CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Definitieve versie Participatienota 't Hul-Noord

Commissie Ruimte en Wonen 18 mei 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Structuurvisie ’t Hul-Noord.22.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

70

Eén van deze wijzigingen was het toevoegen van ’t Hul-Noord als zoeklocatie voor toekomstige woningbouw (collegebesluit van 12 oktober 2018). De uitspraak die voormalig wethouder Baas heeft gedaan, moeten we zien in de context van 1983. Wij zijn inmiddels bijna 40 jaar verder en wij hebben met onze woningbehoefte en locatieonderzoek het nut en de noodzaak van de ontwikkeling van ’t HulNoord aangetoond (zie hoofdstuk 2 en 3).

15.18 Voormalig wethouder Baas zou in 1983, volgens participant, bestuurlijk toegezegd hebben dat er geen sprong over de Hullerweg zal worden gemaakt met toekomstige bebouwing. Daarbij geeft participant aan dat het college moreelethisch verplicht is om zich aan deze toezegging te houden.

C32, C44

Nee

15.19 Participant gaat ervan uit dat, mocht onverhoopt de woonwijk doorgaan, op zijn minst het uitzicht op de Kolmansweg gehandhaafd blijft, zoals in 1983 bestuurlijk is gegarandeerd door voormalig wethouder Baas.

C32

De uitspraak die voormalig wethouder Baas heeft gedaan, moeten we zien in de context van 1983. Wij zijn inmiddels bijna 40 jaar verder en wij hebben met onze woningbehoefte en locatieonderzoek de nut en de noodzaak van de ontwikkeling van ’t Hul-Noord aangetoond (zie hoofdstuk 2 en 3). Wij kunnen bij de planuitwerking niet garanderen dat het uitzicht van participant op de Kolmansweg gehandhaafd blijft.

Nee

15.20 Participanten hebben in 2017 een woning van de gemeente gekocht met direct uitzicht op het plangebied ’t Hul-Noord. Deze woning is geleverd in april 2018. Zij hebben het gevoel dat de gemeente hen bij de aankoop van de woning

C27

Na deze melding heeft natrekking plaatsgevonden bij diverse ambtenaren en de feitelijke stukken. Dit leverde onderstaande bevindingen op die met participant zijn gedeeld.

Nee

71

onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd. Zij geven aan meerdere malen aan meerdere ambtenaren van de gemeente expliciet gevraagd te hebben of er plannen waren met ’t Hul-Noord. Echter elke keer kregen zij te horen dat hier geen plannen waren voorzien. Aangezien het college begin juli 2019 de Wvg op ’t Hul-Noord vestigde, kunnen participanten zich niet voorstellen dat de gemeente dit niet voor levering heeft geweten. Zij hebben daarom het gevoel dat de gemeente informatie heeft achtergehouden. Als zij hadden geweten dat er bouwplannen waren, hadden zij geen (verhoogd) bod gedaan en ook niet zo omvangrijk verbouwd.

Op het moment van levering van de woning (april 2018) waren er aantoonbaar nog geen plannen om ’t Hul-Noord te ontwikkelen. Deze zijn in juni 2018 ontstaan nadat bleek dat de woningbouwverkoop in Molenbeek veel sneller verliep dan was voorzien en dat één ontwikkelende marktpartij een grondpositie verwierf in het gebied (collegebesluit van 3 juli 2018). Dit blijkt ook uit de besluitvorming rondom de Omgevingsvisie Nunspeet. Op 29 mei 2018 heeft het college de ontwerpomgevingsvisie ter visie gelegd. Hierin was ‘t Hul-Noord niet als toekomstige woningbouwlocatie opgenomen, ondanks het feit dat deze locatie in het Structuurplan 1995 als mogelijke woningbouwlocatie was aangewezen, omdat dit niet nodig werd geacht. Bij de besluitvormingsprocedure ter vaststelling van de Omgevingsvisie zijn twee belangrijke wijzigingen doorgevoerd en één daarvan was het toevoegen van ’t Hul-Noord als zoeklocatie voor toekomstige woningbouw (collegebesluit van 12 oktober 2018).

72

Participatienota 15.21 Participant stelt dat in de inspraakreactienota van de Kijktuinen bij voorstellen van bewoners die afgewezen werden het college onvoldoende motiveerde waarom deze afgewezen werden, terwijl toegekende voorstellen ‘ruim’ uitgemeten werden. Dat leidt tot meer weerstand. 15.22 Zijn de resultaten van het participatietraject en de methodiek die gebruikt wordt om deze resultaten in het rapport weer te geven inzichtelijk en transparant voor iedereen, vraagt participant zich af.

15.23 Wordt de participatienota van tevoren besproken in het college en heeft het college een definitieve stem wat wel/niet in de nota naar de gemeenteraad komt, is de vraag van participant.

Inspraakmogelijkheden 15.24 De reguliere wijze van inspraak is niet geschikt voor nieuwbouw en woningbouwplannen, stelt participant. Er wordt aan bewoners onvoldoende tijd en ruimte gegeven om te participeren.

A10

Wij hebben in de Participatienota geprobeerd om zowel bij toegekende als afgewezen voorstellen helder en op een vergelijkbare wijze te motiveren waarom wij deze al dan niet hebben toegekend.

Nee

C54

Voor eenieder zijn straks alle binnengekomen participatiereacties geanonimiseerd te downloaden via de gemeentelijke webpagina nunspeet.nl\hul-noord. Ook de participatiereactienota en de ontwerpstructuurvisie zijn hier te downloaden. Zoals geldt bij alle rapportages worden deze eerst besproken in het college en daarna komt het college met een voorstel aan de raad om dit wel/niet over te nemen in de structuurvisie. De definitieve besluitvorming ligt bij de gemeenteraad. Het kan dus zijn dat de raad besluit om het collegevoorstel te wijzigingen en/of niet vast te stellen.

Nee

Specifiek voor de ontwikkeling van ’t Hul-Noord hebben wij in dit prille stadium dit extra participatiemoment georganiseerd. Wij vinden dat wij daarmee voldoende tijd en ruimte bieden aan een ieder om te participeren.

Nee

C54

A10

Nee

73

15.25 Participant vindt de inspraak in 5 minuten in de raadscommissie onvoldoende om een toelichting via de voorzitter te geven, waarvan je maar moet afwachten of erop gereageerd wordt of niet. Voor zover raadsleden wel reageren op de inspreker is deze reactie onvoldoende.

A10

15.26 Bewoners en grondeigenaren willen meedenken, maar er wordt onvoldoende tijd en ruimte gegeven om mee te denken in de ontwikkeling, stelt participant.

A10

16. 16.1

Grondzaken Hoge grondprijzen Een aantal participanten vindt dat voorkomen moet worden dat bepaalde partijen veel geld verdienen door nieuwe woningen direct door te verkopen. Dit kan voorkomen worden door bijvoorbeeld een antispeculatiebeding op te nemen in de koopovereenkomsten van de woningen.

C12, D26

Daarbij hebben wij bewoners veel gelegenheid geboden om tijdens persoonlijke gesprekken hun standpunt verder toe te lichten. De inspraakmogelijkheid in de raadscommissievergadering die wij aan iedere participant bieden, is aanvullend op de schriftelijke reactie die participant heeft ingebracht. Wij zijn van mening dat de mondelinge toelichting en ingebrachte schriftelijke reactie voldoende informatie voor raads(commisie)leden bieden om hun mening te kunnen vormen. Specifiek voor de ontwikkeling van ’t Hul-Noord hebben wij in dit prille stadium dit extra participatiemoment georganiseerd. Wij vinden dat wij daarmee voldoende tijd en ruimte bieden aan en ieder om te participeren. Voor het vervolgtraject verwijzen wij naar ons antwoord op vraag 5.6.

Wij zijn het hiermee geheel eens. Om speculatie te voorkomen, zullen wij in de koopovereenkomsten met marktpartijen en toekomstige bewoners een antispeculatiebeding en een zelfbewoningsplicht opnemen.

Nee

Nee

Naar aanleiding van deze reactie hebben wij, om speculatie te voorkomen, in de ontwerpstructuurvisie opgenomen dat wij in de koopovereenkomsten met marktpartijen en toekomstige bewoners een

74

16.2

Een mogelijk oplossing is, stelt participant, dat de gemeente eerst gronden volbouwt die in het bezit zijn van de gemeente, waardoor de grondprijs lager blijft aangezien de gronden niet aangekocht hoeven worden.

D15, C41

16.3

Een enkeling geeft aan dat de invloed van grote marktpartijen en speculanten beperkt c.q. teruggedrongen moet worden, omdat deze de verkoopprijzen opjagen waardoor de betaalbaarheid van woningen onder druk komt te staan.

D26

Het gemeentelijk bezit van gronden, en dus van toekomstige projecten, is te beperkt om in de volledige toekomstige woningbehoefte te voorzien (Zie ook hoofdstuk 3). Wij hebben hierdoor in de praktijk niet de mogelijkheid om alleen nieuwbouwwoningen te realiseren op eigen gemeentegrond. Een van de hoofdredenen van de gemeente om actief de gronden van ’t Hul-Noord te verwerven en dit niet over te laten aan marktpartijen, is om hiermee de maximale regie te kunnen voeren op de ontwikkeling, programmering en ruimtelijke kwaliteit van ’t Hul-Noord. Als grondeigenaar kunnen wij er maximale invloed op uitoefenen dat op de juiste plek voor de juiste doelgroep woningen worden gebouwd zonder dat grondspeculatie hierin een belemmering vormt. Daarnaast kunnen wij als grondeigenaar ervoor zorgen dat de ontwikkeling van ’t Hul-Noord bijdraagt aan het bereiken van belangrijke beleidsdoelstellingen, zoals een duurzame wijk, voldoende aanbod van betaalbare woningen en een aantrekkelijk en divers aanbod van speelvoorzieningen.

antispeculatiebeding en een zelfbewoningsplicht zullen opnemen. Nee

Wij zullen explicieter in de ontwerpstructuurvisie onze ontwikkelingsstrategie opnemen en aangeven dat wij speculatie met woningen proberen te voorkomen.

75

16.4

16.5

Participant denkt aan toepassing van het instrument erfpacht waarbij de gemeente eigenaar van de grond blijft en de eigenaar van de woning (de stenen) is de erfpachter/opstalgerechtigde).

Financieel-economische uitvoerbaarheid Participant stelt vraagtekens bij de financieeleconomisch haalbaarheid van de ontwikkeling van ’t Hul-Noord tot woningbouwlocatie.

17 17.1

Overige opmerkingen Een enkeling geeft aan dat campings en recreatiewoningen op recreatieparken niet omgezet moeten worden naar een reguliere woonbestemming. Dit geldt ook voor het gebied langs het Veluwemeer.

17.2

Een marktpartij vraagt tijdens de participatieprocedure of hij zich kan aanmelden om (een deel) van de bebouwing van ’t Hul- Noord te realiseren.

A21

Deze opmerking ligt buiten de scope van de structuurvisie. In het kader van ons woonbeleid onderzoeken wij hoe wij ervoor kunnen zorgen dat woningen betaalbaar en bereikbaar zijn en blijven voor starters. Erfpacht is mogelijk een van de opties die wij kunnen inzetten om woningen betaalbaar te houden.

Nee, deze opmerking ligt buiten de scope van de structuurvisie.

B9

Wij hebben met onze gemeenteraad afgesproken dat de planontwikkeling minimaal met een financieel eindresultaat van € 0,-- of meer moet worden gerealiseerd. Bij de vaststelling van het stedenbouwkundig plan zal gelijktijdig aan de gemeenteraad een (bouw)grondexploitatieberekening worden aangeboden waaruit deze resultaatsdoelstelling blijkt.

Nee

D18

Het gemeentelijk beleid is erop gericht dat geen verdere verstening van het buitengebied ontstaat. Wij zijn daarom zeer terughoudend met het omzetten van recreatiewoningen, recreatieparken en campings naar een reguliere woonbestemming. Wij zullen, als de gemeenteraad de structuurvisie heeft vastgesteld, onze ontwikkelingsstrategie voor ’t Hul-Noord vaststellen en bepalen hoe wij marktpartijen zullen selecteren voor

Nee

B7

Nee

76

17.3

Participant vindt dat de gemeentelijke kaders waaraan de woningbouwontwikkelingen zouden moeten voldoen, onvoldoende worden gedeeld met bewoners. Hierdoor kunnen bewoners niet meedenken en worden zij keer op keer geconfronteerd met projectvoorstellen waar veel weerstand op komt.

A10

17.4

Participant stelt: “Dynamische woningbouw (inbreiding). De beperkingen eraf halen die dateren uit de tijd van de woningbouwquota. Ga samen met de particuliere initiatieven samenwerken en probeer daar het maximale voor beide partijen uit te halen binnen de gestelde kaders van de gemeente. Nu levert het niet voldoende op maar dat kan anders in tijd van woningschaarste. Er komen steeds meer locaties beschikbaar en er zijn er nog veel die al jaren verpauperen wat negatief is voor het beeld en karakter van het dorp. Kruip niet weg voor deze initiatieven maar ondersteun ze waarmee je ook meer sturing kan geven op de invulling en daardoor minder weerstand tegen nietacceptabele projectvoorstellen.”

A10

realisatie van ’t Hul-Noord. Op dit moment is het niet mogelijk om aan te melden voor de toekomstige ontwikkeling. In de ontwerpstructuurvisie zullen wij de gemeentelijke beleidskaders waaraan de woningbouwontwikkeling moet voldoen, opsommen.

Deze vraag valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Aangezien provinciale regelgeving voorschrijft hoeveel woningen wij maximaal mogen bouwen, hebben wij ten aanzien van de aantallen slechts beperkte mogelijkheden om het aantal te bepalen. Bij particuliere en marktinitiatieven hebben wij een faciliterende rol. Dit betekent dat deze projecten voor rekening en risico van initiatiefnemers worden ontwikkeld. Uiteraard ondersteunen wij daarbij initiatiefnemers − voor zover dit wettelijk is toegestaan. Het is echter aan deze initiatiefnemers om ervoor te zorgen dat hun project financieel, maatschappelijk en ruimtelijk gezien haalbaar is.

Naar aanleiding van deze reactie treft u in de structuurvisie een opsomming plaats van gemeentelijke beleidskaders waaraan de woningbouwontwikkeling ’t Hul-Noord getoetst zal worden. Deze vraag valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie.

77

17.5

17.6

17.7

Participant: “Stel juiste en duidelijke kaders voor woningbouw in Nunspeet en deel die transparant met de burgers zodat men ook weet waaraan voldaan moet worden bij particuliere initiatieven.” Participanten onttrekken drinkwater direct uit ’t Hul-Noord. Wij zouden financieel benadeeld worden als dit niet meer kan vanwege de woningbouwplannen.

A10

Voor participanten maakt de onzekerheid of de woonwijk er komt het ook lastig om een keuze te maken voor de realisatie van een paardenstal met eventueel zorglocatie.

A22

B8

Deze vraag valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Voor ’t Hul-Noord zie het antwoord op vraag 17.3. Wij nemen in de structuurvisie op dat wij ernaar zullen streven bij de planuitwerking dat de participanten hun drinkwaterwinning kunnen voortzetten. Bij de planuitwerking zullen wij nader onderzoeken hoe wij dit mogelijk kunnen maken. Als dit niet het geval is, treden wij met participant in overleg. Om deze onzekerheid zo kort mogelijk te laten duren, vragen wij bij de vaststelling van de ontwerpstructuurvisie aan de gemeenteraad te beslissen of zij wel/ niet ‘t Hul-Noord te ontwikkelen tot woningbouwlocatie. Ten aanzien van het realiseren van zorginitiatieven zijn wij bezig met het formuleren van ruimtelijk beleid om te bepalen wanneer wij wel of niet meewerken aan de realisatie. Wij verwachten dat dit beleid uiterlijk het eerste kwartaal van 2021 is vastgesteld. Wij adviseren participant om met dit initiatief te wachten totdat dit beleid is vastgesteld.

Deze vraag valt buiten de reikwijdte van de structuurvisie. Wij nemen in de ontwerpstructuurvisie op dat wij ernaar zullen streven bij de planuitwerking dat de participanten hun drinkwaterwinning uit het grondwater kunnen voortzetten. Nee

78

17.8

Een participant merkt op dat aan de zuidwestzijde van het plangebied zich een bedrijf bevindt dat om een deel van de woningbouwplannen mogelijk te maken zal moeten worden beëindigd. Participant vraagt zich af hoe deze locatie wordt heringevuld.

C19

In de structuurvisiekaart is deze locatie aangeduid als “behouden en versterken bebouwings- en groenstructuur”. Hoe deze locatie exact wordt ingevuld is nog niet besloten. Deze keuze zal worden gemaakt bij het opstellen van het stedenbouwkundigplan.

Nee

79

3. Ruimtelijke initiatieven Verschillende participanten hebben het college tijdens de participatie gevraagd tot medewerking aan de realisatie van een ruimtelijk initiatief. Dit betreffen onder andere de volgende initiatieven: - een zorg-/senioren-/aanleunwoning op eigen perceel; - een extra reguliere woning op eigen perceel; - de omzetting van een recreatiewoning naar een reguliere woonbestemming; - de omzetting en legalisatie van een pauzewoning naar een reguliere woonbestemming; - een of meer woningbouwprojecten in het buitengebied direct buiten plangebied ’t Hul-Noord gelegen (bijvoorbeeld aan de overzijde van de Kolmansweg en Oude Zeeweg); - realisatie van diverse zorginitiatieven; - de wens om een bedrijfswoning te realiseren buiten het eigen perceel; - de uitbreiding van activiteiten en voorzieningen rond de molen; - de uitbreiding van een camping of recreatiepark.

De participanten doen dit: - omdat zij menen dat zij, als gevolg van het plan voor ’t Hul-Noord, planschade lijden en dat ze op deze wijze gecompenseerd worden voor de schade; - omdat hun eerdere initiatief tot woningbouw was afgewezen omdat het college geen verstening van het buitengebied wenst en zij menen dat met de ontwikkeling van ‘t Hul-Noord hun bouwlocatie niet meer als buitengebied moet worden aangemerkt; - omdat de omgeving van de recreatiewoning dusdanig verandert als gevolg van de realisatie van de toekomstige woningbouw dat deze niet meer geschikt is voor de functie van recreatiewoning; - omdat zij legalisatie wensen van bestaand gebruik; - om persoonlijke redenen zoals de verzorging van hun naaste familielid; - zodat de afstand voor de eigenaar tot zijn bedrijf kleiner wordt en deze efficiënter zijn onderneming kan managen; - om te kunnen blijven voorzien in de toenemende vraag naar recreatiewoningen en campingplaatsen. Ten aanzien van de vermeende planschade verwijzen wij naar ons antwoord onder punt 7. Van de vaststelling van planschade en dus waardecompensatie kan op dit moment geen sprake zijn. Hiervoor zijn de plannen te prematuur. De ingediende verzoeken zijn dusdanig globaal van aard, dat op dit moment alleen op algemeen geldend antwoord kan worden gegeven. Deze zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

Er kunnen echter in concrete gevallen bij een ruimtelijk initiatief van de desbetreffende participant specifieke omstandigheden van toepassing zijn, op basis waarvan wij besluiten tot het afwijken van het in deze participatienota geformuleerde standpunt.

80

Hieronder volgt een collegereactie per type initiatief. Nr. Ruimtelijk initiatief I. Een zorg-/senioren-/aanleunwoning op eigen perceel.

Participanten A1, A21, C12, C15, B5, B6, C14, C10

II.

C15

Het realiseren van zorginitiatieven.

Reactie van de gemeente De geldende bestemmingsplannen bieden ruimte voor gebruik van ‘vrijstaande bijbehorende bouwwerken’ (inclusief toe te voegen units) voor bewoning in het kader van mantelzorg zolang van dergelijke zorg sprake is. Op basis hiervan kan participant dus nu al een kleine mantelzorgwoning realiseren op diens perceel. Zowel de zorgbehoevende als de zorgverlening kan van deze mogelijkheid gebruikmaken. Wij zullen onderzoeken of deze mogelijkheid in praktijk voldoet en of deze voldoende ruimte biedt om in de zorgvraag te voorzien. Wij zijn echter terughoudend in het verruimen van deze regeling omdat wij en de provincie geen extra reguliere woningen in het buitengebied mogelijk willen maken, om hiermee de verstening van het buitengebied te voorkomen. Dit is ook vanuit provinciaal beleid niet toegestaan. Wij krijgen binnen de gemeente een groot aantal verzoeken binnen tot

Wijziging van de structuurvisie Nee, in de realisatie van een zorg/senioren-/aanleunwoning voorzien al de regels van het geldende bestemmingsplan.

Nee, wij zullen in het 1e kwartaal van 2021 specifiek beleid

81

III.

Een extra woning op eigen perceel/ bouwprojecten in het buitengebied.

A22, B1, B3, B7, A6, C12, C10, C33, C34, C51

IV.

De omzetting van een recreatiewoning naar een reguliere woonbestemming.

B7

medewerking aan zorginitiatieven. In overleg met de gemeenteraad stellen wij hiervoor beleid op om te bepalen hoe wij hiermee omgaan en om wildgroei van initiatieven tegen te gaan. De verwachting is dat dit beleid aan het begin van het 1e kwartaal 2021 vastgesteld is. Zodra dit zo is, zullen wij participant hiervan persoonlijk op de hoogte stellen en kunnen wij het initiatief beoordelen.

vaststellen om zorginitiatieven te kunnen beoordelen.

Wij zijn in principe terughoudend in het toekennen van de bouw van extra reguliere woningen en bouwprojecten in het buitengebied om verstening hiervan te voorkomen. Dit is ook vanuit provinciaal beleid niet toegestaan. Een deel van de verzoekers woont nu aan de rand van de kern in het buitengebied en zij zullen, als realisatie van ’t Hul-Noord doorgaat, in de bebouwde kom komen te wonen. Deze verzoekers kunnen mogelijk een beroep doen op de regeling Woningbouw op Maat of op het functieveranderingsbeleid mits zij aan de spelregels hiervan voldoen. Het permanent bewonen van een recreatieverblijf is in strijd met het bestemmingsplan en daarom niet toegestaan. De gemeente Nunspeet

Nee, maar mogelijk kunnen participanten in de toekomst gebruikmaken van de regels die geformuleerd zijn in het Woningbouw-op-Maat-beleid of het functieveranderingsbeleid.

Nee, het permanent bewonen van een recreatieverblijf is in strijd met het bestemmingsplan en daarom niet toegestaan.

82

V.

De omzetting en legalisatie van een pauzewoning (recreatiewoning) naar een

C33, C34

hanteert een actief handhavingsbeleid als het gaat om onrechtmatige bewoning van recreatieverblijven. Wij zijn zeer terughoudend met het omzetten van recreatiewoningen in permanente woningen, mede gelet op de precedentwerking die hiervan uitgaat. Een deel van de participanten motiveert zijn verzoek met het argument dat de recreatiewoning niet meer geschikt is voor het gebruik waarmee deze gekocht is: recreëren. Door de realisatie van ’t Hul-Noord zouden deze woningen in een woonomgeving komen te liggen, waardoor recreëren niet mogelijk zou zijn. Bij het maken van het stedenbouwkundig plan zullen wij zo veel mogelijk rekening houden met het behoud van het recreatieve karakter van het gebied en de daarbij behorende inpassing van recreatieparken en woningen. Om deze reden verwachten wij dat wij deze verzoeken niet zullen honoreren. Een definitieve beoordeling kan echter pas plaatsvinden zodra wij het stedenbouwkundig plan hebben vastgesteld. De desbetreffende woning is nu bestemd als Recreatiewoning en nu

Nee, het permanent bewonen van een recreatieverblijf is in strijd

83

reguliere woonbestemming, omdat deze al sinds 1962 permanent bewoond wordt.

VI

Het verzoek tot meewerken aan realisatie van een bedrijfswoning buiten het eigen perceel (in de buurt van het desbetreffende recreatiepark), omdat het eigen perceel volledig in gebruik is als recreatiepark.

C5

in gebruik als pauzewoning. Voor ons beleid ten aanzien van omzetting van recreatiewoningen naar reguliere woningen verwijzen we naar ons antwoord op vraag IV. Wij hebben eerder deze specifieke situatie beoordeeld en zijn destijds tot de conclusie gekomen dat er onvoldoende gronden zijn om een reguliere woonbestemming toe te kennen. Om een nieuw verzoek op legalisatie te kunnen doen, zal participant bewijsstukken moeten overleggen dat de woning sinds 1962 permanent bewoond wordt. Voor het realiseren van een bedrijfswoning zijn in de geldende bestemmingsplannen Recreatieterreinen 2010 en Buitengebied 2019 specifieke regels opgenomen waaraan participant moet voldoen om een bedrijfswoning te realiseren op diens eigen perceel. Deze regels voorzien niet in realisatie van woningen buiten diens perceel omdat we verstening van het buitengebied willen voorkomen. Voor de realisatie van een extra woning buiten het perceel kan participant een principeverzoek bij ons indienen. Wij maken dan een afweging ten aanzien van deze specifieke situatie.

met het bestemmingsplan en daarom niet toegestaan.

Nee, hierin voorzien al de regels van het geldende bestemmingsplan.

84

VII

Kansen voor versterking van de activiteiten en voorzieningen rond molen De Duif, mits de gemeente er met de plannen voor zorgt dat de toeristisch-recreatieve en cultuurhistorische waarde van de molen versterkt worden.

C55

Naar aanleiding van de reacties krijgt molen De Duif in onze ontwerpstructuurvisie een prominenter plek. Wij beogen in de planontwikkeling de cultuurhistorische en recreatiefeconomisch waarden te versterken. In onze visie groeit de molen uit tot een centraal voorzieningenpunt van horeca en dagelijkse boodschappen voor zowel bewoners van de wijk Molenbeek als de toekomstige wijk ‘t Hul-Noord.

VIII

Uitbreidingswensen voor het recreatiepark dat direct buiten het plangebied ligt.

C5

IX.

Uitbreidingswensen van een recreatiepark.

B8

Wij zien binnen het plangebied voor ’t Hul-Noord geen mogelijkheden voor uitbreidingsmogelijkheden voor het park van participant. Eventuele uitbreidingsmogelijkheden zouden gecreëerd kunnen worden door verwerving van de percelen die naast het park liggen, mits participant daarbij voldoet aan de regels die wij hanteren voor uitbreiding van recreatieparken. Deze zijn opgenomen in de nota Vitale vakantieparken 2018. In de ontwerpstructuurvisie handhaven we de voor het park gereserveerde uitbreidingsmogelijkheid aan de zuidzijde van het park. Zoals wij

Naar aanleiding van de reacties krijgt molen De Duif in onze ontwerpstructuurvisie een prominenter plek. Wij beogen in de planontwikkeling de cultuurhistorische en recreatiefeconomisch waarden te versterken. In onze visie groeit de molen uit tot een centraal voorzieningenpunt van horeca en dagelijkse boodschappen voor zowel bewoners van de wijk Molenbeek als de toekomstige wijk ‘t Hul-Noord. Nee, hierin voorziet het huidige gemeentelijke beleid.

We voegen aan de ontwerpstructuurvisie toe dat wij gezamenlijk onderzoeken of wij de voorziene bufferzone ook een

85

toegezegd hebben, zullen wij gezamenlijk onderzoeken of wij de voorziene bufferzone dubbel kunnen gebruiken, zodat deze ook een functie heeft c.q. gebruikt wordt door het park.

functie kunnen geven voor het recreatiepark.

Wet voorkeursrecht gemeenten In het kader van de participatie hebben wij gesproken met een groot aantal eigenaren van gronden waarop de Wvg (categorie A) is gevestigd. Bij de uitnodiging van deze gesprekken hebben wij bij deze eigenaren aangegeven dat deze gesprekken uitdrukkelijk niet gingen over de mogelijke verwerving van de gronden door de gemeente. Voor zover op initiatief van deze eigenaren toch is gesproken over voorwaarden die zij stelden aan mogelijke verwerving van de gronden (zoals een voorstel tot grondruil of het verkrijgen van een bouwrecht), is dit buiten deze nota gelaten omdat dit buiten de participatie valt.

86

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10100461/1