St. t.k.n. nr. 2 Bijlage Herstelprogramma Vennen en venen GS mei 2023
Tekst van het document
46
Oorzaken van achteruitgang kenmerkende soorten van zure vennen Veel kenmerkende macrofaunasoorten van zure vennen gaan de laatste twee decennia hard achteruit, terwijl de waterkwaliteit juist steeds beter wordt. Een hypothese is dat soorten niet meer bestand zijn tegen de hogere watertemperaturen in combinatie met ophoping van bagger. Beide factoren zorgen namelijk voor frequente zuurstofdips. Het is wenselijk om het relatieve effect van zuurstofbeschikbaarheid, temperatuur en bagger op de overlevingskansen beter te begrijpen. Op basis daarvan kan bijvoorbeeld beter afgewogen worden of het toch zinvol is om zure vennen te baggeren of dat verdwijnen van een of meerder van deze soorten onvermijdelijk is. OBN en provincie Gelderland hebben inmiddels een onderzoek hiernaar gestart.
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Kansen voor veenbloembies Deze kenmerkende hoogveensoort komt inmiddels in Nederland nog maar op 2 plekken voor, waaronder het Mosterdveen (Bron: Bouwman et al. 2019). Het is onduidelijk of dit een levensvatbare populatie is of dat deze populatie zo klein is dat ze bij een geringe verstoring al kan uitsterven. In dat laatste geval is het te overwegen om planten uit andere populaties te introduceren of om te proberen op meerdere geschikte standplaatsen deze soort te introduceren. Om effectieve maatregelen te kunnen formuleren voor instandhouding van deze soort is een antwoord op de volgende vragen nodig: • Is de huidige populatie veenbloembies in het Mosterdveen voldoende duurzaam, d.w.z. zijn er voldoende individuen en is er voldoende genetische variatie binnen de populatie? • Zo nee, is het mogelijk om de bestaande populatie te versterken door bijplaatsen of zaaien van planten uit andere populaties? • Zo ja, zijn er meerdere geschikte locaties binnen of buiten de Veluwe waar door (her)introductie nieuwe deelpopulaties kunnen vestigen zodat de totale Nederlandse populatie robuuster wordt?
Veenbloembies (fotografie: Saxifraga-Hans Dekker)
47
Mogelijkheden voor bestrijding van Italiaanse kamsalamander en hybriden Zoals aangegeven in paragraaf 5.2.4 lijkt de Italiaanse kamsalamander de inheemse kamsalamander te verdringen. Dat kan voorkomen worden door de Italiaanse kamsalamander geheel te verwijderen. Dat zou ook voorkomen dat de Italiaanse kamsalamander zich uitbreidt richting IJsseldal, dat nu een van de grootste Nederlandse populaties inheemse kamsalamander herbergt. Bovendien zou daarmee het enorme risico worden weggenomen op bewuste dan wel onbewuste uitzettingen van Veluwse Italiaanse kamsalamanders elders in Nederland. Bestrijding betekent echter hoge kosten en het doden van veel dieren. Daarom is een goede afweging van kosten en baten noodzakelijk. Om die afweging te kunnen maken is antwoord op onder meer de volgende vragen nodig: • Hoe groot is het risico op verdringing van inheemse kamsalamander indien niets gebeurt aan bestrijding van Italiaanse kamsalamander en hybriden? • Wat zijn effectieve methoden om Italiaanse kamsalamander Veluwe breed te bestrijden? • Wat zijn de kosten van deze effectieve methoden? • Is bestrijding van Italiaanse kamsalamander voldoende of moeten hybriden ook worden aangepakt?
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
6 Maatregelen Hierboven is bij de beschrijving van de sleutelprocessen aangegeven welke maatregelen genomen kunnen worden om afzonderlijke knelpunten weg te nemen. Het verschilt echter per locatie welke knelpunten er spelen en hoe uiteenlopende maatregelen elkaar kunnen versterken of wellicht tegenwerken. Effectieve maatregelpakketten formuleren is dus maatwerk. Hieronder wordt per cluster behandeld welke maatregelen wel of niet zinvol worden geacht. Bij het opstellen van dat maatwerk worden enkele algemene uitgangspunten gehanteerd. Deze komen eerst aan de orde in paragraaf 6.1. De relaties tussen de in dit programma voorgestelde maatregelen en reeds lopende programma’s (PAS en SPUK) komen aan bod in paragraaf 6.2 en paragraaf 6.3. In paragraaf 6.4 komen de voorgestelde maatregelen t.b.v. dit herstelprogramma aan bod. Deze maatregelen worden per cluster (paragraaf 3.2) besproken. Tenslotte wordt in paragraaf 6.5 een inschatting gemaakt van de mate waarin de doelen (zoals geformuleerd in hoofdstuk 4) gerealiseerd gaan worden als alle genoemde maatregelen zijn uitgevoerd. Een samenvatting van de maatregelen staat in de tabel in bijlage 3.
6.1 Uitgangspunten 6.1.1
Grondige systeemanalyse Om effectieve maatregelen te kunnen formuleren is een landschapsecologische systeemanalyse (LESA) essentieel. Deze benadering kijkt naar de samenhang tussen geologie, historie, hydrologie, hydrochemie, bodemkunde en ecologie en maakt zo duidelijk welke processen de huidige standplaatscondities van habitats en soorten verklaren. Dit geeft aan of en hoe het mogelijk is om op deze processen in te grijpen om het gewenste doel te realiseren. Voor de maatregelen geformuleerd in paragraaf 6.4 geldt als uitgangspunt dat ze gefundeerd moeten zijn in een LESA. Zo’n LESA moet in ieder geval de volgende ingrediënten bevatten: • historische veranderingen: hoe was de natuurkwaliteit en abiotiek vroeger en hoe is deze veranderd; • natuurlijke potentie: welk habitattype is haalbaar onder natuurlijke omstandigheden; • omvang hydrologische beïnvloedingsgebied: vanuit welk gebied water via oppervlakte of ondergronds toestroomt en eventueel afstroomt; • knelpunten voor bereiken natuurlijke potentie: wat zijn de huidige belemmeringen voor het behalen van de natuurlijke potentie; • globaal maatregelpakket: op grond van inzichten in de knelpunten kan aangeduid worden welke maatregelen waar effectief zijn. Waar nog onvoldoende inzicht bestaat in de landschapsecologische relaties is de eerst voorgestelde maatregel in paragraaf 6.4 het uitvoeren van een LESA.
Op grond van die LESA worden vervolgens concrete maatregelen geformuleerd.
48
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
6.1.2
Venherstel is systeemherstel Figuur 5.1 maakt duidelijk dat de habitattypen en -doelsoorten van dit herstelprogramma voorkomen binnen een specifiek bereik van de gradiënten zuurbasisch, nat-droog, voedselrijk-voedselarm en jong-oud. De exacte plaats waar de optimale omstandigheden zich voordoen kunnen echter van jaar tot jaar verschillen. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar op de Tongerense Heide. In natte jaren lijkt dit een rijke schakering van grote en kleine vennen, in droge jaren lijkt het gebied meer op één natte heide. In een extreem droog jaar kan een ven in zijn geheel droogvallen waardoor de vegetatie afsterft en zich weer opnieuw moet ontwikkelen. Dit principe geldt nog meer voor afzonderlijke soorten. Iedere soort heeft een eigen bereik langs de milieugradiënten en dat valt niet naadloos samen met het bereik van het bijbehorend habitattype. Om fluctuaties binnen en tussen jaren het hoofd te kunnen bieden is het belangrijk dat soorten op en neer kunnen pendelen en dat het gebied groot genoeg is voor alle relevante gradiënten (Raad voor leegomgeving en infrastructuur, 2013). Dit betekent dat duurzaam behoud en beheer van habitattypen alleen mogelijk is wanneer het hele samenspel van ondergrond, bodem, water en soorten zo natuurlijk mogelijk functioneert en er voldoende ruimte is voor variatie in deze factoren.
Herstel van vennen en venen is dus herstel van de gehele landschappelijke context. Die context zal bij zure vennen in het algemeen kleiner zijn dan bij bijvoorbeeld een kalkmoeras gevoed door regionaal grondwater. Maar ook zure vennen en venen kunnen binnen een groter gebied nauw met elkaar samenhangen. Het Mosterdveen en het Wisselse Veen omvatten bijvoorbeeld laagtes die als een cascade heel geleidelijk in elkaar overlopen. Als ergens in die schakel waterverlies optreedt, door bijvoorbeeld sloten of een verstoring in de ondergrond, beïnvloedt dat alle vennen in de keten. Bovenstaande maakt duidelijk dat het niet altijd zinvol is om per ven maatregelen te formuleren. Soms is een groter oppervlak een logischere eenheid. In dat geval worden de knelpunten en maatregelen op gebiedsniveau en niet per ven gepresenteerd.
6.1.3
Prioritering Binnen de Natura 2000-begrenzing zijn minstens 336 verschillende vennen te onderscheiden. Het is praktisch niet mogelijk om die allemaal in één planperiode aan te pakken. In de beheerplanperiode 2018-2024 zullen eerst onderzoeken uitgevoerd moeten gaan worden. Concrete maatregelen kunnen in de beheerplanperioden 2024-2030 en 2030-2036 genomen worden. Daarnaast zijn ook niet alle locaties even kansrijk. Daarom is bij de formulering van maatregelen een nadere prioritering van locaties aangebracht op grond van de volgende criteria: • de locaties hebben potentie voor de ontwikkeling of versterking van prioritaire haibtattypen. Het prioritaire habitattype voor dit herstelprogramma is heideveentje (paragraaf 4.2). Alle locaties waar dit habitattype voorkomt of zich kan ontwikkelen worden meegenomen in dit herstelprogramma. • zwakgebufferde vennen die tevens kansen bieden voor populaties van doelsoorten. Voor zwakgebufferde wateren geldt geen uitbreidings – of verbeteringsdoelstelling. In het algemeen zijn de zwakgebufferde wateren echter ook het meest optimale habitat voor de doelsoorten kamsalamander, drijvende waterweegbree en gevlekte witsnuitlibel (paragraaf 4.3). Aangezien deze doelsoorten nu achteruitgaan is het wenselijk om het leefgebied van deze soorten te versterken.
Daarom wordt prioriteit gegeven aan locaties waar (potenties voor) zwakgebufferde vennen liggen en een of meerdere van de doelsoorten voorkomen.
49
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
• Zure vennen met voldoende omvang. Voor het haibtattype zure vennen is de opgave om de huidige kwaliteit te verbeteren (paragraaf 4.2). Een belangrijke bepalende factor voor de kwaliteit van zure vennen is het oppervlakte van een ven of van een mozaïek van vennen. Zoals nader toegelicht in paragraaf 5.1.3 is het uitgangspunt dat een ven of mozaïek van vennen een goede kwaliteit kan behalen als het totale wateroppervlak tenminste 0,5 ha bedraagt. Er is sprake van een mozaïek als de vennen hooguit 100 m van elkaar verwijderd zijn. Daarom richt dit programma zich alleen op deze vennen. Kleinere vennen die te ver verwijderd zijn van andere vennen, blijven hier buiten beschouwing. In paragraaf 6.4 komen enkele clusters aan de orde die buiten deze criteria vallen. Bij de vennen van Staatsbosbeheer is bijvoorbeeld al sprake van een lopend proces dat volledigheidshalve ook in dit programma vermeld wordt en bij andere clusters zijn herstelmaatregelen voor een specifieke soort nodig.
6.2 PAS-maatregelen In het Natura 2000-beheerplan Veluwe is een onderscheid gemaakt tussen drie typen maatregelen: PAS-herstelmaatregelen, natuurbeheer en overige maatregelen. De PAS-herstelmaatregelen, zoals beschreven in paragraaf 6.2 van het beheerplan, zijn specifiek bedoeld om de achteruitgang van natuurwaarden door stikstofdepositie tegen te gaan. Zie de tabel hieronder. M1b Plaggen venoevers bij zure en zwak gebufferde vennen M2b Lokale drukbegrazing met schapen op vochtige heide M3a Maaien en afvoeren (venoevers) M3b Opslag verwijderen en afvoeren op stuifzanden, vochtige heides, droge heides M3c Verwijderen organische sedimenten bij zure vennen en zwak gebufferde vennen M3d Bodem geschikt maken voor kieming jeneverbes M3e Verwijderen exoten in zure vennen M4a Vrijstellen venoever M4b Terugdringen beuk in oude eikenbossen M4c Exoten verwijderen M4d Bos kappen t.b.v. corridors M4e Populieren kappen t.b.v. beekbegeleidend bos M4g Bos kappen t.b.v.
windwerking M5 Geleidelijke omvorming dennenbos naar loofbos op oude bosgronden M7 Bekalken of belemen vochtige heide, heischrale graslanden M7a Bekalken inzijggebied bij zure vennen en heischrale graslanden M7b Bekalken na plaggen heide M8 Belemen M9 Herstel hydrologie M13 Terugdringing uitspoeling meststoffen uit inzijggebieden M14 Uitplanten stekken en/of zaaien jeneverbes Deze PAS-herstelmaatregelen waren ook opgenomen in het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitgesproken dat het PAS niet voldoet aan de natuurwetgeving en niet langer gebruikt mag worden. Met het vervallen van het PAS blijft de noodzaak deze herstelmaatregelen uit te voeren echter bestaan.
50
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Het Natura 2000-beheerplan Veluwe is een plan op hoofdlijnen. In het plan staat dat de herstelmaatregelen om de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe te behalen verder worden uitgewerkt in herstelprogramma’s (locatiespecifiek). De herstelprogramma’s moeten in de eerste beheerplanperiode (2018-2024) worden opgesteld, het uitvoeren ervan vindt plaats in zowel de eerste beheerplanperiode als de daaropvolgende twee perioden (2024-2030). Gezien de noodzaak van het behoud en herstel van stikstofgevoelige natuur, is al begonnen met uitvoering van de PAS-herstelmaatregelen voor het gereedkomen van de herstelprogramma’s. Sinds 2015 hebben terreineigenaren een groot deel van deze PASherstelmaatregelen vóór de eerste PAS-periode (2015 t/m 2021) uitgevoerd, enkele zijn nog in uitvoering. Ook na deze uitvoering blijven de meeste, met name cyclische maatregelen noodzakelijk zolang de stikstofdepositie te hoog blijft. Deze maatregelen zijn niet (altijd) meer opnieuw benoemd in het herstelprogramma. In dit herstelprogramma zijn herstelmaatregelen voor behoud en verbetering van natuurwaarden uitgewerkt. Deze maatregelen zijn, net als de PAS-herstelmaatregelen, vaak ook gericht op stikstofgevoelige natuur. De maatregelen in het herstelprogramma kunnen vergelijkbaar zijn met de voormalige PAS-herstelmaatregelen, zoals venherstel en de aanleg van corridors.
Anders dan in het PAS worden ze nu locatiespecifiek en in hun totaliteit benoemd. Het gaat om maatregelen die eenmalig worden uitgevoerd om de natuur te herstellen. De voormalige PAS-herstelmaatregelen, zoals genoemd in paragraaf 6.2 van het Natura 2000beheerplan Veluwe, blijven wel bestaan. Ze vormen een aanvulling op de maatregelen in dit herstelprogramma omdat ook doorlopende maatregelen noodzakelijk blijven, zoals extra beheer als gevolg van een te hoge stikstofdepositie. Op grond van nieuwe inzichten zijn voor zure vennen de PAS-maatregelen ‘Verwijderen organische sedimenten’ (M3c) en ‘Bekalken inzijggebied’ (M7a) niet meer aan de orde in dit herstelprogramma. In paragraaf 5.2.2 wordt nader toegelicht waarom deze maatregelen niet wenselijk zijn in zure vennen.
6.3 SPUK-maatregelen Via het Programma Natuur stelt het Rijk tot 2030 middelen beschikbaar voor robuust natuurherstel met het oog op een duurzame instandhouding van de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en leefgebieden van soorten. Maatregelen die in de herstelprogramma’s staan zullen hieruit worden gefinancierd. In het Programma Natuur worden twee perioden onderscheiden om maatregelen uit te voeren en te financieren. In de eerste fase (2021-2023) heeft het Rijk middelen aan provincie Gelderland beschikbaar gesteld met een specifieke uitkering (SPUK). Om de stikstofgevoelige natuur op de Veluwe versneld te kunnen herstellen, heeft de provincie vooruitlopend op de herstelprogramma’s eind 2021 al een SPUKsubsidieregeling opengesteld. De maatregelen waarvoor inmiddels SPUK-subsidie is aangevraagd, lopen dus vooruit op de herstelprogramma’s. Sommige aanvragen waarvoor SPUK-subsidie wordt verleend zijn al verwerkt in het herstelprogramma. Er kan ook subsidie worden aangevraagd voor herstelmaatregelen die op dit moment nog niet in het herstelprogramma zijn verwerkt, maar waarvan wel ecologisch is beoordeeld dat ze bijdragen aan de duurzame instandhouding van het Natura 2000-gebied Veluwe.
51
Rijksregeling versneld natuurherstel Naast het Programma Natuur en de bijbehorende specifieke natuuruitkering van het Rijk, heeft het ministerie van LNV zelf ook nog een regeling ‘Versneld natuurherstel’. Hiervoor maakt het ministerie zelf direct afspraken met terreineigenaren van natuurgronden.
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
6.4
Maatregelen per cluster Er zijn dertien clusters onderscheiden. Het is zinvol om maatregelen in deze clusters als geheel op te pakken. Zie ook bijlage 3 waarin een overzicht van alle maatregelen staat.
6.4.1
Tongerense Heide Dit cluster bevat ruim dertig locaties, allen gelegen binnen de gemeente Epe en hoofdzakelijk in eigendom van Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK), Landgoed Tongeren en Landgoed Welna. Veel vennen en heideveentjes vormen een mozaïek. De huidige begroeiing komt vooral overeen met die van zure vennen en natte slenken, afgewisseld met vochtige heide (Bron: Natuurbalans/Limes Divergens, 2020). De huidige kwaliteit van deze habitattypen is niet volledig bekend, maar van zeker een aantal staat de kwaliteit onder druk door onder andere verdroging en stikstofdepositie. Evenmin is duidelijk of er ontwikkeling richting heideveentjes of zwakgebufferde vennen mogelijk is. Om herstelmaatregelen uit te kunnen voeren die bijdragen aan de instandhoudingsdoelen is inzicht nodig in het functioneren van het (eco)hydrologisch systeem via een LESA. Het onderzoeksgebied van deze LESA zal ook het nabijgelegen Paalveen (Staatsbosbeheer) bestrijken. De Leemkuil bij Tongeren valt net buiten de begrenzing van het cluster dat is aangeduid in figuur 6.1. Dit water is mogelijk geschikt voor drijvende waterweegbree en herbergt ook een populatie kamsalamanders. Daarom zal een verkennend onderzoek uitgevoerd worden naar mogelijkheden om de ecologische kwaliteit verder te verbeteren.
Punt van aandacht hierbij is echter wel dat verdere verspreiding van Italiaanse kamsalamanders niet gefaciliteerd wordt.
Tongerense Heide ven (fotografie Peter van Beers)
Maatregelen Tongerense Heide • Uitvoeren van een LESA Tongerense heide en nabijgelegen Paalveen. • Formulering en uitvoering van maatregelen, voortkomend uit de LESA. • Verkenning van kansen voor de Leemkuil bij Tongeren.
52
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Figuur 6.1 Ligging van het cluster Tongerense Heide. 't Zeuvenbergje
H e i d e
De Weesberg
Bervoetsbos
Nieuw Soerel
Tongerense heide
Landgoed
Soerel
Voorschotbosch
Dorperveld
Leemkuil
Natura 2000
Tongeren
Begrenzing clusters Vennen en venen
Landgoed
L a n d g o e dW e l n a
To n g e r e n s c h e Veen
To n g e r e n
Wissel Wisselsche Enk
Smitsveen
Hendrik
HetVerscholen Dorp
Mouwenveld
Gemeentebosch
Wisselse To n g e r e n s e
Cornelis Mouwenveld
Duivels bosch De Fransman
Ve e n
Heide Middelbergen
H e t
G r e v e l d
Schaveren
Kerkhof
V i e r h o u t e r
Spookkuil
Bommelskuil Hendrikuslaar
km
0
0,7
't Uldert
1,3
I&A-DATA | 2203-1077| 6-7-2022
Pollense Ve e n
Kroondomein Berkenlaar
b o s c h
53
G o r t e l s c h e
Gortel
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Wildlust
Hanendorp
6.4.2
Wisselse Veen Het Wisselse Veen ligt in de gemeente Epe en is grotendeels in eigendom bij GLK. In 2019 is voor het Wisselse Veen al een LESA opgesteld (Bron: Jansen et al., 2019) en een inrichtingsplan voorbereid, als onderdeel van een gebiedsproces. De LESA maakte duidelijk dat de vennen in dit cluster de potentie hebben voor overgangsen trilveen (H7140A). Stroomafwaarts daarvan kan op den duur dotterbloemhooiland ontwikkelen. De vegetatiekartering voor het Wisselse Veen moet nog worden verwerkt in de habitattypenkaart Veluwe. Indien daaruit naar voren komt dat er ook kalkmoeras in het Wisselse veen aanwezig is, wordt dit meegenomen bij de inrichting van het gebied. In het inrichtingsplan zijn diverse maatregelen voorbereid om het gebied te kunnen vernatten. Het gaat daarbij onder meer om het verondiepen en dempen van sloten, het verwijderen van duikers en dammen, het aanleggen van een voorde, het afgraven van percelen, het afwaarderen van wegen, het veranderen van de recreatieve infrastructuur en het verwijderen van opslag. Deze maatregelen sluiten aan op de maatregelen die op het naastgelegen Landgoed Tongeren zijn uitgevoerd. De uitvoering van de maatregelen is voorzien in het najaar van 2024.
Maatregelen Wisselse Veen • Uitvoeren van het inrichtingsplan. Figuur 6.2 Ligging van het cluster Wisselse Veen.
Landgoed
Dorperveld
Tongeren
Wisselse veen
Epe
Veen
Landgoed
L a n d g o e dW e l n a
To n g e r e n s c h e
† † † †
† † † †
† † † †
† † † †
Natura 2000 Begrenzing clusters
To n g e r e n
Vennen en venen
Wissel Wisselsche Enk
Smitsveen
Wisselse To n g e r e n s e
Ve e n
Heide
Laarstraat
Middelbergen
G r e v e l d Westendorp
Schaveren
† † † † † † † † † † † †
Pollense Ve e n
Emst
Kroondomein
G o r t e l s c h e
Wildlust
Gortel
Hanendorp
Emsterenk
Loobrink
Achterenk
!
H e t
Achterdorp !
km
0
0,7
Kraaienberg
Kroondomein
1,3
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
B o s c h
54
't Laar
Achterhegge
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
6.4.3
De Ginkel Dit cluster bevat diverse wateren op het Kreelsche Zand, die eigendom zijn van de gemeente Ede. Het cluster bevat enkele kenmerkende soorten van zwakgebufferde vennen (Bron: Van Kleef et al 2017b). De Plas van Gent, is een goed ontwikkeld zwakgebufferd ven met, althans in 2013, vlottende bies en stijve moerasweegbree (Bron: Boedeltje& van Beers, 2013). Het gebied heeft ook een omvangrijke populatie van zuiver inheemse kamsalamanders (Bron: Boedeltje & van Beers, 2013). De huidige aanvoer van voedingsstoffen uit omringende landbouwpercelen belemmert de ecologische kwaliteit. Uit gegevens van het waterschap blijken namelijk frequente pieken in nitraatgehalten. Opslag van onder andere riet en wilgen op de oever wijzen eveneens op vermesting. Nader inzicht in de ecohydrologie van deze vennen door middel van een LESA is nodig. Dit kan ook duidelijk maken of aanpassing van de waterhuishouding noodzakelijk is. Het is wenselijk het onderzoeksgebied uit te breiden tot het areaal zoals aangegeven in het herstelprogramma Heiden en stuifzanden (MHS nummer 110A, ‘LESA enclave Ginkel-Hindekamp’). De LESA kan dan tevens duidelijk maken hoe de enclave hydrologisch functioneert tussen de stuwwallen van Ede en Oud Reemst en ten opzichte van de bovenloop van de Renkumse Beek.
Deze LESA zou ook duidelijk moeten maken of het mogelijk is om drijvende waterweegbree weer terug te krijgen in de vennen. In 2001 en 2006 is de soort hier nog waargenomen (Bron: Odé et al. 2021). De gemeente Ede heeft in 2020 het Gebiedsplan de Ginkel vastgesteld. Dit plan zet in op behoud en versterking van natuur, cultuurhistorie, archeologie en landschap en is de leidraad voor bescherming van de Ginkel. Voor het beheer van haar natuurgebieden in de komende twaalf jaar ontwikkelt de gemeente Ede een visie. Daarin wordt ook het beheer van deze vennen betrokken.
De Plas van Gent (fotografie: Peter van Beers)
55
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Maatregelen De Ginkel • Opstellen van een LESA (is identiek aan maatregel uit Herstelprogramma Heiden en stuifzanden: MHS 110A, LESA enclave Ginkel-Hindekamp). • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen, voortkomend uit de LESA. Figuur 6.3 Ligging van het cluster De Ginkel. Roekelsche Bosch
Mosselsche Zand
Mosselsche
heide
Lage Veld
Ve l d
Driesprong Peppelenbrug
Va l e n b e r g
P l a n k e n -
De Ginkel Hullenberg
Mossel
Bergen
Natura 2000
E d e s c h eB o s c h
Begrenzing clusters Vennen en venen
† † † †
† † † † † † †
† † † † † † †
† † † † † † †
W a m b u i s
De Straal Mosselsche
Edesche Heide
Mosselsche
Kruiponder Kelderbergen
† † † †
† † † †
Kreelsche Zand
† † † †
NieuwH i n d e k a m p
De Hindekamp
De Ginkel
Het Oude Westerbergen
Noord-Ginkel
Nieuw-Reemst
Drieberg
Noord Ginkel Zandbosch
Puthei
Langenberg
Boddegat Noorderbos Zandbos
Mechelsche Kuil
Zuiderbos
De Sysselt
EDE
Kamp
Plantage
Bennekomse
Het Wijde Veld
Ginkelsche
Zand
Planken
Bos
Maanderbos Doornbos Hertenbos
km
0
0,7
1,3
I&A-DATA | 2203-1077| 6-7-2022
Renkumsebeek
Hoekelumsche Brink
6.4.4
Hoekelumsche
Hoge Veluwe In dit cluster liggen meer dan dertig wateren, allen gelegen binnen de gemeente Ede en in eigendom bij Nationaal Park De Hoge Veluwe. De meeste zijn zure vennen, maar enkele daarvan ontwikkelen zich richting heideveentje (onder meer Andromedaven, Deelensche Wasch, Koeverzand en IJzeren Man) (Bron: Jansen et al., 2013). De waterpartijen bij de Hubertusvijver hebben potentie voor zwakgebufferde vennen, tevens liggen kansen voor versterking van de populatie gevlekte witsnuitlibel (Bron: Van Grunsven & Bos-Groenendijk, 2022) en meervleermuis. In 2013 is voor het gehele gebied een plan opgesteld getiteld ‘Visie op de natte gebieden in het Nationaal Park De Hoge Veluwe’. De maatregelen voor het herstel van de hydrologie uit dit plan zijn in 2014 uitgevoerd. In 2022 is een evaluatie gestart om vast te kunnen stellen of de genomen maatregelen voldoende hebben bijgedragen aan herstel van een duurzaam, klimaatrobuust ecosysteem of dat er wellicht nog meer herstelmaatregelen nodig zijn. Voor de veentjes in de omgeving van het Jachthuis volgt nog een nadere analyse van noodzaak voor extra maatregelen.
56
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
I
IJzeren Man (fotografie: Peter van Beers)
Maatregelen Hoge Veluwe • Evaluatie van de maatregelen uit 2014 in Deelense Veld, Veentjeswei en Fazantenpark. • Formulering en uitvoering van eventuele aanvullende herstelmaatregelen, voortkomend uit de evaluatie Figuur 6.4 Ligging van het cluster Hoge Veluwe. Ossenberg Struikberg
Zuiderheide
Sickesze
De Krim
Jan Aaltensland
Siberië
Hoenderloo
De Schuit
Dennen
Westerflier
Veentjesbosch Het Prisma
Hoge Veluwe
Otterlosche
De Wetbosch
Eikelkamp
Grasbosch
Zand
Natura 2000
De Brand
De Koekoek
Zwarte Veld Heidebloem
Hoog-Baarlo
Fazantenpark
Begrenzing clusters
Weitje v d Pol De Bunt
Vennen en venen
Windewaai Hertenbosch Landschappentuin
Bunterbosch
Zwarte Bosch Pampelsche Bosschen
't Rieselo Stenen Gewei
Koeverbosch
Fransche Berg
P a m p e l s c h e Z a n d
De Nieuwe Plijmen
Otterlosche
Bosch
Het
D E
H O G E
Kromme Hoek
Deelensche Veld
Koeverzand Wolfskuilen
Berg en Dal
V E L U W E
De Plijmen
Bruine Berg
De Pollen
Jeneverbessenbosch
D e e l e n s c h e Z a n d
km
0
0,7
1,3
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
Midden zand
W a m b u i s
57
Braamsveldje Eikehoutbergen
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Deelen
Grote
6.4.5
Nunspeetse vennen Op het grondgebied van de gemeente Nunspeet liggen diverse vennen en venen die door verschillende instanties beheerd worden. Alleen de locaties met kwalificerend habitat of met de potentie daarvoor komen hier aan de orde. In de zuidwestelijke hoek van het cluster Nunspeetse vennen ten noorden van de landbouwenclave Grote Kolonie, ligt een aantal vennen met soorten die duiden op zwakgebufferde omstandigheden. Analyses ten behoeve van het herstelprogramma Heiden en stuifzanden wezen uit dat hier grote kansen liggen om nat- droog- en basenrijk-basenarm-gradiënten te herstellen. Dit herstelpro gramma stelt voor om via een LESA te onderzoeken hoe deze kansen benut kunnen worden. ‘Het Flesje’ en de twee ten noorden daarvan liggende vennen vallen samen met het onderzoeksgebied waarvoor het herstelprogramma Heiden en stuifzanden nader onderzoek voorstelt (MHS 33A Duurzame heide: Stakenbergse heide-Schotkamp-Leuvenhof ). Hier is dus geen aanvullende actie noodzakelijk. De drie wateren bij de Oude Zwolseweg zijn in feite gegraven sprengkoppen die afwateren op de Hierdense beek. Op grond van het herstelprogramma Beken wordt een LESA gestart naar de Hierdense beek waarin deze drie locaties, als bovenloop van de Hierdense beek, worden betrokken.
Mosterdveen Het Mosterdveen, in eigendom en beheer bij de gemeente Nunspeet, is te beschouwen als een groot doorstroomveen waarin meerdere afzonderlijke zure vennen en heideveentjes herkenbaar zijn. De stroming is in noordelijke richting. Aan de zuidelijke kant treedt grondwater uit dat oppervlakkig afstroomt dankzij een ondoorlatende leemschol op enkele meters diepte. Stroomafwaarts krijgen de vennen geleidelijk aan een zuurder karakter. Het gebied herbergt zeer waardevolle planten van hoogvenen en de grootste, enige gezonde populatie gevlekte witsnuitlibel van de Veluwe. Daarnaast is er waarschijnlijk ook een kleine populatie kamsalamander aanwezig, al zijn in 2020 geen dieren meer aangetroffen. In 2015 bleek een klein deel van de toen nog aanwezige dieren al sporen van Italiaanse kamsalamander te dragen. In 2014 en 2015 is het gebied grotendeels heringericht. Hierbij zijn restanten van een voormalige camping (verharding, afwatering en leidingen) geamoveerd, greppels gedempt en bosopslag her en der verwijderd. In 2021 en 2022 is onderzoek gedaan naar de resterende knelpunten in het gebied. Dit leverde een aantal aanvullende, interne maatregelen op die vooral tot doel hebben waterverlies in het gebied verder te beperken en de doorstroming te optimaliseren (Bron: Brongers & Bijkerk, 2022): • terugzetten van de bosrand langs een aantal vennen (in totaal ca.
4 ha); • geleidelijke omvorming van naaldbos naar loofbos op de hogere flanken met inheemse soorten waardoor minder water verdampt; • enkele resterende greppels verondiepen of afdammen; • verlagingen aanbrengen waar opgevulde greppels nu boven maaiveld uitkomen en doorstroming van het gebied belemmeren; • in overleg met eigenaar van De Roostee zoeken naar mogelijkheden om waterverlies hier te beperken; • gedurende zes jaar monitoring van grondwaterstanden en (grond)waterkwaliteit om het systeem beter te leren begrijpen en te toetsen of nog meer aanvullende maatregelen wenselijk zijn.
58
Roode Heks en Huize de Vennen De Roode Heks is een particulier ven gelegen op landgoed de Roostee. Van oorsprong is het een venige laagte die in de jaren ’30 ontgonnen is ten behoeve van landbouw. Inmiddels zijn deze percelen weer ingericht ten behoeve van natuur: sloten zijn gedempt en de voedselrijke bovenlaag is verwijderd.
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Om te voorkomen dat een nabijgelegen fietspad na hevige regenval overstroomt, is ten noordwesten van het ven een greppel gegraven. Bij hoge waterstanden op het ven loopt het water via deze greppel het bos in waar het vervolgens infiltreert. Tot begin vorige eeuw stroomde het water vanaf de Roode Heks in oostelijke richting af. Hier zeeg het in en stroomde waarschijnlijk over de ondergrondse leemschol richting Mosterdveen. Met de huidige inrichting lijkt het water verloren te gaan voor het Mosterdveen. Daarom is de belangrijkste maatregel om nader te onderzoeken: 1 of het overtollige water uit de Roode Heks een significante bijdrage kan leveren aan de waterbalans van Mosterdveen; 2 of de waterkwaliteit in Roode Heks geen knelpunt gaat vormen voor Mosterdveen als dit wordt ingelaten (naast de chemische samenstelling is ook het voorkomen van watercrassula in Roode Heks een aandachtspunt); 3 wat de natuurlijke weg is van water uit Roode Heks: zal dit van nature oppervlakkig afstromen of via de ondergrond. Inzicht in de grondwaterstroming vergt dus ook een beter inzicht in de exacte ligging en omvang van de ondoorlatende leemlaag onder het Mosterdveen. 4 wat de mogelijkheden zijn om watercrassula in de Roode Heks terug te dringen ten gunste van inheemse soorten van zwakgebufferde vennen. De Roode Heks lijkt geschikt voor het habitattype zwakgebufferd ven.
Ten westen van De Roostee, ligt Huize de Vennen. Dit is een particulier landgoed met drie vennen. Twee vennen liggen dicht bij elkaar, waarvan de grootste de potentie heeft zich te ontwikkelen tot heideveentje. Belangrijkste knelpunten zijn nu opslag van grove den rondom de vennen, een aangelegd dijkje pal langs de vennen, voedselrijk slib in het kleine ven en aanwezigheid van diverse exoten vanwege eerdere aanplant (Bron: Termaat et al. 2020). De benodigde maatregelen zijn weergegeven in figuur 6.5. Een aantal maatregelen is inmiddels uitgevoerd. De eigenaar zorgt voor verder ecologisch herstel door het op een aantal plaatsen doorsteken van het dijkje rondom het grootste ven. Dit dijkje belemmert nu de aanvoer van regenwater vanuit het inzijggebied naar het ven en uitstroom van water vanuit het ven naar het oorspronkelijke ven dat flauwe oevers had. Daarmee vormt het een belangrijk knelpunt voor de ontwikkeling naar heideveentje. Figuur 6.5 Voorgestelde maatregelen voor Huize de Vennen (Bron: Termaat et al. 2020).
59
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Op hetzelfde landgoed Huize de Vennen ligt ook het Mythsteeven. Dit ven is circa 0,1 ha groot, ligt geheel in het bos en de oever is tot aan de waterlijn overwoekerd met rododendron. Het dichtstbijzijnde ven ligt op ruim 300 meter afstand.
Het Mythsteeven maakt ecologische gezien dus ook geen onderdeel uit van een mozaïek (zie paragraaf 5.1.3). Daarom is er in het Mythsteeveen geen perspectief op ontwikkeling van een ven dat voldoet aan de Natura 2000-doelstelling. Dat laat onverlet dat het ven toch een waardevolle rol speelt als drinkplaats voor dieren en habitat voor allerlei watergebonden soorten.
De Greesplek De Greesplek is een relatief groot (>0,5 ha) zuur ven in eigendom en beheer bij de gemeente Nunspeet. Tot in de jaren ’90 was het ven en omliggend gebied militair oefenterrein. Waarschijnlijk zijn vanwege dit gebruik ondoorlatende lagen rondom het huidige ven vernield. Het ven was tot in de jaren ’70 ongeveer twee zo groot. Inmiddels is de provincie samen met Universiteit Twente een onderzoek gestart naar mogelijkheden om via dronemetingen aan verdamping te achterhalen of er rondom het ven lekkage in de B-horizont te zien is. Op grond daarvan kan vervolgens ingeschat worden of het mogelijk is deze ondoorlatende laag weer te herstellen.
Ossenkolkven Ook het Ossenkolven valt onder het eigendom en beheer van de gemeente Nunspeet. Voor dit ven is in 2022 een LESA gestart om te komen tot een goede inrichting en beheer. Historische gegevens van dit ven doen vermoeden dat er kansen liggen voor de ontwikkeling van een heideveentje. In de jaren ’60 van de vorige eeuw kwamen hier nog lavendelheide en drijvende egelskop voor (Bron: Van Dam & Otte, 1996).
60
Maatregelen Nunspeetse vennen • Optimaliseren waterhuishouding in en rondom Mosterdveen. • Monitoren van grondwaterstanden en waterkwaliteit in Mosterdveen. • Onderzoeken van de exacte verspreiding van de leemlaag onder Mosterdveen. • Onderzoeken van mogelijkheden om inrichting de Roode Heks te optimaliseren met het oog op bestrijding watercrassula en hydrologische relatie met Mosterdveen • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen, voortkomend uit het onderzoek optimalisatie Roode Heks • Onderzoeken van verstoringen in ondergrond rond De Greesplek. • Uitvoeren LESA Ossenkolkven. • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen, voortkomend uit de LESA voor Ossenkolkven
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Margarethabosch Waschkolk
Figuur 6.6 Ligging van het cluster Nunspeetse vennen. † † † † † † † † † † † † † † † †
Nieuw Soerel
Z a n d e n b o s c h
H e n d r i k s
Ronde Huis
b o s c h
Belvédèrebosch
Zandenbos
Renteloos Voorschotbosch
Mythstee
W i l l e m s b o s c h
Nunspeetse vennen
Witte Klap
Huize de Vennen
Mosterdveen
Natura 2000 Begrenzing clusters
z a n d
Vennen en venen
Verster bosch
Roode heks Sprengenbosch
Middelhart
Vierhoutensche Heide
Halfweg
Provinciebosch
W e s t e i n d s c h e
Jodenbosch
Hendrik
Ossenkolk
Leemberg
Gemeentebosch
H e i d e Hulshorsterheide
Mouwenveld
Horstmeer
Vierhouten
Zwarte Berg
Veld van Sandberg De Fransman
Zuiderbosch
Turfberg
V i e r h o u t e r
Bommelskuil
Liesberg
Hendrikuslaar
Gresplek
't Uldert
Stakenberg
E l s p e e t s c h e
km
0
0,7
H e i d e
b o s c h Flesjesberg
1,3
Schotkamp
I&A-DATA | 2203-1077| 6-7-2022
61
Noorderheide (Natuurreservaat)
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
6.4.6
Staverden Dit cluster bevat een groot aantal vennen in de Leemputten en het Verbrande Bos. Ten zuiden van de Leemputten liggen nog enkele vennen, maar de situatie van deze vennen is onvoldoende bekend om maatregelen te kunnen formuleren. De Leemputten en het Verbrande Bos hebben een onderlinge samenhang via het ondiepe grondwatersysteem. Omdat het grondwater relatief basenrijke leemlagen passeert, is in dit gebied een rijke schakering mogelijk van blauwgrasland (H6410) en zure en zwakgebufferde vennen (Bron: Termaat et al., 2022). Daarnaast is dit gebied ook geschikt voor een belangrijke populatie gevlekte witsnuitlibel (Bron: Bos-Groenendijk2020). Versterking van de nat-droog- en zuur-basisch-gradiënten in dit gebied kan ook bijdragen aan verbetering van de leefomgeving voor kamsalamander. De aanwezige populatie is echter al vermengd met Italiaanse kamsalamander (Bron: Gilbert & Schippers, 2022). Zoals gezegd maken afzonderlijke vennen deel uit van één hydrologisch systeem. Maatregelen worden daarom voor het gehele gebied gepresenteerd en niet per ven. De maatregelen zijn ruimtelijk weergegeven in fig. 6.8 en zijn als volgt (Bron: Termaat et al.
2022): • Bos grotendeels verwijderen: ten behoeve van uitbreiding van de aanwezige stuifzandheide (Speulderveld), en ter vermindering van de verdamping, ten gunste van uitbreiding van blauwgrasland, heischraal grasland en vochtige heide (Leemputten). Langs de Flevoweg kan een singel van loofhout worden aangeplant om stikstofverbindingen vanaf de weg te kunnen invangen en ter bescherming van het wild. • Dempen van sloten: dit speelt hoofdzakelijk in de Leemputten en bevordert de kwaliteitsontwikkeling en uitbreiding van zwakgebufferde vennen, blauwgrasland, heischraal grasland en vochtige heide. • Reliëf herstellen: dit speelt voornamelijk in het Verbrande Bos, waar zandruggen en daarmee heel lokale hydrologische systemen en bijbehorende gradiënten zijn doorgraven. Daarnaast worden in de LESA Leemputten Staverden en Verbrande bos enkele maatregelen voorgesteld om blauwgrasland (H6410) en een aantal zeldzame kalkminnende soorten te behouden. Deze floristische waarde is in feite kunstmatig, want te danken aan de eerdere kleiwinning. De dunne leemlagen zijn nagenoeg geheel ontkalkt en hebben sterk te lijden van hoge graasdruk. Om de Natura 2000-doelstelling met betrekking tot blauwgrasland (H6410) te realiseren zijn dus kunstgrepen nodig in de Leemputten. Elders in de Veluwe liggen namelijk geen mogelijkheden om dit habitattype te ontwikkelen.
Het gaat hierbij om de volgende maatregelen: • Diepmaaien en bufferende stoffen aanbrengen op het Speulderveld ten behoeve van het gentiaanblauwtje. Dit betekent over de hoogtegradiënt van nat naar droog banen diepmaaien en aanvullend bufferende stoffen aanbrengen. • Bufferende stoffen aanbrengen in de Leemputten, daar waar het kleilaagje heel dun is en uitloging van basische kationen plaatsvindt met verzuring als gevolg. Bekalking helpt de bodem weer aan te vullen met basische kationen. • Delen van de meest kwetsbare vegetaties tijdelijk uitrasteren, bij wijze van beheerexperiment. Door de rasters elke twee jaar te verplaatsen naar andere kwetsbare delen van de vegetatie kan te sterke verruiging voorkomen worden. Het gaat hierbij vooral om leemputten met zeldzame soorten, te sterk begraasde orchideeënrijke delen en kernen van klokjesgentiaan die het meest in trek zijn bij de gentiaanblauwtjes.
62
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Paard in ven, Houtdorper- en Speulderveld
Maatregelen Staverden • Uitvoeren van de maatregelen uit de LESA (Bron: Termaat et al. 2022) (zie figuur 6.8): − verwijderen bos; − dempen sloten; − herstellen reliëf; − kunstmatig bekalken; − kwetsbare delen afrasteren om overbegrazing te voorkomen. Figuur 6.7 Ligging van het cluster Staverden.
Veeneberg
Sparrendaal
Ullerberg
Leuvenum
Grote Kolonie
Ermelosche
Staverden
† † † † † † † † † † † †
Natura 2000
Paalberg
Staverden
Heide
Begrenzing clusters
Kleine Kolonie
L e u v e n u m s c Ve held
Vennen en venen
Driesche Berg
Tonnenberg
Speuld
Speulderveld
Drie
U d d e l s c h e Ve e n
S p e u l d e r b o s c h
Uddel Houtdorperveld
Veenkamp
De Beek
Zandsteeg
Binnenveld Schoolhegge
Houtdorp
km
0
0,7
Gr Enk
Braambosch
1,3
Militair
Lage
Jachtlaar
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
Oefenterrein Paleis
63
Solsche Berg
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Ve l d
Uddelsche
Figuur 6.8 Voorgestelde maatregelen voor Leemputten en Verbrande Bos (Bron: Termaat et al2022).
6.4.7
Kroondomein Het Loo De belangrijkste locaties binnen dit cluster zijn het Uddelermeer, het Bleeke Meer, Groot Zeilmeer en de venmozaïeken De Biezen en Asselse vennen.
64
Het Uddelermeer Het Uddelermeer is een pingoruïne met, tot begin vorige eeuw, veel kenmerkende soorten van zwakgebufferde vennen. Tegenwoordig zijn vooral de hoogveenkernen in de oeverzone erg waardevol. Naast de ecologische kwaliteiten herbergt het Uddelermeer ook een belangrijk bodemarchief omdat de waterbodem sinds het ontstaan, circa twaalfduizend jaar geleden, ongestoord is gebleven. Hierdoor zijn zaden en pollen uit verschillende tijdsperioden goed bewaard gebleven. Daarnaast is het Uddelermeer ook een belangrijk archeologisch monument omdat hier de oudste restanten van de Trechterbekercultuur zijn aangetroffen. In 2021 is een uitgebreide LESA uitgevoerd naar ecologische potenties en knelpunten (Bron: Kieskamp et al. 2022). De belangrijkste problemen komen voort uit verdroging en vermesting. Aanpak van deze knelpunten vergt een combinatie van interne maatregelen en maatregelen in de verdere omtrek. Bij interne maatregelen gaat het vooral om maatregelen aan de detailontwatering in het broekbos aan de zuidkant van het Uddelermeer, verondieping van een watergang (‘Zijbeek KDL’) en om terugzetten van boomopslag en rietbegroeiing op de oevers. De verdroging wordt ook deels bepaald door de drainerende werking van de bovenlopen van de Hierdense Beek.
Daarom is het vanuit ecologisch herstel van het Uddelermeer wenselijk om te onderzoeken in hoeverre verondieping van deze bovenlopen mogelijk is.
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Bij de maatregelen in de verdere omtrek gaat het vooral om het verminderen van nitraat- en sulfaatafspoeling van de percelen ten westen en zuidoosten van het Uddelermeer. Die afspoeling bedreigt overigens niet alleen de waterkwaliteit in het Uddelermeer, maar zorgt ook voor afbraak van het unieke bodemarchief. Om het bodemarchief te behouden en de ecologische kwaliteit van het Uddelermeer te versterken is het noodzakelijk dat afspoeling vanaf bovengenoemde percelen ophoudt. Monitoring van de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater zal moeten uitwijzen of deze maatregelen voldoende zijn of dat op den duur nog aanvullende maatregelen nodig zijn ten behoeve van de Natura 2000doelstellingen (H3130 en H7110_B).
Groot Zeilmeer Het Groot Zeilmeer kan gaan kwalificeren als zuur ven nadat een deel van de oevers is afgeplagd, bos verwijderd wordt en het ven (gedeeltelijk) gebaggerd wordt. Naast deze interne maatregelen is het echter ook wenselijk om te onderzoeken of en hoe de aanvoer van voedingsstoffen naar dat ven kan worden verminderd.
Bleeke Meer Het Bleeke Meer is, net als het Uddelermeer, een pingoruïne en vormt binnen de Veluwe de belangrijkste locatie met kwalificerend hoogveenbos (habitattype H91DO; zie paragraaf 4.2). Het Bleeke Meer is sterk belast met nitraat en sulfaat, vanwege aanvoer vanuit omringende landbouwgronden. Nitraat en sulfaat versnellen de veenafbraak en zorgen daarmee ook voor vrijkomen van fosfaat, waardoor het water gevoelig wordt voor algenbloei (Bron: Poelen& Smolders, 2017). Voor het behoud van de ecologische kwaliteit is het dus wenselijk om de afspoeling van nitraat en sulfaat vanuit omringende landbouwgronden te stoppen. Als dat lukt kan het vervolgens zinvol zijn de organische sliblaag te baggeren. Om tot goede herstelmaatregelen te komen is het van belang dat er een inrichtingsplan gemaakt wordt dat verder kijkt dan het Bleeke Meer zelf. Daarnaast moet een goede inschatting gemaakt worden van de mogelijke gevolgen van het afdammen van de instromende sloten voor de omgeving.
De Biezen Bij De Biezen verdient behoud van de ondoorlatende ondergrond de meeste aandacht. Deze dreigt her en der door boomwortels verstoord te raken. Een groter risico is echter de munitieruiming die hier nu plaatsvindt. Dit gaat gepaard met grote verstoring van de bodem en levert een groot risico voor de ondoorlatende ondergrond die vaak minder dan een meter diep ligt. Als dat gebeurt in het inzijggebied van de vennen is er sprake van onherstelbare schade.
Asselse vennen (fotografie: Bram de Jong)
65
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Asselse vennen Asselse vennen is een mozaïek van nabijgelegen wateren, veelal minder dan 100 meter van elkaar verwijderd en met in totaal meer dan 5 hectare wateroppervlak. Het mozaïek bestaat overwegend uit zure vennen, waarvan een enkele met aanzet tot hoogveenvorming (Bron: Faasen T & Raemakers, I. 2008). Voor de zure vennen lijken geen stuurknoppen voorhanden. Deze zullen vooral gebaat zijn bij een afname van de stikstofdepositie als gevolg van generiek beleid.
Leemkuilen rondom Cannenburgergat In het noordelijk deel komen ook enkele leemputten voor. Zes leemputten worden de komende jaren geschoond ten behoeve van de drijvende waterweegbree. Deze maatregelen zijn reeds geprogrammeerd.
Maatregelen Kroondomein Het Loo • Nemen van watermaatregelen en terugzetten opslag Uddelermeer volgens LESA. • Verminderen nutriëntenbelasting in het Uddelermeer. • Monitoren van waterkwantiteit en waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Uddelermeer en hydrologisch beïnvloedingsgebied. • Afplaggen oevers, verwijderen bos en baggeren ven Groot Zeilmeer. • Opstellen van gebiedsbreed beheer- en inrichtingsplan Bleeke Meer gericht op verminderen van aanvoer voedingsstoffen vanuit omliggende landbouwgronden. • Schonen leemputten.
Veld van Sandberg
Figuur 6.9 Ligging van het cluster Kroondomein Het Loo. Duivels
Middelbergen
bosch
G r e v e l d
H e t
De Fransman
Zuiderbosch
Turfberg
Schaveren
Kerkhof
V i e r h o u t e r
Spookkuil
Bommelskuil
Liesberg
Hendrikuslaar
Pollense Ve e n
't Uldert
Stakenberg
E l s p e e t s c h e
Kroondomein Berkenlaar
H e i d e
b o s c h
G o r t e l s c h e
Flesjesberg
Noorderheide
Schotkamp
Kroondomein
Kroondomein
Kraaienberg
(Natuurreservaat)
Tonnetjesdelle
Veeneberg
Wildlust
Gortel
B o s c h Prinsenkuil
H e t Vo r e n h u l
Grote Kolonie
Natura 2000
Elspeet
Begrenzing clusters
Galgenberg
E l s p e e t e r
Elspeeter
Stadhoudersleemkuil
Vennen en venen
Niersen † † † † † †
struiken
b o s c h
Kolenkamp
Kleine Kolonie Broodberg
Galgenberg
Vreebosch
Kuilhegge
Broek Korte
Boelensveld Trienebosch
De
Putterkoppel
Kril Heegsche
Kroondomein
Veld
U d d e l e r U d d e l s c h e Ve e n
Hertenbosch
h e e g d e
Uddel
Pasakker
Zandhegge
Karreweg
Valenberg
Vo s s e l t
Kroondomein
Uddelsche Buurtveld
Lage
Kroondomein
Ve l d
Oefenterrein
Rauwenheer
Gerthopsbergje
Walenbosch
Het Zandberg Halve Maan
Veld
km
0
1
Meervelder De Bieze
Meerveld
2
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
Ouwendorp
Ouddorperbosch
Schepersheg
Heintjens
Hertendal
Aardmansberg
Oude
Deeling
Achterpark
Oude Brand
park Wolvenbosch
DooveLeemkuil
Aardschoten Waltersbergje
bosch
Solsbosch Dopjeslaar
Dassenberg
66
Hoog Soerensche
Bosschen
Nieuw-Milligen
hout Greven
Sterrebosch
Kastanjeberg
De Hel
Hazendeeling
De Pastorie
Paleis-
Middendal
bosch Wolfsheg
Kroondomein
Torenberg Aarelgat
Doorngat
Enk
De Koppel
De Kruisen
Veld
Duvelsdel
Broekeldbosch
Meerveldsche
Prins Hendrikpark
Kolenbrander
Noltheniusberg
Hoog Soerensche
Langeberg
Den Broekeld
Koningsbosch
Kappen
Kranendonksboschje
Garderensche
Wiesel
Spaansche
Staatsdomein Imsberg
Boerdennen
Bosch
Duikelberg
Ossenveld
Gr Enk
Pannekoeks dennen
Wieselsche
D e R o o d eH e g g e n
Driehoek
Zandsteeg
Binnenveld Schoolhegge
Wieselsche Enk
Laudonsberg
Koningshout
Huigensheg
De Beek Kampsteeg
Wieselsche Veld
Peter
Reevangst
Duvel
Kruisbergen
Slicht Drieheggen
Veenkamp
Va l k e n b e r g
Kruisakker Ruw Arend
Hooge
Hoddenberg
Houtdorperveld
Bergen
Wiesselsche
Kozakkenveld
Suikerberg
Het Gronkel
Vanenbosch
Kruisjesdal
Brandebeuk
Staatsdomein
Prinsentafel
Hoog Soeren
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
† † † †
† † † †
† † † †
† † † †
6.4.8
RVB- en Defensieterreinen Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is als rijksorgaan de eigenaar/beheerder van gronden waarop in totaal tweeëntwintig vennen liggen, waaronder op Kroondomein Het Loo. Er komen ook vennen voor op terreinen die gebruikt worden door het ministerie van Defensie als oefen- en schietterrein. Deze terreinen liggen verspreid over de gehele provincie Gelderland. Het gaat hierbij in totaal om veertien vennen, liggend in vier deelgebieden. Het RVB stelt beheerplannen op voor deze terreinen voor een periode van minimaal zes jaar en streeft binnen de mogelijkheden van het militair gebruik naar een ecologisch herstel van deze vennen. Het RVB heeft voor regulier beheer en herstel van de vennen in principe voldoende eigen financiële middelen. Deze veertien vennen zijn te klein en liggen te ver uit elkaar om een of meerdere mozaïeken (zie paragraaf 5.1.3) te vormen die kunnen gaan kwalificeren als habitattype.
Maatregelen RVB- en Defensieterreinen - Niet van toepassing. Figuur 6.10 Ligging van het cluster RVB- en Defensieterreinen gebied 1
!
Roekelsche Bosch
Mosselsche
Mosselsche
Doesburger heide
Ve l d
Driesprong Peppelenbrug
Va l e n b e r g
!
P l a n k e n -
RVB/Defensie gebied 1 Hullenberg
De Mosselsche
!
Mossel
Bergen
Natura 2000
E d e s c h eB o s c h
!
Begrenzing clusters Vennen en venen
† † † † !
!
† † † † † † †
† † † † † † †
† † † † † † †
Edesche Heide
Kruiponder Kelderbergen
† † † †
† † † †
Kreelsche Zand
† † † †
!
H i n d e k a m p
De Hindekamp
De Ginkel Westerbergen
Noord-Ginkel Drieberg
Nieuw-Reemst
Noord Ginkel Zandbosch
Langenberg
Boddegat Noorderbos Zandbos
Mechelsche Kuil
Zuiderbos
De Sysselt
EDE
Kamp
Plantage
Bennekomse
Het Wijde Veld
Bos
Maanderbos Doornbos Hertenbos
km
0
0,7
1,3
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
Renkumsebeek
Hoekelumsche
67
Hoekelumsche
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Ginkelsche
Zand
Trienebosch
Figuur 6.11 Ligging van het cluster RVB- en Defensieterreinen gebied 2 Putterkoppel
Heegsche
Kroondomein
Veld
U d d e l e r
Suikerberg
Pasakker
Kroondomein
Het Zandberg Halve Maan
Meervelder
Koningsbosch
Prins Hendrikpark
Kolenbrander
Kroondomein
De Koppel
Paleis-
Middendal
Sterrebosch
Kastanjeberg
Veld
Achterpark
Hoog Soerensche Torenberg
Aarelgat
De Hel
Heintjens
Bosschen Aardmansberg
Deeling
Oude
Wolvenbosch
DooveLeemkuil
Aardschoten Waltersbergje
bosch
Solsbosch Hazendeeling
Dopjeslaar
Kruisjesdal
Vanenbosch Brandebeuk
Dassenberg
Staatsdomein
Het Gronkel
hout Greven
park
Oude Brand
Hertendal
bosch
Ouddorperbosch
Wiesel
De Kruisen
Duvelsdel
Wolfsheg
Bosch
Kappen
Noltheniusberg
Kranendonksboschje
Doorngat
Wenum
Boerdennen
Hoog Soerensche
Langeberg
Vennen en venen
De Bieze
† † † †
Spaansche
Rauwenheer
Gerthopsbergje
Begrenzing clusters K r o o n d o m e i n
† † † †
W e n u m s c h eE n k
Duikelberg
Staatsdomein Walenbosch
Pannekoeks dennen
Wieselsche
D e R o o d eH e g g e n
Driehoek
Ossenveld
Natura 2000
† † † †
Koningshout
Huigensheg
Karreweg
Vo s s e l t
† † † †
Wieselsche Enk
Laudonsberg
Zandhegge
Valenberg
Imsberg
Peter
Reevangst
Duvel
Kruisbergen
Slicht
RVB/Defensie gebied 2
Wieselsche Veld
Hooge
Hoddenberg
Drieheggen
Va l k e n b e r g
Kruisakker Ruw Arend
Hertenbosch
h e e g d e
De Haere W e n u m s c h eVe l d
Bergen
Wiesselsche
Kozakkenveld
Branddeeling
Moezenberg
Brouwerij Dikke
Heidensgat
† † † †
Prinsentafel
Hoog Soeren
Gat
Pomp hul
Vroome
Orderheg
† † † †
† † † †
† † † †
Berg en Bosch
Tribune
Koepeld
† † † †
D e Ve e n t j e s
Bergen Dennenkamp
Asselsche De Watergang
Nova
Asselsche
Heide
Regelbergen Koelberg
0
1
Eikenheg
2
Asselsche
† † † † † † † † † † † †
Topberg
Ve l d
De Alkenschoten
Hoog Bureltje
Lucasgat
kuil
Orderbosch
Westerwolde
km
Germanen
Bosch
Assel Laagh Westerwolde
Willemsbosch
Maalberg
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
Kootwijkerbovenbosch !
Voorste
Heidensberg
Achterste Steenberg
Johnnie's Land
Brummelkamer Steenberg
Va n d e r Huchtbosch
v d Huchtbos
Figuur 6.12 Ligging van het cluster RVB- en Defensieterreinen gebied 3
Wezep
† † † †
De
Eekt
Mheen
Wezepsche Lapstreek
† † † †
Stuivezand
† † † †
Elburg
Oldebroek
en rd aa W
Oostendorp
Heide
† † † †
Broeklanden
't Loo
† † † † † †
Landgoed
Waterplasberg
Landgoed 't Loo Steenbergen
Wezeperberg
Stoopschaar
RVB/Defensie gebied 3
Mullegen
Landgoed
Petrea
† † † † † Hoge † Enk † † †
Natura 2000
R
G
Het Goor
Bovenveen
Aperloo
H e t
Z w o l s c h e
E
Begrenzing clusters
't Harde
Zwaluwenberg
B
Vennen en venen
De Zwaluwenberg
B o s c h
(Artillerie Schietkamp)
Klarenbeek
D
† † † † † † † † †
L
Wessinge
Kamperklippen
Ossenberg
O
Heesberg
W
Erf van Daendels
De Zoom
De Dellen
Kraaienberg
De Zanden Het Veen
Bakhuisbos De Paraplu
Render Holleberg
klippen
rg
De Haelberg
Eperholt
Horst hoeker
veld
W
o
ld
b
e
Woldberg heide
† † † † † † † † †
Galgenberg
Margarethabosch Waschkolk
† † † † † † † † †
't Zeuvenbergje
H e i d e
De Weesberg
Horsthoek
Bervoetsbos
Nieuw Soerel
Z a n d e n b o s c h Ve m d e
km
0
1
2
Soerel
Renteloos Voorschotbosch
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
Landgoed
Dorperveld
Leemkuil
Tongeren
L a n d g o e dW e l n a
68
Landgoed
Dijkhuizen To n g e r e n s c h e Veen
Epe † † † † † †
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Figuur 6.13 Ligging van het cluster RVB- en Defensieterreinen gebied 4 De Dikke Bart
Hoog Buurlo
De Schotkamp
Stroesche Bergen
Schelmeer
Z a n d e rd e n n e n
Radio Kootwijk
Vo g e l e n z a n g Looienbed
Boschberg
U g c h e l s c h e
Kleinlaar Turfberg
Huigenboschje
Kootwijkerzand
Harskamper
L o o b o s c h
Va r k e n s b r i n k
Grootlaar
Buurlosche
Burelveld
Wilhelminaboschje Keulerbosch
Klein Zandplaat
Burelhul
Fluitberg Burelveen
Prins Hendrikbos
RVB/Defensie gebied 4
B o s c h
Hoog
Koeflesch
Hondsflesch
hoek
Heide
Polsdel
Loobosch
Schoneveld
Braamberg
H a r s k a m p s c h e Z a n d Friesse
Natura 2000
Veld
N o o r d e r h e i d e
Stevenpol
Hazenbergen
Begrenzing clusters Vennen en venen
Ve e n t j e
Schietkamp
De Berk
Juffermoes
Klein Dabbelo
Oosterheide
Hoenderloosche
Oostdorp
Jongelo
Honingbosch Groot Dabbelo
Bosch
Groote Bulten
Groote- en
Schilschoter
Kleine Heg
veld
Wolfsgat
Westerheide
Kleine Bulten
Harskamp
Westeneng
Ossenberg Struikberg
Zuiderheide Jan Aaltensland
Siberië
Broek
Sickesze
Hoenderloo
De Schuit
Dennen
Westerflier
Veentjesbosch Het Prisma
De Wetbosch
Otterlosche
Eikelkamp
Grasbosch
Zand
Wekerom
Eschoter
1
† † † † † †
Hertenbosch
Otterlo
Landschappentuin
Pampelsche Bosschen
't Rieselo Stenen Gewei
Roekel
2
Otterlosche
Bosch
Het
Kromme Hoek
D E
H O G E
Deelensche Veld
Koeverzand
P a m p e l s c h e Z a n d
De Nieuwe Plijmen
Enk
Va l o u w e
69
Koeverbosch
Fransche Berg
Roekelsche
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
Bunterbosch
Zwarte Bosch
veld
km
Hoog-Baarlo Weitje v d Pol
De Bunt Windewaai
Maten
0
Zwarte Veld Heidebloem
Fazantenpark
Eschoten
Koelbergen
De Brand
De Koekoek
Wolfskuilen
V E L U W E
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Berg en Dal
6.4.9
Vennen Staatsbosbeheer In het kader van het voormalige PAS heeft Staatsbosbeheer onderzoek laten uitvoeren en maatregelen voorbereid voor Zandenbosvennen in de gemeente Nunspeet, het Watergraafsmeertje in de gemeente Barneveld (Bron: Hanhart & Brouwer, 2019) en het Kootwijkerveen in de gemeente Apeldoorn De Zandenbosvennen zijn drie afzonderlijke vennen, die de potentie hebben om zich te ontwikkelen tot heideveentje. Om deze potenties te realiseren is het nodig om opslag van bomen en struiken in het intrekgebied zoveel mogelijk te verwijderen en recreanten en honden van de venoever te weren. In overleg met bewoners wordt vastgesteld in hoeverre de opslag verwijderd kan worden om ook tegemoet te komen aan de cultuurhistorische waarden. Uitgangspunt is echter dat op alle drie locaties zich kwalificerend heideveentje kan handhaven of ontwikkelen. Om dat te toetsen worden de waterstanden in de drie vennen tot zes jaar na afronding van de werkzaamheden gemonitord.
Zandenbosvennen in Nunspeet
In 2021 zijn al maatregelen gestart ten behoeve van hoogveenontwikkeling in het Kootwijkerveen (gemeente Apeldoorn). In de grote open waterplas ten noorden van de eendagsputjes en in de plas ten westen van het Kootwijkerveen (ontstaan door verwijdering van fosfaatrijke bovenlaag) kan mogelijk ook hoogveenontwikkeling op gang worden gebracht door inbrengen van houtstobben die voor extra luwte zorgen. De Gerritsfles is met ruim 7 hectare een van de grootste zure vennen van de Veluwe. Het is niet alleen belangrijk leefgebied voor veel kenmerkende vensoorten, maar ook voor de Habitatrichtlijnsoort meervleermuis, die in het herstelprogramma beken expliciet aan de orde komt. In het venherstelprogramma uit 2017 werd aanbevolen om opslag van dennen langs de oevers te verwijderen. Dat is inmiddels gebeurd in het kader van een PAS project. Onderdeel van dit project is een nazorgperiode van drie jaar. Het is nog niet zeker of daarmee alle mogelijkheden zijn benut om wateraanvoer naar Gerritsfles te optimaliseren. Daarom zal ook via een LESA nader onderzocht worden of er verdere stuurknoppen zijn om de hydrologie van het ven te verbeteren.
70
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
6.4.10
Maatregelen Vennen Staatsbosbeheer • Uitvoering van maatregelen rondom Zandenbosvennen. • Tot 6 jaar na uitvoering monitoring van waterstanden en waterkwaliteit in de drie Zandenbosvennen. • Onderzoek hoe hoogveenontwikkeling in Kootwijkerveen verder gestimuleerd kan worden. • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen aan Kootwijkerveen voortkomend uit dit onderzoek. • Uitvoeren LESA Gerritsfles. • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen, voortkomend uit de LESA voor Gerritsfles.
Klein Zwitserland Dit is een cluster van zure vennen, gezamenlijk circa 0,5 hectare. In 1995 zijn de vennen in opdracht van eigenaar Natuurmonumenten geschoond. Dit is te rigoureus gebeurd, waardoor de ondoorlatende lagen zijn doorgraven. Rond 2004 is onder een van de vier vennen een laag bentoniet aangebracht. Dit had echter niet het gewenste resultaat. De bentoniet was een bron van bufferende stoffen waardoor het ven steeds voedselrijker werd. De bekleding van de aangebrachte bentoniet bestond uit kunststof, deze laat nu los waardoor kleine plastic vezels in de natuur terecht komen. Bovendien bleek de bentoniet erg in trek bij wilde zwijnen die hier regelmatig de bodem omwoelen (Bron: Van den Berg, 2015) . Zoals al geconstateerd in het venherstelprogramma uit 2017 is het wenselijk de bentonietlaag weer te verwijderen. Daarna bieden de vennen gelegenheid om (de snelheid van) herstel van natuurlijk ondoorlatende lagen te monitoren.
Maatregelen Klein Zwitserland • Verwijderen bentonietlaag. • Monitoren snelheid herstel ondoorlatende lagen. Figuur 6.14 Ligging van het cluster Klein Zwitserland. Beekbergen
Kampsbergen
Va n S c h a i k s b o s c h !
Oosterhuizen
Lierderbosch
† † † †
† † † †
† † † †
† † † †
† † † †
† † † †
† † † †
† † † †
!
† † † †
Rustgebied
Het Zand
!
Bruggelen
Klein Zwitserland
Immenberg
!
Natura 2000
S p eclusters l d e r h o l t Begrenzing
Lierderbosch
Scherpenberg
!
Vennen en venen
Kaapberg
Stoppelenberg
Veldhuizen !
Reeënberg De Westerveldhuizen
Kl Zwitserland ! !
Va r e n n a
De Vrijenberg
Schansenberg
!
Loenerveld † † † † † † † †
Schalterberg
Wilhelminatop
!
Hoeve
Delle
† † † † † † † †
† † † † † † † †
† † † † † † † †
† † † † † † † †
† † † † † † † †
† † † † † † † †
† † † † † † † †
Reeëndal
† † † † † † † †
Loenen
Rijsvoorde !
Dichte Gat Kraaiennest Het Doelbosch
0
0,7
Ternat
!
km
1,3
Woeste Hoeve
Ramenberg
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
L o e n e n s e
B o s Steilhul
!
De Molenbeek
71
Trapjesberg
Papenkamp
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
6.4.11
Cluster Hattem Tussen Wapenveld en de A50 liggen iets ten zuiden van Vakantiepark de Leemkule twee leemkuilen waarvan 1 met een populatie kamsalamander. Vanwege de A50 is de populatie waarschijnlijk onbereikbaar voor Italiaanse kamsalamander. Daarom loont het de moeite om het leefgebied van de inheemse kamsalamander verder te verbeteren en indien mogelijk uit te breiden. Eerst is een verkennend onderzoek nodig om de kansen voor uitbreiding van deze populatie scherp in beeld te krijgen. Dit zal duidelijk maken of de huidige populatie nog levensvatbaar is en zo ja, welke bestaande poelen en leemkuilen heringericht moeten worden en waar eventueel extra poelen gegraven kunnen worden.
Maatregelen cluster Hattem • Verkenning van kansen voor uitbreiding kamsalamander in omgeving Leemkule. • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen voortkomend uit deze verkenning. Figuur 6.15 Ligging van het cluster Hattem !
! !
Voskuil
!
Buitenwaarden
Oldeneel
!
!
Hattemerbroek
Hattem
!
't Vinkennest
De Wrange !
Hattem
Beldert
De Bulten
† † † † † † † † † † † †
!
!
Hoen-
!
Natura 2000
!
Begrenzing clusters
!
Trijselenberg
De Soppe
Vennen en venen
waard !
Wezep
!
!
Wezepsche !
Leemkuil
!
!
Berghuizen De Belt
Wapenveld-noord !