Jaarrekening 2023 - Bijlage 2 Jaarstukken 2023
Tekst van het document
In het voorjaar van 2024 volgt een tweede wijziging, waarbij de regeling in overeenstemming gebracht wordt met de wensen van de gemeenten en de eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Eind 2023 heeft het algemeen bestuur van de MRE een besluit genomen over een langslepende kwestie: de verdeling over de regiogemeenten van de door Attero opgelegde naheffing wegens onderaanbod van te verbranden huishoudelijk afval. Daarbij werd de boete neergelegd bij de gemeenten die veel bereikt hebben op het gebied van afvalreductie. In 2023 is een deel van het bestaande areaal aan ondergrondse containers vervangen. Met deze vervanging is een aantal langslepende, hardnekkige probleemlocaties opgelost. Met Blink zijn afspraken gemaakt over onderhoud en storingsherstel. De al ingerichte locatie in Nuenen West is begin 2023 verplaatst. Voor twee nieuwe locaties loopt de procedure om tot plaatsing te komen. Voltooiing is voorzien medio 2024. Als alle drie de locaties gereed zijn, start een proef van een jaar, waarna een evaluatie uitgevoerd wordt. Het plan om bij het ledigen van ondergrondse containers over te gaan op vulgraad in plaats van op frequentie, heeft nog geen doorgang kunnen vinden door de situatie bij Blink, waarbij alle aandacht uitgaat naar de ontvlechting met de private partij en de rechtmatige aanbesteding van diensten..
De voortgang van het project tot het opzetten van een Circulair ambachtscentrum ("De Dwèrse CirkelFabriek") is gestagneerd. Dit project krijgt in 2024 een nieuwe impuls.
Beleidsindicatoren Naam
Indicator
Fijn huishoudelijk restafval*
KG per inwoner
Jaarrekening 2022
Begroting 2023 71
Jaarrekening 2023 71
63
* verplichte indicator op grond van BBV
Bijdrage verbonden partijen aan dit programma BLINK De Gemeenschappelijke regeling BLINK speelt een belangrijke rol bij het uitvoeren van de wettelijke taken en het realiseren van de beleidsdoelen op het gebied van: 1. Inzameling, transport en verwerking van het huishoudelijk afval; 2. Beheer van de milieustraat Nuenen; 3. Beheer en onderhoud van ondergrondse containers; 4. Straatreiniging en onkruidbestrijding in de gemeente. Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) De ODZOB voerde voor de gemeente alle milieutaken uit op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving (VTH). Er is gewerkt volgens het vastgestelde werkprogramma 2023. Dit programma is niet geheel gerealiseerd op het gebied van controles, vanwege capaciteitsproblemen bij
38
de ODZOB. De omgevingsdienst is ook ingeschakeld voor allerlei sectorale adviestaken, zoals op het gebied van bodem, geluid (metingen), asbest, geur etc.
Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2023) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x €1.000 Omschrijving
Primaire begroting 2023
Begroting na wijziging 2023
Realisatie 2023
Afwijking budget 2023
Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 6
0
433
473
40
2.1 Verkeer en vervoer
244
3.752
3.654
3.897
2.2 Parkeren
23
23
28
4
2.5 Openbaar vervoer
12
12
7
-5
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
2.219
2.238
2.779
541
7.2 Riolering
1.143
1.158
1.032
-127
7.3 Afval
2.608
2.608
2.611
3
7.4 Milieubeheer
631
836
1.341
505
Totaal Lasten
10.389
10.962
12.167
1.205
0.10 Mutaties reserves programma 6
102
237
226
-10
2.1 Verkeer en vervoer
106
126
276
150
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
0
7
8
2
7.2 Riolering
2.114
2.114
2.037
-77
7.3 Afval
3.558
3.558
3.514
-44 220
Baten
7.4 Milieubeheer
0
350
571
Totaal Baten
5.880
6.392
6.632
240
Saldo (baten -/- lasten)
-4.509
-4.570
-5.535
-965
Analyse 6. Ruimtelijk beheer, Milieu & Verkeer
I/S Bedrag
Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer
I
52.000
S
-419.000
I
25.000
Door gebrek aan capaciteit en personele wisselingen zijn minder verkeersveiligheidsprojecten uitgevoerd. Hierdoor zijn minder kosten gemaakt. Daarnaast zijn door uitzonderlijke slechte weersomstandigheden in het najaar verschillende onderhoudswerkzaamheden aan wegen niet uitgevoerd in 2023. De kosten van vegen waren hoger vanwege het zeer natte laatste kwartaal. Deze kosten worden deels toegerekend aan afval en riolering. De nutsbedrijven zijn bezig met grootschalige vervanging van kabels en leidingen. Daardoor zijn er meer inkomsten uit leges en vergoeding graafwerkzaamheden. Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht)recreatie De overschrijding betreft voornamelijk onderhoud openbaar groen (€ 372.000). Uit een analyse van de afgelopen jaren blijkt dat de overschrijding enkele redenen heeft. Zo zijn de jaarlijkse indexeringen niet structureel meegenomen als verhoging van het exploitatiebudget. Over 2023 is een bovengemiddelde indexering opgetreden, voor een deel door stijging van de lonen. Verder zijn al bekende tekorten, zoals stormschade, calamiteiten en indexering, niet opgevoerd bij de turaps. Dit is in voorgaande jaren incidenteel wel gebeurd. Tot slot hebben we geconstateerd, dat de jaarlijkse areaaluitbreidingen niet consequent zijn meegenomen als verhoging van het budget.
Door het ontbreken van certificaten zijn speeltoestellen verwijderd en is een nieuw speeltoestel geplaatst aan de Hoge Mikkert. Ook is veel budget gegaan naar het onderhouden van zandbakken en valondergronden. Dit heeft geleid tot een kleine overschrijding (€ 26.000). Taakveld 7.2 Riolering Er is een onderbesteding bij diverse exploitatiebudgetten. Bij jaarlijkse inspectie en reinigingsronde zijn minder gebreken gevonden. Budgetten voor voorbereiding en onderzoek riolering zijn deels niet uitgegeven. We hebben minder afkoppelsubsidies verstrekt dan begroot. Met name bedrijven blijken zeer moeilijk bereikbaar en
39
hebben weinig tot geen interesse in de afkoppelsubsidie. De opbrengst van de rioolheffing voor niet-woningen is lager dan begroot. Binnen de gesloten exploitatie riolering zijn er diverse mee- en tegenvallers. Per saldo is een voordeel ontstaan dat in de voorziening is gestort (negatieve onttrekking). Door deze storting blijft het geld beschikbaar voor toekomstige uitgaven voor de rioleringstaken. Taakveld 7.3 Afval
I
28.000
I
-250.000
I
-50.000
I
63.000
I
-412.000
De kosten van afvalinzameling en -verwerking waren lager dan begroot. Vooral op de milieustraat zijn minder tonnages ingezameld en afgevoerd dan begroot. Ook is er voor meerdere afvalstromen een gunstiger tarief afgegeven voor 2023. Met name bij de “duurdere” afvalstromen zoals grof huisvuil heeft dit een dubbel effect. Ook de opbrengsten waren hoger (vastrecht) doordat er meer aansluitingen waren dan begroot. Door de meevallende kosten en opbrengsten is de afvalexploitatie positief en hebben we een storting gedaan in de egalisatievoorziening afval (gesloten exploitatie). Taakveld 7.4 Milieubeheer De kosten voor sanering grond aan de Collse Hoefdijk vallen waarschijnlijk hoger uit dan waarmee in de voorziening rekening mee is gehouden. De voorziening moet worden verhoogd met € 389.000. Zie ook het onderdeel reserves en voorzieningen in de jaarrekening. De plannen voor een lokaal EnergieHuis in Nuenen zijn niet doorgegaan, de locatie was niet ideaal voor het bereiken van de bewoners. Hiervoor was € 40.000 begroot. Verder was er een bedrag begroot voor de uitvoering van het beleid rondom SPUK LAI (landelijke aanpak isoleren). Hier wilden we een subsidieregeling voor opstellen en uitrollen voor bewoners en doe-het-zelvers. Door de ontwikkelingen rondom het Soortenmanagementplan ligt dit stil.
Stortingen en onttrekkingen reserves Er is meer gestort in de reserve klimaatmiddelen dan begroot doordat minder is uitgegeven, zie taakveld 7.4. Kapitaallasten Zie algemene toelichting en inleiding bij programma's Verdeling salarislasten en overhead (zie onderaan programma 1) Zie algemene toelichting en inleiding bij programma's Overig
-2.000
Totaal programma 6
-965.000
40
Programma 7. Economie, Toerisme & Recreatie Portefeuillehouder(s) P. Kok, S. Löwik en B. van Stiphout
Wat wilden we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect
Doelstellingen
Toekomstbestendig centrum
1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum
Duurzame bedrijventerreinen
2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid
Vrijetijdsbesteding in balans
3. Meer passende toeristische en recreatieve voorzieningen
Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied
4. Hogere kwaliteit van het natuurinclusief agrarisch landschap 5. Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf
Relevante beleidsnota's in dit programma Naam
Periode
Masterplan Nationaal Park Van Gogh
2020 e.v.
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan onbepaald
Regionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven - Van kwantiteit 2023 e.v. naar kwaliteit
oktober 2023
onbepaald
Programmering werklocaties Stedelijk Gebied Eindhoven 2021
2021 e.v.
september 2021
2024
Verordening reclamebelasting 2024
2024
november 2023
november 2025
Structuurvisie ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen - De Wereld van Van 2019 e.v. Gogh
februari 2020
onbepaald
Omgevingsvisie Nuenen
2021 e.v.
september 2021
onbepaald
Toekomststrategie “Groots, een hoogstaand en toegankelijk voorzieningen aanbod in het Stedelijk Gebied Eindhoven”
2021 e.v.
juli 2021
onbepaald
Erfgoedverordening 2023
2022 e.v.
juni 2022
onbepaald
Beleidsnota Erfgoed ‘Bouwstenen voor de toekomst'
2023 e.v.
oktober 2023
onbepaald
Vlekkenplan+ centrum Nuenen 2023
2023 e.v.
september 2023
onbepaald
Beleid grootschalige opwek zonne- en windenergie
2023 e.v.
juli 2023
2026
Nota duurzaamheid
2019 - 2023
december 2019
2024
Transitievisie Warmte voor de gemeente Nuenen
2021 e.v.
september 2021
onbepaald
Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Metropoolregio Eindhoven
2022 e.v.
december 2021
onbepaald
Warmteprogramma
nvt
nvt
2026
Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa
onbepaald
Wat hebben we ervoor gedaan? Toekomstbestendig centrum 1. Levendiger, aantrekkelijker en compacter maken van het centrum In 2023 is de eerste stap in de actualisatie van de centrumvisie uit 2010 afgerond met de vaststelling van het Vlekkenplan+ door de gemeenteraad. Het Vlekkenplan+ is tot stand gekomen in samenwerking met vastgoedeigenaren en Stichting Centrummanagement. Op basis van het Vlekkenplan+ kan er uitvoering gegeven worden aan ruimtelijke én economische ontwikkelingen voor een toekomstbestendig centrum.
41
Duurzame bedrijventerreinen 2. Duurzamere bedrijventerreinen en bedrijvigheid In 2023 is met de ondernemers samengewerkt met betrekking tot de veiligheid van de bedrijventerreinen. Er is voor alle bedrijventerreinen het KVO-B behaald (Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerreinen). In de komende drie jaar zullen de maatregelen die hierin opgenomen zijn verder worden opgepakt. De Stichting Parkmanagement Nuenen heeft laten weten dat zij geen camera’s in eigen beheer willen. In 2023 zijn de voorbereidende stappen genomen om te komen tot een uitvoeringsprogramma voor duurzame bedrijvigheid. In 2024 maken we de stap naar het uitvoeren van de acties uit het uitvoeringsprogramma. Hierop vooruitlopend is in 2023 ook al gestart met het faciliteren van een ondernemersinitiatief tot het delen van zon op bedrijfsdaken. We hebben de oprichting van een ondernemersfonds in de ijskast gezet tot er vanuit het collectief van de ondernemers blijkt dat hier behoefte aan is. Het stimuleren van de aanleg van zonnepanelen op daken van bedrijfspanden vraagt door de ontwikkelingen ten aanzien van netcongestie om een andere aanpak. Hiermee is in 2023 een begin gemaakt en dit wordt in 2024 als pilot verder uitgewerkt.
In 2023 heeft in de samenwerking van het SGE en de MRE ten aanzien van bedrijventerreinen in het teken gestaan van het komen tot een actualisatie van de regionale bedrijventerreinenprogrammering. Het borgen van de kwaliteit van (bestaande) bedrijventerreinen is onderdeel van dit proces. Het proces heeft zijn vervolg in 2024. Er is in 2023 gewerkt aan de vergunningverlening voor Eeneind West; we wachten op een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Wabo van de provincie Noord-Brabant op basis van de aanvraag van 30 augustus 2022. We hebben gesprekken met de Ontwikkelcombinatie over de ontwikkeling en realisatie en daarnaast blijven we in gesprek met de provincie en het SGE. Vrijetijdsbesteding in balans 3. Meer passende toeristische en recreatieve voorzieningen In 2023 is de aanpak van de propositie en positionering van Nuenen aangepast. Dit maakt dat de verdere uitwerking in 2024 plaatsvindt en ook de besluitvorming in 2024 gepland staat. Definitieve besluitvorming over het toekomstig beheer van Dagstrand Enode heeft in 2023 plaatsgevonden. Vanaf 2024 is het beheer van het dagstrand structureel geborgd in de gemeentelijke organisatie. De tweede poging voor een Europese subsidieaanvraag voor het Interreg project Toerisme in Balans is in 2023 ook afgewezen.
Desalniettemin hebben we samen met Van Gogh Brabant, Van Gogh Village Nuenen en Stichting Centrummanagement vervolg gegeven aan de wens om te komen tot bezoekersmonitoring. De aanvraag voor subsidie bij het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) is toegekend en in 2024 volgt de implementatie van telsensoren voor het centrum. Het ministerie van LNV heeft door het vallen van het kabinet het opstellen van nieuwe beleidslijnen voor Nationale Parken voor zich uitgeschoven. Hierdoor is er in 2023 geen duidelijkheid gekomen over de status van het Van Gogh Nationaal Park. Eind 2023 is er een concepttekst verschenen van de nieuwe beleidslijn van het ministerie van LNV. Het project 'groenblauw dooraderd' is in 2023 opgestart in het Van Gogh Nationaal Park. Twee pilotgebieden liggen in het Stedelijk Gebied Eindhoven. De doelstelling is om in deze pilotgebieden 10% van het landelijk gebied in te richten met landschapselementen en wandelpaden. In 2023 is de ontwikkelvisie voor Landgoed Gulbergen opgesteld. Op 20 september 2023 zijn de raden van Nuenen en Geldrop-Mierlo nader geïnformeerd over de inhoud van deze ontwikkelvisie.
42
Natuurlijke en economische kwaliteit in het buitengebied 4. Hogere kwaliteit van het natuur-inclusief agrarisch landschap In 2023 is gewerkt aan het plan van aanpak voor het opstellen van omgevingsprogramma’s in het kader van de Omgevingswet. Het behouden en verder ontwikkelen van een natuurinclusief agrarisch landschap is onderdeel van het omgevingsprogramma landelijk Gebied dat in 2024 wordt opgesteld. In 2023 is gebleken dat de animo bij agrarische ondernemers om vrijwillige landschapselementen te plaatsen en te onderhouden is afgenomen. Dit is te verklaren door de onzekere tijden waarin de agrarische ondernemers zich nu begeven. 5. Betere ondersteuning aan agrarische ondernemers bij omschakeling en/of nevenfuncties bij hun bedrijf In 2023 zijn met acht agrarische ondernemers gesprekken gevoerd over de omzetting van het bedrijf naar andere activiteiten. Voor een drietal zijn er inmiddels planologische procedures opgestart. De andere zijn deze nog aan het voorbereiden. Ook in deze gesprekken komt de onduidelijkheid van het landelijk beleid aan de orde.
Beleidsindicatoren Naam
Indicator
Jaarrekening 2022
Aantal banen in de recreatie en toerisme aantal banen sector Kantoorgebouwen met energielabel C of hoger*
Begroting 2023
25,5
22,5
29,1
50
80
niet bekend
7,5
niet bekend
% van totaal aantal kantoorgebouwen met energielabel C of hoger
Cijfer voor ondernemersklimaat gegeven rapportcijfer door ondernemers**
Jaarrekening 2023
Bezoekersaantallen Van Gogh Village Museum***
aantal
14.264
30.000
34.266
Opbrengst toeristenbelasting
€
29.302
24.150
27.965
* indicator sinds begroting 2023 opgenomen ** in 2023 is er geen ondernemerspeiling uitgevoerd *** Het Van Gogh Village Museum (voorheen Vincentre) is in 2022 zowel in januari (i.v.m. corona) en vanaf medio oktober (i.v.m. verbouwing) gesloten geweest.
Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Metropoolregio Eindhoven In 2023 heeft in het teken gestaan van het komen tot een actualisatie van de regionale bedrijventerreinenprogrammering. Het borgen van de kwaliteit van (bestaande) bedrijventerreinen is onderdeel van dit proces. Het proces heeft zijn vervolg in 2024. Ten aanzien van de ontwikkeling van Landgoed Gulbergen heeft de Metropoolregio Eindhoven in 2023 de input uit het participatietraject verwerkt in een ontwikkelvisie.
Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2023) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x €1.000 Omschrijving
Primaire begroting 2023
Begroting na wijziging 2023
Realisatie 2023
Afwijking budget 2023
Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 7
0
850
850
0
3.1 Economische ontwikkeling
263
168
189
20
3.3 Bedrijfsloket en -
38
38
46
8
43
Omschrijving
Primaire begroting 2023
Begroting na wijziging 2023
Realisatie 2023
Afwijking budget 2023
regelingen 3.4 Economische promotie
45
83
61
-22
5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
785
683
655
-28
5.4 Musea
53
53
50
-3
5.5 Cultureel erfgoed
24
13
12
0
1.209
1.888
1.863
-26
0.10 Mutaties reserves programma 7
24
892
869
-23
3.1 Economische ontwikkeling
9
9
11
1
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
0
0
0
0
3.4 Economische promotie
35
51
51
0
5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
18
25
42
17
Totaal Lasten Baten
Totaal Baten Saldo (baten -/- lasten)
85
977
972
-5
-1.124
-912
-891
21
Analyse 7. Economie, Toerisme & Recreatie
I/S Bedrag
Taakveld 5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie
43.000
Aangezien het Klooster binnenkort verbouwd zal worden is er onderhoud uitgesteld waardoor de budgetten niet geheel gebruikt zijn. Stortingen en onttrekkingen reserves
-23.000
Kapitaallasten
7.000
Zie algemene toelichting en inleiding bij programma's Verdeling salarislasten en overhead (zie onderaan programma 1)
-18.000
Zie algemene toelichting en inleiding bij programma's Overig
12.000
Totaal programma 7
21.000
44
Programma 8. Financiën & Belastingen Portefeuillehouder(s) B. van Stiphout
Wat wilden we bereiken? Beoogd maatschappelijk effect
Doelstellingen
Goed en degelijk financieel beleid
1. Betere bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting
Lastendruk passend bij voorzieningenniveau
2. Betere afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven en de kosten voor het voorzieningenniveau
Relevante beleidsnota's in dit programma Naam
Periode
Financiële verordening 2023
2023 e.v.
Vastgesteld in de raad
december 2023 onbepaald
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Nota reserves en voorzieningen
2019 e.v.
februari 2019 onbepaald
Nota risicomanagement en weerstandsvermogen
2015 e.v.
februari 2015 onbepaald
Nota activering, waardering en afschrijving
2006 e.v.
januari 2006 onbepaald
Belasting- en legesverordeningen
jaarlijks
november 2022 november 2024
Wat hebben we ervoor gedaan? Goed en degelijk financieel beleid 1. Betere bewaking van de financiële consequenties van besluitvorming en uitvoering op het verloop van de meerjarenbegroting We proberen de financiële informatievoorziening continu te verbeteren. Bij alle raadsvoorstellen brengen we de financiële consequenties van besluitvorming zo goed mogelijk in beeld. Daarbij nemen we ook het effect op het meerjarig begrotingssaldo en/of reserves mee. Hiermee faciliteren we dat de raad beter onderbouwde besluiten kan nemen. In 2023 heeft het college voor het eerst weer een kadernota opgesteld als opmaat voor de begroting 2024. De jaren ervoor stelde de raad deze op. Door middel van verbeterd budgetbeheer komen we steeds beter 'in control'. We proberen tegenvallers op de ene plek te compenseren met meevallers elders, zodat we zo veel mogelijk binnen budget blijven in totaliteit. Los van de bouwgrondexploitatie zijn we in 2023 redelijk op de prognose uitgekomen van de 2e tussentijdse rapportage. De rechtmatigheidsverantwoording en de bijbehorende aanpassingen van de controle- en de financiële verordening zijn in samenwerking met auditcommissie tot stand gekomen. Daarnaast is op hun advies de “begroting in één oogopslag” toegevoegd aan de Programmabegroting 2024. Lastendruk passend bij voorzieningenniveau 2.
Betere afstemming van lasten voor inwoners/bedrijven en de kosten voor het voorzieningenniveau Het overgrote deel van de begroting wordt besteed aan wettelijke taken, reguliere werkzaamheden en projecten waarover in het verleden besluiten zijn genomen. We zijn zeer terughoudend geweest met het opvoeren van nieuw beleid en hebben ons beperkt tot de thema's opgenomen in de raadsagenda en het coalitieprogramma. We willen geen voorschot nemen op de toekomst, mede vanwege grote onzekerheden rondom de hoogte van de rijksbijdrage vanaf 2026. Op die manier lukt het ons om de lasten voor de inwoners niet te laten stijgen of te beperken tot het inflatiepercentage.
45
Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Dienst Dommelvallei Dienst Dommelvallei is de sparringpartner voor onze gemeente op het gebied van de bedrijfsvoeringstaken, waaronder financiën, belastingen en planning & control. Zij volgen hierbij nauwgezet wettelijke en andere in- en externe ontwikkelingen op de genoemde terreinen. Ook onderhouden zij contact met de accountant en met de provincie als financieel toezichthouder. Daarmee monitoren zij onder meer het voldoen aan financiële regelgeving en het structureel sluitend zijn van de meerjarenbegroting. De overdacht van de belastingtaken van de dienst naar de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) is voorbereid en gerealiseerd.
Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2023) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken. Bedragen x €1.000 Omschrijving
Primaire begroting 2023
Begroting na wijziging 2023
Realisatie 2023
Afwijking budget 2023
Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 8
313
2.027
2.027
0
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
125
614
2.200
1.586
0.5 Treasury
44
66
105
39
0.61 OZB woningen
134
134
214
80
0.62 OZB niet-woningen
39
39
56
17
0.64 Belastingen overig
106
106
165
59
0.8 Overige baten en lasten
1.915
43
107
64
0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
-172
-228
-56
2.674
2.858
4.647
1.789
0
1.027
1.027
0
Totaal Lasten Baten 0.10 Mutaties reserves programma 8 0.5 Treasury
65
65
107
42
0.61 OZB woningen
5.187
5.332
5.365
33
0.62 OZB niet-woningen
1.416
1.496
1.498
2
0.64 Belastingen overig
75
75
85
10
36.233
37.922
38.443
521
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten
0
0
0
0
Totaal Baten
42.976
45.916
46.525
609
Saldo (baten -/- lasten)
40.302
43.059
41.878
-1.180
Analyse 8. Financiën en Belastingen
I/S Bedrag
Taakveld 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
I
521.000
I
-64.000
I
56.000
In de decembercirculaire gemeentefonds 2023 heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld (zie Raadsinformatiebrief 2024-03). Dit kunnen we niet meer besteden in 2023. Onder resultaatbestemming doen wij daarom het voorstel om een deel van deze middelen (Omgevingswet en opvang Oekraïners) naar 2024 over te hevelen. Taakveld 0.8 Overige baten en lasten Naar aanleiding van fiscaal onderzoek, mede naar aanleiding van de management letter, is een correctie doorgevoerd voor de btw-aangifte. Dit is afgestemd met accountant en belastingdienst. Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting (vpb)
46
Bij de 2e tussentijdse rapportage is al een bedrag opgenomen vanwege de terug te ontvangen vpb over de jaren 2016 t/m 2019. Hierover was overeenstemming met de Belastingdienst. Inmiddels zijn ook de vpb-aanslagen 2020 en 2021 definitief geworden waardoor we geld hebben terugontvangen. Stortingen en onttrekkingen reserves
0
Kapitaallasten
0
Verdeling salarislasten en overhead
I
-135.000
I
-1.586.000
Zie algemene toelichting en inleiding bij programma's Taakveld 0.11 Resultaat Het begrote resultaat bedroeg afgerond € 614.000 (voor het laatst bijgesteld bij de tussentijdse rapportage najaar 2023). Het gerealiseerde resultaat is € 2.200.000. Verschil is dus € 1.586.000. Overig
28.000
Totaal programma 8
-1.180.000
47
Paragrafen Overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn hieronder de volgende paragrafen opgenomen: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Wet open overheid
48
Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen.
Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen; • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten zijn de tarieven over 2023 als volgt aangepast: • Bij de OZB is 2,20% inflatiecorrectie toegepast. Bij de berekening van het tarief is rekening gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling; • Tarieven in de tarieventabel horende bij de legesverordening zijn verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,20%; • De tarieven voor afvalstoffenheffing zijn in 2023 gestegen van € 153,60 naar € 174,00 . • De grondslag voor de rioolheffing is in 2023 niet gewijzigd.
De raad heeft de diverse belastingtarieven definitief (formeel) vastgesteld in de belastingverordeningen in de raadsvergadering van 10 november 2022.
Onroerende-zaakbelastingen We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB): • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De tarieven voor 2023 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden en er is een inflatiecorrectie van 2,2% toegepast. De WOZ-waarden bleken later meer gestegen dan ingeschat, de meeropbrengsten zijn bijgeraamd bij de 2e tussentijdse rapportage.
Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: 1. Een vast deel: Hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling; 2. Een variabel deel: Het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval.
49
Rioolheffing Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd en/of hemelwater direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering of op watergangen die in beheer zijn bij de gemeente. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. We streven ernaar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.
Kostendekkendheid rioolheffing en afvalstoffenheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren. Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde dekkendheidspercentage weergegeven. Dekkendheid rioolheffing
2023
Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering
815.530
Kapitaallasten
332.800
Mutatie voorziening
-116.707
Totaal kosten riolering taakveld 7.2
1.031.623
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
174.787
Kwijtschelding taakveld 6.3
36.675
Straatreiniging taakveld 2.1
347.742
Watertaken taakveld 5.7
147.186
BTW taakveld 0.11*
299.003
Totaal toerekenbaar
1.005.393
Totaal lasten
2.037.016
Opbrengst rioolheffing**
2.023.866
Overige opbrengsten
13.150
Baten totaal taakveld 7.2
2.037.016
Dekkendheidpercentage riool
100%
* De btw rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd. ** De opbrengsten zijn gebaseerd op het aantal bewoners van een pand.
Dekkendheid afvalstoffenheffing
2023
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat
202.027
Lasten overige afvalstromen
2.067.571
Kapitaallasten
26.470
Mutatie voorziening afval
117.899
Mutatie voorziening Attero
197.380
Totaal lasten afval taakveld 7.3
2.611.347
50
Toerekenbare lasten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
242.438
Kwijtschelding taakveld 6.3
85.856
Straatreiniging taakveld 2.1
231.062
BTW taakveld 0.11*
342.886
Totaal toerekenbaar
902.242
Totaal lasten
3.513.589
Baten afvalstoffenheffing
3.019.507
Baten milieustraat
207.988
Baten overige afvalstromen
286.093
Totaal baten taakveld 7.3
3.513.588
Dekkendheidpercentage afval
100%
* De btw rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.
Leges Als de gemeente een bepaalde dienst levert kunnen daarvoor leges worden geheven. De raad stelt de tarieven jaarlijks vast in de Tarieventabel bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met door het Rijk vastgestelde maximumtarieven. De leges worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband.
Kostendekkendheid leges Op grond van het BBV moeten gemeenten inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. Per hoofdstuk van de legesverordening 2023 is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Alleen hoofdstukken vanuit de modelverordening die zijn opgenomen in de legesverordening van Nuenen zijn opgenomen. Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salarislasten en overhead in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Baten
Salaris
Overhead
Lasten
Percentage
Titel 1
Algemene Dienstverlening
Hoofdstuk 1
Burgerlijke stand
-42.870
37.422
25.458
308
68%
Hoofdstuk 2
Reisdocumenten
-133.548
99.792
67.888
68.065
57%
Hoofdstuk 3
Rijbewijzen
-104.034
79.002
53.745
37.638
61%
Hoofdstuk 4
Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen
-5.821
37.422
25.458
203
9%
Hoofdstuk 7
Bestuursstukken
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 8
Vastgoedinformatie
Hoofdstuk 9
Overige publiekszaken
Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11
-59
8.316
5.657
-
0%
-47.148
41.580
28.287
28.012
48%
Gemeentearchief
-
8.316
5.657
-
0%
Huisvestingswet
-
-
-
-
0%
51
Hoofdstuk 12
Leegstandswet
-
8.316
5.657
-
Hoofdstuk 16
Kansspelen
-
12.474
8.486
-
0%
Hoofdstuk 17
Telecommunicatie
-75.925
8.316
5.657
28.319
180%
Hoofdstuk 18
Verkeer en vervoer
-3.279
12.474
8.486
-
16%
Hoofdstuk 19
Kinderopvang
-1.154
8.316
5.657
-
8%
Hoofdstuk 20
Diversen
-2.322
24.948
16.972
-
6%
-416.160
386.693
263.067
162.545
51%
Totaal titel 1
0%
De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst. Baten
Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 2
Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
-
-
-
-
Hoofdstuk 2
Principe verzoek / vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 3
Omgevingsvergunning
-512.855 353.213
240.291 141.639
70%
Hoofdstuk 4
Vermindering
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 5
Teruggaaf
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 6
Intrekking omgevingsvergunning
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 7
Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 8
Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
0%
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 11 Gefaseerde bouwvergunning, tweede fase
-
-
-
-
0%
240.291 141.639
70%
Totaal titel 2
-512.855 353.213
De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten Salaris Overhead Lasten Percentage Titel 3
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1 Horeca
-5.773
Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten
8.316
5.657
-
41%
-481 12.474
8.486
-
2%
Hoofdstuk 3 Seksbedrijven
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 4 Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen
-
4.158
2.829
-
0%
Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet
-
4.158
2.829
-
0%
Hoofdstuk 7 ln deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
-
-
-
-
0%
-6.254 29.106
19.801
-
13%
Totaal titel 3
Overige belastingen Toeristenbelasting Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. Vermakelijkhedenretributie Vermakelijkhedenretributie wordt geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als er meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Deze retributie wordt geheven omdat er gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of gehouden voorzieningen. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds.
52
Kwijtscheldingsbeleid Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • OZB; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing.
Overzicht tarieven 2021
2022
2023
OZB Eigenaar Woning
0,1284%
0,1231%
0,1061%
OZB Eigenaar Niet-woning
0,2324%
0,2411%
0,2392%
OZB Gebruiker Niet-woning
0,1866%
0,1935%
0,1920%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)
153,6
153,6
174,00
Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval
2,00
2,00
1,25
Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval
2,25
Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval
3,50
Afvalstoffenheffing 25 liter restafval
2,25
2,25
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval
7,25
7,25
2,50 8,25
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval
13,00
13,00
14,75
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval
21,75
21,75
24,75
Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds
3,25
3,25
3,75
Afvalstoffenheffing 30 liter ondergronds restafval
1,60
1,60
1,85
Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds gft afval
2,75
Rioolheffing 1-persoonshuishouden
75,00
75,00
Rioolheffing 2-persoonshuishouden
140,00
140,00
Rioolheffing 3-persoonshuishouden
205,00
205,00
Rioolheffing 4-persoonshuishouden
270,00
270,00
Rioolheffing 5- of meerpersoonshuishouden
330,00
330,00
0,25
Rioolheffing niet woning 0-200m3
140,00
Rioolheffing niet woning 201-500m3
487,00
Rioolheffing niet woning >500m3
695,00
Vergelijking buurgemeenten Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB eigenaar woning
0,0754%
0,1061%
0,09153%
0,0805%
0,0645%
OZB eigenaar niet-woning
0,1954%
0,2392%
0,29512%
0,2092%
0,1787%
OZB gebruiker niet-woning
0,1610%
0,1920%
0,21170%
0,1681%
0,1452%
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)
326
275
241
339
292
Rioolheffing
200
140
187
182
199
53
*): Diftar-gemeenten worden door het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar-gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen lager. Bij de tabel hieronder, Ontwikkeling lokale lastendruk, gaan we uit van het gemiddelde aantal ledigingen in Nuenen.
Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar
2021
2022
2023
354.000
391.000
459.000
6,95%
10,45%
17,39%
OZB
455
481
487
Afvalstoffenheffing *
272
272
308
Rioolheffing #
190
205
205
Totaal
917
958
1.000
5,52%
4,47%
4,44%
WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde
Lastenontwikkeling
*) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers en gft-afvalcontainers in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn. #) Uitgangspunt hierbij is het gemiddelde waterverbruik per huishouden van 137m³. In 2022 is de grondslag rioolheffing veranderd, we gaan in 2023 uit van een 3-persoons huishouden.
54
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Nuenen. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2015'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015 wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten (begroting en jaarrekening) geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, of zullen extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt. Top 10 Er is een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt.
De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling "Overige risico's" wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.
Inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.
Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter.
55
Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg: Klasse Financieel gevolg (€) Klasse gemiddelde (€)
Klasse
Kans (Waarschijnlijkheid)
Klasse gemiddelde (%)
1
Eén keer per 10 jaar of minder (1-20%)
10%
1
< 50.000
2
Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%)
30%
2
50.000 – 100.000
75.000
3
Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%)
50%
3
100.000 – 250.000
175.000
4
Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%)
70%
4
250.000 – 500.000
375.000
5
Eén keer per jaar of vaker (81-99%)
90%
5
> 500.000
-
25.000
Matrix (kans x gevolg top 10 risico's) Voor de bepaling van de score in de risicomatrix worden de klassescores bepaald. Hierboven staan twee tabellen. In de eerste tabel is de top 10 opgenomen. Het getal in de matrix correspondeert met het risiconummer uit de top 10. Zo is zichtbaar welk risico in het groen, oranje of rood is opgenomen. In de tweede tabel is de scoreberekening van de kans x gevolg opgenomen.
Top 10 risico's Risico (bepaling risicowaarde)
Risicowaarde jaarrekening 2023
Risicowaarde begroting 2024
Risicowaarde jaarrekening 2022
1 Exploitatie grond (exact bedrag) Het totale risicobedrag is gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2022 met ca € 9,5 miljoen. Voor een groot deel is dit het gevolg van nieuwe inzichten over de waarde van de gronden en daarnaast de grote vraag naar woningen waardoor het risico van (delen) niet kunnen ontwikkelen enorm is afgenomen.
6.152.844
15.651.638
15.651.638
2 Sociaal domein (70% x € 375.000) Wmo/Jeugd is een open-einde regeling. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden.
262.500
262.500
337.500
3 Cyberrisico's (50% x € 375.000) Het dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (IBD) is hét handvat om informatiebeveiliging up-to-date te houden. Het geeft inzicht in de belangrijkste bedreigingen en ontwikkelingen en adviseert over prioriteiten. In het dreigingsbeeld 2023-2024 concludeert de IBD onder andere dat er: - meer ransomware met destructieve gevolgen voorkomt; - steeds meer en ernstigere kwetsbaarheden in software voorkomen; - gevaren die voorkomen in de keten uit het zicht zijn.
187.500
-
-
4 Continuïteit bedrijfsvoering (70% x € 175.000) Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur.
122.500
-
-
5 Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 175.000) Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In 2022 is besloten om 2 belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering door te voeren. Ten eerste zal vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek ('samen de trap op, samen de trap af') geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het accres wordt wel bijgesteld als gevolg van jaarlijkse loonen prijsontwikkelingen. Ten tweede geldt dat het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025 is vastgezet op de stand van de meicirculaire 2022. Door het vastzetten van het volumedeel van het accres zijn er bij zowel het Rijk als de gemeenten veel minder budgettaire schommelingen dan voorheen. Dit betekent dat de accresstanden voor deze jaren slechts nog wijzigingen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen.
122.500
122.500
122.500
Cyberrisico’s hebben impact en kunnen leiden tot reputatie- en imagoschade. Ook gemeente Nuenen heeft waardevolle informatie te verliezen of kan schade lijden als informatie niet meer beschikbaar is.
56
Risico (bepaling risicowaarde)
Risicowaarde jaarrekening 2023
Risicowaarde begroting 2024
Risicowaarde jaarrekening 2022
6 GR - Dienst Dommelvallei (exact bedrag) De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.
92.475
97.875
97.875
7 GR - GGD (exact bedrag) De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Het onafgedekte risico, zijnde € 2.350.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente.
70.786
55.901
55.901
8 GR - Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (exact bedrag) Het onafgedekte risico, zijnde € 2.717.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente.
75.818
-
-
9 Belastingaangifte (30% x € 175.000) De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid.
52.500
52.500
-
10 Bodemverontreiniging/-sanering (70% x € 75.000) De gemeente loopt voortdurend het risico geconfronteerd te worden met schade aan het milieu door bijvoorbeeld bodemverontreinigingen.
52.500
-
52.500
Het verdeelmodel zal nog verder verbeterd worden. Hiertoe is een onderzoekagenda opgesteld. Deze onderzoekagenda bevat onderzoeken naar de maatstaf centrumfunctie (stapeling problematiek sociaal domein), naar de Overige Eigen Middelen (OEM) en naar de maatstaf eenpersoonshuishoudens. De eerste twee onderzoeken (centrumfunctie/stapeling problematiek sociaal domein en de Overige Eigen Middelen) zijn inmiddels opgestart en de uitkomsten worden in 2024 verwacht. Het onderzoek naar de maatstaf eenpersoonshuishoudens is inmiddels afgerond en dat geeft op dit moment geen aanleiding voor aanpassingen van het verdeelmodel. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend.
Subtotaal top 10
7.191.923
Overige risico's + risico onvoorzien
430.000
Totaal
7.621.923
Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)
6.859.731
Wijzigingen Ten opzichte van de begroting 2024 is de totale risicowaarde fors afgenomen. Dit komt door de forse afname van het risico exploitatie grond. Maar ook door de herwaardering van cyberrisico's (afgenomen), continuïteit bedrijfsvoering, GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en bodemverontreiniging/-sanering zijn nieuwe risico's in de top 10. Het risico "op orde brengen standplaats woonwagen" is komen te vervallen.
Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Weerstandscapaciteit
Incidenteel
Structureel
Algemene reserve
11.146.436
Algemene reserve bouwgrond
14.789.442
Algemene reserve bouwgrond winstnemingen
9.304.031
Stille reserve
pm
Raming onvoorziene uitgaven
0
72.225
35.239.909
72.225
Onbenutte belastingcapaciteit Totale weerstandscapaciteit
57
Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit € 35.312.134 / € 6.860.297 = 5,15 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 5,15 goed is. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 5,15 is het weerstandsvermogen van Nuenen goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden.
58
Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
Zie voor de onderlinge verhouding van de kengetallen bij conclusie.
Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2023 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20232026. De kengetallen voor 2024-2026 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2024-2027.
59
Omschrijving
Realisatie
Begroting
2021
2022
2023
2023
2024
2025
2026
Netto schuldquote
112%
106%
76%
107%
96%
82%
93%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
107%
102%
72%
103%
93%
79%
90%
Solvabiliteitsratio
30%
33%
36%
30%
31%
30%
33%
Grondexploitatie
117%
124%
98%
100%
85%
57%
42%
3%
9%
4%
1%
0%
0%
0%
118%
118%
111%
104%
108%
108%
108%
Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Nuenen beïnvloed door 2 oorzaken: • De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het de afgelopen jaren noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. Het kengetal is in 2023 lager dan voorgaande jaren door het lagere saldo van de leningen vanwege reguliere aflossingen. Daarnaast zijn de totale baten hoger (daartegenover worden de schulden afgezet). De baten zijn met name hoger bij de bouwgrondexploitatie, de algemene uitkering en de vele specifieke uitkeringen van het Rijk. In de huidige meerjarenraming zijn de verkoopbaten geraamd overeenkomstig de bouwgrondexploitaties zoals bij de jaarrekening 2022 vastgesteld. Na vaststelling van de jaarrekening 2023 stellen we de ramingen van de grexen voor de komende jaren weer bij. Het kengetal neemt de komende jaren af door de realisatie van geraamde verkopen in met name Nuenen West en Eeneind West.
• De verlaging van dit kengetal in 2023 wordt veroorzaakt door de hogere baten en lagere schulden als gevolg van het achterblijven van met name onderstaande investeringen: - sporthal De Hongerman (2022-2023); - renovatie van de woonwagenlocaties (2024 t/m 2026); - Bundelroutes (2023 t/m 2025). Solvabiliteitsratio Deze ratio is verbeterd ten opzichte van 2022 doordat de reserves zijn gegroeid. De (geraamde) reserves en voorzieningen schommelen de komende jaren slechts licht. De lagere begrote ratio in de komende jaren houdt verband met de hoge geraamde investeringen, waardoor het balanstotaal toeneemt. Grondexploitatie De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, daarom is dit kengetal nog steeds hoog. Wel is deze in 2023 flink verlaagd door verkoop van gronden. Structurele exploitatieruimte De resultaten van de begrotingsjaren zijn positief. Alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, worden gedekt door structurele baten. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de ozb. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren ingezet is op verlaging van de belastingdruk, mits dat gezien de financiële situatie verantwoord was.
Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting.
60
Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente.
61
Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
62
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld.
63
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Nuenen heeft een uitgestrekt buitengebied en een intensief bebouwd binnengebied met een totale oppervlakte van 3.361 ha. De gemeente is verdeeld over vier kernen: Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. Zowel binnen als buiten de kernen vinden tal van activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Om deze activiteiten in goede banen te leiden zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken, groen, riolering, gebouwen, speeltoestellen, verkeersregelingen en ten slotte beelden en plastieken. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid en de financiële consequenties van het onderhoud van de kapitaalgoederen.