St. t.k.n. nr. 2 Bijlage Herstelprogramma Vennen en venen GS mei 2023
Tekst van het document
!
Heide
Steenbergen
!
!
!
Wezeperberg
Klooster Hulsbergen
Landgoed
!
Waterplasberg
Landgoed
Petrea
!
!
Wapenveld
0,7
park
1,3
† † † † †
Lutter broek
R
0
zand Wapenvelder Jacoba
† † † † †
!
km
† † † † †
!
G
Hooge Berg
I&A-DATA | 2203-1077| 5-7-2022
H e t
Z w o l s c h e !
E
!
6.4.12
Wapenveldsche
Cluster Wageningen Binnen de begrenzing van Natura 2000-Veluwe ligt één vijver op Arboretum Belmonte waar kamsalamander zich voorplant. Dichtbij, in de uiterwaarden van de Neder-Rijn en dus binnen begrenzing Natura 2000-Rijntakken, ligt nog een andere poel waar regelmatig voorplanting plaatsvindt. In Arboretum de Dreijen liggen naar schatting ook nog 2 voortplantingswateren. Of uitwisseling mogelijk is met de poel bij Belmonte, is echter twijfelachtig. De poelen liggen circa 700m uit elkaar en het tussenliggende gebied is bebouwd en doorkruist door wegen (Bron: Gilbert & Schippers, 2022). Het gaat dus om een kleine populatie, maar wel een die nog niet vermengd is met Italiaanse kamsalamander. Daarom is het belangrijk maatregelen te nemen om de lokale populatie te versterken.
72
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Maatregelen cluster Wageningen • Robuuster maken van de populatie door vergroting aantal geschikte voortplantingswateren tot 4-6 nabij de bestaande populatie. • Aanleg van minimaal één extra geschikt voortplantingswater in Arboretum Belmonte. Figuur 6.16 Ligging van het cluster Wageningen De
De Bongerd
Eng
Het Mierenbos
De Zoom Die Wiltgraeff straat
Dolder
G e e r
t je s
w
De Vierhoek
e g
Wageningse Berg Oranje Nassau's Oord
Natura 2000
eg
inw
me
Do
Landbouw
È Korten
Bu rg sc
he
Kamsalamander
Wageningse
Universiteit
È
Ritzemabosweg
† †
Berg
† †
Arboretum s
rlang
Onde
De
Strang
È
È
WA G E N I N G E N Bovenste
Polder onder
Lexkesveer
Wageningen
RIJ
Randw
N
ijksch
Schoutenwaard
R
0,5
Ra
E
0,3
Wolfswaard
E
I&A-DATA | 2203-1077| 24-6-2022
D
0
-
km
N
6.4.13
Cluster Hulshorst Hier ligt een poel waar met behulp van eDNA aanwezigheid van inheems kamsalamander is aangetoond. De soort is hier sinds de jaren ’80 niet meer visueel waargenomen. Het gaat dus om een heel kleine populatie, en eerst moet worden onderzocht of de huidige populatie (inheemse) kamsalamander nog levensvatbaar is en zal kunnen profiteren van meer en beter voortplantingsbiotoop. De poel bij Hulshorst lijkt wel vrij te zijn van Italiaanse kamsalamander. Dat laatste is echter nog niet helemaal uitgesloten. Daarover is meer duidelijkheid nodig. Alleen als zeker is dat Italiaanse kamsalamander deze populatie nog niet heeft beïnvloed zijn aanvullende maatregelen ter verbetering van voorplantingswater namelijk zinvol (Bron: Gilbert & Schipper, 2022).
73
Maatregelen cluster Hulshorst • Onderzoek levensvatbaarheid huidige populatie en mogelijke vermenging met Italiaanse kamsalamander. • Indien de populatie hier nog levensvatbaar is en zuiver inheems blijkt te zijn: vergroten en verdiepen water in het voortplantingswater en in de twee nabij gelegen locaties. Hier tevens beschaduwing verminderen door boomopslag te verwijderen. • Indien de populatie hier nog levensvatbaar is en zuiver inheems blijkt te zijn: robuuster maken van de populatie door vergroting aantal geschikte voortplantingswateren tot 4-6.
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
e
ndwijks
e
Figuur 6.17 Ligging van het cluster Hulshorst ss He
Hulshorst s
en
Bo
g we
De Hierdense Beek
de
er
Ond
A28 E232
Waterval De Vuurkuil
Hulshorst
Natura 2000
Ebbenhorst
H u l s h o r s t e r È
È
È
Kamsalamander
De Hoeve
È È
È
È È
È
È
Houtsnip
't Witte Zand Gelle Gat Tafelberg
km
0
0,1
Koopmansbosch 0,3
I&A-DATA | 2203-1077| 29-6-2022
6.5
Doelbereik van dit herstelprogramma Of de doelen gerealiseerd worden is uiteindelijk afhankelijk van een wisselwerking tussen de maatregelen op lokaal niveau, emissiebeleid (reductie van o.a. stikstof en gebiedsvreemde stoffen) en fluctuaties in temperatuur en neerslag. Die laatste factor hangt weer samen met klimaatverandering, wat alleen succesvol kan worden tegengegaan door wereldwijde vermindering van CO2-uitstoot. Dit herstelprogramma beperkt zich tot lokale maatregelen. Het is daarom onmogelijk om met 100% zekerheid aan te geven of de doelen gehaald zullen worden als dit herstelprogramma in zijn geheel wordt uitgevoerd. Daarom staat in deze paragraaf in hoeverre met de voorgestelde lokale maatregelen het maximaal haalbare wordt gedaan. Daarbij komen alle maatregelen aan bod die in deze en volgende beheerplanperioden tot uitvoering komen. Het gaat dus niet alleen om de maatregelen uit dit programma, maar ook om maatregelen die al vóór totstandkoming van dit programma zijn gestart, zoals diverse PAS-maatregelen.
Heideveentjes (H7110_B) Doelstelling: Verbetering omvang en kwaliteit. Maatregelen: Uit gebiedsspecifieke LESA’s en historische data blijkt dat in 32 van de in totaal 344 bekende wateren potenties zijn voor heideveentjes. In 26 van deze wateren zijn benodigde maatregelen gerealiseerd of recent gestart, bij 2 lijken geen aanvullende maatregelen mogelijk en bij 3 is geen sprake van verdere lokale knelpunten. Daarnaast wordt in één van de kansrijke wateren (Ossenkolkven) een onderzoek gestart naar lokale stuurknoppen om hoogveenontwikkeling te stimuleren. Conclusie: Mogelijke lokale maatregelen om omvang en kwaliteit te verbeteren zijn, op één water na, in gang gezet.
74
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Zwakgebufferde vennen (H3130) Doelstelling: Behoud van verspreiding, omvang en kwaliteit. Maatregelen: Van de in totaal 344 bekende wateren zijn er 20 met potentie voor zwakgebufferd ven. Als de voorgenomen herstelmaatregelen rond de Leemputten op landgoed Staverden worden uitgevoerd, betekent dat een kwaliteitsverbetering voor zes deze vennen. Daarnaast wil de provincie in deze beheerplanperiode ook de mogelijkheden laten onderzoeken voor verdere verbetering van zwakgebufferde vennen in de Hoge Veluwe (circa vier wateren), in het cluster De Ginkel (twee wateren) en, binnen het cluster Tongerense Heide, Paalveen (circa 1,7 hectare groot). Conclusie: De maatregelen die in deze beheerplanperiode op stapel staan helpen de kwaliteit te verbeteren van ruim de helft van de locaties met potentie voor zwakgebufferde vennen. Hiermee worden de vennen robuuster tegen fluctuaties in neerslag en temperatuur en is behoud op langere termijn beter geborgd. Bovendien zorgt versterking van de zwakgebufferde vennen ook voor meer leefomgeving voor de doelsoorten kamsalamander, drijvende waterweegbree en gevlekte witsnuitlibel.
Zure vennen (H3160) Doelstelling: Behoud van verspreiding en omvang. Verbetering van kwaliteit. Maatregelen: Een geschikt leefgebied voor flora en fauna van zure vennen vergt een oppervlakte van tenminste 0,5 hectare. Dat kan de oppervlakte van één ven zijn of een mozaïek van vennen (Bron: Bijlsma et al. 2021). Zoals aangegeven in paragraaf 5.1.3, worden de vennen die maximaal 100 meter uit elkaar liggen als één mozaïek beschouwd. Er zijn 30 vennen die, afzonderlijk of in mozaïek, voldoen aan het oppervlaktecriterium en (kunnen gaan) kwalificeren als zuur ven. Voor al deze vennen zijn lokale knelpunten ofwel afwezig (bijvoorbeeld Asselse vennen) of zijn er maatregelen geformuleerd om die knelpunten aan te pakken. Naast de 30 bovengenoemde locaties zijn er 32 locaties die in ieder geval in een mozaïek liggen dat voldoende groot is, maar waarvan nog niet bekend is of ze potentie hebben om te gaan kwalificeren als zuur ven. Nadere analyses, zoals de LESA voor Tongerense Heide, zullen duidelijk maken of deze locaties ook kunnen gaan kwalificeren als zuur ven. Conclusie: Met de realisatie van de maatregelen die reeds in gang zijn gezet of hier worden voorgesteld zullen op circa 100% van de nu bekende, kansrijke locaties de lokale knelpunten zijn opgelost.
Hoogveenbossen (H91DO*) Doelstelling: Behoud van omvang en kwaliteit. Maatregelen: Kwalificerend hoogveenbos komt voor in het Bleeke Meer, Uddelermeer en mogelijk in landgoed Leuvenum. In ieder geval op de eerste twee locaties is verbetering van de waterkwaliteit noodzakelijk om behoud te garanderen. Zonder die verbetering gaat de kwaliteit van het hoogveenbos langzaam maar zeker achteruit. Voor het Bleeke Meer is nog een aanvullende studie wenselijk naar mogelijkheden om de belasting van ongewenste stoffen vanuit omliggend landbouwgebied te verminderen.
75
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Conclusie: Realisatie van de maatregelen die hier worden voorgesteld zal ertoe leiden dat ca. 50% van het nu vastgestelde areaal hoogveenbos beter behouden kan worden en dat effectieve maatregelen voor de volgende 50% in beeld komen.
Blauwgraslanden (H6410) Doelstelling: Verbetering omvang en kwaliteit. Maatregelen: Blauwgrasland is binnen de Natura 2000-begrenzing van de Veluwe vooral kansrijk in de Leemputten bij Staverden. De maatregelen die hier mogelijk zijn zullen de huidige verzuring tegengaan en daarmee de kwaliteit verbeteren. Dit is een tijdelijk effect, omdat verlies aan bufferende stoffen hier een natuurlijk proces is. Dit proces kan alleen door regelmatige bekalking worden vertraagd. Uitbreiding van het areaal blauwgrasland in de Veluwe is lastig mogelijk vanwege de bodemopbouw en natuurlijke grondwaterstroming (overwegend infiltratie in plaats van kwel). Kansen op blauwgrasland in het Renkums beekdal worden nader onderzocht (Maatregel MBERe3 uit herstelprogramma Beken). Conclusie: Maatregelen in dit programma zorgen er wel voor dat lokale knelpunten voor behoud worden weggenomen. Mogelijkheden om omvang en kwaliteit van blauwgrasland te verbeteren in Renkums beekdal komen aan bod onder de vlag van herstelprogramma Beken.
Overgangs- en trilvenen (H7140) Doelstelling: Behoud van omvang en kwaliteit. Maatregelen: In het Wisselse Veen is inmiddels een uitvoeringsproject voorbereid dat zal leiden tot betere uitgangscondities voor overgangs- en trilvenen. Hiermee worden alle kansen voor dit habitattype binnen de Natura 2000-begrenzing van de Veluwe verzilverd. Conclusie: Alle mogelijke lokale maatregelen ten behoeve van realisatie van de doelstellingen voor dit habitattype zijn in voorbereiding en het doel wordt gerealiseerd.
Gevlekte witsnuitlibel (H1042) Doelstelling: Verbetering van verspreiding, omvang en kwaliteit van het leefgebied. De Vlinderstichting heeft deze kwalitatieve doelstelling vertaald naar een kwantitatieve doelstelling (Bron: Van Grunsven & Bos-Groenendijk 2022). Om een duurzame staat van instandhouding te waarborgen zijn minstens vier deelpopulaties van voldoende omvang nodig. De meest geschikte leefgebieden zijn Mosterdveen en Hoge Veluwe (waar al kleine populaties aanwezig zijn), de Leemputten (waar de soort verdwenen is) en de Asselse vennen. Maatregelen: In dit programma worden maatregelen in de Leemputten voorgesteld die naar verwachting ook de deelpopulatie gevlekte witsnuitlibel zullen versterken. Ook voor het Mosterdveen worden nog enkele aanvullende maatregelen getroffen. Deze versterken vooral heideveentjes en zure vennen. Of dit de gevlekte witsnuitlibel gaat helpen valt nog te bezien. Deze soort is namelijk vooral aangewezen op zwakgebufferde vennen. Monitoring zal moeten uitwijzen hoe de populatie hier verandert na de maatregelen.
76
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Voor de Hoge Veluwe wordt voorgesteld nader onderzoek te doen naar een natuurlijkere inrichting van water in en rondom de Hubertusvijvers. Dit onderzoek kan mogelijk wijzen op maatregelen ter versterking van de deelpopulatie op de Hoge Veluwe. In Asselse vennen worden een aantal leemkuilen geschoond. Hiervan kan ook de gevlekte witsnuitlibel profiteren. Dit programma stelt ook maatregelen voor ten behoeve van zwakgebufferde vennen búiten de vier aangewezen gebieden voor gevlekte witsnuitlibel. Daarmee zullen ook meer geschikte leefgebieden voor deze libel ontstaan.
Gevlekte witsnuitlibel. Fotografie Saxifraga-Henk Baptist.
Conclusie: Dit herstelprogramma voorziet in verbetering van leefgebied in ten minste vier deelgebieden. Als dit ook leidt tot deelpopulaties van voldoende omvang is er sprake van een duurzame populatie op de Veluwe.
Kamsalamander (H1166) Doel: Instandhouding van populatie, verspreiding en kwaliteit van het leefgebied. Maatregelen: Het programma stelt onderzoeken en maatregelen voor om zwakgebufferde vennen te versterken. Deze omvatten ook alle locaties waar nu inheemse kamsalamander voorkomt en Italiaanse kamsalamander en hybriden ontbreken. Het gaat hierbij om de Ginkel, de poelen bij Leemkule (Hattem), Wageningen en Hulshorst. Daarnaast wordt ook op andere plekken gewerkt aan verbetering en herstel van zwakgebufferde vennen (H3130). Dat kan op den duur meer leefgebied opleveren. Verbinden van populaties van kamsalamanders maakt geen onderdeel uit van dit herstelprogramma omdat nog onvoldoende duidelijk is of hiermee niet juist de Italiaanse kamsalamander geholpen wordt. Conclusie: Dit herstelprogramma richt zich op maximale versterking van de zuiver inheemse populaties van kamsalamander op de Veluwe.
77
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Drijvende waterweegbree (H1831) Doelstelling: Instandhouding van populatie, verspreiding en kwaliteit van het leefgebied. Floron heeft deze doelstelling nader gespecificeerd. In de Veluwe zouden minimaal tien deelpopulaties moeten voorkomen, waarbij een deelpopulatie bestaat uit een oppervlakte van minimaal enkele vierkante meters begroeid met drijvende waterweegbree. Op dit moment zijn er twee groeiplaatsen bekend. Maatregelen: In het cluster Asselse vennen worden binnenkort zes leemputten geschoond om leefgebied voor drijvende waterweegbree te verbeteren. Deze liggen relatief dicht bij elkaar, dus met het oog op spreiding van deelpopulaties zijn elders ook maatregelen nodig. De LESA voor het cluster De Ginkel gaat naar verwachting ook effectieve maatregelen voor drijvende waterweegbree opleveren. Daarnaast zijn er elders in het gebied maatregelen voorzien voor zwakgebufferde vennen die tevens de drijvende waterweegbree zullen faciliteren. Het herstelprogramma Beken voorziet ook in herstel van leefgebied voor deze soort. Conclusie: Dit herstelprogramma voorziet in ruim de helft van de mogelijke maatregelen ten behoeve van een duurzame instandhouding van deze soort op de Veluwe. Aanvullende maatregelen zijn nodig in beekdalen.
Maatregel21 voor deze beheerplanperiode (2018-2024) Bovenstaande conclusie geldt voor de langere termijn, veel maatregelen zullen zich immers pas op langere termijn vertalen in een kwalificerend habitattype of populatie omvang van doelsoorten. Doelstelling M21 van het Natura 2000-beheerplan Veluwe stelt dat in deze beheerplanperiode rekening gehouden wordt met het opknappen van zes vennen die in deze beheerplanperiode aangepakt kunnen worden. Op korte termijn, dat wil zeggen uiterlijk in 2024, wordt de kans hoog ingeschat dat in ieder geval zes locaties zullen gaan kwalificeren. Dat zijn Mosterdveen, Kootwijkerveen, Zandenbosvennen (althans 2 van de 3), Watergraafsmeertje en Gerritsfles. Daarmee is doelstelling M21 uit het Natura 2000-beheerplan Veluwe gerealiseerd.
Koowijkerveen. Fotografie Richard Huinink.
78
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
7 Monitoring 7.1
Uitgangspunten voor monitoring De provincie is verantwoordelijk voor de evaluatie van het beheerplan. Monitoring is hierin een belangrijk instrument. Het doel van de monitoring is het verzamelen van gegevens die nodig zijn om het beheerplan aan het eind van de planperiode te kunnen evalueren. Aan de hand van deze gegevens moet bepaald kunnen worden of de instandhoudingsdoelstellingen uit het aanwijzingsbesluit zijn gerealiseerd (effectmonitoring) en wat de voortgang is van de in het beheerplan beschreven maatregelen (prestatiemonitoring). Ook moet er informatie worden geleverd aan de minister van LNV ten behoeve van de landelijke en gebiedsgerichte rapportages aan de Europese Commissie. Als blijkt dat ontwikkelingen onvoldoende of ongewenst verlopen, zal bij de herziening of actualisatie van het Natura 2000beheerplan Veluwe worden bezien of beleid, maatregelen en beheer voortgezet of bijgestuurd moeten worden. De bedoeling van de maatregelen uit voorliggend herstelprogramma is een positief effect op de ontwikkeling van de doelen. Door middel van monitoring houdt de provincie de ontwikkeling in de gaten.
De volgende door monitoring (en onderzoek) te beantwoorden vragen worden onderscheiden: 1 Hoe gaat het met de Vogel- en Habitatrichtlijndoelen (VHR) waarvoor de Veluwe is aangewezen? 2 Treedt het gewenste systeemherstel op? 3 Hoe gaat het met de voortgang van de uitvoering van de herstelprogramma’s? 4 Wat is het effect van de herstelmaatregelen?
7.2
VHR-doelen Doel van de monitoring: • rapportage aan Rijk, Provinciale Staten en Standaard Data Formulier; • evaluatie beheerplan, bijsturing. De opzet van de monitoring wordt in een monitoringsplan uitgewerkt. Hierbij sluiten we zo veel mogelijk aan bij lopende monitoring en monitoringsafspraken.
Habitattype Ligging en omvang Conform landelijke afspraken stelt provincie Gelderland een habitattypenkaart op en actualiseert deze. Op basis hiervan wordt de ontwikkeling van de habitattypen in omvang en ligging vastgesteld. De uitgangssituatie is vastgelegd in een T0-habitattypenkaart, de habitattypenkaart die de situatie weergeeft in het jaar van definitieve aanwijzing van het Natura 2000-gebied (2013). De habitattypenkaart wordt voor elk terrein eens in de twaalf jaar geactualiseerd op basis van een vegetatiekartering. In de tussenliggende periode worden evidente veranderingen op basis van bijvoorbeeld luchtfoto’s of gerichte veldbezoeken aangepast. De meest recente habitattypenkaart is niet opgenomen in het beheerplan, maar beschikbaar via de website van provincie Gelderland. Basis voor de actualisatie van de habitattypenkaart vormen de vegetatiekarteringen die in het kader van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer worden uitgevoerd. Deze vegetatiekarteringen vallen veelal onder verantwoordelijkheid van de terreinbeheerder. Van belang hierbij is dat terreinbeheerder(s) en provincie planning en opzet van de vegetatiekartering afstemmen. Soms zijn ook aanvullende karteringen of aanvullende veldbezoeken nodig ten behoeve van de habitattypenkaart. De provincie is verantwoordelijk voor het overleg hierover met de terreinbeheerder(s).
79
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Kwaliteit Er is (nog) geen eenduidige landelijke methodiek beschikbaar voor de beoordeling van de kwaliteit(sontwikkeling) van habitattypen. Voor de kwaliteitsbeoordeling zal provincie Gelderland een eigen aanpak ontwikkelen. Hierbij wordt, indien mogelijk, afgestemd op landelijke ontwikkelingen. Wageningen Environmental Research heeft voor de herstelprogramma’s ecologische beoordelingskaders voor alle habitattypen opgesteld (Bron: Bijlsma et al., 2021) (WEnR, 2021). Voor de ontwikkeling van een systematiek om de kwaliteit van habitattypen en relevante drukfactoren te beoordelen en monitoren, zal de provincie aansluiten bij de criteria uit de beoordelingsformats.
7.3
VHR-soorten
Aantal en verspreiding Elke soort waarvoor de Veluwe een instandhoudingsdoelstelling heeft, wordt gemonitord. Zo kan de provincie volgen hoe het binnen Natura 2000-gebied Veluwe met de betreffende soort gaat. Het landelijke Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) vormt de basis voor deze monitoring. Voor enkele Vogelrichtlijnsoorten (wespendief, en in mindere mate ijsvogel en draaihals) en alle Habitatrichtlijnsoorten heeft de provincie aanvullende monitoringprojecten opgezet. De NEM-monitoring is met name gericht op inzicht in omvang en ontwikkeling (trend) van de populatie van de soorten. Voor de meeste soorten levert deze lopende monitoring ook al een goed beeld van de (ontwikkeling van de) verspreiding; waar nodig zal hieraan nog extra aandacht worden besteed bij de monitoringprojecten van de provincie.
Kwaliteit leefgebied Voor de beoordeling van de kwaliteit(sontwikkeling) van leefgebieden van VHR-soorten is er, net als bij de habitattypen, (nog) geen eenduidige landelijke methodiek beschikbaar. Ook hier zal de provincie, zo mogelijk in afstemming met landelijke ontwikkelingen, een eigen aanpak uitwerken. Deze aanpak zal aansluiten op de beschikbare ecologische beoordelingskaders van WEnR voor VHR-soorten.
7.4
Gewenst systeemherstel Om deze vraag te beantwoorden zal de provincie een monitorings- en beoordelingssystematiek ontwerpen. De eerder genoemde WEnR-beoordelingskaders (Bron: Bijlsma et al. 2021) geven hieraan richting. De ontwikkeling van karakteristieke soorten wordt beschouwd als een belangrijke indicator voor systeemherstel. Voor de ontwikkeling van de systematiek wordt in eerste instantie uitgegaan van monitoring en beoordeling op deelgebiedsniveau. Per beoordelingsgebied zal onderscheiden worden wat de belangrijkste indicatoren voor systeemherstel zijn en hoe die gemonitord en beoordeeld worden.
80
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
7.5
Voortgang uitvoering herstelprogramma’s Doel van monitoring: • voortgangsrapportage aan Rijk en Provinciale Staten; • sturing herstelprogramma’s Veluwe; • vastleggen uitgevoerde maatregelen t.b.v. effectstudies. De provincie ontwerpt een maatregelenregistratie om vast te leggen welke maatregelen uit de herstelprogramma’s zijn uitgevoerd. De uitvoerders van de maatregelen zullen informatie over de voortgang moeten aanleveren. De provincie zal bij de opdrachtverlening of contractering van maatregelen hierover afspraken maken met de uitvoerende partijen.
7.6
Effect van herstelmaatregelen Van bewezen en ‘frequent toegepaste’ herstelmaatregelen worden de effecten niet in beeld gebracht. Van niet eerder uitgevoerde of experimentele maatregelen worden de effecten wel onderzocht. Over deze maatregelen bestaan nog kennisvragen of onzekerheden over het effect, waardoor mogelijk bijsturing noodzakelijk is. De provincie vraagt initiatiefnemers van herstelmaatregelen aan te geven wanneer en waarom effectmonitoring gewenst is en hiervoor een voorstel op te nemen in het projectvoorstel. De initiatiefnemer draagt zorg voor deze monitoring en de bijbehorende rapportage.
7.7
Monitoringsstrategie Vanuit bovengenoemde vraagstellingen en informatiebehoefte werkt de provincie een monitoringsstrategie uit. Deze omvat een visie en aanpak voor de monitoring van de Veluwse Natura 2000-soorten en -habitats. Daarbij worden ook deelproducten uitgewerkt zoals monitoringsplannen, een planning en de organisatie. Tot slot wordt ook in beeld gebracht hoe de gegevensproductie en -verwerking vorm krijgen en hoe de beoordeling en rapportage worden uitgevoerd. De provincie ontwikkelt een (provincie brede) systematiek om gegevens in te winnen bij initiatiefnemers. De provincie betrekt gebiedspartners bij het opstellen van de monitoringsplannen. Daarbij zoekt de provincie zoveel mogelijk aansluiting bij bestaande monitoringssystemen en verantwoordelijkheden van terreinbeheerders en de waterschappen. Ten aanzien van terreinbeheerders betekent dit dat zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de monitoring in het kader van de SNL. Het waterschap kan een leidende rol spelen bij de monitoring en beoordeling van beken. De provincie zal hierover afspraken maken met deze partijen. De provincie stelt één of meerdere monitoringsplannen op voor de beoordeling van het doelbereik van VHR-doelen en het systeemherstel. Hierin wordt uitgewerkt: meetvragen, indicatoren, meetnetten, meetwijzen, meetfrequentie en beoordelingssystematieken.
Het monitoringsplan en de systematiek daarin worden zo eenduidig uitvoerbaar, waardoor de uitkomsten van elk rapport (eens in de zes jaar voor de Europese Commissie) vergelijkbaar zijn.
81
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
8 Uitvoering herstelprogramma 8.1 Realisatie maatregelen herstelprogramma De herstelprogramma’s zijn onderdeel van het Natura 2000-beheerplan Veluwe. Ze beschrijven maatregelen die genomen moeten worden om de Natura 2000instandhoudingsdoelen te bereiken, zodat de natuur van de Veluwe weer gezond en veerkrachtig wordt. De maatregelen moeten worden uitgevoerd in de huidige beheerplanperiode (2018-2024) of de volgende beheerplanperioden (2024-2030 en 2030-2036).
8.2
Rollen en verantwoordelijkheid De instandhoudingsdoelen staan beschreven in het aanwijzingsbesluit van de minister van LNV, maar het natuurbeheer in het kader van Natura 2000 is een provinciale taak. Het initiatief voor het opstellen van de herstelprogramma’s ligt daarom bij provincie Gelderland, in goed overleg met de beheerders en eigenaren van de grond. De uitvoering van de maatregelen ligt vaak bij de grondeigenaar of een terreinbeherende organisatie. Soms is de provincie zelf opdrachtgever voor de uitvoering. Op basis van de maatregelen in het herstelprogramma kunnen de partners projectvoorstellen maken en subsidieaanvragen indienen. De provincie geeft vervolgens opdracht voor de uitvoering ervan. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de maatregelen uit het Natura 2000-beheerplan en de herstelprogramma’s ligt bij de daartoe bevoegde bestuursorganen. De verantwoordelijkheid voor uitvoering van de maatregelen kan ook bij een ander bestuursorgaan gelegd worden, zoals het dagelijks bestuur van een waterschap, indien dit heeft ingestemd met de maatregelen. Gedeputeerde Staten kunnen partners/eigenaren ook verplichten een herstelmaatregel te treffen of hiervoor een gedoogplicht opleggen. Dit is in de Wet natuurbescherming geregeld.
Primair staat de terreineigenaar aan de lat voor de uitvoering van de voorgenomen maatregelen zoals beschreven in het beheerplan of de herstelprogramma’s. De terreineigenaar maakt een keuze over de voorbereiding, organisatie en de wijze van uitvoering passend binnen de beschrijving van de voorgenomen maatregelen. Bij de meeste maatregelen kan dit in een plan van aanpak worden uitgewerkt. Soms zijn een gebiedsproces en een inrichtingsplan noodzakelijk. Bij deze uitwerking is ook participatie vanuit de omgeving aan de orde. Voor de uitvoering kunnen vergunningen of ontheffingen nodig zijn op grond van geldende wet- en regelgeving. Een vergunning of ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig: voor de uitvoering van maatregelen die nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied geldt geen vergunningplicht (artikel 2.7 Wnb). Verder dient natuurlijk rekening gehouden te worden met ter plaatse geldend beleid en regelgeving, bijvoorbeeld voor de archeologie. Dit dient in het plan van aanpak voor de uitvoering te worden meegenomen.
82
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
8.3
Uitvoering van maatregelen We vragen de eigenaren van natuurterreinen en onze samenwerkingspartners, zoals terreinbeherende organisaties, waterschappen en gemeenten, de voorbereiding en uitvoering van de maatregelen zoals beschreven in het beheerplan of de herstelprogramma’s ter hand te nemen. Wanneer de uitvoering gebiedoverstijgend is, de grondeigenaar niet direct betrokken is bij het herstel in het natuurgebied of er een samenloop is van meerdere complexe belangen, zal de provincie doorgaans de regie nemen. Hierover worden vooraf met de terreineigenaren en samenwerkingspartners afspraken gemaakt. De terreineigenaar maakt een keuze over de voorbereiding, organisatie en de wijze van uitvoering passend binnen de beschrijving van de voorgenomen maatregelen. Bij de meeste maatregelen kan dit in een plan van aanpak worden uitgewerkt. Soms zijn een gebiedsproces en een inrichtingsplan noodzakelijk. Bij deze uitwerking is ook participatie met de omgeving aan de orde. Voor de uitvoering kunnen vergunningen of ontheffingen nodig zijn op grond van geldende wet- en regelgeving zoals bijvoorbeeld omgevingsvergunningen of peilbesluiten. Een vergunning of ontheffing op grond van de Wet natuur– bescherming is niet nodig: voor de uitvoering van maatregelen die nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied geldt geen vergunningplicht (artikel 2.7 Wnb).
Verder moet vanzelfsprekend rekening gehouden worden met ter plaatse geldend beleid en regelgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot de archeologie. Dit moet in het plan van aanpak voor de uitvoering worden meegenomen. Als de uitvoering van maatregelen nadelige effecten heeft, vergoeden wij dit volgens de regels die hiervoor gelden. Bij de start van uitvoering van het gebiedsproces zal samen met grondeigenaren en andere belanghebbenden worden gekeken naar de gevolgen van de maatregel, het perspectief van de bedrijfsvoering van belanghebbenden en de beste wijze van uitvoering. Hierbij kunnen we verschillende instrumenten inzetten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan vergoeding van de waardedaling, de inrichting voor omvorming naar natuur of nemen van mitigerende maatregelen. Ook kan (nat)schade gecompenseerd worden door middel van een vrijwillige overeenkomst vooraf of een vergoeding van schade bij onvrijwillig uitvoeren van maatregelen.
8.4
Vooronderzoek Bij uitvoering van fysieke maatregelen kunnen negatieve effecten ontstaan op bestaande waarden. Om dit zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk goed vooronderzoek te doen naar de aanwezigheid van karakteristieke soorten en hun gebruik van het maatregelgebied. Bij ingrepen waar de bodem geroerd wordt is vooronderzoek nodig naar: • bodemchemie, om eventuele giften van bufferstoffen dan wel natuurpotentie te bepalen, • geomorfologie, om bijvoorbeeld te bepalen of er nog voldoende verstuifbaar zand aanwezig is dan wel om landschapsvormen te behouden, • archeologische en cultuurhistorische waarden, zoals raatakkers, houtskoolmeilers, et cetera.
83
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
8.5 Subsidie De realisatie en uitvoering van de maatregelen uit de herstelprogramma's wordt gefinancierd met bijdragen van het Rijk. Vanuit deze financiering voor de uitvoering van de herstelmaatregelen stelt provincie Gelderland subsidie beschikbaar. Provincie Gelderland beoordeelt aanvragen, verleent de subsidies en gaat het gesprek aan over de voortgang van de uitvoering. In dat verband kunnen eventueel aanvullende besluiten worden genomen. Als bevoegd gezag zal de provincie de voorgenomen uitvoering toetsen aan de vigerende wet- en regelgeving. Het toekennen van middelen gebeurt via de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023, paragraaf 2.15 Uitvoering specifieke uitkering Programma Natuur.
8.6
Communicatie Voor begrip en draagvlak voor herstelmaatregelen is een goede communicatie belangrijk. Zeker als het gaat om maatregelen die gevoelig kunnen liggen bij het publiek, zoals het kappen van bomen om een ven of stuifzand te herstellen of sommige recreatiezoneringsmaatregelen. Communicatie over het natuurherstel op de Veluwe wordt gericht op drie niveaus. Allereerst is het belangrijk om communicatie in te zetten om mensen bewust te maken van de slechte staat van de natuur en de noodzaak van natuurherstel (het waarom). De provincie wil inwoners bewust maken van de schoonheid en kwetsbaarheid van de Veluwe, het grootste natuurgebied waar de provincie trots en zuinig op is. Ten tweede worden mensen geïnformeerd over het herstel en de bescherming van de natuur en waarom er een Natura 2000-beheerplan Veluwe is waar de vijf herstelprogramma’s onderdeel van uitmaken (het hoe). Tot slot moet rond de uitvoering van een herstelmaatregel in een gebied, de mensen lokaal goed geïnformeerd worden over wat de concrete maatregelen inhouden (het wat). De communicatie over de uitvoering van de herstelmaatregelen is vooral aan de terreineigenaren, waar nodig ondersteund door provincie Gelderland. De provincie verleent ondersteuning door inbreng van kennis, het delen van informatie of door het ontwikkelen van een (gezamenlijke) communicatielijn.
Daarbij zijn gezamenlijke uitgangspunten en boodschappen van de provincie en de terreinbeherende organisaties handig en verstandig. De communicatieadviseurs van de betrokken organisaties stemmen deze met elkaar af.
8.7
Na afloop Na uitvoering van de maatregelen is de terreineigenaar verantwoordelijk voor de subsidieverplichtingen (rapportage en monitoring) en voor het reguliere beheer en onderhoud. Het reguliere beheer valt onder de financiering van de bestaande SNL-regeling. Op grond van bijvoorbeeld kennisuitwisseling, voortschrijdend inzicht en nieuwe wet- of regelgeving kan de uitvoering in de toekomst worden aangepast.
84
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Geraadpleegde bronnen • Aggenbach C., Jalink M. en A. Jansen, 1998. Indicatorsoorten voor verdroging, verzuring en eutrofiering van plantengemeenschappen in vennen. Uitgave Staatsbosbeheer. • Bijlsma, R.J., Janssen, J.A.M., Bos, G., Ottburg, G.W.A en H. Sierdsema, 2021. Ecologisch beoordelingskader voor doelbereik in Natura 2000-gebieden. Wageningen Environmental Research in opdracht van provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland. Rapport 3068, Wageningen Environmental Research, Wageningen • Boedeltje, G. en P. van Beers, 2013. Monitoring vennen Vallei en Veluwe 2013. Bureau Daslook i.o.v. Waterschap Vallei en Veluwe. • Bos-Groenendijk, G.I. (2020). Opzet monitoring gevlekte witsnuitlibel in Gelderland. Natura 2000-gebieden Veluwe en Korenburgerveen. Rapport VS2020.027, De Vlinderstichting, Wageningen. • Bouwman, J., Horsthuis, M & A. Jansen, 2019. Mosterdveen en Besthmenervenen. De laatste veentjes met veenbloembies in Nederland. In: Hoogvenen. Landschapsecologie, behoud, beheer, herstel. A. Jansen & A. Grootjans (red.). Noordboek Natuur. • Brongers, M. & W. Bijkerk, 2022. Evaluatie Mosterdveen. A&W-rapport 21-100. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden i.o.v. gemeente Nunspeet • Brouwer, E., Frazao, J. & G.H.P. Arts, 2009. Effectiviteit van herstelbeheer in vennen en duinplassen op de middellange termijn. Rapport DKI nr. 2009/dki 126-O.
• Dekker, L.W., Ritsema, C.J., Oostindie K. & J.G. Wesseling, 2020. Oorsprong en voortbestaan van de Veluwse heidevennen. Stromingen 26: 9-18. • Faasen T & Raemakers, I. 2008. Vennenonderzoek Veluwe. Vegetatie en libellen 2008. Ecologica i.o.v. Waterschap Veluwe • Gilbert, M. & T. Schippers, 2022. Nulmeting en knelpuntenanalyse kamsalamander op de Veluwe. Stichting RAVON, Nijmegen. • Hallman, C.A. & E. Jongejans, 2021. Long-term trends and drivers of aquatic insects in the Netherlands. STOWA rapport nr. 2021-39. https://www.stowa.nl/ sites/default/files/assets/PUBLICATIES/Publicaties%202021/STOWA%20 2021-39%20insectenonderzoek.pdf • Hanhart, K. en E. Brouwer, 2019. Onderzoek vennen PAS-Veluwe. Landschapsecologische Systeemanalyse. Eelerwoude & B-Ware i.o.v. Staatsbosbeheer. • Jansen, A.J.M., Bouwman, J.H. en J. Sevink, 2013. Waterlandschap Hoge Veluwe; visie op de natte gebieden in Het Nationale Park de Hoge Veluwe Coöperatie Unie van Bosgroepen i.o.v. Stichting Het Nationale Park de Hoge Veluwe. • Jansen, A.J.M. & H. van Dam, 2015. Notitie over het toepassen van steenmeel op enkele zure vennen in Het Nationale Park De Hoge Veluwe. I.o.v. Nationaal park de Hoge Veluwe. • Jansen, A.J.M., Smeenge, H. Kieskamp, A.A.M., Van der Linden, M., Termaat, T., Van Os, M. & G.H. Bulten, 2019. Wisselse Veen: systeemanalyse en inrichtingsplan.
Unie van Bosgroepen, Stichting Bargerveen en BIAX Consult i.o.v. Provincie Gelderland. • Kieskamp, A., Termaat, T., Smeenge, H., Van Mullekom, M. , Visscher, A. & F. Smolders (2022) Uddelermeer LESA. Unie van Bosgroepen en B-Ware i.o.v. Kroondomein Het Loo & Gemeente Apeldoorn. • Natuurbalans/Limes Divergens, 2020. Verslag van de veldcheck naar vegetatietypen en habitattypen in een selectie van vennen in de omgeving van Epe op 7 en 8 september 2020. In opdracht van Provincie Gelderland. • Norda, L.J., Koopmans, M., Beekman, W, Vermeulen, H. J. W., Woldering, A. , Maes, D. & R. van Diggelen, 2019. Omgang met boszones rond heideveentjes. 2019/OBN231-NZ.
85
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
• Odé, B., van Santen, M. & Janssen, M. 2021. Drijvende waterweegbree in Gelderse Natura 2000-gebieden - Monitoring 2017-2020 en advies voor duurzame instandhouding op de Veluwe. Rapport FL2020. 143.e01, FLORON, Nijmegen. • Poelen, M. & F. Smolders, 2017. Onderzoek naar waterbodem en oppervlaktewater in het Bleeke Meer. B-Ware i.o.v. Unie van Bosgroepen. Rapportnummer: 17.025.17.27. • Raad voor leefomgeving en infrastructuur (rli), 2013. Onbeperkt houdbaar. Naar een robuust natuurbeleid. • Rouquette, J.R. & D.J Thompson, 2007. Patterns of movement and dispersal in an endangered damselfly and the consequences for its management. Journal of Applied Ecology 44: 692-701. • Termaat, T., Smeenge, H., Bouwman, J. , Versluijs, R. & H. van Kleef, 2020. Huize de Vennen. Vooronderzoek en maatregelenplan voor venherstel. Bosgroep Midden Nederland en Stichting Bargerveen i.o.v. Provincie Gelderland. • Termaat, T., Smeenge, H., Kieskamp, A., Van Wijhe, P., Thielemans, J. & G Bulten (2022) Leemputten bij Staverden en Verbrande Bos - Landschapsecologische systeemanalyse en maatregelenplan. Coöperatie Bosgroep Midden Nederland i.o.v. Provincie Gelderland. • Tomassen, H. & H. van Kleef, 2016. Waterpeilfluctuaties in vennen. Effecten op stikstofverliezen en fosfaatbinding. Vakblad Natuur Bos Landschap 24-27. • Van Dam, H. en A.J. Otte, 1996. Veluwse vennen en leemkuilen onder de loep.
Aquasense TEC i.o.v. Zuiveringsschap Veluwe. Rapportnr. 96.0675. • Van Dam H. & A. Mertens, 2011. Monitoring herstel verzuring en klimaatverandering vennen 1978-2010. Temperatuur, hydrologie, chemie, kiezelwieren. Water en natuur i.o.v. Provincie Drenthe, Waterschap Veluwe, Waterschap Vallei & Eem, Waterschap De Dommel & Aquon • Van Dam H. & A. Mertens, 2020. Kiezelwieren geven aan: zwavel en stikstof houden vennen in de greep. Vakblad Natuur Bos Landschap 170: 14-17. • Van den Berg B. 2015. Advies voor herstel van de beschadigde waterstagnerende • bodemlagen van het 'zure' ven. Afstudeerverslag Hogeschool van HallLarenstein i.o.v. Natuurmonumenten. • Van den Eertwegh, G., P. de Louw, J.P. Witte, M. van Huijgevoort, R. Bartholomeus, D. van Deijl, J. van Dam, J. Hunink, I, America, J. Pouwels, P. Hoefsloot en J. de Wit, 2021. Droogte in zandgebieden van Zuid-, Midden- en Oost-Nederland: het verhaal – analyse van droogte 2018 en 2019 en bevindingen. KnowH2O, KWR, Wageningen University, Deltares, Hoefsloot Spatial Solutions, FWE. • Van Grunsven, R.A.H. & G.I. Bos-Groenendijk (2022). Instandhoudingsdoelstelling gevlekte witsnuitlibel in Natura 2000-gebied Veluwe. Rapport VS2022.006, De Vlinderstichting, Wageningen. • Van Kleef, H.H., Brouwer, E., van der Loop, J.M.M., Buiks, M. & E.C.H.E.T. Lucassen, 2017a. Systeemgerichte bestrijding van watercrassula. Stichting Bargerveen i.o.v.
Subsidie Biodiversiteit en leefgebieden, provincie NoordBrabant, Ontwikkeling + Beheer Natuurkwaliteit (O+BN) en Team invasieve exoten, NVWA. • Van Kleef, H. H., van Dam, H. , Bouwman, J. & J. van der Loop, 2017b. Venherstelprogramma Veluwse vennen. Stichting Bargerveen i.o.v. Provincie Gelderland
86
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Bijlagen
87
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Bijlage 1
Randvoorwaarden bijplaatsen en herintroductie Bij herintroductie of bijplaatsing worden de onderstaande punten als richtlijn meegegeven. De onderstaande richtlijnen zijn gebaseerd op: • Guidelines for reintroductions and other conservation translocations, IUCN 2013; • Standpunt FLORON m.b.t. introductie, herintroductie en bijplaatsing van plantenmateriaal, FLORON 2018; • Herintroductie van soorten, bijplaatsen of verplaatsen: een afwegingskader, Alterra 2006; • Richtlijn herintroductie planten, Natuurmonumenten 2014. Bij het bijplaatsen of herintroduceren van soorten zijn de punten onder: algemeen, gebiedskeuze, bronpopulatie en kweek en beheer en monitoring in alle gevallen van toepassing. Bij de herintroductie van flora zijn nog twee specifieke aandachtspunten toegevoegd. Algemeen 1 Er kan alleen besloten worden tot herintroductie of bijplaatsing wanneer: − het de overlevingskans van een soort op de lange termijn bevordert; − het een soort betreft, die onmisbaar is voor het functioneren van een ecosysteem; − het een(paraplu) soort betreft, die kenmerkend is voor een goede kwaliteit van het leefgebied en verbetering van de kwaliteit van het leefgebied nodig heeft, waar ook andere soorten van kunnen profiteren; − de soort karakteristiek is voor een aangewezen habitattype zoals beschreven in de hersteldocumenten.
2 In aanvulling op punt 1 zijn de soorten die voor herintroductie of het bijplaatsen in aanmerking komen zeldzame en/of bedreigde, dan wel recent uitgestorven inheemse soorten, of soorten die nodig zijn voor het behoud van zeldzame en/of bedreigde soorten en die afwezig zijn in het leefgebied en hier ook op korte termijn niet zelfstandig kunnen komen. 3 Van tevoren wordt vastgesteld wat de doelen zijn, de duur van het project en wat op korte en lange termijn de succesindicatoren zijn. Ook wordt aangegeven in welke gevallen en wanneer een project moet worden herzien of gestopt. 4 De financiën voor de uitvoering van alle fasen van het project zijn verzekerd voordat met de herintroductie of het bijplaatsen wordt gestart. Gebiedskeuze 5 Herintroductie of bijplaatsing mag alleen binnen het huidige of historische verspreidingsgebied. Onderzocht wordt of de betreffende soort bekend is van een natuurlijke groeiplaats of leefgebied, binnen een straal van 20 km van de plek van herintroductie of bijplaatsing. Bronnen die gebruikt kunnen worden zijn: de NDFF, of bronnen van en na het jaar 1900. 6 In aanvulling op punt 5 geldt ook dat de soort door aantoonbaar slechte dispersie het gebied voor de herintroductie of het bijplaatsen niet op eigen kracht kan bereiken en dit niet verbeterd of opgelost kan worden.
7 Als het uitsterven of het achteruitgaan van de soort, direct of indirect, door menselijk handelen komt, wordt herintroductie of bijplaatsen alleen uitgevoerd als de oorzaken die tot het verdwijnen of de achteruitgang hebben geleid, zijn onderzocht en opgeheven of gemitigeerd. In het geval van de (gevolgen van) stikstofdepositie, kan ook tot herintroductie of bijplaatsen overgegaan worden als dit knelpunt (de bronmaatregel) nog niet is opgelost, maar er wel herstel- of overlevingsmaatregelen in de habitat zijn uitgevoerd,
88
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
als overlevingsmaatregel voor behoud van de soort. Heringerichte terreinen die weer een geschikt biotoop bieden en zijn gelegen binnen het huidige of historische verspreidingsgebied, komen voor herintroductie in aanmerking. 8 Het gebied waar de herintroductie of het bijplaatsen plaatsvindt, voldoet aan de habitateisen van de soort en is groot genoeg om een duurzame populatie van de soort in stand te houden. In geval van een duurzame populatie zonder dispersie vanuit andere populaties kan als vuistregel gelden dat de populatiegrootte (binnen een aantal generaties) rond de 500-1000 (verschillend per soort) individuen zou moeten liggen. 9 Voor deze beoordeling moet voldoende wetenschappelijk verantwoorde soorten gebiedskennis worden gebruikt of ingeschakeld.
Bronpopulatie en kweek 10 Vooraf wordt bepaald welk genetisch materiaal gebruikt gaat worden en of er noodzaak is om populaties te kruisen dan wel te mengen. Eerste uitgangspunt is dat de individuen die gebruikt worden voor de herintroductie of het bijplaatsen zoveel mogelijk van de beschikbare genetische variatie binnen het floradistrict, binnen nabijgelegen populaties van dezelfde metapopulatie of voormalig aaneengesloten systeem door de grootste nabijgelegen populatie als bronpopulatie te gebruiken. 11 De bronpopulatie(s) voor de herintroductie of het bijplaatsen is of zijn afkomstig van nabijgelegen populatie(s), in geval van planten, mossen of korstmossen en groeien onder dezelfde ecologische (standplaats)condities, bij voorkeur binnen hetzelfde floradistrict, in geval van dieren met overeenkomstige habitateisen, ecologische leefomstandigheden en genetische verwantschap. 12 Met een deel van het verzamelde materiaal of de verzamelde dieren wordt zo mogelijk een ex-situ populatie gecreëerd waarop teruggevallen kan worden, mocht de bronpopulatie achteruitgaan en/of de herintroductie of het bijplaatsen over meerdere jaren uitgevoerd gaan worden. Dit voorkomt ook het jaarlijks verzamelen uit de bronpopulatie(s).
13 Er wordt voldoende materiaal of dieren gebruikt bij de herintroductie of het bijplaatsen om de vestiging van een levensvatbare populatie een goede kans van slagen te geven. 14 Het verzamelen van materiaal of het onttrekken van dieren (alle levensfasen) voor de herintroductie of het bijplaatsen brengt het voortbestaan van de bronpopulatie(s) niet in gevaar. Als het niet verantwoord is om meer dan een beperkt aantal zaden of planten of individuen van een bronpopulatie te gebruiken, is te overwegen om vanuit de bronpopulatie een ex situ populatie in te richten voor vermeerderen.
Beheer en monitoring 15 Het juiste beheer, zowel ter voorbereiding op als het vervolgbeheer na de herintroductie of bijplaatsing, is beschreven, vastgelegd en gewaarborgd. 16 De herintroductie of het bijplaatsen wordt goed gedocumenteerd, op wetenschappelijke manier gemonitord en geëvalueerd. 17 De locaties van de herintroductie of bijplaatsing worden nauwkeurig als zodanig in de NDFF vastgelegd. 18 Om mogelijke negatieve effecten te voorkomen, wordt of worden de bronpopulatie(s) gemonitord.
Flora 19 Wanneer er voldoende zaden beschikbaar zijn en er een goed functionerende ex-situ zadenbank aanwezig is (bijvoorbeeld Het Levend Archief ), wordt een deel van de zaden gedocumenteerd ter beschikking gesteld aan deze zadenbank. Dit, om op langere termijn ex-situ materiaal ter beschikking te hebben bij calamiteiten, voor onderzoek, publiciteit of andere herintroducties of bijplaatsingen. 20 In het gebied waar de herintroductie of het bijplaatsen van flora zal plaatsvinden, zijn geen tot heel weinig diasporen van de soort in de diasporenbank in de bodem aanwezig, of de te herintroduceren of bij te plaatsen soort vormt geen of onvoldoende diasporen.
89
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Bijlage 2 Begrippenlijst AWB FBE GLK GMS GO GNN IUCN KDW KRW LNV LESA NDFF NEM NPLG PAS PSN RVB SBB SNL SPUK WEnR VHR Wsn Wnb
90
Algemene wet bestuursrecht faunabeheereenheid Geldersch Landschap & Kasteelen Gelderse Maatregelen Stikstof Groene Ontwikkelingszone Gelders Natuurnetwerk International Union for Conservation of Nature kritische depositiewaarde Kaderrichtlijn Water Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit landschapsecologische systeemanalyse Nationale Databank Flora en Fauna Netwerk Ecologische Monitoring Nationaal Programma Landelijk Gebied Programmatische Aanpak Stikstof Programma stikstofreductie en natuurverbetering Rijksvastgoedbedrijf Staatsbosbeheer Subsidieregeling Natuur en Landschap Specifieke uitkering Wageningen Environmental Research Vogel- en Habitatrichtlijndoelen Wet stikstofreductie en natuurverbetering Wet natuurbescherming
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
Bijlage 3
Maatregelentabel nummer
type
naam
omschrijving*
beoogd uitvoerende partij
MVV1a
Uitvoeren LESA
Kootwijkerveen Watergraafsmeertje Zandenbosvennen
uitgevoerd i.h.k.v. PAS
SBB
H3160 - Zure vennen & H7110B - Actieve hoogvenen
MVV1b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV2a
Uitvoeren LESA
Gemeente Nunspeet
H3160 - Zure vennen & H7110B - Actieve hoogvenen
MVV2b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV3a
Uitvoeren LESA
particulier
H3130 - Zwakgebufferde vennen
MVV3b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV4a
Uitvoeren LESA
Gemeente Nunspeet
H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVV4b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV5a
Uitvoeren LESA
MVV5b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV6a
Uitvoeren LESA
o.a. bomen verwijderen en paden aanpassen op basis van LESA 2019 Mosterdveen
o.a. bomen verwijderen en paden aanpassen op basis van LESA 2022 Roode heks
Check maatregelen LESA 2011 en aanpak watercrassula Ossenkolk
91
habitattypen
o.a. bomen verwijderen en paden aanpassen afvoer naar bos op basis van LESA 2023 Tongerense heide
inclusief Paalveen
GLK
H3130 - Zwakgebufferde vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
Staverden
uitgevoerd
GLK
H3130 - Zwakgebufferde vennen & H3160 - Zure vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes) & H6410 Blauwgrasland
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
nummer
type
naam
MVV6b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV7a
Uitvoeren LESA
MVV7b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV8a
Uitvoeren LESA
MVV8b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV9a
Uitvoeren LESA
MVV9b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV10a
Uitvoeren LESA
MVV10b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV11a
Uitvoeren LESA
MVV11b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVV13a
Uitvoeren LESA
MVV13b
Uitvoeren maatregelen LESA
habitattypen
o.a. bomen verwijderen, aanpassen hydrologie, bekalken en reliefherstel o.b.v. LESA 2022 Bleekemeer Uddelermeer en Groot Zeilmeer
92
omschrijving*
beoogd uitvoerende partij
LESA Uddelermeer is uitgevoerd
Kroondomein het Loo
H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes) & H91DO Hoogveenbos & H3160 Zure vennen
O.a. aanpassen hydrologie en aanpak te hoge nitraatgehalten grondwater Wisselse veen
LESA is af
GLK
H3160 - Zure vennen & H7140A - Overgangs- en trilvenen (trilvenen) & H7230 Kalkmoeras
Kroondomein het Loo
Waarschijnlijk geen stuurknoppen waarschijnlijk geen LESA nodig
Kroondomein het Loo
H3160 - Zure vennen & H3130 - Zwakgebufferde vennen
Hoge Veluwe
Afgelopen 10 jaar zijn herstelmaatregelen uitgevoerd. Nu evaluatie en evt extra maatregelen
Hoge Veluwe
H3130 - Zwakgebufferde vennen & H3160 - Zure vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
Ginkel
Gebiedsprocces loopt, LESA vennen moet nog worden opgestart
Gemeente Ede
H3130 - Zwakgebufferde vennen
Tongeren
Maatregelen voor kamsalamander, onderzoek naar andere doelsoorten
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
beoogd uitvoerende partij
nummer
type
naam
omschrijving*
MVV14a
Uitvoeren LESA
Hattem, Wageningen en Hulshorst
kansen en maatregelen identificeren voor uitbreiding leefgebied kamsalamander
MVV14b
Uitvoeren maatregelen LESA
MVVa
Uitvoeren maatregelen LESA
Huize de Vennen
o.a. bomen verwijderen en paden aanpassen op basis van LESA 2020. Is reeds uitgevoerd
particulier
H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVb
Uitvoering
Gerritsfles
verwijderen opslag
SBB
H3160 - Zure vennen
MVVc
Uitvoering
De Dellen
verwijderen opslag
GLK
MVVd
Uitvoering
Klein Zwitserland
verwijderen bentonietlaag en monitoring
NM
MVVe
Soortgerichte maatregelen
Leemputten Kroondomein het Loo
verwijderen sliblaag
Kroondomein het Loo
MVVO1a
Onderzoek
herstel ondergrond
Onderzoek naar onduidelijkheid mogelijkheden voor herstel van ondoorlatende lagen onder vennen en heidevenen
Prv
H3160 - Zure vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVO1b
Uitvoering
herstelmaatregelen ondergrond
Uitvoeren maatregelen n.a.v. onderzoek mogelijkheden voor herstel van ondoorlatende lagen onder vennen en heidevenen
Prv
H3160 - Zure vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVO2a
Onderzoek
effecten autonome ontwikkelingen
Onderzoek naar invloed van klimaatverandering en stikstofemissies op de ontwikkeling van de waterkwaliteit van vennen door voortzetten langetermijnmonitoring in Gerritsfles, Kempkesfles en Deelensche Wasch
Prv
H3130 - Zwakgebufferde vennen & H3160 - Zure vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVO2b
Uitvoering
maatregelen n.a.v. autonome ontwikkelingen
Uitvoeren maatregelen n.a.v. onderzoek invloed van klimaatverandering en stikstofemissies op de ontwikkeling van de waterkwaliteit van vennen
Prv
H3130 - Zwakgebufferde vennen & H3160 - Zure vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVO3a
Onderzoek
optimale venmozaieken
Onderzoek naar optimale inrichting van een venmozaïek ten behoeve van behoud metapopulaties
Prv
H3160 - Zure vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
93
habitattypen
H3160 - Zure vennen
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
beoogd uitvoerende partij
nummer
type
naam
omschrijving*
habitattypen
MVVO3b
Uitvoering
maatregelen t.b.v. autonome ontwikkelingen
Uitvoeren maatregelen n.a.v. onderzoek naar optimale inrichting van een venmozaïek ten behoeve van behoud metapopulaties
Prv
H3160 - Zure vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVO4a
Onderzoek
Afname kenmerkende soorten
Onderzoek naar oorzaken van achteruitgang kenmerkende soorten van zure vennen
Prv
H3160 - Zure vennen
MVVO4b
Uitvoering
Maatregelen tegen afname kenmerkende soorten
Uitvoeren maatregelen n.a.v. onderzoek naar oorzaken van achteruitgang kenmerkende soorten van zure vennen
Prv
H3160 - Zure vennen
MVVO5a
Onderzoek
Kansen voor veenbloembies
Onderzoek naar Kansen voor veenbloembies
Prv
H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVO5b
Uitvoering
Maatregelen t.b.v. veenbloembies
Uitvoeren maatregelen n.a.v. onderzoek naar Kansen voor veenbloembies
Prv
H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVO6a
Onderzoek
Monitoring prioritaire vennen
Monitoring waterkwantiteit en -kwaliteit prioritaire Vennen (o.a. Mosterveen en Zandebosvennen)
Prv
H3130 - Zwakgebufferde vennen & H3160 - Zure vennen & H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVO7a
Onderzoek
ondergrond Gresplek
Onderzoek met drone naar verdamping Gresplek om mogelijke lekkages in ondergrond op te sporen
Prv
H3160 - Zure vennen
MVVO8a
Onderzoek
Stimuleren hoogveengroei Kootwijkerveen
Praktijkproef inbrengen boomstammen Kootwijkerveen
SBB
H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes)
MVVO9a
Onderzoek
Herstel Gerritsfles
Onderzoek naar kansen verder herstel Gerritsfles
SBB
H3160 - Zure vennen
MVVO10
Onderzoek
Haalbaarheid gerichte bestrijding Italiaanse kamsalamander
Analyse van mogelijkheden voor succesvolle bestrijding van Italiaanse kamsalamander op de Veluwe
Prv
MVVO11
Onderzoek
Monitoring waterstands fluctuatie Zandenbos– vennen
Check of waterstandsfluctuaties, na verwijdering boomopslag, binnen vereiste bandbreedte voor hoogveenontwikkeling blijven
Prv
H7110B - Actieve hoogvenen (heideveentjes)
* niet limitatieve aanduiding is van de te nemen maatregelen MVV1 t/m 12 moeten nog worden uitgevoerd MVVa t/m d zijn al uitgevoerd of betreffen achterstallig onderhoud MVVO 1t/m 11 betreffen onderzoeksvragen
94
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
!
!
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
!
!
MVV1
† †
MVV08
MVV7
MVV4
† † † †
MVV2
MVV9
MVV9
MVVe
MVV5
MVV5
MVV5
† † † † † †
MVV8
† † † †
MVV8
MVV13
MVV12
† †
†
†
Epe
† † † †
APELDOORN
Vaassen
† † † †
† †
MVVc
MVV12
!
I&A-DATA | 2203-1077| 5-4-2023
6
!
MVV7
MVV6
† † † †
MVV07
MVVa MVV3
†
!
3
!
Putten
† † † H†A R D E R W I J K
MVV1
't Harde
† †
!
† † † †
Heerde
!
! !
† †
† † † †
!
0
† † † † †
† † † †
! !
Ermelo
† †
† †
† † † †
† †Nunspeet
† † † †
†
Wapenveld
!
† †
Twello
Vennen en venen maatregelen gebied Noord
km
Overige vennen en venen
Onderzoek
† †
Elburg
Wezep
!
!
!
† † † †
†
!
Hattem
!
!
!
! !
Inrichting en omvorming natuur
!
Natura 2000
!
!
!
!
!
Gebied Noord
!
!
95 !
!
!
!
!
!
! !
! !
!
!
!
!
!
! !
!
!
!
!
! !
!
!
!
!
Herstelprogramma Vennen en venen | Natura 2000 Veluwe | mei 2023
I&A-DATA | 2203-1077| 5-4-2023
!
EDE
Bennekom
WA G E N I N G E N
† † † †
† † † †
† † † † †
† †
† † † †
Renkum
MVV11
† † † †
Doorwerth
MVV12
Oosterbeek
† † † †
MVV10
MVV10
† † † †
MVV10
MVV9
† † † †
† † † †
† † † † † †
† † † †
† † † † † † † † †
ARNHEM
!
6
Lunteren
†
MVV12
MVV12
MVVb
MVV09
MVV08
MVV9
† † † †
Westervoort
† †
!
3
† † † †
† †
MVV1
Velp
† † † † † †
† † † † † †
MVVd
Rheden
!
0
!
APELDOORN
! ! !
†
!
!
!
Eerbeek
† †
!
Dieren
† † † †
† †
!
km
Overige vennen en venen
Onderzoek
Inrichting en omvorming natuur
Natura 2000
!
Gebied Zuid
!
!
!
!
96 !
! !
!
!
!
!
!
† †
Vennen en venen maatregelen gebied Zuid
!
! ! ! !
!
!
!
!
!
!
! !
!
!
!
!
!
!
!
22 700 504
Provincie Gelderland Markt 11 6811 CG Arnhem Postbus 9090 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 provincieloket@gelderland.nl www.gelderland.nl