CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6d. Bijlage Beheerplan heideterreinen Nunspeet 2022-2031

Commissie Ruimte en Wonen 10 maart 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Heidebeheervisie (2025-2049) en beheerplan (2025-2034).19.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet 2025 – 2034 concept Bosgroep Midden Nederland

Colofon Opdrachtgever:

Gemeente Nunspeet

Titel:

Beheerplan heideterreinen gemeente Nunspeet 2025 - 2034

Status:

Concept voor College en participatietraject

Datum:

Juli 2023, aangepast september 2024

Auteur(s):

Ir. M. van Os, Ir. T. Termaat, Ir. L. Kampherbeek, Ing. L. Verkerk

Foto’s:

M. van Os, J. Bouwman

Kaartmateriaal:

Ing. J.H.J. Thielemans. Copyright © 2024, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn

Projectnummer:

21.30.10243.01

© Coöperatie Bosgroep Midden Nederland u.a. Postbus 8135 6710 AC Ede t (0318) 67 26 26 www.bosgroepen.nl

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding 1.1

Aanleiding

6

1.2

Doelstelling vanuit de langetermijnvisie

6

1.3

Leeswijzer

7

Beheermaatregelen in de heideterreinen

8

2.2

2.1

Inleiding

Toelichting op de beheerkeuzes

8

2.2.1

Geschiedenis van het heidebeheer en evaluatie van het gevoerde beheer

8

2.2.3

Beheermaatregelen per terrein

8

2.2.4

Herstelprogramma’s Veluwe

Maatregelen recreatiezonering

9

9

2.2.6

Archeologie en cultuurhistorie

9

2.3

De Elspeetsche Heide

De Westeindsche Heide

9

10

2.5

Het Elspeterveld

11

2.6

De Grote en Kleine Kolonie

11

2.8

De Kuilhegge

12

2.9

De Elspeterstruiken

13

2.11

De Waschkolk

14

2.2.2

2.2.5

2.4

2.7

2.10

3

Mogelijke beheermaatregelen

De Kril

Het Provinciebos

8

8

12

13

Monitoring

15

3.2

15

3.1

Doel

3.2.1

SNL Monitoring

3.2.2

Natura 2000 monitoring

Monitoringsplan aanvullend op SNL

16

3.2.4

Evaluatie

17

3.3

Archeologische en cultuurhistorische waarden

17

3.2.3

3.4

4

6

Natuurwaarden

Gebruikswaarden

15 15 16

17

Kostenraming en financiering 4.1

Toelichting

18

4.2

Hoeveelheden per terrein

18

4.3

Financiering

18

19

Literatuur 20

Bijlage 1

1.1.

Geschiedenis heidebeheer en evaluatie gevoerde beheer Inleiding

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

21

21 3

1.2 Ontstaan en historie van het heidelandschap

21

1.3 Heidebeheer 1960-2011

21

1.3.1 Plaggen

23

1.3.2 Maaien

23

1.3.2 Diepmaaien

23

1.3.3 Chopperen

23

1.3.4 Vegen

24

1.3.5 Branden

24

1.3.6 Opslag verwijderen

25

1.3.7 Begrazing

25

1.3.9 Voormalig militair gebruik

26

1.4.1 Elspeetsche Heide

28

1.4.2 Westeindsche Heide

31

1.4.4 Grote en Kleine Kolonie

33

1.4.6 De Kuilhegge

34

1.4.7 Elspeterstruiken

35

1.4.9 De Waschkolk

36

1.4 Heidebeheer 2011-2021

1.4.3 Elspeterveld 1.4.5 De Kril

1.4.8 Het Provinciebos

28

33

34

35

Bijlage 2

Beheermaatregelen; richtlijnen voor toepassing

37

Bijlage 3

Heideherstel door toediening van bufferstoffen (steenmeel)

41

Bijlage 4

Maatregelen voor vergroten van de structuurvariatie

44

Bijlage 5

Honingbijen versus wilde bijen

45

Bijlage 6

Schema overzicht beheermaatregelen

46

Bijlage 7

Beheermaatregelen voor De Elspeetsche Heide

48

Bijlage 8

Beheermaatregelen voor De Westeindsche Heide

50

Bijlage 9

Beheermaatregelen voor Het Elspeterveld

51

Bijlage 10 Beheermaatregelen voor De Grote en Kleine Kolonie

52

Bijlage 11 Beheermaatregelen voor De Kril

53

Bijlage 12 Beheermaatregelen voor De Kuilhegge

54

Bijlage 13 Beheermaatregelen voor De Elspeterstruiken

55

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

4

Bijlage 14 Beheermaatregelen voor Het Provinciebos

56

Bijlage 15 Beheermaatregelen voor De Waschkolk

57

Bijlage 16 Maatregelen Herstelprogramma’s Veluwe

58

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

5

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeenten Nunspeet en Ermelo hebben in 2011 in een gezamenlijk proces elk een langetermijnvisie en een beheervisie voor hun heideterreinen opgesteld. Deze visie en beheerplan zijn in 2023/2024 vernieuwd. Dit rapport betreft het beheerplan voor de komende 10 jaar (2025-2034) voor de heideterreinen van de gemeente Nunspeet. Het gaat daarbij om de volgende terreinen: Elspeetsche Heide, Westeindsche Heide, de Grote en Kleine Kolonie, De Kril, de Kuilhegge, de Elspeterstruiken, Het Provinciebos en De Waschkolk (figuur 1.1). Het beheerplan is gebaseerd op de langetermijnvisie 2025 – 2049 en brengt in beeld welke specifieke beheermaatregelen er genomen moeten worden om de doelstellingen uit de visie te kunnen realiseren.

Figuur 1.1. Ligging heideterreinen Gemeente Nunspeet

1.2

Doelstelling vanuit de langetermijnvisie

In de langetermijnvisie wordt geschetst dat de aanpak van het heidebeheer in Nunspeet op basis van voortschrijdende inzichten verschillende fasen heeft doorlopen. Met de huidige kennis en inzichten zijn in de visie voor de komende 25 jaar onderstaande speerpunten in het beheer geformuleerd:

1. Grotere rol voor schapenbeheer 2. Negatieve effecten van bodemverzuring verzachten

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

6

3. Vergroten van de structuurvariatie 4. Meer kansen voor bosrandontwikkeling en loofhout 5. Heideterreinen verbinden 6. Populatieherstel en instandhouding van zeven broedvogelsoorten 7. Vergroten van kansen voor insecten 8. Naar een nieuwe recreatiezonering 9. Meer aandacht voor natuurbrandpreventie 10. Behoud van archeologische waarden

Naast deze speerpunten worden de maatregelen voortgezet die in de afgelopen beheerperiode succesvol zijn gebleken.

1.3

Leeswijzer

Dit beheerplan is opgesteld op basis van de “Langetermijnvisie heideterreinen gemeente Nunspeet”. In deze rapportage worden per terrein de beheermaatregelen benoemd (Hoofdstuk 2). Verder wordt ingegaan op de monitoring in de deelgebieden (Hoofdstuk 3) en wordt in hoofdstuk 4 een kostenraming gegeven per beheermaatregel.

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

7

2

Beheermaatregelen in de heideterreinen

2.1

Inleiding

Op basis van de beheervisie zijn de beheermaatregelen per terrein uitgewerkt. Hierbij is

onderscheid gemaakt tussen reguliere en eenmalige maatregelen. In dit hoofdstuk worden deze voor de negen deelgebieden beschreven. Daarnaast zijn de te nemen beheermaatregelen in een overzicht geplaatst. De maatregelen die betrekking hebben op de omringende bossen en het reguliere onderhoud van grafheuvels, paden en meubilair worden genoemd maar worden niet verder uitgewerkt omdat de uitvoering daarvan op andere wijze wordt geregeld.

2.2

Toelichting op de beheerkeuzes

2.2.1 Geschiedenis van het heidebeheer en evaluatie van het gevoerde beheer

In bijlage 1 is de achtergrond geschetst van het ontstaan van het heidelandschap en van de verschillende maatregelen die in het verleden zijn uitgevoerd. Vervolgens is per deelgebied

het beheer besproken dat is uitgevoerd in de afgelopen beheerplanperiode (2011-2021) en wordt een evaluatie gegeven. Die evaluatie is gebruikt voor het bepalen van de beheermaatregelen per terrein voor 2025 – 2034. 2.2.2 Mogelijke beheermaatregelen

In de afgelopen beheerperiode zijn ervaringen opgedaan met nieuwe beheermaatregelen en nieuwe inzichten in het beheer. Met sommige beheermaatregelen is de gemeente Nunspeet een voorloper in de toepassing ervan, zoals het voorbranden in combinatie met

drukbegrazing en het aanleggen van kruidenweiden. Maatregelen die al eerder werden toegepast en nog steeds succesvol zijn worden voortgezet, zoals schapenbegrazing, kleinschalig maaien en chopperen en het maken van zandige plekjes. De Stichting Schaapskudde Gemeente Nunspeet (SSGN) krijgt een nieuwe schaapskooi met een

verdubbeling van het aantal schapen. De capaciteit voor de onderhoudsbegrazing neemt daarmee flink toe, waardoor ook meer terreinen in begrazing kunnen worden genomen. In bijlage 2 wordt een aantal algemene richtlijnen gegeven voor de toepassing van

verschillende mogelijke beheermaatregelen. Bijlage 3 gaat in op de achtergronden van

toediening van bufferstoffen als steenmeel. Bijlage 4 bevat maatregelen voor vergroten van de structuurvariatie. In bijlage 5 is aangegeven hoe de gemeente wil omgaan met het plaatsen van bijenkasten. 2.2.3 Beheermaatregelen per terrein

In de volgende paragrafen is per gebied kort beschreven wat er speelt wat betreft

aandachtspunten voor het beheer. Op basis van de speerpunten voor het beheer uit de langetermijnvisie (zie paragraaf 1.2) en de aandachtspunten per terrein zijn de beheerkeuzes voor de verschillende heideterreinen bepaald. Bij de beheerkeuzes spelen behalve de kansen voor het gebied ook de grootte van het terrein en de gevoerde beheerintensiteit in het verleden een rol. Bijlage 6 geeft een schematisch overzicht van de mogelijke beheermaatregelen en in welke terreinen deze van toepassing zijn. In de bijlagen 7 - 15 zijn de uit te voeren maatregelen Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

8

per terrein verder uitgewerkt wat betreft hoeveelheden, tijdstip en uitvoering, frequentie en indicatie van de locaties. De exacte locaties van de beheermaatregelen worden jaarlijks door de beheerder bepaald, op basis van de actuele situatie. 2.2.4 Herstelprogramma’s Veluwe

De Herstelprogramma’s van de Provincie Gelderland zijn gebaseerd op het Natura 2000 beheerplan Veluwe. Hierin worden maatregelen voorgesteld voor de heideterreinen van de gemeente Nunspeet (bijlage 16). De gemeente Nunspeet wil de voorgestelde maatregelen uitvoeren, tenzij in de bijlage anders aangegeven (vet gedrukt). De maatregelen zijn verwerkt in de bijlagen met maatregelen per terrein. 2.2.5 Maatregelen recreatiezonering

Het beleid van de provincie voor de recreatiezonering, om de recreatiedruk te extensiveren, wordt momenteel in werksessies uitgewerkt tot concrete maatregelen per terrein. Hiervoor

is de gemeente een participatieproces gestart met de belanghebbenden. Het kader voor de uitwerking is de zoneringskaart en de kaart met gewenste maaswijdte van de paden van de Provincie Gelderland. Voor meer informatie: zie de langetermijnvisie (paragraaf 6.3.8) en de website van de provincie: www.gelderland.nl/projecten/recreatiezonering-op-de-veluwe. 2.2.6 Archeologie en cultuurhistorie

Waardevolle elementen worden behouden. Dit betekent bijvoorbeeld dat grafheuvels met regelmatige tussenpozen worden ontdaan van opslag, waarbij alleen solitaire,

monumentale bomen gehandhaafd blijven. Bij de kap van een boom op een grafheuvel is het belangrijk dat de stobbe blijft staan (of voorzichtig wordt uitgefreesd). Waar wandelpaadjes over, of direct langs een grafheuvel lopen worden deze omgelegd om erosie van het de grafheuvel te voorkomen. Bij de planning van beheermaatregelen waarbij

grondwerk komt kijken (zoals plaggen) wordt altijd het risico op schade aan archeologische waarden meegewogen.

De gemeente Nunspeet heeft een abonnement afgesloten met de Monumentenwacht. Deze organisatie controleert elk jaar de aanwezige archeologische monumenten in het terrein. Met een rapportage wordt de gemeente Nunspeet geïnformeerd en geadviseerd over de onderhoudstoestand. 2.3

De Elspeetsche Heide

De Elspeetsche Heide wordt gekenmerkt door een grote variatie in vegetatiestructuur, soortensamenstelling en natuurwaarden. In de eerste plaats speelt de schaal van het landschap daarbij een belangrijke rol: in dit grootste aaneengesloten heideterrein van de gemeente is de meeste ruimte aanwezig voor gradiënten in hoog-laag, open-gesloten, droog-nat en voedselarm-voedselrijk. In de tweede plaats is de enorme diversiteit aan uitgevoerde heideherstel- en beheermaatregelen van belang, naast het historische militaire gebruik. ‘Veel verschillende dingen doen’ heeft geleid tot een bonte lappendeken aan

vegetatiestructuren, waarin veel verschillende heidesoorten een geschikt leefgebied vinden. Gebied overstijgende problemen zorgen echter zelfs op de Elspeetsche Heide voor de achtergang van de biodiversiteit. De nog altijd veel te hoge stikstofdepositie en

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

9

toegenomen droogteperioden in de zomer als gevolg van klimaatverandering zijn de belangrijkste knelpunten.

Voor de komende beheerplanperiode is het van belang om de structuurvariatie in het gebied op peil te houden, om stikstofdepositie aan de bron te verminderen tot onder de kritische depositiewaarden van droge en vochtige heide (dit is mede een

provinciale/landelijke opgave), om de negatieve effecten van in het verleden opgebouwde stikstofschade te mitigeren (waar mogelijk) en om het gebied bestendiger te maken tegen droogte (waar mogelijk). Daarnaast is het waarborgen van voldoende rust voor

verstoringsgevoelige soorten in dit drukbezochte gebied een aandachtspunt. In het noordoosten van de Elspeetsche Heide, nabij recreatiecentrum De Paasheuvel in Vierhouten, is nu een ‘struinzone’ en hondenlosloopgebied aanwezig, die niet passen

binnen de bepalingen van zone C of C* van het recreatiezoneringsplan. Dit betekent dat hier mogelijk maatregelen nodig zijn om de recreatie te extensiveren en alleen toe te staan op enkele wandelpaden. Beheermaatregelen nieuwe periode:  Brandbeheer (waar het kan, in jaren dat het kan)  Drukbegrazing (al dan niet na brandbeheer)  Eventueel ook stroken diepmaaien in plaats van drukbegrazing  Nachtkralen omzetten in kruidenweitjes  Onderhoudsbegrazing  Opslag verwijderen: in cyclus van 5 jaar  Steenmeel toepassen  Bosrandontwikkeling  Zandplekken maken & bekalken  Meer rust in het gebied / maaswijdte paden aanpassen / maatregelen recreatiezonering

2.4

De Westeindsche Heide

De verschillende beheermaatregelen die de afgelopen 10 jaar op de Westeindsche Heide zijn uitgevoerd hebben geleid tot veel variatie in vegetatiestructuur, een beperkt aandeel sterk vergraste heide en jonge plagplekken waar zowel soorten van droge heide als van

heischaal grasland opnieuw tot ontwikkeling komen. De mate van diversiteit in de vegetatie is nu op het gewenste niveau. Voor de komende beheerplanperiode is vooral een goed onderhoudsbeheer van belang. Onder de huidige mate van stikstofdepositie blijven

verzuring, vergrassing en verbossing op de loer liggen, waardoor aanzienlijke inspanningen nodig blijven om de heide in conditie te houden. Doordat de Westeindsche Heide overloopt in de Elspeetsche Heide voegt het ‘robuustheid’ toe waar populaties van planten en dieren in beide terreinen van profiteren. De

Westeindsche Heide heeft veel geleidelijke overgangen van heide naar bos die specifiek voor bosrandsoorten belangrijk zijn. Deze overgangen zijn de afgelopen 10 jaar succesvol onderhouden. Tenslotte is de aanleg van de heidecorridor richting het Hulshorsterzand een belangrijks ingreep geweest om dispersie van flora en fauna tussen beide gebieden te vergroten en populaties te versterken. De vegetatie in deze corridor lijkt zich goed te ontwikkelen, maar ook hier is onderhoudsbeheer in de komende beheerplanperiode van belang om dichtgroeien te voorkomen. Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

10

Beheermaatregelen nieuwe periode:  Brandbeheer (waar het kan, in jaren dat het kan)  Drukbegrazing (al dan niet na brandbeheer)  Eventueel ook stroken diepmaaien in plaats van drukbegrazing  Nachtkralen omzetten in kruidenweitjes  Onderhoudsbegrazing  Opslag verwijderen: in cyclus van 5 jaar  Steenmeel toepassen  Bosrandontwikkeling  Zandplekken maken & bekalken  Meer rust in het gebied / maaswijdte paden aanpassen / maatregelen recreatiezonering

2.5

Het Elspeterveld

De uitgevoerde beheermaatregelen hebben ertoe geleid dat het Elspeterveld nu een attractief, waardevol open heideterrein is, met struikhei van verschillende leeftijden, verspreide solitaire dennen en eiken, weinig pijpenstrootje-dominantie en veel open

plekken met kruiden. Aan de zuidzijde is eikenstrubbenbos aanwezig (een bos van grillig gevormde meerstammige eiken, ontstaan door hakhoutbeheer in het verleden), vermengd met een begroeiing van grove den, die een mooie overgang vormt naar de heide. Effectief onderhoudsbeheer is de voornaamste opgave voor de komende beheerplanperiode. Beheermaatregelen nieuwe periode:  Brandbeheer (waar het kan, in jaren dat het kan)  Drukbegrazing (al dan niet na brandbeheer)  Eventueel ook stroken diepmaaien in plaats van drukbegrazing  Nachtkralen omzetten in kruidenweitjes  Onderhoudsbegrazing  Opslag verwijderen: in cyclus van 5 jaar  Steenmeel toepassen  Bosrandontwikkeling  Zandplekken maken & bekalken  Meer rust in het gebied / maaswijdte paden aanpassen / maatregelen recreatiezonering

2.6

De Grote en Kleine Kolonie

De Grote en Kleine kolonie worden gekenmerkt door kleinschalige heideterreintjes waarin struikhei maar ook gewone dophei domineren. Momenteel is het oppervlak vergraste heide acceptabel en zijn er verspreid door het terrein groeiplaatsen van planten van heischrale omstandigheden aanwezig. De natte laagte langs de Hooiweg voegt kwaliteit toe. De huidige begrazing voldoet als instandhoudingsbeheer, maar door de beperkte omvang van

de verschillende heideterrientjes zijn de populaties van doelsoorten klein en dus kwetsbaar. Goed vinger aan de pols houden is belangrijk. Beheermaatregelen nieuwe periode:  Brandbeheer (waar het kan, in jaren dat het kan)  Drukbegrazing (al dan niet na brandbeheer) Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

11

 Eventueel ook stroken diepmaaien in plaats van drukbegrazing  Nachtkralen omzetten in kruidenweitjes  Onderhoudsbegrazing  Opslag verwijderen: in cyclus van 5 jaar  Steenmeel toepassen  Zandplekken maken & bekalken  Maatregelen recreatiezonering

2.7

De Kril

Het uitgevoerde beheer heeft ertoe geleid dat er nog steeds twee open heideterreintjes aanwezig zijn. De heitjes zijn echter klein, onderling niet verbonden en de N310

(Uddelerweg) vormt een barrière voor uitwisseling van fauna met het Elspeterveld. Op delen van de hei is pijpenstrootje te dominant, een aandachtspunt voor komende beheerplanperiode.

De vegetatie op de voormalige vuilstortplaats heeft zich niet tot de aanvankelijke gewenste droge heide ontwikkeld, maar tot een kruidenrijk grasland met aspecten van heischraal

grasland. Aan de westkant is de vegetatie ruiger, maar daar komen ook soorten van natte, voedselarme, zwak gebufferde condities voor. Het doeltype dat ontwikkeld moet worden is een open heidelandschap met een lichte bezetting van grove den en zomereik. Het

natuurdoeltype waarnaar wordt gestreefd is heischraal grasland voor het noordelijk deel en droge heide voor het zuidelijk deel. Van 2002 tot 2010 is op de voormalige stortplaats De Kril begraasd met maximaal 10 koeien (tussen 30 april tot 1 november) via een

inscharingsovereenkomst met dhr. G. Jansen. Sinds 2018 wordt de voormalige stortplaats in de winter begraasd door maximaal zeventig schapen, via een inscharingsovereenkomst met de SSGN. In de afdeklaag van de vuilstortplaats is een grote hoeveelheid mineralen

aanwezig, waardoor verschralingsbeheer de komende jaar een belangrijke maatregel is. Door in de komende beheerplanperiode het beheer te richten op verschraling kan een (nog) soortenrijkere vegetatie ontstaan. Bij achterblijven van de gewenste verschraling kan

worden overwogen om eens per circa 5 jaar het terrein te maaien (met afvoeren van het maaisel), eventueel in combinatie met nabeweiden. Beheermaatregelen nieuwe periode:  Vuilstortplaats: verschralingsbeheer voormalige vuilstortplaats: met koeien of schapen, maar overweeg ook maaibeheer (of combi: maaien en nabeweiden)  Vuilstortplaats: verbossing tegengaan  Vuilstortplaats: mogelijkheden zoeken voor corridor  Heide: onderhoudsbegrazing  Heide: opslag verwijderen: in cyclus van 5 jaar  Heide: bosrandontwikkeling  Heide: maatregelen recreatiezonering (vuilstort is niet toegankelijk voor publiek)

2.8

De Kuilhegge

In dit kleine geïsoleerd gelegen heideterrein komt een vitale droge heide met een beperkte variatie in leeftijdsopbouw voor. In de afgelopen beheerplanperiode is het gelukt het heitje Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

12

open te houden, maar met name in de smalle uitlopers van het terrein staat momenteel veel jonge opslag van grove den. Dit is dus een blijvend aandachtspunt. De noordzijde van de

heide dreigt sterk te vergrassen. Het is wenselijk om daar in het vervolgbeheer iets aan te doen. De waarde van het heideterrein zou verder kunnen worden verhoogd door verbinding te zoeken met andere heitjes of graslanden in de omgeving. Beheermaatregelen nieuwe periode:  Drukbegrazing door schapen  Kleinschalig, ondiep plaggen en/of chopperen en diepmaaien  Zandplekken maken & bekalken  Onderhoudsbegrazing  Opslag verwijderen: in cyclus van 5 jaar  Mogelijkheden zoeken voor corridor  Maatregelen recreatiezonering

2.9

De Elspeterstruiken

De Elspeterstruiken worden gekenmerkt door veel variatie op kleine schaal. struikheivegetaties gaan geleidelijk over in eikenstrubbenbos of naaldbos, de mate van vergrassing varieert van plek tot plek en er zijn veel zandpaden en open zandige plekken aanwezig. Een relatief groot percentage van het oppervlak bestaat zodoende uit randen waarin het ene vegetatietype overgaat in een ander vegetatietype. Deze situatie is ecologisch waardevol voor bosrandsoorten, waardoor de Elspeterstruiken een belangrijke toegevoegde waarde hebben op het grotere open heidelandschap van bijvoorbeeld de

Elspeetsche Heide. De keerzijde van de kleinschaligheid is echter dat een constante, vrij forse beheerinspanning nodig is om te voorkomen dat het gebied dichtgroeit met bos. Het voornemen is om ook hier te starten met schapenbegrazing. Beheermaatregelen nieuwe periode:  Onderhoudsbegrazing  Opslag verwijderen: in cyclus van 5 jaar  Maatregelen recreatiezonering

2.10

Het Provinciebos

Het Provinciebos betreft een waardevol, geaccidenteerd heideterrein, waarin struikhei, kraaihei en rode bosbes domineren. Er is weinig vergrassing en er is geen achterstand in het verwijderen van bosopslag. Het gebied ligt geïsoleerd van andere heideterreinen. Mogelijk kan een verbinding met het Mosterdveen gezocht worden, via landgoed Sprengenbosch.

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

13

Beheermaatregelen nieuwe periode:  Onderhoudsbegrazing  Opslag verwijderen: in cyclus van 5 jaar  Onderzoek naar toepassen steenmeel  Maatregelen recreatiezonering  Mogelijkheden corridor onderzoeken

2.11

De Waschkolk

Het totale gebied De Waschkolk kent ondanks zijn beperkte omvang veel variatie en is bijzonder waardevol voor reptielen. Dit komt mede door de mooie droog-nat-gradiënten

die aanwezig zijn. Ook het ven is een waardevol leefgebied dat in de omgeving zeldzaam is. In het zuidelijke terreindeel van Gemeente Nunspeet is bosopslag prima onder controle, maar pijpenstrootje wordt (opnieuw) te dominant. Dit is een belangrijk aandachtpunt voor de komende beheerplanperiode.

Omdat De Waschkolk zo rijk is aan reptielensoorten moet hiervoor ook extra aandacht zijn bij de uitvoering van het beheer. Daarbij zou de hoeveelheid dood hout op de heide kunnen worden vergroot maar moet ook worden overwogen om het pad dat aan de noordzijde van het heideterrein loopt (en ook als ATB-route gebruikt wordt) af te sluiten dan wel te verleggen. Beheermaatregelen nieuwe periode:  Drukbegrazing (al dan niet na brandbeheer)  Onderhoudsbegrazing  Opslag verwijderen: in cyclus van 5 jaar  Onderzoek naar toepassen van steenmeel  Zandplekken maken  Vergroten hoeveelheid dood hout  Maatregelen recreatiezonering

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

14

3

Monitoring

3.1

Doel

Monitoring van flora en fauna is nodig om de ontwikkelingen in de natuurwaarden te

kunnen volgen. Hiermee kan het beheer worden geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Dit geldt tevens voor de monitoring van archeologische waarden en gebruikswaarden. Kennis van de terreinen is onontbeerlijk voor een effectief beheer. 3.2

Natuurwaarden

3.2.1 SNL Monitoring

De gemeente Nunspeet vraagt de SNL subsidie aan via de Bosgroep Midden Nederland als gecertificeerd beheerder. De Bosgroep voert ook de SNL monitoring uit. Zie ook paragraaf 5.4 van de langetermijnvisie.

De uitvoering van de monitoring wordt gefinancierd door de provincie. De gemeente ontvangt de resultaten in de vorm van een totale soortenlijst van aangetroffen flora en fauna. Tegen kostprijs kan de gemeente ook de gisdata, verspreidingskaarten en een toelichting ontvangen. Onderdelen van de SNL monitoring van de heidegebieden Vegetatiekartering (1x per 12 jaar) Begrenzingen van vlakken met vegetatietypen (lokale typologie, gerelateerd aan de typen van de revisie Vegetatie van Nederland, ondersteund met 1 – 3 vegetatieopnamen per vegetatietype). Hiermee is bijvoorbeeld snel inzichtelijk te maken waar vergrassing optreedt en ook hoe het staat met de kwaliteit en de diversiteit van de vegetatie. Flora (1x per 6 jaar) Alleen de kwalificerende SNL-soorten worden genoteerd, per hok van 50 x 50 meter. Dit geeft inzicht in de verspreiding van bijzondere soorten en van soorten die iets zeggen over de kwaliteit van de standplaats (bijvoorbeeld soorten van vochtige, voedselarme plekken). Broedvogels (1x per 6 jaar) Alle broedvogels worden genoteerd, behalve de meest algemene en de soorten waarvoor extra avondrondes nodig zijn (bijvoorbeeld nachtzwaluw en uilen). De territoriumstippen worden genoteerd.

Dit geeft inzicht in de verspreiding van bijzondere soorten (zoals Natura2000 doelsoorten) en van soorten die iets zeggen over de kwaliteit van de standplaats (bijvoorbeeld typische heidesoorten). Dagvlinders en sprinkhanen (1x per 6 jaar) Alleen de kwalificerende SNL-soorten worden genoteerd, per hok van 100 x 100 meter. Dit geeft inzicht in de verspreiding van bijzondere soorten en van soorten die iets zeggen over de kwaliteit van de standplaats (bijvoorbeeld soorten van bloemrijke plekken). Structuur (1x per 6 jaar)

Dit gaat om de hoeveelheid kale bodem, oude heide, vergraste heide, lage grazige vegetatie, struwelen, solitaire bomen en kleine bosjes. De hoeveelheden worden aangegeven per terrein of terreindeel, dus een vrij grove indeling. Dit kan worden gebruikt om te toetsen of het gewenste eindbeeld in grote lijnen is bereikt.

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

15

De SNL monitoring van alle soortgroepen is uitgevoerd in 2020 en 2021 en is weer gepland voor 2026 en 2027. De vegetatiekartering is vanwege de grote hoeveelheid verdeeld over de jaren 2027, 2028, 2029 en 2030 (elk jaar een deel van de gebieden). Tabel 1 geeft de planning voor de komende periode aan. Tabel 1. Planning SNL monitoring in de periode 2025 - 2034 vlinders/ terrein

Heideterreinen Nunspeet

vegetatie

flora

sprinkhanen/

broedvogels libellen

Verdeeld over 2026/2027

2026/2027

2026/2027

2027, 2028, en

en

en

2029 en 2030 2032/2033

2032/2033

2032/2033

structuur Verdeeld

over 2027, 2028, 2029 en 2030

3.2.2 Natura 2000 monitoring

Voor de Natura 2000 monitoring is door de provincie soms inventarisatie van extra soorten en vegetatietypen gewenst, bovenop de SNL monitoring. Dit speelt vooral bij de vegetatiekartering. Wanneer de vegetatiekartering aan de beurt is wordt met de provincie overlegd welke aanvullende inventarisatie gewenst is (gefinancierd door de provincie).

3.2.3 Monitoringsplan aanvullend op SNL

Aan bovenstaande monitoring wil de gemeente in elk geval toevoegen: 

Inventarisatie van reptielen: 1x per 6 jaar.

Dit is een soortgroep waarvoor de heideterreinen van Nunspeet een belangrijke nationale betekenis en verantwoordelijkheid hebben. Het is daarom belangrijk het beheer op deze soortgroep af te stemmen. De inventarisatie combineren met inventarisatie van amfibieën. 

Inventarisatie van wilde bijen/overige insecten. Herhaling van de nulmeting in 2020. Deze soortgroep staat landelijk erg in de belangstelling, vanwege signalen van sterke afname.

Mate van bloei van de heide. Dit kan meespelen bij het bepalen van het aantal te plaatsen honingbijkasten. Uitwerken met de bijenverenigingen.

Inventarisatie van structuurelementen: 1x per 6 jaar. Het is belangrijk voor het beheer om inzicht te hebben in de leeftijdsopbouw van de

heide en om te weten waar elementen als oude heide, zandplekken, grazige plekken en solitaire bomen voorkomen. Dit is een vrij makkelijk uitvoerbare, eenvoudige inventarisatie die veel informatie geeft voor het beheer. De structuurinventarisatie van de SNL monitoring is te grofmazig voor sturing op het beheer. Er kan wel overlap zijn

met de monitoring en evaluatie vanuit het begrazingsplan van 2013 voor de Elspeetsche en Westeindsche Heide. 

Registratie van het gevoerde beheer: jaarlijks. Om effecten van het beheer te kunnen beoordelen is het vastleggen van het gevoerde beheer een voorwaarde.

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

16

Verder zal de gemeente gebruik maken van de resultaten van inventarisaties door diverse vrijwilligers (van bijvoorbeeld broedvogels en reptielen), die een waardevolle aanvulling

vormen op de bovenstaande monitoring. Hiervoor is capaciteit bij de gemeente nodig voor de begeleiding en sturing van een vrijwilligersgroep. Tabel 2. Planning aanvullende monitoring in de periode 2025 - 2034 Monitoring

reptielen

Reptielen en amfibieën

2026/2027

Wilde bijen

2026

Structuur

2025+2030

Bloei van de heide

jaarlijks

Gevoerde beheer

jaarlijks

De verwachte kosten zijn opgenomen in een apart document met de kostenraming.

3.2.4 Evaluatie

Aan de hand van de monitoringsgegevens zal minimaal eenmaal per beheerperiode (maar liefst na ontvangst van de resultaten van elke afzonderlijke inventarisatie) een evaluatie plaatsvinden van het beheer, met een analyse van de ontwikkelingen in de onderzochte soortgroepen en de consequenties voor het beheer. Vervolgens zal het beheer zo nodig worden bijgesteld.

In het begrazingsplan van 2013 voor de Elspeetsche en Westeindsche Heide zijn afspraken vastgelegd voor monitoring en evaluatie van de begrazing, met een checklist van te meten en te bespreken factoren.

3.3

Archeologische en cultuurhistorische waarden

De tweejaarlijkse monitoring van de onderhoudssituatie door ADC ArcheoProjecten wordt voortgezet. Hieruit volgt een rapportage met aanbevelingen voor te nemen maatregelen voor het behoud van de archeologische en cultuurhistorische waarden.

3.4

Gebruikswaarden

Om voldoende te kunnen inspelen op de behoeften van gebruikers en dit te kunnen afstemmen met de andere functies van het gebied is het nodig om minimaal één maal per

beheerplanperiode een gebruikersonderzoek uit te voeren. Hierbij wordt de intensiteit van de recreatie vastgelegd inclusief bezoekersaantallen, karakteristiek van de bezoekers en de wijze van gebruik van het terrein. Dit valt buiten het kader van dit beheerplan en wordt binnen de gemeente opgepakt in het recreatiebeleid.

In de afgelopen (Corona)jaren met intensiever bezoek van de terreinen door recreanten is een recreatiedrukmeter ontwikkeld, waarmee de invloed van recreanten op de waakzaamheid van hoefdieren, de wolf en vogels kan worden bepaald.

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

17

4

Kostenraming en financiering

4.1

Toelichting

De kostenramingen voor het beheer per terrein en voor de monitoring zijn opgenomen in een apart document. Voor de kostenraming van de maatregelen is gebruik gemaakt van

ervaringscijfers. Voor de hoeveelheden zijn de oppervlakten aangehouden zoals hieronder aangegeven in paragraaf 4.2. In de kostenraming is geen rekening gehouden met de afvoer van materialen.

4.2

Hoeveelheden per terrein

In tabel 3 zijn de hoeveelheden per beheertype aangegeven volgens de SNL beschikking. Tabel 3. Hoeveelheden per terrein Terrein

Beheertype

Oppervlakte (ha)

Elspeetsche Heide

N06.04 Vochtige heide

0,15

N06.06 Zuur ven of hoogveenven

1,06

Westeindsche Heide

Elspeterveld

Grote en Kleine Kolonie

De Kril

Kuilhegge Elspeterstruiken Provinciebos Waschkolk

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

N07.01 Droge heide

749,76

N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

0,43

N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos

54,62

N16.03 Droog bos met productie

86,84

N06.05 Zwakgebufferd ven

0,09

N07.01 Droge heide

96,90

N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos

53,14

N16.03 Droog bos met productie

1,89

N07.01 Droge heide

70,48

N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos

12,46

N16.03 Droog bos met productie

1,91

N07.01 Droge heide

91,81

N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos

2,23

N16.03 Droog bos met productie

12,26

N07.01 Droge heide

1,05

N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

11,70

N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos

2,07

N07.01 Droge heide

3,5

N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos

14,38

N07.01 Droge heide

38,23

N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos

141,29

N07.01 Droge heide

3,57

N16.03 Droog bos met productie

4,97

N07.01 Droge heide

3,52

N110.1 Droog schraalland

1,04

N16.03 Droog bos met productie

4,14

18

Financiering

4.3

Het reguliere beheer wordt gefinancierd vanuit de SNL beheervergoeding. De

herstelmaatregelen worden gefinancierd vanuit specifieke regelingen van de provincie Gelderland, zoals de SPUK (zie onder). Aanvullend is eigen financiering van de gemeente Nunspeet nodig.

De SNL monitoring wordt gefinancierd vanuit de SNL monitoringsvergoeding. De

aanvullende monitoring gebeurt met eigen financiering van de gemeente Nunspeet. Voor financiering van de (herstel)maatregelen komt mogelijk onderstaande overheidsregeling in aanmerking.

Regeling specifieke uitkering Programma Natuur: SPUK (Provincie)

Deze regeling is bedoeld voor maatregelen voor natuurherstel om de natuur weerbaarder te maken tegen het stikstofprobleem. Eigenaren of erfpachters van grond in Natura-2000 gebieden in Gelderland kunnen subsidie aanvragen. Subsidie kan worden aangevraagd bij de Provincie Gelderland.

Subsidie kan worden aangevraagd voor:

  

natuurherstelmaatregelen;

bestrijding van invasieve exoten in Natura-2000 gebied; revitalisering van bos.

De subsidie is bedoeld voor maatregelen die:

bijdragen aan de instandhouding van stikstofgevoelige natuurlijke habitats of

leefgebieden van soorten die beschermd worden op grond van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn in Natura 2000-gebieden;

bijdragen aan de doelen van het Natura 2000-beheerplan (bijvoorbeeld de maatregelen uit de Herstelprogramma’s);

 

toekomstige natuurherstelmaatregelen niet in de weg staan; gericht zijn op structureel systeemherstel van een natuurgebied.

De beschrijving van maatregelen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, de voorwaarden en de maximale bijdrage zijn te vinden op de website van de Provincie Gelderland: www.gelderland.nl.

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

19

Literatuur Arets, E., 2018. Klimaatcijfers voor natuur. Cijfers voor koolstofopslag en –vastlegging in Nederlandse

natuur. Wageningen Environmental Research, Wageningen.

Bergsma,H., J. Vogels, A. van den Burg & R. Bobbink (2018). Is de bodemverzuring in Nederland

onomkeerbaar? Vakblad Natuur Bos Landschap 144: 4-7.

Turnhout, C.A.M. van, E. Brouwer, M. Nijssen, S. Stuijfzand, J. Vogels, H. Siepel & H. Esselink, 2008. Herstelmaatregelen in heideterreinen. Samenvatting van OBN onderzoek en richtlijnen met betrekking tot de fauna. Ede, Min. LNV, Rapport DK 2008/042-O.

Websites: www.clo.nl Compendium voor de Leefomgeving www.defensie.nl

www.gelderland.nl/kaarten en cijfers www.natuurkennis.nl

www.pbl.nl Planbureau voor de Leefomgeving

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

20

Bijlage 1

Geschiedenis heidebeheer en evaluatie gevoerde beheer

1.1. Inleiding De gemeente Nunspeet beheert circa 1.100 ha heide. In deze bijlage wordt het beheer van

de verschillende terreinen behandeld. Daarbij wordt eerst een algemeen beeld gegeven van het ontstaan van het heidelandschap en van de verschillende maatregelen die zijn uitgevoerd in de tijd voorafgaand aan de vorige beheerplanperiode (<2011). Vervolgens wordt per deelgebied het beheer besproken dat is uitgevoerd in de afgelopen beheerplanperiode (2011-2021) en wordt een evaluatie gegeven.

1.2 Ontstaan en historie van het heidelandschap Onderstaande tekst over historie en beheer van heidelandschappen is grotendeels ontleend aan de publicatie “Herstelmaatregelen in heideterreinen” (Van Turnhout et al. 2008). Het West-Europese heidelandschap is een cultuurlandschap. Het is honderden jaren geleden ontstaan door ontginning van bossen en mogelijk ook hoogvenen door mensen.

De heidelandschappen werden vervolgens in stand gehouden door eeuwenlange agrarische exploitatie. Vanaf 1800 werden heideterreinen in toenemende mate omgevormd tot akkers, weilanden en bossen. In de overgebleven heidevelden werd de exploitatie aldoor intensiever waardoor ze voor een deel veranderden in stuifzanden.

In het droge heidelandschap van rond 1900 waren verschillende landschapstypen aanwezig, variërend naar successiefase: van jong stuifzand naar oude, degeneratieve heide. Deze landschapstypen (en de overgangen daartussen) hadden allemaal hun eigen set van eigenschappen, waardoor er zowel op abiotisch als biotisch vlak een grote variatie aanwezig was. In dit droge heidelandschap kwam (vermoedelijk) een divers planten- en

dierenleven voor, dat zich in feite alleen kon handhaven omdat de heideterreinen zo groot waren en er daardoor zoveel verschillende landschapstypen aanwezig waren. In het begin van de 20e eeuw nam het agrarische gebruik van de heide snel af, door de

introductie van kunstmest en de wettelijk geregelde verdeling van de gemeenschappelijke gronden. De heide had geen nut meer en de oppervlakte nam sterk af: van 800.000 ha rond 1800, naar 100.000 ha in 1940 en 42.000 ha rond 2008; en daarvan was meer dan 8.000 hectare deels verbost. In de behouden gebleven heideterreinen vond een veroudering en nivellering van de vegetatie plaats: de heide vergraste en verboste. Deze processen werden de laatste decennia versneld door atmosferische depositie en klimaatverandering. De

kwaliteit van de heidegemeenschappen is hierdoor met name in de tweede helft van de 20e en het begin 21e eeuw sterk achteruitgegaan. Vanaf de jaren 1960 groeit echter het besef

dat de heide meer waarde vertegenwoordigt dan enkel een agro-economische waarde, en dat het de moeite waard is om dit op wereldschaal zeldzame landschapstype te behouden.

1.3 Heidebeheer 1960-2011 In de jaren ’60 van de vorige eeuw is de eerste beheervisie ontwikkeld om de heide in stand te houden als waardevol half-natuurlijk landschap. Daarvoor werd branden en maaien

ingevoerd om voldoende verjonging van de heide te krijgen. Deze maatregelen konden alleen worden uitgevoerd op plekken waar weinig tot geen opslag van bomen aanwezig was. Aan de hand van de beheervisie werd in een periode van 15 jaar gewerkt aan het

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

21

ontbossen van met bomen begroeide heideterreinen. In die periode werd ongeveer 100 ha spontaan ontwikkeld bos verwijderd voor het herstel van de oorspronkelijke heidevegetatie. Omstreeks de jaren ‘70 werd begonnen met het afmaaien van heide. Er was een afzetmarkt ontstaan voor de gemaaide heide waardoor het maaien kostendekkend kon plaats vinden. Het beheer was er verder op gericht om de opslag van berk en grove den terug te dringen.

In de heideterreinen zijn op verschillend plaatsen nog zand- en grindkuilen aanwezig. Nog tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn vergunningen afgegeven voor de winning van zand- en of grind. Deze gaten werden soms ook gebruikt om (illegaal) puin te storten. In de jaren ’80 van de vorige eeuw kwam het besef dat de beheermaatregelen branden, maaien en begrazen niet toereikend waren om het biotoop heide duurzaam in stand te

houden. Naast de al even genoemde bebossing vormde in die jaren de vergrassing van de heide ook een groot probleem. Voor de vergrassing werden drie oorzaken aangewezen: - de aanwezigheid van een dikke laag strooisel en humus; - het droger worden van de vochtige heideterreinen (waardoor mineralisatie optrad); - de toegenomen aanvoer van zwaveldioxide, ammoniak en stikstofoxiden door luchtverontreiniging. In de beheervisie uit 1987 wordt voor elk terrein aangegeven hoe groot het areaal heide is, welke gedeelten sterk begroeid zijn met de grassen pijpenstrootje en bochtige smele, en welke deelgebieden een minder vergrast aandeel hebben (Gemeente Nunspeet 1987). In

tabel 3.1 worden per terrein het oppervlak aangegeven. In de “sterk vergraste heide” is de bedekking van struikhei of gewone dophei minder dan 20%. In “minder vergraste heide” is het aandeel van de genoemde soorten tussen de 20-60%. Uit de tabel komt naar voren dat in de jaren ’80 van de vorige eeuw meer dan 10% van het areaal heide van de gemeente

Nunspeet vergrast is. Om de vergrassing te bestrijden is met name de maatregel plaggen ingezet. De beheermaatregel maaien en branden werd ingezet om de heide te verjongen. In een later stadium werd maaien ook als voorbereidende maatregel toegepast waarna er

werd gechopperd of geveegd. Deze laatste twee maatregelen werden gezien als een beter alternatief voor plaggen. De bewerking kon oppervlakkiger worden uitgevoerd waarbij het microrelief beter bewaard bleef. Door het oppervlakkig weghalen van de humus was men indertijd overtuigd van het voorkomen van de vergrassing van de heide. Om verbossing tegen te gaan is met regelmatige tussenpozen bosopslag afgezet.

Tabel 3.1. De mate van vergrassing op de verschillende heideterreinen van de gemeente Nunspeet in 1987. (In hectares, tussen haakjes de percentages ten opzichte van het totale oppervlak.) Gebied De Elspeetsche Heide

Totaal oppervlak 822,4

Aandeel sterk

Aandeel minder

vergraste heide

vergraste heide

4,9 (0,6%)

94,0 (11,4%)

Westeindsche Heide

65,2

-

4,5 (6,9%)

Het Elspeterveld

72,2

-

8,0 (11,1%)

De Grote en Kleine Kolonie

92,4

-

5,8 (6,2%)

De Kril

4,5

-

2,0 (44%)

De Kuilhegge

5,1

-

-

Elspeterstruiken

13,9

6,0 (43,2%)

2,0 (14,4%)

Het Provinciebos

4,8

-

4,8 (100%)

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

22

De Waschkolk Totaal

7,6

7,6 (100%)

-

1088,1

18,5 (1,7%)

121,1 (11%)

1.3.1 Plaggen In de jaren 1983-1992 zijn grote delen van de met pijpenstrootje vergraste heiden geplagd met de plagmachine. In die periode zijn de delen die het sterkst vergrast waren aangepakt. Door middel van machinaal plaggen konden dikke matten met pijpenstrootje onder handen genomen worden in grote oppervlakten tegelijk. Daarmee is in totaal 200 ha aangepakt. Bij machinaal plaggen wordt niet alleen de vegetatie maar ook (vrijwel) de gehele humus- en strooisellaag verwijderd, waardoor de maximale hoeveelheid voedingsstoffen wordt

afgevoerd. Door het plaggen werd ook bereikt dat de aantasting van het heidehaantje afnam omdat het strooisel waarin deze overwintert werd afgevoerd. De plagmachine is tot 2001 gebruikt (voor het laatst in De Waschkolk). In de jaren daarna vond het plaggen veel kleinschaliger plaats met een hydraulische kraan. In de beheervisie uit 1987 wordt aangegeven dat heide één keer in de vijftig jaar geplagd

moest worden wat betekende dat er jaarlijks 22 ha geplagd diende te worden. Aan de hand van het doorzetten van de vergrassing moest worden bezien of deze intensiteit van plaggen ook werkelijk noodzakelijk was. 1.3.2 Maaien Tot 1996 werd een intensief maaibeheer op de terreinen Elspeetsche Heide, Westeindsche Heide, Elspeter Veld en de Kleine en Grote Kolonie uitgevoerd. De beheerder liet zich

daarbij leiden door de aantastingen van het heidehaantje. Door de heide te maaien liep deze op de stobbe weer uit. Maaien is (nog steeds) een toegepaste beheermaatregel in de verschillende terreinen van de gemeente. Bij deze maatregel wordt de heide met een

cyclomaaier gemaaid en afgevoerd (en verkocht). Deze maatregel is geschikt voor de drogere terreindelen. 1.3.2 Diepmaaien Bij diepmaaien wordt zo kort mogelijk boven maaiveld gemaaid, om de groeipunten van het gras zo veel mogelijk te verwijderen. Deze maatregel kan worden toegepast in plaats van drukbegrazing. 1.3.3 Chopperen Chopperen, een beheermaatregel die tussen maaien en plaggen in staat, werd regelmatig toegepast om delen van de heide “bij te houden”. Jaarlijks werd ongeveer 15 ha

gechopperd. Deze maatregel kwam in zwang vanwege de strenge milieuvoorschriften voor het verwerken van het heideplagsel.

Om te kunnen chopperen hanteert de beheerder een aantal criteria. Zo moet er een 2 cm dikke laag van losse (nog niet omgezet) ruwe humus aanwezig zijn. Daarnaast mag geen grasgroei aanwezig zijn. Deze maatregel werd voornamelijk toegepast op delen die door heidehaantje waren aangetast. Voorafgaand aan het chopperen wordt de heide gemaaid. Daarna wordt het losse strooisel van de bodem los geklepeld en afgevoerd waarmee een stuk verschraling (en verjonging) wordt gerealiseerd. Het voordeel van chopperen is de snelle regeneratie van de heide, omdat meer organisch materiaal achterblijft dan bij plaggen. Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

23

Het (grootschalige) machinale plaggen en chopperen moest in een droge (winter)periode uitgevoerd worden. De machines hadden daarbij een werkbreedte van 2,5 meter. Bij het

plaggen en chopperen bleven om de 50 meter stroken van 4-5 meter breedte gehandhaafd. Het gaat hier om zogenaamde “hopjes” (een afkorting voor Hagedissen Oversteek Plaatsen). Deze stroken dienden als dekkingsmogelijkheid voor de herpetofauna. Een nadeel van het

machinaal plaggen en in mindere mate bij chopperen is dat een deel van het (kleinschalige) reliëf verdwijnt. Daarnaast is het moeilijker om met deze apparatuur kleine oppervlakten aan te pakken.

Figuur 1.1. Terreingedeelte dat gechopperd is.

1.3.4 Vegen Hoewel het vegen van de heide maar weinig is toegepast op de heideterreinen wordt deze hier toch kort behandeld. Bij deze beheermaatregel wordt met een veegmachine de losse strooisellaag tussen de aanwezige planten afgevoerd. Criterium is dat het om een situatie gaat waarbij de vegetatie bestaat uit jonge planten en de vegetatie een geringe

bedekkingsgraad heeft. Voordeel van deze maatregel is dat de planten in tact blijven en de humusopbouw niet verstoord wordt. 1.3.5 Branden Brandbeheer is in de periode 1995-2011 niet opzettelijk uitgevoerd. Wél zijn delen van

heide verbrand als gevolg van calamiteiten door brandstichting. Tussen 2000 en 2010 is een oppervlak van in totaal 12 ha verbrand.

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

24

1.3.6 Opslag verwijderen In alle deelgebieden is opslag van onder andere grove den, ruwe berk en sporkehout verwijderd. Daarbij werd in een cyclus van vijf jaar het terrein bezocht en werd de aanwezige opslag door middel van een bosmaaier afgezet.

Aantasting heidehaantje De heiden van de gemeente Nunspeet zijn in verschillende jaren aangetast door het heidehaantje. Zo heeft de plaag uit 2007

meer dan 100 ha heide aangetast. De meest recente plaag was in 2017, toen op de Elspeetsche heide 50 ha werd aangetast. Het effect van heidehaantje is het grootst in aaneengesloten heidevelden met een monotone leeftijdsopbouw. Door voldoende afwisseling in de hei te creëren kan het effect beperkt blijven. Eenmaal aangetaste heidevelden kunnen zich

herstellen door tijdig (voor augustus) te maaien. De afgemaaide heidestruik loopt in het volgende groeiseizoen op slapende knoppen weer uit en zorgt voor een snel herstel van de paarse heide. Deze maatregelen voorkomen bovendien dat (juist) deze delen zouden vergrassen met pijpenstrootje.

Figuur 1.2: Door heidehaantje aangetaste en afgestorven struikhei. Foto: Marcel Horsthuis.

1.3.7 Begrazing Schapenbegrazing was en is nog steeds een belangrijke beheermaatregel op de heideterreinen van Nunspeet. Dat is niet vreemd, aangezien heidevelden door intensieve schapenbegrazing zijn ontstaan. Boeren lieten hun schapen op de hei grazen en staken

heideplaggen die in de schapenstallen werden gemengd met mest om daarna te worden gebruikt als akkerbemesting. Door uitputting van de grond ontstonden zo op grote schaal voedselarme heidesystemen en stuifzanden. Deze ouderwetse landbouwvorm verdween met de invoering van de kunstmest, maar is in afgelopen decennia weer ingevoerd als natuurbeheermaatregel.

Op de heideterreinen van Nunspeet vond schapenbegrazing in de periode 2011-2015 plaats met de gehoede kudde van Stichting Schaapskudde Gemeente Nunspeet (SSGN). Daarvoor is in 2011een begrazingsplan opgesteld. Dankzij het begrazingsplan kon meer

regie worden gevoerd op de begrazing dan in de periode daarvoor. Vanaf 2016, toen bleek dat meer schapen nodig waren om de heide in goede conditie te houden, zijn daar schapen van een commercieel schapenbedrijf bijgekomen. Deze extra schapen graasden binnen flexnetten, op momenten en op locaties waar dat het meest effectief was. De schapen

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

25

overnachtten binnen flexnetten in een zogenaamde een ‘nachtkraal’ die regelmatig van locatie werd gewisseld.

Inmiddels zijn schapen een steeds belangrijker onderdeel van het heidebeheer geworden en liggen er vergevorderde plannen om de kudde van SSGN uit te breiden en te verhuizen naar een nieuwe, grotere schaapskooi. 1.3.9 Voormalig militair gebruik Een apart hoofdstuk in de beheergeschiedenis van de heideterreinen wordt gevormd door het militair gebruik van 1956 tot 1997 (met een totaal oppervlak van 1.100 ha). De militairen gebruikten het heideterrein voor het rijden met voertuigen over een zandbanenstelsel, het lopen met manschappen over de heide en de aangrenzende bossen werden gebruikt als bivakterrein. Verder waren overal in het terrein tankopstelplaatsen

aanwezig. Tot 1980 was de Elspeetsche Heide en Westeindsche Heide in gebruik als “free for all-terrein” met als gevolg dat op grote delen van de stuifduinkoppen erosie op trad. In

1982 is in een groot herstelplan deze schade hersteld waarbij geërodeerde stuifduinkoppen aangevuld werden met zand en ingezaaid met Schapengras. Voor de periode daarna is een (afgebakend) tankbanenstelsel aangelegd en zijn nadere afspraken gemaakt over het gebruik van de heide. Tussen 1994 en 1996 is in fasen het contract met Defensie beëindigd (officieel is het huurcontract per 1997 opgezegd) en is een heideherstelplan opgesteld. In fase twee

(respectievelijk in 1994 en 1996) is de Elspeetsche Heide, de Westeindsche Heide, de Kleine Kolonie, De Kril en het Elspeterveld gerenoveerd.

In samenwerking met Defensie zijn een aantal herstelmaatregelen uitgevoerd. Deze hadden betrekking op de heide en de bivakterreinen in boszones die aan de heide grenzen. Op de heide is in totaal 59 km zandbaan uit roulatie genomen en zijn 50.000 afzetpaaltjes

verwijderd. Verder is 14 km zandbaan geëgaliseerd en heeft (deels) een bestemming als beheerweg/wandelpad gekregen. Verder is ongeveer 10 km ingericht als ruiterroute. Waar zandbanen in het zicht van recreatieve routes lagen zijn deze afgedekt met heidestrooisel dat vrijkwam bij chopperen of plaggen (figuur 1.3). Op plaatsen buiten het zicht van deze routes zijn deze zandbanen ingericht als geschikt milieu voor de fauna (zogenaamde ecobanen). Met het renoveren van het terrein en het wijzigen van de toegankelijkheid voor

publiek is naar alle waarschijnlijkheid het centrale gedeelte van de heide rustiger geworden. In de boszones die als bivakterrein werden gebruikt en voor het merendeel bestaan uit spontaan grove dennenbos is de aanwezige bospadenstructuur opgeheven door deze dicht te leggen met omgezaagde bomen. En de aanwezige tankopstelplaatsen zijn uitgevlakt. Hierdoor trad eveneens minder verstoring op.

Op het terrein van de voormalige Generaal Winkelman kazerne is door Staatsbosbeheer nieuwe natuur ontwikkeld.

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

26

Figuur 1.3. Voormalige tankbaan op de Elspeetsche Heide.

Figuur 1.4. Luchtfoto uit 2010 van het oostelijk deel van de Elspeetsche Heide met een beeld van de paden, chopper- en plagstroken en voormalige tankbanen. Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

27

1.4 Heidebeheer 2011-2021 Het heidebeheer in de afgelopen beheerplanperiode 2011-2021 is uitgevoerd aan de hand van de heidebeheervisie en heidebeheerplan uit 2011 (Horsthuis, 2001a; 2001b) en het

begrazingsplan uit 2013 (Horsthuis, 2013). Hierin is als centraal uitgangspunt gesteld dat de fase van het grootschalig terugdringen van vergrassing was afgerond en de heide

voornamelijk nog behoefte had aan kleinschalig ingrijpen om de variatie en kwaliteit te handhaven dan wel te vergroten. Per deelgebied werden daarom in hoofdlijn de volgende beheermaatregelen voorzien:

 Begrazen  Kleinschalig branden  Kleinschalig plaggen  Kleinschalig chopperen  Kleinschalig maaien  Creëren zandplekken  Ontwikkelen leemmorsplekken  Aanleg verbindingszones  Vrijstellen oeverzones (vennen en heideveentjes)  Ontwikkelen struweel en zoomvegetaties (langs bosranden) Aanvullend op het beheerplan van 2011 is in 2017 een plan gemaakt om het oppervlak bloeiende heide op de Elspeetsche en Westeindsche Heide te vergroten, met focus op de zones die voor recreanten vanaf de paden goed zichtbaar zijn. In drie jaar tijd (2018-2020) zijn kleinschalige plagwerkzaamheden uitgevoerd op sterk vergraste plekken, waarna de plagplekken zin behandeld met kalk en steenmeel (Termaat, 2017; 2019). 1.4.1 Elspeetsche Heide Beschrijving van het gevoerde beheer Na het grootschalige plaggen en chopperen op de Elspeetsche Heide is het beheer in

afgelopen beheerplanperiode gericht op kleinschalige ingrepen om de heide een nieuwe kwaliteitsimpuls te geven. Aandachtspunt daarbij was de geringe variatie in leeftijd van de struikheivegetatie, maar met name ook de beperkte aanwezigheid van kruidenrijke

(heischrale) vegetaties en ruigtevegetaties in het heidelandschap. Verder was aandacht nodig voor behoud van voldoende open zand, omdat de oude tankbanen langzaam begonnen dicht te groeien. Om deze doelstellingen te bereiken heeft schapenbegrazing

met Veluwse heideschapen plaatsgevonden, aangevuld door een groot aantal kleinschalige beheeringrepen. De schapenbegrazing is uitgevoerd door de gehoede kudde van Stichting Schaapskudde Gemeente Nunspeet (SSGN) en door ingehuurde schapen binnen flexnetten. Daarbij is

binnen de verschillende deelgebieden gevarieerd met het aantal graasdagen en met de intensiteit van de begrazing. Ieder jaar is aan de hand van de vegetatieontwikkeling een nieuw gewenst begrazingsregime vastgesteld en is bijgestuurd waar dat nodig bleek.

Uit de ervaringen die hiermee zijn opgedaan is gebleken dat sterk vergaste terreindelen kunnen worden omgevormd tot kruidenrijke heide, wanneer meerdere jaren achtereen drukbegrazing wordt toegepast. Dit proces kan worden versneld wanneer de vergraste heide in de winter wordt gebrand alvorens drukbegrazing plaatsvindt. De gemeente

Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

28

Nunspeet heeft in de afgelopen beheerperiode geëxperimenteerd met dit brandbeheer in combinatie met begrazing. De uitvoering vergt een zorgvuldige voorbereiding en snel

inspelen op de juiste omstandigheden. De weersomstandigheden dienen optimaal te zijn om zo voldoende strooisel te kunnen verbranden. De ingehuurde schapen overnachtten binnen flexnetten in een zogenaamde ‘nachtkraal’ die regelmatig van locatie werd gewisseld. Dit wisselen gebeurde om veterinaire redenen, maar had als bijkomstig voordeel dat verschillende overnachtingslocaties extra kort gegraasd werden en verrijkt werden met schapenmest. Dit blijken ideale veldjes te zijn om om te vormen naar tijdelijke kruidenweiden. Iets voedselrijkere plekken met soorten als muizenoor, havikskruid of kruiskruid zijn schaars geworden op de heide. Door dergelijke

soorten in te zaaien (eventueel met maaisel van een lokaal grasland) ontstaat een voedselen bloemrijke vegetatie, die een grote meerwaarde heeft voor herbivore en nectardrinkende insecten en voor vogels. De bedoeling is dat het zaad zich via de schapen weer verspreidt over de heide. In de periode 2005-2021 is zodoende op één locatie een tijdelijke

kruidenweide aangelegd. Er is advies ingewonnen voor de keuze van de in te zaaien soorten.

Kleinschalige ingrepen die op de Elspeetsche Heide hebben plaatsgevonden als aanvulling op de schapenbegrazing zijn brandbeheer, chopperen, maaien, plaggen, zandplekken

maken opslag verwijderen en hier en daar oude vliegdennen ringen. In tabel 3.2 staat per maatregel uit het beheerplan aangegeven welk oppervlakte gepland stond om uit te voeren.

Tabel 3.2. Elspeetsche Heide: beheermaatregelen gepland versus uitgevoerd Beheermaatregel

Gepland

Uitgevoerd

2011-2021

% Uitgevoerd

Opmerking

2012-2017

Kleinschalig branden

15 ha

4 ha

27 %

Kleinschalig chopperen

8 ha

8,5 ha

106 %

Kleinschalig maaien

22 ha

86,5 ha

393 % 70 ha gemaaid i.v.m. heidehaantje

Kleinschalig plaggen

7 ha

2,5 ha

36 %

Creëren zandplekken

135 m2

800 m2

593 % zandplekken 50 m2 i.p.v. 9

m2

m2

m2 Creëren

50

0

0 %

leemmorsplekken Opslag verwijderen

738 ha

479,8 ha

65 % inclusief opslag in venoevers en overgangen naar bos

Aanleg verbindingszone

0 ha

1 ha

+ %

naar ven, plus reptielenvoorziening in herpetotunnel

In 2017 is het heidebeheer op de Elspeetsche Heide geëvalueerd om vast te stellen of tussentijdse bijsturing nodig is. Daarbij is een inschatting gemaakt welk percentage van de Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

29

geplande maatregelen in 2017 reeds waren uitgevoerd (tabel 3.2). De conclusies van deze evaluatie luidden als volgt: 

 

Het heidebeheer in de periode 2011-2021 lag over het algemeen goed op schema. De beheerplanperiode was voor 60% verstreken en de meeste beheermaatregelen plaggen ook boven de 60% realisatie. Met name het brandbeheer verdiende meer aandacht in de resterende beheerplanperiode (27% gerealiseerd). Er is voor gekozen om geen leemmorsplekken aan te leggen. Dagzomende (kalkrijke) leem komt op de Elspeetsche Heide niet voor, waardoor gebiedsvreemd substraat zou moeten worden aangebracht. Daarom is de voorkeur gegeven aan kleinschalig plaggen en bekalken als beter passende maatregel. Bestrijding van opslag een doorlopend aandachtspunt. Dit wordt momenteel goed bijgehouden en het is belangrijk om daarmee door te gaan. Eenmaal opgelopen achterstanden zijn namelijk moeilijk weg te werken, zeker waar het berkenopslag betreft. De voorgenomen uitbreiding van de schaapskudde van SSGN past binnen de doelstellingen van het beheerplan en begrazingsplan en kan met name zorgen voor doelmatige nabeweiding van brandplekken en het creëren van meer structuur in de heide. Ook kan een uitbreiding van de reguliere begrazing een extra bijdrage leveren aan de opslagbestrijding. Aanvullende drukbegrazing gedurende korte perioden in het voorjaar is zinvol gebleken. Geadviseerd wordt om dit te continueren.

In de periode 2018-2020 is vervolgens in het kader van project ‘Uitbreiding paarse heide’ in totaal 10,7 ha vergraste heide geplagd (waarvan 0,8 ha voorgebrand) en nabehandeld met magnesiumkalk (Dologran) en steenmeel (Soilfeed). Daarnaast is in totaal 3,18 ha heide gemaaid (Termaat, 2017; 2019). Het plaggen gebeurde kleinschalig met behulp van een kraan, zodat een deel van de humuslaag behouden kon blijven en het reliëf nauwkeurig gevolgd kon worden. De bekalking is toegepast om een piek in het voor planten giftige

ammonium te voorkomen. De steenmeel is opgebracht om heel geleidelijk en gedurende een langere periode bufferende mineralen aan de bodem toe te voegen die door jarenlange verzuring uit de bodem zijn verdwenen. Zie voor meer informatie Termaat (2017). Verder zijn in de periode 2018-2021 de volgende beheermaatregelen uitgevoerd op de

Elspeetsche Heide: aanleg zandplaatsen voor reptielen en insecten (16 stuks à 50 m2) en bosopslag verwijderen (40 ha). Verspreid over het oostelijke deel zijn hier en daar zandige plekken gemaakt (20-25 st); er zijn steilrandjes gecreëerd en er zijn hier en daar oude vliegdennen geringd of omgeduwd. Beheerevaluatie

De Elspeetsche Heide wordt anno 2021 gekenmerkt door een grote variatie in vegetatiestructuur, soortensamenstelling en natuurwaarden. Op de eerste plaats speelt de schaal van het landschap daarbij een belangrijke rol: in dit grootste aaneengesloten

heideterrein van de gemeente is de meeste ruimte aanwezig voor gradiënten in hoog-laag, open-gesloten, droog-nat en voedselarm-voedselrijk. Op de tweede plaats is de enorme diversiteit aan heideherstel- en beheermaatregelen van belang, naast het historische

militaire gebruik. ‘Veel verschillende dingen doen’ heeft geleid tot een bonte lappendeken Beheerplan heideterreinen Gemeente Nunspeet

30

aan vegetatiestructuren, waarin veel verschillende heidesoorten een geschikt leefgebied vinden.

Gebiedsoverstijgende problemen zorgen echter zelfs op de Elspeetsche Heide voor de achtergang van de biodiversiteit. De nog altijd veel te hoge stikstofdepositie en toegenomen droogteperioden in de zomer als gevolg van klimaatverandering zijn de belangrijkste knelpunten.

Voor de komende beheerplanperiode is het van belang om de structuurvariatie in het gebied op peil te houden, om stikstofdepositie aan de bron te verminderen tot onder de

kritische depositiewaarden van droge en vochtige heide (=provinciale/landelijke opgave), om de negatieve effecten van in het verleden opgebouwde stikstofschade te mitigeren (waar mogelijk) en om het gebied bestendiger te maken tegen droogte (waar mogelijk).

Daarnaast is het waarborgen van voldoende rust voor verstoringsgevoelige soorten in dit drukbezochte gebied een aandachtspunt. Het experimenteren met nieuwe beheermaatregelen als voorbranden en aanleg van tijdelijke kruidenweiden dient te worden voortgezet.

1.4.2 Westeindsche Heide Beschrijving van het gevoerde beheer Het beheer van de Westeindsche Heide sloot nauw aan bij het beheer van de Elspeetsche

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15237146/1