1. AP 6a. Bijlage Toelichting en regels BP 't Hul Noord
Tekst van het document
't Hul Noord
93
12.4 Parkeerregels 12.4.1 Omgevingsvergunning a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw of het terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren of stallen van auto's en fietsen; 2. het laden of lossen van goederen; 3. het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden; b. binnen ieder woonveld, dan wel het bestemmingsvlak Maatschappelijk dienen voor de aanwezige functies voldoende parkeer- en stallingsvoorzieningen aangelegd te worden en in stand gehouden worden. Dit kan binnen de openbare ruimte binnen hetzelfde woonveld of bestemmingsvlak Maatschappelijk en/of op eigen terrein. Hiervoor wordt getoetst aan de beleidsregels zoals bepaald in artikel 12.4.4. 12.4.2 Afwijken van de parkeerregels Het college van burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.4.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
12.4.3 Voorwaarden voor het afwijken van de parkeerregels De in lid 12.4.2 genoemde omgevingsvergunningen worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. het woon- en leefklimaat; c. de sociale veiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 12.4.4 Beleidsregels Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 12.4.1, 12.4.2 en 12.4.3 wordt getoetst aan de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) in Bijlage 1 bij de regels dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende, beleidsregel. 12.5 Onzelfstandige bewoning 12.5.1 Specifieke gebruiksregels a. Het is verboden om voor de bestemming Woongebied aangewezen gronden woningen, en/of woonhuizen, en/of wooneenheden te gebruiken of in gebruik te geven voor onzelfstandige bewoning. b. Het is tevens verboden in andere bestemmingen dan Woongebied waar volgens de bestemmingsregeling de functie wonen is toegestaan in woningen, en/of woonhuizen, en/of wooneenheden, en/of bedrijfswoningen te gebruiken of in gebruik te geven voor onzelfstandige bewoning. c.
De verboden zoals beschreven onder lid 12.5.1, onder a, en onder b, gelden ook voor (ver)bouwwerkzaamheden ten behoeve van onzelfstandige bewoning. d. Het bepaalde in lid 12.5.1, onder a, onder b, en onder c, is niet van toepassing op bestaande onzelfstandige bewoning in woningen en/of woonhuizen, en/of wooneenheden en/of bedrijfswoningen die voor onzelfstandige bewoning gebruikt mogen worden op grond van de huidige vigerende bestemmingsplannen en/of waarvoor met een afwijkingsprocedure een omgevingsvergunning is verleend.
94
't Hul Noord
12.5.2 Afwijken van de specifieke gebruiksregels Door het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 12.5.1, onder a, onder b, en onder c, voor het gebruik van een woning en/of woonhuis en/of bedrijfswoning en/of wooneenheid voor onzelfstandige bewoning, mits: a. het de huisvesting van maximaal 5 personen betreft; b. maximaal 5% van de woningen in de straat wordt aangewend voor de huisvesting voor onzelfstandige bewoning; c. minimaal vier aaneengesloten panden aanwezig moeten zijn die niet als onzelfstandig gebruikte woningen en/of wooneenheden en/of woonhuizen en/of bedrijfswoningen worden gebruikt tussen de woningen die aangewend worden voor onzelfstandige bewoning; d. voor woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur in woongebouwen met 6 of meer woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur geldt als aanvullende regel dat er tussen twee woningen met kamergewijze verhuur minimaal twee woningen gelegen moeten zijn e. binnen een straal van 250 meter rondom het vrijstaande kamerverhuurpand is geen ander vrijstaand pand met onzelfstandige bewoning, zoals bijvoorbeeld een kamerverhuurpand, aanwezig; f. er mogen niet meer bewoners zijn dan het aantal aanwezige kamers (gemeenschappelijke ruimtes niet meegerekend); g. er per bewoner minimaal één kamer aanwezig is; h.
dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, hierbij spelen de volgende factoren een rol: 1. de aard van de omgeving; 2. de aard van de voorzieningen; 3. de verhouding koop / huurwoningen; 4. de staat van onderhoud van panden en tuinen; 5. de aard van en het aantal klachten over onder meer: geluidsoverlast; overlast als gevolg van afval op straat of in tuinen; drugsoverlast; overlast vanwege drankmisbruik; vernielingen; geweld, mishandeling, bedreiging. i. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de parkeernormen zoals vastgelegd in artikel 12.4.; j. sprake is van een verblijfsruimte van minimaal 12 m2 per persoon; k. voldaan wordt aan milieu wet- en regelgeving; l. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, zoals dit blijkt uit: 1. het woon- en leefklimaat; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie; 4. de brandveiligheid; 5. de externe veiligheid; 6. de rampenbestrijding; 7. de milieusituatie; 8. de cultuurhistorische waarde; 9. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
't Hul Noord
95
12.6 Logies voor arbeidsmigranten/seizoensarbeiders e.a. 12.6.1 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik wordt in dit bestemmingsplan specifiek het volgende verstaan, zoals genoemd onder de leden a tot en met e: a. binnen de bestemming Maatschappelijk het gebruiken van een gebouw voor logies ten behoeve van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a.; b. het gebruik van bouwwerken/gebouwen binnen andere bestemmingen dan de in artikel 12.5.1, onder a, b, c, en d. genoemde bestemmingen, voor logies ten behoeve van arbeidsmigranten en/of seizoenarbeiders e.a.; c. het verboden gebruik, zoals genoemd onder a en b betekent ook dat het verboden is voor dit gebruik de activiteit bouwen uit te oefenen; d. de verbodsbepalingen, zoals genoemd onder het bepaalde onder a tot en met c zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken / gebouwen waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is verleend voor het toestaan van het logies voor arbeidsmigranten, of waarvan het gebruik (en de activiteit bouwen) reeds is toegestaan volgens een vigerend bestemmingsplan. 12.6.2 Afwijken van de specifieke gebruiksregels Door het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning worden meegewerkt: 1. aan logies van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a.
in de gevallen en procedures volgens de hieronder in lid 12.6.2 bij de onderstaande letter a, en in voorkomende gevallen volgens de in lid 12.6.4 genoemde procedure. 2. bij het afwijken volgens lid 12.6.2, onder 1 dienen de specifieke voorwaarden zoals geformuleerd bij de hieronder in lid 12.6.2, bij de onderstaande letter a en de algemene voorwaarden volgens lid 12.6.3 in acht te worden genomen. a Te herontwikkelen gebouwen Door het college van burgemeester en wethouders kan met een tijdelijke omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.6.1 voor het tijdelijk gebruik van een locatie, en van bebouwing op die locatie, die als herontwikkelingslocatie is aangewezen, mits: 1. dit gebouw en deze locatie gelegen is in of in de nabijheid van de bebouwde kom en voorzieningen; 2. het niet meer dan 50 arbeidsmigranten per locatie binnen de bebouwde kom betreft; 3. het een maximale duur van 3 jaar betreft (met de mogelijkheid tot verlenging); 4. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, waarvoor wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden volgens artikel 12.6.3, onder punt 4. 5. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld. 12.6.3 Algemene voorwaarden om te kunnen meewerken aan het afwijken voor de bovengenoemde categorieen genoemd onder de hiervoor genoemde letter a 1.
indien wordt meegewerkt aan logies van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. dient voldaan te zijn aan de voorwaarden die zijn genoemd bij de letter a 2. indien wordt meegewerkt aan logies van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. dient in elk geval voldaan te zijn aan de voorwaarde dat de behoefte aan logies van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. in voldoende mate dient te zijn aangetoond. 3. indien wordt meegewerkt aan logies van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. dient aangetoond te worden dat deze (in hoofdzaak) werkzaam zijn in de gemeente Nunspeet. 4. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening; a. het woon- en leefklimaat; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie; d. de brandveiligheid; e. de externe veiligheid; f. de rampenbestrijding;
96
't Hul Noord
g. de milieusituatie; h. de cultuurhistorische waarde; i. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5. er de plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld. 12.6.4 Plaatsen van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen ten behoeve van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders a Plaatsen van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen ten behoeve van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. De gemeente kan ook meewerken aan een plan waarbij gebouwd wordt door bijvoorbeeld het plaatsen van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen ten behoeve van logies voor arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. Aan een dergelijk plan kan worden meegewerkt, mits de voorwaarden in acht worden genomen die hieronder bij letter b. zijn geformuleerd. Qua procedure kan een dergelijk, zoals hiervoor omschreven, plan, voor het plaatsen (=bouwen) van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen ten behoeve van logies voor arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a., niet middels een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid geregeld worden. Hiervoor is een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan dan wel een uitgebreide (buitenplanse) afwijkingsprocedure ex artikel 2.12, lid 1, onder a, 3º van de Wabo noodzakelijk.
b Voorwaarden om mee te werken aan een procedure voor het plaatsen van woonunits of andere ouwwerken/gebouwen voor het bieden van logies aan arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. Als voorwaarden om mee te kunnen werken aan het plaatsen van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen dienen de volgende voorwaarden in acht te worden genomen: 1. de locatie in de directe nabijheid van de bebouwing kom ligt; 2. het logies tijdelijk is (maximaal 10 jaar), waarbij het mogelijk is deze periode te verlengen; 3. de omvang en inrichting aansluit bij de omgeving; 4. de locaties op voldoende afstand van woonfuncties liggen; 5. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die met de gemeente wordt gedeeld; 6. er vanwege de milieuaspecten meegewerkt kan worden; 7. er sprake is van een goede ruimtelijke ordening; 8. er geen gebouwen in het kader van herontwikkeling zoals bedoeld in artikel 12.6.2, letter a. beschikbaar zijn. 9. er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, hetgeen blijkt uit: a. het woon- en leefklimaat; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie; d. de brandveiligheid; e. de externe veiligheid; f. de rampenbestrijding; g. de milieusituatie; h. de cultuurhistorische waarde; i. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
12.7 Algemeen gebruiksverbod 12.7.1 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemmingen, tenzij voor dit afwijkende gebruik op grond van de regels in dit plan een omgevingsvergunning is verleend.
't Hul Noord
97
12.7.2 Strafbaar feit Overtreding van het verbod genoemd in sub lid 5.1.1 is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.
Artikel 13
Algemene aanduidingsregels
13.1 Milieuzone - geluid 13.1.1 Bouwverbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geluid' mogen geen nieuwe woningen en/of andere geluidgevoelige objecten worden gebouwd. 13.1.2 Afwijken van het bouwverbod Het college van burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 13.1.1 voor het bouwen van woningen en/of andere geluidgevoelige objecten, mits is aangetoond dat: a. door de realisatie van nieuwe woningen en/of andere geluidgevoelige objecten de functies binnen de bestemming Maatschappelijk niet worden belemmerd; b. voor de nieuwe woningen en/of andere geluidgevoelige objecten sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 13.2 Vrijwaringszone - molenbiotoop 13.2.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - mede bestemd zijn voor het behoud, het herstel en de bescherming van de windvang van de molen. 13.2.2 Bouwregels a. Op de voor 'vrijwaringszone - molenbiotoop' aangewezen gronden mag de bouwhoogte van bouwwerken in afwijking van hetgeen elders in de regels is bepaald, niet meer bedragen dan: 1. binnen 100 meter van de molen: 4,2 meter; 2.
tussen 100 en 400 meter: de maximale bouwhoogte die volgt uit navolgende formule; H(x) = x/50+0,2*15,7 waarin: H(x) = maximale bouwhoogte op afstand x (in meters) x = afstand van bouwwerk tot de molen (in meters) b. in afwijking van het bepaalde in sub a mogen bestaande bouwwerken worden herbouwd tot de bestaande bouwhoogte. 13.2.3 Afwijking van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 13.2.2 in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken wordt verhoogd, mits met een kwalitatieve onderbouwing is aangetoond dat de windvang van de molen hierdoor niet onevenredig wordt geschaad.
Artikel 14
Algemene afwijkingsregels
14.1 Algemeen Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de regels: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, van welke bouwwerken de oppervlakte niet meer dan 45 m 2 en de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;
98
't Hul Noord
b.
c.
d.
ten behoeve van het bouwen van ondergrondse bergbezinkbassin met een maximale oppervlakte van 2500 m², maximaal 3 meter diep, maximaal 1 meter hoog, met een regelkast van 2 meter hoog en een oppervlakte van 6 m²; indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden, bebouwingsgrenzen en aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; voor afwijkingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten, afmetingen en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de maximale bouwhoogte zoals bepaald in artikel 13.2.2 met deze afwijkingsbevoegdheid niet overschreden mag worden.
14.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc.
Artikel 15
Algemene wijzigingsregels
15.1 Geringe veranderingen Het college van burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van (bestaande) bestemmings- en bouwgrenzen tot niet meer dan 5 m.
't Hul Noord
99
Hoofdstuk 4 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
16.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 2. Het college van burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 16.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; 3. Het eerste lid onder artikel 16.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 16.2, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 16.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. Het eerste lid onder artikel 16.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 17
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ''t Hul Noord'.
100
't Hul Noord