Jaarstukken 2025 - Bijlage Jaarstukken 2025
Tekst van het document
328.662
Totaal
7.091.712
Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)
6.382.541
Wijzigingen Ten opzichte van de begroting 2026 (de meest recente risicoanalyse) is de totale risicowaarde afgenomen. In de tabel hierboven is opgenomen bij welke risico's de risicowaarde is veranderd. Risico voorziening wethouderspensioenen Het risico voorziening wethouderspensioenen is nieuw. Momenteel is de risicowaarde € 0,- (door de extra stortingen in de voorziening) en daarmee komt dit risico niet in de top 10. Toch willen wij dit risico benoemen. De hoogte van de voorziening wethouderspensioenen kende jaarlijks een fluctuatie als gevolg van een gewijzigde rekenrente. Een hogere rente betekent een lagere benodigde voorziening hetgeen zorgt voor een vrijval uit de voorziening. Een lagere rente heeft een tegenovergesteld effect. Met de geplande overgang van deze pensioenen naar het ABP op 1-1-2028 is daar nog een andere fluctuatie bijgekomen. Namelijk de hoogte van de dekkingsgraad die het ABP als vereiste stelt. Deze dekkingsgraad wijzigt voortdurend en wordt pas vlak voor de overgang naar het ABP definitief vastgesteld. Tot die tijd zal de dekkingsgraad voor een fluctuatie van de voorziening zorgen. Voor de jaarrekening 2025 is gerekend met een dekkingsgraad van 115,2%.
Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Weerstandscapaciteit
Incidenteel
Structureel
Algemene reserve
14.554.130
Algemene reserve bouwgrond
23.834.889
Algemene reserve bouwgrond winstnemingen
1.221.579
Stille reserve
PM
Raming onvoorziene uitgaven
-
Onbenutte belastingcapaciteit
-
72.225 0
Totale weerstandscapaciteit
39.610.598
72.225
Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit € 39.682.823 / € 6.382.541 = 6,2 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 6,2 goed is.
63
Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 6,2 is het weerstandsvermogen van Nuenen goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • • • • • •
netto schuldquote; netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; solvabiliteitsratio; grondexploitatie; structurele exploitatieruimte; belastingcapaciteit
De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden.
64
Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
Zie voor de onderlinge verhouding van de kengetallen bij conclusie.
65
Omschrijving
Realisatie
Begroting
2023
2024
2025
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote
76%
55%
70%
58%
58%
60%
86%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
72%
52%
66%
55%
56%
56%
82%
Solvabiliteitsratio
36%
41%
41%
42%
38%
41%
35%
Grondexploitatie
98%
81%
82%
71%
52%
30%
40%
Structurele exploitatieruimte
4%
2%
2%
1%
1%
1%
-2%
111%
105%
102%
102%
107%
107%
107%
Belastingcapaciteit
66
Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het destijds noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. Dat veroorzaakte een relatief hoge schuldquote. De laatste jaren daalt de quote naarmate de grondposities afnemen door grondverkopen. Daardoor hoeft, bij herfinanciering van de aflopende leningen, een minder hoog bedrag te worden geleend. Ook door reguliere aflossingen wordt de schuldquote lager. Door vertraging met name bij project Nuenen West hapert deze daling tijdelijk in 2025. Solvabiliteitsratio Deze ratio is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2024. Grondexploitatie De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, daarom is dit kengetal nog steeds hoog. Wel is deze de laatste jaren flink verlaagd door verkoop van gronden. Hetzelfde effect is zichtbaar bij de netto schuldquote. Structurele exploitatieruimte De resultaten van de begrotingsjaren zijn positief. Alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, worden gedekt door structurele baten.
Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de onroerendezaakbelasting. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren ingezet is op het voorkomen van verhoging van de belastingdruk (relatief ten opzichte van landelijk). Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote 80%
76%
70% 60%
70% 55%
58%
58%
60%
55%
56%
56%
2025
2026
2027
72% 66%
50% 52%
40% 30% 20% 10% 0% 2023
2024
2025
REALISATIE
BEGROTING
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).
67
Solvabiliteitsratio 43% 42%
42%
41%
41%
41%
41%
40% 39% 38%
38%
37% 36%
36%
35% 34% 33% 2023
2024
2025
2025
REALISATIE
2026
2027
BEGROTING Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie 120% 100%
98% 81%
80%
82% 71%
60% 52% 40% 30% 20% 0% 2023
2024
2025
2025
REALISATIE
2026
2027
BEGROTING Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
68
Structurele exploitatieruimte 5% 4%
4%
4% 3% 3% 2%
2%
2%
2% 1%
1%
1%
1%
2025
2026
2027
1% 0% 2023
2024
2025
REALISATIE
BEGROTING Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Belastingcapaciteit 112% 111%
110%
107%
108%
107%
106% 105%
104%
102%
102%
102% 100% 98% 96% 2023
2024
2025
2025
REALISATIE
2026
2027
BEGROTING Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld.
69
Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Nuenen heeft een uitgestrekt buitengebied en een intensief bebouwd binnengebied met een totale oppervlakte van 3.361 ha. De gemeente is verdeeld over vier kernen: Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. Zowel binnen als buiten de kernen vinden tal van activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Om deze activiteiten in goede banen te leiden zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken, groen, riolering, gebouwen, speeltoestellen, verkeersregelingen en ten slotte beelden en plastieken. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid en de financiële consequenties van het onderhoud van de kapitaalgoederen.
Wegen De gemeente beschikt over een uitgebreid wegennet ten behoeve van de verbinding binnen de kernen, tussen de kernen en de aansluiting op het regionale wegennet. Op dit moment bestaat dit wegennet uit ruim 228 kilometer verharde wegen. Beleid In het vastgestelde beheerplan heeft de raad gekozen voor cyclisch onderhoud. Bij deze systematiek wordt het onderhoud zodanig gepland dat gedurende de gehele levensduur van de verhardingen periodiek grootschalig onderhoud kan worden uitgevoerd. Financieel gezien betekent dit de eerste 10 jaar een uitgave van gemiddeld € 977.000,-. In het beheerplan 2022-2026 zijn ook enkele beleidskaders opgenomen. Beleidsplan Voor het beleidsveld Wegen is geen apart beleidsplan opgesteld. De beleidskaders zijn benoemd in het Beheerplan wegen 2022-2026. Naam
Periode
Beheerplan Wegen 2022-2026
2022-2026
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
maart 2021 begin 2026
Uitgangspunten Het benodigde kleinschalig en grootschalig onderhoud wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse wegeninspectie. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2025
Raming grootonderhoud wegen
1.378.000
Realisatie grootonderhoud wegen
177.708
Verschil
1.200.292
Jaarlijks wordt volgens het programma uit het beheerplan wegen het benodigd (gemiddeld) bedrag (€ 977.000,-) gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor cyclisch onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren. Voor reconstructie en rehabilitatie van de wegen zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2025 resteert in de voorziening een bedrag van € 4.334.251,-. Daarnaast is in 2025 € 154.273,- uitgegeven aan klein onderhoud (begroot € 230.000,-). Achterstallig onderhoud Het achterstallig onderhoud is een indicator van het CROW (uitgedrukt in kosten) en is gedefinieerd als onderhoud op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn al is overschreden, met andere woorden waarbij het onderhoud al eerder uitgevoerd had moeten worden.
70
Er is geen achterstallig onderhoud. Jaarlijks wordt een inspectie uitgevoerd op het gehele areaal. Op basis van deze inspecties vindt kleinschalig en grootschalig onderhoud plaats, met name op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden. Daarmee houden wij de wegen veilig en heel en voorkomen we achterstallig onderhoud.
Openbare verlichting De gemeente Nuenen heeft ruim 6.500 lichtmasten en 6.600 armaturen. De kosten voor openbare verlichting bestaan uit de jaarlijkse kosten voor elektriciteit en klein onderhoud en de kosten voor vervangingsinvesteringen. Beleid Het beleid is erop gericht om de komende jaren de meest verouderde openbare verlichting te vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Beleidsplan Het beleidsplan Openbare verlichting is vastgesteld op 6 juli 2017. Naam
Periode
Beleidsplan OVL 2018-2027
2018-2027
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
6-7-2017 Eind 2027
Uitgangspunten Volgens het huidige beleidsplan worden alleen de verouderde armaturen en de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. In de begroting 2024 is budget opgenomen om versneld alle armaturen te vervangen door energiezuinige led-armaturen. Met deze vervanging besparen we niet alleen op energiekosten maar ook op onderhoudskosten. De nieuwe ledverlichting heeft een (theoretische) levensduur van 20 jaar. In deze 20 jaar is het niet meer nodig om (zoals bij conventionele verlichting) lampen te vervangen. Door de verouderde conventionele verlichting te vervangen besparen we op onderhoudskosten circa € 10.000,- per jaar. In het beleidsplan openbare verlichting wordt voorgesorteerd op het toepassen van Smart Lighting. Armaturen worden daarom uitgerust met communicatie modules. Hiermee kan informatie vanuit het armatuur verkregen worden (bijvoorbeeld energieverbruik) en kan bijvoorbeeld een nieuw dimregime naar het armatuur verzonden worden. De vervanging van alle conventionele verlichting is in 2025 gestart en wordt in 2026 afgerond. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Voor de vervanging van masten en armaturen is in 2025 en in 2026 circa € 950.000,- per jaar opgenomen. Naast middelen voor de vervangingsinvesteringen is nog een bedrag voor regulier onderhoud, zoals masten schilderen en het oplossen van storingen opgenomen van afgerond € 95.000,-.
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Civiele kunstwerken Met civiele kunstwerken worden bruggen, viaducten etc. bedoeld. Voor het groot onderhoud hiervan is een voorziening gevormd. Beleid In het vastgestelde beheerplan Civiele kunstwerken heeft de raad gekozen voor het onderhouden van de civiele kunstwerken op C-niveau. Bij dit niveau ligt de nadruk op veilig en heel. Enkele kunstwerken, zoals in het centrumgebied en op diverse gemeentegrenzen, worden op A-niveau onderhouden.
71
Beleidsplan Het beheerplan Civiele kunstwerken is door het college vastgesteld op 15 juli 2025. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan Civiele kunstwerken
2025-2029
15 juli 2025
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2029
Uitgangspunten Voor het vervangen van civiele kunstwerken bij einde levensduur zijn geen middelen beschikbaar in het onderhoudsfonds. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt hiervoor apart aan de raad om budget gevraagd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2025
Raming grootonderhoud civiele kunstwerken
160.775
Realisatie grootonderhoud civiele kunstwerken
47.314
Verschil
113.461
Jaarlijks wordt volgens het beleidsplan civiele kunstwerken het benodigd (gemiddeld) bedrag van € 115.122,- gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor het planmatig onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren (jaarlijks gemiddeld tussen de € 60.000,- en € 160.000,-).Voor de vervanging van civiele kunstwerken zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2025 resteert € 543.444,- in de voorziening. Naast de bedragen voor het groot onderhoud is circa € 40.000,- besteed aan klein onderhoud. In 2025 is de brug nabij het Weefhuis vervangen. Hiervoor is budget beschikbaar gesteld via de 2e tussentijdse rapportage 2025. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt alleen gedaan wanneer de veiligheid niet in het geding is.
Groen De groenstructuren van de gemeente Nuenen wordt enerzijds bepaald door de historische en moderne wegenstructuur, anderzijds door de diverse grotere (historische) groen- en parkgebieden en waterstructuren binnen de kern. Om dit optimaal tot zijn recht te laten komen dient het groen goed beheerd te worden. De gemeente Nuenen draagt zorg voor het gemeentelijk groen. Het openbaar groen heeft een grote waarde wat betreft gezondheid, veiligheid, beleving en duurzaamheid. Samen met onze inwoners nemen we maatregelen om verzorgd en gebruiksvriendelijk openbaar groen te realiseren. Beleid Gemeentebossen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentebossen. Het bosbezit van de gemeente Nuenen is in totaal circa 65 ha groot en ligt verspreid over vijf grotere gebieden in de gemeente en enkele kleinere bospercelen in en rond het dorp Nuenen. Bomen De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan een prettig leefklimaat. Het is daarom belangrijk te zorgen en blijven zorgen voor een gezond bomenbestand. Om het bomenbestand op peil te houden en uit te breiden zetten we het investeringsbudget Kap en Herplant in. Ook hanteren we de waardevolle houtopstandenlijst voor bomen die extra bescherming en controle voorzien.
Openbaar groen Het Groenstructuurplan en het Groenbeheerplan zijn de basis voor verder beleid, beheer en planvorming.
72
Bermen en Watergangen Bermen: binnen de gemeente Nuenen hebben we ruim 78 ha aan bermgras. Bermen bestaan uit een vegetatie van grassen en kruiden. Ze worden duidelijk minder intensief beheerd dan de gazons en bevinden zich hoofdzakelijk aan de randen van de bebouwde omgeving en langs de wegen in het buitengebied. Bermen met bermgras vervullen meerdere functies zoals: • • • • • •
Verhoging van de stabiliteit van de weg; Opvang van regenwater; Bieden van ruimte voor bomen, kabels, leidingen, lichtmasten, bebakening, verkeersborden, uitwijkmanoeuvres en parkeren; Ecologische functies voor planten, insecten en kleine zoogdieren door hun rol in de verplaatsing, het voedsel en de veiligheid voor fauna; Ontsluitingsmogelijkheden bieden aan naastliggende percelen; Verfraaiing dorpsaangezicht/verbetering woon- en leefklimaat.
Watergangen: het voornaamste doel is het bergen en/of afvoeren van water. Daarom is het beheer er op gericht dit mogelijk te maken. Afhankelijk van de watergang in het waterafvoerend systeem wordt regelmatig onderhoud zelfs verplicht door het Waterschap dat eenmaal per jaar een schouwronde uitvoert op het uitgevoerde werk. Het beheer van de A-watergangen valt onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Het beheer van de B- en Cwatergangen wordt uitgevoerd door de aangelanden, waaronder de gemeente Nuenen. Beleidsplan Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Beheerplan gemeentebossen
2023-2028 19-12-2023(vastgesteld door college)
2028
Bomenbeleidsplan
2017-2031 9-2-2017
2031
Groenstructuurplan
2011-2020 25-11-2010
onbepaald
Biodiversiteitsplan
2025-2035 06-11-2025
onbepaald
Groenbeheerplan
2012-2026 12-12-2019
2026
Uitgangspunten Bermen In het kader van ecologisch bermbeheer en de biodiversiteit is de maaifrequentie van bermen en taluds aangepast naar maximaal 1x tot 2x per jaar. Bij het maaien wordt het maaisel afgevoerd. Bij iedere maaibeurt blijft, waar mogelijk, 20% overstaan. Om verruiging te voorkomen wordt het overstaande deel bij de volgende maaibeurt mee gemaaid, en blijft op andere delen 20% overstaan. De toetsing van goed maaibeheer van bermen en watergangen is vastgelegd in Kleurkeur van de Vlinderstichting. Door deze nieuwe standaard kunnen opdrachtgevers en aannemers zich beter voorbereiden op een insectenvriendelijk bermbeheer. In het maaibestek van bermen en watergangen zijn de richtlijnen van Kleurkeur opgenomen en geeft het een garantie dat het maaibeheer gericht is op het verhogen van de ecologische kwaliteit. Watergangen Beheer en onderhoud van watergangen (sloten) met een afvoerende en een bergende functie van het oppervlaktewater binnen het stroomgebied van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Overeenkomstig de Keur oppervlaktewateren betreft dit sloten met een beperkt belang, niet zijnde in onderhoud bij de bovengenoemde waterschappen. Bossen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de bossen ten behoeve van de openluchtrecreatie en het milieu.
Landschappelijke beplanting Op sobere wijze in stand houden van lintvormige en kleinschalige landschapselementen (wegbeplantingen, houtsingels, poelen etc.), ten behoeve van: • beeld, milieu; • verbindingen tussen landschapselementen;
73
•
coulissenwerking.
Openbaar groen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de groenvoorziening voor een groene uitstraling van de gemeente voor haar eigen inwoners en gebruikers (inwoners van buiten de gemeente en toerisme). Het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau is B. De 'Parels' die als visitekaartje dienen worden op kwaliteitsniveau A onderhouden. Bomen Nuenen is een bolwerk van bomen. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar zowel inwoners als de gemeente trots op zijn. Gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoudt, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Financieel
Begroot 2025
Realisatie
Verschil
Bossen
46.708
21.538
25.170
Watergangen
85.000
124.934
-39.936
Landschappelijke beplanting
8.430
0
8.430
Openbaar groen
1.978.772
1.918.830
59.942
Totaal
2.118.910
2.065.302
53.608
Naast bovenstaande exploitatiebedragen is nog € 35.182,- besteed aan groenreconstructies. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering De gemeentelijke riolering bestaat uit ca. 150 km vrij vervalriolering (binnen de bebouwde kommen) en ca. 60 km drukriolering (in het buitengebied). Daarnaast zijn er nog voorzieningen zoals bergbezinkbassins en gemalen. Beleid De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente omgaat met deze zorgplichten is vastgelegd in het beleidsplan. Beleidsplan Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) heeft een looptijd tot en met 2023. In het vGRP staan de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP. Naam
Periode
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023 (vGRP)
2019-2023
Vastgesteld in de raad 13-12-2018
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2026
Uitgangspunten De doelen vastgelegd in het vGRP zijn: • Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; • Inzameling, transport en / of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; • Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt; • Klimaatbestendig ontwerpen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De jaarlijks benodigde budgetten voor groot onderhoud zijn vastgesteld in het vGRP. Wanneer in een jaar meer geld ontvangen is dan uitgegeven wordt dit bedrag gestort in de voorziening riolering. Dit geld blijft daardoor beschikbaar voor de doelen uit het GRP.
74
Financieel
2025
Raming grootonderhoud riolering
519.000
Realisatie grootonderhoud riolering
522.537
Verschil
-3.537
Daarnaast resteert eind 2025 nog een bedrag van € 3.394.847,- in de voorziening riolering. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.
Gebouwen De gemeente heeft de nodige gebouwen in beheer. Deze zijn onder te verdelen in gebouwen voor eigen gebruik, algemene gebouwen, sociaal-culturele accommodaties en sportaccommodaties. Beleidsplan De gemeenteraad heeft in de vergadering van 9 november 2017 het beheerplan gebouwen 2018-2032 vastgesteld. Vervolgens wordt dit plan elke 4 jaar geactualiseerd. De laatste actualisatie heeft in 2021 plaatsgevonden en is verwerkt in de begroting 2022-2025. De volgende staat gepland in 2026. Naam
Periode
Beheerplan gebouwen
2018-2032
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
9-11-2017 2026
Uitgangspunten Voor de gebouwen die economisch eigendom zijn van de gemeente Nuenen en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, is een voorziening gevormd. Uitgangspunt voor deze voorziening is wat minimaal nodig is om de gebouwen veilig, heel en functioneel te houden op basis van sober en doelmatig onderhoud. Het uitgangspunt is conditieniveau 3. Tevens zal bij regulier onderhoud een verduurzamingsslag gemaakt worden door de materialen te vervangen voor een duurzamere variant, daar waar budget het toelaat. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen op basis van het MJOP Financieel
2025
Dotatie voorziening
371.100
Besteding uit voorziening
-206.718
Mutatie voorziening
164.382
Eind 2025 bevat de voorziening een bedrag van € 2.776.421,-. Achterstallig onderhoud De gemeentelijke vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel met grote financiële en maatschappelijke waarde. Structureel onderhoud is daarom van essentieel belang. Daarom inventariseert de gemeente elke 4 jaar al de gemeentelijke gebouwen en stelt een MJOP op. Het MJOP (2018-2032) is in 2021 geactualiseerd. Het college heeft ingestemd met het MJOP 2022-2032, gebaseerd op de Nederlandse norm NEN 2767. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Speeltoestellen De gemeente heeft ruim 300 verschillende speeltoestellen/-objecten in de openbare ruimte staan. Deze worden beheerd volgens het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Beleid Spelen en bewegen in de openbare ruimte 'Speelruimtebeleidsplan 2017-2020' Beheerplan speelvoorzieningen 2011 – 2020 Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen
75
Beleidsplan Naam
Periode
Spelen en bewegen in de openbare ruimte
2017-2020
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
6-7-2017 onbepaald
Uitgangspunten Het speelruimtebeleid is via co-creatie tot stand gekomen waarbij is samengewerkt met inwoners, verenigingen en andere belanghebbenden als gelijke partners. De belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn: • • • • •
Spelen voor alle leeftijden (jong en oud); Risicovol spelen in een natuurlijke omgeving; Gebruik maken van (aanwezige elementen in) de gehele openbare ruimte; Ontmoeten als belangrijk onderdeel van de "Centrale speelgelegenheid Nuenen"; Aansluiten bij de behoeftes van de omgeving en trends.
Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen In 2025 is een bedrag van afgerond € 11.000,- besteed aan het project Spelen en Bewegen Eeneind. Dit project is afgerond. Daarnaast is nog een bedrag aan regulier onderhoud besteed van € 53.000,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Verkeersregelingen Beleid Voor het vervangen van verkeersborden, verkeerstekens, wegmarkeringen, etc. is budget in de exploitatie beschikbaar. Uitgangspunten Verkeersborden worden vervangen wanneer ze beschadigd of verdwenen zijn. Ook worden ze één maal per jaar schoongemaakt. Voor het onderhoud aan wegmarkeringen en verkeersregelinstallaties zijn onderhoudscontracten afgesloten. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2025
Raming onderhoud verkeersregelingen
63.250
Realisatie onderhoud verkeersregelingen
58.093
Totaal
5.157
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Beelden en plastieken Beleid Het beleid- en beheerplan beelden en plastieken inclusief de noodzakelijke financiële middelen is nog niet voorgelegd aan de raad. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2025
Raming onderhoud beelden en plastieken
6.000
Realisatie onderhoud beelden en plastieken
1.680
Totaal
4.320
Jaarlijks is er € 6.000,- opgenomen voor keuring en controle van de beelden en plastieken. Indien uit de controle blijkt dat er budget nodig is voor herstelwerkzaamheden zal dit apart aan de raad worden voorgelegd.
76
Financiering Financiering is de manier waarop wij de benodigde geldmiddelen aantrekken en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen beleggen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving geldt voor de gemeente een Treasurystatuut. Dit statuut bevat regels om de financieringsfunctie te sturen, beheersen en controleren. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-. Door de afronding op duizendtallen kunnen er afrondingsverschillen ontstaan. Conform BBV moet deze paragraaf inzicht geven in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. Toerekening aan de taakvelden is gedaan met de rentepercentages die hieronder zijn genoemd.
Interne- en externe ontwikkelingen De ECB heeft in juni 2025 voor het laatst de rente nog met 0,25%-punt verlaagd. Dit was de achtste verlaging binnen twaalf maanden. De periode van versoepeling moest de economie ondersteunen na een tijd van matige groei. Sindsdien heeft de ECB de rente ongewijzigd gehouden. De EMU-tekortruimte voor gemeenten in 2025 is vastgesteld op -0,34% BBP. De individuele EMU-referentiewaarde voor Nuenen is voor 2025 vastgesteld op € 3.551.000,-. Dit betreft geen norm maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Omschrijving
2025
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
2.206
2 Mutatie (im)materiële vaste activa
-13.911
3 Mutatie voorzieningen
452
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
1.144
5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
0
EMU-saldo
-10.109
De renteberekening voor activa mag conform BBV 25% afwijken van de begroting. Het rentepercentage is aangepast van 1,1% naar 0,7%. Rente aan de bouwgrondexploitaties wordt bij de jaarrekening op werkelijke basis toegerekend. Renteschema
Begroting
Realisatie
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond
2,00%
2,00%
Rente activa en grex, afgerond (omslagrente)
1,10%
0,70%
77
In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema
2025 Totaal 2025
De externe rentelasten over de lange financiering
828
De externe rentelasten over de korte financiering
-54
De externe rentebaten
-33
1 Saldo rentelasten en rentebaten
741
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
0
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-3
De rentelast van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
3
2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0
3 Rente over eigen vermogen
0
3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
58
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)
799
5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) actieve gronden
-477
5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) activa
-354
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)
-32
Het (voordelige) renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.
Financieringsbehoefte Beleidsvoornemen financiering We financieren de toekomstige extra liquiditeitsbehoefte in eerste instantie door een kasgeldlening af te sluiten. We houden er bij eventuele verlenging van de kasgeldlening rekening mee dat de kasgeldlimiet in beginsel niet meer dan twee achtereenvolgende kalenderkwartalen overschreden wordt. Daartoe wordt deze dan tijdig omgezet in een langlopende lening. Het renterisico wordt gereduceerd door op verschillende momenten leningen af te sluiten zodat sprake is van een 'gemiddelde' rente.
Liquiditeit In 2025 heeft de gemeente geen leningen hoeven af te sluiten.
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. In geen enkel kwartaal in 2025 is de kasgeldlimiet overschreden.
78
Stap
Omschrijving
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
1
Omvang begrotingstotaal
71.092
71.092
71.092
71.092
Percentage regeling
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
Toegestane kasgeldlimiet
6.043
6.043
6.043
6.043
Vlottende korte schuld
2
Opgenomen gelden < 1 jaar
0
0
0
0
Schuld in rekening courant
0
353
9
226
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
6
6
6
6
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
0
0
0
0
Totaal vlottende korte schuld
6
359
15
232
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant
6
4
6
12
5.447
1.517
1.034
1.044
Overige uitstaande gelden < 1 jaar
0
0
0
0
5.453
1.521
1.040
1.056
Totaal netto vlottende schuld (2-3)
-5.447
-1.162
-1.025
-823
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)
11.490
7.205
7.068
6.866
3
Totaal vlottende middelen
4
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). De renterisiconorm is niet overschreden. Stap
Omschrijving
1
Renteherzieningen
Begroting
Begroting na wijziging
2
Aflossingen
3 (1+2)
Renterisico
5.326
6.626
4
Begrotingstotaal
71.092
80.637
5
Percentage regeling
20%
20%
6 (4 x 5)
Renterisiconorm
14.218
16.127
7
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)
8.893
9.502
0
0
5.326
6.626
Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker
Looptijd Van
rente
oorspronkelijk
1-1-2025
31-12-2025
t/m
NWB
2015 2027 1,21%
220
58
39
Prov. NB
2017 2027 0,00%
2.321
2.093
2.093
BNG
2022 2027 1,28%
18.000
10.800
7.200
BNG
2024 2034 2,64%
13.000
13.000
11.700
BNG
2022 2037 1,86%
25.000
21.667
20.000
58.541
47.618
41.032
rente
oorspronkelijk
1-1-2025
31-12-2025
0,43%
1.180
705
665
1.180
705
665
Totaal Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw Omschrijving
Looptijd Van
BNG
1991
79
t/m 2041
Bedrijfsvoering Het doel van de bedrijfsvoering is het zo goed mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de inwoners en het gemeentebestuur door: • • • • •
een efficiënt werkende organisatie; een zorgvuldig besluitvormingsproces; een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.
Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling Het ontwikkelprogramma is een volgende fase ingegaan (NOD 2.0). In het proces van doorontwikkeling van de organisatie is het cultuuraspect met de daaraan gekoppelde cultuuromslag de grootste uitdaging voor ons naar de toekomst toe. In de jaarlijkse organisatiebrede inspiratiebijeenkomsten wordt daar verder invulling aangegeven. De besluitvorming over de aanpassing van de (organisatie-)structuur van 2 afdelingen en een Staf naar 3 afdelingen is afgerond en wordt per 1 januari 2026 geformaliseerd. Strategisch HRM-beleid Het strategisch HRM-plan zetten we in om (middel)lange termijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de organisaties te vertalen naar HRM-instrumentarium. De doorontwikkeling van de organisatie bepaalt mede welke onderwerpen we specifiek gaan oppakken. In 2025 is de besluitvorming van de regeling reiskostenvergoeding woon- en werkverkeer voor de Dommelvallei organisaties afgerond en deze wordt per 1 januari 2026 geïmplementeerd. Het is een regeling die duurzaam reizen stimuleert en bijdraagt aan vitaliteit.
e-HRM De verdere doorontwikkeling van de digitale HR-service is een permanent proces. In het kader van optimalisering van het E-HRM systeem is een aanbestedingstraject in voorbereiding.
Informatievoorziening In de loop van 2025 is het geactualiseerde Informatieplan 2025-2028 opgesteld. We constateerden dat er scenario’s opgesteld moeten worden, waarbij consequenties voor voldoen aan wet- en regelgeving (bijvoorbeeld cybersecurity wet, Wet Open Overheid, Archiefwet, AVG), dienstverlening richting inwoners en financiën inzichtelijk worden. Daarmee kan gezamenlijk het ambitieniveau en de risicoacceptatie bepaald worden. Onze doelen waren: 1. In control zijn op de uitvoering van het informatieplan 2024-2027 en starten met implementeren informatieplan 2025-2028. 2. Wegwerken van achterstanden bouwdossiers en andere archieven. In control op uitvoering informatieplan We zijn nauwer gaan samenwerken binnen de vier Dommelvallei-organisaties door het verder ontwikkelen van het IV-board waarin alle organisaties vertegenwoordigd zijn. We hebben projectportfoliomanagement en daarbij behorende rapportages over voortgang verbeterd, zodat eigenaarschap en projectvoortgang inzichtelijk is, op de aspecten proces, mens en technologie. We hebben in samenwerking met Financiën gewerkt aan het meer inzichtelijk maken van de materiële kosten van informatievoorziening en informatiedienstverlening.
80
Bellen met Teams is voorbereid en wordt geïmplementeerd in januari 2026. We hebben diverse datamigratietrajecten succesvol afgerond, waaronder Gouw en DataB (belastingen). We hebben diverse applicaties naar de cloud gebracht. Daarnaast is de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer geïmplementeerd binnen onze systemen en processen. Tot slot zijn diverse projecten afgerond en lopend in voorbereiding op de implementatie van M365 en de moderne werkplek. Wegwerken achterstanden bouwdossiers en andere archieven We hebben een kwaliteitsslag gemaakt voor de bouwdossiers. Dit project loopt door tot eind 2029. Er zijn en ontstaan nog altijd achterstanden bij de fysieke archieven van de gemeenten en Dienst Dommelvallei. De voor 2025 geplande activiteiten met betrekking tot het wegwerken van de achterstanden zijn grotendeels uitgevoerd. Daarvoor is incidentele extra capaciteit ingehuurd. Het probleem van de analoge archivering in het sociaal domein is meegenomen in een bredere evaluatie van de processen in het domein. We hebben geconstateerd dat breder onderzoek nodig is om daadwerkelijke verbeterstappen te kunnen zetten. De achterstanden van het archief sociaal domein zijn verwerkt.
Informatiebeveiliging en privacy De gemeente wisselt op alle beleidsterreinen informatie uit en wil een betrouwbare partner zijn voor inwoners, medewerkers en ketenpartners. Dit vraagt om zorgvuldige omgang met gegevens en naleving van maatschappelijke en wettelijke verplichtingen. Om blijvend aan veranderende wet- en regelgeving te voldoen moeten we procesmatig werken verder versterken. Voldoen aan wet- en regelgeving De gemeente heeft een zorgplicht en meldplicht om digitale weerbaarheid te borgen en toezicht op haar prestaties. Op dit moment kan nog niet overal worden aangetoond dat volledig aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) wordt voldaan. Inzicht in de actuele staat van informatieveiligheid en privacy binnen processen is noodzakelijk. Deze onderwerpen moeten daarom structureel worden meegewogen bij besluiten over procesaanpassingen, investeringen en technische wijzigingen. De Network and Information Security Directive (NIS2-richtlijn), die verder gaat dan de BIO en ook operationele technologie omvat, wordt omgezet in nationale wetgeving, de Cyberbeveiligingswet (CbW). De borging in processen is nu al noodzakelijk, maar wordt door de CbW wettelijk vereist. Afgelopen jaar hebben we veel beleidsuitgangspunten vastgesteld en een deel van het fundament, nodig om te groeien, opgezet.
Er is meer inzicht verkregen door uitgevoerde bewustwordingsactiviteiten op het gebied van informatiebeveiliging en privacy, waaronder een phishingcompetitie, een keynote over kunstmatige intelligentie (AI) en gebruikersrichtlijnen voor gebruik van AI. Begin 2025 waren bijna de helft van de noodzakelijke privacymaatregelen geïmplementeerd. Aan het einde van 2025 was dit bijna driekwart. Hiermee is een zichtbare groei gerealiseerd op het gebied van privacy. Verder hebben we op het gebied van informatiebeveiliging kwetsbaarheidsonderzoeken op het netwerk uitgevoerd en een impactanalyse met betrekking tot de cyberbeveiligingswet. De resultaten laten zien dat we zijn gegroeid maar dat de groei onder druk staat door onvoldoende kwalitatieve en kwantitatieve resources om te voldoen aan wetgeving. Om informatiebeveiliging en privacy structureel in de processen te borgen is minimaal volwassenheidsniveau 3 vereist. Dit vraagt om een aanzienlijke ontwikkelslag die alleen haalbaar is met stevige bestuurlijke steun. Er is behoefte aan een gedragen richting voor de uitwerking van de cybersecuritywet, inclusief organisatie, fasering en financiering.
Tabel datalekkenoverzicht Een melding bij de AP betekent niet ook automatisch een melding bij de betrokkenen en andersom. Of we een datalek melden bij de AP en/of betrokkenen is altijd een afweging en afhankelijk van het privacyrisico voor de betrokkenen.
81
De datalekken zijn vrijwel in alle gevallen het gevolg van een incidentele menselijke fout. Meestal gaat het om een brief en/of mail die per abuis is verstuurd naar een verkeerde ontvanger. Vanuit het bewustwordingsprogramma worden medewerkers meegenomen om datalekken te melden en op welke wijze datalekken kunnen worden tegengegaan, bijvoorbeeld door gebruik te maken van veilig mailen via Zivver. 2025 Aantal datalekken
6
Gemeld bij de AP
2
Betrokkenen geïnformeerd
0
Beveiligingsincidentenoverzicht Een beveiligingsincident is een gebeurtenis waarbij de vertrouwelijkheid, integriteit of beschikbaarheid van informatie of informatiesystemen in gevaar komt, of dreigt te komen, door een inbreuk of verstoring van de beveiliging. In 2025 is 1 informatiebeveiligingsincident gemeld en dit had betrekking op alle Dommelvallei organisaties en betrof een phishingmail die 40 medewerkers hebben ontvangen en waarbij 1 medewerker wachtwoordgegevens heeft gedeeld. Door proactief handelen is de impact nihil gebleken. Meldingen kunnen vanaf 2025 ook via een report-knop in Outlook worden gedaan. Dit is nieuw en vereenvoudigt het proces om te melden. Echter deze meldingen worden rechtstreeks op ons netwerk aangepast zonder tussenkomst van onze Servicedesk. Het aantal meldingen is hierdoor niet meer meetbaar. 2025 Incidenten
1
Aantal meldingen
Niet meetbaar
Rechtmatigheidsverantwoording Het college is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. In de onderstaande tabel zijn de onrechtmatigheden toegelicht, voor zover deze de door de raad vastgestelde rapportagegrens van € 50.000,- overstijgen. Begrotingscriterium
Onrechtmatigheid Waarvan acceptabel
Overschrijding lasten programma’s
€ 2.878.000
€ 2.878.000
Uit de tabel in het onderdeel Begrotingsrechtmatigheid bij de Toelichting op het overzicht van baten en lasten in deze jaarrekening blijkt het totaal aan overschrijdingen ten opzichte van de begroting na wijziging. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
€ 28.000
Totaal begrotingsonrechtmatigheden
€ 2.906.000
Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden die acceptabel zijn op grond van de Financiële verordening gemeente Nuenen 2023
€ 2.878.000
Voorwaardencriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed
€ 186.000
Er zijn 4 aanbestedingsfouten geconstateerd. Deze zijn individueel kleiner dan de rapporteringstolerantie van € 50.000
82
Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium Geen bevindingen
0
Totaal onrechtmatigheden
€ 3.092.000
Verantwoordingsgrens (artikel 8, lid 2 van de Financiële verordening gemeente Nuenen 2023)
€ 1.518.000
Waarvan acceptabel
€ 2.878.000
Waarvan niet acceptabel
€ 214.000
Wet financiering decentrale overheden Er zijn geen afwijkingen geconstateerd. Gids Proportionaliteit Tijdens de controle is geconstateerd dat de gids proportionaliteit niet altijd wordt nageleefd bij inkooptrajecten. Deze bevindingen worden teruggekoppeld om dit in de toekomst te voorkomen.
Huisvesting De huisvesting van de ambtelijke organisatie en het bestuur is momenteel als volgt: • • •
Jan van Schijnveltlaan/Papenvoort (hoofdvestiging) Pastoorsmast (buitenwerf) Berg en Aardappeleterssteegje (Centrum Maatschappelijke Deelname)
Naast de eigen organisatie zijn in het gemeentehuis ook de bibliotheek en de politie gehuisvest. De noodzaak om meer multidisciplinair samen te werken vraagt om een eigentijdse werklocatie. Bij voorkeur een gebouw dat activiteitgericht werken en ontmoeting stimuleert. Het huidige kantoor aan de Jan van Schijnveltlaan voldoet daar niet aan. Het geeft ons bovendien een achterstand bij het werven van nieuw personeel. Uw raad heeft medio 2025 besloten om nog geen besluit te nemen op de plannen voor een nieuw of verbouwd gemeentehuis, dit is uitgesteld tot na de gemeenteraadsverkiezingen in 2026. Alleen het hoogstnoodzakelijke onderhoud is en wordt uitgevoerd.
Kengetallen Formatie
Factor
Directie en Staf
fte
5,11
Afd. Ontwikkeling
fte
48,41
Afd. Realisatie
fte
69,47
Totale formatie
fte
122,99
Ziekteverzuim (1 januari tot 1 juli)
2025
Verzuimpercentage
PM
5,65
Verzuimfrequentie
PM
0,99
Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse:
Nog niet bekend
6,3
83
31-12-2025
2024
Verbonden partijen De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen uit te voeren. Het aangaan van verbonden partijen komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt. Conform artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen de volgende verbonden partijen aan de orde: Gemeenschappelijke regelingen: • • • • • • •
Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven; Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven; Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven; Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond; Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei te Mierlo; Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel; Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond.
Vennootschappen en coöperaties: • •
Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag; Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch.
Stichtingen en verenigingen: • •
Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond; Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot.
In deze paragraaf wordt in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt aan de hand van de volgende indelingen: • • • • • • • • • •
Doel en openbaar belang van de verbonden partij; Algemene visie op en beleidsvoornemens over inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer we gebruik maken van de verbonden partij; Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij; Risico’s: welke andere risico’s zijn er bij deelname; Afbreukrisico van geen deelname; Alternatieven voor geen deelname; Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking; Frequentie van terugkoppeling naar de raad; Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking; Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij.
De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks bestuur. GR: Gemeenschappelijke regeling. NV: Naamloze Vennootschap.
84
Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de Metropoolregio Eindhoven (MRE) actief als opvolger van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven ook wel de SRE. Het doel van de samenwerking binnen deze gemeenschappelijk regeling is het behouden van het kenmerkende innovatieve Brainportprofiel en het bevorderen van een stabiele sociale basis en vitale leefomgeving voor al onze inwoners. De belangrijkste opgaven voor de aankomende jaren zijn: • De groei van de economie in goede banen te leiden waardoor meer inwoners in de regio profiteren van welvaart en welzijn; • Het zoeken naar een nieuwe balans in het landelijk gebied waarbij de verbinding tussen landelijke en stedelijke gebied en de ruimtelijke en ecologische kwaliteiten in het landelijk gebied worden versterkt. We richten ons daarbij primair op een gezamenlijke aanpak van urgente opgave in de fysiekruimtelijke leefomgeving met brede welvaart als kompas. Daarnaast geeft de MRE uitvoering aan het Stimuleringsfonds en dient als betaalautoriteit voor Brainport Development NV. Tevens is het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) onder gebracht in deze gemeenschappelijke regeling.
Het RHCe voert voor gemeenten wettelijk taken uit op het gebied van toezicht, behoud en openbaar maken van de cultuurhistorische informatie en is archiefbewaarplaats van de door onze gemeente en andere overheden in Zuidoost Brabant overgebrachte archieven. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Het leven van onze inwoners speelt zich steeds meer af binnen de hele regio en beperkt zich niet tot de gemeentegrenzen. Binnen de regio is sprake van één daily urban system. Daarom is het logisch om op regionaal niveau met elkaar samen te werken, omdat we samen, als geheel, meer kunnen bereiken. Gezamenlijk bepalen we koers die vervolgens op lokaal niveau verankerd en gerealiseerd wordt. Vanuit de MRE-samenwerking wordt als één regio opgetrokken richting de Provincie en het Rijk. Dit komt tegemoet aan de vraag vanuit het Rijk en de Provincie om met regio's afspraken te maken. Daarnaast zijn wij via de MRE-samenwerking vertegenwoordigd in de stichting Brainport en de triple helix-samenwerking. Deze stichting bepaalt de strategie van de ontwikkelingsorganisatie Brainport Development. Al deze partijen samen zijn een serieuze gesprekspartner voor het Rijk en de Provincie waardoor er gelden beschikbaar komen om de regionale opgaven gezamenlijk op te pakken. Ook de Nuenense inwoners kunnen (indirect) profiteren van deze ontwikkelingen.
De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden. Daardoor hoeven wij hiervoor geen eigen voorziening te treffen. Veranderingen en ontwikkelingen Metropoolregio Eindhoven In 2026 vinden gemeenteraadsverkiezingen plaats. Het actualiseren van de Regionale Agenda is gekoppeld aan de nieuwe bestuursperiode. In 2025 zijn de voorbereiden hiervoor gestart. In dat kader is een overdrachtsdocument opgesteld dat samen met informatie over de MRE-samenwerking en organisatie wordt aangeboden aan de nieuwe raden en colleges. We blijven samenwerken op de thema's Wonen en ruimte, Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Vitaal landelijk gebied. Ook werken we gezamenlijk aan de uitvoering van de Beethovendeal waarin naast hiervoor genoemde thema's ook aandacht is voor voorzieningen en een 'groei in balans'. Tot slot is er focus op realisatie. De aankomende bestuursperiode moet de spade dieper de grond in, bewegen van plannen naar uitvoering en waar mogelijk versnellen. Om een bijdrage te leveren aan de uitvoering van de Beethovenopgaven is per 1 januari 2026 het Realisatiebedrijf binnen de MRE-organisatie ingericht. Daarnaast is fondsstrictuur ingericht om te komen tot een robuust, efficiënt en schaalbaar fondsmanagement.
Daarmee kan de inzet van regionale investerings- en stimuleringsfondsen efficiënt en risicobeperkend plaatsvinden. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven Het RHCe blijft zijn (wettelijk) taken uitvoeren op het gebied van archivering.
85
Landgoed Gulbergen De voorziening Gulbergen is nog niet afgewikkeld, omdat de voormalige stortplaats officieel nog niet gesloten is en de nazorg nog niet is overgedragen aan de Provincie Noord-Brabant. In 2025 is de laatste hand gelegd aan het herzien van het nazorgplan. Overdracht aan de Provincie is voorzien in 2030. Om deze overdracht dan mogelijk te maken moeten nog verschillende werkzaamheden worden uitgevoerd. De overdracht gaat gepaard met het afbetalen van de eeuwige nazorgverplichting aan de Provincie. Op dit moment is hiervoor een bedrag van € 22,4 miljoen beschikbaar. Bij overdracht in 2030 is de verwachting dat er een bedrag van circa € 50 miljoen betaald moet worden. De MREorganisatie is hierover in gesprek met de Provincie. Gemeenten moeten rekening houden met een naheffing. Hoe hoog dit zal zijn, is nu nog niet duidelijk. In 2020 is de erfpacht afgekocht, waardoor de MRE weer volledige zeggenschap heeft over de gronden en de ontwikkelingen in het gebied. Er is een ontwikkelvisie vastgesteld. In het zuidelijke deel staat recreatie centraal. De bedoeling is de gronden in dit gebied te verkopen aan een ontwikkelaar met goede plannen om dit gebied verder te ontwikkelen binnen de kaders van de ontwikkelvisie. In het noordelijke deel staat natuurinclusief gebruik centraal.
In dit gebied zijn plannen voor een natuurbegraafplaats en een kleinschalig coöperatief gemengd boerenbedrijf Herenboeren. Ook deze gronden wil de MRE verkopen. Risico's Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld door Algemeen Bestuur in juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de MRE-organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. Als risico is opgenomen: • •
Hogere kosten door inhuur (250.000 euro) bij de projecten die gesubsidieerd worden overdracht van voormalige stortplaats aan de Provincie, zijnde een risico van een bedrag van € 2,5 miljoen voor de 21 gemeenten in 2030
Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan de MRE-samenwerking. De MRE is de belangenbehartiger van de regio en weet middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen. Bovendien zijn de opgaven zo complex en van zo'n schaalgrootte, dat het niet realistisch wij als kleine gemeente deze zelfstandig kunnen realiseren. Alternatieven voor geen deelname Naast MRE zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk. Zo werken de gemeenten Eindhoven, Helmond, Son en Breugel, Geldrop-Mierlo, Waalre, Veldhoven, Best, Oirschot en Nuenen op subregionaal niveau samen binnen Stedelijke Gebied Eindhoven. De agenda's van de beide samenwerkingsverbanden worden op elkaar afgestemd, zodat er geen sprake is van overlap. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant, zijnde de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Algemeen bestuur: F. van Genugten (burgemeester) en plaatsvervangend lid J. Tesser (raadslid) Raadstafel21: J. Tesser en M. Spijkerman (beide raadsleden) Portefeuillehoudersoverleg Economie: B.
van Stiphout (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit: S. Löwik (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Transitie landelijk gebied: P. Kok (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Energietransitie: S. Löwik (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Wonen en Ruimte: P. Kok (wethouder) Commissie van Advies voor Financiën: B. van Stiphout (wethouder)
86
Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks bij de kadernota (ter kennisneming), begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening (ter kennisneming). Daarnaast worden de raden via de 1e bestuursrapportage MRE geïnformeerd over de beleidsmatige uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m mei en via de 2e bestuursrapportage over de financiële uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m september. Tot slot wordt de raad ook tussendoor geïnformeerd over voor hen belangrijke ontwikkelingen en worden voor hen met enige regelmaat regionale bijeenkomsten over specifieke thema's georganiseerd. Financieel belang Bijdrage 2025: € 388.044,-. Teruggave 2024: € 9.695,-. GR Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven Doel en openbaar belang De omgevingsdienst is een bij wet opgerichte rechtspersoon. De omgevingsdienst is opgericht om een verdere verbetering tot stand te brengen in: • De dienstverlening bij de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van milieu en het behoud en verbetering van de bodem-, water- en luchtkwaliteit; • De kwaliteit en veiligheid van de werk- en leefomgeving, zodat het aantal calamiteiten en milieudelicten afneemt.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De ODZOB werkt samen met haar partners aan het beschermen en verbeteren van de fysiek leefomgeving. Door samen te werken kan onze gemeente beschikken over expertise op verschillende beleidsvelden. Door de samenwerking binnen de ODZOB hebben we minder eigen formatie nodig op deze beleidsterreinen. Veranderingen en ontwikkelingen Vanaf 1 maart 2025 (met terugwerkende kracht sinds 16 juni 2025) werken we met een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden van de ODZOB. Hiermee voldoen we aan artikel 2.4 uit de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling ODZOB waardoor er een nieuw gezamenlijk afsprakenkader is tussen opdrachtgevers (zijnde de deelnemers) en de opdrachtnemer (zijnde de ODZOB) voor de uitvoering van taken en diensten. Risico's Indien de omzet achterblijft bij de verwachtingen zijn alle deelnemers aan de GR daarvoor (financieel) verantwoordelijk. Omdat het gemeentelijk werkprogramma slechts een klein onderdeel vormt van het totale uitvoeringsprogramma en -budget van de ODZOB is de individuele invloed van de gemeente(n) daardoor beperkt. Afbreukrisico van geen deelname Deelname voor wat betreft het basistakenpakket (vergunningverlening, toezicht, handhaving (VTHtaken), asbesttoezicht etc.) is wettelijk verplicht.