Bp ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ - Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
68
Waterbeheerplan 'Waardevol Water' Waterschap de Dommel heeft op 29 september 2015 het Waterbeheerplan “Waardevol Water” vastgesteld. Dit strategisch document dat op 1 januari 2016 in werking getreden beschrijft de doelstellingen voor de periode 2016-2021 en op welke wijze zij die wil bereiken. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedbeheerplan de Dommel, het Nationaal en het Provinciaal Milieu- en Waterplan. Dit plan biedt ruimte voor initiatieven van derden en speelt in op kansen die zich in het waterschapgebied voordoen, waarbij de in het plan beschreven doelen leidend zijn. In de projecten zelf worden de doelen van het Waterbeheerplan uitgewerkt in concrete maatregelen. Het waterschap heeft de volgende uitgangspunten geformuleerd die richtinggevend zijn voor de plannen en oplossingen. 1. Beekdalbenadering: ook al zijn de verschillen tussen stad en buitengebied groot toch maken zij deel uit van hetzelfde beekdal waar logische natuurwetten gelden. Door dit beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan integraler en effectiever worden gewerkt. Wel is samenwerking met andere overheden, waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het buitgebied. 2. De gebruiker centraal: de omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt en de behoeften en belangen van de gebruikers veranderen continu.
Ook de waarde van water verandert mee en daarop moet worden ingespeeld. 3. Samen sterker: door samen te werken met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven en door samen oplossingen te zoeken en uitvoering te geven wordt het meest bereikt. Het waterschap wil daarin een inspirerende rol spelen en partijen daartoe de ruimte bieden. Door flexibel te zijn in de samenwerking met en rekening te houden met de inbreng en ideeën van andere partijen wordt de uitvoeringskracht versterkt. 4. Gezonde toekomst: ook toekomstige generaties moeten over voldoende, veilig en schoon water. Ook in de maatschappij is het streven naar duurzaamheid steeds actueler en de kringloopgedachte sluit hierop aan. Het waterschap ziet dit als een inspirerende uitdaging en wil mensen bewust maken van de waarde van water en het belang van een duurzaam gebruik ervan. Keur
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
69
De 'Keur’ bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunningverlening. Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen. Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen.
Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
70
Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die ervoor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd. Handreiking watertoets Voor het bepalen van de compensatie-opgave voor hemelwaterafvoer naar oppervlaktewater geldt dat 67 mm per m2 tijdelijk moet worden geborgen en alleen vertraagd mag worden afgevoerd. Deze compensatie-eis geldt vanaf 500 m2 nieuw verhard oppervlak.
Waterbeleid van de gemeente Nuenen c.a. Waterplan Nuenen In het Waterplan Nuenen c.a. is een aantal basisprincipes vastgelegd: - zo weinig mogelijk waterverontreiniging; - op natuurlijke wijze reinigen voordat het de beken en rivieren in stroomt als er toch waterverontreiniging voorkomt; - beken behoeden voor te grote toestroom van neerslag in korte tijd. Dit betekent dat binnen en in de directe nabijheid van de stad en de dorpen het (regen)water moet worden geïnfiltreerd en tijdelijk worden geborgen (vasthouden), uiteraard zonder te zorgen voor overlast of schade. Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente, waterschap en provincie is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Gemeentelijk Rioleringsplan Nuenen 2019-2023 De Wet milieubeheer (Wm) verplicht gemeenten een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) op te stellen. Het vGRP 2019–2023 is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft, met daaropvolgend een doorkijk (visie) voor de langere termijn. Naast
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
71
beleidsdoelstellingen en -kaders legt de gemeente in dit document vast hoe zij zorgdraagt voor behoud en verbetering van de riolering in brede zin. Verder zijn in het vGRP kosten en risico’s weergegeven. Daarnaast wordt aangegeven hoe financiële en personele middelen worden benut en wat hierbij de rol van de particulier en andere overheden is. Ook draagt dit vGRP bij aan de interne afstemming van de gemeentelijke zorgplichten met overige gemeentelijke beleidsvelden en taken. Het vGRP is een document dat dient voor een goede invulling van de gemeentelijke (water)zorgplichten in het algemeen en de voortgang- en kostenbewaking in het bijzonder. De gemeente Nuenen heeft doelen geformuleerd waarmee invulling wordt gegeven aan de wettelijk opgelegde watertaken. Deze doelen zijn als volgt geformuleerd: Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; 2. Inzameling, transport en of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; 3. Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt. 1.
Het bereiken van deze doelen staat voorop. Bij het bereiken van deze doelen verliest de gemeente de volgende aspecten echter niet uit het oog: • • • • •
doelmatigheid; zo min mogelijk overlast voor de omgeving; zo min mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu; waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken; rekeninghoudend met de klimaatveranderingen.
De gemeente draagt zorg voor het inzamelen en transporteren van al het stedelijk afvalwater dat vrijkomt binnen het grondgebied van Nuenen. Dit omvat al het huishoudelijk afvalwater, of een mengsel daarvan met bedrijfswater. Concreet betekent dit dat de gemeente zorgt voor de afvoer van dit water vanaf de erfgrens. Hiertoe houdt de gemeente een rioolstelsel in stand. Het afvalwater wordt door de gemeente overgedragen aan het waterschap. Het waterschap zorgt voor de verdere afvoer naar de rioolwaterzuivering alwaar het water wordt gezuiverd. De gemeente hecht waarde aan de grootte van de afvalwaterstroom te beperken door afvalwater en regenwater gescheiden in te zamelen. Ook stelt zij zich tot doel foutieve aansluitingen op te sporen en op te heffen.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
72
De gemeente zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, als dit doelmatig is en redelijkerwijs niet van particulieren kan worden verwacht dat zij het hemelwater zelf verwerken. In landelijk gebied zijn voldoende mogelijkheden voor particulieren om het hemelwater in de bodem of naar oppervlaktewater te brengen. De gemeente verwacht dit ook van bewoners. De gemeente ziet het als haar taak maatregelen te nemen tegen grondwateroverlast als er sprake is van structureel nadelige gevolgen en deze maatregelen doelmatig zijn. De gemeente vindt het daarbij van belang dat er in ieder geval sprake is van gezondheidsklachten, schade, waardedaling en of aanzienlijke beperking van het woongenot. Het beheer en onderhoud van het stedelijk oppervlaktewater is in de afgelopen planperiode overgedragen aan het waterschap. Naast permanent zichtbaar water onderhoudt de gemeente de sloten, wadi’s en greppels. De sloten hebben een waterafvoerende functie. Wadi’s hebben als doel neerslag afkomstig van de gescheiden rioolstelsel tijdelijk te bergen en vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater of in de bodem. De greppels, feitelijk droogvallende watergangen, spelen naast de sloten een belangrijke rol in de afvoer van overtollige neerslag. Sloten die van groot belang zijn voor de waterafvoer zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap.
De gemeente beschouwt een goede communicatie als een wezenlijk onderdeel van haar zorgtaak. Zij maakt daarbij onderscheid in communicatie met burgers (waaronder bedrijven), communicatie met de waterpartners en communicatie met betrekking tot calamiteiten. Aan communicatie wordt op verschillende manieren vormgegeven. Verder is in het beleid ingegaan op hoe de financiële en personele middelen worden benut. Hydrologisch neutraal ontwikkelen Bij nieuwbouw is de eis dat hydrologisch neutraal wordt gebouwd. Dit houdt in, dat regenwater zo veel mogelijk binnen of in de nabijheid van het plangebied moet worden vastgehouden. Hiertoe wordt een regenwaterriool aangelegd met zo nodig aanvullende voorzieningen. Volgorde bij Hydrologisch neutraal ontwikkelen: - Opnieuw gebruiken - Vasthouden / in laten trekken in de grond - Water bergen - Afvoeren naar sloten of rivieren Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
73
- Afvoeren naar een riool. Consequenties Door Landslide milieu-adviesbureau is een waterhuishoudkundig plan en infiltratieonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 6) en kent de navolgende conclusies en aanbevelingen: Na sloop van de bestaande bebouwing en realisatie van de beoogde nieuwbouw is sprake van een toename van het verhard oppervlak met 415 m2. Omdat de parkeervoorzieningen en wandelpaden, met een gezamenlijk oppervlak van 533 m2, zodanig worden aangelegd dat het hemelwater binnen het projectgebied wordt opgevangen en geïnfiltreerd, is geen sprake meer van een toename van het verhard oppervlak. Dat geldt ook als de 3 parkeervakken aan de straatzijde (samen 38 m2) eventueel met reguliere (klinker)verharding worden uitgevoerd. Uit het uitgevoerde infiltratieonderzoek volgt verder, dat de bodem redelijk tot zeer goed waterdoorlatend is en infiltratie niet tot wateroverlast leidt. Uit dit onderzoek blijkt verder dat sprake is van een relatief diepe grondwaterstand (> 2 m-mv) die voor infiltratie in de onverzadigde zone geen belemmering vormt. Het hemelwater afkomstig van verharde oppervlak mag conform de waterschapseisen - omdat het minder dan 500 m2 bedraagt - net als in de huidige situatie naar het riool worden afgevoerd. De gemeente streeft echter hemelwaterneutraal ontwikkelen na.
Met die reden en in het kader van de condities in het plangebied (waterdoorlatendheid en GHG) wordt op eigen terrein een infiltratieriool aangelegd, welke op het gemeentelijk rioolstelsel wordt aangesloten. Hierdoor zal alleen bij langdurige hevige regenval hemelwater afgevoerd wordt op het gemeentelijk rioolstelsel. Voor de aansluiting van dit infiltratieriool op het gemeentelijk rioolstelsel kunnen de bestaande aansluitingen gebruikt worden. Om te anticiperen op een eventuele toekomstige aanpassing van het gemeentelijke rioolstelsel, moet gescheiden op de perceelsgrens worden aangeboden. Dit maakt het mogelijk om de regenwaterafvoer later alsnog relatief eenvoudig op een separaat hemelwaterriool aan te sluiten. “ Uit het waterhuishoudkundig plan blijkt dat het planvoornemen binnen het beleid van het waterschap en de gemeente uitvoerbaar is voor wat betreft het asepct ‘hemelwater’.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
74
Het vuilwater kan niet zonder meer wordt aangesloten op de bestaande riolering, de huidige aansluiting is ongeschikt voor de toename van bebouwing. In het plan moet daarom rekening gehouden worden met de aanleg van een gescheiden rioolstelsel. Hiervan is de initiatiefnemer op de hoogte en hiervoor treft hij maatregelen. Het planvoornemen is met die reden uitvoerbaar voor wat betreft het aspect ‘vuilwater’. De conclusie is dat het plan kan worden gerealiseerd binnen de gestelde kaders en water – mits uitvoering wordt gegeven aan de aanbevelingen en randvoorwaarden - geen belemmering vormt voor het initiatief. 4.11
Industriële geurhinder Beleidskader
Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniek-principe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Daarnaast is in het kader van geur ook de Activiteitenregeling milieubeheer van toepassing. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Nuenen heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Consequenties In het plangebied worden geurgevoelige functies toegevoegd (woningen). Voor de toevoeging van de geurgevoelige functies in het plangebied is het van belang dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiervoor wordt de geur die door omliggende bedrijven wordt uitgestoten bekeken.
Geen sprake is van omliggende bedrijvigheid die geurhinder veroorzaakt in het plangebied. Voor de motivatie wordt verwezen naar paragraaf 4.4 Bedrijven en Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
75
milieuzonering van deze toelichting.
4.12
Geurhinder in verband met veehouderijen
Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat in het plangebied een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. Door de gemeenteraad is een gebiedsvisie en geurverordening vastgesteld. Consequenties Rondom het plangebied zijn geen veehouderijen met dieren waarvoor vaste afstanden of geuremissiefactoren gelden gelegen die geurhinder veroorzaken die belemmerend is voor de geurgevoelige functies in het plangebied. In het plangebied is naar verwachting dan ook sprake van een aanvaardbare geursituatie en het planvoornemen is niet belemmerend voor veehouderijen. De ODZOB heeft de achtergrondbelasting voor de provincie Noord-Brabant op een kaart in beeld gebracht.
Een uitsnede van de kaart ter hoogte van het plangebied (blauwe cirkel) is hieronder weergegeven. Hierop is zichtbaar dat voor wat betreft de cumulatieve geurhinder in het plangebied sprake is van de classificatie ‘zeer goed’. Het woon- en leefklimaat ter plaatse is aanvaardbaar.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
76
Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat in het plangebied geen geurhinder is te verwachten. Ten aanzien van geur is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De omliggende veehouderijen worden ook niet in hun bedrijfvoering of hun toekomstige ontwikkeling belemmerd. 4.13
Volksgezondheid
Beleidskader Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In dit bestemmingsplan zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Consequenties Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn geen geitenhouderijen aanwezig.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
77
Pluimvee- en varkenshouderijen Binnen 1 km van het plangebied zijn geen pluimveehouderijen gelegen. Het plangebied is niet binnen 250 meter van overige veehouderijen gelegen. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waarbij mogelijk sprake is van een spuitzone. Advisering GGD De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Het stappenplan kan worden gebruikt bij het afgeven van milieuvergunningen. Het stappenplan kan ook gebruikt worden voor bestemmingsplannen. Als er meerdere ‘ja’s’ uit volgen is het een overweging om bij de GGD een advies aan te vragen om de cumulatie te bespreken. Stap 1 In deze stap moet beoordeeld worden of de ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. Het gaat daarbij om varkens- en pluimveehouderijen, waarvoor respectievelijk een afstand van circa 200 en 500 meter geldt. Binnen deze afstanden laten de metingen en berekeningen zien dat overschrijding van de door de Gezondheidsraad gegeven advieswaarde van 30 EU/m3 mogelijk is, als een ontwikkeling buiten deze afstanden zijn gelegen is het aannemelijk dat de waarde van 30 EU/m3 niet wordt overschreden. Binnen 200 meter van het plangebied ligt geen varkenshouderij.
Binnen 500 meter van het plangebied is geen sprake van een pluimveehouderij. Uit bovenstaande blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richtafstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 2. Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a In deze stap moet getoetst worden of in het plangebied voldaan wordt aan het wettelijke kader voor geurhinder. In paragraaf 4.12 is het aspect geurhinder afkomstig van veehouderijen getoetst. Hieruit blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. het wettelijk kader voor geur. GGDadvies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3b.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
78
Stap 3b In deze stap moet getoetst worden of in het plangebied voldaan wordt aan de gezondheidskundige advieswaarde voor geurhinder. Het gaat in onderhavige situatie dan om een voorgrondbelasting van 2 OU/m3 en een achtergrondbelasting van 5 OU/m3. Voor veehouderijen waar dieren waarvoor een vaste afstand geldt, moet voldaan kunnen worden aan een afstand van 100 meter. Omdat er geen veehouderijen in de directe omgeving liggen, is het aannemelijk dat wordt voldaan aan de geurnorm. Ook aan de vaste afstand wordt voldaan. Uit paragraaf 4.12 blijkt dat ook aan de achtergrondbelasting van 5 OU/m3 wordt voldaan. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. de gezondheidskundige advieswaarde v.w.b. de voorgrondbelasting, achtergrondbelasting en de vaste afstand. GGD-advies is niet aan de orde. Ga verder naar stap 4. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. GGDadvies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen geitenhouderij gelegen. Binnen een afstand van 250 meter van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen varkenshouderij gelegen. GGD-advies is niet aan de orde.
Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 7 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Dit leidt niet tot GGD-advies. Er zijn geen aspecten die zorgen voor de belemmering van de volksgezondheid in het plangebied.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
79
4.14
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Beleidskader De m.e.r.-regelgeving is bedoeld om de milieuaspecten in een vroeg stadium, integraal en compleet in de plan- en besluitvorming mee te nemen. Centraal in de m.e.r.-procedure staat het milieueffectrapport waarin alle milieuaspecten voor minimaal één alternatief geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Een dergelijke procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan vaststaat dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze paragraaf is getoetst of sprake is van een m.e.r.(beoordelings)plicht. De te beoordelen activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Naast de directe plicht tot een dergelijke procedure zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient - als ze boven de drempelwaarde uitkomen - een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Sinds 16 mei 2017 moet voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. beoordeeld worden of een m.e.r. –procedure noodzakelijk is.
Ook in geval ruimtelijke ontwikkelingen onder de drempelwaarden blijven. Consequenties
De voorliggende ontwikkeling is qua aard en omvang niet te vergelijken met de projecten die in lijst C ‘Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage verplicht is’ zijn opgesomd. In de drempelwaardenlijst wordt onder het geval D11.2 genoemd: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft : • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het realiseren van 41 woningen valt onder een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in ca-tegorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Het aantal woningen ligt echter ruim onder de drempel-waarde van 2.000 woningen. De voorgestane ontwikkeling binnen het
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
80
plangebied past aldus ruimschoots binnen de genoemde drempelwaarden. Op grond daarvan is dus geen m.e.r. beoordeling nodig. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r wordt benoemd wat onder een gevoelig gebied wordt verstaan: gebieden die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Zoals hiervoor beschreven is het plangebied niet in een dergelijk gebied gelegen en is het dusdanig ver verwijderd van de Ecologische Hoofdstructuur, een Vogel- of Habitatrichtlijngebied of overig beschermd natuurgebied dat van externe werking geen sprake is.
Om te beoordelen of een m.e.r. noodzakelijk is, is een vormvrije m.e.r.beoordeling uitgevoerd, welke is bijgevoegd bij de toelichting van dit bestemmingsplan (bijlage 4). Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kent de navolgende conclusie: “Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Op grond van het ontbreken van belangrijke nadelige milieugevolgen en met het treffen van passende maatregelen (o.a. al in het kader van het bestemmingsplan), is de conclusie gerechtvaardigd dat “belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten” en dat een volledige m.e.r.-procedure, en daarmee het opstellen van een m.e.r., niet nodig is.”
Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat negatieve effecten voor het milieu zijn uit te sluiten. Een m.e.r. is niet noodzakelijk. De beslissing op de vormvrije m.e.r.-beoordeling is voorafgaand aan het vrijgeven van het ontwerpbestemmingsplan genomen. 4.15
Bezonningsstudie
Beleidskader Om te onderzoeken of sprake is van een aanvaardbare situatie voor omliggende objecten in nabijheid van plangebied, is een schaduwstudie uitgevoerd welke als bijlage bij deze toelichting is gevoegd (bijlage 15). Aan de hand van het onderzoek is bepaald wat de effecten zijn van de nieuwe woning op de omliggende bebouwing door middel van 3D-studies (schaduwsimulatie). Getoetst wordt aan de ‘lichte TNO-norm (ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam). De resultaten en conclusie van het onderzoek is hieronder opgenomen. Consequenties
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
81
Uit de schaduwsimulatie blijkt dat de meeste schaduwval in oktober optreedt (equivalent: februari), omdat op dit moment de laagste zonnestand aan de orde is met de daarbij horende maatgevende schaduwval. Op dat moment is geen sprake van gevels die ten gevolge van het bouwplan minder dan 2 uur direct zonlicht per etmaal ontvangen. Op basis hiervan kan vastgesteld worden dat aan de lichte TNO-norm wordt voldaan. Verder onderzoek naar zonlichttoetreding is niet nodig. Er is geen sprake van een nadelig effect wat leidt tot een onaanvaardbaar woonen leefklimaat. Het minimale aantal bezonningsuren is gewaarborgd.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
82
5
Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen
In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. De juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit de toelichting, de regels en de verbeelding. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De toelichting De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en regels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake afwijkingen. De regels De regels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 5.2 Toelichting op de regels
De indeling van de regels is als volgt: • • • •
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 4: Overgangsregels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
83
In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingen Artikel 3 Groen De openbare verblijfsruimte heeft deze bestemming gekregen, omdat hiervoor een groen karakter is voorzien. Artikel 4 Maatschappelijk Deze bestemming is opgenomen voor het woonzorgcomplex. Met een aanduiding is geregeld dat 33 zorgappartementen kunnen worden gerealiseerd. Artikel 5 Verkeer – Verblijfsgebied Deze bestemming is voorzien voor de toegangsweg en het parkeerterrein in het zuiden van het plangebied. Artikel 6 Wonen Het wonen in het plangebied heeft de bestemming ‘Wonen’ gekregen. Er is sprake van 2 bestemmingsvlakken. Binnen het ene bestemmingsvlak zijn drie aaneengebouwde woningen mogelijk en binnen het andere bestemmingsvlak 8 woningen in gestapelde vorm. Artikel 7 Waarde – Archeologie middelhoog Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van eventueel in de bodem aanwezige archeologische waarden. Artikel 8 Waarde – Archeologie waardevol Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van eventueel in de bodem aanwezige archeologische waarden. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelbepaling Dit artikel bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot.
De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 10 Algemene bouwregels In dit artikel staan de bouwregels die algemeen gelden. Er zijn regels opgenomen over ondergronds bouwen en dakkapellen. Artikel 11 Algemene gebruiksregels
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
84
In dit artikel staan de gebruiksregels die algemeen gelden. Er zijn regels opgenomen over verboden gebruik in het algemeen en diverse voorwaardelijke verplichtingen i.v.m. archeologisch onderzoek, bodemonderzoek en hemelwaterberging. Artikel 12 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de algemene aanduidingsregels opgenomen. In onderhavige situatie gaat het om een vrijwaringszone in verband met het naastgelegen beschermde dorpsgezicht. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de ‘Algemene afwijkingsregels’ opgenomen. Het gaat specifiek om de afwijkingsregel om 10% van in de regels opgenomen minimale en maximale maten af te wijken. Artikel 14 Overige regels In dit artikel zijn regels opgenomen over onderwerpen die op andere plekken niet zijn geregeld. Specifiek gaan de regels over de verwijzing naar andere wettelijke regelingen, voorrangsregels en regels over parkeren en laden en lossen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht In dit artikel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen.
Artikel 16 Slotregel In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
85
6
Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Naast de kosten voor de aankoop van de grond en realisatie van onderhavig plan draagt de initiatiefnemer ook zorg voor de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de plannen, zoals ambtelijke kosten voor het doorlopen en begeleiden van de ruimtelijke procedure, bijdragen aan het fonds sociale woningbouw en fonds bovenwijkse voorzieningen. Maar ook voor het opstellen van het bestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarvan bovenstaande onderdeel is en waarin ook planschadeverhaal is opgenomen. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is.
6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid
De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld. De wet regelt bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg wordt ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. De gemeente Nuenen kan er conform de gemeentelijke verordening voor kiezen om via de terinzagelegging van een voorontwerpbestemmingsplan in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken. Hiervoor is door de gemeente Nuenen aangaande dit plan niet gekozen, omdat er uitgebreid met de omgeving in gesprek is geweest. In oktober 2023 heeft een brede omgevingsdialoog plaatsgehad (zie bijlage 13 voor het verslag). Voorafgaand daaraan is ook divers overleg geweest tussen de initiatiefnemers en de omgeving. Archipel heeft bij alle direct omwonenden persoonlijk het plan toegelicht. De woningbouwvereniging die aan de oostzijde van het plangebied grenst is met de architect in gesprek geweest, zij hebben ook afspraken gemaakt met betrekking tot het gebruik van de gezamenlijke oprit.
Verder zijn de direct omwonenden en het kerkbestuur bij drie TRK vergaderingen aanwezig geweest. Zij hebben input gegeven en zijn op diverse punten gehoord. Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
86
De eerste terinzagelegging van dit bestemmingsplan is als ontwerp geweest, dat gedurende zes weken voor iedereen ter visie heeft gelegen en waarop in die periode bij de gemeenteraad twee zienswijzen zijn ingediend. De zienswijzen zijn via de nota van zienswijzen beantwoord, welke als bijlage 15 bij deze toelichting is gevoegd. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn enkele aanvullingen en wijzigingen aan het bestemmingsplan gedaan: - Er is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd, dit onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 14) en paragraaf 4.5 van de toelichting is hierop aangepast. Ook heeft dit geleid tot de aanpassing van artikel 11.5 van de regels. - De eerder uitgevoerde zonnestudie, welke niet was bijgevoegd bij het ontwerpbestemmingsplan, is toegevoegd als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan (bijlage 15).
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
87
7
Bijlagen Bijlage 1 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2 – Quickscan flora en fauna Bijlage 3 – Aeriusberekeningen Bijlage 4 - vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 5 – Historisch bodemonderzoek Bijlage 6 – Waterhuishoudkundige plan en infiltratieonderzoek Bijlage 7 - Ingevulde parkeervraagcalculator CROW Bijlage 8 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 9 – Nader onderzoek vleermuizen Bijlage 10 – Mitigatieplan Kerkuil Bijlage 11 – Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 12 – Programma van Eisen Bijlage 13 - Verslaglegging omgevingsdialoog Bijlage 14 – Actualiserend bodemonderzoek Bijlage 15 – Schaduwstudie Bijlage 16 – Nota van zienswijzen Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11 Nuenen
Bestemmingsplan ‘Pastoor Aldenhuijsenstraat 7-11, Nuenen’ – 1 mei 2024
88