CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rullen 15 - Bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Rullen 1528.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

34

Deze nieuwe wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en water. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2024 in werking. Hierbij hoort ook 1 rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De provincie heeft hiervoor een Omgevingsvisie gemaakt en al haar regels voor de fysieke leefomgeving samen gevoegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In deze visie is staat wat de provincie wil bereiken en wat ze willen doen om dat te bereiken. De belangrijkste kopstukken van deze visie zijn beschreven in hoofdstuk 3.2.1. De Interim omgevingsverordening is een beleidsneutrale samenvoeging van zes provinciale verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Hiermee zijn Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen verleden tijd en samengevoegd tot één (interim) omgevingsverordening. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet zal de definitieve omgevingsverordening in 2024 in werking treden. In tegenstelling tot de Interim verordening, zal in de definitieve verordening ook de beleidswijzigingen zijn verwerkt. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: ▪ Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten.

Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. ▪ Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.

3.3.3 Integrale overwegingen IOV 1. Toets Interim Omgevingsverordening IOV_Groen Blauwe mantel Beoogde ontwikkelingen passen in het kleinschalig landschap waarin gestreefd wordt naar extensivering. Motivatie: Visie Heihoef Het landbouwbedrijf ‘Heihoef’ richt zich na het beëindigen van de varkenshouderij op het verder ontwikkelen van een ‘volhoudbare circulaire voedselketen’. Vroeger toen alles op kleinschalig basis plaats vond, werd er voedsel voor mens en dier geteeld op de akkergronden en werden koeien, varkens en kippen gehouden voor de productie van voedsel. De stromest ging terug naar het akkerland. Deze lokale kringloop heeft de landbouw in de jaren 60-70-80 doorbroken. De Nederlandse landbouw heeft alleen toekomstperspectief op lange termijn als gebouwd wordt aan circulaire landbouw. Omdat uiteindelijk alles draait om kostprijs, is de schaalgrootte essentieel. Terug naar vroeger is geen realiteit. Wel wil Europa lokaal (straal van 400 à 500 km)

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

35

de consument van kwalitatief goed voedsel voorzien dat lokaal op een verantwoorde manier wordt geproduceerd (circulair). Landbouwbedrijf ‘Heihoef’ aan de Rullen 15 te Nuenen bouwt aan een volhoudbaar circulair voedselsysteem door te werken aan een samenwerking met stakeholders en ketenpartners zodat lokaal grondstoffen worden geproduceerd en de varkenshouderij gebruik maakt van deze lokale grondstoffen en reststromen uit de levensmiddelen industrie. Door lokaal alle grondstoffen te telen wordt de keten grondgebonden waarop voldoende plaatsingsruimte is voor de mest. Het akkerbouwbedrijf op de locatie van de Heihoef wordt uitgebreid om onderzoek te doen naar gewas- en raskeuze voor vervangbare voedergewassen (in plaats van Soja) en de langdurige opslag hiervan. Passend in het kleinschalig landschap Landbouwbedrijf ‘Heihoef’ is passend in deze omgeving daar de oorspronkelijke kringloop landbouw een centrale rol heeft in het bedrijf en extensivering van de keten wordt bewerkstelligd middels het verder ontwikkelen van het akkerbouwbedrijf ten behoeve van het versterken van een circulair voedselsysteem (teelt voedergewassen). De ‘Heihoef’ is een innovatief agrarisch bedrijf dat met een eigen team en stakeholders bouwt aan ‘groene cirkels’ (gesloten kringlopen) om regionaal een volhoudbaar voedselsysteem te realiseren.

Om deze visie verder uit te bouwen met onze maatschappij, consument, politiek, retail en producent is deze locatie aan de Rullen essentieel om ‘beleving’ middels educatie en de beleving van landbouw (afwisselend akkers / runderen) in een kleinschalige omgeving te verbinden aan een noodzakelijk volhoudbaar voedselsysteem. Nagenoeg voor alle bebouwing is een bouwvergunning verleend met uitzondering van de rundveestal. Door aanpassing van het plan is de situering van bebouwing verder geconcentreerd, passend in het kleinschalige landschap waarbij het uitrollen van een innovatief landbouwbedrijf, in combinatie met educatie en beleving mogelijk is. Verder wordt de locatie zeer robuust landschappelijk ingepast middels de inrichting van de naast gelegen ecologische verbindingszone. Als gevolg van de compacte herbouw van bedrijfsgebouwen neemt de omvang van het bouwvlak af van 2,4 naar 1,6 hectare. Nevenactiviteiten De nevenactiviteiten zijn enerzijds noodzakelijk voor een verbreding van inkomsten: - opwekken duurzame energie middels zonnepanelen op de daken en op het veld (3200 m²); - unit-verhuur aan bedrijven en particulieren voor uitsluitend opslag (2251,5 m²); Beide ontwikkelingen passen binnen de kaders van het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen.

De overige nevenactiviteiten kantoorfunctie, educatie, productontwikkeling houden verband met de doorontwikkeling van het lokale ‘volhoudbaar circulaire voedselsysteem’. 2. Agrarisch bedrijf De nadruk blijft liggen op een agrarisch bedrijf dat is gericht op de teelt van grondstoffen / voedsel in de vorm van een akkerbouwbedrijf en een rundveetak.

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

36

-

Een SRV-deelnemer mag 15% van de oorspronkelijke stikstofruimte gebruiken voor het oprichten van nieuwe activiteiten. Gekozen is voor het door ontwikkelen van een lokaal ‘volhoudbaar circulaire voedselsysteem’ die juist is gericht op extensivering / grondgebonden. De rundveetak maakt door begrazing gebruik van het kleinschalige landschap en op de tussenliggende hogere en grotere percelen kenmerkt de omgeving en zijn in gebruik als akkerland. Deze samenhang van activiteiten past in deze omgeving.

-

De rundveehouderij met zoogkoeien en overig mestvee in een potstal versterkt de circulaire landbouw in het kleinschalig landschap. De afstand van de nieuwe stal voldoet ruimschoots aan de afstand tot woningen van derden clusters van woningen zodat de volksgezondheid voldoende in acht wordt genomen.

-

Zorgvuldige veehouderij Nadat het plan in beginsel akkoord is voor de gemeente en provincie wordt een dialoog gevoerd. Deze is als bijlage toegevoegd. Artikel 2.73 Zorgvuldige veehouderij behoefd geen nadere uitwerking. Er geldt in beginsel een verbod op de toename van de oppervlakte dierenverblijf op een bouwperceel, door de bouw van een dierenverblijf of het in gebruik nemen van bestaande bebouwing voor het houden van dieren. In het derde lid is aangegeven wat in dit artikel wordt verstaan onder de bestaande oppervlakte van een dierenverblijf. De peildatum is gesteld op 17 maart 2017. Ten opzichte van deze peildatum is er geen sprake van een toename van de oppervlakte dierenverblijf.

-

Diverse dieraantallen. Op de plattegrondtekening en stikstofbeoordeling ziet het plan op 30 zoogkoeien, 30 stuks jongvee en 19 overig rundvee. De tekst is hierop aangepast.

3. Nevenactiviteiten -

Diversiteit aan nevenactiviteiten Om een ketenstructuur verder door te ontwikkelen met de lokale teelt van grondstoffen, de lokale productie en verwerking van vlees, de lokale afzet van veilig en verantwoord geproduceerd voedsel bij de consument als perspectief voor de Nederlandse landbouw vergt het structureren en organiseren van de keten (kantoorfunctie), het beproeven van lokaal te telen rassen en opslag van akkerbouwgewassen zoals eiwitvervangers, naast het onderzoeken van een vraaggerichte markt (productontwikkeling). Om de sector, stakeholders, ketenpartners, consument, politiek mee te nemen in deze transitie van de Nederlandse landbouw is communicatie essentieel (educatieruimte).

-

De vestiging van niet-agrarische functies moet volgens artikel 3.73 IOV passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Effecten van mobiliteit en leefbaarheid moeten nader worden uitgewerkt. De afzonderlijk kleinschalige activiteiten mogen te samen niet zorgen voor een intensief gebruik van de locatie.

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

37

De nevenactiviteiten unit-verhuur aan bedrijven en particulieren voor uitsluitend opslag is reeds eerder vergund, passend binnen het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen. De nevenactiviteit opwekken van duurzame energie draagt niet bij aan een verdere intensivering van verkeersbewegingen. De nevenactiviteiten kantoor (8 personen), productontwikkeling (2 personen), educatieruimte (groepen à 10 personen) zijn allen verkeer extensieve activiteiten die éénmaal daags aankomen en vertrekken. De vergelijking van verkeersbewegingen eerder vergund (varkenshouderij) en nieuwe situatie wordt nader uitgewerkt in de toelichting. 4. Zonnepanelen op de grond In artikel 3.41 IOV zijn regels opgenomen ten aanzien van zonneparken in het landelijk gebied. Hieruit volgt de toepassing van de zonneladder binnen bestaand ruimte beslag en door meervoudig ruimtegebruik (zoals daken). Daarnaast is bepaald dat zonneparken alleen met een tijdelijke omgevingsvergunning (art. 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 Wabo) kunnen worden toegestaan voor een periode van maximaal 25 jaar. Wat betreft zuinig ruimtegebruik zijn alle vrijkomende zonnepanelen op de daken van de varkensstallen op de herbouwde loodsen gesitueerd en het overtollige aansluitend aan het bouwvlak op de grond gesitueerd (3.200 m²) in het agrarisch gebied.

Het plan is hierop aangepast en voor deze zonnepanelen wordt een tijdelijke vergunning aangevraagd voor een periode van 25 jaar. 5. Kwaliteitsverbetering Landschap. De ontwikkeling is ingestoken als op een fysieke landschappelijke kwaliteitsverbetering (artikel 3.9 IOV) zoals weergegeven in het Landschapsplan. Echter gezien de omvang aan nietagrarische nevenfuncties is dit een verruiming van de bestemming die volgens de LIR van de gemeente Nuenen als een categorie 3-ontwikkeling kan worden aangemerkt. In dit geval moet er landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering plaatsvinden voor tezamen ten minste 20% van de waarde vermeerdering van de grond. 6. NNB en Groenblauwe mantel. De invulling van de landschappelijke inpassing en invulling van de uitvoering EVZ wordt nader uitgewerkt door Stan Elings, landschapsarchitect. Voor de EVZ wordt op de verbeelding de enkelbestemming Natuur opgenomen. 7. Cultuurhistorie en erfgoed Artikel 3.29 IOV schrijf voor dat een bestemmingsplan mede is gericht op het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige cultuuhistorische waarden.

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

38

Enerzijds is met het landschapsplan aansluiting gezocht bij het cultuurhistorische kleinschalige landschap. Het oorspronkelijke landschapselement dat tevens is aangeduid als Ecologische verbindingszone is hersteld en versterkt. Anderzijds zijn de historische lijnen herkenbaar in de verkaveling van de aangrenzende landbouwpercelen. Daarnaast is het historische pad, welke gelegen is naast de oorspronkelijke langgevelboerderij en een tweetal landbouwschuren, feitelijk in gebruik als pad op het erf gelegen tussen de twee loodsen, die achterliggende landbouw percelen ontsluit via het kavelpad welke met een bomenrij is geaccentueerd in het landschap. Zie hoofdstuk 1. 8. Waterhuishouding De locatie ligt in een boringsvrije-zone, artikel 3.12 IOV. Op de verbeelding is de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – Boringsvrije zone’ opgenomen.

3.3.4 Algemene artikelen Voor de Rullen 15 zijn volgens de Interim omgevingsverordening verschillende regels van toepassing, echter zijn er maar enkele relevant. In paragraaf 3.3.4 zal er worden ingegaan op de rechtstreeks werkende regels die relevant zijn voor de huidige locatie, voor onderhavig planlocatie wordt er aangesloten bij de meeste recente IOV versie van 1 augustus 2023. Hieronder een toelichting van de regels die van toepassing, maar niet relevant zijn. a. Boringsvrije zone – maximale boordiepte: 90 meter – rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen; De beoogde bron voor de waterpomp zal niet dieper worden geboord dan 90 meter b. Diep grondwaterlichaam – Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermende gebieden; Er vindt geen onconventionele winning van koolwaterstoffen plaats. c. Waterwinning voor menselijke consumptie – rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen; De beoogde activiteiten zijn niet in strijd met bovenstaande regels, ter toelichting wordt er verwezen naar paragraaf 5.1.1. d. Landelijk gebied – rechtstreeks werkende regels: landbouw; Binnen de locatie zal in de beoogde situatie nog steeds sprake zijn van het houden van dieren, bovenstaand artikel heeft echter betrekking op een uitbreiding van dieraantallen. Hetgeen wat in onderhavig plan niet van toepassing is. e.

Stalderingsgebied – Rechtstreeks werkende regels: landbouw; Zie het gestelde onder lid f, deze regels zijn enkel relevant wanneer er een toename van vee zou optreden. f.

Cultuurhistorisch waardevol gebied – instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed;

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

39

Cultuurhistorisch waardevol gebied is gericht op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de aanwezige waarden. Aangezien de sloopwerkzaamheden enkel betrekking hebben op de opstallen én deze niet als cultuurhistorisch waardevol zijn aangemerkt(zie paragraaf 4.6), is deze paragraaf niet relevant. g. Stalderingsgebied – Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkeling; Bovenstaande regels hebben betrekking op het stalderen van een veehouderij, hetgeen wat niet van toepassing is. h. Normen wateroverlast – Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en berging; Desbetreffende regels wateroverlast hebben betrekking op stedelijke gebieden. Onderhavige situatie is gelegen in een landelijk gebied, waardoor dit artikel niet relevant is. i.

Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied – Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging; De desbetreffende locatie ligt buiten stedelijk gebied, het hemelwater dat van de gebouwen af vloeit wordt naar het oppervlakte water geleid. Op basis van bodemgesteldheid en grondwaterstanden kan worden geconcludeerd dat de locatie geschikt is voor het infiltreren van het hemelwater afkomstig van de bedrijfsgebouwen (zie paragraaf 5.1.1). Daarnaast is de kans op overstromingen der mate klein, dat het niet noodzakelijk is om hiervoor extra maatregelen te treffen.

3.3.5 Relevante artikelen Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor het herontwikkelen van een planlocatie in het buitengebied. Hierna zijn de regels uit de Interim omgevingsverordening NoordBrabant overgenomen met daarbij verwoord wat de situatie voor de beoogde herontwikkeling is ten opzichte van de gestelde regels. In de onderstaande paragraaf van de Interim omgevingsverordening Landelijkgebied / groen blauwe mantel

Figuur 6: Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Natuurnetwerk Brabant NNB / Ecologische verbindingszone EVZ

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

40

Noord-Brabant zijn instructieregels opgenomen betreft het ruimtelijke ontwikkelingen van de Rullen 15. Hierna zal nader op de gestelde regels in worden ingegaan en wat dit concreet betekent voor de voorgenomen plan(nen): De locatie ligt in meerdere gebieden, echter zijn alleen de ‘Groenblauwe mantel’ en ‘Landelijk gebied’ relevant voor de beoogde ontwikkelingen. Het plangebied is tevens grenzend aan de het Natuur Netwerk Brabant en Ecologische verbindingszone. Hieronder zullen de ontwikkelingen getoetst worden aan de instructieregels van de Groenblauwe mantel en het Landelijk gebied. Geen attentiezone waterhuishouding: Artikel 2.21 Vrijstelling vergunningplicht grondwateronttrekking Een vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, onder b, Waterwet, is niet vereist voor een onttrekking gesitueerd in Geen Attentiezone waterhuishouding als: a. de te onttrekken hoeveelheid grondwater ten hoogste 10 m³ per uur bedraagt; De hoeveelheid te verpompen grondwater zal tussen de 50 en 100 m3/uur komen te liggen. b. de onttrekkingsput niet dieper is dan 30 meter minus maaiveld. Vooralsnog is niet bekend of voor het voornemen een onttrekkingsput noodzakelijk is. Indien daarvan sprake is, zal daarvoor een afzondering aanvraag worden ingediend.

Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; De beoogde herontwikkeling zal geen invloed hebben de ecologische waarden, aangezien omliggende natuur niet zal worden aangetast door de sloop van de opstallen. De groene structuren worden ter plaatse verstrekt door het inpassen van houtwallen en landschapselementen. b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; Voor het realiseren van voorgenomen ontwikkelingen zullen de activiteiten landschappelijk worden ingepast d.m.v. het planten van een ‘fruitbomen dierenweide’ en houtwallen. Zodat het geheel passend aansluit op de ecologische waarden van de omgeving. De ontwikkeling zal de omliggende natuur dus niet aantasten, maar in bepaalde zin juist versterken. Voor toelichting van hydrologische waarden wordt er verwezen naar paragraaf 5.1

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

41

c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Zie de toelichting onder lid b. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.2.3 Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De beschreven ontwikkelingen in paragraaf 2.2 zullen gepaard gaan met een fysieke verbetering van de omliggende landschappelijke kwaliteit. Door het aanleggen van een tweetal houtwallen én fruitbomen dierenweiden worden de beoogde ontwikkelingen passend ingepast en zal het geheel aansluiten op de aanwezige ecologische waarden van de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a.

dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing zullen de beoogde ontwikkelingen juridisch en feitelijk geborgd worden. b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. De afspraken van Gedeputeerden Staten(betreft afdeling 5.4) worden, d.m.v. een landschappelijke inpassing van het landschap, nagekomen. Voor de toelichting van de inpassing wordt er verwezen naar paragraaf 4.4.

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

42

Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f.

de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;

g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De verbetering van de landschappelijk omgeving betreft punt b en e. Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. De initiatiefnemer zal de reeds aanwezige ecologische waarden versterken door het aanplanten van meerdere landschapselementen. Zodat het geheel passend zal aansluiten op de omgeving, zie paragraaf 4.4 ter toelichting Door het feit dat de ontwikkeling geen betrekkingen heeft op het wijzigen van de bestemming en/of het vergroten van het bouwvlak, hoeft er geen bijdrage geleverd te worden aan het landschapsfonds. De initiatiefnemer gaat echter alsnog voorzien in landschappelijke inpassing, om zo het geheel beter te laten aasluiten op de omgeving.

Artikel 3.50 Aanvullende regels nieuw dierenverblijf Lid 1 Een bestemmingplan van toepassing op een veehouderij in Landelijk gebied bepaalt dat: a. een toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel alleen is toegestaan als: 1. maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; 2. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar is in de omgeving;

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

43

3. is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentagesmaatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 4. is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 µg/m3; 5. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. Een toename van oppervlakte aan dieren is niet aan de orde. Er wordt enkel in de vorm de bouw van een rundveestal, een nieuw dierenverblijf opgericht. Deze rundveestal zal plaats bieden een 79 runderen(vleesvee, extensief). Dit aantal blijft ruim onder het huidige aantal varkens. Daarnaast is dit aantal toegestaan o.b.v. de saneringsregeling, zie paragraaf 5.2.2 ter toelichting. b.

binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- alleen op de grond gehouden mogen worden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden; De runderen zullen enkel de mogelijkheid hebben om zichzelf op de grond te huisvesten, een tweede bouwlaag is hierdoor niet van toepassing. c. bij een gebruikswijziging van een aanwezig gebouw, gericht op het in gebruik nemen als dierenverblijf, toepassing wordt gegeven aan onderdeel a. De ontwikkeling heeft betrekking op het oprichten van een nieuw dierverblijf, het wijzigen van gebruik in een aanwezig gebouw is niet aan de orde. Lid 2 Voor de toepassing van dit artikel geldt als dierenverblijf hetgeen gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer. Het houden van de runderen is gegrond op basis van de huidige stikstofruimte ten opzichte van de vigerende omgevingsvergunning.

Een SRV deelnemer mag ten opzichte van de stikstofruimte binnen vigerende omgevingsvergunning, 15% gebruiken voor het oprichten van nieuwe activiteiten. De voorgenomen ontwikkelingen blijven onder deze limiet, zie paragraaf 5.2.2 ter toelichting. Lid 3

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

44

Er is sprake van maatregelen die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij als is voldaan aan de Nadere regels Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij, zoals door gedeputeerde staten vastgesteld op grond van artikel 5.11. De nieuwe rundveestal zal gerealiseerd worden volgens de Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij, zie BZV-scoreberekening in bijlage 20.

Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; De bestaande bedrijfswoning zal na de herontwikkeling nog steeds worden aangeduid als bedrijfswoning. Het oprichten van nieuwe wooneenheden is niet aan de orde. b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Het zelfstandig bewonen van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen of andere bewoning bestemde gebouwen is niet aan de orde.

Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; Niet van toepassing b. in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. Het oprichten van nieuwe bebouwing, t.b.v. wonen, is niet van toepassing

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

45

3.3.5. Zonneladder provincie Noord-Brabant In de vigerende Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de zonneladder opgenomen. De provinciale zonneladder is een instrument om vanuit zorgvuldig ruimte gebruik af te wegen welke mogelijkheden er binnen een gemeente bestaan om invulling te geven aan de doelstellingen voor duurzame energie. De werking van de zonneladder komt erop neer dat in het plan behoefte aan grondgebonden zonneparken in het landelijk gebied goed onderbouwd wordt. Metropoolregio Eindhoven In de RES 1.0 van de MRE wordt ingezet op meervoudig ruimte gebruik. Prioriteit heeft het plaatsen van zonnepanelen op gebouwen. Ten tweede op braakliggende grond. Vervolgens langs industriele en infrastructurele structuren en stads-/dorpsranden. Als laatste op landbouwgronden als deze landschappelijk goed worden ingepast. Afweging locatie Rullen 15 -In het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen heeft de gemeente de ontwikkeling van ‘duurzame energie productie oa in de vorm van zon-energie’ mogelijk gemaakt als nevenactiviteit. -Zoals reeds gerealiseerd zijn alle daken voorzien van zonnepanelen. Daarnaast zijn op een braakliggend terrein waar voorheen de varkensstallen stonden, 3.200 m² zonnepanelen voorzien. -De rechterloods wordt nog verlengd met daarop zonnepanelen en het zonneveld wordt nog uitgebreid tot 3.200 m². ZONNEVELD

BEBOUWING daken zonnepanelen

BEBOUWING BEBOUWING daken zonnepanelen

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

46

-het zonneveld is / wordt in zijn geheel landschappelijk ingepast. Ten noorden en oosten is het zonneveld ingesloten door bebouwing. Aan de west- / zuidwestzijde is de zonneweide landschappelijk ingepast met een houtwal die wordt versterkt door de versterking / inrichting EVZ (zie bovenstaande foto). Vanaf de straatzijde zijn zonnepanelen op enige afstand van de weg in een lage opstelling, nauwelijks zichtbaar. -tijdelijke vergunning Als laatste wordt een aanduiding ‘zonneweide’ opgenomen, direct grenzend aan het bouwblok waarvoor conform de provinciale beleidsuitgangspunten een tijdelijke omgevingsvergunning wordt verleend voor een periode van 25 jaar.

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

47

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie gemeente Nuenen Op 30 september 2021 heeft de gemeenteraad van Nuenen de Omgevingsvisie vast gesteld. Deze visie gaat niet alleen over de kern Nuenen, maar over alle kernen en buurtschappen. In de omgevingsvisie staat het toekomstbeeld van de leefomgeving. Dit betreft de ruimte waarin we wonen, werken, elkaar ontmoeten en onze vrije tijd doorbrengen: de dorpen, bedrijventerreinen, het centrum, de sportvelden en het buitengebied met haar natuur, agrarisch landschap en recreatie. De visie beschrijft de kernkwaliteiten van Nuenen, benoemt de opgaven voor de fysieke leefomgeving en hoe deze samenkomen. Met de omgevingsvisie is één beleid gemaakt voor Nuenen voor de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan gebouwen, wegen, water, bodem, landschappen, natuur en erfgoed. Naast Nuenen horen daar ook de kerkdorpen en buurtschappen bij. In de omgevingsvisie komt onder andere de ruimtelijke ordening, de inrichting van het openbaar gebied en het milieu aan bod. Daarnaast komen ook de nationale thema’s duurzaamheid, energietransitie, klimaatadaptatie én gezondheid in de omgevingsvisie aan bod. Naast de kwaliteiten die we willen beschermen, hebben we ook te maken met wettelijke taken, wensen, trends en ontwikkelingen die we een plek moeten geven. Deze komen terug in de opgaven.

De 'opgaven' geven de gewenste situatie weer en wat daarvoor nodig is (uitgangspunten): Hoogwaardige woon- en leefomgeving Vitale samenleving Robuust landschap Nuenen in Brainport Gezondheid is hierbij de verbindende factor. Dat klinkt misschien raar, maar dat is het niet. Onze leefomgeving heeft namelijk veel invloed op de gezondheid. Denk aan de luchtkwaliteit of geluidsoverlast, maar ook aan de mogelijkheid om te sporten en elkaar te ontmoeten.

Locatie Rullen 15:

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

48

De locatie is gelegen in het ‘lichtgroen hart’.

Door de sanering van de intensieve veehouderij, de versterking van het kleinschalige landschap, het realiseren van de Ecologische verbindingszone, het versterken van het grondgebonden landbouwbedrijf met nevenfuncties draagt in grote mate bij aan de hoogwaardige woonomgeving. 3.4.2 Structuurvisie gemeente Nuenen, wijziging 2020 Op 26 maart 2020 is heeft de gemeenteraad van Nuenen de gewijzigde Structuurvisie vast gesteld. In de Structuurvisie Nuenen formuleert de gemeente haar ruimtelijke beleidsdoelen en geeft zij inzicht in de wijze waarop zij deze doelen tot uitvoering wil brengen. De gemeentelijke Structuurvisie vervult daarmee verschillende functies:

Figuur 7: Ruimtelijke structuur – Structuurvisie Nuenen

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

49

Integrale visievorming voor de lange termijn ▪ Bijeenbrengen en afwegen van belangen (inhoudelijk en procesmatig) ▪ Toetsings- en -inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen: - ‘bottum up’ voor regionale en provinciale planvorming - ‘top down’ voor ruimtelijke initiatieven ▪ Basis voor uitwerking: - In sectoraal beleid - Juridische-planologische kaders (zoals bestemmingsplannen onderbouwingen) ▪ Basis voor uitvoering: - Stellen locatie-eisen - Verhalen bovenplanse kosten - Vestigen voorkeursrecht

en

ruimtelijke

Uit bovenstaand figuur valt op te maken dat Rullen 15 gevestigd is in een kleinschalig landschap. Dit landschap kenmerkt zich als een samenhangend gebied bestaande uit een mozaïek van meerdere landschapstypen op een relatief klein oppervlak. Hier wordt ingezet op het behouden en versterken oude bollen en open akkers. Daarnaast wordt recreatief medegebruik gestimuleerd en wordt ingezet op het aanplanten van kleine landschapselementen als erfbeplanting, singels en akkerranden. Voorgenomen ontwikkelingen aan de Rullen 15 houden in planologisch te borgen dat het bouwvlak wordt verkleind naar 1,92 hectare en het NIET kunnen houden van intensieve veehouderij dieren. De omvang van bedrijfsgebouwen wordt terug gebracht van 8.555,0 m2 en de bouwvergunning van de niet gerealiseerde stal 7 (5.576,0 m2) wordt ingetrokken (totaal 14.131 m²), naar 7.039 m2. Per saldo een afname van de feitelijke en planologische oppervlakte bedrijfsgebouwen een afname van 50%. Het kleinschalige landschap wordt niet verder aangetast. Het bewerkstelligen van een educatieruimte in combinatie een strostal voor 79 runderen (weidevee), draagt de locatie in de beoogde situatie bij aan recreatief medegebruik. Ten slotte zullen er fruitbomen dierenweide worden ingepast, wat wederom aansluit bij de uitgangspunten van de Structuurvisie.

Conclusie Op basis van de Structuurvisie van de gemeente Nuenen kan geconcludeerd worden dat de beoogde herontwikkeling en het saneren van de varkenshouderij past binnen de visie van de gemeente zoals ze die de komende jaren willen volgen. 3.4.3 Intergemeentelijke Structuurvisie ‘Rijk van Dommel en Aa’ Het Rijk van Dommel en Aa tussen Eindhoven en Helmond is een prachtig landelijk gebied, met waardevolle groene- en waterstructuren die voor het woonklimaat in de regio van groot belang zijn. Dit gebied staat door de verstedelijking onder druk. Het groenblauwe karakter van dit gebied moet worden versterkt, waardoor het beter gaat functioneren als uitloopgebied voor de stedelijke agglomeratie. Daarom is een intergemeentelijke structuurvisie ontwikkeld, waarmee het Wensbeeld voor dit gebied beleidsmatig verankerd wordt en daadwerkelijk tot uitvoer kan worden gebracht. Identiteit: Een dragende identiteit is van belang voor Brainport en Rijk van Dommel en Aa. De voornaamste cultuurdragers c.q. iconen waar de huidige identiteit aan wordt ontleend zijn:

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

50

• De beekdalen, waaronder de Dommel/Kleine Dommel en de Goorloop/Aa. • Het interessante mozaïek van natuur- en cultuurlandschappen. • De kleinschalige kernenstructuur, het dorps- of landelijk wonen en de diversiteit van het landschap. • De verschillende dorpskernen in de omgeving met hun sfeer en recreatieve mogelijkheden. • De cultuurhistorische elementen zoals de watermolens, kerktorens, kastelen en langgevelboerderijen die de groene beleving versterken. • Het nalatenschap van Vincent van Gogh. In Nuenen schilderde hij één van zijn beroemde werken, ‘De Aardappeleters’. • De korte afstand tot de steden. De Brainport met zijn hoogwaardige werkgelegenheid en vele voorzieningen is om de hoek. De locatie Rullen 15 is gelegen in het landelijk gebied

Figuur: Intergemeentelijke structuurvisie ‘Rijk van Dommel en Aa

Visie op landelijk gebied: - Het agrarisch cultuurlandschap in stand houden dan wel herstellen; - De landbouw omvormen (o.a. verbrede landbouw, stadslandbouw); - Stimuleren van multifunctioneel gebruik (bestaand gebruik, mogelijkheden in vrijkomende agrarische bebouwing); - Aanleg van ecologische en recreatieve verbindingen. Locatie Rullen 15: De herontwikkeling van de locatie Rullen 15 draagt bij aan het herstellen en in stand houden van het agrarisch cultuurlandschap. Daarnaast wordt het multifunctioneel gebruik van de bestaande locatie verbreed. Als laatste wordt een forse bijdrage geleverd aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en realisatie van ecologische verbindingen.

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

51

3.4.4. Bestemmingsplan Buitengebied Voor de inrichting aan Rullen 15 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Nuenen’, zoals dat op 1 november 2018 is vastgesteld van toepassing voor wat betreft het bestemmingsvlak en de van toepassing zijnde bestemmingen. Voor wat betreft de planregels gelden de planregels, zoals deze zijn opgenomen in het ‘Buitengebied Nuenen’. De verbeelding en de specifieke bestemming voor de locatie, ziet er als volgt uit:

Figuur 9: Bestemmingsplan ‘Buitengebied Nuenen’ (1-11-2018)

Voor de bestaande situatie is er sprake van de enkelbestemming ‘Agrarisch – Groenblauwe mantel’ met een bouwvlak van 2,4 hectare. Ter plaatse van het plangebied zijn meerdere dubbelbestemmingen van toepassing, zijde: -

Waarde – Archeologie 2 archeologische waarde; Waarde – Archeologie 3b hoge verwachtingen met esdek; Waarde – Archeologie 5 lage verwachtingen; Waarde – Cultuurhistorie historische verkaveling; Waarde – Cultuurhistorie akkerbouwcomplex; Waarde – Aardkundige waarden

Daarnaast geldt de functieaanduiding van ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’. Verder zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – boringsvrije zone’, ‘overige zone - ecologische verbindingszone’ en ‘overige zone – schuilstallen’ van toepassing. Om te waarborgen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt er m.b.t. tot het bestemmingsplan getoetst aan relevante artikelen, waar hier nader op wordt ingegaan. In het bestemmingsplan Buitengebied, Artikel 4, is in art. 4.5.4 een binnenplanse afwijking opgenomen om één van de genoemde nevenfuncties bij een agrarisch bedrijf onder voorwaarden toe te staan.

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

52

Uit het principebesluit van de gemeente Nuenen is gebleken dat ze welwillend staan tegenover het toestaan van de meerder nevenfuncties naast het akkerbouwbedrijf, mits dit via een bestemmingsplanprocedure(herziening) gefaciliteerd kan worden én de bestemmingsregels dit toestaan. 4.5.4 Afwijking nevenfunctie (binnenplans) Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 om nevenfuncties bij het agrarisch bedrijf toe te staan, met dien verstande dat: a. de nevenfunctie zich richt op één van de volgende activiteiten; 1. alternatieve voedselproductie; 2. duurzame energieproductie in de vorm van zon-, wind- en/of biomassaenergie, uitgezonderd mestbewerking voor derden; 3. vrijetijdsbesteding; 4. bedrijfsactiviteiten uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 5. zorg; In onderhavige situatie wil de initiatiefnemer zich richten tot meerdere nevenfuncties. Ad.1 alternatieve voedselproductie; Teelt van eiwitgewassen en kantoor Heihoef vleesconcept Ad.2 duurzame energieproductie in de vorm van zon-, wind- en/of biomassaenergie, uitgezonderd mestbewerking voor derden; Zonnepark binnen het bouwvlak Ad. 3 vrijetijdsbesteding; Educatieruimte Ad. 4 bedrijfsactiviteiten uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; Unit-verhuur aan bedrijven en particulieren voor uitsluitend opslag Ad. 5 zorg; n.v.t.

b. de wijziging milieu hygiënisch inpasbaar is; Uit paragraaf 5.3 en 5.5 blijkt dat de beoogde herontwikkelingen milieu hygiënisch inpasbaar zijn en de belangen van de omliggende bedrijven niet geschaad zullen worden met het realiseren van de plannen. c. bebouwing behorende bij de nevenfunctie dient binnen het bouwvlak van het agrarisch bedrijf gesitueerd te zijn; De volledige bebouwing zal binnen het huidige bouwvlak worden gesitueerd, bijlage 1.

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

53

d. horeca uitsluitend is toegestaan voor zover ondergeschikt aan en ten dienste van de functies als genoemd onder a; De educatieruimte zal een ondergeschikte activiteit zijn aan de hoofdfuncties van de akker- en landbouwonderneming. e. voor het gebruik van gronden buiten het bouwvlak ten behoeve van nevenfuncties door middel van een inrichtingsplan aangetoond dient te worden dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing conform de richtlijnen uit het Landschapsontwikkelingsplan de Peel waarbij tevens de waarden zoals genoemd in lid onder c niet onevenredig worden aangetast. Het zonnepark (buiten het bouwvlak) direct grenzend aan en omsloten door het bestaande bouwvlak is landschappelijk ingepast.

Conclusie: Op basis van de bestemmingsplanregels 4.5.4 kan geconcludeerd worden dat het realiseren van de beoogde ontwikkelingen past binnen de kaders van het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen.

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

54

4

Ruimtelijke aspecten

4.1

Stedenbouwkundige inpassing

De huidige inrichting aan Rullen 15 zal in de beoogde situatie flinke veranderingen door maken. Door het saneren van de varkenshouderij wordt een groot deel van de bestaande bebouwing volledig geamoveerd. Door het intreden van meerdere hoofd- en nevenfuncties wordt er echter wel een aanzienlijk nieuw oppervlak aan bebouwing gerealiseerd (bijlage 1). Betreft de afmetingen van de nieuwe bebouwing wordt er verwezen naar bijlage 1. Ondanks dat de afmetingen expliciet zijn uitgewerkt, is er nog geen concreet beeld van het uiteindelijke aanzicht van de bebouwing. Feit is wel dat de initiatiefnemer zo goed mogelijk zal aansluiten bij het aanzicht van de aanwezig bebouwing, zodat het als één geheel op elkaar aansluit. Ten slotte zijn de algemene bouwregels, t.b.v. van de te realiseren bedrijfsbebouwing, opgenomen in de bijgevoegde planregels.

4.2

Verkeer en Parkeren

4.2.1 Verkeer Het voormalig varkensbedrijf is gesloopt. De locatie wordt passend herbestemd naar een landbouwbedrijf (akkerbouwbedrijf + rundveebedrijf) met een aantal nevenactiviteiten. Ten opzichte van het varkensbedrijf wijzigt het aantal en soort verkeersbewegingen. Bron voor de weergave van verkeersbewegingen: - Varkenshouderij: akoestisch onderzoek 218-GR-15-il, tabel 4.2 - Herbestemming: akoestisch onderzoek 221-NRu15-il-v6, tabel 4.2/4.3 Referentie, voormalig varkensbedrijf Bron

Geluidbron

A

Vrachtwagen-vee

B

Vrachtwagen-voer

C

Vrachtwagen-voer

D

Vrachtwagen-mest

E

Vrachtwagen-etc

F

Loader

Bedrijfsduur / verkeerbewegingen dagperiode avondperiode nachtperiode 3 stuks 6 bewegingen 1 stuks 2 bewegingen 2 stuks 4 bewegingen 4 stuks 8 bewegingen 2 stuks 4 bewegingen 1 stuks 2 bewegingen

-

-

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

55

G

Personenauto

H

Vrachtwagen-mest

I

Tractor

Totaal Vrachtwagens Personen Loader Tractor Totaal

5 stuks 10 bewegingen 12 stuks 24 bewegingen 12 stuks 12 bewegingen

2 stuks 4 bewegingen 6 stuks 12 bewegingen

5 stuks 10 bewegingen 2 stuks 4 bewegingen

24 stuks / etmaal 12 stuks / etmaal 1 stuks / etmaal 12 stuks / etmaal 49 stuks verkeer / vervoersmiddelen per etmaal

Beoogde situatie Bron

*Incidenteel

Geluidbron

Tractor, inschuren (3 a 4 hectare/dag) of Vrachtwagen, uitschuren Loader, in- / uitschuren Vrachtwagenladen/lossen-units Vrachtwagenladen / lossen -Mest rundvee of -Stro Tractor akkerbouw Personenauto’s Heihoef / Educatie Personenauto’s landbouwbedrijf Personenauto’s units Personenauto’s Detailhandel Tractor-voeren

Bedrijfsduur / verkeerbewegingen dagperiode avondperiode nachtperiode 10 stuks 20bewegingen

Incidenteel

-

3 stuks 6 bewegingen Interne verkeersbeweging 5 stuks 10bewegingen 2 stuks 4 bewegingen

5 stuks 10 bewegingen 40 stuks

Incidenteel

4 stuks 8 bewegingen 10 stuks 20bewegingen 10 stuks

Incidenteel incidenteel 8 stuks

2 stuks 4 bewegingen

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

56

*incidenteel

Tractor-inkuilen Mais of gras(balen)

Totaal Vrachtwagens Personen Loader Tractor * Totaal

10 stuks 20bewegingen 10 stuks / etmaal 62 stuks / etmaal interne bewegingen 7 stuks / etmaal 79 stuks verkeer/vervoersmiddelen per etmaal

* Inkuilen mais / gras of rooien aardappelen of oogsten van mais-graan nooit in het zelfde etmaal / week De conclusie is dat het aantal verkeersbewegingen per etmaal wijzigt. Het aantal vrachtwagen bewegingen halveert en daar tegenover neemt aantal verkeersbewegingen van personenauto’s en bedrijfswagens toe.

5.2.1 Parkeren Als gevolg van het beoogd plan zal ontsluiting van en naar het plangebied niet wijzigen. Het parkeren wordt voorzien op eigen terrein. Op basis van het parkeerbeleid van de gemeente of de kencijfers van CROW kan berekend worden hoeveel parkeerplaatsen er benodigd zijn. Vervolgens moet aangetoond worden dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is óf juist extra gerealiseerd moet worden. De gemeente Nuenen heeft geen parkeernormen vastgesteld waarbij aangesloten kan worden. Om deze reden wordt er aangesloten bij de parkeernormen van CROW die in de publicatie ASVV 2012 zijn vastgelegd. De kencijfers van het CROW zijn algemeen erkend. Het zijn geen normen, maar richtlijnen. Zie hieronder een overzicht van de parkeernormen die van toepassing zijn voor de planlocatie: Tabel 1: Parkeernormen CROW - werken

Werk (per 100 m2 Per bvo) Kantoor (zonder 100 m2 baliefunctie) Arbeidsextensief/ 100 m2 bezoekers extensief (loods, opslag)

Binnen bebouwde Buiten bebouwde Aandeel bezoekers* kom kom 2,8 2,8 5% 1,3

1,3

5%

*aandeel bezoekers is al meegenomen in de parkeernormen

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

57

Volgens de CROW richtlijnen zal er op basis van het bedrijfsvloer oppervlak(bvo) een x-aantal parkeervakken aangelegd moeten worden. Het realiseren van parkeervoorzieningen gerelateerd aan de oppervlakte akkerbouwloodsen en rundveestal is niet realistisch. Het akkerbouw- / rundveebedrijf wordt geëxploiteerd door 2 personen en in het voor-/najaar met in totaal 5 mensen (2 bij de loods, inschuren / 1 oogstmachine / 2 tractor). Verder zijn de parkeervoorzieningen gericht op de nevenactiviteiten. Berekening parkeervakken: Landbouwbedrijf Omvang kantoor Per eenheid : Norm Aantal parkeervakken Omvang statische opslag Per eenheid Norm Aantal parkeervakken Omvang Educatie, Productontwikkeling Per eenheid Norm Aantal parkeervakken

5P 300 m2 100 m2 / --------------2,8 * --------------8P 2.251,5 m2 100 m2 / --------------0,4 * --------------9P 183 m2 100 m2 / ---------------2,8 * ---------------5P

Norm

103 m2 100 m2 / ---------------2,8 *

Aantal parkeervakken

---------------3P

Totaal aantal parkeervakken

30

Omvang detailhandel rund-/ varkensvlees Per eenheid

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

58

Volgens de parkeernormen van de CROW zou er op de Rullen 15 plaats moeten worden gemaakt voor een enorm aantal parkeervakken. Dit aantal wordt voornamelijk veroorzaakt door de grootte van de oppervlakte loodsen ‘akkerbouw loods’, ‘Rundveestal’, ‘opslag unit-verhuur’. Zoals eerder vermeld zijn de CROW kencijfers geen normen, maar richtlijnen. De kans dat er ook werkelijk enorm veel personen tegelijk op de Rullen 15 zullen zijn, is niet realistisch en dus onnodig om zeer veel parkeervakken te voorzien. In de huidige situatie zijn reeds 35 parkeervakken aanwezig. De verwachting is dat de huidige 30 parkeervakken (bijlage 1) voldoende zijn om de bezoekers in de beoogde situatie van een parkeergelegenheid te voorzien. Verder wordt er in de planregels geborgd dat binnen het plan een totaal van 35 parkeerplaatsen aanwezig is.

4.5 Voorzieningen en verzorgingsstructuur Binnen het plangebied zijn geen voorzieningen aanwezig. Het plangebied is qua voorzieningen en verzorgingsstructuur gericht op de kern Nuenen. De kern van Nuenen beschikt over een uitgebreid voorzieningenniveau. Het herontwikkelen van de planlocatie heeft geen gevolgen voor deze voorzieningen- en verzorgingsstructuur.

4.3

Landschapsinvesteringsregeling gemeente Nuenen

4.3.1 Beoordeling Lir Als In de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant zijn regels vastgelegd die de belangen van de provincie bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten beschermen. Met deze regels moet bij de opstelling van bestemmingsplannen rekening worden gehouden. In artikel 3.2. van de Verordening Ruimte wordt verplicht gesteld dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied bij moeten dragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Deze zogenaamde landschapsinvesteringsregeling (LIR) is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden verleend. De verplichting om te kwaliteit te verbeteren komt bovenop de ‘basis’-verplichting om de zorgen voor de (handhaving) van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, zoals is opgenomen in artikel 3.1 van de Verordening Ruimte. Afhankelijk van de impact wordt bepaald hoe invulling wordt gegeven aan artikel 3.8 en 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn drie categorieën te onderscheiden. Hierin zijn drie categorieën te onderscheiden: • Cat. 1: ruimtelijke ontwikkelingen die geen extra kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. • Cat.

2: ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vorm gegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. • Cat. 3: ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basis inspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s(op basis van forfaitaire bedragen). Aangezien de voorgenomen ontwikkeling aan de Rullen 15 relatief een grote invloed op de omgeving heeft, vallen de plannen volgens de landschapsinvesteringsregeling gemeente Nuenen onder categorie 3. Het gaat om ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering van het landschap genormeerd wordt. De minimale investeringsverplichting betreft in elk geval het voorzien in een goede landschappelijke inpassing (zoals de ontwikkelingen die zijn opgenomen in categorie 2). Afhankelijk van de hoogte van de basisinspanning, die op basis van normen wordt vastgesteld, zal in een aantal gevallen nog een aanvullende investering nodig zijn. Dit betreft veelal

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

59

ontwikkelingen die wel ruimtelijk inpasbaar zijn maar die een beduidende invloed hebben op de omgeving. Daarbij gaat het om ontwikkelingen waarbij vergroting van de vigerende bouwmassa/oppervlakte, vergroting van het vigerende bestemmingsvlak en/of bestemmingswijziging aan de orde is. De volledige varkenshouderij is gesaneerd en er zijn meerdere hoofd- en nevenactiviteiten gerealiseerd. Om deze reden is er een landschapsinvesteringsberekening (Lir) uitgevoerd en wordt het plan gecompenseerd in een goede landschappelijke inpassing (zie onderstaand). Vanuit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant geldt er een verplichte kwaliteitsberekening. De minimale investeringsverplichting betreft in elk geval de voorziening in een goede landschappelijke inpassing (zoals de ontwikkelingen die zijn opgenomen in categorie 3). Bij het realiseren van deze inpassing wordt er op gemeentelijke niveau prioriteit gegeven aan het versterken van een tweetal natuurdoelen: 1. Door de nabije aanwezigheid van een ecologische verbindingszone(figuur 10) zal deze in de beoogde situatie d.m.v. een houtsingel dan wel bosplantsoen, (bijlage 2) worden versterkt. Op deze manier blijft de grond behouden voor ecologische doeleinden en zullen de groene structuren rondom het plangebied worden versterkt. 2.

De lange zijde aan de noordkant van het bouwvlak zal tevens worden voorzien van een houtsingel(bosplantsoen). Zodat het stedenbouwkundig aanzicht zo veel mogelijk wordt verborgen achter een 5 meter brede houtsingel.

Figuur 10a: Gebiedsaanduiding; overige zone - ecologische verbindingszone

In veel gevallen is het in Nederland niet mogelijk om aaneengesloten gebieden te vormen met een voldoende groot oppervlak voor een duurzame populatie. De oplossing is dan gebieden onderling te verbinden zodat er een netwerk ontstaat. Uitsterven in een natuurgebied kan dan worden hersteld of voorkomen door nieuwe vestigingen vanuit andere gebieden. Het verbinden van gebieden kan verwezenlijkt worden door de realisatie van een ecologische verbindingszone. Uit bovenstaand figuur blijkt dat er in het huidige bestemmingsplan reeds een ecologische verbindingszone aanwezig is. Zoals hierboven is beschreven zal de beoogde kwaliteitsverbetering worden gebruikt om de ecologische verbindingszone te versterken. Uit bronnenonderzoek van het ecologisch onderzoek(bijlage 9) is gebleken dat op een afstand van 1 tot 5 kilometer de steenmarter, wezel, bunzing en das mogelijk voorkomen in het plangebied. Deze diersoorten zoeken graag dekking in bijvoorbeeld bosschages, houtstapels, heggen en/of oude

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

60

schuurtjes. Daarnaast zijn ze vaak te vinden in kleinschalige weide- of akkerlandschappen bij bosranden of houtwallen met voldoende dekking, voedselaanbod en weinig verstoring. Bij de aanleg van het bosplantsoen zal hiermee rekening worden gehouden. Vanuit het beleidsplan ‘ecologische verbindingszones’ van de provincie Noord-Brabant wordt er onderscheid gemaakt in zogenaamde ‘natte’ EVZ’s en ‘droge’ EVZ’s, voor onderhavig plan betreft het een droge EVZ. Het betreft bij dit onderscheid geen ecologisch verschil of een specifiek voorgeschreven inrichting, maar slechts een beleidsmatig verschil. De zogenaamde droge EVZ’s zijn niet opgenomen in het provinciale Waterhuishoudingsplan. Deze EVZ’s zijn alleen opgenomen in de Verordening Ruimte. Diverse EVZ’s kennen een gemiddelde breedte van 10 meter (zowel natte als droge EVZ’s). Afhankelijk van de doelsoort en de omgeving zou een dergelijke smalle EVZ wel degelijk kunnen functioneren als verbindende schakel tussen natuurkerngebieden. Uit bijlage 2 blijkt dat betreffende inpassing een breedte van 10 meter kent, met een bijbehorende lengte van 200 meter. Zodat het op deze manier dient als verbinding tussen de twee aanwezige natuurbestemmingen (zie figuur 10). De oppervlakte zal hierdoor dienen als schakel tussen de twee natuurgebieden, waardoor het voor bovengenoemde diersoorten makkelijker wordt om van leefgebied te veranderen.

Daarnaast zal er zowel aan de onder- als bovenzijde van het bouwvlak bosplantsoenen aangeplant en/of doorgetrokken worden. Deze singels hebben een breedte van 5 meter en ca. 160 meter aan lengte, die voornamelijk zal dienen om het stedenbouwkundig aanzicht zo veel mogelijk te beperken achter deze inpassing. Ten slotte zal de ruimtelijke kwaliteit rondom het plangebied door het inpassen van ‘fruitbomen dierenweide’ verder verbeterd worden. Het betreft een tweetal weiden met een gezamenlijke oppervlakte van 1.591 m2 die aan de voorzijde van het bouwvlak gerealiseerd worden, op deze manier worden de beoogde ontwikkelingen passend in het straatbeeld opgenomen. De ontwikkeling zal de omliggende natuur dus niet aantasten, maar de ruimtelijke kwaliteit in deze versterken. Conclusie: Gezien het feit dat de beoogde ontwikkelingen onder een categorie 3 ontwikkeling vallen, dient het plan van flinke kwaliteitsverbetering te worden voorzien door het inpassen van landschapselementen. Door het aanleggen van meerdere bosplantsoenen én fruitbomen dierenweiden worden de beoogde ontwikkelingen passend ingepast en zal het geheel aansluiten op de aanwezige ecologische waarden van de omgeving. Het landschapsplan is als bijlage toegevoegd. Figuur 10b: Landschapsplan

Cultuurhistorische route Donker groen Uitbreiding Houtsingel 1.172 m²

Houtsingel 168 x 5 mtr

Bomenrij Houtsingel 168 x 5 mtr

EVZ inrichten 200 x 30 mtr

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

Houtsingel 235 x 5 mtr

61

LIR-berekening Berekening Landschapsinvesteringsregeling Huidige waarde Omvang totale plangebied

24.000 m2

Omvang bestemming ‘Agrarisch’ bouwvlak (met bedrijfswoning) Waarde eerste 1.000 m2 voor bedrijfswoning = €75,x 1.000m2 Waarde per m2 bouwblok voor agrarisch = €20,x 23.000 m2 Bestaande waarde totaal

€ 75.000,€460.000,€535.000,-

Nieuwe waarde 24.000 m2

Omvang totale plangebied Omvang bestemming ‘Bedrijf’ (met woning) Waarde eerste 1.000 m2 voor bedrijfswoning Waarde per m2 bouwblok voor agrarisch

x 1.000 m2 x 15361,5 m2

= €75,= €20,-

Waarde per m2 bouwblok voor nevenactiviteit Bedrijf >800 m2 bedrijfsgebouw milieu cat.2 = €110,-

€ 75.000,€307.230,-

x 2.838,5 m2 ** €312.235,-

** 2.838,5 m²bedrijfsgebouwen nevenactiviteit 1. Opslag unit-verhuur

2.251,5 m² herbouw

2. Educatieruimte

76,0 m² bestaand

3. Detailhandel rund-/varkensvlees

103,0 m² bestaand

3. Kantoor ‘Akkerbouw Schepers – Heihoef Farming’

300,0 m² herbouw

4. Productontwikkeling Akkerbouw - Heihoef-farming

108,0 m² nieuwbouw

Omvang ‘Agrarisch onbebouwd’ ca. (t.b.v. tijdelijke vergunning zonneweide) Waarde per m2 agrarisch ‘los land’

= €6,-

x 4.800 m2

€ 28.800,-

(tijdelijke vergunning zonneweide)

Nieuwe waarde totaal

€723.265,-

Waardestijging Bijdrage ruimtelijke kwaliteit (basisinspanning van 20%)

€188.265,€ 37.653,-

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

62

De invulling van de kwaliteitsverbetering Rullen 15, Nuenen Uitbreiding - Landschappelijke inpassing ‘singel’, bestemming Groen = landschapselement Waarde uitbreiding landschapselementen ’Elings’ = €2,95 x 1172 m² € 3.457,Onderhoud 2.855 m² singel langs het bouwblok (6 jaar) = €0,21 x 2.855 m² € 3.597,-

- Landschappelijke inpassing EVZ, bestemming Natuur Waarde 5.000 m² EVZ (25 * 200) links van het bouwblok = €3,65 x 5000 m² Onderhoud 5.000 m² EVZ (6 jaar) = €0,27 x 5000 m² -

Afwaardering ‘Agrarisch’ naar ‘natuur’ ( €6,00 - €2,60) x 5.000 m²

Totale bijdrage Landschappelijke inpassing/kwaliteitsverbetering: Vereiste bijdrage ruimtelijke kwaliteit: Positief verschil:

€18.250,€ 8.100,€17.000,€50.404,€37.653,€12.751,-

Conclusie De ontwikkeling draagt in voldoende mate bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

4.3.2 Versterking ‘kleinschalig landschap’ De herontwikkeling van de locatie Rullen 15 draagt bij aan de versterking van cultuurhistorische kenmerken en het oorspronkelijk kleinschalig landschap en draagt hiermee extra bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het terug brengen en versterken van deze cultuurhistorische en landschappelijke waarden wordt geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels op te nemen zodat de aanleg en behoud van deze kenmerken op basis van het landschapsplan behouden blijft.

Figuur 10c: Cultuurhistorische kenmerken ‘kleinschalig landschap’

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

63

Deze cultuurhistorische kenmerken in het kleinschalig landschap zijn opgenomen in het landschappsplan.

Figuur 10d: Landschapsplan met behoud / versterking van Cultuurhistorische kenmerken ‘kleinschalig landschap’

R & S ADVIES TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 15’, VERSIE 26 APRIL 2024

64

4.5 Archeologie 4.5.1 Wet op de archeologische monumentenzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied. 4.5.2

Beleidsnota Ergoed

Algemeen. Het bestaande archeologiebeleid is per 12 oktober 2023 vervangen door de Beleidsnota Erfgoed. De gemeente Nuenen formuleert in de Erfgoednota Bouwstenen voor de toekomst haar erfgoedbeleid voor de komende zes jaar (2023-2029). Deze nota gaat hoofdzakelijk over het onroerend materieel erfgoed: de gebouwde monumenten, het archeologische erfgoed en het historisch cultuurlandschap. Het gaat om rijks- en gemeentelijke monumenten, boerderijen, kerken, beschermd dorpsgezicht, cultuurhistorische complexen/vlakken, archeologische monumenten, kloosters en molens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14541217/1