CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2024 Nuenen

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Jaarstukken 2024 Nuenen41.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Wat hebben we ervoor gedaan? Robuuste en biodiverse groenstructuren 6. Meer ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten voor alle leeftijden In 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met het ontwerp en de benodigde financiering voor de aanleg van de bovenwijkse beweegvoorziening Lissevoort (Jeugdpark Lissevoort). In 2025 wordt het jeugdpark gerealiseerd. De kapitaallasten daarvan zijn opgenomen in de begroting. Ook is in 2024 verder uitvoering gegeven aan het beleidsplan Spelen en Bewegen. De wijk Keizershof is afgerond en in de wijk Eeneind is het participatieproces doorlopen en gestart met de uitvoering. Begin 2025 wordt de wijk Eeneind afgerond. 7. Betere bescherming van waardevolle groenstructuren Op diverse locaties binnen de gemeente zijn bomen vervangen en opnieuw aangeplant met behulp van het beschikbare investeringsbudget. Deze herplant draagt bij aan de verjonging van de groenstructuren en waarborgt dat deze ook in de toekomst behouden blijven. Bovendien helpt de aanplant van nieuwe bomen om het aantal bomen in de gemeente op peil te houden. Het Groenstructuurplan wordt in de loop van 2025 meegenomen in het Omgevingsplan. De lijst van waardevolle houtopstanden is niet opgepakt vanwege capaciteitsgebrek. 8. Meer biodiversiteit In 2024 hebben we gewerkt aan het opstellen van een concept biodiversiteitsplan.

Dit plan beschrijft de huidige activiteiten die de biodiversiteit bevorderen en bevat maatregelen die de komende tien jaren kunnen worden genomen. Hiermee geven we invulling aan de ambities vanuit de Omgevingsvisie op het gebied van natuur en landschap. Het plan wordt in 2025 voorgelegd aan de gemeenteraad. Verder is er bij de keuze van beplanting en bomen nadrukkelijk rekening mee gehouden dat deze een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Waar mogelijk is gekozen voor inheemse soorten die bloesemof bessendragend zijn, omdat deze van belang zijn voor insecten en vogels. Daarnaast is bij de vervanging van bomen gestreefd naar meer variatie door diverse bomensoorten aan te planten, wat de veerkracht van het bomenbestand van Nuenen versterkt.

40

Wat hebben we ervoor gedaan? Borgen van de bereikbaarheid 9. Meer middelen en capaciteit beschikbaar stellen om uitvoering te kunnen geven aan de voorkeursvariant van de Bundelroutes In 2024 zijn we gestart met de voorbereiding van de uitvoering van het maatregelenpakket VKA Bundelroutes, concreet met de contractering van het eerste projectencluster. Dat betekent dat aannemers kunnen inschrijven op het ontwerp en (later) realisatie van de geluidwerende voorziening bij de A270, de aansluiting op de A270-Geldropsedijk en de aanpassingen van de Smits van Oyenlaan (zuid). Omdat de specifieke capaciteit binnen de ambtelijke organisatie ontoereikend is, wordt extra capaciteit aangetrokken. Dit is in 2024 in gang gezet door de aanbesteding van een raamovereenkomst voor externe ingenieursdiensten. Verder heeft de gemeente Nuenen de rol opgepakt van kartrekker voor de tracéstudie snelfietsroute Gemert – Eindhoven. Dit onderzoek heeft geleid tot een concept-bestuursovereenkomst met buurgemeenten en provincie. Hierin zijn afspraken vastgelegd over tracé, ontwerp en financiering. Na de ondertekening vinden de nadere uitwerking, voorbereiding en realisatie van dit tracé plaats in het kader van het VKA Bundelroutes.

Wat hebben we ervoor gedaan? Bevorderen van een gezonde leefomgeving 10. Betere luchtkwaliteit en minder geluidshinder In de Omgevingsvisie is aangegeven dat we streven naar een hoogwaardige woon- en leefomgeving met gezondheid als verbindende factor. De gemeente hanteert landelijke normen op grond van geluid en luchtkwaliteit bij het toetsen van plannen en vergunningen en het "stand still" principe. Om te komen tot beleid, zal eerst onderzoek plaats moeten vinden wat we kunnen en willen bereiken en welke kosten daarmee gemoeid zijn. Verder is er een landelijke subsidieregeling voor het beëindigen van veehouderijen in 2024 opgesteld om deze bedrijven te stimuleren te stoppen. Binnen onze gemeente zijn maar enkele intensieve veehouderijen aanwezig en heeft vooralsnog geen enkele veehouderij zich aangemeld voor deze beëindigingsregeling. Naar aanleiding van de 4e tranche EU-richtlijn omgevingslawaai is in 2024 een Actieplan geluid opgesteld. Dit plan omvat maatregelen om de geluidsbelasting van wegverkeer naar beneden te brengen.

Wat hebben we ervoor gedaan? Bewustwording van hergebruik van spullen. 11. Meer stimuleren van afvalscheiding en het hergebruik Wat betreft het Circulair ambachtscentrum zijn het project en de mogelijkheden verder verkend en heeft afstemming plaatsgevonden met Blink. Het toegezegde onderzoek naar afvalscheiding met betrekking tot de ondergrondse containers en de evaluatie met de inwoners hierover, wordt meegenomen in de werkzaamheden om te komen tot een grondstoffenplan. Dit plan verwachten wij eind 2026 aan uw raad te kunnen presenteren. De vervanging van ondergrondse containers op basis van einde levensduur heeft vertraging opgelopen als gevolg van meningsverschillen met de opdrachtnemer over de geleverde kwaliteit. Wij verwachten dit in 2025 weer op te kunnen pakken. Het proces van verdere organisatorische verbeteringen met betrekking tot keuzes, kosten en serviceniveau heeft vertraging opgelopen. Dit is enerzijds te wijten aan een tekort aan capaciteit binnen het product afval en anderzijds aan de formele beëindiging van de deelname van PreZero aan de GR Blink, wat heeft geleid tot een herstructurering van de organisatie Blink.

41

Beleidsindicatoren Naam

Indicator

Fijn huishoudelijk restafval*

KG per inwoner

Jaarrekening 2023

Begroting 2024 63

Jaarrekening 2024 68

63

* verplichte indicator op grond van BBV

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma BLINK De Gemeenschappelijke regeling BLINK speelt een belangrijke rol bij het uitvoeren van de wettelijke taken en het realiseren van de beleidsdoelen op het gebied van: 1. Inzameling, transport en verwerking van het huishoudelijk afval; 2. Beheer van de milieustraat Nuenen; 3. Beheer en onderhoud van ondergrondse containers; 4. Straatreiniging en onkruidbestrijding in de gemeente. Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) De ODZOB voerde voor de gemeente alle milieutaken uit op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving (VTH). Er is gewerkt volgens het vastgestelde werkprogramma 2024. Dit programma is niet geheel gerealiseerd op het gebied van controles, vanwege capaciteitsproblemen bij de ODZOB. De omgevingsdienst is ook ingeschakeld voor allerlei sectorale adviestaken, zoals op het gebied van bodem, geluid (metingen), asbest, geur etc. Metropoolregio Eindhoven Binnen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) werken we samen aan onder andere (sub)regionale opgaven op het gebied van Mobiliteit. In 2024 is de regionale Mobiliteitsvisie 2040 vastgesteld. De visie is de basis voor een adaptief maatregelpakket. Met de uitwerking is een start gemaakt in het Meerjarig Multimodaal Mobiliteitspakket (MMMP). In dit pakket worden meerjarige programma's, projecten en maatregelen opgenomen die voor de regio van belang zijn.

Tijdens dat proces heeft de regio met het Rijk de Beethovendeal gesloten. In deze deal zijn ook afspraken gemaakt over onder andere slimme korte termijn termijnmaatregelen (de zogenoemde KTM2-pakket) in de Brainportregio. De uitwerking hiervan is onderdeel van het proces MMMP. Wij verwachten dat de regio in 2025 dit proces zal afronden. De bekostigingssystematiek op basis waarvan kosten verdeeld worden tussen alle betrokken partners bij een specifiek project, is vastgesteld. Regionaal wordt onder andere ingezet op de realisatie van snelfietsroutes. De gemeente Nuenen is kartrekker van de snelfietsroute Gemert - Eindhoven. In 2024 is de tracéstudie uitgevoerd met buurgemeenten en de Provincie en in 2025 zijn afspraken over financiering en realisatie vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Het Nuenense deel van deze snelfietsroute wordt gerealiseerd in het kader van het Voorkeursalternatief (VKA) Bundelroutes en Nuenen West.

Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2024) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken.

42

Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024

Afwijking budget 2024

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 6

0

820

820

0

2.1 Verkeer en vervoer

3.627

3.802

3.935

133

2.2 Parkeren

78

3

30

27

2.5 Openbaar vervoer

9

8

15

7

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

2.467

2.776

2.829

53

7.2 Riolering

1.058

1.127

866

-261

7.3 Afval

2.795

2.803

2.732

-71

7.4 Milieubeheer

1.098

783

1.105

322

Totaal Lasten

11.132

12.123

12.332

209

0.10 Mutaties reserves programma 6

172

441

441

0

2.1 Verkeer en vervoer

102

380

406

26

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

0

0

4

4

7.2 Riolering

2.131

2.200

2.049

-151

7.3 Afval

3.622

3.630

3.870

240

458

600

644

44

Totaal Baten

6.485

7.250

7.413

163

Saldo (baten -/- lasten)

-4.647

-4.873

-4.919

-46

Baten

7.4 Milieubeheer

Analyse 6. Ruimtelijk beheer, Milieu & Verkeer

I/S Bedrag

Saldo

-46.000

Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer

-161.000

De kosten bij straatreiniging zijn € 200.000 hoger dan begroot. Deze zijn hier benoemd, maar worden doorbelast naar riolering en afval. Voor de rest wordt het resultaat bepaald door veel kleine over- en onderschrijdingen. Taakveld 7.3 Afval

362.000

In 2024 zijn veel achterstallige vergoedingen over voorgaande jaren geïnd. Verder is de vergoeding van Verpact hoger dan geraamd. Ook zijn minder kosten gemaakt voor zwerfafvalacties dan geraamd. Het netto resultaat van afval is ca. € 100.000 lager dan hier is aangegeven door de toerekening van straatreiniging aan afval (zie taakveld 2.1). Het totale positieve resultaat voor afval bedraagt ca. € 43.000. Taakveld 7.4 Milieubeheer

I

-106.000

I

107.000

I

-250.000

Al sinds lange tijd loopt het dossier van de grondsanering aan de Collse Hoefdijk. Hiervoor is in het verleden al een (risico)voorziening getroffen. Die voorziening blijkt met de nieuwste inzichten niet toereikend. Daarom moeten wij die voorziening bijstorten met € 183.000. Duurzaamheid: Er is sprake van een onderbesteding van € 67.000, omdat de uitvoering van het wijkuitvoeringsplan in het kader van Transitievisie warmte, het opstellen van nieuw beleid Duurzaamheid en onderzoek in het kader van soorten management plan (SMP) zijn doorgeschoven naar 2025. Kapitaallasten Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Verdeling salarislasten en overhead Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Overig

2.000

Totaal programma 6

-46.000

43

Programma 7. Economie, Toerisme & Recreatie Portefeuillehouder(s) P. Kok, S. Löwik en B. van Stiphout

Wat wilden we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect

Doelstellingen

Toekomst bestendig centrum

1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum

Duurzame bedrijventerreinen

2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid

Vrijetijdsbesteding in balans

3. Meer toeristische aantrekkingskracht

Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied

4. Hogere kwaliteit van het natuurinclusief agrarisch landschap 5. Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf

Relevante beleidsnota's in dit programma Naam

Periode

Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa

2011 e.v. jul-11

n.v.t.

Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven

2024 e.v. september 2015

n.v.t.

Vlekkenplan + Centrum Nuenen 2023

2023 e.v. september 2023

n.v.t.

Regionale programmering bedrijventerrein Stedelijk Gebied Eindhoven

2024 e.v. december 2024

Verordening reclamebelasting

jaarlijks

Structuurvisie ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen - De Wereld van Van Gogh

2019 e.v. februari 2020

Toekomststrategie “Groots, een hoogstaand en toegankelijk voorzieningen 201 e.v. aanbod in het Stedelijk Gebied Eindhoven”

Vastgesteld in de Planning vaststelling nieuw raad beleidsplan

november 2023

juli 2021

november 2025 n.v.t. n.v.t.

Omgevingsvisie Nuenen

2021 e.v. september 2021

onbepaald

Nota Duurzaamheid

20192023

zomer 2025

Transitievisie Warmte voor de gemeente Nuenen

2021 e.v. september 2021

2026

Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Metropoolregio Eindhoven

2022 e.v. december 2021

onbepaald

Beleidsnota Erfgoed ‘Bouwstenen voor de toekomst'

2023 e.v. oktober 2023

onbepaald

december 2019

Wat hebben we ervoor gedaan? Toekomstbestendig centrum 1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum In 2024 is verder verkend hoe de samenwerking tussen de benodigde partijen, ondernemers, (pand)eigenaren en de gemeente, vorm en inhoud kan krijgen. Het Vlekkenplan+ Centrum is hiervoor het kader. Er zijn goede gesprekken gevoerd, waarbij geconstateerd is dat de opgave om invulling te geven aan de ambities uit het Vlekkenplan+ vooral bij de vastgoedeigenaren en ontwikkelaars ligt. Cruciaal daarbij zijn de ontwikkelingen rond de Parkstraat/ Voirt en De Smidse en de voorwaarde van verplaatsing van de Aldi. In 2024 is onderhandeld over verplaatsing van de Aldi. Dit heeft vooralsnog niet geleid tot overeenstemming. De ontwikkeling van de genoemde twee locaties is hierdoor nog niet tot stand gekomen. De gemeente neemt een faciliterende rol, vanuit de overtuiging dat een levendig centrum bijdraagt aan een sterk woon- en leefklimaat. Daarbij is er specifiek aandacht voor de situatie van verkeer & parkeren. Dit moet uiteindelijk landen in een Omgevingsprogramma Centrum. Daarnaast heeft in 2024 in overleg plaatsgevonden met de Stichting Weekmarkt Nuenen over de toekomst van de Markt. In 2025 wordt een plan van aanpak opgesteld. De organisatie van de Kermis is opnieuw aanbesteed, waardoor de continuïteit de komende 7 jaar gewaarborgd is.

44

Wat hebben we ervoor gedaan? Duurzame bedrijventerreinen 2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid In 2024 hebben we een uitvoeringsprogramma opgesteld dat als paraplu dient voor alle projecten en initiatieven op de Nuenense bedrijventerreinen. Onderdeel daarvan is het onder de aandacht brengen van de subsidiemogelijkheden voor het afkoppelen van water, geveltuintjes in het centrum en het opstarten van verduurzamingsprojecten gericht op bedrijventerreinen. Deze projecten hebben het meeste impact als daarop samenwerking tussen bedrijven plaatsvindt. Om die reden is door de Metropoolregio Eindhoven (MRE) in 2024 een Specifieke Uitkering (SPUK) aanvraag gedaan voor de inzet van een Aanjager voor samenwerking en duurzaamheid op de bedrijventerreinen. Daarnaast is in 2024 in samenwerking met Brainport Development een Energiehub Regisseur gestart. Deze zal samen met een aantal geselecteerde bedrijven de haalbaarheid van een eerste Energiehub onderzoeken. De activiteiten uit het uitvoeringsprogramma worden in 2025 voortgezet. De mogelijkheden voor het opzetten van een fonds voor ondernemers zijn verkend. Conclusie is dat een fonds voor ondernemers vanwege de vele subsidiemogelijkheden die er reeds bestaan voor duurzaamheidsprojecten geen meerwaarde biedt.

Na een intensieve samenwerking van ruim twee jaar is in 2024 in overleg de samenwerking met Stichting Parkmanagement voor het brede parkmanagement beëindigd. Er bleek onvoldoende breed draagvlak om tot een stevige parkmanagementorganisatie te komen. Projecten die onderdeel waren van het parkmanagement en die wel succesvol waren, zoals Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) en duurzaamheidsprojecten, worden separaat in samenwerking met werkgroepen voortgezet. Voor KVO staat in 2026 een hercertificering op het programma. In 2024 is er binnen SGE en MRE intensief samengewerkt om te komen tot een Visie Werklocaties en nieuwe Regionale Programmering Werklocaties (RPW). Deze actualisatie van de afspraken rond de bedrijventerreinen leidt tot een nieuwe werkwijze en afstemmingsstructuur. Bovendien is er, naast afspraken over nieuw te ontwikkelen terreinen, meer aandacht besteed aan het belang en de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen. De Visie en RPW zijn eind 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Daarbij is het Financieel arrangement uit 2016 beëindigd. In 2025 wordt aan de hand van een uitvoeringsagenda een vervolg gegeven aan het effectueren van de afspraken en nieuwe werkwijze. Dit wordt gedaan op het niveau van MRE (21 gemeenten).

In mei 2024 hebben we de verklaring van geen bezwaar, onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming voor de locatie Eeneind West ontvangen van de provincie. Deze verklaring maakte het mogelijk om de sloopwerkzaamheden in te plannen en de aanvraag omgevingsvergunning verder in behandeling te nemen. In de zomerperiode heeft het ontwerpbesluit voor grootschalige logistieke distributiecentra ter inzage gelegd. Naar aanleiding daarvan hebben we circa 1500 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn gebundeld, samengevat, beoordeeld en voorzien van een gemeentelijke reactie om te kunnen worden opgenomen in de nota van zienswijzen. Deze ingediende zienswijzen worden betrokken in de besluitvorming op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Vanuit de samenleving is er veel weerstand tegen de bouw van de logistieke centra. Er is actie gevoerd en we hebben vele brieven ontvangen. In 2024 is gestart met de sloop van de opstallen en deze werkzaamheden zijn inmiddels afgerond. De aanvraag om een stikstofvergunning is door de provincie nog niet verder in behandeling genomen in afwachting van een oplossing voor de stikstofproblematiek.

Wat hebben we ervoor gedaan? Vrijetijdsbesteding in balans 3. Meer toeristische aantrekkingskracht In 2024 is door het Stedelijk Gebied Eindhoven besloten om met het platform Regioradar te stoppen. Achterliggende redenen zijn gelegen in de relatief hoge kosten en het niet behalen van de (uiteenlopende) doelstellingen. Het zichtbaar maken van voorzieningen en het vermarkten van het vrijetijdsaanbod blijft echter een belangrijk aandachtspunt, waarbij de behoefte per regiogemeente verschilt. Binnen de samenwerking in het Stedelijk Gebied Eindhoven wordt gezocht naar een passend vervolg.

45

Eind 2023 is besloten dat het beheer van Dagstrand Enode structureel bij de gemeente blijft. Deze nieuwe beheersituatie is in 2024 geïmplementeerd, waarbij uitvoering wordt gegeven aan de vastgestelde uitgangspunten voor gebruik en evenementen. Het gebruik sluit aan bij de enquête die is uitgevoerd. In 2024 is door de Metropoolregio Eindhoven een ontwikkelvisie opgesteld voor Landgoed Gulbergen. Hierbij is de uitkomst van het participatietraject vertaald naar nieuwe functies in het gebied. Als gemeente zijn we betrokken bij de nieuwe ontwikkelingen en de verdere ontwikkeling van de nieuwe functies. Uitgangspunt is het vormgeven van een openbaar recreatief gebied voor de regio.

Wat hebben we ervoor gedaan? Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied 4. Hogere kwaliteit van het natuur-inclusief agrarisch landschap Het Van Gogh Nationaal Park heeft op 14 oktober 2024 de status van Nationaal Park gekregen van het Ministerie van LVVN. De gemeente Nuenen ligt binnen de begrenzing van het formele Nationale Park. Binnen de focusprogramma’s zoals Brabants Bodem en Brabant Behaagt is er extra aandacht om met name het agrarisch landschap te versterken met de aanleg van landschapselementen en recreatieve ontsluitingen. Binnen het project Dommeldal uit de Verf zijn in 2024 de onderzoeken gestart naar het hydrologisch systeem binnen het totale projectgebied van Geldrop-Mierlo tot en met Son en Breugel. Met deze kennis kunnen de inrichtingsplannen voor natuur en landschap beter worden opgesteld omdat duidelijk wordt wat de beoogde maatregelen voor effect hebben. Ook in 2024 zijn de regelingen Stimuleringregeling Landschap en ErvenPlus opengesteld voor agrarische ondernemers. Er zijn in 2024 weinig nieuwe aanvragen binnengekomen. Dit komt waarschijnlijk door de onduidelijke tijden waarin de agrarische sector op dit moment zit. 5.

Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf In 2024 zijn opvallend veel verzoeken binnen gekomen om medewerking voor het gebruik van agrarische bedrijfsgebouwen voor de verhuur van opslagruimte voor particulieren en zzp’ers. Het college heeft besloten om hier voorlopig alleen via een tijdelijke omgevingsvergunning voor maximaal drie jaar aan mee te werken zodat de afweging voor een permanente vergunning meegenomen kan worden in het omgevingsprogramma landelijk gebied.

Beleidsindicatoren Naam

Indicator

Jaarrekening 2023

Aantal banen in de recreatie en toerisme sector

aantal banen per 1.000 inwoners

Kantoorgebouwen met energielabel % van totaal aantal kantoorgebouwen met C of hoger* energielabel C of hoger

Begroting 2024

Jaarrekening 2024

29,1

23

22,3

80

60

57

Bezoekersaantallen Van Gogh Village Museum

aantal

34.266

32.500

45.452

Opbrengst toeristenbelasting

€

27.965

25.000

24.838

* in 2023 is er geen ondernemerspeiling uitgevoerd

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Metropoolregio Eindhoven In 2024 is primair gefocust op het vastleggen van de Visie Werklocaties en de actualisatie van de regionale bedrijventerreinenprogrammering. Er is hiervoor een Uitvoeringsstrategie uitgewerkt en de acties die hieruit voortkomen worden in 2025 verder uitgewerkt in een dynamische Uitvoeringsagenda.

46

Prioriteiten liggen in bij het ruimtelijk economisch sturen (welke bedrijven willen we ruimte bieden vanuit regionale meerwaarde) en de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen op verschillende aspecten (o.a. intensief ruimtegebruik en duurzaamheid). In 2024 is door de Metropoolregio Eindhoven een ontwikkelvisie opgesteld voor Landgoed Gulbergen. Daarnaast is gewerkt aan een shortlist van topvoorzieningen en regionale voorzieningen die bijdragen aan de schaalsprong. Gulbergen is voorgedragen als regionale voorziening.

Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2024) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024

Afwijking budget 2024

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 7

0

0

0

0

3.1 Economische ontwikkeling

188

190

169

-21

3.3 Bedrijfsloket en regelingen

38

38

54

16

3.4 Economische promotie

187

117

50

-68

1.074

1.214

1.422

208

53

53

50

-3

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie 5.4 Musea 5.5 Cultureel erfgoed

13

68

45

-22

1.553

1.680

1.790

110

0.10 Mutaties reserves programma 7

10

105

33

-72

3.1 Economische ontwikkeling

9

5

10

5

3.4 Economische promotie

35

35

32

-2

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

18

18

42

25

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Saldo (baten -/- lasten)

72

162

118

-44

-1.482

-1.518

-1.673

-154

Analyse 7. Economie, Toerisme & Recreatie

I/S Bedrag

Saldo

-154.000

Taakveld 3.1 Economische ontwikkeling

I

42.000

I

-178.000

Samen met ondernemers wordt nog gewerkt aan een passende organisatievorm en verduurzamingsprojecten. Omdat deze nog in de haalbaarheidsfase zitten, is het budget niet volledig benut. Dit vormt een incidentele afwijking. Middelen voor uitwerking van het Vlekkenplan zijn al eerder doorgeschoven (zie eerdere toelichting). Taakveld 5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie Klooster/Klooster Temporalis: Er zijn vooraf budgetten overgeheveld van de reguliere exploitatie Klooster naar Klooster Temporalis (tijdelijke huisvesting). Hiermee zijn de extra gemaakte kosten voor de aanpassingen, die nodig waren voor (brand)veiligheid, gedeeltelijk afgedekt. De verhuizing van de verenigingen heeft echter enkele maanden later plaatsgevonden dan oorspronkelijk gedacht, waardoor er ook op Park 1 nog kosten gemaakt moesten worden. Ook was de vergoeding aan de beheerder hoger (namelijk inclusief vergoeding beheer tijdelijke huisvesting). Er is dus langere tijd sprake geweest van dubbele lasten. Daarnaast zijn extra kosten gemaakt in verband met temperatuurbeheersing. De problemen met de temperatuurbeheersing werden pas duidelijk in de herfst/winter.

47

7. Economie, Toerisme & Recreatie

I/S Bedrag

Bij de 2e tussentijdse rapportage was nog onvoldoende duidelijkheid over dit tekort. Stortingen en onttrekkingen reserves

I

-72.000

I

13.000

I

5.000

Als gevolg van de lagere uitgaven aan enkele projecten, zoals die genomen bij taakveld 3.1, is de onttrekking uit de reserve ook lager dan begroot. Kapitaallasten Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Verdeling salarislasten en overhead Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Overig

35.000

Totaal programma 7

-154.000

48

Programma 8. Financiën & Belastingen Portefeuillehouder(s) B. van Stiphout

Wat wilden we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect

Doelstellingen

Goed en degelijk financieel beleid

1. Betere bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting

Lastendruk passend bij voorzieningenniveau

2. Betere afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven en de kosten voor het voorzieningenniveau

Relevante beleidsnota's in dit programma Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Financiële verordening 2023

2023 e.v. december 2023

onbepaald

Nota reserves en voorzieningen

2019 e.v. februari 2019

onbepaald

Nota risicomanagement en weerstandsvermogen

2015 e.v. februari 2015

onbepaald

Nota activering, waardering en afschrijving

2006 e.v. januari 2006

onbepaald

Belasting/legesverordeningen

jaarlijks

eind 2025

november 2024

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Wat hebben we ervoor gedaan? Goed en degelijk financieel beleid 1. Betere bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting Iedere begrotingswijziging is gebaseerd op een raadsbesluit. Financiële gevolgen zijn in de raadsvoorstellen zo duidelijk mogelijk weergegeven. Bij de tussentijdse rapportages hebben we een zo goed mogelijk beeld gegeven van de prognoses van de baten en lasten in het lopende boekjaar 2024. Bij de rapportage in het najaar, in de raad vastgesteld op 19 december 2024, kwam daaruit een bijgesteld begrotingssaldo van € 1.314.903,-. Het werkelijk gerealiseerde resultaat 2024 bedraagt € 1.052.823,-. (Dit is inclusief de terugstorting van Helpt Elkander na het ontbinden van de vaststellingsovereenkomst van € 850.000,-; zonder deze bijdrage was het resultaat circa € 203.000,-. In de tussentijdse rapportage najaar 2024 is deze bijdrage al gemeld.) Het resultaat is dus € 262.000,- lager dan verwacht. Dit verschil wordt hoofdzakelijk verklaard door stortingen in voorzieningen die pas bij jaareinde konden worden bepaald, en dus niet bekend waren bij de tussentijdse rapportages. De overige voor- en nadelen heffen elkaar ongeveer op. Een nadere analyse staat in de inleiding voorin deze jaarstukken.

Wat hebben we ervoor gedaan? Lastendruk passend bij voorzieningenniveau 2. Betere afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven op de kosten voor het voorzieningenniveau Het overgrote deel van de begroting wordt besteed aan wettelijke taken, reguliere werkzaamheden en projecten waarover in het verleden besluiten zijn genomen. We zijn zeer terughoudend geweest met nieuw beleid en hebben ons beperkt tot de thema's opgenomen in de raadsagenda en het coalitieprogramma. We willen geen voorschot nemen op de toekomst, mede vanwege grote onzekerheden rondom de hoogte van de rijksbijdrage vanaf 2026.Op die manier is het ons gelukt om de lasten voor de inwoners niet te laten stijgen of te beperken tot het inflatiepercentage.

49

Ons beleid blijft gericht op het voorkomen van een algemene lastenstijging, zodat de gemiddelde lasten voor de inwoners niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie.

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Dienst Dommelvallei Dienst Dommelvallei voert voor onze gemeente bedrijfsvoeringstaken uit, waaronder financiën, belastingen en planning & control. Zij volgen hierbij nauwgezet wettelijke en andere in- en externe ontwikkelingen op de genoemde terreinen. Ook onderhouden zij contact met de accountant en met de provincie als financieel toezichthouder. Daarmee monitoren zij onder meer het voldoen aan financiële regelgeving en het structureel sluitend zijn van de meerjarenbegroting. De belastingtaken zijn met ingang van 2024 ondergebracht bij de Belastingsamenwerking OostBrabant (BSOB). De eerste jaren is dat geregeld met een dienstverleningsovereenkomst, op termijn is toetreding tot de gemeenschappelijke regeling voorzien.

Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2024) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Primaire begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024

Afwijking budget 2024

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 8

662

1.662

1.662

0

0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

144

1.315

1.053

-262

0.5 Treasury

41

75

61

-13

0.61 OZB woningen

147

147

186

39

0.62 OZB niet-woningen

36

36

42

6

0.64 Belastingen overig

41

41

45

5

0.8 Overige baten en lasten

1.048

0

-41

-41

0

0

-30

-30

2.120

3.275

2.979

-297

0

1.000

1.000

0

0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Totaal Lasten Baten 0.10 Mutaties reserves programma 8 0.5 Treasury

34

66

67

1

0.61 OZB woningen

5.595

5.630

5.577

-53

0.62 OZB niet-woningen

1.536

1.625

1.587

-38

0.64 Belastingen overig

75

75

78

3

39.369

40.934

41.206

272

0

850

850

0

Totaal Baten

46.609

50.180

50.365

185

Saldo (baten -/- lasten)

44.489

46.905

47.386

481

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten

50

Analyse 8. Financiën en Belastingen

I/S Bedrag

Saldo

481.000

Taakveld 0.5 Treasury

I 304.000

We hebben een financieringsvoordeel behaald doordat we een minder hoog bedrag hoefden te lenen dan begroot en een hoog saldo hebben op het schatkistbankieren. Dit voordeel heeft zich vertaald in een lager renteomslagpercentage, zie ook het verschil op kapitaallasten dat onderin dit programma en in de Algemene toelichting en inleiding wordt benoemd. Taakveld 0.61 OZB woningen

I

-73.000

I

-35.000

De BSOB (Belastingsamenwerking Oost-Brabant) heeft in de eerste maanden van 2024 de achterstand in de afhandeling van bezwaarschriften op woningen weggewerkt. Dit heeft echter wel een negatief effect gehad op de geraamde OZBopbrengst. Bezwaren op de aanslag 2023 werden alsnog (deels) toegekend en omdat boekjaar 2023 al afgesloten is komt het nadeel van zowel 2023 als 2024 in deze jaarrekening terecht. Taakveld 0.62 OZB niet-woningen De BSOB heeft in de eerste maanden van 2024 de achterstand in de afhandeling van bezwaarschriften op niet-woningen weggewerkt. Dit heeft echter wel een negatief effect gehad op de geraamde OZB-opbrengst. Bezwaren op de aanslag 2023 werden alsnog (deels) toegekend en omdat boekjaar 2023 al afgesloten is komt het nadeel van zowel 2023 als 2024 in deze jaarrekening terecht. Taakveld 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

I 272.000

In de decembercirculaire gemeentefonds 2024 heeft het Rijk € 127.000 extra middelen beschikbaar gesteld (zie Raadsinformatiebrief 2025-08). Dit konden we niet meer besteden in 2024 en ook niet verwerken in de begroting. Daarnaast is als correctie over voorgaande jaren nog € 145.000 ontvangen. Taakveld 0.8 Overige baten en lasten

I

42.000

I

30.000

I

290.000

I

-33.000

Op basis van analyse van het debiteurenbestand kon de voorziening dubieuze debiteuren gedeeltelijk vrijvallen. Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting (vpb) In 2024 is de definitieve beschikking 2022 ontvangen en hebben we het bedrag van de voorlopige aanslag 2022 terug ontvangen. Kapitaallasten Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Verdeling salarislasten en overhead Zie algemene tekst hierboven onder de Algemene toelichting en inleiding bij programma's. Taakveld 0.11 Resultaat

262.000

Het saldo in deze jaarrekening komt afgerond op € 1.053.000. Begroot was (bij de tussentijdse rapportage najaar 2024) € 1.315.000. Het saldo is dus € 262.000 lager geworden. Dat is de optelsom van alle verschillen die in de programma's 1 tot en met 8 zijn toegelicht. Een analyse op hoofdlijnen staat in de inleiding, en onder het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Overig

2.000

Totaal programma 8

481.000

51

Paragrafen Overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn hieronder de volgende paragrafen opgenomen: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Wet open overheid

52

Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Vanaf 1-1-2024 is de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen met inbegrip van kwijtschelding via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) ondergebracht bij de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB). In dit licht zijn alle werkwijzen en processen beoordeeld. Het beeld van de Waarderingskamer was dat een aantal zaken verbeterd moest worden. De WOZ-waarden voldeden wel aan de wettelijk gestelde eisen, maar op onderdelen moest wel een verbetering doorgevoerd worden. Dit zat met name op afhandeling bezwaarschriften en beoordeling objectkenmerken. Vervolgens werd in de eerste maanden van 2024 door de BSOB extra ingezet op afhandeling van bezwaarschriften. De achterstand werd weggewerkt, maar dit heeft wel een dubbel negatief effect gehad op de jaarrekening 2024. Er werden voor het aanslagjaar 2023 alsnog bezwaren toegekend wat voor die panden leidt tot een lagere WOZ-waarde voor 2023, maar ook voor 2024 en de jaren daarna. Daarnaast werd in 2024 door de BSOB ingezet op de zogenaamde bestandsoptimalisatie. Er werden voor objecten (met name bouwterreinen en in aanbouw zijnde woningen en niet-woningen) alsnog aanslagen opgelegd.

Uiteraard moest voor de extra verrichte werkzaamheden van de BSOB (via Dienst Dommelvallei) betaald worden, maar dit zijn eenmalige kosten terwijl de doorgevoerde verbeteringen zorgen voor structurele meeropbrengsten. De extra meeropbrengsten waren voor 2024 net zo hoog geraamd als de extra kosten. Uiteindelijk waren de werkelijke kosten iets lager dan geraamd. De meeropbrengsten waren 17% lager dan de werkelijke kosten. En de hierboven genoemde inhaalslag in de afhandeling van ingediende bezwaarschriften heeft ook een negatief effect gehad op de totale OZB-opbrengst. De bestandsoptimalisatie is voor 80% gerealiseerd. De overige 20% wordt begin 2025 afgerond.

Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen; • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten zijn de tarieven over 2024 als volgt aangepast: • Bij de OZB is 5,2% inflatiecorrectie toegepast. Bij de berekening van het tarief is rekening gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling; • Tarieven in de tarieventabel horende bij de legesverordening zijn verhoogd met de inflatiecorrectie van 5,2%; • De tarieven voor afvalstoffenheffing vastrecht zijn in 2024 gestegen van € 174,00 naar € 183,12.

• De grondslag voor de rioolheffing is in 2024 "beperkt" met gemiddeld 1% gestegen.

53

De raad heeft de diverse belastingtarieven definitief (formeel) vastgesteld via de belastingverordeningen in de raadsvergadering van 9 november 2023. Voor de OZB geldt dat de tarieven in de verordening nog zijn aangepast en in de raad van 25 januari 2024 zijn vastgesteld.

Onroerende-zaakbelastingen We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB): • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De tarieven voor 2024 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden en er is een inflatiecorrectie van 5,2% toegepast. Eind 2023 bleek uit de benodigde herwaardering dat WOZ-waarden meer gestegen waren dan vooraf ingeschat. In januari 2024 zijn toen alsnog de tarieven naar beneden toe bijgesteld.

Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: 1. Een vast deel: Hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling; 2. Een variabel deel: Het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval.

Rioolheffing Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd en/of hemelwater direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering of op watergangen die in beheer zijn bij de gemeente. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. We streven ernaar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.

Kostendekkendheid rioolheffing en afvalstoffenheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren. Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde dekkendheidspercentage weergegeven.

54

Dekkendheid rioolheffing

2024

Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering

887.807

Kapitaallasten

320.000

Mutatie voorziening

-341.851

Totaal kosten riolering taakveld 7.2

865.956

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

244.509

Kwijtschelding taakveld 6.3

34.437

Straatreiniging taakveld 2.1

388.793

Watertaken taakveld 5.7

200.978

BTW taakveld 0.11*

314.002

Totaal toerekenbaar

1.182.719

Totaal lasten

2.048.675

Opbrengst rioolheffing**

2.044.775

Overige opbrengsten

3.900

Baten totaal taakveld 7.2

2.048.675

Dekkendheidpercentage riool

100%

* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd. ** De opbrengsten zijn gebaseerd op het aantal bewoners van een pand.

Dekkendheid afvalstoffenheffing

2024

Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat

760.002

Lasten overige afvalstromen

1.890.978

Kapitaallasten

37.394

Mutatie voorziening afval

43.313

Totaal lasten afval taakveld 7.3

2.731.687

Toerekenbare lasten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

332.332

Kwijtschelding taakveld 6.3

85.698

Straatreiniging taakveld 2.1

305.224

BTW taakveld 0.11*

414.734

Totaal toerekenbaar

1.137.988

Totaal lasten

3.869.675

Baten afvalstoffenheffing

2.952.744

Baten milieustraat

208.488

Baten overige afvalstromen

708.443

Totaal baten taakveld 7.3 3.869.675 Dekkendheidpercentage afval

100%

* De btw rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.

55

Leges Als de gemeente een bepaalde dienst levert kunnen daarvoor leges worden geheven. De raad stelt de tarieven jaarlijks vast in de Tarieventabel bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met door het Rijk vastgestelde maximumtarieven. De leges worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband.

Kostendekkendheid leges Op grond van het BBV moeten gemeenten inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. Per hoofdstuk van de legesverordening 2023 is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Alleen hoofdstukken vanuit de modelverordening die zijn opgenomen in de legesverordening van Nuenen zijn opgenomen. Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salarislasten en overhead in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Hoofdstuk 1

Algemene Dienstverlening

Paragraaf 1.1

Burgerlijke stand

Baten -45.575

Salaris 41.069

Overhead 39.738

Lasten 2.247

Percentage 55%

Paragraaf 1.2

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

-347.011

109.517

105.969

185.759

86%

Paragraaf 1.3

Rijbewijzen

-87.626

86.701

83.892

19.263

46%

Paragraaf 1.4

Verstrekkingen in het kader van de BRP

-7.466

41.069

39.738

344

9%

Paragraaf 1.5

Bestuursstukken

-

-

-

-

0%

Paragraaf 1.6

Vastgoedinformatie

-

9.126

8.831

-

0%

Paragraaf 1.7

Overige publiekszaken

-62.398

45.632

44.154

38.392

49%

Paragraaf 1.8

Gemeentearchief

-

9.126

8.831

-

0%

Paragraaf 1.9

Bijzondere wetten

-111.575

45.632

44.154

45.756

82%

Paragraaf 1.10

Diversen

-12.072

36.506

35.323

-

17%

Totaal hoofdstuk 1

-673.723

424.378

410.630

291.761

60%

De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst. Hoofdstuk 2

Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet Baten

Salaris Overhead Lasten Percentage

Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.2 Voorfase

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.3 Activiteiten m.b.t. tot bouwwerken

-709.633 367.145

355.249 136.194

83%

Paragraaf 2.4 Activiteiten m.b.t. cultureel erfgoed en werelderfgoed

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten

-

-

-

-

n.v.t.

56

Hoofdstuk 2

Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet Baten

Salaris Overhead Lasten Percentage

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.11 Overige tarieven

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.12 Modaliteiten

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.13 Vermindering

-

-

-

-

n.v.t.

Paragraaf 2.14 Teruggaaf

-

-

-

-

n.v.t.

355.249 136.194

83%

Totaal Hoofdstuk 2

-709.633 367.145

De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Hoofdstuk 3

Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2

Paragraaf 3.1

Horeca

Paragraaf 3.2

Baten

Salaris Overhead Lasten Percentage

-12.385

9.126

8.831

0

69%

Seksbedrijven

0

0

0

0

n.v.t.

Paragraaf 3.3

Winkeltijdenwet

0

0

0

0

n.v.t.

Paragraaf 3.4

Organiseren evenement of markt

-1.032 13.690

13.246

0

4%

Paragraaf 3.5

Standplaatsen

0

4.563

4.415

0

0%

Paragraaf 3.6

Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap]

0

0

0

0

n.v.t.

Paragraaf 3.7

In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

0

4.563

4.415

0

0%

30.907

0

21%

796.786 427.955

68%

Totaal hoofdstuk 3

-13.417 31.942

Totaal hoofdstuk 1, 2 en 3

- 823.466 1.396.773

Overige belastingen Toeristenbelasting Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. Vermakelijkhedenretributie Vermakelijkhedenretributie wordt geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als er meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Deze retributie wordt geheven omdat er gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of gehouden voorzieningen. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds.

Kwijtscheldingsbeleid Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid:

57

• •

De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • OZB; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing.

Overzicht tarieven 2022

2023

2024

OZB Eigenaar Woning

0,1231%

0,1061%

0,1058%

OZB Eigenaar Niet-woning

0,2411%

0,2392%

0,2436%

OZB Gebruiker Niet-woning

0,1935%

0,1920%

0,1955%

153,60

174,00

183,12

Afvalstoffenheffing 25 liter gft-afval

0,00

0,00

0,25

Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval

2,00

1,25

1,25

Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval

2,00

2,25

2,25

Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval

2,00

3,50

3,75

Afvalstoffenheffing 25 liter restafval

2,25

2,50

2,75

Afvalstoffenheffing 80 liter restafval

7,25

8,25

8,75

Afvalstoffenheffing 140 liter restafval

13,00

14,75

15,50

Afvalstoffenheffing 240 liter restafval

21,75

24,75

26,00

Afvalstoffenheffing 30 liter ondergronds restafval

1,60

1,85

2,00

Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds restafval

3,25

3,75

4,00

Afvalstoffenheffing ondergronds gft afval

0,00

0,25

0,25

Rioolheffing 1-persoonshuishouden

75,00

75,00

76,20

Rioolheffing 2-persoonshuishouden

140,00

140,00

141,00

Rioolheffing 3-persoonshuishouden

205,00

205,00

207,00

Rioolheffing 4-persoonshuishouden

270,00

270,00

272,40

Rioolheffing 5- of meerpersoonshuishouden

330,00

330,00

33,60

Rioolheffing niet woning 0-200m3

140,00

140,00

141,60

Rioolheffing niet woning 201-500m3

487,00

487,00

492,00

Rioolheffing niet woning >500m3

695,00

695,00

702,00

Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)

Vergelijking buurgemeenten Son en Breugel

Nuenen

Eindhoven

Best

Geldrop-Mierlo

OZB eigenaar woning

0,0770%

0,1058%

0,0937%

0,0804%

0,0659%

OZB eigenaar niet-woning

0,1996%

0,2436%

0,2961%

0,2171%

0,1834%

OZB gebruiker niet-woning

0,1644%

0,1955%

0,2092%

0,1718%

0,1490%

Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)

335

303

322

369

358

Rioolheffing

210

207

192

190

199

*): Diftar-gemeenten worden door het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar-gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen lager. Bij de tabel hieronder, Ontwikkeling lokale lastendruk, gaan we uit van het gemiddelde aantal ledigingen in Nuenen.

58

Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar

2022

2023

2024

WOZ-waarde

391.000

459.000

484.000

Wijziging WOZ-waarde

10,45%

17,39%

5,47%

OZB

481

487

512

Afvalstoffenheffing *

272

308

323

Rioolheffing #

205

205

207

Totaal

958

1.000

1.042

4,47%

4,38%

4,20%

Lastenontwikkeling

*) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers en gft-afvalcontainers in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn. 8 maal restafval en 7 maal gft-afval. #) Uitgangspunt hierbij is het gemiddelde waterverbruik per huishouden van 137m³. In 2022 is de grondslag rioolheffing veranderd, we gaan in 2024 uit van een 3-persoons huishouden.

59

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Nuenen. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2015'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015 wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten (begroting en jaarrekening) geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, of zullen extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt. Top 10 Er is een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt.

De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling 'Overige risico's' wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.

Inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.

60

Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg: Klasse

Kans (Waarschijnlijkheid)

Klasse gemiddelde (%)

1

Eén keer per 10 jaar of minder (1-20%)

10%

Klasse Financieel gevolg (€) Klasse gemiddelde (€) 1

< 50.000

2

Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%)

30%

2

50.000 – 100.000

75.000

3

Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%)

50%

3

100.000 – 250.000

175.000

4

Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%)

70%

4

250.000 – 500.000

375.000

5

Eén keer per jaar of vaker (81-99%)

90%

5

> 500.000

-

25.000

Matrix (kans x gevolg top 10 risico's) Voor de bepaling van de score in de risicomatrix worden de klassescores bepaald. Hierboven staan twee tabellen. In de eerste tabel is de top 10 opgenomen. Het getal in de matrix correspondeert met het risiconummer uit de top 10. Zo is zichtbaar welk risico in het groen, oranje of rood is opgenomen. In de tweede tabel is de scoreberekening van de kans x gevolg opgenomen.

Top 10 risico's Risico (bepaling risicowaarde)

Risicowaarde jaarrekening 2024

Risicowaarde begroting 2025

Risicowaarde jaarrekening 2023

1 Exploitatie grond (exact bedrag) In vergelijk met de vorige risico-inventarisatie valt er een bedrag van circa € 1,0 miljoen aan risico’s weg. Bij het project Nuenen West zijn de risico’s deels afgenomen. Alle posten zijn kritisch onder de loep genomen en diverse posten zijn bijgesteld. Onder andere zijn de risico’s in verband met verjaring vervallen. Bij het project Eeneind West is de benodigde weerstandscapaciteit nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2023. Tenslotte is voor de Kloostertuin de risico’s in beeld gebracht waarbij vertraging door bezwaar en beroep een rol speelt. Naar aanleiding hiervan is een bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen.

5.107.715

6.152.844

6.152.844

2 Wmo/jeugd (50% x € 375.000) Wmo/Jeugd is een open-einde regeling. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden.

187.500

262.500

262.500

3 Cyberrisico's (50% x € 375.000) De informatiebeveiligingsdienst van de VNG waarschuwt dat overheden risico lopen op schade door mogelijke cyberaanvallen. Landelijk zien we een toename van meldingen van ransomware met verwoestende gevolgen en een groeiend aantal geregistreerde kwetsbaarheden in software. Dit kan leiden tot verstoring van essentiële diensten, identiteitsdiefstal, financiële fraude en verlies van vertrouwen bij inwoners. Gemeenten hebben de afgelopen jaren regelmatig te maken gehad met incidenten bij derden, waarvan de gevolgen merkbaar waren binnen hun eigen gemeente.

187.500

187.500

187.500

Voor veel kritische processen levert Dienst Dommelvallei diensten via de gemeenschappelijke regeling. Binnen deze processen loopt de gemeente het risico waardevolle informatie te verliezen of schade te lijden als informatie niet meer beschikbaar is. Cybercriminaliteit is een risico, met aanzienlijke gevolgen voor de bedrijfsvoering en inwoners. De snelle ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en de achterblijvende implementatie van informatiebeveiligings- en privacywetgeving maken dit tot een risico.

61

Risico (bepaling risicowaarde)

Risicowaarde jaarrekening 2024

Risicowaarde begroting 2025

Risicowaarde jaarrekening 2023

4 Verbonden partij - Dienst Dommelvallei (exact bedrag) De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.

126.900

92.475

92.475

5 Continuïteit bedrijfsvoering (70% x € 175.000) Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur.

122.500

122.500

122.500

6 Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 175.000) Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In het voorjaar 2024 is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten. Er is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel).

122.500

122.500

122.500

7 Verbonden partij - Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (exact bedrag) Het onafgedekte risico, zijnde € 2.717.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15611837/4