Bijlage 7 Definitieve versie Participatienota 't Hul-Noord
Tekst van het document
Aan de ontwerpstructuurvisie hebben wij toegevoegd dat wij bij de realisatie van ’t HulNoord zullen zorgen voor een integrale verkeersveilige inrichting van de omliggende wegenstructuur rond het plangebied. Bij de toekomstige inrichting nemen we zowel de huidige verkeerssituatie als de effecten van de toekomstige wijk mee. Om dit mogelijk te maken zijn In de visie deze omliggende wegen (waaronder de Oude Zeeweg) toegevoegd aan het plangebied.
34
kunnen nemen vanuit het project die bijdragen aan verbetering van de huidige verkeerssituatie. Eén van deze verkeersmaatregelen zou kunnen zijn het verbeteren van de straatverlichting op de Oude Zeeweg. 6.10
6.11
Rotonde Participant vindt dat de rotonde bij de Poort van 't Hul onveilige situaties oplevert. Het losliggend dubbel fietspad is onverlicht.
Hoofdverkeersontsluiting Participanten vinden de omliggende wegen rond het plangebied niet geschikt als ontsluiting voor het autoverkeer voor de nieuwbouwwijk ’t HulNoord.
D24
Deze rotonde ter hoogte van de Elburgerweg, Oranjelaan en Zeeweg ligt buiten het plangebied buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Wij hebben team Infra (verkeer en vervoer) gevraagd om dit punt nader te onderzoeken en over de uitkomsten zal het participant nader berichten.
Nee, deze opmerking ligt buiten de reikwijdte van de structuurvisie.
C57, C34, C1, C41, C31, B7, C12, C20
Voor de planuitwerking zijn wij bezig met verkeersonderzoek naar de hoofdverkeersontsluiting en de verkeersbelasting van de omliggende wegen rond het plangebied. Uit de resultaten van dit verkeersonderzoek blijkt dat de hoofdverkeerontsluiting van de nieuwbouwwijk via de Bovenweg moet plaatsvinden en zodanig moet worden vormgegeven dat de omliggende verkeersinfrastructuur zo min mogelijk extra wordt belast.
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij op dat de hoofdverkeersontsluiting van de nieuwe woonwijk via de Bovenweg zal verlopen, waarbij het uitgangspunt is dat de omliggende verkeersinfrastructuur niet extra belast worden. In de visie hebben wij daarom de Bovenweg toegevoegd aan het plangebied.
35
6.12
In het plan voor de toekomstige woonwijk moet gezorgd worden, volgens participanten, dat sluipverkeer naar het centrum via de MolenwegHullerweg en via de Oude Zeeweg wordt voorkomen.
C27, C15, C14, C58, C45
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij op dat wij bij de verdere planuitwerking onderzoeken hoe wij sluipverkeer naar het centrum zo veel mogelijk kunnen voorkomen.
6.13
Participanten hebben veel vragen over onderzoek naar de verkeersveiligheid zowel met de huidige als met de toekomstige infrastructuur.
A12, A30, A3, D26, C14, C12, C57, A9, C24, B1, C15, C31, C28, B6, C27, C13, C45, C32
Op dit moment doet, in opdracht van de gemeente, verkeersbureau G12 in samenspraak met Lodewijk Baljon Landschapsarchitecten onderzoek naar de vraag hoe de inrichting van omliggende wegen bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord verkeersveiliger kunnen worden ingericht.
6.14
Participant vraagt zich af waarom niet op de Kolmansweg/Bovenweg een veel betere doorstroming naar de rondweg wordt gerealiseerd?
C26
Wij zijn samen met het verkeersbureau GP12 en Lodewijk Baljon landschapsarchitecten bezig te onderzoeken hoe wij ervoor kunnen zorgen dat de Bovenweg optimaal gebruikt kan worden als hoofdverkeersontsluiting van de woonwijk ’t Hul-Noord. Daarbij kijken wij juist naar hoe wij de verkeersinrichting
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij op dat wij bij de verdere planuitwerking onderzoeken hoe wij sluipverkeer naar het centrum zo veel mogelijk kunnen voorkomen. Aan de ontwerpstructuurvisie hebben wij toegevoegd dat wij bij de realisatie van ’t HulNoord zullen zorgen voor een integrale verkeersveilige inrichting van de omliggende wegenstructuur rond het plangebied. Bij de toekomstige inrichting nemen we zowel de huidige verkeerssituatie als de effecten van de toekomstige wijk mee. Om dit mogelijk te maken zijn In de visie deze omliggende wegen toegevoegd aanhet plangebied. Wij nemen in de ontwerpstructuurvisie op dat wij de doorstroming op de Bovenweg willen verbeteren.
36
6.15
Participanten spreken de voorkeur uit om de hoofdverkeersontsluiting via de Bovenweg (optie 1) op bladzijde 30 van de préconceptstructuurvisie te realiseren.
B8, C26, B3
6.16
Participanten zijn tegen de realisatie van een hoofdverkeersontsluiting via de Bovenweg aangegeven als optie 1 (op bladzijde 30 van de preconceptstructuurvisie). Het huidige verkeer over de Bovenweg zorgt al voor veel overlast en wij ervaren veel overlast van vrachtverkeer dat naar de industrieterreinen gaat. De Bovenweg kan geen extra autoverkeer aan als gevolg van de realisatie van een nieuwe woonwijk.
A12, A13
van de openbare ruimte kunnen verbeteren, om zodoende een betere doorstroming op de Kolmansweg/ Bovenweg te verkrijgen. De uitkomsten van dit onderzoek zullen wij gebruiken om te komen van structuurvisie naar stedenbouwkundigplan, waarin wij ook de aanpassing van de verkeersinfrastructuur meenemen. Uit het verkeersonderzoek dat Goudappel Coffeng uitgevoerd heeft, blijkt dat alleen via de Bovenweg op een verkeersveilige wijze het extra verkeer van de nieuwe woonwijk ’t Hul-Noord is af te wikkelen.Wij hebben daarom gekozen om de hoofdverkeersontsluiting via de Bovenweg (optie 1) te realiseren. Uit het verkeersonderzoek dat Goudappel Coffeng uitgevoerd heeft, blijkt dat alleen via de Bovenweg op een verkeersveilige wijze het extra verkeer van de nieuwe woonwijk ’t Hul-Noord is af te wikkelen. Wij zijn nog aan het onderzoeken welke maatregelen wij moeten treffen om deze verkeersinrichting verkeersveilig te laten verlopen.
Wij hebben in de ontwerpstructuurvisie de keuze gemaakt om de hoofdverkeersontsluiting via de Bovenweg (opie 1)te realiseren.
Nee, alleen de Bovenweg is geschikt als hoofdverkeersontsluiting.
Vooruitlopend op het bestemmingsplan zullen wij na vaststelling van de structuurvisie onderzoeken of de toename van het aantal
37
6.17
Participant geeft aan optie 3 of 4 van een bovenlokale verkeersontsluiting zoals aangegeven op bladzijde 30 van de preconceptstructuurvisie ongewenst te vinden.
C32
6.18
Participanten: “Optie 5 van een bovenlokale verkeersontsluiting zoals aangegeven op bladzijde 30 van de preconceptstructuurvisie loopt recht over onze kavel/woning. Deze doorsnijding is niet wenselijk en bij voorkeur ook geen ontsluiting in de nabijheid van ons perceel.”
B1 en C58
6.19
“Optie 6 van een bovenlokale verkeersontsluiting zoals aangegeven op bladzijde 30 van de preconceptstructuurvisie vinden wij niet gewenst
A22
verkeersbewegingen door de realisatie van de nieuwe woonwijk leidt tot het treffen van aanvullende maatregelen om te komen tot een goed woon- en leefklimaat. In de ontwerpstructuurvisie is de keuze gemaakt voor de hoofdverkeersontsluiting te realiseren via de Bovenweg (optie 1). Er komt geen verkeersontsluiting via (optie 3 of optie 4). In de ontwerpstructuurvisie is de keuze gemaakt voor de hoofdverkeersontsluiting te realiseren via de Bovenweg (optie 1). Er komt geen verkeersontsluiting via (optie 5). Er komt in elk geval ter hoogte van het perceel van participant geen ontsluiting voor auto’s. Bij het uitwerken van de structuurvisie tot een stedenbouwkundigplan zal mede in samenspraak met de brandweer en de politie nader bepaald worden of op deze locatie of elders een calamiteitenroute voor hulpdiensten en/of een langzaamverkeerroute gerealiseerd wordt.
In de ontwerpstructuurvisie is de keuze gemaakt voor de hoofdverkeersontsluiting te realiseren
Nee
Nee
Nee
38
6.20
6.21
en wij zullen verhuizen als deze wel wordt gerealiseerd,” aldus participanten. Participanten geven de voorkeur aan een rotonde in plaats van een kruispunt Bovenweg/Kolmansweg met de Molenweg. “De rotonde zou dan iets meer richting de landbouwschuur in de hoek Molenweg/Kolmansweg moeten worden gepositioneerd om een veiliger situatie te krijgen.” Participanten willen geen autoverkeersverbinding over hun met Wvg belaste perceel, “en als er een langzaamverkeerverbinding over ons perceel moet worden gerealiseerd, dan wensen wij dit zo veel mogelijk ten zuiden van ons met Wvg belaste perceel te realiseren.”
A6
A8
via de Bovenweg (optie 1). Er komt geen verkeersontsluiting via optie 6. Wij hebben op dit moment nog niet bepaald of hier een kruispunt of een rotonde komt. Wij zijn hiervoor bezig met verkeersonderzoek waaruit moet blijken wat de passendste oplossing is.
Wij hebben op dit moment geen autoverkeersverbinding over het perceel van participant aan de Oude Zeeweg gepland en we zijn vooralsnog niet van plan om hier een autoverbinding te realiseren, tenzij blijkt uit het verkeersonderzoek dat dit vanwege verkeersveiligheidseisen noodzakelijk is. Wel zal mogelijk een langzaamverkeerverbinding met een ontsluiting aan de Oude Zeeweg gerealiseerd worden. Deze verbinding zal dan ook als calamiteitenroute voor hulpdiensten worden gebruikt. Bij de planuitwerking na de vaststelling van de structuurvisie zullen wij hiervan de locatie in samenspraak met participant vaststellen. We treden op dat moment met participant hierover in overleg.
Nee
Nee
39
6.22
Langzaam verkeer Participanten geven over de toekomstige verkeerssituatie aan dat meer aandacht moet uitgaan naar fietsers, wandelaars en kinderen, het scheiden van typen verkeersdeelnemers, dat bedrijfsbussen en groot (vracht)verkeer moeten worden geweerd en dat er uitsluitend bestemmingsverkeer in en rondom de wijk mag zijn. Een enkeling wenst een rondweg.
A30, A3, D26, A25, D3, D43, D26, D27, D23, C31, C57, C26, C15, A21, A30, A8, D28, D44
Zoals al is opgenomen in de preconceptstructuurvisie moet de toekomstige verkeersinrichting van de woonwijk voldoen aan de normen voor Duurzaam Veilig Verkeer. Door toepassing van deze normen wordt gezorgd voor een veilige inrichting voor alle verkeersdeelnemers.
Nee
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij op dat ons uitgangspunt is dat wij goede wandelvoorzieningen realiseren binnen ’t HulNoord en dat deze voorzieningen goed bereikbaar moeten zijn vanuit omliggende wijken. Onder deze langzaamverkeerverbindingen verstaan wij ook goede veilige wandelroutes van ’t HulNoord naar het centrum of molen De Duif. In de ontwerpstructuurvisie nemen wij op dat ons uitgangspunt is dat wij ernaar streven bestaande recreatieve wandelroutes te behouden en waar mogelijk te versterken. Op de kaart behorende bij paragraaf 4.5
6.23
Een participant wijst erop dat bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord rekening gehouden moet worden met bestaande recreatieve fiets- en wandelroutes van en naar de molen.
A1
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij op dat ons uitgangspunt is dat wij goede wandelvoorzieningen realiseren binnen ’t Hul-Noord en dat deze voorzieningen goed bereikbaar moeten zijn vanuit omliggende wijken. Onder deze langzaamverkeerverbindingen verstaan wij ook goede veilige wandelroutes van ’t Hul-Noord naar het centrum of molen De Duif.
6.24
Enkele participanten wijzen erop dat langs het plangebied diverse bestaande recreatieve wandelroutes lopen. Deze zijn aangegeven op wandelnet.nl. Ze roepen de gemeente op om te zorgen dat deze wandelroutes ook bij de realisatie van ‘t Hul-Noord behouden worden.
C54
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij op dat ons uitgangspunt is dat wij ernaar streven bestaande recreatieve wandelroutes te behouden en waar mogelijk te versterken. Daarbij merken wij op dat dit niet per definitie betekent dat bestaande routes door ons worden
40
gefaciliteerd met het realiseren van nieuwe voetpaden.
zijn deze bestaande wandelroutes ook aangegeven.
6.25
Enkele participanten doen suggesties voor het realiseren van een of meer nieuwe wandelroutes door ’t Hul-Noord (van het centrum door t HulNoord naar molen De Duif richting Veluwemeer).
C54, A25, D4, A3, A1
Zie 6.10
Zie 6.10
6.26
Participanten: “In de preconceptstructuurvisie is sprake van een bestaande langzaamverkeerroute tussen de Hullerweg en De Buntezoom (stippellijn op pagina 14 en 16 en lichtblauw gearceerd op onderstaande kaart). Dat is het niet. Het is een groenstrook om de vijver met een hek aan de Hullerweg zodat er juist geen doorgaand verkeer is tussen Hullerweg en De Buntezoom.”
C14, C27, D23
Uw opmerking is terecht. Wij hebben deze stippellijn in de ontwerpstructuurvisie op de kaarten verwijderd.
Naar aanleiding van deze opmerking is de met de stippellijn aangeduide langzaamverkeerroute op de kaarten op pagina 14 en 16 verwijderd.
41
6.27
6.28
6.29
Parkeren Participanten hebben uiteenlopende ideeën voor parkeren. De meerderheid is voor geclusterd parkeren in de wijk op een plek waar het niet zorgt voor overlast voor bestaande bewoners. Een enkeling vindt parkeerplaatsen voor de woning van belang. Parkeren op de oprit/in de voortuin wordt door een aantal onveilig geacht doordat over de stoep gereden moet worden. In het kader van thuiswerken kan nagedacht worden over de mogelijke afname van het autobezit. Inrichting Participanten stellen voor om van de Oude Zeeweg/Nassaulaan/Zeeweg een volledige fietsstraat te maken, waar auto's in het gedeelte Nassaulaan/Oude Zeeweg te gast zijn.
Participanten vinden ruim opgezette straten niet nodig.
C26, C15, C54, A30, D26, A13, D22
Wij zullen ervoor zorgen dat het aantal parkeerplaatsen voor de toekomstige bewoners voldoen aan de actuele gemeentelijke parkeernormen om daarmee te voorzien in de behoefte.
Nee
D28
Bij de uitwerking van de structuurvisie naar een stedenbouwkundigplan zullen wij onderzoeken op welke wijze wij kunnen komen tot een optimale verkeersinrichting. Hierin zullen wij dit voorstel ook meenemen. Voor de inrichting van de openbare ruimten hanteren wij als gemeente, zoals de meeste gemeenten in Nederland, de normen van Duurzaam Veilig Verkeer en de deskundigennormen van het Verkeersinstituut CROW, zoals opgenomen in de publicatie CROW Handboek Wegontwerp 2013. Op basis hiervan is het minimum straatprofiel vastgelegd en bepaald hoe breed een autostraat of fiets- en voetpad moeten zijn.
Nee
A15
Nee
42
6.30
6.31
7. 7.1
“Wij zijn bang dat door de bouw van woningen in 't Hul-Noord beperkingen ontstaan ten aanzien van de bereikbaarheid van onze woning ten aanzien van de Prinses Amaliahof,” aldus participanten.
Verkeersborden Participant: “Waarom is het verkeersbord met de aanduiding bebouwde kom op de Molenweg eind 2018 circa 500 m naar het noorden verplaatst (richting de Bovenweg)? Hierdoor ligt onze woning niet meer in het buitengebied.”
Groen en water Groen De gemeente Nunspeet is een groene gemeente. Uitgangspunt moet volgens participanten zijn dat bestaand groen zo veel mogelijk behouden blijft.
C12
Het uitgangspunt en harde voorwaarde bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord is dat bestaande bewoners hun woning met alle vervoersmiddelen kunnen blijven bereiken. Dat betekent ook dat dit in de toekomst geen problemen mag opleveren voor de bereikbaarheid van de Prinses Amaliahof.
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij als uitgangspunt en harde voorwaarde bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord dat bestaande bewoners hun woning met alle vervoersmiddelen kunnen blijven bereiken.
C27
De komgrens is volgens ons team Infra en onze interne gegevens al op 25 mei 2012 (!) verplaatst op de Molenweg. De reden hiervan is dat de Molenweg, tot aan de y-splitsing, in die periode ingericht is als 30 km/uurzone. Dit had te maken met o.a. klachten over hoge snelheden en de ontwikkeling van Molenbeek. Wanneer het bord is geplaatst en/of op deze aangewezen locatie een periode na 2012 geen bord heeft gestaan, valt niet meer te achterhalen. Wel is het zo dat vanwege de verdere ontwikkeling van Molenbeek de noodzaak van het hebben van een bord op deze locatie de afgelopen jaren groter is geworden. Dit levert een rustiger en veiliger wegbeeld op.
Nee
C14, C13, A21, C14, A12, A30, A14, A3, A25,
Zoals al in de preconceptstructuurvisie is verwoord, is het uitgangspunt om zo veel mogelijk de bestaande groen- en
Nee
43
Een toekomstig plan moet rekeningen houden met bestaande watergangen, houtwallen, windsingels, en groenstructuren en deze zorgvuldig inpassen in de toekomstige structuur.
7.2
Een aantal participanten heeft wensen geuit over het groen in de wijk. Deze wensen betreffen onder meer de realisatie van voldoende bomen en groen in de openbare ruimte, zoals op hoeken van een trottoir en de realisatie van kinderspeelplaatsen in een natuurlijke en groene omgeving. Ook het belang van groen met oog op klimaatadaptatie, om bijvoorbeeld hittestress te voorkomen, wordt regelmatig genoemd. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan gebiedseigen beplanting. Een enkeling geeft aan dat het groen zo moeten worden ingericht dat het uitnodigt voor kinderen en jongeren om naar buiten te gaan.
D54, A6, D12, D38, D2, D6, A21, C21, D17, C15, A8, D26, C26, A10, A8, A1, C2, B3 A3, A6, A10, A12, A13, A14, A15, A21, A25, A30, C1, C13, C14, C15, C17, C21 C26, C31, C32 D2, D6, D12, D18, D22, D24, D32, D33, D38, D54, A1
waterstructuren te behouden en deze zorgvuldig in te passen in de toekomstige ontwikkeling van ’t HulNoord.
In de ontwerpstructuurvisie hebben wij als uitgangspunt opgenomen dat wij onder andere streven naar een groene en gezonde wijk. We zullen dit na de vaststelling van de structuurvisie concretiseren en uitwerken. We denken bij de uitwerking van het thema onder andere aan: - het realiseren van groen en bomen in de wijk om hittestress te voorkomen; - het realiseren van natuurvriendelijke speelvoorzieningen om het buitenspelen te stimuleren; - het (her)gebruik van natuurvriendelijke en gerecyclede materialen voor de openbare ruimte. Op dit moment hebben wij nog niet bepaald hoe wij op het moment van uitwerken van het thema van de wijk de participatie zullen inrichten. Wij nemen in elk geval de gedane suggesties ten aanzien van de groene inrichting van de nieuwe woonwijk mee en aan u terugkoppelen hoe wij hiermee zijn omgegaan.
In de ontwerpstructuurvisie hebben wij als uitgangspunt opgenomen dat wij onder andere streven naar een groene en gezonde wijk. Dit werken wij concreet uit na vaststelling van de structuurvisie.
44
7.3
7.4
“De houtwal langs ons eigendomsperceel heeft weinig natuur- en cultuurhistorische waarde. Bij een toekomstige ontwikkeling van de wijk hoeft de houtwal wat ons betreft niet behouden te blijven,” vinden participanten.
Water Een aantal participanten heeft wensen geuit ten aanzien het water in de wijk. Deze wensen betreffen onder meer de realisatie van wadi’s, geen sloten maar plassen vanwege de veiligheid en het uitbreiden van bestaande singels. Daarnaast moeten voldoende overstortbekkens gerealiseerd worden. Gedacht kan worden aan een retentiegebied aan de zijde van de Kolmansweg als overgang naar het Natura 2000-gebied, het terrein ter hoogte van molen De Duif, het gebied ter hoogte van de camping De Hofstee en het recreatiepark de Bijsselse Enk.
A1
Wij houden in de ontwerpstructuurvisie vast aan het in het preconcept opgenomen uitgangspunt dat we zo veel mogelijk bestaande houtwallen en bomen willen behouden vanwege de natuur- en recreatieve waarden. Dit betekent dus dat wij ook de houtwal op het perceel van participant willen behouden.
Nee
A3, A6, A8, A10, A14, A15, A21, A25, A30, C15, C27, C31, C54, D12, D32, A1
Naar aanleiding van de reacties van participanten hebben wij in de ontwerpstructuurvisie opgenomen het uitgangspunt dat wij geen brede sloten zullen realiseren in de toekomstige woonwijk. Daarnaast hebben wij de mogelijke locaties aangegeven voor het retentiegebied. Dit betreft vooralsnog een gedeelte van het terrein ten zuiden van de Kolmansweg en het gebied ten westen van Camping De Hofstee. Hoe wij hier verder concreet invulling aan geven, hebben wij nog niet uitgewerkt; dat vindt plaats na vaststelling van de structuurvisie. Op dit moment hebben wij nog niet bepaald hoe wij op dat moment de participatie zullen inrichten. Wij zullen de gedane suggesties over de waterinrichting van de nieuwe woonwijk meenemen bij het ontwerp van het stedenbouwkundigplan en aan participant terugkoppelen hoe wij hiermee zijn omgegaan.
In de ontwerpstructuurvisie is het uitgangspunt opgenomen dat wij geen brede watergangen zullen realiseren in de toekomstige woonwijk. Daarnaast hebben wij de mogelijke locaties aangegeven voor het retentiegebied.
45
7.5
Ecologie Participanten geven aan dat het belangrijk is om grondig te kijken naar welke flora en fauna zich in het plangebied bevinden. Er zouden populaties zitten die niet verstoord mogen worden. Participanten vragen zich af hoe hier woningbouw kan komen met het oog op die beschermde soorten. Voorbeelden van soorten die genoemd worden zijn roofvogels, vleermuizen, marters, insecten, hazen en steenuilen.
A9, A10, C2, C15, C27, C28, C31, C34, D15, D16, D38
7.6
Het nieuwe woongebied grenst aan het Veluwemeer dat tot het Natura 2000 beschermde gebied behoort. Grootschalige bouw binnen een grens van 2km is hierbij verboden. Daarenboven is een van de belangrijke aspecten waarop dient te worden gelet bij het behoud van de biodiversiteit van Natura 2000-gebieden de neerslag (depositie) van stikstof in of dichtbij zo’n gebied. Voor deze gebieden is de drempelwaarde nul, de neerslag moet dus nihil zijn. Al het verkeer dat vanuit de nieuwe woonwijk wordt gegenereerd plus het afwikkelingsverkeer via de rondweg zal een neerslag aan stikstof genereren. Vanuit dat gezichtspunt dient door de gemeente eerst te worden bezien of aan deze eis (neerslag nihil) kan worden voldaan, alvorens volgende stappen in het besluitvormingsproces worden gezet.
C19
7.7
Participant constateert dat ’t Hul-Noord door de provincie is aangewezen als Waardevol
C19, C48
Bij de verdere planuitwerking is het inpassen van de natuurwaarden van ’t Hul-Noord een van de belangrijkste bouwstenen. Hiervoor zullen wij door een deskundig en gerenommeerd bureau ecologisch onderzoek laten uitvoeren. Dit kan echter pas nadat wij de gronden verworven hebben. Het gebied ’t Hul-Noord is dusdanig groot in oppervlakte dat wij verwachten dat de woningbouwontwikkeling kan plaatsvinden met inpassing en behoud van de natuurwaarden in het gebied. Om het plan juridisch mogelijk te maken is een bestemmingsplanherzieningsprocedure noodzakelijk. Onderdeel hiervan is dat we ook zullen moeten aantonen dat de ontwikkeling van ’t Hul-Noord niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie. Uiteraard hebben wij bij de ontwerpstructuurvisie al globaal gekeken naar de verschillende mogelijkheden om aan deze eis te kunnen voldoen. Op basis van deze globale studie zijn we van mening dat we met dit plan aan deze eisen kunnen voldoen. Dit zullen wij bij de vaststelling van het stedenbouwkundig plan nader onderbouwen. De provincie heeft schriftelijke een positieve grondhouding uitgesproken
Wij voegen expliciet toe aan de ontwerpstructuurvisie dat het inpassen van bestaande natuurwaarden een belangrijke bouwsteen is bij de planuitwerking.
Nee
Nee
46
over medewerking aan de ontwikkeling van ’t Hul-Noord tot woningbouwlocatie. Zoals de provincie constateert in haar brief is de ruimte om woningbouw te ontwikkelen binnen Nunspeet schaars en is het buitengebied, waaronder ’t Hul-Noord, landschappelijk waardevol. Tegelijkertijd constateert de provincie dat de woningvraag niet alleen binnenstedelijk kan worden opgevangen en dat er in het buitengebied geen andere geschikte locaties zijn voor woningbouw op grotere schaal. Om die reden is de provincie bereid om samen met de gemeente Nunspeet de mogelijkheid van woningbouw in ’t Hul-Noord te verkennen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van het landschap.
open gebied en Nationaal landschap. Voor Waardevolle open gebieden is de grootschalige openheid de belangrijkste kernkwaliteit. Daarom geldt als uitgangspunt dat ruimtelijke ingrepen die de openheid aantasten niet zijn toegestaan.
8.
8.1
Thema stedenbouwkundige opzet en ontwikkelingsrichting Hoofdstructuur van het gebied Participanten vinden het belangrijk dat ’t HulNoord niet een naar binnen gerichte structuur moet krijgen maar een open structuur moet worden zoals ook bij Molenbeek. Ook moet de wijk goed verbonden worden met omliggende wijken.
A3, A14, A21, A25, A30, C21, C31, D17, D26, A1
In de ontwerpstructuurvisie hebben wij naar aanleiding van deze reactie de uitgangspunten opgenomen die wij bij het ontwerpen van de nieuwbouwwijk zullen hanteren. Deze betreffen onder meer: 1. realisatie van een open (niet naar binnen gekeerde) structuur van de wijk;
In de ontwerpstructuurvisie hebben wij naar aanleiding van deze reactie de uitgangspunten opgenomen die wij bij het ontwerpen van de nieuwbouwwijk zullen hanteren.
47
8.2
In het preconcept (p.37) worden de uitgangspunten voor de bebouwingsstructuur geschetst. Hier wordt de voorkeur gegeven aan principe 1 wat inhoudt: grootschalige woningbouw verspreid over het gehele gebied. Dit uitgangspunt staat haaks op de eis van de Provincie dat er sprake moet zijn van een open landschap en dat de ontsluiting van de (compacte) wijk het beste via de oostzijde kan plaatsvinden.
C19
2. het realiseren van goede langzaamverkeerverbindingen tussen ’t Hul-Noord en de omliggende wijken en het centrum; 3. ervoor te zorgen dat de wijk integraal deel uitmaakt van de kern Nunspeet en ook als zodanig functioneert. Met bovenstaande uitgangspunten geven wij invulling aan de wensen van de participanten. De provincie heeft schriftelijke een positieve grondhouding uitgesproken over medewerking aan de ontwikkeling van ’t Hul-Noord tot woningbouwlocatie. Zoals de provincie constateert in haar brief is de ruimte om woningbouw te ontwikkelen binnen Nunspeet schaars en is het buitengebied, waaronder ’t Hul-Noord, landschappelijk waardevol. Tegelijkertijd constateert de provincie dat de woningvraag niet alleen binnenstedelijk kan worden opgevangen en dat er in het buitengebied geen andere geschikte locaties zijn voor woningbouw op grotere schaal. Om die reden is de provincie bereid om samen met de gemeente Nunspeet de mogelijkheid van woningbouw in ’t Hul-Noord te verkennen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van het landschap. Een van de aspecten die we
Nee
48
nader met de provincie zullen gaan onderzoeken hoe we de openheid van het landschap zoveel mogelijk zullen behouden. Op basis van verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng hebben we de keuze gemaakt voor de hoofdverkeersontsluiting via de Bovenweg (oostzijde).
8.3
8.4
Ontwikkelingsrichting Op bladzijde 28 in de preconceptstructuurvisie zijn de mogelijke ontwikkelingsrichtingen voor de toekomstige woonwijk ’t Hul-Noord opgenomen. De meeste participanten geven er de voorkeur aan om de toekomstige woonwijk ’t Hul-Noord te realiseren vanaf de oostzijde (aansluitend aan Molenbeek. Kind- en diervriendelijke inrichting Het moet een kind- en huisdiervriendelijke wijk worden, vinden participanten.
A25, B8, C19, C58
Wij hebben mede naar aanleiding van de participatiereacties in de ontwerpstructuurvisie de keuze gemaakt voor de ontwikkelingsrichting vanuit de oostzijde.
Naar aanleiding van de participatiereacties is in de ontwerpstructuurvisie gekozen voor de ontwikkelingsrichting vanuit de oostzijde.
A3, A21, A22, A25, A30, B2, C41, D6, D12, D14, D24
Het huidige beleid van de gemeente stelt al als voorwaarde dat een nieuwe woonwijk kindvriendelijk en kindveilig moet worden ingericht. Concreet betekent dit dat de openbare ruimte voldoet aan de normen voor Duurzaam Veilig Verkeer, dat wij voldoende speelvoorzieningen voor alle leeftijdsgroepen realiseren en dat wij zorgen voor een sociale veilige inrichting (door onder meer voldoende verlichting).
Nee, want het huidige gemeentelijk beleid voorziet al hierin.
49
Ook is er specifiek ruimtelijk gemeentelijk beleid dat gericht is op het houden van huisdieren van bewoners te faciliteren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het hondenpoepbeleid en het realiseren van ruiterpaden
9. 9.1
9.2
9.3
Thema duurzaamheid Maatregelen De meeste participanten geven aan duurzaamheidsmaatregelen belangrijk te vinden zoals zonnepanelen (ook bij huurwoningen), klimaatneutraal bouwen, gasloze woningen en aardwarmte voor de hele wijk. Daarbij is het wel van belang dat de woningen betaalbaar blijven, ook voor starters. Niet alle participanten denken dat dat mogelijk is. Een enkeling noemt de aanleg van openbare laadpalen voor elektrische auto’s. Er is veel kennis over duurzaamheid in de samenleving waarvan gebruik gemaakt kan worden en het is goed om te kijken wat op rijksniveau gebeurt. Een participant spreekt zich uit tegen het realiseren van windmolens in ’t Hul-Noord. Een aantal participanten geeft aan dat vooral ingezet moet worden op waterstof.
A8, A12, A13, A25, A30, C1, C13, C15, C27, D2, D12, D24, D26
Naar aanleiding van de reacties van participanten hebben wij de paragraaf klimaat in de ontwerpstructuurvisie verder uitgewerkt en daarin zijn de door participanten genoemde duurzaamheidsaspecten verwerkt.
De reacties van participanten zijn verwerkt in de paragraaf 6.7 van de ontwerpstructuurvisie.
A25
Wij zijn niet van plan om windmolens te realiseren in ’t Hul-Noord wanneer het een woonwijk wordt. Wij vinden het gebruik van waterstof een interessante optie. Echter op dit moment zijn de technische mogelijkheden hiervoor onvoldoende uitontwikkeld. In de gemeente
Nee
A13, A19, D2, D26
Wij monitoren de resultaten van pilotproject in de gemeente Hoogeveen en afhankelijk van deze resultaten bepalen wij in een
50
9.4
9.5
Stimuleer plannen voor verduurzamen van oudere woningen met financiële middelen om ze daarmee ook geschikt te maken voor starters, oppert participant.
A10
Nieuwbouw en gasloos is niet meer haalbaar voor starters, stelt participant.
A10
Hoogeveen loopt een grootschalig pilotproject bij zowel een bestaande wijk als een nieuwbouwwijk. Wij monitoren hiervan de resultaten en zullen in een latere fase bepalen of dit voor ’t HulNoord een geschikte optie is. Deze opmerking valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Dit doen we al. Ter stimulering van het verduurzamen van bestaande woningen zou de gemeente aan zowel huurders als eigenaren van woningen leningen kunnen verstrekken tegen een aantrekkelijk tarief dat lager ligt dan door particulieren kan worden verkregen op de markt. Deze opmerking valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie.
latere fase of waterstof voor ‘t-Hul-Noord een geschikt alternatief is voor aardgas.
Deze opmerking valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie.
Deze opmerking valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie.
Wij zien dat bestaande koopwoningen en nieuwbouwwoningen vanwege de hoge verkoopprijzen niet meer haalbaar zijn voor zowel starters als een groot deel van de middeninkomens. Wij zijn in regionaal en provinciaal verband bezig om te onderzoeken hoe wij ervoor kunnen zorgen dat dit deel van de woningmarkt voor deze groepen bereikbaar wordt.
51
9.6
9.7
Toekomstbestendig bouwen Participanten vinden dat toekomstbestendig gebouwd moet worden. Daarbij moet voldoende rekening gehouden worden met het aspect hittestress, (piek)afvoer van regenwater en toepassing van duurzame bouwmaterialen.
Geluidshinder Participanten geven aan dat bij het treffen van duurzaamheidsmaatregelen rekening moet worden gehouden met geluidshinder, zoals het geluid van warmtepompen en airco’s.
A13, A30, C54, C1, C27, D2, D12, D26
De gemeentelijke Woonvisie en het duurzaamheidsbeleid gaan ervan uit dat er toekomstbestendig gebouwd wordt. Het waterschap en het gemeentelijk Waterplan voorzien erin dat ook voldoende rekening wordt gehouden met (piek)afvoeren van regenwater. Voor hittestress, gebruik van duurzame bouwmaterialen en energiegebruik is vooralsnog nog geen gemeentelijk beleid. Vooralsnog gaat de gemeente ervan uit dat hiervoor de wet- en regelgeving op provinciaal en rijksniveau ook voor Nunspeet toepasbaar is als kader.
Dit is in de paragraaf Klimaat (6.7) van de ontwerpstructuurvisie verwerkt.
C54, D7
Wij hanteren als uitgangspunt bij duurzaamheidsmaatregelen bij nieuwbouwwoningen dat dit zo min mogelijk geluidshinder mag opleveren voor de woonomgeving. Wij zijn verplicht om hiervoor de wettelijk geldende normen te hanteren. Wij stimuleren partijen dan ook actief om aanvullend op deze normen geluidsreducerende maatregelen te treffen. Wij kunnen echter marktpartijen niet verplichten tot het nemen van dergelijke maatregelen. Hierdoor kunnen wij het ondervinden van geluidshinder als gevolg van het treffen
Wij voegen toe aan de ontwerpstructuurvisie: “Bij het treffen van duurzaamheidsmaatregelen bij nieuwbouwwoningen mag dit zo min mogelijk geluidshinder opleveren voor de woonomgeving. Wij toetsen dit aan het wettelijk kader en wij stimuleren partijen actief om aanvullende maatregelen te treffen om geluidshinder te voorkomen.”
52
van duurzaamheidsmaatregelen niet uitsluiten.
9.8
10. 10.1
Duurzaamheid openbare ruimte Participanten geven voorkeur aan waterdoorlatend A13, D2, D7, straatwerk, bloemmengsels en extensief D12, D22, D38 maaibeheer. Hierdoor kan de biodiversiteit worden vergroot. Speelplaatsen kunnen ingericht worden met houtsnippers en bomen. Een aantal participanten geeft aan dat duurzaamheid kan samengaan met water, zoals door het gebruik van drainagekratten en hergebruik van water. Aan de randen van de wijk moet dimbare verlichting komen in verband met aangrenzende natuur. Thema cultuurhistorie Behoud van cultuurhistorische elementen Participanten willen dat cultuurhistorische elementen, zoals molen De Duif, de Kolmansweg, de Molenweg en de houtwallen behouden blijven.
A6, A11, C24, C31, C32, D4, D7, D9, D15, D18, D19, D43, C55, C5, C27, C48, C51
Wij streven naar een duurzame inrichting van de openbare ruimte, zoals aangegeven is door de participanten. Wij hebben daarom in paragraaf 6.7 de gemaakte opmerkingen van participanten verwerkt.
Wij hebben de gemaakte opmerkingen van de participanten in paragraaf 6.7 verwerkt.
Wij hanteren in de structuurvisie het uitgangpunt dat we ernaar streven om de bestaande cultuurhistorische elementen te behouden en te versterken.
In de ontwerpstructuurvisie hebben wij explicieter opgenomen dat wij ernaar streven om bestaande cultuurhistorische elementen te behouden en te versterken.
53
10.2
Volgens participant is de bomenrij langs de Kolmansweg in de bestaande situatie nadelig voor de windvangst van de molen.
A6
10.3
In de provinciale omgevingsverordening is binnen een straal van 400 m rond molen De Duif de bestemming Molenbiotoop opgenomen. Voor de gronden binnen de molenbiotoop geldt voor nieuwe bebouwing en nieuwe beplanting een hoogtebeperking om te voorkomen dat de molen te weinig wind vangt. Volgens participant bestaat er een vergelijkbare regeling voor bestaande beplanting. De Stichting Hollandse Molen zou de gemeente hierover kunnen informeren.
C55
Deze opmerking valt buiten de scope van de structuurvisie. Het klopt echter wel wat participant stelt dat de bomenrij nadelig is voor de windvang van molen De Duif. De provincie heeft in de provinciale omgevingsverordening de bestemming Molenbiotoop opgenomen. Binnen deze bestemming geldt een hoogtebeperking voor zowel bebouwing als nieuwe beplanting om te zorgen voor voldoende windvang. Deze beperking geldt echter niet voor bestaande beplanting als deze bomenrij. De provincie Gelderland heeft in de provinciale omgevingsverordening regels opgenomen waarmee de functie van de molen wordt beschermd. Het gebied rondom een historische of monumentale molen met een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen is bestemd als molenbiotoop. Dit bekent dat als de gemeente een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een molenbiotoop zij geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk mag maken als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. Concreet betekent dit dat de gemeente met onderzoek moet aantonen dat de functie van de molen niet beperkt wordt. Er zijn geen provinciale regels voor bestaande beplanting. Ook andere
Nee, deze opmerking valt buiten de scope van de structuurvisie.
Nee, deze opmerking valt buiten de scope van de structuurvisie.
54
overheden hebben hiervoor geen regels volgens de Stichting Hollandse Molen. De Stichting Hollandse Molen adviseert de gemeente en molen De Duif om gezamenlijk bij het regulier beheer en onderhoud van het openbaar groen te bekijken of meer rekening kan worden gehouden met de belangen van molen De Duif. Dit kan door bij het kappen en/of vervangen van bestaande bomen (bijvoorbeeld bij windschade) soorten terug te plaatsen die minder hoog worden of struiken te planten. Dit laatste hebben wij als voorstel neergelegd bij ons team Beheer en Onderhoud. 11. 11.1
11.2
Thema veiligheid en criminaliteit Criminaliteit Een aantal participanten geeft aan dat de locatie van de nieuwe wijk aanleiding kan geven tot meer inbraken, omdat het voor criminelen makkelijk is om te vluchten vanuit een wijk die grenst aan het buitengebied.
Een aantal participanten stelt dat door het bouwen van de nieuwe wijk bestaande en oude woningen in Nunspeet eerder doelwit worden van inbraken omdat de nieuwe woningen goed beveiligd worden en niet aantrekkelijk zijn voor criminelen.
A10, C2, D7, D21, D31, D32
D7, D31
De politie herkent dit beeld niet. Doordat wij juist bij het bouwen van nieuwbouwwoningen en de woonomgeving eisen dat voldaan wordt aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW), liggen de criminaliteitscijfers in nieuwbouwwijken gemiddeld lager dan in oudere bestaande wijken. Voor nieuwbouwwoningen hanteren wij als gemeente het beleid dat ze voldoen aan het PKVW. Hierdoor liggen de criminaliteitscijfers in nieuwbouwwijken gemiddeld lager dan in oudere wijken.
Nee, want het huidige gemeentelijk beleid stelt als eisen dat nieuwbouwwoningen en de woonomgeving voldoen aan het PKVW. Hierdoor is een veilige woonomgeving gegarandeerd. Nee
55
Dit willen wij graag ook bereiken in de oudere wijken. Wij adviseren eigenaren van bestaande woningen daarom om maatregelen te treffen zodat hun woningen ook voldoen aan het politiekeurmerk. 11.2
12 12.1
12.2
Sociale veiligheid Enkele participanten geven aan dat goede verlichting belangrijk is (alhoewel dat kan conflicteren met duurzaamheid). Daarnaast is een overzichtelijk straatbeeld van belang en kunnen voorzieningen zoals cameratoezicht en bewegingssensoren toegepast worden. Meer blauw op straat is gewenst in de vakantieperiodes.
Thema Beheer van de openbare ruimte Beheer en onderhoud Participanten geven aan dat het onderhoud van bestaande wegen rondom ’t Hul-Noord soms te wensen over laat. Als voorbeelden worden genoemd: bermen die kapot worden gereden of verzakken, zwerfafval langs de weg, het niet snoeien van groen langs wegen waardoor de zichtbaarheid bij in-/uitritten en kruisingen als onvoldoende wordt ervaren. Participanten wensen dat ter plaatse van de bocht Hullerweg-Molenweg de sloot vervangen wordt door een duiker omdat de berm en de kant van de sloot kapotgereden worden.
A8, C2, C54, D2, D24
Om de sociale veiligheid van de toekomstige nieuwbouwwijk ’t HulNoord optimaal te laten zijn, stellen wij als voorwaarden aan de woningen en de woonomgeving dat deze voldoen aan het PKVW. Onderdeel hiervan is voldoende verlichting en een overzichtelijke inrichting van de openbare ruimte. Cameratoezicht vinden wij niet nodig.
Nee, want het huidige gemeentelijk beleid vereist dat nieuwbouwwoningen en de woonomgeving voldoen aan het PKVW. Hierdoor is een veilige woonomgeving gegarandeerd.
A3, A9, A30, B1, C12, D7, D24
Het beheer en onderhoud van de huidige openbare ruimte vallen buiten dit project. Wel hebben wij de klachten die binnengekomen zijn over het beheer en onderhoud doorgegeven aan de verantwoordelijke afdeling met het verzoek deze problemen op te lossen.
Nee, beheer en onderhoud van de huidige openbare ruimte valt buiten dit project.
A3
Deze opmerking valt buiten de scope van de ontwerpstructuurvisie, omdat dit de huidige beheers- en onderhoudssituatie betreft.
Nee, deze opmerking valt buiten de scope van de structuurvisie.
56
12.3
Participanten vinden het beheer en onderhoud van de bocht Hullerweg-Nassaulaan zeer slecht.
13.
Milieu Milieukwaliteit en veiligheid Enkele participanten maken zich zorgen over lichtvervuiling als gevolg van de toekomstige woningbouwontwikkeling.
13.1
13.2
Enkele participanten binnen het plangebied onttrekken op dit moment hun drinkwater rechtstreeks uit het grondwater. Zij vragen zich bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord als woonwijk af of dit toegestaan blijft en/of deze ontwikkeling
C12
C1, C2, D7, D26
B8
Wij hebben naar aanleiding van deze melding hierover contact opgenomen met het waterschap en team Beheer en Onderhoud van de gemeente die participant hier separaat over zullen berichten. Deze opmerking valt buiten de scope van de ontwerpstructuurvisie, omdat dit de huidige beheers- en onderhoudssituatie betreft. Wij hebben naar aanleiding van deze melding hierover contact opgenomen met team Beheer en Onderhoud van de gemeente. Dit team heeft dit inmiddels in overleg met participant opgelost.
Wij streven er bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord naar om overlast van buitenverlichting voor omwonenden, flora en fauna zo veel mogelijk te voorkomen. Bij het opstellen van een stedenbouwkundigplan zullen wij een verlichtingsplan opstellen, waarin wij dit uitgangspunt zullen meenemen. Wij nemen in de structuurvisie op dat wij ernaar streven bij de planuitwerking dat de participanten hun drinkwaterwinning kunnen voortzetten. Bij de planuitwerking zullen wij nader
Nee, deze opmerking valt buiten de scope van de structuurvisie.
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij het uitgangspunt over dat wij bij de planuitwerking streven naar het voorkomen van lichtvervuiling voor omwonenden en flora en fauna. Wij nemen in de ontwerpstructuurvisie op dat wij ernaar streven bij de planuitwerking dat de participanten hun drinkwaterwinning uit het
57
13.3
13.4
leidt tot verslechtering van de kwaliteit van hun drinkwater. Sommige participanten geven aan dat ze verwachten dat zij, als gevolg van de realisatie van de woonwijk, een te grote toename van het wegen verkeerslawaai ervaren omdat ze direct aangrenzend aan het plangebied wonen.
Participant vindt dat geluid/onrust niet goed is voor de gezondheid van mensen. Bepaalde groepen mensen zijn ook nog eens sterker gevoelig voor veel geluiden en prikkels. Dat komt het welzijn en de gezondheid niet ten goede (bijvoorbeeld bij autisme).
D14, D7, D15, D13, A10, C26, C15, A9
D7
onderzoek doen hoe wij dit mogelijk kunnen maken. De nieuwe woonwijk ’t Hul-Noord levert een toename van het aantal autoverkeersbewegingen op. Door onze keuze om de hoofdverkeersontsluiting via de Bovenweg laten verlopen, vervullen wij de doelstelling dat de omliggende wegen in het plangebied zo min mogelijk extra belast worden door de ontwikkeling van ’t Hul-Noord. Bewoners direct aangrenzend aan de Hullerweg, Molenweg, Oude Zeeweg en Kolmansweg zullen hierdoor naar verwachting een beperkte geluidstoename ervaren als gevolg van de realisatie van de woonwijk. De bewoners aan de Bovenweg zullen wel een toename van het geluid ervaren. De mogelijke geluidstoenames blijven echter binnen de wettelijke gestelde normen. Hiervoor wordt bij de planuitwerking nader onderzoek verricht. Wij streven naar behoud van een goed woon- en leefklimaat van onze bewoners bij realisatie van de plannen voor ’t Hul-Noord. Om ’t Hul-Noord juridisch mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherzieningsprocedure vereist. In dat kader zijn wij verplicht om de milieueffecten, zoals geluid, te onderzoeken voor de leefomgeving.
grondwater kunnen voortzetten. In de structuurvisie nemen wij als uitgangspunt op dat wij de kwaliteit van de leefomgeving van bestaande bewoners behouden. Hiertoe zullen wij na de planuitwerking van de structuurvisie onderzoek doen naar de effecten, waaronder weg- en verkeerslawaai.
In de structuurvisie nemen wij expliciet op dat wij streven naar een goed woon- en leefklimaat voor onze inwoners.
58
Hiervoor is het nu nog te vroeg. Als wij het ontwerpbestemmingsplan in procedure brengen, zullen deze onderzoeken voor iedereen beschikbaar zijn en kan participant vaststellen hoe wij zorgen voor behoud van een goed woon- en leefklimaat van onze bewoners.
14 14.1
Overlast bouwwerkzaamheden Overlast tijdens de bouw Een aantal participanten geeft aan dat rekening moeten worden gehouden met overlast tijdens de bouw.
C34, D7, B3
Artikel 8.3 van het Bouwbesluit bepaalt dat bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden zowel op werkdagen als op zaterdag tussen 7:00 en 19:00 uur mogen worden uitgevoerd met een maximaal geluidsniveau tot 60 dB(A). Dit wordt geborgd in een omgevingsvergunning. Daarin is ook geborgd dat indiener van een omgevingsvergunning gebruikmaakt van de best beschikbare stille technieken tijdens de bouw. Om eventuele bouwschade aan bestaande woningen te voorkomen als gevolg van trillingen bij het heien, zullen wij opleggen dat aannemers uitsluitend mogen bouwen als er onderzoek heeft plaatsgevonden naar trillingsoverlast. Indien noodzakelijk zullen wij bij de
Nee, want bestaande wet- en regelgeving en het gemeentelijk beleid bieden al voldoende waarborgen om overlast tijdens de bouw te voorkomen.
59
omgevingsvergunning opleggen dat trillingsarm moet worden gebouwd. Daarnaast zullen wij bij de realisatie aan bouwers opleggen dat zij zich adequaat hebben verzekerd tegen bouwschade en dat bij direct omwonenden een nulopname heeft plaatsgevonden, zodat het aantoonbaar is als onverhoopt sprake is van bouwschade.
15. 15.1
15.2
Participatieproces en besluitvorming Kritiek op de participatie Een aantal participanten vindt dat de participatie over de vraag had moeten gaan of de wijk ’t HulNoord gebouwd moet worden. Pas als deze vraag bestuurlijk beantwoord is, kan volgens hen pas gereageerd worden op de vraag hoe de wijk wordt vormgegeven.
Participant stelt dat een onjuiste invulling van de participatie is gedaan:
A16, A17, B11, D25, A20, C3, C2, A17, A16, A10, C54, D31, D26, A18, A19, D34, A9, C15, C54, A11
A10
Wij hebben in samenspraak met de gemeenteraad er juist voor gekozen om in een zeer vroeg stadium bewoners bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord te betrekken met een participatietraject. Zoals in onder andere de uitnodigingsbrieven, het persbericht en op de gemeentelijke webpagina staat, zal de gemeenteraad mede op basis van de participatiereacties besluiten om ’t Hul-Noord wel of niet te ontwikkelen tot woningbouwlocatie. Wij zijn van plan bewoners ook in het vervolgtraject actief te betrekken bij de ontwikkeling en hebben daarvoor nog vier participatiemomenten voorzien (zie paragraaf 7.5). Zie hiervoor het antwoord op vraag 15.1
Wij blijven ook in het vervolg bewoners actief betrekken bij de planontwikkeling en hebben dit expliciet opgenomen in de ontwerpstructuurvisie.
Nee
60
15.3
15.4
“In de raadscommissievergadering RW in juni 2019 werd over de participatie gesteld: Ga met de mensen (belanghebbenden of grondeigenaren) om tafel en licht de cijfers toe en zoek samen naar oplossingen. Dit betekent dat de participatie zou moeten gaan over het nut en de noodzaak van de invulling van ’t Hul-Noord als woningbouwlocatie. De woningbehoefte moet worden aangetoond en uit een locatieonderzoek moet blijken dat er geen alternatieven zijn.” Participant stelt de vraag waarom bij de participatie geen thema’s/vragen opgesteld zijn of gebouwd moet worden in ’t Hul?
Volgens participanten was de opdracht van de gemeenteraad om eerst met bewoners over nut en noodzaak van de wijk te spreken. Zij vragen zich af wat het belang/de invloed is van het participatietraject voor de keuze of er in ’t HulNoord gebouwd gaat worden.
C54
A16, A17, B11, D25, C3, C2, A10, A18, A19, D2, C54
De enkelvoudige vraag of we moeten bouwen leent zich naar onze mening niet voor participatie. Dit komt doordat deze vraag in samenhang moet worden gezien met de onder vraag 15.10 genoemde aspecten. In alle middelen die ingezet zijn om bewoners uit te nodigen om mee te doen aan het participatietraject is het volgende uitgangspunt opgenomen: “De uitkomst van dit participatietraject vormt een afwegingsfactor voor de besluitvorming van de gemeenteraad om ’t Hul-Noord al dan niet aan te wijzen als toekomstig woningbouwgebied.” De gemeenteraad heeft dus nog niet besloten tot het ontwikkelen van ’t HulNoord tot woningbouwgebied. Deze keuze wordt bij de ontwerpstructuurvisie gemaakt. Over het belang c.q. de invloed van dit participatietraject is geen eenduidig
Nee
Nee
61
15.5
Een aantal participanten voelt zich niet gehoord en vindt dat de gemeente niet met belanghebbenden in gesprek is gegaan. Zij vinden dat het proces veel opener moet. Sommigen hebben weinig vertrouwen in de gemeente.
C2, D41, A11, C1, D15, C2, A20, D2, D19, C21, A15, C28, D40, C32,C44
15.6
Een aantal participanten geeft aan graag meer betrokken te willen worden bij de planvorming. Zij hebben daarbij meerdere ideeën, zoals meer persoonlijk meedenken, het organiseren van werkgroepen, kijken naar een mooie betaalbare
D18, C15, A25
antwoord te geven. De mate van invloed op deze keuze zal voor elke politieke partij/ieder gemeenteraadslid anders zijn. Tijdens dit participatietraject hebben wij geprobeerd om iedere Nunspeter de mogelijkheid te geven om zijn of haar inbreng te leveren bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord. Tijdens de participatiegesprekken bleek dat een deel van de participanten geen vertrouwen in de gemeente had omdat ze de verwachting hadden dat niets met hun reactie wordt gedaan. Uit de participatienota en uit de ontwerpstructuurvisie blijkt dat wij een deel van de reacties overnemen in de ontwerpstructuurvisie en participatienota. Hiermee geven wij concrete invulling aan de participatie en doen wij naar onze mening recht aan de ingebrachte reacties.
Wij willen de bewoners ook in het vervolgtraject blijven betrekken bij de verdere ontwikkeling van ’t Hul-Noord. Voor de fase van ontwerpstructuurvisie naar structuurvisie is op basis van de
Met het participatietraject en de nog toekomstige participatiemomenten proberen wij juist alle Nunspeters te betrekken bij de ontwikkeling van ’t HulNoord. Met alle eigenaren van percelen waarop wij het voorkeursrecht op basis van de Wvg hebben gevestigd, hebben wij naast deze participatie intensiever contact. Voorafgaand aan deze participatieronde hebben wij met hen al meerdere gesprekken gevoerd. Zoals uit de ontwerpstructuurvisie en de participatienota blijkt, nemen wij de reacties serieus. Een deel hiervan leidt tot aanpassing van de preconceptstructuurvisie. In de paragraaf 7.5 Participatiemomenten en vervolgproces is opgenomen dat wij onze bewoners in het
62
inrichting en persoonlijk contact opnemen met omwonenden. Een enkeling geeft aan graag mee te denken ondanks het feit geen omwonende te zijn, maar wel eigenaar van een deel van de gronden in ’t Hul-Noord.
15.7
15.8
Participant stelt dat hij het onbehoorlijk van de gemeente vindt om hem te vragen te participeren over de invulling van ’t Hul-Noord, omdat hij tot op heden geen inhoudelijke reactie heeft gekregen op zijn bezwaarschrift tegen de vestiging van het voorkeursrecht door de gemeente.
Gemeentelijke webpagina Een klein deel van de participanten vindt dat de vragen die per thema gesteld worden via de gemeentelijke webpagina, suggestief zijn. Zij voelen zich hierdoor gedwongen om in kaders te denken.
C44
D18, A19, D34, A9, A10
gemeentelijke inspraakverordening al voorzien in participatie; voor de fase daarop (van structuurvisie naar stedenbouwkundig plan) nog niet. Hoe we in deze fase de bewoners hierbij zullen betrekken, hebben wij nog niet bepaald. Dit willen wij mede in overleg met onze bewoners bepalen na vaststelling van de structuurvisie. Wij hebben participant als reactie op zijn bezwaarschrift op 21 januari 2019 schriftelijk bericht dat wij geen inhoudelijke reactie geven op zxijn bezwaarschrift omdat hij geen belanghebbende is bij de vestiging van de Wet voorkeursrecht door de gemeenteraad.
vervolgtraject zullen blijven betrekken.
We hebben in het digitale reactieformulier per thema een vraag opgenomen omdat we de antwoorden op deze vragen willen gebruiken als bouwstenen om te komen van preconcept naar ontwerpstructuurvisie.
Nee, wel zullen wij de participatie evalueren en de desbetreffende participanten betrekken bij deze evaluatie.
Nee
We herkennen ons niet in de vermeende suggestiviteit. De opzet was om op een eenvoudige manier een reactie te kunnen insturen. Omdat we echter van plan zijn de participatie te evalueren, zullen we de desbetreffende respondenten daarbij betrekken.
63
15.9
Via de gemeentelijke webpagina www.nunspeet.nl\hul-noord was een digitaal reactieformulier in te vullen. Een aantal participanten vindt dit formulier een afstandelijke en niet-geschikte vorm van participatie.
D18, A10, A11, A10
Bij de participatie hebben wij gezocht naar diverse mogelijkheden zodat bewoners hun participatiereactie konden geven. Via de gemeentelijke webpagina konden bewoners een digitaal reactieformulier invullen. Dit is ruim 70 keer gebeurd, waarmee dit naar onze mening voorzien heeft in een behoefte. Het aanbieden van een digitaal reactieformulier was een alternatief voor de informatieavond die vanwege de RIVM-richtlijnen door covid19 niet was toegestaan. Overigens konden bewoners tijdens de participatie ook schriftelijk reageren of tijdens een persoonlijk gesprek hun standpunt toelichten. In de evaluatie van het participatieproces zullen wij meenemen of de ingezette communicatiemiddelen het beoogde effect hebben bereikt.
Wij zullen bij de evaluatie van het participatieproces meenemen of de ingezette communicatiemiddelen, waaronder het reactieformulier, het beoogde effect hebben gehad.
64
15.10 Participant is van mening dat het digitale reactieformulier op de gemeentelijke webpagina totaal onbruikbaar is en ongegrond verklaard moet worden doordat voor een onjuiste invulling van de participatie is gekozen. Ook de vraag of er wel gebouwd moet worden in ’t Hul-Noord, is niet gesteld.
Besluitvorming 15.11 Een aantal participanten vraagt zich af of de participatieprocedure voldoende transparant en objectief is en of de resultaten inzichtelijk zijn voor iedereen.
A10
Wij zijn van mening dat de participatiereacties beantwoorden aan de door ons vooraf gestelde doelstelling. Deze doelstelling was: “Om samen met bewoners aan de hand van de preconceptstructuurvisie te verkennen hoe een mogelijke toekomstige woningbouwontwikkeling in ’t HulNoord eruit zou moeten zien en aan welke voorwaarden deze zou moeten voldoen.” Veruit het merendeel van de participanten geeft aan dat ze het huidige participatieproces waarderen. Iedere participant is geheel vrij geweest om de vraag te stellen of er wel gebouwd moet worden in ’t Hul-Noord. Een deel van de participanten heeft dit ook gedaan.
Nee
D2, C54, B9
De gemeenteraad heeft nadrukkelijk om een participatieproces gevraagd. Voor het begin van de participatieprocedure is een participatieplan opgesteld om verwachtingen over het te volgen proces aan te geven. Met participanten met wie een persoonlijk gesprek is gevoerd, is het verslag ter reactie in concept overgelegd voordat het definitief is gemaakt. Voor eenieder zijn straks alle binnengekomen participatiereacties geanonimiseerd te downloaden via de gemeentelijke webpagina
Nee
65
nunspeet.nl/hul-noord. Ook de participatiereactienota met de antwoorden van het college en de ontwerpstructuurvisie zijn hier te downloaden. 15.12 Enkele participanten vragen zich af of de participatienota van tevoren wordt besproken in het college en of het college een definitieve stem heeft in wat wel/niet in de nota naar de gemeenteraad komt?
C54
Zoals geldt bij alle nota’s wordt ook deze participatienota eerst besproken in het college, waarna het college met een voorstel komt aan de gemeenteraad om dit wel of niet over te nemen in de structuurvisie. De definitieve besluitvorming ligt bij de gemeenteraad. Het kan dus zijn dat de gemeenteraad besluit om het collegevoorstel te wijzigingen en/of niet vast te stellen.
Nee
15.13 “Wat is het belang/de invloed van dit participatietraject voor de keuze en het besluit of we in ’t Hul Noord gaan bouwen?” vraagt participant zich af.
C54
Over het belang/de invloed van dit participatietraject is geen eenduidig antwoord te geven. De mate van invloed op deze keuze zal naar verwachting voor ieder gemeenteraadslid/elke partij anders zijn. Naast de uitkomsten van de participatie zal de gemeenteraad naar verwachting een of meer van de ondergenoemde aspecten in hun afweging meenemen: 1. Moet überhaupt worden gebouwd voor de lokale behoefte? 2. Hoe is de lokale marktvraag (woningbehoefte) zowel kwantitatief (aantal woningen) als kwalitatief (marktsegmenten/doelgroepen)?
Nee
66
15.14 Participant vraagt wat de (meetbare) validatieregels zijn waarop het college en raad besluiten om uitkomsten van het participatietraject wel/niet mee te nemen in de afweging en uitvoering.
C54
3. Wat is het verwachte beschikbare aanbod van woningbouwlocaties zowel kwantitatief (aantal woningen) als kwalitatief (past locatie/type woning bij marktbehoefte)? 4. Wat is het resultaat van de match van vraag en aanbod? 5. Zijn er reële alternatieve locaties voor ’t Hul-Noord beschikbaar? 6. Wat zijn de te verwachten gevolgen voor de omwonenden en omliggende bedrijven? 7. Wat zijn de milieugevolgen? 8. Wat is het standpunt van de provincie? 9. Wat zijn de risico’s? Alle wensen die uit participatie zijn gekomen, worden gebundeld en samengevat in een Programma van Wensen (participatiereactienota). Per wens geeft het college vervolgens gemotiveerd een reactie, waarbij het college aan de raad zal voorstellen om deze wens wel/niet over te nemen in de ontwerpstructuurvisie. De aangepaste ontwerpstructuurvisie zal inclusief de participatienota als concept worden voorgelegd (gevalideerd) aan de raadscommissie RW met het verzoek om deze ontwerpversie vrij te geven voor de binnen Nunspeet gebruikelijke inspraakprocedure op basis van de gemeentelijke inspraakverordening.
67
Naast de samengevatte wensen in de reactienota zullen ook geanonimiseerd integraal alle reacties aan de raadscommissie worden gestuurd, zodat die zelfstandig kan vaststellen of het college de wensen juist heeft verwerkt. Eenieder die een reactie heeft gegeven tijdens het participatietraject ontvangt van het college een brief met deze participatienota en krijgt desgewenst de gelegenheid om zijn reactie toe te lichten in deze raadscommissie en daar aan te geven of zijn/haar wensen adequaat zijn verwerkt. Nadat de ontwerpstructuurvisie inclusief participatienota wordt vrijgegeven voor inspraak krijgen alle bewoners nogmaals 8 weken de gelegenheid om te reageren op de ontwerpstructuurvisie. Daarbij heeft eenieder de gelegenheid om aan te geven of zijn/haar reactie juist is verwerkt. Deze reacties worden gebundeld in een inspraakreactienota. Per reactie zal het college motiveren waarom het de raad wel of niet adviseert om deze reactie over te nemen in de definitieve structuurvisie. Zodra het college de structuurvisie en de inspraakreactienota hebben vastgesteld, ontvangen diegenen die een inspraakreactie hebben gegeven de inspraakreactienota en krijgen zij de gelegenheid om in de raadscommissie
68
15.15 Participant vraagt hoe de gemeenteraad de participatienota gaat meenemen in zijn afweging. 15.16 Participant vraagt hoe de meningen van de participanten worden gewogen en gekwantificeerd en of de wegingsfactor voor iedereen gelijk is.
C54
RW hun reactie toe te lichten en aan te geven of zijn/haar wensen adequaat zijn verwerkt. Afhankelijk van het standpunt van de raadscommissie leidt dit wel/niet tot aanpassing van de structuurvisie. Vervolgens zal de (aangepaste) structuurvisie ter vaststelling worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Zie antwoord 15.8
Nee
C54
De intentie van het college is om waar mogelijk en haalbaar de wensen die participanten hebben geuit, over te nemen in de ontwerpstructuurvisie. Per wens zal het college motiveren waarom het wel/niet de raad voorstelt om deze over te nemen. In het planologisch traject is in de bezwaar- en beroepsprocedure geen sprake van een wegingsfactor. De zienswijzen dan wel bezwaren van de belanghebbenden worden meegenomen. Wie zich tot belanghebbenden mag rekenen, is in de wet gedefinieerd.
Nee
C15, D40, C29, D31
Na deze meldingen van enkele participanten hebben wij nader onderzoek verricht. Wij hebben geen besluiten en/of bewijsstukken
Nee
Bestuurlijke toezeggingen 15.17 Een aantal participanten geeft aan dat de gemeente in het verleden heeft toegezegd dat er geen woningbouw in ‘t Hul-Noord komt.
69
aangetroffen − of van participanten ontvangen − dat in het verleden besluiten zijn genomen of met omwonenden bestuurlijke afspraken zijn gemaakt dat geen woningbouw op ’t Hul-Noord zou worden ontwikkeld. Wel waren er tot juni 2018 aantoonbaar geen plannen om ’t Hul-Noord te ontwikkelen tot woningbouwlocatie. Diverse ambtelijke medewerkers hebben in het verleden naar enkele bewoners de verwachting uitgesproken dat ’t HulNoord (voorlopig) niet ontwikkeld zal worden. De plannen hiervoor zijn in juni 2018 ontstaan nadat bleek dat de woningbouwverkoop in Molenbeek veel sneller verliep dan was voorzien. Dit blijkt ook uit de besluitvorming rondom de Omgevingsvisie Nunspeet. Op 29 mei 2018 heeft het college de ontwerpomgevingsvisie ter visie gelegd. Hierin was ‘t Hul-Noord niet als toekomstige woningbouwlocatie opgenomen, ondanks het feit dat deze locatie in het Structuurplan 1995 als mogelijke woningbouwlocatie was aangewezen. Bij de besluitvormingsprocedure ter vaststelling van de Omgevingsvisie zijn twee belangrijke wijzigingen doorgevoerd.