St. t.k.n. nr. 1. Bijlage Recreatiezoneringsplan Veluwe
Tekst van het document
Recreatiezoneringsplan Veluwe Natuur beschermen én beleven
mei 2022
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Inleiding Waarom recreatiezonering Doel van het Recreatiezoneringsplan Bouwstenen van het Recreatiezoneringsplan Reikwijdte en beoogde werking van het Recreatiezoneringsplan Lange termijn opgave Leeswijzer
4 4 5 5 6 6 6
2 2.1 2.2 2.3
Wettelijke en beleidsmatige context van het Recreatiezoneringsplan Recreatiezoneringsplan onderdeel van het Beheerplan Natura 2000 Veluwe Recreatiezonering deel van bredere aanpak verbetering natuurkwaliteit Relatie met toeristisch-recreatieve ontwikkeling en beleid Veluwe
7 7 7 8
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4
Totstandkoming Recreatiezoneringsplan Betrokken en belanghebbende partijen Fases in de planvorming Fase 1 Ontwikkelen conceptzonering Fase 2 Uitwerken zoneringsmaatregelen Fase 3 Besluitvorming Fase 4 Uitvoering
10 10 11 11 12 12 13
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Methodiek achter de recreatiezonering Totstandkoming zoneringsmethodiek Ruimtelijke indeling in vier zones Vuistregels voor sturen recreatief gebruik Zeven categorieën zoneringsmaatregelen
14 14 14 16 17
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Recreatiezoneringskaart: de ambitie Zoneringskaart: weergave gewenste situatie Overall kaartbeeld Ligging van de zones Inhoudelijke onderbouwing van de zoneringskaart Doorkijk naar de toekomst
19 19 20 22 22 24
6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.3 6.4
Maatregelprogramma: de aanpak Karakter van het maatregelprogramma Overall beeld van de maatregelen Maatregelen voor inrichting, onderhoud en onderzoek Inzoomen op inrichtingsmaatregelen Inzoomen op onderzoeksmaatregelen Maatregelen en vergunningplicht Doorkijk naar de toekomst
25 25 25 25 26 27 28 29
7 7.1 7.1.1 7.1.2 7.2
Effect van de recreatiezonering Verwacht effect op natuurkwaliteit Toelichting gebieden met ‘mismatch’ recreatiezonering met ideaalsituatie voor vogelsoorten Nulmeting maaswijdte Verwacht effect op belevingskwaliteit
30 30 31 32 32
8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7
Inzoomen op gebieden: proces en resultaat lokale gebiedsprocessen De Haere Heideterreinen Ermelo Hulshorster- en Beekhuizerzand Omgeving Kootwijk Putten, Garderen, Voorthuizen Veluwezoom/Posbank Wolfheze
34 34 35 36 37 39 40 41
2
Recreatiezoneringsplan Veluwe
9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.5.1 9.5.2 9.5.3 9.5.4 9.5.5 9.5.6 9.5.7 9.6
Uitvoering van het Recreatiezoneringsplan Rollen en verantwoordelijkheden betrokken partijen Financiering Monitoring en evaluatie Communicatie Aandachtspunten voor de toekomst Loslopen van honden op de Veluwe Terreinfietsen: MTB en gravelbiking Afstemming openstellingsbeleid Geharmoniseerd evenementenbeleid Openbare (zand)wegen Toezicht en handhaving Samenwerking met Defensie Blijvende samenwerking rondom recreatiezonering
Bijlagen Bijlage 1: Toelichting op betrokkenheid partners en stakeholders Bijlage 2: Toolbox recreatiezoneringsmethodiek Bijlage 3: Ecologische onderbouwing recreatiezonering Bijlage 4: Onderbouwing toeristisch-recreatieve kaarten Bijlage 5: Maatregeltabel (Toelichting kolom N2000-doel)
3
Recreatiezoneringsplan Veluwe
42 42 42 43 45 46 46 47 47 47 48 48 48 49 50 51 53 56 68 73 97
1 Inleiding 1.1
Waarom recreatiezonering
De Veluwe is een groot en zeer waardevol natuurgebied. De uitgestrekte zandverstuivingen, heidevelden, bossen, vennen en beken zijn vanuit natuuroogpunt van internationaal belang. De Veluwe is dan ook aangewezen als Natura 2000-gebied. Natura 2000 is een Europees netwerk van waardevolle natuurgebieden, waarin de natuur extra beschermd wordt. De Veluwe is, mede dankzij de prachtige natuur, ook een zeer populaire recreatiebestemming. Niet alleen voor direct omwonenden, maar ook voor recreanten elders uit Nederland en uit het buitenland. De aantallen (binnen- en buitenlandse) toeristen en dagrecreanten nemen bovendien toe. We willen graag dat al deze mensen van de natuur kunnen blijven genieten en dat beleving van de Veluwe gewaarborgd kan blijven. Tegelijkertijd moeten we constateren dat het niet goed gaat met de natuur op de Veluwe, veel dieren- en plantensoorten hebben het moeilijk. Dit heeft verschillende oorzaken. Depositie van stikstof, verdroging, klimaatverandering en versnippering van natuur spelen een belangrijke rol. Daarnaast heeft ook verstoring door menselijke activiteiten negatieve effecten op de natuur. Als het gaat om verstoring, dan is recreatie een factor van belang¹.
Het recreatief gebruik op de Veluwe is divers: fietsen (ook mountainbike en e-bike), paardrijden, wandelen, hondenuitlaat, hardlopen, vliegeren, zweef- en modelvliegen, ballonvaren, motorcross, ecologisch toerisme (natuurfotografie en wildspotters), festivals en evenementen. In dit plan zal de term ‘recreant’ regelmatig gebruikt worden. Het is een koepelterm die verwijst naar alle groepen die recreatief gebruik maken van de Veluwe, van wandelaars tot paardrijders, en van bewoners van de Veluwe die de natuurterreinen bezoeken tot mensen ‘van buitenaf’. De mate waarin recreatie negatieve effecten op de natuur heeft, is afhankelijk van de locatie, van de intensiteit van het recreatief gebruik en van de frequentie van het bezoek. De aard van de verstorende effecten op natuur loopt ook uiteen. Denk aan het vertrappen van planten, het overrijden van reptielen en het verontrusten van wild en vogels. Om de natuur op de Veluwe te beschermen is een goede balans tussen recreatie en natuur nodig. Dit Recreatiezoneringsplan moet daaraan bijdragen. De drukte op de Veluwe heeft niet alleen negatieve effecten op de natuur, maar ook op de belevingswaarde en recreatieve kwaliteit van het gebied. Verschillende groepen bezoekers ondervinden in toenemende mate hinder van elkaar.
Dit komt de beleving niet ten goede, leidt tot onderlinge spanningen en tot een groeiend aantal klachten bij natuurterreinbeheerders. Het goed ‘geleiden’ van verschillende recreatiestromen, zodat iedereen optimaal kan genieten van de Veluwe natuur is een punt van aandacht. Ook voor ondernemers op en rondom de Veluwe is het op peil houden en verbeteren van de belevingskwaliteit van belang. Uitgangspunten Recreatiezoneringsplan De Veluwe is het grootste aaneengesloten natuurgebied op land van Nederland. De Veluwe is geliefd bij de recreanten, het gebied wordt op veel manieren ‘gebruikt’. In het verleden is niet veel regie gevoerd op de ruimtelijke verdeling van dat gebruik. Met het steeds intensiever worden van het recreatief gebruik van de Veluwe en de ambities om meer voor kwaliteit in plaats van kwantiteit te kiezen is meer sturing nodig. Dit wordt uiteraard ook ingegeven door het kunnen behalen van de instandhoudingsdoelen voor natuur. Provincie Gelderland pakt nu deze regierol op in het kader van de N2000-opgaven. De achterliggende gedachte bij de zonering is dat in het centrale deel van de Veluwe ruimte moet zijn voor enkele grote, echt rustige gebieden. Deze worden niet doorsneden door drukke infrastructuur en zijn niet versnipperd door bebouwing.
Hier kan de relatieve rust door het nemen van zoneringsmaatregelen verder toenemen zodat de geschiktheid van deze gebieden voor kritische soorten (gidssoorten) toeneemt. Aan de randen van de Veluwe is vanouds al veel reuring en intensief recreatief gebruik. Voor de dorpen op de Veluwe geldt dat in wat mindere mate maar ook rond de dorpen zijn meer recreatieve voorzieningen en intensiever gebruik van de natuur mogelijk. Daarnaast speelt nog mee dat de aard van het recreatief gebruik verandert; in het verleden was wandelen en fietsen de standaard, daar is ruiteren later bijgekomen. Activiteiten vooral gericht op beleven en genieten van
1
4
Andere menselijke activiteiten die op de Veluwe verstoring veroorzaken zijn bijvoorbeeld verkeer, evenementen, militair gebruik en (noodzakelijk) natuurbeheer.
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
de natuur. Tegenwoordig komt er bij een aspect bij; het moet spannend zijn, een uitdaging bijvoorbeeld door vervoermiddelen die je thuis niet hebt. Bovendien maakt de elektrificeren van fietsen (in allerlei typen) de actieradius van recreanten groter. Bij veel nieuwe ontwikkelingen is de functie van natuur verschoven in de richting van het faciliteren van de activiteit en functioneert natuur veel meer als decor. Uitgangspunt in dit Recreatiezoneringsplan is dat je daarvoor niet de meest kwetsbare natuur moet gebruiken. We zoeken hiermee naar goede balans tussen natuur en recreatie waar voor iedereen iets te beleven valt. De wettelijke basis voor dit Recreatiezoneringsplan is gelegen in de Wet natuurbescherming en in het kader dat geldt voor bescherming van Natura 2000-gebieden. Doelstellingen voor natuur- en soortenherstel zijn dan ook leidend geweest voor de inhoud van dit Recreatiezoneringsplan. Tegelijkertijd is gezocht naar een zonering die ook bijdraagt aan de recreatieve kwaliteit van de Veluwe en een optimale beleving voor recreanten. Daarnaast moet de recreatiezonering verenigbaar zijn met andere belangen en taken van terreineigenaren op de Veluwe, bijvoorbeeld op het gebied van cultuurhistorie, grondwaterbescherming, natuurbrandpreventie of bosexploitatie.
Om te borgen dat al deze doelen gediend worden, is het Recreatiezoneringsplan in nauwe samenspraak tussen de partners tot stand gekomen (zie voor de processamenwerking hoofdstuk 3).
1.2
Doel van het Recreatiezoneringsplan
1.3
Bouwstenen van het Recreatiezoneringsplan
Het doel van de recreatieve zonering is het bereiken van een duurzaam evenwicht tussen de natuurkwaliteit van de Veluwe en de beleving van de Veluwenatuur. De mogelijkheid voor recreanten om de natuur op de Veluwe te beleven is belangrijk en moet blijven bestaan. Tegelijkertijd vraagt de achteruitgang van verschillende (wettelijk beschermde) soorten om aanpassingen in het huidige recreatieve gebruik: niet alles kan overal. Het Recreatiezoneringsplan brengt in beeld waar meer ruimte is voor recreatie en op welke plekken de natuur extra rust en ruimte nodig heeft. Het plan laat ook zien welke maatregelen genomen moeten worden om te komen tot die betere balans tussen de aanwezigheid van mensen en bescherming van de natuur.
Het Recreatiezoneringsplan bestaat uit twee bouwstenen: 1 de recreatiezoneringskaart 2 de recreatiezoneringsmaatregelen
De recreatiezoneringskaart geeft in grote lijnen weer op welke plek meer nadruk ligt op recreatie en op welke plek meer op natuur. De recreatiezoneringskaart brengt daarmee in beeld welke intensiteiten en recreatieve faciliteiten op welke plek passend zijn. Deze ruimtelijke herschikking van recreatieniveaus, zorgt dat de natuurdoelen gewaarborgd worden én dat de kwaliteit van natuurbeleving verbetert. Dat is echter alleen het geval als de recreatiezoneringskaart ook doorwerking krijgt in de natuurterreinen zelf. Daarvoor moeten zoneringsmaatregelen genomen worden. Op sommige plekken zijn de recreatiezoneringsmaatregelen vooral gericht op het realiseren van meer rust voor de natuur, op andere plekken worden maatregelen ook genomen voor het verbeteren van de recreatieve kwaliteit. De afgelopen jaren zijn er door terreineigenaren/-beheerders op de Veluwe al diverse maatregelen genomen voor een beter evenwicht tussen recreatie en natuur en voor het beter op elkaar afstemmen van verschillende recreatievormen. De meerwaarde van dit plan is dat deze inspanningen geïntensiveerd en op elkaar afgestemd worden, zodat ze meer effect hebben op natuur én recreatieve kwaliteit in het gehele Natura 2000-gebied Veluwe.
5
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
1.4
Reikwijdte en beoogde werking van het Recreatiezoneringsplan
Geografisch heeft het Recreatiezoneringsplan alleen betrekking op het als Natura 2000 begrensde deel van de Veluwe. Inhoudelijk gaat het plan alleen over dagrecreatie. In het Recreatiezoneringsplan zijn maatregelen opgenomen die bijvoorbeeld betrekking hebben op de aanwezigheid van fiets- en wandelpaden, op recreatieve routenetwerken, faciliteiten als bankjes en picknickplaatsen, informatievoorziening voor recreanten, toezicht en handhaving, etc. De recreatiezonering biedt een inhoudelijk basis voor het maken van keuzes ten aanzien van routeontwikkeling op de Veluwe, bezoekersmanagement, parkeerbeleid, evenementenbeleid etc. De zoneringskaart laat zien op welke plekken recreatieve waarden verder ontwikkeld kunnen worden, omdat de natuur daar tegen een stootje kan en waar daarvoor minder ruimte is. Het Recreatiezoneringsplan geeft daarmee invulling aan de ambitie uit de VeluweAgenda 2030 om de recreatieve belevingswaarde te versterken en tegelijkertijd ook te voorkomen dat natuur, landschap en erfgoed door toerisme verder onder druk komen te staan. (zie ook paragraaf 2.3) Het Recreatiezoneringsplan geeft daarmee ook een kader voor de toetsing van vergunningen op het aspect verstoring. Het plan heeft nadrukkelijk geen directe planologische werking en doet geen uitspraken over bestemmingen (zie verder paragraaf 2.1).
1.5
Lange termijn opgave
De recreactiezoneringsopgave op de Veluwe is groot. Integrale recreatiezonering is bovendien nieuw op de Veluwe. Het is een proces waarin partijen samen inzicht en ervaring opdoen. Bij aanvang van het proces in 2019 constateerden de samenwerkende partijen dan ook dat het plan eind 2021 niet voor alle terreinen tot in detail uitgewerkt kon zijn. Op sommige plekken hangt de recreatiezonering nauw samen met andere ontwikkelingen, bijvoorbeeld de realisatie van ontvangstlocaties. Het goed inhoudelijk op elkaar laten aansluiten van dergelijke processen kost tijd. Ook zal het gesprek over en optimale afstemming tussen natuurwaarden en recreatief gebruik de komende jaren voortgaan en nieuwe inzichten opleveren. Zoneringsambities die eerst niet zinvol of haalbaar leken, kunnen over enkele jaren mogelijk heel anders bezien worden. Ook wordt de natuur, na voldoende herstel, op sommige plekken wellicht weerbaarder waardoor er daar weer meer ruimte komt voor menselijke activiteit. We weten, met andere woorden, nog niet alles. Tegelijkertijd is het nemen van maatregelen urgent en willen partijen al op korte termijn de eerste verbeteringen in de terreinen doorvoeren. We kiezen er daarom voor om het plan vast te stellen, in de wetenschap dat de zoneringskaart in de toekomst nog kan wijzigen en dat het maatregelprogramma nog niet helemaal compleet is.
Langer wachten is niet goed voor de Veluwe natuur. De komende jaren blijft er ruimte voor aanscherping van het plan en voor het door ontwikkelen van de planuitvoering. De effecten van de recreatiezonering zullen worden gemonitord, terreineigenaren gaan merken hoe de zonering in de praktijk uitwerkt en gebruikers van de Veluwe zullen hun ervaringen terugkoppelen. Het komen tot een optimale balans tussen natuur en recreatie is een opgave voor de lange termijn en blijft de komende jaren nog werk in uitvoering.
1.6
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk wordt de wettelijke en beleidsmatige context van het Recreatiezoneringsplan geschetst. Hoofdstuk 3 gaat vervolgens in op de totstandkoming van het Recreatiezoneringsplan en de daarbij betrokken partijen. Hoofdstuk 4 beschrijft de gehanteerde methodiek voor recreatiezonering op de Veluwe. Hoofdstuk 5 gaat over de recreatiezoneringskaart, feitelijk de visie op zonering van de Veluwe. Hoofdstuk 6 gaat over de zoneringsaanpak: het maatregelprogramma waarmee de opgestelde recreatiezonering in de praktijk gebracht gaat worden. Hoofdstuk 7 geeft een vooruitblik naar de te verwachten effecten van de recreatiezonering, voor de natuur en voor de belevingskwaliteit. In hoofdstuk 8 wordt ingezoomd op enkele specifieke deelgebieden van de Veluwe. De uitvoering van dit Recreatiezoneringsplan komt aan de orde in hoofdstuk 9.
6
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
2 Wettelijke en beleidsmatige context van het Recreatiezoneringsplan Het Recreatiezoneringsplan Veluwe staat niet op zichzelf. In dit hoofdstuk wordt eerst de koppeling met het Beheerplan Natura 2000 Veluwe toegelicht (§ 2.1). In §2.2 wordt beknopt uitgelegd hoe de recreatiezonering zich verhoudt tot de bredere aanpak voor natuurherstel op de Veluwe. Paragraaf 2.3 schetst de relatie met beleid en programma’s op het gebied van recreatie en toerisme.
2.1
Recreatiezoneringsplan onderdeel van het Beheerplan Natura 2000 Veluwe
Voor ieder Natura 2000-gebied wordt op grond van de Wet natuurbescherming een beheerplan opgesteld. Het beheerplan maakt inzichtelijk welke natuurdoelen nagestreefd worden, geeft aan hoe de aanwezige natuur het best beschermd kan worden en beschrijft mogelijkheden om de natuur verder te ontwikkelen. Het beheerplan maakt ook inzichtelijk welke activiteiten wel en niet zijn toegestaan in het Natura 2000gebied en onder welke condities. Op 23 januari 2018 werd door Gedeputeerde Staten het Beheerplan Natura 2000 Veluwe vastgesteld. In het Beheerplan Natura 2000 Veluwe is vastgelegd dat een betere afstemming tussen natuur en recreatie nodig is om enerzijds de Natura 2000-doelen te kunnen halen en anderzijds ruimte te kunnen bieden aan diverse vormen van natuurbeleving en recreatie. Om dit te bereiken moet een Recreatiezoneringsplan opgesteld worden, zo concludeert het beheerplan (zie beheerplanmaatregel M22). Aan deze opdracht wordt met dit voorliggende Recreatiezoneringsplan voldaan. Doordat het Recreatiezoneringsplan onderdeel vormt van het Natura 2000-beheerplan stellen Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland het Recreatiezoneringsplan vast. De koppeling met het Natura 2000-regime maakte ook dat een regierol van de provincie voor de hand lag in de totstandkoming van dit Recreatiezoneringsplan.
Het Recreatiezoneringsplan valt, als onderdeel van Beheerplan Natura 2000 Veluwe, onder de werking van de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarmee zal, bij toekomstige vergunningverlening voor aanleg van (dag) recreatieve voorzieningen, het zoneringsplan een belangrijk toetsingskader gaan vormen. In de praktijk zal dit leiden tot meer onderscheid binnen het huidige eenvormige Natura 2000-kader. Ten opzichte van de oude situatie betekent dit dat het op de ene plek eenvoudiger zal zijn om een vergunning te krijgen voor een dagrecreatieve activiteit/voorziening terwijl het op een andere plek – met meer verstoringsgevoelige natuur– waarden – juist moeilijker wordt. Er gaat van het Recreatiezoneringsplan geen direct ruimtelijk sturende werking uit: er wordt geen planologische ruimte gecreëerd voor nieuwe functies en het plan gaat niet over bestemmingen. Voor bijvoorbeeld de uitbreiding van een toeristische attractie blijft de Wnb-vergunningplicht onverminderd van kracht. Het recreatiezoneringsplan heeft geen externe werking. Dit betekent dat de aanwezigheid van een bepaalde zone binnen het Natura 2000-gebied geen toetsingskader biedt voor een ontwikkeling buiten de Natura 2000-begrenzing. Het Recreatiezoneringsplan heeft ook geen rechtstreekse doorwerking in gemeentelijke bestemmingsplannen en Omgevingsvisies, tenzij gemeenten daar zelf voor kiezen.
Het bereiken van een goede balans tussen natuur en recreatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en hierin is een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten. Het gaat dan niet alleen om een rol in de uitvoering van het Recreatiezoneringsplan maar ook door in aanpalende beleidsterreinen, via de gemeentelijke beleidslijnen en plannen, te sturen op dezelfde doelstelling.
2.2
Recreatiezonering deel van bredere aanpak verbetering natuurkwaliteit
De urgentie voor recreatiezonering komt voort uit de achteruitgang van de Veluwenatuur. In hoofdstuk 1 is benoemd dat recreatieve verstoring niet de enige oorzaak is voor de achteruitgang van plant- en diersoorten op de Veluwe. Vooral de grote hoeveelheid stikstof die vanuit landbouw, industrie en verkeer neerslaat op het natuurgebied en de toenemende verdroging hebben negatieve effecten op de kwaliteit van de habitats waar verstoringsgevoelige soorten van oudsher voorkomen. Verminderen van verstoring kan een belangrijke bijdrage leveren aan het herstel van kwetsbare (Natura 2000) soorten, maar verbetering van de habitatkwaliteit blijft cruciaal. Recreatiezonering is daarom niet het enige spoor in de aanpak van het herstel van de natuur. Er wordt op provinciale schaal gewerkt aan systeemgerichte maatregelen voor verbetering van de natuurkwaliteit: stikstofmaatregelen en verdrogingsbestrijding staan daarin centraal. Belangrijk in dit verband is het programma Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) dat is vastgesteld in juli 2021. Hierin hebben provincie en
7
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
GMS-partners afspraken gemaakt over maatregelen die zorgen voor een afname van Gelderse stikstofbronnen in 2025 en voor het sterker maken van de natuur, onder andere via verdrogingsbestrijding. Op landelijk niveau zijn de te behalen resultaten voor het verminderen van de stikstofbelasting op natuurterreinen geregeld in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Op het niveau van het Natura 2000-gebied Veluwe zelf wordt gelijktijdig gewerkt aan programma’s met herstelmaatregelen voor specifieke natuurtypen en soorten (zie afbeelding hieronder). Denk bijvoorbeeld aan maatregelen voor het verbeteren van de bosstructuur, zoals laten staan van dood hout, of het openhouden van heidevegetatie. Het Recreatiezoneringsplan is inhoudelijk en procesmatig verweven met deze herstelprogramma’s. Het nemen van natuurherstelmaatregelen loont vooral op plekken waar de verstoringsdruk niet te hoog is en vice versa. Meer informatie over natuurherstel op de Veluwe vindt u op https://www.gelderland.nl/natuuropdeveluwe
Figuur: Samenhangende programma’s voor natuurherstel op de Veluwe
2.3
Relatie met toeristisch-recreatieve ontwikkeling en beleid Veluwe
Het toeristisch-recreatieve belang van de Veluwe is groot. Niet alleen voor bewoners en bezoekers, maar ook voor de lokale economie. In 2018 stelden Gedeputeerde Staten de koersnotitie ‘Beleef het in Gelderland’ vast. In de Koersnotitie staat, in lijn met landelijke adviesrapporten, de verschuiving van een kwantitatieve naar een kwalitatieve benadering van recreatie en toerisme centraal: van bestemmingspromotie naar bestemmings– management en -ontwikkeling. In de VeluweAgenda 2030 is dit verwoord als: “Een bredere kijk op recreatie en toerisme, waarbij het niet meer in de eerste plaats gaat om het trekken van meer bezoekers, maar om meer kwaliteit. Wij zien toerisme vooral als een middel om de Veluwse natuur, economie en samenleving te versterken.” De recreatiezonering draagt bij aan dit streven naar kwaliteitsverbetering. In lijn met de ambities uit de VeluweAgenda wordt door de samenwerkende Veluwepartijen hard gewerkt aan het optimaliseren van de recreatieve ontwikkelingen op en rondom de Veluwe. Dit gebeurt via verschillende programma’s en sporen. Belangrijk zijn het spoor van de Veluwse Belevingsgebieden, Bestemmingsmanagement/ de ontwikkeling van Veluwse ontvangstlocaties, het programma Vitale Vakantieparken, de activiteiten van het Routebureau Veluwe en de activiteiten van de Taskforce financiering recreatieve infrastructuur Veluwe.
Tijdens het opstellen van het Recreatiezoneringsplan is uitgewisseld en afgestemd met deze initiatieven om te zorgen dat ze elkaar kunnen versterken in hun intentie en in hun doorwerking. Zo is de programmalijn ‘Bestemmingsmanagement/ontvangstlocaties’ gericht op sturing van dagrecreatie naar daartoe aangewezen zones op de Veluwe. De recreatiezoneringskaart vormt daarvoor de basis, bijvoorbeeld door alleen grotere ontvangstlocaties te ontwikkelen op plekken waar voldoende ruimte is voor recreatief medegebruik van de natuur.
8
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Recreanten bij Hoog Buurlo. Fotografie: Eric Klein Lebbink
9
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
3 Totstandkoming Recreatiezoneringsplan Het Recreatiezoneringsplan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met een groot aantal partijen op de Veluwe. In § 3.1 worden de betrokkenen en belanghebbenden benoemd. De verschillende fases in de planvorming zijn beschreven in § 3.2.
3.1
Betrokken en belanghebbende partijen
Recreatiezonering op de Veluwe is van belang voor een groot aantal partijen en vraagt ook om de betrokkenheid van veel verschillende belanghebbenden. Terreineigenaren (grote terreinbeheerders, gemeenten, landgoederen, particuliere eigenaren) Terreineigenaren hebben een centrale rol gespeeld in de ontwikkeling van recreatiezonering. Het is immers hun bezit dat de collectieve waarde van natuur en recreatieve beleving voortbrengt waar andere belanghebbenden gebruik van maken. Het zijn ook hun terreinen waarop de zoneringsmaatregelen uiteindelijk in de praktijk gebracht worden. Het grondeigendom in Natura 2000-gebied de Veluwe is verdeeld over bijna 8.000 verschillende rechtspersonen en natuurlijke personen, een deel van de eigendommen is zeer beperkt van oppervlakte. Om uiteenlopende redenen, zoals het ontbreken van contactgegevens en de beperkt beschikbare doorlooptijd voor planvorming, konden deze niet allemaal betrokken worden in de planvorming. Voor kleinere terreineigenaren heeft de recreatiezonering bovendien weinig tot geen consequenties. Er is daarom gekozen om hun belangen te laten behartigen via de koepelorganisatie Gelders Particulier Grondbezit (GPG) en het Grondeigenaren Overleg Veluwe (GOV).
Daarnaast is aan de Bosgroep Midden Nederland opdracht verstrekt om actief contact op te nemen met particuliere eigenaren voor wie de recreatiezonering mogelijk wel van direct belang is. Zij hebben hun wensen met betrekking tot de zonering via de Bosgroep kunnen doorgeven. Daarnaast hebben enkele particuliere eigenaren zich direct bij de provincie gemeld, bijvoorbeeld nadat zij via een gebiedsproces betrokken waren geraakt. Al met al waren met name grote eigenaren/ beheerders actief in het proces betrokken: Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Geldersch Landschap en Kasteelen, Rijksvastgoedbedrijf/Defensie, Nationaal Park De Hoge Veluwe, Kroondomein Het Loo, Vitens, diverse grote landgoederen, verschillende particulieren met grotere eigendommen en Veluwse gemeenten met grondeigendom in de Natura 2000-begrenzing: Arnhem, Apeldoorn, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Putten, Oldebroek, Renkum, Rheden, Rozendaal, Wageningen. Gemeenten (in andere rollen dan die van terreineigenaar) Behalve als grondeigenaar van natuurterreinen brachten gemeenten lokale publieke belangen in bij het ontwikkelen van de recreatiezonering. Bijvoorbeeld het belang van inwoners bij een aantrekkelijke leefomgeving, bij voldoende recreatiemogelijkheden en bij een goede bereikbaarheid.
Daarnaast is er voor de gemeenten het economisch belang van het lokale toerisme. Gemeenten hebben ook een belangrijk rol in relatie tot de infrastructuur op de Veluwe. Openbare gemeentelijke wegen, fietspaden en parkeerplaatsen vallen onder de gemeentelijke bevoegdheid en zijn van groot belang voor de geleiding van recreanten over de Veluwe. Bewoners van de Veluwe Niet alleen aan de randen van het natuurgebied maar ook midden op de Veluwe wonen mensen. De Veluwenatuur is voor hen van groot belang om te recreëren, te sporten, rust te vinden, voor hun werkgelegenheid of letterlijk als achtertuin. Het aantal ‘Veluwebewoners’ is groot en de door hen gevoelde betrokkenheid bij de ontwikkeling van het natuurgebied loopt uiteen. In het verlengde hiervan waren bewoners ook op verschillende manieren betrokken bij de vormgeving van het Recreatiezoneringsplan. Soms heel direct in gesprekken over de gewenste zonering(smaatregelen) op een locatie, soms indirect. Bijvoorbeeld vertegenwoordigd door gemeenteraden, door dorpsraden, ‘plaatselijk belang’ of platforms van bewoners. Gebruikers van de Veluwe Hierbij kan gedacht worden aan fietsers, ATB-ers, wandelaars, ruiters en menners, hondenbezitters, etc.
Hun betrokkenheid bij de planvorming verliep voor een deel via periodiek overleg met de koepelorganisaties (ANWB, NTFU, KNHS, Wandelnet, Fietsplatform) en kreeg voor een ander deel gestalte via locatie-specifiek overleg met lokale vertegenwoordigers van de gebruikersgroepen.
10
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Natuurorganisaties Gedurende het planvormingsproces is het gesprek gevoerd met regionale en lokale natuurorganisaties zoals IVN (verschillende afdelingen), Natuur en Milieu Gelderland, afdelingen van de KNNV, vogelwerkgroepen en diverse stichtingen en verenigingen. De gesprekken vonden plaats in de verschillende gebiedsprocessen en tijdens speciaal voor deze groep georganiseerde bijeenkomsten. Ondernemers Op en rondom de Veluwe. Ook voor ondernemers in verblijfs- en dagrecreatie, horeca, cultuursector en marketing geldt dat hun betrokkenheid enerzijds via landelijke koepels en anderzijds lokaal is vormgegeven. Vooral voor ondernemers in verblijfsrecreatie is de zonering relevant. Daarom zijn met behulp van lokale toeristische platforms en koepelorganisatie HISWA/ Recron gesprekken georganiseerd tussen terreinbeheerders en individuele ondernemers. Aanpassingen in de recreatieve kwaliteit, toegankelijkheid en gebruiksintensiteit van delen van de Veluwe hebben op verschillende manieren invloed op de persoonlijke, collectieve, financiële en economische belangen van bovengenoemde partijen. De genoemde partijen beschikken bovendien over ambities, kennis en ervaring die essentieel zijn gebleken voor de totstandkoming van het Recreatiezoneringsplan. Zonder hun inzet en inbreng was de totstandkoming van een integraal Recreatiezoneringsplan voor de Veluwe niet mogelijk geweest.
Het proces dat samen met bovenstaande partijen is doorlopen, wordt geschetst in paragraaf 3.2.
3.2
Fases in de planvorming
In paragraaf 2.1 werd al genoemd dat de provincie – vanuit de verantwoordelijkheid voor het behalen van de Natura 2000-doelen op de Veluwe – een regisserende en besluitvormende rol heeft in de totstandkoming van het Recreatiezoneringsplan. Het opstellen van de recreatiezonering is echter in nauw partnerschap met de Veluwse terreineigenaren/-beheerders en gemeenten gebeurd. In alle fasen van de planvorming is gezamenlijk opgetrokken. Niet alleen met de provincie maar ook onderling hebben gemeenten en terreineigenaren intensief met elkaar het gesprek gevoerd over de mogelijkheden om te komen tot een optimale balans tussen recreatie en natuur. De totstandkoming van het Recreatiezoneringsplan verliep via vier fases en een ‘tussenfase’:
Figuur: Fases in de planvorming
3.2.1
Fase 1 Ontwikkelen conceptzonering
In fase 1 zijn in interactie tussen provincie, terreineigenaren en gemeenten eerst afspraken gemaakt over een zoneringsmethodiek waarmee alle partijen uit de voeten konden. De betekenis van de zones en de achterliggende methodiek worden uitgebreider beschreven in paragraaf 4.2. Vervolgens is in werksessies voor vier deelgebieden van de Veluwe door terreineigenaren, gemeenten en provincie een eerste concept-zoneringskaart opgesteld. Daarbij is gekeken naar aanwezige natuur- en belevingswaarden, aanwezige toeristische infrastructuur en recreatief gebruik, ambities voor terreinbeheer en verwachte toekomstige ontwikkelingen. Het ontwerpen van een recreatiezonering op Veluwe-schaal was voor de meeste deelnemers nieuw en vergde bovendien de betrokkenheid van een groot aantal terreineigenaren en gemeenten. Vanwege deze complexiteit is er voor gekozen om andere belanghebbenden (bewoners, gebruikersgroepen, ondernemers) niet direct bij het intekenen van het allereerste concept-kaartbeeld te betrekken. Wel zijn zij in dit stadium geïnformeerd via bijeenkomsten met koepelorganisaties en met brede publiekscommunicatie (social media, website, e-zine, etc.). Zodra met gemeenten en terreineigenaren een eerste globaal beeld verkregen was van de richting van de zonering, is dat gebruikt als startpunt voor het gesprek met een bredere groep betrokkenen.
11
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Tussenfase voor complexe gebieden Bij het ontwikkelen van de eerste concept zoneringskaart werd geconstateerd dat het komen tot een goede recreatiezonering op sommige plekken meer uitdaging oplevert dan op andere locaties. Op sommige plekken vraagt realiseren van een toekomstbestendige recreatiezonering bijvoorbeeld om uitvoering van complexere maatregelen, of de visies van verschillende belanghebbende partijen over de gewenste recreatieintensiteiten lopen er uiteen. Op aandringen van Provinciale Staten is daarom een ‘tussenfase’ ingelast waarin, voor de meer complexe gebieden, belanghebbenden zoals bewoners en gebruikersgroepen nadrukkelijk uitgenodigd zijn om eerst mee te praten over de zonering zelf en daarna over de uitwerking daarvan. Hiervoor zijn gebiedsprocessen of gebiedsgesprekken georganiseerd. Soms gingen deze gesprekken met een brede groep stakeholders vooral over de concept-zoneringskaart. In andere gevallen gingen de gesprekken niet zozeer over de beoogde recreatie-intensiteit maar vooral over de praktisch te nemen zoneringsmaatregelen. Dit tweede type gebiedsprocessen en -gesprekken viel daarmee voor een belangrijk deel onder fase 2 van het recreatiezoneringsproces.
3.2.2
Fase 2 Uitwerken zoneringsmaatregelen
In fase 2 stond de uitwerking van de concept-zoneringskaart naar in de praktijk te nemen maatregelen centraal. Een kaart draagt op zichzelf niet bij aan een betere balans tussen natuur en recreatie. Die betere balans wordt pas bereikt als daarvoor in de terreinen effectieve zoneringsmaatregelen genomen worden. Denk bijvoorbeeld aan aanpassing van de padenstructuur, het verbeteren van routes of betere communicatie gericht op bezoekers van een terrein. Meer toelichting op de categorieën maatregelen is te vinden in paragraaf 4.4. Op dit moment is nog niet in alle gevallen duidelijk welke maatregelen het best genomen kunnen worden om de recreatiezonering in de praktijk te brengen, bijvoorbeeld omdat dit om aanvullend ecologisch inzicht of om een gebiedsproces vraagt. In het plan zijn daarom ook onderzoeksmaatregelen opgenomen om daarover meer duidelijkheid te krijgen. Op een aantal plaatsen zal de komende jaren verder nagedacht worden over maatregelen. Input hiervoor kan komen uit voortgaande gesprekken met de omgeving en natuurlijk uit de andere herstelprogramma’s in het Beheerplan N2000 Veluwe. Zo kunnen de inzichten die worden verkregen uit de herstelprogramma’s Heide en Stuifzanden helpen bij een verdere maatregelspecificatie.
Er kunnen, met andere woorden, op latere momenten nog maatregelen toegevoegd worden aan het Recreatiezoneringsplan (zie ook hoofdstuk 6 over het maatregelprogramma). Het denken over maatregelen in fase 2 van de planvorming heeft op verschillende locaties tot bijstelling van de concept-zoneringskaart geleid. Bijvoorbeeld wanneer de oorspronkelijk gewenste zonering in de praktijk moeilijk te realiseren bleek. Fase 1 en fase 2 zijn dan ook deels parallel aan elkaar verlopen.
3.2.3
Fase 3 Besluitvorming
De provincie is bevoegd gezag voor het Natura 2000-gebied Veluwe en heeft het beheerplan voor dit gebied vastgesteld. Het Recreatiezoneringsplan is in het Beheerplan Natura 2000 Veluwe opgenomen als maatregel M22. Het Recreatiezoneringsplan is daarom een planuitwerking van het beheerplan. Juridisch gezien bevat het Recreatiezoneringsplan onderdelen waar geen beroep op mogelijk is en onderdelen waar wel beroep op mogelijk is. De provincie het echter belangrijk dat het plan tot stand komt in dialoog met belanghebbenden op de Veluwe. Daarom wordt het plan als afronding van het intensieve participatietraject in zijn volledigheid ter inzage gelegd. Dat betekent dat op alle onderdelen zienswijzen kunnen worden gegeven die GS zal meewegen bij de definitieve vaststelling van het plan. De onderdelen van het Recreatiezoneringsplan die gericht zijn op het soortenherstel op de Veluwe staan daarna niet meer open voor beroep. De onderdelen van het plan die via vaststelling van het plan worden vrijgesteld van een Wnb-vergunning staan wel open voor beroep. Het betreft hier een concrete lijst van maatregelen die niet alleen worden genomen voor natuur maar ook ten behoeve van recreatie. Deze lijst is opgenomen in bijlage 5.
12
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
3.2.4
Fase 4 Uitvoering
Uitvoering is feitelijk geen onderdeel meer van de planvorming maar volgt daar op en is essentieel voor het behalen van de in de plannen gestelde doelen. De uitvoering van het Recreatiezoneringsplan ligt in handen van tientallen partijen en zal een periode van meerdere jaren in beslag nemen (tot 2030). Veel maatregelen kunnen op korte termijn uitgevoerd worden, voor andere maatregelen is meer tijd nodig. Soms omdat het uitvoeren van de maatregel doorlooptijd nodig heeft, soms omdat nog onduidelijk is welke maatregelen het best genomen kunnen worden. Maar ook omdat het borgen van draagvlak voor recreatiezonering vraagt om een groeimodel in de uitvoering. De uitvoering van het Recreatiezoneringsplan vereist met andere woorden een lange adem. Het in goede banen leiden van de implementatie van de recreatiezonering vraagt om een goede planning van de uitvoering en om tussentijds vinger aan de pols houden. Aan de uitvoering is daarom een apart hoofdstuk gewijd: hoofdstuk 9. In bijlage 1 wordt in meer detail inzichtelijk gemaakt hoe de betrokkenheid van verschillende partijen er uit heeft gezien in de verschillende planvormingsfasen.
13
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
4 Methodiek achter de recreatiezonering Om te komen tot een integrale recreatiezonering die past bij de specifieke kenmerken van de Veluwe is een speciale zoneringsmethodiek ontwikkeld. Paragraaf 4.1 beschrijft kort de totstandkoming van de zonerings– methodiek. De vier zones, die het hart vormen van de zonering, worden toegelicht in § 4.2. De afgesproken vuistregels voor het reguleren van recreatiedruk worden kort besproken in § 4.3. Het soort zoneringsmaat– regelen dat genomen kan worden voor het realiseren van gewenste zonering, komt aan de orde in § 4.4.
4.1
Totstandkoming zoneringsmethodiek
4.2
Ruimtelijke indeling in vier zones
De recreatiezoneringsmethodiek is opgesteld in een interactief proces met gebiedspartijen op de Veluwe. De methodiek is oorspronkelijk gebaseerd op een door Staatsbosbeheer ontwikkelde zoneringsindeling voor natuurgebied De Peelvenen. Om de methodiek toe te snijden op de Veluwse situatie is de methodiek getest en doorontwikkeld in een samenwerking tussen gebiedspartijen die betrokken waren bij de ‘Pilot Recreatie– zonering Noord West Veluwe’. In deze pilot hebben Veluweteam, natuur- en bosbeheerders, gemeenten en provincie gezamenlijk verkend wat de vereisten zijn voor een realistische recreatieve zonering die toepasbaar is voor alle terreineigenaren op de Veluwe. Vervolgens is de in de pilot doorontwikkelde methodiek in interactie met eigenaren/beheerders toegepast op de andere deelgebieden van de Veluwe en meermalen besproken in een speciaal daarvoor ingericht ‘methodiekoverleg’. Dit heeft tot verdere aanscherping van de methodiek geleid.
Op de Veluwe is een onderscheid gemaakt naar vier zones met een verschillend karakter en daarbij horende natuurwaarden en recreatie-intensiteiten: Zone A: De poorten van de Veluwe (intensief recreatief gebruik) ‘De poorten van de Veluwe’ liggen dichtbij woonkernen, recreatieve hotspots en verblijfsrecreatie. Er zijn veel recreatieve voorzieningen als horeca, speelterreinen en bezoekerscentra. De gebieden zijn het startpunt van routes voor korte en lange wandelingen, fietstochten en ruitertochten. Er zijn picknickplaatsen en parkeer– gelegenheid. De poorten van de Veluwe zijn bosrijk. Je vindt er vooral algemene diersoorten zoals de grote bonte specht, koolmees, merel en eekhoorn. Zone B: Visitekaartje van de Veluwe (matig intensief recreatief medegebruik) In ‘het visitekaartje van de Veluwe’ vinden we de mooie, toegankelijke Veluwse natuur. Er liggen fiets-, ruiteren wandelpaden die zijn verbonden met paden van zone A en de wat langere gemarkeerde routes zijn hier ook te vinden. Zone B vormt de overgang tussen zones A en C. De dichtheid van de paden is minder dan in zone A, waardoor er meer ruimte is voor de natuur. Je vindt hier soorten die in Nederland nog op veel plaatsen voorkomen maar ook meer zeldzame soorten als de zwarte specht en de boomklever voelen zich hier thuis. Soms zie je het wilde zwijn of edelherten rondlopen.
Zone C en C*: De stille, eindeloze Veluwe (extensief recreatief medegebruik) Hier ervaar je, in de regel, wat verder weg van parkeerplaatsen, dorpskernen en verblijfsrecreatie de ‘stille, eindeloze Veluwe’. In deze gebieden ligt de nadruk op natuurbeleving en de rustige recreatie die daarbij past. Je kunt er wandelen, fietsen en paardrijden, maar er zijn minder paden, routes en bankjes dan in zone A en B. De natuur is minder doorsneden, er zijn grotere aaneengesloten terreinen waar je de natuur echt kunt beleven. Naast bos vind je hier ook uitgestrekte heidevelden en zandverstuivingen. De kwetsbare dieren die hier beschermd worden zijn de zwarte specht, wespendief, draaihals, boommarter en hazelworm. Dalkruid is een voorbeeld van een kwetsbare plant die we hier willen behouden. In de zoneringsmethodiek wordt onderscheid gemaakt tussen zone C en zone C*. In zone C* bevinden zich soorten die nog verstoringsgevoeliger zijn dan in zone C, waardoor in zone C* gestreefd wordt naar een lagere dichtheid aan paden.
14
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Zone D en D*: De ongerepte en kwetsbare Veluwe ((tijdelijk) geen recreatief medegebruik) Hier vinden we de ‘ongerepte en kwetsbare Veluwe’. In zone D kan buiten het broedseizoen gewandeld, gefietst en paardgereden worden. Recreanten zijn daar welkom van half juli tot half maart². De mogelijkheden zijn dan meestal vergelijkbaar met die in een zone C of C*. Tijdens het broedseizoen zijn deze terreinen niet of beperkt toegankelijk. In zone D* is jaarrond geen recreatief gebruik mogelijk. Het grootste deel van deze gebieden was voorafgaande aan de recreatiezonering al niet opengesteld: defensieterreinen, wildrustgebieden en particuliere eigendommen. De gebieden zijn vaak wel beleefbaar vanuit de randen, bijvoorbeeld vanaf uitkijkpunten. Soms is bezoek mogelijk onder leiding van de boswachter. Naast de dieren en planten die ook voorkomen in de zones A tot en met C, worden hier de duinpieper, tapuit, boomleeuwerik, nachtzwaluw, de zandhagedis en edelherten hun rust gegund. En de klokjesgentiaan (belangrijk voor de zeldzame vlindersoort gentiaanblauwtje), rendiermos, orchideeën en beenbreek krijgen hier volop kans om te groeien en bloeien.
Onderstaande Infographic verbeeldt de vier verschillende zones:
D
C
A
B
Figuur: Vier zones op de Veluwe voor balans tussen natuur en recreatie
Zoals hierboven te lezen en te zien, varieert het karakter van de zones van intensief bezocht (A) tot niet toegankelijk (D*). Daarbij moet opgemerkt worden dat alle zone-aanduidingen toegepast worden op een waardevol Natura 2000-gebied. In Natura 2000-gebieden staan natuurbehoud en natuurbeleving standaard en overal voorop. (Nieuwe) activiteiten zonder natuurbeleving, zoals motorcross, drones, muziek/cultuur– evenementen etc. zijn niet, of erg moeilijk te verenigen met de doelen van Natura 2000. De recreatiezoneringskaart wordt besproken in hoofdstuk 5.
2
15
De afsluitingsperiode voor het broedseizoen loopt van 15 maart tot 15 juli. Wanneer de laatbroedende tapuit aanwezig blijkt, dan moet de afgesloten periode worden verlengd tot 1 september.
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
4.3
Vuistregels voor sturen recreatief gebruik
De vier verschillende recreatiezones zijn verder uitgewerkt in de vorm van een ‘Toolbox recreatiezonering Veluwe’. Zie voor de volledige ‘toolbox’ bijlage 2. In de toolbox is gezocht naar door elke beheerder toepasbare vuistregels om invulling te geven aan het ‘geleiden en verleiden van recreanten’ in aansluiting op het karakter van de betreffende zone. Er wordt gebruik gemaakt van twee hoofdprincipes om te sturen op het recreatieve gebruik van een terrein en daarmee op de verstoringsdruk: 1. Maaswijdte 2. Typen recreatie en daarbij horende faciliteiten Ad 1 Maaswijdte De maaswijdte geeft de maat voor de omvang van terreindelen tussen aangrenzende paden. In zone C* wordt bijvoorbeeld gestreefd naar een maaswijdte van tenminste 50 hectare. Dat betekent dat er tussen de paden rustige kernen zonder betreding zijn van 50 hectare of meer. Hoe hoger de maaswijdte, hoe kleiner de dichtheid aan paden en hoe groter de kernen van rust. Voor zone C is de na te streven maaswijdte 25 hectare en voor zone B is dat minimaal 5 hectare. Voor zone A, de zone met het meest intensieve recreatieve medegebruik, is geen maaswijdte aangegeven. Zone D* is voor recreanten niet toegankelijk.
De ideaaltypische maaswijdtes zullen in de praktijk niet overal haalbaar blijken, bijvoorbeeld bij zeer kleine terreinen, bij terreinen met een cultuurhistorisch padenpatroon, omwille van bereikbaarheid van hulpdiensten, etc. In zulke gevallen kan worden gezocht naar andere manieren om rust te creëren. De groene vlakken in onderstaande figuur verbeelden de zogenaamde ‘maaswijdte’, de witte lijnen geven paden weer:
Zone B
Zone C
Figuur: Schematische weergave van het concept maaswijdte
De toepassing van het instrument ‘maaswijdte’ en de gehanteerde maaswijdtes zijn gebaseerd op ecologisch onderzoek naar mogelijke maatregelen voor herstel van verstoringsgevoelige soorten (Sierdsema et. al, 2020, Natuurbeheer- en zoneringsmaatregelen voor zeven aangewezen vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe). In dit rapport is de best beschikbare wetenschappelijke kennis over de relatie tussen verstoring en effect op vogelpopulaties meegenomen. Het in verband brengen van wetenschappelijke kennis over de specifieke verstoringsgevoeligheid van verschillende soorten, de afstanden waarover menselijke activiteiten leiden tot verstoring en de uiteenlopende impact van verschillende vormen van verstoring, heeft uiteindelijk geleid tot uitspraken over de gewenste ‘maaswijdte’.
16
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Ad 2 Recreatie-intensiteiten en daarbij horende faciliteiten Om te kunnen sturen op de mate van recreatieve verstoring wordt in de zoneringsmethodiek aangegeven welke recreatie-intensiteiten in de verschillende zones zijn toegestaan en welke faciliteiten er voor recreanten aanwezig kunnen zijn. De toegestane recreatieve activiteiten en aanwezige faciliteiten nemen af van zone A naar zone D*. Hiermee wordt gestuurd op bezoekersaantallen, de mate van verstoring die door bezoekers ondernomen activiteiten met zich meebrengen en de te verwachten ontwikkeling daarin. Het is belangrijk op te merken dat het altijd aan de terreineigenaar/-beheerder is om een afweging te maken over de faciliteiten die aangeboden worden in een terrein. In een zone die als A getypeerd is, hoeft bijvoorbeeld niet per se een hondenlosloopterrein of een ruiterroute aanwezig te zijn. In een zone worden alleen faciliteiten geboden die goed te verenigen zijn met de overige belevingswaarden en met de plaatselijke natuurwaarden in het betreffende terrein.
4.4
Zeven categorieën zoneringsmaatregelen
Het ruimtelijke zoneringsbeeld in de vorm van de recreatiezoneringskaart heeft pas doorwerking als ook aanpassingen in de terreinen gedaan worden. Het gaat daarbij om het geleiden en verleiden van recreanten richting plekken op de Veluwe met belevingswaarde en ruimte voor recreatie. Bij de operationalisering van de kaart in maatregelen is enerzijds gekeken naar het voorkomen van de verschillende natuurwaarden in een gebied en de mate waarin zij profiteren van specifieke maatregelen. Anderzijds is gekeken naar het gebruik van de gebieden en de mogelijkheid voor optimalisatie van de natuurbeleving. Recreatiezoneringsmaatregelen kunnen fysiek in de natuurterreinen genomen worden, denk aan het omleiden van paden, het plaatsen van borden, verbinden van routes etc. Daarnaast zijn niet-fysieke maatregelen van belang, bijvoorbeeld voorlichting aan recreanten over de regels en recreatieve mogelijkheden in een gebied of het houden van toezicht op correct gebruik van aanwezige voorzieningen. In onderstaande tabel is weergegeven welke categorieën zoneringsmaatregelen opgevoerd konden worden door terreineigenaren en zijn per categorie enkele toelichtende voorbeelden gegeven. Categorieën zoneringsmaatregelen
Voorbeelden
a. maaswijdte en toegankelijkheid
aanpassen van paden, omleiding van paden tijdens broedseizoen, verbeteren pad-aanduiding, periodieke afsluiting terrein met borden, etc.
b. aanpassen routestructuren
nieuwe routes realiseren, verleggen bestaande routes, bundeling van verschillende routes etc.
c. aanpassen openbare (zand)wegen, fietspaden en parkeerplaatsen
afwaarderen (zand)wegen, verplaatsen parkeerplaatsen in terreinen, aanpassen verharding fietspaden, etc. NB. Maatregelen opgenomen in het RZ-programma hebben in hoofdzaak betrekking op zandwegen door de terreinen en niet om wegen met een brede verkeersfunctie.
d. verplaatsen/aanpassen recreatieve voorzieningen
aanpassen of verplaatsen hondenlosloopterrein, verplaatsen van picknicktafels naar zone A, etc.
e. realiseren nieuwe recreatieve voorzieningen
een uitkijktoren om een afgesloten gebied te kunnen beleven, rolstoelpad, spartelvijver voor honden, etc.
f. communicatie en bebording
infopanelen, borden met openstellingsbepalingen, gedragscampagnes, digitale apps, etc.
g. toezicht en handhaving
ter begeleiding van genomen maatregelen en anders dan of aanvullend op regulier toezicht en handhaving
Tabel: Schematische toelichting op categorieën zoneringsmaatregelen
17
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
In het Herikhuizerveld (Zuid Veluwe) gebruikt Natuurmonumenten takken om te zorgen dat recreanten de ‘wilde paardenpaadjes’ niet betreden. Fotografie: H. Sierdsema
Locatie-specifieke onderzoeksmaatregelen Als al wel duidelijk is dat een recreatiezoneringsmaatregel genomen moet worden, maar nog niet duidelijk welke maatregel in de praktijk het meest effectief en/of best haalbaar zal zijn, kan een ‘locatiespecifieke onderzoekmaatregel’ in het Recreatiezoneringsplan opgenomen zijn. Deze onderzoeksmaatregel zal eerst uitgevoerd worden, om inzicht te krijgen in de benodigde vervolgmaatregelen. Het kan daarbij ook gaan om een lokaal gebiedsproces waarin met betrokken stakeholders samen onderzocht wordt welke zonerings– maatregelen het meest passend zijn. Het maatregelprogramma dat onderdeel vormt van dit Recreatiezoneringsplan wordt besproken in hoofdstuk 6.
In de duinen bij Zandvoort worden paaltjes gebruikt om bezoekers door het terrein te geleiden. Het is mogelijk deze techniek ook op de stuifzandterreinen op de Veluwe toe te passen. Fotografie M. Bons
18
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
5 Recreatiezoneringskaart: de ambitie De visie op de gewenste ruimtelijke schikking van recreatie-intensiteiten op de Veluwe is vastgelegd in de recreatiezoneringskaart Veluwe. De zoneringskaart is het sturingsinstrument om de benodigde balans tussen natuur en recreatie op de Veluwe te bewerkstellingen. Paragraaf 5.1. gaat in op het karakter van de zonerings– kaart. Het samen met de partners ontwikkelde kaartbeeld is te vinden in § 5.2. Paragraaf 5.3 geeft vervolgens een duiding van de ligging van de verschillende zones. De inhoudelijke onderbouwing die ten grondslag ligt aan de recreatiezoneringskaart wordt toegelicht in § 5.4. Een doorkijk naar de toekomst wordt gegeven in § 5.5.
5.1
Zoneringskaart: weergave gewenste situatie
De recreatiezoneringskaart geeft een gezamenlijke, Veluwe-brede visie op de gewenste ruimtelijke schikking van recreatieniveaus in het Natura 2000-gebied. De recreatiezoneringskaart is een weergave van de ambitie – de gewenste zonering – en dus niet van de huidige situatie in het natuurgebied. Wel is het zo dat op flinke delen van de Veluwe de nagestreefde zonering al in grote lijnen overeenstemt met huidige inrichting en gebruik van de terreinen. Op deze terreinen zullen geen, of weinig ingrijpende veranderingen doorgevoerd worden en is de impact van de zonering op het gebruik van de terreinen beperkt. Bij de ontwikkeling en uitvoering van recreatiezonering hebben de eigenaren zeggenschap over de eigen terreinen. Er wordt geen zonering ‘van bovenaf’ opgelegd. Het feit dat het eigendom van natuurterreinen op de Veluwe verdeeld is over bijna 8.000 eigenaren maakt dat er niet overal een zone-aanduiding gegeven is. Enkele grotere terreineigenaren gaven aan niet te willen deelnemen. Verblijfsrecreatieterreinen maken geen onderdeel uit van de zonering, omdat die alleen over dagrecreatie gaat. Daarnaast zijn er (clusters van) kleinere particulieren eigenaren die we niet hebben kunnen bereiken³. Op deze terreinen worden vanuit het Recreatie– zoneringsplan geen maatregelen genomen, de huidige situatie blijft er behouden.
Op de zoneringskaart is dit weergegeven als ‘niet opgenomen in de recreatiezonering’. Voor niet ingekleurde terreinen werkt dit Recreatiezoneringsplan ook niet als toetsingskader. Vergunningen voor dagrecreatieve activiteiten/ voorzieningen op deze locaties worden getoetst aan de hand van het generieke Natura 2000-kader.
3
19
We hebben geprobeerd zo veel mogelijk kleinere particuliere eigenaren te betrekken, via Gelders Particulier Grondbezit en via de Bosgroep Midden-Nederland, die voor veel particulieren het beheer uitvoert. We hebben echter niet de mogelijkheid en capaciteit om met alle eigenaren in gesprek te gaan.
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
5.2
Overall kaartbeeld
Onderstaand is de actuele recreatiezoneringskaart voor de Veluwe afgebeeld. Voor een webviewer van de kaart met zoommogelijkheid: klik hier
Figuur: Recreatiezoneringskaart Natura 2000-gebied Veluwe
20
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
Op de kaart is te zien dat het grootste deel van de Veluwe het hele jaar toegankelijk blijft voor recreatief gebruik: de zones A (lichtbruin), B (zalmkleur), C (donker turquoise) en C* (licht turquoise). Op sommige terreinen in de zones A t/m C zullen aanpassingen gedaan worden in de paden- en routestructuren. De padendichtheid op de Veluwe is op dit moment echter dusdanig groot dat het weghalen of (gedurende een deel van het jaar) omleiden van paden voor bezoekers er niet toe leidt dat grote delen van het natuurgebied niet meer beleefd kunnen worden. In zone D* (lichtgroen) is het hele jaar geen recreatief medegebruik mogelijk. Dat was op deze terreinen voorafgaand aan het recreatiezoneringsproces meestal ook al het geval, bijvoorbeeld omdat het een wildrust gebied, militair oefenterrein of niet-opengesteld particulier eigendom betreft. De natuurwaarden op deze terreinen zijn vaak groot. Nieuw op de Veluwe is wel de tijdelijke afsluiting (of sterk beperkte toegang) van gebieden tijdens het broedseizoen⁴, op de kaart weergegeven als zone D (donkergroen). In de zones D zijn recreanten buiten het broedseizoen wel welkom om te fietsen, wandelen en paardrijden. De mogelijkheden zijn dan veelal vergelijkbaar met die in zone C/C* (respectievelijk donker en licht turquoise).
Toegangsbeperkingen tijdens het broedseizoen zijn nieuw op de Veluwe, maar in diverse andere agrarische en natuurgebieden al langer een bekend fenomeen.
Voorbeeld van een tijdelijke terreinafsluiting i.v.m. broedende vogels in Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske
Omvang verschillende zones In onderstaand tabel is weergegeven wat het totale en procentuele oppervlak is van de verschillende zones op de Veluwe: Zone Zone A Poorten van de Veluwe (intensief recreatief gebruik)
Opperv. in hectare
% van het geheel
2.906
3,3%
Zone B Visitekaartje van de Veluwe (matig intensief recreatief medegebruik)
16.815
19,0%
Zone C De stille, eindeloze Veluwe (extensief recreatief medegebruik)
34.016
38,5%
Zone C* De stille eindeloze Veluwe (extensief recreatief medegebruik extra verstoringsgevoelige soorten)
10.944
12,4%
Zone D De kwetsbare en ongerepte Veluwe (geen/beperkt recreatief gebruik in het broedseizoen)
1.893
2,1%
Zone D* Jaarrond geen recreatief gebruik
15.525
17,6%
Niet opgenomen in de recreatiezonering
6.222
7,0%
TOTAAL
88.321
100%
Tabel: Omvang van de verschillende zones op de Veluwe
4
21
De afsluitingsperiode voor het broedseizoen loopt van 15 maart tot 15 juli. Wanneer de laatbroedende tapuit aanwezig blijkt, dan moet de afgesloten periode worden verlengd tot 1 september. In sommige zone D-gebieden zijn ook tijdens het broedseizoen nog enkele paden toegankelijk.
Recreatiezoneringsplan Veluwe
< Inhoudsopgave
5.3
Ligging van de zones
In hoofdstuk 4 over de methodiek achter de recreatiezonering zijn de karakteristieken van de zones A t/m D beschreven. Deze karakteristieken komen ook tot uiting in de positionering van de zones op kaart. De A-zones met hun intensieve recreatief gebruik zien we terug op een beperkt aantal plekken waar hoge recreatieve druk aanwezig is door de aantrekkelijkheid en aantrekkingskracht van het gebied voor recreanten. Zones A liggen bij belangrijke toegangen tot de Veluwe op de plekken waar relatief veel recreanten de Veluwe op komen en hun bezoek aan het natuurgebied starten. We vinden ook A-zones wat meer midden op de Veluwe. Ook hier zien we dat ze gekoppeld zijn aan bebouwing, bijvoorbeeld op het Veluwemassief, en daarnaast aan toeristische trekpleisters, zoals de Schaapskooi in Ede, Landgoed Staverden of de toeristische kern van Nationaal Park Hoge Veluwe met het Kröller-Müller Museum. De B-zones (matig intensief recreatief medegebruik) beslaan een wat groter deel van de Veluwe. We vinden deze zones vooral aan de randen van de Veluwe grenzend aan bebouwing en rondom de A-zones. Zone B vormt de overgang van de ‘drukte’ rondom Natura 2000-gebied Veluwe naar de rustige kern van het natuurgebied. Ook op de Veluwe zelf werkt zone B als overgang. Veelal gaat zone A over in zone B, voordat we in zone C/C* terecht komen.
Soms zien we de zones B tot wat verder in de kern van de Veluwe liggen. Vaak heeft dat te maken met een wat ruimer aanbod aan paden en routes op deze terreinen vanuit de overweging om recreatie op deze plekken sterker te faciliteren, zodat op andere plekken de natuur wat meer ontzien kan worden (het principe van geleiding). Zone C en C* (extensief recreatief medegebruik) beslaat verhoudingsgewijs het grootste deel van de Veluwe. Het recreatief gebruik is hier extensiever en daarmee zijn de terreinen rustiger ten behoeve van de Natura 2000-soorten. De ligging van zone C correspondeert in grote lijnen met de bosgebieden van de Veluwe. Zone C* zien we vooral terug op de meer open heideterreinen en stuifzanden. Zone D, terreinen die beperkt of niet toegankelijk zijn tijdens het broedseizoen, vinden we ook vooral op stuifzanden en heideterreinen. Dat zijn de terreinen waar de verstoringsgevoelige, op de grond broedende vogels, zich bevinden. Voor deze soorten is de recreatiezonering van groot belang. Voorbeelden van zone D vinden we onder andere bij Kootwijk, bij Hulshorst en bij De Ginkel (nabij Ede). De jaarrond afgesloten terreinen (zone D*) zijn qua ligging moeilijker te typeren. Dat komt omdat het hier om terreinen gaat die om verschillende redenen afgesloten zijn.
De positie van de zone D*-terreinen wordt met andere woorden door meerdere factoren bepaald en die hebben niet altijd met de balans tussen natuur en recreatie te maken. Deels betreft het militaire oefenterreinen (bijvoorbeeld Artillerie Schietkamp en De Harskamp), deels afgesloten particuliere eigendommen (bijvoorbeeld Landgoed Deelerwoud), deels wildrustgebieden (bijvoorbeeld op Planken Wambuis en op Kroondomein het Loo) en deels terreinen die gekoppeld zijn aan ecoducten (bijvoorbeeld ecoduct Jac. P. Thijsse over de A12).
5.4
Inhoudelijke onderbouwing van de zoneringskaart
Het indelen van de Veluwe in de getoonde recreatiezones is vanzelfsprekend niet zomaar gedaan, maar op basis van een inhoudelijke onderbouwing. De onderbouwing van de zoneringskaart kent twee componenten: 1 de ecologische onderbouwing; 2 het ruimtelijk beeld van recreatie en toerisme. Ad 1 Ecologische onderbouwing Het startpunt voor de ecologische onderbouwing waren de te behalen Natura 2000-doelen, met een accent op de verstoringsgevoelige soorten. Een belangrijke ecologische onderlegger voor de zonering werd gevormd door een onderzoek naar mogelijk– heden voor het herstel van de populaties van zeven verstoringsgevoelige vogelsoorten op de Veluwe: boomleeuwerik, draaihals, duinpieper, nachtzwaluw, tapuit, wespendief en zwarte specht. De Natura 2000doelen voor deze soorten worden niet gehaald en ingrijpen is geboden. In ket kader van het onderzoek ‘Natuurbeheer- en zoneringsmaatregelen voor zeven aangewezen vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe’ (Sierdsema et. al, 2020) is een kaart ontwikkeld waarop voor de verstoringsgevoelige vogelsoorten is aangegeven hoe een optimale recreatiezonering er voor deze soorten uit zou zien. De zeven vogelsoorten kunnen bovendien als gidssoorten gezien worden voor andere soorten die eveneens baat hebben bij meer rust. Zo profiteert bijvoorbeeld de boommarter van verbeteringen in het leefgebied van de zwarte specht.