Bp ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ - Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
39
lijn met de trends en ontwikkelingen moet het totale oppervlak aan winkels in het centrum op termijn afnemen. Voor een aantrekkelijk centrum en behoud van voorzieningen is clustering wenselijk. Dit is ook in lijn met doelen van het regionale beleid. Verblijfskwaliteit: versterking van de mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning dragen bij aan aantrekkelijk centrum. Investeringen in een autoluwe en fiets- en wandelvriendelijke openbare ruimte dragen niet alleen bij aan de aantrekkelijkheid van het gebied. Het draagt ook bij aan een gezonde leefomgeving. Door een klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting, en het verduurzamen van gebouwen, geeft de ontwikkeling van het centrum een impuls aan duurzaamheid en de groene kernkwaliteit. Cultuurhistorie: een ander belangrijk element is het behoud en het versterken van de cultuurhistorische waarde van het centrum. Dit gaat zowel om de gebouwde omgeving (monumenten en het beschermde dorpsgezicht), als de (historische) groenstructuren en het landschap. Het initiatief sluit aan bij de ambities voor het centrum. Zo verdwijnt een winkelfunctie en komt een woon- en maatschappelijke functie terug. Aanvullend hierop is het interessant te benoemen dat de door de nieuwe bebouwing in het plangebied de historische lijnstructuur van de Pastoor Aldenhuijsenstraat zichtbaarder wordt.
Verder geldt dat in het plangebied een nieuw openbaar groen gebied wordt gerealiseerd en de bebouwing grotendeels wordt voorzien van groene daken. Wonen en ruimtelijke planvorming Het planvoornemen bevat een woon- en maatschappelijke functie. Nuenen is een aantrekkelijke gemeente voor gezinnen en blijft dat. Maar er zijn ook meer woningen voor andere groepen nodig. De gemeente richt zich op het inclusief bouwen: kleinere, betaalbare woningen. Voor iedereen en met name voor jongeren en ouderen. Deze zijn er te weinig in Nuenen. Voor ouderen wordt gezocht naar levensloopgeschikte woningen in de buurt van voorzieningen. Voor starters en jonge gezinnen moeten er betaalbare huuren koopwoningen komen. Bij het ontwikkelen van deze woningen wordt ook rekening gehouden met de afstand tot voorzieningen. Dit geldt ook andersom. Bij nieuwe voorzieningen wordt ook rekening gehouden met de omgeving, zodat voorzieningen bereikbaar en laagdrempelig zijn en in hun omvang aansluiten bij het betreffende dorp of wijk.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
40
Het vergroten van het woningaanbod moet hand in hand gaan met het verduurzamen van de woningvoorraad en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij worden de kernkwaliteiten groen, dorps, rustig en gezellig gekoesterd en versterkt. Voor het toevoegen van woningen wordt bij voorkeur voor transformatie gekozen. Hierbij worden bestaande gebouwen en losse bedrijfspercelen binnen de kernen verbouwd tot woonlocatie. Na transformatie komt inbreiding (nog open locaties binnen de kernen) en als laatste optie uitbreiding in het buitengebied. Het toevoegen van woningen kan betekenen dat we dichter en hoger moeten bouwen. Randvoorwaarde hierbij is dat het niet ten koste mag gaan van het dorpse karakter. We gaan terughoudend om met hoogbouw en hebben aandacht voor de vele rijks- en gemeentelijke monumenten en dorpsgezichten. Voor Nuenen geldt specifiek nog dat voor de toevoeging van woningen eerst wordt gekeken naar herstructurering van (losse) bedrijfspercelen, winkelpanden en andere vrijkomende bebouwing. Daarna naar inbreidingslocaties. Uitbreidingslocaties zijn vooralsnog niet aan de orde. Het planvoornemen is een binnenstedelijk herontwikkelingsproject. Twee vrijstaande woningen en een bedrijfshal (voormalige bouwmarkt) maken ruimte voor een 11 woningen en een woonzorgcomplex bestaande uit 33 appartementen.
Het planvoornemen bevat woningen voor de doelgroepen die in de omgevingsvisie bijzondere aandacht hebben: betaalbare woningen en levensloopgeschikte woningen voor ouderen nabij voorzieningen. In het ontwerpproces is nadrukkelijk gekeken naar de kernwaarden die ook in de omgevingsvisie worden genoemd: groen, dorps, rustig en gezellig gekoesterd en versterkt. De opzet van de bebouwing is - met oog voor het beschermd dorpsgezicht - kleinschalig en divers opgezet (geen hoogbouw) en sluit daardoor goed aan bij de dorpse korrel. De openbare groene buitenruimte die als onderdeel van het initiatief wordt gerealiseerd is beschut en daardoor een rustige plek om te verblijven. Het planvoornemen sluit aan bij de Omgevingsvisie Nuenen c.a. 3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen, De wereld van Van Gogh
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
41
De ‘Structuurvisie Ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen, De wereld van Van Gogh’ is een structuurvisie die zich richt op de ruimtelijke beeldkwaliteit van de kern Nuenen. De structuurvisie gaat over het gebied van het Park, het Klooster en de Kloostertuin, de Berg, het Van Gogh Kerkje, de Hooidonkse Beek en het aangrenzende buitengebied met de Molen de Roosdonck; kortom het historische deel van de kern van de Nuenen. De structuurvisie beschrijft en verbeeldt de mogelijkheden om binnen dit gebied de stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en kwaliteiten te versterken; er worden uitspraken gedaan met betrekking tot de belangrijkste structuurdragers van de openbare ruimte en het aangrenzende landschap en de zonering van het gebruik naar intensiteit en gebruiksvorm. Hierbij is het streven gericht op het behoud, het versterken en het beter beleefbaar maken van de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten in het gebied en meer specifiek van het beschermde dorpsgezicht, zoals deze direct of indirect gerelateerd zijn aan het leven en werken van Van Gogh. De structuurvisie focust op de mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied te verbeteren. Ruimtelijke kwaliteit in de zin van een aantrekkelijke omgeving en een decor waarin de monumentale bebouwing goed tot haar recht komt.
Ingrepen waardoor dit gebied in Nuenen nog aantrekkelijker wordt om te verblijven. Aantrekkelijk voor zowel de inwoners en ondernemers van Nuenen als ook voor bezoekers en toeristen. Dat vraagt naast inzet op ruimtelijke kwaliteit, nadrukkelijk ook aandacht voor andere aspecten, zoals een aantrekkelijk winkelaanbod, een levendige horeca, een bloeiend verenigingsleven en villagemarketing. Het vraagt bovendien een brede inzet door meerdere (Nuenense) partijen en Nuenenaren gericht op een integrale verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. En alles met oog voor de balans. Nuenenaren zijn trots op hun dorp, de verbondenheid met Van Gogh en tonen dit graag aan bezoekers en toeristen. Maar Nuenen mag geen historisch decor worden zonder eigentijds dagelijks leven. Met deze inzet blijft het dorp leefbaar. De ligging van de kern ten opzichte van het haar omringende landschap vormt een belangrijk aangrijpingspunt voor de structuurvisie. Vanuit de historische kern is de overgang naar het kleinschalige Brabantse landschap in potentie direct herkenbaar en beleefbaar. De Hooidonkse Beek, die deze overgang markeert speelt daarbij een belangrijke rol. Belangrijke basis voor de structuurvisie vormt de structuurvisie Nuenen c.a. In deze structuurvisie zijn ondermeer de volgende ruimtelijke doelstellingen met
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
42
betrekking tot de stedenbouwkundige en landschappelijke hoofdstructuur van de kern van Nuenen opgenomen: o de historische lintstructuur van Nuenen in stand houden en waar mogelijk versterken; o behoud van de cultuurhistorische kwaliteiten en de identiteit van het gebied dienen leidend te zijn bij ontwikkelingen in het centrumgebied. Dit betreft met name het Park en de historische ‘linten’. o het Park wordt als een bijzonder stukje centrum ervaren. De aantrekkelijkheid van het Park als bruisend verblijfsgebied zou verbeterd kunnen worden door blijvende aandacht voor de woonfunctie. Het Park als verblijfsgebied versterken vraagt om regulering van verkeer en parkeren en een verkeersluw karakter. Het plangebied zelf heeft in de Structuurvisie Ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen, De wereld van Van Gogh geen bijzondere betekenis. Wel is het plangebied gelegen in de context van ‘De wereld van Van Gogh’. De afbeelding hieronder – afkomstig uit de Structuurvisie Ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen, De wereld van Van Gogh - laat dit zien. Op deze afbeelding is het plangebied aangeduid met een rode cirkel.
Aan de noordzijde van het plangebied is een voetgangersverbinding getekend. Dit is de Pastoor Aldenhuijsenstraat. Aan de oostzijde van het plangebied zijn twee nieuwe solitairen (bomen) ingetekend. Door de ontwikkelingen in het plangebied, het planvoornemen, wordt bijgedragen aan het beeld dat met de visie is geschetst. De nieuwe bebouwing begeleidt de wandelverbinding en de
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
43
bomen worden als onderdeel van het planvoornemen toegevoegd in het plangebied. Het planvoornemen wordt in lijn met de Structuurvisie Ruimtelijke beeldkwaliteit kern Nuenen, De wereld van Van Gogh ontwikkeld. 3.3.3 Dorpskernvisie 2010 In 2010 is de Dorpskernvisie 2010 op- en vastgesteld. De Dorpskernvisie bestaat uit een drietal documenten, namelijk ‘Het grotere kader’, ‘Visie dorpskern’ en ‘Visie centrum’. De aanleiding voor de visie is bezinning op de structuur en de kwaliteit van het centrum van Nuenen. Voor een deel betreft het een algemene zorg over de positie en de rol van het centrum van Nuenen in een sterk veranderende maatschappelijke context. Anderzijds zijn er ook een aantal concrete vraagstukken en/ of ontwikkelingen die aanleiding geven tot een bezinning op de totaliteit van het centrum. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van het Vincentre, de voorgestane ontwikkeling van de kloostertuin, enkele braak liggende of onduidelijke terreinen in het centrumgebied en ook enkele plekken met bebouwing of functies van een mindere kwaliteit. Samenhangend daarmee zijn de verkeer- en parkeerproblematiek ook actuele vraagstukken. Het plangebied komt in het document ‘Visie centrum’ aan de orde. De afbeeldingen hieronder zijn afkomstig uit dat document en geven suggesties voor dit gedeelte van het centrum weer. De rode cirkels geven het plangebied aan.
Voor dit deelgebied is in het document tekstueel in het navolgende beschreven. Deze omgeving met onder andere de voormalige hbo en de brandweer locatie, in de luwte van het centrum leent zich bij uitstek voor herontwikkeling in de woon(zorg)sfeer. Het achterkantkarakter van de Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
44
bestaande situatie wordt omgevormd tot een voorkant, goed georiënteerd op de zon. Er is voldoende maat om woningen en parkeren op eigen terrein goed op te lossen en het bestaande groen te handhaven. Nieuwe bebouwing voegt zich in de Nuenense schaal. Dit gebied kan in verschillende fasen worden ontwikkeld. Omdat er geen noodzaak om de brandweer te verplaatsen, kan deze gehandhaafd blijven op de huidige locatie. De verschijningsvorm van het huidige brandweercomplex levert geen bijdrage aan de kwaliteit van de omgeving. In de meeste steden en dorpen zijn de brandweeronderkomens vaak bijzondere gebouwen op bijzondere plekken die uitdrukking geven aan het grote maatschappelijk belang. Wat dit betreft is er voor Nuenen nog winst te boeken. Suggestie: - bebouwing in 2-3 lagen met kap, met uitzondering van accenten; - gelede bouwvolumes; - parkeren op eigen terrein; - handhaven bestaande groen. Het planvoornemen vindt aansluiting bij de suggesties die voor dit gedeelte van het centrum worden gedaan. Zo geldt dat gelede bebouwing in 2 – 3 lagen met kap onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Verder wordt aansluiting op de padenstructuur mogelijk gemaakt. Zowel richting de brandweerkazerne / Luistruik als op het kerkpad. Het planvoornemen wordt in lijn met de Dorpskernvisie 2010 ontwikkeld. 3.3.4 Programma Wonen 2020 - 2030 De gemeenteraad van Nuenen c.a.
heeft op 9 juli 2020 het Programma Wonen 2020 – 2030 vastgesteld. Het Programma Wonen is de opvolger van de gemeentelijke Structuurvisie Wonen 2013-2020 en het daarbij behorende Addendum. Het Nuenense woningbouwprogramma vertolkt de visie van de gemeente over de toekomstige woonopgaven en bevat getalsmatig bijna 2.500 woningen. Het grootste deel hiervan behoort tot de ontwikkeling van Nuenen-West, gericht op de regionale behoefte. De plancapaciteit exclusief
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
45
Nuenen-West, tijdelijke woningen en intramurale zorgeenheden en rekening houdend met sloop is in 2020 vastgelegd op ca. 770 woningen. Deze doelstelling is verder verdeeld over de verschillende beoogde ontwikkelingen op het gebied van wonen (inbreiding, transformatie, splitsing enz.). In de gemeente Nuenen zijn veel (ruime) eengezinswoningen in de koopsector. De huidige woningvoorraad sluit hierdoor niet goed aan op de toenemende vraag naar passende huisvesting voor starters, ouderen en zorgbehoevenden in Nuenen. Er is een toenemende vraag naar gelijkvloerse woningen, kleinere woningen, goedkope koopwoningen en (sociale) huurwoningen. De gemeente Nuenen wil inzetten op flexibele woonproducten, die in de toekomst ook voor andere doelgroepen gebruikt kunnen worden (na vergrijzingsgolf bijvoorbeeld voor jongeren). Daarnaast heeft de gemeente de wens zoveel mogelijk levensloopbestendig te bouwen. Doordat men steeds langer thuis blijft wonen is het aanpassen van de bestaande woningvoorraad naar de huidige woonbehoeften ook een opgave. Daarbij moet kwalitatieve zorg en ondersteuning voor iedereen in de gemeente voorhanden zijn.
Het planvoornemen betreft een transformatie-/ inbreidingslocatie en bestaat uit de ontwikkeling van 3 grondgebonden (sociale) huurwoningen, 8 gestapelde middeldure en dure levensloopbestendige huur/koopwoningen en een woonzorgcomplex bestaande uit 33 gestapelde woningen met gezamenlijke voorzieningen. Duidelijk is dat met het planvoornemen wordt voorzien in de behoefte die in Nuenen aanwezig is. Het plangebied waar het planvoornemen is geprojecteerd is opgenomen in het Programma Woningbouw 2020-2030. Voorliggend plan maakt daarmee onderdeel uit van de benoemde plancapaciteit voor gemeente Nuenen c.a. en voorziet daarmee in de opvang van de lokale behoefte zoals kwalitatief en kwantitatief benoemd in het Programma Wonen 2020-2030. Doordat het planvoornemen past binnen de plancapaciteit voor Nuenen wordt ook voldaan aan de afspraken die Stedelijk Gebied Eindhoven zijn gemaakt. Het planvoornemen sluit aan bij het ‘Programma Wonen 2020 – 2030’.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
46
4
Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
4.2 Akoestiek
Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Woningen worden als geluidgevoelige objecten aangemerkt. Consequenties Met het planvoornemen worden woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen (waaronder volgens het Besluit geluidhinder onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven vallen) mogelijk gemaakt. Hiertoe is het van belang dat aangetoond wordt dat geluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening geen ontoelaatbare belemmering vormt voor het woon- en leefklimaat ter plaatse. 1.
Ter plaatse is geen sprake van geluidsproductie door rail- of luchtvaartverkeer (er is geen sprake van railverkeer en het plangebied ligt buiten de Kecontouren van vliegveld Eindhoven), deze onderdelen vormen v.w.b. geluid dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 2. Het plangebied ondervindt geen belemmeringen afkomstig van bedrijvigheid en de functies in het plangebied belemmeren de omgeving ook niet (industrielawaai), omdat voldaan wordt aan de op basis van de VNG-brochure
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
47
geldende richtafstanden tussen bedrijven en gevoelige functies voor een gemengd gebied. Voor de specifieke motivatie hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering van deze toelichting. 3. Rondom het plangebied zijn slechts 30-km/uur wegen gelegen, waardoor het plangebied niet is gelegen in geluidzones van wegen (akoestisch aandachtsgebied). Echter, gezien het feit dat de Vincent van Goghstraat in de nabijheid is gelegen en deze weg een relatief hoge intensiteit kent (meer dan 4.000 mvt/etmaal) en het wegdek van deze weg bestaat uit een klinkerverharding, is de kans aanwezig dat ter plaatse niet voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. Omdat een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de te bouwen woningen moet zijn gegarandeerd is in verband hiermee door Nipa milieutechniek een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. In het onderzoek zijn de wegen rondom het plangebied betrokken die mogelijk een relevante geluidsbelasting ter hoogte van het plangebied zouden kunnen hebben. Het gaat om diverse 30-km per uur wegen: Vincent van Goghstraat, Park, Berg en de Margot Begemannstraat.
Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 8) en kent de navolgende conclusie: “Uit de berekeningsresultaten blijkt dat op de gevels van de nieuwe woonfuncties de geluidbelasting ten hoogste 47 dB bedraagt vanwege het wegverkeer op de relevante wegen. Omdat er voldaan moet worden aan de minimale eis voor de geluidwering van 20 dB mag de (gecumuleerde) geluidbelasting niet hoger zijn dan 53 dB om aan de richtwaarde van het binnengeluidniveau van 33 dB te voldoen. Met de berekende geluidbelastingen van ten hoogste 47 dB is het woon- en leefklimaat van de nieuwe woonfuncties woning zonder nader onderzoek naar extra gevelmaatregelen gewaarborgd.” Geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.3 Archeologie en cultuurhistorie
4.3.1 Archeologie Beleidskader Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Naar aanleiding hiervan houden gemeenten bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening).
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
48
In het vigerende bestemmingsplan ‘Nuenen Centrum 2012’ van de gemeente Nuenen c.a. gelden voor het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde Archeologisch waardevol’ en ‘Waarde – Archeologie middelhoog’. Dit houdt in dat bij bodemingrepen groter dan respectievelijk 100 m2 dieper dan 0,3 m en 2500 m2 dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Consequenties Aangezien het planvoornemen de in het vigerende bestemmingsplan ‘Nuenen Centrum 2012’ opgenomen ondergrenzen voor bodemingrepen - welke gelden in verband met het aspect archeologie – overschrijdt, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Door RAAP archeologie is met die reden een archeologisch bureauen booronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 11). De samenvatting van dit onderzoek is als volgt: “RAAP heeft in mei en juni 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Pastoor Aldenhuijsenstraat te Nuenen in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan, in verband met sloop van de bestaande bebouwing en nieuwbouw. Resultaten Het plangebied ligt in het Brabantse dekzandgebied, op een dekzandwelving.
Het booronderzoek heeft uitgewezen dat er in een groot deel van het plangebied sprake is van een plaggendek op een oude bouwvoor, met daaronder restanten van een podzolbodem (B-horizont). Het plangebied maakt deel uit van de als archeologisch monument (van hoge waarde) aangeduide historische kern van Nuenen. In het gebied bevinden zich geen archeologische vindplaatsen, maar daarbuiten wel. De belangrijkste daarvan zijn gerelateerd aan bewoning uit de ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen in plangebied De Luistruik, ca. 200 m ten zuidoosten van het plangebied. Daarnaast zijn er bewoningssporen uit de Nieuwe tijd aangetroffen op een afstand van ca. 200 m ten noordwesten van het plangebied. Er geldt een lage verwachting voor vindplaatsen van jager verzamelaars. Vanwege de waarschijnlijke ligging op een plaggendek op de flank van een dekzandrug en nabijheid van de rijke vindplaats De Luistruik, alsmede de ligging in de historische kern van Nuenen, geldt er een hoge verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Daarbij gaat het met name om resten van bewoning uit de ijzertijd, Romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd. Daarnaast kunnen begravingen, en sporen van landbouw en infrastructuur voorkomen. Conclusie & advies
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
49
De bodem in het plangebied is over het algemeen goed intact (bouwvoor op plaggendek op podzol Bhorizont), wat betekent dat ook archeologische resten nog goed intact kunnen zijn. Daarbij gaat het dan sporen en vondsten in en onder de oude bouwvoor onder het plaggendek, vanaf 90 cm onder het huidige maaiveld. Ter hoogte van boring 4 in het zuiden van het plangebied is het plaggendek verdwenen, maar kunnen diep ingegraven sporen, zoals waterputten, nog gedeeltelijk zijn bewaard. Voor zover bekend, is er sprake van maximaal 80 cm diepe funderingen, wat betekent dat ook onder de huidige bebouwing zich nog goed bewaarde archeologische resten kunnen bevinden. Ingrepen dieper dan 80 cm (rekening houdend met een buffer van 10 cm) kunnen resulteren in de aantasting van eventuele archeologische resten. Bij ingrepen dieper dan 80 cm wordt een proefsleuvenonderzoek aangeraden, met als doel het opsporen van archeologische resten. Een dergelijk onderzoek dient te zijn gebaseerd op een door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).” De Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant heeft het uitgevoerde archeologische bureau- en booronderzoek beoordeeld. Hun advies is als volgt: “Het voorliggende rapport maakt duidelijk dat de kans groot is dat in het plangebied archeologische resten en sporen van bewoning en landgebruik uit de late prehistorie tot en met de nieuwe tijd aanwezig zijn.
De archeologische resten zijn vanaf 0,5 m onder het maaiveld te verwachten. Aangezien de voorgenomen bodemingrepen dieper dan dit niveau zullen reiken, adviseren wij het plangebied te onderwerpen aan een nader archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven. Het proefsleuvenonderzoek dient plaats te vinden aan de hand van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) en uitgevoerd te worden door een archeologisch bedrijf gecertificeerd voor het uitvoeren van archeologische opgravingen. Dit proefsleuvenonderzoek dient voorafgaand aan de sloop van de ondergrondse bestaande bebouwing plaats te vinden om verdere verstoring van de ondergrond door het verwijderen van funderingsstroken te vermijden. Op basis van de uitkomsten van dit proefsleuvenonderzoek beslist de gemeente of de archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien hierbij archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze veilig gesteld te worden door mogelijke planaanpassing en als dat niet mogelijk door het opgraven van de aanwezige archeologische resten. Het besluit hierover ligt bij de gemeente.” Naar aanleiding van het uitgevoerde archeologisch bureau- en booronderzoek en het advies van de ODZOB is door RAAP een Programma van Eisen opgesteld (bijlage 12 bij deze toelichting). De ODZOB heeft het Programma van Eisen beoordeeld en ermee ingestemd.
Na sloop kan op basis van dit Programma van Eisen het proefsleuvenonderzoek uitgevoerd worden.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
50
Om het archeologisch traject te borgen zijn ter bescherming van de eventueel in de bodem aanwezige archeologische waarden in het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan hiervoor dubbelbestemmingen en een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Mits het benodigde onderzoek wordt uitgevoerd vormt archeologie geen belemmering voor het planvoornemen. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. In het gebied liggen geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. In het plangebied liggen geen gemeentelijke monumenten en panden die door de gemeente zijn of worden aangemerkt als beeldbepalend. Het plangebied grenst aan een beschermd dorpsgezicht.
In het plangebied is dan ook de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – waarde dorpsgezicht’ opgenomen, welke ertoe strekt om te voorkomen dat van onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarde en het beeldbepalende karakter van de bebouwing en inrichting van het aangrenzende beschermd dorpsgezicht. De gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – waarde dorpsgezicht’ is op de afbeelding hieronder opgelicht weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
51
Het planvoornemen tast het beschermde dorpsgezicht niet aan, dat is hieronder gemotiveerd. De ontwikkeling bestaat uit drie gebouwen, blok 1, 2 en 3. Zie de afbeelding hieronder.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
52
Blok 2 bestaat uit bebouwing van één bouwlaag met kap. Deze grondgebonden woningen zijn qua korrel gelijkwaardig aan de bestaande bebouwing op deze plek, welke qua maat en schaal goed aansloot bij het beschermde dorpsgezicht. Blok 1 kent een extra bouwlaag ten opzichte van hetgeen nu in het plangebied aanwezig is en is in zoverre een afwijking van het bestaande bestemmingsplan, omdat hierin een maximum van 2 bouwlagen is opgenomen. De afwijking is echter beperkt en het gebouw ligt grotendeels buiten de vrijwaringszone. De aansluiting van deze bebouwing bij het achterliggende Vincent van Goghplein is evident, zodat stedenbouwkundig een goede reden bestaat voor deze bouwmassa. Gezien de afstand tot het beschermd dorpsgezicht kan worden gesteld dat door deze woningen geen sprake is van enigerlei aantasting van de waarden van bebouwing of inrichting van het beschermde dorpsgezicht. Blok 3 kent eveneens een derde bouwlaag. De bouwhoogte is marginaal hoger dan de bouwhoogte van de kap van de bestaande bedrijfsbebouwing. Groot voordeel van deze nieuwbouw is de toegenomen afstand tot de kerk en kerkmuur. Gezien de afstand tot de overige onderdelen van het beschermd dorpsgezicht (zoals het Park) kan ook t.a.v. blok 3 worden gesteld dat geen sprake is van enigerlei aantasting van de waarden van bebouwing of inrichting van het beschermde dorpsgezicht.
Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.4 Bedrijven en milieuzonering
Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals o.a. woningen: • ter plaatse van de milieugevoelige functie(s) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het plangebied is gelegen in het dorpscentrum van Nuenen. Dit dorpscentrum bestaat uit een mix van functies. Er wordt gewoond, maar ook is er sprake van dienstverlenende functies, maatschappelijke functies, detailhandel, kantoren, lichte bedrijvigheid (categorieen A en B) en horeca. Het betreft hier een gemengd Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
53
gebied zoals bedoeld in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In gemengde gebieden geldt dat de richtafstanden in verband met de milieuzonering van bedrijven met één afstandstrap kan worden verlaagd. Zo geldt voor bedrijven in categorie 1 geen maximale richtafstand van 10 meter, maar 0 meter. Voor categorie 2 bedrijven geldt in plaats van een in acht te nemen richtafstand van 30 meter tot gevoelige functies, 10 meter. De toegelaten functies binnen de bestemming ‘Centrum’ (ten westen, noorden en oosten) betreffen functies die in een gemengd gebied een maximale richtafstand van 10 meter hebben. De gevoelige bebouwing in het plangebied ligt op meer dan 10 meter van dergelijke gevestigde functies. Ten zuiden van het plangebied liggen een kerk en begraafplaats, ten noorden is een kantoor gevestigd en ten noordoosten een dierenkliniek. De kerk en begraafplaats kennen op basis van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering in een gemengd gebied respectievelijk richtafstanden van 10 en 0 meter. Voor een kantoor geldt eveneens een richtafstand van 0 meterVoor een dierenkliniek zijn in de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering geen richtafstanden opgenomen.
Het gaat hier om een dierenkliniek voor kleine (huis)dieren in een stedelijke omgeving in een gebouw waarboven wordt gewoond. Geen sprake is van een buitenruimte voor dieren of een geuremissiepunt, er worden geen gevaarlijke stoffen opgeslagen. Het aspect geurhinder, stof en gevaar zijn derhalve niet relevant. Geluid is het maatgevende aspect. De functie kan wat dat betreft gelijkgesteld worden met een categorie 2 bedrijf, waarvoor in het gemengde gebied waarin het plangebied en de dierenkliniek zijn gelegen een richtafstand van 10 meter geldt. Een alternatief waarnaar gekeken kan worden zijn een kinderboerderij of manege. Hiervoor geldt ter plaatse ook een richtafstand van 10 meter. De afstand van 10 meter wordt ruimschoots gehaald. In het plangebied wordt naast de functie ‘Wonen’ ook de functie ‘Maatschappelijk’ mogelijk gemaakt. Hetgeen binnen deze bestemming is toegelaten kent in gemengd gebied een maximale richtafstand van 10 meter. Deze afstand (10 meter) is aanwezig tussen het bestemmingsvlak ‘Maatschappelijk’ dat in het plangebied wordt gerealiseerd en de dichtstbij gelegen (bestaande woningen) en te realiseren (nieuwbouw in het plangebied) gevels van woonfuncties. Uit bovenstaande blijkt dat aan alle richtafstanden zoals in de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering zijn opgenomen wordt voldaan.
Hieruit mag geconcludeerd worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
54
en omliggende bedrijven door oprichting van de nieuwe geluidsgevoelige objecten niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Aanvullend op bovenstaande is bezien of de in-/uitrit zorgt voor lichthinder afkomstig van autolichten. De in-/uitrit is op dezelfde plek gesitueerd als in de vigerende situatie het geval is, daarbij is geen sprake van inschijnende autolichten in woningen. Tegenover de in-/uitrit is een commerciele plint gelegen, een functie die vooral overdag als autolichten niet storend worden ervaren in gebruik is. Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijven in de omgeving van het plangebied worden door de toevoeging van de milieugevoelige objecten niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Nader onderzoek kan achterwege blijven. 4.5 Bodem
Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Door SRE Milieudienst is in 2011 voor het plangebied een historisch bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 5 bij deze toelichting. De aanleiding van het historisch bodemonderzoek vormt het hard maken van de lijst met locaties met potentiële bodemverontreinigingen welke door de provincie met spoed gesaneerd moeten worden. De locatie is op de lijst van locaties met potentiële historische bodemverontreiniging (HBB-bestand) geplaatst in verband met de voormalige bedrijfsactiviteiten, namelijk een houtbe- en verwerkende industrie en een ondergrondse HBO-tank. Uit het onderzoek blijkt dat de locatie sinds 1977 in gebruik is geweest als timmerfabriek met machinale houtbewerking. De ondergrondse brandstoftank Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
55
(5.000 liter) is in het verleden (1999) met KIWA-certificaat gereinigd en verwijderd. Ter plaatse is geen bodemonderzoek uitgevoerd. Door de SRE Milieudienst is geconcludeerd dat de locatie verdacht is op bodemverontreiniging met zware metalen, minerale olie, aromaten, PAK en VOCl’s. Door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is in 2017 voor het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1 bij deze toelichting. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen eigendomstransactie. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 3.000 m2 en is onderzocht als zijnde een onverdachte locatie op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Er zijn conform het voorstel van de SRE (rapport 2011) aanvullende peilbuizen geplaatst. Uit het onderzoek blijkt dat in de bodem zintuiglijk bijmengingen met bodemvreemde materialen zijn aangetroffen, namelijk bakstenen en puin. De puin, baksteen en zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met lood, zink, PAK en PCB (indicatief klasse industrie/wonen). De zintuiglijk schone ondergrond is niet verontreinigd, uitgezonderd een tweetal monsters welke afzonderlijk rond de grondwaterspiegel zijn onderzocht op VOCl (oplosmiddelen). De grond is licht verontreinigd met chloroform en 1,2-dichloorpropaan. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel, cadmium, koper, zink en minerale olie.
Door Lankelma wordt geconcludeerd dat er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmeringen zijn voor de geplande eigendomstransactie. Door Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is het uitgevoerde bodemonderzoek beoordeeld. Het bevoegd gezag heeft het volgende geconcludeerd: “Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan momenteel geen uitspraak gedaan worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie ‘Wonen’: 1. Het vermoeden dat er oplosmiddelen (VOCl, chloroform) in de bodem aanwezig zijn is met het onderzoek bevestigd. De oplosmiddelen zijn in boringen aan beide zijden (noord/zuid) van het pand aangetroffen. Het kan derhalve niet uitgesloten worden dat er onder het pand mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging met chloroform (bron). • Er dient een nader bodemonderzoek conform NTA5755 uitgevoerd te worden naar de aanwezigheid van VOCl’s in de bodem. Het bodemonderzoek dient uitgevoerd te worden ná sloop van de aanwezig panden.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
56
2. De locatie is verdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem (puin en drupzones van asbestverdachte daken). Op de locatie dient een verkennend onderzoek asbest in grond conform NEN5707 uitgevoerd te worden. Daarnaast dient de drupzone aanvullend onderzocht te worden op de aanwezigheid van PCB’s. De overige resultaten van het bodemonderzoek vormen geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging. Doorkijkend naar de aanvraag van een Omgevingsvergunning bouwen is het noodzakelijk om aanvullend een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uit te voeren ter plaatse van de te slopen bebouwing. Het huidige bodemonderzoek (2017) is daarnaast verouderd (maximale termijn is 5 jaar). Het bodemonderzoek dient uitgevoerd te worden ná sloop en vóór nieuwbouw, conform de bouwverordening Nuenen, Art. 2.1.5, lid 5.” Inmiddels heeft op de locatie sloop plaatsgehad, waardoor het benodigde actualiserende onderzoek kon worden uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 14) en kent de navolgende conclusies: “…”. De Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant heeft het onderzoek beoordeeld en heeft het navolgende geconcludeerd: “Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan met betrekking tot de bodem momenteel enkel onder voorwaarden ingestemd worden met de wijziging van het bestemmingsplan voor de locatie Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen.
De bodemkwaliteit op de locatie voldoet momenteel niet aan het gewenste bodemgebruik ‘Wonen’. Binnen het plangebied zijn meerdere bodemverontreinigingen met asbest aanwezig welke de interventiewaarde bodemkwaliteit overschrijdt. De bodemverontreinigingen bevinden zich ter plaatse van de voormalige regendrupzones. De bodem op het overige gedeelte van het plangebied is hoogstens licht verontreinigd met zware metalen, PAK en PCB. Het grondwater is (plaatselijk) sterk verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met barium, cadmium, koper, zink en minerale olie. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien zijn er belemmeringen met betrekking tot bodem voor de voorgenomen ontwikkeling. In de regels van het bestemmingsplan dient een voorwaardelijke verplichting opgenomen te worden tot het uitvoeren van een bodemsanering. De milieubelastende activiteit saneren van de bodem
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
57
(paragraaf 3.2.23 Bal) is van toepassing. De benodigde bodemsanering zal geen belemmering vormen voor de financiële uitvoerbaarheid van het plan.” De voorwaarde van de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant om in te kunnen stemmen met het planvoornemen is overgenomen. Zo is in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting in verband met de sanering van de bodemverontreiniging opgenomen. Er is met die reden geen belemmering om het bestemmingsplan vast te stellen. 4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.
Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
58
houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)
Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)
Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enzovoorts.
Consequenties Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de risicokaart. Hieronder is daarvan een uitsnede opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
59
Uit de risicokaart blijkt dat ten zuiden van het plangebied een BEVI-inrichting is gelegen. Het plangebied is niet binnen het invloedsgebied gelegen, waardoor dit geen belemmering vormt. Op circa 1,5 kilometer is de autoweg A270 gelegen. Deze weg maakt deel uit van de gemeentelijke en regionale hoofdinfrastructuur. Over deze weg vindt uitsluitend incidenteel vervoer van LPG en vloeibare brandstoffen naar tankstations plaats. De omvang van dit vervoer is echter zodanig beperkt, dat er geen sprake is van een 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico. Gezien de afstand is de berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk. Dit blijft ruim onder 10% van de oriëntatiewaarde. In de direct nabijheid van het plangebied liggen geen gasleidingen, hoogspanningsleidingen of routes van gevaarlijke transporten. Conclusie In de omgeving van het plangebied is geen sprake van opslag van gevaarlijke stoffen (welke vanwege de opslag vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)). Verder zijn geen invloedsgebieden van risicobronnen van toepassing. Het plangebied ligt niet nabij gevaarlijke transportroutes of buisleidingen. Ook levert de ontwikkeling in het plangebied geen gevaar op voor haar omgeving.
De toevoeging heeft geen negatieve gevolgen voor de benodigde inzet van hulpverleningsdiensten en voor de zelfredzaamheid van personen op het perceel of in de directe nabijheid. Derhalve zijn er geen belemmeringen te voorzien vanuit het omgevingsaspect externe veiligheid en is ook geen advies van de brandweer benodigd. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
60
4.7 Flora- en fauna
Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek.
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
61
Consequenties Soortbescherming Voor het planvoornemen is door Ecologica voor het onderdeel ‘soortbescherming’ van de Wet natuurbescherming een quikscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 toegevoegd aan deze toelichting en kent de navolgende conclusie en aanbevelingen. “In het plangebied en de directe omgeving komen verschillende beschermde soorten voor of deze worden verwacht. Dit heeft de volgende consequenties: • Aanvullend onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen aan woning met huisnummer 9, de bijhorende garage en de grote schuur conform het meest recente Vleermuisprotocol. Indien er ruimte is tussen de dakpannen aan de ‘knik’ bij woning met huisnummer 7 dient hier ook onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd te worden. • Bij werkzaamheden in het broedseizoen moet rekening gehouden worden met mogelijk broedende vogels in en rond de gebouwen en in de beplantingen in de tuinen. Het verwijderen van beplantingen dient te gebeuren buiten het broedseizoen, bij voorkeur in de herfst of vroege winter. • Voor de uitvoering van de werkzaamheden dient gewerkt te worden conform de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege. Indien het achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevraagd, worden maatregelen getroffen om de gevolgen te voorkomen, of zoveel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt. De zorgplicht geldt dus ook voor soorten zonder specifieke beschermingsstatus onder de Wet natuurbescherming.” Door de ODBN is de quickscan flora en fauna getoetst. Deze is akkoord bevonden. Geadviseerd wordt om de aanbevelingen op te volgen en een nader onderzoek naar vleermuizen uit te voeren. Dit is gebeurd. Er is door Ecologica een aanvullend vleermuizenonderzoek uitgevoerd. Hiervan heeft Ecologica een notitie opgesteld welke is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 9). Het onderzoek kent de navolgende conclusie: “Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld in de te slopen gebouwen. Mitigerende en compenserende maatregelen voor vleermuizen zijn niet nodig. Er is een rustplaats van kerkuil vastgesteld onder de overkapping welke verloren gaat door het slopen van de gebouwen. Er dienen daarvoor mitigerende maatregelen
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
62
genomen te worden. Indien dat niet kan, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.” Naar aanleiding van de constatering dat in het plangebied een rustplaats van een kerkuil aanwezig is, zijn door Ecologica mitigerende maatregelen voorgesteld en in samenwerking met de lokale kerkuilenwerkgroep uitgevoerd. Een en ander is verwoord in een notitie die is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 10). Samenvattend zijn in de notitie de navolgende mitgerende maatregel en conclusie opgenomen. De voorgestelde mitigatiemaatregel is om in de nabijheid van het plangebied als vervangende rustplaats één kerkuilenkast te plaatsen. Er is een plek gevonden dichtbij de rustplaats die verdwijnt, waar de kerkuilenkast reeds is geplaatst. Aangezien kerkuilen flexibel zijn in het wisselen van rustplaatsen, de vervangende rustplaats op korte afstand (ongeveer 15 meter) van de oorspronkelijke rustplaats wordt geplaatst en de oorspronkelijke rustplaats slechts sporadisch werd gebruik kan aangenomen worden dat de functionaliteit van de rustplaats is gewaarborgd door het plaatsen van één kerkuilenkast. Uit voorgaande blijkt dat geen sprake is van strijdigheden met de Wet natuurbescherming voor wat betreft het aspect soortbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op enige afstand van Natura 2000-gebieden. De afbeelding hieronder illustreert dit.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
63
In verband met stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zijn aeriusberekeningen uitgevoerd voor zowel de realisatie- als gebruiksfase. De berekeningen en bijbehorende notitie van de invoergegevens zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 3). Hieruit blijkt de navolgende conclusie. “Het plangebied ligt op circa 7 kilometer van het dichtstbij gelegen stikstofgevoelige Natura-2000-gebied (Strabrechtse Heide & Beuven). Uit de berekeningen volgt dat zowel door de realisatie- als de gebruiksfase van het planvoornemen geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in Nederland en binnen 25 kilometer in het buitenland. De AERIUS-berekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000gebied. Op basis van de AERIUS-resultaten hoeft er geen verder onderzoek naar stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen uitgevoerd te worden en is het niet nodig een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen.” Natuur Netwerk Brabant Het plangebied ligt op enige afstand van het Natuur Netwerk Brabant. Zie de afbeelding hieronder waarop dit zichtbaar is.
Negatieve effecten zijn daardoor op voorhand uit te lsuiten. Een NNBeffectentoets met compensatie zijn daarmee niet aan de orde.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
64
Houtopstanden Geen sprake is van de kap van bomen. De beschermingsregimes (Wnb, APV en BP) voor houtopstanden zijn daarmee niet aan de orde. Conclusies Flora en fauna vormt geen belemmering voor het initiatief. De ontwikkeling vormt geen belemmering voor eventueel aanwezige flora en fauna. 4.8 Kabels en leidingen
In de omgeving van het plangebied liggen allerlei kabels en leidingen, hier moet door de initiatiefnemer rekening mee gehouden worden bij de realisatie van het planvoornemen. Voorafgaand aan grondwerkzaamheden moet dit inzichtelijk worden gemaakt en moet dit in de civieltechnische uitwerking van de nieuwe situatie worden meegenomen via beschikbare ruimte voor het nutstracé. In het vigerende bestemmingsplan worden geen kabels- en leidingen beschermd, er liggen ook geen kabels en leidingen die via het bestemmingsplan moeten worden beschermd. 4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader De wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) is op 15 november 2007 in werking getreden. Het plan moet voldoen aan de eisen die daarin neergelegd zijn. Het gaat om het volgende: De luchtkwaliteit hoeft (artikel 5.16 Wet milieubeheer) geen belemmering te vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen als: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een plan of project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt; • een project per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) dat tevens voorziet in maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.
Concreet is in het Besluit NIBM vastgelegd in welke gevallen een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaald stof. Een ontwikkeling is NIBM als aannemelijk is gemaakt dat de ontwikkeling een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
65
stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die sowieso niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 1% op 500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 1.000 woningen worden gehanteerd. Op 15 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden die toeziet op het beschermen van bepaalde gevoelige groepen mensen (bijvoorbeeld kinderen, ouderen en zieken). De intentie van het Besluit gevoelige bestemmingen is dat bepaalde gebouwen (bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en verzorgingstehuizen) niet meer worden gebouwd in gebieden waar de normen worden overschreden.
Consequenties Plannen hebben pas een negatief effect op de luchtkwaliteit, zodra de verkeersgeneratie in geruime mate toeneemt. In onderhavig plangebied worden 3 grondgebonden woningen, 8 appartementen en een woonzorgcomplex met 33 appartementen inclusief bijbehorende voorzieningen zoals gezamenlijke huiskamers toegevoegd. Hiervoor geldt een verkeersaantrekkende werking van 112,8 verkeersbewegingen per etmaal. Dit aantal is ingegeven in de NIBM-tool die in 2008 door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil is ontwikkeld. De uitkomst is dat de grens voor ‘Niet In Betekenende Mate’ met dit aantal niet wordt overschreden. Zie de uitsnede van de ingevulde tool hieronder waaruit dit blijkt.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
66
Naast het effect van het project op de luchtkwaliteit is het ook van belang dat de toestand van de luchtkwaliteit in de bestaande (voorspelde) situatie geschikt is voor de nieuwe functie. Er moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Gekeken naar de voorspellingen voor PM10, PM2,5 en NO2 met behulp van de monitoringstool van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan de gestelde grens-/advieswaarden. Een uitsnede van de kaart ter hoogte van het plangebied (dichtstbijzijnde meetpunt is met rode cirkel omkaderd), een tabel met de van toepassing zijnde normen en een tabel met de ter plaatse geldende waarden zijn hieronder opgenomen.
In de tabel hieronder zijn de geldende jaargemiddelde grens- of advieswaarden weergegeven: Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
67
Stof NO2 PM10 PM 2,5
Norm 40ug/m3 jaargemiddelde grenswaarde 20ug/m3 jaargemiddelde advieswaarde WHO 20ug/m3j jaargemiddelde blootstellingsconcentratie indicatieve grenswaarde EU
In de tabel hieronder zijn de ter plaatse geldende waarden opgenomen: Stof
Grove waarde in plangebied:
PM2,5:
11 – 12 mg/m3;
Specifieke waarde meest nabij gelegen meetpunt zoals met rood omcirkeld op bovenstaande afbeelding: 10,68 mg/m3
PM10:
18 – 19 mg/m3;
17,74 mg/m3
NO2:
16 – 18 mg/m3.
14,61 mg/m3
Conclusie Onderhavige ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Ook is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. de jaargemiddelde concentraties voor stikstofioxide en fijnstof (NO2, PM10 en PM 2,5) ter plaatse liggen onder de betreffende grens-/advieswaarden en vormen daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. 4.10 Water
Beleidskader Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze waterparagraaf is tot stand gekomen met een werkwijze volgens de Handreiking Watertoets. Beleid Waterschap De Dommel
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024