CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-202843.394 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Wegen De gemeente beschikt over een uitgebreid wegennet ten behoeve van de verbinding binnen de kernen, tussen de kernen en de aansluiting op het regionale wegennet. Op dit moment bestaat dit wegennet uit ruim 228 kilometer verharde wegen. Beleid In het vastgestelde beheerplan heeft de raad gekozen voor cyclisch onderhoud. Bij deze systematiek wordt het onderhoud zodanig gepland dat gedurende de gehele levensduur van de verhardingen periodiek grootschalig onderhoud kan worden uitgevoerd. Financieel gezien betekent dit de eerste 10 jaar een uitgave van gemiddeld € 977.000,-. In het beheerplan 2022-2026 zijn ook enkele beleidskaders opgenomen. Beleidsplan Voor het beleidsveld Wegen is geen apart beleidsplan opgesteld. De beleidskaders zijn benoemd in het Beheerplan wegen 2022-2026. Naam

Periode

Beheerplan Wegen 2022-2026

2022-2026

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

maart 2021 2026

Uitgangspunten Het benodigde kleinschalig en grootschalig onderhoud wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse wegeninspectie. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel Groot onderhoud (storting voorziening) Klein onderhoud (incl. inspectie) Totaal

2025

2026

2027

2028

977.000

977.000

977.000

977.000

173.000

173.000

173.000

173.000

1.150.000

1.150.000

1.150.000

1.150.000

Jaarlijks wordt volgens het programma uit het beheerplan wegen het benodigd (gemiddeld) bedrag (€ 977.000,-) gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor cyclisch onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren. Voor reconstructie en rehabilitatie van de wegen zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2025 resteert in de voorziening een bedrag van € 2.705.670,-. Achterstallig onderhoud Het achterstallig onderhoud is een indicator van het CROW (uitgedrukt in kosten) en is gedefinieerd als onderhoud op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn al is overschreden, met andere woorden waarbij het onderhoud al eerder uitgevoerd had moeten worden. Er is geen achterstallig onderhoud. Jaarlijks wordt een inspectie uitgevoerd op het gehele areaal. Op basis van deze inspecties vindt kleinschalig en grootschalig onderhoud plaats, met name op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden. Daarmee houden wij de wegen veilig en heel en voorkomen we achterstallig onderhoud. Om schaalvoordelen te behalen wordt soms onderhoud uitgesteld. dit vindt alleen plaats indien de veiligheid niet in het geding is.

64

Openbare verlichting De gemeente Nuenen heeft ruim 6.500 lichtmasten en 6.600 armaturen. De kosten voor openbare verlichting bestaan uit de jaarlijkse kosten voor elektriciteit en klein onderhoud en de kosten voor vervangingsinvesteringen. Beleid Het beleid is erop gericht om de komende jaren de meest verouderde openbare verlichting te vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Beleidsplan Het beleidsplan Openbare verlichting is vastgesteld op 6 juli 2017. Naam

Periode

Beleidsplan OVL 2018-2027

2018-2027

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

6-7-2017 Eind 2027

Uitgangspunten Volgens het huidige beleidsplan worden alleen de verouderde armaturen en de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. In de begroting 2024 is budget opgenomen om versneld alle armaturen te vervangen door energiezuinige led-armaturen. Met deze vervanging besparen we niet alleen op energiekosten maar ook op onderhoudskosten. De nieuwe ledverlichting heeft een (theoretische) levensduur van 20 jaar. In deze 20 jaar is het niet meer nodig om (zoals bij conventionele verlichting) lampen te vervangen. Door de verouderde conventionele verlichting te vervangen besparen we op onderhoudskosten circa € 10.000 per jaar. Naast de mogelijke energiebesparing is er nog een andere reden de vervanging naar voren te halen. Namelijk het gegeven dat door een recente aanpassing van een richtlijn door de Europese Commissie een aantal, ook in Nuenen gebruikte typen, conventionele lampen vanaf februari 2023 niet meer geproduceerd of ingevoerd mogen worden. De vervanging van alle conventionele verlichting wordt in 2025 uitgevoerd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Voor de vervanging van masten en armaturen is in 2024 en in 2025 circa € 950.000,- per jaar opgenomen. Naast middelen voor de vervangingsinvesteringen is nog een bedrag voor regulier onderhoud, zoals masten schilderen en het oplossen van storingen opgenomen van afgerond € 119.000,-.

Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Civiele kunstwerken Met civiele kunstwerken worden bruggen, viaducten etc. bedoeld. Voor het groot onderhoud hiervan is een voorziening gevormd. Beleid In het vastgestelde beheerplan Civiele kunstwerken heeft de raad gekozen voor het onderhouden van de civiele kunstwerken op C-niveau. Bij dit niveau ligt de nadruk op veilig en heel. Enkele kunstwerken, zoals in het centrumgebied en op diverse gemeentegrenzen, worden op A-niveau onderhouden. Beleidsplan Het beheerplan Civiele kunstwerken is vastgesteld op 13 februari 2020. Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Beheerplan Civiele kunstwerken

2020-2024

13 februari 2020

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024

Uitgangspunten Voor het vervangen van civiele kunstwerken bij einde levensduur zijn geen middelen beschikbaar in het onderhoudsfonds. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt hiervoor apart aan de raad om budget gevraagd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel Groot onderhoud

2025

2026

2027

2028

115.122

115.122

115.122

115.122

Klein onderhoud

20.000

20.000

20.000

20.000

Totaal

135.122

135.122

135.122

135.122

65

Jaarlijks wordt volgens het beleidsplan civiele kunstwerken het benodigd (gemiddeld) bedrag van € 115.122,- gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor het planmatig onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren (jaarlijks gemiddeld tussen de € 60.000,- en € 160.000,-). Voor de vervanging van civiele kunstwerken zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Naast de bedragen voor het groot onderhoud is € 20.000,- beschikbaar voor klein onderhoud. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel alleen gedaan wanneer de veiligheid niet in het geding is.

Groen De groenstructuur van de gemeente Nuenen wordt enerzijds bepaald door de historische en moderne wegenstructuur, anderzijds door de diverse grotere (historische) groen- en parkgebieden en waterstructuren binnen de kern. Om dit optimaal tot zijn recht te laten komen dient het groen goed beheerd te worden. De gemeente Nuenen draagt zorg voor het gemeentelijk groen. Het openbaar groen heeft een grote waarde wat betreft gezondheid, veiligheid, beleving en duurzaamheid. Samen met onze inwoners nemen we maatregelen om verzorgd en gebruiksvriendelijk openbaar groen te realiseren. Beleid Gemeentebossen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentebossen. Het bosbezit van de gemeente Nuenen is in totaal circa 65 ha groot en ligt verspreid over vijf grotere gebieden in de gemeente en enkele kleinere bospercelen in en rond het dorp Nuenen. Bomen De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan een prettig leefklimaat. Het is daarom belangrijk te zorgen en blijven zorgen voor een gezond bomenbestand. Uit bijdragen van inwoners aan het Bomencafé is duidelijk geworden dat de inwoners graag bomen in de eigen omgeving hebben, maar er ook iets over te zeggen willen hebben. Zoals met ieder plan zijn ook met het uitvoeren van dit beleidsplan kosten gemoeid.

Openbaar groen Het Groenstructuurplan en het Groenbeheerplan is de basis voor verder beleid, beheer en planvorming. Bermen en Watergangen Bermen: binnen de gemeente Nuenen hebben we ruim 78 ha aan bermgras. Bermen bestaan uit een vegetatie van gras en kruiden. Ze worden duidelijk minder intensief beheerd dan de gazons en bevinden zich hoofdzakelijk aan de randen van de bebouwde omgeving en langs de wegen in het buitengebied. Bermen met bermgras vervullen meerdere functies zoals: • verhoging van de stabiliteit van de weg; • opvang van regenwater; • bieden van ruimte voor bomen, kabels, leidingen, lichtmasten, bebakening, verkeersborden, uitwijkmanoeuvres en parkeren; • ecologische functie voor planten, insecten en kleine zoogdieren; • ontsluitingsmogelijkheden bieden aan naastliggende percelen; • verfraaiing dorpsaangezicht/verbetering woon- en leefklimaat. Watergangen: het voornaamste doel is het bergen en/of afvoeren van water. Daarom is het beheer er op gericht dit mogelijk te maken. Afhankelijk van de watergang in het waterafvoerend systeem wordt regelmatig onderhoud zelfs verplicht door het Waterschap dat eenmaal per jaar een schouwronde uitvoert op het uitgevoerde werk. Het beheer van de A-watergangen valt onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas.

Het beheer van de B- en Cwatergangen wordt uitgevoerd door de aangelanden, waaronder de gemeente Nuenen. Beleidsplan Naam

Periode

Beheerplan gemeentebossen

2023-2028 december 2023 (vastgesteld door college)

Vastgesteld in de raad

2028

Bomenbeleidsplan

2017-2031 9-2-2017

2031

Groenstructuurplan

2011-2020 25-11-2010

onbepaald

Groenbeheerplan

2020-2026 12-12-2019

2026

66

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Uitgangspunten Bermen In het kader van ecologisch bermbeheer en de biodiversiteit is de maaifrequentie aangepast naar maximaal 1x tot 2x per jaar. Bij het maaien wordt het maaisel afgevoerd. Bij iedere maaibeurt blijft 20% overstaan. Om verruiging te voorkomen wordt het overstaande deel bij de volgende maaibeurt mee gemaaid, en blijft op andere delen 20% overstaan. De toetsing van goed maaibeheer van bermen en watergangen is vastgelegd in Kleurkeur van de Vlinderstichting. Door deze nieuwe standaard kunnen opdrachtgevers en aannemers zich beter voorbereiden op een insectenvriendelijk bermbeheer. In het maaibestek van bermen en watergangen zijn de richtlijnen van Kleurkeur opgenomen en geeft het een garantie dat het maaibeheer gericht is op het verhogen van de ecologische kwaliteit. Watergangen Beheer en onderhoud van watergangen (sloten) met een afvoerende en een bergende functie van het oppervlaktewater binnen het stroomgebied van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Overeenkomstig de Keur oppervlaktewateren betreft dit sloten met een beperkt belang, niet zijnde in onderhoud bij de bovengenoemde waterschappen. Bossen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de bossen ten behoeve van de openluchtrecreatie en het milieu.

Landschappelijke beplanting Op sobere wijze in stand houden van lintvormige en kleinschalige landschapselementen (wegbeplantingen, houtsingels, poelen etc.), ten behoeve van: • beeld, milieu; • verbindingen tussen landschapselementen; • coulissenwerking. Openbaar groen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de groenvoorziening voor een groene uitstraling van de gemeente voor haar eigen inwoners en gebruikers (inwoners van buiten de gemeente en toerisme). Het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau is B. De 'Parels' die als visitekaartje dienen worden op kwaliteitsniveau A onderhouden. Bomen Nuenen is een bolwerk van bomen. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar zowel inwoners als de gemeente trots op zijn. Gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoudt, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Financieel

2025

2026

2027

2028

Bossen

43.910

43.910

43.910

43.910

Watergangen

110.000

110.000

110.000

110.000

8.430

8.430

8.430

8.430

Openbaar groen

1.921.842

1.871.842

1.871.842

1.871.842

Totaal

2.084.182

2.034.182

2.034.182

2.034.182

Landschappelijke beplanting

Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Riolering De gemeentelijke riolering bestaat uit ca. 150 km vrij vervalriolering (binnen de bebouwde kommen) en ca. 60 km drukriolering (in het buitengebied). Daarnaast zijn er nog voorzieningen zoals bergbezinkbassins en gemalen. Beleid De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente omgaat met deze zorgplichten is vastgelegd in het beleidsplan. Beleidsplan Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) heeft een looptijd tot en met 2023. In het vGRP staan de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP. Naam

Periode

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023 (vGRP)

2019-2023

67

Vastgesteld in de raad 13-12-2018

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2026

Uitgangspunten De doelen vastgelegd in het vGRP zijn: • Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; • Inzameling, transport en / of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; • Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt; • Klimaatbestendig ontwerpen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De jaarlijks benodigde budgetten voor groot onderhoud zijn vastgesteld in het vGRP. Wanneer in een jaar meer geld ontvangen is dan uitgegeven wordt dit bedrag gestort in de voorziening riolering. Dit geld blijft daardoor beschikbaar voor de doelen uit het GRP. Financieel

2025

2026

2027

2028

Onderhoudskosten riolering

519.000

530.418

542.087

554.013

Totaal

519.000

530.418

542.087

554.013

Daarnaast resteert eind 2025 nog een bedrag van € 3.241.086,- in de voorziening riolering. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.

Gebouwen De gemeente heeft de nodige gebouwen in beheer. Deze zijn onder te verdelen in gebouwen voor eigen gebruik, algemene gebouwen, sociaal culturele accommodaties en sportaccommodaties. Beleidsplan De gemeenteraad heeft in de vergadering van 9 november 2017 het beheerplan gebouwen 20182032 vastgesteld. Vervolgens wordt dit plan elke 4 jaar geactualiseerd. De laatste actualisatie heeft in 2021 plaatsgevonden en is verwerkt in de begroting 2024-2027. De volgende staat gepland in 2025. Naam

Periode

Beheerplan gebouwen

2018-2032

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

9-11-2017 2025

Uitgangspunten Voor de gebouwen die economisch eigendom zijn van de gemeente Nuenen en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, is een voorziening gevormd. Uitgangspunt voor deze voorziening is wat minimaal nodig is om de gebouwen veilig, heel en functioneel te houden op basis van sober en doelmatig onderhoud. Het uitgangspunt is conditieniveau 3. Tevens zal bij regulier onderhoud een verduurzamingsslag gemaakt worden door de materialen te vervangen voor een duurzamere variant, daar waar budget het toelaat. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen op basis van het MJOP Financieel

2025

2026

2027

2028

Dotatie voorziening

367.450

367.450

367.450

367.450

Besteding uit voorziening

313.367

313.367

313.367

313.367

Mutatie voorziening

54.083

54.083

54.083

54.083

Achterstallig onderhoud De gemeentelijke vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel met grote financiële en maatschappelijke waarde. Structureel onderhoud is daarom van essentieel belang. Daarom inventariseert de gemeente elke 4 jaar al de gemeentelijke gebouwen en stelt een MJOP op. Het MJOP (2018-2032) is in 2021 geactualiseerd. Het college heeft ingestemd met het MJOP 2022-2032, gebaseerd op de Nederlandse norm NEN 2767. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Bij het Klooster en de Hongerman is gelet op de renovatieplannen alleen noodzakelijk onderhoud uitgevoerd. Gelijktijdig met het actualiseren van het MJOP zijn in 2021 voor de gemeentelijke panden ook duurzaamheidsrapportages opgesteld. Deze maatwerkrapportages worden samen met het geactualiseerde MJOP in 2024/2025 uitgewerkt in een Plan van aanpak / routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Nuenen.

68

Speeltoestellen De gemeente heeft verschillende speeltoestellen in de openbare ruimte staan. Deze worden beheerd volgens het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Beleid Spelen en bewegen in de openbare ruimte 'Speelruimtebeleidsplan 2017-2020' Beheerplan speelvoorzieningen 2011 – 2020 Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen Beleidsplan Naam

Periode

Spelen en bewegen in de openbare ruimte

2017-2020

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

6-7-2017 onbepaald

Uitgangspunten Het speelruimtebeleid is via co-creatie tot stand gekomen waarbij is samengewerkt met inwoners, verenigingen en andere belanghebbenden als gelijke partners. De belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn: • Spelen voor alle leeftijden (jong en oud); • Risicovol spelen in een natuurlijke omgeving; • Gebruik maken van (aanwezige elementen in) de gehele openbare ruimte; • Ontmoeten als belangrijk onderdeel van de "Centrale speelgelegenheid Nuenen"; • Aansluiten bij de behoeftes van de omgeving en trends. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Jaarlijks wordt bij de investeringen een bedrag van € 85.000,- opgenomen voor vervanging bij einde levensduur en nieuw beleid. Naast deze middelen is nog een bedrag voor regulier onderhoud beschikbaar van € 51.500,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

69

Financiering Inleiding Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Nuenen de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.

Interne en externe ontwikkelingen Extern In juni 2024 heeft de ECB besloten de rente met 0,25% te verlagen. Eerder verhoogde de ECB vanaf juli 2022 de rente in tien stappen naar 4%. Doel was om de economie af te laten koelen en zo de torenhoge inflatie naar beneden te krijgen. Prijzen waren omhooggeschoten in de nasleep van de pandemie en de Russische inval in Oekraïne. Inflatie was ver boven het doel van 2% dat de ECB op middellange termijn nastreeft. Met de verlaging van de rente haalt de ECB voorzichtig de voet van de rem, wat zal bijdragen aan het aantrekken van de economie. Nog steeds ligt de korte rente op een hoger niveau dan de lange rente. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV: Renteschema

%

Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond

2,00%

Rente activa en grex afgerond (omslagrente) *

1,10%

* Vanaf 2025 zijn de rentes van activa en grex gelijk aan elkaar, als gevolg van nieuwe BBV-regels (notitie rente).

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten

2025

2026

2027

2028

1.198

1.281

1.320

1.412

-48

-48

-48

-48

1.150

1.233

1.272

1.365

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-3

-3

-3

-2

De rentelast van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

3

3

3

2

2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

0

0

0

3 Rente over eigen vermogen

0

0

0

0

3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

54

55

56

57

4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)

1.204

1.288

1.328

1.422

5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) actieve gronden

-583

-562

-283

-260

5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) activa

-643

-883

-1120

-1130

-22

-157

-75

33

1 Saldo rentelasten en rentebaten

Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

70

Financieringsbehoefte Op basis van de begroting 2025 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld. Boekwaarde 1-1 Activa

2025

2026

2027

2028

60.553

82.682

101.733

105.085

Grondexploitaties

50.563

48.654

23.234

21.155

Geldleningen OG*

-35.323

-29.997

-24.671

-19.344

Reserves en voorzieningen

-69.672

-69.020

-68.445

-67.684

6.122

32.319

31.851

39.213

* Dit is de huidige leningenportefeuille.

Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren een financieringsbehoefte is tot een maximum van € 39 miljoen. Deze wordt gefinancierd met kasgeld- en langlopende geldleningen. Beleidsvoornemen financiering Er is een tendens in de markt zichtbaar dat financiële instellingen terughoudend zijn met het geven van een rentevisie. Ook BNG publiceert deze sinds enige tijd niet meer. Wij hanteren daarom meer een rentestrategie dan een rentevisie. Onze strategie is om het renterisico te minimaliseren. Dat doen we door op verschillende momenten langlopende leningen af te sluiten in de toekomst en door gebruik te maken van een mix van kortlopende en langlopende leningen. Daarmee creëren we ook flexibiliteit in de leningenportefeuille om in te spelen op interne en externe ontwikkelingen, zoals planning van investeringen en grexprojecten. Ook moeten we rekening houden met de kasgeldlimiet. Deze bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 achtereenvolgende kwartalen bezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Ons uitgangspunt is dat we de overschrijding beperken tot maximaal 2 achtereenvolgende kalenderkwartalen.

Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap

Omschrijving

2025

Bepalen toegestane kasgeldlimiet

1

Omvang begrotingstotaal

71.092

Percentage regeling

8,50%

Toegestane kasgeldlimiet

6.043

Vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar

6.000

Schuld in rekening courant

0

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

6

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 2

0

Totaal vlottende korte schuld

6.006

Vlottende middelen Contante gelden in kas

20

Tegoeden in rekening courant

9.072

Overige uitstaande gelden < 1 jaar

0

3

Totaal vlottende middelen

9.092

4

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

-3.085

Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)

9.128

71

Voor 2025 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). Stap

Omschrijving

1

Renteherzieningen

2025

2026

2027

0

0

0

2028

2

Aflossingen

0

5.326

5.326

5.327

1.707

3 (1+2)

Renterisico

5.326

5.326

5.327

1.707

4

Begrotingstotaal

71.092

94.003

72.113

74.366

5

Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

6 (4 x 5)

Renterisiconorm

14.218

18.801

14.423

14.873

7

Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)

8.893

13.474

9.096

13.166

Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm. Momenteel is de herfinanciering van de aflopende lening bij BNG van € 30 miljoen in behandeling. De hieruit volgende aflossingen zullen de ruimte in de renterisico beperken maar zodanig dat deze nog ruim voldoende is.

Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit (exclusief de nog te herfinancieren lening): Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker

Looptijd Van

rente

oorspronkelijk

1-1-2025

31-12-2025

t/m

NWB

2015 2027 1,21%

220

58

39

Provincie NB

2017 2027 0,00%

2.321

2.093

2.093

BNG

2022 2027 1,28%

18.000

10.800

7.200

BNG

2022 2037 1,86%

25.000

21.667

20.000

45.541

34.618

29.332

rente

oorspronkelijk

1-1-2025

31-12-2025

1991 2041 0,43%

1.180

705

665

1.180

705

665

Totaal Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw Omschrijving

Looptijd Van

BNG Totaal

72

t/m

Bedrijfsvoering Inleiding Het doel van de bedrijfsvoering is het ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om professionele ondersteuning van het gemeentebestuur en goede dienstverlening aan de inwoners door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.

Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling Het in 2021 gestarte ontwikkelprogramma is in 2024 een volgende fase ingegaan en loopt door in 2025 (NOD 2.0). In het proces van doorontwikkeling van de organisatie is het werken vanuit het principe richten, inrichten en verrichten aan een toegewijde resultaat de uitdaging voor ons naar de toekomst toe. De (organisatie-)structuur is daarin ondersteunend. De vervolgstappen zijn gericht op competentieontwikkeling (o.a. eigenaarschap, feedback geven en ontvangen) en integrale samenwerking. Strategisch HRM-beleid Het strategisch HRM-plan zetten we in om (middel)lange termijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de organisaties te vertalen naar HRM-instrumentarium. De doorontwikkeling van de organisatie bepaalt mede welke onderwerpen we specifiek gaan oppakken. In 2024 is de nieuwe gesprekscyclus geïmplementeerd en in 2025 zal verder invulling gegeven worden aan strategische personeelsplanning en de daaraan gekoppelde competentieontwikkeling.

Informatievoorziening Informatieplan 2024-2027 In de loop van 2024 is het geactualiseerde Informatieplan 2024-2027 voor de 4 Dommelvalleiorganisaties opgesteld. Het gezamenlijk opgesteld informatieplan haakt aan/maakt deel uit van te realiseren organisatiedoelen van de Dommelvallei organisaties. Uitvoeren van het plan is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De technologische ontwikkelingen staan niet op zich zelf. Ze zijn de motor voor digitale transformatie en daarmee verweven in de ontwikkelingen, processen en mensen. Belangrijke thema's in het plan: • Informatieveiligheid; • Informatie vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig; • Meer doen met data in een context van mens, proces, ethiek, wetgeving en maatschappij; • Het verhogen van gebruiksgemak en beheersbaarheid door een eenvoudiger applicatielandschap; • Van IT-beheer naar IT-regie door de transitie naar de cloud. Informatiebeveiliging en privacy De gemeente wisselt op alle beleidsterreinen informatie uit. We willen hierbij een betrouwbare partner zijn voor onze inwoners, medewerkers en zakelijke partners en we hebben hierbij een maatschappelijke en wettelijke verantwoordelijkheid. Om aan de veranderende wet- en regelgeving te voldoen moet in de 4 Dommelvallei-organisaties procesmatig werken worden versterkt.

Voldoen aan wet- en regelgeving Om de digitale en economische weerbaarheid ten aanzien van digitale dreigingen te versterken heeft de gemeente een zorgplicht, een meldplicht en hebben we daarnaast te maken met toezicht op het presteren. Op dit moment kunnen we nog niet altijd aantonen dat we gedocumenteerd voldoen aan de BIO, AVG en WPG. Het is noodzakelijk dat we inzicht krijgen in de stand van zaken van de informatieveiligheid en privacy binnen onze processen door het onderwerp informatieveiligheid bij alle besluiten die gaan over aanpassingen van werkprocessen, investeringen en aanpassingen in techniek, onderdeel van de afweging te maken.

73

De Europese Unie heeft eind 2022 de Network and Information Security Directive (NIS2-richtlijn) aangenomen. Daar waar de BIO de kantoorautomatisering betreft, gaat de NIS2 hierin een stapje verder en is ook van toepassing op operationele technologie, denk hierbij aan verkeersregelinstallaties en gemalen. Deze richtlijn wordt omgezet in landelijke wetgeving. De implementatie van de Cyberbeveiligingswet wordt naar verwachting medio 2025 vastgesteld. De impact van de implementatie is op dit moment nog onvoldoende bekend. De borging in processen is nu al noodzakelijk, maar wordt door de Cyberbeveiligingswet alleen nog maar belangrijker.

Huisvesting De huisvesting van de ambtelijke organisatie en het bestuur is momenteel als volgt: • Jan van Schijnveltlaan/Papenvoort (hoofdvestiging) • Pastoorsmast (buitenwerf) • Berg en Aardappeleterssteegje (Centrum Maatschappelijke Deelname) Naast de eigen organisatie zijn in het gemeentehuis ook de bibliotheek en de politie gehuisvest. De noodzaak om meer multidisciplinair samen te werken vraagt om een eigentijdse werklocatie. Bij voorkeur een gebouw dat activiteitgericht werken en ontmoeting stimuleert. Het huidige kantoor aan de Jan van Schijnveltlaan voldoet daar niet aan. Het geeft ons bovendien een achterstand bij het werven van nieuw personeel. In september 2024 zijn aan uw raad diverse huisvestingsscenario's gepresenteerd voor de toekomst. Deze variëren van groot onderhoud en verduurzaming tot volledige nieuwbouw. Afhankelijk van uw keuze wordt een en ander in 2025 verder uitgewerkt en aanbesteed. Hiervoor is in deze begroting een voorbereidingskrediet opgenomen.

Kengetallen (peildatum 1-7-2024) Verdeling man/vrouw en fulltime/parttime

Fulltime

Parttime

Totaal

Mannen

36

8

Vrouwen

22

42

64

Totaal

58

50

108

Verhouding man / vrouw 2024:

44

41 % / 59%

Verhouding man / vrouw in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2023: 45% / 55% Formatie

Factor

Directie en Staf

fte

1-7-2024 4,11

Afd. Ontwikkeling

fte

48,30

Afd. Realisatie

fte

55,15

Totale formatie

fte

107,56

Gemiddelde leeftijd Gemiddelde leeftijd

2024

2023

Mannen

48,1

47,6

Vrouwen

47,2

47,2

Totaal

47,5

47,4

Gemiddelde leeftijd landelijk binnen gemeenten in 2023: 47,3 jaar

Ziekteverzuim (exclusief zwangerschapsverlof) Ziekteverzuim (1 januari tot 1 juli)

2024

2023

Verzuimpercentage

5,89

4,83

Verzuimfrequentie

0,56

0,52

Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2023: 6,3

74

Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen en/of wettelijke taken uit te (laten) voeren. Het deelnemen aan een verbonden partij komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk invloed wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is, indien de verbonden partij failliet gaat of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.

Conform artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen de volgende verbonden partijen aan de orde in deze paragraaf: Gemeenschappelijke regelingen: • Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond; • Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei (DVV) te Mierlo; • Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel; • Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond. Vennootschappen en coöperaties: • Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag; • Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch. Stichtingen en verenigingen: • Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond; • Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot.

In deze paragraaf zal in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt worden aan de hand van de volgende indelingen: • Doel en openbaar belang van de verbonden partij; • Algemene visie op en beleidsvoornemens over inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer we gebruik maken van de verbonden partij; • Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij; • Risico’s: welke andere risico’s zijn er bij deelname; • Afbreukrisico van geen deelname; • Alternatieven voor geen deelname; • Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking; • Frequentie van terugkoppeling naar de raad; • Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking; • Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij. De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks Bestuur AB: Algemeen bestuur GR: Gemeenschappelijke regeling NV: Naamloze Vennootschap

Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de Metropoolregio Eindhoven (MRE) actief als opvolger van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven ook wel de SRE. Het doel van de samenwerking binnen deze gemeenschappelijk regeling is het behouden van het kenmerkende innovatieve Brainportprofiel en het bevorderen van een stabiele sociale basis en vitale leefomgeving voor al onze inwoners. De belangrijkste opgaven voor de aankomende jaren zijn:

75

•

de groei van de economie in goede banen te leiden waardoor meer inwoners in de regio profiteren van welvaart en welzijn • het zoeken naar een nieuwe balans in het landelijk gebied waarbij de verbinding tussen landelijke en stedelijke gebied en de ruimtelijke en ecologische kwaliteiten in het landelijk gebied worden versterkt We richten ons daarbij primair op een gezamenlijke aanpak van urgente opgave in de fysieke leefomgeving. Daarnaast geeft de MRE uitvoering aan het Stimuleringsfonds en dient als betaalautoriteit voor Brainport Development NV. Tevens is het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) onder gebracht in deze gemeenschappelijke regeling. Het RHCe voert voor gemeenten wettelijk taken uit op het gebied van toezicht, behoud en openbaar maken van de cultuurhistorische informatie en is archiefbewaarplaats van de door onze gemeente en andere overheden in Zuidoost Brabant overgebrachte archieven. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Het leven van onze inwoners speelt zich steeds meer af binnen de hele regio en beperkt zich niet tot de gemeentegrenzen. Binnen de regio is sprake van één daily urban system. Daarom is het logisch om op regionaal niveau met elkaar samen te werken, omdat we samen, als geheel, meer kunnen bereiken.

Gezamenlijk bepalen we koers die vervolgens op subregionaal en/of lokaal niveau uitgewerkt en gerealiseerd kan worden. Vanuit de MRE-samenwerking wordt als één regio opgetrokken richting de provincie en het Rijk. Dit komt tegemoet aan de vraag vanuit het Rijk en de provincie om met een regio's afspraken te maken. Daarnaast zijn wij via de MRE-samenwerking vertegenwoordigd in de stichting Brainport en de triple helix. Deze stichting bepaalt de strategie van de ontwikkelingsorganisatie Brainport Development. Al deze partijen samen zijn een serieuze gesprekspartner voor het Rijk en de Provincie waardoor er gelden beschikbaar komen om de regionale opgaven gezamenlijk op te maken. Ook de Nuenense inwoners kunnen (indirect) profiteren van deze ontwikkelingen. De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden. Daardoor hoeven wij hiervoor geen eigen voorziening te treffen. Veranderingen en ontwikkelingen Metropoolregio Eindhoven In 2023 is het geactualiseerde samenwerkingsakkoord 2023 - 2026 vastgesteld. Dit akkoord gaat uit van 2 complementaire ontwikkellijnen, namelijk: duurzame schaalsprong Brainport en nieuwe balans in het landelijk gebied. Deze lijnen dragen in samenhang bij aan de brede welvaart van de hele regio en haar inwoners.

Brede welvaart is het perspectief bij het zoeken naar oplossingen voor opgaven in de regio. De volgende vijf hoofdopgaven worden onderscheiden: • schaalsprong wonen en ruimte • toekomstig mobiliteitssysteem • een veerkrachtig economisch systeem • vitaal landelijk gebied • toekomstig energiesysteem Door het nieuwe samenwerkingsakkoord verandert de rol en de positie van de MRE en de ambtelijke ondersteuningsorganisatie. Er is een doorontwikkeling ingezet van procesregie naar meer inhoudelijke regie met programmasturing op realisatie. In het voorjaar 2024 is een nieuwe directeur en manager Regionale Opgaven gestart die samen aan de slag zijn met de doorontwikkeling van de MREorganisatie. Wij verwachten dat dit traject tot in 2025 doorloopt. De veranderende rol betekent ook iets voor onze samenwerking op subregionaal niveau binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Samen met de 8 andere gemeenten binnen de SGE gaan we op zoek naar een nieuwe synergie tussen de beide samenwerkingen, zodat beiden samenwerkingen elkaar versterken. Een ander ontwikkeling die we zien, is dat er steeds meer aandacht is voor brede welvaart waardoor er behoefte is om ook op onderwerpen binnen het sociaal domein samen te werken met 21 gemeenten. Of dit wordt opgepakt binnen de MRE-samenwerking of op een andere wijze, wordt na onze verwachting duidelijk in 2025.

Regionaal Historisch Centrum Eindhoven Het RHCe in inmiddels op orde en besloten is dat het RHCe een dienstonderdeel blijft van de MRE blijft. In 2024 wordt een extern bedrijfsvoeringsonderzoek uitgevoerd. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek worden openstaande vacatures in 2025 ingevuld. Landgoed Gulbergen De voorziening Gulbergen is nog niet afgewikkeld, omdat de voormalige stortplaats officieel nog niet gesloten is en de nazorg nog niet is overgedragen aan de Provincie Noord-Brabant. Het ziet er naar uit dat de nazorg van de stortplaats Gulbergen voorlopig niet aan de provincie wordt overgedragen in afwachting van onderzoek naar mogelijkheden om de toekomstige nazorgkosten te beperken.

76

In 2020 is de erfpacht afgekocht, waardoor de MRE weer volledige zeggenschap heeft over de gronden in het gebied. Begin 2024 is een ontwikkelvisie voor het landgoed vastgesteld en op basis daarvan is een ontwikkelstrategie opgesteld. De strategie geeft aan hoe de MRE wil komen tot een haalbaar plan om het gebied te kunnen ontwikkelen. Dit is een uitdaging, omdat mede is bepaald dat het ontwikkelen van het landgoed budgettair neutraal zou moeten zijn. In 2025 moet duidelijk worden of de ontwikkelvisie binnen deze randvoorwaarde uitgevoerd kan worden of dat de visie aanpassing behoeft. Risico's Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld door Algemeen Bestuur in juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de MRE-organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld.

In de begroting 2025 zijn de volgende belangrijkste risico's op concernniveau onderkend waaraan de benodigde weerstandscapaciteit is gekoppeld: • het doelvermogen voor eeuwigdurende nazorg voor landgoed Gulbergen is ontoereikend; • het nieuwe samenwerkingsakkoord leidt tot uitbreiding van taken voor de MRE-organisatie waar de organisatie qua personeel en middelen niet op is ingericht, het risico bestaat dat de externe financiering niet wordt gerealiseerd; • bezuinigingen bij de gemeenten met als gevolg lagere gemeentelijke bijdragen; • het niet kunnen invullen van vacatures waardoor externe inhuur noodzakelijk is. Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan MRE. MRE is een belangenbehartiger van de regio en weet middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen. Alternatieven voor geen deelname Naast MRE zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk. Zo werken de gemeenten Eindhoven, Helmond, Son en Breugel, Geldrop-Mierlo, Waalre, Veldhoven, Best, Oirschot en Nuenen op subregionaal niveau samen binnen Stedelijke Gebied Eindhoven. De agenda's van de beide samenwerkingsverbanden worden op elkaar afgestemd, zodat er geen sprake is van overlap.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant, zijnde de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Algemeen bestuur: M. van Toorenburg (burgemeester wn.) : J. Tesser (raadslid) Raadstafel21: H. Bonnier en M. Spijkerman (beide raadsleden) Portefeuillehoudersoverleg Economie: B. van Stiphout (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit: S. Löwik (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Transitie landelijk gebied: P. Kok (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Energietransitie: S. Löwik (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Wonen en Ruimte: P. Kok (wethouder) Commissie van Advies voor Financiën: B. van Stiphout (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks bij de kadernota (ter kennisneming), begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening (ter kennisneming). Daarnaast wordt de raden via de 1e bestuursrapportage MRE geïnformeerd over de beleidsmatige uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m mei en via de 2e bestuursrapportage over de financiële uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m september.

Tot slot wordt de raad ook tussendoor geïnformeerd over voor hen belangrijke ontwikkelingen en worden voor hen met enige regelmaat bijeenkomsten over specifieke thema's georganiseerd.

GR Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven Doel en openbaar belang De omgevingsdienst is een bij wet opgerichte rechtspersoon. De omgevingsdienst is opgericht om een verdere verbetering tot stand te brengen in:

77

•

de dienstverlening bij de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van milieu en het behoud en verbetering van de bodem-, water- en luchtkwaliteit; • de kwaliteit en veiligheid van de werk- en leefomgeving, zodat het aantal calamiteiten en milieudelicten afneemt. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De ODZOB werkt samen met haar partners aan het beschermen en verbeteren van de fysiek leefomgeving. Door samen te werken kan onze gemeente beschikken over expertise op verschillende beleidsvelden. Door de samenwerking binnen de ODZOB hebben we minder eigen formatie nodig op deze beleidsterreinen. Veranderingen en ontwikkelingen ODZOB streeft er naar om in de toekomst voor alle deelnemers de brede taken in het kader van de Omgevingswet te gaan uitvoeren. Verder is reeds in 2024 als gevolg van een wijziging in de Wet gemeenschappelijke regelingen de dienstverleningsovereenkomst (DVO) aangepast . Deze loopt tot 1 juli 2025. Dit wil zeggen dat er in 2025 een nieuw voorstel zal komen tot het aanpassen van de DVO, welke voor meerdere jaren zal gaan gelden. Risico's Indien de omzet achterblijft bij de verwachtingen zijn alle deelnemers aan de GR daarvoor (financieel) verantwoordelijk.

Omdat het gemeentelijk werkprogramma slechts een klein onderdeel vormt van het totale uitvoeringsprogramma en -budget van de ODZOB is de individuele invloed van de gemeente(n) daardoor beperkt. Afbreukrisico van geen deelname Deelname voor wat betreft het basistakenpakket (vergunningverlening, toezicht, handhaving (VTHtaken), asbesttoezicht etc.) is wettelijk verplicht. Dit geldt niet voor de (incidentele) verzoektaken. Voor een groot deel van de verzoektaken is er geen gemeentelijke capaciteit en kennis meer aanwezig. Daarom zijn ook nagenoeg alle verzoektaken uitbesteed aan de ODZOB. Alternatieven voor geen deelname De deelname voor wat betreft het basistakenpakket is wettelijk verplicht. Voor de uitvoering van een deel van de individuele verzoektaken zou het mogelijk zijn om een alternatief te organiseren, maar dit is niet realistisch. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. Algemeen bestuur: P. Kok (wethouder), plv. S. Löwik (wethouder). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks driemaal (kadernota, begroting, jaarrekening); daarnaast incidenteel afhankelijk van ontwikkelingen

GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven Doel en openbaar belang Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: brandweerzorg, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, rampenbestrijding en crisisbeheersing en de gemeenschappelijke meldkamer, door: • Adequaat te reageren op spoedeisende hulpvragen van burgers, instellingen en bedrijven; • Het in beeld brengen van risico's; • Het organiseren en coördineren van geneeskundige hulpverlening in de regio; • Het voorkomen en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en/of ongevallen bij brand en alles wat hiermee verband houdt. Ook het aanschaffen en onderhouden van gemeenschappelijk materieel en de coördinatie van de werkzaamheden op dit gebied behoort tot de taak van VRBZO; • Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Omdat veiligheidsrisico’s zich niet houden aan gemeentegrenzen én omdat veiligheid een complexe zaak is, is in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) bepaald dat de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant de verantwoordelijkheid voor veiligheid onderbrengen bij VRBZO.

Hierdoor werken de gemeenten op regionale schaal aan een veilige leefomgeving voor mensen die er wonen en verblijven, professionele hulp verlenen als het nodig is, waarborgen creëren voor fysieke veiligheid en voorbereidingen treffen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing.

78

Veranderingen en ontwikkelingen VRBZO werkt ook in 2025 op basis van een uitvoeringsjaarplan aan de in de visie 2025 vastgestelde speerpunten en thema's: Samen voor veilig, Weerbare samenleving en Toekomstbestendige organisatie. VRBZO ontvangt extra gelden van het Rijk om meer te investeren in crisisbeheersing. De gelden worden besteed aan de verbetering van crisisbeheersing en informatievoorziening in de regio, en aan een bijdrage aan landelijke verbetering van informatievoorziening. In de begroting 2025 vraagt VRBZO naast de gebruikelijke indexering geen extra middelen. VRBZO geeft vooral inzicht in de vraagstukken die ze uitwerkt en het proces richting de beleidscyclus 20262030. VRBZO geeft wel een signaal dat het wellicht nodig is dat investeringen in de veiligheidsregio eerder aan de orde moeten zijn dan in het begrotingsjaar 2026. Er kan eventueel sprake zijn van aanvullende begrotingsvoorstellen voor het begrotingsjaar 2025. De aandacht voor een toekomstbestendige brandweerorganisatie wordt ook in 2025 voortgezet. VRBZO is zich er van bewust dat extra aandacht voor het toekomstbestendig maken van brandweerzorg essentieel is. De focus zal vooral liggen op vrijwilligheid, herijking beroepsbrandweer, verstedelijking, 2e loopbaanbeleid, vakbekwaamheid, huisvesting, informatiegestuurde brandweerzorg, natuurbrandbeheersing en duurzaamheid.

Risico's De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor VRBZO op gebied van risicomanagement zijn: • Risico’s in een cyclisch proces inventariseren, beoordelen en monitoren via een continuïteitsplan. De risico’s, en eventueel genomen beheersmaatregelen om de impact te dempen, worden gemonitord en periodiek gewogen door het managementteam; • De instelling van een weerstandsvermogen heeft als doel om een stabiele (trendmatige) ontwikkeling van de gemeenschappelijke bijdrage te waarborgen. De hoogte van de algemene reserve is afhankelijk van het begrotingstotaal en ligt tussen de € 2,4 miljoen en € 3,2 miljoen. De algemene reserve dient als primair weerstandsvermogen. De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio onder goedkeuring van gedeputeerde staten gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente van het desbetreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat. Afbreukrisico van geen deelname Deelname is een wettelijke plicht (Wgr, Wvr). Alternatieven voor geen deelname Geen alternatieven. Deelname door 21 gemeenten in de regio Zuidoost Brabant. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Algemeen bestuur: M.M.

van Toorenburg (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, rekening) en halfjaarlijks (1e en 2e samenvatting van de bestuursrapportage); daarnaast na vergaderingen van het Algemeen Bestuur en incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen over beleid en strategische keuzes binnen de Veiligheidsregio.

GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond Doel en openbaar belang De GGD'en hebben een aantal wettelijke taken, beschreven in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Hieronder vallen onder andere: jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau en 'schoolarts'), medische milieukunde, infectieziektebestrijding, gezondheidsmonitoren en gezondheidsvoorlichting. De adviseurs van de GGD geven advies aan burgers en gemeenten. Daarbij gaat het om het stimuleren van een veilige en gezonde leefomgeving Gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemende gemeenten en uitvoering van de wettelijke gemeentelijke taken op het gebied van de (openbare) gezondheid(szorg). Financiering o.b.v. bijdrage deelnemende gemeenten, bijdragen ziektekostenverzekeraars, ambulancehulpverlening en bijdragen particulieren. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De gemeente kan profiteren van de professionele kennis en voorzieningen welke de GGD bezit en door de gemeente niet zelfstandig in stand gehouden kunnen worden. Tevens wordt door de samenwerking met de regiogemeenten een schaalgrootte bereikt die een efficiënte en effectieve aanpak mogelijk maakt tegen zo laag mogelijke kosten.

79

Een positieve bijdrage aan de gezondheid van de inwoners van onze gemeente en uitvoering van tal van wettelijke taken. Naast de uitvoering van de wettelijke taken maken we als gemeente dankbaar gebruik van de diensten van het lokaal team gezondheidsondersteuning. Medewerkers uit dit team ondersteunen de gemeente onder meer bij projecten op het gebied van alcohol- en drugspreventie en het activiteitenprogramma van de werkgroep mantelzorg en Nuenen dementievriendelijke gemeente. Tot slot levert de GGD ook waardevolle lokale onderzoeksgegevens (onder meer uit de gezondheidsmonitoren). Deze onderzoeksresultaten zetten wij in als beleidsindicatoren. Risico's Indien de bedrijfsresultaten achterblijven bij de verwachting zijn alle deelnemende gemeenten aan de GR (naar rato) financieel verantwoordelijk. Afbreukrisico van geen deelname Geen behartiging van onze belangen op dit gebied en niet kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen waaronder het in stand houden van een GGD. Alternatieven voor geen deelname Het zoeken naar andere instanties die uitvoering kunnen geven aan onze wettelijke taken op het gebied van openbare gezondheidszorg. Volledig afzien van deelname is geen reële optie i.v.m.de in de Wet Publieke Gezondheid opgenomen eis dat de gemeente een GGD in stand moet houden.

De volgende gemeenten behoren tot het werkgebied van de GGD Brabant Zuidoost: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, HeezeLeende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. In dit gebied wonen ca. 750.000 mensen. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Algemeen bestuur: N. Wouters (wethouder). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Er vindt in ieder geval terugkoppeling plaats bij de vaststelling van de begroting en wijzigingen daarvan en verder incidenteel als onze vertegenwoordiger bij de GGD dit wenselijk acht.

GR Dienst Dommelvallei te Mierlo Doel en openbaar belang De Dienst Dommelvallei is het samenwerkingsverband van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel. In deze dienst zijn de bedrijfsvoeringstaken financiën, belastingen, personeel & organisatie, informatievoorziening en planning & control voor de drie gemeenten ondergebracht. Daarnaast hebben de gemeenten Son en Breugel en Nuenen de taken met betrekking tot werk en inkomen (sociale zaken en Participatiewet) en dienstverlening (o.a. burgerzaken) in deze dienst ondergebracht. Daarnaast voert deze dienst ondersteunende activiteiten (administratie en applicaties) uit met betrekking tot zorg en welzijn (Wmo) en jeugd. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Bij de vorming van Dienst Dommelvallei is aangegeven dat de dienst moet leiden tot: meer kwaliteit, minder kwetsbaarheid, minder kosten en goed werkgeverschap. Veranderingen en ontwikkelingen De Dienst Dommelvallei ontwikkelt zich verder. Het nieuwe bedrijfsplan voor de dienst dat samen met de gemeenten in 2024 is opgesteld, moet een goede basis leggen voor de toekomstige dienstverlening door de dienst en de samenwerking met de gemeenten. Om de dienstverlening verder te optimaliseren wordt de nadruk gelegd op het versterken van elkaar.

Het accounthouderschap wordt op alle taakvelden geïntensiveerd, de adviespositie versterkt en om te kunnen sturen op data en resultaten dient de onderliggende (stuur)informatie betrouwbaar, kwalitatief goed en direct toegankelijk te zijn. Risico's Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt als uitgangspunt de nota's risicomanagement van de drie gemeenten gehanteerd. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening de risico’s opnieuw beoordeeld. In de jaarrekening 2023 zijn de volgende belangrijkste risico's onderkend waaraan een risicowaarde is gekoppeld: • cyberrisico's • continuïteit bedrijfsvoering • inkoop

80

Eventuele overschotten/tekorten worden teruggestort naar of bijbetaald door de deelnemende gemeenten. De dienst sloot 2023 met een positief resultaat van € 139.465 af. Dit bedrag is gestort in de reserve I&A en niet naar de gemeenten teruggevloeid. Afbreukrisico van geen deelname Indien de gemeente niet langer meer de uitvoering van bepaalde taken neerlegt bij de dienst, dient de gemeente deze taken zelf uit te voeren dan wel onder te brengen in een ander samenwerkingsverband. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door: de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel Algemeen bestuur: M. van Toorenburg (burgemeester wn.), S. Löwik (wethouder) en N. Wouters (wethouder) Dagelijks bestuur: M. van Toorenburg (burgemeester wn.) en N. Kramer (gemeentesecretaris a.i.) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks bij begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening en tussentijdse rapportages (ter kennisneming). Daarnaast wordt de raad over voor haar relevante zaken geïnformeerd.

GR WSD te Boxtel Doel en openbaar belang WSD is ons sociaal ontwikkelbedrijf en voert de werkgeversverplichtingen van de voormalige Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit voor de gemeente Nuenen. Daarnaast begeleidt WSD inwoners die in het kader van de Participatiewet ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij In 2020 zijn alle gemeenteraden akkoord gegaan met de geformuleerde ambitie voor de doelgroep: iedereen doet naar vermogen mee, waarbij meedoen belangrijker is dan alleen het hebben van betaalde arbeid. De koers van de WSD richt zich op het doorontwikkelen van de lokale infrastructuur van elke gemeente. De structuur richt zich op de begeleiding van inwoners in de gemeente zelf, de ondersteuning voor inwoners met de lokale partners en het organiseren van werkgelegenheid in de gemeente. Deze lokale infrastructuur wordt ondersteund met plusdiensten en een bundeling van expertise via WSD. Met de groei van de doelgroep langdurig bijstandsgerechtigden en de toename van complexiteit van de bijstandspopulatie, blijft WSD als verbonden partij een waardevolle samenwerkingspartner in het realiseren van een hoge participatiegraad. Veranderingen en ontwikkelingen De Wsw is per 1-1-2015 opgehouden te bestaan (er vindt geen nieuwe instroom plaats).

De zittende doelgroep blijft gebruik maken van de Wsw. Er vindt gemiddeld jaarlijks 5% uitstroom plaats van de Wsw doelgroep. Door middel van de instroom vanuit de Participatiewet wordt de omvang van het bedrijf en werknemersbestand in stand gehouden. Het Koersdocument vormt ook voor 2025 nog de basis. Alle deelnemende gemeenten van de GR (regio Boxtel, inclusief Nuenen en Son en Breugel) hebben de wijze van samenwerken met WSD vastgelegd in lokale plannen. Risico's WSD heeft een sluitende meerjarenbegroting opgesteld waarin rekening wordt gehouden met het behoud van het volume van 2100 medewerkers/inwoners vanuit de deelnemende gemeenten. Hiermee streven we naar een toekomstbestendige organisatie. De kans is aanwezig dat WSD aan de deelnemende gemeenten een aanvullende bijdrage vraagt wanneer in 2025 het break-even scenario niet gerealiseerd is. Volgens besluit van DB WSD van maart 2023 wordt een mogelijk negatief subsidieresultaat aangevuld vanuit de WSD Stimulusregeling. Afbreukrisico van geen deelname Hoog (bestuurlijk maar ook financieel als je zou besluiten om niet meer te deel te nemen aan de gemeenschappelijke regeling). Alternatieven voor geen deelname Aansluiten bij andere gemeenschappelijke regeling of inkoop van diensten.

Deelname door de gemeenten Best, Boxtel, Haaren, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, Meierijstad (alleen het verzorgingsgebied van de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode), Son en Breugel, Sint Michielsgestel en Vught. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Dagelijks Bestuur: heer N. Wouters (wethouder) Algemeen bestuur: N. Wouters (wethouder) en T. van der Linden (raadslid) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

81

GR Reiniging Blink te Helmond Doel en openbaar belang Het doel van de Gemeenschappelijke regeling Blink is het doelmatig uitvoeren van de afvalinzameling en de reinigingstaken die bij wet, in het bijzonder de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, aan de gemeente zijn opgedragen en/of voortvloeien uit de aan de gemeente op grond van de Gemeentewet toevertrouwde zorg voor de eigen huishouding, binnen de kaders van het publiekrecht. Algemene visie op, en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De belangrijkste reden voor het aangaan van de samenwerking is dat hiermee, zonder winstoogmerk, de kernactiviteiten met betrekking tot huishoudelijke afvalstoffen efficiënt en effectief worden uitgevoerd, te weten inzameling, reiniging, sortering en overslag, stimuleren van preventie en hergebruik, en projectbeheer. Daarnaast wordt van Blink een actieve bijdrage verwacht aan de lokale vertaling van het landelijk beleid inzake preventie van huishoudelijk afval conform het vigerende Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Veranderingen en ontwikkelingen De in de GRR Blink deelnemende private partij heeft de deelname in 2024 beëindigd. De regeling is hierop aangepast , alsook aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14615659/1