CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-202937.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

0.10 Mutaties reserves programma 5

941

1.016

175

175

175

175

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

277

217

110

110

110

110

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

0

54

0

0

0

0

Lasten

7.5 Begraafplaatsen

145

260

361

361

360

360

8.1 Ruimte en leefomgeving

2.153

1.691

1.874

1.822

1.745

1.745

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

8.017

6.372

29.145

4.875

4.955

5.020

8.3 Wonen en bouwen

2.131

1.404

1.261

1.341

1.730

1.724

Totaal Lasten

13.664

11.013

32.926

8.685

9.076

9.135

0.10 Mutaties reserves programma 5

412

1.061

222

218

146

146

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

99

182

182

182

182

182

7.5 Begraafplaatsen

242

280

280

280

280

280

8.1 Ruimte en leefomgeving

697

0

0

0

0

0

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

8.369

6.547

29.320

5.050

5.130

5.195

8.3 Wonen en bouwen

1.058

774

799

799

799

799

Totaal Baten

10.877

8.844

30.802

6.529

6.536

6.602

Saldo (baten -/lasten)

-2.787

-2.169

-2.124

-2.156

-2.539

-2.533

Baten

Voorgestelde aanpassingen Onderstaand de voorgestelde budgetaanpassingen van dit programma. Bedragen zijn in € waarbij negatieve bedragen een nadeel zijn en positieve bedragen een voordeel. 5. Wonen & Leefomgeving

2026

2027

2028

2029

Autonome ontwikkelingen 1. Actualisatie kapitaallasten Bosweg (2027)

0

346.000

0

0

2. Kleine wijzigingen en indexering ten laste van stelpost inflatie

-20.454

-20.454

-20.454

-20.454

Totaal programma 5

-20.454

325.546

-20.454

-20.454

Toelichtingen Autonome ontwikkelingen 1. Actualisatie kapitaallasten Bosweg (Kadernota 2026) Oplevering verwacht in 2027, afschrijving start pas in 2028; in de begroting 2025-2028 waren we uitgegaan van start vanaf 2027.

43

2. Kleine wijzigingen en indexering ten laste van stelpost inflatie Verloopt budgettair neutraal, zie ook programma 8.

44

Programma 6. Ruimtelijk beheer, Milieu & Verkeer Portefeuillehouder(s) S. Löwik en P. Kok

Wat willen we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect

Doelstellingen

Nuenen behouden en ontwikkelen als leefbare woongemeente waarbij geen afbreuk wordt gedaan of waarbij een bijdrage wordt geleverd aan onze kernkwaliteiten (groen, dorps, rustig en gezellig).

1. Hogere kwaliteit van de groene woonomgeving

2. Hogere kwaliteit van onze natuurwaarden 3. Minder wateroverlast als gevolg van ernstige regenval op de plekken die daarvoor gevoelig zijn 4. Meer regenwater in het gebied bufferen onder meer om de grondwaterstand positief te beïnvloeden 5. Verkeersveiliger woon- en leefomgeving Robuuste en biodiverse groenstructuren

6. Meer ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten voor alle leeftijden 7. Betere bescherming van waardevolle groenstructuren 8. Meer biodiversiteit

Borgen van de bereikbaarheid

9. Meer middelen en capaciteit beschikbaar stellen om uitvoering te kunnen geven aan voorkeursvariant van de Bundelroutes

Bevorderen van een gezonde leefomgeving

10. Betere luchtkwaliteit en minder geluidshinder

Bewustwording van hergebruik van spullen

11. Meer stimuleren van afval scheiden en hergebruik

45

Relevante beleidsnota's in dit programma Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Beleidsplan Openbare verlichting 2018-2027

2018 2027

juli 2017

eind 2027

Beheerplan Wegen 2022-2026

2022 2026

maart 2021

2026

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023

2019 2023

december 2018

2026

Subsidieverordening afkoppelen hemelwater

2021 e.v.

november 2024

onbepaald

Verordening Ondergrondse Infrastructuur

2015 e.v.

februari 2015

onbepaald

Beleidsplan Spelen en bewegen

2017 2020

juli 2017

onbepaald

Groenbeheerplan

2020 2026

december 2019

2027

Bomenbeleidsplan

2017 2031

februari 2017

2031

Groenstructuurplan

2011 2020

november 2010

onbepaald

Beheerplan gemeentebossen

2023 2028

mei 2017 (vastgesteld door 2028 het college)

Biodiversiteitsplan

-

-

2025

Mobiliteitsvisie Nuenen, uit te werken in beleidsmodules

2018 e.v.

december 2017

onbepaald

Beleidsmodules per vervoerswijze (uitwerking Mobiliteitsvisie) 2019 e.v.

december 2019

onbepaald

Businesscase 2024 - 2028 Blink

2024-2028 begin 2024 (vastgesteld door AB Blink)

onbepaald

Afvalstoffenverordening Nuenen 2016

onbepaald maart 2016

onbepaald

Grondstoffenplan 2026 - 2030

2026 2030

-

eind 2026

Beheerplan Civiele kunstwerken

2025 2034

juli 2025 (vastgesteld door het college)

2034 (vaststelling door het college)

Nota bodembeheer en Nota bodembeheer PFAS

2021 e.v.

juli 2021

onbepaald

Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Metropoolregio Eindhoven

2022 e.v.

december 2021

onbepaald

Beleid grootschalige opwek zonne- en windenergie

2023

juni 2023

eind 2026

Voorkeursalternatief studie (verkeers)leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes Nuenen

2021

november 2021

onbepaald

Beheerplan speelvoorzieningen

2011-2020 januari 2011

2025

Wat gaan we daarvoor doen? Nuenen behouden en ontwikkelen als leefbare woongemeente waarbij geen afbreuk wordt gedaan of waarbij een bijdrage wordt geleverd aan onze kernkwaliteiten (groen, dorps, rustig en gezellig). 1. Hogere kwaliteit van de (groene) woonomgeving In 2026 starten we met het opstellen van een nieuw groenbeheerplan. Dit plan zorgt ervoor dat het openbaar groen in Nuenen duurzaam wordt onderhouden en in goede staat blijft. Daarbij streven we dat gebruik, beleving en ecologische waarde van het openbaar groen met elkaar in balans zijn. We gebruiken onze investeringsbudgetten voor de herinrichting en reconstructies van beplanting in wijken. Ook planten we gekapte bomen opnieuw aan, waarbij we zorgvuldig kiezen voor soorten die passen in de omgeving en bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving. Bij nieuwbouw- en herontwikkelingsprojecten zetten we in op variatie in plant- en bomensoorten en leggen we de nadruk op inheemse flora. 2. Hogere kwaliteit van onze natuurwaarden In het projectgebied van Dommeldal uit de Verf ronden we in 2026 het hydrologisch onderzoek af zodat gewerkt kan gaan worden aan inrichtingsplannen voor het Natuur Netwerk Brabant. Als eerste komt het gebied ten zuiden van Eeneind en het Dommelpark aan de beurt.

46

De ecologische verbindingszone Beekse Loop Zuid (ten noorden van Wilhelminakanaal) gaan we in samenwerking met Waterschap de Dommel inrichten. In 2026 bekijken we wat de bijdrage van Nuenen kan zijn voor het focusprogramma Brabant Behaagt van het Van Gogh Nationaal Park na het afronden van de pilotgebieden in Best en Oirschot. De doelstelling is om het landelijk gebied te versterken met hagen. 3. Minder wateroverlast als gevolg van ernstige regenval op de plekken die daarvoor gevoelig zijn In 2026/2027 leggen we in de Brabantring een hemelwaterleiding aan. Deze is enerzijds bedoeld voor de opvang van hemelwater van de Brabantring. Belangrijker is echter dat we hiermee een verbinding kunnen leggen naar de wijk Heikampen. In het project nemen we ook het gedeelte van Heikampen mee, dat op basis van de klimaatstresstesten het grootste risico heeft op wateroverlast. Verder pakken we in 2026 de overlast aan die veroorzaakt wordt vanuit het vuilwaterstelsel Eeneind. Daarmee verkleinen we risico's op overlast bij diverse bedrijven op het industrieterrein. 4. Meer regenwater in het gebied bufferen onder meer om grondwaterstand positief te beïnvloeden De mogelijkheden voor subsidie op het afkoppelen van verhard oppervlak blijven bestaan. Met diverse acties blijven we de bekendheid van de subsidie vergroten. Verder leggen we naast de Collseweg een hemelwaterbuffer aan.

Deze is enerzijds bedoeld om wateroverlast op de Collseweg te verminderen. Anderzijds kan het water vanuit de hemelwaterbuffer deels in de grond infiltreren. 5. Verkeersveiliger woon- en leefomgeving De aanpak van verkeersveiligheid krijgt op verschillende manieren aandacht. Duurzaam Veilig is het leidende principe bij alle projecten, bij de inrichting van de openbare ruimte en het gebruik daarvan. Om de inzet van middelen beter toe te kunnen spitsen op daadwerkelijke knelpunten is in 2025 gestart met de actualisatie van het verkeersveiligheidsbeleid. De uitgevoerde analyse van de beschikbare data (ongevallen, intensiteiten, snelheden) geeft inzicht in de prioriteiten (voormalige top-16). De aanpak van de meest verkeersonveilige locaties (o.a. Europalaan/ Kapperdoesweg en de route door Gerwen) vergt investeringen waarin de begroting nu niet voorziet. In 2025-2026 worden eerst de benodigde investeringen en subsidiemogelijkheden (SPV) inzichtelijk gemaakt waarbij de raad in de gelegenheid gesteld wordt prioriteiten te stellen en middelen ter beschikking te stellen. Voor kleine maatregelen is jaarlijks budget aanwezig in de begroting. De reconstructie van de Brabantring staat gepland voor 2026/2027. Daarbij wordt ook de aanleg van de hemelwaterleiding meegenomen. We stellen in 2025/ 2026 parkeerbeleid op, om te beginnen voor het Nuenense centrum.

Ook in 2026 besteden we specifieke aandacht aan verkeersveiligheid rondom scholen.

Wat gaan we daarvoor doen? Robuuste en biodiverse groenstructuren 6. Meer ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten voor alle leeftijden We continueren de uitvoering van het beleidsplan Spelen en Bewegen. In 2025 zijn we gestart met de wijk Refelingse Erven en omgeving. Naar verwachting is deze wijk medio 2026 gereed. Hierna wordt het tweede deel van Nuenen-Oost opgepakt. 7. Betere bescherming van waardevolle groenstructuren In 2026 zetten we in op het behoud en de bescherming van waardevolle groenstructuren in Nuenen. In de eerste helft van 2026 leveren we de geactualiseerde waardevolle bomenbestanden aan. Daarnaast zetten we belangrijke stappen om het cultuurhistorisch waardevolle groen in het landelijk gebied te beschermen. Dit doen we door deze groenstructuren op te nemen in het omgevingsprogramma voor het landelijk gebied, dat in 2026 van start gaat.

47

Ook het in stand houden van het bomenbestand blijft een belangrijk aandachtspunt. Bomen die het einde van hun levensduur bereiken, vervangen we door nieuwe bomen. Bij de herplant kijken we zorgvuldig naar locaties waar bomen duurzaam kunnen groeien en op langere termijn nog steeds beeldbepalend kunnen zijn. Daarnaast dienen de bomen een bijdrage te leveren aan klimaatadaptatie en de biodiversiteit. Deze werkzaamheden worden gefinancierd uit het bestaande budget voor kap en herplant van bomen. 8. Meer biodiversiteit In 2026 zetten we in op de uitvoering van het biodiversiteitsplan. Dit plan vormt de basis voor het herstellen, versterken en verbinden van de biodiversiteit in zowel stedelijk als landelijk gebied. Hierbij werken we aan de volgende ambities: 1. Het herstellen, versterken en verbinden van bestaande natuurgebieden. 2. Het creëren van een veerkrachtig ecosysteem in zowel stedelijk als landelijk gebied. 3. Het stimuleren van bewustwording onder inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en de gemeentelijke organisatie over het belang van biodiversiteit. 4. Werken aan biodiversiteit bij inrichting en beheer van de openbare ruimte, waarbij klimaatbestendigheid en ecologische veerkracht gebundeld worden. De uitvoering van het plan wordt geborgd in de omgevingsprogramma's die vanaf nu gerealiseerd worden.

Biodiversiteit wordt in deze programma's een vaste centrale pijler. Verder wordt in 2026 het kennisdocument Basiskwaliteit Natuur opgezet, waarin populaties worden bepaald die gemonitord gaan worden. We gaan werken aan het realiseren van ecologische verbindingszones in samenspraak met Waterschap de Dommel en het borgen van de biodiversiteit in nieuwbouw- en herontwikkelingsprojecten. Ook zetten we het overleg tussen natuurorganisaties en terreinbeherende organisaties voort om elkaar te informeren en stimuleren om te werken aan biodiversiteit.

Wat gaan we daarvoor doen? Borgen van de bereikbaarheid, behouden en waar mogelijk verbeteren van de leefbaarheid en verbeteren van de omgevingskwaliteit 9. Meer middelen en capaciteit beschikbaar stellen om uitvoering te kunnen geven aan de voorkeursvariant van de Bundelroutes Komende jaren wordt gewerkt aan het maatregelenpakket voor (verkeers)leefbaarheid en bereikbaarheid, de projecten VKA Bundelroutes waartoe de gemeenteraad in november 2021 heeft besloten. De begroting bevat de middelen die nodig zijn om de komende 4 tot 5 jaar de projecten voor te bereiden en te realiseren. In 2025 zijn we gestart met de voorbereiding van cluster Zuid. Dit betreft het verlagen van de snelheid van de Smits van Oyenlaan (bv door versmalling naar 2 x 1 rijstrook), een geluidwerende voorziening langs een deel van de A270 en het openstellen van de busbanen Geldropsedijk – N270. Het proces van participatie en ontwerp is gericht op een raadsvoorstel begin 2026 en realisatie van deze projecten in 2026 en 2027. De komende jaren worden ook de andere VKA-projecten (cluster Midden en Noord) opgepakt. Het betreft de aanpassingen van de Smits van Oyenlaan, een P+R/ dorpse hub bij Gerwen en de snelfietsroute Gemert – Eindhoven. Het totale maatregelenpakket zorgt ervoor dat de leefbaarheid (lucht en geluid) in de gemeente verbetert of voorkomt dat deze verslechtert.

Met het VKA wordt optimaal ingezet op het faciliteren van fietsgebruik en openbaar vervoer om zodoende de groei van autoverkeer te temperen.

48

Wat gaan we daarvoor doen? Bevorderen van een gezonde leefomgeving 10. Betere luchtkwaliteit en minder geluidshinder In 2026 (tot 2030) gaan we de deelname aan het regionaal meetnet voorzetten. Met het regionaal meetnet (ILM 3.0) wordt in de regio Zuidoost-Brabant de luchtkwaliteit gemeten. Het regionaal meetnet is zo ingericht dat een goed beeld ontstaat van de luchtkwaliteit in heel de regio ZuidoostBrabant. De kennis die wordt opgedaan, kan uiteindelijk leiden tot beleid voor een gezondere samenleving. Meetkasten (circa 50) meten ‘realtime’ stikstofdioxide en fijnstof. Onze bodemkwaliteitskaart gaan we in 2026 actualiseren. De bodemkwaliteitskaart moet namelijk iedere 5 jaar worden geactualiseerd op basis van nieuwe bodemonderzoeken. Als dat niet gebeurt, kan de bodemkwaliteitskaart niet meer als erkend bewijsmiddel gebruikt worden voor grondverzet, bepalen veiligheidsklassen, onderbouwing van historisch onderzoek etc. PFAS wordt ook in de geactualiseerde kaart meegenomen.

Wat gaan we daarvoor doen? Bewustwording van hergebruik van spullen. 11. Meer stimuleren van afvalscheiding en het hergebruik In de loop van 2026 nemen we u mee in de totstandkoming van het Grondstoffenplan. Dit is een beleidsplan waarin doelen worden geformuleerd ten aanzien van onder meer de reductie van de hoeveelheid huishoudelijk restafval en de wijze waarop die doelen behaald kunnen worden. Het gaat daarbij om een balans tussen de service aan onze inwoners, de totale kosten van inzameling, transport en verwerking van huishoudelijk afval en de milieuwinst (de zgn. "afvaldriehoek"). De in 2025 gehouden gemeentebrede enquête wordt uiteraard ook hierin meegenomen. Vanzelfsprekend wordt ook Blink betrokken bij de voorbereiding van het plan en uiteraard bij de uitvoering. De planning is om dit plan eind 2026 aan u voor te leggen.

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma BLINK Onze gemeente werkt in de Gemeenschappelijke Regeling Blink samen met 8 andere gemeenten aan het doelmatig uitvoeren van de afvalinzameling en de reinigingstaken. Ook verzorgt Blink het beheer van de milieustraat en het transport en verwerking van de daar vrijkomende afvalstoffen. Blink draagt onder meer bij aan onze doelstellingen op het gebied van het stimuleren van afvalscheiding en bevorderen van hergebruik. Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) De ODZOB voert onder regie van de gemeente alle milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) uit. Hiervoor wordt jaarlijks een werkprogramma afgesproken. De basis van het werkprogramma komt voort uit een regionale overeenkomst waarbinnen voor de deelnemende gemeenten dezelfde kaders gelden. De ODZOB wordt ook ingezet voor sectorale adviestaken, zoals bodem, geluid, lucht, asbest etc. Deze zijn in veel gevallen gelieerd aan ruimtelijke ontwikkelingen en de verschillende bouwprojecten in Nuenen. Ook voor de omgevingsprogramma's en - plannen is input vanuit de ODZOB nodig. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Binnen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) werken we samen onder andere aan (sub)regionale opgaven op het gebied Mobiliteit.

Om de bereikbaarheid in de Brainportregio te verbeteren zijn er afspraken gemaakt met het Rijk, de Provincie en de regio over het maatregelenpakket Bereikbaarheid Brainport (ook wel bekend onder KTM1-pakket) en de bekostiging daarvan. Daarnaast zijn in de Beethovendeal ook afspraken gemaakt over mobiliteitsmaatregelen (o.a. KTM 2-pakket). De verwachting is dat eind 2025 vast komt te staan welke maatregelen een bijdrage ontvangen uit de Beethovengelden. Voor regionale projecten is afgesproken dat alle 21 MRE-gemeenten een bijdrage doen na rato van aantal inwoners in het kader van cofinanciering. In 2026 wordt bekend welke bijdrage vanuit onze gemeente wordt verwacht aan KTM2-maatregelen. Daarnaast is in 2025 het MIRT-onderzoek geactualiseerd. In 2026 moet dit een verdere doorvertaling krijgen.

49

Beleidsindicatoren Naam

Indicator

Fijn huishoudelijk restafval*

KG per inwoner

Jaarrekening 2024

Begroting 2025 63

Begroting 2026 63

63

* verplichte indicator op grond van BBV

Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 6

820

10

0

0

0

0

2.1 Verkeer en vervoer

3.935

3.745

3.986

4.010

3.968

4.214

2.2 Parkeren

30

114

107

30

30

30

2.5 Openbaar vervoer

15

29

28

28

28

28

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

2.829

2.688

2.891

2.959

3.026

3.095

7.2 Riolering

866

672

590

812

1.058

1.341

7.3 Afval

2.732

2.750

2.756

2.893

3.030

3.180

7.4 Milieubeheer

1.105

1.064

992

958

855

420

Totaal Lasten

12.332

11.072

11.350

11.689

11.996

12.308

0.10 Mutaties reserves programma 6

441

168

187

112

12

12

2.1 Verkeer en vervoer

406

178

102

102

102

102

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

4

0

0

0

0

0

7.2 Riolering

2.049

2.222

2.298

2.531

2.787

3.068

7.3 Afval

3.870

3.768

3.900

4.039

4.183

4.333

644

462

454

454

454

19

Baten

7.4 Milieubeheer Totaal Baten

7.413

6.798

6.942

7.239

7.539

7.534

Saldo (baten -/- lasten)

-4.919

-4.274

-4.408

-4.451

-4.457

-4.774

50

Voorgestelde aanpassingen Onderstaand de voorgestelde budgetaanpassingen van dit programma. Bedragen zijn in € waarbij negatieve bedragen een nadeel zijn en positieve bedragen een voordeel. 6. Ruimtelijk beheer, Milieu & Verkeer

2026

2027

2028

2029

1. Extra middelen ODZOB

-17.918

-17.918

-17.918

-17.918

2. Onderhoud openbaar groen (tariefsverhoging)

-85.000

-85.000

-85.000

-85.000

3. Onderhoud groen areaaluitbreiding (zie ook P8)

-50.000

-100.000

-150.000

-200.000

4. Onderhoud groen Slotpark N-W (zie ook P8)

-60.000

-60.000

-60.000

-60.000

0

0

0

-145.406

0

0

0

0

2. Beethoven bijdrage

PM

PM

PM

PM

Totaal programma 6

-212.918

-262.918

-312.918

-508.324

Autonome ontwikkelingen

5. Brainport 2029 (bestaande afspraken regionale mobiliteit) Nieuw beleid 1. Kapitaallasten nieuwe investeringen 2026-2029 (zie ook P4)

Toelichtingen Autonome ontwikkelingen 1.ODZOB (Kadernota 2026) De begroting is bijgesteld naar de vastgestelde begroting 2026 van de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant (ODZOB). 2. t/m 4. Onderhoud openbaar groen (Kadernota 2026) We willen structureel voldoende budget reserveren voor het onderhoud van het openbaar groen, zodat bomen, gras en beplanting blijven voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau. We houden hierbij rekening met prijsstijgingen en uitbreiding van areaal door ruimtelijke ontwikkelingen. Ook nieuwe groenvoorzieningen, zoals in uitbreidingswijken, worden vanaf de aanleg structureel meegenomen in de begroting. We streven naar een realistische raming die aansluit bij de werkelijke kostenontwikkeling. Een deel van de benodigde middelen vangen we op via de bestaande stelpost voor indexering. Ook kan een gedeelte van de meerkosten worden gedekt uit de stelpost areaaluitbreiding. - Slotpark Nuenen West Als we het park niet onderhouden vindt er wildgroei plaats. Dit park is de "parel" van Nuenen West. 5. Brainport 2029, bestaande afspraken regionale mobiliteit (Kadernota 2026) Bestaande Brainport-afspraken (kortetermijnmaatregelen hub en knoop Eindhoven) waarvan de bedragen tot en met 2028 al in de begroting waren opgenomen, het bedrag vanaf 2029 is hoger. Nieuw beleid 1.

Kapitaallasten nieuwe investeringen (Kadernota 2026) Kapitaallasten van vervangingsinvesteringen speelvoorzieningen en bruggen. 2. Beethoven bijdrage (Kadernota 2026) Regionale bijdragen aan de Beethoven-projecten zullen financiële gevolgen hebben voor alle regiogemeenten. De bijdragen kunnen tweeledig zijn: - bijdrage per inwoner voor projecten met regionaal belang; - bijdrage als cofinanciering (50%) voor projecten die wij aandragen vanuit Nuenen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe hoog de bijdragen zullen zijn.

51

Programma 7. Economie, Toerisme & Recreatie Portefeuillehouder(s) B. van Stiphout, S. Löwik en P. Kok

Wat willen we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect

Doelstellingen

Toekomst bestendig centrum

1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum

Duurzame bedrijventerreinen

2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid

Vrijetijdsbesteding in balans

3. Meer toeristische aantrekkingskracht

Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied

4. Hogere kwaliteit van het natuurinclusief agrarisch landschap 5. Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf

Relevante beleidsnota's in dit programma Naam

Periode

Vastgesteld in de Planning vaststelling raad nieuw beleidsplan

Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa

2011 e.v. juli 2011

n.v.t.

Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven

2023 e.v. oktober 2023

onbepaald

Vlekkenplan + Centrum Nuenen 2023

2023 e.v. september 2023

n.v.t.

Regionale programmering bedrijventerrein Stedelijk Gebied Eindhoven

2024 e.v. december 2024

onbepaald

Verordening reclamebelasting

jaarlijks

november 2025

november 2024

Structuurvisie ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen - De Wereld van Van 2019 e.v. februari 2020 Gogh

n.v.t.

Toekomststrategie “Groots, een hoogstaand en toegankelijk voorzieningen aanbod in het Stedelijk Gebied Eindhoven”

2021 e.v. juli 2021

n.v.t.

Omgevingsvisie Nuenen

2021 e.v. september 2021

onbepaald

Nota Duurzaamheid

20192023

december 2019

2025

Transitievisie Warmte voor de gemeente Nuenen

2021 e.v. september 2021

2026

Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Metropoolregio Eindhoven

2022 e.v. december 2021

onbepaald

Beleidsnota Erfgoed ‘Bouwstenen voor de toekomst'

2023 e.v. oktober 2023

onbepaald

Wat gaan we daarvoor doen? Toekomst bestendig centrum 1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum In 2026 blijven we ons inzetten voor de versterking van het centrum. Het Vlekkenplan+ vormt hiervoor het kader. In goede gesprekken met vastgoedeigenaren en ontwikkelende partijen worden hun ideeën verkend, waarbij het Vlekkenplan+ als uitgangspunt geldt. De gemeente neemt een faciliterende rol op zich, vanuit de overtuiging dat een levendig centrum bijdraagt aan een sterk woon- en leefklimaat. In 2026 krijgt de ontwikkeling in het gebied Parkstraat en omgeving meer vorm. Ontwikkelende partijen hebben hiervoor in 2025 de samenwerking gezocht en deze samenwerking krijgt in 2026 vervolg. Hierbij wordt expliciete aandacht besteed aan de verkeers- en parkeersituatie. De verdere uitwerking hiervan is ook onderdeel van het Omgevingsprogramma Centrum, waarin de gezamenlijke ambities en ruimtelijke keuzes worden vastgelegd.

52

De samenwerking met Stichting Centrummanagement Nuenen wordt gecontinueerd en blijft van waarde voor de afstemming tussen ondernemers, gemeente en andere betrokken partijen. De rol van de centrummanager blijkt van grote waarde voor de ondernemers.

Wat gaan we daarvoor doen? Duurzame bedrijventerreinen 2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid Een krachtig lokaal ondernemersklimaat vraagt om bedrijventerreinen die meegroeien met de maatschappelijke opgaven. Ook regionaal wordt voortgebouwd op de eerder vastgestelde programmering werklocaties. De nadruk ligt op het versterken, intensiveren en verduurzamen van bestaande terreinen. In 2025 hebben wij een intensiveringsonderzoek uitgevoerd. In 2026 bekijken we welke aanknopingspunten de resultaten bieden voor een vervolg, in afstemming met lopende ontwikkelingen. Hoewel de formele structuur van een overkoepelende parkmanagementorganisatie in Nuenen in 2025 is beëindigd, blijven we inspelen op signalen en behoeften vanuit ondernemers. Om de samenwerking met ondernemers te versterken, organiseerden we in 2025 een bijeenkomst en introduceerden we een nieuwsbrief. Deze lijn zetten we in 2026 voort. Afhankelijk van concrete ontwikkelingen bekijken we of en hoe hieraan een passend vervolg wordt gegeven. Voor Eeneind West is in 2025 door de gemeente Nuenen een omgevingsvergunning verleend. In 2026 volgen we de verdere juridische en beleidsmatige voortgang nauwgezet, mede in het licht van de ontwikkelingen rond stikstof op provinciaal en landelijk niveau.

In 2026 geven we ook verdere invulling aan het uitvoeringsprogramma ‘Duurzame bedrijvigheid’, waarbij we samen met ondernemers zoeken naar gerichte maatregelen op het gebied van energiebesparing, duurzame opwekking, circulariteit en klimaatadaptatie Zo werken we aan een toekomstbestendige en veerkrachtige inrichting. De inzet van een Energiehub regisseur voor de haalbaarheidsstudie naar een Energiehub vormt hierin een belangrijke leeromgeving voor collectieve energietoepassingen en samenwerking op terreinniveau om de problemen van netcongestie te beperken. Tot slot bekijken we in 2026, mede op basis van de ervaringen met het Omgevingsprogramma Landelijk Gebied, welke vervolgstap het meest passend is binnen de bredere gebiedsgerichte aanpak. Daarbij wordt een keuze gemaakt voor de verdere ontwikkeling van het Omgevingsprogramma Berkenbos of het Omgevingsprogramma Centrum.

Wat gaan we daarvoor doen? Vrijetijdsbesteding in balans 3. Meer toeristische aantrekkingskracht Het opstellen van een evenementenbeleid krijgt in 2026 verdere invulling. Het doel is een helder en zorgvuldig kader te ontwikkelen dat richting geeft aan het lokale evenementenaanbod en de locaties waar deze plaatsvinden, zodat organisatoren, inwoners en partners duidelijkheid krijgen over wat past bij de schaal, draagkracht en identiteit van Nuenen. In 2026 geven we verdere uitvoering aan het erfgoedbeleid dat eind 2023 is vastgesteld. Voor meerdere locaties en gebouwen met een hoge archeologische verwachting voeren we gericht onderzoek uit. Ten aanzien van de wederopbouw- en Post-65-gebouwen richten we ons op vervolgonderzoek en mogelijke aanwijzing als gemeentelijk monument, om sloop te voorkomen voordat de cultuurhistorische waarde is vastgesteld. Dit sluit aan bij het landelijke beleid van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), die benadrukt dat de waarde van deze gebouwen vaak wordt onderschat. Concrete projecten in 2026 zijn: • De Rietmussen aan de Dommel: archeologisch onderzoek naar een vermoedelijke Romeinse tempel;

53

• •

De begraafplaats bij de oude toren aan de Tomakker: onderzoek, herstel en – indien mogelijk – openstelling voor publiek; Hooidonk: vervolgonderzoek naar het voormalige klooster op deze locatie.

Daarnaast starten we met het vastleggen van immaterieel erfgoed. Hiervoor wordt structureel een budget van € 50.000,- per jaar gereserveerd. In 2026 gaat de Metropoolregio Eindhoven gronden overdragen aan initiatiefnemers met ontwikkelingen die passen binnen de ontwikkelvisie van Landgoed Gulbergen. Als gemeente laten we deze toetsen aan de door de raad vastgestelde ontwikkelrichting, de omgevingsvisie en het omgevingsplan.

Wat gaan we daarvoor doen? Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied 4. Hogere kwaliteit van het natuur-inclusief agrarisch landschap Binnen het Van Gogh Nationaal Park wordt gewerkt aan de focusprogramma’s Brabant Bodem en Brabant Behaagt. Beide programma’s dragen bij aan het versterken van de biodiversiteit van het agrarisch landschap. De subsidieregelingen Stimuleringsregeling Landschap en de Subsidieregeling ErvenPlus lopen in 2026 door. Ook binnen de samenwerking Dommeldal uit de Verf wordt aan de hand van inrichtingsplannen het Natuurnetwerk Brabant gerealiseerd met naast natuur ook aandacht voor landschap. In 2026 leveren we de Uitgangspuntennotitie en daarna het Omgevingsprogramma Landelijk Gebied op. Hierin geven we aan welke instrumenten er nodig zijn om de agrarische ondernemers stappen te laten zetten naar het behoud en versterken van een meer natuurinclusief bedrijfsproces. Dit omgevingsprogramma stellen we samen met de agrarische sector op. 5. Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf In 2026 wordt het Omgevingsprogramma Landelijk Gebied door het college vastgesteld. Omdat we een afname van het aantal agrarische ondernemers verwachten wordt samen met de agrarische ondernemers bekeken welke functies passend zijn om toch een gezonde economie in ons buitengebied te handhaven

Beleidsindicatoren Naam

Indicator

Jaarrekening 2024

Aantal banen in de recreatie en toerisme sector

aantal banen per 1.000 inwoners

Kantoorgebouwen met energielabel C of hoger*

% van totaal aantal kantoorgebouwen met energielabel C of hoger

Bezoekersaantallen Van Gogh Village Museum Opbrengst toeristenbelasting

Begroting 2025

Begroting 2026

22,3

30

32

57

85

90

aantal

45.452

40.000

42.500

€

24.838

24.150

25.044

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Metropoolregio Eindhoven (MRE) Binnen deze samenwerking wordt er gewerkt aan een solide en duurzame economische structuur binnen de regio. Met gelden uit het Stimuleringsfonds wordt het innovatievermogen in het brede MKB gestimuleerd. Ook Nuenense ondernemers kunnen hiervoor in aanmerking komen. Metropoolregio Eindhoven en de gemeenten Geldrop-Mierlo en Nuenen trekken gezamenlijk op om Landgoed Gulbergen te ontwikkelen.

54

Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 7

0

0

0

0

0

0

3.1 Economische ontwikkeling

169

384

140

90

90

90

3.3 Bedrijfsloket en -regelingen

54

37

0

0

0

0

3.4 Economische promotie

50

84

260

260

260

260

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

1.422

1.157

1.198

1.490

1.485

1.481

5.4 Musea

50

65

55

55

55

55

5.5 Cultureel erfgoed

45

126

151

151

151

151

Totaal Lasten

1.790

1.853

1.805

2.046

2.042

2.038

0.10 Mutaties reserves programma 7

33

95

50

234

234

234

3.1 Economische ontwikkeling

10

-5

9

9

9

9

3.4 Economische promotie

32

35

36

36

36

36

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

42

18

18

18

18

18

Baten

Totaal Baten

118

143

113

296

296

296

Saldo (baten -/lasten)

-1.673

-1.710

-1.692

-1.750

-1.746

-1.742

Voorgestelde aanpassingen Onderstaand de voorgestelde budgetaanpassingen van dit programma. Bedragen zijn in € waarbij negatieve bedragen een nadeel zijn en positieve bedragen een voordeel. 7. Economie, Toerisme & Recreatie

2026

2027

2028

2029

1. Actualisatie kapitaallasten Klooster (2026)

356.000

0

0

0

Totaal programma 7

356.000

0

0

0

Autonome ontwikkelingen

Toelichtingen Autonome ontwikkelingen 1. Actualisatie kapitaallasten Klooster (Kadernota 2026) Oplevering verwacht in 2026, afschrijving start pas in 2027; in de begroting 2025-2028 waren we uitgegaan van start vanaf 2026.

55

Programma 8. Financiën & Belastingen Portefeuillehouder(s) B. van Stiphout

Wat willen we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect

Doelstellingen

Goed en degelijk financieel beleid

1. Goede bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting

Lastendruk passend bij voorzieningenniveau

2. Afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven en de kosten voor het voorzieningenniveau

Relevante beleidsnota's in dit programma Naam

Periode

Financiële verordening 2023

2023 e.v. december 2023

Vastgesteld in de raad

onbepaald

Nota reserves en voorzieningen

2019 e.v. februari 2019

onbepaald

Nota risicomanagement en weerstandsvermogen

2015 e.v. februari 2015

onbepaald

Nota activering, waardering en afschrijving

2006 e.v. januari 2006

onbepaald

Belasting/legesverordeningen

jaarlijks

eind 2025

november 2024

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Wat gaan we daarvoor doen? Goed en degelijk financieel beleid 1. Betere bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting Waar we in voorgaande jaren nog ruimte hadden voor nieuw beleid en investeringen, merken we nu dat het steeds moeilijker wordt om onze begroting structureel sluitend te krijgen. Het zogenaamde ‘ravijnjaar’ 2026 markeert niet alleen een eenmalige financiële dip, maar heeft structurele gevolgen voor onze gemeentelijke financiën als gevolg van het rijksbeleid. De meicirculaire heeft verlichting gebracht, maar helaas alleen incidenteel. Voor 2026 en naar verwachting ook 2027 zijn ombuigingen nog niet nodig, dankzij behoedzaam begroten en de algemene reserve die we de afgelopen jaren bewust hebben opgebouwd. Tegelijkertijd staat 2026 in het teken van gemeenteraadsverkiezingen, wat extra gewicht geeft aan de keuzes die we nu maken. Het vraagt om een realistische en evenwichtige blik op de toekomst, waarin we blijven investeren in wat nodig is, maar ook de financiële kaders goed bewaken. In 2026 verstrekken we de raad na elke raadsvergadering waarin begrotingswijzigingen zijn aangenomen, een overzicht van het verloop van het begrotingssaldo. Ook stelposten en de algemene reserve worden meegenomen. Het overzicht hebben we in overleg met de auditcommissie opgesteld en we zijn er medio 2025 mee gestart.

Wat gaan we daarvoor doen? Lastendruk passend bij voorzieningenniveau 2. Betere afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven op de kosten voor het voorzieningenniveau Zoals hierboven gesteld zijn de financiële uitdagingen voor gemeenten momenteel groot. Voor 2026 en naar verwachting ook 2027 zijn ombuigingen nog niet nodig, dankzij de algemene reserve die we de afgelopen jaren bewust hebben opgebouwd. Die buffer stelt ons in staat om de eerste effecten van het ravijnjaar op te vangen zonder direct in te grijpen in de uitvoering of voorzieningen.

56

Vast uitgangspunt is en blijft dat we de onroerendezaakbelasting niet meer laten stijgen dan met inflatiecorrectie.

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Dienst Dommelvallei Dienst Dommelvallei voert de bedrijfsvoeringstaken uit op terrein van financiën en planning & control. Daarmee levert zij een bijdrage aan het opstellen van de begroting en andere P&C documenten, interne controle en rechtmatigheid en dergelijke.

Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

0.10 Mutaties reserves programma 8

1.662

1.228

300

189

291

399

0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

1.053

493

0

0

-1.623

-1.141

Lasten

0.5 Treasury

61

98

243

214

495

382

0.61 OZB woningen

186

147

147

147

147

147

0.62 OZB niet-woningen

42

36

36

36

36

36

0.64 Belastingen overig

45

41

41

41

41

41

0.8 Overige baten en lasten

-41

648

662

2.021

3.615

4.963

0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb)

-30

0

0

0

0

0

2.979

2.691

1.430

2.649

3.002

4.828

1.000

0

0

231

0

0

Totaal Lasten Baten 0.10 Mutaties reserves programma 8 0.5 Treasury

67

56

56

55

55

55

0.61 OZB woningen

5.577

5.822

6.097

6.386

6.688

7.004

0.62 OZB niet-woningen

1.587

1.626

1.694

1.766

1.840

1.918

0.64 Belastingen overig

78

75

75

75

75

75

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds

41.206

42.648

43.501

44.791

45.446

47.445

0.8 Overige baten en lasten

850

0

0

0

0

0

Totaal Baten

50.365

50.226

51.423

53.304

54.104

56.496

Saldo (baten -/- lasten)

47.386

47.535

49.994

50.656

51.102

51.668

57

Voorgestelde aanpassingen Onderstaand de voorgestelde budgetaanpassingen van dit programma. Bedragen zijn in € waarbij negatieve bedragen een nadeel zijn en positieve bedragen een voordeel. 8. Financiën & Belastingen

2026

2027

2028

2029

1. Inzet stelpost indexering (zie P1, P2, P3, P6)

209.552

267.172

281.696

248.460

2. Inzet stelpost areaaluitbreiding

20.088

35.690

53.408

128.853

3. Hogere algemene uitkering op basis van meicirculaire 2025 gemeentefonds

2.007.083

1.634.946

654.406

741.516

4. Bijstorting stelpost indexering vanuit meicirculaire 2025

-501.139

-545.836 -573.269 -662.298

5. Stelpost jeugd vervallen op basis van meicirculaire 2025

-213.663

-169.010 -199.627 -199.627

6. Stelpost btw-compensatiefonds vanuit meicirculaire 2025

-178.000

-178.000 -178.000 -178.000

Autonome ontwikkelingen

7. Aanvullende inzet stelpost indexering na kadernota

-1.083.553 -1.033.707 -978.830 -924.226

Totaal programma 8

260.368

11.255 -940.216 -845.322

Toelichtingen Autonome ontwikkelingen 1. Inzet stelpost indexering (Kadernota 2026) De stelpost indexering is ingezet voor loon- en prijsstijgingen in diverse andere programma's. 2. Inzet stelpost areaaluitbreiding (Kadernota 2026) De stelpost areaaluitbreiding is ingezet voor kostenstijgingen in programma 6 (onderhoud groen). 3, 4, 5 en 6. Hogere algemene uitkering op basis van meicirculaire gemeentefonds 2025 De algemene uitkering is verhoogd bij de meicirculaire 2025. Zie hiervoor ook raadsinformatiebrief 2025-37 (juni 2025). Enkele posten worden geoormerkt (uitbreiding van gemeentelijke taken), we nemen daarvoor de kosten op in programma 3. Stelpost jeugd: De bedragen die het Rijk op de ‘Aanvullende Post’ (AP) voor de Hervormingsagenda Jeugd had gereserveerd zijn toegevoegd aan het gemeentefonds. Wij hadden hiervoor een stelpost geraamd voor nog te ontvangen middelen jeugd, deze komt nu hierdoor te vervallen. Stelpost BCF plafond: De ruimte onder het plafond btw-compensatiefonds (BCF) is kleiner geworden in 2024, doordat gemeenten in 2024 meer gedeclareerd hebben bij het BCF. Voor de begroting 20262029 mogen de gemeenten maximaal uitgaan van de afrekening over 2024. Omdat de provinciaal toezichthouders hebben geadviseerd om voorzichtig te zijn met het opnemen van dit bedrag als algemeen dekkingsmiddel ramen we hiervan niet 100% maar 75%. 7.

Aanvullende inzet stelpost indexering na kadernota Naast indexering van de bijdragen aan de GR-en die we al in de kadernota hadden verwerkt, indexeren we ook andere reguliere budgetten. Omdat we hiervoor binnen programma 8 een stelpost hebben, vormt dat dekking voor de kostenstijgingen in andere programma's en een voordeel in dit programma.

58

Paragrafen

59

Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.

Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. We mogen geen uitzonderingen maken op wettelijke regels. Dit om rechtsongelijkheid voor de inwoners te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen. • We streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies. • We hanteren het profijtbeginsel bij de overige heffingen. In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten stellen wij voor de tarieven voor 2026 als volgt aan te passen: • Voor de OZB stellen wij voor om de tarieven met de inflatiecorrectie van 3,7% te verhogen, gecorrigeerd voor de WOZ-waardeontwikkeling. • Ook overige leges en tarieven in de tarieventabel worden in z'n algemeenheid verhoogd met de inflatiecorrectie van 3,7%.

Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen: • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt. • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. Er is geen wettelijk maximum gesteld aan de jaarlijkse stijging van de OZB-tarieven. De tarieven voor 2026 worden bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZwaarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de inflatiecorrectie.

60

De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2026 kan nu nog niet gemaakt worden, omdat we deze gegevens naar verwachting op 1 oktober 2025 van de BSOB gaan ontvangen. Hierdoor kunnen de tarieven ook nog niet worden berekend. Het voorstel voor vaststelling van de OZB-tarieven wordt in de raadsvergadering van december 2025 aangeboden aan de raad.

Omschrijving

2025

Totale waarde woningen

2026

5.595.925.890

Totale waarde niet-woningen

400.448.044

De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2025 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is.

Omschrijving

WOZ-Waarde

Ons tarief

Opbrengst

Norm tarief

Ink. Correctie

Saldo

OZB eigenaren woningen

5.595.925.890

0,1039%

5.814.167

0,07312%

4.091.741

1.722.426

OZB eigenaren niet-woningen

400.448.044

0,2377%

951.865

0,21553%

863.086

88.779

OZB gebruikers niet-woningen

353.250.655

0,1907%

673.649

0,16394%

7.439.681

579.119

94.530

5.533.946

1.905.735

De ramingen voor de baten OZB 2026 zijn als volgt: Omschrijving

2026

Eigenaren woning

6.089.584

Eigenaren niet-woning

992.019

Gebruikers niet-woning

702.067

Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten De afvalstoffenheffing stijgt dit jaar met 7,5% en het vastrecht met 3,7%. Op deze wijze blijven we naar verwachting (net) kostendekkend waardoor een onttrekking uit de afvalvoorziening niet nodig is. De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: 1. Een vast deel: hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de vaste kosten van de milieustraat en de herbruikbare afvalstromen (glas-, papier- en PMD-inzameling); 2. Een variabel deel: het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier afval dat naar aard en hoeveelheid overeenkomt met huishoudelijk afval.

61

De tarieven van de afvalstoffenheffing worden bepaald waarbij de geraamde baten niet boven de geraamde kosten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten wordt de volledige BTW over deze kosten meegenomen (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er in de regel naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. Omdat de kans op tegenvallers door stijgende afvalverwerkingskosten reëel is, hebben we het positieve resultaat, dat de afvalbegroting toont, toegevoegd aan de afvalvoorziening.

Rioolheffing De rioolheffing stijgt dit jaar met 5%. In de huidige meerjarenprognose is dit niveau niet geheel voldoende om de kostenstijgingen te dekken waardoor de stand van de voorziening komende jaren zal dalen. De stand van de voorziening laat dit ook toe. Bij de komende actualisatie van het rioolbeleid zal de meerjarenprognose voor de heffing nader worden bekeken. Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten mag ook de btw over deze kosten meegenomen worden (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er kort gezegd naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het BBV zijn gemeenten verplicht de berekening van tarieven van heffingen inzichtelijk te maken. De tarieven en heffingen mogen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen niet hoger zijn dan de geraamde lasten (artikel 229b Gemeentewet). Onderstaande overzichten geven aan dat riolering en afval beide 100% kostendekkend zijn.

Dekkendheid afvalstoffenheffing

2026

Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat

719.812

Lasten overige afvalstromen

1.966.614

Kapitaallasten

66.582

Mutatie voorziening

3.062

Totaal kosten afval taakveld 7.3

2.756.070

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

267.866

Kwijtschelding taakveld 6.3

90.000

Straatreiniging taakveld 2.1

301.784

BTW taakveld 0.11*

484.614

Totaal toerekenbaar

1.144.264

Totaal lasten

3.900.334

Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3

3.368.893

Baten milieustraat

152.352

Baten overige afvalstromen

379.089

Baten totaal

3.900.334

Dekkendheidpercentage afval

100%

* De BTW rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

62

Dekkendheid rioolheffing

2026

Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering

1.250.321

Kapitaallasten

414.628

Mutatie voorziening

-1.074.517

Totaal kosten riolering taakveld 7.2

590.432

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

386.254

Kwijtschelding taakveld 6.3

45.000

Straatreiniging taakveld 2.1

402.894

Watertaken taakveld 5.7

179.295

BTW taakveld 0.11*

694.000

Totaal toerekenbaar

1.707.443

Totaal lasten

2.297.875

Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2

2.297.875

Baten totaal

2.297.875

Dekkendheidpercentage riool

100%

* De BTW rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband. Kostendekkendheid leges Op grond van het BBV moeten gemeenten inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. Per hoofdstuk van de legesverordening is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Per hoofdstuk in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke paragrafen binnen een hoofdstuk mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaalde paragraaf mogen kosten binnen een andere paragraaf compenseren.

Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald.

63

De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten

Salaris

Overhead Lasten

Percentage

Hoofdstuk Algemene Dienstverlening 1

-584.395

449.841

504.992

220.822

50%

Hoofdstuk Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet 2

-725.238

313.190

350.366

234.165

81%

Hoofdstuk Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend 3 onder hoofdstuk 2

-8.938

33.125

36.194

-

13%

-1.318.570

649.966

728.009

454.987

62%

Totaal

Overige belastingen Toeristenbelasting Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten onder andere in hotels, pensions, vakantieonderkomens en op vaste standplaatsen. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. Vermakelijkhedenretributie Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt vermakelijkhedenretributie geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Er wordt alleen geheven als er gebruik wordt gemaakt van voorzieningen die door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand zijn gebracht. De tarieven voor 2026 blijven gelijk aan die van 2025. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van het ondernemersfonds.

Kwijtscheldingsbeleid De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • onroerendezaakbelastingen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing.

64

Overzicht tarieven 2024

2025

2026

OZB Eigenaar Woning

0,1058%

0,1039%

PM

OZB Eigenaar Niet-woning

0,2436%

0,2377%

PM

OZB Gebruiker Niet-woning

0,1955%

0,1907%

PM

183,12

189,00

196,20

Afvalstoffenheffing 25 liter gft-afval

0,25

0,25

0,27

Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval

1,25

1,30

1,40

Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval

2,25

2,30

2,47

Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval

3,75

3,85

4,14

Afvalstoffenheffing 25 liter restafval

2,75

2,85

3,06

Afvalstoffenheffing 80 liter restafval

8,75

9,05

9,73

Afvalstoffenheffing 140 liter restafval

15,50

16,00

17,20

Afvalstoffenheffing 240 liter restafval

26,00

26,85

28,86

Afvalstoffenheffing 30 liter ondergronds restafval

2,00

2,05

2,20

Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds restafval

4,00

4,15

4,46

Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds gft-afval

0,25

0,25

0,27

Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)

Rioolheffing (per m³ water) Rioolheffing 1-persoonshuishouden

76,20

79,20

83,20

Rioolheffing 2-persoonshuishouden

141,00

145,80

153,10

Rioolheffing 3-persoonshuishouden

207,00

214,20

224,95

Rioolheffing 4-persoonshuishouden

272,40

281,40

295,50

Rioolheffing 5- of meerpersoonshuishouden

333,60

345,00

362,25

Rioolheffing niet-woning 0 - 200m3

141,60

146,40

161,05

Rioolheffing niet-woning 201 - 500m3

492,00

508,20

559,05

Rioolheffing niet-woning > 500 m3

702,00

725,40

797,95

Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2025 (afgerond op hele euro's).

Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best

Geldrop-Mierlo

OZB eigenaren woning

0,0786% 0,1039%

0,09050% 0,0803%

0,0648%

OZB eigenaren niet-woning

0,2054% 0,2377%

0,29420% 0,2612%

0,1876%

OZB gebruikers niet-woning

0,1677% 0,1907%

0,20690% 0,2038%

0,1524%

OZB woning

454

609

447

418

321

Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden)

342

305

332

389

407

Rioolheffing

230

214

197

198

202

1.026

1.128

976

1.005

930

Woonlasten (OZB woning + afvalstoffenheffing + rioolheffing)

65

Ontwikkeling lokale lastendruk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Nuenen aan.

Jaar

2024

2025

2026

484.000

509.000

PM

5,47%

5,20%

PM

OZB

512

529

549

Afvalstoffenheffing *)

323

334

351

Rioolheffing **)

207

214

225

Totaal

1.042

1.077

1.125

Lastenontwikkeling

4,20%

3,30%

4,50%

WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde

*) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers (8) en gft-afvalcontainers (7) in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn. **) Uitgangspunt is het gemiddelde aantal personen per huishouden in de gemeente Nuenen: 2,3 afgerond naar een 2-persoonshuishouden.

66

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Nuenen. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2015'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015 wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten (begroting en jaarrekening) geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, of zullen extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt. Top 10 Er is een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt.

De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling "Overige risico's" wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.

Inventarisatie van de risico’s In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald.

67

Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is als het risico optreedt. Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg: Klasse

Kans (Waarschijnlijkheid)

Klasse gemiddelde (%)

1

Eén keer per 10 jaar of minder (1-20%)

10%

Klasse Financieel gevolg (€) Klasse gemiddelde (€) 1

< 50.000

2

Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%)

30%

2

50.000 – 100.000

75.000

3

Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%)

50%

3

100.000 – 250.000

175.000

4

Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%)

70%

4

250.000 – 500.000

375.000

5

Eén keer per jaar of vaker (81-99%)

90%

5

> 500.000

-

25.000

Top 10 risico's Nr. Risico (bepaling risicowaarde)

Risicowaarde Risicowaarde Risicowaarde begroting 2026 jaarrekening begroting 2025 2024

1 Exploitatie grond (exact bedrag) In vergelijk met de vorige risico-inventarisatie valt er een bedrag van circa € 1,0 miljoen aan risico’s weg. Bij het project Nuenen West zijn de risico’s deels afgenomen. Alle posten zijn kritisch onder de loep genomen en diverse posten zijn bijgesteld. Onder andere zijn de risico’s in verband met verjaring vervallen. Bij het project Eeneind West is de benodigde weerstandscapaciteit nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2024.Tenslotte is voor de Kloostertuin de risico’s in beeld gebracht waarbij vertraging door bezwaar en beroep een rol speelt. Naar aanleiding hiervan is een bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen.

5.107.715

5.107.715

6.152.844

2 Wmo/jeugd (70% x € 750.000) Wmo/Jeugd is een open-einde regeling. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden.

525.000

187.500

262.500

3 Cyberrisico's (70% x € 375.000) Het dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (IBD) is hét handvat om informatiebeveiliging up-to-date te houden. Het geeft inzicht in de belangrijkste bedreigingen en ontwikkelingen en adviseert over prioriteiten. In het dreigingsbeeld 2023-2024 concludeert de IBD onder andere dat er: - meer ransomware met destructieve gevolgen voorkomt; - steeds meer en ernstigere kwetsbaarheden in software voorkomen; - gevaren die voorkomen in de keten uit het zicht zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16064963/1