CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2025 - Bijlage Jaarstukken 2025

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Jaarrekening 2025 gemeente Nuenen41.174 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Dit tracé is voor een klein deel gelegen binnen Nuenen West en wordt voor het overige gerealiseerd vanuit de projecten Leefbaar en bereikbaar Nuenen (cluster midden en noord). Ook bij deze clusters is de inhuur van externe capaciteit nodig en mogelijk. In 2026 vindt participatie plaats.

Wat hebben we ervoor gedaan? Bevorderen van een gezonde leefomgeving 10. Betere luchtkwaliteit en minder geluidshinder In 2025 is het definitieve Actieplan geluid 4e tranche vastgesteld waarin maatregelen zijn opgenomen voor de reductie van geluid langs wegen. Hier zal de komende jaren uitvoering aan worden gegeven. Voor het meten van de luchtkwaliteit binnen onze gemeente zijn wij aangesloten bij de Regionale Meetnet, geïnitieerd door de ODZOB i.s.m. AiREAS, Provincie, GGD, RIVM, TNO e.a. De metingen geven geen aanleiding tot het aanscherpen van wettelijke normering.

41

Wat hebben we ervoor gedaan? Bewustwording van hergebruik van spullen. 11. Meer stimuleren van afvalscheiding en het hergebruik In 2025 zijn voorbereidende werkzaamheden opgestart en uitgevoerd voor het in 2026 op te stellen Grondstoffenplan. Zo zijn onder meer een bewonersenquête uitgevoerd en een evaluatie in gang gezet van het gebruik van de zgn. " VANG-locaties" in Nuenen-West voor wat betreft effectiviteit (mate van afvalscheiding) en efficiëntie (doelmatigheid, kosten). Als in 2026 het Grondstoffenplan is opgesteld, kijken we samen met Blink en Het Goed naar initiatieven die bijdragen aan hergebruik, reparatie en andere vormen van duurzaam materialengebruik. In 2026 wordt de keuze gemaakt of de VANG-locaties toekomstbestendig zijn voor Nuenen West en of deze eventueel worden uitgerold voor de rest van Nuenen. In het kader van het maken van meer fundamentele keuzes gericht naar de toekomst keken we in 2025 verder naar het kostenniveau in combinatie met het serviceniveau van onze huishoudelijk afvalinzameling.

Beleidsindicatoren Naam

Indicator

Fijn huishoudelijk restafval*

KG per inwoner

Jaarrekening 2024

Begroting 2025 63

Jaarrekening 2025 63

69

In 2025 werd 68,76 kg restafval per inwoner ingezameld incl. luiers/incontinentiemateriaal.

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma BLINK De Gemeenschappelijke regeling BLINK speelt een belangrijke rol bij het uitvoeren van de wettelijke taken en het realiseren van de beleidsdoelen op het gebied van: 1. Inzameling, transport en verwerking van het huishoudelijk afval; 2. Beheer van de milieustraat Nuenen; 3. Beheer en onderhoud van ondergrondse containers; 4. Straatreiniging en onkruidbestrijding in de gemeente. Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) De ODZOB voerde voor de gemeente alle milieutaken uit op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving (VTH). Er is gewerkt volgens het vastgestelde werkprogramma 2025. Dit programma is gerealiseerd en lichtelijk overschreden aangezien wij wat meer werkzaamheden hebben gevraagd. De omgevingsdienst is ook ingeschakeld voor allerlei sectorale adviestaken, zoals op het gebied van bodem, geluid (metingen), asbest, geur etc. Metropoolregio Eindhoven Binnen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) werken we samen aan onder andere (sub)regionale opgaven op het gebied van Mobiliteit. In 2024 is de regionale Mobiliteitsvisie 2040 vastgesteld. De visie is de basis voor een adaptief maatregelpakket. Met de uitwerking is een start gemaakt in het Meerjarig Multimodaal Mobiliteitspakket (MMMP). In dit pakket worden meerjarige programma's, projecten en maatregelen opgenomen die voor de regio van belang zijn.

Tijdens dat proces heeft de regio met het Rijk de Beethovendeal gesloten. In deze deal zijn ook afspraken gemaakt over onder andere slimme korte termijn termijnmaatregelen (de zogenoemde KTM2-pakket) in de Brainportregio. De uitwerking hiervan is onderdeel van het proces MMMP. Wij verwachten dat de regio in 2025 dit proces zal afronden. De bekostigingssystematiek op basis waarvan kosten verdeeld worden tussen alle betrokken partners bij een specifiek project, is vastgesteld. Regionaal wordt onder andere ingezet op de realisatie van snelfietsroutes. De gemeente Nuenen is kartrekker van de snelfietsroute Gemert - Eindhoven. In 2024 is de tracéstudie uitgevoerd met buurgemeenten en de Provincie en in 2025 zijn afspraken over financiering en realisatie vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Het Nuenense deel van deze snelfietsroute wordt gerealiseerd in het kader van het Voorkeursalternatief (VKA) Bundelroutes en Nuenen West.

42

Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2025) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Primaire begroting 2025

Begroting na wijziging 2025

Realisatie 2025

Afwijking budget 2025

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 6

0

10

10

0

2.1 Verkeer en vervoer

3.777

4.572

4.804

233

114

114

60

-54

2.2 Parkeren 2.5 Openbaar vervoer

29

29

6

-23

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

2.691

2.688

2.900

212

7.2 Riolering

672

672

590

-82

7.3 Afval

2.773

2.750

2.807

57

7.4 Milieubeheer

1.019

1.267

1.317

50

Totaal Lasten

11.074

12.101

12.494

393

0.10 Mutaties reserves programma 6

148

168

73

-95

2.1 Verkeer en vervoer

102

1.055

1.055

-1

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

0

0

2

2

7.2 Riolering

2.222

2.222

2.173

-49

7.3 Afval

3.768

3.768

4.006

238

Baten

7.4 Milieubeheer

462

690

900

210

Totaal Baten

6.702

7.903

8.209

306

Saldo (baten -/- lasten)

-4.372

-4.198

-4.285

-87

43

Analyse 6. Ruimtelijk beheer, Milieu & Verkeer

I/S Bedrag

Saldo

-87.000

Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer

I

58.000

I

70.000

I

59.000

Binnen dit taakveld was eenmalig een bedrag opgenomen voor acute maatregelen staalslakken. Een klein deel is in 2025 uitgegeven. Zie ook het verzoek tot resultaatbestemming in de inleiding. Taakveld 2.2 Parkeren De onderzoeken meting parkeerbezetting zijn uitgevoerd. De analyse hiervan en het opstellen van het bijbehorende advies volgt in 2026 en 2027 middels inhuur. Zie ook het verzoek tot resultaatbestemming in de inleiding. Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie De inzet van de middelen voor bossen is afhankelijk van de programmering door Bosgroep Zuid Nederland. De gemeente heeft hier uitsluitend een faciliterende rol en betaalt de facturen; wij bepalen niet zelfstandig de aard van de werkzaamheden. In 2025 stonden minder werkzaamheden op de rol, waardoor een deel van het budget (€25.000) niet is besteed. Daarnaast is de geplande inboetronde (het vervangen van beplanting bij einde levensduur) van 2025 door gebrek aan capaciteit niet uitgevoerd. De opdracht voor de inboetronde van 2026 wordt daarom in het voorjaar uitgevoerd. Taakveld 7.2 Riolering

I -106.000

De opbrengsten vanuit de rioolheffing vallen lager uit dan geraamd (€ 63.000). Dit komt voornamelijk door een landelijke trend van minder watergebruik en meer eenpersoons huishoudens. De opbrengsten voor de komende jaren is bij berekening rioolheffing 2026 aangepast. De kosten voor drukriolering, gemalen en bergbezinkbassins zijn gestegen (€ 39.000). Dit vanwege extra aansluit/netwerkkosten en extra afname van duurdere elektriciteit. Taakveld 7.3 Afval

I

211.000

I

192.000

I

-95.000

De opbrengst variabele afvalstoffenheffing was hoger vanwege meer aangeboden afval (€ 45.000). Daarnaast zijn de vergoedingen voor papier, glas en PMD ook hoger uitgevallen dan verwacht in verband met gunstigere marktprijzen (€ 101.000). De inzamelkosten voor restafval en papier waren lager (€ 81.000), maar de verwerkingskosten van de milieustraat waren hoger (€ -/- 81.000). Tot slot is de post onvoorzien niet aangesproken ( € 29.000) en verschuift de pilot hoogbouw naar 2026 ( € 20.000). Taakveld 7.4 Milieubeheer Er is sprake van een onderbesteding, omdat de werkzaamheden voor het nieuwe beleid Nota duurzaamheid en klimaat 2025-2030, het opstellen van het Soorten Management plan (SMP) en het Warmteprogramma vanuit de CDOKEmiddelen zijn betaald. De uitvoering van het SMP, het Warmteprogramma en het uitvoeringsplan volgend uit de Nota duurzaamheid en klimaat 2025-2030 zijn voorzien in 2026 e.v. Hiervoor worden de gelden ingezet die via de decentralisatie-uitkering ten behoeve van de verduurzamingsopgave zijn ontvangen, de gelden van het duurzaamheidsbeleid en indien nodig de reserve klimaatmiddelen. Stortingen en onttrekkingen reserves We hebben geen bedrag onttrokken aan de reserve klimaatmiddelen, zie voor toelichting taakveld 7.4. Toerekening salarissen en overhead aan taakvelden

I -649.000

Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Kapitaallasten

I

71.000

I

102.000

Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Overig Totaal

-87.000

44

Programma 7. Economie, Toerisme & Recreatie Wat wilden we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect

Doelstellingen

Toekomst bestendig centrum

1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum

Duurzame bedrijventerreinen

2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid

Vrijetijdsbesteding in balans

3. Meer toeristische aantrekkingskracht

Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied

4. Hogere kwaliteit van het natuurinclusief agrarisch landschap 5. Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf

Relevante beleidsnota's in dit programma Naam

Periode

Vastgesteld in de Planning vaststelling raad nieuw beleidsplan

Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa

2011 e.v.

juli 2011

n.v.t.

Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven

2024 e.v.

september 2015

n.v.t.

Vlekkenplan + Centrum Nuenen 2023

2023 e.v.

september 2023

n.v.t.

Regionale programmering bedrijventerrein Stedelijk Gebied Eindhoven

2024 e.v.

december 2024

onbepaald

Verordening reclamebelasting

jaarlijks

november 2024

november 2026

Structuurvisie ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen - De Wereld van Van Gogh

2019 e.v.

februari 2020

n.v.t.

Toekomststrategie “Groots, een hoogstaand en toegankelijk voorzieningen aanbod in het Stedelijk Gebied Eindhoven”

2021 e.v.

juli 2021

n.v.t.

Omgevingsvisie Nuenen

2021 e.v.

september 2021

onbepaald

Nota duurzaamheid en klimaat

2025-2030 november 2025

onbepaald

Transitievisie Warmte voor de gemeente Nuenen

2021 e.v.

september 2021

2026

Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Metropoolregio Eindhoven

2022 e.v.

december 2021

2026/2027

Beleidsnota Erfgoed ‘Bouwstenen voor de toekomst'

2023 e.v.

oktober 2023

onbepaald

Wat hebben we ervoor gedaan? Toekomstbestendig centrum 1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum In 2025 hebben we verder gewerkt aan de verkenning van de ontwikkelopgaven in het centrum, zoals vastgelegd in het Vlekkenplan+ Centrum. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol vervuld richting ondernemers, vastgoedeigenaren en andere betrokken partijen. De daadwerkelijke realisatie van ontwikkelingen is in belangrijke mate afhankelijk van initiatieven van vastgoedeigenaren en marktpartijen. In juli 2025 hebben de partijen Whoon en Aldi laten weten dat zij de ontwikkeling van de locaties Parkstraat/Voirt – AH locatie – Aldi locatie gezamenlijk gaan voorbereiden. Het centrummanagement fungeerde ook in 2025 als gesprekspartner voor het delen van signalen en het bespreken van aandachtspunten. Verder zijn we in 2025 gestart met het opstellen van een parkeernota, ook geldend voor het centrum. En verder is onderzoek gedaan naar de verkeersafwikkeling binnen het centrum. Deze gaan landen in het omgevingsprogramma Centrum, net als o.a. de ontwikkelopgave. In 2025 hebben we het plan van aanpak voor de weekmarkt in grote lijnen uitgewerkt, in overleg met Stichting Weekmarkt Nuenen.

45

Wat hebben we ervoor gedaan? Duurzame bedrijventerreinen 2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid In 2025 is verdere uitvoering gegeven aan het uitvoeringsprogramma Duurzame bedrijvigheid. Daarnaast is in 2025, met ondersteuning vanuit de Metropoolregio Eindhoven, een externe aanjager duurzame bedrijvigheid gestart. De activiteiten richtten zich met name op het verkennen van mogelijkheden voor samenwerking tussen ondernemers op de thema’s ruimte, energie en duurzaamheid. De pilot Energiehub Regisseur is in 2025 voortgezet. Binnen deze pilot is gewerkt aan het in kaart brengen van de technische, organisatorische en financiële haalbaarheid van energiedeling en efficiënter energiegebruik tussen bedrijven. De pilot bevond zich in 2025 in een onderzoeks- en verkenningsfase. In 2025 is een ondernemersbijeenkomst georganiseerd voor bedrijven op de bedrijventerreinen, waarin thema’s als ruimte, energie en duurzaamheid centraal stonden. Naar aanleiding hiervan is de communicatie met ondernemers versterkt, onder andere door het opstarten van een periodieke nieuwsbrief voor ondernemers op de bedrijventerreinen. Binnen het Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerreinen (KVO-B) is in 2025 gezamenlijk met betrokken partijen gereflecteerd op de werking van het traject en de organisatiegraad onder ondernemers.

Deze reflectie maakte onderdeel uit van een bredere afweging over de wijze waarop samenwerking, sturing en borging op het terrein van veiligheid en leefbaarheid worden vormgegeven. Ondanks de inzet van alle betrokken partijen bleek in de praktijk lastig om de gewenste organisatiegraad onder de ondernemers te bewerkstellingen. Daarom is eind 2025 besloten om dit KVO-project te beëindigen. Dit neemt niet weg dat de gemeente blijvend moet investeren in de contacten met ondernemers. Op regionaal niveau is in 2025 gewerkt aan de verdere uitwerking van de uitvoeringsagenda die voortvloeit uit de Visie Werklocaties en de Regionale Programmering Werklocaties (RPW). In 2025 is binnen MRE-samenwerking gestart met de uitvoering van een aantal prioritaire acties uit de uitvoeringsagenda, behorend bij de Visie Werklocaties en de Regionale Programmering Werklocaties. De aandacht lag daarbij onder meer op zorgvuldig ruimtegebruik, intensivering en kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijventerreinen. In 2025 zijn de voorbereidende werkzaamheden voor het Omgevingsprogramma Berkenbos opnieuw opgepakt.

Hierbij lag de focus op het opstellen van de juiste uitvraag voor een adviesbureau en het verzamelen en analyseren van bestaande beleidskaders, regionale afspraken en relevante onderzoeken, waaronder het in 2025 uitgevoerde intensiveringsonderzoek bedrijventerreinen, dat als belangrijke bouwsteen dient voor het programma. Eind 2025 bevond het Omgevingsprogramma zich nog in de voorbereidingsfase. Helaas zijn we, net als in 2024, hier niet verder mee kunnen komen vanwege beperkte ambtelijke capaciteit. In 2025 heeft het college de omgevingsvergunning voor het distributiecentrum op bedrijventerrein Eeneind-West verleend. Tegen deze vergunning zijn ruim 1.500 zienswijzen en 15 beroepschriften ingediend. De gemeente heeft een verweerschrift opgesteld waarin alle onderwerpen die in de beroepschriften zijn genoemd, aan de orde komen. Wij zijn in afwachting van behandeling van de zaak bij de rechtbank (afdeling Bestuursrecht). De zitting is gepland op 2 juni 2026. In 2025 hebben de gemeente en de ontwikkelaar van de locatie Eeneind West geprobeerd om nadere afspraken te maken over de afwikkeling van de huidige overeenkomsten. Dit is niet gelukt. De standpunten van beide partijen lagen te ver uiteen. Om de impasse te doorbreken en duidelijkheid te krijgen, heeft het college met steun van de raad besloten om een rechtszaak aan te spannen bij de rechtbank (afdeling Privaatrecht).

De rechter is gevraagd om te bevestigen dat de overeenkomsten tussen de ontwikkelaar en de gemeente zijn uitgewerkt. Daarmee willen we de overeenkomsten met ontwikkelaar beëindigen. Ook in deze zaak zijn wij in afwachting van een uitspraak. De behandeling bij de rechtbank is ingepland begin september 2026.

46

Wat hebben we ervoor gedaan? Vrijetijdsbesteding in balans 3. Meer toeristische aantrekkingskracht In 2025 zijn we gestart met de voorbereiding van een nieuwe evenementenvisie en -beleid. In dit kader zijn de scope en aanpak bepaald, is een bureau aanbesteed en zijn de eerste stappen in het traject gezet. De verdere inhoudelijke uitwerking vindt in 2026 plaats. De gemeenteraad heeft in 2025 een ontwikkelrichting vastgesteld voor Landgoed Gulbergen. Hiermee is de door de Metropoolregio Eindhoven opgestelde ontwikkelvisie voor Landgoed Gulbergen vastgelegd in een gemeentelijk beleidskader, zoals bedoeld in de Omgevingsverordening NoordBrabant. In het zuidelijke deel staat recreatie centraal. In het noordelijke deel staat natuurinclusief gebruik centraal. In dit gebied zijn plannen voor een natuurbegraafplaats en een kleinschalig coöperatief gemengd boerenbedrijf Herenboeren. In 2025 heeft de MRE met name voorbereidingen getroffen om de gronden binnen Landgoed Gulbergen te gaan verkopen aan partijen die de ontwikkelvisie zullen realiseren. In 2025 hebben we verder uitvoering gegeven aan het erfgoedbeleid dat eind 2023 is vastgesteld. Er is een begin gemaakt met het selecteren van ‘wederopbouw en Post 65 gebouwen’ die in aanmerking komen voor monumentale aanwijzing, voordat deze panden worden afgebroken en verdwijnen.

Dit wordt gestimuleerd vanuit de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE), omdat de waarde van deze panden vaak onderschat wordt. Dit proces wordt in 2026 voortgezet. Er is uitgebreid geofysisch onderzoek gedaan op en rond de begraafplaats bij de Tomakker. Tevens is er geofysisch onderzoek gedaan op het terrein van het Rijk monumentale gewelven bij Hooidonk. De rapporten van deze onderzoeken worden naar verwachting in 2026 afgerond.

Wat hebben we ervoor gedaan? Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied 4. Hogere kwaliteit van het natuur-inclusief agrarisch landschap Het parkbureau van het Van Gogh Nationaal Park heeft zich in 2025 ingezet om met name de programma’s Brabants Bodem en Brabant Behaagt verder uit te rollen. Dit heeft geresulteerd in de uitgave van een brochure met voorbeelden hoe de groene blauwe dooradering kan worden opgepakt in het landelijk gebied. Daarnaast is er veel aandacht gegaan naar de vraag hoe de recreatieve druk op kwetsbare natuurgebieden kan worden verspreid door in het omliggende landschap meer recreatieve voorzieningen aan te bieden. Naast de bekende Natuurpoorten worden er ook Boerenpoorten ontwikkeld. Binnen het project Dommeldal uit de Verf is het onderzoek naar het hydrologisch systeem binnen het totale projectgebied van Geldrop-Mierlo tot en met Son en Breugel afgerond. Met deze kennis is er een inrichtingsplan voor deelgebied Urkhovense Zeggen/Hulsterbroek/Collse Zeggen opgesteld. Ook in 2025 zijn de regelingen Stimuleringregeling Landschap en ErvenPlus opengesteld voor agrarische ondernemers. Het aantal aanvragen blijft achter. Dit komt waarschijnlijk door de onduidelijke tijden waarin de agrarische sector op dit moment zit.

Binnen het Van Gogh nationaal Park zijn in 2025 afspraken gemaakt met bedrijven om de termijn van beheersubsidies te verlengen van 6 naar 30 jaar, dit zou meer zekerheid voor de ondernemers moeten geven. 5. Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf De onzekerheid voor de agrarische ondernemers is in 2025 niet afgenomen. Steeds meer agrarische ondernemers melden zich met verzoeken om hun bedrijf geheel of gedeeltelijk te kunnen stoppen en zijn op zoek naar alternatieven. Deze processen hebben veel tijd nodig omdat vaak ook provinciaal beleid een rol speelt. Ook binnen het omgevingsprogramma Landelijk Gebied was de toekomst van de agrarische sector een speerpunt. Er is een speciale avond gehouden om met de agrarische ondernemers in gesprek te gaan.

47

Beleidsindicatoren Naam

Indicator

Jaarrekening 2024

Aantal banen in de recreatie en toerisme sector

aantal banen per 1.000 inwoners

Kantoorgebouwen met energielabel % van totaal aantal kantoorgebouwen met C of hoger* energielabel C of hoger

Begroting 2025

Jaarrekening 2025

22,3

30

22,0

57

85

100

Bezoekersaantallen Van Gogh Village Museum

aantal

45.452

40.000

47.343

Opbrengst toeristenbelasting

€

24.838

24.150

30.323

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Metropoolregio Eindhoven In 2025 lag binnen de Metropoolregio Eindhoven de focus op de verdere uitwerking en de start van de uitvoering van prioritaire acties uit de uitvoeringsagenda die hoort bij de Visie Werklocaties en de Regionale Programmering Werklocaties

Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2025) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Primaire begroting 2025

Begroting na wijziging 2025

Realisatie 2025

Afwijking budget 2025

Lasten 3.1 Economische ontwikkeling

289

384

254

-131

3.3 Bedrijfsloket en regelingen

37

37

47

10

3.4 Economische promotie

84

84

44

-41

1.148

1.156

1.356

201

2

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie 5.4 Musea

65

65

67

5.5 Cultureel erfgoed

126

126

127

1

1.749

1.852

1.895

43

0.10 Mutaties reserves programma 7

50

95

20

-75

3.1 Economische ontwikkeling

9

-5

-5

0

3.4 Economische promotie

35

35

38

3

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

18

26

39

13

Totaal Baten

112

151

92

-59

-1.638

-1.701

-1.803

-102

Totaal Lasten Baten

Saldo (baten -/- lasten)

48

Analyse 7. Economie, Toerisme & Recreatie

I/S Bedrag

Saldo

-102.000

Taakveld 3.1 Economische ontwikkeling

I

135.000

De overheveling van € 20.000 vanuit het programma Duurzame Bedrijvigheid is slechts gedeeltelijk aangewend als gevolg van prioritering binnen het programma zonder directe financiële claim op deze middelen. Daarnaast zijn incidentele middelen voor een parkmanager bedrijventerreinen niet tot besteding gekomen, omdat inzet van deze middelen afhankelijk is van voldoende organisatorische basis en collectieve draagkracht op de bedrijventerreinen. Deze randvoorwaarden hebben zich in 2025 nog onvoldoende uitgekristalliseerd, waardoor inzet niet doelmatig werd geacht. Het evenementenbeleid is nog niet volledig opgesteld, omdat het bureau pas in het vierde kwartaal is gestart met de eerste werkzaamheden. De verdere uitvoering en oplevering van de opdracht vinden plaats in 2026 (€ 35.000). Ook het schetsontwerp voor de inrichting van de openbare ruimte Parkstraatk-Voirt-Smidse (Vlekkenplan+) is niet gerealiseerd in 2025, omdat de ontwikkeling in dit gebied is vertraagd. Zie ook de resultaatbestemming in de inleiding. Taakveld 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

I -197.000

Er zijn vooraf budgetten overgeheveld van Klooster naar Klooster Temporalis. In deze budgetten is rekening gehouden met een besparing op de energielasten, vanwege de verduurzaming van Het Klooster. De gebruikers hebben echter het gehele jaar 2025 gebruik moeten maken van Het Klooster Temporalis. Dit gebouw aan de Pinckart 24 heeft juist hogere energielasten, dan het voormalige Klooster op Park 1. Ook voor de klimaatbeheersing zijn extra kosten gemaakt. Bij het overzetten van de budgetten is daarnaast rekening gehouden met een inhouding op de beheervergoeding, omdat in het gerenoveerde Klooster de huurinkomsten van de bibliotheek worden ontvangen door de nieuwe beheerder. Deze inhouding is in 2025 nog niet van toepassing, omdat de bibliotheek nog in het gemeentehuis is gevestigd. Verder is er sprake van extra personele lasten (ook van externe juristen) voor de ondersteuning van de Vereniging Het Klooster bij het opstellen van het beheer- en exploitatieplan voor het dorpshuis. Stortingen en onttrekkingen reserves

I

-75.000

I

-66.000

I

12.000

Inhuur van een parkmanager is vooralsnog niet gepland (€ 50.000). Ook het Fonds ondernemers duurzaamheid (€ 25.000) is niet uitgevoerd. Zie ook taakveld 3.1. Daarom is ook geen bedrag uit de bestemmingsreserve onttrokken. Toerekening salarissen en overhead aan taakvelden Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Kapitaallasten Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Overig

I

Totaal

89.000 -102.000

49

Programma 8. Financiën & Belastingen Wat wilden we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect

Doelstellingen

Goed en degelijk financieel beleid

1. Goede bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting

Lastendruk passend bij voorzieningenniveau

2. Afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven op de kosten voor het voorzieningenniveau

Relevante beleidsnota's in dit programma Naam

Periode

Financiële verordening 2023

2023 e.v. december 2023

Vastgesteld in de raad

voorjaar 2026

Nota reserves en voorzieningen

2019 e.v. februari 2019

onbepaald

Nota risicomanagement en weerstandsvermogen

2015 e.v. februari 2015

onbepaald

Nota activering, waardering en afschrijving

2006 e.v. januari 2006

onbepaald

Belasting/legesverordeningen 2025

jaarlijks

eind 2026

november 2024

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Wat hebben we ervoor gedaan? Goed en degelijk financieel beleid 1. Goede bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting We nemen de raad steeds mee in de financiële stand van zaken. In een raadsvoorstel dat een begrotingswijziging bevat geven we het effect op het jaarresultaat en/of reserves weer. In de tussentijdse rapportages laten we ook het begrotingssaldo zien en de stand van reserves, voor zover gewijzigd. Na iedere raadsvergadering waarop begrotingswijzigingen zijn vastgesteld ontvangt de raad een overzicht van o.m. begrotingssaldo en algemene reserve. Beter budgetbeheer blijft een continu verbeterproces, waarin we ook in 2025 weer stappen hebben gezet. Tegenvallers op de ene plek compenseren we zoveel mogelijk met meevallers elders. Bij voorkeur binnen hetzelfde programma, maar in ieder geval in totaliteit blijven we zo veel mogelijk binnen de begroting. Tot op heden hebben we nog kunnen voorkomen dat rigoureuze ombuigingen noodzakelijk zijn. De jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van afgerond € 2.222.000,-. De grootste afwijkingen ten opzichte van de prognoses waren niet eerder te voorzien, deze kwamen voort uit winstnemingen bij enkele grondexploitatieprojecten en nagekomen betalingen vanuit het gemeentefonds van het Rijk.

Wat hebben we ervoor gedaan? Lastendruk passend bij voorzieningenniveau 2. Afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven op de kosten voor het voorzieningenniveau In 2025 heeft gemeente Nuenen de onroerendezaakbelasting niet verhoogd, behoudens reguliere inflatiecorrectie, in tegenstelling tot veel andere gemeenten. In de regio zitten we nog aan de hoge kant, maar het verschil is de laatste jaren wel kleiner geworden. Het lukt ons vooralsnog om de lastendruk voor inwoners en bedrijven zo min mogelijk te verhogen, terwijl we ook nog niet in het voorzieningenniveau hebben moeten snijden.

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Dienst Dommelvallei Dienst Dommelvallei voert voor onze gemeente bedrijfsvoeringstaken uit, waaronder financiën en planning & control. Zij volgen hierbij nauwgezet wettelijke en andere in- en externe ontwikkelingen op de genoemde terreinen. Ook onderhouden zij contact met de accountant en met de provincie als financieel toezichthouder. Daarmee monitoren zij onder meer het voldoen aan financiële regelgeving en het structureel sluitend zijn van de meerjarenbegroting.

50

De belastingtaken zijn met ingang van 2024 ondergebracht bij de Belastingsamenwerking OostBrabant (BSOB). De eerste jaren is dat geregeld met een dienstverleningsovereenkomst, momenteel zijn we (samen met de buurgemeenten Geldrop-Mierlo en Son en Breugel) bezig met de voorbereidingen tot toetreding tot de gemeenschappelijke regeling.

Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2025) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Primaire begroting 2025

Begroting na wijziging 2025

Realisatie 2025

Afwijking budget 2025

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 8

1.228

1.228

1.228

0

0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

40

335

2.222

1.886

0.5 Treasury

34

98

101

3

0.61 OZB woningen

147

147

180

33

0.62 OZB niet-woningen

36

36

41

5

0.64 Belastingen overig

41

41

61

20

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds

0

0

0

0

0.8 Overige baten en lasten

747

576

97

-479

0

0

-39

-39

2.273

2.461

3.891

1.430

0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Totaal Lasten Baten 0.5 Treasury

56

56

136

80

0.61 OZB woningen

5.822

5.732

5.792

60

0.62 OZB niet-woningen

1.626

1.626

1.687

62

0.64 Belastingen overig

75

75

88

13

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds

41.929

43.600

44.095

496

0

0

0

0

Totaal Baten

49.508

51.088

51.799

711

Saldo (baten -/- lasten)

47.235

48.628

47.908

-719

0.8 Overige baten en lasten

51

Analyse 8. Financiën en Belastingen

I/S

Saldo

Bedrag -719.000

Taakveld 0.5 Treasury

I

278.000

I

55.000

I

52.000

I

496.000

I

479.000

I

39.000

Bij de tussentijdse rapportages kondigden we al aan dat we een voordeel verwachtten op de rentelasten in 2025, omdat we minder leningen hebben uitstaan dan voorzien bij het opstellen van de begroting 2025. Daarnaast is er een lagere financieringsbehoefte voor de bouwgrond. De lagere rentelasten zijn toegerekend aan de activa en komen terug op diverse andere programma's (zie Algemene toelichting en inleiding bij programma's). Het restsaldo blijft achter op dit taakveld Treasury. Taakveld 0.61 OZB woningen De invorderingskosten en de invorderingsopbrengsten (in de vorm van aanmaningen en dwangbevelen) hebben via de BSOB per saldo minder kosten en meer opbrengsten opgeleverd. Taakveld 0.62 OZB niet-woningen De OZB-opbrengst lag uiteindelijk afgerond € 80.000 hoger dan de begroting na wijziging. Dit lag met name op het onderdeel niet-woningen. Het eigenarendeel was daar € 52.000 hoger. Voor de gebruikers was dit € 13.000. De OZB opbrengst voor eigenaren woningen gaf een voordeel van € 15.000. Taakveld 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Uit de decembercirculaire 2025 gemeentefonds gaf een aanvullende uitkering van ruim € 102.000. Daarnaast is de uitkering € 394.000 hoger als gevolg van actualisatie van maatstaven (hoeveelheden) over voorgaande jaren.

Taakveld 0.8 Overige baten en lasten Dit betreft een stelpost voor niet toerekenbare uren op projecten (€ 576.000) en hangt samen met de post overhead in programma 1. Zie ook 'Algemene toelichting en inleiding bij programma's'. Er hebben per saldo voor circa € 33.000 nadelig aan BTW verrekeningen plaatsgevonden. De resterende € 64.000 betreft de aanvulling van de voorziening dubieuze debiteuren. Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting (vpb) De definitieve aanslag Vpb 2023 is eind 2025 beschikt en er is een aanvullend bedrag ontvangen. Taakveld 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

I -1.886.000

Het resultaat was na de laatste begrotingswijziging 2025 geprognosticeerd op (afgerond) € 335.000. Het gerealiseerde resultaat is afgerond € 1.886.000; € 1.551.000 hoger. De analyse op hoofdlijnen van dit verschil is opgenomen in de 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten' verderop in de jaarrekening. De belangrijkste afwijkingen betreffen de algemene uitkering gemeentefonds (zie hierboven onder 0.7), de rentelasten (zie Algemene inleiding bij de programma's) en e bouwgrondexploitatie (zie programma 5). Toerekening salarissen en overhead aan taakvelden

I

-73.000

I

-202.000

Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Kapitaallasten Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Overig

I

Totaal

43.000 -719.000

52

Paragrafen Overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn hieronder de volgende paragrafen opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Wet open overheid

53

Lokale heffingen Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Vanaf 1-1-2024 is de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen met inbegrip van kwijtschelding via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) onder gebracht bij de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB). De eerste 2 jaar van deze samenwerking hebben met name in het teken gestaan van het verbeteren van de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Het algemeen oordeel luidde dat deze uitvoering "op onderdelen verbeterd moest worden" en inmiddels is het oordeel positief bijgesteld. Het algemeen oordeel van de Waarderingskamer luidt nu dat de uitvoering van de Wet WOZ "voldoende" is.

Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: •

• •

Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen; Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren.

In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten zijn de tarieven over 2025 als volgt aangepast: • • • •

Bij de OZB is 3,3% inflatiecorrectie toegepast. Bij de berekening van het tarief is rekening gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling; Tarieven in de tarieventabel horende bij de legesverordening zijn verhoogd met de inflatiecorrectie van 3,3%; De tarieven voor afvalstoffenheffing vastrecht zijn in 2025 gestegen van € 183,12 naar € 189,00. De grondslag voor de rioolheffing is in 2025 met gemiddeld het inflatiepercentage van 3,3% gestegen.

De raad heeft de diverse belastingtarieven definitief (formeel) vastgesteld via de belastingverordeningen in de raadsvergadering van 7 november 2024. Voor de OZB geldt dat de tarieven in de verordening in de raad van 19 december 2024 zijn vastgesteld.

Onroerende-zaakbelastingen We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB): •

Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

54

•

Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De tarieven voor 2025 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden en er is een inflatiecorrectie van 3,3% toegepast.

Afvalstoffenheffing en kostendekkendheid De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: 1. Een vast deel: Hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling; 2. Een variabel deel: Het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval. Dekkendheid afvalstoffenheffing

2025

Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat

660.587

Lasten overige afvalstromen

2.005.966

Kapitaallasten

41.932

Mutatie voorziening afval

98.261

Totaal lasten afval taakveld 7.3

2.806.746

Toerekenbare lasten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

386.966

Kwijtschelding taakveld 6.3

86.591

Straatreiniging taakveld 2.1

308.867

BTW taakveld 0.11*

416.790

Totaal toerekenbaar

1.199.214

Totaal lasten

4.005.960

Baten afvalstoffenheffing

3.200.277

Baten milieustraat

214.020

Baten overige afvalstromen

591.663

Totaal baten taakveld 7.3

4.005.960

Dekkendheidpercentage afval

100%

* De btw rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.

55

Rioolheffing en kostendekkendheid Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd en/of hemelwater direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering of op watergangen die in beheer zijn bij de gemeente. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. We streven ernaar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. Dekkendheid rioolheffing

2025

Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering

955.881

Kapitaallasten

403.262

Mutatie voorziening

-768.828

Totaal kosten riolering taakveld 7.2

590.315

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

308.204

Kwijtschelding taakveld 6.3

35.064

Straatreiniging taakveld 2.1

403.233

Watertaken taakveld 5.7

167.239

BTW taakveld 0.11*

668.997

Totaal toerekenbaar

1.582.737

Totaal lasten

2.173.052

Opbrengst rioolheffing**

2.148.562

Overige opbrengsten

24.490

Baten totaal taakveld 7.2

2.173.052

Dekkendheidpercentage riool

100%

* De btw rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btwcompensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd. ** De opbrengsten zijn gebaseerd op het aantal bewoners van een pand.

Leges Als de gemeente een bepaalde dienst levert kunnen daarvoor leges worden geheven. De raad stelt de tarieven jaarlijks vast in de Tarieventabel bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met door het Rijk vastgestelde maximumtarieven. De leges worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband.

Kostendekkendheid leges Op grond van het BBV moeten gemeenten inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens 100% kostendekkend zijn. Per hoofdstuk van de legesverordening is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Alleen hoofdstukken vanuit de modelverordening die zijn opgenomen in de legesverordening van Nuenen zijn opgenomen. Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn.

56

Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salarislasten en overhead in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Hoofdstuk 1

Algemene Dienstverlening

Paragraaf 1.1

Burgerlijke stand

Baten -45.575

Salaris 43.259

Overhead 42.956

Lasten 2.247

Percentage 52%

Paragraaf 1.2

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

-347.011 115.356

114.549

185.759

83%

Paragraaf 1.3

Rijbewijzen

-87.626

91.324

90.684

19.263

44%

Paragraaf 1.4

Verstrekkingen in het kader van de BRP

-7.466

43.259

42.956

344

9%

Paragraaf 1.5

Bestuursstukken

-

-

-

-

-

Paragraaf 1.6

Vastgoedinformatie

-

9.613

9.546

-

0%

Paragraaf 1.7

Overige publiekszaken

-62.398

48.065

47.729

38.392

47%

Paragraaf 1.8

Gemeentearchief

-

9.613

9.546

-

0%

Paragraaf 1.9

Bijzondere wetten

-111.575

48.065

47.729

45.756

79%

Paragraaf 1.10

Diversen

-12.072

38.452

38.183

-

16%

Totaal hoofdstuk 1

-673.723 447.005

443.876

291.761

57%

De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst. Hoofdstuk 2

Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet

Paragraaf 2.1

Algemene bepalingen

-

-

-

-

Paragraaf 2.2

Voorfase

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.3

Activiteiten m.b.t. tot bouwwerken

-709.633 352.578

350.110 136.194

85%

Paragraaf 2.4

Activiteiten m.b.t. cultureel erfgoed en werelderfgoed

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.5

Milieubelastende activiteiten

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.6

Lozingsactiviteiten

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.7

Aanlegactiviteiten

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.8

Overige activiteiten

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.9

Maatwerkvoorschriften

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.10

Gelijkwaardigheid

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.11

Overige tarieven

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.12

Modaliteiten

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.13

Vermindering

-

-

-

-

-

Paragraaf 2.14

Teruggaaf

-

-

-

-

-

350.110 136.194

85%

Totaal Hoofdstuk 2

Baten

Salaris Overhead Lasten Percentage

-709.633 352.578

De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken.

57

-

Hoofdstuk 3

Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2

Paragraaf 3.1

Horeca

-12.385

9.613

9.546

-

65%

Paragraaf 3.2

Seksbedrijven

-

-

-

-

-

Paragraaf 3.3

Winkeltijdenwet

-

-

-

-

-

Paragraaf 3.4

Organiseren evenement of markt

-1.032

14.420

14.319

-

4%

Paragraaf 3.5

Standplaatsen

-

4.807

4.773

-

0%

Paragraaf 3.6

Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap]

-

-

-

-

-

Paragraaf 3.7

In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

-

4.807

4.773

-

0%

-13.417

33.646

33.410

0

20%

833.229 827.396 427.955

67%

Totaal hoofdstuk 3 Totaal hoofdstuk 1, 2 en 3

Baten

Salaris

-1.396.772

Overhea Lasten d

Percentage

Overige belastingen Toeristenbelasting Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. Vermakelijkhedenretributie Vermakelijkhedenretributie wordt geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als er meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Deze retributie wordt geheven omdat er gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of gehouden voorzieningen. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds.

Kwijtscheldingsbeleid Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • •

De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • OZB; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing.

58

Overzicht tarieven 2023

2024

2025

OZB Eigenaar Woning

0,1061%

0,1058%

0,1039%

OZB Eigenaar Niet-woning

0,2392%

0,2436%

0,2377%

OZB Gebruiker Niet-woning

0,1920%

0,1955%

0,1907%

Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)

174,00

183,12

189,00

Afvalstoffenheffing 25 liter gft-afval

0,00

0,25

0,25

Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval

1,25

1,25

1,30

Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval

2,25

2,25

2,30

Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval

3,50

3,75

3,85

Afvalstoffenheffing 25 liter restafval

2,50

2,75

2,85

Afvalstoffenheffing 80 liter restafval

8,25

8,75

9,05

Afvalstoffenheffing 140 liter restafval

14,75

15,50

16,00

Afvalstoffenheffing 240 liter restafval

24,75

26,00

26,85

Afvalstoffenheffing 30 liter ondergronds restafval

1,85

2,00

2,05

Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds restafval

3,75

4,00

4,15

Afvalstoffenheffing ondergronds gft afval

0,25

0,25

0,25

Rioolheffing 1-persoonshuishouden

75,00

76,20

79,20

Rioolheffing 2-persoonshuishouden

140,00

141,00

145,80

Rioolheffing 3-persoonshuishouden

205,00

207,00

214,20

Rioolheffing 4-persoonshuishouden

270,00

272,40

281,40

Rioolheffing 5- of meerpersoonshuishouden

330,00

333,60

345,00

Rioolheffing niet woning 0-200m3

140,00

141,60

146,40

Rioolheffing niet woning 201-500m3

487,00

492,00

508,20

Rioolheffing niet woning >500m3

695,00

702,00

725,40

Vergelijking buurgemeenten Son en Breugel

Nuenen

Eindhoven

Best

Geldrop-Mierlo

OZB eigenaar woning

0,0786%

0,1039%

0,0905%

0,0803%

0,0648%

OZB eigenaar niet-woning

0,2054%

0,2377%

0,2942%

0,2612%

0,1876%

OZB gebruiker niet-woning

0,1677%

0,1907%

0,2069%

0,2038%

0,1524%

Afvalstoffenheffing (*) (meerpersoonshuishouden)

342

305

332

389

407

Rioolheffing

230

214

197

198

202

*): Diftar-gemeenten worden door het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar-gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen lager. Bij de tabel hieronder, Ontwikkeling lokale lastendruk, gaan we uit van het gemiddelde aantal ledigingen in Nuenen.

Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar

2023

2024

2025

WOZ-waarde

459.000

484.000

504.500

Wijziging WOZ-waarde

17,39%

5,47%

4,20%

OZB

487

512

524

Afvalstoffenheffing *

308

323

333

Rioolheffing #

205

207

214

Totaal

1.000

1.042

1.071

Lastenontwikkeling

4,38%

4,20%

2,78%

*) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers en gft-afvalcontainers in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn. 8 maal restafval en 7 maal gft-afval. #) Uitgangspunt hierbij is het gemiddelde waterverbruik per huishouden van 137m³.

59

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Nuenen. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015 wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • • • •

De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten (begroting en jaarrekening) geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, of zullen extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

Top 10 Er is een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt. De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling 'Overige risico's' wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.

Inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.

Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter.

60

Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg:

Klasse

Kans (Waarschijnlijkheid)

Klasse gemiddelde (%)

1

Eén keer per 10 jaar of minder (1-20%)

10%

Klasse Financieel gevolg (€) Klasse gemiddelde (€) 1

< 50.000

2

Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%)

30%

2

50.000 – 100.000

75.000

3

Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%)

50%

3

100.000 – 250.000

175.000

4

Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%)

70%

4

250.000 – 500.000

375.000

5

Eén keer per jaar of vaker (81-99%)

90%

5

> 500.000

-

25.000

Matrix (kans x gevolg top 10 risico's) Voor de bepaling van de score in de risicomatrix worden de klassescores bepaald. Hierboven staan twee tabellen. In de eerste tabel is de top 10 opgenomen. Het getal in de matrix correspondeert met het risiconummer uit de top 10. Zo is zichtbaar welk risico in het groen, oranje of rood is opgenomen. In de tweede tabel is de scoreberekening van de kans x gevolg opgenomen.

Top 10 risico's Risico (bepaling risicowaarde)

Risicowaarde jaarrekening 2025

Risicowaarde begroting 2026

Risicowaarde jaarrekening 2024

1 Exploitatie grond (exact bedrag) In vergelijk met de vorige risico-inventarisatie valt er een bedrag van circa € 0,7 miljoen aan risico’s weg. Bij het project Nuenen West zijn de risico’s deels afgenomen. Alle posten zijn kritisch onder de loep genomen en diverse posten zijn bijgesteld. Onder andere zijn de risico’s in verband met verjaring vervallen. Bij het project Eeneind West is de benodigde weerstandscapaciteit nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2024. Tenslotte is voor de Kloostertuin de risico’s in beeld gebracht waarbij vertraging door bezwaar en beroep een rol speelt. Naar aanleiding hiervan is een bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen.

4.400.000

5.107.715

5.107.715

2 Wmo/jeugd (70% x € 375.000) Wmo en Jeugdhulp zijn open-einde regelingen. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. Jeugdhulp kan worden toegewezen door medische verwijzers. De gemeente heeft dan beperkt zicht/grip op de kosten. De uitgaven jeugdzorg zijn in de loop van 2024 en 2025 toegenomen, met name bij de begeleidingsproducten. We zien ook een toename van de financieringsvorm persoonsgebonden budget. De landelijke ontwikkeling van kleinschalig verblijf op grond van de Hervormingsagenda Jeugd moet op langere termijn tot kostendaling leiden maar zorgt op korte termijn voor hogere kosten.

525.000

525.000

187.500

3 Cyberrisico (50% x € 1.000.000) Als gevolg van een nog onvolwassen risicomanagementproces worden informatiebeveiliging- en privacy risico’s onvoldoende geïdentificeerd, geïmplementeerd en beheerst. Binnen de Dommelvallei-organisaties is het inkopen van diensten en goederen een cruciaal proces, waarbij grote hoeveelheden (persoons)gegevens worden verwerkt. Hoewel we intensief samenwerken met leveranciers, blijft de eindverantwoordelijkheid voor Gegevensbescherming bij de Dommelvallei organisatie liggen.

500.000

262.500

187.500

Digitale dreigingen, mede veroorzaakt door ketenafhankelijkheid met onder andere leveranciers, raken direct aan de continuïteit van onze dienstverlening en het vertrouwen van inwoners. Incidenten zoals datalekken en verstoringen

61

Risico (bepaling risicowaarde)

Risicowaarde jaarrekening 2025

Risicowaarde begroting 2026

Risicowaarde jaarrekening 2024

4 Kwetsbaarheid in personele continuïteit (90% x € 375.000) Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur..

337.500

122.500

122.500

5 Fiscale risico's (30% x € 1.000.000) De gemeente is verantwoordelijk voor correcte verwerking van loonbelastingopgaven, BTW-aangiften, opgaven voor het BTWcompensatiefonds, Vennootschapsbelasting en de Werkkostenregeling (WKR). Daarnaast kan zij aansprakelijk worden gesteld voor belastingverplichtingen van derden, bijvoorbeeld via inlenersaansprakelijkheid of ketenaansprakelijkheid. Ook bij betalingen aan externe partijen via de UBD dient de gemeente uiterst zorgvuldig te handelen, aangezien onvolkomenheden of het niet naleven van fiscale verplichtingen binnen deze processen eveneens tot aansprakelijkheid kunnen leiden.

300.000

52.500

52.500

6 Verbonden partij - Dienst Dommelvallei (exact bedrag) De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen algemene (risico) reserve heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.

193.050

126.900

126.900

7 Crisisbeheersing (30% x € 500.000) Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. In de afgelopen jaren is gebleken dat langdurige en ongekende crises realiteit kunnen worden. Denk hierbij aan de pandemie en vluchtelingenopvang. Vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt daarnaast aandacht gevraagd voor de militaire- en hybride dreiging vanwege de geopolitieke spanningen in de wereld. Deze dreigingen vergroten het risico op ontwrichtende verstoringen van de openbare orde en openbare veiligheid van de maatschappij.

150.000

150.000

50.000

8 Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 175.000) Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In 2024 is een nieuwe financieringssystematiek ingevoerd. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel).

122.500

122.500

122.500

122.500

122.500

52.500

bij leveranciers kunnen leiden voor ernstige schade, reputatiesschade en juridische gevolgen. Daarnaast beschikken we over beperkte capaciteit, kennis en middelen, waardoor het lastig is om de digitale veiligheid structureel te waarborgen. Geopolitieke spanningen, technologische afhankelijkheden en een krappe arbeidsmarkt vergroten de kans op incidenten en maken preventie complexer.

Hoewel de doorgevoerde wijzigingen er dus op gericht zijn om meer stabiliteit te krijgen in de grootste inkomstenbron van de gemeenten, passen we de risicowaarde op dit onderdeel vooralsnog niet aan. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen nog steeds problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Er bestaat ook geen directe rechtstreekse relatie tussen gemeentelijke uitgaven enerzijds en de compensatie daarvoor via het Gemeenfonds anderzijds. In die zin kent het Gemeentefonds met generieke compensaties ook de nodige globaliteit. 9 Inkoop (70% x € 175.000) 1. Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; 2. Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; 3. Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut.

62

Risico (bepaling risicowaarde)

Risicowaarde jaarrekening 2025

Risicowaarde begroting 2026

Risicowaarde jaarrekening 2024

112.500

52.500

52.500

6.763.050

6.644.615

6.062.115

10 Niet of onderverzekerd zijn m.b.t. gebouwen waar de gemeente risico loopt (30% x € 375.000) Door een onzeker voorval (bv brand-/waterschade) kan gebouw te maken met diverse schade en totaalverlies. Gevolg is dat de zelf vastgelegde herbouwwaarde te laag is en je niet kunt herbouwen met alleen de verzekeringsuitkering Door mogelijke onderverzekering krijg je niet de maximale getaxeerde waarde en draag je ook het surplus boven het zelf benoemde bedrag tot de werkelijke schade. Subtotaal top 10 Overige risico's + risico onvoorzien

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17027321/2