijk water te voorzien. Deze kwekerij hoort bij de kwekerij aan de Smallertse beek. Dit water wordt aan de andere kant van de vijvers weer geloosd op de beek. Rondom de

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 5 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

forellenkwekerij zijn in het verleden exotische forellensoorten en met visvoer vervuild water aangetroffen in de beek. Er zijn geen recente metingen bekend van de waterkwaliteit nabij de forellenkwekerij en/of meldingen dat er forellen zijn aangetroffen in de beek (bron: Waterschap Vallei en Veluwe, 2023). • Bijlage 5, Deelgebied 4, Beken rondom Vaassen, paragraaf 1.15, tabel 6.2: Vermesting/vervuiling/exoten: door de forellenkwekerij langs de Geelmolense Beek wordt beekwater gebruikt en weer in de beek geloosd. Hierbij bestaat de kans dat voerresten, meststoffen, desinfectiemiddelen of soms forellen in de beek terecht komen. Meldingen hierover zijn van enige jaren geleden, maar het blijft een aandachtspunt. • Bijlage 13, Maatregel Vb9, Proactieve aanpak invasieve exoten: Omschrijving maatregel, onderdeel d: Overleg met forellenkwekerijen: overleg over reeds genomen aanpassingen in de bedrijfsvoering om ontsnappingen van exotische forellensoorten te voorkomen. Indien nodig inventariseren aanvullende mogelijkheden om ontsnappingen te voorkomen. • Bijlage 13, Maatregel Vb13 aanpast naar: Maatregelnummer Vb13 Naam maatregel

Inventariseren en terugdringen effecten van bekende en potentiële puntbronnen

Categorie

Verbeteren waterkwaliteit

Type maatregel

Verbeteren waterkwaliteit

Omschrijving knelpunt

Afname van de waterkwaliteit vormt een bedreiging voor beeksystemen en de hieraan verbonden habitattypen en soorten. Drijvende waterweegbree en de kenmerkende soorten van de vegetatietypen die behoren tot habitattypen zijn kritische soorten die vermesting, verzuring en vervuiling van de groeiplaats slechts matig kunnen verdragen. Vermesting van groeiplaatsen zorgt er daarnaast voor dat algengroei of verruiging vegetaties verdrongen worden. Door vervuiling kunnen zuurstoftekorten in het water optreden waardoor leefgebied van beekprik en rivierdonderpad verslechtert.

Locatie

Veluwe breed

Habitattype(n)/soort(en)

H3260A, H91E0C, beekprik, rivierdonderpad, drijvende waterweegbree, ijsvogel

Huidige bijdrage (deel) gebied aan doelbereik

H3260A – stabiel maar kennisleemtes over ontwikkeling en na-ijleffecten van de droogval H91E0C – stabiel maar kennisleemtes over ontwikkeling en na-ijleffecten van de droogval Beekprik – negatief Rivierdonderpad – negatief

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 6 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

Drijvende waterweegbree – negatief IJsvogel – stabiel maar kennisleemtes over na-ijleffecten van de droogval Effect van maatregel op Natura 2000-doelen/ doelbereik

Deze maatregel draagt bij aan het behoud en verbeteren van groeiplaatsen van habitattypen en leefgebieden van soorten.

Omschrijving maatregel

a. Het inventariseren van bekende en potentiële puntbronnen. Tijdens de expertsessies zijn de riooloverstorten Grote koloniebeek (Elspeet) en Smallertse Beek (Emst) en de forellenkwekerijen in Emst en Vaassen als aandachtslocaties naar voren gekomen. Waarschijnlijk zijn er nog meer aandachtslocaties. Die moeten nog geïnventariseerd worden. Hiervoor vindt afstemming plaats met onderzoeken die worden gedaan in de overgangsgebieden vanuit Gelderse Maatregelen Stikstof en het Nationaal Programma Landelijk gebied. Deze maatregel nemen we op in het Gelderse gebiedsprogramma voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). b. In beeld brengen van effecten van bekende en potentiële puntbronnen. c. Opstellen plan van aanpak en afspraken maken over terugdringen effecten vervuilers/(punt)bronnen. Dit vraagt maatwerk.

Voorwaarden

Geen

Prioritering

Hoog

Eigenaar/beheerder

Provincie Gelderland, Waterschap Vallei en Veluwe, eigenaren

De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in de overige herstelprogramma's.

Zienswijze 4 Reactienummer:

4

Indiener:

Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 7 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

Samenvatting De zienswijze omvat de volgende verzoeken tot aanpassing van het herstelprogramma Bossen. 1. Indiener is verheugd met de herstel- en uitbreidingsmaatregelen voor historische strubbenboscomplexen in het conceptherstelprogramma. Het blijkt echter lastig om op basis van historisch kaartmateriaal vast te stellen waar in het verleden strubbenbossen voorkwamen. Een groot deel van het strubbenbos op de Ermelose heide is bijvoorbeeld niet aangemerkt als oude bosgroeiplaats, noch als kwalificerend habitat. Behoud, herstel en uitbreiding van deze locatie loopt daardoor gevaar ondergeschikt te raken aan de uitbreidingsambities van droge heide (H4030) of houtproductie. Indiener verzoekt daarom om alle bekende percelen met loofhout waarvan op locatie kan worden vastgesteld dat zij minstens 100 jaar oud zijn (zoals het strubbenbos midden op de Ermelose heide) aan te merken als kwalificerend habitat en houtoogst hier niet langer toe te staan. 2. Het verheugt indiener dat houtproductie/houtoogst zal worden uitgefaseerd in habitatbossen en op oude bosgroeiplaatsen binnen de begrenzing van de herstelmaatregelen. Deze maatregel geldt echter niet op oude bosgroeiplaatsen buiten het kwalificerend habitat en buiten de herstelmaatregelbegrenzingen.

Indiener verzoekt het uitfaseren van houtproductie/houtoogst uit te breiden naar alle oude bosgroeiplaatsen en naar de bossen die als “meest geschikt” voor Wespendief in het SOVON Soortenherstelprogramma zijn aangemerkt. 3. Het berijden met houtoogstmachines en bodembewerking wordt verboden in kwalificerende boshabitats, maar is in het herstelprogramma nog wel toegestaan buiten kwalificerend habitat binnen de begrenzing van de herstelmaatregelen en op overige oude bosgroeiplaatsen buiten kwalificerend habitat, terwijl de nadelige effecten hiervan uitvoerig zijn beschreven in het herstelprogramma. Indiener verzoekt het verbod van berijden met houtoogstmachines en bodembewerking ook van toepassing te laten zijn buiten kwalificerend habitat binnen de begrenzing van de herstelmaatregelen en op overige oude bosgroeiplaatsen buiten kwalificerend habitat en de begrenzing van de herstelmaatregelen. 4. Vogelrichtlijnsoorten wespendief en zwarte specht zijn afhankelijk van niet kwalificerende bossen met o.a. naaldboomsoorten. Het ontbreekt in het ontwerpherstelprogramma aan concrete maatregelen voor niet-kwalificerende bossen terwijl in het programma de knelpunten voor deze soorten uitgebreid worden toegelicht.

Indiener is van mening dat de besproken knelpunten voor VHR soorten urgent zijn en niet toestaan dat concrete maatregelen uitblijven of vooruit worden geschoven terwijl de knelpunten evident/duidelijk zijn. Indiener verzoekt hiervoor passende maatregelen te nemen. 5. Het verheugt indiener dat de specifieke kwaliteiten van het Leuvenumse bos en Leuvenhorst worden erkend en beschreven. Volgens de kaartjes zijn grote delen van het Leuvenumse bos aangemerkt als “oude bosgroeiplaats”, maar zij ontbreekt in het overzicht van herstelmaatregelen gericht op uitbreiding van boshabitats. Deze oude bosgroeiplaatsen op Leuvenum dragen in grote mate bij aan het leefgebied van zwarte specht en wespendief. Indiener verzoekt om de consequenties hiervan te verankeren in het herstelprogramma. 6. Het herstelprogramma onderkent het probleem dat eigenaren zich soms niet van bewust zijn dat ze bijzondere habitatbossen in bezit hebben, laat staan dat zij beseffen welke beleidsmatige consequenties aan deze status verbonden is. Indiener verzoekt om eenduidige en vindbare informatie voor boseigenaren zoals factsheets en de habitattypenkaart beschikbaar te stellen. Ook zal er vanuit de provincie nadrukkelijker op handhaving moeten worden gestuurd. 7. Er zijn een aantal tegenstrijdigheden tussen de doelstellingen van het herstelprogramma en de inhoud van de Gedragscode soortenbescherming bosbeheer.

Indiener verzoekt daarom bepalingen op te nemen met als doel het herstelprogramma te laten prevaleren boven de Gedragscode soortenbescherming bosbeheer. 8. De Gedragscode soortenbescherming bosbeheer staat vlaktekap toe tot 0,5 ha. Maar ook bij vlaktekap

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 8 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

< 0,5ha treedt significante schade op aan natuurwaarden. Indiener verzoekt vlaktekap in het geheel niet toe te staan binnen habitatbossen, oude bosgroeiplaatsen of in bossen aangemerkt als meest geschikt voor wespendief in het SOVON Soortenherstelprogramma. 9. Het ontwerp herstelprogramma Bos besteedt terecht veel aandacht aan de mineralentekorten die op de Veluwe bestaan en de gevolgen daarvan op behoud en herstel van natuurwaarden. Deze problematiek is echter zo urgent dat indiener bezwaar maakt tegen het tempo, de omvang en de breedte van de voorgestelde maatregelen gericht op bodemherstel. Indiener bepleit een gebiedsdekkend inzicht in de chemische toestand van bodems op de Veluwe, de productie van een model dat in- en uitgaande mineralenstromen voor de Veluwe inzichtelijk maakt, een beoordeling waar een éénmalige reset van bodems wenselijk is, en een vergelijking van de (kosten)effectiviteit van steenmeel met die van kunstmest.

Antwoord 1. De habitattypenkaart is geen onderdeel van het herstelprogramma voor de Veluwe. De habitattypenkaart komt tot stand op basis van verschillende inventarisatiegegevens van de bossen op de Veluwe. Wanneer (delen van) een bosopstand voldoen aan de definitie van kwalificerend habitat worden ze aan de habitattypenkaart toegevoegd. Bossen buiten (bekende) oude bosgroeiplaatsen kunnen kwalificeren als oud eikenbos wanneer de bomen minimaal 100 jaar oud zijn. Wanneer de eikenstrubbenbossen op de Ermelose heide aan deze definitie voldoen kwalificeren ze dus per definitie (ook wanneer ze niet op de habitattypenkaart staan). Wij werken momenteel aan een aanscherping van de huidige T0-habitattypenkaart. In het huidige concept zijn de maatregelen op de Ermelose heide ingetekend als kwalificerend habitat. Daarnaast is de maatregel 'Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen' van toepassing op deze maatregel. Deze omvat tevens houtoogstbeperkingen. 2. Het herstelprogramma is gericht op het behalen van de instandhoudingsdoelen. De uitbreidingsdoelen voor de boshabitattypen H9120 en H9190 hebben invulling gekregen in de maatregelpakketten ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’. Binnen deze maatregelbegrenzingen én binnen het kwalificerend habitat daarbuiten gelden houtoogstbeperkingen.

Voor de overige bossen, inclusief oude bosgroeiplaatsen, zijn verdere oogstbeperkingen niet noodzakelijk voor het behalen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen en is houtoogst bestaand gebruik. Houtoogst is voor de wespendief daarbij niet specifiek benoemd als knelpunt. Wel worden er andere maatregelen benoemd ter verbetering van het leefgebied van de wespendief, o.a. ten aanzien van behoud van oude, dikke bomen en bodem- en hydrologisch herstel (m.n. in het herstelprogramma beken) (beiden in relatie tot voedselbeschikbaarheid). Ook zal de Wespendief profiteren van de maatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’. Tot slot zijn kennisleemten benoemd over de knelpunten ten aanzien van voedselbeschikbaarheid en pesticidegebruik. 3. Berijden van de bosbodem is enkel niet toegestaan in kwalificerend habitat. In de overige bossen binnen de maatregelbegrenzing ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ zijn verschillende omvormingsmaatregelen noodzakelijk die niet doelmatig uitgevoerd kunnen worden zonder de mogelijkheid om met rijdend materieel te werken. We gaan ervan uit dat eigenaren zorgvuldig omgaan met bodembescherming in hun plan van aanpak en gedurende de uitvoering om te komen tot de noodzakelijke herstelmaatregelen.

Voor de overige bossen buiten de kwalificerende habitats en maatregelbegrenzingen, inclusief oudebosgroeiplaatsen, is het beperken van berijden van de bosbodem niet noodzakelijk voor het behalen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen en valt dit onder bestaand gebruik. Wij hebben vertrouwen in de beheerders op de Veluwe dat zij hier op een zorgvuldige wijze mee omgaan. 4. Wij beoordelen dat de verschillende herstelmaatregelen, waaronder ‘Herstel historische

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 9 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ voldoende bijdragen aan het halen van de Natura 2000-doelstellingen voor zwarte specht en wespendief. Door extensivering van het beheer van deze bossen dragen de maatregelen bij aan de verbetering van het foerageergebied en broedbiotoop van wespendief en zwarte specht. De herstelmaatregelen bevatten daarnaast specifiek maatregelen voor niet-kwalificerende grove dennen- en fijnsparbossen en uitheemse naaldbossen. In het herstelprogramma hebben wij naar aanleiding van zienswijze 72 de tekst over grove dennen- en fijnsparbossen gewijzigd. De gewijzigde tekst staat hieronder: • Grove dennen- en fijnsparbossen – ongeacht leeftijd en structuur – ná het uitfaseren van de houtproductiefunctie (onder 3b.) overwegend spontaan laten doorontwikkelen, als kiembed voor loofhoutverjonging (spontane uitbreiding van habitat door natuurlijke successie), bron van dood hout en wortelkluiten en leefgebied zwarte specht. Deze bossen zijn in ecologische zin een vroeg ontwikkelingsstadium van de beide boshabitats (Bron: Bijlsma et al., 2010) en primair leefgebied voor zwarte specht (Bron: Nijssen et al., 2019). Vellen van grove den in deze bossen als ‘administratieve’ habitatuitbreiding is ongewenst en brengt schade toe aan het doelbereik van habitattypen bos en aan het leefgebied van VHR-soort zwarte specht).

• Aanwijzen van oudere bomen en oudere vakken van Japanse lariks, douglas en andere snelgroeiende naaldhout soorten en deze behouden en laten aftakelen als nestgelegenheid voor o.a. Wespendief. 5. Om tot kwaliteitsverbetering en areaaluitbreiding van de habitatbossen te komen hebben wij ons voor het Beuken-Eikenbos met hulst (H9120) hoofdzakelijk beperkt tot de voormalige malebossen op de Veluwe, omdat deze de meeste potentie bevatten voor herstel en uitbreiding van de biodiversiteit verbonden aan oude loofbossen. Hoewel het Leuvenumse bos een waardevol bosobject is, is deze - in vergelijking tot de oude malebossen op de Veluwe - betrekkelijk jong én overwegend aangelegd met naaldhout (grove den). Met de uitvoering van de herstelmaatregelen uit het herstelprogramma in de historische malebossen ('Herstel historische boscomplexen’) beoordelen wij dat wij voldoende maatregelen treffen voor het behalen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen. Vanwege de uitzonderlijke waarde van de rijke oudbosflora rondom de Leuvenumse beek is aanvullend wel een specifieke maatregel geformuleerd gericht op behoud en herstel van deze waarden. Maar het toevoegen van het Leuvenumse bos als uitbreidingsgebied voor boshabitat (met andere woorden toewijzen maatregel 'Herstel historisch boscomplex' is niet noodzakelijk voor het halen van deze doelen. 6.

Wij zullen een gerichte informatie campagne organiseren voor het informeren van eigenaren met boshabitat. Het op een vindbare locatie beschikbaar stellen van relevante informatie zoals de habitattypenkaart maakt daar onderdeel van uit. We onderkennen dat monitoring en handhaving belangrijk zijn, daar zetten we ook op in. 7. Het herstelprogramma Bossen en de maatregelen en beheer randvoorwaarden die daarin genoemd staan, zijn integraal onderdeel van het beheerplan Veluwe en vallen daarmee onder de werking van de Wet natuurbescherming (Wnb), meer specifiek het onderdeel gebiedsbescherming (hoofdstuk 2). Het werken met de Gedragscode soortenbescherming bosbeheer 2022, of met een andere vergelijkbare gedragscode betreft andere onderdelen van de Wnb (hoofdstuk 3 en 4) en ontslaat niemand van het voldoen aan de beheerrandvoorwaarden zoals deze uitgewerkt zijn in het herstelprogramma Bossen. 8. Wij hebben uitvoering van vlaktekap > 1.000 m² hiervoor als ongewenste activiteit opgenomen in het herstelprogramma. Uitvoering van vlaktekap < 0,5 ha binnen de kaders van de Wet natuurbescherming en de Gedragscode soortenbescherming bosbeheer 2022 beoordelen wij niet als knelpunt voor het behalen van de Natura 2000 instandhoudingsdoelen. 9. Wij onderkennen de urgentie van de problematiek van bodemverzuring in de bossen op de Veluwe.

Anderzijds ontslaat ons dat niet van de plicht om zorgvuldig om te gaan met de huidige waarden in de

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 10 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

bossen. Momenteel is nog geen effectieve no-regret herstelmaatregel voorhanden, maar hiervoor lopen al verscheidene onderzoeken en worden in het ontwerp-herstelprogramma aanvullende onderzoeksvragen geformuleerd. De effectiviteit van ander vormen van kunstmest wordt meegenomen in lopende onderzoeken. In het herstelprogramma hebben we expliciet opgeschreven dat wij ons beleid en financieringsinstrumentarium continue zullen aanpassen aan voortschrijdend inzicht op het gebied van effectief bodemherstel. Wijzigingen Punt 8 leidt tot de volgende wijziging van het herstelprogramma: 6.1.2 "Er wordt geen vlaktegewijze kap uitgevoerd over een oppervlakte van meer dan 1.000 m²." Punt 9 leidt tot de volgende wijziging: expliciet opschrijven hoe we omgaan met nieuwe inzichten t.a.v. effectieve bodemherstelstrategieën onder 5.2.2, 5.3.1 en 6.1.4. "Zodra meer inzicht is in effectieve en doelmatige bodemherstelmaatregelen zullen wij hier ons beleid en financieringsinstrumentarium op aanpassen". De overig punten uit deze zienswijze leiden niet tot een aanpassingen van de herstelprogramma's

Zienswijze 5 Reactienummer:

5

Indiener:

NN

Samenvatting 1. Voor zover indiener het kan beoordelen zijn de maatregelen zinnig, behalve het totaal verbod op uitrijden van hout. Indiener constateert onder verwijzing naar een artikel in de pers dat experts hier geen eenduidige mening over hebben. Indiener geeft aan dat hij al 50 jaar aan de plannen voldoet. 2. Indiener merkt op dat een gedwongen stop van houtoogst afbreuk doet aan het eigendomsrecht. Op herhaalde vragen daarover is geen antwoord gegeven. De voorlichting en het overleg is slecht geweest omdat niemand ooit contact heeft opgenomen met indiener. Antwoord 1. De zienswijze van het Grondeigenaren Overleg Veluwe (GOV) is onderbouwd met een advies over houtoogst in relatie tot Natura 2000 doelen in boshabitats. Op basis van die zienswijze hebben wij het verbod op houtoogst in kwalificerend habitat aangepast (Zie antwoord zienswijze GOV nr. 54.14). Het kwalificerend boshabitat van indiener ligt buiten de begrenzing van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’. Voor de boshabitats buiten de herstelmaatregelen moet de huidige ecologische kwaliteit minimaal in stand gehouden worden.

Wij onderkennen, ook op basis van de GOV zienswijze, dat een volledig uitsluiten van houtoogst niet noodzakelijk is voor het behalen van de Natura 2000- doelen omdat een beperkte houtoogst niet leidt tot een afname van de mineralenbeschikbaarheid in de bodem. Wij hebben daarom voor het kwalificerend boshabitat dat gelegen is buiten de begrenzing van de hierboven genoemde herstelmaatregelen het uitsluiten van houtoogst vervangen door een houtoogstbeperking, overeenkomstig het voorstel van het GOV. Deze houtoogstbeperking, die ook van toepassing is op het kwalificerend boshabitat van indiener, houdt het volgende in: "Houtoogst (afvoer van levende of dode houtige biomassa uit de bosvakken, inclusief het buiten de paden opruimen van dood hout en stormschade) waarbij de oogst op 80% van de opstandsoppervlakte

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 11 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

meer dan 20% van de jaarlijkse bijgroei omvat is niet toegestaan. Op de resterende opstandsoppervlakte kan meer geoogst worden voor de omvorming naar een natuurlijker bos. Bij uitvoering van houtoogst moet daarnaast aan de volgende randvoorwaarden worden voldaan: • Er wordt geen vlaktegewijze kap uitgevoerd over een oppervlakte van meer dan 1.000 m² (zie antwoord zienswijze 4.8). • De oogst is alleen gericht op stamhout. Top- en takhout en bladeren van geoogste bomen moeten achter blijven in het bos. • Voor aanvang van de oogst zijn per hectare minimaal 22 bomen aangewezen en zichtbaar gemarkeerd als habitatboom. Deze bomen moeten een geloofwaardige bijdrage leveren aan het behoud en verhoging van het aantal (zeer) dikke bomen binnen de boshabitats. Bij opeenvolgende oogstrondes moeten deze bomen gespaard worden. Onder deze voorwaarden kan indiener dus blijven oogsten in bossen die zijn aangemerkt als kwalificerend boshabitat. 2. Nadat wij de randvoorwaarden voor het beheer in kwalificerend habitat in concept hadden uitgewerkt hebben we indiener en andere boseigenaren met meer dan 10 hectare kwalificerend boshabitat in eigendom, per brief (d.d. 22 maart 2022) uitgenodigd voor een consultatiegesprek.

In deze brief is nadrukkelijk aangegeven dat het om beoogde randvoorwaarden bosbeheer in kwalificerend boshabitat ging, en dat door boseigenaren alternatieven en/of bezwaren konden worden aangedragen op basis van ecologische argumenten. De randvoorwaarden waren op dat moment dus nog niet definitief. Naast deze uitnodiging voor een gesprek is indiener ook uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst in juni 2022 en recent voor de inloopbijeenkomsten in februari 2023. Zowel tijdens de informatieavonden en tijdens het consultatiegesprek over beheerrandvoorwaarden op d.d. 27 oktober 2022 zijn antwoorden gegeven op vragen van indiener. Wijzigingen Wijzigingen als gevolg van de zienswijze van het Grondeigenaren Overleg Veluwe hebben wij opgenomen onder zienswijze 54.14 Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de herstelprogramma's.

Zienswijze 6 Reactienummer:

6

Indiener:

Gemeente Ermelo

Samenvatting Indiener kan zich in grote lijnen vinden in de opgenomen maatregelen, maar vraagt voor enkele onderdelen extra aandacht: 1. In het concept herstelprogramma Heiden en stuifzanden' staat een ecoduct over de Flevoweg (N302) opgenomen. Een ecoduct op deze locatie kan een grote impact hebben op de bestaande landschappelijke en ecologische waarden. Indiener verzoekt: • Rekening te houden met de bestaande hoge natuurwaarden in de Leemputten. Deze zijn hydrologisch ook afhankelijk van grondwater dat onder de Flevoweg doorstroomt; • Niet alleen een veilige oversteek voor dieren, maar ook voor mensen te realiseren. Indiener wil graag dat dit meegenomen wordt in het vervolgtraject; • Aan te geven waar het zoekgebied voor dit ecoduct ligt, het is niet te vinden op de kaartjes in

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 12 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

het herstelprogramma, en ook voor welke diersoorten dit ecoduct bedoeld is; • Om aandacht voor de al bestaande wildwissels in het gebied, en wil in verband met de verkeersveiligheid een oversteekplaats adviseren tussen hectometerpaaltjes 119,5 en 121,5, ten zuiden van de Koningsweg. Hier vinden nu veel wildaanrijdingen plaats; • Tijdig en zorgvuldig te communiceren met omwonenden en belanghebbenden. Indiener geeft aan dat de gemeente Ermelo voor dit project geen financiële middelen heeft gereserveerd. 2. Indiener vraagt aandacht voor een gedegen onderzoek naar de effecten van het vrijkomen van stoffen in medicatie van gehouden dieren in natuurterreinen. Zowel van dieren die voor natuurbeheer worden ingezet als schapen, koeien en geiten, maar ook bezoekende dieren als honden en paarden. 3. In het herstelprogramma bossen staat dat in de eikenstrubbenbossen op de Ermelosche Heide en de Kriemelberg (MBO17 /DG06-HB2 en MBO18/ DG06-HB3) de eiken blijven staan en exoten worden verwijderd. Voor de Kriemelberg staat dat ook de berk moet blijven staan, gericht op de draaihals. In de eikenstrubbenbossen wil indiener alleen de eiken laten staan, omdat door laten groeien van berken zorgt voor versneld dichtgroeien van de heide, wat ongewenst is in verband met het voorkomen van reptielen (m.n. adders). Indiener wil daarom in de eikenstrubbenbossen ook de berk blijven verwijderen.

De maatregelen voor het stimuleren van berkenbos voor de draaihals op de andere locaties (MHS47 en MHS48) kan indiener wel onderschrijven. 4. In de bossen van de gemeente Ermelo is de hoge wroet- en graasdruk door wild een zorgpunt. Volgens indiener kan afschot efficiënter worden georganiseerd als de huidige geweiclassificatie voor roodwild wordt losgelaten en wanneer indiener een ontheffing voor afschot na zonsondergang krijgt. Indiener vraagt deze onderwerpen met de relevante partijen op te nemen. Antwoord 1. Voordat het ecoduct wordt aangelegd zal een studie aangeven welke exacte locatie het meest geschikt is en waar het ecoduct de minste effecten heeft op bestaande waarden. In deze studie zal ook gekeken worden welke kansen of ruimte er is om bijvoorbeeld recreatief medegebruik toe te staan. Dit zal worden gedaan in afstemming met betrokken partijen zoals de gemeente en omwonenden. Hiervoor zal door de provincie een gebiedsproces worden opgestart. De locatie van het genoemde ecoduct wordt als zoekzone ruimer op de kaart weergegeven en ook zal worden beschreven voor welk soorten het ecoduct wordt aangelegd. 2. Wij gaan ervan uit dat door middel van de in hoofdstuk 5.3.3 genoemde vragen over gebiedsvreemde stoffen, waaronder medicatie van huisdieren en gehouden dieren, antwoord te krijgen over de effecten van de aanwezige gebiedsvreemde stoffen, en de mogelijke maatregelen.

Daarnaast vragen wij in hoofdstuk 6.1.4 aandacht voor onbedoelde inbreng van onder andere diergeneesmiddelen en pesticiden. 3. De eikenstrubbenbossen op de Ermelosche Heide en de Kriemelberg liggen binnen de begrenzing van de maatregel ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’. Berken binnen een heideterrein zijn belangrijk voor de structuurvariatie en maken onderdeel uit van de successie van heide naar eikenstrubbenbos. De maatregelen binnen dit maatregelenpakket worden uitgevoerd op basis van een plan van aanpak van de eigenaar. Binnen dit plan van aanpak wordt uitgewerkt hoe aan de ene kant ruimte gegeven wordt aan spontane verjonging van berk en aan de andere kant aan het geschikt houden voor de omstandigheden voor reptielen. Voor de uitwerking van een dergelijk plan kan de provincie in kennis en financiële middelen ondersteunen. 4. Wij vinden het van groot belang dat het beheer van de grote hoefdieren op de Veluwe wordt uitgevoerd volgens de in het Faunabeheerplan gemaakte afspraken zodat ook de natuurdoelen niet onnodig onder druk

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 13 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

komen te staan. Belemmeringen in de uitvoering van het faunabeheer die ten koste gaan van de natuur zijn gezien de motivatie bij de jagers niet nodig en accepteren wij daarom niet. We hebben de Faunabeheereenheid Gelderland (FBE) opgeroepen daar op toe te zien. Deze afspraak is nu ook bestuurlijk bekrachtigd, de machtigingen van de FBE zijn hierop verduidelijkt. Bij voorgenomen beperkingen moeten het bestuur van de lokale wildbeheereenheid (WBE), de eigenaren en/of de jachthouders eerst akkoord vragen aan de FBE. Geweiclassificatie vindt traditioneel plaats en kan remmend werken op de afschotrealisatie, maar is door de FBE toegestaan. Bovendien is maatwerkbeheer in relatie tot schadebestrijdingen (hieronder valt ook bosbouwschade) mogelijk in gebieden waar de doelstanden niet op orde zijn. Wij bespreken de wenselijkheid van deze classificatie met de FBE en adviseren indiener om deze discussie ook te voeren met de op haar grondgebied actieve WBE en het WBE-bestuur daarbij te wijzen op haar verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid als het gaat om eventuele gevolgen van terughoudende toepassing van de verstrekte machtigingen. Aanvullend hebben wij in het herstelprogramma onder § 6.6.3 als beleidsopgave opgenomen 'Verhogen doelmatigheid van faunabeheer en -beleid i.r.t. Natura 2000-doelen'.

In het kader van deze beleidsopgave willen wij in overleg gaan met de Faunabeheereenheid over de vraag hoe het behalen van de Natura 2000doelen en het herstelprogramma beter ingebed kunnen worden in het huidige faunabeheer. Hierbij kijkt de provincie samen met de Faunabeheereenheid naar wat nodig is om het beoogde afschot wel te halen. Dit kan gaan over de organisatorische aspecten van het faunabeheer, maar mogelijk ook over de methodes om het afschot te realiseren. De geschetste knelpunten in de bossen van de gemeente Ermelo zullen onderdeel uitmaken van deze beleidsopgave. Wijzigingen De opmerkingen over het ecoduct leiden tot een wijziging in bijlage 5 Maatregelenkaarten en bijlage 6 Perspectiefkaarten. Met de wijziging wordt de aanduiding van het gebied waar de maatregel kan worden uitgevoerd vergroot, zodat duidelijk wordt dat het een zoekgebied betreft. Ook de tekst van maatregel MHS58A in bijlage 4 wordt aangepast. In de toelichting van de maatregel wordt aangeduid dat het gaat om een zoeklocatie, dat er rekening gehouden moet worden met bestaande waarden en voor welke soorten het ecoduct geschikt moet zijn. De nieuwe tekst is als volgt: Bepalen exacte locatie en ontwerp voor ecoduct over Flevoweg ter hoogte van de op kaart weergegeven locatie. Hierbij rekening houdend met bestaande waarden zoals de hydrologie van de Leemputten.

Het ontwerp van het ecoduct moet geschikt zijn voor kleine fauna zoals adder, levendbarende hagedis, zandhagedis, heideblauwtje en gentiaanblauwtje. Soorten als edelhert en wild zwijn zijn soorten die kunnen meeliften. Het ecoduct dient als noord-zuidverbinding tussen onder andere de Leemputten, Houtdorperveld en de Ermelosche Heide. Het ecoduct moet daarom in samenhang met MHS55 Verbinden natuurterreinen ter weerszijden van de Flevoweg worden bekeken.

Zienswijze 7 Reactienummer:

7

Indiener:

Landgoed Tongeren

Samenvatting 1. Indiener complimenteert met de uitgebreide en zeer degelijke onderbouwde herstelprogramma's voor de Veluwe en wil zeker een bijdrage leveren aan natuurherstel op de Veluwe. Naast tijd en geld is ook medewerking van terreineigenaren nodig. Deze moeten begeleid en ondersteund worden in hun medewerking. Indiener verzoekt om te stoppen met onwerkbare spelregels

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 14 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

binnen subsidie regelingen. Hiermee wordt de medewerking van boseigenaren niet gestimuleerd. Indiener verzoekt de herstelprogramma's Bossen en Vennen & Venen op een aantal punten aan te passen. Bossen 2. Indiener onderschrijft de zienswijze van het Grondeigenaren Overleg Veluwe (GOV) waarin wordt opgeroepen om naar alternatieven te zoeken en het verbod op houtoogst niet als enige maatregel op te leggen en verzoekt om gehoor te geven aan de oproep van het GOV (zienswijze nr. 54). Indiener wil niet aan een financieel infuus van de provincie worden gelegd en vindt het daarnaast onacceptabel dat er niet is nagedacht over financiële compensatie van het verbod op houtoogst. 3. De bosbeheeractiviteiten die niet zijn toegestaan binnen gekwalificeerd boshabitat zijn plompverloren medegedeeld en niet officieel met terrein eigenaren besproken. Deze maatregelen zijn geen onderdeel van de voorbereidende synthesedocumenten. Er is geen bewijs dat met deze opgelegde maatregelen de natuurdoelen behaald zullen worden. 4. Indiener is van mening dat deze maatregelen niet zomaar opgelegd kunnen worden en dat het eigendomsrecht en zelfbeschikkingsrecht met dit besluit wordt aangetast. Indiener wil gericht kijken met welke maatregelen waar de beste natuurwaarden gerealiseerd kunnen worden, maar zal niet meewerken aan een verplichting zoals nu wordt opgelegd. 5.

Het kwalificerend habitat op het landgoed zijn parkbossen en cultuurhistorisch van belang. Indiener heeft ter onderbouwing rapportages over de cultuurhistorische betekenis en bijbehorend beheer bijgevoegd. Het beheer van het parkbos en de begraafplaats is gericht op behoud van cultuurhistorie. De doelstelling om van deze bossen een natuurbos te maken, zonder houtoogst en met een groot aandeel dood hout, staat haaks op de cultuurhistorische doelstelling. Indiener verzoekt om een uitzondering te maken voor deze parkbossen. Het aspect boomveiligheid is een extra reden om het verbod op houtkap in parkbossen op te heffen. 6. Indiener vindt het herstelprogramma te eenzijdig gericht op natuurherstel. Enkele inheemse soorten hebben nu al te lijden van klimaatverandering. Met het weren van uitheemse soorten draagt het herstelprogramma niet bij aan een toekomstig en veerkrachtig behoud van het bos. Indiener verzoekt om maatregelen voor het opvullen van kennisleemten over het gebruik van uitheemse soorten. En om ruimte voor beheerders om deze soorten, met SPUK subsidie, aan te planten Vennen en venen 1. Leemkuil Tongeren opnemen in maatregeltabel: Indiener verzoekt om deze leemkuil toe te voegen aan het cluster Tongerense Heide om het leefgebied van de kamsalamander hier te bewaken en te beschermen. 2.

Aanpassing begrenzing cluster Wisselse Veen: Het feit dat de natuurgronden op Tongeren -welke een onlosmakelijk onderdeel van het systeem Wisselse Veen vormen- geen onderdeel uitmaken van het cluster Wisselse Veen is onjuist. Antwoord Bossen 1. Wij vinden het goed om te lezen dat de herstelprogramma's goed zijn onderbouwd en dat indiener een bijdrage wil leveren aan het natuurherstel op de Veluwe. De subsidie regelingen zijn bedoeld om boseigenaren te stimuleren om de maatregelen die daarvoor nodig zijn uit te voeren. Hierbij is zeker

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 15 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

aandacht voor het zo duidelijk mogelijk opstellen van een uitvoerbare subsidieregeling en voor het zoveel mogelijk beperken van de administratieve last voor aanvrager. 2. Wij hebben op basis van de zienswijze van het GOV het verbod op houtoogst in kwalificerend habitat aangepast. (Zie antwoord zienswijze GOV nr. 54.14). Het kwalificerend boshabitat van indiener ligt buiten de begrenzing van de herstelmaatregelen ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’. Voor de boshabitats buiten de herstelmaatregelen moet de huidige ecologische kwaliteit minimaal in stand gehouden te worden. Op basis van de GOV zienswijze onderkennen wij dat een volledig uitsluiten van houtoogst niet noodzakelijk is voor het behalen van de Natura 2000 doelen omdat een beperkte mate van houtoogst niet leidt tot een afname van de mineralenbeschikbaarheid in de bodem. Wij hebben daarom voor het kwalificerend boshabitat dat gelegen is buiten de begrenzing van de hierboven genoemde herstelmaatregelen het uitsluiten van houtoogst vervangen door een houtoogstbeperking, overeenkomstig het voorstel van het GOV.

Deze houtoogstbeperking, die ook van toepassing is op het kwalificerend boshabitat van indiener, houdt het volgende in: "Houtoogst (afvoer van levende of dode houtige biomassa uit de bosvakken, inclusief het buiten de paden opruimen van dood hout en stormschade) waarbij de oogst op 80% van de opstandsoppervlakte meer dan 20% van de jaarlijkse bijgroei omvat is niet toegestaan. Op de resterende opstandsoppervlakte kan meer geoogst worden voor de omvorming naar een natuurlijker bos. Bij uitvoering van houtoogst moet daarnaast aan de volgende randvoorwaarden worden voldaan: • Er wordt geen vlaktegewijze kap uitgevoerd over een oppervlakte van meer dan 1.000 m² (zie antwoord zienswijze 4.8). • De oogst is alleen gericht op stamhout. Top- en takhout en bladeren van geoogste bomen moeten achter blijven in het bos. • Voor aanvang van de oogst zijn per hectare minimaal 22 bomen aangewezen en zichtbaar gemarkeerd als habitatboom. Deze bomen moeten een geloofwaardige bijdrage leveren aan het behoud en verhoging van het aantal (zeer) dikke bomen binnen de boshabitats. Bij opeenvolgende oogstrondes moeten deze bomen gespaard worden. Onder deze voorwaarden kan indiener dus blijven oogsten in bossen die zijn aangemerkt als kwalificerend boshabitat. 3.

Regulier bosbeheer maakt inderdaad geen onderdeel uit van de herstelmaatregelen die zijn uitgewerkt in de synthesedocumenten van het consortium, omdat zij adequaat beheer binnen kwalificerend habitat gericht op het halen van de ecologische doelstellingen als uitgangspunt nemen voor het behalen van de instandhoudingsdoelen. Nadat wij de beheerrandvoorwaarden in concept hadden uitgewerkt hebben we eigenaren met meer dan 10 hectare kwalificerend boshabitat in eigendom, waaronder indiener, per brief (22 maart 2022) uitgenodigd voor een consultatiegesprek. In deze brief is expliciet aangegeven dat het om beoogde randvoorwaarden bosbeheer in kwalificerend boshabitat ging, en dat door boseigenaren alternatieven en/of bezwaren konden worden aangedragen op basis van ecologische argumenten. De randvoorwaarden waren dus nog niet definitief. Na afronding van deze consultatiegesprekken zijn verscheidene uitzonderingsgronden en nuanceringen aan de randvoorwaarden toegevoegd. Een onderbouwing van de maatregelen was bijgevoegd bij de brief van d.d. 22 maart 2022 en deze is, na afronding van de consultatiegesprekken, verder aangevuld en opgenomen in het herstelprogramma. Wij beoordelen dat hiermee de effectiviteit van deze maatregelen voldoende onderbouwd is. 4. We begrijpen het standpunt van indiener. Aan de overheid (specifiek de provincie) is de zorg voor de natuur toegekend.

Daar waar er sprake is van te beschermen natuur, op grond van (inter)nationale regels,

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 16 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

hebben wij als overheid de taak om te zorgen dat er op een verantwoorde manier met die natuur wordt omgegaan. Aangezien de zorgplicht ook op eenieder van toepassing is, gaan wij er van uit dat ingrijpen en bemoeienis zeker niet altijd nodig is. Wel zijn we verplicht om een vinger aan de pols te houden en waar nodig ecologische noodzakelijke maatregelen te nemen. Wij gaan ervan uit dat wij in overleg met eigenaren komen tot verantwoorde omgang met de natuur. Daar is immers iedereen bij gebaat. 5. Zoals vermeld onder punt 2b, is het uitsluiten van houtoogst op het kwalificerend habitat van indiener vervangen door een houtoogstbeperking, overeenkomstig de door indiener onderschreven zienswijze van GOV (zie zienswijze 54). Deze aanpassing betekent dat het mogelijk is om, binnen randvoorwaarden zoals opgenomen onder 6.1.2 van het herstelprogramma Bossen, bosbeheer uit te voeren passend bij de cultuurhistorische doelstelling. Daarnaast hebben wij aanvullende uitzonderingsgronden opgenomen voor bodembewerking op locaties waarop in het bestemmingsplan een bestemming begraafplaats ligt. 6. Wij erkennen dat de klimaatbestendigheid van de habitattypen onzeker is. Anderzijds willen wij benadrukken dat het net zo onzeker is dat ze dat niet zijn en dat overhaast handelen ook ongewenst effecten kan hebben.

De klimaatadaptatiestrategie binnen het herstelprogramma is dan ook samen te vatten als het één doen en het ander elders niet laten. Gezien de uniciteit en bijzondere waarde van de habitatbossen hebben we een conservatieve strategie gericht op de natuurlijke veerkracht van deze oude bossen met een groot aandeel van inheemse, autochtone boom- en struikpopulaties. We zorgen voor een passende graasdruk (onder meer door tijdelijk uitrasteren van bosdelen) zodat door natuurlijke verjonging en selectie de overwegend autochtone boom- en struikpopulaties - met een hoge genetische diversiteit - zich kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Buiten de habitatbossen en begrenzing van de herstelmaatregel ‘Herstel historische boscomplexen’ en ‘Herstel (en uitbreiding) strubbenboscomplexen’ (Ruim 80% van de bossen op de Veluwe) geven wij alle ruimte voor een meer progressieve strategie en ondersteunen wij verscheidene maatregelen gericht op het vergroten van de veerkracht van het bos. Onderdeel van deze maatregelen is de inbreng van Europees inheemse soorten zolang deze als autochtoon op een Europese rassenlijst staan. Daarmee bedoelen wij dat we aanplant buiten de habitatbossen, van beuk of eik van herkomsten die autochtoon zijn bijvoorbeeld in Frankrijk ondersteunen om daarmee de soorten- en genetische diversiteit van het bos te verhogen.

We hebben de formulering in het herstelprogramma aangepast zodat deze hopelijk duidelijker is. We vragen om Europees autochtoon materiaal (in tegenstelling tot selectiemateriaal) omdat dit naar ons oordeel de beste garantie is voor een brede genetische diversiteit van het plantmateriaal. Overigens willen wij hierbij benadrukken dat aanplant van niet inheems dan wel niet-(Europees) autochtoon materiaal buiten de habitatbossen op geen enkele wijze beperkt wordt, wij ondersteunen dit niet financieel omdat wij vinden dat dit niet noodzakelijk is voor het versterken van de veerkracht van het bos in relatie tot de Natura 2000 doelen. Tot slot wijzen we er op dat we in het herstelprogramma ook een kennisleemte identificeren over de effecten van klimaatverandering op boom- en struikpopulaties. Hier gaan wij meer onderzoek naar doen. Wanneer op basis van dit onderzoek urgente maatregelen noodzakelijk zijn zullen wij ons beleid hierop aanpassen. Ook wanneer er binnen de doelensystematiek van Natura 2000 veranderingen worden doorgevoerd vanwege de verwachte effecten van klimaatverandering dan zullen wij ons beleid heroverwegen. Vennen en venen 1. Leemkuil Tongeren opnemen in maatregeltabel Voor de kamsalamander is terughoudendheid betracht met het nu al formuleren van concrete maatregelen voor de leemkuil op Landgoed Tongeren.

In de nabijheid van deze leemkuil komen populaties kamsalamanders voor die vermengd zijn met Italiaanse kamsalamander. Door deze leemkuil beter geschikt

dinsdag 2 mei 2023

Pagina 17 van 255

Reactienota ontwerp-Natuurherstelprogramma’s Veluwe 2023

Definitief

te maken voor kamsalamander, wordt het risico van verspreiding van de Italiaanse kamsalamander vergroot. Daarom wordt aan RAVON in 2023 eerst opdracht gegeven voor een onderzoek naar de mate van vermenging van Italiaanse kamsalamander en inheemse kamsalamander op Landgoed Tongeren ten noorden van de N309. Op basis daarvan kan in overleg met indiener een betere inschatting gemaakt worden van nut en noodzaak van verbetering van leefmilieu voor de kamsalamander in en rondom de leemkuil. Daarnaast is de maatregeltabel aangevuld met een nader onderzoek (gevolgd door eventuele maatregelen) naar de potenties van de leemkuil voor andere Natura 2000 doelen. Leemkuilen kunnen namelijk ook geschikt zijn voor doelsoorten als drijvende waterweegbree en gevlekte witsnuitlibel. Nut en noodzaak van verhinderen bladval zullen in dat onderzoek ook aan bod komen. 2. Aanpassing begrenzing cluster Wisselse Veen De clusters in het herstelprogramma bevatten een pragmatische onderverdeling in de aanpak en beschrijving van bij elkaar gelegen vennen en venen. Deze begrenzing heeft niet als doel een scherp onderscheid tussen het ene en het andere gebied te maken. Het cluster Wisselse Veen omsluit de projectgrens van de lopende gebiedsontwikkeling voor het Wisselse Veen, waarvoor wij de projectleiding hebben. Bij venherstel gaat om een herstel van het totale systeem.

De onderzoeken voor en de werkzaamheden in het Wisselse Veen zullen dan ook afgestemd moeten worden met het Wisselse Veen natuurgebied op Tongeren. Met indiener worden afspraken gemaakt over een goede afstemming tussen beide deelgebieden. Wijzigingen Bossen Wijzigingen als gevolg van de zienswijze van het Grondeigenaren Overleg Veluwe hebben wij opgenomen onder zienswijze 54.14 Punt 5 leidt tot de volgende tekstaanpassing in het herstelprogramma onder § 6.1.2, 4.b Bodembewerking (beroering van de minerale grond) is niet toegestaan, met uitzondering van:

- Het maken van plantgaten. - Uitvoering van lokale graafwerkzaamheden ten behoeve van het plaatsen van een graf of het begraven van een urn op locaties waarop bij inwerkingtreding van het beheerplan Veluwe (2018) in het bestemmingsplan een bestemming begraafplaats lag. Vennen en venen

Voor de leemkuil Tongeren wordt in de maatregeltabel een nader onderzoek opgenomen. Aanvullend wordt onderzocht of de leemkuil ook voor andere habitattypen en soorten geschikt te maken is.

Zienswijze 8 Reactienummer:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13188907/1