CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-202843.394 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

38

aan een pilot zal duidelijk maken of aansluiting bij het Schone Lucht Akkoord (SLA) gewenst is en de gemeente in 2025 gebruik wil maken van kennis, ervaring en budget van de Provincie voor projecten en maatregelen. Om de CO2-uitstoot te beperken gaan we uitvoering geven aan het beleid grootschalige energieopwekking uit zon en wind. Daarmee leveren we een bijdrage aan de regionale doelen, zoals benoemd in de Regionale Energie Strategie 1.0. Hoe we dit willen doen en stimuleren, nemen we op in het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid. Vanuit het Rijk ontvangen we klimaatgelden / subsidie klimaat (CDOKE) die we hiervoor willen inzetten. Bewustwording van hergebruik van spullen 11. Meer stimuleren van afvalscheiding en het hergebruik Het opzetten van een Circulair Ambachtscentrum wordt verder uitgewerkt met de samenwerkingspartners. Op de 4 verschillende materiaal-en goederenstromen zullen pilots ingezet worden om te komen tot permanente circulaire stromen. De pilot met betrekking tot de effectiviteit (scheidingsgedrag) en efficiëntie (inzamelkosten) van de ondergrondse containers in Nuenen West en Gerwen ( de zogenoemde “VANG-eilanden”) loopt door tot eind 2025. Daarna volgt een evaluatie.

In het kader van het maken van meer fundamentele keuzes gericht naar de toekomst toe kijken we in 2025 verder naar het kostenniveau in combinatie met het serviceniveau van onze huishoudelijk afvalinzameling.

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma BLINK Onze gemeente werkt in de Gemeenschappelijke Regeling Blink samen met 8 andere gemeenten aan het doelmatig uitvoeren van de afvalinzameling en de reinigingstaken. Ook verzorgt Blink het beheer van de milieustraat en het transport en verwerking van de daar vrijkomende afvalstoffen. Blink draagt onder meer bij aan onze doelstellingen op het gebied van het stimuleren van afvalscheiding en bevorderen van hergebruik. Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) De ODZOB voert onder regie van de gemeente alle milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) uit. Hiervoor wordt jaarlijks een werkprogramma afgesproken. De basis van het werkprogramma komt voort uit een regionale overeenkomst waarbinnen voor de deelnemende gemeenten dezelfde kaders gelden. De ODZOB wordt ook ingezet voor sectorale adviestaken, zoals bodem, geluid, lucht, asbest etc. Deze zijn in veel gevallen gelieerd aan ruimtelijke ontwikkelingen en de verschillende bouwprojecten in Nuenen. Ook voor de omgevingsprogramma's en - plannen is input vanuit de ODZOB nodig. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Binnen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) werken we samen onder andere aan (sub)regionale opgaven op het gebied Mobiliteit.

Om de bereikbaarheid in de Brainportregio te verbeteren zijn er afspraken gemaakt met het Rijk, de provincie en de regio over het maatregelenpakket Bereikbaarheid Brainport en de bekostiging daarvan. Daarnaast wordt er gesproken over een aanvullend maatregelenpakket, waar naar verwachting in 2024 afspraken over gemaakt worden. De verwachting is dat in 2023 de bekostigingssystematiek wordt vastgesteld op basis waarvan de kosten verdeeld worden tussen alle betrokken partners bij een specifiek project. Vanuit Nuenen wordt verwacht een bijdrage te leveren in de kosten voor het Korte termijn maatregelenpakket mobiliteitstransitie (was al in de begroting 2023 opgenomen, maar de fasering is inmiddels gewijzigd en deze nieuwe fasering wordt in deze begroting opgenomen) en het project Multimodale Knoop (bij station Eindhoven). Met deze bijdragen is in deze begroting rekening gehouden.

Beleidsindicatoren Naam

Indicator

Fijn huishoudelijk restafval*

kg per inwoner

Jaarrekening 2023

Begroting 2024 63

* verplichte indicator op grond van BBV

39

Begroting 2025 68 63

Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x €1.000 Omschrijving

Realisatie Begroting 2024 2023

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 6

473

250

0

0

0

0

2.1 Verkeer en vervoer

3.897

3.660

3.777

3.918

4.096

4.207

2.2 Parkeren

28

78

114

39

39

39

2.5 Openbaar vervoer

7

8

29

29

29

29

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

2.779

2.776

2.691

2.671

2.684

2.697

7.2 Riolering

1.032

1.058

672

812

1.012

1.233

7.3 Afval

2.611

2.795

2.773

2.900

3.017

3.139

7.4 Milieubeheer

1.341

1.171

1.019

1.002

969

869

Totaal Lasten

12.167

11.797

11.074

11.371

11.845

12.212

0.10 Mutaties reserves programma 6

226

401

148

112

112

12

2.1 Verkeer en vervoer

276

110

102

102

102

102

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

8

0

0

0

0

0

7.2 Riolering

2.037

2.131

2.222

2.360

2.569

2.796

7.3 Afval

3.514

3.622

3.768

3.885

4.006

4.132

571

458

462

454

454

454

Totaal Baten

6.632

6.721

6.702

6.914

7.244

7.496

Saldo (baten -/- lasten)

-5.535

-5.076

-4.372

-4.456

-4.601

-4.716

Baten

7.4 Milieubeheer

Voorgestelde aanpassingen Onderstaand de voorgestelde budgetaanpassingen van dit programma. Bedragen zijn in € waarbij negatieve bedragen een nadeel zijn en positieve bedragen een voordeel. 6. Ruimtelijk beheer, Milieu & Verkeer

2025

2026

Areaaluitbreiding en indexering openbaar groen (deels ten laste van stelpost inflatie, zie programma 8)

-400.000 -400.000

Budget biodiversiteit

-50.000

2027

2028

-400.000 -400.000

Klimaatmiddelen CDOKE lopen door in 2026 e.v. (baten: rijksbijdrage)

435.319

435.319

Klimaatmiddelen CDOKE lopen door in 2026 e.v. (lasten: besteding)

-435.319

-435.319 -435.319

-70.150

-70.150

435.319

Overige indexering ten laste van stelpost inflatie

-70.150

Straatreiniging / afval

-103.535 -113.149

-70.150

Riolering (achterblijvende btw)

438.631

99.631

99.631

99.631

Aanpassing kapitaallasten vanwege actualisatie investeringen

94.249

121.776

104.784

253.274

Kleine aanpassingen

-20.000

-20.000

-20.000

-20.000

Totaal programma 6

-110.805 -381.892

-113.322 -113.491

-399.057 -250.736

Toelichtingen Areaaluitbreiding en indexering openbaar groen De afgelopen jaren is indexering niet structureel meegenomen in het budget. Verder is de jaarlijkse areaaluitbreiding niet meegenomen in de structurele kosten. Een gedeelte van deze stijging kan gedekt worden uit de stelpost inflatie. Biodiversiteit In 2025 wordt het biodiversiteitsplan voorgelegd aan de raad. Voor de uitvoering hiervan zijn nog geen middelen gereserveerd. Om na de vaststelling van het plan voorspoedig met de uitvoering te kunnen beginnen is budget opgenomen in de begroting 2025.

40

Indexering Voor indexeringen beschikken we over een stelpost die is opgenomen in programma 8. Straatreiniging / afval Het negatieve bedrag bij Straatreiniging / afval 2025 bestaat uit een nadeel van € 119.603 bij Straatreiniging en een voordeel van € 16.068 zijnde achterblijvende BTW. Riolering (achterblijvende btw) In de begroting 2024 was de btw niet over juiste jaren geëgaliseerd waardoor toen een groot nadeel ontstond in de meerjarenraming voor 2025. Dit is in deze begroting rechtgetrokken waardoor nu een voordeel ontstaat voor 1 jaar maar per saldo hetzelfde saldo oplevert als de andere jaren. Aanpassing kapitaallasten vanwege actualisatie investeringen De lagere kapitaallasten zijn het gevolg van het realistischer ramen en prioriteren van investeringen. De hogere rente is hierin verrekend.

41

Programma 7. Economie, Toerisme & Recreatie Portefeuillehouder(s) B. van Stiphout, S. Löwik en P. Kok

Wat willen we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect

Doelstellingen

Toekomst bestendig centrum

1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum

Duurzame bedrijventerreinen

2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid

Vrijetijdsbesteding in balans

3. Meer toeristische aantrekkingskracht

Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied

4. Hogere kwaliteit van het natuur-inclusief agrarisch landschap 5. Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf

Relevante beleidsnota's in dit programma Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa

2011 e.v.

juli 2011

n.v.t.

Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven

2024 e.v.

september 2015

n.v.t.

Vlekkenplan + Centrum Nuenen 2023

2023 e.v.

september 2023

n.v.t.

Regionale programmering bedrijventerrein Stedelijk Gebied Eindhoven

2021 e.v.

september 2021

december 2024

Verordening reclamebelasting

jaarlijks

november 2022

november 2024

Structuurvisie ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen - De Wereld van Van Gogh 2019 e.v.

februari 2020

n.v.t.

Toekomststrategie “Groots, een hoogstaand en toegankelijk voorzieningen aanbod in het Stedelijk Gebied Eindhoven”

201 e.v.

juli 2021

n.v.t.

Omgevingsvisie Nuenen

2021 e.v.

september 2021

onbepaald

Nota Duurzaamheid

2019-2023 december 2019

zomer 2025

Transitievisie Warmte voor de gemeente Nuenen

2021 e.v.

september 2021

2026

Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Metropoolregio Eindhoven

2022 e.v.

december 2021

onbepaald

Beleidsnota Erfgoed ‘Bouwstenen voor de toekomst'

2023 e.v.

oktober 2023

onbepaald

Wat gaan we daarvoor doen? Toekomst bestendig centrum 1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum Het Vlekkenplan+ Centrum Nuenen is de stevige basis onder de ontwikkelingen in het centrum. De gemeente werkt nadrukkelijk samen met vastgoedeigenaren in het centrum. Dit vanuit een faciliterende rol om de doorontwikkeling van het centrum aan te jagen. De samenwerking met de Stichting Centrummanagement Nuenen wordt onverkort doorgezet. Duurzame bedrijventerreinen 2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid Aan het uitvoeringsprogramma ‘Duurzame bedrijvigheid’ wordt in 2025 verder uitvoering gegeven. In contact en overleg met de ondernemers vullen we het uitvoeringsprogramma aan met activiteiten waar behoefte aan is. De pilot Energiehub Regisseur is opgestart in 2024, hierbij wordt geïnventariseerd of het onderling delen van energie op een bedrijventerrein wenselijk en financieel haalbaar is voor de bedrijven. Deze pilot zal gedurende 2 jaar draaien. In 2025 werken we samen met de ondernemers aan de kwaliteit van bedrijventerreinen door de uitwerking van acties benoemd onder het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). Tegelijkertijd zetten we in op een professionaliseringslag van de organisatiegraad op de verschillende bedrijventerreinen. We gebruiken € 50.000,- uit de bestemmingsreserve Parkmanagement om hiervoor een kwartiermaker voor aan het werk te zetten.

Dit doen we voor twee jaar, waarna we dit evalueren.

42

Voor bedrijventerrein Berkenbos zijn de voorbereidende werkzaamheden voor het omgevingsprogramma in 2024 gestart. In 2025 geven we daar vervolg aan en wordt nadrukkelijk samen met de ondernemers vorm gegeven aan de inhoud van het omgevingsprogramma. In de regio is in 2024 gewerkt aan de totstandkoming van de regionale programmering werklocaties, deze is ook ter besluitvorming aangeboden aan de 21 gemeenteraden. In 2025 gaan we verder met de uitwerking en uitvoering van de programmering waarbij nadrukkelijk aandacht is voor de kwaliteit van bestaande terreinen en onderwerpen als revitalisering en intensivering. In 2024 is voor Eeneind West vanuit de provincie goedkeuring gegeven in het kader van de Wet natuurbescherming en is daarna de omgevingsvergunning voor het bouwen vanuit de gemeente verstrekt. We verwachten in 2025 bezig te zijn met de behandeling van bezwaar- en beroepsprocedures. De afwikkeling van de aanvraag van de stikstofvergunning ligt nog steeds stil, in afwachting van nieuwe ontwikkelingen in Rijks- en Provinciaal beleid. Vrijetijdsbesteding in balans 3. Meer passende toeristische en recreatieve voorzieningen In 2024 is een merkpropositie (villagemarketing) afgerond. We kiezen ervoor om de doorvertaling hiervan in het vrijetijdsbeleid, te temporiseren en hier niet mee te starten in 2025.

In 2024 is gestart met de voorbereiding van het opstellen van een evenementenvisie en -beleid. In 2025 geven we hier vervolg aan. In 2025 geven we verder uitvoering aan het erfgoedbeleid dat eind 2023 is vastgesteld. Voor meerdere locaties en gebouwen met een hoge archeologische verwachting voeren we onderzoek uit. Voor ‘wederopbouw en Post 65 gebouwen’ gaat het om de monumentale aanwijzing, voordat deze panden worden afgebroken en verdwijnen. Dit wordt gestimuleerd vanuit de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE), omdat de waarde van deze panden vaak onderschat wordt. Op de Rietmussen aan de Dommel is het een onderzoek naar een vermoedelijke Romeinse Tempel. Voor de begraafplaats bij de oude Toren aan de Tomakker gaat het om het opknappen en openstellen voor het publiek. Hiervoor reserveren we structureel een budget van € 50.000,-. In 2025 wordt door de Metropoolregio Eindhoven verder gewerkt aan het budgettair neutraal uitvoeren van de ontwikkelvisie voor Landgoed Gulbergen. Uitgangspunt van Nuenen is dat de toekomstige ontwikkeling past binnen onze Omgevingsvisie, het Verstedelijkingsakkoord van het Stedelijk Gebied Eindhoven en de Ontwikkelstrategie van de Metropool Regio Eindhoven. Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied 4.

Hogere kwaliteit van het natuur-inclusief agrarisch landschap Naar verwachting heeft het Van Gogh Nationaal Park in 2025 de status als Nationaal Park Nieuwe Stijl. Binnen het VGNP lopen twee projecten met directe invloed op het verhogen van meer biodiversiteit in het agrarisch landschap, te weten: Brabant Bodem en Groenblauwe dooradering. Ook lopen in 2025 de subsidieregelingen Stimuleringsregeling Landschap en de Subsidieregeling ErvenPlus door. In 2025 werken we verder aan het omgevingsprogramma Landelijk Gebied waarin o.a. wordt gekeken welke instrumenten er nodig zijn om de agrarische ondernemers stappen te laten zetten naar het behoud en versterken van een meer natuurinclusief bedrijfsproces. Dit omgevingsprogramma wordt samen met de agrarische sector opgesteld. 5. Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf In 2025 werken we verder aan het omgevingsprogramma Landelijk Gebied. Omdat we een afname van het aantal agrarische ondernemers verwachten moeten we samen met de agrarische ondernemers kijken welke functies passend zijn om toch een gezonde economie in ons buitengebied te handhaven.

43

Beleidsindicatoren Naam

Indicator

Jaarrekening 2023

Aantal banen in de recreatie en toerisme sector

aantal banen

Kantoorgebouwen met energielabel C of hoger

% van totaal aantal kantoorgebouwen met energielabel C of hoger

Bezoekersaantallen Van Gogh Village Museum Opbrengst toeristenbelasting

Begroting 2024

Begroting 2025

29,1

23

30

80

60

85

aantal

34.266

32.500

40.000

€

26.706

24.150

24.150

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Metropoolregio Eindhoven (MRE) Binnen deze samenwerking wordt er gewerkt aan een solide en duurzame economische structuur binnen de regio. Met gelden uit het Stimuleringsfonds wordt het innovatievermogen in het brede MKB gestimuleerd. Ook Nuenense ondernemers kunnen hiervoor in aanmerking komen. Metropoolregio Eindhoven en de gemeenten Geldrop-Mierlo en Nuenen trekken gezamenlijk op om Landgoed Gulbergen te ontwikkelen.

Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x €1.000 Omschrijving

Realisatie 2023 Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 7

850

0

0

0

0

0

3.1 Economische ontwikkeling

189

283

289

239

189

189

3.3 Bedrijfsloket en regelingen

46

38

37

37

37

37

3.4 Economische promotie

61

137

84

84

84

84

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

655

1.038

1.148

1.788

1.476

1.470

5.4 Musea

50

53

65

65

65

65

5.5 Cultureel erfgoed

12

13

126

126

126

126

1.863

1.562

1.749

2.340

1.977

1.971

0.10 Mutaties reserves programma 7

869

105

50

264

214

214

3.1 Economische ontwikkeling

11

5

9

9

9

9

3.4 Economische promotie

51

35

35

35

35

35

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

42

18

18

18

18

18

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten

972

162

112

325

275

275

Saldo (baten -/- lasten)

-891

-1.400

-1.638

-2.015

-1.702

-1.696

44

Voorgestelde aanpassingen Onderstaand de voorgestelde budgetaanpassingen van dit programma. Bedragen zijn in € waarbij negatieve bedragen een nadeel zijn en positieve bedragen een voordeel. 7. Economie, Toerisme & Recreatie Parkmanager (ten laste van bestemmingsreserve)

2025

2026

-50.000

-50.000

2027

2028

Dekking bestemmingsreserve voor parkmanager

50.000

50.000

Uitvoeringsbudget erfgoedbeleid

-50.000

-50.000

-50.000

-50.000

Opstellen evenementenvisie en -beleid

-50.000

Overige indexering ten laste van stelpost inflatie

-33.100

-33.100

-33.100

-33.100

Totaal programma 7

-133.100

-83.100

-83.100

-83.100

Toelichtingen Parkmanager (dekking bestemmingsreserve) Zie toelichting duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid. Uitvoeringsbudget erfgoedbeleid Zie toelichting meer passende toeristische en recreatieve voorzieningen. Opstellen evenementenvisie en -beleid Budget benodigd voor de totstandkoming van de evenementenvisie en het -beleid, zie toelichting meer passende toeristische en recreatieve voorzieningen. Indexering Voor indexeringen beschikken we over een stelpost die is opgenomen in programma 8.

45

Programma 8. Financiën & Belastingen Portefeuillehouder(s) B. van Stiphout

Wat willen we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect

Doelstellingen

Goed en degelijk financieel beleid

1. Goede bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting

Lastendruk passend bij voorzieningenniveau

2. Afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven op de kosten voor het voorzieningenniveau

Relevante beleidsnota's in dit programma Naam

Periode

Financiële verordening 2023

2023 e.v. december 2023

Vastgesteld in de raad

onbepaald

Nota reserves en voorzieningen

2019 e.v. februari 2019

onbepaald

Nota risicomanagement en weerstandsvermogen

2015 e.v. februari 2015

onbepaald

Nota activering, waardering en afschrijving

2006 e.v. januari 2006

onbepaald

Belasting-/legesverordeningen

jaarlijks

eind 2024

november 2023

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Wat gaan we daarvoor doen? Goed en degelijk financieel beleid 1. Goede bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting Deze ambitie komt uit het collegeprogramma; inmiddels hebben we meerdere verbeteringen doorgevoerd met betrekking tot budgetbeheer en daar gaan we in 2025 mee door. In ieder raadsvoorstel dat een begrotingswijziging bevat geven we duidelijk het effect op het jaarresultaat en/of reserves weer. In de tussentijdse rapportages laten we ook het begrotingssaldo zien en de stand van reserves, voor zover gewijzigd. Door goed budgetbeheer raken we meer 'in control'. We proberen tegenvallers op de ene plek te compenseren met meevallers elders, zodat we in totaliteit zo veel mogelijk binnen de begroting blijven. De begroting 2025 is een financiële uitdaging, mede als gevolg van het rijksbeleid (Voorjaarsnota 2024). In de kadernota 2025 heeft uw raad ingestemd met ons voorstel om de focus te leggen op een structureel sluitende begroting voor het jaar 2025. Dat is gelukt tot zover. Afhankelijk van het financiële perspectief uit de septembercirculaire 2024 bekijken we volgend jaar samen met uw raad of ombuigingen vanaf 2026 nodig zijn. Lastendruk passend bij voorzieningenniveau 2.

Afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven op de kosten voor het voorzieningenniveau Wij streven naar een kostendekkende afvalstoffen- en rioleringsheffing en een gelijkblijvende onroerendezaakbelasting (OZB). Ook voor de berekening van leges geldt dat zij nooit hoger zijn dan de bijbehorende kosten. Hogere lasten voor inwoners betekenen in principe betere dienstverlening en voorzieningen. Een verlaging van de OZB zou tot gevolg hebben dat er geschrapt moet worden in voorzieningen en dienstverleningsniveau. Het OZB-tarief verhogen we alleen met het inflatiepercentage. De tarieven worden vervolgens verlaagd als correctie op de gemiddelde waardestijging van woningen en niet-woningen. We rekenen daarbij met zo actueel mogelijke waardestijgingen, zodat inwoners optimaal worden gecompenseerd. Het effect daarvan op de WOZ-beschikking is per woning verschillend, afhankelijk van de mate van waardestijging van de betreffende woning of bedrijf.

46

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Dienst Dommelvallei Dienst Dommelvallei voert de bedrijfsvoeringstaken uit op terrein van financiën en planning & control. Daarmee levert zij een bijdrage aan het opstellen van de begroting en andere P&C documenten, interne controle en rechtmatigheid en dergelijke.

Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x €1.000 Omschrijving

Realisatie 2023

Begroting 2024 Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 8

2.027

662

1.228

0

0

0

0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

2.200

174

40

280

82

-26

0.5 Treasury

105

136

34

-105

4

83

0.61 OZB woningen

214

147

147

147

147

147

0.62 OZB niet-woningen

56

36

36

36

36

36

0.64 Belastingen overig

165

41

41

41

41

41

0.8 Overige baten en lasten

107

954

747

1.902

3.070

4.687

0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb)

-228

0

0

0

0

0

Totaal Lasten

4.647

2.149

2.273

2.301

3.380

4.968

1.027

0

0

0

0

0

Baten 0.10 Mutaties reserves programma 8 0.5 Treasury

107

34

56

56

56

55

0.61 OZB woningen

5.365

5.595

5.822

6.056

6.330

6.592

0.62 OZB niet-woningen

1.498

1.536

1.626

1.683

1.750

1.814

0.64 Belastingen overig

85

75

75

75

75

75

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds

38.443

40.230

41.929

41.156

42.825

44.469

0.8 Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal Baten

46.525

47.470

49.508

49.026

51.036

53.004

Saldo (baten -/- lasten)

41.878

45.320

47.235

46.725

47.656

48.036

Voorgestelde aanpassingen Onderstaand de voorgestelde budgetaanpassingen van dit programma. Bedragen zijn in € waarbij negatieve bedragen een nadeel zijn en positieve bedragen een voordeel. 8. Financiën & Belastingen

2025

2026

2027

2028

Onroerendezaakbelasting

56.081

104.930

196.327

262.302

Algemene uitkering: decembercirculaire 2023

293.123

233.479

250.955

266.615

Algemene uitkering: meicirculaire 2024

-45.693

788.813

691.739

698.377

Indexeringen ten laste van stelpost inflatie (tegenhanger andere programma's)

2.699.769 2.757.272 2.784.894 2.394.306

Aanvulling stelpost inflatie

-150.000

-500.000

-200.000

-350.000

Aanvulling stelpost areaaluitbreiding vanuit areaal ozb

-8.769

-20.088

-35.690

-53.408

Aanpassing rente (tegenhanger andere programma's)

602.730

679.710

209.712

-91.942

Storting 75% van positief resultaat 2025 in algemene reserve

-119.578

Totaal programma 8

3.327.663 4.044.116 3.897.937 3.126.250

47

Toelichtingen Onroerendezaakbelasting De OZB wordt alleen verhoogd met de reguliere vastgestelde index (3,3%) en daarnaast areaaluitbreiding. Dit is een kleine aanpassing ten opzichte van de meerjarenraming vanuit vorig jaar. Zie ook de paragraaf lokale heffingen. De stijging als gevolg van de indexatie storten we bij in de stelpost inflatie. De areaaluitbreiding voegen we toe aan de stelpost areaaluitbreiding. Algemene uitkering Deze bedragen komen voort uit de circulaires van het Rijk. Het gaat om de wijziging in de algemene uitkering die wij van het Rijk ontvangen ten opzichte van de voorgaande circulaire. Indien deze wijzigingen samenhangen met aanvullende taken en/of kosten voor ons als gemeente hebben we deze kosten meegenomen bij het betreffende programma. De informatie uit de circulaires wordt altijd met raadsinformatiebrieven gedeeld met de raad. De septembercirculaire 2024 wordt direct na opstellen van deze begroting geanalyseerd en via een raadsinformatiebrief gecommuniceerd, met een voorstel voor verwerking ervan in de begroting 2025. Indexeringen ten laste van de stelpost inflatie / aanvullingen stelpost inflatie Bij de programma's 1 tot en met 7 zijn diverse kosten verhoogd als gevolg van loon- en prijsstijgingen. Daarvoor biedt programma 8 dekking vanuit de stelpost inflatie. Deze stelpost wordt gevoed vanuit de circulaires algemene uitkering.

Omdat de prijsstijgingen in 2024 en 2025 sterker zijn dan waarvoor we zijn gecompenseerd vanuit het Rijk is een aanvullende storting nodig de komende jaren. Stelpost areaaluitbreiding vanuit areaal ozb Zie hierboven bij ozb. Aanpassing rente Door de aanpassingen en temporisering van diverse investeringen is de financieringsbehoefte gewijzigd ten opzichte van 2024. De eerste jaren is deze flink verlaagd (zie ook paragraaf financiering). Wel is er een lening geherfinancierd met hogere rentelasten tot gevolg. Omdat met deze hogere lasten al rekening was gehouden vallen per saldo de rentelasten lager uit. Storting 75% van positief resultaat 2025 in algemene reserve Om een buffer voor de toekomstige onzekere tijden te vormen is bij de begroting 2023 besloten om 75% van het begrotingsresultaat, mits positief, al bij de begroting in de algemene reserve te storten.

48

Paragrafen

49

Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.

Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. We mogen geen uitzonderingen maken op wettelijke regels. Dit om rechtsongelijkheid voor de inwoners te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen. • We streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies. • We hanteren het profijtbeginsel bij de overige heffingen. In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten stellen wij voor de tarieven voor 2025 als volgt aan te passen: • Voor de OZB stellen wij voor om de tarieven met de inflatiecorrectie van 3,3% te verhogen, gecorrigeerd voor de WOZ-waardeontwikkeling. • Ook overige leges en tarieven in de tarieventabel worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 3,3%.

Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen: • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt. • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. Er is geen wettelijk maximum gesteld aan de jaarlijkse stijging van de OZB-tarieven. De tarieven voor 2025 worden bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZwaarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de inflatiecorrectie. In deze paragraaf staan de tarieven volgens een voorlopige berekening, omdat de nieuwe WOZ-waarden nog niet bekend zijn. Het voorstel voor vaststelling van de OZB-tarieven wordt in de raadsvergadering van december 2024 aangeboden aan de raad.

De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2025 (voorlopige stand per 1 augustus 2024) ten opzichte van de werkelijke WOZ-waarde over 2024 is als volgt: Omschrijving Totale waarde woningen Totale waarde niet-woningen

50

2024

2025

5.280.000.000

5.490.153.000

381.000.000

404.640.000

De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2024 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Omschrijving

Waarde

Ons tarief

Opbrengst

Kortingstarief

Korting

Saldo

5.280.000.000

0,1058%

5.586.240

0,07120%

3.759.360

1.826.880

OZB gebruikers niet-woningen

311.000.000

0,1955%

608.005

0,15617%

485.689

122.316

OZB eigenaren niet-woningen

381.000.000

0,2436%

928.116

0,20531%

782.231

145.885

5.027.280

2.095.081

OZB eigenaren woningen

7.122.361

De ramingen voor de baten OZB 2025 zijn als volgt: Omschrijving

2025

Eigenaren woning

5.814.000

Eigenaren niet-woning

952.000

Gebruikers niet-woning

674.000

Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: 1. Een vast deel: hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de vaste kosten van de milieustraat en de herbruikbare afvalstromen (glas-, papier- en PMD-inzameling); 2. Een variabel deel: het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier afval dat naar aard en hoeveelheid overeenkomt met huishoudelijk afval. De tarieven van de afvalstoffenheffing worden bepaald waarbij de geraamde baten niet boven de geraamde kosten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten wordt de volledige BTW over deze kosten meegenomen (artikel 229b van de Gemeentewet).

We streven er in de regel naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. Omdat de kans op tegenvallers bij Blink reëel is, hebben we het positieve resultaat, dat de afvalbegroting toont, toegevoegd aan de afvalvoorziening. Voor 2025 stijgen de poorttarieven van de milieustraat en de variabele en vaste afvalstoffenheffing met de gewogen kostenindex van 3,3%. Voor 2025 gold een structurele bezuinigingsopdracht ter grootte van € 262.000. Verschillende maatregelen zijn hiertoe onder de loep genomen. Door het fors verlaagde kostenniveau van Blink, verlaging van interne personeelskosten, en het vervallen van kostenposten die onontkoombaar zijn (wegvallen aanneemsom Het Goed, contract eindigde per 1 juli 2024; verwijderen blikvangers, zijn overbodig door statiegeldregeling,), is het niet nodig gebleken om bezuinigingen door te voeren die het serviceniveau voor inwoners verlagen.

Rioolheffing De rioolheffing stijgt dit jaar met de gewogen kostenindex van 3,3%. In de huidige meerjarenprognose is dit niveau niet geheel voldoende om de kostenstijgingen te dekken waardoor de stand van de voorziening komende jaren zal dalen. De stand van de voorziening laat dit ook toe. Bij de komende

51

actualisatie van het rioolbeleid zal de meerjarenprognose voor de heffing nader worden bekeken. Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel.De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten mag ook de btw over deze kosten meegenomen worden (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er kort gezegd naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het BBV zijn gemeenten verplicht de berekening van tarieven van heffingen inzichtelijk te maken. De tarieven en heffingen mogen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen niet hoger zijn dan de geraamde lasten (artikel 229b Gemeentewet). Onderstaande overzichten geven aan dat riolering en afval beide 100% kostendekkend zijn. Dekkendheid afvalstoffenheffing

2025

Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat

568.955

Lasten overige afvalstromen

1.940.679

Kapitaallasten

82.346

Mutatie voorziening

180.602

Totaal kosten afval taakveld 7.3

2.772.582

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

187.662

Kwijtschelding taakveld 6.3

80.000

Straatreiniging taakveld 2.1

262.050

BTW taakveld 0.11*

465.279

Totaal toerekenbaar

994.991

Totaal lasten

3.767.573

Opbrengst afvalstoffenheffing

3.155.318

Baten milieustraat

233.557

Baten overige afvalstromen

378.698

Baten totaal (taakveld 7.3)

3.767.573

Dekkendheidpercentage afval

100%

* De BTW rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan. Dekkendheid rioolheffing

2025

Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering

1.073.862

Kapitaallasten

463.056

Mutatie voorziening

-864.671

Totaal kosten riolering taakveld 7.2

672.247

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

314.026

Kwijtschelding taakveld 6.3

45.000

Straatreiniging taakveld 2.1

379.258

Watertaken taakveld 5.7

142.283

BTW taakveld 0.11*

669.000

Totaal toerekenbaar

1.549.567

Totaal lasten

2.221.814

Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2

2.221.814

Baten totaal

2.221.814

Dekkendheidpercentage riool

100%

52

* De BTW rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband. Kostendekkendheid leges Op grond van het BBV moeten gemeenten inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. Per hoofdstuk van de legesverordening is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Per hoofdstuk in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke paragrafen binnen een hoofdstuk mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaalde paragraaf mogen kosten binnen een andere paragraaf compenseren.

Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten

Salaris Overhead Lasten

Percentage

Hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening

-460.701 449.841

504.992 156.276

41%

Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet

-700.089 306.038

343.558 223.398

80%

Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2

-8.938 33.125

36.194

-

13%

884.744 379.674

57%

Totaal

-1.169.727 789.003

Overige belastingen Toeristenbelasting Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten onder andere in hotels, pensions, vakantieonderkomens en op vaste standplaatsen. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. Vermakelijkhedenretributie Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt vermakelijkhedenretributie geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Er wordt alleen geheven als er gebruik wordt gemaakt van voorzieningen die door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand zijn gebracht. De tarieven voor 2025 blijven gelijk aan die van 2024. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van het ondernemersfonds.

53

Kwijtscheldingsbeleid De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • onroerendezaakbelastingen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing.

Overzicht tarieven 2023

2024

2025

OZB eigenaar woning

0,1061%

0,1058%

0.1059%

OZB eigenaar niet-woning

0,2392%

0,2436%

0,2431%

OZB gebruiker niet-woning

0,1920%

0,1955%

0,1951%

Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)

174,00

183,12

189,00

Afvalstoffenheffing 25 liter gft-afval

0,00

0,25

0,25

Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval

1,25

1,25

1,30

Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval

2,25

2,25

2,30

Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval

3,50

3,75

3,85

Afvalstoffenheffing 25 liter restafval

2,50

2,75

2,85

Afvalstoffenheffing 80 liter restafval

8,25

8,75

9,05

Afvalstoffenheffing 140 liter restafval

14,75

15,50

16,00

Afvalstoffenheffing 240 liter restafval

24,75

26,00

26,85

Afvalstoffenheffing 30 liter ondergronds restafval

1,85

2,00

2,05

Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds restafval

3,75

4,00

4,15

Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds gft-afval

0,25

0,25

0,25

Rioolheffing 1-persoonshuishouden

75,00

76,20

79,20

Rioolheffing 2-persoonshuishouden

140,00

141,00

145,80

Rioolheffing 3-persoonshuishouden

205,00

207,00

214,20

Rioolheffing 4-persoonshuishouden

270,00

272,40

281,40

Rioolheffing 5- of meerpersoonshuishouden

330,00

333,60

345,00

Rioolheffing niet-woning 0 - 200m3

140,00

141,60

146,40

Rioolheffing niet-woning 201 - 500m3

487,00

492,00

508,20

Rioolheffing niet-woning > 500 m3

695,00

702,00

725,40

Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2024 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best

Geldrop-Mierlo

OZB eigenaren woning

0,0770% 0,1058%

0,0937% 0,0841%

0,0659%

OZB eigenaren niet-woning

0,1966% 0,2436%

0,2961% 0,2186%

0,1834%

OZB gebruikers niet-woning

0,1644% 0,1955%

0,2092% 0,1757%

0,1490%

OZB woning

420

591

430

392

311

Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden)

335

303

322

369

358

Rioolheffing

210

207

192

190

199

Woonlasten (OZB woning + afvalstoffenheffing + rioolheffing)

965

1.102

944

951

869

54

Ontwikkeling lokale lastendruk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Nuenen aan. Jaar WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde

2023

2024

2025

459.000

468.000

483.000

17,4%

2,0%

3,2%

OZB

487

512

529

Afvalstoffenheffing *)

308

323

334

Rioolheffing **)

140

141

146

Totaal ***)

935

976

1.009

Lastenontwikkeling

4,7%

4,4%

3,3%

*) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers (8) en gft-afvalcontainers (7) in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn. **) Uitgangspunt is het gemiddelde aantal personen per huishouden in de gemeente Nuenen: 2,3 afgerond naar een 2-persoonshuishouden. ***) De totale lastendruk 2024 is niet gelijk aan de totale lastendruk 2024 in het rapport van COELO hierboven. Dit komt omdat COELO om een landelijke vergelijking te kunnen maken van andere gemiddelde WOZ-waarden bij OZB, andere gemiddelde aantal ledigingen bij afvalstoffenheffing en andere uitgangspunten bij de rioolheffing uitgaat.

55

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Nuenen. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2015'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015 wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten (begroting en jaarrekening) geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, of zullen extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt. Top 10 Er is een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt.

De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling "Overige risico's" wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.

Inventarisatie van de risico’s In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.

Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg:

56

Klasse Financieel gevolg (€) Klasse gemiddelde (€)

Klasse

Kans (Waarschijnlijkheid)

Klasse gemiddelde (%)

1

Eén keer per 10 jaar of minder (1-20%)

10%

1

< 50.000

25.000

2

Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%)

30%

2

50.000 – 100.000

75.000

3

Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%)

50%

3

100.000 – 250.000

175.000

4

Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%)

70%

4

250.000 – 500.000

375.000

5

Eén keer per jaar of vaker (81-99%)

90%

5

> 500.000

-

Top 10 risico's Nr. Risico (bepaling risicowaarde)

Risicowaarde begroting 2025

Risicowaarde jaarrekening 2023

Risicowaarde begroting 2024

1 Exploitatie grond (exact bedrag)

6.152.844

6.152.844

15.651.638

262.500

262.500

262.500

187.500

187.500

-

122.500

122.500

-

122.500

122.500

122.500

92.475

92.475

97.875

70.786

70.786

55.901

Het risicobedrag is gelijk aan de waarde in de jaarrekening 2023. 2 Sociaal domein (70% x € 375.000) Wmo/Jeugd is een open-einde regeling. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. 3 Cyberrisico's (50% x € 375.000) Het dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (IBD) is hét handvat om informatiebeveiliging up-to-date te houden. Het geeft inzicht in de belangrijkste bedreigingen en ontwikkelingen en adviseert over prioriteiten. In het dreigingsbeeld 2023-2024 concludeert de IBD onder andere dat er: - meer ransomware met destructieve gevolgen voorkomt; - steeds meer en ernstigere kwetsbaarheden in software voorkomen; - gevaren die voorkomen in de keten uit het zicht zijn. Cyberrisico’s hebben impact en kunnen leiden tot reputatie- en imagoschade. Ook gemeente Nuenen heeft waardevolle informatie te verliezen of kan schade lijden als informatie niet meer beschikbaar is. 4 Continuiteit bedrijfsvoering (70% x € 175.000) Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering.

Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur. 5 Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 175.000) Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In het voorjaar 2024 is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten. Er is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel). Hoewel de doorgevoerde wijzigingen er dus op gericht zijn om meer stabiliteit te krijgen in de grootste inkomstenbron van de gemeenten, passen we de risicowaarde op dit onderdeel vooralsnog niet aan. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen nog steeds problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend.

6 GR - Dienst Dommelvallei (exact bedrag) De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten. 7 GR - GGD (exact bedrag) De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Het onafgedekte risico, zijnde € 2.350.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente.

57

8 GR - Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (exact bedrag)

75.818

75.818

-

52.500

52.500

52.500

52.500

52.500

-

-

-

Het onafgedekte risico, zijnde € 2.717.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente. 9 Belastingaangifte (30% x € 175.000) De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. 10 Bodemverontreiniging/-sanering (70% x € 75.000) De gemeente loopt voortdurend het risico geconfronteerd te worden met schade aan het milieu door bijvoorbeeld bodemverontreinigingen. Subtotaal top 10

7.191.923

Overige risico's + risico onvoorzien

430.000

Totaal

7.621.923

Totaal (o.b.v. zekerheidspercentage (90%)

6.859.731

Wijzigingen: Ten opzichte van de laatste risico-inventarisatie - ten tijde van de jaarrekening 2023 - is de totale risicowaarde (o.b.v. zekerheidspercentage 90%) gelijk gebleven.

Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Weerstandscapaciteit

Incidenteel

Structureel

Algemene reserve

12.552.000

-

Algemene reserve bouwgrond

24.069.000

-

949.000

-

Algemene reserve bouwgrond winstnemingen Stille reserve Raming onvoorziene uitgaven

pm

-

0

72.225

Onbenutte belastingcapaciteit

-

0

Totale weerstandscapaciteit

37.570.000

72.225

Weerstandsvermogen Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit € 37.642.225 / € 6.859.731 = 5,49 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 5,49 goed is. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.

58

Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90

90-130

>130

Solvabiliteitsratio

>50

20-50

<20

Grondexploitatie

<20

20-35

>35

Structurele exploitatieruimte

>0

0

<0

Belastingcapaciteit

<95

95-105

>105

59

60

Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2024 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20242027. De kengetallen voor 2025-2028 zijn afkomstig uit voorliggende meerjarenbegroting. Omschrijving

Realisatie 2021

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Netto schuldquote

112% 106%

76%

96%

58%

66%

78%

79%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

107% 102%

72%

93%

55%

64%

75%

76%

Solvabiliteitsratio

30%

33%

36%

31%

42%

37%

38%

37%

Grondexploitatie

117% 124%

98%

85%

71%

51%

32%

28%

4%

0%

1%

1%

0%

0%

Structurele exploitatieruimte

3%

Belastingcapaciteit

9%

118% 118% 111% 108% 102% 102% 102% 102%

Conclusie De netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) wordt voor de gemeente Nuenen sterk beïnvloed door de grondexploitaties. De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het de afgelopen jaren noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. Voor de komende jaren zijn de verkoopbaten geraamd overeenkomstig de bouwgrondexploitaties zoals bij de jaarrekening 2023 vastgesteld. Het kengetal neemt af door de realisatie van geraamde verkopen in met name Nuenen West en Eeneind West. Naarmate deze projecten worden gerealiseerd is de financieringsbehoefte immers lager en hoeven we minder te lenen. Het oplopen van dit kengetal in 2026 en verder wordt veroorzaakt door de grote investeringsprojecten, zoals het Klooster (2024-2025), De Hongerman (2025-2026), de woonwagenlocaties (2025-2027) en de bundelroutes (2025-2028). Als gevolg van bovengenoemde forse investeringen in gronden is het kengetal grondexploitatie hoog. De sterke afname van het kengetal in de komende begrotingsjaren wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Nuenen West en Eeneind West. De solvabiliteitsratio schommelt slechts licht.

De reserves nemen toe door de stortingen van 75% van het begrotingssaldo in de algemene reserve. Dat de ratio desondanks nauwelijks stijgt wordt veroorzaakt door de geraamde investeringen voor de komende jaren. De structurele exploitatieruimte is in 2025 en 2026 licht positief en in 2027 en 2028 afgerond 0. Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, de eerstkomende jaren opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting, vanaf 2027 is er een licht negatief structureel resultaat (maar < 0,5%). De belastingcapaciteit is relatief hoog in Nuenen. Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de ozb. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren ingezet is op verlaging van de belastingdruk, mits dat gezien de financiële situatie verantwoord was. Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote

61

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.

62

Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld.

63

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Nuenen heeft een uitgestrekt buitengebied en een intensief bebouwd binnengebied met een totale oppervlakte van 3.361 ha. De gemeente is verdeeld over vier kernen: Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. Zowel binnen als buiten de kernen vinden tal van activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Om deze activiteiten in goede banen te leiden zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken, groen, riolering, gebouwen en speeltoestellen. Vanwege het geringe belang laten we voortaan de verkeersregelingen en beelden en plastieken buiten beschouwing. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid en de financiële consequenties van het onderhoud van de kapitaalgoederen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14615659/1