Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
Tekst van het document
De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling "Overige risico's" wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.
Inventarisatie van de risico’s In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.
Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter.
59
Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg: Klasse Financieel gevolg (€) Klasse gemiddelde (€)
Klasse
Kans (Waarschijnlijkheid)
Klasse gemiddelde (%)
1
Eén keer per 10 jaar of minder (1-20%)
10%
1
< 50.000
2
Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%)
30%
2
50.000 – 100.000
75.000
3
Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%)
50%
3
100.000 – 250.000
175.000
4
Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%)
70%
4
250.000 – 500.000
375.000
5
Eén keer per jaar of vaker (81-99%)
90%
5
> 500.000
-
25.000
Matrix (kans x gevolg top 10 risico's) Voor de bepaling van de score in de risicomatrix worden de klassescores bepaald. Hierboven staan twee tabellen. In de eerste tabel is de top 10 opgenomen. Het getal in de matrix correspondeert met het risiconummer uit de top 10. Zo is zichtbaar welk risico in het groen, oranje of rood is opgenomen. In de tweede tabel is de scoreberekening van de kans x gevolg opgenomen. Top 10 risico's Risico 1
Kans Kans in Risicowaarde in % € Exploitatie grond
exact bedrag
15.651.638
exact bedrag
425.000
70% 375.000
262.500
30% 500.000
150.000
De risicowaarde is identiek aan de jaarrekening 2022. 2
Standplaatsen woonwagens Eventuele meerkosten voor de verbetering van woonwagens kunnen voor rekening van de gemeente komen.
3
Wmo/Jeugd Wmo/Jeugd is een open-einde regeling. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden.
4
Externe gevolgen cybercriminaliteit / beveiligingsincident Een beveiligingsincident is een inbreuk op de beveiliging, waarbij de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van informatie in gevaar is of kan komen. Een beveiligingsincident kan ook onbewust worden veroorzaakt. Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Aan de ene kant wordt ICT steeds complexer, en aan de andere kant blijkt uit de benchmark dat we onder het gemiddelde zitten qua middelen. IBD dreigingsbeeld 2023-2024: De dreiging van ransomware-aanvallen neemt toe. Aan de lopende band proberen criminelen een ingang te vinden. De (potentiële) gevolgen van een aanval worden ook steeds ernstiger: het wordt merkbaar. Het fenomeen ransomware (gijzelsoftware) komt al jaren voor. Criminelen versleutelen gegevens en persen het slachtoffer af om deze gegevens na het betalen van losgeld weer toegankelijk te maken. De IBD ontving de afgelopen twee jaar steeds meer meldingen van situaties waar gemeentelijke processen langdurig(er) verstoord zijn als gevolg van destructieve gijzelsoftware. Criminelen aarzelen niet om privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en medewerkers online te publiceren.
De externe gevolgen van cybercriminaliteit of een beveiligingsincident kunnen groot zijn: - Een getroffen organisatie is vaak weken of maanden bezig om de bedrijfsprocessen en informatiebeveiliging weer op orde te krijgen en de complete gegevensregistraties opnieuw op te bouwen. - Beveiligings- en privacy- incidenten schaden ook het vertrouwen van burgers in de overheid, de reputatie van de organisatie en haar bestuurders. Daarnaast kunnen onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens en overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) leiden tot aansprakelijkheidsstellingen van getroffenen of boetes van de privacytoezichthouder. Een boete wegens onzorgvuldig handelen met de privacy van inwoners zou bovendien leiden tot grote imagoschade. Drie soorten dreigingen vallen de laatste tijd op: - Meer ransomware, destructievere gevolgen - Steeds meer en ernstiger kwetsbaarheden in software
60
Risico
Kans Kans in Risicowaarde in % € - Gevaren in ketens
5
Algemene uitkering gemeentefonds
70% 175.000
122.500
70% 175.000
122.500
50% 219.832
109.916
exact bedrag
97.875
exact bedrag
55.901
30% 175.000
52.500
Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In 2022 is besloten om 2 belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering door te voeren. Ten eerste zal vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek ('samen de trap op, samen de trap af') geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het accres wordt wel bijgesteld als gevolg van jaarlijkse loon- en prijsontwikkelingen. Ten tweede geldt dat het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025 is vastgezet op de stand van de meicirculaire 2022. Door het vastzetten van het volumedeel van het accres zijn er bij zowel het Rijk als de gemeenten veel minder budgettaire schommelingen dan voorheen. Dit betekent dat de accresstanden voor deze jaren slechts nog wijzigingen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Het verdeelmodel zal nog verder verbeterd worden. Onderzoeken naar de centrumfunctie, eenpersoonshuishoudens, inkomstencorrecties WOZ-waarden en de overige eigen middelen (OEM) lopen nog. In hoeverre door de val het kabinet de uitwerking van de nieuwe financieringsmethodiek vertraging oploopt is nog niet duidelijk. Dit geldt ook voor het voornemen om samen met de VNG te bezien welke mogelijkheden er zijn qua modernisering en uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied.
De schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. 6
Interne gevolgen cybercriminaliteit/beveiligingsincident Naast de externe gevolgen - die genoemd worden bij risico 4 - loopt de organisatie ook het risico op mogelijk interne gevolgen. Grootste risico's daarbij zijn: - Uitval van dienstverlening en bedrijfsvoering; - Fouten in de dienstverlening; - Herstelkosten. Drie soorten dreigingen vallen de laatste tijd op: - Meer ransomware, destructievere gevolgen - Steeds meer en ernstiger kwetsbaarheden in software - Gevaren in ketens
7
Naheffing Attero Als de naheffing op basis van tonnages wordt berekend, dan is de naheffing hoger.
8
Intergemeentelijke samenwerking - Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.
9
GGD Brabant Zuidoost De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 1.850.000, dient te worden opgenomen (naar ratio) in de eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de deelnemende gemeenten.
10
Belastingaangifte De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. Subtotaal top 10
Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)
17.050.330
Overige risico's + risico onvoorzien
308.129
Totaal
17.358.459 15.622.613
Wijzigingen: Ten opzichte van de laatste risico-inventarisatie - ten tijde van de jaarrekening 2022 - is de totale risicowaarde (o.b.v. zekerheidspercentage 90%) afgenomen. De risicowaarde van de risico "Onvoorzien" is verlaagd en het risico "Saneringskosten grond" is komen te vervallen. De saneringskosten zijn komen te vervallen omdat deze zijn meegenomen in de raming voor de herontwikkeling.
61
Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Weerstandscapaciteit
Incidenteel
Structureel
Algemene reserve
11.065.109
-
Algemene reserve bouwgrond
14.697.442
-
Algemene reserve bouwgrond winstnemingen
9.103.031
-
pm
-
Raming onvoorziene uitgaven
0
72.225
Onbenutte belastingcapaciteit
-
0
Totale weerstandscapaciteit
34.865.582
72.225
Stille reserve
Weerstandsvermogen Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit € 34.937.807 / € 15.622.613 = 2,24 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 2,24 goed is. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 2,24 is het weerstandsvermogen van Nuenen goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.
62
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
63
64
Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2023 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20232026. De kengetallen voor 2024-2027 zijn afkomstig uit voorliggende meerjarenbegroting. Omschrijving
Realisatie 2020
Begroting 2022
2023
2024
2025
2026
Netto schuldquote
117% 112% 106%
107%
96%
82%
93% 104%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
112% 107% 102%
103%
93%
79%
90% 101%
Solvabiliteitsratio
28%
33%
30%
31%
30%
33%
31%
Grondexploitatie
113% 117% 124%
100%
85%
57%
42%
37%
1%
0%
0%
0%
1%
Structurele exploitatieruimte
1%
Belastingcapaciteit
2021
30% 3%
9%
112% 118% 118%
2027
104% 108% 108% 108% 108%
Conclusie De netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) wordt voor de gemeente Nuenen beïnvloed door 2 oorzaken: De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het de afgelopen jaren noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. Voor de komende jaren zijn de verkoopbaten geraamd overeenkomstig de bouwgrondexploitaties zoals bij de jaarrekening 2022 vastgesteld. Het kengetal neemt de komende jaren af door de realisatie van geraamde verkopen in met name Nuenen West en Eeneind West. Het oplopen van dit kengetal in 2026 en 2027 wordt veroorzaakt door de grote investeringsprojecten, zoals de renovatie van de woonwagenlocaties (2025-2026) en de bundelroutes (2024 t/m 2027). Als gevolg van bovengenoemde forse investeringen in gronden is het kengetal grondexploitatie hoog. De sterke afname van het kengetal in de komende begrotingsjaren wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Nuenen West en Eeneind West. De solvabiliteitsratio schommelt slechts licht. De reserves nemen toe door de stortingen van 75% van het begrotingssaldo in de algemene reserve.
Dat de ratio desondanks nauwelijks stijgt wordt veroorzaakt door de geraamde investeringen voor de komende jaren. De structurele exploitatieruimte is licht positief. Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting. De belastingcapaciteit is relatief hoog in Nuenen. Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de ozb. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren ingezet is op verlaging van de belastingdruk, mits dat gezien de financiële situatie verantwoord was. Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote
65
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
66
Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld.
67
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Nuenen heeft een uitgestrekt buitengebied en een intensief bebouwd binnengebied met een totale oppervlakte van 3.361 ha. De gemeente is verdeeld over vier kernen: Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. Zowel binnen als buiten de kernen vinden tal van activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Om deze activiteiten in goede banen te leiden zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken, groen, riolering, gebouwen, speeltoestellen, verkeersregelingen en ten slotte beelden en plastieken. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid en de financiële consequenties van het onderhoud van de kapitaalgoederen.
Wegen De gemeente beschikt over een uitgebreid wegennet ten behoeve van de verbinding binnen de kernen, tussen de kernen en de aansluiting op het regionale wegennet. Op dit moment bestaat dit wegennet uit ruim 228 kilometer verharde wegen. Beleid In het vastgestelde beheerplan heeft de raad gekozen voor cyclisch onderhoud. Bij deze systematiek wordt het onderhoud zodanig gepland dat gedurende de gehele levensduur van de verhardingen periodiek grootschalig onderhoud kan worden uitgevoerd. Financieel gezien betekent dit de eerste 10 jaar een uitgave van gemiddeld € 977.000,-. In het beheerplan 2022-2026 zijn ook enkele beleidskaders opgenomen. Beleidsplan Voor het beleidsveld Wegen is geen apart beleidsplan opgesteld. De beleidskaders zijn benoemd in het Beheerplan wegen 2022-2026. Naam
Periode
Beheerplan Wegen 2022-2026
2022-2026
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
maart 2021 begin 2026
Uitgangspunten Het benodigde kleinschalig en grootschalig onderhoud wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse wegeninspectie. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel Groot onderhoud (storting voorziening) Klein onderhoud (incl. inspectie) Totaal
2024
2025
2026
2027
977.000
977.000
977.000
977.000
214.000
173.000
173.000
173.000
1.191.000
1.150.000
1.150.000
1.150.000
Jaarlijks wordt volgens het programma uit het beheerplan wegen het benodigd (gemiddeld) bedrag (€ 977.000,-) gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor cyclisch onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren. Voor reconstructie en rehabilitatie van de wegen zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2023 resteert in de voorziening een bedrag van € 2.496.649,-. Achterstallig onderhoud Het achterstallig onderhoud is een indicator van het CROW (uitgedrukt in kosten) en is gedefinieerd als onderhoud op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn al is overschreden, met andere woorden waarbij het onderhoud al eerder uitgevoerd had moeten worden. Er is geen achterstallig onderhoud. Jaarlijks wordt een inspectie uitgevoerd op het gehele areaal. Op basis van deze inspecties vindt kleinschalig en grootschalig onderhoud plaats, met name op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden. Daarmee houden wij de wegen veilig en heel en voorkomen we achterstallig onderhoud.
Openbare verlichting De gemeente Nuenen heeft ruim 6.400 lichtmasten en 6.600 armaturen. De kosten voor openbare verlichting bestaan uit de jaarlijkse kosten voor elektriciteit en klein onderhoud en de kosten voor vervangingsinvesteringen.
68
Beleid Het beleid is erop gericht om de komende jaren de meest verouderde openbare verlichting te vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Beleidsplan Het beleidsplan Openbare verlichting is vastgesteld op 6 juli 2017. Naam
Periode
Beleidsplan OVL 2018-2027
2018-2027
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
6-7-2017 Eind 2027
Uitgangspunten Volgens het huidige beleidsplan worden alleen de verouderde armaturen en de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Voorgesteld wordt om versneld alle armaturen te vervangen door energiezuinige led-armaturen. Hiermee sorteren we voor op de naderende stijging van de energiekosten (aanbesteding energie eind 2023). Met deze vervanging besparen we niet alleen op energiekosten maar ook op onderhoudskosten. De nieuwe ledverlichting heeft een (theoretische) levensduur van 20 jaar. In deze 20 jaar is het niet meer nodig om (zoals bij conventionele verlichting) lampen te vervangen. Door de verouderde conventionele verlichting te vervangen besparen we op onderhoudskosten circa € 10.000 per jaar. Naast de mogelijke energiebesparing is er nog een andere reden de vervanging naar voren te halen. Namelijk het gegeven dat door een recente aanpassing van een richtlijn door de Europese Commissie een aantal, ook in Nuenen gebruikte typen, conventionele lampen vanaf februari 2023 niet meer geproduceerd of ingevoerd mogen worden. Hiervoor is een investering van € 1.900.000,- benodigd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Voor de vervanging van masten en armaturen is in 2024 en 2025 circa € 950.000,- opgenomen.
Naast middelen voor de vervangingsinvesteringen is nog een bedrag voor regulier onderhoud, zoals remplace, masten schilderen en het oplossen van storingen uitgegeven van afgerond € 119.000,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Civiele kunstwerken Met civiele kunstwerken worden bruggen, viaducten etc. bedoeld. Voor het groot onderhoud hiervan is een voorziening gevormd. Beleid In het vastgestelde beheerplan Civiele kunstwerken heeft de raad gekozen voor het onderhouden van de civiele kunstwerken op C-niveau. Bij dit niveau ligt de nadruk op veilig en heel. Enkele kunstwerken, zoals in het centrumgebied en op diverse gemeentegrenzen, worden op A-niveau onderhouden. Beleidsplan Het beheerplan Civiele kunstwerken is vastgesteld op 13 februari 2020. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan Civiele kunstwerken
2020-2024
13 februari 2020
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024
Uitgangspunten Voor het vervangen van civiele kunstwerken bij einde levensduur zijn geen middelen beschikbaar in het onderhoudsfonds. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt hiervoor apart aan de raad om budget gevraagd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel Groot onderhoud
2024
2025
2026
2027
115.122
115.122
115.122
115.122
Klein onderhoud
40.000
20.000
20.000
20.000
Totaal
155.122
135.122
135.122
135.122
Jaarlijks wordt volgens het beleidsplan civiele kunstwerken het benodigd (gemiddeld) bedrag van € 115.122,- gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor het planmatig onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren (jaarlijks gemiddeld € 162.000,-). Voor de vervanging van civiele kunstwerken zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Naast de bedragen voor het groot onderhoud is € 20.000,- beschikbaar voor klein onderhoud. (In 2024 daarnaast € 20.000,- voor een inspectie van civiele kunstwerken.)
69
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel alleen gedaan wanneer de veiligheid niet in het geding is.
Groen De groenstructuur van de gemeente Nuenen wordt enerzijds bepaald door de historische en moderne wegenstructuur, anderzijds door de diverse grotere (historische) groen- en parkgebieden en waterstructuren binnen de kern. Om dit optimaal tot zijn recht te laten komen dient het groen goed beheerd te worden. De gemeente Nuenen draagt zorg voor het gemeentelijk groen. Het openbaar groen heeft een grote waarde wat betreft gezondheid, veiligheid, beleving en duurzaamheid. Samen met onze inwoners nemen we maatregelen om verzorgd en gebruiksvriendelijk openbaar groen te realiseren. Beleid Gemeentebossen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentebossen. Het bosbezit van de gemeente Nuenen is in totaal circa 65 ha groot en ligt verspreid over vijf grotere gebieden in de gemeente en enkele kleinere bospercelen in en rond het dorp Nuenen. Bomen De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan een prettig leefklimaat. Het is daarom belangrijk te zorgen en blijven zorgen voor een gezond bomenbestand. Uit bijdragen van inwoners aan het Bomencafé is duidelijk geworden dat de inwoners graag bomen in de eigen omgeving hebben, maar er ook iets over te zeggen willen hebben. Zoals met ieder plan zijn ook met het uitvoeren van dit beleidsplan kosten gemoeid.
Openbaar groen Het Groenstructuurplan en het Groenbeheerplan is de basis voor verder beleid, beheer en planvorming. Bermen en Watergangen Bermen: binnen de gemeente Nuenen hebben we ruim 78 ha aan bermgras. Bermen bestaan uit een vegetatie van gras en kruiden. Ze worden duidelijk minder intensief beheerd dan de gazons en bevinden zich hoofdzakelijk aan de randen van de bebouwde omgeving en langs de wegen in het buitengebied. Bermen met bermgras vervullen meerdere functies zoals: • verhoging van de stabiliteit van de weg; • opvang van regenwater; • bieden van ruimte voor bomen, kabels, leidingen, lichtmasten, bebakening, verkeersborden, uitwijkmanoeuvres en parkeren; • ecologische functie voor planten, insecten en kleine zoogdieren; • ontsluitingsmogelijkheden bieden aan naastliggende percelen; • verfraaiing dorpsaangezicht/verbetering woon- en leefklimaat. Watergangen: het voornaamste doel is het bergen en/of afvoeren van water. Daarom is het beheer er op gericht dit mogelijk te maken. Afhankelijk van de watergang in het waterafvoerend systeem wordt regelmatig onderhoud zelfs verplicht door het Waterschap dat eenmaal per jaar een schouwronde uitvoert op het uitgevoerde werk. Het beheer van de A-watergangen valt onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas.
Het beheer van de B- en Cwatergangen wordt uitgevoerd door de aangelanden, waaronder de gemeente Nuenen. Beleidsplan Naam
Periode
Beheerplan gemeentebossen
2017-2022 23-5-2017 (vastgesteld door college)
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2023
Bomenbeleidsplan
2017-2031 9-2-2017
eind 2031
Groenstructuurplan
2011-2020 25-11-2010
2024
Groenbeheerplan
2012-2026 12-12-2019
eind 2026
Uitgangspunten Bermen In het kader van ecologisch bermbeheer en de biodiversiteit is de maaifrequentie aangepast naar maximaal 1x tot 2x per jaar. Bij het maaien wordt het maaisel afgevoerd. Bij iedere maaibeurt blijft 20% overstaan. Om verruiging te voorkomen wordt het overstaande deel bij de volgende maaibeurt mee gemaaid, en blijft op andere delen 20% overstaan. De toetsing van goed maaibeheer van bermen en watergangen is vastgelegd in Kleurkeur van de Vlinderstichting. Door deze nieuwe
70
standaard kunnen opdrachtgevers en aannemers zich beter voorbereiden op een insectenvriendelijk bermbeheer. In het maaibestek van bermen en watergangen zijn de richtlijnen van Kleurkeur opgenomen en geeft het een garantie dat het maaibeheer gericht is op het verhogen van de ecologische kwaliteit. Watergangen Beheer en onderhoud van watergangen (sloten) met een afvoerende en een bergende functie van het oppervlaktewater binnen het stroomgebied van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Overeenkomstig de Keur oppervlaktewateren betreft dit sloten met een beperkt belang, niet zijnde in onderhoud bij de bovengenoemde waterschappen. Bossen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de bossen ten behoeve van de openluchtrecreatie en het milieu. Landschappelijke beplanting Op sobere wijze in stand houden van lintvormige en kleinschalige landschapselementen (wegbeplantingen, houtsingels, poelen etc.), ten behoeve van: • beeld, milieu; • verbindingen tussen landschapselementen; • coulissenwerking. Openbaar groen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de groenvoorziening voor een groene uitstraling van de gemeente voor haar eigen inwoners en gebruikers (inwoners van buiten de gemeente en toerisme). Het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau is B.
De 'Parels' die als visitekaartje dienen worden op kwaliteitsniveau A onderhouden. Bomen Nuenen is een bolwerk van bomen. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar zowel inwoners als de gemeente trots op zijn. Gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoudt, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Financieel
2024
2025
2026
2027
Bossen
25.775
25.775
25.775
25.775
Watergangen
80.880
80.880
80.880
80.880
Landschappelijke beplanting
20.765
20.765
20.765
20.765
Openbaar groen
1.540.142
1.477.642
1.477.642
1.477.642
Totaal
1.667.562
1.605.062
1.605.062
1.605.062
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering De gemeentelijke riolering bestaat uit ca. 150 km vrij vervalriolering (binnen de bebouwde kommen) en ca. 60 km drukriolering (in het buitengebied). Daarnaast zijn er nog voorzieningen zoals bergbezinkbassins en gemalen. Beleid De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente omgaat met deze zorgplichten is vastgelegd in het beleidsplan. Beleidsplan Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) heeft een looptijd tot en met 2023. In het vGRP staan de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP. Naam
Periode
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023 (vGRP)
20192023
Vastgesteld in de raad 13-12-2018
Uitgangspunten De doelen vastgelegd in het vGRP zijn: • Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater;
71
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2025
•
Inzameling, transport en / of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; • Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt; • Klimaatbestendig ontwerpen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De jaarlijks benodigde budgetten voor groot onderhoud zijn vastgesteld in het vGRP. Wanneer in een jaar meer geld ontvangen is dan uitgegeven wordt dit bedrag gestort in de voorziening riolering. Dit geld blijft daardoor beschikbaar voor de doelen uit het GRP. Financieel
2024
2025
2026
2027
Onderhoudskosten riolering
427.014
452.208
478.888
507.142
Totaal
427.014
452.208
478.888
507.142
Daarnaast resteert eind 2023 nog een bedrag van € 4.436.569,- in de voorziening riolering. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.
Gebouwen De gemeente heeft de nodige gebouwen in beheer. Deze zijn onder te verdelen in gebouwen voor eigen gebruik, algemene gebouwen, sociaal culturele accommodaties en sportaccommodaties. Beleidsplan De gemeenteraad heeft in de vergadering van 9 november 2017 het beheerplan gebouwen 20182032 vastgesteld. Vervolgens wordt dit plan elke 4 jaar geactualiseerd. De laatste actualisatie heeft in 2021 plaatsgevonden en is verwerkt in de begroting 2024-2027. De volgende staat gepland in 2025. Naam
Periode
Beheerplan gebouwen
2018-2032
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
9-11-2017 2025
Uitgangspunten Voor de gebouwen die economisch eigendom zijn van de gemeente Nuenen en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, is een voorziening gevormd. Uitgangspunt voor deze voorziening is wat minimaal nodig is om de gebouwen veilig, heel en functioneel te houden op basis van sober en doelmatig onderhoud. Het uitgangspunt is conditieniveau 3. Tevens zal bij regulier onderhoud een verduurzamingsslag gemaakt worden door de materialen te vervangen voor een duurzamere variant, daar waar budget het toelaat. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen op basis van het MJOP Financieel
2024
2025
2026
2027
425.000
425.000
425.000
425.000
Besteding uit voorziening
1.046.589
417.353
773.364
296.690
Mutatie voorziening
-621.589
7.647
-348.364
128.310
Dotatie voorziening
Achterstallig onderhoud De gemeentelijke vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel met grote financiële en maatschappelijke waarde. Structureel onderhoud is daarom van essentieel belang. Daarom inventariseert de gemeente elke 4 jaar al de gemeentelijke gebouwen en stelt een MJOP op. Het MJOP (2018-2032) is in 2021 geactualiseerd. Het college heeft ingestemd met het MJOP 2022-2032, gebaseerd op de Nederlandse norm NEN 2767. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Bij het Klooster en de Hongerman is gelet op de renovatieplannen alleen noodzakelijk onderhoud uitgevoerd. Gelijktijdig met het actualiseren van het MJOP zijn in 2021 voor de gemeentelijke panden ook duurzaamheidsrapportages opgesteld. Deze maatwerkrapportages worden samen met het geactualiseerde MJOP in 2023/2024 uitgewerkt in een Plan van aanpak / routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Nuenen.
72
Speeltoestellen De gemeente heeft verschillende speeltoestellen in de openbare ruimte staan. Deze worden beheerd volgens het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Beleid Spelen en bewegen in de openbare ruimte 'Speelruimtebeleidsplan 2017-2020' Beheerplan speelvoorzieningen 2011 – 2020 Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen Beleidsplan Naam
Periode
Spelen en bewegen in de openbare ruimte
2017-2020
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
6-7-2017 onbepaald
Uitgangspunten Het speelruimtebeleid is via co-creatie tot stand gekomen waarbij is samengewerkt met inwoners, verenigingen en andere belanghebbenden als gelijke partners. De belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn: • Spelen voor alle leeftijden (jong en oud); • Risicovol spelen in een natuurlijke omgeving; • Gebruik maken van (aanwezige elementen in) de gehele openbare ruimte; • Ontmoeten als belangrijk onderdeel van de "Centrale speelgelegenheid Nuenen"; • Aansluiten bij de behoeftes van de omgeving en trends. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Jaarlijks wordt bij de investeringen een bedrag van € 85.000,- opgenomen voor vervanging bij einde levensduur en nieuw beleid. Naast deze middelen is nog een bedrag voor regulier onderhoud beschikbaar van € 51.500,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. De administratie rondom speeltoestellen brengen we op orde en dit ronden we in 2024 af.
Verkeersregelingen Beleid Voor het vervangen van verkeersborden, verkeerstekens, wegmarkeringen, etc. is budget in de exploitatie beschikbaar. Uitgangspunten Verkeersborden worden vervangen wanneer ze beschadigd of verdwenen zijn. Ook worden ze één maal per jaar schoongemaakt. Voor het onderhoud aan wegmarkeringen en verkeersregelinstallaties zijn onderhoudscontracten afgesloten. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2024
2025
2026
2027
Groot en klein onderhoud verkeerslichten, -borden en wegwijzers
63.250
63.250
63.250
63.250
Totaal
63.250
63.250
63.250
63.250
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Beelden en Plastieken Beleid Het beleid- en beheerplan beelden en plastieken inclusief de noodzakelijke financiële middelen is nog niet voorgelegd aan de raad. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2024
2025
2026
2027
Onderhoud Beelden en plastieken
6.000
6.000
6.000
6.000
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
73
Financiering Inleiding Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Nuenen de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.
Interne en externe ontwikkelingen Extern De ECB blijft in de komende twaalf maanden een ruim monetair beleid voeren. De lange rentetarieven zijn wel fors gestegen afgelopen jaar. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV: Renteschema
%
Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond
2,00%
Rente grondexploitatie
0,70%
Rente activa
0,60%
In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema
2024 2025 2026 2027 2028
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
799 1.978 1.886 1.674 1.490
De externe rentebaten
-16
1 Saldo rentelasten en rentebaten
-16
-16
-16
-16
783 1.963 1.870 1.658 1.475
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-431 -792 -519 -459 -461
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-8
-3
-3
-3
-2
De rentelast van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
8
3
3
3
2
2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-431 -792 -519 -459 -461
3 Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
0
3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
52
53
54
56
57
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)
405 1.224 1.406 1.255 1.070
5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-395 -493 -557 -624 -641
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)
10
731
848
631
429
Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.
Financieringsbehoefte Op basis van de begroting 2024 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld. Boekwaarde 1-1
2024
2025
2026
2027
Activa
68.359
84.391
95.315
106.674
Grondexploitaties
59.137
53.024
28.531
25.417
Geldleningen OG*
-71.078
-35.323
-29.997
-24.671
Reserves en voorzieningen
-60.989
-61.201
-60.905
-60.318
-4.571
40.891
32.943
47.103
* Dit is de huidige leningenportefeuille.
74
Uit bovenstaand schema blijkt dat er in 2024 sprake is van een financieringsoverschot en in 2025, 2026 en 2027 sprake is van een financieringsbehoefte. Beleidsvoornemen financiering Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering, omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet. Deze bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien het feit dat de rente op dit moment stijgt, kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap
Omschrijving
2024
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
1
Omvang begrotingstotaal
68.908
Percentage regeling
8,50%
Toegestane kasgeldlimiet
5.857
Vlottende korte schuld
2
opgenomen gelden < 1 jaar
5.000
Schuld in rekening courant
0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
6
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
0
Totaal vlottende korte schuld
5.006
Vlottende middelen Contante gelden in kas
23
Tegoeden in rekening courant
10.228
Overige uitstaande gelden < 1 jaar
0
3
Totaal vlottende middelen
10.251
4
Totaal netto vlottende schuld (2-3)
-5.245
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)
11.102
Voor 2024 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). Stap
Omschrijving
1
Renteherzieningen
2024
2025
2026
0
0
0
2
0
Aflossingen
35.755
5.326
5.326
5.327
3 (1+2)
Renterisico
35.755
5.326
5.326
5.327
4
Begrotingstotaal
68.908
93.257
68.112
68.840
5
Percentage regeling
20%
20%
20%
20%
6 (4 x 5)
Renterisiconorm
13.782
18.651
13.622
13.768
7
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)
-21.974
13.326
8.296
8.441
75
2027
Voor 2025, 2026 en 2027 is er ruimte om langlopende leningen af te sluiten, voor het jaar 2024 is er een geprognosticeerde overschrijding volgens de renterisiconorm. Overschrijding ontstaat doordat er in dit jaar een aflossing wordt gedaan op één lening waarbij pas op het einde van de looptijd het volledige bedrag wordt afgelost, namelijk € 30 miljoen.
Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker
Looptijd Van
rente
oorspronkelijk
1-1-2024
31-12-2024
t/m
NWB
2015 2027
1,21%
220
77
58
Prov NB
2017 2027
0,00%
2.321
2.093
2.093
BNG
2019 2024 -0,32%
30.000
30.000
0
BNG
2022 2027
1,28%
18.000
14.400
10.800
BNG
2022 2037
1,86%
25.000
23.333
21.667
75.541
69.903
34.618
rente
oorspronkelijk
1-1-2024
31-12-2024
Totaal Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw Omschrijving
Looptijd Van
t/m
BNG
1991 2041
0,43%
1.180
745
705
BNG
2004 2024
4,59%
5.800
430
0
6.980
1.175
705
Totaal
76
Bedrijfsvoering Inleiding Het doel van de bedrijfsvoering is het zo goed mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om professionele ondersteuning van het gemeentebestuur en goede dienstverlening aan de inwoners door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.
Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling Het in 2021 gestarte ontwikkelprogramma gaat in 2024 een volgende fase in (NOD 2.0). In het proces van doorontwikkeling van de organisatie is het cultuuraspect met de daaraan gekoppelde cultuuromslag de grootste uitdaging voor ons naar de toekomst toe. De (organisatie-)structuur is daarin ondersteunend. De vervolgstappen zijn gericht op competentieontwikkeling (o.a. eigenaarschap, feedback geven en ontvangen) en integrale samenwerking. Strategisch HRM-beleid Het strategisch HRM-plan zetten we in om (middel)lange termijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de organisaties te vertalen naar HRM-instrumentarium. De doorontwikkeling van de organisatie bepaalt mede welke onderwerpen we specifiek gaan oppakken. In 2024 wordt de nieuwe gesprekscyclus geïmplementeerd en verder invulling gegeven aan strategische personeelsplanning en de daaraan gekoppelde competentieontwikkeling.
Informatievoorziening In 2024 werken we verder aan een betrouwbare en veilige informatievoorziening volgens de kaders van het Informatiebeleid Dommelvallei 2021-2025. Belangrijke onderwerpen waar we aan werken zijn: • Verder bouwen aan de informatievoorziening die nodig is voor een optimale uitvoering van de Wet Open Overheid; • Aanpassingen in processen en systemen voor de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer; • Transitie naar de cloud, op basis van de resultaten van extern onderzoek; • Digitale duurzaamheid waarbij informatie vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig is; • Risicoanalyses, waaronder risicoworkshops informatiebeveiliging met directie en management om de roadmap informatiebeveiliging en privacy te actualiseren; • Weerbaarheid op het gebied van informatieveiligheid en privacy verder verhogen, aan de hand van een meerjarig bewustwordingsprogramma; • Toetsen aan de vastgestelde kaders, waaronder de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg). De benodigde werkzaamheden en projecten komen terecht in het Informatieplan 2024-2025 Dommelvallei.
Control Accountant In de tweede helft van 2023 worden gesprekken gevoerd met de accountant hoe opvolging te geven aan zijn adviezen uit de managementletter en het accountantsverslag. Uitwerking daarvan gebeurt gedeeltelijk in 2024.
77
Rechtmatigheidsverantwoording Het college geeft in 2024 een rechtmatigheidsverantwoording af bij de jaarrekening 2023. De wetgeving hiervoor is eind 2022 door de Tweede Kamer vastgesteld. Tot en met de jaarrekening 2022 gaf de accountant zijn oordeel over zowel de rechtmatigheid als de getrouwheid van de jaarrekening. De accountant toetst de jaarrekening 2023 alleen nog op getrouwheid. De rechtmatigheidsverantwoording is vertaald in de in 2023 gewijzigd vastgestelde financiële en controleverordening. Samen met de accountant bereiden we dit in 2023 en begin 2024 voor, zodat we een rechtmatigheidsverantwoording kunnen afgeven bij de jaarrekening 2023.
Huisvesting De huisvesting van de ambtelijke organisatie en het bestuur is momenteel als volgt: • Jan van Schijnveltlaan/Papenvoort (hoofdvestiging) • Pastoorsmast (buitenwerf) • Berg en Aardappeleterssteegje (Centrum Maatschappelijke Deelname) Naast de eigen organisatie zijn in het gemeentehuis ook de bibliotheek en de politie gehuisvest. De noodzaak om meer multidisciplinair samen te werken vraagt om een eigentijdse werklocatie. Bij voorkeur een gebouw dat activiteitgericht werken en ontmoeting stimuleert. Het huidige kantoor aan de Jan van Schijnveltlaan voldoet daar niet aan. Het geeft ons bovendien een achterstand bij het werven van nieuw personeel. In aanloop naar de kadernota 2025 wordt een huisvestingsconcept uitgewerkt en financieel vertaald.
Kengetallen (peildatum 1-8-2023) Verdeling man/vrouw en fulltime/parttime
Fulltime
Parttime
Totaal
Mannen
38
10
Vrouwen
21
44
48 65
Totaal
59
54
113
Verhouding man / vrouw 2023: 42% /58% Verhouding man / vrouw in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2022: 45% / 55% Formatie
Factor
Directie en Staf
fte
1-8-2023 6,94
Afd. Ontwikkeling
fte
40,64
Afd. Realisatie
fte
59,33
Totale formatie
fte
106,91
Gemiddelde leeftijd Gemiddelde leeftijd
2023
2022
Mannen
47,3
47,9
Vrouwen
47,4
46,8
Totaal
47,4
47,1
2023
2022
Gemiddelde leeftijd landelijk binnen gemeenten in 2022: 47,2 jaar
Ziekteverzuim (exclusief zwangerschapsverlof) Ziekteverzuim (1 januari tot 1 juli) Verzuimpercentage
4,7
4,7
Verzuimfrequentie
0,52
0,29
Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2022: 6,5%
78
Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen en/of wettelijke taken uit te (laten) voeren. Het deelnemen aan een verbonden partij komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk invloed wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is, indien de verbonden partij failliet gaat of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.
Conform artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen de volgende verbonden partijen aan de orde in deze paragraaf: Gemeenschappelijke regelingen: • Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond; • Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei (DVV) te Mierlo; • Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel; • Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond. Vennootschappen en coöperaties: • Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag; • Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch. Stichtingen en verenigingen: • Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond; • Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot.
In deze paragraaf zal in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt worden aan de hand van de volgende indelingen: • Doel en openbaar belang van de verbonden partij; • Algemene visie op en beleidsvoornemens over inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer we gebruik maken van de verbonden partij; • Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij; • Risico’s: welke andere risico’s zijn er bij deelname; • Afbreukrisico van geen deelname; • Alternatieven voor geen deelname; • Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking; • Frequentie van terugkoppeling naar de raad; • Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking; • Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij. De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks Bestuur AB: Algemeen bestuur GR: Gemeenschappelijke regeling NV: Naamloze Vennootschap
Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de Metropoolregio Eindhoven (MRE) actief als opvolger van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven ook wel de SRE. Het doel van de samenwerking binnen deze gemeenschappelijk regeling is het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio om op deze manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren. De belangrijkste opgaven voor de aankomende jaren is de groei van de
79
economie in goede banen te leiden waardoor meer inwoners in de regio profiteren van welvaart en welzijn. We richten ons daarbij primair op een gezamenlijke aanpak van urgente opgave in de fysieke leefomgeving. Daarnaast geeft de MRE uitvoering aan het Stimuleringsfonds en dient als betaalautoriteit voor Brainport Development NV. Tevens is het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) onder gebracht in deze gemeenschappelijke regeling. Het RHCe voert voor gemeenten wettelijk taken uit op het gebied van toezicht, behoud en openbaar maken van de cultuurhistorische informatie en is archiefbewaarplaats van de door onze gemeente en andere overheden in Zuidoost Brabant overgebrachte archieven. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Er zijn maatschappelijke opgaven die niet begrensd worden door gemeentegrenzen, maar juist veel verder strekken. Het is goed om deze opgaven dan ook samen met anderen op regionale schaal op te pakken, waarbij aansluiting wordt gezocht met de Nationale Brainport Agenda. Hierdoor worden (ontwikkelings)mogelijkheden beter benut. Bovendien biedt deze samenwerking mogelijkheden om rijksgelden naar de regio te halen. Daarnaast zijn wij via de MRE vertegenwoordigd in de stichting Brainport en de triple helix. Deze stichting bepaalt de strategie van de ontwikkelingsorganisatie Brainport Development.
De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden. Veranderingen en ontwikkelingen Metropoolregio Eindhoven In 2023 is het geactualiseerde samenwerkingsakkoord 2023 - 2026 vastgesteld. Dit akkoord gaat uit van 2 complementaire ontwikkellijnen, namelijk: duurzame schaalsprong Brainport en nieuwe balans in het landelijk gebied. Deze lijnen dragen in samenhang bij aan de brede welvaart van de hele regio en haar inwoners. Brede welvaart is het perspectief bij het zoeken naar oplossingen voor opgaven in de regio. De volgende vijf hoofdopgaven worden onderscheiden: • schaalsprong wonen en ruimte • toekomstig mobiliteitssysteem • een veerkrachtig economisch systeem • vitaal landelijk gebied • toekomstig energiesysteem Door het nieuwe samenwerkingsakkoord verandert de rol en de positie van de MRE en de ambtelijke ondersteuningsorganisatie. Er wordt een doorontwikkeling voorzien van procesregie naar meer inhoudelijke regie met programmasturing op realisatie. Daarom is in 2023 een organisatieadvies gevraagd. Dit advies wordt geïmplementeerd in 2024. Hiertoe is in de begroting MRE voorzien in een forse formatie-uitbreiding. Bovendien is het plan om programmabureaus op te richten. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven Binnen RHCe heeft een heroriëntatie plaatsgevonden om met name de kosten te drukken.
Door focus op wettelijke taken is er meer grip op de financiën en is de afstemming met de deelnemende gemeenten verbeterd. In 2020 is besloten om de doorgevoerde uitvoeringsactiviteiten, dienstverlening en werkwijzen voort te zetten. In 2022 is besloten om RHCe niet de ontvlechten uit de de MREorganisatie. Het RHCe wordt in de huidige vorm verder voortgezet en doorontwikkeld. Landgoed Gulbergen De voorziening Gulbergen is nog niet afgewikkeld, omdat de voormalige stortplaats officieel nog niet gesloten is en de nazorg nog niet is overgedragen aan de Provincie Noord-Brabant. Het ziet er naar uit dat de nazorg van de stortplaats Gulbergen voorlopig niet aan de provincie wordt overgedragen in afwachting van onderzoek naar mogelijkheden om de toekomstige nazorgkosten te beperken. In 2020 is de erfpacht afgekocht, waardoor de MRE weer volledige zeggenschap heeft over de gronden in het gebied. Dit maakt de weg vrij om nieuwe plannen te ontwikkelen voor Gulbergen. Daarom is in 2022 een participatietraject doorlopen. Duidelijk is geworden dat grootschalige energieopwekking, woningbouw en een vakantiepark geen draagvlak hebben in de omgeving. Door deze uitkomst heeft de MRE besloten om meer tijd te nemen voor de verdere ontwikkeling van het landgoed Gulbergen.
Gemeenschappelijke regeling Als gevolg van wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen moet de regeling met trekking tot de MRE ook aangepast worden. Deze procedure is inmiddels in gang gezet. De planning is om de gewijzigde regeling per 1 juli 2024 in werking te laten treden. Risico's Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld door Algemeen Bestuur in juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als
80
uitwerking van de nota zijn voor de MRE-organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. In de jaarrekening 2022 zijn de volgende belangrijkste risico's op concernniveau onderkend waaraan de benodigde weerstandscapaciteit is gekoppeld: • het doelvermogen voor eeuwigdurende nazorg voor landgoed Gulbergen is ontoereikend; • het nieuwe samenwerkingsakkoord leidt tot uitbreiding van taken voor de MRE-organisatie waar de organisatie qua personeel en middelen niet op is ingericht, het risico bestaat dat de externe financiering niet wordt gerealiseerd; • bezuinigingen bij de gemeenten met als gevolg lagere gemeentelijke bijdragen. De MRE-organisatie heeft over 2022 een positief rekeningresultaat van € 469.458 behaald, bestaande uit Metropoolregio Eindhoven € 260.577 positief, RHCe € 208.881 positief en Landgoed Gulberen € 0. Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan MRE. MRE is een belangenbehartiger van de regio en weet ook middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen. Alternatieven voor geen deelname Naast MRE zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk.
Zo werken de gemeenten Eindhoven, Helmond, Son en Breugel, Geldrop-Mierlo, Waalre, Veldhoven, Best, Oirschot en Nuenen op subregionaal niveau samen binnen Stedelijke Gebied Eindhoven. De agenda's van de beide samenwerkingsverbanden worden op elkaar afgestemd, zodat er geen sprake is van een overlap. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant, zijnde de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Algemeen bestuur: M. Houben (burgemeester), plv. : J. Tesser (raadslid) Raadstafel21: H. Bonnier en M. Spijkerman (beide raadsleden) Portefeuillehoudersoverleg Economie: B. van Stiphout (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit: S. Löwik (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Transitie landelijk gebied: P. Kok (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Energietransitie: S. Löwik (wethouder) Commissie van Advies voor Financiën: B. van Stiphout (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks bij de kadernota (ter kennisneming), begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening (ter kennisneming). Bovendien wordt het 2-jaarlijks werkprogramma MRE voor zienswijze voorgelegd aan de raden.
Daarnaast wordt de raden via de 1e bestuursrapportage MRE geïnformeerd over de beleidsmatige uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m mei en via de 2e bestuursrapportage over de financiële uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m september. Tot slot wordt de raad ook tussendoor geïnformeerd over voor hen belangrijke ontwikkelingen en worden voor hen met enige regelmaat bijeenkomsten over specifieke thema's georganiseerd.