CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-202937.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

262.500

187.500

187.500

4 Crisisbeheersing (30% x € 500.000) Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn.

150.000

50.000

50.000

5 Verbonden partij - Dienst Dommelvallei (exact bedrag) De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen algemene (risico) reserve heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.

126.900

126.900

92.475

6 Continuïteit bedrijfsvoering (70% x € 175.000) Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur.

122.500

122.500

122.500

Cyberrisico’s hebben impact en kunnen leiden tot reputatie- en imagoschade. Ook Gemeente Nuenen heeft waardevolle informatie te verliezen of kan schade lijden als informatie niet meer beschikbaar is.

68

Nr. Risico (bepaling risicowaarde)

Risicowaarde Risicowaarde Risicowaarde begroting 2026 jaarrekening begroting 2025 2024

7 Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 175.000) Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In 2024 is een nieuwe financieringssystematiek ingevoerd. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel).

122.500

122.500

122.500

8 Inkoop (70% x € 175.000) 1. Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; 2. Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; 3. Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut.

122.500

52.500

52.500

9 Belastingaangifte (30% x € 175.000) De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid.

52.500

52.500

52.500

10 Bodemverontreiniging/-sanering (70% x € 75.000) De gemeente loopt voortdurend het risico geconfronteerd te worden met schade aan het milieu door bijvoorbeeld bodemverontreinigingen.

52.500

52.500

52.500

-

-

Hoewel de doorgevoerde wijzigingen er dus op gericht zijn om meer stabiliteit te krijgen in de grootste inkomstenbron van de gemeenten, passen we de risicowaarde op dit onderdeel vooralsnog niet aan. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen nog steeds problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Er bestaat ook geen directe rechtstreekse relatie tussen gemeentelijke uitgaven enerzijds en de compensatie daarvoor via het Gemeenfonds anderzijds. In die zin kent het Gemeentefonds met generieke compensaties ook de nodige globaliteit.

Subtotaal top 10

6.644.615

Overige risico's + risico onvoorzien

396.162

Totaal

7.040.777

Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)

6.336.699

Wijzigingen Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is de totale risicowaarde toegenomen.

Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden.

Weerstandscapaciteit

Incidenteel

Structureel

Algemene reserve

14.313.000

Algemene reserve bouwgrond

23.835.000

Algemene reserve bouwgrond winstnemingen

1.222.000

Stille reserve

pm

Raming onvoorziene uitgaven

-

Onbenutte belastingcapaciteit

-

0

Totale weerstandscapaciteit

39.370.000

72.225

69

72.225

Weerstandsvermogen Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit € 39.442.225 / € 6.336.699 = 6,22 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 6,22 goed is. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijkblijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.

Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente.

70

De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90

90-130

>130

Solvabiliteitsratio

>50

20-50

<20

Grondexploitatie

<20

20-35

>35

Structurele exploitatieruimte

>0

0

<0

Belastingcapaciteit

<95

95-105

>105

71

72

Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2025 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20252028. De kengetallen voor 2026-2029 zijn afkomstig uit voorliggende meerjarenbegroting.

Omschrijving

Realisatie

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Netto schuldquote

106%

76%

55%

58%

58%

60%

86%

87%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

102%

72%

52%

55%

56%

56%

82%

83%

Solvabiliteitsratio

33%

36%

41%

42%

38%

41%

35%

35%

Grondexploitatie

124%

98%

81%

71%

52%

30%

40%

26%

9%

4%

2%

1%

1%

1%

-2%

-1%

Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

118% 111% 105%

102% 107% 107% 107% 107%

Conclusie De netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) wordt voor de gemeente Nuenen sterk beïnvloed door de grondexploitaties. De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het de afgelopen jaren noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. De afgelopen jaren is de schuldquote flink gedaald, naar de toekomst toe stijgt deze weer licht door de geplande investeringen in met name wegen, riolering en gebouwen. Als gevolg van de forse investeringen in gronden is het kengetal grondexploitatie hoog. De sterke afname van het kengetal in de komende begrotingsjaren wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Nuenen West en Eeneind West. De solvabiliteitsratio schommelt slechts licht. De reserves zijn toegenomen door de stortingen van 75% van het begrotingssaldo in de algemene reserve in de jaren 2023 tot en met 2025. Naar de toekomst toe daalt deze weer licht door de geplande investeringen voor de komende jaren. De structurele exploitatieruimte is in 2026 en 2027 licht positief en in 2028 en 2029 licht negatief.

Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, de eerstkomende jaren opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting. Vanaf 2028 is er op dit moment sprake van een negatief structureel resultaat. De belastingcapaciteit is relatief hoog in Nuenen. Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de ozb. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren geen verhoging boven de reguliere inflatie is toegepast, wat een verlaging ten opzichte van het landelijk gemiddelde betekent. Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting.

73

Netto schuldquote 120%

106% 86%

100% 80%

76% 102%

60%

58%

60%

55%

58%

52%

55%

56%

56%

2024

2025

2026

2027

82%

72%

40% 20% 0% 2022

2023

REALISATIE

2028

BEGROTING

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio 45% 41%

40% 35% 30%

42%

41% 38%

36%

35%

33%

25% 20% 15% 10% 5% 0% 2022

2023

2024

2025

2026

REALISATIE

2027

2028

BEGROTING Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente.

74

Grondexploitatie 140% 120%

124%

100%

98% 81%

80%

71% 60% 52% 40%

40% 30%

20% 0% 2022

2023

2024

2025

2026

REALISATIE

2027

2028

BEGROTING Grondexploitatie

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Structurele exploitatieruimte 10% 9% 8% 6% 4%

4%

2%

2% 1%

1%

0%

1% -2%

-2% -4% 2022

2023

2024

2025

2026

REALISATIE

2027

2028

BEGROTING Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

75

Belastingcapaciteit 120%

118%

115%

111%

110% 105%

105% 107%

107%

107%

2026

2027

2028

100% 102%

95% 90% 2022

2023

2024

2025

REALISATIE

BEGROTING Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZwaarde in de gemeente zich verhouden tot de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. De woonlasten bestaan uit de OZB en de riool- en afvalstoffenheffing. In onze gemeente zijn de rioolen afvalstoffenheffing 100% kostendekkend. Een verhoging van die tarieven is niet mogelijk. Een verhoging van het OZB-tarief is mogelijk, maar is een politieke keuze.

76

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Nuenen heeft een uitgestrekt buitengebied en een intensief bebouwd binnengebied met een totale oppervlakte van 3.361 ha. De gemeente is verdeeld over vier kernen: Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. Zowel binnen als buiten de kernen vinden tal van activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Om deze activiteiten in goede banen te leiden zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken, groen, riolering, gebouwen en speeltoestellen. Vanwege het geringe belang laten we voortaan de verkeersregelingen en beelden en plastieken buiten beschouwing. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid en de financiële consequenties van het onderhoud van de kapitaalgoederen.

Wegen De gemeente beschikt over een uitgebreid wegennet ten behoeve van de verbinding binnen de kernen, tussen de kernen en de aansluiting op het regionale wegennet. Op dit moment bestaat dit wegennet uit ruim 228 kilometer verharde wegen. Beleid In het vastgestelde beheerplan heeft de raad gekozen voor cyclisch onderhoud. Bij deze systematiek wordt het onderhoud zodanig gepland dat gedurende de gehele levensduur van de verhardingen periodiek grootschalig onderhoud kan worden uitgevoerd. Financieel gezien betekent dit de eerste 10 jaar een uitgave van gemiddeld € 977.000,-. In het beheerplan 2022-2026 zijn ook enkele beleidskaders opgenomen. Beleidsplan Voor het beleidsveld Wegen is geen apart beleidsplan opgesteld. De beleidskaders zijn benoemd in het Beheerplan wegen 2022-2026. Naam

Periode

Beheerplan Wegen 2022-2026

2022-2026

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

maart 2021 begin 2026

Uitgangspunten Het benodigde kleinschalig en grootschalig onderhoud wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse wegeninspectie. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel Groot onderhoud (storting voorziening) Klein onderhoud (incl. inspectie) Totaal

2026

2027

2028

2029

977.000

977.000

977.000

977.000

177.671

177.671

177.671

177.671

1.154.671

1.154.671

1.154.671

1.154.671

Jaarlijks wordt volgens het programma uit het beheerplan wegen het benodigd (gemiddeld) bedrag (€ 977.000,-) gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor cyclisch onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren. Voor reconstructie en rehabilitatie van de wegen zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2026 resteert in de voorziening een bedrag van € 3.661.779,-. Achterstallig onderhoud Het achterstallig onderhoud is een indicator van het CROW (uitgedrukt in kosten) en is gedefinieerd als onderhoud op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn al is overschreden, met andere woorden waarbij het onderhoud al eerder uitgevoerd had moeten worden.

77

Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is. Jaarlijks wordt een inspectie uitgevoerd op het gehele areaal. Op basis van deze inspecties vindt kleinschalig en grootschalig onderhoud plaats, met name op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden. Daarmee houden wij de wegen veilig en heel en voorkomen we achterstallig onderhoud.

Openbare verlichting De gemeente Nuenen heeft ruim 6.700 lichtmasten en 6.950 armaturen. De kosten voor openbare verlichting bestaan uit de jaarlijkse kosten voor elektriciteit en klein onderhoud en de kosten voor vervangingsinvesteringen. Beleid In 2025 zijn alle conventionele armaturen vervangen door energiezuinige Led-armaturen. Hiermee is het bestaande beleid achterhaald. In 2027 willen we nieuw beleid laten vaststellen. Beleidsplan Het beleidsplan Openbare verlichting is vastgesteld op 6 juli 2017. Naam

Periode

Beleidsplan OVL 2018-2027

2018-2027

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

6-7-2017 Eind 2027

Uitgangspunten Volgens het huidige beleidsplan worden alleen de verouderde armaturen en de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. In 2025 zijn versneld alle armaturen vervangen door energiezuinige led-armaturen. Met deze vervanging besparen we op energiekosten en op onderhoudskosten. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De komende jaren richten we ons op de vervanging van lichtmasten. Naast middelen voor de vervangingsinvesteringen is nog een bedrag voor regulier onderhoud, zoals masten schilderen en het oplossen van storingen opgenomen van afgerond € 122.000,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.

Civiele kunstwerken Met civiele kunstwerken worden bruggen, viaducten etc. bedoeld. Voor het groot onderhoud hiervan is een voorziening gevormd. Beleid In het vastgestelde beleidsplan Civiele kunstwerken heeft de raad gekozen voor het onderhouden van de civiele kunstwerken op C-niveau. Bij dit niveau ligt de nadruk op veilig en heel. Enkele kunstwerken, zoals in het centrumgebied en op diverse gemeentegrenzen, worden op A-niveau onderhouden. Beleidsplan Het beheerplan Civiele kunstwerken is vastgesteld op 13 februari 2020. In 2025 is een nieuw beheerplan vastgesteld door het college. Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Beheerplan Civiele kunstwerken

2020-2024

13 februari 2020

78

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2025

Uitgangspunten Voor het vervangen van civiele kunstwerken bij einde levensduur zijn geen middelen beschikbaar in het onderhoudsfonds. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt hiervoor apart aan de raad om budget gevraagd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel Groot onderhoud

2026

2027

2028

2029

115.122

115.122

115.122

115.122

Klein onderhoud

20.540

20.540

20.540

20.540

Totaal

135.662

135.662

135.662

135.662

Jaarlijks wordt volgens het beleidsplan civiele kunstwerken het benodigd (gemiddeld) bedrag van € 115.122,- gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor het planmatig onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren (jaarlijks gemiddeld tussen de € 80.000,- en € 278.000,-). Voor de vervanging van civiele kunstwerken zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Naast de bedragen voor het groot onderhoud is € 20.540,- beschikbaar voor klein onderhoud. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel alleen gedaan wanneer de veiligheid niet in het geding is.

Groen De groenstructuur van de gemeente Nuenen wordt enerzijds bepaald door de historische en moderne wegenstructuur, anderzijds door de diverse grotere (historische) groen- en parkgebieden en waterstructuren binnen de kern. Om dit optimaal tot zijn recht te laten komen dient het groen goed beheerd te worden. De gemeente Nuenen draagt zorg voor het gemeentelijk groen. Het openbaar groen heeft een grote waarde wat betreft gezondheid, veiligheid, beleving en duurzaamheid. Samen met onze inwoners nemen we maatregelen om verzorgd en gebruiksvriendelijk openbaar groen te realiseren. Beleid Gemeentebossen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentebossen. Het bosbezit van de gemeente Nuenen is in totaal circa 65 ha groot en ligt verspreid over vijf grotere gebieden in de gemeente en enkele kleinere bospercelen in en rond het dorp Nuenen. Bomen De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan een prettig leefklimaat. Het is daarom belangrijk te zorgen en blijven zorgen voor een gezond bomenbestand. Uit bijdragen van inwoners aan het Bomencafé is duidelijk geworden dat de inwoners graag bomen in de eigen omgeving hebben, maar er ook iets over te zeggen willen hebben. Zoals met ieder plan zijn ook met het uitvoeren van dit beleidsplan kosten gemoeid.

Openbaar groen Het Groenstructuurplan en het Groenbeheerplan is de basis voor verder beleid, beheer en planvorming. Bermen en Watergangen Bermen: binnen de gemeente Nuenen hebben we ruim 78 ha aan bermgras. Bermen bestaan uit een vegetatie van gras en kruiden. Ze worden duidelijk minder intensief beheerd dan de gazons en bevinden zich hoofdzakelijk aan de randen van de bebouwde omgeving en langs de wegen in het buitengebied. Bermen met bermgras vervullen meerdere functies zoals: • verhoging van de stabiliteit van de weg;

79

• • • • •

opvang van regenwater; bieden van ruimte voor bomen, kabels, leidingen, lichtmasten, bebakening, verkeersborden, uitwijkmanoeuvres en parkeren; ecologische functie voor planten, insecten en kleine zoogdieren; ontsluitingsmogelijkheden bieden aan naastliggende percelen; verfraaiing dorpsaangezicht/verbetering woon- en leefklimaat.

Watergangen: het voornaamste doel is het bergen en/of afvoeren van water. Daarom is het beheer er op gericht dit mogelijk te maken. Afhankelijk van de watergang in het waterafvoerend systeem wordt regelmatig onderhoud zelfs verplicht door het Waterschap dat eenmaal per jaar een schouwronde uitvoert op het uitgevoerde werk. Het beheer van de A-watergangen valt onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Het beheer van de B- en Cwatergangen wordt uitgevoerd door de aangelanden, waaronder de gemeente Nuenen. Beleidsplan Naam

Periode

Beheerplan gemeentebossen

2023-2028 19-12-2023 (vastgesteld door college)

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2028

Bomenbeleidsplan

2017-2031 9-2-2017

2031

Groenstructuurplan

2011-2020 25-11-2010

Onbepaald

Groenbeheerplan

2012-2026 12-12-2019

2026

Uitgangspunten Bermen In het kader van ecologisch bermbeheer en de biodiversiteit is de maaifrequentie aangepast naar maximaal 1x tot 2x per jaar. Bij het maaien wordt het maaisel afgevoerd. Bij iedere maaibeurt blijft 20% overstaan. Om verruiging te voorkomen wordt het overstaande deel bij de volgende maaibeurt mee gemaaid, en blijft op andere delen 20% overstaan. De toetsing van goed maaibeheer van bermen en watergangen is vastgelegd in Kleurkeur van de Vlinderstichting. Door deze nieuwe standaard kunnen opdrachtgevers en aannemers zich beter voorbereiden op een insectenvriendelijk bermbeheer. In het maaibestek van bermen en watergangen zijn de richtlijnen van Kleurkeur opgenomen en geeft het een garantie dat het maaibeheer gericht is op het verhogen van de ecologische kwaliteit. Watergangen Beheer en onderhoud van watergangen (sloten) met een afvoerende en een bergende functie van het oppervlaktewater binnen het stroomgebied van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Overeenkomstig de Keur oppervlaktewateren betreft dit sloten met een beperkt belang, niet zijnde in onderhoud bij de bovengenoemde waterschappen. Bossen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de bossen ten behoeve van de openluchtrecreatie en het milieu.

Landschappelijke beplanting Op sobere wijze in stand houden van lintvormige en kleinschalige landschapselementen (wegbeplantingen, houtsingels, poelen etc.), ten behoeve van: • beeld, milieu; • verbindingen tussen landschapselementen; • coulissenwerking. Openbaar groen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de groenvoorziening voor een groene uitstraling van de gemeente voor haar eigen inwoners en gebruikers (inwoners van buiten de gemeente en toerisme). Het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau is B. De 'Parels' die als visitekaartje dienen worden op kwaliteitsniveau A onderhouden.

80

Bomen Nuenen is een bolwerk van bomen. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar zowel inwoners als de gemeente trots op zijn. Gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoudt, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Financieel

2026

2027

2028

2029

Bossen

43.910

43.910

43.910

43.910

Watergangen

140.295

140.295

140.295

140.295

8.658

8.658

8.658

8.658

1.697.098

1.737.098

1.777.098

1.817.098

Landschappelijke beplanting Openbaar groen Boomverzorging Totaal

425.000

425.000

425.000

425.000

2.314.961

2.364.961

2.414.961

2.464.961

Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.

Riolering De gemeentelijke riolering bestaat uit ca. 150 km vrij vervalriolering (binnen de bebouwde kommen) en ca. 60 km drukriolering (in het buitengebied). Daarnaast zijn er nog voorzieningen zoals bergbezinkbassins en gemalen. Beleid De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente omgaat met deze zorgplichten is vastgelegd in het beleidsplan. Beleidsplan Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) heeft een looptijd tot en met 2023. In het vGRP staan de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP. De actualisatie van het vGRP heeft vertraging opgelopen. In het raadsvoorstel voor de begroting 2026 wordt voorgesteld om de looptijd van het vGRP te verlengen t/m 2026. Overigens kijken we elk jaar goed of de begroting toereikend is. Naam

Periode

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023 (vGRP)

20192023

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

13-12-2018 2026

Uitgangspunten De doelen vastgelegd in het vGRP zijn: • Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; • Inzameling, transport en / of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; • Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt; • Klimaatbestendig ontwerpen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De jaarlijks benodigde budgetten voor groot onderhoud zijn vastgesteld in het vGRP. Wanneer in een jaar meer geld ontvangen is dan uitgegeven wordt dit bedrag gestort in de voorziening riolering. Dit geld blijft daardoor beschikbaar voor de doelen uit het GRP.

81

Financieel

2026

2027

2028

2029

Onderhoudskosten riolering

562.000

577.174

592.758

627.177

Totaal

562.000

577.174

592.758

627.177

Daarnaast resteert eind 2026 nog een bedrag van € 2.222.303,- in de voorziening riolering. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.

Gebouwen De gemeente heeft de nodige gebouwen in beheer. Deze zijn onder te verdelen in gebouwen voor eigen gebruik, algemene gebouwen, sociaal culturele accommodaties en sportaccommodaties. Beleidsplan De gemeenteraad heeft in de vergadering van 9 november 2017 het beheerplan gebouwen 20182032 vastgesteld. Vervolgens wordt dit plan elke 4 jaar geactualiseerd. De laatste actualisatie heeft in 2021 plaatsgevonden en is verwerkt in de begroting 2024-2027. De volgende staat gepland in 2025.

Naam

Periode

Beheerplan gebouwen

2018-2032

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

9-11-2017 2025

Uitgangspunten Voor de gebouwen die economisch eigendom zijn van de gemeente Nuenen en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, is een voorziening gevormd. Uitgangspunt voor deze voorziening is wat minimaal nodig is om de gebouwen veilig, heel en functioneel te houden op basis van sober en doelmatig onderhoud. Het uitgangspunt is conditieniveau 3. Tevens zal bij regulier onderhoud een verduurzamingsslag gemaakt worden door de materialen te vervangen voor een duurzamere variant, daar waar budget het toelaat. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen op basis van het MJOP Financieel

2026

2027

2028

2029

367.450

367.450

367.450

367.450

813.367

313.367

313.367

313.367

- -445.917

54.083

54.083

54.083

Dotatie voorziening Besteding uit voorziening Mutatie voorziening

Achterstallig onderhoud De gemeentelijke vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel met grote financiële en maatschappelijke waarde. Structureel onderhoud is daarom van essentieel belang. Daarom inventariseert de gemeente elke 4 jaar al de gemeentelijke gebouwen en stelt een MJOP op. Het MJOP (2018-2032) is in 2021 geactualiseerd. Het college heeft ingestemd met het MJOP 2022-2032, gebaseerd op de Nederlandse norm NEN 2767. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is. Bij het Klooster en de Hongerman is gelet op de renovatieplannen alleen noodzakelijk onderhoud uitgevoerd. Bij het gemeentehuis is sprake van bewust uitgesteld onderhoud vanwege de plannen voor nieuwbouw dan wel renovatie. De raad heeft een beslissing hierover uitgesteld en aangegeven dat we alleen noodzakelijk, onontkoombaar onderhoud uit moeten voeren. Deze zijn nu gepland voor 2026. Gelijktijdig met het actualiseren van het MJOP zijn in 2021 voor de gemeentelijke panden ook duurzaamheidsrapportages opgesteld. Deze maatwerkrapportages worden samen met het geactualiseerde MJOP in 2024/2025 uitgewerkt in een Plan van aanpak / routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Nuenen.

82

Speeltoestellen De gemeente heeft verschillende speeltoestellen in de openbare ruimte staan. Deze worden beheerd volgens het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Beleid Spelen en bewegen in de openbare ruimte 'Speelruimtebeleidsplan 2017-2020' Eind 2025 wordt een nieuw beheerplan speelvoorzieningen vastgesteld. Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen Beleidsplan Naam

Periode

Spelen en bewegen in de openbare ruimte

2017-2020

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

6-7-2017 onbepaald

Uitgangspunten Het speelruimtebeleid is via co-creatie tot stand gekomen waarbij is samengewerkt met inwoners, verenigingen en andere belanghebbenden als gelijke partners. De belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn: • Spelen voor alle leeftijden (jong en oud); • Risicovol spelen in een natuurlijke omgeving; • Gebruik maken van (aanwezige elementen in) de gehele openbare ruimte; • Ontmoeten als belangrijk onderdeel van de "Centrale speelgelegenheid Nuenen"; • Aansluiten bij de behoeftes van de omgeving en trends. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Jaarlijks wordt bij de investeringen een bedrag van € 85.000,- opgenomen voor vervanging bij einde levensduur en nieuw beleid. Naast deze middelen is nog een bedrag voor regulier onderhoud beschikbaar van € 52.890,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.

83

Financiering Inleiding Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Nuenen de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.

Interne en externe ontwikkelingen Extern Sinds juni 2024 verlaagde de ECB de beleidsrente stapsgewijs van 4% naar 2%. Een rente van 4% was nodig om de zeer hoge inflatie in de periode 2021-2024 in het eurogebied onder controle te krijgen. In de loop van 2024 daalde de inflatie, mede door het beleid van de ECB, weer richting gewenst niveau en kon de rente worden verlaagd. De inflatie in het eurogebied kwam in juni 2025 uit op 2%, het inflatiedoel van de ECB. Toch blijft het inflatiebeeld omgeven door risico’s en is het de vraag of de inflatie ook op de wat langere termijn op 2% zal blijven. De grote mate van onzekerheid maakt het lastig om vooruit te kijken. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV:

Renteschema

%

Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond

2,00%

Rente activa en grex afgerond (omslagrente)

0,70%

* Vanaf 2025 zijn de rentes van activa en grex gelijk aan elkaar, als gevolg van nieuwe BBV-regels (notitie rente). In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV:

Stap Renteschema De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten

2026

2027

2028

2029

1.084

961

1.365

1.273

-47

-47

-47

-47

1.037

914

1.317

1.225

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-3

-3

-2

-2

De rentelast van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

3

3

2

2

2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

0

0

0

3 Rente over eigen vermogen

0

0

0

0

3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

60

61

62

63

1 Saldo rentelasten en rentebaten

4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)

1.096

975

1.379

1.288

5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) actieve gronden

-371

-180

-235

-164

5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) activa

-719

-976 -1.045 -1.097

Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)

6

-181

99

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

84

27

Financieringsbehoefte Op basis van de begroting 2026 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld.

Boekwaarde 1-1 Activa

2026

2027

2028

2029

79.145

93.163

102.971

116.040

Grondexploitaties

50.286

22.943

30.805

20.670

Geldleningen OG*

-41.697

-32.978

-26.351

-23.344

Reserves en voorzieningen

-72.610

-71.342

-68.441

-68.651

15.124

11.787

38.984

44.715

* Dit is de huidige leningenportefeuille. Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren een financieringsbehoefte is tot een maximum van € 45 miljoen. Deze wordt gefinancierd met kasgeld- en langlopende geldleningen. Beleidsvoornemen financiering Financiële instellingen blijven terughoudend met het geven van een rentevisie. Ook BNG publiceert deze sinds enige tijd niet meer. Wij hanteren daarom meer een rentestrategie dan een rentevisie. Onze strategie is om het renterisico te minimaliseren. Dat doen we door op verschillende momenten (zo nodig) langlopende leningen af te sluiten in de toekomst en door gebruik te maken van een mix van kortlopende en langlopende leningen. Daarmee creëren we ook flexibiliteit in de leningenportefeuille om in te spelen op interne en externe ontwikkelingen, zoals planning van investeringen en grex-projecten. Ook moeten we rekening houden met de kasgeldlimiet. Deze bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 achtereenvolgende kwartalen bezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Ons uitgangspunt is dat we de overschrijding beperken tot maximaal 2 achtereenvolgende kalenderkwartalen.

Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.

85

Stap

Omschrijving

2026

Bepalen toegestane kasgeldlimiet

1

Omvang begrotingstotaal

97.240

Percentage regeling

8,50%

Toegestane kasgeldlimiet

8.265

Vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar

8.000

Schuld in rekening courant

0

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

6

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 2

0

Totaal vlottende korte schuld

8.006

Vlottende middelen Contante gelden in kas

4

Tegoeden in rekening courant

13.116

Overige uitstaande gelden < 1 jaar

0

3

Totaal vlottende middelen

13.120

4

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

-5.114

Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)

13.379

Voor 2026 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).

Stap

Omschrijving

1

Renteherzieningen

2026

2027

2028

0

0

0

2

Aflossingen

0

6.626

6.627

3.007

3.007

3 (1+2)

Renterisico

6.626

6.627

3.007

3.007

4

Begrotingstotaal

97.240

75.026

77.605

79.488

5

Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

6 (4 x 5)

Renterisiconorm

19.448

15.005

15.521

15.898

7

Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)

12.822

8.379

12.514

12.890

Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm.

86

2029

Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit:

Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker

Looptijd Van

rente

oorspronkelijk

1-1-2026

31-12-2026

t/m

NWB

2015 2027 1,21%

220

39

20

Provincie NB

2017 2027 0,00%

2.321

2.093

2.093

BNG

2022 2027 1,28%

18.000

7.200

3.600

BNG

2022 2037 1,86%

25.000

20.000

18.333

BNG

2024 2034 2,64%

13.000

11.700

10.400

58.541

41.032

34.446

rente

oorspronkelijk

1-1-2026

31-12-2026

1991 2041 0,43%

1.180

665

625

1.180

665

625

Totaal Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw Omschrijving

Looptijd Van

BNG Totaal

87

t/m

Bedrijfsvoering Inleiding Het doel van de bedrijfsvoering is het ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om professionele ondersteuning van het gemeentebestuur en goede dienstverlening aan de inwoners door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.

Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling Het ontwikkelprogramma 'Nuenen ontwikkelt door' geeft aan hoe we de doorontwikkeling van de ambtelijke organisatie vormgeven. Het doel van het programma is tweeledig: • Het vergroten van de meerwaarde van de ambtelijke ondersteuning van het bestuur en de inwoners/ondernemers. • Het vergroten van het werkplezier en werkgemak van medewerkers. We werken hierbij vanuit onze missie, visie en kernwaarden. Missie: Gemeente Nuenen is een professionele en dienstverlenende organisatie. De gemeente toont zich bewust verantwoordelijk voor een divers en eigentijds Nuenen. We handelen op basis van afweging van verschillende belangen en leveren toegevoegde waarde aan inwoners, ondernemers en aan de samenleving. Visie: Gemeente Nuenen is een uitstekende werkgever, die vanuit verbondenheid met haar omgeving belangrijke resultaten bereikt en een betrouwbare partner is. We denken en werken vanuit een ondernemende houding en leveren goede dienstverlening. Naast de missie en visie zijn er kernwaarden. Deze waarden zeggen iets over de overtuiging die we hebben in de beweging die we willen maken. Kernwaarden geven aan waarom en hoe we de dingen willen doen. Goed geformuleerde kernwaarden (en gedragsafspraken) maken duidelijk vanuit welk perspectief de collega’s hun werk doen, zichzelf ontwikkelen en elkaar aanspreken.

De volgende kernwaarden staan de komende jaren centraal. Onze kernwaarden: Betrokken We werken vanuit betrokkenheid en staan in voor ons eigen handelen. We zorgen dat onze kennis en kunde op niveau is en blijft en zijn bereid tijd en energie te stoppen in ons werk en de samenwerking. Zichtbaar We maken gebruik van de kracht en inzichten van onze collega’s en de samenleving door zichtbaar samen te werken. We werken daar waar het werk plaatsvindt en kennen de inwoners en ondernemers achter het vraagstuk. Resultaatgericht We zijn gericht op het bereiken van het beste resultaat en werken intensief samen met onze collega’s, inwoners en ondernemers. We voelen ons eigenaar van vraagstukken en werken effectief en efficiënt.

88

Strategisch HRM-beleid Het strategisch HRM-plan zetten we in om (middel)lange termijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de organisatie te vertalen naar HRM-instrumentarium. De doorontwikkeling van de organisatie bepaalt mede welke onderwerpen we specifiek gaan oppakken. In 2026 wordt in ieder geval verder invulling gegeven aan strategische personeelsplanning en de daaraan gekoppelde competentieontwikkeling. Dit ook om slim effectief te kunnen acteren in een steeds krapper wordende arbeidsmarkt.

Informatievoorziening Informatiebeleidsplan 2026-2029 Eind 2025 is het geactualiseerde Informatiebeleidsplan 2025-2028 voor de 4 Dommelvalleiorganisaties opgesteld. Het gezamenlijk opgesteld informatiebeleidsplan haakt aan/maakt deel uit van te realiseren organisatiedoelen van de Dommelvallei organisaties. Uitvoeren van het plan is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De IV-board heeft als taak om in gezamenlijkheid met onze Dommelvallei partners sturing te geven aan de uitvoering van het projectportfolio behorende bij het informatieplan. Gefaciliteerd door de portfoliomanager/businesspartner van Dienst Dommelvallei maakt de board afwegingen over de te starten projecten en bewaakt de voortgang van het hele portfolio. De IV-board bepaalt het portfolio voor 2026. Op basis daarvan wordt bepaald hoeveel middelen er eventueel nodig zijn voor uitvoering van de geprioriteerde projecten voor zover die niet gedekt kunnen worden binnen de reguliere I&A budgetten van Dienst Dommelvallei. Na prioritering van de projecten op basis van een afwegings- en prioriteringskader en het uitvoeren van een haalbaarheids- en impactanalyse en het invullen van essentiële randvoorwaarden wordt gestart met de projecten. We borgen de continuïteit van de informatievoorziening en verbeteren de kwaliteit.

Belangrijke thema's zijn 'digitaal samenwerken', 'meer doen met data', 'efficiëntere processen en meer gebruiksgemak' en 'een moderne en veilige werkplek'. De implementatie van Microsoft 365 vervult een belangrijke rol in deze verbetering. Informatiebeveiliging en privacy De gemeente wisselt op alle beleidsterreinen informatie uit. We willen hierbij een betrouwbare partner zijn voor onze inwoners, medewerkers en zakelijke partners en we hebben hierbij een maatschappelijke en wettelijke verantwoordelijkheid. Hierbij is het essentieel dat de basis op orde is: informatieveiligheid en privacy moeten verankerd zijn in processen en voldoen aan wet- en regelgeving. Om aan de veranderende wet- en regelgeving te voldoen is het noodzakelijk dat in de vier Dommelvallei-organisaties procesmatig werken worden versterkt. Voldoen aan wet- en regelgeving Procesmatig werken, risicomanagement, duidelijke verantwoordelijkheden en continue verbetering zijn noodzakelijk om gegevensbescherming te kunnen borgen. De invoering van de Cyberbeveiligingswet (CBW), als Nederlandse vertaling van de NIS2-richtlijn, is uitgesteld tot het tweede kwartaal van 2026. Dit geeft ons meer tijd om ons voor te bereiden op de nieuwe regels, maar de cyberdreigingen blijven onverminderd aanwezig. De CBW breidt het toezicht uit van kantoorautomatisering naar operationele technologie, zoals verkeersregelinstallaties.

Nieuwe wetgeving rondom Artificial Intelligence (AI) biedt kansen om efficiënter te kunnen werken maar brengt ook uitdagingen met zich mee. De borging van informatiebeveiliging en privacy in processen wordt hiermee nog belangrijker. Aangescherpte wet- en regelgeving en het verhoogde landelijke cyberdreigingen, maakt dat de gemeente meer taken krijgt op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Om de kans op digitale inbreuken te verkleinen of snel te kunnen ondervangen is een snellere groei noodzakelijk. Vervolgstappen Hoewel er stappen zijn gezet, kunnen we nog niet in alle gevallen aantonen dat we voldoen aan de informatiebeveiliging- en privacywetgeving. In samenwerking met de Dommelvallei-organisaties en bij voldoende middelen, werken we gestructureerd toe naar volwassenheidsniveau 3 van 5. Zo borgen we beschikbaarheid, vertrouwelijkheid, integriteit en privacy van informatie en blijven we een betrouwbare partner die voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.

89

Huisvesting De huisvesting van de ambtelijke organisatie en het bestuur is momenteel als volgt: • Jan van Schijnveltlaan/Papenvoort (hoofdvestiging) • Pastoorsmast (buitenwerf) • Berg en Aardappeleterssteegje (Centrum Maatschappelijke Deelname) Naast de eigen organisatie zijn in het gemeentehuis ook de bibliotheek en de politie gehuisvest. De noodzaak om meer multidisciplinair samen te werken vraagt om een eigentijdse werklocatie. Bij voorkeur een gebouw dat activiteitgericht werken en ontmoeting stimuleert. Het huidige kantoor aan de Jan van Schijnveltlaan voldoet daar niet aan, heeft ook achterstallig onderhoud en is niet duurzaam. Het geeft ons bovendien een achterstand bij het werven van nieuw personeel. In juli 2025 heeft uw raad besloten om voor de verkiezingen geen keuze te maken uit de diverse huisvestingsscenario's. De scenario's variëren van groot onderhoud en verduurzaming tot volledige nieuwbouw. Daarnaast zal de raad een keuze moeten maken of het CMD en/of Dienst Dommelvallei in het gemeentehuis worden gehuisvest. De raad heeft aangegeven bij de volgende begroting (20272030) een keuze te maken en in 2026 slechts middelen beschikbaar te stellen voor zaken die echt niet uitgesteld kunnen worden om onze medewerkers veilig te kunnen laten werken. In deze begroting is hiervoor € 500.000,- opgenomen voor onderhoud aan gemeentehuis, villa en CMD.

90

Kengetallen (peildatum 1-7-2025) Formatie

Factor

Directie en Staf

fte

1-7-2025 5,11

Ontwikkeling

fte

48,41

Realisatie

fte

69,47

Totale formatie

fte

122,99

Ziekteverzuim (1 januari tot 1 juli)

2025

2024

Verzuimpercentage

6,59%

5,89%

Verzuimfrequentie

0,56

0,56

Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2024: 6,3

91

Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen en/of wettelijke taken uit te (laten) voeren. Het deelnemen aan een verbonden partij komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk invloed wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is, indien de verbonden partij failliet gaat of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.

Conform artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen de volgende verbonden partijen aan de orde in deze paragraaf: Gemeenschappelijke regelingen: • Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond; • Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei (DVV) te Mierlo; • Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel; • Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond. Vennootschappen en coöperaties: • Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag; • Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch. Stichtingen en verenigingen: • Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond; • Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot.

In deze paragraaf zal in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt worden aan de hand van de volgende indelingen: • Doel en openbaar belang van de verbonden partij; • Algemene visie op en beleidsvoornemens over inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer we gebruik maken van de verbonden partij; • Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij; • Risico’s: welke andere risico’s zijn er bij deelname; • Afbreukrisico van geen deelname; • Alternatieven voor geen deelname; • Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking; • Frequentie van terugkoppeling naar de raad; • Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking; • Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij. De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks Bestuur AB: Algemeen bestuur GR: Gemeenschappelijke regeling NV: Naamloze Vennootschap

92

Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de Metropoolregio Eindhoven (MRE) actief als opvolger van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven ook wel de SRE. De ambitie is een sterke regio met behoud van het kenmerkende innovatieve Brainportprofiel en een stabiele sociale basis en vitale leefomgeving voor al onze inwoners. De grote achterliggende opgave is het verbinden van de duurzame verstedelijking en de opgaven voor een vitaal landelijk gebied in de regio. De 2 ontwikkelingen daarin zijn: • duurzame schaalsprong Brainport: we werken samen met extra aandacht en inzet aan oplossingen op het gebied van verstedelijking en mobiliteit • nieuwe balans in het landelijk gebied: we versterken samen de ruimtelijke en ecologische kwaliteiten in het landelijk gebied en de verbinding tussen landelijk en stedelijk gebied. We richten ons daarbij primair op een gezamenlijke aanpak van urgente opgaven in de fysieke leefomgeving met brede welvaart als kompas. Daarnaast geeft de MRE uitvoering aan het Stimuleringsfonds en dient als betaalautoriteit voor Brainport Development NV. Tot slot wordt de MRE door onder andere het Rijk en de Provincie gezien als de bestuurlijke vertegenwoordiger van de (Brainport)regio waarmee gesprekken gevoerd worden en afspraken gemaakt worden.

Tevens is het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) onder gebracht in deze gemeenschappelijke regeling. Het RHCe voert voor gemeenten wettelijk taken uit op het gebied van toezicht, behoud en openbaar maken van de cultuurhistorische informatie en is archiefbewaarplaats van de door onze gemeente en andere overheden in Zuidoost Brabant overgebrachte archieven. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Het leven van onze inwoners speelt zich steeds meer af binnen de hele regio en beperkt zich niet tot de gemeentegrenzen. Binnen de regio is sprake van één daily urban system. Daarom is het logisch om op regionaal niveau met elkaar samen te werken, omdat we samen, als geheel, meer kunnen bereiken. Gezamenlijk bepalen we koers die vervolgens op subregionaal en/of lokaal niveau uitgewerkt en gerealiseerd wordt. Vanuit de MRE-samenwerking wordt als één regio opgetrokken richting het Rijk en de Provincie. Dit komt tegemoet aan de behoefte vanuit het Rijk en de Provincie om met regio's afspraken te maken. Daarnaast zijn wij via de MRE-samenwerking vertegenwoordigd in de stichting Brainport en de triple helix. Deze stichting bepaalt de strategie van de ontwikkelingsorganisatie Brainport Development.

Al deze partijen samen zijn een serieuze gesprekspartner voor het Rijk en de Provincie waardoor er gelden beschikbaar komen om de regionale opgaven gezamenlijk op te pakken. Ook de Nuenense inwoners kunnen (indirect) profiteren van deze ontwikkelingen. De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden. Daardoor hoeven wij hiervoor geen eigen lokale voorziening te treffen. Veranderingen en ontwikkelingen Metropoolregio Eindhoven In 2023 is het geactualiseerde samenwerkingsakkoord 2023 - 2026 vastgesteld. Daarin zijn de volgende vijf hoofdopgaven te onderscheiden waarbij brede welvaart ons kompas is: • schaalsprong wonen en ruimte • toekomstig mobiliteitssysteem • een veerkrachtig economisch systeem • vitaal landelijk gebied • toekomstig energiesysteem

93

Daarnaast zijn de afgelopen jaren enkele regiodeals met het Rijk gesloten waaraan de MREorganisatie een belangrijke bijdrage levert aan de realisatie hiervan. De bekendste is de Beethovendeal die voorziet in afspraken tussen het Rijk en de regio om de gevolgen van de schaalsprong die de regio doormaakt, op te vangen. Dit zijn langjarige afspraken waaraan ook de komende jaren uitvoering wordt gegeven. Onze verwachting is dat de regio ook de aankomende jaren een forse groei laat zien en deze groei is ook in de gemeente Nuenen merkbaar. De gezamenlijke uitdaging is om deze groei in goede banen te leiden. waarbij naast aandacht voor wonen, werken en mobiliteit ook aandacht is voor het voorzieningenniveau en groen (landschap, water en natuur). Voor de nieuwe bestuursperiode willen we het huidige samenwerkingsakkoord actualiseren. De insteek is voort te bouwen op het huidige samenwerkingsakkoord, waarbij tussentijdse ontwikkelingen worden meegenomen. Tevens worden de afspraken uit de Beethovendeal opgenomen in het Samenwerkingsakkoord 2027-2030. In 2026 vindt de voorbereiding plaats waarbij de raden van de deelnemende gemeenten worden betrokken. De planning is om in 1e kwartaal 2027 het Samenwerkingsakkoord 2027-20230 vast te laten stellen door het Algemeen Bestuur van de MRE. Een belangrijk aandachtspunt is de (ambtelijke) capaciteit om al onze (gezamenlijke) opgaven te realiseren.

De huidige arbeidsmarkt kent een krapte en de beschikbare capaciteit is begrensd. Dit maakt prioriteren en het maken van keuzes noodzakelijk, ook binnen de MRE-samenwerking. Beschikbare capaciteit zou zo doelmatig en efficiënt mogelijk ingezet moeten worden. Dit vraagt om goede afspraken binnen de MRE-samenwerking en andere (innovatieve) manieren om samen te werken. Ook in het kader van de Beethovendeal wordt onderkend dat bemensing van de uitvoering een aandachtspunt is. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven Het RHCe in inmiddels op orde. De advisering m.b.t. informatiebeheer richting de deelnemende gemeente krijgt een steeds grotere rol , omdat gemeenten het RHCe steeds beter weten te vinden bij dergelijke vraagstukken. De Archiefwet wordt vernieuwd en dit zal leiden tot aanpassingen in het beleid en de dienstverlening. Het RHCe blijft een dienstonderdeel van de MRE-samenwerking. Landgoed Gulbergen De voorziening Gulbergen is en wordt voorlopig niet afgewikkeld, omdat de voormalige stortplaats officieel nog niet gesloten is en de nazorg nog niet is overgedragen aan de Provincie NoordBrabant. In 2024 is een concept nazorgplan ingediend bij de Provincie. In 2025 wordt dit plan besproken met de Provincie en onze verwachting is dat de Provincie dit plan zal accorderen. In dat geval vindt de overdracht van het beheer van de stortplaats pas in 2076 plaats.

In 2020 is de erfpacht afgekocht, waardoor de MRE weer volledige zeggenschap heeft over de gronden in het gebied. Dit maakt het mogelijk om het gebied integraal te ontwikkelen. In 2024 is de Ontwikkelvisie vastgesteld. Op basis daarvan hebben gespreken plaatsgevonden met initiatiefnemers die graag een ontwikkeling willen realiseren op het landgoed In 2025 hebben de raden van de gemeenten Geldrop-Mierlo en Nuenen de Ontwikkelrichting Landgoed Gulbergen vastgesteld. De verwachting is dat in 2026 gestart kan worden met de daadwerkelijk invulling van het landgoed. Risico's Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld door Algemeen Bestuur in juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de MRE-organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. In de begroting 2026 zijn de volgende belangrijkste risico's op concernniveau onderkend waaraan de benodigde weerstandscapaciteit is gekoppeld: • het doelvermogen voor eeuwigdurende nazorg voor landgoed Gulbergen is ontoereikend;

94

•

•

het beschikken over onvoldoende middelen en capaciteit voor de uitvoerende taken uit het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 met als risico op niet-gerealiseerde externe financiering en vertraging in uitvoering door een tekort aan projectmanagement en beleidsmatige ondersteuning binnen MRE; het niet kunnen invullen van vacatures waardoor externe inhuur noodzakelijk is.

Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan MRE. MRE is een belangenbehartiger van de regio en weet middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen. Alternatieven voor geen deelname Er is geen alternatief. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant, zijnde de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Algemeen bestuur: F. van Genugten (burgemeester) en als plaatsvervanger: J. Tesser (raadslid) Raadstafel21: M. Spijkerman en J. Tesser (beide raadsleden) Portefeuillehoudersoverleg Economie: B. van Stiphout (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit: S. Löwik (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Transitie landelijk gebied: P. Kok (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Energietransitie: S. Löwik (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Wonen en Ruimte: P. Kok (wethouder) Commissie van Advies voor Financiën: B. van Stiphout (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks bij de kadernota (ter kennisneming), begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening (ter kennisneming).

Daarnaast wordt de raden via de 1e bestuursrapportage MRE geïnformeerd over de beleidsmatige uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m mei en via de 2e bestuursrapportage over de financiële uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m september. Tot slot wordt de raad ook tussendoor geïnformeerd over voor hen belangrijke ontwikkelingen onder meer via nieuwsbrieven door de MRE. Daarnaast worden voor raadsleden regelmatig regionale bijeenkomsten en digitale sessies georganiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16064963/1