St. t.k.n. nr. 1. Bijlage Recreatiezoneringsplan Veluwe
Tekst van het document
De kaart met de optimale zonering voor de zeven vogelsoorten is te vinden in bijlage 3. In deze bijlage over de ecologische onderbouwing van de recreatiezonering is ook een tabel opgenomen, waarin is uitgewerkt welke bijdrage een
22
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
voor de vogels optimale zonering levert aan het herstel van de vogelpopulaties. De onderzoekmatige gegevens zijn in de totstandkoming van de zoneringskaart verrijkt met de ecologische en gebiedskennis van de terreinbeheerders. Bij het opstellen van de recreatiezonering is daarnaast gebruik gemaakt van de kennis over de ligging van de verschillende habitattypen op de Veluwe en van overzichtskaarten met hotspots en knelpunten voor reptielen⁵. Kaartbeelden hiervan zijn opgenomen in bijlage 3. Ook is gekeken naar faunapassages en rustgebieden voor wild, zoals die nu al door terreineigenaren beheerd worden.
Zwarte specht. Fotografie: Saxifraga (Bart Vastenhouw)
Zandhagedis 5
23
De overzichtskaart is opgesteld door Ravon, een kennisorganisatie die zich richt op de studie en bescherming van in Nederland voorkomende amfibieën, reptielen en vissen.
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Ad 2 Ruimtelijk beeld van recreatie en toerisme Bij het opstellen van de zoneringskaart is daarnaast zo veel mogelijk aangesloten op het bestaande recreatieve gebruik op de Veluwe. Er is rekening gehouden met het ruimtelijke beeld van woonkernen, toeristische hotspots, recreatieve routes, infrastructuur en vakantieparken en de daarmee samenhangende ‘bewegingen van recreanten’. Hiervoor is gebruik gemaakt van kaartmateriaal (zie hiervoor bijlage 4) en van expert judgement van deelnemers aan het proces. Er is niet alleen gekeken naar de actuele situatie, maar ook de koppeling gemaakt met te verwachten ontwikkelingen (bijvoorbeeld bekende nieuwbouwlocaties, toename elektrisch fietsen, etc.) en met ambities en visies op het gebied van recreatie en toerisme.
5.5
Doorkijk naar de toekomst
De zoneringsambities zoals vastgelegd op de recreatiezoneringskaart zullen in de komende (circa 10) jaren gerealiseerd worden door het nemen van recreatiezoneringsmaatregelen (zie hiervoor hoofdstuk 6). Aan het begin van dit hoofdstuk is al benoemd dat de ingetekende ambitie op sommige plekken al dicht bij de huidige situatie ligt. Hier worden weinig ingrijpende maatregelen genomen. Op andere plekken is de afstand tussen ambitie en huidige situatie groter. In die terreinen worden in de toekomst meer aanpassingen gedaan. De partners hebben er naar gestreefd om met de hier gepubliceerde recreatiezoneringskaart een toekomstbestendige ambitie te ontwikkelen voor de balans tussen natuur en recreatie op de Veluwe. Tegelijkertijd is het belangrijk op te merken dat de huidige recreatiezoneringskaart niet het absolute eindbeeld voor de Veluwe is: het is een proces van leren en ontwikkelen. Met het oog op bovenstaande zal de recreatiezoneringskaart (en het bijbehorende maatregelprogramma) in de toekomst periodiek tegen het licht gehouden worden om te kijken of er aanpassingen nodig zijn. Dit Recreatiezoneringsplan maakt deel uit van het Natura 2000-beheerplan voor de Veluwe. Het Natura 2000-beheerplan wordt elke zes jaar geactualiseerd en tussentijds geëvalueerd. In samenhang met deze momenten zal ook gekeken worden of de recreatiezoneringskaart om actualisatie vraagt.
Zie hiervoor ook hoofdstuk 9 over de uitvoering van het Recreatiezoneringsplan.
24
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
6 Maatregelprogramma: de aanpak In het vorige hoofdstuk stond het al: het vaststellen van een ambitiekaart leidt op zichzelf nog niet tot een betere balans tussen recreatie en natuur. Er moet concreet actie worden ondernomen om in de praktijk tot een betere geleiding en verdeling van recreatief gebruik te komen. Waar de recreatiezoneringskaart de ambitie op de ontwikkeling van balans tussen Veluwe-natuur en recreatie geeft, geeft het maatregelprogramma een inkijk in de aanpak om deze visie te realiseren. In paragraaf 6.1 wordt het karakter van het maatregel– programma toegelicht. Een overall beeld van de recreatiezoneringsmaatregelen wordt geschetst in § 6.2. In § 6.3 wordt besproken hoe het gesteld is met de vergunningplicht van te nemen zoneringsmaatregelen. Paragraaf § 6.4 geeft een doorkijk naar de zoneringsaanpak in de toekomst.
6.1
Karakter van het maatregelprogramma
Er is in korte tijd veel inzicht verkregen in de mogelijkheden om effectief te sturen op een betere balans tussen natuur en recreatie. Tegelijkertijd weten we nog niet alles, en zal ook voor een deel in de praktijk moeten blijken wat de effecten van maatregelen zijn op natuurbehoud en belevingskwaliteit. We werken daarom programmatisch aan de recreatiezonering waarbij de focus niet ligt op afzonderlijke maatregelen, maar gestuurd wordt op een totaalpakket dat optimaal bijdraagt aan het doelbereik (voor natuur én recreatie). De maatregelen die we nu in beeld hebben geven een goed inzicht in de fysieke en niet-fysieke maatregelen die op de Veluwe genomen gaan worden. Maar het maatregelprogramma, in de vorm van de in bijlage 5 opgenomen tabel, is niet in beton gegoten. Het is een flexibel instrument. Het kan voorkomen dat, op basis van voortschrijdend inzicht of nadere ecologische toetsing, besloten moet worden om een maatregel niet, of anders uit te voeren. De voorgenomen maatregelen zijn verschillend van karakter. Sommige maatregelen zijn heel direct gericht op de instandhouding van Natura 2000-doelsoorten, andere maatregelen zijn meer gekoppeld aan geleiding van recreanten of gericht op het verhogen van belevingskwaliteit. Soms gaat het om eenmalige investeringen, soms om aanpassingen in terugkerend beheer.
Afhankelijk van doel en focus van een maatregel, komen ook verschillende, al dan niet provinciale, financieringsbronnen in beeld. Financiering van maatregelen in het programma is niet per definitie gegarandeerd (zie voor financiering verder paragraaf 9.2). Tot slot is het belangrijk op te merken dat ook vanuit andere programma’s en sporen maatregelen genomen kunnen worden die relevant zijn voor de recreatiezonering, denk aan de natuurherstelprogramma’s, aan mitigerende maatregelen voor economische ontwikkelingen, aan projecten in het kader van de Regio Deal Veluwe, etc.
6.2
Overall beeld van de maatregelen
De tabellen met het totale programma van recreatiezoneringsmaatregelen, voor zover nu in beeld, zijn opgenomen in bijlage 5. De tabellen laat zien welke maatregelen genomen worden in de verschillende gebieden, voor welk natuurdoel dat gebeurt en welke terreineigenaar de maatregelen gaat uitvoeren. Het huidige maatregelprogramma bestaat uit iets minder dan 250 maatregelen, ingediend door bijna 20 verschillende eigenaren. Maatregelen worden verspreid over alle windstreken van de Veluwe genomen. Het aantal te nemen maatregelen verschilt sterk per eigenaar, in lijn met het feit dat ook de omvang van de door eigenaren beheerde terreinen sterk uiteenloopt. Ook de omvang van de te nemen maatregelen zelf loopt uiteen, soms gaat het bijvoorbeeld om het aanpassen van een specifiek stukje van één route dat niet gunstig ligt, terwijl in een ander gebied de complete routestructuur geoptimaliseerd gaat worden.
6.2.1
Maatregelen voor inrichting, onderhoud en onderzoek
Het overgrote deel van de maatregelen betreft inrichtingsmaatregelen. Dat zijn maatregelen die fysiek in de terreinen genomen gaan worden. Soms vergen deze maatregelen gerichte communicatie om recreanten bewust te maken van de nieuwe situatie, specifiek onderhoud om te zorgen dat ze blijven functioneren, of toezicht op het gebruik door recreanten. Ook hiervoor zijn maatregelen opgenomen, generiek voor de hele Veluwe en soms ook per terrein. Daarnaast bevat het maatregelprogramma onderzoeksmaatregelen. Onderzoeksmaatregelen zijn opgevoerd wanneer nog niet duidelijk is hoe een specifieke situatie het best verbeterd kan worden. Vaak zullen deze onderzoeken uiteindelijk resulteren in fysiek te nemen inrichtingsmaatregelen.
25
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
6.2.2
Inzoomen op inrichtingsmaatregelen
Van de te nemen inrichtingsmaatregelen valt het grootste deel binnen de categorie ‘maaswijdte en toegankelijkheid’, dit zijn maatregelen die betrekking hebben op de aanwezigheid van paden en op de mate waarin terreinen door recreanten betreden mogen worden. Het kan daarbij gaan om het omleiden, verleggen of weghalen van paden, om (tijdelijk) beperkte toegang van terreinen, etc. Deze maatregelen zijn vooral bedoeld om meer, grotere en ‘goed-getimede’ kernen van rust te creëren op die plekken op de Veluwe waar zich verstoringsgevoelige natuur bevindt. De maatregelen zijn vaak kleinschalig en eenvoudig uit voeren, maar hebben potentieel een grote impact op de kwaliteit van het leefgebied van verstoringsgevoelige plant- en diersoorten. Inrichtingsmaatregelen die betrekking hebben op de aanpassingen van routes (wandel, fiets- ATB-, ruiteren menroutes) hangen nauw samen met maatregelen uit de hierboven besproken categorie. Als een pad verdwijnt, of tijdelijk niet door recreanten gebruikt kan worden, dan wordt gezocht naar een oplossing voor een eventueel aanwezige langere route die gebruik maakt van dat pad. Maar ook van tracés die specifiek aangelegd zijn als onderdeel van een route, kan met de huidige kennis over verstoring en zonering blijken dat ze op een ongunstige plek liggen, bijvoorbeeld vlak naast een belangrijk broedgebied.
Daarnaast geven (nieuwe) behoeften van gebruikers soms ook aanleiding om routes aan te passen, bijvoorbeeld om een kortere of juist langere route mogelijk te maken, om de aansluiting op een parkeerplaats te verbeteren of om verschillende gebruikersgroepen beter van elkaar te scheiden. Het aanpassen van routestructuren is dan ook een inrichtingsmaatregel die geregeld genomen zal worden. De Veluwe wordt doorkruist door een flink aantal openbare fietspaden en (zand)wegen en er zijn de nodige parkeerplaatsen te vinden. Sommige zijn recent, sommige liggen er al decennia. De partijen die nu samenwerken aan de recreatiezonering constateren in diverse gevallen dat de ligging, inrichting en/of het gebruik ervan, met de kennis en in de context van nu, niet bijdragen aan een optimale natuur- en belevingskwaliteit. In deze gevallen kan aanpassing van de bestaande situatie zinvol zijn, bijvoorbeeld verplaatsen van een parkeerplaats, afwaarderen van een weg, of aanpassen van verharding. Vaak spelen echter meerdere belangen, naast natuur- en belevingskwaliteit ook bereikbaarheid, veiligheid en leef– omgevingskwaliteit, die zorgvuldig tegen elkaar afgewogen moeten worden. Aanpassingen van openbare wegen, fietspaden en parkeerplaatsen zijn daarom op dit moment vaak nog als onderzoeksmaatregel in het Recreatiezoneringsplan opgenomen.
Belangrijk is ook op te merken dat de beslissingsbevoegdheid over openbare wegen, fietspaden en parkeerplaatsen bij gemeenten berust en zij ook een regierol hebben in het nemen van maatregelen op dit vlak. De maatregeltabel bevat ook maatregelen die betrekking hebben op het opwaarderen van een bestaande of toevoegen van een nieuwe recreatieve voorziening. Denk bijvoorbeeld aan het upgraden of verplaatsen van een wildobservatiepunt, het verharden van een fietspad, het realiseren van een nieuwe uitkijktoren of het aanleggen van een spartelvijver voor honden. Dergelijke maatregelen als onderdeel van het Recreatie– zoneringsplan worden nooit genomen met enkel het oog op de recreatieve kwaliteit van de Veluwe. Ze dragen ook bij aan de natuurkwaliteit doordat ze bezoekers geleiden naar plekken waar de natuur minder gevoelig is voor verstoring.
26
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Te verleggen wandelpad Kootwijkerveen. Fotografie: Eric Klein Lebbink
6.2.3
Inzoomen op onderzoeksmaatregelen
Het maatregelprogramma bevat zo’n 60 onderzoeksmaatregelen in relatie tot opgaven die nog om nadere verkenning vragen. Er is analyse van lokale kansen en knelpunten nodig en veelal nader gesprek met stakeholders. Zo kan worden uitgewerkt welke maatregelen nodig zijn en hoe die het beste kunnen worden uitgevoerd. Onderzoeken kunnen verschillende vormen aannemen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een studie naar de aanwezigheid van bepaalde verstoringsgevoelige soorten, of om de praktische haalbaarheid van een maatregel zoals het afwaarderen van een weg. Een onderzoek kan ook de vorm hebben van een proces om met betrokkenen te verkennen hoe een lokale aanpassing in een natuurterrein, zoals het verleggen van een bestaande route, het best gerealiseerd kan worden met een optimaal resultaat voor de natuur en de recreant. Onderzoeksmaatregelen die nu opgenomen zijn in het maatregelprogramma hebben vooral betrekking op de aanpassing van bestaande routestructuren, op het optimaliseren van het aantal en de ligging van paden in een terrein (maaswijdte), op de aanwezigheid van hondenlosloopterreinen en op de aanpassing van openbare (zand)wegen, fietspaden of parkeerplaatsen in de terreinen. Bij openbare wegen gaat het vooral om onverharde wegen die de natuurterreinen doorsnijden en niet om wegen met een brede verkeersfunctie.
De in het plan opgenomen onderzoeksmaatregelen kunnen, na afronding van het onderzoek, uitmonden in fysiek te nemen inrichtingsmaatregelen.
27
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
In natuurgebied de Maashorst zijn boomstammen geplaatst om ‘berm-parkeren’ te voorkomen. Fotografie: R. Goderie
6.3
Maatregelen en vergunningplicht
Het Recreatiezoneringsplan bevat, juridisch bezien, verschillende soorten maatregelen: • instandhoudingsmaatregelen die vrij zijn van vergunningplicht; • maatregelen die met een voortoets beoordeeld zijn; • maatregelen waarvoor een Passende beoordeling vereist is. Instandhoudingsmaatregelen vergunningvrij Een belangrijk deel van de maatregelen in dit plan wordt primair genomen met het oog op het verbeteren van de natuurkwaliteit, draagt direct bij aan het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelen zoals geformuleerd voor de Veluwe en is voor het behalen van die instandhoudingsdoelen ook van groot belang. Dit geldt in elk geval voor de maatregelen in de categorie maaswijdte en toegankelijkheid, in de categorie communicatie en bebording en in de categorie toezicht. Het is ook van toepassing op maatregelen die gericht zijn op het weghalen of verkleinen van een recreatieve voorziening. Denk aan het afwaarderen van een weg, het weghalen van een parkeerplaats of het verkleinen van een hondenlosloopterrein. We noemen dit instand– houdingsmaatregelen: er is een 1-op-1 relatie met de natuurdoelen en er worden geen nieuwe activiteiten in het gebied geïntroduceerd. Deze zogenaamde ‘instandhoudingsmaatregelen’ zijn gezien hun aard en doel– stelling vrijgesteld van vergunningplicht. Het merendeel van de maatregelen uit het Recreatiezoneringsplan valt in deze categorie.
Ze zijn opgenomen in tabel A in bijlage 5. Maatregelen te beoordelen met een voortoets Het Recreatiezoneringsplan bevat ook maatregelen die bijdragen aan de staat van instandhouding van de aangewezen Natura 2000-doelen, maar daar niet direct noodzakelijk voor zijn. Denk bijvoorbeeld aan het verplaatsen van een ruiterpad. Het verplaatsen helpt om verstoring weg te halen op een plek waar zich kwetsbare natuur bevindt en is in die zin nuttig in het kader van het Recreatiezoneringsplan. Echter, voor het bijdragen aan de instandhoudingsdoelen volstaat het weghalen van het ruiterpad, het terugleggen op een betere plek is niet noodzakelijk voor de natuurkwaliteit. De maatregel kwalificeert daarom slechts deels als instandhoudingsmaatregel: het weghalen wel, het terugplaatsen niet als die terugplaatsing gebeurt binnen de begrenzing van het N2000-gebied Veluwe. Voor dit soort maatregelen geldt dat de effecten ervan – in samenhang – beoordeeld moeten worden. De beoordeling van de zoneringsmaatregelen die genomen worden voor natuur én recreatie is uitgevoerd door Altenburg & Wymenga, bureau voor ecologisch onderzoek en advies. De resultaten van de toetsing zijn vastgelegd in het onderzoeksrapport ‘Voortoets Recreatiezonerings– maatregelen Veluwe’ (A&W-rapport 21371, 2022). Alle maatregelen waarvoor in de voortoets geoordeeld is
28
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
dat er geen significante negatieve effecten te verwachten zijn (effecten op Natura 2000-doelen zijn of positief of beperkt), zijn opgenomen in tabel B in bijlage 5. Voor uitvoering van deze maatregelen is geen Wnb-vergunning nodig. Er zijn ook maatregelen waarvoor Altenburg & Wymenga op basis van de toetsing niet kan uitsluiten dat er significante negatieve effecten optreden. Deze maatregelen moeten aan een zwaardere toetsing onderworpen worden: een zogenaamde Passende Beoordeling. Maatregelen onder Passende beoordeling Het Recreatiezoneringsplan bevat alleen maatregelen waarvan is vastgesteld dat ze bijdragen aan een betere balans tussen recreatie en natuur. Om de geleiding van recreanten over de Veluwe te verbeteren en daarmee verstoringsgevoelige natuur te ontzien, wordt op enkele plaatsen het opwaarderen van een bestaande of het realiseren van een nieuwe recreatieve voorziening voorgesteld. Het introduceren van nieuwe activiteiten in het Natura 2000-gebied, of het opschalen van bestaande activiteiten moet zorgvuldig beoordeeld worden op potentiële effecten op de instandhoudingsdoelen. Daartoe wordt, als gebleken is dat een Natuurtoets niet volstaat, een Passende beoordeling uitgevoerd.
Met de Passende beoordeling zal worden bepaald of er significante ecologische effecten van een maatregel te verwachten zijn, wat de impact en doorwerking daarvan is en welke (mitigerende) maatregelen daarvoor nodig zijn. De uitvoering van deze maatregelen is onderworpen aan een vergunningplicht. Het verstrekken van een Wnb-vergunning voor uitvoering van de betreffende recreatiezoneringsmaatregelen is afhankelijk van de uitkomsten van de Passende beoordeling. Voor de volgende maatregelen heeft Altenburg & Wymenga aangegeven dat een Passende beoordeling uitgevoerd moet worden: • aanpassen paden - en routestructuur landgoed Oud Groevenbeek • opwaarderen P-Veluwe Kootwijkerduin • aanpassen ruiter- en menroutes nabij Heerderstrand • verplaatsen startpunt diverse routes Zwolse Bos Deze maatregelen zijn niet meegenomen in (de maatregeltabellen van) het Recreatiezoneringsplan, een apart (vergunningen) traject zal volgen.
6.4
Doorkijk naar de toekomst
Eerder werd al benoemd dat het maatregelprogramma nog niet compleet is. Dat is in lijn met het feit dat de uitvoering van het Recreatiezoneringsplan in elk geval tot 2030 zal lopen. Het is in een programmatische aanpak ook niet nodig dat de te nemen maatregelen tot in detail bekend zijn. Er is ruimte om gaandeweg te evalueren en bij te sturen. De nu bekende recreatiezoneringsmaatregelen vormen de eerste tranche. Op latere momenten zullen nieuwe maatregelen toegevoegd worden aan het plan. Nieuwe recreatiezoneringsmaatregelen kunnen voortkomen uit verschillende sporen: • Begin 2022 waren nog niet alle gebiedsprocessen en -gesprekken afgerond. Uit de nog op te starten en lopende gebiedsprocessen komen ook zoneringsmaatregelen voort die uiteindelijk onderdeel gaan vormen van het Recreatiezoneringsplan. • Er wordt op dit moment ook gewerkt aan natuurherstelprogramma’s om de natuur op de Veluwe te herstellen en weerbaarder te maken (zie ook paragraaf 2.2). De natuurherstelprogramma’s zijn toegesneden op verschillende Veluwse natuurtypen (heide en stuifzanden, bossen, vennen en venen, beken). Hoewel deze herstelprogramma’s niet gericht zijn op het verminderen van verstoring, bieden ze wel inzicht in en kennis van verstoringsgevoelige natuur die mogelijk aanvullend is op de kennis die is opgedaan in het kader van het Recreatiezoneringplan.
De natuurherstelprogramma’s kunnen daardoor ook aanleiding geven om aanvullende recreatiezoneringsmaatregelen op te nemen, ook kunnen maatregelen al onderdeel van het herstelprogramma zijn. • In het huidige maatregelprogramma zijn diverse onderzoeksmaatregelen opgenomen. De onderzoekmaatregelen zijn bedoeld om meer zicht te krijgen op de uiteindelijk uit te voeren concrete zoneringsmaatregelen. Logischerwijs kunnen deze onderzoeksmaatregelen dus leiden tot nieuwe, nog uit te voeren maatregelen. • De recreatief-toeristische ontwikkeling van de Veluwe staat niet stil. Gebruiksintensiteiten veranderen, er komen nieuwe gebruiksvormen op (neem bijvoorbeeld de opkomst van de elektrische mountainbike) of de ontsluiting van de Veluwe kan wijzigen (door bijvoorbeeld aanpassingen in openbaar vervoer). Dergelijke ontwikkelingen vragen mogelijk om nieuwe zoneringsmaatregelen, zodat de balans tussen natuur en recreatie niet (opnieuw) verstoord wordt. • Er wordt ingezet op monitoring van de situatie op de Veluwe: voortgangsmonitoring van de uitvoering van recreatiezoneringsmaatregelen, natuurmonitoring en monitoring van recreatieve ontwikkeling. Inzichten uit deze monitoring kunnen aanleiding geven tot het treffen van nieuwe maatregelen of tot bijsturing in het bestaande maatregelprogramma.
29
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
7 Effect van de recreatiezonering In de toekomst moet blijken wat het effect van de recreatiezonering op de natuurkwaliteit en belevings– kwaliteit daadwerkelijk is. Vooruitlopend daarop is al wel een eerste doorkijk te geven naar te verwachten effecten. In paragraaf 7.1 wordt de potentiële bijdrage aan natuurbehoud en -herstel besproken. Paragraaf 7.2 gaat over het te verwachten effect op de belevingskwaliteit.
7.1
Verwacht effect op natuurkwaliteit
Om nu een inschatting te kunnen maken van de bijdrage aan natuurbehoud en –herstel is vooral gekeken naar het potentiële effect op de zeven verstoringsgevoelige Vogelrichtlijn-soorten waarvoor in het Beheerplan Natura 2000 Veluwe extra inspanning wordt gevraagd. Voor de boomleeuwerik, draaihals, duinpieper, tapuit, wespendief en zwarte specht worden de Natura 2000-doelen niet gehaald en is recreatiezonering een belangrijke knop om aan te draaien. In paragraaf 5.4 werd al genoemd dat onderzocht is hoe een optimale recreatiezonering er voor deze soorten uit zou zien (Sierdsema et. al 2020): waar bevinden zich idealiter de rustige zones gekoppeld aan het leefgebied van deze vogels? Aan Sovon Vogelonderzoek Nederland is gevraagd te toetsen in welke mate de eerder uitgewerkte ‘optimale vogelzonering’ afwijkt of overeenkomt met de recreatiezonering zoals vastgelegd in dit plan. Hiervoor is de in dit plan opgenomen recreatiezoneringskaart vergeleken met de op basis van onderzoek opgestelde kaart (zie bijlage 3) met daarin een optimale zonering voor de genoemde vogels (Sierdsema et. al 2020).
In welke mate komt de door middel van zonering te bereiken recreatie-intensiteit op verschillende delen van de Veluwe overeen met de daar vereiste rust voor de vogels?⁶ Het overall beeld is dat de recreatiezonering op de Veluwe voor iets minder dan driekwart overeenstemt met de gewenste zonering voor de vogels. Inzoomend blijkt uit de gemaakte vergelijking (stand van zaken januari 2022) dat op zo’n 43% van Natura 2000-gebied Veluwe het vereiste rustniveau voor de zeven vogelsoorten overeenkomt met de daar ingetekende recreatiezonering. Op 29% van de Veluwe wordt/is het, op grond van de recreatiezoneringskaart, zelfs iets rustiger dan voor de genoemde vogelsoorten vereist is. Vaak heeft dit te maken met het feit dat hier rust gecreëerd wordt voor andere natuurwaarden op plaatsen waar voor de vogels geen specifieke maatregelen nodig zijn, bijvoorbeeld in de wildrustgebieden en bij de ecoducten. Of het hangt samen met de afsluiting van een terrein om niet-ecologische redenen (militair oefenterrein, particulier eigendom). Op ongeveer 28% van de Veluwse natuurterreinen zal het, uitgaande van de recreatiezonering, drukker kunnen blijven dan voor de vogels en daaraan gerelateerde plant- en diersoorten gewenst is. Vergelijking vogel- en recreatiezonering MATCH
Percentage 43%
RUSTIGER (dan voor specifiek de vogels noodzakelijk)
29%
DRUKKER (dan voor de vogels gewenst)
28%
TOTAAL
100%
Figuur: Vergelijking tussen optimale zonering voor vogels en recreatiezonering, op basis van toetsing Sovon Vogelonderzoek (stand van zaken januari 2022)
Vervolgens is voor de toetsing een uitsplitsing gemaakt naar open terreinen (heide en stuifzand, ca. een kwart van het Natura 2000-gebied) en gesloten terreinen (bos, ca. driekwart van het Natura 2000-gebied). Hier bevinden zich immers verschillende soorten vogels met een verschillende mate van verstorings– gevoeligheid. Deze vogels zijn daarmee ook gebaat bij uiteenlopende maatregelen. Tapuit, duinpieper en draaihals zijn typisch soorten van open terreinen. Nachtzwaluw en boomleeuwerik worden daar ook toe gerekend, maar houden zich ook deels op in bossen. Zwarte specht en wespendief zijn bossoorten. Kijkend naar de ‘match’ tussen de optimale zonering voor de vogels en de recreatiezonering in dit plan, dan blijkt de recreatiezonering voor de bosvogels iets gunstiger uit te pakken dan voor de soorten van open terreinen. Dit is weergegeven in onderstaande tabel.
6
30
Zoals eerder benoemd is de verwachting dat andere soorten mee zullen profiteren van de gecreëerde rust, de vogels zijn in dit opzicht te zien als gidssoorten.
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Vergelijking vogel- en recreatiezonering MATCH
Open terreinen (%)
Bossen (%)
34,1%
45,5%
RUSTIGER (dan voor specifiek de vogels noodzakelijk)
31,6%
28,1%
DRUKKER (dan voor de vogels gewenst)
34,3%
26,4%
TOTAAL
100%
100%
Figuur: Uitgesplitste vergelijking optimale vogelzonering en recreatiezonering voor open terreinen en bossen op basis van toetsing Sovon Vogelonderzoek (stand van zaken januari 2022)
Wanneer de gekozen recreatiezonering afwijkt van de op een specifieke plek gewenste mate van rust voor vogels, dan is de betekenis daarvan voor de vogels niet altijd hetzelfde. Dit komt doordat sommige terreinen op de Veluwe voor vogels van groter belang zijn dan andere. Een gebied dat volgens de eerder verrichte analyse (Sierdsema et.al 2020) afgesloten zou moeten worden voor vogels, is bijvoorbeeld belangrijker voor de betreffende broedvogels dan een gebied dat ingericht kan worden als terrein met extensief recreatief medegebruik. Ook de mate waarin de recreatiezonering afwijkt van de optimale zonering voor broedvogels kan verschillen. De afstand tot de optimale situatie voor vogels is groter wanneer op een terrein een recreatiezone B is aangegeven, terwijl voor de vogels (periodieke) afsluiting gewenst is (zone D), dan wanneer daar een zone C* wordt gerealiseerd. In een in het voorjaar 2022 te verschijnen rapportage van Sovon Vogelonderzoek over de uitgevoerde toetsing van te verwachten ecologische effecten, wordt nader ingezoomd op de situatie op verschillende terreinen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de zoneringskaart, maar ook naar de te verwachten effecten van het bijbehorende maatregelprogramma.
Dan wordt ook berekend welke potentiële bijdrage de recreatie–zonering kan leveren aan de toename van de vogelaantallen op de Veluwe en daarmee aan de instandhoudings–doelen uit het Natura 2000 beheerplan. Het is belangrijk op te merken dat bij het door onderzoekers laten opstellen van een optimale zonering voor vogels alleen is gekeken naar het best mogelijke scenario voor de vogels, terwijl er in het recreatiezoneringsproces een bredere belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het was op voorhand dan ook niet te verwachten dat er een complete match mogelijk zou zijn tussen de recreatiezoneringskaart en de ‘vogelzonering’. Het streven was wel om beiden zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Met de huidige recreatiezonering is nu een eerste – forse – stap gezet op weg naar optimalisatie voor vogels. Het proces stopt niet, de komende jaren blijft gewerkt worden aan verdere optimalisatie, daar waar dat nodig en mogelijk is. Hieronder lichten we toe op welke plaatsen er, met het oog op een bredere belangenafweging, andere keuzes gemaakt zijn dan het streven naar een ideale zonering voor de vogels.
7.1.1
Toelichting gebieden met ‘mismatch’ recreatiezonering met ideaalsituatie voor vogelsoorten
Zoals hierboven te lezen, zal het op een kwart van de Veluwe naar verwachting drukker zijn dan de optimale situatie voor de genoemde vogelsoorten. Dit is inherent aan het feit dat in de totstandkoming van dit plan niet alleen gekeken is naar natuur. Recreatie op de Veluwe moet mogelijk blijven, is het uitgangspunt. De gebieden waar de zonering meer recreatief gebruik toestaat dan voor de vogels gewenst, zien we voornamelijk nabij de woonkernen op en rondom de Veluwe. Voorbeelden zijn de terreinen aan de oostkant van Ede, aan de rand van de Veluwe op de flank Voorthuizen-Putten-Ermelo-Harderwijk-Nunspeet of aan de noordoost rand van de Veluwe op de flank Epe-Heerde-Hattem. Het zijn plaatsen waar veel recreanten de Veluwe op komen. Volgens de zoneringsmethodiek bevinden zich hier ook de zones A en B als plekken waar de meeste faciliteiten worden aangeboden: parkeerplaatsen, startpunten van routes, etc. Ook rondom toeristische trekpleisters zien we dat er meer ruimte voor recreatie en minder rust voor natuur is, dan voor de verstoringsgevoelige soorten optimaal zou zijn. Bijvoorbeeld aan de noordwest kant van Apeldoorn met het Paleispark en grote attracties als Julianatoren en Apenheul, of bij Laag Soeren waar zich horeca, campings en vakantieparken bevinden.
Ook historische landgoederen trekken veel publiek en hebben bovendien vaak een cultuurhistorisch waardevol padenpatroon, waardoor grote maaswijdtes daar moeilijk te realiseren zijn (denk bijvoorbeeld aan de langgoederenzone ten noorden van Arnhem). Ecologisch gezien is het gunstiger om hogere verstoring te concentreren op een beperkt aantal locaties, dan gelijkmatig over een natuurgebied uit te smeren. Het is dan ook een bewuste keuze om op een aantal plekken – waar recreanten logischerwijs de Veluwe betreden en er voor hen veel te beleven valt – volop ruimte te bieden voor recreatie. Hiermee kan op andere plekken meer rust gerealiseerd worden, zodat de natuur daar behouden blijft en/of hersteld wordt.
31
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
7.1.2 Nulmeting maaswijdte
Een ander aspect om naar te kijken als we uitspraken willen doen over het te verwachten ecologisch effect van de recreatiezonering, is de maaswijdte. De maaswijdte geeft de maat voor de omvang van terreindelen tussen aangrenzende paden of, met andere woorden, de grootte van de vlakken waarop geen menselijke betreding plaatsvindt. Voor het overgrote deel van het Natura 2000-gebied is bij het opstellen van dit Recreatie– zoneringsplan de maaswijdte in beeld gebracht. Hiermee is feitelijk een nulmeting van de maaswijdte verricht. Vervolgens is geanalyseerd in welke mate de huidige maaswijdte in de terreinen overeenstemt met de maaswijdte die nagestreefd wordt, conform de zones die nu op de recreatiezoneringkaart ingetekend staan. Daarbij is specifiek gekeken naar zone B (streefwaarde 5 hectare), zone C (streefwaarde 25 hectare) en zone C* (streefwaarde 50 hectare). Er is niet gekeken naar zone A, omdat daarvoor geen streefwaarde is vastgesteld. Ook naar zone D en D* is (nog) niet gekeken. Daar vindt in principe (tijdens het broedseizoen) geen betreding plaats. Onderstaande tabel geeft het resultaat van de uitgevoerde analyse: Actuele geschiktheid ten opzichte van gewenste oppervlakte conform ingetekende zone in %
% aandeel op Veluwe (zones B, C en C*)
<50
40
50-75
12
75-99
8
=100
39
Figuur: Tabel met geschiktheidspercentages maaswijdte op basis van analyse Borgman Beheer en Advies
Het percentage in de eerste kolom geeft aan hoe groot het perceel is ten opzichte van de gewenste maaswijdteomvang. Bijvoorbeeld <50 betekent: het perceel is minder dan de helft van de gewenste grootte, =100 betekent: het perceel voldoet aan de oppervlakte-eis van de zone waarin het ligt. De tweede kolom geeft het percentage waarin de categorie voorkomt op het totale aantal hectares op de Veluwe in de zones B, C en C*. Op bijna 40% van het totale oppervlakte van deze zones op de Veluwe voldoet de perceelgrootte in de huidige situatie al, op 40% nog verre van. Deze analyse laat zien dat er nog flinke winst te behalen is door het optimaliseren van de padenstructuur, hiervoor zijn in het maatregelprogramma ook veel maatregelen opgenomen. Over enkele jaren kan gekeken worden in welke mate deze maatregelen daadwerkelijk geleid hebben tot maaswijdtes die passen bij de zoneringsambities, en daarmee de rust voor de aanwezige natuurwaarden garanderen.
7.2
Verwacht effect op belevingskwaliteit
Het samenwerkingsverband Veluwe-op-1 noemt als tweede punt op de VeluweAgenda 2030: ‘Een bredere kijk op recreatie en toerisme, waarbij het niet meer in de eerste plaats gaat om het trekken van meer bezoekers, maar om meer kwaliteit’. In de recreatiezonering is deze focus op kwaliteit in plaats van kwantiteit ook omarmd. De recreatiezonering kan op verschillende manieren een impuls geven aan de kwaliteit van de natuurbeleving op de Veluwe. Vanuit diverse hoeken is in de achterliggende periode het signaal gekomen dat het te druk is op de Veluwe. Ondernemers gaven aan dat hun gasten geen echte Veluwe-rust meer ervaren, bewoners ervaren dat de toenemende drukte hun directe leefomgeving negatief beïnvloedt en verschillende recreantengroepen ervaren hinder van elkaar. De recreatiezonering zorgt voor meer differentiatie in recreatie-intensiteit zodat er geen deken van drukte meer over de Veluwe ligt. Op sommige plekken komen extra voorzieningen, zodat bezoekers daar ook goed gefaciliteerd worden en de recreatiedruk minder overlast geeft. Op andere plekken wordt het voorzieningenniveau juist lager. Door op bepaalde terreinen het aantal paden te verminderen ontstaan bijvoorbeeld grotere aaneengesloten stukken natuur waardoor de recreant meer weidsheid kan ervaren.
Ook het beter scheiden van gebruikersgroepen, door te zorgen dat specifieke routes en paden voor verschillende recreatievormen (ruiters, MTB-ers, etc.) elkaar niet meer raken of kruisen, heeft een positief effect op de beleving. Met de recreatiezonering wordt ook bijgedragen aan betere routenetwerken op de Veluwe, onder andere doordat terreineigenaren meer met elkaar in gesprek gaan over het beter op elkaar laten aansluiten van eigendomsgrens overschrijdende routes. Met het Recreatiezoneringsplan is het optimaliseren van route– netwerken op de Veluwe overigens nog niet af. Het Routebureau Veluwe gaat daaraan de komende jaren in opdracht van de Veluwse gemeenten verder werken, samen met terreinbeherende organisaties en vrijwilligers.
32
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Een aanzienlijk deel van de maatregelen in het Recreatiezoneringsplan heeft betrekking op een betere ontsluiting van de natuurterreinen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een logische route naar het natuurterrein vanaf een parkeerplaats via gemarkeerde routes. Maar ook het voorkomen dat fietsers en wandelaars gehinderd worden door auto’s die met veel stof over zandwegen rijden of met berm- en wildparkeren voor overlast zorgen. Aan een betere ontsluiting van de Veluwe wordt ook gewerkt via de programmalijn ‘Bestemmingsmanagement/ontvangstlocaties’ uit de VeluweAgenda 2030. In het kader van de recreatiezonering wordt een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een meer geharmoniseerd evenementen- en activiteitenbeleid voor de Veluwe. Doel is om met terreineigenaren gezamenlijk te spreken over heldere kaders en richtlijnen voor evenementen. Wat kan op welke plek en op welk moment wel, of juist niet en waarom? Daarbij zal ook gekeken worden naar de effecten van evenementen op de beleving van andere bezoekers van de Veluwe. Meer afstemming in het evenementenbeleid moet duidelijkheid bieden aan initiatiefnemers, zodat zij in een vroeg stadium weten waar zij aan toe zijn en de organisatie van hun evenement daarop kunnen afstemmen.
In het kader van het Recreatiezoneringsplan is ook afgesproken dat de recreatiedruk en belevingskwaliteit op de Veluwe gemonitord zal worden, zodat de effecten van de recreatiezonering op lange termijn in beeld gebracht worden.
Het Routebureau Veluwe werkt aan eenduidige aanduidingen voor alle routes op de Veluwe. Afbeelding: Routebureau Veluwe
33
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
8 Inzoomen op gebieden: proces en resultaat lokale gebiedsprocessen Het Recreatiezoneringsplan vormt één geheel. Juist met een integrale aanpak voor het gehele Natura 2000gebied Veluwe wordt gestreefd naar een betere balans tussen natuur en recreatie. Dat neemt niet weg dat in de totstandkoming van het plan telkens maatwerk is geleverd op het niveau van kleinere gebieden. De Veluwe is groot en divers. Terreintypen en natuurwaarden variëren, net als de ligging ten opzichte van steden, dorpen en vakantieparken, de aanwezigheid van toeristische trekpleisters loopt uiteen, het bestaande recreatieve gebruik is niet overal hetzelfde, etc. Komen tot een passende, goed werkende én toekomstbestendige recreatiezonering vraagt om gebiedspecifieke afwegingen. Voor een aantal gebieden is het komen tot een passende recreatiezonering extra complex, omdat er een grote opgave ligt en/of er veel verschillende belangen spelen. In deze gebieden zijn/worden bewoners, ondernemers en gebruikers direct betrokken bij de totstandkoming van de recreatiezonering en bij de uitwerking daarvan in te nemen maatregelen. In dit hoofdstuk zoomen we in op deze gebieden.
8.1
De Haere
Tussen ‘t Harde en Nunspeet ligt De Haere. Dit is een bos- en heidegebied met als belangrijkste kenmerk de centraal gelegen zandverstuiving. Langs de randen van het Natura 2000-gebied en ook nabij de zandverstuiving liggen enkele vakantieparken, buitensportaccommodaties en woningen. Het gebied wordt voor een groot deel beheerd door Geldersch Landschap en Kasteelen. Er lopen verschillende wandelroutes, zoals het Westerborkpad, een klompenpad en het Thornspicerpad, een ruiterroute en een fietsroute. Het gebied wordt aan de zuidkant begrensd door de snelweg A28. Het belangrijkste knelpunt voor de natuur in dit gebied is rust en ruimte voor bijzondere vogelsoorten zoals de tapuit, nachtzwaluw, wespendief, draaihals en zwarte specht. De recreatiedruk is hoog door de aantrekkingskracht van de zandverstuiving en de aanwezigheid van vakantieparken en accommodaties. De zandverstuiving heeft extra aantrekkingskracht doordat het ook hondenlosloopgebied is. Door het grote aantal bezoekers is de parkeergelegenheid regelmatig vol en wordt er langs de toegangswegen geparkeerd. De opgave in dit gebied is om de bezoekersstromen beter te geleiden en de gebruikersdruk op de zandverstuiving en de heide te verminderen.
Het gebied is door Geldersch Landschap en Kasteelen aangeduid als recreatiezone C (matig intensief gebruik) waarbij is geconstateerd dat het terrein daar nog niet in alle opzichten aan voldoet. Veel omwonenden ervaren drukte en wensen een betere verkeersafwikkeling en parkeergelegenheid zodat er minder overlast ontstaat. De vakantieparken willen voor hun klanten de toegang tot en het diverse gebruik van het gebied handhaven. Om de verschillende belangen goed te betrekken en af te kunnen wegen en is in de zomer 2021 een gebieds– proces gestart. De organiserende partijen zijn de gemeente Elburg, Geldersch Landschap en Kasteelen en provincie Gelderland. Eind augustus is een eerste, druk bezochte en online meegekeken, bewonersavond voor omwonenden en gebruikers van De Haere georganiseerd, in september gevolgd door een bijeenkomst voor de omliggende recreatieondernemers. Voor De Haere gaan Geldersch Landschap en Kasteelen en de gemeente enkele maatregelen uitwerken die tot een betere geleiding en verspreiding van de recreatiedruk moeten leiden. Hierbij is een groep omwonenden betrokken. De uitkomsten wordt t.z.t. met een bredere groep belangstellenden gecommuniceerd. Het gaat om de volgende maatregelen: • Verminderen van verkeers- en parkeerdruk. De gemeente zoekt naar een alternatief voor de bestaande parkeerplaats langs de Badweg.
Gezien vanuit de zonering ligt deze te dicht bij de zandverstuiving. Toegang tot het gebied vanaf een andere plek voor mensen die van veraf komen, biedt ook de mogelijkheden om routes aan te passen zodat die beter bij het terrein aansluiten. • Aanpassen hondenlosloopterrein. Gezien vanuit recreatiezonering is het gewenst om voor de hondenlosloop een ander gebied dan de zandverstuiving in te richten. Een verdergaande optie is om deze functie op te heffen zodat honden alleen aangelijnd de natuur in kunnen. Het losloopterrein Zwaluwenburg bij ‘t Harde blijft in ieder geval bestaan. • Aanpassen van bestaande wandel-, fiets-, MTB-, en ruiterroutes, zodanig dat kwetsbare terreindelen op De Haere meer worden ontzien. Het gaat om het verleggen van uitgezette routes.
34
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Tegelijk wordt ook gekeken naar zaken die naar voren zijn gekomen tijdens de bijeenkomsten van najaar 2021. Zo is bijvoorbeeld genoemd dat een goede parkeerplek voor (elektrische) fietsen ontbreekt.
Zandverstuiving op De Haere. Fotografie: C. Biemans
8.2
Heideterreinen Ermelo
De heideterreinen Ermelosche heide, Groevenbeekse heide en Houtdorper- en Speulderveld zijn in beheer van de gemeente Ermelo. De gemeente wil voor deze heideterreinen een nieuw beheerplan opstellen. Het doel van het beheerplan is om de natuur- en belevingskwaliteit van de heideterreinen een impuls te geven. In het beheerplan wordt aangegeven welke maatregelen daarvoor de komende tien jaar uitgevoerd gaan worden. De recreatiezonering wordt hieraan gekoppeld, zodat één plan ontstaat waarin alles staat beschreven, zowel de natuurmaatregelen als de recreatieve maatregelen. Over het heidebeheerplan wil de gemeente Ermelo met belanghebbenden (bewoners, ondernemers, belangengroepen) in gesprek. In 2021 is gewerkt aan het wettelijk kader (aan welke natuurdoelen moet worden voldaan) en is een schets (notitie) gemaakt om te bespreken. Oorspronkelijke planning was om dit gesprek te voeren in het najaar van 2021. Vanwege de coronabeperkingen is dit verschoven naar begin 2022.
Recreatie op één van de Ermelose heideterreinen. Fotografie: gemeente Ermelo
35
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
8.3
Hulshorster- en Beekhuizerzand
Het Hulshorsterzand en Beekhuizerzand zijn twee unieke zandverstuivingen op de Noordwest Veluwe. Het stuifzandlandschap bestaat uit een mozaïek van open zand waar de wind vrij spel heeft, zand met gras, mossen en heide. Een landschap dat in Nederland en Europa steeds minder voorkomt. Buiten Nederland bestaat er zelfs nauwelijks stuifzand. De planten- en diersoorten die in dit gebied voorkomen hebben zich aangepast aan deze soms extreme omstandigheden van de ‘Atlantische woestijnen’, zoals zandverstuivingen wel worden genoemd. Voorbeelden van bijzondere soorten in dit gebied zijn nachtzwaluw, duinpieper, boomleeuwerik en levendbarende hagedis. Ooit was er in Nederland zo’n tachtigduizend hectare stuifzand, daarvan is nog ongeveer 1.400 hectare over. Het Hulshorsterzand hoort, met een omvang van ongeveer 430 hectare, bij de vijf grootste zandverstuivingen van Nederland. Natuurmonumenten is de terreinbeheerder van het Hulshorsterzand. Om ervoor te zorgen dat het stuifzand ‘levend’ blijft en niet gaat vergrassen, is Natuurmonumenten in 2009 al gestart met de uitvoering van het herstelplan Hulshorsterzand. Het stuifzand kan hier (weer) actief stuiven. Het beheer vindt onder andere plaats met een rondtrekkende schaapskudde. Het Beekhuizerzand is een stuifzandgebied ter grootte van ongeveer 160 hectare, in eigendom en beheer van de Gemeente Harderwijk.
Het gebied is in 2004 weer teruggebracht van een bosgebied tot een echt stuifzandgebied. Defensie gebruikt het Beekhuizerzand bij Harderwijk voor militaire oefeningen met onder meer helikopters. Rondom het Hulshorsterzand en Beekhuizerzand ligt een aantal hotels, campings en vakantiewoningen, maar het gebied is vooral belangrijk voor bewoners van de omliggende gebieden. Zij komen naar deze gebieden om te wandelen, in het zand te spelen, te mountainbiken, paard te rijden of om te fietsen. Daarnaast zijn er in de omgeving van de gebieden bezienswaardigheden zoals het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer in Nunspeet, de uitkijktorens rond het gebied (o.a. bij natuurtransferium Nunspeet en bij Harderwijk), de speelplaats Stakenberg en het Aortjeshuus. Op en rond het gebied bevinden zich paden en routes voor fietsen, wandelen, mountainbiken, paardrijden en mennen. Het bijzondere maar ook kwetsbare stuifzand- en heidelandschap is een belangrijk gebied voor zowel recreatie als natuur. Omdat er veel belangen spelen is een gebiedsproces doorlopen waarin met inwoners, recreatie– ondernemers, lokale gebruikersgroepen en belangenorganisaties is samengewerkt aan de recreatiezonering.
Het gebiedsproces was enerzijds gericht op het geven van duidelijkheid over het doel van recreatiezonering en de impact op het recreatief gebruik en anderzijds op het betrekken van omwonenden, recreatieondernemers, lokale gebruikersgroepen en belangenorganisaties bij de zonering en de uitwerking ervan in maatregelen. Het gebiedsproces werd georganiseerd door de provincie in nauwe samenwerking met de gemeente Harderwijk (terreineigenaar Beekhuizerzand) en gemeente Nunspeet en Natuurmonumenten (terreineigenaar Hulshorsterzand). In de periode mei – september 2021 zijn op een 11-tal momenten bijeenkomsten georganiseerd en gesprekken gevoerd met bewoners, recreatieondernemers, buurtverenigingen en lokale gebruikersgroepen. Na het gebiedsproces zijn delen van het Hulshorsterzand aangepast van zone D naar een zone C/C*, zodat het zand daar jaarrond beleefbaar blijft door over (gemarkeerde) routes te wandelen en bijvoorbeeld in het zand te spelen. Onderdeel van de aanpassingen is de mogelijkheid voor MTB-ers om buiten het broedseizoen de verbinding over de noordzijde van het Hulshorsterzand te blijven gebruiken. Met belanghebbenden is ook de afspraak gemaakt dat er twee nieuwe paden komen die de Klarenweg en de oude Klarenweg met elkaar gaan verbinden. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden voor korte lokale wandelrondjes. De zoekgebieden voor deze paden zijn op kaart gezet.
Natuurmonumenten zal in gesprek met de belangenorganisaties bepalen waar ze precies komen te liggen. Enkele paden dwars over het zand zullen in het broedseizoen niet meer toegankelijk zijn. Daarmee krijgen daar de grondbroedende vogels voldoende rust. De termijn die voor het broedseizoen wordt gehanteerd is op het Hulshorsterzand gelijk aan de andere zandverstuivingen. Als er in die periode sprake is van broedsucces zal Natuurmonumenten in afstemming met bewoners en belang– hebbenden aanvullende maatregelen nemen om ook na het broedseizoen de kans te vergroten dat de jonge vogels overleven. In het gebiedsproces hebben vertegenwoordigers van de buurtvereniging Hulshorst uitgesproken dat zij zich medeverantwoordelijk voelen voor het behoud van de natuurlijke rijkdom op het Hulshorsterzand. Er zijn daarom afspraken gemaakt om gezamenlijk een monitoringsgroep in het leven te roepen om het beoogde natuurherstel op het Hulshorsterzand in beeld te krijgen. Ook op het Beekhuizerzand is een gebiedsproces doorlopen met inwoners en belanghebbenden. Ook daar heeft dit geleid tot aanpassing van zoneringskaart. Het gebied is aangeduid als zone C* (rustig gebied met extensief recreatief medegebruik, rekening houdend met zeer verstoringsgevoelige soorten), mede vanwege de omvang van het zandgebied, de maaswijdte (afstand tussen paden) en het gebruik door Defensie. In het broedseizoen
36
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
zijn enkele paden in de kwetsbare overgangszones niet begaanbaar. Voor het Beekhuizerzand is het fietspad over het zand nog onderwerp van onderzoek. Er wordt verkend of het mogelijk, wenselijk en haalbaar is om het tracé van het fietspad te verleggen. Tijdens het gebiedsproces is er al een aantal alternatieven besproken en op een rij gezet.
Fietsers kijken uit over het Beekhuizerzand. Fotografie: T. Blaauw (Wing)
8.4
Omgeving Kootwijk
Voor het gebiedsproces ‘Kootwijk en omgeving’ zijn partijen benaderd op de Midden-Veluwe, zowel oostelijk tot aan Ugchelen en Beekbergen als aan de westzijde tot en met Kootwijkerbroek, Stroe en Harskamp. Centraal in dit gebied liggen de dorpen Kootwijk en Radio Kootwijk. Aan de noordzijde is de N344 (ApeldoornVoorthuizen) als grens aangehouden. Het gebied wordt grotendeels beheerd door Staatsbosbeheer. Door de omvang, de variatie in habitats en de geschiktheid als leefgebied voor vrijwel alle voor Natura 2000 kwalificerende vogelsoorten is dit gebied voor het bereiken van de natuurdoelen op de Veluwe van grote betekenis. Een echte hotspot is het Kootwijkerzand, het grootste stuifzandgebied van Nederland. Voor grondbroedende vogelsoorten is dit een toplocatie. Dit deel van de Veluwe is daarnaast ook belangrijk voor recreatie door de aantrekkingskracht van de stuifzanden, open heide en de dorpen Kootwijk en Radio Kootwijk in combinatie met de aanwezigheid van vakantieparken, hotels en horeca, zowel in het centrale deel als aan de randen van het gebied. Er zijn ruime parkeerplaatsen bij o.a. Hoog Buurlo en ‘t Leesten om van daaruit de natuur te ontdekken via de aanwezige fietsknooppunten, wandelroutes, mountainbikeroute en ruiterroutes. Ook zijn er diverse hondenlosloopgebieden. De recreatiedruk is hoog.
Het belangrijkste knelpunt gezien vanuit recreatiezonering is rust en ruimte voor bijzondere grondbroedende vogelsoorten en soorten als wespendief, draaihals en zwarte specht. De groep grondbroeders is erg gevoelig voor verstoring, juist omdat ze in open en halfopen gebied (randen) verblijven waar verstoring ver doordringt. Deze kwetsbare delen zouden meer ontzien moeten worden. Tegelijkertijd moet het gebied beleefbaar blijven, door een goede geleiding van bezoekers. Er is een grote betrokkenheid en (vaak ook) veel kennis van dit gebied bij de inwoners en de gebruikers. De inwoners en de dorpsverenigingen hebben een duidelijk belang bij een goed gebruik van dit gebied, het is immers hun directe leefomgeving. De partijen die hebben deelgenomen aan het gebiedsproces zijn: gemeente Apeldoorn, gemeente Barneveld, dorpsverenigingen en buurtraden, lokale milieu- en gebruikersgroepen en (vertegenwoordigers van) recreatieondernemers. In de periode maart-september 2021 zijn 20 bijeenkomsten gehouden in groot en klein verband.
37
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Er is met de betrokken partijen als eerste gesproken over de concept-zoneringskaart, met name over de betekenis en de onderbouwing van de zones die in dit gebied op de kaart zijn gezet. Dit heeft op enkele locaties tot aanpassing van de zones geleid. Zone B rond Hoog Buurlo is uitgebreid met het dorp Radio Kootwijk en een gebiedje ten noorden van het dorp, ook zone B rond Hoog Buurlo zelf is iets vergroot. Ten noorden van Hoenderloo zijn twee bosdelen die grenzen aan vakantieparken vanwege het bestaande gebruik en dichte padennet gewijzigd van zone C naar zone B. Vervolgens is gesproken over de knelpunten ten aanzien van het huidige recreatief gebruik en de beoogde maatregelen om de zonering in de praktijk te laten werken. Er is vooral gekeken naar het gedurende het broedseizoen vergroten van de rust in de open terreinen. Een voorbeeld van zo’n maatregel is het niet toegankelijk maken van het zuidoostelijk deel van het Kootwijkerzand, wel blijft een verbindingspad midden– door open. Op de Stroese heide worden enkele paden langs de rand van heide en bos in het broedseizoen niet toegankelijk. Een ander voorbeeld vinden we bij het Kootwijkerveen. Door verleggen van het pad en het realiseren van een uitkijkplateau wordt betreding van de rand van het veen verminderd en kan het toch goed bekeken worden.
Een beperkt aantal maatregelen is bedoeld om meer rust in de gevarieerde oudere bossen te bereiken. Er is ook gekeken naar verbetermogelijkheden voor het recreatief gebruik. Onder andere aanleg van een hondenspartelvijver in het hondenlosloopgebied bij Harskamp en bij ‘t Leesten, het vergroten van enkele voor zonering gunstig gelegen parkeerterreinen en het aanleggen van een mindervalidenroute bij ‘t Leesten. Nader onderzoek moet nog uitwijzen hoe de aantrekkelijkheid van wandelroutes en MTB paden verbeterd kan worden en hoe goede verbindingen tussen diverse (fiets)routes tot stand kunnen komen. Daarbij moet een nadere en brede afweging gemaakt worden tussen natuur, bereikbaarheid en belangen van bewoners en ondernemers.
Radio Kootwijk. Fotografie: T. Blaauw (Wing)
38
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
8.5
Putten, Garderen, Voorthuizen
Tussen de dorpen Putten, Garderen en Voorthuizen ligt een uniek stukje Veluwe. Het gebied is voor een groot deel bebost en er liggen enkele ‘landbouw-enclaves’ rondom Koudhoorn, Garderen en Speuld. Het gebied trekt veel bezoekers en biedt een verscheidenheid aan verblijfsaccommodaties, horeca en recreatieve routes. Staatsbosbeheer is in dit gebied in omvang de grootste terreinbeheerder. Daarnaast is er aantal kleinere particuliere landgoederen en liggen er terreinen van Geldersch Landschap en Kasteelen, Vitens en de gemeente Putten. De focus van het doorlopen proces lag op het gebied tussen Putten, Garderen en Voorthuizen dat in het zuiden wordt begrensd door de N344. Het belangrijkste knelpunt voor de natuur in dit gebied is gebrek aan rust en ruimte voor bijzondere vogelsoorten zoals de boomleeuwerik, wespendief, draaihals en zwarte specht. De kleinere landgoederen in dit gebied ervaren de laatste jaren grote drukte op hun terreinen, die ook gepaard gaat met excessen in gebruik, bijvoorbeeld door MTB-ers en loslopende honden. De opgave is om door gerichte maatregelen in de natuurterreinen bezoekersstromen beter te geleiden, zodat kwetsbare natuurdelen meer worden ontzien. Speciaal bij de kleinere landgoederen is er behoefte aan maatregelen om meer rust op het eigen terrein te realiseren.
Voor de Plaatselijk belangen (dorpsvertegenwoordigingen) is voornamelijk het toegankelijk houden van de natuurgebieden vanuit de dorpen en vakantieparken van belang. De partijen die deelnamen aan het gebiedsproces waren: gemeente Putten, gemeente Barneveld, Plaatselijk belang Garderen, Plaatselijk belang Voorthuizen, Natuur en Milieu Putten, recreatieondernemers Putten, Staatsbosbeheer, landgoed Klein Boeschoten, landgoed Nieuw Veluwe, landgoed Nieuw Groevenbeek, landgoed Schovenhorst, Vitens. Aanvankelijk was er voor zowel de Puttense kant van het Speulder/Sprielderbos als voor de Ermelose kant voorzien in een gebiedsproces. Omdat gemeenten Ermelo en Nunspeet voor de heide– terreinen een eigen heidebeheerplan gaan opstellen waarin ook recreatiezonering wordt opgenomen, is afgezien van het opstarten van een gebiedsproces voor het Ermelose deel. Er bleek echter behoefte aan overleg over het bos- en heidegebied rondom Speuld. Daarom is voor dit deelgebied een aparte bijeenkomst met de buurtvereniging Speuld en enkele inwoners gehouden. In de periode maart-september is een tiental overleggen en bijeenkomsten georganiseerd in wisselende samenstelling van betrokken partijen. Het gebiedsproces heeft als resultaat gehad dat de zone-aanduiding die in eerste aanleg op de kaart was ingetekend op diverse plekken is aangepast.
Op een aantal plekken is gekozen voor een zone die meer ruimte voor recreatie biedt, op andere locaties wordt juist ingezet op meer rust. Er is ook uitgebreid gesproken over te nemen matregelen op de terreinen van Staatbosbeheer. In het grootste deel van de bosgebieden zijn er geen wijzigingen. Met name bij de open terreinen zoals de Grote Ark en de heide aan de Arnhemse Karweg zal meer rust gecreëerd worden (verwijderen kleine parkeerterreintjes, verleggen wandelpaden en opheffen illegale paadjes). Andere voorbeelden van maatregelen zijn het verwijderen van een wandelpad over de Stroesche heide, het beter beschermen van het Watergraafsmeertje en een kwaliteitsimpuls voor het hondenlosloop– gebied gelegen aan de N344. In de toekomst wordt nog gekeken naar het afwaarderen van enkele doorgaande zandwegen in het bos en naar het actualiseren van routenetwerken binnen en buiten de Natura 2000begrenzing. Deze zijn opgenomen als onderzoeksmaatregelen in het maatregelprogramma recreatiezonering en zal in samenspraak met gebruikers worden opgepakt. Voor het toekomstig gebruik van het gebied is ook de ontwikkeling van de zone tussen Krachtighuizen en landgoed Schovenhorst tot ‘Putter Poorten’ van belang. Dit is een project van gemeente Putten e.a., met als doel betere geleiding van recreatief gebruik, inclusief het ontwikkelen van ontvangstlocaties.
Hiervoor wordt een bijdrage uit de Regio Deal Veluwe aangevraagd. Ook ontwikkeling van het gebied Veenhuizerveld, net ten westen van het Natura 2000-gebied is relevant. Dit is een project van diverse partijen onder regie van de provincie, bedoeld om invulling te geven aan doelen als een ecologische verbindingszone, natuurinclusieve landbouw en verbetering van het landschap. Veenhuizerveld biedt goede kansen voor recreatieontwikkeling, die de druk op het Natura 2000-gebied kan verminderen. In het gebiedsproces zijn nog diverse andere ideeën geopperd, die in de toekomst mogelijk uitwerking krijgen: elektrisch vervoer tussen drukbezocht (ontvangst)locaties, het gemeentebos van Putten aan de Domeinenweg verder ontwikkelen tot een biodivers buurtbos met o.a. voedselbos en wildakkers, en het inrichten van daartoe geschikte locaties voor wildobservatie.
39
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Sluippaadje door heideterrein
8.6
Veluwezoom/Posbank
De Veluwezoom bij Rheden en Rozendaal heeft een grote recreatieve aantrekkingskracht. In het bijzonder de Posbank, met zijn bijzondere afwisseling van heide, bossen, landgoederen en heuvels, trekt ieder jaar grote hoeveelheden bezoekers. Deze bezoekersstromen brengen overlast met zich mee. De druk op de natuur neemt toe en de leefbaarheid voor omwonenden staat steeds meer onder druk. De gemeente Rheden en de gemeente Rozendaal maken daarom samen met Natuurmonumenten een plan voor de toekomst. Dit zogenoemde Masterplan heeft als doel om te komen tot meer evenwicht tussen recreatie, natuur en omgeving in dit deel van de Veluwezoom. In het kader van het Masterplan wordt gesproken met verschillende belangenorganisaties, bewoners en ondernemers. Er zijn wensen en ideeën opgehaald en scenario’s opgesteld.
In het proces dat hiervoor is georganiseerd is ook de recreatiezonering in het gebied geagendeerd. Omdat Natuurmonumenten in het gebied al langjarig bezig is met het in balans brengen van recreatie en natuur weerspiegelt de zoneringskaart in dit gebied grotendeels de bestaande indeling van het gebied.
Edelherten op de Posbank. Fotografie: D. Vermeulen
40
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
8.7
Wolfheze
Wolfheze kent een eeuwenoud landschap met imposante bossen, heidevelden, kronkelende beeklopen, voormalige landbouwgronden en smalle paadjes. Terreineigenaar Natuurmonumenten wil investeren in de kwaliteit van het gebied rond Wolfhezer heide. Voor de aan de heide gebonden soorten is het van belang dat er extra rust wordt gecreëerd. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de bijzondere populatie reptielen en vogels, ook op de randen waar de heide overgaat in bos. De Wolfhezer heide kent één van de grootste adderpopulaties van het land. Deze wordt in haar bestaan bedreigd omdat de heide wordt doorsneden door wandelpaden. Hierdoor is er onvoldoende genetische uitwisseling in de populatie. Het bosgebied rondom Wolfheze kent nu nog een hoge fijnmazigheid aan paden, dit is niet gunstig voor onder andere de (broedende) vogelsoorten. De ambitie is om van Wolfheze een rustiger natuurterrein te maken met extensief recreatief medegebruik (zone C/C*). Tegelijkertijd moeten de hoogtepunten beleefbaar blijven en moet de mogelijkheid voor wandeling van verschillende lengtes blijven bestaan. Met bewoners, lokale natuurorganisaties en gebruikersgroepen is besproken hoe de padenstructuur en de parkeersituatie bij Wolfheze het beste aangepakt kunnen worden. Hiervoor is eerst een online bijeenkomst georganiseerd waarin alle belanghebbenden konden deelnemen.