Jaarrekening 2023 - Bijlage 2 Jaarstukken 2023
Tekst van het document
Wegen De gemeente beschikt over een uitgebreid wegennet ten behoeve van de verbinding binnen de kernen, tussen de kernen en de aansluiting op het regionale wegennet. Op dit moment bestaat dit wegennet uit ruim 228 kilometer verharde wegen. Beleid In het vastgestelde beheerplan heeft de raad gekozen voor cyclisch onderhoud. Bij deze systematiek wordt het onderhoud zodanig gepland dat gedurende de gehele levensduur van de verhardingen periodiek grootschalig onderhoud kan worden uitgevoerd. Financieel gezien betekent dit de eerste 10 jaar een uitgave van gemiddeld € 977.000,-. In het beheerplan 2022-2026 zijn ook enkele beleidskaders opgenomen. Beleidsplan Voor het beleidsveld Wegen is geen apart beleidsplan opgesteld. De beleidskaders zijn benoemd in het Beheerplan wegen 2022-2026. Naam
Periode
Beheerplan Wegen 2022-2026
2022-2026
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
maart 2021 2026
Uitgangspunten Het benodigde kleinschalig en grootschalig onderhoud wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse wegeninspectie. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2023
Raming grootonderhoud wegen
1.109.920
Realisatie grootonderhoud wegen
37.840
Totaal
1.072.080
Jaarlijks wordt volgens het programma uit het beheerplan wegen het benodigd (gemiddeld) bedrag (€ 977.000,-) gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor cyclisch onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren. Voor reconstructie en rehabilitatie van de wegen zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2023 resteert in de voorziening een bedrag van € 2.706.116,-. Daarnaast is in 2023 € 139.153,- uitgegeven aan klein onderhoud (begroot € 173.000,-). Achterstallig onderhoud Het achterstallig onderhoud is een indicator van het CROW (uitgedrukt in kosten) en is gedefinieerd als onderhoud op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn al is overschreden, met andere woorden waarbij het onderhoud al eerder uitgevoerd had moeten worden. Er is geen achterstallig onderhoud. Jaarlijks wordt een inspectie uitgevoerd op het gehele areaal. Op basis van deze inspecties vindt kleinschalig en grootschalig onderhoud plaats, met name op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden. Daarmee houden wij de wegen veilig en heel en voorkomen we achterstallig onderhoud.
64
Openbare verlichting De gemeente Nuenen heeft ruim 6.400 lichtmasten en 6.600 armaturen. De kosten voor openbare verlichting bestaan uit de jaarlijkse kosten voor elektriciteit en klein onderhoud en de kosten voor vervangingsinvesteringen. Beleid Het beleid is erop gericht om de komende jaren de meest verouderde openbare verlichting te vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Beleidsplan Het beleidsplan Openbare verlichting is vastgesteld op 6 juli 2017. Naam
Periode
Beleidsplan OVL 2018-2027
2018-2027
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
6-7-2017 2027
Uitgangspunten Bij het streven naar een duurzame, schone en veilige openbare ruimte is het uitgangspunt dat lichtmasten gemiddeld na 40 jaar worden vervangen en armaturen na 20 jaar. In het beleidsplan OVL is opgenomen dat vanaf 2018 de eerste 10 jaar de verouderde armaturen en lichtmasten worden vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Hiervoor is een investering van circa € 2.420.000,- benodigd. Het energieverbruik en de kosten voor onderhoud dalen hierdoor. Ook heeft de gemeente de intentie om gehoor te geven aan het SER energieakkoord. In het beleidsplan openbare verlichting wordt voorgesorteerd op het toepassen van Smart Lighting. Armaturen worden daarom uitgerust met communicatie modules. Hiermee kan informatie vanuit het armatuur verkregen worden (bijvoorbeeld energieverbruik) en kan bijvoorbeeld een nieuw dimregime naar het armatuur verzonden worden. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Voor de vervanging van masten en armaturen is in 2023 circa € 533.000,- opgenomen. Hiervan is in 2023 € 234.130,- besteed. Naast middelen voor de vervangingsinvesteringen is nog een bedrag voor regulier onderhoud, zoals remplace, masten schilderen en het oplossen van storingen uitgegeven van afgerond € 126.000,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Civiele kunstwerken Met civiele kunstwerken worden bruggen, viaducten etc. bedoeld. Voor het groot onderhoud hiervan is een voorziening gevormd. Beleid In het vastgestelde beheerplan Civiele kunstwerken heeft de raad gekozen voor het onderhouden van de civiele kunstwerken op C-niveau. Bij dit niveau ligt de nadruk op veilig en heel. Enkele kunstwerken, zoals in het centrumgebied en op diverse gemeentegrenzen, worden op A-niveau onderhouden. Beleidsplan Het beheerplan Civiele kunstwerken is vastgesteld op 13 februari 2020. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan Civiele kunstwerken
2020-2024
13 februari 2020
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024
Uitgangspunten Voor het vervangen van civiele kunstwerken bij einde levensduur zijn geen middelen beschikbaar in het onderhoudsfonds. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt hiervoor apart aan de raad om budget gevraagd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2023
Raming groot onderhoud civiele kunstwerken
112.000
Realisatie groot onderhoud civiele kunstwerken
64.406
Totaal
47.594
65
Jaarlijks wordt volgens het beleidsplan civiele kunstwerken het benodigd (gemiddeld) bedrag van € 115.122,- gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor het planmatig onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren (jaarlijks gemiddeld tussen de € 60.000,- en € 160.000,-). Eind 2023 resteert € 406.605,- in de voorziening. Naast de bedragen voor het groot onderhoud is € 7.239,- besteed aan klein onderhoud. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt alleen gedaan wanneer de veiligheid niet in het geding is.
Groen De groenstructuur van de gemeente Nuenen wordt enerzijds bepaald door de historische en moderne wegenstructuur, anderzijds door de diverse grotere (historische) groen- en parkgebieden en waterstructuren binnen de kern. Om dit optimaal tot zijn recht te laten komen dient het groen goed beheerd te worden. De gemeente Nuenen draagt zorg voor het gemeentelijk groen. Het openbaar groen heeft een grote waarde wat betreft gezondheid, veiligheid, beleving en duurzaamheid. Samen met onze inwoners nemen we maatregelen om verzorgd en gebruiksvriendelijk openbaar groen te realiseren. Beleid Gemeentebossen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentebossen. Het bosbezit van de gemeente Nuenen is in totaal circa 65 ha groot en ligt verspreid over vijf grotere gebieden in de gemeente en enkele kleinere bospercelen in en rond het dorp Nuenen. Door middel van een beheerplan zijn het beheer en onderhoud van de gemeentebossen voor de periode 2023 - 2028 vastgelegd. Bomen De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan een prettig leefklimaat. Het is daarom belangrijk te zorgen en blijven zorgen voor een gezond bomenbestand. Uit bijdragen van inwoners aan het Bomencafé is duidelijk geworden dat de inwoners graag bomen in de eigen omgeving hebben, maar er ook iets over te zeggen willen hebben.
Zoals met ieder plan zijn ook met het uitvoeren van dit beleidsplan kosten gemoeid. Openbaar groen Het Groenstructuurplan en het Groenbeheerplan is de basis voor verder beleid, beheer en planvorming. Bermen en Watergangen Bermen: binnen de gemeente Nuenen hebben we ruim 78 ha aan bermgras. Bermen bestaan uit een vegetatie van gras en kruiden. Ze worden duidelijk minder intensief beheerd dan de gazons en bevinden zich hoofdzakelijk aan de randen van de bebouwde omgeving en langs de wegen in het buitengebied. Bermen met bermgras vervullen meerdere functies zoals: • verhoging van de stabiliteit van de weg; • opvang van regenwater; • bieden van ruimte voor bomen, kabels, leidingen, lichtmasten, bebakening, verkeersborden, uitwijkmanoeuvres en parkeren; • ecologische functie voor planten, insecten en kleine zoogdieren; • ontsluitingsmogelijkheden bieden aan naastliggende percelen; • verfraaiing dorpsaangezicht/verbetering woon- en leefklimaat. Watergangen: het voornaamste doel is het bergen en/of afvoeren van water. Daarom is het beheer er op gericht dit mogelijk te maken. Afhankelijk van de watergang in het waterafvoerend systeem wordt regelmatig onderhoud zelfs verplicht door het Waterschap dat eenmaal per jaar een schouwronde uitvoert op het uitgevoerde werk. Het beheer van de A-watergangen valt onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas.
Het beheer van de B- en Cwatergangen wordt uitgevoerd door de aangelanden, waaronder de gemeente Nuenen. Beleidsplan Naam
Periode
Beheerplan gemeentebossen
2023-2028 19-12-2023 (vastgesteld door college)
Vastgesteld in de raad
2028
Bomenbeleidsplan
2017-2031 9-2-2017
2031
Groenstructuurplan
2011-2020 25-11-2010
2024
Groenbeheerplan
2020-2026 12-12-2019
2026
66
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Uitgangspunten Bermen In het kader van ecologisch bermbeheer en de biodiversiteit is de maaifrequentie aangepast naar maximaal 1x tot 2x per jaar. Bij het maaien wordt het maaisel afgevoerd. Bij iedere maaibeurt blijft 20% overstaan. Om verruiging te voorkomen wordt het overstaande deel bij de volgende maaibeurt mee gemaaid, en blijft op andere delen 20% overstaan. De toetsing van goed maaibeheer van bermen en watergangen is vastgelegd in Kleurkeur van de Vlinderstichting. Door deze nieuwe standaard kunnen opdrachtgevers en aannemers zich beter voorbereiden op een insectenvriendelijk bermbeheer. In het maaibestek van bermen en watergangen zijn de richtlijnen van Kleurkeur opgenomen en geeft het een garantie dat het maaibeheer gericht is op het verhogen van de ecologische kwaliteit. Watergangen Beheer en onderhoud van watergangen (sloten) met een afvoerende en een bergende functie van het oppervlaktewater binnen het stroomgebied van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Overeenkomstig de Keur oppervlaktewateren betreft dit sloten met een beperkt belang, niet zijnde in onderhoud bij de bovengenoemde waterschappen. Bossen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de bossen ten behoeve van de openluchtrecreatie en het milieu.
Landschappelijke beplanting Op sobere wijze in stand houden van lintvormige en kleinschalige landschapselementen (wegbeplantingen, houtsingels, poelen etc.), ten behoeve van: • beeld, milieu; • verbindingen tussen landschapselementen; • coulissenwerking. Openbaar groen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de groenvoorziening voor een groene uitstraling van de gemeente voor haar eigen inwoners en gebruikers (inwoners van buiten de gemeente en toerisme). Het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau is B. De 'Parels' die als visitekaartje dienen worden op kwaliteitsniveau A onderhouden. Bomen Nuenen is een bolwerk van bomen. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar zowel inwoners als de gemeente trots op zijn. Gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoudt, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Financieel
Begroot 2023
Realisatie
verschil
Bossen
46.708
28.573
18.135
Watergangen
66.165
92.560
-26.395
Landschappelijke beplanting
8.430
18.854
-10.424
Openbaar groen
1.340.342
1.756.905
-416.563
Totaal
1.461.645
1.896.891
-435.246
Naast bovenstaande exploitatiebedragen is nog € 60.937,- besteed aan groenreconstructies. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering De gemeentelijke riolering bestaat uit ca. 150 km vrij vervalriolering (binnen de bebouwde kommen) en ca. 60 km drukriolering (in het buitengebied). Daarnaast zijn er nog voorzieningen zoals bergbezinkbassins en gemalen. Beleid De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente omgaat met deze zorgplichten is vastgelegd in het beleidsplan. Beleidsplan Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) heeft een looptijd tot en met 2023. In het vGRP staan de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP.
67
Naam
Periode
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023 (vGRP)
2019-2023
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
13-12-2018
2025
Uitgangspunten De doelen vastgelegd in het vGRP zijn: • Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; • Inzameling, transport en / of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; • Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt; • Klimaatbestendig ontwerpen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De jaarlijks benodigde budgetten voor groot onderhoud zijn vastgesteld in het vGRP. Wanneer in een jaar meer geld ontvangen is dan uitgegeven wordt dit bedrag gestort in de voorziening riolering. Dit geld blijft daardoor beschikbaar voor de doelen uit het GRP. Financieel
2023
Raming groot onderhoud riolering
482.014
Realisatie groot onderhoud riolering
419.189
Totaal
62.825
Daarnaast resteert eind 2023 nog een bedrag van € 4.505.526,- in de voorziening riolering. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.
Gebouwen De gemeente heeft de nodige gebouwen in beheer. Deze zijn onder te verdelen in gebouwen voor eigen gebruik, algemene gebouwen, sociaal-culturele accommodaties en sportaccommodaties. Beleidsplan De gemeenteraad heeft in de vergadering van 9 november 2017 het beheerplan gebouwen 20182032 vastgesteld. Vervolgens wordt dit plan elke 4 jaar geactualiseerd. De laatste actualisatie heeft in 2021 plaatsgevonden en is verwerkt in de begroting 2022-2025. De volgende staat gepland in 2025. Naam
Periode
Beheerplan gebouwen
2018-2032
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
9-11-2017 2025
Uitgangspunten Voor de gebouwen die economisch eigendom zijn van de gemeente Nuenen en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, is een voorziening gevormd. Uitgangspunt voor deze voorziening is wat minimaal nodig is om de gebouwen veilig, heel en functioneel te houden op basis van sober en doelmatig onderhoud. Het uitgangspunt is conditieniveau 3. Tevens zal bij regulier onderhoud een verduurzamingsslag gemaakt worden door de materialen te vervangen voor een duurzamere variant, daar waar budget het toelaat. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen op basis van het MJOP Financieel
2023
Dotatie voorziening
425.000
Besteding uit voorziening
132.726
Mutatie voorziening
292.274
Achterstallig onderhoud De gemeentelijke vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel met grote financiële en maatschappelijke waarde. Structureel onderhoud is daarom van essentieel belang. Daarom inventariseert de gemeente elke 4 jaar al de gemeentelijke gebouwen en stelt een MJOP op. Het MJOP (2018-2032) is in 2021 geactualiseerd en vervangen door het MJOP 2022-2031 . Het college heeft ingestemd met het MJOP 2022-2031, gebaseerd op de Nederlandse norm NEN 2767. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Bij het Klooster en de Hongerman is gelet op de renovatieplannen alleen noodzakelijk onderhoud uitgevoerd.
68
Gelijktijdig met het actualiseren van het MJOP zijn er in 2021 voor de gemeentelijke panden ook duurzaamheidsrapportages opgesteld. In 2023 is bij diverse gebouwen het MJOP geactualiseerd. Verder is de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Nuenen door de raad vastgesteld.
Speeltoestellen De gemeente heeft verschillende speeltoestellen in de openbare ruimte staan. Deze worden beheerd volgens het warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Beleid Spelen en bewegen in de openbare ruimte 'Speelruimtebeleidsplan 2017-2020' Beheerplan speelvoorzieningen 2011 – 2020 Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen Beleidsplan Naam
Periode
Spelen en bewegen in de openbare ruimte
2017-2020
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
6-7-2017 onbepaald
Uitgangspunten Het speelruimtebeleid is via co-creatie tot stand gekomen waarbij is samengewerkt met inwoners, verenigingen en andere belanghebbenden als gelijke partners. De belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn: • Spelen voor alle leeftijden (jong en oud); • Risicovol spelen in een natuurlijke omgeving; • Gebruik maken van (aanwezige elementen in) de gehele openbare ruimte; • Ontmoeten als belangrijk onderdeel van de "Centrale speelgelegenheid Nuenen"; • Aansluiten bij de behoeftes van de omgeving en trends. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen In 2023 is een bedrag van € 43.000,- besteed aan vervanging bij einde levensduur en nieuw beleid. Naast deze middelen is nog een bedrag aan regulier onderhoud besteed van € 98.000,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Verkeersregelingen Beleid Voor het vervangen van verkeersborden, verkeerstekens, wegmarkeringen, etc. is budget in de exploitatie beschikbaar. Uitgangspunten Verkeersborden worden vervangen wanneer ze beschadigd of verdwenen zijn. Ook worden ze één maal per jaar schoongemaakt. Voor het onderhoud aan wegmarkeringen en verkeersregelinstallaties zijn onderhoudscontracten afgesloten. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2023
Raming onderhoud verkeersregelingen
87.250
Realisatie onderhoud verkeersregelingen
86.477
Verschil
773
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Beelden en plastieken Beleid Het beleid- en beheerplan beelden en plastieken inclusief de noodzakelijke financiële middelen is nog niet voorgelegd aan de raad. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel
2023
Raming onderhoud beelden en plastieken
6.000
Realisatie onderhoud beelden en plastieken
0
Totaal
6.000
69
Achterstallig onderhoud De inspectie medio 2019 heeft aangetoond dat er een achterstallig onderhoud was van € 75.769,-. Voor dit bedrag was een voorziening gevormd. In 2020 en 2021 is de restauratie uitgevoerd van diverse kunstwerken (uitgegeven is € 36.253,- en € 32.680,-). Het restant bedroeg € 6.836,- en is in 2023 toegevoegd aan de exploitatie. De voorziening komt daardoor eind 2023 op € 0 uit.
70
Financiering Inleiding Financiering is de manier waarop wij de benodigde geldmiddelen aantrekken en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen beleggen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving geldt voor de gemeente een Treasurystatuut. Dit statuut bevat regels om de financieringsfunctie te sturen, beheersen en controleren. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-. Door de afronding op duizendtallen kunnen er afrondingsverschillen ontstaan. Conform BBV moet deze paragraaf inzicht geven in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. Toerekening aan de taakvelden is gedaan met de rentepercentages die hieronder zijn genoemd.
Interne- en externe ontwikkelingen De ECB heeft in 2023 een strak monetair beleid gevoerd en de rentetarieven vijf keer verhoogd. De EMU-tekortruimte voor gemeenten in 2023 is vastgesteld op -0,27% BBP. De individuele EMU-referentiewaarde voor Nuenen is voor 2023 vastgesteld op € 2.253.000,-. Dit betreft geen norm maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Omschrijving
2023
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
5.367
2 Mutatie (im)materiële vaste activa
-1.080
3 Mutatie voorzieningen
1.324
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
3.521
5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
0
EMU-saldo
9.132
De renteberekening voor activa mag conform BBV 25% afwijken van de begroting. Daarom is het rentepercentage aangepast. Rente aan de bouwgrondexploitaties wordt bij de jaarrekening op werkelijke basis toegerekend. Renteschema
Begroting
Realisatie
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond
2,00%
2,00%
Rente grondexploitatie
0,50%
0,19%
Rente activa
0,50%
0,15%
In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Renteschema
2023
De externe rentelasten over de lange financiering
552
De externe rentelasten over de korte financiering
-335
De externe rentebaten
-48
Saldo rentelasten en rentebaten
Totaal 2023
169
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-145
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-27
De rentelast van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
27
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-145
Rente over eigen vermogen
0
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
51
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)
75
De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-73
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)
2
71
Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.
Financieringsbehoefte Beleidsvoornemen financiering Het beleid van 2023 is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering om flexibel te blijven in de invulling van de financieringsbehoefte. We houden daarbij rekening met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde netto vlottende schuld, over een kwartaal gezien, in beginsel niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen.
Liquiditeit In 2023 had de gemeente Nuenen voldoende liquide middelen, waardoor het niet nodig was om extern te financieren.
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap
Omschrijving
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
1
Omvang begrotingstotaal
63.338
63.338
63.338
63.338
Percentage regeling
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
Toegestane kasgeldlimiet
5.384
5.384
5.384
5.384
Opgenomen gelden < 1 jaar
0
0
0
0
Schuld in rekening courant
0
0
0
0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
6
6
6
6
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
0
0
0
0
Totaal vlottende korte schuld
6
6
6
6
Vlottende korte schuld
2
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar 3
Totaal vlottende middelen
4
Totaal netto vlottende schuld (2-3) Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)
26
16
12
16
7.937
9.506
11.827
15.021
0
0
0
0
7.962
9.521
11.839
15.037
-7.956
-9.515
-11.833
-15.030
13.340
14.899
17.216
20.414
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).
72
Stap
Omschrijving
1
Renteherzieningen
2
Aflossingen
3 (1+2)
Renterisico
5.756
4
Begrotingstotaal
63.338
5
Percentage regeling
20%
6 (4 x 5)
Renterisiconorm
12.668
7
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)
6.912
0 5.756
Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker
Looptijd
rente
oorspronkelijk
1-1-2023
31-12-2023
BNG
2019 2024 -0,32%
30.000
30.000
30.000
NWB
2015 2027
1,21%
220
96
77
Prov. NB
2017 2027
0,00%
2.321
2.113
2.093
BNG
2022 2027
1,28%
18.000
18.000
14.400
BNG
2022 2037
1,86%
25.000
25.000
23.333
75.541
75.208
69.903
rente
oorspronkelijk
1-1-2023
31-12-2023 430
Van
t/m
Totaal Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw Omschrijving
Looptijd Van
t/m
NWB
2004
2024
4,59%
5.800
840
BNG
1991
2041
0,43%
1.180
785
745
6.980
1.625
1.175
73
Bedrijfsvoering Inleiding Het doel van de bedrijfsvoering is het zo goed mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de inwoners en het gemeentebestuur door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.
Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling Aan de hand van opgedane ervaringen en daarnaast de uitkomsten van het medewerkersonderzoek is de in 2021 vastgestelde organisatie inrichting geëvalueerd. Dit heeft niet geleid tot een herziening van de aangebrachte knip tussen beleid en realisatie en de daarbij gehanteerde uitgangpunten. Op onderdelen was het wel wenselijk om een verfijning door te voeren. Deze fijnstructurering in de organisatie-inrichting is eind 2023 vastgesteld en doorgevoerd. De vervolgacties op het gebied van cultuur zijn verder geborgd binnen het ontwikkelprogramma Nuenen Ontwikkelt Door (NOD 2.0). Strategisch HRM-beleid In het (strategisch) HRM-plan 2022 - 2025 zijn de onderdelen HRM-visie en -beleid uitgewerkt voor de vier Dommelvallei-organisaties. Daarnaast is een matrix opgesteld die als basis dient voor de verdere afstemming en invulling op organisatieniveau. In 2023 is de nieuwe gesprekscyclus vastgesteld waarbij de focus meer is verlegd naar principes als persoonlijke ontwikkeling, ontwikkeling van het werk (optimaal inzetten van talenten) en eigenaarschap. Hybride werken Vanuit de wens en noodzaak om met elkaar in verbinding te blijven is na een evaluatie de afspraak voortgezet dat iedereen tenminste 50% van zijn of haar werktijd op kantoor aanwezig is. Daarnaast is het proces rondom het in beeld brengen van de huisvestingssituatie opgestart.
e-HRM De verdere doorontwikkeling van de digitale HR-service is een permanent proces. In het afgelopen jaar zijn verdere stappen gezet in de optimalisering van het e-HRM systeem waardoor HRgerelateerde managementinformatie op elk moment geautomatiseerd beschikbaar is (Management Self Service).
Informatievoorziening Informatiebeleid en informatieplan Belangrijke randvoorwaarden om het informatieplan succesvol uit te voeren en af te ronden zijn niet ingevuld. Projectmatig werken staat binnen de 4 Dommelvallei-organisaties nog in de kinderschoenen, terwijl bij de start van de dienst is afgesproken dat projectleiders en projectdeelnemers uit de 4 organisaties geleverd worden. Dit hindert het realiseren van goede resultaten binnen de complexe projecten. Capaciteitsissues door krapte op de arbeidsmarkt bij zowel gemeenten als Dienst Dommelvallei maakten het probleem groter, bijvoorbeeld bij de uitvoering van het project telefonie. Daarnaast is een aantal projecten geannuleerd door o.a. de reorganisatie belastingen. De krapte op de arbeidsmarkt maakte dat vacatures later werden ingevuld. Hierdoor ontstond financiële ruimte en werden de budgetten voor de tijdelijke capaciteitsuitbreiding niet aangesproken. Belangrijk is dat in het Informatieplan 2024-2027 en op management niveau in het algemeen meer aandacht komt voor het invullen van deze randvoorwaarden en voor een goede prioriteitstelling om tot een haalbaar plan te komen. Bovenstaande maakt dat de dienst gezamenlijk met de gemeentes een nieuwe manier van werken moeten vinden bij het opstellen en uitvoeren van het nieuwe informatieplan 2024-2027. Dit vraagt zorgvuldigheid en leidt tot een afwijkende planning.
De planning stemmen we af op de planning van de 1e bestuursrapportage Dienst Dommelvallei 2024. Om die reden heeft de gezamenlijke raadsinformatieavond aan het einde van het jaar niet plaatsgevonden.
74
Ontwikkelplan professionaliseren functioneel beheer Medio 2023 is een coördinator functioneel beheer bij Dienst Dommelvallei gestart die als verbinder binnen de decentrale functioneel beheer organisatie fungeert en werkt aan de kwaliteit van de beheerorganisatie. Het doel is kwetsbaarheid verminderen door de beheersorganisatie persoonsonafhankelijk in te richten en de potentie van digitalisering beter uit te nutten door systemen beter in te richten. Verbeterpunten uit (zelf) auditing, maar ook het (gebrek aan) gebruiksgemak van het applicatielandschap als geheel zijn belangrijke triggers. Grote verbeterpunten nemen we mee in het Informatieplan 2024-2027. Outsourcingsstrategie en regie op leveranciers Een externe partij onderzocht welke (technisch) beheertaken voor outsourcing geschikt zijn. Op basis van het rapport bepaalt Dienst Dommelvallei de strategie voor de middellange en lange termijn (informatieplan 2024-2027) en zijn er voor de kortere termijn acties uitgezet. De transitie naar een ITregie organisatie is daarmee ingezet. Werken onder architectuur Met werken onder architectuur zorgen we ervoor dat onze informatievoorziening zich ontwikkelt volgens een vooropgezet ontwerp. In 2023 bracht Dienst Dommelvallei het huidige applicatielandschap inclusief gegevens- en informatiestromen nagenoeg volledig in beeld.
Het geheel is complex en sluit onvoldoende aan op de procesarchitectuur. Het gevolg hiervan is dat gebruiksgemak ernstig te wensen overlaat omdat processen door meerdere systemen lopen en "naadloze" integratie tussen de systemen onderling ontbreekt. Om dit te verbeteren is een algeheel nieuw perspectief nodig op het applicatielandschap met de procesarchitectuur als uitgangspunt. Het toepassen van de landelijke referentie architectuur voor processen (Gemma, VNG) is daarvoor essentieel. Dit betekent dat uiteindelijk maatwerk van de individuele Dommelvallei-organisaties zal moeten verminderen om het veilig en beheersbaar te houden. Common Ground Op basis van Common Ground had Dienst Dommelvallei dit jaar de eerste koppelingen willen realiseren. Bij de voorbereidingen is de conclusie getrokken dat er beter gewacht kan worden op de beschikbaarheid van de cloudversie van het systeem dat centraal voor uitwisselen van gegevens zorgt. Dit levert namelijk meer functionaliteiten, een betere schaalbaarheid en een verminderde kwetsbaarheid op.
Informatiebeveiliging en Privacy Basis op orde De wereld om ons heen blijft in verandering. Zeker op het gebied van informatie en digitalisering. In de voorbereiding voor het actualiseren van het strategische informatiebeveiligingsbeleid 2024 -2028 en het actualiseren van de BIO top 10 zijn in verschillende lagen van de organisatie risicoworkshops gehouden. Hierbij zijn het ambitieniveau voor informatiebeveiliging en privacy, de top 3 van informatiebeveiligings- en privacyrisico’s en de kritische processen bepaald. Verder is het landelijk aangestuurde verantwoordingstraject van informatiebeveiliging (ENSIA) dit jaar voor het eerst centraal door Dienst Dommelvallei gecoördineerd in samenwerking met de gemeenten. De aanpak helpt ons om aantoonbaar te kunnen maken wat de stand van zaken van de implementatie van informatiebeveiliging is en om hiermee te kunnen blijven voldoen aan wet- en regelgeving. Hiermee is een eerste basis gelegd voor het management en bestuur om prioriteitstelling en sturing op informatiebeveiliging en privacy mogelijk te maken. Bedrijfscontinuïteit Dienst Dommelvallei heeft een externe partij de opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren en hierbij te onderzoeken of er kwetsbaarheden aanwezig zijn waardoor een onbevoegde van buiten de werkomgeving op de werkomgeving kan binnen dringen.
Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat voldoende technische waarborgen zijn getroffen waardoor het niet mogelijk was om van buitenaf toegang te verkrijgen tot onze interne omgeving. Daarnaast is een cybersessie georganiseerd waarbij twee colleges, waaronder Nuenen, de leden van het Cyber Calamiteitenteam en systeembeheerders van het incident responseteam met elkaar in gesprek over onder andere de impact van een cybercrisis.
Tabel datalekkenoverzicht 2023 Aantal datalekken
5
Gemeld bij de AP
2
Betrokkenen geïnformeerd
3
75
Een melding bij de AP betekent niet ook automatisch een melding bij de betrokkenen en andersom. Of we een datalek melden bij de AP en/of betrokkenen is altijd een afweging en afhankelijk van het privacyrisico voor de betrokkenen. De bovengenoemde datalekken zijn vrijwel in alle gevallen het gevolg van een incidentele menselijke fout. Meestal gaat het om een brief en/of mail die per abuis is verstuurd naar een verkeerder ontvanger. Vanuit het bewustwordingsprogramma worden medewerkers meegenomen om datalekken te melden en op welke wijze datalekken kunnen worden tegengegaan, bijvoorbeeld door gebruik te maken van veilig mailen via Zivver.
Beveiligingsincidentenoverzicht 2023 Incidenten
2
Aantal meldingen
18
Bovengenoemde incidenten hebben betrekking op een incidentmelding bij een leverancier. De leverancier heeft de gemeente hiervan in kennis gesteld. Het totaal aantal meldingen in 2023 is hoger dan het totaal aantal meldingen van vorig jaar. Deze meldingen zijn gedaan door alerte medewerkers en hebben niet geleid tot een daadwerkelijk incident. Bewustwording Versnelling van technologie stelt andere eisen aan competenties van medewerkers en bestuurders. Hiervoor is het essentieel om kennis, houding en gedrag van collega’s op het gebied van digitalisering te verhogen. Er zijn diverse activiteiten georganiseerd, zoals een phishingtest en een cyberquiz op social intranet. Uit de toename van het aantal meldingen blijkt dat het bewustwordingsprogramma effectief is. Medewerkers zijn zich beter bewust, dat melden van mogelijke incidenten van belang is om de impact voor de Dommelvallei-organisaties te verkleinen.
Rechtmatigheidsverantwoording 2023 is het eerste jaar waarin het college van B&W een rechtmatigheidsverantwoording opneemt in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels die relevant zijn voor de financiële gang van zaken in de organisatie. Gedurende het hele jaar is er landelijk nog discussie geweest hoe om te gaan met begrotingsrechtmatigheid. Om de rechtmatigheidsverantwoording mogelijk te maken zijn de volgende documenten vastgesteld: • Financiële verordening; • Controleverordening; • Controleprotocol; • Werkwijze begrotingsrechtmatigheid jaarrekening 2023. De spelregels voor het afleggen van verantwoording inzake de rechtmatigheid zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de financiële verordening. Hierin is onder andere de verantwoordingsgrens van 1% opgenomen. De totale lasten (inclusief stortingen in reserves) over het boekjaar zijn € 73.326.000,-. Met een verantwoordingsgrens van 1% over de totale lasten komt dit neer op € 733.000,-. De rapporteringsgrens voor afwijkingen is vastgesteld op € 50.000,-. Om vast te stellen dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van weten regelgeving is binnen de gemeente, naast op de Financiële verordening, getoetst op een drietal criteria. De grondslag en uitwerking daarvoor ligt vast in: • Controleverordening; • Controleprotocol; • Internal control framework (ICF).
De rechtmatigheidsverantwoording van het college is opgenomen in de jaarrekening. De bevinding van het college is gebaseerd op de volgende 3 criteria. Hieronder wordt per criterium toegelicht welke maatregelen daarvoor genomen zijn.
76
Begrotingscriterium Om onrechtmatigheden binnen het begrotingscriterium te voorkomen heeft de gemeente binnen haar eigen P&C cyclus meetmomenten gedurende het boekjaar gecreëerd. De gemeenteraad ontvangt tweemaal per jaar een tussentijdse rapportage over de realisatie waarbij afwijkingen groter dan € 25.000,- worden toegelicht. De analyse op de begrotingsrechtmatigheid is opgenomen in de jaarrekening onder Begrotingsrechtmatigheid bij de Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft voor de gemeente vooral betrekking op de naleving van de aanbestedingswetgeving en uitgaande subsidies. De interne controlewerkzaamheden op inkopen en aanbestedingen zijn primair gericht op het voldoen aan de Europese aanbestedingswetgeving. Enkel constateringen op het gebied van Europese aanbestedingswetgeving hebben een effect op het rechtmatigheidsoordeel. Driemaal per jaar wordt een spendanalyse opgesteld over de inkooplasten van het jaar. De focus ligt hierbij op crediteuren met meerjarige lasten boven de Europese drempels waarbij geen Europese aanbesteding is doorlopen en op nieuwe crediteuren in 2023. De totale inkooplasten in 2023 die daarvoor beoordeeld zijn, bedragen circa € 8 miljoen. Dit is exclusief het sociaal domein, de analyse hiervan vindt separaat plaats.
Misbruik en oneigenlijk-gebruik criterium Op basis van de risicoanalyse uit het ICF zijn op dit criterium de risico’s ingeschat binnen de processen burgerzaken, leerlingenvervoer, uitgaande subsidies en het sociaal domein. Er zijn binnen de Interne controle werkzaamheden gepland om de werking van de beheersmaatregelen van deze risico’s te testen. Het college is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. In de onderstaande tabel zijn de onrechtmatigheden opgenomen, voor zover deze de door de raad vastgestelde rapportagegrens van € 50.000,- overstijgen. Begrotingscriterium Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden
417.000
Uit de tabel in het onderdeel Begrotingsrechtmatigheid bij de Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening blijkt het totaal aan overschrijdingen ten opzichte van de begroting na wijziging. Voorwaardencriterium Uit de interne controles is naar voren gekomen dat in een geval niet aan het voorwaardencriterium is voldaan. Dit is hieronder opgenomen. Lasten uit inkoopcontracten die niet in lijn met de Europese aanbestedingsregels tot stand zijn gekomen. Onrechtmatigheid De opdracht inhuur van planeconomische ondersteuning, voortbordurend op een reeds lopende opdracht uit het verleden. Argument voor afwijking Er is sprake van projectspecifieke kennis en ervaring die voor de gemeente behouden dient te blijven. Door verlening van een bestaand contract is de drempel voor Europese aanbesteding overschreden. Tussentijdse communicatie met de gemeenteraad Via de reacties van het college op de accountantsverslagen bij de vorige jaarrekeningen is de gemeenteraad geïnformeerd over deze onrechtmatigheid. Actie Inmiddels is er een vaste medewerker in dienst voor deze werkzaamheden. In de loop van 2024 wordt de externe ondersteuning beëindigd.
103.000 103.000
Misbruik & oneigenlijk gebruik criterium Uit de interne controles zijn geen bevindingen naar voren gekomen dat het M&O beleid niet is nageleefd. Totaal onrechtmatigheden
0 520.000
Verantwoordingsgrens Op grond van artikel 8, lid 2 van de Financiële verordening gemeente Nuenen 2023 is de verantwoordingsgrens: Omdat het totaal aan onrechtmatigheden onder de verantwoordingsgrens blijft, kan geconcludeerd worden dat deze jaarrekening rechtmatig tot stand is gekomen.
Wet financiering decentrale overheden Er zijn geen afwijkingen geconstateerd.
77
733.000
Gids proportionaliteit Tijdens de controle is geconstateerd dat de gids proportionaliteit niet altijd wordt nageleefd bij inkooptrajecten. Deze bevindingen worden teruggekoppeld om dit in de toekomst te voorkomen.
Huisvesting De huisvesting van de ambtelijke organisatie en het bestuur is momenteel als volgt: • Jan van Schijnveltlaan/Papenvoort (hoofdvestiging) • Pastoorsmast (buitenwerf) • Berg en Aardappeleterssteegje (Centrum Maatschappelijke Deelname) Naast de eigen organisatie zijn in het gemeentehuis ook de bibliotheek en de politie gehuisvest.
Kengetallen Formatie
Factor
Directie en Staf
fte
31-12-2023 5,23
Afd. Ontwikkeling
fte
40,93
Afd.realisatie
fte
58,95
Totale formatie
fte
105,11
Ziekteverzuim (1 januari tot 1 juli)
2023
2022
Verzuimpercentage
5,21
5,65
Verzuimfrequentie
1,02
1,01
Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2023: nog niet bekend
78
Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen uit te voeren. Het aangaan van verbonden partijen komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.
Conform artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen de volgende verbonden partijen aan de orde: Gemeenschappelijke regelingen: • Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond; • Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei te Mierlo; • Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel; • Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond. Vennootschappen en coöperaties: • Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag; • Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch. Stichtingen en verenigingen: • Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond; • Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot.
In deze paragraaf wordt in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt aan de hand van de volgende indelingen: • Doel en openbaar belang van de verbonden partij; • Algemene visie op en beleidsvoornemens over inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer we gebruik maken van de verbonden partij; • Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij; • Risico’s: welke andere risico’s zijn er bij deelname; • Afbreukrisico van geen deelname; • Alternatieven voor geen deelname; • Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking; • Frequentie van terugkoppeling naar de raad; • Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking; • Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij. De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks bestuur. GR: Gemeenschappelijke regeling. NV: Naamloze Vennootschap.
Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de Metropoolregio Eindhoven (MRE) actief. Het doel van deze strategische, bestuurlijke samenwerking is het behouden en het verstevigen van de internationale concurrentiepositie van de regio en spitste zich toe op de behartiging van de gezamenlijke belangen op de thema’s ruimte en wonen, landelijke gebied, economie, mobiliteit en energietransitie. Daarbij geeft MRE uitvoering aan het Stimuleringsfonds en dient het als betaalautoriteit Brainport Development NV.
79
Per 1 januari 2015 maakt het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) onderdeel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven. RHCe heeft taken op het gebied van toezicht, behoud en openbaar maken van de cultuurhistorische informatie en is archiefbewaarplaats van de door onze gemeente en andere overheden in Zuidoost Brabant overgebrachte archieven. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Er zijn maatschappelijke opgaven die niet begrensd worden door gemeentegrenzen, maar juist veel verder strekken. Het is goed om deze opgaven dan ook samen met anderen op regionale schaal op te pakken, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de Nationale Brainport Agenda. Hierdoor worden (ontwikkelings)mogelijkheden beter benut. Daarnaast zijn wij via MRE vertegenwoordigd in de stichting Brainport en de triple helix. Deze stichting bepaalt de strategie van de ontwikkelingsorganisatie Brainport Development. Deze ontwikkelingsmaatschappij werkt samen met vele partners aan het versterken van Brainport Eindhoven door onder meer het ontwikkelen van de regionale economische strategie. De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden.
Veranderingen en ontwikkelingen Metropoolregio Eindhoven In 2023 is het Samenwerkingsakkoord 2023 - 2026 Metropoolregio Eindhoven gesloten. Hierin staan de gezamenlijke ambities, opgaven, doelen en afspraken waar de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant de komende jaren aan willen werken. Gezamenlijk streven we naar het behouden van de economische kracht in de regio en dit in goede banen te leiden met oog voor een fijne woon- en leefomgeving. De regio kent een grote economische groei en als gevolg daarvan zal de regio naar verwachting een schaalsprong ondergaan. Dit brengt positieve en negatieve effecten met zich mee. Er is een groeiende behoeft aan mensen, ruimte voor wonen, nieuwe bedrijfslocaties, een slimme bereikbaarheid en ook een passende sociaal-maatschappelijke infrastructuur. Tegelijker biedt dit ook kansen om welvaart en het welzijn van de inwoners van de regio te verbeteren. De uitdaging is om al deze opgaven gezamenlijk ter hand te nemen, zodat uiteindelijk iedereen kan profiteren van de economische voorspoed die de regio nu kent. Op basis van het nieuwe samenwerkingsakkoord is voor 2023 en 2024 een werkprogramma vastgesteld. Ook blijkt dat voor uitvoering van de samenwerkingsagenda en het werkprogramma formatie-uitbreiding nodig is binnen de MRE-organisatie. Inmiddels zijn enkele vacatures ingevuld.
Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet op de gemeenschappelijke regelingen is het noodzakelijk om de huidige Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven te wijzigen. In 2023 heeft het gemeentebestuur kunnen reageren op de ontwerpregeling. Deze reacties zijn aanleiding geweest om aanpassingen te doen. De definitieve regeling wordt in het voorjaar 2024 ter instemming voorgelegd aan alle gemeentebesturen, zodat per 1 juli 2024 de gewijzigde regeling in werking kan treden. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) In 2016 is geadviseerd om het RHCe te ontvlechten uit de MRE-samenwerking, want dit is geen kerntaak binnen de samenwerking. In 2023 is besloten om het RHCe niet te ontvlechten. Huidige governance wordt in tand gehouden. Gulbergen De voorziening Gulbergen is nog niet afgewikkeld, omdat de voormalige stortplaats officieel nog niet gesloten is en de nazorg nog niet is overgedragen aan de Provincie Noord-Brabant. Het ziet er naar uit dat de nazorg van de stortplaats Gulbergen voorlopig niet aan de provincie wordt overgedragen in afwachting van onderzoek naar mogelijkheden om de toekomstige nazorgkosten te beperken. In 2020 is de erfpacht afgekocht, waardoor MRE weer volledige zeggenschap heeft over de gronden in het gebied. Met de Belastingdienst zijn afspraken gemaakt over de btw-positie en dit heeft geleid tot een naheffing over de periode 2013-2022.
Na een participatietraject in 2022 is er ontwikkelvisie opgesteld. Afwikkeling geschil met Attero De cassatieprocedure tussen de Brabantse gewesten en Attero over de minderlevering van restafval 2015 - 2017 is afgerond. Op 17 maart 2023 heeft de Hoge Raad in een definitief eindoordeel bepaald dat Brabantse gemeenten alsnog een boete moeten betalen aan afvalverbrander Attero. Deze boete is inmiddels betaald. Na discussie over de grondslag van de onderlinge verdeling van deze boete, heeft het Algemeen Bestuur besloten tot een verdeling op basis van tonnage. Alle gemeenten hebben vervolgens een factuur ontvangen, daarmee dit dossier is afgesloten.
80
Risico's Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld door Algemeen Bestuur in juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de MRE-organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De huidige stand van de algemene reserve bij MRE is voldoende om deze risico's af te dekken. Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente Nuenen zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan MRE. MRE is een belangenbehartiger van de regio en weet ook middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen. Alternatieven voor geen deelname Naast MRE zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk. Zo werken de gemeenten Eindhoven, Helmond, Son en Breugel, Geldrop-Mierlo, Waalre, Veldhoven, Best, Oirschot en Nuenen op subregionaal vlak samen binnen Stedelijke Gebied Eindhoven. De agenda's van de beide samenwerkingsverbanden worden op elkaar afgestemd, zodat er geen sprake is van een overlap.
Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant, zijnde de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Algemeen bestuur: M. van Toorenburg (burgemeester), plv. lid: J. Tesser (raadslid) Raadstafel21: H. Bonnier en M. Spijkerman (beide raadsleden) Portefeuillehoudersoverleg Ruimte en Wonen: P. Kok (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Economie: B. van Stiphout (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit: S. Löwik (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Transitie landelijk gebied: S. Löwik (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Energietransitie: S. Löwik (wethouder) Commissie van Advies voor Financiën: B. van Stiphout (wethouder) Adviescommissie Gulbergen: B. van Stiphout (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks bij begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening (ter kennisneming). Daarnaast ontvangt de raad twee keer per jaar een tussentijdse rapportage en wordt de raad tussentijds geïnformeerd over voor hem actuele ontwikkelingen.
Financieel belang Opsplitsing bijdrage MRE • RHCe (regionaal streekarchief) € 99.198 • MRE: Regionale opgaven € 94.448 • MRE: Brainport development € 61.648 • MRE: Stimuleringsfonds € 84.681 Totaal € 339.975 Het voorlopig resultaat 2023 voor accountantscontrole bedraagt in totaal € 833.753, waarvan € 392.903 voor onderdeel MRE en € 440.850 voor onderdeel RHCe.
81
GR Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven Doel en openbaar belang De omgevingsdienst is ingesteld om voor de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de gemeente aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De ODZOB heeft een relatie met de partners in de GR en andere opdrachtgevers die wordt gekenmerkt door: bereikbaarheid, beschikbaarheid, snelheid en betrouwbaarheid waar het gaat om de levering van diensten en producten, de beantwoording van vragen en het voldoen aan verzoeken over de fysieke leefomgeving. Wettelijk moeten zogenaamde basismilieutaken waarvoor de gemeente het gevoegd gezag is uitgevoerd worden door de omgevingsdienst. Nuenen heeft ervoor gekozen alle milieutaken (basis- en verzoektaken) door de Omgevingsdienst uit te laten voeren. Veranderingen en ontwikkelingen ODZOB streeft er naar om in de toekomst voor alle deelnemers de brede Wabo- of omgevingstaken te gaan uitvoeren. Nuenen beschouwd de ODZOB op dit moment als uitvoeringsdienst voor de milieuen omgevingstaken en ziet vooralsnog geen meerwaarde voor volledige uitvoering van de “brede” Wabo- of omgevingstaken door de ODZOB.
Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de Wabo vervallen. De omgevingsdienst ontwikkelt regionaal uitvoeringsbeleid voor diverse (basis)milieutaken. Het regionaal operationeel kader (ROK) handhaving en toezicht en vergunningverlening is in 2019 vastgesteld. Dit is doorontwikkeld. De opzet en uitvoering daarvan regiobreed uitgerold en in 2021 operationeel geworden. Regionaal en provinciaal worden daarmee dezelfde kaders en uitgangspunten gehanteerd voor de uitvoering van deze werkzaamheden. Gezamenlijk uitvoeringsbeleid voor bodemtoezicht is voorbereid maar nog niet geïmplementeerd. Met de Omgevingswet gaat een deel van de bodembevoegdheden van de provincie over naar de gemeente. Deze overdacht van taken is in 2022 deels opgezet en wordt in 2023 naar verwachting afgerond. Bij het behandelen van de begroting 2023 van de ODZOB is de verwachting uitgesproken dat de overdracht van de bodemtaken geen financiële gevolgen voor de gemeente zal hebben. Risico's In het geval de omzet achterblijft bij de verwachtingen zijn alle deelnemers aan de GR daarvoor (financieel) verantwoordelijk. Omdat het gemeentelijk werkprogramma slechts een klein onderdeel van het totaal uitvoeringsprogramma van de ODZOB betreft is de gemeentelijke invloed op de omzet van de ODZOB slechts beperkt.
Afbreukrisico van geen deelname Deelname voor wat betreft het basistakenpakket is wettelijk verplicht. Dit geldt niet voor de verzoektaken. ODZOB is er echter op ingericht om ook de uitvoering van verzoektaken voor haar rekening te nemen. Indien dit niet gebeurt is het financieel risico als gevolg daarvan voor de deelnemers van de GR. Alternatieven voor geen deelname Zoals gezegd is de deelname voor wat betreft het basistakenpakket wettelijk verplicht. Andere vormen van samenwerking worden soms gezocht voor specifieke taken die bij de ODZOB niet aanwezig zijn. Hiervoor wordt een beroep gedaan op andere regiogemeenten of adviesbureaus. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. Algemeen bestuur: lid: P. Kok (wethouder), plv. B. van Stiphout (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks driemaal (kadernota, begroting, jaarrekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.
82
Financieel belang Werkprogramma basistaken € 271.591,Werkprogramma verzoektaken € 82.515,Totaalbedrag werkprogramma € 354.106Opdrachten buiten werkprogramma € 113.085,Eindafrekening werkprogramma -/- € 5.976,Verrekening stijging loonkosten binnen WP € 10.801,Verrekening stijging loonkosten buiten WP € 3.273,Collectieve taken € 40.441,De financiële realisatie op het werkprogramma is 98%. Grootste afwijkingen: - Minder besteed bij vergunningverlening (ca. € 5.500,-), milieuonderzoek en advies (ca € 15.000,-), bestuurlijk en ambtelijke ondersteuning (gerelateerde taken) (ca € 7.500,-). - Meer inzet op juridische ondersteuning (ca. € 19.000,-).
GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven Doel en openbaar belang Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: brandweerzorg, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, rampenbestrijding en crisisbeheersing en de gemeenschappelijke meldkamer, door: • Adequaat te reageren op spoedeisende hulpvragen van burgers, instellingen en bedrijven; • Het organiseren en coördineren van geneeskundige hulpverlening in de regio; • Het voorkomen en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en/of ongevallen bij brand en alles wat hiermee verband houdt, inclusief de coördinatie van de werkzaamheden op dit gebied; • Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Omdat veiligheidsrisico’s zich niet houden aan gemeentegrenzen én omdat veiligheid een complexe zaak is, is in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) bepaald dat de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant de verantwoordelijkheid voor veiligheid onderbrengen bij VRBZO.
Hierdoor werken de gemeenten op regionale schaal aan een veilige leefomgeving voor mensen die er wonen en verblijven, professionele hulp verlenen als het nodig is, waarborgen creëren voor fysieke veiligheid en voorbereidingen treffen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Veranderingen en ontwikkelingen Oorlog in Oekraïne: gedurende het hele jaar 2023 had de veiligheidsregio een coördinerende rol in de opvang van ontheemden uit Oekraïne. Vanuit een zogenaamde hublocatie in Eindhoven plaatsen Makelaars de vluchtelingen op de diverse opvanglocaties in de regio; gemeenten zijn verantwoordelijk voor de exploitatie. Regionaal Crisisplan: in 2023 is het geactualiseerde Regionaal Crisisplan 2024-2028 vastgesteld. Leerpunten uit de evaluaties van de coronacrisis, de opvangcrisis én de evaluatie van de Wet veiligheidsregio's zijn hierin meegenomen. Door intensieve samenwerking is het crisisplan volledig afgestemd met en gelijk aan het plan van Veiligheidsregio Brabant Noord. Ook is een Zorgrisicoprofiel Brabant-Zuidoost vastgesteld waarin wordt aangegeven welke incidenttypen relevant zijn voor de (niet)acute en publieke geneeskundige zorg. Per incidenttype worden de risico’s die de continuïteit binnen de zorgketen onder druk kunnen zetten of ernstig kunnen begrenzen beschreven.
Het zorgrisicoprofiel biedt de GHOR en de zorginstellingen de kans om samen gerichte plannen te maken voor de belangrijkste risico’s, zodat de kans dat de genoemde incidenttypes zich voordoen zo klein mogelijk is. En, mocht er toch iets gebeuren, de impact zo veel mogelijk beperkt wordt. Voor de optimalisering van het aandeel Bevolkingszorg (gemeentelijke kolom) binnen de crisisbeheersing zijn de samenwerkingsafspraken tussen de 21 gemeenten geactualiseerd in vorm gegeven in een convenant. Aan het convenant is een uniform kwaliteitsniveau toegevoegd, met onder andere kaders voor bereikbaarheid en vakbekwaamheid. Ten slotte is in 2023 is de aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling VRBZO in procedure gebracht. De vaststelling van regeling is nagenoeg afgerond.
83
Risico's Eind 2019 is de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen 2020 - 2023 vastgesteld. De risico's van de organisatie zijn in de beleidsnota gebundeld tot drie onderwerpen waaraan een risicobedrag voor het weerstandsvermogen is gekoppeld: - risico's in algemene bedrijfsvoering € 500.000 - € 1.000.000 - risico's model brandweerzorg € 500.000 - € 1.000.000 - risico grootschalige ramp/crisis € 500.000 - € 1.000.000 - totaal benodigd weerstandsvermogen € 1.500.000 - € 3.000.000 Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens is de impact van een ernstig incident en de majeure wijzigingen in model brandweerzorg (nog) lastig te kwantificeren. Daarom houdt VRBZO rekening met een totaal risicobedrag van € 2,0 miljoen. Het weerstandsvermogen bedraagt € 2,0 miljoen en hoeft derhalve niet te worden aangepast. Afbreukrisico van geen deelname Deelname is een wettelijke plicht (Wgr, Wvr). Alternatieven voor geen deelname Geen alternatieven. Deelname door 21 gemeenten in de regio Zuidoost Brabant. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Algemeen bestuur: lid: M.J. Houben (burgemeester). Dagelijks bestuur: lid: M.J. Houben (burgemeester).