CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

St. t.k.n. nr. 2 Bijlage Herstelprogramma Vennen en venen GS mei 2023

Commissie Ruimte en Wonen 9 oktober 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Herstelprogramma Natura2000. thema vennen34.937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

46

Oorzaken van achteruitgang kenmerkende soorten van zure vennen Veel kenmerkende macrofaunasoorten van zure vennen gaan de laatste twee decennia hard achteruit, terwijl de waterkwaliteit juist steeds beter wordt. Een hypothese is dat soorten niet meer bestand zijn tegen de hogere watertemperaturen in combinatie met ophoping van bagger. Beide factoren zorgen namelijk voor frequente zuurstofdips. Het is wenselijk om het relatieve effect van zuurstofbeschikbaarheid, temperatuur en bagger op de overlevingskansen beter te begrijpen. Op basis daarvan kan bijvoorbeeld beter afgewogen worden of het toch zinvol is om zure vennen te baggeren of dat verdwijnen van een of meerder van deze soorten onvermijdelijk is. OBN en provincie Gelderland hebben inmiddels een onderzoek hiernaar gestart.

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Kansen voor veenbloembies Deze kenmerkende hoogveensoort komt inmiddels in Nederland nog maar op 2 plekken voor, waaronder het Mosterdveen (Bron: Bouwman et al. 2019). Het is onduidelijk of dit een levensvatbare populatie is of dat deze populatie zo klein is dat ze bij een geringe verstoring al kan uitsterven. In dat laatste geval is het te overwegen om planten uit andere populaties te introduceren of om te proberen op meerdere geschikte standplaatsen deze soort te introduceren. Om effectieve maatregelen te kunnen formuleren voor instandhouding van deze soort is een antwoord op de volgende vragen nodig: • Is de huidige populatie veenbloembies in het Mosterdveen voldoende duurzaam, d.w.z. zijn er voldoende individuen en is er voldoende genetische variatie binnen de populatie? • Zo nee, is het mogelijk om de bestaande populatie te versterken door bijplaatsen of zaaien van planten uit andere populaties? • Zo ja, zijn er meerdere geschikte locaties binnen of buiten de Veluwe waar door (her)introductie nieuwe deelpopulaties kunnen vestigen zodat de totale Nederlandse populatie robuuster wordt?

Veenbloembies (fotografie: Saxifraga-Hans Dekker)

47

Mogelijkheden voor bestrijding van Italiaanse kamsalamander en hybriden Zoals aangegeven in paragraaf 5.2.4 lijkt de Italiaanse kamsalamander de inheemse kamsalamander te verdringen. Dat kan voorkomen worden door de Italiaanse kamsalamander geheel te verwijderen. Dat zou ook voorkomen dat de Italiaanse kamsalamander zich uitbreidt richting IJsseldal, dat nu een van de grootste Nederlandse populaties inheemse kamsalamander herbergt. Bovendien zou daarmee het enorme risico worden weggenomen op bewuste dan wel onbewuste uitzettingen van Veluwse Italiaanse kamsalamanders elders in Nederland. Bestrijding betekent echter hoge kosten en het doden van veel dieren. Daarom is een goede afweging van kosten en baten noodzakelijk. Om die afweging te kunnen maken is antwoord op onder meer de volgende vragen nodig: • Hoe groot is het risico op verdringing van inheemse kamsalamander indien niets gebeurt aan bestrijding van Italiaanse kamsalamander en hybriden? • Wat zijn effectieve methoden om Italiaanse kamsalamander Veluwe breed te bestrijden? • Wat zijn de kosten van deze effectieve methoden? • Is bestrijding van Italiaanse kamsalamander voldoende of moeten hybriden ook worden aangepakt?

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

6 Maatregelen Hierboven is bij de beschrijving van de sleutelprocessen aangegeven welke maatregelen genomen kunnen worden om afzonderlijke knelpunten weg te nemen. Het verschilt echter per locatie welke knelpunten er spelen en hoe uiteenlopende maatregelen elkaar kunnen versterken of wellicht tegenwerken. Effectieve maatregelpakketten formuleren is dus maatwerk. Hieronder wordt per cluster behandeld welke maatregelen wel of niet zinvol worden geacht. Bij het opstellen van dat maatwerk worden enkele algemene uitgangspunten gehanteerd. Deze komen eerst aan de orde in paragraaf 6.1. De relaties tussen de in dit programma voorgestelde maatregelen en reeds lopende programma’s (PAS en SPUK) komen aan bod in paragraaf 6.2 en paragraaf 6.3. In paragraaf 6.4 komen de voorgestelde maatregelen t.b.v. dit herstelprogramma aan bod. Deze maatregelen worden per cluster (paragraaf 3.2) besproken. Tenslotte wordt in paragraaf 6.5 een inschatting gemaakt van de mate waarin de doelen (zoals geformuleerd in hoofdstuk 4) gerealiseerd gaan worden als alle genoemde maatregelen zijn uitgevoerd. Een samenvatting van de maatregelen staat in de tabel in bijlage 3.

6.1 Uitgangspunten 6.1.1

Grondige systeemanalyse Om effectieve maatregelen te kunnen formuleren is een landschapsecologische systeemanalyse (LESA) essentieel. Deze benadering kijkt naar de samenhang tussen geologie, historie, hydrologie, hydrochemie, bodemkunde en ecologie en maakt zo duidelijk welke processen de huidige standplaatscondities van habitats en soorten verklaren. Dit geeft aan of en hoe het mogelijk is om op deze processen in te grijpen om het gewenste doel te realiseren. Voor de maatregelen geformuleerd in paragraaf 6.4 geldt als uitgangspunt dat ze gefundeerd moeten zijn in een LESA. Zo’n LESA moet in ieder geval de volgende ingrediënten bevatten: • historische veranderingen: hoe was de natuurkwaliteit en abiotiek vroeger en hoe is deze veranderd; • natuurlijke potentie: welk habitattype is haalbaar onder natuurlijke omstandigheden; • omvang hydrologische beïnvloedingsgebied: vanuit welk gebied water via oppervlakte of ondergronds toestroomt en eventueel afstroomt; • knelpunten voor bereiken natuurlijke potentie: wat zijn de huidige belemmeringen voor het behalen van de natuurlijke potentie; • globaal maatregelpakket: op grond van inzichten in de knelpunten kan aangeduid worden welke maatregelen waar effectief zijn. Waar nog onvoldoende inzicht bestaat in de landschapsecologische relaties is de eerst voorgestelde maatregel in paragraaf 6.4 het uitvoeren van een LESA.

Op grond van die LESA worden vervolgens concrete maatregelen geformuleerd.

48

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

6.1.2

Venherstel is systeemherstel Figuur 5.1 maakt duidelijk dat de habitattypen en -doelsoorten van dit herstelprogramma voorkomen binnen een specifiek bereik van de gradiënten zuurbasisch, nat-droog, voedselrijk-voedselarm en jong-oud. De exacte plaats waar de optimale omstandigheden zich voordoen kunnen echter van jaar tot jaar verschillen. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar op de Tongerense Heide. In natte jaren lijkt dit een rijke schakering van grote en kleine vennen, in droge jaren lijkt het gebied meer op één natte heide. In een extreem droog jaar kan een ven in zijn geheel droogvallen waardoor de vegetatie afsterft en zich weer opnieuw moet ontwikkelen. Dit principe geldt nog meer voor afzonderlijke soorten. Iedere soort heeft een eigen bereik langs de milieugradiënten en dat valt niet naadloos samen met het bereik van het bijbehorend habitattype. Om fluctuaties binnen en tussen jaren het hoofd te kunnen bieden is het belangrijk dat soorten op en neer kunnen pendelen en dat het gebied groot genoeg is voor alle relevante gradiënten (Raad voor leegomgeving en infrastructuur, 2013). Dit betekent dat duurzaam behoud en beheer van habitattypen alleen mogelijk is wanneer het hele samenspel van ondergrond, bodem, water en soorten zo natuurlijk mogelijk functioneert en er voldoende ruimte is voor variatie in deze factoren.

Herstel van vennen en venen is dus herstel van de gehele landschappelijke context. Die context zal bij zure vennen in het algemeen kleiner zijn dan bij bijvoorbeeld een kalkmoeras gevoed door regionaal grondwater. Maar ook zure vennen en venen kunnen binnen een groter gebied nauw met elkaar samenhangen. Het Mosterdveen en het Wisselse Veen omvatten bijvoorbeeld laagtes die als een cascade heel geleidelijk in elkaar overlopen. Als ergens in die schakel waterverlies optreedt, door bijvoorbeeld sloten of een verstoring in de ondergrond, beïnvloedt dat alle vennen in de keten. Bovenstaande maakt duidelijk dat het niet altijd zinvol is om per ven maatregelen te formuleren. Soms is een groter oppervlak een logischere eenheid. In dat geval worden de knelpunten en maatregelen op gebiedsniveau en niet per ven gepresenteerd.

6.1.3

Prioritering Binnen de Natura 2000-begrenzing zijn minstens 336 verschillende vennen te onderscheiden. Het is praktisch niet mogelijk om die allemaal in één planperiode aan te pakken. In de beheerplanperiode 2018-2024 zullen eerst onderzoeken uitgevoerd moeten gaan worden. Concrete maatregelen kunnen in de beheerplanperioden 2024-2030 en 2030-2036 genomen worden. Daarnaast zijn ook niet alle locaties even kansrijk. Daarom is bij de formulering van maatregelen een nadere prioritering van locaties aangebracht op grond van de volgende criteria: • de locaties hebben potentie voor de ontwikkeling of versterking van prioritaire haibtattypen. Het prioritaire habitattype voor dit herstelprogramma is heideveentje (paragraaf 4.2). Alle locaties waar dit habitattype voorkomt of zich kan ontwikkelen worden meegenomen in dit herstelprogramma. • zwakgebufferde vennen die tevens kansen bieden voor populaties van doelsoorten. Voor zwakgebufferde wateren geldt geen uitbreidings – of verbeteringsdoelstelling. In het algemeen zijn de zwakgebufferde wateren echter ook het meest optimale habitat voor de doelsoorten kamsalamander, drijvende waterweegbree en gevlekte witsnuitlibel (paragraaf 4.3). Aangezien deze doelsoorten nu achteruitgaan is het wenselijk om het leefgebied van deze soorten te versterken.

Daarom wordt prioriteit gegeven aan locaties waar (potenties voor) zwakgebufferde vennen liggen en een of meerdere van de doelsoorten voorkomen.

49

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

• Zure vennen met voldoende omvang. Voor het haibtattype zure vennen is de opgave om de huidige kwaliteit te verbeteren (paragraaf 4.2). Een belangrijke bepalende factor voor de kwaliteit van zure vennen is het oppervlakte van een ven of van een mozaïek van vennen. Zoals nader toegelicht in paragraaf 5.1.3 is het uitgangspunt dat een ven of mozaïek van vennen een goede kwaliteit kan behalen als het totale wateroppervlak tenminste 0,5 ha bedraagt. Er is sprake van een mozaïek als de vennen hooguit 100 m van elkaar verwijderd zijn. Daarom richt dit programma zich alleen op deze vennen. Kleinere vennen die te ver verwijderd zijn van andere vennen, blijven hier buiten beschouwing. In paragraaf 6.4 komen enkele clusters aan de orde die buiten deze criteria vallen. Bij de vennen van Staatsbosbeheer is bijvoorbeeld al sprake van een lopend proces dat volledigheidshalve ook in dit programma vermeld wordt en bij andere clusters zijn herstelmaatregelen voor een specifieke soort nodig.

6.2 PAS-maatregelen In het Natura 2000-beheerplan Veluwe is een onderscheid gemaakt tussen drie typen maatregelen: PAS-herstelmaatregelen, natuurbeheer en overige maatregelen. De PAS-herstelmaatregelen, zoals beschreven in paragraaf 6.2 van het beheerplan, zijn specifiek bedoeld om de achteruitgang van natuurwaarden door stikstofdepositie tegen te gaan. Zie de tabel hieronder. M1b Plaggen venoevers bij zure en zwak gebufferde vennen M2b Lokale drukbegrazing met schapen op vochtige heide M3a Maaien en afvoeren (venoevers) M3b Opslag verwijderen en afvoeren op stuifzanden, vochtige heides, droge heides M3c Verwijderen organische sedimenten bij zure vennen en zwak gebufferde vennen M3d Bodem geschikt maken voor kieming jeneverbes M3e Verwijderen exoten in zure vennen M4a Vrijstellen venoever M4b Terugdringen beuk in oude eikenbossen M4c Exoten verwijderen M4d Bos kappen t.b.v. corridors M4e Populieren kappen t.b.v. beekbegeleidend bos M4g Bos kappen t.b.v.

windwerking M5 Geleidelijke omvorming dennenbos naar loofbos op oude bosgronden M7 Bekalken of belemen vochtige heide, heischrale graslanden M7a Bekalken inzijggebied bij zure vennen en heischrale graslanden M7b Bekalken na plaggen heide M8 Belemen M9 Herstel hydrologie M13 Terugdringing uitspoeling meststoffen uit inzijggebieden M14 Uitplanten stekken en/of zaaien jeneverbes Deze PAS-herstelmaatregelen waren ook opgenomen in het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitgesproken dat het PAS niet voldoet aan de natuurwetgeving en niet langer gebruikt mag worden. Met het vervallen van het PAS blijft de noodzaak deze herstelmaatregelen uit te voeren echter bestaan.

50

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Het Natura 2000-beheerplan Veluwe is een plan op hoofdlijnen. In het plan staat dat de herstelmaatregelen om de instandhoudingsdoelen voor de Veluwe te behalen verder worden uitgewerkt in herstelprogramma’s (locatiespecifiek). De herstelprogramma’s moeten in de eerste beheerplanperiode (2018-2024) worden opgesteld, het uitvoeren ervan vindt plaats in zowel de eerste beheerplanperiode als de daaropvolgende twee perioden (2024-2030). Gezien de noodzaak van het behoud en herstel van stikstofgevoelige natuur, is al begonnen met uitvoering van de PAS-herstelmaatregelen voor het gereedkomen van de herstelprogramma’s. Sinds 2015 hebben terreineigenaren een groot deel van deze PASherstelmaatregelen vóór de eerste PAS-periode (2015 t/m 2021) uitgevoerd, enkele zijn nog in uitvoering. Ook na deze uitvoering blijven de meeste, met name cyclische maatregelen noodzakelijk zolang de stikstofdepositie te hoog blijft. Deze maatregelen zijn niet (altijd) meer opnieuw benoemd in het herstelprogramma. In dit herstelprogramma zijn herstelmaatregelen voor behoud en verbetering van natuurwaarden uitgewerkt. Deze maatregelen zijn, net als de PAS-herstelmaatregelen, vaak ook gericht op stikstofgevoelige natuur. De maatregelen in het herstelprogramma kunnen vergelijkbaar zijn met de voormalige PAS-herstelmaatregelen, zoals venherstel en de aanleg van corridors.

Anders dan in het PAS worden ze nu locatiespecifiek en in hun totaliteit benoemd. Het gaat om maatregelen die eenmalig worden uitgevoerd om de natuur te herstellen. De voormalige PAS-herstelmaatregelen, zoals genoemd in paragraaf 6.2 van het Natura 2000beheerplan Veluwe, blijven wel bestaan. Ze vormen een aanvulling op de maatregelen in dit herstelprogramma omdat ook doorlopende maatregelen noodzakelijk blijven, zoals extra beheer als gevolg van een te hoge stikstofdepositie. Op grond van nieuwe inzichten zijn voor zure vennen de PAS-maatregelen ‘Verwijderen organische sedimenten’ (M3c) en ‘Bekalken inzijggebied’ (M7a) niet meer aan de orde in dit herstelprogramma. In paragraaf 5.2.2 wordt nader toegelicht waarom deze maatregelen niet wenselijk zijn in zure vennen.

6.3 SPUK-maatregelen Via het Programma Natuur stelt het Rijk tot 2030 middelen beschikbaar voor robuust natuurherstel met het oog op een duurzame instandhouding van de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en leefgebieden van soorten. Maatregelen die in de herstelprogramma’s staan zullen hieruit worden gefinancierd. In het Programma Natuur worden twee perioden onderscheiden om maatregelen uit te voeren en te financieren. In de eerste fase (2021-2023) heeft het Rijk middelen aan provincie Gelderland beschikbaar gesteld met een specifieke uitkering (SPUK). Om de stikstofgevoelige natuur op de Veluwe versneld te kunnen herstellen, heeft de provincie vooruitlopend op de herstelprogramma’s eind 2021 al een SPUKsubsidieregeling opengesteld. De maatregelen waarvoor inmiddels SPUK-subsidie is aangevraagd, lopen dus vooruit op de herstelprogramma’s. Sommige aanvragen waarvoor SPUK-subsidie wordt verleend zijn al verwerkt in het herstelprogramma. Er kan ook subsidie worden aangevraagd voor herstelmaatregelen die op dit moment nog niet in het herstelprogramma zijn verwerkt, maar waarvan wel ecologisch is beoordeeld dat ze bijdragen aan de duurzame instandhouding van het Natura 2000-gebied Veluwe.

51

Rijksregeling versneld natuurherstel Naast het Programma Natuur en de bijbehorende specifieke natuuruitkering van het Rijk, heeft het ministerie van LNV zelf ook nog een regeling ‘Versneld natuurherstel’. Hiervoor maakt het ministerie zelf direct afspraken met terreineigenaren van natuurgronden.

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

6.4

Maatregelen per cluster Er zijn dertien clusters onderscheiden. Het is zinvol om maatregelen in deze clusters als geheel op te pakken. Zie ook bijlage 3 waarin een overzicht van alle maatregelen staat.

6.4.1

Tongerense Heide Dit cluster bevat ruim dertig locaties, allen gelegen binnen de gemeente Epe en hoofdzakelijk in eigendom van Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK), Landgoed Tongeren en Landgoed Welna. Veel vennen en heideveentjes vormen een mozaïek. De huidige begroeiing komt vooral overeen met die van zure vennen en natte slenken, afgewisseld met vochtige heide (Bron: Natuurbalans/Limes Divergens, 2020). De huidige kwaliteit van deze habitattypen is niet volledig bekend, maar van zeker een aantal staat de kwaliteit onder druk door onder andere verdroging en stikstofdepositie. Evenmin is duidelijk of er ontwikkeling richting heideveentjes of zwakgebufferde vennen mogelijk is. Om herstelmaatregelen uit te kunnen voeren die bijdragen aan de instandhoudingsdoelen is inzicht nodig in het functioneren van het (eco)hydrologisch systeem via een LESA. Het onderzoeksgebied van deze LESA zal ook het nabijgelegen Paalveen (Staatsbosbeheer) bestrijken. De Leemkuil bij Tongeren valt net buiten de begrenzing van het cluster dat is aangeduid in figuur 6.1. Dit water is mogelijk geschikt voor drijvende waterweegbree en herbergt ook een populatie kamsalamanders. Daarom zal een verkennend onderzoek uitgevoerd worden naar mogelijkheden om de ecologische kwaliteit verder te verbeteren.

Punt van aandacht hierbij is echter wel dat verdere verspreiding van Italiaanse kamsalamanders niet gefaciliteerd wordt.

Tongerense Heide ven (fotografie Peter van Beers)

Maatregelen Tongerense Heide • Uitvoeren van een LESA Tongerense heide en nabijgelegen Paalveen. • Formulering en uitvoering van maatregelen, voortkomend uit de LESA. • Verkenning van kansen voor de Leemkuil bij Tongeren.

52

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Figuur 6.1 Ligging van het cluster Tongerense Heide. 't Zeuvenbergje

H e i d e

De Weesberg

Bervoetsbos

Nieuw Soerel

Tongerense heide

Landgoed

Soerel

Voorschotbosch

Dorperveld

Leemkuil

Natura 2000

Tongeren

Begrenzing clusters Vennen en venen

Landgoed

L a n d g o e dW e l n a

To n g e r e n s c h e Veen

To n g e r e n

Wissel Wisselsche Enk

Smitsveen

Hendrik

HetVerscholen Dorp

Mouwenveld

Gemeentebosch

Wisselse To n g e r e n s e

Cornelis Mouwenveld

Duivels bosch De Fransman

Ve e n

Heide Middelbergen

H e t

G r e v e l d

Schaveren

Kerkhof

V i e r h o u t e r

Spookkuil

Bommelskuil Hendrikuslaar

km

0

0,7

't Uldert

1,3

I&A-DATA | 2203-1077| 6-7-2022

Pollense Ve e n

Kroondomein Berkenlaar

b o s c h

53

G o r t e l s c h e

Gortel

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Wildlust

Hanendorp

6.4.2

Wisselse Veen Het Wisselse Veen ligt in de gemeente Epe en is grotendeels in eigendom bij GLK. In 2019 is voor het Wisselse Veen al een LESA opgesteld (Bron: Jansen et al., 2019) en een inrichtingsplan voorbereid, als onderdeel van een gebiedsproces. De LESA maakte duidelijk dat de vennen in dit cluster de potentie hebben voor overgangsen trilveen (H7140A). Stroomafwaarts daarvan kan op den duur dotterbloemhooiland ontwikkelen. De vegetatiekartering voor het Wisselse Veen moet nog worden verwerkt in de habitattypenkaart Veluwe. Indien daaruit naar voren komt dat er ook kalkmoeras in het Wisselse veen aanwezig is, wordt dit meegenomen bij de inrichting van het gebied. In het inrichtingsplan zijn diverse maatregelen voorbereid om het gebied te kunnen vernatten. Het gaat daarbij onder meer om het verondiepen en dempen van sloten, het verwijderen van duikers en dammen, het aanleggen van een voorde, het afgraven van percelen, het afwaarderen van wegen, het veranderen van de recreatieve infrastructuur en het verwijderen van opslag. Deze maatregelen sluiten aan op de maatregelen die op het naastgelegen Landgoed Tongeren zijn uitgevoerd. De uitvoering van de maatregelen is voorzien in het najaar van 2024.

Maatregelen Wisselse Veen • Uitvoeren van het inrichtingsplan. Figuur 6.2 Ligging van het cluster Wisselse Veen.

Landgoed

Dorperveld

Tongeren

Wisselse veen

Epe

Veen

Landgoed

L a n d g o e dW e l n a

To n g e r e n s c h e

† † † †

† † † †

† † † †

† † † †

Natura 2000 Begrenzing clusters

To n g e r e n

Vennen en venen

Wissel Wisselsche Enk

Smitsveen

Wisselse To n g e r e n s e

Ve e n

Heide

Laarstraat

Middelbergen

G r e v e l d Westendorp

Schaveren

† † † † † † † † † † † †

Pollense Ve e n

Emst

Kroondomein

G o r t e l s c h e

Wildlust

Gortel

Hanendorp

Emsterenk

Loobrink

Achterenk

!

H e t

Achterdorp !

km

0

0,7

Kraaienberg

Kroondomein

1,3

I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022

B o s c h

54

't Laar

Achterhegge

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

6.4.3

De Ginkel Dit cluster bevat diverse wateren op het Kreelsche Zand, die eigendom zijn van de gemeente Ede. Het cluster bevat enkele kenmerkende soorten van zwakgebufferde vennen (Bron: Van Kleef et al 2017b). De Plas van Gent, is een goed ontwikkeld zwakgebufferd ven met, althans in 2013, vlottende bies en stijve moerasweegbree (Bron: Boedeltje& van Beers, 2013). Het gebied heeft ook een omvangrijke populatie van zuiver inheemse kamsalamanders (Bron: Boedeltje & van Beers, 2013). De huidige aanvoer van voedingsstoffen uit omringende landbouwpercelen belemmert de ecologische kwaliteit. Uit gegevens van het waterschap blijken namelijk frequente pieken in nitraatgehalten. Opslag van onder andere riet en wilgen op de oever wijzen eveneens op vermesting. Nader inzicht in de ecohydrologie van deze vennen door middel van een LESA is nodig. Dit kan ook duidelijk maken of aanpassing van de waterhuishouding noodzakelijk is. Het is wenselijk het onderzoeksgebied uit te breiden tot het areaal zoals aangegeven in het herstelprogramma Heiden en stuifzanden (MHS nummer 110A, ‘LESA enclave Ginkel-Hindekamp’). De LESA kan dan tevens duidelijk maken hoe de enclave hydrologisch functioneert tussen de stuwwallen van Ede en Oud Reemst en ten opzichte van de bovenloop van de Renkumse Beek.

Deze LESA zou ook duidelijk moeten maken of het mogelijk is om drijvende waterweegbree weer terug te krijgen in de vennen. In 2001 en 2006 is de soort hier nog waargenomen (Bron: Odé et al. 2021). De gemeente Ede heeft in 2020 het Gebiedsplan de Ginkel vastgesteld. Dit plan zet in op behoud en versterking van natuur, cultuurhistorie, archeologie en landschap en is de leidraad voor bescherming van de Ginkel. Voor het beheer van haar natuurgebieden in de komende twaalf jaar ontwikkelt de gemeente Ede een visie. Daarin wordt ook het beheer van deze vennen betrokken.

De Plas van Gent (fotografie: Peter van Beers)

55

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Maatregelen De Ginkel • Opstellen van een LESA (is identiek aan maatregel uit Herstelprogramma Heiden en stuifzanden: MHS 110A, LESA enclave Ginkel-Hindekamp). • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen, voortkomend uit de LESA. Figuur 6.3 Ligging van het cluster De Ginkel. Roekelsche Bosch

Mosselsche Zand

Mosselsche

heide

Lage Veld

Ve l d

Driesprong Peppelenbrug

Va l e n b e r g

P l a n k e n -

De Ginkel Hullenberg

Mossel

Bergen

Natura 2000

E d e s c h eB o s c h

Begrenzing clusters Vennen en venen

† † † †

† † † † † † †

† † † † † † †

† † † † † † †

W a m b u i s

De Straal Mosselsche

Edesche Heide

Mosselsche

Kruiponder Kelderbergen

† † † †

† † † †

Kreelsche Zand

† † † †

NieuwH i n d e k a m p

De Hindekamp

De Ginkel

Het Oude Westerbergen

Noord-Ginkel

Nieuw-Reemst

Drieberg

Noord Ginkel Zandbosch

Puthei

Langenberg

Boddegat Noorderbos Zandbos

Mechelsche Kuil

Zuiderbos

De Sysselt

EDE

Kamp

Plantage

Bennekomse

Het Wijde Veld

Ginkelsche

Zand

Planken

Bos

Maanderbos Doornbos Hertenbos

km

0

0,7

1,3

I&A-DATA | 2203-1077| 6-7-2022

Renkumsebeek

Hoekelumsche Brink

6.4.4

Hoekelumsche

Hoge Veluwe In dit cluster liggen meer dan dertig wateren, allen gelegen binnen de gemeente Ede en in eigendom bij Nationaal Park De Hoge Veluwe. De meeste zijn zure vennen, maar enkele daarvan ontwikkelen zich richting heideveentje (onder meer Andromedaven, Deelensche Wasch, Koeverzand en IJzeren Man) (Bron: Jansen et al., 2013). De waterpartijen bij de Hubertusvijver hebben potentie voor zwakgebufferde vennen, tevens liggen kansen voor versterking van de populatie gevlekte witsnuitlibel (Bron: Van Grunsven & Bos-Groenendijk, 2022) en meervleermuis. In 2013 is voor het gehele gebied een plan opgesteld getiteld ‘Visie op de natte gebieden in het Nationaal Park De Hoge Veluwe’. De maatregelen voor het herstel van de hydrologie uit dit plan zijn in 2014 uitgevoerd. In 2022 is een evaluatie gestart om vast te kunnen stellen of de genomen maatregelen voldoende hebben bijgedragen aan herstel van een duurzaam, klimaatrobuust ecosysteem of dat er wellicht nog meer herstelmaatregelen nodig zijn. Voor de veentjes in de omgeving van het Jachthuis volgt nog een nadere analyse van noodzaak voor extra maatregelen.

56

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

I

IJzeren Man (fotografie: Peter van Beers)

Maatregelen Hoge Veluwe • Evaluatie van de maatregelen uit 2014 in Deelense Veld, Veentjeswei en Fazantenpark. • Formulering en uitvoering van eventuele aanvullende herstelmaatregelen, voortkomend uit de evaluatie Figuur 6.4 Ligging van het cluster Hoge Veluwe. Ossenberg Struikberg

Zuiderheide

Sickesze

De Krim

Jan Aaltensland

Siberië

Hoenderloo

De Schuit

Dennen

Westerflier

Veentjesbosch Het Prisma

Hoge Veluwe

Otterlosche

De Wetbosch

Eikelkamp

Grasbosch

Zand

Natura 2000

De Brand

De Koekoek

Zwarte Veld Heidebloem

Hoog-Baarlo

Fazantenpark

Begrenzing clusters

Weitje v d Pol De Bunt

Vennen en venen

Windewaai Hertenbosch Landschappentuin

Bunterbosch

Zwarte Bosch Pampelsche Bosschen

't Rieselo Stenen Gewei

Koeverbosch

Fransche Berg

P a m p e l s c h e Z a n d

De Nieuwe Plijmen

Otterlosche

Bosch

Het

D E

H O G E

Kromme Hoek

Deelensche Veld

Koeverzand Wolfskuilen

Berg en Dal

V E L U W E

De Plijmen

Bruine Berg

De Pollen

Jeneverbessenbosch

D e e l e n s c h e Z a n d

km

0

0,7

1,3

I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022

Midden zand

W a m b u i s

57

Braamsveldje Eikehoutbergen

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Deelen

Grote

6.4.5

Nunspeetse vennen Op het grondgebied van de gemeente Nunspeet liggen diverse vennen en venen die door verschillende instanties beheerd worden. Alleen de locaties met kwalificerend habitat of met de potentie daarvoor komen hier aan de orde. In de zuidwestelijke hoek van het cluster Nunspeetse vennen ten noorden van de landbouwenclave Grote Kolonie, ligt een aantal vennen met soorten die duiden op zwakgebufferde omstandigheden. Analyses ten behoeve van het herstelprogramma Heiden en stuifzanden wezen uit dat hier grote kansen liggen om nat- droog- en basenrijk-basenarm-gradiënten te herstellen. Dit herstelpro­ gramma stelt voor om via een LESA te onderzoeken hoe deze kansen benut kunnen worden. ‘Het Flesje’ en de twee ten noorden daarvan liggende vennen vallen samen met het onderzoeksgebied waarvoor het herstelprogramma Heiden en stuifzanden nader onderzoek voorstelt (MHS 33A Duurzame heide: Stakenbergse heide-Schotkamp-Leuvenhof ). Hier is dus geen aanvullende actie noodzakelijk. De drie wateren bij de Oude Zwolseweg zijn in feite gegraven sprengkoppen die afwateren op de Hierdense beek. Op grond van het herstelprogramma Beken wordt een LESA gestart naar de Hierdense beek waarin deze drie locaties, als bovenloop van de Hierdense beek, worden betrokken.

Mosterdveen Het Mosterdveen, in eigendom en beheer bij de gemeente Nunspeet, is te beschouwen als een groot doorstroomveen waarin meerdere afzonderlijke zure vennen en heideveentjes herkenbaar zijn. De stroming is in noordelijke richting. Aan de zuidelijke kant treedt grondwater uit dat oppervlakkig afstroomt dankzij een ondoorlatende leemschol op enkele meters diepte. Stroomafwaarts krijgen de vennen geleidelijk aan een zuurder karakter. Het gebied herbergt zeer waardevolle planten van hoogvenen en de grootste, enige gezonde populatie gevlekte witsnuitlibel van de Veluwe. Daarnaast is er waarschijnlijk ook een kleine populatie kamsalamander aanwezig, al zijn in 2020 geen dieren meer aangetroffen. In 2015 bleek een klein deel van de toen nog aanwezige dieren al sporen van Italiaanse kamsalamander te dragen. In 2014 en 2015 is het gebied grotendeels heringericht. Hierbij zijn restanten van een voormalige camping (verharding, afwatering en leidingen) geamoveerd, greppels gedempt en bosopslag her en der verwijderd. In 2021 en 2022 is onderzoek gedaan naar de resterende knelpunten in het gebied. Dit leverde een aantal aanvullende, interne maatregelen op die vooral tot doel hebben waterverlies in het gebied verder te beperken en de doorstroming te optimaliseren (Bron: Brongers & Bijkerk, 2022): • terugzetten van de bosrand langs een aantal vennen (in totaal ca.

4 ha); • geleidelijke omvorming van naaldbos naar loofbos op de hogere flanken met inheemse soorten waardoor minder water verdampt; • enkele resterende greppels verondiepen of afdammen; • verlagingen aanbrengen waar opgevulde greppels nu boven maaiveld uitkomen en doorstroming van het gebied belemmeren; • in overleg met eigenaar van De Roostee zoeken naar mogelijkheden om waterverlies hier te beperken; • gedurende zes jaar monitoring van grondwaterstanden en (grond)waterkwaliteit om het systeem beter te leren begrijpen en te toetsen of nog meer aanvullende maatregelen wenselijk zijn.

58

Roode Heks en Huize de Vennen De Roode Heks is een particulier ven gelegen op landgoed de Roostee. Van oorsprong is het een venige laagte die in de jaren ’30 ontgonnen is ten behoeve van landbouw. Inmiddels zijn deze percelen weer ingericht ten behoeve van natuur: sloten zijn gedempt en de voedselrijke bovenlaag is verwijderd.

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Om te voorkomen dat een nabijgelegen fietspad na hevige regenval overstroomt, is ten noordwesten van het ven een greppel gegraven. Bij hoge waterstanden op het ven loopt het water via deze greppel het bos in waar het vervolgens infiltreert. Tot begin vorige eeuw stroomde het water vanaf de Roode Heks in oostelijke richting af. Hier zeeg het in en stroomde waarschijnlijk over de ondergrondse leemschol richting Mosterdveen. Met de huidige inrichting lijkt het water verloren te gaan voor het Mosterdveen. Daarom is de belangrijkste maatregel om nader te onderzoeken: 1 of het overtollige water uit de Roode Heks een significante bijdrage kan leveren aan de waterbalans van Mosterdveen; 2 of de waterkwaliteit in Roode Heks geen knelpunt gaat vormen voor Mosterdveen als dit wordt ingelaten (naast de chemische samenstelling is ook het voorkomen van watercrassula in Roode Heks een aandachtspunt); 3 wat de natuurlijke weg is van water uit Roode Heks: zal dit van nature oppervlakkig afstromen of via de ondergrond. Inzicht in de grondwaterstroming vergt dus ook een beter inzicht in de exacte ligging en omvang van de ondoorlatende leemlaag onder het Mosterdveen. 4 wat de mogelijkheden zijn om watercrassula in de Roode Heks terug te dringen ten gunste van inheemse soorten van zwakgebufferde vennen. De Roode Heks lijkt geschikt voor het habitattype zwakgebufferd ven.

Ten westen van De Roostee, ligt Huize de Vennen. Dit is een particulier landgoed met drie vennen. Twee vennen liggen dicht bij elkaar, waarvan de grootste de potentie heeft zich te ontwikkelen tot heideveentje. Belangrijkste knelpunten zijn nu opslag van grove den rondom de vennen, een aangelegd dijkje pal langs de vennen, voedselrijk slib in het kleine ven en aanwezigheid van diverse exoten vanwege eerdere aanplant (Bron: Termaat et al. 2020). De benodigde maatregelen zijn weergegeven in figuur 6.5. Een aantal maatregelen is inmiddels uitgevoerd. De eigenaar zorgt voor verder ecologisch herstel door het op een aantal plaatsen doorsteken van het dijkje rondom het grootste ven. Dit dijkje belemmert nu de aanvoer van regenwater vanuit het inzijggebied naar het ven en uitstroom van water vanuit het ven naar het oorspronkelijke ven dat flauwe oevers had. Daarmee vormt het een belangrijk knelpunt voor de ontwikkeling naar heideveentje. Figuur 6.5 Voorgestelde maatregelen voor Huize de Vennen (Bron: Termaat et al. 2020).

59

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Op hetzelfde landgoed Huize de Vennen ligt ook het Mythsteeven. Dit ven is circa 0,1 ha groot, ligt geheel in het bos en de oever is tot aan de waterlijn overwoekerd met rododendron. Het dichtstbijzijnde ven ligt op ruim 300 meter afstand.

Het Mythsteeven maakt ecologische gezien dus ook geen onderdeel uit van een mozaïek (zie paragraaf 5.1.3). Daarom is er in het Mythsteeveen geen perspectief op ontwikkeling van een ven dat voldoet aan de Natura 2000-doelstelling. Dat laat onverlet dat het ven toch een waardevolle rol speelt als drinkplaats voor dieren en habitat voor allerlei watergebonden soorten.

De Greesplek De Greesplek is een relatief groot (>0,5 ha) zuur ven in eigendom en beheer bij de gemeente Nunspeet. Tot in de jaren ’90 was het ven en omliggend gebied militair oefenterrein. Waarschijnlijk zijn vanwege dit gebruik ondoorlatende lagen rondom het huidige ven vernield. Het ven was tot in de jaren ’70 ongeveer twee zo groot. Inmiddels is de provincie samen met Universiteit Twente een onderzoek gestart naar mogelijkheden om via dronemetingen aan verdamping te achterhalen of er rondom het ven lekkage in de B-horizont te zien is. Op grond daarvan kan vervolgens ingeschat worden of het mogelijk is deze ondoorlatende laag weer te herstellen.

Ossenkolkven Ook het Ossenkolven valt onder het eigendom en beheer van de gemeente Nunspeet. Voor dit ven is in 2022 een LESA gestart om te komen tot een goede inrichting en beheer. Historische gegevens van dit ven doen vermoeden dat er kansen liggen voor de ontwikkeling van een heideveentje. In de jaren ’60 van de vorige eeuw kwamen hier nog lavendelheide en drijvende egelskop voor (Bron: Van Dam & Otte, 1996).

60

Maatregelen Nunspeetse vennen • Optimaliseren waterhuishouding in en rondom Mosterdveen. • Monitoren van grondwaterstanden en waterkwaliteit in Mosterdveen. • Onderzoeken van de exacte verspreiding van de leemlaag onder Mosterdveen. • Onderzoeken van mogelijkheden om inrichting de Roode Heks te optimaliseren met het oog op bestrijding watercrassula en hydrologische relatie met Mosterdveen • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen, voortkomend uit het onderzoek optimalisatie Roode Heks • Onderzoeken van verstoringen in ondergrond rond De Greesplek. • Uitvoeren LESA Ossenkolkven. • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen, voortkomend uit de LESA voor Ossenkolkven

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Margarethabosch Waschkolk

Figuur 6.6 Ligging van het cluster Nunspeetse vennen. † † † † † † † † † † † † † † † †

Nieuw Soerel

Z a n d e n b o s c h

H e n d r i k s

Ronde Huis

b o s c h

Belvédèrebosch

Zandenbos

Renteloos Voorschotbosch

Mythstee

W i l l e m s b o s c h

Nunspeetse vennen

Witte Klap

Huize de Vennen

Mosterdveen

Natura 2000 Begrenzing clusters

z a n d

Vennen en venen

Verster bosch

Roode heks Sprengenbosch

Middelhart

Vierhoutensche Heide

Halfweg

Provinciebosch

W e s t e i n d s c h e

Jodenbosch

Hendrik

Ossenkolk

Leemberg

Gemeentebosch

H e i d e Hulshorsterheide

Mouwenveld

Horstmeer

Vierhouten

Zwarte Berg

Veld van Sandberg De Fransman

Zuiderbosch

Turfberg

V i e r h o u t e r

Bommelskuil

Liesberg

Hendrikuslaar

Gresplek

't Uldert

Stakenberg

E l s p e e t s c h e

km

0

0,7

H e i d e

b o s c h Flesjesberg

1,3

Schotkamp

I&A-DATA | 2203-1077| 6-7-2022

61

Noorderheide (Natuurreservaat)

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

6.4.6

Staverden Dit cluster bevat een groot aantal vennen in de Leemputten en het Verbrande Bos. Ten zuiden van de Leemputten liggen nog enkele vennen, maar de situatie van deze vennen is onvoldoende bekend om maatregelen te kunnen formuleren. De Leemputten en het Verbrande Bos hebben een onderlinge samenhang via het ondiepe grondwatersysteem. Omdat het grondwater relatief basenrijke leemlagen passeert, is in dit gebied een rijke schakering mogelijk van blauwgrasland (H6410) en zure en zwakgebufferde vennen (Bron: Termaat et al., 2022). Daarnaast is dit gebied ook geschikt voor een belangrijke populatie gevlekte witsnuitlibel (Bron: Bos-Groenendijk2020). Versterking van de nat-droog- en zuur-basisch-gradiënten in dit gebied kan ook bijdragen aan verbetering van de leefomgeving voor kamsalamander. De aanwezige populatie is echter al vermengd met Italiaanse kamsalamander (Bron: Gilbert & Schippers, 2022). Zoals gezegd maken afzonderlijke vennen deel uit van één hydrologisch systeem. Maatregelen worden daarom voor het gehele gebied gepresenteerd en niet per ven. De maatregelen zijn ruimtelijk weergegeven in fig. 6.8 en zijn als volgt (Bron: Termaat et al.

2022): • Bos grotendeels verwijderen: ten behoeve van uitbreiding van de aanwezige stuifzandheide (Speulderveld), en ter vermindering van de verdamping, ten gunste van uitbreiding van blauwgrasland, heischraal grasland en vochtige heide (Leemputten). Langs de Flevoweg kan een singel van loofhout worden aangeplant om stikstofverbindingen vanaf de weg te kunnen invangen en ter bescherming van het wild. • Dempen van sloten: dit speelt hoofdzakelijk in de Leemputten en bevordert de kwaliteitsontwikkeling en uitbreiding van zwakgebufferde vennen, blauwgrasland, heischraal grasland en vochtige heide. • Reliëf herstellen: dit speelt voornamelijk in het Verbrande Bos, waar zandruggen en daarmee heel lokale hydrologische systemen en bijbehorende gradiënten zijn doorgraven. Daarnaast worden in de LESA Leemputten Staverden en Verbrande bos enkele maatregelen voorgesteld om blauwgrasland (H6410) en een aantal zeldzame kalkminnende soorten te behouden. Deze floristische waarde is in feite kunstmatig, want te danken aan de eerdere kleiwinning. De dunne leemlagen zijn nagenoeg geheel ontkalkt en hebben sterk te lijden van hoge graasdruk. Om de Natura 2000-doelstelling met betrekking tot blauwgrasland (H6410) te realiseren zijn dus kunstgrepen nodig in de Leemputten. Elders in de Veluwe liggen namelijk geen mogelijkheden om dit habitattype te ontwikkelen.

Het gaat hierbij om de volgende maatregelen: • Diepmaaien en bufferende stoffen aanbrengen op het Speulderveld ten behoeve van het gentiaanblauwtje. Dit betekent over de hoogtegradiënt van nat naar droog banen diepmaaien en aanvullend bufferende stoffen aanbrengen. • Bufferende stoffen aanbrengen in de Leemputten, daar waar het kleilaagje heel dun is en uitloging van basische kationen plaatsvindt met verzuring als gevolg. Bekalking helpt de bodem weer aan te vullen met basische kationen. • Delen van de meest kwetsbare vegetaties tijdelijk uitrasteren, bij wijze van beheerexperiment. Door de rasters elke twee jaar te verplaatsen naar andere kwetsbare delen van de vegetatie kan te sterke verruiging voorkomen worden. Het gaat hierbij vooral om leemputten met zeldzame soorten, te sterk begraasde orchideeënrijke delen en kernen van klokjesgentiaan die het meest in trek zijn bij de gentiaanblauwtjes.

62

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Paard in ven, Houtdorper- en Speulderveld

Maatregelen Staverden • Uitvoeren van de maatregelen uit de LESA (Bron: Termaat et al. 2022) (zie figuur 6.8): − verwijderen bos; − dempen sloten; − herstellen reliëf; − kunstmatig bekalken; − kwetsbare delen afrasteren om overbegrazing te voorkomen. Figuur 6.7 Ligging van het cluster Staverden.

Veeneberg

Sparrendaal

Ullerberg

Leuvenum

Grote Kolonie

Ermelosche

Staverden

† † † † † † † † † † † †

Natura 2000

Paalberg

Staverden

Heide

Begrenzing clusters

Kleine Kolonie

L e u v e n u m s c Ve held

Vennen en venen

Driesche Berg

Tonnenberg

Speuld

Speulderveld

Drie

U d d e l s c h e Ve e n

S p e u l d e r b o s c h

Uddel Houtdorperveld

Veenkamp

De Beek

Zandsteeg

Binnenveld Schoolhegge

Houtdorp

km

0

0,7

Gr Enk

Braambosch

1,3

Militair

Lage

Jachtlaar

I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022

Oefenterrein Paleis

63

Solsche Berg

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Ve l d

Uddelsche

Figuur 6.8 Voorgestelde maatregelen voor Leemputten en Verbrande Bos (Bron: Termaat et al2022).

6.4.7

Kroondomein Het Loo De belangrijkste locaties binnen dit cluster zijn het Uddelermeer, het Bleeke Meer, Groot Zeilmeer en de venmozaïeken De Biezen en Asselse vennen.

64

Het Uddelermeer Het Uddelermeer is een pingoruïne met, tot begin vorige eeuw, veel kenmerkende soorten van zwakgebufferde vennen. Tegenwoordig zijn vooral de hoogveenkernen in de oeverzone erg waardevol. Naast de ecologische kwaliteiten herbergt het Uddelermeer ook een belangrijk bodemarchief omdat de waterbodem sinds het ontstaan, circa twaalfduizend jaar geleden, ongestoord is gebleven. Hierdoor zijn zaden en pollen uit verschillende tijdsperioden goed bewaard gebleven. Daarnaast is het Uddelermeer ook een belangrijk archeologisch monument omdat hier de oudste restanten van de Trechterbekercultuur zijn aangetroffen. In 2021 is een uitgebreide LESA uitgevoerd naar ecologische potenties en knelpunten (Bron: Kieskamp et al. 2022). De belangrijkste problemen komen voort uit verdroging en vermesting. Aanpak van deze knelpunten vergt een combinatie van interne maatregelen en maatregelen in de verdere omtrek. Bij interne maatregelen gaat het vooral om maatregelen aan de detailontwatering in het broekbos aan de zuidkant van het Uddelermeer, verondieping van een watergang (‘Zijbeek KDL’) en om terugzetten van boomopslag en rietbegroeiing op de oevers. De verdroging wordt ook deels bepaald door de drainerende werking van de bovenlopen van de Hierdense Beek.

Daarom is het vanuit ecologisch herstel van het Uddelermeer wenselijk om te onderzoeken in hoeverre verondieping van deze bovenlopen mogelijk is.

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Bij de maatregelen in de verdere omtrek gaat het vooral om het verminderen van nitraat- en sulfaatafspoeling van de percelen ten westen en zuidoosten van het Uddelermeer. Die afspoeling bedreigt overigens niet alleen de waterkwaliteit in het Uddelermeer, maar zorgt ook voor afbraak van het unieke bodemarchief. Om het bodemarchief te behouden en de ecologische kwaliteit van het Uddelermeer te versterken is het noodzakelijk dat afspoeling vanaf bovengenoemde percelen ophoudt. Monitoring van de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater zal moeten uitwijzen of deze maatregelen voldoende zijn of dat op den duur nog aanvullende maatregelen nodig zijn ten behoeve van de Natura 2000doelstellingen (H3130 en H7110_B).

Groot Zeilmeer Het Groot Zeilmeer kan gaan kwalificeren als zuur ven nadat een deel van de oevers is afgeplagd, bos verwijderd wordt en het ven (gedeeltelijk) gebaggerd wordt. Naast deze interne maatregelen is het echter ook wenselijk om te onderzoeken of en hoe de aanvoer van voedingsstoffen naar dat ven kan worden verminderd.

Bleeke Meer Het Bleeke Meer is, net als het Uddelermeer, een pingoruïne en vormt binnen de Veluwe de belangrijkste locatie met kwalificerend hoogveenbos (habitattype H91DO; zie paragraaf 4.2). Het Bleeke Meer is sterk belast met nitraat en sulfaat, vanwege aanvoer vanuit omringende landbouwgronden. Nitraat en sulfaat versnellen de veenafbraak en zorgen daarmee ook voor vrijkomen van fosfaat, waardoor het water gevoelig wordt voor algenbloei (Bron: Poelen& Smolders, 2017). Voor het behoud van de ecologische kwaliteit is het dus wenselijk om de afspoeling van nitraat en sulfaat vanuit omringende landbouwgronden te stoppen. Als dat lukt kan het vervolgens zinvol zijn de organische sliblaag te baggeren. Om tot goede herstelmaatregelen te komen is het van belang dat er een inrichtingsplan gemaakt wordt dat verder kijkt dan het Bleeke Meer zelf. Daarnaast moet een goede inschatting gemaakt worden van de mogelijke gevolgen van het afdammen van de instromende sloten voor de omgeving.

De Biezen Bij De Biezen verdient behoud van de ondoorlatende ondergrond de meeste aandacht. Deze dreigt her en der door boomwortels verstoord te raken. Een groter risico is echter de munitieruiming die hier nu plaatsvindt. Dit gaat gepaard met grote verstoring van de bodem en levert een groot risico voor de ondoorlatende ondergrond die vaak minder dan een meter diep ligt. Als dat gebeurt in het inzijggebied van de vennen is er sprake van onherstelbare schade.

Asselse vennen (fotografie: Bram de Jong)

65

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Asselse vennen Asselse vennen is een mozaïek van nabijgelegen wateren, veelal minder dan 100 meter van elkaar verwijderd en met in totaal meer dan 5 hectare wateroppervlak. Het mozaïek bestaat overwegend uit zure vennen, waarvan een enkele met aanzet tot hoogveenvorming (Bron: Faasen T & Raemakers, I. 2008). Voor de zure vennen lijken geen stuurknoppen voorhanden. Deze zullen vooral gebaat zijn bij een afname van de stikstofdepositie als gevolg van generiek beleid.

Leemkuilen rondom Cannenburgergat In het noordelijk deel komen ook enkele leemputten voor. Zes leemputten worden de komende jaren geschoond ten behoeve van de drijvende waterweegbree. Deze maatregelen zijn reeds geprogrammeerd.

Maatregelen Kroondomein Het Loo • Nemen van watermaatregelen en terugzetten opslag Uddelermeer volgens LESA. • Verminderen nutriëntenbelasting in het Uddelermeer. • Monitoren van waterkwantiteit en waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Uddelermeer en hydrologisch beïnvloedingsgebied. • Afplaggen oevers, verwijderen bos en baggeren ven Groot Zeilmeer. • Opstellen van gebiedsbreed beheer- en inrichtingsplan Bleeke Meer gericht op verminderen van aanvoer voedingsstoffen vanuit omliggende landbouwgronden. • Schonen leemputten.

Veld van Sandberg

Figuur 6.9 Ligging van het cluster Kroondomein Het Loo. Duivels

Middelbergen

bosch

G r e v e l d

H e t

De Fransman

Zuiderbosch

Turfberg

Schaveren

Kerkhof

V i e r h o u t e r

Spookkuil

Bommelskuil

Liesberg

Hendrikuslaar

Pollense Ve e n

't Uldert

Stakenberg

E l s p e e t s c h e

Kroondomein Berkenlaar

H e i d e

b o s c h

G o r t e l s c h e

Flesjesberg

Noorderheide

Schotkamp

Kroondomein

Kroondomein

Kraaienberg

(Natuurreservaat)

Tonnetjesdelle

Veeneberg

Wildlust

Gortel

B o s c h Prinsenkuil

H e t Vo r e n h u l

Grote Kolonie

Natura 2000

Elspeet

Begrenzing clusters

Galgenberg

E l s p e e t e r

Elspeeter

Stadhoudersleemkuil

Vennen en venen

Niersen † † † † † †

struiken

b o s c h

Kolenkamp

Kleine Kolonie Broodberg

Galgenberg

Vreebosch

Kuilhegge

Broek Korte

Boelensveld Trienebosch

De

Putterkoppel

Kril Heegsche

Kroondomein

Veld

U d d e l e r U d d e l s c h e Ve e n

Hertenbosch

h e e g d e

Uddel

Pasakker

Zandhegge

Karreweg

Valenberg

Vo s s e l t

Kroondomein

Uddelsche Buurtveld

Lage

Kroondomein

Ve l d

Oefenterrein

Rauwenheer

Gerthopsbergje

Walenbosch

Het Zandberg Halve Maan

Veld

km

0

1

Meervelder De Bieze

Meerveld

2

I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022

Ouwendorp

Ouddorperbosch

Schepersheg

Heintjens

Hertendal

Aardmansberg

Oude

Deeling

Achterpark

Oude Brand

park Wolvenbosch

DooveLeemkuil

Aardschoten Waltersbergje

bosch

Solsbosch Dopjeslaar

Dassenberg

66

Hoog Soerensche

Bosschen

Nieuw-Milligen

hout Greven

Sterrebosch

Kastanjeberg

De Hel

Hazendeeling

De Pastorie

Paleis-

Middendal

bosch Wolfsheg

Kroondomein

Torenberg Aarelgat

Doorngat

Enk

De Koppel

De Kruisen

Veld

Duvelsdel

Broekeldbosch

Meerveldsche

Prins Hendrikpark

Kolenbrander

Noltheniusberg

Hoog Soerensche

Langeberg

Den Broekeld

Koningsbosch

Kappen

Kranendonksboschje

Garderensche

Wiesel

Spaansche

Staatsdomein Imsberg

Boerdennen

Bosch

Duikelberg

Ossenveld

Gr Enk

Pannekoeks dennen

Wieselsche

D e R o o d eH e g g e n

Driehoek

Zandsteeg

Binnenveld Schoolhegge

Wieselsche Enk

Laudonsberg

Koningshout

Huigensheg

De Beek Kampsteeg

Wieselsche Veld

Peter

Reevangst

Duvel

Kruisbergen

Slicht Drieheggen

Veenkamp

Va l k e n b e r g

Kruisakker Ruw Arend

Hooge

Hoddenberg

Houtdorperveld

Bergen

Wiesselsche

Kozakkenveld

Suikerberg

Het Gronkel

Vanenbosch

Kruisjesdal

Brandebeuk

Staatsdomein

Prinsentafel

Hoog Soeren

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

† † † †

† † † †

† † † †

† † † †

6.4.8

RVB- en Defensieterreinen Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is als rijksorgaan de eigenaar/beheerder van gronden waarop in totaal tweeëntwintig vennen liggen, waaronder op Kroondomein Het Loo. Er komen ook vennen voor op terreinen die gebruikt worden door het ministerie van Defensie als oefen- en schietterrein. Deze terreinen liggen verspreid over de gehele provincie Gelderland. Het gaat hierbij in totaal om veertien vennen, liggend in vier deelgebieden. Het RVB stelt beheerplannen op voor deze terreinen voor een periode van minimaal zes jaar en streeft binnen de mogelijkheden van het militair gebruik naar een ecologisch herstel van deze vennen. Het RVB heeft voor regulier beheer en herstel van de vennen in principe voldoende eigen financiële middelen. Deze veertien vennen zijn te klein en liggen te ver uit elkaar om een of meerdere mozaïeken (zie paragraaf 5.1.3) te vormen die kunnen gaan kwalificeren als habitattype.

Maatregelen RVB- en Defensieterreinen - Niet van toepassing. Figuur 6.10 Ligging van het cluster RVB- en Defensieterreinen gebied 1

!

Roekelsche Bosch

Mosselsche

Mosselsche

Doesburger heide

Ve l d

Driesprong Peppelenbrug

Va l e n b e r g

!

P l a n k e n -

RVB/Defensie gebied 1 Hullenberg

De Mosselsche

!

Mossel

Bergen

Natura 2000

E d e s c h eB o s c h

!

Begrenzing clusters Vennen en venen

† † † † !

!

† † † † † † †

† † † † † † †

† † † † † † †

Edesche Heide

Kruiponder Kelderbergen

† † † †

† † † †

Kreelsche Zand

† † † †

!

H i n d e k a m p

De Hindekamp

De Ginkel Westerbergen

Noord-Ginkel Drieberg

Nieuw-Reemst

Noord Ginkel Zandbosch

Langenberg

Boddegat Noorderbos Zandbos

Mechelsche Kuil

Zuiderbos

De Sysselt

EDE

Kamp

Plantage

Bennekomse

Het Wijde Veld

Bos

Maanderbos Doornbos Hertenbos

km

0

0,7

1,3

I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022

Renkumsebeek

Hoekelumsche

67

Hoekelumsche

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Ginkelsche

Zand

Trienebosch

Figuur 6.11 Ligging van het cluster RVB- en Defensieterreinen gebied 2 Putterkoppel

Heegsche

Kroondomein

Veld

U d d e l e r

Suikerberg

Pasakker

Kroondomein

Het Zandberg Halve Maan

Meervelder

Koningsbosch

Prins Hendrikpark

Kolenbrander

Kroondomein

De Koppel

Paleis-

Middendal

Sterrebosch

Kastanjeberg

Veld

Achterpark

Hoog Soerensche Torenberg

Aarelgat

De Hel

Heintjens

Bosschen Aardmansberg

Deeling

Oude

Wolvenbosch

DooveLeemkuil

Aardschoten Waltersbergje

bosch

Solsbosch Hazendeeling

Dopjeslaar

Kruisjesdal

Vanenbosch Brandebeuk

Dassenberg

Staatsdomein

Het Gronkel

hout Greven

park

Oude Brand

Hertendal

bosch

Ouddorperbosch

Wiesel

De Kruisen

Duvelsdel

Wolfsheg

Bosch

Kappen

Noltheniusberg

Kranendonksboschje

Doorngat

Wenum

Boerdennen

Hoog Soerensche

Langeberg

Vennen en venen

De Bieze

† † † †

Spaansche

Rauwenheer

Gerthopsbergje

Begrenzing clusters K r o o n d o m e i n

† † † †

W e n u m s c h eE n k

Duikelberg

Staatsdomein Walenbosch

Pannekoeks dennen

Wieselsche

D e R o o d eH e g g e n

Driehoek

Ossenveld

Natura 2000

† † † †

Koningshout

Huigensheg

Karreweg

Vo s s e l t

† † † †

Wieselsche Enk

Laudonsberg

Zandhegge

Valenberg

Imsberg

Peter

Reevangst

Duvel

Kruisbergen

Slicht

RVB/Defensie gebied 2

Wieselsche Veld

Hooge

Hoddenberg

Drieheggen

Va l k e n b e r g

Kruisakker Ruw Arend

Hertenbosch

h e e g d e

De Haere W e n u m s c h eVe l d

Bergen

Wiesselsche

Kozakkenveld

Branddeeling

Moezenberg

Brouwerij Dikke

Heidensgat

† † † †

Prinsentafel

Hoog Soeren

Gat

Pomp hul

Vroome

Orderheg

† † † †

† † † †

† † † †

Berg en Bosch

Tribune

Koepeld

† † † †

D e Ve e n t j e s

Bergen Dennenkamp

Asselsche De Watergang

Nova

Asselsche

Heide

Regelbergen Koelberg

0

1

Eikenheg

2

Asselsche

† † † † † † † † † † † †

Topberg

Ve l d

De Alkenschoten

Hoog Bureltje

Lucasgat

kuil

Orderbosch

Westerwolde

km

Germanen

Bosch

Assel Laagh Westerwolde

Willemsbosch

Maalberg

I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022

Kootwijkerbovenbosch !

Voorste

Heidensberg

Achterste Steenberg

Johnnie's Land

Brummelkamer Steenberg

Va n d e r Huchtbosch

v d Huchtbos

Figuur 6.12 Ligging van het cluster RVB- en Defensieterreinen gebied 3

Wezep

† † † †

De

Eekt

Mheen

Wezepsche Lapstreek

† † † †

Stuivezand

† † † †

Elburg

Oldebroek

en rd aa W

Oostendorp

Heide

† † † †

Broeklanden

't Loo

† † † † † †

Landgoed

Waterplasberg

Landgoed 't Loo Steenbergen

Wezeperberg

Stoopschaar

RVB/Defensie gebied 3

Mullegen

Landgoed

Petrea

† † † † † Hoge † Enk † † †

Natura 2000

R

G

Het Goor

Bovenveen

Aperloo

H e t

Z w o l s c h e

E

Begrenzing clusters

't Harde

Zwaluwenberg

B

Vennen en venen

De Zwaluwenberg

B o s c h

(Artillerie Schietkamp)

Klarenbeek

D

† † † † † † † † †

L

Wessinge

Kamperklippen

Ossenberg

O

Heesberg

W

Erf van Daendels

De Zoom

De Dellen

Kraaienberg

De Zanden Het Veen

Bakhuisbos De Paraplu

Render Holleberg

klippen

rg

De Haelberg

Eperholt

Horst hoeker

veld

W

o

ld

b

e

Woldberg heide

† † † † † † † † †

Galgenberg

Margarethabosch Waschkolk

† † † † † † † † †

't Zeuvenbergje

H e i d e

De Weesberg

Horsthoek

Bervoetsbos

Nieuw Soerel

Z a n d e n b o s c h Ve m d e

km

0

1

2

Soerel

Renteloos Voorschotbosch

I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022

Landgoed

Dorperveld

Leemkuil

Tongeren

L a n d g o e dW e l n a

68

Landgoed

Dijkhuizen To n g e r e n s c h e Veen

Epe † † † † † †

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Figuur 6.13 Ligging van het cluster RVB- en Defensieterreinen gebied 4 De Dikke Bart

Hoog Buurlo

De Schotkamp

Stroesche Bergen

Schelmeer

Z a n d e rd e n n e n

Radio Kootwijk

Vo g e l e n z a n g Looienbed

Boschberg

U g c h e l s c h e

Kleinlaar Turfberg

Huigenboschje

Kootwijkerzand

Harskamper

L o o b o s c h

Va r k e n s b r i n k

Grootlaar

Buurlosche

Burelveld

Wilhelminaboschje Keulerbosch

Klein Zandplaat

Burelhul

Fluitberg Burelveen

Prins Hendrikbos

RVB/Defensie gebied 4

B o s c h

Hoog

Koeflesch

Hondsflesch

hoek

Heide

Polsdel

Loobosch

Schoneveld

Braamberg

H a r s k a m p s c h e Z a n d Friesse

Natura 2000

Veld

N o o r d e r h e i d e

Stevenpol

Hazenbergen

Begrenzing clusters Vennen en venen

Ve e n t j e

Schietkamp

De Berk

Juffermoes

Klein Dabbelo

Oosterheide

Hoenderloosche

Oostdorp

Jongelo

Honingbosch Groot Dabbelo

Bosch

Groote Bulten

Groote- en

Schilschoter

Kleine Heg

veld

Wolfsgat

Westerheide

Kleine Bulten

Harskamp

Westeneng

Ossenberg Struikberg

Zuiderheide Jan Aaltensland

Siberië

Broek

Sickesze

Hoenderloo

De Schuit

Dennen

Westerflier

Veentjesbosch Het Prisma

De Wetbosch

Otterlosche

Eikelkamp

Grasbosch

Zand

Wekerom

Eschoter

1

† † † † † †

Hertenbosch

Otterlo

Landschappentuin

Pampelsche Bosschen

't Rieselo Stenen Gewei

Roekel

2

Otterlosche

Bosch

Het

Kromme Hoek

D E

H O G E

Deelensche Veld

Koeverzand

P a m p e l s c h e Z a n d

De Nieuwe Plijmen

Enk

Va l o u w e

69

Koeverbosch

Fransche Berg

Roekelsche

I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022

Bunterbosch

Zwarte Bosch

veld

km

Hoog-Baarlo Weitje v d Pol

De Bunt Windewaai

Maten

0

Zwarte Veld Heidebloem

Fazantenpark

Eschoten

Koelbergen

De Brand

De Koekoek

Wolfskuilen

V E L U W E

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

Berg en Dal

6.4.9

Vennen Staatsbosbeheer In het kader van het voormalige PAS heeft Staatsbosbeheer onderzoek laten uitvoeren en maatregelen voorbereid voor Zandenbosvennen in de gemeente Nunspeet, het Watergraafsmeertje in de gemeente Barneveld (Bron: Hanhart & Brouwer, 2019) en het Kootwijkerveen in de gemeente Apeldoorn De Zandenbosvennen zijn drie afzonderlijke vennen, die de potentie hebben om zich te ontwikkelen tot heideveentje. Om deze potenties te realiseren is het nodig om opslag van bomen en struiken in het intrekgebied zoveel mogelijk te verwijderen en recreanten en honden van de venoever te weren. In overleg met bewoners wordt vastgesteld in hoeverre de opslag verwijderd kan worden om ook tegemoet te komen aan de cultuurhistorische waarden. Uitgangspunt is echter dat op alle drie locaties zich kwalificerend heideveentje kan handhaven of ontwikkelen. Om dat te toetsen worden de waterstanden in de drie vennen tot zes jaar na afronding van de werkzaamheden gemonitord.

Zandenbosvennen in Nunspeet

In 2021 zijn al maatregelen gestart ten behoeve van hoogveenontwikkeling in het Kootwijkerveen (gemeente Apeldoorn). In de grote open waterplas ten noorden van de eendagsputjes en in de plas ten westen van het Kootwijkerveen (ontstaan door verwijdering van fosfaatrijke bovenlaag) kan mogelijk ook hoogveenontwikkeling op gang worden gebracht door inbrengen van houtstobben die voor extra luwte zorgen. De Gerritsfles is met ruim 7 hectare een van de grootste zure vennen van de Veluwe. Het is niet alleen belangrijk leefgebied voor veel kenmerkende vensoorten, maar ook voor de Habitatrichtlijnsoort meervleermuis, die in het herstelprogramma beken expliciet aan de orde komt. In het venherstelprogramma uit 2017 werd aanbevolen om opslag van dennen langs de oevers te verwijderen. Dat is inmiddels gebeurd in het kader van een PAS project. Onderdeel van dit project is een nazorgperiode van drie jaar. Het is nog niet zeker of daarmee alle mogelijkheden zijn benut om wateraanvoer naar Gerritsfles te optimaliseren. Daarom zal ook via een LESA nader onderzocht worden of er verdere stuurknoppen zijn om de hydrologie van het ven te verbeteren.

70

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

6.4.10

Maatregelen Vennen Staatsbosbeheer • Uitvoering van maatregelen rondom Zandenbosvennen. • Tot 6 jaar na uitvoering monitoring van waterstanden en waterkwaliteit in de drie Zandenbosvennen. • Onderzoek hoe hoogveenontwikkeling in Kootwijkerveen verder gestimuleerd kan worden. • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen aan Kootwijkerveen voortkomend uit dit onderzoek. • Uitvoeren LESA Gerritsfles. • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen, voortkomend uit de LESA voor Gerritsfles.

Klein Zwitserland Dit is een cluster van zure vennen, gezamenlijk circa 0,5 hectare. In 1995 zijn de vennen in opdracht van eigenaar Natuurmonumenten geschoond. Dit is te rigoureus gebeurd, waardoor de ondoorlatende lagen zijn doorgraven. Rond 2004 is onder een van de vier vennen een laag bentoniet aangebracht. Dit had echter niet het gewenste resultaat. De bentoniet was een bron van bufferende stoffen waardoor het ven steeds voedselrijker werd. De bekleding van de aangebrachte bentoniet bestond uit kunststof, deze laat nu los waardoor kleine plastic vezels in de natuur terecht komen. Bovendien bleek de bentoniet erg in trek bij wilde zwijnen die hier regelmatig de bodem omwoelen (Bron: Van den Berg, 2015) . Zoals al geconstateerd in het venherstelprogramma uit 2017 is het wenselijk de bentonietlaag weer te verwijderen. Daarna bieden de vennen gelegenheid om (de snelheid van) herstel van natuurlijk ondoorlatende lagen te monitoren.

Maatregelen Klein Zwitserland • Verwijderen bentonietlaag. • Monitoren snelheid herstel ondoorlatende lagen. Figuur 6.14 Ligging van het cluster Klein Zwitserland. Beekbergen

Kampsbergen

Va n S c h a i k s b o s c h !

Oosterhuizen

Lierderbosch

† † † †

† † † †

† † † †

† † † †

† † † †

† † † †

† † † †

† † † †

!

† † † †

Rustgebied

Het Zand

!

Bruggelen

Klein Zwitserland

Immenberg

!

Natura 2000

S p eclusters l d e r h o l t Begrenzing

Lierderbosch

Scherpenberg

!

Vennen en venen

Kaapberg

Stoppelenberg

Veldhuizen !

Reeënberg De Westerveldhuizen

Kl Zwitserland ! !

Va r e n n a

De Vrijenberg

Schansenberg

!

Loenerveld † † † † † † † †

Schalterberg

Wilhelminatop

!

Hoeve

Delle

† † † † † † † †

† † † † † † † †

† † † † † † † †

† † † † † † † †

† † † † † † † †

† † † † † † † †

† † † † † † † †

Reeëndal

† † † † † † † †

Loenen

Rijsvoorde !

Dichte Gat Kraaiennest Het Doelbosch

0

0,7

Ternat

!

km

1,3

Woeste Hoeve

Ramenberg

I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022

L o e n e n s e

B o s Steilhul

!

De Molenbeek

71

Trapjesberg

Papenkamp

Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023

6.4.11

Cluster Hattem Tussen Wapenveld en de A50 liggen iets ten zuiden van Vakantiepark de Leemkule twee leemkuilen waarvan 1 met een populatie kamsalamander. Vanwege de A50 is de populatie waarschijnlijk onbereikbaar voor Italiaanse kamsalamander. Daarom loont het de moeite om het leefgebied van de inheemse kamsalamander verder te verbeteren en indien mogelijk uit te breiden. Eerst is een verkennend onderzoek nodig om de kansen voor uitbreiding van deze populatie scherp in beeld te krijgen. Dit zal duidelijk maken of de huidige populatie nog levensvatbaar is en zo ja, welke bestaande poelen en leemkuilen heringericht moeten worden en waar eventueel extra poelen gegraven kunnen worden.

Maatregelen cluster Hattem • Verkenning van kansen voor uitbreiding kamsalamander in omgeving Leemkule. • Formulering en uitvoering van herstelmaatregelen voortkomend uit deze verkenning. Figuur 6.15 Ligging van het cluster Hattem !

! !

Voskuil

!

Buitenwaarden

Oldeneel

!

!

Hattemerbroek

Hattem

!

't Vinkennest

De Wrange !

Hattem

Beldert

De Bulten

† † † † † † † † † † † †

!

!

Hoen-

!

Natura 2000

!

Begrenzing clusters

!

Trijselenberg

De Soppe

Vennen en venen

waard !

Wezep

!

!

Wezepsche !

Leemkuil

!

!

Berghuizen De Belt

Wapenveld-noord !

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13185485/1