Bijlage 7 Definitieve versie Participatienota 't Hul-Noord
Tekst van het document
Gemeente Nunspeet
(Participatie)reactienota Op de preconceptstructuurvisie ’t Hul-Noord
14 november 2020 Definitief
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Achtergrond en stappen 1.3 Doelgroepen 1.4 Terinzagelegging en ontvankelijkheid 1.5 Bevoegdheden bestuur 1.6 Geen bezwaar- en/of beroepsmogelijkheid 1.7 Leeswijzer
3 3 3 5 7 7 8 8
2. Samenvatting en participatiereacties
9
3. Ruimtelijke initiatieven
80
2
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding Begin juni 2020 stelden wij een participatieplan vast voor ’t Hul-Noord. Hierin hebben wij vastgelegd hoe wij onze inwoners zouden betrekken bij de mogelijke toekomstige invulling van ’t Hul-Noord als woonwijk. De afgelopen maanden hebben wij dit participatieplan uitgevoerd. Het resultaat hiervan is voorliggende participatienota waarin wij alle reacties van bewoners hebben gebundeld en van een gemotiveerde reactie hebben voorzien. Dit participatietraject past ook bij de wijze waarop de gemeente Nunspeet invulling geeft aan haar houding en taak bij gebiedsontwikkelingen. Ook past die bij de basishouding die van gemeentelijke overheden wordt verwacht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2022). De basis voor dit participatietraject is de preconceptstructuurvisie 2019. Met belanghebbenden is het gesprek gevoerd over welke richting een toekomstige invulling van het gebied moet krijgen. Het preconcept is daarbij gebruikt als voorbereidend discussiestuk om samen met onze bewoners tot een ontwerpstructuurvisie te komen. We hebben een groot aantal reacties ontvangen en bedanken alle participanten voor de bijdragen en hun bereidheid om mee te denken over de invulling van ’t Hul-Noord. Wij zijn van mening dat deze participatie de ontwerpstructuurvisie verbeterd en verrijkt heeft.
We willen daarom in de vervolgstappen van de ontwikkeling van ’t Hul-Noord blijven gebruikmaken van de kennis en kunde van onze inwoners. Wettelijk kader: de structuurvisie Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan de gemeente voor bepaalde (deel)gebieden van haar gemeente een structuurvisie vaststellen. In dit geval gaat de structuurvisie (visie) over het gebied ’t Hul-Noord, dat ligt tussen Hullerweg, Molenweg, Kolmansweg en de Oude Zeeweg. De visie gaat inhoudelijk over thema’s als ruimtelijke ontwikkeling, milieu, cultuurhistorie en duurzaamheid en vormt een concrete uitwerking van de Omgevingsvisie Nunspeet 2018. De structuurvisie vormt de beleidsmatige basis voor het toekomstige bestemmingsplan van het gebied ’t Hul-Noord.
1.2 Achtergrond en stappen In juni 2019 is de preconceptstructuurvisie voor de locatie ’t Hul-Noord met de raadscommissie Ruimte en Wonen (RW) besproken. Destijds heeft de raadscommissie aangegeven dat het college van burgemeester en wethouders, voordat de gemeenteraad het besluit neemt tot het behandelen van een ontwerpstructuurvisie, de volgende stappen moet hebben ondernomen: 1. De woningbehoefte voor de nieuwe woningbouwlocatie ‘t Hul-Noord moet duidelijk zijn. 2. Er moet met bewoners en belanghebbenden een participatietraject hebben plaatsgevonden. 3. De preconceptstructuurvisie moet verder worden geconcretiseerd.
3
Stap 1 Woningbehoefte Het onderzoek naar de woningbouwbehoefte voor ’t Hul-Noord is in samenspraak met de gemeenteraad met de vaststelling van de gemeentelijke Woonvisie in februari 2020 doorlopen. Tot 2040 is er volgens de nu geldende Woonvisie een behoefte aan 1.320 nieuwbouwwoningen binnen de gemeente Nunspeet. De huidige planvoorraad van 735 woningen (projectenportefeuille) is onvoldoende groot om in deze behoefte te voorzien. Dit resulteert in een realistisch tekort van 585 nieuwbouwwoningen tot 2040, waarvoor nog geen projectlocatie is gevonden1. Bovendien blijkt uit de door ons geactualiseerde woningbehoefteraming, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de ontwerpstructuurvisie, dat de woningbehoefte en het realistisch tekort het afgelopen jaar verder zijn toegenomen. Het realistisch tekort is volgens de laatste raming van Atrivé hierdoor gestegen naar 877 woningen in 2040. De ontwikkeling van een nieuwe grotere woningbouwlocatie is noodzakelijk om in de lokale behoefte te kunnen voorzien. Hiermee is deze stap wat ons betreft doorlopen en hebben wij besloten over te gaan tot de volgende stap: het volgen van het participatietraject.
Stap 2 Doorlopen van een participatietraject Doel van de participatie is om samen met de bewoners van Nunspeet aan de hand van de preconceptstructuurvisie te verkennen hoe mogelijke toekomstige woningbouwontwikkeling in ’t Hul-Noord eruit zou moeten zien en aan welke voorwaarden deze zou moeten voldoen. De uitkomst van dit participatietraject vormt een afwegingskader in het besluit van de gemeenteraad om ’t Hul-Noord wel of niet aan te wijzen als toekomstig woningbouwgebied. Stap 3 Uitwerking naar een ontwerpstructuurvisie De uitkomsten uit het participatietraject zullen wij gebruiken om te komen tot concretisering en uitwerking van het preconcept- naar een ontwerpstructuurvisie. Deze zullen wij ter advisering voorleggen aan de raadscommissie RW met het verzoek om op basis hiervan de formele gemeentelijke inspraakprocedure te starten. Na verwerking van deze inspraakreacties zal de ontwerpstructuurvisie ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd worden.
1
Bron: CBS, Primos 2019, gemeente Nunspeet, bewerking Atrivé, in: Woonvisie ‘Goed wonen in de gemeente Nunspeet, Woonvisie gemeente Nunspeet 2020-2025’, pagina 33.
4
1.3
Doelgroepen
De participatie heeft plaatsgevonden op basis van het participatieplan dat in juni 2020 vastgesteld is. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende doelgroepen, omdat we verwachten dat de gevolgen van de mogelijke ontwikkeling voor elke doelgroep anders is. Hierdoor zullen ook de behoefte aan en de intensiteit van de contacten tussen de gemeente en de participant verschillen. Het betreft de volgende doelgroepen: 1. Rechthebbenden Wvg. Dit zijn de bewoners en grondeigenaren binnen het plangebied van wie op ten minste een deel van de gronden een Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) is gevestigd (blauw gekleurd). Deze groep heeft participantnummer A. 2. Bewoners en ondernemers binnen het plangebied die geen gronden bezitten waarop een Wvg is gevestigd (groen gekleurd). Deze groep heeft participantnummer B. 3. Directe omwonenden buiten het plangebied (grenzend aan een van de ontsluitingswegen) die de ruimtelijke gevolgen merken van de planontwikkeling (geel gekleurd). Deze mensen hebben participantnummer C. 4. Inwoners van de gemeente Nunspeet (wit). Deze hebben participantnummer D. In de afbeelding op de volgende bladzijde is de indeling opgenomen van verschillende doelgroepen van het participatieplan.
5
Afbeelding met in kleur aangegeven de verschillende doelgroepen (Bron: Participatieplan)
6
1.4
Terinzagelegging en ontvankelijkheid
Terinzagelegging en participatiereacties Van 10 juni tot en met 16 juli 2020 kreeg eenieder de mogelijkheid om wensen en adviezen voor de mogelijke ontwikkeling van het toekomstige gebied te geven. Dit kon zowel digitaal via de gemeentelijke website en schriftelijk als met een persoonlijk gesprek. De rechthebbenden Wvg, de bewoners en bedrijven in het plangebied én de directe omwonenden zijn over het participatietraject schriftelijk bericht. Daarnaast is het participatietraject aangekondigd via Nunspeet Huis aan Huis, RTV Nunspeet en de gemeentelijke webpagina www.nunspeet.nl\hul-noord. Via de gemeentelijke webpagina kon eenieder reageren door een digitaal reactieformulier in te vullen. Alle rechthebbenden Wvg en de bewoners en bedrijven in het plangebied hebben daarnaast de mogelijkheid gekregen om in een persoonlijk gesprek met verantwoordelijk wethouder J. Groothuis hun reactie toe te lichten. Hiervoor zijn zij persoonlijk benaderd. Hiervan heeft ruim 80% gebruik gemaakt. Omdat bleek dat bij veel omwonenden in de directe omgeving van het plangebied ook behoefte was aan een persoonlijk gesprek hebben wij in deze mogelijkheid voorzien. De gemeentelijke projectleider heeft tussen 14 augustus en 1 oktober 2020 circa 30 gesprekken met hen gevoerd. Ontvankelijkheid Op de preconceptstructuurvisie zijn in totaal door 116 participanten één of meer reacties ingediend.
Alle reacties zijn ontvankelijk.
1.5
Bevoegdheden bestuur
Op 17 november 2020 heeft het college besloten om naar aanleiding van de ingediende participatiereacties de gemeenteraad voor te stellen om de préconceptstructuurvisie op onderdelen aan te passen op basis van de ingediende participatiereacties. Het college van burgemeester en wethouders heeft de participanten over dit collegebesluit (en bijbehorende reacties op hun participatiereactie) schriftelijk geïnformeerd, zodat zij eventueel in de raadscommissie Ruimte en Wonen kunnen gebruikmaken van hun spreekrecht om hun reactie toe te lichten. Het college vraagt de gemeenteraad om instemming over het in procedure brengen van de ontwerpstructuurvisie waarin de participatiereacties zijn verwerkt. De ontwerpstructuurvisie zal overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening 8 weken ter inzage liggen voor bezwaar van eenieder. Bewoners krijgen daarin wederom de gelegenheid om hun inspraakreactie te geven en kunnen aangeven of de reacties op een juiste wijze in de ontwerpstructuurvisie zijn verwerkt. De gemeenteraad beslist vervolgens over de vaststelling van de ontwerpstructuurvisie en eventuele voorgestelde aanpassingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen.
7
1.6
Geen bezwaar- en/of beroepsmogelijkheid
Een structuurvisie is een ruimtelijk planfiguur overeenkomstig artikel 2.1 van de Wro. Tegen het collegebesluit om de ontwerpstructuurvisie in procedure te brengen, kan geen bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld. Dit is wettelijk bepaald in de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak en in artikel 8:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit komt doordat een structuurvisie niet leidt tot wettelijke verplichtingen zoals een bestemmingsplan, een projectuitvoeringsbesluit of een omgevingsvergunning. De structuurvisie fungeert slechts als beleids- en ontwikkelingskader voor de verdere ruimtelijke ontwikkeling. De aangepaste ontwerpstructuurvisie wordt inclusief de participatienota als concept voorgelegd aan de raadscommissie RW met het verzoek om deze ontwerpversie vrij te geven voor de binnen Nunspeet gebruikelijke inspraakprocedure op basis van de gemeentelijke inspraakverordening. Participanten hebben daarmee ook de gelegenheid om hun reactie te geven op de antwoorden in de nota die wij geformuleerd hebben. Na verwerking van de inspraakreacties zal de gemeenteraad worden gevraagd om de definitieve structuurvisie vast te stellen.
1.7
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 zijn de binnengekomen participatiereacties samengevat en voorzien van een beantwoording. Per argument is aangegeven of dit leidt tot aanpassing van de preconceptstructuurvisie. In een deel van de gesprekken deden de desbetreffende participanten een voorstel voor een ruimtelijk initiatief. Deze voorstellen zijn gebundeld in hoofdstuk 3. De inspraakreacties zijn geanonimiseerd, omdat het niet is toegestaan persoonsgegevens op internet te publiceren. Voor het bestuur zelf is naast de geanonimiseerde versie ook een niet-anonieme versie beschikbaar. Dit zodat alle indieners van een inspraak persoonlijk een reactie kunnen ontvangen.
NR. 1. 2. 3. 4.
Doelgroepen Rechthebbenden Wvg Bewoners en bedrijven in het plangebied Direct omwonenden Overige inwoners van de gemeente Nunspeet
Participatienummers A1 t/m A30 B1 t/m B11 C1 t/m C60 D1 t/m D45
8
2
Samenvatting en participatiereacties
Er zijn veel reacties binnengekomen op de preconceptstructuurvisie ’t Hul-Noord. Door een openbare enquête op de website van de gemeente, interviews met de rechthebbenden (eigenaren van grond in het plangebied die ook belanghebbende zijn) en belanghebbenden zijn de reacties verzameld. Zij geven veel overwegingen en input voor de verdere planvorming. In onderstaand overzicht zijn de reacties gebundeld, samengevat in argumenten en van een eerste reactie voorzien. Nr.
Bundeling van argumenten
1.
Voor of tegen de woningbouwontwikkeling Voor- of tegenstander Een groot aantal participanten geeft aan tegen de woningbouwontwikkeling in ’t Hul-Noord te zijn. De noodzaak ervan is volgens de meesten niet aangetoond. Het gebied, dat uniek is in Nunspeet, wordt minder aantrekkelijk en het authentieke karakter en de rust zullen verdwijnen. De grens aan uitbreiding is aan deze kant van Nunspeet bereikt. Ook toeristen recreëren nu in het gebied, wat niet meer kan in het scenario woningbouw. Een enkeling geeft aan dat de agrarische bedrijven nu in de voedselproductie voorzien. Zij vragen zich af hoe de bevolking gevoed moet worden wanneer er geen koeien meer worden gehouden.
1.1
Participanten
Reactie van de gemeente
Wijziging van de structuurvisie
D32, C28, D6, C12, C24, D19, D11, D35, D31, D25, C2, D13, C57, D42, D29, D8, C21, D7, D39, D32, D24, D37, D36, D15, A11, D4, D9, C31, D41, C2, D7, D19, C24, D21, D15, D18, C29, D31, C24, D13, D20, C24, D13, C20, D10, D39, D36, B6, B2, C14, A17, A22, C15, C57, C34, A12, A17, D41, D1, A19,
Voor de onderbouwing van de noodzaak van de woningbouwontwikkeling op verwijzen we naar onze antwoorden bij nr. 2.1 (ten aanzien van de woningbehoefte) en nr. 3.1 (ten aanzien van het locatieonderzoek naar alternatieven). Zie hiervoor ook hoofdstuk 2 en 3 van de ontwerpstructuurvisie.
Zie 2.1 en 3.1 Naar aanleiding van deze reactie hebben wij hoofdstukken 2 en 3 toegevoegd aan de ontwerpstructuurvisie.
9
1.2
Een groot aantal participanten is tegen de ontwikkeling van ’t Hul-Noord, omdat dit ten koste gaat van de huidige kwaliteiten van het gebied (zoals de natuurwaarden, de cultuurhistorische kwaliteiten, de agrarische functie en het waardevolle open landschap), het verdwijnen van uitzichten vanuit de bestaande woningen en het open gebied. Ook toeristen recreëren nu in het gebied, wat niet meer kan in het scenario woningbouw.
A10, C46, D37, C16, A29, C2, D30, D41, A19, A29, D39, A10, A9, D44, A8, C41, B9, B3 D32, C28, D6, C12, C24, D19, D11, D35, D31, D25, C2, D13, C57, D42, D29, D8, C21, D7, D39, D32, D24, D37, D36, D15, A11, D4, D9, C31, D41, C2, D7, D19, C24, D21, D15, D18, C29, D31, C24, D13, D20, C24, D13, C20, D10, D39, D36, B6, B2, C14, A17, A22, C15, C57, C34, A12, A17, D41, D1, A19, A10, C46, D37, C16, A29, C2, D30, D41, A19, A29, D39, A10, A9, C27, C59, C60, C19
Ook wij willen bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord, voor zover dit mogelijk is, de huidige kwaliteiten van het gebied (de natuurwaarden, de genoemde cultuurhistorische elementen, het waardevolle openlandschap en het vrije uitzicht) zo veel mogelijk behouden. Dit is voor ons een van de ontwerpuitgangspunten bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan. Zoals de provincie constateert in haar brief is de ruimte om woningbouw te ontwikkelen binnen Nunspeet en het buitengebied schaars en ’t Hul-Noord landschappelijk waardevol. Tegelijkertijd constateert de provincie dat de woningvraag niet alleen binnenstedelijk kan worden gerealiseerd en dat er in het buitengebied geen andere geschikte en alternatieve locaties voor woningbouw zijn met een vergelijkbare woningbouwcapaciteit. Om die reden is de provincie bereid om samen met de gemeente Nunspeet de mogelijkheid van woningbouw in ’t Hul-Noord te verkennen, rekening houdend met de
In de ontwerpstructuurvisie nemen we explicieter op dat we er bij de planuitwerking, voor zover dit mogelijk is, naar streven dat de huidige kwaliteiten van het gebied worden behouden en waar mogelijk versterkt.
10
1.3
Een deel van de participanten is tegen de woningbouwontwikkeling omdat de omliggende wegen de hoeveelheid extra verkeer voor ’t HulNoord niet zouden aankunnen.
D14, D7, D15, D13, A10, D34, A9, C26, C15, A10, C31, C12, C57, B7, C24, C45, C29, A22, C28, C41, B6, C27, C13, C14, C34, D22, B8, D5, D31, C57, D32, D21, D32
1.4
Een enkele participant geeft expliciet aan vóór de woningbouwontwikkeling te zijn omdat dit begrijpelijk is vanuit de woningbehoefte in
B7, C36
specifieke kenmerken van het landschap. Bij de verdere ontwikkeling van het plan ’t Hul-Noord streven we ook naar behoud van de toeristische recreatieve functies in het gebied. Hiervoor zullen we bij de planuitwerking de belanghebbenden van de direct omliggende recreatieparken, campings en de molen De Duif betrekken bij de planuitwerking. Voor de planuitwerking heeft verkeersen adviesbureau Goudappel Coffeng onderzoek gedaan naar de hoofdverkeersontsluiting en de verkeersbelasting van de omliggende wegen (rond het plangebied). Uit de resultaten van dit verkeersonderzoek blijkt dat de hoofdverkeerontsluiting van de nieuwbouwwijk bij voorkeur via de Bovenweg zou moeten plaatsvinden, waarbij er naar wordt gestreefd om de omliggende verkeersinfrastructuur zo min mogelijk extra te belasten . Vervolgens zijn wij nu in samenspraak met het Verkeersbureau GP 12 en Lodewijk Baljon landschapsarchitecten aan het onderzoeken hoe deze verkeersinrichting in de praktijk eruit kan komen te zien. Wij streven naar een zo aantrekkelijk mogelijke inrichting van de toekomstige woonwijk ’t Hul-Noord die gericht zal
In de ontwerpstructuurvisie hebben we opgenomen dat de hoofdverkeersontsluiting via de Bovenweg zal verlopen, waarbij er tevens naar wordt gestreefd om de omliggende bestaande wegen zo min mogelijk extra te belasten.
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij expliciet op dat de toekomstige woonwijk ’t Hul-
11
Nunspeet. Voorwaarden zijn dat het gebied wel aantrekkelijk moet blijven en er gebouwd wordt voor met name jongeren en senioren. . 1.5
Behoud bestaande situatie Participanten geven aan dat zij de huidige kwaliteiten van het gebied in stand willen houden en daarom deze locatie niet wensen in te vullen met woningbouw. Daarbij worden diverse kenmerken van het gebied genoemd, zoals het agrarisch gebruik, het grasland, de natuurwaarden, het vrije uitzicht, het waardevolle open landschap, behoud van cultuurhistorische elementen zoals de molen en de bijbehorende molenbiotoop, behoud van het gebied met oog op het toeristischrecreatieve karakter et cetera. Ook dient het karakter van bestaande karakteristieke wegen niet aangetast te worden door deze niet te verbreden, en zijn nieuwe wegen naast bestaande woningen niet gewenst.
C2, D13, D32, D24, D37, D36, D42, D15, A11, D4, D9, C31, D41, D7, D19, C24, D21, D7, D18, D6, C32, C29, D31, D20, D10, D39, D22, D36, D35, A17, C44, C27, C59, C60, C48
zijn op alle leeftijdsgroepen en inkomensklassen binnen Nunspeet.
Noord gericht is op alle leeftijdsgroepen en inkomensklassen binnen Nunspeet.
Ook wij willen bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord, voor zover dit mogelijk is, de huidige kwaliteiten van het gebied (de natuurwaarden, de genoemde cultuurhistorische elementen, het waardevolle open landschap en het vrije uitzicht zo veel mogelijk willenbehouden. Dit is voor ons een van de ontwerpuitgangspunten bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan. Zoals de provincie constateert in haar brief is de ruimte om woningbouw te ontwikkelen binnen Nunspeet schaars en is het buitengebied, waaronder ’t Hul-Noord, landschappelijk waardevol. Tegelijkertijd constateert de provincie dat de woningvraag niet alleen binnenstedelijk kan worden opgevangen en dat er in het buitengebied geen andere geschikte locaties zijn voor woningbouw op grotere schaal. Om die reden is de provincie bereid om samen met de gemeente Nunspeet de mogelijkheid van woningbouw in ’t HulNoord te verkennen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van het landschap.
In de ontwerpstructuurvisie zullen wij expliciet opnemen dat wij bij de ontwikkeling van ’t Hul-Noord, voor zover dit mogelijk is, de huidige kwaliteiten van het gebied (de natuurwaarden, de genoemde cultuurhistorische elementen, het waardevolle openlandschap en het vrije uitzicht zo veel mogelijk willen behouden). Dit is voor ons een van de ontwerpuitgangspunten bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan.
12
2. 2.1
Thema economie en markt Noodzaak van woningbouw in Nunspeet Participanten geven aan dat zowel de noodzaak voor de woningbehoefte als de woningbouw in Nunspeet onvoldoende is onderbouwd.
D31, A17, B11, D26, A19, D15, A15, D54, C34, D43, C59 , C60, C19
Naar aanleiding van deze reactie hebben wij deskundigenbureaus ABF en Atrivé gevraagd om de woningbehoefteramingen te beoordelen en te actualiseren ten opzichte van de gemeentelijke Woonvisie die in februari 2020 is vastgesteld. Uit deze visie blijkt dat er een grotere behoefte is aan nieuwbouwwoningen dan waarin wordt voorzien. Tot 2040 is er volgens de Woonvisie behoefte aan 1.320 nieuwbouwwoningen. Volgens de geactualiseerde ramingen van ABF en Atrivé is deze behoefte verder toegenomen. De huidige planvoorraad (projectenportefeuille) is onvoldoende groot om in deze behoefte te voorzien. Dit resulteert in een realistisch tekort van 585 (volgens de Woonvisie én Atrivé op basis van Primos 2019) én 877 (volgens Atrivé op basis van Primos 2020) nieuwbouwwoningen tot 2040, waarvoor nog geen uitbreidingslocatie is gevonden2. De redenen voor deze toename zijn toegelicht in bijlagen 1 en 2.
Naar aanleiding van deze reactie hebben wij deskundigenbureaus ABF en Atrivé gevraagd om de woningbehoefteramingen te beoordelen en te actualiseren ten opzichte van de gemeentelijke Woonvisie. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 2 en bijlagen 1 en 2.
2
Bron: CBS, Primos 2019, gemeente Nunspeet, bewerking Atrivé, in: Woonvisie ‘Goed wonen in de gemeente Nunspeet, Woonvisie gemeente Nunspeet 2020-2025’, pagina 33.
13
2.2
Participanten geven aan dat er noodzaak voor woningbouw is in Nunspeet, waarbij voorzien moet worden in de lokale woningbehoefte en betaalbaar gebouwd wordt voor jong en oud. Mensen van buitenaf hoeven niet aangetrokken te worden.
B2, B6, A21, B1, A14, D15, D26, A10, D7, D17, D30, A15, D12, C31, B7
Dit standpunt sluit aan bij onze uitgangspunten. In zowel het collegeakkoord als in de in februari 2020 vastgestelde Woonvisie hebben college en gemeenteraad vastgesteld dat Nunspeet alleen wil voorzien in de lokale woningbehoefte. Mede met de ontwikkeling van ’t Hul-Noord kan ervoor gezorgd worden dat er voldoende gebouwd wordt voor alle leeftijdsgroepen en inkomensklassen.
2.3
Van grootschalig bouwen gaat een aanzuigende werking op ‘Niet-Nunspeters’ uit. Honderd nieuwe woningen per jaar is veel meer dan waaraan Nunspeters behoefte hebben per jaar, stellen participanten. “Dat betekent dat veel huizen naar buitenstaanders gaan. Bouwen voor de Nunspeetse behoefte moet het uitgangspunt zijn.” Een aanzuigende werking op ‘Niet-Nunspeters’ moet worden voorkomen.
A10, C27
Wij willen en zullen alleen bouwen voor de lokale woningbehoefte, zoals vastgelegd is in de gemeentelijke Woonvisie. Deze woningbehoefte wordt jaarlijks in regionaal samenspraak met de provincie vastgesteld. Uit deze cijfers blijkt dat het aantal gebouwde nieuwbouwwoningen in de hele linie achterblijft bij de vraag. Bij de koopwoningen blijkt dit bijvoorbeeld uit de stijging van de verkoopprijzen. De NVM rapporteert in september 2020 een stijging van 11,2% ten opzichte van een jaar eerder. Uit eerder bij Molenbeek uitgevoerd herkomstonderzoek bleek dat ruim 90 % van de woningen werd gekocht door Nunspeters.
Naar aanleiding van deze reactie hebben wij in de ontwerpstructuurvisie scherper opgeschreven dat we met de ontwikkeling van ’t Hul-Noord willen zorgen dat er voldoende gebouwd wordt voor alle doelgroepen, leeftijdsgroepen en inkomensklassen, waaronder het betaalbare segment en dat wij vooral zullen bouwen om in de lokale woningbehoefte te voorzien. Nee
14
2.4
Participanten vinden dat de woningbouwbehoeftecijfers van de gemeente onvoldoende zijn onderbouwd. Wat is de waarheid (er wordt elke keer iets anders genoemd waaruit geen plan op te maken is)?
A10, C32, C44 , C19
2.5
Participant vindt de woningbouwbehoeftecijfers onvoldoende gespecificeerd. Deze moeten nader worden gespecificeerd naar doelgroep (onder andere leeftijd en inkomens) en getoetst aan feiten/onderzoek in de gemeente Nunspeet waar behoefte aan is (geen landelijke peilingen).
A10
2.6
Noodzaak van woningbouw op ’t Hul-Noord Participanten geven aan dat de noodzaak van de woningbouw op ‘t Hul-Noord onvoldoende onderbouwd is en naar hun inzicht niet nodig is. Er is volgens hen voldoende ruimte om binnen het bestaand stedelijk gebied van Nunspeet in de
A13, A10, A22, C1, D42, D19, D43, D24, D32, C12, C46, C57, C29, C13, D34,
Jaarlijks worden de Nee woningbehoeftecijfers in regionaal verband in samenspraak met de provincie vastgesteld. De goedkeuring van de regio en de provincie borgen daarbij dat de cijfers juist zijn. De woningbehoefteramingen worden in opdracht van de regio c.q. gemeente opgesteld door het deskundigenbureau Atrivé gebaseerd op de Primos-ramingen van het deskundigenbureau ABF. Het maken van deze toekomstvoorspellingen is daarbij geen exacte wetenschap, maar een zo goed mogelijke inschatting van de toekomst op basis van de kennis van het moment. Inherent aan ramingen is dat de cijfers wijzigen, omdat onze kennis van de toekomst wijzigt. In het voor de structuurvisie uitgevoerde Nee woningbehoefteonderzoek is volstaan met onderzoek naar het aantal benodigde woningen. Na vaststelling van de structuurvisie zullen we dit bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan specificeren naar doelgroep.
Naar aanleiding van deze reactie hebben wij een locatie-onderzoek uitgevoerd, hetgeen we opgenomen hebben in hoofdstuk 3 van de ontwerpstructuurvisie. In deze
Naar aanleiding van deze reactie hebben wij een locatieonderzoek uitgevoerd naar mogelijke alternatieven voor ’t Hul-Noord, hetgeen
15
behoefte van woningen te voorzien door middel van inbreiding. Het landelijke gebied van ’t Hul hoeft in dat geval niet opgeofferd te worden. Voorbeelden voor inbreiding die genoemd worden zijn garage Vierhout, oude industrieterreinen, de huishoudschool aan de F.A. Molijnlaan, de locatie ten westen van de Kienschulpenweg (de Kijktuinen), bouwen tegen de wijk Oenenburgwijk aan, het omzetten van campingterreinen naar woningbouw, in de omgeving van Wiltsangh, het Belvédère bos en in de omgeving van de Van Oordtstraat. Daarnaast zouden nog veel woningen te koop staan in nabijgelegen wijken. Ook verwijzen bewoners daarbij naar het locatieonderzoek naar alternatieven dat in opdracht van Heilijgers, Property Engineering/actiegroep Kerngroep ’t Hul-Noord niet is uitgevoerd. Participanten vinden dat het college aan de bewoners en de raad een locatiestudie zou moeten voorleggen, waarin alle mogelijke locaties voor woningbouw zijn opgenomen.
C31, A11, D31, C15, D36, D15, C28, D16, D25, D37, C24, D13, D7, D4, D2, A15, A18, D32, D3, C41, D40, D41, C12, D44, C2, C41, C27, C32,C44, C59, C60, C19
locatiestudie hebben wij alle ingebrachte alternatieven door bewoners (waaronder ook het IMOSSonderzoek) meegenomen in dit onderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat ’t Hul-Noord het meest geschikt is als toekomstige woningbouwlocatie om een groter aantal woningen te realiseren.
opgenomen is in hoofdstuk 3 van de visie.
A10, C32
Met het in hoofdstuk 3 opgenomen locatieonderzoek naar alternatieven voorzien wij in deze vraag.
Met het in hoofdstuk 3 opgenomen locatieonderzoek naar alternatieven voorzien wij in deze vraag.
2.8
Participant: In dit locatieonderzoek zou meegenomen moeten worden of de beschikbare locaties voor woningbouw ook geschikt zijn voor de beoogde doelgroepen.
A10
Met het in hoofdstuk 3 opgenomen locatieonderzoek naar alternatieven voorzien wij in deze vraag.
Met het in hoofdstuk 3 opgenomen locatieonderzoek naar alternatieven voorzien wij in deze vraag.
2.9
Op dit moment onderbouwt het college onvoldoende waar gebouwd kan worden in Nunspeet, vindt participant.
A10
Met het in hoofdstuk 3 opgenomen locatieonderzoek naar alternatieven voorzien wij in deze vraag.
2.10
De besluitvorming over de locatiekeuze en de noodzaak van de realisatie van de woningen zou
A10
Voor eenieder zijn straks alle stukken over de structuurvisie te downloaden via
Met het in hoofdstuk 3 opgenomen locatieonderzoek naar alternatieven voorzien wij in deze vraag. Nee
2.7
16
helder, transparant en controleerbaar moeten plaatsvinden, vindt participant.
2.11
Participanten verbazen zich erover dat de gemeente nog geen terugkoppeling heeft gegeven over hoe zij omgegaan is met het in opdracht van de actiegroep ‘Kerngroep ’t Hul-Noord niet’ uitgevoerde locatieonderzoek naar IMOSS. Het Structuurplan 1995 is verouderd en biedt onvoldoende basis om daarop de locatiekeuze voor ’t Hul-Noord te baseren.
C1
2.13
De gemeente moet open en transparant zijn over de gehanteerde gerealiseerde en toekomstige woningbouwaantallen in projecten.
C32, C44
3.
Thema Wonen Doelgroepen woningen Participanten vinden dat meer zelfstandige woonvormen voor ouderen moeten worden gerealiseerd zoals gastvrij-wonen, aanleun- en levensloopbestendige kwadrantwoningen, rugaan-rug-woningen en een ‘knarrenhofje’. Daarnaast moet het laten samenwonen van jong en oud meer gestimuleerd worden en moet er meer ruimte zijn voor mantelzorgwoningen. Participanten vinden dat meer betaalbare woningen voor starters moeten worden gebouwd. Daarbij zijn ook sociale huurwoningen een optie.
2.12
3.1
3.2
C44
de gemeentelijke webpagina www.nunspeet.nl\hul-noord De besluitvorming is te volgen de gemeentelijke webpagina van de gemeenteraad. Wij hebben het IMOSS-rapport gebruikt als input voor ons locatie-onderzoek naar alternatieven voor ’t Hul-Noord. De resultaten hiervan hebben wij met leden van de kerngroep inmiddels besproken. Met het in hoofdstuk 3 opgenomen locatieonderzoek naar alternatieven hebben wij het locatieonderzoek opgenomen in het Structuurplan 1995 geactualiseerd en voorzien wij in deze vraag. Met het in bijlage 3 opgenomen overzicht van woningbouwprojecten per 1-10-2020 voorzien wij in deze behoefte.
Nee
Met het in hoofdstuk 3 opgenomen locatieonderzoek naar alternatieven voorzien wij in deze vraag.
Met het in bijlage 3 opgenomen overzicht voorzien wij in deze behoefte.
C13, C54, D33, A21, D30, A30, A3, A14, D7, D17, A25
Wij zijn van plan om een woonwijk te realiseren voor alle leeftijdsgroepen, dus ook voor senioren. Hiervoor zullen wij in overleg met onze oudere bewoners en vertegenwoordigers van oudere Nunspeters, zoals de ANBO, zoeken naar passende woonvormen.
Nee
A21, B1, A14, D15, D26, A21, D33, A10, A30,
Wij streven ernaar om met de verschillende bouwprojecten in de woningbehoefte te voorzien van alle
Nee
17
3.3
3.4
Woningbouwprogramma De meningen van participanten lopen uiteen over het type woningen. Sommigen geven aan met name vrijstaande woningen te wensen; anderen zetten in op een gevarieerd aanbod van woningbouw met koop- en huurwoningen en een diversiteit aan architectuurstijlen en kavelgroottes. Nog weer anderen geven aan dat het vooral moet aansluiten bij de architectuurstijl van Molenbeek, of een stijl met natuurwoningen zodat een natuurlijke overgang gemaakt kan worden. Een enkeling geeft aan dat de kavels aan de Molenweg te krap zijn en dat de kavels aan de Kolmansweg minimaal 1.500 m2 moeten worden. Participanten adviseert: “Kies voor een andere invulling van de Kijktuinen (geen zonnepanelenveld maar woningbouw). Is nu recent ook aangekondigd dat regering daar weer over gaat beslissen dat er geen kostbare grond waar tekort aan is op te offeren aan zonnevelden en belemmerd woningbouw.”
A3, A33, D22, D17, C2, A13, D7, D30, A12, D3, D28, D44, A1, C41, C55, D45
bewoners binnen de gemeente Nunspeet. Ook ‘t Hul-Noord vervult hier een belangrijke rol in. Wij zien dat op dit moment in Nunspeet te weinig wordt gebouwd voor starters en voor inkomensgroepen die aangewezen zijn op een sociale huurwoning. Dit tekort willen wij binnen de totale projectenportefeuille oplossen.
D26, D21, A13, D21, C15, C14, A21, D20, A8, A25, A30, D17, D11, C31, A12, A8, A1, B9
De gemeente zal voor het gebied een woningbouwprogramma moeten opstellen dat voorziet in de behoefte. Dat zal een mix worden van diverse typen woningen. Vanuit het beleid zal er ook aandacht zijn voor sociale woningbouw (huurwoningen), wonen in rijen, appartementen en vrije kavels in verschillende prijssegmenten. Op dit moment is het programma nog niet vastgelegd. Dit is afhankelijk van de actuele marktbehoefte.
In de structuurvisie nemen wij op dat we een woningprogramma opstellen dat aansluit bij de lokale woningbehoefte. Dit betreft een mix van woningtypen in verschillende prijssegmenten bestemd voor alle leeftijdsen inkomensgroepen binnen onze gemeente.
A10
Deze vraag valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Het zonnepanelenveld betreft een tijdelijke invulling van het gebied voor de komende 25 jaar. Het gebied is gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van de begraafplaats Nunspeet-west. Kanttekening daarbij is wel dat wij, zodra meer bekend is wanneer en wat de plannen voor de
Deze vraag valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie.
18
uitbreiding van de begraafplaats zijn, wij zullen onderzoeken of door optimalisering van de bestaande begraafplaats deze ruimte rondom de begraafplaats kan worden gerealiseerd. Ten aanzien van de opmerkingen aangaande het zonnepanelenveld in de Kijktuinen merken wij het volgende op. De gemeenteraad in Nunspeet heeft, zoals geformuleerd in het Masterplan Duurzaamheid 2016, de ambitie om in 2025 voor zover het energiegebruik betreft co2-neutraal te zijn voor de gemeentelijke organisatie en 50% co2neutraal voor de gemeente Nunspeet. Die ambitie heeft de gemeenteraad vastgelegd in het Raadsbesluit van 30 juni 2016. Onderdeel van deze doelstelling is om te zorgen voor een sluitende elektriciteitsbalans. Dat wil zeggen dat de gemeentelijke organisatie en het vastgoed net zo veel elektriciteit verbruiken als ze opleveren. Uit onderzoek blijkt dat zowel het leggen van zonnepanelen op alle daken van het gemeentelijk vastgoed als het treffen van alle financieel rendabele elektriciteitsbesparingsmogelijkheden onvoldoende oplevert om te komen tot een sluitende balans. Een zonnepanelenveld van de omvang van de Kijktuinen of een dergelijke
19
3.5
3.6
vergelijkbare ontwikkeling is nodig om deze balans sluitend te krijgen. Een grote groep senioren zou graag willen wonen A10 Deze opmerking valt buiten de in het centrum bij voorzieningen zoals de kerk en reikwijdte van de structuurvisie. de winkels. Participant vindt dat het college Wij beschikken over slechts een beperkt onvoldoende initiatieven ontwikkelt om deze aantal gronden in onze gemeente, behoefte in te vullen. waarop wij actief het initiatief kunnen nemen om woningbouw te kunnen ontwikkelen. Op deze plekken zijn wij ook actief (bijvoorbeeld Stationsomgeving en de Kijktuinen). Het grootste deel van het centrum is in eigendom van particulieren. Voor ontwikkeling van deze plekken zijn wij afhankelijk van particulier initiatief. Daar komt bij dat projecten in het centrum over het algemeen complex en financieel risicovol zijn. Om het risico voor de gemeente te beperken, kiezen wij ervoor om deze plekken door de markt te laten ontwikkelen, tenzij het strategisch belang van de ontwikkeling voor de gemeente zeer groot is van de ontwikkeling (zoals bij de Stationsomgeving). Participanten verzoeken ons er rekening mee te In de structuurvisie nemen wij op dat we A3, A10, A12, houden dat een deel van woningzoekenden, zoals A14, A21, A30, een woningprogramma opstellen dat starters of jongeren of ouderen met lage inkomens A33, B1, D3, D7, aansluit bij de lokale woningbehoefte.
zich geen hoge hypotheek kunnen permitteren. D15, D17, D30, Dit betreft een mix van woningtypen in Participanten verzoeken ons om daarom verschillende prijssegmenten bestemd D44 woontypen te realiseren die zorgen voor een snelle voor alle leeftijds- en inkomensgroepen en betaalbare oplossing van dit probleem. binnen onze gemeente. Wij zullen Participanten verzoeken ons daarbij maatregelen daarbij ook kijken naar woningtypen In
Deze opmerking valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie.
Nee
20
te nemen om te borgen dat deze woningen ook uitsluitend door deze doelgroepen bestemd zijn.
3.7
3.8
Bouwhoogte Participanten geven over het algemeen aan dat drie bouwlagen het maximum is. Een aantal participanten vindt vier of vijf bouwlagen passend.
Uitstraling en architectuur nieuwbouwwoningen De argumenten lopen uiteen over de uitstraling van de nieuwbouwwoningen. De meeste participanten vinden dat de woningen in de basis moeten aansluiten bij de authentieke dorpse en groene uitstraling van Nunspeet of moeten aansluiten op de architectuur van Molenbeek.
het programma zullen ook woningtypen zijn die specifiek bedoeld zijn voor starters en lage inkomensgroepen. Ook zullen we daarbij kijken naar de mogelijkheden voor flexwonen. De Huisvestingswet beperkt echter de mogelijkheden voor de gemeente om de genoemde woningtypen specifiek te bestemmen voor doelgroepen. Op grond van de Huisvestingswet kunnen wij slechts voor een beperkt aantal doelgroepen (zoals sociale huur en zorg) maatregelen nemen die erop gericht zijn te borgen dat deze door deze doelgroepen gebruikt worden.
B2, B6, C27, C14, C34, A21, A14, A30, A3, C15, D22, C34, C1, A21, A12, C12, A13, A1, C2, B3
Zoals gebruikelijk in Nunspeet hanteren wij als uitgangspunt voor de delen van de toekomstige woonwijk die grenzen aan bestaande woningen en/of woongebieden een maximum hoogte van drie bouwlagen.
Nee
D3, D6, A10, D18, A13, A25, A8, A30, A14, D26, C31, C54, A8
Het voorliggende document is een structuurvisie waarin op hoofdlijnen uitspraken zijn gedaan over het gebied. Dat dit onderwerp leeft onder de participanten is duidelijk zichtbaar. Wanneer besloten wordt dat het gebied verder uitgewerkt wordt, wordt na het
Bij de opstelling van het beeldkwaliteitsplan betrekken wij de bewoners.
21
Anderen stellen dat het gebied een gevarieerd architectonisch beeld moet krijgen.
4.
4.1
Thema Zorgvuldige inpassing bestaande bewoners en bedrijven Bestaande activiteiten behouden Een aantal participanten geeft aan graag hun (agrarische) activiteiten te kunnen blijven uitvoeren in het gebied naast ’t Hul-Noord. De nieuwe woningen (bewoners) mogen hiervan geen last ondervinden. Er mogen geen hinderwetprocedures komen waardoor oorspronkelijke bewoners en aanliggende agrarische ondernemers het veld moeten ruimen.
vaststellen van een structuurvisie een stedenbouwkundigplan opgesteld. Onderdeel van dit plan is een beeldkwaliteitsplan (bkp) waarin wij de kwaliteitswensen van participanten meenemen. Hoe wij de participatie van bewoners bij de opstelling van het bkp vormgeven, bepalen wij na vaststelling van de structuurvisie.
C14, C58, B8, D2
Het is realistisch om te veronderstellen dat zowel bestaande bewoners als bestaande ondernemers in en rondom het plangebied gevolgen zullen ondervinden van deze ontwikkeling. Op de grond van de Wro moeten wij in het kader van het bestemmingsplan onderzoeken of deze gevolgen ruimtelijk gezien aanvaardbaar zijn en leiden tot een voldoende kwaliteit van de leef- en woonomgeving.
Wij streven er bij de planontwikkeling naar dat zowel bestaande ondernemers als bewoners van het gebied zo min mogelijk hinder ondervinden van de ontwikkeling en realisatie van ’t Hul-Noord.
Een van de uitgangspunten voor de planuitwerking van ’t Hul-Noord is dat wij ernaar zullen streven dat bestaande ondernemers buiten het plangebied zo min mogelijk hinder ondervinden van de ontwikkeling van ’t Hul-Noord en dat zij
22
hun bedrijfsactiviteiten moeten kunnen voortzetten. Daarnaast streven we ernaar dat bestaande bewoners en bestaande bedrijven op een dusdanige manier worden ingepast dat ze zo min mogelijk hinder ondervinden van de realisatie van ’t Hul-Noord. De Hinderwet bestaat overigens niet meer.
4.2
4.3
Overgang van bestaande naar nieuwe woningen Eigenaren van bestaande woningen geven aan dat de overgang van bestaande bouw naar nieuwbouw zorgvuldig moet, zonder dat hoge muren naast bestaande woningen ontstaan of hoge dichtheden aan de rand voorkomen. Ook moet het gebied aansluiten bij de overgang op het Veluwerandmeergebied, maar niet met te ruim opgezette straten, omdat dit ten koste gaat van groen en natuur. Er moet voldoende afstand gehouden worden van de Kolmansweg, Hullerweg en Molenweg.
Groene bufferzone bestaande woningen Een aantal participanten geeft aan dat tussen de bestaande woningen en de toekomstige nieuwbouwwoningen een groene bufferzone moet worden gerealiseerd, waarmee het zicht richting de nieuwe woningen ontnomen wordt.
C15, A30, A3, D26, C31, C54, A12, B2, A22, C1, A16, A17, A19, B1, A14, D22, C57, C21, A10, B3
Wij streven ernaar om tussen de bestaande woningen en de nieuwbouwwoningen een groene buffer te realiseren waarbij aan de randen de vrijstaande woningen worden gerealiseerd en in het centrale deel de woningen met hogere dichtheden. Op deze wijze voorkomen wij dat bestaande bewoners tegen dichte, gesloten wanden aan zitten te kijken. Uiteraard houden wij met het ontwerp rekening met de overgang naar het Veluwerandmeer.
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij op dat wij ernaar streven dat wij tussen de bestaande woningen en de nieuwbouwwoningen een groene buffer zullen realiseren waarbij aan de randen de vrijstaande woningen worden gerealiseerd en in het centrale deel de woningen met hogere dichtheden.
A3, A14, A16, A17, A19, A22, A30, B1, B2, C1, C57, D22, C20, A8, C41, C5, B3
Wij zullen bij de verdere planuitwerking onderzoeken of wij aan de wens voor realisatie van een groene bufferzone tussen de bestaande woningen en de nieuwbouwwoningen, binnen de financieel gestelde randvoorwaarden
Naar aanleiding van deze reactie onderzoeken wij of wij aan de wens voor realisatie van een groene bufferzone tussen de bestaande woningen en de
23
4.4
Compensatie en schade Een aantal participanten geeft aan gecompenseerd te willen worden (of compensatie door middel van planschade) wanneer de woningbouwontwikkeling op ’t Hul-Noord doorgaat. Bij voorkeur wordt ver weg van bestaande nabijgelegen woningen gebouwd.
B6, C14, B8, C57, C34, A22, B7, C2, D26, C12, C14,C15, C29, C41, C34, C5, B10, B5, C4, C10, C33, C57, B3
door de gemeenteraad, kunnen voldoen en/of dit op alle plaatsen een reële mogelijkheid is. Bij de uitwerking van de vastgestelde structuurvisie tot een stedenbouwkundig plan kunnen wij de bewoners hierover zekerheid bieden.
nieuwbouwwoningen, binnen de financieel gestelde randvoorwaarden door de gemeenteraad, kunnen voldoen en/of dit op alle plaatsen een reële mogelijkheid is.
Een van de uitgangspunten bij de verdere planuitwerking van ’t Hul-Noord is om planschade zo veel mogelijk te voorkomen. In dit prille stadium van de plannen kan niet worden beoordeeld of sprake is van planschade. Dit kan pas nadat de gemeenteraad het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Als wordt gevreesd voor een waardevermindering van de woning als gevolg van een ruimtelijk plan kan een aanvraag om vergoeding vanwege geleden planschade (planschadeclaim) bij de gemeente worden ingediend na vaststelling van het bestemmingsplan/omgevingsplan. Een dergelijke aanvraag kan worden ingediend op grond van artikel 6.1 e.v. van de Wro en de aanvraag wordt behandeld op grond van de gemeentelijke ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Nunspeet 2008’. De aanvraag om vergoeding van planschade wordt volgens de genoemde
Nee
24
4.5
4.6
Participanten die eigenaar zijn van gronden waarop de gemeente het voorkeursrecht uit de Wvg heeft gevestigd, noemen compensatie voor het niet meer vrijelijk kunnen beschikken over het eigendom.
Bestaande eigendomsrechten Participanten vragen bij het realiseren van de plannen rekening te houden met het bestaande recht van overpad, “waarbij ons eigendomsperceel het heersende erf is voor het te dienen erf van
A22
A1
procedureverordening beoordeeld door een onafhankelijke planschadeadviescommissie, die het college van burgmeester en wethouders adviseert. Uiteindelijk beslist het college over het verzoek. Ten aanzien van schade als gevolg van de vestiging van de Wvg op een of meer percelen het volgende: Uit jurisprudentie blijkt dat in de Wvg geregelde procedure in geval van verkoop van het perceel door een partij aan de gemeente voldoende waarborgen biedt ten aanzien van het verkrijgen van een marktconforme prijs voor de verkopende partij. Een eigenaar van gronden waarop de Wvg gevestigd is, wordt daarom niet onevenredig benadeeld in zijn onderhandelingspositie en leidt dus geen schade als gevolg van de vestiging van de Wvg en dat de eigenaar zijn gronden niet vrijelijk kan verkopen. ABRS 25-01/06 inz. Aalsmeer AV0268. Zie eveneens ABRS 21-10/09 inzake Albrandswaard (LJN: BK0816) en ABRS 27-01/10 inzake Venlo (LJN: BL0750). Uiteraard houden we bij het maken van de plannen zo veel mogelijk rekening met bestaande zakelijke rechten en verplichtingen die regelen dat participanten hun bestaande woningen
Aan de structuurvisie voegen we toe dat we ernaar streven bij het maken van de plannen zo veel mogelijk rekening met bestaande zakelijke rechten
25
onze buren. Deze buren dienen te allen tijde toegang te houden tot hun opstallen.”
5 5.1
5.2
Thema voorzieningen Participanten vinden dat in of in de directe omgeving van ’t Hul-Noord (kleinschalige) voorzieningen moet komen om bijvoorbeeld kleine dagelijkse boodschappen te doen of een kop koffie te drinken, met name voor bewoners die minder mobiel zijn en voor wie het centrum te ver lopen of fietsen is. De bestaande landwinkel bij molen De Duif zou bijvoorbeeld uitgebreid kunnen worden qua assortiment en kleinschalige horeca. Er zijn ideeën over (dagelijkse) voorzieningen, ook voor ouderen. Voorzieningen die genoemd worden zijn een buurtwinkel, een kerk, een ambulancepost, speelgelegenheden voor kinderen en sportvoorzieningen. Belangrijk daarbij is dat ze vanuit de nieuwe wijk goed bereikbaar zijn voor alle doelgroepen.
A21, A14
A6, A14, A15, A21, C1, C32, C54, D2, D26, D31
en/ of bedrijven kunnen blijven gebruiken. We passen we deze dan ook zo veel mogelijk in. Dit geldt ook voor het desbetreffende recht van overpad.
en verplichtingen die regelen dat participanten hun bestaande woningen en/ of bedrijven kunnen blijven gebruiken. We passen we deze dan ook zo veel mogelijk in.
Met de ontwikkeling van ’t Hul-Noord hopen wij het draagvlak van bestaande voorzieningen in de gemeente Nunspeet te versterken. Wij onderzoeken onder andere samen met de eigenaar van de landwinkel en de horeca bij molen De Duif of deze als gevolg van de ontwikkeling van dit plan uitgebreid kunnen worden. Naar verwachting is de omvang van de wijk ’t Hul-Noord zelf te klein (400 woningen/1.000 inwoners) bij 600/1.500 inwoners) om dagelijkse en maatschappelijke voorzieningen (zoals een buurtwinkel/sportvoorzieningen/ ambulancepost) rendabel te kunnen exploiteren. Omdat ’t Hul-Noord naast nieuwbouwwijk Molenbeek ligt en deze wijk een beperkt voorzieningenniveau kent, bestaan er wellicht kansen om een goed bereikbare plek voor beide wijken dergelijke voorzieningen te realiseren, zoals uitbreiding van landwinkel molen De Duif. Hiervoor zijn wij afhankelijk van
Wij onderzoeken onder andere samen met de eigenaar van de landwinkel en horeca bij molen De Duif of deze als gevolg van de ontwikkeling van ’t Hul-Noord uitgebreid kunnen worden.
Naar aanleiding van deze reacties zullen wij expliciet in de ontwerpstructuurvisie opnemen: - dat naar verwachting de omvang van de nieuwbouwwijk ’t HulNoord op zichzelf te klein van omvang is voor dagelijkse, sport- en maatschappelijke voorzieningen; - dat mogelijk in de wijk een basisschool wordt gerealiseerd;
26
5.3
Participant vraagt zich af of de gemeente van plan is om in de nieuwe woonwijk ’t Hul-Noord een school en een kinderdagverblijf te realiseren.
B2
5.4
Participant is van mening dat de invulling van ’t Hul-Noord met woningbouw de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de recreatieparken schaadt
C19
marktinitiatief. Wij onderzoeken momenteel de mogelijkheden voor het realiseren van een extra basisschool in ’t Hul-Noord (zie paragraaf 6.6) Mogelijk biedt deze locatie ook voor de vestiging van andere voorzieningen kansen. Als thema voor de nieuwbouwwijk hanteren wij de gezonde en duurzame wijk. Wij zullen in de wijk speelvoorzieningen realiseren die gezond bewegen stimuleren voor alle kinderen. In de gemeenteraad is besproken dat we komende periode onderzoeken of er voldoende behoefte en noodzaak is om in ’t Hul-Noord een Integraal Kindcentrum (een basisschool inclusief kinderdagverblijf) te realiseren. Op basis van dit onderzoek zullen wij in samenspraak met de gemeenteraad besluiten of hier een school gerealiseerd wordt
-
In de ontwerpstructuurvisie streven we ernaar om op dusdanige zorgvuldige wijze de bestaande recreatieparken in te passen dat deze niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. In de visie houden we daarnaast ook rekening met toekomstige uitbreidingsmogelijkheden van recreatiepark De Hofstee
Nee
-
dat de gemeente in principe openstaat voor marktinitiatieven op dit punt; dat wij speelvoorzieningen realiseren voor alle kinderen gericht op het stimuleren van bewegen.
Aan de ontwerpstructuurvisie hebben wij een paragraaf 6.6 toegevoegd. waarin wij opgenomen hebben dat wij momenteel onderzoek doen naar de behoefte aan een integraal kindcentrum (basisschool met kinderdagverblijf) in ’t HulNoord.
27
6. 6.1
6.2
Thema Verkeer en vervoer Huidige situatie Het karakter van bestaande karakteristieke en cultuurhistorisch belangrijke wegen, zoals de Hullerweg, de Molenweg en de Kolmansweg, dienen niet aangetast te worden, aldus participanten. Verbreding van deze wegen wordt daardoor niet wenselijk geacht.
Participant vindt dat er te veel vracht- en landbouwverkeer naar de melkveehouderij in ’t Hul-Noord rijdt, wat zorgt voor verkeersonveilige situaties en parkeeroverlast. Is hieraan iets te doen?
A19, A10, C1
C31
Ook wij willen zo veel mogelijk de bestaande kwaliteiten van de wegen om het plangebied behouden. Mede hierom willen wij de hoofdverkeersontsluiting via de Bovenweg laten verlopen. Een van de doelstellingen hiermee is dat de omliggende wegen in het plangebied zo min mogelijk extra belast worden door de ontwikkeling van ’t Hul-Noord. Tegelijkertijd constateren wij een spanningsveld tussen een verkeersveilige inrichting van deze wegen en dit behoud. Het kan zijn dat uit nader onderzoek blijkt dat verbreding van de wegen noodzakelijk is om te komen tot een verkeersveilige inrichting. In dat geval zullen wij verkeersveiligheid boven behoud van de cultuurhistorische waarden plaatsen. Deze vraag valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie omdat die het huidige vracht- en landbouwverkeer betreft. De vraag valt in drie aspecten uiteen: 1. Is het toegestaan? 2. Leidt dit tot verkeersonveilige situaties? 3. Is hier iets aan te doen?
In de ontwerpstructuurvisie nemen wij expliciet op dat wij ernaar streven om zo veel mogelijk het karakter van de bestaande karakteristieke en cultuurhistorisch belangrijke wegen te behouden, tenzij hiermee het verkeersveiligheidsoogpunt in het geding komt.
Deze opmerking ligt buiten de reikwijdte van de structuurvisie.
Hieronder gaan wij er nader op in: 1. Is het toegestaan?
28
6.3
Participanten geven aan dat de weg op de in de preconceptstructuurvisie is aangeduid als bestaande verkeersstructuur ter hoogte van de blauwe ster op de kaart, geen openbare weg is, maar privé-eigendom en dus niet in te passen is in ’t Hul-Noord.
C14 en C22
Het is toegestaan mits de (verkeers)veiligheid niet in het geding is. 2. Leidt dit tot verkeersonveilige situaties? Tot op heden hebben wij en de Politie geen ernstige verkeersonveilige situaties kunnen vaststellen op grond waarvan handhavend moet worden opgetreden. 3. Is hieraan iets te doen? Nee, De activiteiten van deze melkveehouderij zijn toegestaan, mits de verkeersveiligheid niet in het geding is. In de ontwerpstructuurvisie hebben wij naar aanleiding van deze reactie de aanduiding en weg geschrapt.
In de ontwerpstructuurvisie is de aanduiding van bestaande verkeerstructuur ter hoogte van de blauwe kaart geschrapt.
29
6.4
Hullerweg Veel participanten ervaren de huidige verkeerssituatie en inrichting van vooral de Hullerweg als verkeersonveilig. Het is volgens hen te druk en te overbelast op de ontsluitingen. De vele wandelaars en fietsers worden niet gescheiden van de rijbaan. In combinatie met (zwaar) gemotoriseerd verkeer dat vaak te snel rijdt, levert dat gevaarlijke situaties op, ook omdat de weg hiervoor te smal is. Er worden diverse maatregelen genoemd voor de Hullerweg: het weren van vracht- en landbouwverkeer, alleen bestemmingsverkeer toelaten en een 30 km/uurzone.
C14, C58, C12, D22, C57, A9, B7, A3, C24, C57, C45, C29, A30, A3, D44, C20, C2, B9, C27, C19, B3
De huidige verkeerssituatie en vermeende verkeersonveiligheid van de Hullerweg vallen buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Dat neemt niet weg dat wij deze meldingen zeer serieus nemen. Bij de ontwikkeling van de toekomstige woonwijk willen wij zorgen voor een integrale verkeersveilige verkeersinrichting van de gehele omliggende wegenstructuur. Samen met het verkeersbureau GP12 en Lodewijk Baljon landschapsarchitecten voeren wij nu onderzoek uit om te bepalen hoe de toekomstige verkeersinrichting er exact uit moet komen te zien. In dit onderzoek nemen we de huidige verkeerssituatie en de effecten van de toekomstige wijk mee. Uitgangspunten bij dit onderzoek zijn ontwikkeling van project ’t Hul-Noord zijn dat de huidige verkeersveiligheid, de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving ten minste moeten worden behouden. Uiteraard kijken wij daarbij ook of wij verkeersmaatregelen kunnen nemen vanuit het project die bijdragen aan verbetering van de huidige verkeerssituatie.
Aan de ontwerpstructuurvisie hebben wij toegevoegd dat wij bij de realisatie van ’t HulNoord zullen zorgen voor een integrale verkeersveilige inrichting van de omliggende wegenstructuur rond het plangebied. Bij de toekomstige inrichting nemen we zowel de huidige verkeerssituatie als de effecten van de toekomstige wijk mee. Om dit mogelijk te maken zijn In de visie deze omliggende wegen toegevoegd aan het plangebied. In de visie is specifiek voor de Hullerweg opgenomen dat in het geval van de ontwikkeling van ’t Hul-Noord doorgaat wij ernaar streven om de verkeersfunctie van de Hullerweg af te waarderen.
30
Op grond van dit lopende onderzoek streven we ernaar om de verkeersfunctie van de Hullerweg af te waarderen. 6.5
Kolmansweg Participanten hebben minder klachten over de drukte op de Kolmansweg. Op de weg wordt echter wel hard gereden; er rijdt vracht- en landbouwverkeer terwijl de weg hier te smal voor is. Participanten ervaren de huidige verkeerssituatie en inrichting als verkeersonveilig.
A22, C15, C31, B1, C26, C55, C5,C27
De huidige verkeerssituatie en vermeende verkeersonveiligheid van de Kolmansweg vallen buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Dat neemt niet weg dat wij deze meldingen zeer serieus nemen. Bij de ontwikkeling van de toekomstige woonwijk willen wij zorgen voor een integrale verkeersveilige verkeersinrichting van de gehele omliggende wegenstructuur. Samen met het verkeersbureau GP12 en Lodewijk Baljon landschapsarchitecten voeren wij nu onderzoek uit om te bepalen hoe de toekomstige verkeersinrichting er exact uit moet komen te zien. In dit onderzoek nemen we de huidige verkeerssituatie en de effecten van de toekomstige wijk mee. Uitgangspunten bij dit onderzoek zijn ontwikkeling van project ’t Hul-Noord zijn dat de huidige verkeersveiligheid, de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving ten minste moeten worden behouden. Uiteraard kijken wij daarbij ook of wij verkeersmaatregelen kunnen nemen vanuit het project die
Aan de ontwerpstructuurvisie hebben wij toegevoegd dat wij bij de realisatie van ’t HulNoord zullen zorgen voor een integrale verkeersveilige inrichting van de omliggende wegenstructuur rond het plangebied. Bij de toekomstige inrichting nemen we zowel de huidige verkeerssituatie als de effecten van de toekomstige wijk mee. Om dit mogelijk te maken zijn In de visie deze omliggende wegen (waaronder de Kolmansweg) toegevoegd aan het plangebied.
31
6.6
6.7
Participant vraagt aandacht voor de verkeersonveilige situatie bij het gedeelte van de Kolmansweg tussen de molen en ‘t Hoge, zoals in een afbeelding bij het gespreksverslag inzichtelijk is gemaakt. Door de aanwezige houtwallen aan beide kanten van de weg zijn hier vaak gevaarlijke situaties.
Molenweg Participanten vinden vooral dat de Molenweg afgesloten moet worden voor vrachtwagens en dergelijke. De huidige verkeersinrichting wordt als onveilig ervaren en participanten zien een verkeerstoename als gevolg de toekomstige woningbouw niet zitten. Een enkeling vindt de Molenweg ook te druk.
B1
C15, A21, A30, C1, C28, C41, C31, C55, C27, B3, C51, C48
bijdragen aan verbetering van de huidige verkeerssituatie. Zie hiervoor ons antwoord bij opmerking Zie hiervoor 6.5 6.5 Op basis van de reactie van participant nemen wij deze melding in ons lopende verkeersonderzoek naar de toekomstige verkeersinrichting mee en bepalen we of er verkeersmaatregelen moeten worden getroffen. Over deze melding krijgt participant persoonlijk bericht van team Infra. De huidige verkeerssituatie en vermeende verkeersonveiligheid van de Molenweg vallen buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Dat neemt niet weg dat wij deze meldingen zeer serieus nemen en hiermee actief aan de slag gaan. Bij de ontwikkeling van de toekomstige woonwijk willen wij zorgen voor een integrale verkeersveilige verkeersinrichting van de gehele omliggende wegenstructuur. Samen met het verkeersbureau GP12 en Lodewijk Baljon landschapsarchitecten voeren wij nu onderzoek uit om te bepalen hoe de toekomstige verkeersinrichting er exact uit moet komen te zien. In dit onderzoek nemen
Aan de ontwerpstructuurvisie hebben wij toegevoegd dat wij bij de realisatie van ’t HulNoord zullen zorgen voor een integrale verkeersveilige inrichting van de omliggende wegenstructuur (waaronder de Molenweg) rond het plangebied. Bij de toekomstige inrichting nemen we zowel de huidige verkeerssituatie als de effecten van de toekomstige wijk mee. Om dit mogelijk te maken zijn In de visie deze omliggende wegen toegevoegd aan het plangebied.
32
we de huidige verkeerssituatie en de effecten van de toekomstige wijk mee. Uitgangspunten bij dit onderzoek zijn ontwikkeling van project ’t Hul-Noord zijn dat de huidige verkeersveiligheid, de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving ten minste moeten worden behouden. Uiteraard kijken wij daarbij ook of wij verkeersmaatregelen kunnen nemen vanuit het project die bijdragen aan verbetering van de huidige verkeerssituatie. Op grond van dit lopende onderzoek streven wij ernaar om de verkeersfunctie van de Molenweg in de ontwerpstructuurvisie af te waarderen.
6.8
Participant vindt dat de bestaande verkeersinrichting van de Molenweg behouden moet blijven.
C1
Op basis van de reactie nemen we in het lopend onderzoek mee of de afsluiting van de Molenweg voor vrachtwagens een zinvolle en doeltreffende verkeersmaatregel is. Wij zijn samen met het verkeersbureau GP12 en Lodewijk Baljon landschapsarchitecten bezig om te onderzoeken hoe wij de verkeersinrichting en -veiligheid van de wegen kunnen verbeteren, waarbij wij ook onderzoeken hoe wij zorgen voor een optimale hoofdverkeersontsluiting van de Bovenweg op de nieuwe wijk. De resultaten uit dit onderzoek leiden ertoe dat wij de verkeersfunctie van de
In de visie is specifiek voor de Molenweg opgenomen dat in het geval van de ontwikkeling van ’t Hul-Noord doorgaat wij ernaar zullen streven om de verkeersfunctie van de Molenweg zullen afwaarderen.
Nee
33
Molenweg zullen afwaarderen. Of hiervoor de huidige verkeersinrichting op de Molenweg moet worden aangepast, zal op basis van nader onderzoek worden bepaald. 6.9
Oude Zeeweg Participanten vinden de Oude Zeeweg over het algemeen verkeersonveilig en te druk. Zij vrezen dat het naar aanleiding van ’t Hul-Noord te druk wordt. Een enkeling wenst uitbreiding van straatverlichting.
B6, C27, C13, C14, C34, B1, A8, D22, C45, A8, D28, B1, A8
De huidige verkeerssituatie en vermeende verkeersonveiligheid van de Oude Zeeweg vallen buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Dat neemt niet weg dat wij deze meldingen zeer serieus nemen. Bij de ontwikkeling van de toekomstige woonwijk willen wij zorgen voor een integrale verkeersveilige verkeersinrichting van de gehele omliggende wegenstructuur. Samen met het verkeersbureau GP12 en Lodewijk Baljon landschapsarchitecten voeren wij nu onderzoek uit om te bepalen hoe de toekomstige verkeersinrichting er exact uit moet komen te zien. In dit onderzoek nemen we de huidige verkeerssituatie en de effecten van de toekomstige wijk mee. Uitgangspunten bij dit onderzoek zijn ontwikkeling van project ’t Hul-Noord zijn dat de huidige verkeersveiligheid, de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving ten minste moeten worden behouden. Uiteraard kijken wij daarbij ook of wij verkeersmaatregelen