AP 6d. Bijlage Beheerplan heideterreinen Nunspeet 2022-2031
Tekst van het document
Heide, omdat de terreinen immers aan elkaar grenzen. Ook in dit terrein geldt dat vooral is ingezet op kleinschalige maatregelen om de heide diverser te maken en ook hier vond het onderhoudsbeheer hoofdzakelijk plaats door middel van schapenbegrazing. Daarbij zijn zowel de gehoede kudde van SSGN als ingehuurde schapen binnen flexnetten ingezet.
Kleinschalige ingrepen die op de Westeindsche Heide hebben plaatsgevonden als aanvulling op de schapenbegrazing zijn chopperen, maaien, plaggen, zandplekken maken en opslag verwijderen. Een grotere ingreep betrof de aanleg van een verbindingszone naar het Hulshorsterzand. In tabel 3.3 staat per maatregel uit het beheerplan aangegeven welk oppervlakte gepland stond om uit te voeren.
Tabel 3.3. Westeindsche Heide: beheermaatregelen gepland versus uitgevoerd. Beheermaatregel
Gepland
Uitgevoerd
2011-2021
2012-2017
% Uitgevoerd
Opmerking
Kleinschalig branden
2 ha
0 ha
Kleinschalig chopperen
1 ha
4 ha
400 %
Kleinschalig maaien
3 ha
1 ha
33 %
Kleinschalig plaggen
1 ha
2 ha
200 %
m2
m2
Creëren zandplekken t.b.v.
45
500
0 % omstandigheden ongeschikt
1111 % zandplekken 50 m2
zandhagedis en insecten
i.p.v. 9 m2.
Opslag verwijderen
96 ha
183 ha
191 %
Aanleg verbindingszones
5,5 ha
5 ha
91 %
met Hulshorsterzand
In 2017 is het heidebeheer op de Westeindsche Heide geëvalueerd om vast te stellen of tussentijdse bijsturing nodig is. Daarbij is een inschatting gemaakt welk percentage van de
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
31
geplande maatregelen in 2017 reeds waren uitgevoerd (tabel 3.3). De conclusies van deze evaluatie luidden als volgt:
Brandbeheer is alleen op de Elspeetsche heide uitgevoerd, omdat op de Westeindsche heide geen grote aaneengesloten oppervlakten sterk vergraste heide aanwezig zijn die geschikt zijn om te branden. Plaggen, chopperen en maaien zijn hier beter passende opties.
Plaggen en chopperen zijn vergelijkbare maatregelen. Bij chopperen blijft meer organisch materiaal achter, waardoor minder voedingsstoffen worden afgevoerd, maar heidekieming sneller op gang komt dan bij plaggen. De gemeente heeft
afgelopen jaren gekozen voor meer chopperen en minder plaggen. Opgeteld is op de Westeindsche Heide 300% van het geplande oppervlak behandel, omdat er meer
locaties voor in aanmerking bleken te komen en het geplande brandbeheer niet kon worden uitgevoerd.
Er is minder gemaaid op de Westeindsche heide dan gepland, omdat er fors meer is gemaaid op de Elspeetsche Heide, vanwege een van het heidehaantje in de zomer van 2017.
Het oppervlak zandplekken dat gecreëerd is, is fors hoger dan gepland. Dit komt omdat gekozen is voor plekken van 5x10 meter in plaats van 3x3 meter. De ervaring wees namelijk uit dat kleine zandplekken te snel weer dichtgroeien. Open zandplekken in de heide zijn belangrijk, omdat ze vestigingskansen beiden aan kenmerkende plantensoorten, ei-legplaatsen bieden aan reptielen en nestgelegenheid biedt aan kenmerkende bijensoorten en andere heideinsecten.
Op de Westeindsche Heide is fors meer opslag verwijderd dan gepland. Dit bleek simpelweg noodzakelijk te zijn om te snelle verbossing van de hei te voorkomen.
In de periode 2018-2020 is vervolgens in het kader van project ‘Uitbreiding paarse heide’ in totaal 2,51 ha vergraste heide geplagd en nabehandeld met magnesiumkalk (Dologran) en steenmeel (Soilfeed). Daarnaast is in totaal 0,13 ha heide gemaaid (Termaat, 2017;
2019). Het plaggen gebeurde kleinschalig met behulp van een kraan, zodat een deel van de humuslaag behouden kon blijven en het reliëf nauwkeurig gevolgd kon worden. De bekalking is toegepast om een piek in het voor planten giftige ammonium te voorkomen. De steenmeel is opgebracht om heel geleidelijk en gedurende een langere periode
bufferende mineralen aan de bodem toe te voegen die door jarenlange verzuring uit de bodem zijn verdwenen. Zie voor meer informatie Termaat (2017). Beheerevaluatie
De verschillende beheermaatregelen die de afgelopen 10 jaar op de Westeindsche Heide zijn uitgevoerd hebben geleid tot veel variatie in vegetatiestructuur, een bepekt aandeel sterk vergraste heide en jonge plagplekken waar zowel soorten van droge heide als van
heischaal grasland opnieuw tot ontwikkeling komen. De mate van diversiteit in de vegetatie is nu op het gewenste niveau. Voor de komende beheerplanperiode is vooral een goed onderhoudsbeheer van belang. Onder de huidige mate van stikstofdepositie blijven
verzuring, vergrassing en verbossing op de loer liggen, waardoor aanzienlijke inspanningen nodig blijven om de heide in conditie te houden. Dooradat de Westeindsche Heide overloopt in de Elspeetsche Heide voegt het ‘robuustheid’ toe waar populaties van planten en dieren in beide terreinen van profiteren. De
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
32
Westeindsche Heide heeft veel geleidelijke overgangen van heide naar bos die specifiek voor bosrandsoorten belangrijk zijn. Deze overgangen zijn de afgelopen 10 jaar succesvol
onderhouden. Tenslotte is de aanleg van de heidecorridor richting het Hulshorsterzand een belangrijks ingreep geweest om dispersie van flora en fauna tussen beide gebieden te vergroten en populaties te versterken. De vegetatie in deze corridor lijkt zich goed te
ontwikkelen, maar ook hier is onderhoudsbeheer in de komende beheerplanperiode van belang om dichtgroeien te voorkomen. 1.4.3 Elspeterveld Beschrijving van het gevoerde beheer Vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw is aanvankelijk grootschalig geplagd om de
vergrassing van het Elspeterveld te doorbreken. Naast het verwijderen van bosopslag bleef plaggen tot en met het begin van deze eeuw de voornaamste maatregel. Omdat grootschalig plaggen een zeer ingrijpende maatregel is, is in de afgelopen
beheerplanperiode (2011-2021) is hier niet meer voor gekozen, ook omdat de vergraste delen inmiddels in omvang beperkt waren. In 2014 is nog kleinschalig geplagd (0,5 ha), maar verder is alleen opslag verwijderd om de heide open te houden. Bijna jaarlijks zijn jonge dennen en berken verwijderd. In 2014 is vuilboom voor een belangrijk deel teruggedrongen. Vanaf 2016 wordt het Elspeterveld begraasd door schapen, om nieuwe vergrassing te voorkomen. Sinds 2018 heeft intensieve begrazing van pijpenstro en
(afgezette) opslag van vuilboom plaatsgevonden door de ingehuurde schaapskudde (van Landschapsbeheer ’t Groeneveld). Daarnaast is voor het overige heideterrein
onderhoudsbegrazing toegepast, met name voor de vergraste delen. Het landingskruis van de modelvliegclub wordt regelmatig gemaaid door de club zelf, waardoor een schrale graslandvegetatie in stand blijft. Beheerevaluatie De uitgevoerde beheermaatregelen hebben ertoe geleid dat het Elspeterveld anno 2021 een attractief, waardevol open heideterrein is, met struikhei van verschillende leeftijden,
verspreide solitaire dennen en eiken, weinig pijpenstrootje-dominantie en veel open plekken met kruiden. Aan de zuidzijde is eikenstrubbenbos vermengd met een begroeiing van grove den aanwezig die een mooie overgang vormt naar de heide. Effectief
onderhoudsbeheer is de voornaamste opgave voor de komende beheerplanperiode. 1.4.4 Grote en Kleine Kolonie Beschrijving van het gevoerde beheer Vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw zijn in de Grote en Kleine Kolonie grootschalige
beheermaatregelen uitgevoerd om de vergrassing door pijpenstrootje terug te dringen. Eerst door te plaggen en te maaien, later voornamelijk door te chopperen. Ook de verwijdering van bosopslag is een constant aandachtspunt geweest.
In de afgelopen beheerplanperiode is opslag verwijderd, in cycli van 5 jaar. In 2014 is in de Kleine Kolonie Amerikaanse vogelkers verwijderd uit de bosranden en zijn vergraste delen van de heide gemaaid. In 2015 is nog 5 ha heide gechopperd. In 2016 is in het gebied
tussen Molenbergweg en Oude Garderenseweg de opslag voor 90% afgezet, gevolgd door schapenbegrazing. Vanaf 2016 is (naast opslagverwijdering) schapenbegrazing het
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
33
voornaamste beheer, in zowel de Grote als Kleine Kolonie. Hiervoor zijn schapen van Landschapsbeheer ’t Groenveld ingezet binnen flexnetten. Beheerevaluatie
De Grote en Kleine kolonie worden gekenmerkt door kleinschalige heideterreintjes waarin struikhei maar ook gewone dophei domineren. Momenteel is het oppervlak vergraste heide acceptabel en zijn er verspreid door het terrein groeiplaatsen van planten van heischrale omstandigheden aanwezig. De natte laagte langs de Hooiweg voegt kwaliteit toe. De
huidige begrazing voldoet als instandhoudingsbeheer, maar door de beperkte omvang van de verschillende heideterrientjes zijn de populaties van doelsoorten klein en dus kwetsbaar. Goed vinger aan de pols houden is belangrijk. 1.4.5 De Kril Beschrijving van het gevoerde beheer In 1983 is langs de Uddelerweg 5,5 ha bos verwijderd en omgevormd tot heide. Bij de inventarisatie in 1987 bleek ongeveer de helft van het terrein vergrast. Om dit tegen te
gaan zijn delen van de heide gechopperd. Daarna bestond het beheer hoofdzakelijk uit het verwijderen van bosopslag om de heide open te houden. Ook in de afgelopen
beheerplanperiode (2011-2021) was dat het geval. In de bosrand zijn grove dennen geringd om eiken vrij te stellen en een gevarieerd biotoop te creeren. Op de voormalige vuilstortplaats vindt sinds 2001begrazing plaats. Tot 2010 met tussenpozen met koeien en daarna met maximaal circa 70 schapen van de Stichting Schaapskudden Gemeente
Nunspeet om dichtgroeien te voorkomen en de ontwikkeling van een schrale, kruidenrijke vegetatie te bevorderen. Beheerevaluatie Het uitgevoerde beheer heeft ertoe geleid dat er nog steeds twee open heideterreintjes aanwezig zijn. De heitjes zijn echter klein, onderling niet verbonden en de N310
(Uddelerweg) vormt een barrière voor uitwisseling van fauna met het Elspeterveld. Op delen van de hei is pijpenstrootje te dominant, een aandachtspunt voor komende beheerplanperiode.
De vegetatie op de voormalige vuilstortplaats heeft zich niet tot de aanvankelijke gewenste droge heide ontwikkeld, maar tot een kruidenrijk grasland met aspecten van heischraal
grasland. Aan de westkant is de vegetatie ruiger, maar daar komen ook soorten van natte, voedselarme, zwak gebufferde condities voor. Door in de komende beheerplanperiode het beheer te richten op verschraling kan een (nog) soortenrijkere vegetatie ontstaan. Aanleg van een heidecorridor tussen de heideterreintjes en de voormalige stortplaats kan de uitwisseling van soorten bespoedigen. 1.4.6 De Kuilhegge Beschrijving van het gevoerde beheer
De Kuilhegge is in het verleden integraal geplagd. In de afgelopen beheerplanperiode is het bos aan de noordoostzijde teruggezet en sterk gedund om de heide meer ruimte te geven. Verder is opslagbestrijding het voornaamste beheer geweest.
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
34
Beheerevaluatie In dit kleine geïsoleerd gelegen heideterrein komt een vitale droge heide met een beperkte
variatie in leeftijdsopbouw voor. In de afgelopen beheerplanperiode is het gelukt het heitje open te houden, maar met name in de smalle uitlopers van het terrein staat momenteel veel jonge opslag van grove den. Dit is dus een blijvend aandachtspunt. De noordzijde van de
heide dreigt sterk te vergrassen. Het is wenselijk om daar in het vervolgbeheer iets aan te doen. De waarde van het heideterrein zou verder kunnen worden verhoogd door verbinding te zoeken met andere heitjes of graslanden in de omgeving. 1.4.7 Elspeterstruiken Beschrijving van het gevoerde beheer
Eind jaren ’90 van de vorige eeuw heeft in de Elspeterstruiken intensief beheer plaatsgevonden om de vergrassing van de heide tegen te gaan. Zo is het noordoostelijk gelegen heideperceel 1998 in twee fasen geplagd. Dit plagsel is aangebracht op de afdeklaag van de voormalige vuilstortplaats De Kril, om heideontwikkeling daar te
versnellen. In 1999 is een start gemaakt met de omvorming van gebied de Broodberg van productiebos tot spontaan ontwikkeld natuurbos (Den Ouden, 2000) met inheemse boomsoorten. It is aan de zuidkant van de Elspeterstruiken. In de afgelopen beheerplanperiode (2011-2021) is opslagverwijdering in een cyclus van 5 jaar de
voornaamste reguliere beheermaatregel geweest. Daarnaast zijn in het voorjaar van 2018 heidecorridors tussen de verschillende heitjes aangelegd en is een verbinding gemaakt met Kroondomein Het Loo. In deze stroken komt nu jonge heide en heischraal grasland tot ontwikkeling. Ook zijn in deze corridors enkele tientallen zandplekken met steilrand aangelegd als stapstenen voor reptielen en heideinsecten. Beheerevaluatie De Elspeterstruiken worden anno 2021 gekenmerkt door veel variatie op kleine schaal.
struikheivegetaties gaan geleidelijk over in eikenstrubbenbos of naaldbos, de mate van vergrassing varieert van plek tot plek en er zijn veel zandpaden en open zandige plekken aanwezig. Een relatief groot percentage van het oppervlak bestaat zodoende uit randen waarin het ene vegetatietype overgaat in een ander vegetatietype. Deze situatie is
ecologisch waardevol voor bosrandsoorten, waardoor de Elspeterstruiken een belangrijke toegevoegde waarde hebben op het grotere open heidelandschap van bijvoorbeeld de
Elspeetsche Heide. De keerzijde van de kleinschaligheid is echter dat een constante, vrij forse beheerinspanning nodig is om te voorkomen dat het gebied dichtgroeit met bos. 1.4.8 Het Provinciebos Beschrijving van het gevoerde beheer
Op dit kleine en geïsoleerde heideterreintje is afgelopen beheerplanperiode voornamelijk ingezet op het open houden van de heide (opslag verwijderen) en het in stand houden van geleidelijke overgangen van heide naar bos. Beheerevaluatie Het Provinciebos betreft een waardevol, geaccidenteerd heideterrein, waarin struikhei,
kraaihei en rode bosbes domineren. Er is weinig vergrassing en er is geen achterstand in het beheer van bosopslagverwijdering. Het gebied ligt geïsoleerd van andere
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
35
heideterreinen. Mogelijk kan verbinding met het Mosterdveen gezocht worden, via landgoed Sprengenbosch. 1.4.9 De Waschkolk Beschrijving van het gevoerde beheer
In het verleden is de heide van De Waschkolk deels geplagd om vergrassing tegen te gaan. Recent is voornamelijk opslag verwijderd om de heide open te houden. Direct ten noorden van de graslandjes is een stukje bos verwijderd om een verbinding te creëren met een reeks graslandjes ten oosten van De Waschkolk. Staatsbosbeheer laat incidenteel het gehele terrein begrazen door een schaapskudde met herder. Beheerevaluatie Het totale gebied De Waschkolk kent ondanks zijn beperkte omvang veel variatie en is bijzonder waardevol voor reptielen. Dit komt mede door de mooie droog-nat-gradiënten
die aanwezig zijn. Ook het ven is een waardevol leefgebied dat in de omgeving zeldzaam is. In het zuidelijke terreindeel van Gemeente Nunspeet is bosopslag prima onder controle, maar pijpenstrootje wordt (opnieuw) te dominant. Dit is een belangrijk aandachtpunt voor de komende beheerplanperiode. Omdat De Waschkolk zo rijk is aan reptielensoorten moet hiervoor ook extra aandacht zijn
bij de uitvoering van het beheer. Daarbij zou de hoeveelheid dood hout op de heide kunnen worden vergroot maar moet ook worden overwogen om het pad dat aan de noordzijde van het heideterrein loopt (en ook als ATB-route gebruikt wordt) af te sluiten dan wel te verleggen.
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
36
Bijlage 2
Beheermaatregelen; richtlijnen voor toepassing
Onderstaande richtlijnen, afkomstig van een samenvatting van OBN onderzoek uit 2008, zijn nog steeds toepasbaar. Waar nodig zijn ze aangevuld met recente richtlijnen vanuit OBN onderzoek.
Algemene richtlijnen bij de uitvoering
Deze algemene richtlijnen moeten bij het uitvoeren van herstelmaatregelen ter hand genomen worden, ongeacht het type maatregel en in alle ecosystemen: ‘Compenseer’ na grootschalig uitvoeren (recent of in het verleden) van een herstelmaatregel met kleinschalig vervolgbeheer, dat wil zeggen gebruik een kleinschalige combinatie van verschillende typen maatregelen voor compensatie. Voer niet alle maatregelen in één keer uit, maar faseer de maatregelen in tijd en ruimte. Voer de maatregelen niet te 'eenvormig' en 'netjes' uit; breng variatie aan op kleine schaal. Wees zuinig op het reliëf in het terrein, ook al gaat dit slechts om één of enkele decimeters. Streef met het te voeren beheer naar grote variatie in systeemkarakteristieke vegetatie(structuur) in het terrein. Zorg dat altijd enige vorm van dynamiek in het terrein aanwezig is, door het herstellen van natuurlijke processen (bijvoorbeeld verstuiving), geregeld uitvoeren van kleinschalige beheermaatregelen of eventueel door recreatie (denk daarbij aan ruiter- en wandelpaden). Plaatselijke verstoring van de bodem kan sterk bijdragen aan een grote soortenrijkdom van planten en dieren, mits deze verstoring niet te langdurig, frequent en grootschalig is (Van Turnhout et al. 2008).
Aandacht voor historische gradiënten
Herstelbeheer van droge heide moet overal zo mogelijk gericht zijn op het herstel van het volledige heidelandschap, inclusief de graduele overgangen van jonge naar oude heide, van heide naar akkers, andere landbouwgronden, stuifzanden, bossen, enzovoort. De rijkere componenten zouden ten minste 10%, maar liever nog wat meer, van het heideareaal
moeten beslaan voor het herstel van de biodiversiteit. Bij het herstelbeheer zou ruime aandacht moeten zijn voor historische gradiënten in het landschap, maar ook verschillen in bodemtypen en humusprofiel (www.natuurkennis.nl, 2022).
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
37
Overwegingen en valkuilen bij de uitvoering van beheermaatregelen Onderstaande overwegingen kunnen bij het uitvoeren van de verschillende herstelmaatregelen worden geraadpleegd (Van Turnhout et al. 2008). Maatregel: Plaggen, chopperen, en/of diep maaien Plaggen: verwijderen plantengroei en bovenste (organische) bodemlaag Chopperen: verwijderen plantengroei en enkele cm van de humuslaag Diepmaaien: zo dicht mogelijk boven de grond afmaaien Doel: Afvoeren van voedingsstoffen om vermesting te bestrijden en pioniersituaties te herstellen Heroverwegen of alternatieven zoeken indien:
Valkuilen
Een venige, vochtvasthoudende bodem
Plaggen zorgt weliswaar dat de opgehoopte
aanwezig is boven het lokale grondwaterpeil (na verwijdering treedt dan ongewenste verdroging op).
Het gaat om heidevegetaties met een ijle
begroeiing van Pijpenstrootje of Bochtige Smele (bedekking lager dan 50%).
Er overwinteringsplaatsen van bijvoorbeeld adders aanwezig zijn, maar de locatie niet exact bekend is.
Er relictpopulaties van bedreigde faunasoorten of plantensoorten met een
stikstof wordt verwijderd, maar zorgt ook voor een verwijdering van alle in de organische stof opgeslagen fosfaat. Dit resulteert in een monocultuur van vooral jonge heide (www.natuurkennis.nl, 2022).
Kans dat restpopulaties van karakteristieke soorten worden verwijderd, waarna herkolonisatie achterwege blijft.
Kans op vernieling van het microreliëf van de bodem.
kortlevende zaadbank in het te plaggen
Toevoeging OBN 2022 (www.natuurkennis.nl):
gebied aanwezig zijn.
Plaggen is een zeer rigoureuze maatregel en dient
Zeer zorgvuldig en aangepast uitvoeren indien: Er een humeuze bodem aanwezig is die gekenmerkt wordt door een gezond
dan ook met veel reserve te worden uitgevoerd. De voorkeur gaat uit naar een combinatie van
maatregelen, waaronder maaien en branden in
combinatie met begrazen en chopperen. Plaggen
bodemleven (relatief snelle omzettingen,
dient alleen nog kleinschalig en gericht te worden
voorkomen van daarvoor kenmerkende
bodemlaag te ontdoen. Dat kan op een wat grotere
Orchis).
visgraatmotief, waarbij er sommige, kleine delen van
gekenmerkt door een grote variatie op
daarnaast juist niet. Daarmee worden gradiënten in
licht gebufferde omstandigheden en
planten als Klokjesgentiaan, Gevlekte Het gaat om terreinen die worden
uitgevoerd, zonder hele heidevelden van hun schaal bijvoorbeeld via het zogenaamde
het heideveld wel worden geplagd, maar delen
kleine schaal.
de heide gerealiseerd, met oude en jonge heide.
heidevegetatie al wordt afgewisseld met
van bufferende stoffen.
Het gaat om terreindelen waar de
Plaggen dient gevolgd te worden door het toevoegen
open plekken, delen met veel microreliëf en op overgangen tussen droge en vochtige heide.
Het gaat om terreinen of terreindelen die van nature grazig zijn (rijke heide met een inslag naar heischraal grasland) of om overgangen naar stuifzand, vochtige Dopheide- en
Kraaiheidevegetatie of beginnend hoogveen.
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
38
Maatregel: Maaien en afvoeren Doel: het systeem verschralen en daarmee de effecten van vermesting tegengaan en de oude struikheide verjongen op de stobben Heroverwegen of alternatieven zoeken indien:
Valkuilen
Er oude heidevegetatie aanwezig is.
Er kunnen vrij homogene vlakken ontstaan met
Vanwege het slechte regeneratievermogen
scherpe grenzen tussen gemaaide en niet
van Struikhei levert maaien van vegetaties
gemaaide delen. Daarmee gaat de variatie in
die ouder zijn dan 10-15 jaar geen goed
vegetatiestructuur en microklimaat achteruit.
resultaat op.
Na maaien ontstaat een vegetatie zonder open
Vochtige Dophei- en Kraaiheivegetatie dient
plekken met kale bodem.
men niet te maaien.
Door het gewicht van grote machines verdwijnt
Bodemtype (en draagkracht) bepaalt de
het microreliëf van de bodem en kunnen mos- en
keuze van maai- en afvoerapparatuur. Brede
korstmosvegetaties worden beschadigd.
banden kunnen namelijk een groot deel van
Het grootste deel van de fauna wordt van de
De productie van de vegetatie te gering is
De frequentie moet hoger zijn dan bij plaggen,
de aanwezige dieren vernietigen.
standplaats afgehaald.
om doelmatig te kunnen maaien en hooien.
omdat er minder voedingsstoffen worden
Deze grens ligt ongeveer bij 2 ton/ha in
afgevoerd.
hoogzomer.
Er komen relictpopulaties van bedreigde/kwetsbare soorten voor die geen maaibeheer verdragen.
Maatregel: begrazing Doel: Het terugdringen van grasvegetaties, het in stand houden of herstellen van heidevegetaties, het tegengaan van bosopslag en vergroten van vegetatiestructuur Heroverwegen of alternatieven zoeken indien:
Het terrein overwegend bestaat uit
Valkuilen
vegetaties van planten die door (hoef)dieren niet gegeten worden (bijv. kraaihei, in de
vergeleken met andere vormen van beheer.
meeste gevallen ook Gewone dophei).
structuurvariatie, bemesting van plassen en
terrein voorkomen waarvoor het effect van vooral voor de intensieve begrazingstypen
die specifiek gericht zijn op het tegengaan van vergrassing, bosopslag, etc.
Een negatieve invloed op veel fauna- en sommige flora-elementen door het verdwijnen van
Er bijzondere plant- of diersoorten in het begrazing niet is in te schatten. Dit geldt
De afvoer van nutriënten is zeer gering
rusten op open plekken.
Ontwormingsmiddelen mogen niet worden gebruikt. Deze hebben een negatieve invloed op insecten.
Het begrazing in natte heides betreft,
zonder dat daar drogere gebiedsdelen aan vast gekoppeld zijn.
Maatregel: branden, gevolgd door drukbegrazing met schapen (bron: ervaringen gemeente Nunspeet) Doel: Het terugdringen van dominantie van pijpenstrootje en herstellen van heidevegetaties Heroverwegen of alternatieven zoeken indien:
Valkuilen
Niet de juiste omstandigheden (zie
De uitvoering is maatwerk:
valkuilen).
Lang vriesdroog weer met niet te veel wind (max 3 bft.) is cruciaal. Komt alleen in sommige jaren voor, in periode jan-maart. De pollen pijpenstrootje moeten ook in de kern helemaal droog zijn.
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
39
Methode brandbeheer: eerst rondom 3 m brede strook maaien, maaisel op het te branden deel leggen. Ook strook rondom solitaire dennen maaien. Gemaaide stroken nat maken en nat houden door trekker met tankwagen. Tegen de wind in branden, dan gaat het langzaam (beheersbaar) en wordt vrijwel alle strooisel mee verbrand. Als het té langzaam gaat evt. tegenbranden met wind mee. Brandweer moet paraat gehouden worden, dit is niet gemakkelijk met de vrijwillige brandweer i.v.m. korte termijn beslissing tot branden.
7 kansen voor beheer droge heide (www.natuurkennis.nl, 2022, aangevuld door de Bosgroep).
In de brochure van OBN over heidebeheer, 'Heidelandschap in ontwikkeling' worden zeven kansen onderscheiden voor een meer integraal beheer van droge heide. Deze worden hieronder kort weergegeven: 1.
Kies voor jonge (steeds verjongde) óf oude heide. Oude heide is een wezenlijk en historisch onderdeel van een gevarieerd heidelandschap, en heeft een extensief beheer nodig. Het andere uiterste is de zeer open en droge stuifzandheide met veel warmte
minnende soorten, waarvoor een intensiever beheer nodig is. Voor een weloverwogen keuze is het van belang om naar de onzichtbare laag van bodemontwikkeling te kijken. 2.
Ontwikkel geleidelijke overgangen naar bos. Dit levert een grotere variatie aan leefomstandigheden voor dieren. Hierbij kan gedacht worden aan het aanplanten en tijdelijk uitrasteren van struikvormers in bosranden en aan het verplaatsen van in de bosrand gelegen wandelpaden verder uit de bosrand. Ook is het mogelijk om ‘wandelende bosranden’ te creëren, door bosopslag aan de randen van heiden tijdelijk toe te staan, op steeds wisselende locaties in het terrein toe te passen.
3.
Open het heidelandschap. Met corridors en kapvlaktes kan de verbinding tussen heidevelden, beekdalen en escomplexen worden hersteld. Dit kan ook worden gedaan bij het omvormen van voormalige landbouwgronden, bijvoorbeeld via een permanente vorm van extensief akkerbeheer.
4.
Geef geel de ruimte. Gele bloemen als valkruid, brem, muizenoortje en gewoon
biggenkruid geven plekken aan met potentie voor heischrale ontwikkeling. Er zijn vaak ingrijpende herstelmaatregelen nodig, die gericht zijn op het herstel van de bodemcondities. Het gaat hierbij om nog experimentele methoden als toediening van fosfaat, kalk of het elementenrijkere steenmeel.
5.
Koppel voedselarme en voedselrijke delen. De aanleg van nieuwe akkers of het herstel van oude akkercomplexen kan een grote bijdrage leveren aan de biodiversiteit, zowel op korte termijn als na braaklegging en aanvullende begrazing.
6.
Gebruik medegebruik. Veel door mensen gebruikte hoekjes of paden hebben een heischrale tot grazige vegetatie en vormen daardoor een grote meerwaarde voor het droge heidelandschap.
7.
Graas in gradiënten. Voor het herstellen en versterken van aanwezige gradiënten in het landschap is het werken met een door een herder aangestuurde schaapskudde (gescheperde begrazing) het meest gunstig. Er ontstaan extensief en intensief begraasde vegetaties.
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
40
Bijlage 3
Heideherstel door toediening van bufferstoffen (steenmeel)
Door bodemverzuring als gevolg van stikstofdepositie spoelen bodemmineralen uit (zie ook de langetermijnvisie). De mogelijkheden om deze weer aan te vullen zijn beperkt. Op
bodemdiepten die door heidevegetaties beworteld kunnen worden zijn nauwelijks meer verweerbare mineralen aanwezig die de bodembuffercapaciteit op termijn kunnen
herstellen. Omdat de meeste heideterreinen in de gemeente Nunspeet geen contact hebben met het grondwater kunnen bufferende mineralen ook niet vanuit diepere bodemlagen worden aangevoerd. Daarom is in veel gevallen de enige optie om kunstmatig bufferstoffen aan de bodem toe te voegen. Hierdoor kunnen de negatieve effecten van de
bodemverzuring enigszins worden verzacht en verdere cumulatie van schade aan de natuur worden afgeremd.
Een mogelijkheid is toevoeging van gemalen kalk (CaCO3) of dolomiet (CaMgCO3;
“Dolokal”). Deze bufferende stoffen werden (en worden) vaak toegevoegd na plaggen van de (vergraste) heidevegetatie. De beschikbaarheid van calcium, of calcium en magnesium, wordt met deze methode van bekalking snel verhoogd, omdat kalk en dolomiet snel
oplossen onder zure omstandigheden. Inderdaad leidt dit in veel gevallen tot een snelle toename van een aantal verzuringsgevoelige heideplanten. Maar jaren van onderzoek en effectmonitoring heeft inmiddels aangetoond dat lang niet altijd het gewenste
systeemherstel wordt bereikt en dat er ook belangrijke nadelen kleven aan een plotseling hoge beschikbaarheid van basische kationen, met name voor de heidefauna (Vogels et al., 2016). Zo leidt de toepassing van Dolokal op geplagde heide tot verstoorde element-
ratio’s, waardoor de fauna onvoldoende andere voedingsstoffen of sporenelementen kan opnemen. Bovendien ontstaat fosfaatlimitatie doordat het weinige beschikbare fosfaat in de bodem wordt gebonden aan de toegediende bufferstoffen of aan aluminium- of ijzer-
complexen. Dat beetje fosfaat is voor de fauna broodnodig om te kunnen omgaan met de overmaat aan stikstof. Ook bestaat het risico dat het toedienen van kalk of dolomiet leidt tot een versnelde afbraak van organisch materiaal, waardoor er meer voedingsstoffen
beschikbaar komen en de vegetatie kan verruigen, hoewel dat in de praktijk niet altijd het geval is (Wallis de Vries et al., 2019). Tenslotte worden calcium en/of magnesium weliswaar aangevuld, maar dat geldt niet voor andere essentiële elementen die eveneens door uitspoeling uit de bodem zijn verdwenen, zoals kalium, fosfor en sporenelementen (Weijters et al., 2018). Samenvattend is de huidige consensus van onderzoekers dat het
toedienen van kalk of Dolokal met terughoudendheid moet gebeuren en zeker niet over grote oppervlakten geplagde heide tegelijk. Als mogelijk alternatief voor bekalking is de toediening van steenmeel in beeld gekomen. Steenmeel is gemalen gesteente (silicaatmineralen) van sterk verschillende oorsprong, waarin eveneens bufferende kationen zitten. Het verschil is echter dat behalve calcium
en/of magnesium ook andere belangrijke elementen aanwezig zijn, afhankelijk van het type steenmeel. Bovendien verweert steenmeel veel langzamer dan kalk of dolomiet, waardoor de mineralen veel langzamer en over een veel langere periode in oplossing gaan en
beschikbaar komen voor de vegetatie. Het brengt dus geen ‘schokeffect’ teweeg, zoals bekalking wel doet. Het bodembuffercomplex zou zich geleidelijk moeten kunnen opladen Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
41
en omdat er geen sterke pH-stijgingen optreden wordt snelle afbraak van organisch materiaal als het goed is voorkomen. De verweringssnelheid van steenmeel is overigens
eveneens afhankelijk van het type steenmeel dat wordt toegepast en van de grofheid van de maling. Weijters et al. (2018) concluderen dat het steenmeel Lurgi (Soilfeed) qua mineralogische samenstelling het beste past bij de Nederlandse zandgronden, hoewel er duidelijke
verschillen zijn. In specifieke gevallen kan echter ook voor andere soorten steenmeel worden gekozen, bijvoorbeeld als blijkt dat specifieke mineralen (extra) deficiënt zijn. De toepassing van steenmeel voor heideherstel is veelbelovend en verschillende terreinbeherende organisaties zijn er voortvarend mee aan de slag gegaan. Of steenmeel ook zo werkt als gehoopt en of er geen onverwachte nadelen mee gepaard gaan was
evenwel nog niet bekend. Gelijktijdig zijn echter verschillende onderzoeken gestart naar de effecten van steenmeeltoepassing op ongeplagde heide (en daarnaast ook naar de
toepassing in verzuurde bossen). Weijters et al. (2018) en Van Diggelen et al. (2019) geven een overzicht van de eerste resultaten na drie jaar onderzoek en vatten samen welke conclusies voor het heideherstelbeheer nu al getrokken kunnen worden. Hoewel de
onderzoekers waarschuwen voor de nog korte looptijd van het onderzoek, de onzekerheid van de effecten op langere termijn en de vele deelvragen die nog niet zijn beantwoord, zijn ze tot nu overwegend positief. Samenvattend zijn de meest actuele inzichten en aanbevelingen als volgt: •
Na steenmeeltoediening op ongeplagde heide treden geen plotselinge negatieve effecten op, zoals een verminderde fosfaatbeschikbaarheid of verruiging van de vegetatie. Toepassing van steenmeel op ongeplagde heide is zodoende een ‘geenspijtmaatregel’: er gaat niks fout.
•
Ondanks dat de sterkste effecten pas over meerdere jaren verwacht worden zijn er al positieve anti-verzuringseffecten meetbaar. Er is verbetering van de
bodembuffering opgetreden en hier en daar zijn soorten van licht gebufferde milieus in de proefvlakken verschenen. Vraag is nog of deze effecten sterk genoeg zijn en lang genoeg zullen aanhouden om herstel van de vegetatie (tijdig) te bewerkstelligen. •
De fosfor die vrijkomt uit steenmeel spoelt niet snel uit en kan essentieel zijn in heidesystemen met fosforgebrek, met name voor de fauna. Dat is goed nieuws.
•
Het ideale steenmeeltype, dat zowel voldoende calcium als magnesium, kalium en fosfor bevat, bestaat waarschijnlijk niet. Lurgi (Soilfeed) komt het dichtst in de
buurt, omdat het ook kalium levert (in tegenstelling tot bv. Biolit). Dit is voor de meeste heidebodems het best passende steenmeel, hoewel analyse van lokale bodemchemie tot andere keuzes kan leiden. •
Ondanks de kennisvragen die nog open staan adviseren de onderzoekers al wel om de toediening van steenmeel op te schalen. Dit is mede ingegeven door de zeer ernstige situatie waarin het heidelandschap zich momenteel bevindt. We kunnen niet te lang meer wachten met ingrijpen.
•
Als richtlijn wordt geadviseerd om 10 – 20 ton Lurgi (Soilfeed) per hectare toe te dienen. Afhankelijk van de urgentie kan dit aangevuld worden met een sneller
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
42
werkend steenmeel, zoals fijngemalen Eifelgold, of bijvoorbeeld met een lage dosering (1 ton/ha) dolomiet. •
Voorzichtigheid is geboden in bodems met een kleine kationuitwisselcapaciteit (CEC) en weinig organisch materiaal. Dit geldt bijvoorbeeld voor geplagde bodems. Hier ligt het risico op negatieve effecten voor de fauna op de loer, in verband met mogelijke fosfortekorten. Een lage additionele fosfaatgift zou uitkomst kunnen bieden, maar experimenten naar de effecten lopen nog.
•
Terughoudendheid is ook geboden in bodems met juist heel veel organisch
materiaal: veenbodems en bodems met een dikke H-horizont. Het effect van steenmeel op dergelijke bodems is nog niet onderzocht. •
Toediening van steenmeel is geen complete oplossing voor de nutriëntenonbalans, hoewel verwacht wordt dat nitrificatie (de omzetting van ammonium in nitraat) na
bufferherstel beter verloopt en daarmee de ammoniumbeschikbaarheid afneemt. De eerste voorzichtige tekenen van herstel naar een meer optimale
ammonium/nitraat-verhouding werden al gemeten in bos- en heide-experimenten met steenmeel. •
Op heischrale graslanden, een sterk bedreigd habitattype dat vaak grenzend aan heide voorkomt, heeft toediening van steenmeel nog niet geleid tot meetbare positieve effecten. Waarom dat zo is wordt nog niet begrepen, onderzoek hiernaar loopt nog. Advies is daarom om steenmeel (nog) niet toe te passen op heischrale vegetatietypen.
De gemeente Nunspeet zal in de komende jaren onderzoeken op welke locaties de
verzuringsproblematiek het meest nijpend is en de effecten van toediening van steenmeel het meest kansrijk. Hier zal de gemeente experimenteren met op kleine schaal toepassen van steenmeel, gefaseerd in ruimte en tijd, en dit zo nodig verder uitbreiden.
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
43
Bijlage 4
Maatregelen voor vergroten van de structuurvariatie
In de komende beheerplanperiode zal gewerkt worden aan behoud en ontwikkeling van de volgende structuurelementen:
Reliëf in de bodem op micro, meso en macroschaal. Geaccidenteerde terreindelen moeten worden gekoesterd en subtiele hoogteverschillen in het terrein dienen bij het uitvoeren van herstelmaatregelen (zoals plaggen) gespaard te blijven.
Struikheivegetaties in verschillende ontwikkelinsgstadia. De ideale verhouding is Pionierfase (5%) – Opbouwfase (15%) – Volwassen fase (60%) – Aftakelingsfase (20%). Met deze vier fasen in het terrein ontstaan vanzelf compartimenten. Korstmosrijke
heide komt met name voor in Opbouw- en Aftakelingsfase en minder in Volwassen fase. Verder zijn grote oppervlakten aaneengesloten heide in de volwassen fase extra gevoeliger voor de aantasting van het heidehaantje.
Een grote diversiteit in de dikte van organische bodemlagen. Oude heide heeft vaak een dikke organische laag die vocht goed vasthoudt, waardoor geschikte
omstandigheden ontstaan voor soorten van vochtige, koele milieus. Jonge, al dan niet geplagde heide heeft meestal een dunnere organische laag en vormt geschikter leefgebied voor warmteminennde heidesoorten.
Variatie in open en dicht begroeide plekken in de heidevegetatie.
Plekken met kaal zand in het horizontale, hellende (noord- en zuidhellingen) en verticale vlak (steilwandjes), vooral in droge heide. Het zand moet droog en
humusarm zijn. Zandpaden en zandige bermen van fietspaden tellen hierbij ook mee.
Verspreide opslag van struiken, bomen en boomgroepen, afgewisseld met open terreindelen zonder opslag. Naast grove den, zomereik en ruwe berk hebben
nectarproducerende soorten een meerwaarde. Denk aan brem, vuilboom, meidoorn en wilg. Deze soorten kunnen ook gebruikt worden om geleidelijke overgangen van heide naar bos te creëren, mits ze niet te sterk begraasd worden door hoefdieren (zie verder). Hierbij wel rekening houden met natuurbrandpreventie (7.4.5).
Rommelhoekjes met ruderale, vaak bloemrijke vegetatie. Hier heeft vaak verrijking plaatsgevonden door bijvoorbeeld het verbranden van snoeiafval of het (tijdelijk) opslaan van plaggen. Ook zijn deze plekken vaak beter gebufferd.
Extensief beheerde akkertjes, wildweiden of overgangen naar extensief landbouwgebied. Dit zijn belangrijke voedselbronnen voor bloembezoekende insecten en andere heidefauna, zeker wanneer de heide zelf door verzuring weinig kruiden- en bloemrijk is.
Aanwezigheid van dood hout. Zowel staand als liggend dood hout heeft een belangrijke functie voor veel diersoorten van de heide.
Aanwezigheid van oude gras- en haarmospollen. Er komen bijvoorbeeld hogere dichtheden reptielensoorten voor in pijpenstrootje dan in struikhei. Er moet gezorgd worden voor een substantieel aandeel pijpenstrootje. Pas dus op voor de blinde vlek van het bestrijden van pijpenstrootje.
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
44
Bijlage 5
Honingbijen versus wilde bijen
Gemeente Nunspeet wil daarom haar beleid omtrent de plaatsing van bijenkasten voor de komende beheerplanperiode aanpassen, in goed overleg met de Bijenhoudersvereniging
Nunspeet. Conform het advies van EIS Kenniscentrum Insecten (Smit, J. & M. Reemer, 2020) dient bepaald te worden welk percentage van de oppervlakte van de verschillende heideterreinen beschikbaar mag zijn voor honingbijen en welke terreindelen specifiek
ontzien moeten worden vanwege het belang van wilde bijensoorten die op de Rode Lijst staan (zie ook de aanbevelingen in hoofdstuk 4 van de visie). Op basis daarvan zal besloten worden hoeveel bijenkasten geplaatst mogen worden en op welke locaties. Ook de
bijenkasten die bij de aan de heide grenzende bebouwing (bijvoorbeeld in tuinen) worden geplaatst hebben overigens invloed op de wilde bijen en moeten dus worden meegenomen in de afweging.
Om een indicatie te geven is in tabel 7.1 een indicatieve berekening gemaakt van het aanbevolen maximale aantal honingbijkasten, op basis van de rekenmodule op de website
www.bestuivers.nl van EIS Kenniscentrum Insecten, gebaseerd op de richtlijn van Smit et al, 2021. De daarvoor gehanteerde aannames over de hoeveelheid bloeiende heide en het gewenste percentage beschikbare oppervlakte voor honingbijen zijn vermeld in de tabel. Er is uitgegaan van een oppervlakte bloeiende heide van circa ¾ van de totale oppervlakte per terrein. In de terreinen waar nu geen honingbijkasten aanwezig zijn is een percentage van 0% gehanteerd voor de beschikbare oppervlakte voor honingbijen en in de overige terreinen 25%.
Aanbeveling maximale aantal kasten bij 3 locaties
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
Het Provinciebos
De Waschkolk
aantal kasten bij 2 locaties
Elspeterstruiken
Aanbeveling maximale
De Kuilhegge
aantal kasten bij 1 locatie
De Kril
Aanbeveling maximale
Kleine Kolonie
met concurrentiedruk
Grote Kolonie
Maximaal aandeel terrein
Het Elspeterveld
Oppervlakte bloeiende heide
Westeindsche Heide
Oppervlakte
De Elspeetsche Heide
Tabel 7.1: Indicatieve berekening aanbevolen maximum aan honingbijkasten per terrein volgens de richtlijn van Smit et al, 2021.
768
92
70
25
67
81
3,6 24
3,4
4
600
75
50
20
50
60
3
20
3
3
25
25
25
25
25
0
0
0
0
0
70
3
1
0
1
0
0
0
0
0
45
2
35
45
Bijlage 6
Schema overzicht beheermaatregelen
heide en heischraal grasland Drukbegrazing door schapen
Vergrassing doorbreken, ontwikkeling nieuwe heide en heischraal grasland
Kleinschalig, ondiep plaggen en/of chopperen en diepmaaien
op begraasd terrein
Zandplekken met steilrand maken
Ei-afzetplekken voor zandhagedis, leefgebied voor
pioniersoorten en warmteminnende soorten Bodemverzuring droge heide verzachten of
bodemverzuring het meest nijpend is
voorkomen
Ontwikkeling kruidenweiden t.p.v. voormalige nachtkralen
Voedsel- en bloemrijke plekken op de heide creëren Onderhoudsbeheer, vergrassing in toom houden, meer structuur in vegetatie brengen
Begrazing met runderen Opslag verwijderen in cycli van 5 jaar
X
De Waschkolk
X
Het Provinciebos
X
Elspeterstruiken
X
De Kuilhegge
X
Opgevolgd door enkele jaren drukbegrazing, alleen mogelijk in de grotere heideterreinen, bij geschikt weer in 2e helft winter X
X
Wolfwerende rasters toepassen Op plaatsen waar branden en drukbegrazing niet mogelijk is, of voor extra
X
X
X
X
X
variatie in aanvulling op schapenbeheer. Bij plaggen humusrijke bovenlaag
X
behouden, nabehandelen met Dolokal en evt. steenmeel. Grasland voormalige vuilstortplaats
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nabehandelen met Dolokal om ammoniumpiek te voorkomen Vooronderzoek doen naar bodem-pH en baseverzadiging doorwortelbare zone bodem Schapenmest oppervlakkig in bodem verwerken, inzaaien met passend
X
X
X
X
X
X
inheems kruidenmengsel. Enkele jaren met raster beschermen tegen
X
wildvraat. X
Versnellen van de verschraling
X
X
X
Jaarlijks doelstelling en te behandelen terreindelen afstemmen met SSGN en herderin. Aanvullend maaien en afvoeren overwegen, eventueel in combinatie met
X
nabeweiding.
Onderhoudsbeheer, verbossing voorkomen, meer
In grotere terreinen 'wandelende bosranden' creëren door opslag op
geleidelijke bosranden creëren
wisselende plaatsen tijdelijk te sparen.
Bosrandontwikkeling: struiken en loofbomen inplanten en tijdelijk in te
Meer geleidelijke bosranden met beschutting en
Vergroten hoeveelheid dood hout
Nest-, schuil- en foerageergelegenheid creëren
rasteren tegen wildvraat
X
Verschraling graslandvegetatie
Toepassing steenmeel, gefaseerd in ruimte en tijd, op locaties waar
Schapenbegrazing door gehoede kudde SSGN
X
Vergrassing doorbreken, ontwikkeling nieuwe heide en heischraal grasland, aanvullende structuur
Maaien en afvoeren
X
Toelichting
De Kril
Vergrassing doorbreken, ontwikkeling nieuwe
De Grote en Kleine Kolonie
Brandbeheer
Het Elspeterveld
Doel maatregel
Westeindsche Heide
Beheermaatregel
De Elspeetsche Heide
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de beheermaatregelen die de komende 10 jaar in de 9 heideterreinen aan de orde zijn.
hoger aandeel loofhout creëren
X
X
X
X
Waar nodig paden verplaatsen uit bosrand
X
Zowel staand als liggend dood hout heeft grote meerwaarde
voor heidefauna Aanleggen heidecorridors
Geïsoleerde heideterreinen verbinden, uitwisseling
Recreatiedruk extensiveren conform recreatiezoneringsplan
Meer rust creëren voor heidefauna, incl.
X
tussen populaties bevorderen
X
Maatregelen natuurbrandpreventie
Verkleinen risico grote natuurbranden
x
Beheer grafheuvels en andere archeologische objecten
Duurzaam behoud van archeologische waarden
x
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
X
X
X
Bestaande bospadenstructuur gebruiken, bos compenseren. Voor
Provinciebos en Waschkolk ligt het initiatief bij de Provincie Gelderland Uitwerking recreatiezonering
beschermde Natura 2000-vogelsoorten, erosie van reliëf tegengaan
X
X
X
X
X
X
X
x
x
Maaien van brandwerende stroken
x
Aan de hand van de rapportage van ADC ArcheoProjecten
46
Onderhoud fiets-, wandel- en ruiterpaden, meubilair en overige voorzieningen
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
Faciliteren van extensieve recreatie
x
x
x
x
x
x
x
x
x
47
Bijlage 7
Beheermaatregelen voor De Elspeetsche Heide
Reguliere maatregelen Ecotoop/functie
Streefbeeld
Maatregel
Hoeveelheid
Tijdstip
Frequentie
Opmerking
Droge heide en
Structuurvariatie, gebied dat bestendig is
Begrazing
Totale oppervlak
jaarrond
Continu
Onderhoudsbegrazing
heischraal grasland
tegen droogte, voldoende rust voor
Drukbegrazing
Plekken van maximaal
Vooral in het voorjaar
1 plek per jaar
Op plekken waar dominantie van pijpenstrootje
verstoringsgevoelige soorten
circa 3 ha
doorbroken moet worden
Diepmaaien
Plekken van max 0,5 ha
Oktober - februari
1 plek per jaar
Kan worden toegepast in plaats van drukbegrazing
Kleinschalig ondiep plaggen en/of
2 plekken van maximaal 0,5
Oktober - februari
2x 2 plekken in 10 jaar
In de eenvormige heide. Aantal te creëren plekken zo nodig
chopperen voor ontwikkeling extra
ha
bijstellen na inventarisatie van oppervlakte pioniervegetatie (zie monitoring)
pioniervegetatie Kleinschalig maaien voor ontwikkeling
4 plekken van maximaal 0,5
extra pioniervegetatie 4 ha in 10 jaar
ha
Kleinschalig gecontroleerd branden
Plekken van circa 1 hectare
Zandplekken maken en bekalken
15 plekken van 3 bij 3
Oktober - februari
In de eenvormige heide. Aantal te creëren plekken zo nodig bijstellen na inventarisatie van oppervlakte pioniervegetatie (zie monitoring)
Winter, tijdens droge
Één keer per jaar, als het
periode
kan
Oktober – februari
2 keer 15 plekken in 10
meter, 20 cm diep Plekken met oude droge heide en
2x 4 plekken in 10 jaar
Alleen mogelijk onder specifieke weersomstandigheden 20 cm diep spitten ten behoeve van o.a. zandhagedis
jaar
-
-
-
Hier geen van de bovenstaande maatregelen uitvoeren
Jaarlijks voor 20% van het
1 oktober- 1 maart
Jaarlijks (in cycli van 5
Deel laten
terreinoppervlak
(buiten het
jaar)
staan (zowel volwassen als jonge) ten behoeve van
heischrale vegetatie veiligstellen voor doorontwikkeling Opslag verwijderen
broedseizoen)
insecten en broedvogels. In het
open gebied circa 5 per ha, in de overgangszone naar bos 5-10 per ha.
Natuurbrandpreventie
Verkleinen risico grote natuurbranden
Maaien van brandwerende stroken
10 stroken van 12 m
zodat de heide wordt
breed, totaal 19,9 ha
Vroege voorjaar
1x per 2 jaar
Volgens het natuurbrandpreventieplan
-
Jaarlijks enkele (1-10)
Zoeken naar aanleidingen om dergelijke plekjes te
plekjes
creëren
Jaarlijks 1/10 deel van de
Zo ontstaan flexibele “verschuivende” overgangen tussen
gecompartimenteerd Randecotopen
Bewust rommelplekjes creëren. Plekjes met
Bijvoorbeeld door takkenhopen neer te
Plekjes van 1 tot enkele
bramen en distels zijn gunstig voor insecten
leggen of te rommelen in de bodem
m2
Op sommige plekken opslag van
Overgangszone van 10 –
Oktober – februari
Vrijhouden van grove den en andere
Hele oppervlakte
Oktober – februari
ongewenste soorten (Amerikaanse
eikenstrubbenbos
en broedplekken voor vogels Overgang van heide naar bos
Bosrandontwikkeling, verspreide berken en berkengroepjes
loofhout toestaan, op andere plekken
100 m
randen tussen bos en hei
opslag verwijderen Eikenstrubbenbos
Instandhouden
bos en hei. Verspreide berken en berkengroepjes ontwikkelen als broedbiotoop van draaihals
1x per 5 jaar het hele eikenstrubbenbos
vogelkers) Dennen-Eiken-
Vergroten aandeel loofhout
Beukenbos op de hei Vennen
Naaldhout verwijderen, vrijstellen
Jaarlijks 1/5 deel
Oktober – februari
Alle vennen
Augustus-september
Jaarlijks 1/5 deel
loofhout Open houden van de vennen, kwaliteit behouden
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
Zo nodig maaien van de oever wanneer het dreigt dicht te groeien, of een paar
keer de schapen de oever laten begrazen
Maaien oever maximaal 2x
in de beheerplanperiode, schapenbegrazing
maximaal 2x per jaar
48
Eenmalige maatregelen Ecotoop
Doel
Eenmalige maatregel
Opmerking
Droge heide en heischraal
Effecten van de stikstofdepositie mitigeren
Steenmeel toepassen: 1x 2 plekken op proef, van circa 1 ha; bij succes uitbreiden
Vooronderzoek door B-WARE laten uitvoeren. Beslisboom
Stimuleren van bloeiende kruiden op de hei,
Nachtkralen omzetten in kruidenweitjes: uitrasteren en inzaaien. 3-5 keer in de
nectarvoorziening, voedselrijkere plekjes creëren
beheerplanperiode. Circa 0,5 ha.
Bosrandontwikkeling
Struiken en loofbomen inplanten
grasland Randecotopen Overgang van heide naar bos
steenmeel toepassen Frequentie afhankelijk van de hoeveelheid geschikte plekken Voor het aanslaan van deze inplant zou uitrasteren tegen wildvraat eigenlijk noodzakelijk zijn. Wanneer rasters op de heide ongewenst zijn, dient te worden gezocht naar andere oplossingen.
Gebruik
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
Meer rust in het gebied creëren
Maaswijdte paden aanpassen
Meer rust in het gebied creëren
Maatregelen recreatiezonering
b.v. paden op overgangen van heide naar bos verleggen
49
Bijlage 8
Beheermaatregelen voor De Westeindsche Heide
Reguliere maatregelen Ecotoop/functie
Streefbeeld
Maatregel
Hoeveelheid
Tijdstip
Frequentie
Opmerking
Droge heide en
Een grote structuurvariatie met veel
Begrazing
Totale oppervlak
jaarrond
Continu
Onderhoudsbegrazing
heischraal grasland
geleidelijke overgangen van heide naar bos
Drukbegrazing
Plekken van maximaal
Vooral in het voorjaar
1 plek per 3 jaar
Op plekken waar dominantie van pijpenstrootje
circa 1 ha
doorbroken moet worden
Diepmaaien
Plekken van max 0,5 ha
Oktober - februari
1 plek per 3 jaar
Kan worden toegepast in plaats van drukbegrazing
Kleinschalig gecontroleerd branden
Plekken van circa 1 hectare
Winter, tijdens droge
Twee maal in de
Alleen mogelijk onder specifieke weersomstandigheden
periode
beheerplanperiode, als het kan
Zandplekken maken en bekalken
5 plekken van 3 bij 3
Oktober – februari
meter, 20 cm diep Opslag verwijderen
2 keer 5 plekken in 10
20 cm diep spitten ten behoeve van o.a. zandhagedis
jaar
Jaarlijks voor 20% van het
1 oktober- 1 maart
Jaarlijks (in cycli van 5
Deel laten
terreinoppervlak
(buiten het
jaar)
staan (zowel volwassen als jonge) ten behoeve van
broedseizoen)
insecten en broedvogels. In het
open gebied circa 5 per ha, in de overgangszone naar bos 5-10 per ha. Randecotopen
Bewust rommelplekjes creëren. Plekjes met
Bijvoorbeeld door takkenhopen neer te
Plekjes van 1 tot enkele
bramen en distels zijn gunstig voor insecten
leggen of te rommelen in de bodem
m2
-
Jaarlijks enkele (1-10)
Zoeken naar aanleidingen om dergelijke plekjes te
plekjes
creëren
Jaarlijks 1/10 deel van de
Zo ontstaan flexibele “verschuivende” overgangen tussen
randen tussen bos en hei
bos en hei. Verspreide berken en berkengroepjes
en broedplekken voor vogels Overgang van heide
Bosrandontwikkeling, verspreide berken en
Op sommige plekken opslag van
Overgangszone van 10 –
naar bos
berkengroepjes
loofhout toestaan, op andere plekken
100 m
Oktober – februari
opslag verwijderen Dennen-Eiken-
Vergroten aandeel loofhout
Vennen
Open houden van de vennen, kwaliteit
Beukenbos op de hei
behouden
ontwikkelen als broedbiotoop van draaihals
Naaldhout verwijderen, vrijstellen
Jaarlijks 1/5 deel
Oktober – februari
Zo nodig maaien van de oever wanneer
1 ven
Augustus-september
loofhout
het dreigt dicht te groeien, of een paar
keer de schapen de oever laten begrazen
Jaarlijks 1/5 deel Maaien oever maximaal 2x
in de beheerplanperiode, schapenbegrazing
maximaal 2x per jaar
Eenmalige maatregelen Ecotoop
Doel
Eenmalige maatregel
Opmerking
Droge heide en heischraal
Effecten van de stikstofdepositie mitigeren
Steenmeel toepassen: bij succes van de proef op de Elspeetsche Heide: meerdere plekken van
Vooronderzoek door B-WARE laten uitvoeren. Beslisboom
grasland Randecotopen Overgang van heide naar bos
circa 1 ha
Stimuleren van bloeiende kruiden op de hei,
Nachtkralen omzetten in kruidenweitjes: uitrasteren en inzaaien. 1-3 keer in de
nectarvoorziening, voedselrijkere plekjes creëren
beheerplanperiode. Circa 0,5 ha.
Bosrandontwikkeling
Struiken en loofbomen inplanten
steenmeel toepassen Frequentie afhankelijk van de hoeveelheid geschikte plekken Voor het aanslaan van deze inplant zou uitrasteren tegen wildvraat eigenlijk noodzakelijk zijn. Wanneer rasters op de heide ongewenst zijn, dient te worden gezocht naar andere oplossingen.
Gebruik
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
Meer rust in het gebied creëren
Maaswijdte paden aanpassen
Meer rust in het gebied creëren
Maatregelen recreatiezonering
b.v. paden op overgangen van heide naar bos verleggen
50
Bijlage 9
Beheermaatregelen voor Het Elspeterveld
Reguliere maatregelen Ecotoop/functie
Streefbeeld
Maatregel
Hoeveelheid
Tijdstip
Frequentie
Opmerking
Droge heide en
Open heide met solitaire dennen en eiken en
Begrazing
Totale oppervlak
jaarrond
Continu
Onderhoudsbegrazing
heischraal grasland
veel open plekken met kruiden
Drukbegrazing
Plekken van maximaal
Vooral in het voorjaar
1 plek per 3 jaar
Op plekken waar dominantie van pijpenstrootje
circa 1 ha
doorbroken moet worden
Diepmaaien
Plekken van max 0,5 ha
Oktober - februari
1 plek per 3 jaar
Kan worden toegepast in plaats van drukbegrazing
Kleinschalig gecontroleerd branden
Plekken van circa 1 hectare
Winter, tijdens droge
Twee maal in de
Alleen mogelijk onder specifieke weersomstandigheden
periode
beheerplanperiode, als het kan
Zandplekken maken en bekalken
5 plekken van 3 bij 3
Oktober – februari
meter, 20 cm diep Opslag verwijderen
2 keer 5 plekken in 10
20 cm diep spitten ten behoeve van o.a. zandhagedis
jaar
Jaarlijks voor 20% van het
1 oktober- 1 maart
Jaarlijks (in cycli van 5
Deel laten
terreinoppervlak
(buiten het
jaar)
staan (zowel volwassen als jonge) ten behoeve van
broedseizoen)
insecten en broedvogels. In het
open gebied circa 5 per ha, in de overgangszone naar bos 5-10 per ha. Natuurbrandpreventie
Verkleinen risico grote natuurbranden
Maaien van brandwerende stroken
2 stroken van 12 m breed,
zodat de heide wordt
in totaal 2,4 ha
Vroege voorjaar
1x per jaar
Volgens het natuurbrandpreventieplan
-
Jaarlijks enkele (1-10)
Zoeken naar aanleidingen om dergelijke plekjes te
plekjes
creëren
Jaarlijks 1/10 deel van de
Zo ontstaan flexibele “verschuivende” overgangen tussen
gecompartimenteerd Randecotopen
Bewust rommelplekjes creëren. Plekjes met
Bijvoorbeeld door takkenhopen neer te
Plekjes van 1 tot enkele
bramen en distels zijn gunstig voor insecten
leggen of te rommelen in de bodem
m2
Op sommige plekken opslag van
Overgangszone van 10 –
Oktober – februari
Jaarlijks 1/5 deel
Oktober – februari
en broedplekken voor vogels Overgang van heide naar bos
Bosrandontwikkeling, verspreide berken en berkengroepjes
loofhout toestaan, op andere plekken
100 m
randen tussen bos en hei
opslag verwijderen Dennen-Eiken-
Vergroten aandeel loofhout
Beukenbos op de hei
bos en hei. Verspreide berken en berkengroepjes ontwikkelen als broedbiotoop van draaihals
Naaldhout verwijderen, vrijstellen
Jaarlijks 1/5 deel
loofhout
Eenmalige maatregelen Ecotoop
Doel
Eenmalige maatregel
Opmerking
Droge heide en heischraal
Effecten van de stikstofdepositie mitigeren
Steenmeel toepassen: bij succes van de proef op de Elspeetsche Heide: meerdere plekken van
Vooronderzoek door B-WARE laten uitvoeren. Beslisboom
Stimuleren van bloeiende kruiden op de hei,
Nachtkralen omzetten in kruidenweitjes: uitrasteren en inzaaien. 1-3 keer in de
nectarvoorziening, voedselrijkere plekjes creëren
beheerplanperiode. Circa 0,5 ha.
Bosrandontwikkeling
Struiken en loofbomen inplanten
grasland Randecotopen Overgang van heide naar bos
circa 1 ha
steenmeel toepassen Frequentie afhankelijk van de hoeveelheid geschikte plekken Voor het aanslaan van deze inplant zou uitrasteren tegen wildvraat eigenlijk noodzakelijk zijn. Wanneer rasters op de heide ongewenst zijn, dient te worden gezocht naar andere oplossingen.
Gebruik
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
Meer rust in het gebied creëren
Maaswijdte paden aanpassen
Meer rust in het gebied creëren
Maatregelen recreatiezonering
b.v. paden op overgangen van heide naar bos verleggen
51
Bijlage 10
Beheermaatregelen voor De Grote en Kleine Kolonie
Reguliere maatregelen Ecotoop/functie
Streefbeeld
Droge heide
Maatregel
Hoeveelheid
Tijdstip
Frequentie
Drukbegrazing
Plekken van maximaal
Vooral in het voorjaar
1 plek per 3 jaar
Opmerking Op plekken waar dominantie van pijpenstrootje
circa 1 ha
doorbroken moet worden
Diepmaaien
Plekken van max 0,5 ha
Oktober - februari
1 plek per 3 jaar
Kan worden toegepast in plaats van drukbegrazing
Kleinschalig gecontroleerd branden
Plekken van circa 1 hectare
Winter, tijdens droge
Twee maal in de
Alleen mogelijk onder specifieke weersomstandigheden
periode
beheerplanperiode, als het kan
Zandplekken maken en bekalken
7 plekken van 3 bij 3
Oktober – februari
meter, 20 cm diep Opslag verwijderen
2 keer 7 plekken in 10
20 cm diep spitten ten behoeve van o.a. zandhagedis
jaar
Jaarlijks voor 20% van het
1 oktober- 1 maart
Jaarlijks (in cycli van 5
Deel laten
terreinoppervlak
(buiten het
jaar)
staan (zowel volwassen als jonge) ten behoeve van
broedseizoen)
insecten en broedvogels. In het
open gebied circa 5 per ha, in de overgangszone naar bos 5-10 per ha. Natuurbrandpreventie
Verkleinen risico grote natuurbranden
Maaien van brandwerende stroken
stroken van 12 m breed, in
zodat de heide wordt
totaal 1,0 ha
Vroege voorjaar
1x per jaar
Volgens het natuurbrandpreventieplan
-
Jaarlijks enkele (1-10)
Zoeken naar aanleidingen om dergelijke plekjes te
plekjes
creëren
Jaarlijks 1/10 deel van de
Zo ontstaan flexibele “verschuivende” overgangen tussen
gecompartimenteerd Randecotopen
Bewust rommelplekjes creëren. Plekjes met
Bijvoorbeeld door takkenhopen neer te
Plekjes van 1 tot enkele
bramen en distels zijn gunstig voor insecten
leggen of te rommelen in de bodem
m2
Op sommige plekken opslag van
Overgangszone van 10 –
en broedplekken voor vogels Overgang van heide naar bos
Bosrandontwikkeling, verspreide berken en berkengroepjes
loofhout toestaan, op andere plekken
Oktober – februari
100 m
randen tussen bos en hei
opslag verwijderen Dennen-Eiken-
Vergroten aandeel loofhout
Beukenbos op de hei
bos en hei. Verspreide berken en berkengroepjes ontwikkelen als broedbiotoop van draaihals
Naaldhout verwijderen, vrijstellen
Jaarlijks 1/5 deel
Oktober – februari
Jaarlijks 1/5 deel
loofhout
Eenmalige maatregelen Ecotoop
Doel
Eenmalige maatregel
Opmerking
Droge heide en heischraal
Effecten van de stikstofdepositie mitigeren
Steenmeel toepassen: bij succes van de proef op de Elspeetsche Heide: meerdere plekken van
Vooronderzoek door B-WARE laten uitvoeren. Beslisboom
grasland
circa 1 ha
Verbindingen
Mogelijkheden zoeken voor verbinden van de terreindelen
Heide verbindingen tussen de terreinen aanleggen
Randecotopen
Stimuleren van bloeiende kruiden op de hei,
Nachtkralen omzetten in kruidenweitjes: uitrasteren en inzaaien. 1-3 keer in de
nectarvoorziening, voedselrijkere plekjes creëren
beheerplanperiode. Circa 0,5 ha.
Bosrandontwikkeling
Struiken en loofbomen inplanten
steenmeel toepassen Bij voorkeur door eerder aangeplant bos, niet door bos ontstaan uit spontane verjonging van eik en berk
Overgang van heide naar bos
Frequentie afhankelijk van de hoeveelheid geschikte plekken Voor het aanslaan van deze inplant zou uitrasteren tegen wildvraat eigenlijk noodzakelijk zijn. Wanneer rasters op de heide ongewenst zijn, dient te worden gezocht naar andere oplossingen.
Gebruik
Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet
Meer rust in het gebied creëren
Maaswijdte paden aanpassen
Meer rust in het gebied creëren
Maatregelen recreatiezonering
b.v. paden op overgangen van heide naar bos verleggen
52
Bijlage 11
Beheermaatregelen voor De Kril
Reguliere maatregelen Ecotoop/functie
Streefbeeld
Maatregel
Heischraal grasland
Een soortenrijke, heischrale vegetatie
Maaien en afvoeren
Hoeveelheid
Tijdstip
Frequentie
Hele oppervlakte
Augustus/september
1x per 5 jaar
Opmerking Verschralingsbeheer voormalige vuilstortplaats
heischrale deel Opslag verwijderen
versnellen.
Jaarlijks voor 20% van het
1 oktober- 1 maart
Jaarlijks (in cycli van 5
Deel laten
terreinoppervlak
(buiten het
jaar)
staan (zowel volwassen als jonge) ten behoeve van
broedseizoen)
insecten en broedvogels. In het open gebied circa 5 per
ha, in de overgangszone naar bos 5-10 per ha. Droge heide
Open heidelandschap met een lichte bezetting van grove den en zomereik
Begrazing
Totale oppervlak
Periode uit
Continu
Onderhoudsbegrazing
inscharingsovereenkomst Opslag verwijderen
Jaarlijks voor 20% van het
1 oktober- 1 maart
Jaarlijks (in cycli van 5
Deel laten
terreinoppervlak
(buiten het
jaar)
staan (zowel volwassen als jonge) ten behoeve van
broedseizoen)
insecten en broedvogels. In het open gebied circa 5 per ha, in de overgangszone naar bos 5-10 per ha.
Randecotopen
Diepmaaien
Plekken van max 0,5 ha
Oktober - februari
1 plek per 5 jaar
Kan worden toegepast in plaats van drukbegrazing
Bewust rommelplekjes creëren. Plekjes met
Bijvoorbeeld door takkenhopen neer te