1. AP 6a. Bijlage Toelichting en regels BP 't Hul Noord
Tekst van het document
Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is bepaald dat er per woonveld maximaal 4 aansluitingen mogen zijn op de hoofdontsluitingsweg in de wijk of omliggende bestaande wegen. Gronden direct grenzend aan de bestemming Verkeer mogen niet voor parkeren of inritten op eigen terrein van woningen gebruikt worden. Met het oog op de ruimtelijke kwaliteit mogen er daarnaast geen achterkanten van woonpercelen aan de bestemming Verkeer liggen. Waarde - Archeologie 2 en Waarde - Archeologie 3 Deze dubbelbestemmingen zijn opgenomen voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Overige regels Molenbiotoop Ter bescherming van de windvang van de molen is de molenbiotoop uit het geldende bestemmingsplan overgenomen in dit bestemmingsplan, waarmee de maximale bouwhoogte binnen de betreffende aanduiding wordt beperkt. De regels van de molenbiotoop gelden primair ten opzichte van de overige regels over bouwhoogten in het bestemmingsplan. Parkeren In aanvulling op de gemeentelijke parkeerregels is opgenomen dat aan de parkeerbehoefte van de functies in een woonveld of het bestemmingsvlak Maatschappelijk, binnen datzelfde woonveld of bestemmingsvlak moet worden voldaan. Milieuzones Rondom de bestemming Maatschappelijk is een aanduiding 'milieuzone - geluid' opgenomen op de verbeelding.
Binnen deze contour zijn woningen slechts mogelijk als is aangetoond dat er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en de maatschappelijke functies niet worden belemmerd.
52
't Hul Noord
Regels parapluplannen De regels van de geldende parapluplannen zijn voor zover van toepassing overgenomen in de regels van voorliggend bestemmingsplan. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
't Hul Noord
53
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Voor dit bestemmingsplan is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Er is namelijk sprake van een project van categorie 3.1, bijlage I Chw: de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het plan wordt in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de relevante belanghebbende instanties. Van de provincie en waterschap zijn reacties ontvangen. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de provincie zijn aanpassingen gedaan op de onderwerpen waardevol open landschap, woningbouw en de molenbiotoop. Met de reactie van het waterschap is rekening gehouden in de watertoets.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Voor dit plan wordt geen formele inspraakprocedure georganiseerd. Het bestemmingsplan gaat direct als ontwerp ter inzage. De omwonenden zijn op de hoogte gesteld van het plan tijdens informatieavonden en middels een digitale enquête. Een verslag van de omgevingsdialoog is opgenomen in bijlage 16.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan heeft met ingang van 8 november 2023 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn meerdere zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de nota van zienswijzen die onderdeel is van het vaststellingsbesluit. Als gevolg van de zienswijzen zijn enkele aanpassingen in het bestemmingsplan gedaan. Deze aanpassingen en de uitgevoerde ambtshalve wijzigingen zijn toegelicht in de nota van zienswijzen.
54
't Hul Noord
Bijlagen bij de toelichting
't Hul Noord
55
Bijlage 1
56
Structuurvisie 't Hul Noord
't Hul Noord
Bijlage 2
't Hul Noord
Stedenbouwkundige visie 't Hul Noord
57
Bijlage 3
58
Historisch bodemonderzoek
't Hul Noord
Bijlage 4
't Hul Noord
Verkennend bodemonderzoek
59
Bijlage 5
60
Akoestisch onderzoek
't Hul Noord
Bijlage 6
't Hul Noord
Geuronderzoek
61
Bijlage 7
62
M.e.r.-beoordelingsnotitie
't Hul Noord
Bijlage 8
't Hul Noord
Watertoets
63
Bijlage 9
64
Quick scan flora en fauna woonwijk
't Hul Noord
Bijlage 10
't Hul Noord
Nader ecologisch onderzoek woonwijk
65
Bijlage 11
66
Quick scan flora en fauna Bovenweg
't Hul Noord
Bijlage 12
't Hul Noord
Nader ecologisch onderzoek Bovenweg
67
Bijlage 13
68
Voortoets stikstofdepositie
't Hul Noord
Bijlage 14
't Hul Noord
Verkeersnotitie reconstructie Bovenweg
69
Bijlage 15
70
Onderzoek ontsluiting en verkeersprognose
't Hul Noord
Bijlage 16
't Hul Noord
Participatieverslag
71
72
't Hul Noord
Regels
't Hul Noord
73
74
't Hul Noord
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan 't Hul Noord met identificatienummer NL.IMRO.0302.BP01218-VG01 van de gemeente Nunspeet. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aan huis gebonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het oppervlakte dat hiervoor gebruikt wordt is maximaal 40% van het oppervlakte van de woning tot een maximum van 50 m2.
Detailhandel is niet toegestaan en reclame-uitingen alléén na een vergunning; Onder een aan huis gebonden beroep wordt tevens verstaan: een kleinschalige bedrijf zoals deze gevoerd wordt door een elektricien, loodgieter of schilder en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bedrijf en waarbij een kleine voorraad van kleine producten en / of grondstoffen inpandig aanwezig is en waarbij, beperkt en incidenteel, werkzaamheden worden uitgevoerd; een internetwinkel type A1 en A2; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aaneengebouwd woningen van het type twee-aaneen of méér dan twee woningen aaneen gebouwd; 1.7 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8 ander werk een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid; 1.9 arbeidsmigrant personen die hun vaste woon-, of verblijfplaats in een ander land dan Nederland hebben en op grond van een EU-paspoort of werkvergunning legaal in Nederland werkzaam zijn; 1.10
arbeidsmigrant - short stay arbeidsmigranten die kort – tot maximaal 1 jaar – in Nederland verblijven. Ze verrichten vaak seizoensarbeid of worden voor een kortere periode van 3 tot 4 maanden via een uitzendbureau ingezet bij verschillende bedrijven (waarbij ze soms tussendoor terugkeren naar het land van herkomst); 1.11 arbeidsmigrant - mid stay arbeidsmigranten die voor middellange termijn in Nederland verblijven, van minimaal 1 tot maximaal 3 jaar. Ze verrichten vaak niet- seizoensgebonden werkzaamheden en hebben hun hoofdwoonverblijf buiten Nederland; 1.12 arbeidsmigrant - long stay arbeidsmigranten die langer dan 3 jaar in Nederland (gaan) verblijven. Het gaat vaak om mensen die zich hier definitief (willen) vestigen;
't Hul Noord
75
1.13 archeologische waarde de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.14 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.15 bebouwingsgebied achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; 1.16 bebouwingspercentage de oppervlakte van de bebouwing binnen een bestemmingsvlak, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak; 1.17 bed en breakfast een bedrijfsmatige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als toeristisch-recreatieve activiteit, welke bedrijfsmatige voorziening ondergeschikt is aan de hoofdbestemming; 1.18 bestaande bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 1.19 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.22 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk; 1.23 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke
of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met uitsluiting van kelder(s), onderbouw(en), zolder(s) en/of vliering(en); 1.24 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.26 bouwwerk constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.27 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied (waaronder begrepen landschapselementen) toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.28 dak iedere bovenbeëindiging boven de goothoogte van een bouwwerk; 1.29 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
76
't Hul Noord
1.30 eigen terrein als bedoeld in de regeling voor parkeren en laden en lossen het terrein en/of bouwwerk dat de aanvrager in eigendom of in gebruik heeft en waarover hij kan beschikken en die bij het te realiseren (bouw)plan en/of het bouwwerk horen; 1.31 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.32 exploitant bed en breakfast degene die de bed en breakfast exploiteert; 1.33 extensief recreatief medegebruik een extensief dagrecreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, waaronder in elk geval niet wordt verstaan: boerengolf, paintball, gemotoriseerde sport; 1.34 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.35 gebruiken het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.36 gebruiksvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van die delen van een gebouw met eenzelfde gebruiksbestemming; 1.37 geliberaliseerde woning voor middenhuur huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet
op de huurtoeslag, en ten hoogste een in de gemeentelijke verordening bepaalde aanvangshuurprijs. De maximale aanvangshuur wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek + 1 procentpunt, tenzij wet- en regelgeving anders bepaalt. Waarbij de instandhouding in de gemeentelijke verordening voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd; 1.38 gemeenschappelijke ruimte een voor de recreant ingerichte ruimte voor ontspanning en vermaak waar ook het ontbijt kan worden genuttigd; 1.39 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.40 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. De volgende categorieën horeca worden onderscheiden: Categorie 1: Restaurant; bistro; crêperie, lunchroom; konditorei; Koffie-/theehuis; IJssalon Categorie 2: Cafetaria; snackbar; grillroom; fastfood-restaurant; automatiek; snelbuffet Categorie 3: Café; bar; brasserie Categorie 4: Discotheek; bardancing; zaalverhuur/party-centra (regulier gebruik t.b.v.
feesten en muziek/dansevenementen, i.t.t. zaalverhuur t.b.v. congressen en seminars) 1.41 huishouden een persoon of groep personen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voer(t)(en) en wil(len) voeren. Hierbij moet sprake zijn van onderlinge, met een gezinsverband vergelijkbare, verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Kamer(ver)huur wordt hieronder niet begrepen;
't Hul Noord
77
1.42 internetwinkel een (bedrijfsmatige) dienst bestaande uit een keten van activiteiten gericht op het maken, onderhouden en exploiteren van een website met een afhaalcentrum*. Ondersteunend aan de website kan tevens een fysieke bezoekmogelijkheid aanwezig zijn gericht op het showen en informeren (etc.) van klanten. Er wordt onderscheid gemaakt in 4 type internetwinkels: A1. Zonder fysieke bezoekmogelijkheid op locatie. Indien een fysieke bezoekmogelijkheid elders aanwezig is dient deze aldaar passend bestemd te zijn. Dit geldt ook voor het elders aanwezige afhaalcentrum; A2. Zonder fysieke bezoekmogelijkheid en met een afhaalcentrum. Indien een fysieke bezoekmogelijkheid elders aanwezig is dient deze aldaar passend bestemd te zijn; B1. Met fysieke bezoekmogelijkheid. Het afhaalcentrum is elders gevestigd en aldaar passend bestemd; B2. Met fysieke bezoekmogelijkheid en met een afhaalcentrum.
*: Een locatie waar de consument uitsluitend via internethandel bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten; kamerverhuur 1.43 kamerverhuur het geheel of gedeeltelijk verhuren van een woning en/of wooneenheid en/of woonhuis en/of bedrijfswoning aan die geen gezamenlijk huishouden vormen, waarbij de bewoners beschikken over een eigen (slaap)kamer en waarbij zij afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die kamer; 1.44 kamerverhuurpand een woning: / wooneenheid:/woonhuis/bedrijfswoning die wordt gebruikt door personen die niet als één huishouden kunnen worden aangemerkt. De woning / wooneenheid kenmerkt zich door het gezamenlijk gebruik van kook- en wasgelegenheid en / of toilet en in de meeste gevallen met een gezamenlijke toegang.
In afwijking van deze definitie wordt een kamer in een verzorgings- of verpleeghuis niet aangemerkt als onzelfstandige bewoning in een kamerverhuurpand; 1.45 kampeermiddel een tent, een vouwwagen, een camper, een caravan, een wagonette of een huifkar; 1.46 kap een dak dat loodrecht geprojecteerd voor minder dan 50% in het horizontale vlak ligt; 1.47 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.48 logiesverblijf een verblijf, anders dan hotel, dat gericht is op het verstrekken van nachtverblijf voor een langdurige verblijfsperiode van minimaal een week aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben, zoals arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a.; 1.49 maatschappelijke voorzieningen culturele, educatieve, medische, sociale, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.50 natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de geologische, geomorfologsiche, bodemkundige en/of biologische elementen, voorkomend in dat gebied; 1.51 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de
bestemming;
78
't Hul Noord
1.52 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.53 ondergeschikte bouwdelen hieronder wordt verstaan plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken. (Schotel)antennes voor zover gelegen aan het voorerf vallen hier niet onder; 1.54 onderkomens voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen; 1.55 onzelfstandige bewoning bewoning van onzelfstandige woonruimte, waaronder kamerverhuur; 1.56 onzelfstandige woonruimte woonruimte die geen eigen toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte, waaronder een kamerverhuurpand; 1.57 openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.58 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en
duurzaam met de aarde is verbonden; 1.59 paardenbak een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 1.60 particulier opdrachtgeverschap situatie dat de burger of een groep van burgers – in dat laatste geval georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk of krachtens een overeenkomst – tenminste de economische eigendom verkrijgt en volledige zeggenschap heeft over en verantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van de grond, het ontwerp en de bouw van de eigen woning; 1.61 peil a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c.
indien de onder a tot en met b genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen peil; 1.62 recreatiewoning een gebouw dat dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.63 seizoenarbeider werknemer die in een periode van grote arbeidsbehoefte tijdelijk op een (agrarisch) bedrijf werkzaam is; 1.64 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
't Hul Noord
79
1.65 sociale huurwoning huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd; 1.66 sociale koopwoning koopwoning als bedoeld in artikel 7ad, eerste lid, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, waarbij de volgende maximale koopprijs van toepassing is; a. sociale koop laag met een koopprijs tot € 215.000,- (VON) b. sociale koop midden met een koopprijs tot € 265.000,- (VON). c. sociale koop hoog tot € 355.000,- (VON). 1.67 stacaravan een gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf, dat geen vaste verankering in de grond heeft en binnen 24 uur demontabel is.
De stacaravan mag niet zijn/worden opgebouwd uit steenachtige materialen; 1.68 uitvoeren het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.69 voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.70 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een woning of, bij onduidelijkheid daarover, de als zodanig door of namens het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.71 voorgevelrooilijn denkbeeldige lijn getrokken langs de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan; 1.72 wonen het gehuisvest zijn in een woning en/of wooneenheid en/of woonhuis en/of bedrijfswoning conform de begripsbepaling van woning en/of wooneenheid en/of woonhuis en/of bedrijfswoning; 1.73 woning een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.74 wooneenheid een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.75 woongebouw een als zodanig ontworpen en gerealiseerd gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden, niet zijnde een oorspronkelijke (eengezins)woning die bouwkundig in meerdere zelfstandige wooneenheden is gesplitst; 1.76 woonhuis een
gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat; 1.77 woonveld de gronden gelegen binnen een enkel aanduidingsvlak 'specifieke vorm van woongebied - regulier woonveld', 'specifieke vorm van woongebied - landschappelijk woonveld', 'specifieke vorm van woongebied - lint' of 'specifieke vorm van woongebied - buurtfuncties'.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens tussen de zijdelingse grens van het perceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;
80
't Hul Noord
2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de breedte van een gebouw tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Wolfseinden worden hieronder niet begrepen; 2.5 de dakhelling de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak gerekend in graden; 2.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bouwonderdelen zoals goten, dakoverstekken en in dakoverstekken geïntegreerde goten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen met een oversteek van meer dan 75 cm worden in de oppervlakte meeberekend.
2.8 de vloeroppervlakte van een beroeps- en/of bedrijfsactiviteit tussen de binnenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren van de ruimtes die in gebruik zijn voor de beroeps- en/of bedrijfsactiviteit.
't Hul Noord
81
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. fiets- en voetpaden; c. speelvoorzieningen; d. watergangen en waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca' één kleinschalige horecavoorziening van horeca categorie 1 met bijbehorende terrassen; met bij een en ander behorende voorzieningen zoals paden, bermen, en bouwwerken, zoals palen, masten, kunstwerken en terreinafscheidingen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van één kleinschalige horecavoorziening gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m; b. de bebouwde oppervlakte mag binnen de aanduiding 'horeca', gelegen binnen de bestemmingen 'Groen', en 'Verkeer', gezamenlijk niet meer bedragen dan 100 m². 3.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen. 3.2.4 Bouwverbod a.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – bouwverbod' mag niet worden gebouwd en dienen de gronden niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. b. Het college van burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in sub a, indien is aangetoond dat er geen negatieve effecten optreden voor de ransuil.
Artikel 4
Maatschappelijk
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; met bij een en ander behorende gebouwen en voorzieningen zoals paden, bermen, tuinen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen.
82
't Hul Noord
4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd zonder aansluiting op het gastransportnetwerk. 4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 4.2.1 gelden de volgende eisen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)', aangegeven percentage bedragen; c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de maximale bouwhoogte zoals bepaald in artikel 13.2.2 niet overschreden mag worden. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen.
4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Het bouwen of gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de functie maatschappelijk is uitsluitend toegestaand met een door het bevoegd gezag goedgekeurd (verkennend en zo nodig nader) bodemonderzoek en daaruit volgt dat de bodem geschikt is voor de functie maatschappelijk eventueel nadat sanering heeft plaatsgevonden.
Artikel 5
Verkeer
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer en het vervoer over de weg; b. bermen; c. watergangen; d. kunstwerken; e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca' één kleinschalige horecavoorziening van horeca categorie 1 met bijbehorende terrassen; met daarbij behorende gebouwen, zoals bushaltes, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en voorzieningen, zoals voet- en fietspaden, taluds, ongelijkvloerse kruisingen, faunapassages, carpoolplaatsen, parkeer- en groenvoorzieningen, met dien verstande dat: f. de verkoop van motorbrandstoffen niet is toegestaan. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van een gebouw gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 4 m; b. de oppervlakte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 30 m 2;
't Hul Noord
83
c.
de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een kleinschalige horecavoorziening mag niet meer bedragen dan 5 m; d. de bebouwde oppervlakte mag binnen de aanduiding 'horeca', gelegen binnen de bestemmingen 'Groen', en 'Verkeer', gezamenlijk niet meer bedragen dan 100 m². 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen. 5.3 Specifieke gebruiksregels Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van de inrichting van wegen met meer dan 2 rijstroken.
Artikel 6
Water
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterberging en waterhuishouding; met daarbij behorende voorzieningen zoals paden, bermen, oevers, taluds, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere bouwwerken, zoals bruggen, duikers, palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen. 6.2.3 Bouwverbod a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – bouwverbod' mag niet worden gebouwd en dienen de gronden niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. b. Het college van burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in sub a, indien is aangetoond dat er geen negatieve effecten optreden voor de ransuil.
Artikel 7
Woongebied
7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Algemeen De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning; b. aan-huis-verbonden beroep; c. tuinen en erven; d. verkeersvoorzieningen; e. speel- en groenvoorzieningen en specifiek het behoud van bestaande groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen;
84
't Hul Noord
g. parkeer- en stallingsvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met bij een en ander behorende gebouwen en voorzieningen zoals paden, bermen en bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, zoals een geluidscherm, palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen. 7.1.2 Buurtfuncties Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - buurtfuncties' gelden de volgende regels: a. aanvullend op het bepaalde in artikel 7.1.1 zijn de gronden tevens bestemd voor: 1. maatschappelijke voorzieningen; 2. kleinschalige kantoren/bedrijven van maximaal milieucategorie 1; 3. gezamenlijke energievoorziening. met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte van de functies genoemd onder 1 en 2 gezamenlijk minimaal 150 m2 en maximaal 500 m² mag bedragen per aanduidingsvlak; b. bij de verdeling van functies binnen dit aanduidingsvlak dient te worden voldaan aan de volgende regels: 1. minimaal 50% van de gronden binnen het aanduidingsvlak is bestemd voor groen- en speelvoorzieningen en de in sub a genoemde functies; 2. maximaal 25% van de gronden mag worden gebruikt ten behoeve van parkeer- en stallingsvoorzieningen en verkeersvoorzieningen; 3. maximaal 25% van de gronden mag worden gebruikt ten behoeve van woningen. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen a.
Op de voor 'Woongebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. b. Het aantal woningen binnen de bestemming 'Woongebied' bedraagt niet meer dan 750. c. Het aantal woningen mag ter plaatse van de aanduidingen 'minimum aantal wooneenheden' en 'maximum aantal wooneenheden' niet minder en niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding aangegeven minimum en maximum. 7.2.2 Verdeling woningtypen deelgebied 1 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - deelgebied 1' gelden de volgende regels: a. minstens 10% en maximaal 40% van de woningen betreft gestapelde woningen en/of rug-aanrugwoningen; b. minstens 20% en maximaal 50% van de woningen betreft aaneengebouwde woningen; c. minstens 5% en maximaal 35% van de woningen betreft twee-aaneengebouwde woningen, geschakelde woningen en/of vrijstaande woningen. 7.2.3 Verdeling woningtypen deelgebied 2 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - deelgebied 2' gelden de volgende regels: a. minstens 5% en maximaal 35% van de woningen betreft gestapelde woningen en/of rug-aanrugwoningen; b. minstens 30% en maximaal 60% van de woningen betreft aaneengebouwde woningen; c. minstens 5% en maximaal 35% van de woningen betreft twee-aaneengebouwde woningen, geschakelde woningen en/of vrijstaande woningen. 7.2.4 Verdeling prijsklassen Van het totaal aantal woningen betreft: a.
minstens 30% sociale huurwoningen; b. minstens 5% sociale koopwoningen laag; c. minstens 6% sociale koopwoningen midden; d. minstens 18% sociale koopwoningen hoog; e. minstens 9% geliberaliseerde woningen voor middenhuur;
't Hul Noord
85
f. minstens 15% woningen die in particulier opdrachtgeverschap worden ontwikkeld. 7.2.5 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen worden gebouwd: 1. grondgebonden woningen, waaronder begrepen: vrijstaande woningen; twee-aaneengebouwde woningen aaneengebouwde woningen en rug-aan-rugwoningen; geschakelde woningen gestapelde woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - buurtfuncties' zijn uitsluitend gestapelde woningen en rug-aan-rugwoningen toegestaan; b. de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet minder dan 3 m en niet meer dan 6 m achter de voorste perceelsgrens worden gebouwd, met dien verstande dat dit niet geldt voor rug-aan-rugwoningen en gestapelde woningen; c. met betrekking tot de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens gelden de volgende regels: 1. bij vrijstaande woningen mag de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 m; 2. bij twee-aaneengebouwde en geschakelde woningen mag de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens aan één zijde niet minder bedragen dan 3 m; 3. bij aaneengebouwde woningen mag de afstand van de hoekwoning tot de zijdelingse perceelsgrens aan één zijde niet minder bedragen dan 1 m; d.
de afstand van een hoofdgebouw tot de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 6 m, met dien verstande dat in het geval de achterste bouwperceelsgrens een wisselende afstand heeft, de langste afstand bepalend is; e. de goothoogte en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte; maximum bouwhoogte', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de maximale bouwhoogte zoals bepaald in artikel 13.2.2 niet overschreden mag worden; f. met betrekking tot de diepte van woningen gelden de volgende regels: 1. de diepte van vrijstaande woningen mag niet meer bedragen dan 15 m; 2. twee-aaneengebouwde en geschakelde woningen mag niet meer bedragen dan 12 m; 3. de diepte van aaneengebouwde woningen mag niet meer bedragen dan 10 m; g. aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd in rijen van maximaal 8 aaneengebouwde woningen; h. bij een rij van meer dan 6 aaneengebouwde woningen dient sprake te zijn van: 1. een rooilijnverspringing van minimaal 0,5 m; en/of 2. een verschil in goothoogte van minimaal 0,5 m; en/of 3. een verschil in bouwhoogte van minimaal 0,5 m; i. bij meer dan 3 naast elkaar gelegen rijen aaneengebouwde woningen binnen hetzelfde woonveld, dient: 1. een van de rijen ten opzichte van de naastgelegen rij een verdraaiing van de rooilijn te hebben van minimaal 5 graden; en/of 2.
een van de rijen ten opzichte van de naastgelegen rij een rooilijnverspringing te hebben van minimaal 3 m; of 3. er tussen twee rijen een openbare ruimte aanwezig te zijn met een breedte van minimaal 10 m. 7.2.6 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de maximale goothoogte bedraagt 3,5 m;
86
't Hul Noord
b. c.
de maximale bouwhoogte bedraagt 5 m; bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd op minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; d. de gezamelijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per woning mag niet meer bedragen dan: 1. 60 m2 in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2; 2. 70 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 150 m2; 3. 80 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 150 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 200 m2; 4. 90 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 200 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 250 m2; 5. 100 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 250 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 300 m2; 6. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2 maar kleiner dan 1.500 m2: 100 m2 vermeerderd met 10% van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2 tot een maximum van 200 m2; 7. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 1.500 m2: 200 m2 vermeerderd met 5% van het bebouwingsgebied dat groter is dan 1.500 m2 tot een maximum van 300 m2; e. afwijkend van de bepalingen onder: 1. a en b geldt dat de goothoogte 5 m mag bedragen en de bouwhoogte 7 m als ten minste 15 m van de zijdelingse perceelsgrens wordt gebleven en ten minste 15 m van het hoofdgebouw mits het hoofdgebouw ten minste 9 m hoog is; 2.
b geldt, daar waar de kapconstructie in het verlengde ligt van het hoofdgebouw, als maximale bouwhoogte de hoogte van het hoofdgebouw minus 1,5 m; f. bij gestapelde woningen mogen bijbehorende bouwwerken uitsluitend aan het hoofdgebouw aangebouwd worden. 7.2.7 Erkers Voor het bouwen van erkers gelden de volgende regels: a. de bouwdiepte, gemeten vanaf de gevel waar tegenaan wordt gebouwd, mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de gevel waar tegenaan wordt gebouwd; c. indien de erker in de zijtuin wordt gebouwd, mag de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedragen dan 2 m; d. de afstand tot het openbare gebied mag niet minder bedragen dan 3 m; e. in afwijking van het bepaalde onder c en d geldt dat, indien de erker in de zijtuin van hoekwoningen wordt gebouwd, de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens (en het openbare gebied) niet minder mag bedragen dan 1 m. 7.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij grondgebonden woningen Voor het bouwen van overige bouwwerken geen gebouw zijnde bij grondgebonden woningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; c.
de maximale bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten bedraagt 6 m; d. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 3 m. 7.2.9 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken geen gebouw zijnde, niet behorende bij grondgebonden woningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan: 1. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen; 2. 10 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2.10 Bouwverbod
't Hul Noord
87
a.
b.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – bouwverbod' mag niet worden gebouwd en dienen de gronden niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. Het college van burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in sub a, indien is aangetoond dat er geen negatieve effecten optreden voor de ransuil.
7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Bijzonder woongebied Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - landschappelijk woonveld', 'specifieke vorm van woongebied - lint' en 'specifieke vorm van woongebied - buurtfuncties' kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van artikel 7.2.5 sub b en d ten behoeve van een grotere of kleinere afstand tot de voorste of achterste perceelsgrens, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarde: a. de afwijking dient te passen binnen de principes voor het betreffende type woonveld conform pagina 28 t/m 31 van de stedenbouwkundige visie zoals opgenomen in bijlage 2. 7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Voorwaardelijke verplichting gebiedsontsluitingsweg Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden met de bestemming 'Woongebied' voor het wonen in een woning, tenzij is voorzien in de aanleg en instandhouding van een gebiedsontsluitingsweg ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer gebiedsontsluiting' voor het gedeelte om het desbetreffende woongebied te ontsluiten.
7.4.2 Voorwaardelijke verplichting hoofdstructuur Nadat de volgende elementen onder sub a t/m d zijn gerealiseerd, wordt tot een gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval gerekend het gebruik van gronden met de bestemming 'Woongebied' voor het wonen in een woning, tenzij is voorzien in de instandhouding van deze elementen onder sub a t/m d: a. een landschapszone met een breedte van minimaal 30 meter gerekend vanaf de Kolmansweg ten behoeve van onder andere een groenvoorziening, langzaamverkeersroute en waterberging ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschapszone' binnen de bestemming 'Groen'; b. een groenvoorziening bestaande uit bomen met onderbeplanting met een breedte van minimaal 10 meter ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - groenstructuur'; c. een watergang ter plaatse van de bestemming 'Water'; d. minimaal één langzaamverkeersverbinding tussen de nieuwe woonwijk en de omliggende infrastructuur ter plaatse van ieder aanduidingsvlak 'specifieke vorm van verkeer - langzaam verkeer'.
7.4.3 Voorwaardelijke verplichting ontsluiting woonvelden Het bouwen en gebruiken van een woning is uitsluitend toegestaan als deze via een openbare weg verbonden is met een weg met de bestemming 'Verkeer' of bestaande omliggende wegen, met dien verstande dat er per woonveld minimaal 1 en maximaal 4 aansluitingen op een weg met de bestemming 'Verkeer' of bestaande omliggende wegen mogen zijn en deze aansluitingen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied – verkeer' gerealiseerd mogen worden. 7.4.4 Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Het bouwen of gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de functie wonen is uitsluitend toegestaand met een door het bevoegd gezag goedgekeurd (verkennend en zo nodig nader) bodemonderzoek en daaruit volgt dat de bodem geschikt is voor de functie wonen eventueel nadat sanering heeft plaatsgevonden. 7.4.5 Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken van gronden direct grenzend aan de bestemming 'Verkeer' voor parkeren en voor inritten op eigen terrein;
88
't Hul Noord
b.
c.
het bouwen en gebruiken van gronden en gebouwen ten behoeve van het wonen op bouwpercelen waarvan de achterste perceelsgrens grenst aan de bestemming 'Verkeer' en parallel ligt aan de aangrenzende bestemming 'Verkeer'. het bouwen of gebruiken van gronden en gebouwen voor een bed en breakfast.
7.5 Afwijken van de gebruiksregels Het college van Burgemeester en Wethouders mag afwijken van het bepaalde in artikel 7.4.5 sub c door een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruiken van en het verbouwen tot een bed en breakfast overeenkomstig de volgende regels: a. Een bed en breakfast mag gerealiseerd worden in een woning binnen de bestemming Woongebied. Ook in een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij de woningen binnen deze bestemming kan onder voorwaarden een bed en breakfast worden gerealiseerd. b. Er mag voor de bed & breakfast niet meer dan 40% van de gebruiksvloeroppervlakte van de woning en een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gebruikt met een maximum van 120 m2. Onder de toegestane oppervlakte van een bed en breakfast vallen de volgende ruimten: 1. slaapkamer(s); 2. bad-, douche-, en toiletruimten die niet gedeeld worden met de bewoner(s); 3. een gemeenschappelijke ruimte; Gemeenschappelijke verkeersruimtes hoeven niet bij de toegestane oppervlakte te worden meegerekend. c. Voor het realiseren van een bed en breakfast in maximaal één vrijstaand bijbehorend bouwwerk kan vergunning worden verleend als: 1. deze bijdraagt aan de doelstellingen zoals deze genoemd worden in Thema 3 van de Omgevingsvisie Nunspeet; 2. niet meer dan 50 m2 van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk hiervoor wordt ingericht.
Hierbij dient wel het maximum aan m2 voor een bed en breakfast van in totaal 120 m2, volgens sub b van dit artikel, in acht te worden genomen. 3. het desbetreffende vrijstaande bijbehorende bouwwerk op minimaal 1 meter van de erfgrens staat. d. Degene die de bed en breakfast exploiteert, dient ingeschreven te staan in de BRP (Basisregistratie Personen) op het desbetreffende adres. e. Een bed en breakfast mag eveneens worden gerealiseerd in een uniek object, niet zijnde een woning of bijbehorend bouwwerk. Het gaat dan om karakteristieke gebouwen en/of varende constructies. Voorwaarde is dat het gebouw en/of de varende constructie voldoet aan de eisen zoals deze genoemd worden in het Bouwbesluit. Dergelijke initiatieven worden per geval beoordeeld. Omdat hier niet altijd sprake is van een inschrijving van de bewoner(s) in de BRP (Basisregistratie Personen), wordt een afweging per geval gemaakt. f. In de bed en breakfast mag geen zelfstandige kookvoorziening aanwezig zijn. g. Er moet een parkeergelegenheid aanwezig zijn of worden aangelegd op het perceel waarop de bed en breakfast wordt aangeboden. Het aantal parkeerplaatsen voor de bed en breakfast moet minimaal overeenkomen met het aantal slaapkamers van de bed en breakfast boven op het aantal parkeerplaatsen dat bij de bestemming hoort. h.
Ter beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning vindt een belangenafweging plaats, waarbij de volgende aspecten worden getoetst en meegewogen: 1. de belangen van de gebruikers of van de eigenaren van de aanliggende gronden en nabijgelegen woningen en bedrijven; 2. de afstand van de bed en breakfast tot een woning op een naastgelegen perceel moet minimaal 10 m bedragen; Bij knelpunten vanwege deze 10 meter-eis kan het college van B&W hiervan afwijken waarbij aan de overige nummers van dit sublid (cijfers 1, 3, 4, 5, 6, en 7) wel moet worden voldaan; 3. de milieusituatie (aan de bedrijfsvoering van agrarische en niet-agrarische bedrijven in de nabije omgeving mag door een en breakfast geen beperking ontstaan);
't Hul Noord
89
i.
j. k.
4. de verkeersveiligheid; 5. de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; 6. het straatbeeld; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en naastgelegen woningen. Degene die de gelegenheid biedt tot het houden van nachtverblijf is belastingplichtig op grond van de geldende Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting. De exploitant is verplicht hiervoor een eigen nachtverblijfregister bij te houden, die door de gemeente kan worden gecontroleerd. Het aantal overnachtingen waarbij in een bed en breakfast mag worden overnacht mag maximaal 14 nachten achtereen bedragen. Op het perceel van de bed en breakfast mag maximaal één reclameaanduiding in de vorm van een bord met een opschrift voor de bed en breakfast worden geplaatst. Dit bord dient te voldoen aan de eisen die aan reclame worden gesteld in de “Reclameverordening 1994” en in de “Welstandsnota (2015)”.
Artikel 8
Waarde - Archeologie 2
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord. 8.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 8.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/of; b.
de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
90
't Hul Noord
d.
het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 8.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 8.3.1 is niet van toepassing indien: a. de werken of werkzaamheden worden verricht op of in gronden onder bestaande gebouwen dan wel op of in gronden die 5 m rondom bestaande gebouwen zijn gelegen; b. op basis van archeologisch onderzoek naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: 1. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel 2. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel 3. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord; danwel c. op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumenten-zorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. d.
het werken betreft op een geringere diepte dan 0,50 m onder maaiveld; e. het werken betreft op een groter diepte dan 0,50 m onder maaiveld maar met een kleiner oppervlakte dan 2500 m².
Artikel 9
Waarde - Archeologie 3
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord. 9.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 9.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/of; b.
de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
't Hul Noord
91
c.
de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie.
9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1 Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 9.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 9.3.1 is niet van toepassing indien: a. de werken of werkzaamheden worden verricht op of in gronden onder bestaande gebouwen dan wel op of in gronden die 5 m rondom bestaande gebouwen zijn gelegen; b. op basis van archeologisch onderzoek naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: 1. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel 2. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel 3. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord; danwel c.
op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumenten-zorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. d. het werken betreft op een geringere diepte dan 0,50 m onder maaiveld; e. het werken betreft op een groter diepte dan 0,50 m onder maaiveld maar met een kleiner oppervlakte dan 2500 m².
92
't Hul Noord
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 11
Algemene bouwregels
11.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 11.2 Bestaande afmetingen, afstanden, oppervlaktes en percentages In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of de afstand tot enige op de plankaart aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de regels in hoofdstuk 2 is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, percentage en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
12.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken als of ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van onbebouwde gronden: 1. als stand- of ligplaats van onderkomens; 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van meer dan 40 m²; d. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak tenzij het specifiek wordt toegestaan. 12.2 Voorwaardelijke verplichting stikstof Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – deelgebied 2' is de ingebruikname van gronden en bouwwerken ten behoeve van de bestemming uitsluitend toegestaan als het agrarische bedrijf gelegen aan de Oude Zeeweg 2 feitelijk geheel is beëindigd en gestaakt blijft. 12.3 Voorwaardelijke verplichting waterhuishoudkundig plan Het bouwen of gebruiken van gronden en bouwwerken en het uitvoeren van werkzaamheden conform de regels van hoofdstuk 2 is pas toegestaan als een door de gemeente goedgekeurd waterhuishoudkundig plan is opgesteld.