Bp herziening Buitengebied, Nieuwe Dijk 1 en 1b - Toelichting
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
30
c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Het voorgenomen bedrijf is passend binnen de overwegende woon- en werk omgeving aan huis. Het betreft een klein bedrijf, waarbij de werkzaamheden voornamelijk buiten de inrichting plaatsvinden. Binnen de inrichting bevindt zich geen verkoopruimte. Onderdeel c is niet van toepassing. Zoals uit de toelichting over artikel 3.73 lid 1 onder a staat vermeld betreft het een kleinschalige ontwikkeling.
3.2.3 Omgevingsverordening Noord-Brabant Alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving staan bij elkaar in de Omgevingsverordening. Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast de omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. De Omgevingsverordening Noord-Brabant treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking, naar verwachting per 1 januari 2024. In de Omgevingsverordening staan regels voor: •
•
Burgers en bedrijven. Dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om bepaalde activiteiten te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid. Dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de huidige regels in de Interim omgevingsverordening gehanteerd als uitgangspunt. Daarnaast zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd. Totdat de Omgevingsverordening in werking treedt, geldt de Interim omgevingsverordening. In de Interim omgevingsverordening zijn al veel wijzigingen vanuit de Omgevingsvisie doorgevoerd. Nu de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld, stellen Gedeputeerde Staten voor om een aantal urgente onderwerpen die in de Omgevingsverordening zijn opgenomen, alvast via een wijziging van de Interim omgevingsverordening in werking te laten treden. Deze wijzigingsverordening trad 1 oktober 2022 in werking. Het plangebied is gelegen in verschillende omgevingsgebieden. In de Omgevingsverordening zijn de eerdere reconstructieplannen van de provincie Noord-Brabant ondergebracht. De Omgevingsverordening is een overkoepelend plan. De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders van de Omgevingsverordening. Wel zijn er met betrekking tot het wijzigen van de bestemming nadere regels opgenomen, waarna hierna nader op wordt ingegaan.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
31
3.2.3.1 Algemene artikelen Voor Nieuwe Dijk 1 zijn volgens de Omgevingsverordening verschillende werkingsgebieden van toepassing, echter zijn er maar enkele relevant. In paragraaf 3.2.3.2 zal er worden ingegaan op de rechtstreeks werkende regels die relevant zijn voor de huidige locatie. Hieronder een toelichting van de werkingsgebieden die van toepassing zijn, maar niet relevant zijn. •
Attentiezone waterhuishouding – Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden Binnen de inrichting zal er geen grondwater onttrokken worden ten behoeve van bodemenergiesysteem, waardoor dit artikel niet relevant is.
•
Landelijk gebied – Rechtstreeks werkende regels: landbouw Bijbehorende regels hebben betrekking op geitenhouderij en zorgvuldige veehouderij. In de beoogde situatie vindt er geen veehouderij plaats binnen het plangebied.
•
Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied Bijbehorende artikelen zijn niet relevant omdat het plangebied zich buiten stedelijk gebied bevindt en de bebouwing en erfverharding afneemt. Er is voldoende ruimte om het water binnen het plangebied te laten infiltreren. De verwachting is dat er geen extra maatregelen getroffen dienen te worden om de kans op overstromingsgevaar te verminderen.
•
Stalderingsgebied – Rechtstreeks werkende regels: landbouw Beoogde ontwikkeling ziet niet op het uitbreiden of saneren van de bestaande veehouderij ten behoeve van de uitbreiding van een veehouderij binnen het stalderingsgebied.
3.2.3.2 Relevante artikelen van de Omgevingsverordening Hierna zijn de regels uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant (kortweg: omgevingsverordening) overgenomen met daarbij verwoord wat de situatie voor de beoogde ontwikkeling (hoveniersbedrijf + opslag) aan de Nieuwe Dijk 1 en 1b te Nuenen is ten opzichte van de gestelde regels. In artikel 5.7 t/m 5.10 zijn basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen. In artikel 5.43 en 5.46 zijn regels opgenomen voor een omgevingsplan in een gebied met Aardkundige en Groenblauwe waarden. In artikel 5.78 zijn regels opgenomen voor het vestigen van niet-agrarische functie in het landelijk gebied. In artikel 5.11 en 5.12 zijn regels opgenomen voor de kwaliteitsverbetering van het landschap en de ontwikkelingsrichting van het gebied. Paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1 Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Ter plaatse van het plangebied zal de omgevingskwaliteit in de toekomstige situatie toenemen. Door beëindiging van de veehouderij-tak, zullen geuremissies en de stikstofdepositie afnemen. De achtergrondbelasting zal hierdoor ook afnemen, waardoor het woon- en leefklimaat verbeterd wordt.
Door de sloop van de stallen en het landschappelijke inpassen van het bouwblok zal de
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
32
omgevingskwaliteit verbeterd worden. Ook de bijdrage aan de opgave tot realisatie van het Natuur Netwerk Brabant gerealiseerd nabij Heerendonk komt de omgevingskwaliteit ten goede. Lid 2 Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: d. zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 5.8; Zie het gestelde onder 5.8. e. de lagenbenadering, bedoeld in artikel 5.9; en Zie het gestelde onder 5.9. f.
meerwaardecreatie als bedoeld in artikel 5.10. Zie het gestelde onder 5.10.
Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: d. een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag; De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand bouwblok. Het bouwblok wordt bovendien in de toekomstige situatie verkleind. e. bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving; Niet van toepassing. f.
gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel; en De bebouwing zal grotendeels op dezelfde plaats blijven als in de huidige situatie. Enkel de nieuwbouw loods ten behoeve van het hoveniersbedrijf zal worden herbouwd waarbij het grotendeels gesitueerd wordt ter plaatse van huidige bebouwing. De bebouwing vindt plaats binnen het bouwvlak.
g. splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. Niet van toepassing. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1 Het toepassen van de lagenbenadering biedt inzicht in: a. welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd; en b. hoe negatieve effecten worden voorkomen.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
33
Binnen het plangebied geldt op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Nuenen een hoge archeologische verwachting met esdek, een lage archeologische verwachting, en een gebied van archeologische waarde. Ter plaatse van het gebied van archeologische waarde worden geen bodemwerkzaamheden uitgevoerd. De nieuw te bouwen loods vindt voor een groot gedeelte plaats in geroerde grond waardoor het uitvoeren van archeologisch onderzoek niet vereist is. Zie hiervoor ook paragraaf 4.4. Als tijdens de werkzaamheden een zogenoemde toevalsvondst gedaan wordt, wordt dit gemeld. Het is niet de verwachting dat archeologische waarden worden geschonden. Het plangebied ligt volledig binnen het aardkundig waardevol gebied ‘Dommel, Vresselsche Bosch, Breugelse Beemden, Nuenens Broek’. Beoogde ontwikkeling voorziet in natuurontwikkeling in het Dommeldal. Het gebied herstelt de aardkundige waarden en kenmerken in het beekdal. De erfverharding ter plaatse van het plangebied zal afnemen, waardoor er meer ruimte is voor infiltratie van hemelwater binnen het plangebied. De waterhuishoudkundige situatie zal in de toekomstige situatie verbeteren. Het plan ligt niet binnen het natuurnetwerk. Het plan ligt op circa 9,6 km van het N2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven.
Doordat de stikstofdepositie in de beoogde situatie zal afnemen ten opzichte van de vigerende situatie is de verwachting dat er geen negatieve effecten zullen optreden op het N2000-gebied. De infrastructuur ter plaatse en in de omgeving van het plangebied zal ook niet wijzigen. Wel zal de ontsluiting van en naar het plangebied wijzigen (zie paragraaf 4.2). Dit heeft geen onevenredig effect op de omgeving. Het aantal verkeersbewegingen zullen beperkt toenemen. De omgeving zal hiervan geen onevenredige hinder ondervinden. De bovenste laag vormt ook geen belemmering voor beoogde ontwikkeling. De verwachting is dat de ontwikkeling ook geen negatieve effecten heeft op de bovenste laag. Het plangebied is gelegen in cultuurhistorisch waardevol gebied (zie paragraaf 4.5). Binnen het plangebied zijn echter geen gebouwen of elementen aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de cultuurhistorische waarden. De toekomstige omvang van de functie en bebouwing is passend in de omgeving. Het bouwvlak van Nieuwe Dijk 1 is wordt verkleind en is van vergelijkbare omvang met bedrijven in de omgeving. Uit paragraaf 5.5 blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot negatieve effecten op functies in de omgeving. De ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven in de omgeving worden niet belemmerd door beoogde ontwikkeling.
Beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 4.1, 4.4 en hoofdstuk 5 van deze toelichting. Er kan dus gesproken worden van een toekomstbestendige en duurzame invulling van de locatie. Lid 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende lagen onderscheiden: d. de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; e. de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; en f. de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing , de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving .
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
34
Lid 3 Bij het actief benutten van de factor tijd wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde van de lagen, het verleden, de onomkeerbaarheid van optredende effecten op de lagen door de gewenste ontwikkeling en de toekomstwaarde van de ontwikkeling vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: c. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren; en d. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Door sloop van de stallen, het landschappelijk inpassen van het plangebied, en de bijdrage aan de opgave tot realisatie van het Natuur Netwerk Brabant nabij Heerendonk zal de omgevingskwaliteit ter plaatse van het plangebied versterkt worden. Het slopen van leegstaande (agrarische) bebouwing is een sociaalmaatschappelijk gewenste opgave. De landschappelijke inpassing en de bijdrage aan de opgave tot realisatie van het Natuur Netwerk Brabant nabij Heerendonk komt bovendien de ecologische waarden ten goede. De omgevingskwaliteit ter plaatse van het plangebied wordt dus versterkt.
Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Beoogde ontwikkeling gaat gepaard met sloop van overtollige bebouwing, een landschappelijke inpassing en het inzetten van een landbouwperceel ten behoeve van natuurontwikkeling. Lid 2 Het omgevingsplan onderbouwt dat de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied, bedoeld in artikel 5.12, en dat de uitvoering is geborgd door:
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
35
a. financiële, juridische en feitelijke vastlegging in het plan; of b. nakoming van de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 7.2 Regionaal samenwerken. De gevraagde landschappelijke inpassing is op basis van de ‘Landschapsinvesteringsregeling gemeente Nuenen 2020’ in overleg met gemeente vastgelegd wordt geborgd in de planregels, verbeelding en de anterieure overeenkomst. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing ; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant; of g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Er wordt voldaan aan het gestelde onder a, b, d, e en f. Artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting Lid 1 Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied.
Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in paragraaf 5.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; Volgens de Omgevingsvisie Nuenen ligt het plangebied in het lichtgroene hart. Uit de Omgevingsvisie Nuenen blijkt dat de gemeente in het lichtgroene hart ruimte biedt voor nieuwe functies op voormalige agrarische locaties. De beoogde activiteit en functie past binnen de omgeving. b. welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in afdeling 5.2 , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; In deze toelichting worden de effecten op bovengenoemde waarden besproken, waaruit blijkt dat er geen negatieve effecten van de ontwikkeling zijn op andere aspecten. c. op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap;
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
36
De omgevingskwaliteit wordt verbeterd door sloop van overtollige bebouwing, landschappelijke inpassing en het inzetten van een landbouwperceel ten behoeve van natuurontwikkeling. d. op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. Er wordt een sloopmelding gedaan voorafgaand aan de sloop van de overtollige bebouwing. De sloop is een voorwaarde om de bedrijfsloods te realiseren.
Paragraaf 3.2.4 Aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden Artikel 3.28 Aardkundige waarden Een omgevingsplan van toepassing op Aardkundige waarden: a.
is mede gericht op het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden en kenmerken zoals beschreven in de Aardkundig waardevolle gebiedenkaart NoordBrabant ; Op basis van de Aardkundig waardevolle gebiedenkaart bevindt het plangebied zich in het Aardkundig waardevol gebied ‘Dommel, Vresselsche Bosch, Breugelse Beemden, Nuenens Broek’. Beoogde ontwikkeling voorziet in natuurontwikkeling in het Dommeldal. Het gebied versterkt de aardkundige waarden en kenmerken in het beekdal, daar waar landbouwgrond extensiveert en wordt teruggegeven aan de natuur. Dit geeft ruimte aan de natuurlijke meandering van de Dommel. b. stelt regels ter bescherming van de aardkundige waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden bij bodemverstorende activiteiten; en In de Aardkundig waardevolle gebiedenkaart zijn aanwijzingen voor beschermregels in bestemmingsplannen opgenomen. Beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de aanwijzingen uit de kaart. De bebouwing op het plangebied zal in de toekomstige situatie afnemen. De nieuw te realiseren loods wordt geplaatst op de locatie van bestaande bebouwing. De bouw gaat niet ten koste van kenmerkende landschapsstructuren en zichtrelaties. c. houdt bij de toedeling van functies en activiteiten rekening met de aanwezige aardkundige waarden en kenmerken en betrekt daarbij de mogelijkheden om die waarden te versterken.
De aardkundige waarden in het natuurontwikkelingsgebied zullen versterkt worden doordat de landbouwgrond wordt teruggegeven aan de natuur. Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden Een omgevingsplan van toepassing op Cultuurhistorische waarden: a. is mede gericht op het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; Het plangebied ligt op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart binnen verschillende regio’s en landschappen die cultuurhistorisch van belang zijn. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of elementen. Door landbouwgrond terug te geven aan de natuur worden de landschapswaarden versterkt. Het aspect cultuurhistorie staat beoogde ontwikkeling niet in de weg, zie ook paragraaf 4.5 van de toelichting.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
37
b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden en bebouwing; en Zie paragraaf 4.5 van de toelichting. c. houdt bij de toedeling van functies en activiteiten rekening met de aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerken en betrekt daarbij de mogelijkheden om die waarden te versterken. Zie paragraaf 4.5 van de toelichting. Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Een omgevingsplan van toepassing op Groenblauwe waarden : a. strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken , biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken; Het oppervlakte aan verharding zal afnemen. Hierdoor zal de waterhuishoudkundige situatie verbeteren. Met dit bestemmingsplan wordt de mogelijkheid tot het doorzetten van een agrarisch bedrijf definitief beëindigt en wordt een nieuwe invulling gevonden voor het plangebied. De afname aan (stikstof)emissies, sloop van bebouwing en het landschappelijk inpassen van de locatie draagt bij aan het versterken van de ecologische waarden en de biodiversiteit in en rond het plangebied. Daarnaast wordt landbouwgrond ingezet voor natuurontwikkeling in het beekdal van de Dommel. b.
bevat een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; Genoemde waarden worden besproken in deze ruimtelijke onderbouwing. c. stelt regels ter bescherming van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; en Bescherming van de waarden en kenmerken van het gebied wordt geborgd in de planregels. d. bepaalt dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat met een positieve bijdrage aan het versterken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. Door het slopen van bebouwing, toevoegen van landschapselementen binnen het plangebied en het teruggeven van circa 8.991 m2 landbouwgrond aan natuur wordt voldoende invulling gegeven aan het versterken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
38
Artikel 3.78 Niet-agrarische activiteiten Lid 1 Een omgevingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan bepalen dat de ontwikkeling van een nietagrarische activiteit binnen een bestaand bouwperceel mogelijk is als: a. dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 5.12 ; Zie artikel 5.12. b. aanwezige, overtollige bebouwing wordt gesloopt; en Overtollige bebouwing wordt gesloopt. c. dit geen betrekking heeft op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. het toelaten van een nieuwe lawaaisport ; en 3. een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbewerking. Niet van toepassing. Lid 2 Het omgevingsplan borgt dat de niet-agrarische activiteit, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in artikel 5.12 en stelt regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; Uit deze onderbouwing blijkt dat beoogde ontwikkeling past binnen de omgeving. Een bouwvlak van 5.500 m2 met een bedrijfsloods van 500 m2 wordt hiervoor noodzakelijk geacht. In de omgeving past enkel kleinschalige bedrijvigheid, overeenkomend met milieucategorie 2 activiteiten, die maximaal 500 m2 bebouwd oppervlak ten dienste van deze bedrijvigheid toe staat.. Feitelijk is er een hoveniersbedrijf gevestigd die gebruik maakt van de bestaande bebouwing en buitenterrein.
Doordat niet alle voormalige agrarische bebouwing geschikt voor Het onderbrengen van het hoveniersbedrijf, wordt de veldschuur en voormalige vleesvarkensstal gesloopt waarvan 70% wordt herbouwd tot max. 500 m2. b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de planregels en verbeelding wordt geborgd dat het in gebruik nemen van het plangebied ten behoeve van een hoveniersbedrijf, statische opslag, privé bijgebouwen, het exploiteren van de recreatiewoning, en wonen in de bedrijfswoning is toegestaan. c. dat opslag en stalling van voorwerpen of materialen plaatsvindt in gebouwen, behalve als de activiteit de opslag van zand, grond en grind betreft; De gewenste loods is van voldoende omvang om te voorzien in de benodigde opslag. De bestaande sleufsilo’s worden daarnaast in gebruik genomen als opslag.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
39
d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de toegelaten omvang, bedoeld onder a. De ontwikkeling zal verplaatsen naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de toegelaten omvang.
Lid 3 Als uitgangspunt voor een bij de omgeving passende omvang als bedoeld in het tweede lid geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; Beoogde ontwikkeling past qua aard en omvang in een gemengde omgeving. b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; Niet van toepassing. c. een voorziening ten dienste van vrijetijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Niet van toepassing.
Lid 4 Een omgevingsplan kan voorzien in een redelijke uitbreiding van een bestaande niet-agrarische activiteit, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in artikel 5.75 Mestbewerking , als dat vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving. Het hoveniersbedrijf past qua omvang en effect op omliggende functies en ontsluiting binnen de omgeving. Het hoveniersbedrijf heeft een beperkte omvang van 500 m2. In de omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk veehouderijen. Overige bedrijven kennen veelal een gelijke omvang aan bebouwing als het hoveniersbedrijf aan de Nieuwe Dijk 1. Uit paragraaf 5.5 blijkt dat omliggende functies de realisatie van het hoveniersbedrijf niet in de weg staan. Omgekeerd staat de ontwikkeling van het hoveniersbedrijf, bedrijfsontwikkeling in de omgeving niet in de weg. Zoals eerder benoemd zal de omgevingskwaliteit ter plaatse van het plangebied verbeteren, door het beëindigen van de veehouderij, sloop van overtollige bebouwing, landschappelijke inpassing en het leveren van een bijdrage aan de verdere realisatie van het Natuur Netwerk Brabant nabij Heerendonk. Het woonen leefklimaat ter plaatse zal verbeteren. Beoogde ontwikkeling voorziet niet in mestbewerking.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
40
3.2.3. regionaal Water en Bodemprogramma (RWP) 2022-2027 In het RWP heeft de provincie Noord – Brabant aangegeven hoe de komende jaren te gaan werken aan voldoende water, schoon water, veilig water, vitale bodem en klimaatadaptatie. Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Het plangebied geeft voormalige landbouwgrond terug aan de natuur waardoor vanuit hier verder gewerkt kan worden aan de verbetering van het water- en bodemsysteem in het Natuurnetwerk Brabant gebied ‘Dommeldal’ Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied op de locatie Nieuwe Dijk 1 is geen sprake van een groter bouwvlak en geen verdere toename van bebouwd oppervlak / verhard oppervlak. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de invulling van de doelstellingen uit het RWP.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
41
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie gemeente Nuenen Op 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Nuenen de Omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie zorgt voor een duidelijke koers, waarbij actuele ontwikkelingen zijn meegenomen. Het dient als inspiratiekader voor initiatieven, geeft de gemeente een handvat voor de beoordeling van plannen van inwoners en initiatiefnemers en het zorgt voor houvast bij het bepalen van uitgangspunten voor regionale opgaven. De omgevingsvisie is een beleidsdocument dat naar de toekomst kijkt waarbij de gemeente (bestuurlijk en ambtelijk) en inwoners, ondernemers, verenigingen en deskundigen hun input hebben geleverd en in de toekomst samen verantwoordelijk zijn voor het verwezenlijken van hun ambities. Door zich te focussen op een aantal gebieden (dorpskernen, buitengebied) kunnen lokale omstandigheden en behoeften optimaal worden afgestemd. Daarnaast focust de omgevingsvisie zich op een aantal opgaven: • • • • •
Gezondheid als verbindende factor Hoogwaardige woon- en leefomgeving Vitale samenleving Robuust landschap Nuenen in Brainport
Figuur 8: Uitsnede Omgevingsvisie Nuenen
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
42
Beoogde ontwikkeling draagt bij aan het verwezenlijken van ambities uit de omgevingsvisie. De locatie is gelegen in het lichtgroen hart. Dit gebied wordt gezien als het ‘lichtgroene hart’ van de gemeente. Dit is een belangrijk uitloopgebied voor Nuenen en Nederwetten waardoor het bijdraagt aan de hoogwaardige woonomgeving. Toekomstige ontwikkelingen in het gebied dienen de kwaliteit van het landschap te verbeteren. Kleinschalige, grondgebonden landbouw met eventuele nevenfuncties, zoals agrarisch natuurbeheer en ‘kamperen bij de boer’ dragen bij aan het behoud en beheer van het gebied. Door de verwachting dat een deel van de agrariërs in het gebied waarschijnlijk gaat stoppen wordt er ruimte gemaakt om de vrijkomende ruimte voor andere functies te gebruiken. Beoogde ontwikkeling past binnen de omgevingsvisie.
3.3.2 Structuurvisie Nuenen c.a. Wijziging 2020 De gemeente Nuenen heeft op 5 november 2009 de Structuurvisie Nuenen vastgesteld. Op 26 maart 2020 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Nuenen, Wijziging 2020 vastgesteld. De structuurvisie bevat het ruimtelijk beleid van de gemeente op hoofdlijnen. De structuurvisie is niet juridisch bindend, maar biedt het ruimtelijk kader bij het opstellen van bestemmingsplannen, waarin de beleidsuitgangspunten worden vastgelegd. Vanuit de structuurvisie is de locatie gelegen in een gebied aangemerkt als ‘Kleinschalig landschap’. Het kleinschalig landschap bestaat uit een samenhangend gebied met een mozaïek van meerdere landschapstypen op een relatief klein oppervlak. Hier wordt met name ingezet op behoud en versterking van oude bolle en open akkers. Daarnaast wordt recreatief medegebruik gestimuleerd en wordt ingezet op aanplant van kleine landschapselementen als erfbeplanting, singels en akkerranden. Het natuurbeleid van het gebied richt zich voornamelijk op een verbetering van de ruimtelijke samenhang, verbeteren van de ecologische kwaliteit en verhoging van de belevingswaarde van de natuur. Hierbij mag het ruimtebeslag van bebouwing alleen toenemen indien dit geen nadelige gevolgen zal hebben op de ecologische en natuurlijke waarden van het gebied.
De strategie voor dit landschap is mede gedefinieerd in het Landschapsontwikkelingsplan, hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3.
Figuur 9: Uitsnede Ruimtelijk Casco Structuurvisie Nuenen, Wijziging 2020 BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
43
3.3.3 Landschapsinvesteringsregeling gemeente Nuenen Op 4 december 2019 heeft de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten de landschapsinvesteringsregeling gemeente Nuenen c.a. 2020 (LIR) vastgesteld, waarin het beleid ten aanzien van de bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ontwikkelingen is opgenomen. In de LIR wordt onderscheid gemaakt in drie verschillende categorieën ontwikkelingen: 1. Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. 2. Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. 3. Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro's (op basis van forfaitaire bedragen). De voorgenomen ontwikkeling aan de Nieuwe Dijk 1 valt onder een categorie 3 ontwikkeling. Gezien het kleine bestaande agrarisch bouwvlak en de beperkte sloop van overtollige agrarische bebouwing resulteert een LIR-berekening in een grote kostenraming ten behoeve van de bijdrage aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Hiervoor wil de familie de achterliggende landbouwgrond in het Dommeldal, gelegen in het Natuur Netwerk Brabant beschikbaar stellen voor natuurontwikkeling (zie figuur 9) door een bijdrage te leveren aan de opgave tot realisatie van het Natuur Netwerk Brabant nabij Heerendonk. Een deel van aangrenzende percelen zijn al in eigendom van Natuur-organisaties. De economische afwaardering van ten minste 8.991 m2 natuurontwikkeling wordt ingezet als bijdrage aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
44
Figuur 10 Percelen die kunnen worden ingezet ten behoeve van landschapsinvestering
Dit plan is opgesteld in samenhang met onderstaande berekening.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
45
Berekening Landschapsinvesteringsregeling Huidige waarde Omvang totale plangebied
5.630 m2
Omvang bestemming ‘Agrarisch’ bouwvlak (met bedrijfswoning) Waarde eerste 1.000 m2 voor bedrijfswoning = €75,- x 1.000m2 Waarde per m2 bouwblok voor agrarisch = €20,- x 4.630 m2 Bestaande waarde totaal
€75.000,€92.600,€167.600,-
Nieuwe waarde 5.500 m2
Omvang totale plangebied Omvang bestemming ‘Bedrijf’ (met woning) Waarde eerste 1.000 m2 voor bedrijfswoning Waarde per m2 bouwblok voor Bedrijf >800 m2 bedrijfsgebouw milieu cat.2 Omvang ‘Agrarisch onbebouwd’ ca. Waarde per m2 agrarisch ‘los land’
= €75,- x 1.000 m2 = €90,- x 4.500 m2
€ 75.000,€405.000,-
= 130 m2 x €8,50
€
1.105,-
Nieuwe waarde totaal
€481.105,-
Waardestijging Bijdrage ruimtelijke kwaliteit (basisinspanning van 20%)
€313.505,€ 62.701,-
De invulling van de kwaliteitsverbetering Nieuwe Dijk 1, Nuenen -
-
Sloop overtollige bebouwing (incl. asbest daken en mestkelders) Sloop 701m2 – 500m2, 75% herbouwen = 201 m2 x €25,-/m2 = Natuurontwikkeling Dommeldal ** Afwaardering landbouwgrond naar Natuur = 8.991 m2 x €7,50/m2 = Agrarisch losse landbouwgrond €8,5/m2 Natuurbestemming €1,- / m2
Totale bijdrage Landschappelijke inpassing/kwaliteitsverbetering: Vereiste bijdrage ruimtelijke kwaliteit: Positief verschil:
€5.025,-
€67432,50
€72.457,50 €62.701,00 € 9.756,50
Bovenstaande berekening is afgeleid uit het beleid Landschapsinvesteringsregeling gemeente Nuenen c.a..
**Sectie A, perceel nr. 3954 gedeeltelijk
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
46
Conclusie: Als gevolg van de veranderingen van de bestemming en de sloop van de aanwezige bebouwing treedt er een kwaliteitswinst op. Doordat de familie ervoor kiest hun landbouwgrond af te waarderen naar natuur voldoet de familie aan de bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit.
3.3.4. Bestemmingsplan Buitengebied Nuenen Voor de inrichting aan de Nieuwe Dijk 1 is het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen, zoals dat op 1 november 2018 is vastgesteld van toepassing voor wat betreft het bestemmingsvlak en de van toepassing zijnde bestemmingen en planregels. De verbeelding en de specifieke bestemmingen voor de locatie, ziet er als volgt uit:
Figuur 11 Bestemmingsplan Buitengebied Nuenen
Voor de bestaande situatie is er sprake van de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Groenblauwe mantel’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’. Verder geldt er de gebiedsaanduidingen ‘Overige zone – schuilstallen’. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Aardkundige waarde’, ‘Waarde – Archeologie 2 archeologische waarde’, ‘Waarde – cultuurhistorie historische verkaveling’ en ‘Waarde-Cultuurhistorie akkerbouwcomplex’. In paragraaf 4.7 van het Bestemmingsplan Buitengebied Nuenen zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen. In paragraaf 4.7.3 van het Bestemmingsplan Buitengebied Nuenen zijn de mogelijkheden beschreven om het plan te wijzigen in de bestemming Niet-agrarisch bedrijf. Hieraan zijn voorwaarden gekoppeld, hierna zal nader worden ingegaan op de voorwaarden, zoals verwoord in het artikel 4.7.3.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
47
Artikel 4.7.3 Wijzigingsbevoegdheden ten behoeve van vervolgfuncties Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om – indien sprake is van een algehele beëindiging van een agrarisch bedrijf – vervolgfuncties toe te staan, met inachtneming van het volgende:
a. de vervolgfunctie dient te bestaan uit één van de volgende activiteiten: o 1. Alternatieve voedselproductie; o 2. Duurzame energieproductie in de vorm van zon-, wind- en/of biomassaenergie, uitgezonderd mestbewerking voor derden; o 3. Vrijetijdsbesteding; o 4. Bedrijfsactiviteiten uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; o 5. Wonen; De recreatiewoning (120 m2 bruto maatvoering) is reeds eerder toegestaan op basis van de verleende vergunning d.d. 5 maart 2013, N-HZ-2012-0179 en is een vorm van vrijetijdsbesteding. De statische opslag van circa 650 m2 (verhuur units opslaggebouwen aan bedrijven en particulieren en caravanstalling) is een categorie 2 activiteit zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Een hoveniersbedrijf met een bebouwd oppervlak van maximaal 500 m2 is een categorie 2 activiteit zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. b. Na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid geen nieuwe gebouwen gebouwd mogen worden en bestaande gebouwen niet mogen worden uitgebreid; Bestaande gebouwen worden niet uitgebreid na de wijziging. Er wordt echter wel een nieuw gebouw gebouwd, maar dit valt binnen de regels onder c. c. In afwijking van het bepaalde onder b geldt dat nieuwe gebouwen zijn toegestaan indien er gebouwen gesloopt worden, met dien verstande dat: o 1.
Ten hoogste 75% van de gesloopte oppervlakte mag worden terug gebouwd; o 2. Met de sloop geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of beeldbepalende panden (met de aanduiding ‘karakteristiek’) gemoeid zijn; De voormalige varkensstal (675 m2 – 150 m2) + veldschuur (176 m2) wordt gesloopt, totaal circa 701 m2. Hiervan zou maximaal 75% worden herbouwd, maximaal 525 m2. Dit betekent dat de bouw van een nieuwe loods van 500 m2 ten behoeve van het hoveniersbedrijf inpasbaar is. Daarnaast is de bouw van 150 m2 privégebouwen mogelijk. Dit past exact binnen de vergunningsvrije bouwregelgeving. Op een voormalig agrarisch bedrijf is een herbestemming naar een niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied passend voor milieucategorie 2 bedrijvigheid. De kleinschaligheid van het bedrijf wordt beperkt tot 500 m2 in de Richtlijn bedrijven en milieuzonering. Er is reeds enkele jaren een hoveniersbedrijf gevestigd die de veldschuur en buitenterrein daarvoor in gebruik heeft. Het bedrijfsloop de niet passende veldschuur en oude vleesvarkensstal en herbouwt maximaal 500 m2 (< 70%) het geen passend is voor de huidige omvang van het hoveniersbedrijf.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
48
d. De vervolgfunctie dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; Verhuur van hallen ten behoeve van opslag en hoveniersactiviteiten tot 500 m2 worden volgens de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering gezien als milieucategorie 2 activiteiten. De hoogste richtafstand voor voornoemde activiteiten bedraagt 30 meter. De werkelijke afstand tot derden bedraagt circa 50 meter. Geconcludeerd kan worden dat de vervolgfunctie milieuhygiënisch inpasbaar is. Zie hiervoor ook paragraaf 5.5 in deze toelichting. e. De waarden zoals genoemd in lid 4.1 onder c niet onevenredig worden aangetast; De watersystemen en natuur- en landschapswaarden worden niet aangetast omdat de vervolgfunctie wordt ingepast binnen de contouren van de bestaande bebouwing waarbij waterlopen en bestaande groenelementen behouden blijven. f.
Het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal bedrijfswoningen; Het voormalig agrarisch bedrijf heeft 1 bestaande bedrijfswoning in de langgevelboerderij. Het aantal woningen (1) neemt niet toe, maar wordt wel vergroot naar 750 - 1.000 m3.
g. In afwijking van het bepaalde onder e, is woningsplitsing in maximaal 2 woningen mogelijk bij rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of beeldbepalende panden, met dien verstande dat de inhoud per woning ten minste 200 m3 bedraagt; Niet van toepassing. h. Bij de wijziging wordt een aanduiding opgenomen, waarmee wordt aangegeven dat het voormalige bedrijfsbebouwing betreft; Er wordt een aanduiding opgenomen in de wijziging. i.
De omvang van het bestemmingsvlak voor de vervolgfunctie mag ten hoogste 5.000 m2 bedragen; Om de bestaande functie in te kunnen passen is een bestemmingsvlak van 5.500 m2 noodzakelijk.
j.
Door middel van een inrichtingsplan dient aangetoond te worden dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing conform de richtlijnen uit het Landschapsontwikkelingsplan de Peel en een toename van ruimtelijke kwaliteit van het gebied conform de richtlijnen uit Landschapsinvesteringsregeling; Gezien het kleine bestaande agrarisch bouwvlak en de beperkte sloop van overtollige agrarische bebouwing resulteert een LIR-berekening in een grote kostenraming ten behoeve van de bijdrage aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Hiervoor wil de familie de achterliggende landbouwgrond in het Dommeldal, gelegen in het Natuur Netwerk Brabant, wordt ingezet voor natuurontwikkeling. De gronden zijn op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als zoekgebied Waterberging. Een deel van aangrenzende percelen zijn al in eigendom van Natuur-organisaties. De economische afwaardering van ten minste 7.525 m2 , feitelijk ca. 8.991m² natuurontwikkeling wordt ingezet als bijdrage aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het inrichtingsplan / landschapsplan is als bijlage 1 toegevoegd. Zie de LIR-berekening in paragraaf 3.3.3.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
49
k. Deze wijzigingsbevoegdheid kan niet worden toegepast in situaties waarbij gebruik is gemaakt van een subsidieregeling voor sanering of verplaatsing. Niet van toepassing. Om te voldoen aan kwaliteitsverbetering via de LIR wordt een deel van het perceel Nuenen sectie A nummer 3954 ingezet voor natuurontwikkeling. Het perceel is momenteel in gebruik als landbouwgrond. Ter plaatse van het perceel geldt het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen, zoals dat op 1 november 2018 is vastgesteld van toepassing voor wat betreft het bestemmingsvlak en de van toepassing zijnde bestemmingen en planregels. Het plangebied is aangegeven met een rode lijn. De verbeelding en de specifieke bestemmingen voor de locatie, ziet er als volgt uit:
Figuur 12 Bestemmingsplan Buitengebied Nuenen
Voor de bestaande situatie is er sprake van de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschappelijke waarden’. Verder geldt er de gebiedsaanduidingen ‘Overige zone – beperkingen veehouderij’. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding 2’, ‘Leiding – Water’, ‘Waarde – Aardkundige waarde’, ‘Waarde – Archeologie 3b hoge verwachting met esdek’, ‘Waarde – Archeologie 4b middelhoge verwachting met esdek’, ‘Waarde – Archeologie 5 lage verwachting’, ‘Waarde – Cultuurhistorie historische verkaveling’ en ‘Waarde - Cultuurhistorie akkerbouwcomplex’. Het plangebied is momenteel in gebruik als agrarisch grond. Om de natuurontwikkeling te borgen dient de Agrarische bestemming gewijzigd te worden in een Natuur bestemming. In artikel 5.5.1 van het Bestemmingsplan Buitengebied Nuenen zijn de mogelijkheden beschreven om het plan te wijzigen in de bestemming ‘Natuur’. Hieraan zijn voorwaarden gekoppeld, hierna zal nader worden ingegaan op de voorwaarden, zoals verwoord in het artikel 5.5.1.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
50
Artikel 5.5.1 Realisatie nieuwe natuur Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de realisatie van natuur, met inachtneming van het volgende: a. Een besluit tot bestemmingsplanherziening niet eerder wordt opgenomen dan nadat de betrokken gronden in eigendom zijn overgedragen aan een terreinbeherende instantie dan wel via particulier natuurbeheerschap worden gerealiseerd; De gronden worden voor €1,- per m2 verkocht aan Brabants Landschap waarna de bestemming onmiddellijk zal veranderen naar ‘Natuur’. Dit is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels. b. Verwerving van de om te vormen gronden dient op vrijwillige basis te geschieden. In diverse overleggen hebben betrokken organisaties aangegeven interesse te hebben in de gronden. De familie heeft medewerking verleend en wil de gronden verkopen.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
51
4
Ruimtelijke aspecten
4.1 Stedenbouwkundige inpassing De huidige inrichting aan Nieuwe Dijk 1 bestaat uit een bedrijfswoning waarbij als nevenactiviteit een recreatiewoning is gerealiseerd. De voormalige varkensstal (stal 3) wordt deels gebruikt als statische opslag (caravanstalling) en deels als opslag ten behoeve van het hoveniersbedrijf. De veldschuur wordt gebruikt ten behoeve van de aspergeteelt en het hoveniersbedrijf. De voormalige varkensstal (stal 5) wordt gebruikt als bijgebouw (privé) en opslag ten behoeve van het hoveniersbedrijf en staat deels leeg. In de nieuwe situatie wordt een loods met een omvang van 500 m² opgericht. De goot- en de nokhoogte zal een maximale afmeting beslaan van ca. 6 en 8 meter. Voor de uitstraling van de loods wordt gezocht naar natuurlijke materialen die aansluiten bij het hoveniersbedrijf en bestaande bebouwing.
4.2 Verkeer en Parkeren Als gevolg van het beoogd plan zal ontsluiting van en naar het plangebied wijzigen. De inrit naar de recreatiewoning, en de inrit tussen de recreatiewoning en de bedrijfswoning zal in de toekomstige situatie behouden blijven. De inrit rechts van de voormalige varkensstal zal verhard worden. De overige inritten, zullen verdwijnen en vervangen worden door groen. De Nieuwe Dijk is gedeeltelijk onverhard. Het reguliere verkeer zal in de regel over de geasfalteerde weg het plangebied bereiken en verlaten. Het onverharde pad zal voornamelijk gebruikt worden door landbouwverkeer, en behoeft daarom geen aanpassingen. De toekomstige functie zal een toename van verkeersstromen tot gevolg hebben. Om een inschatting van de verkeersgeneratie te bepalen wordt gebruik gemaakt van de kengetallen uit CROW publicatie 381. Voor de activiteiten is aangesloten bij arbeidsintensief / bezoekersextensief voor het bedrijfhovenier en arbeidsextensief / bezoekersextensief voor de activiteit opslag-verhuur, gelegen in het buitengebied waarvoor gerekend is met het gemiddelde aan verkeersgeneratie verkeersbewegingen. Parkeervoorzieningen Activiteit
Netto bvo oppervlak
Norm CROW* parkeervoorzieningen 2,4
Totaal aantal parkeervoorzieningen 2,4
Prive woning
Per woning
2,1
2,1
Loods 500 m2
2,35 / 100 m2
11,75
Netto opp 100 m2 Loods 650 m2
2,55 / 100 m2 1,05 / 100 m2
2,55 6,8 25,6
Vrijstaande koopwoning
Vakantiewoning
Per vakantiehuisje
(bungalow huisje)
Hoveniersbedrijf (9 personeel)
Kantoor, zonder balie Opslag verhuur Totaal *CROW publicatie 381.
Arbeidsextensief / Bezoekersextensief in het buitengebied waarbij gerekend is met een gemiddelde aan verkeersgeneratie van verkeers-bewegingen per 100 m² bvo.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
52
Verkeersbewegingen Voormalige situatie, veehouderij Activiteit Netto bvo oppervlak Prive woning Per woning
Norm CROW* verkeersbewegingen 8,2
Totaal aantal verkeersbewegingen 8,2
2,7
2,7
4,8 / 100 m2
72,0 82,9
Norm CROW* verkeersbewegingen
Totaal aantal verkeersbewegingen
Akoestisch rapport
Per woning
8,2
8,2
9
Per vakantiehuisje Loods 500 m2 Netto opp 100 m2
2,7
2,7
6
10 / 100 m2 2,3 / 100 m2
50,0 2,3
Loods 650 m2
3,9 / 100 m2
25,3 88,5
27 P 12 B 11 Vr/Tr 30 95
Vrijstaande koopwoning
Vakantiewoning (bungalow huisje)
Varkenshouderij Totaal
Per vakantiehuisje Stallen 1.501 m2
Nieuwe situatie, hoveniersbedrijf Activiteit Netto bvo oppervlak Prive woning Vrijstaande koopwoning
Vakantiewoning (bungalow huisje)
Hoveniersbedrijf Kantoor, zonder balie Opslag verhuur Totaal
Het parkeren wordt voorzien op eigen terrein. Er is daartoe voldoende ruimte aanwezig. In de nieuwe situatie worden 23 formele parkeerplaatsen gerealiseerd op het terrein, gelegen naast de te realiseren loods. Bij de recreatiewoning worden 3 formele parkeerplaatsen gerealiseerd. Er blijft nog voldoende ruimte over om te keren en parkeren op het erf (verhard). Het omschakelen van het bedrijfstype van veehouderij naar bedrijf (hovenier / opslag-unitverhuur) gaat op basis van de CROW-norm resulteren in een toename van het aantal verkeersbewegingen met 6 voertuigen per dag.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
53
Inritten, Huidige situatie - 1. Inrit bij recreatiewoning - 2. Inrit tussen recreatiewoning en bedrijfswoning (tussen 1b en 1) - 3. Inrit naar schuur in de woning - 4. Inrit tussen woning en veldschuur. - 5. Inrit tussen veldschuur en voormalige varkensstal. - 6. Inrit rechts van voormalige varkensstal. - 7. Parkeerplaatsen bij de recreatiewoning - Voldoende parkeerruimte op eigen terrein (verhard)
Figuur 13 Huidige situatie parkeren en verkeer
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
54
Inritten en parkeergelegenheid nieuwe situatie -
1. Inrit bij recreatiewoning, incl. 3 parkeerplaatsen 2. Inrit bedrijfswoning, incl. 3 parkeerplaatsen 3. Inrit kantoor, 1 parkeerplaats 4. Inrit rechts van voormalige varkensstal,naar hoveniersbedrijf en opslagloods. 5. 6 parkeerplaatsen hoveniersbedrijf / opslag-verhuur 6. 4 parkeerplaatsen opslag-verhuur 7. 8 parkeerplaatsen hoveniersbedrijf / kantoor
6
5 7
4
3 2 11
Figuur 14 Toekomstige situatie parkeren en verkeer
Verharding Nieuwe Dijk De straat ter hoogte van de Nieuwe Dijk 1 is semi-verhard met gebroken puin. Het hoveniersbedrijf is reeds gevestigd op het voormalig varkensbedrijf. Voor de verkeersbewegingen als gevolg van de herbestemming ‘hoveniersbedrijf’ is geen aanpassing van het type verharding noodzakelijk.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
55
4.3
Voorzieningen en verzorgingsstructuur.
Binnen het plangebied zijn geen voorzieningen aanwezig. Het plangebied is qua voorzieningen en verzorgingsstructuur gericht op de kern Nuenen. De kern Nuenen beschikt over een uitgebreid voorzieningenniveau. De ontwikkeling van de bedrijfsbestemming heeft geen gevolgen voor deze voorzieningen- en verzorgingsstructuur.
4.4
Archeologie
4.4.1 Archeologiebeleid Gemeente Nuenen Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied. Archeologische Beleidskaart De gemeente Nuenen heeft op 27 mei 2010 het Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg ten behoeve van het behoud van archeologische waarden vastgesteld. Het beleidsplan bestaat uit een archeologische verwachtingskaart en een archeologische beleidskaart.
Figuur 14 Archeologische verwachtingskaart
Uit de archeologische verwachtingskaart blijkt dat onderhavig plangebied in verschillende verwachtingsgebieden valt. Het plangebied valt deels in ‘Archeologische verwachting Hoog’ en deels in ‘Archeologische verwachting Laag’. Het perceel valt voor een klein deel in ‘Terrein van hoge archeologische waarde’. Ter plaatse van deze aanduiding wordt echter niks aangepast ten opzichte van de huidige situatie.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
56
Figuur 15 Archeologische beleidskaart
De archeologische beleidskaart gaat dieper in op de verschillende categorieën uit de kaart archeologische verwachtingswaarde. Het vertaalt de trefkans in beleid. Hieruit blijkt dat het plangebied valt in categorie 3b ‘Gebied met hoge verwachting met esdek’, categorie 5 ‘Gebied met lage verwachting’ en categorie 2 ‘Gebied van archeologische waarde’. Categorie 2: Gebied van archeologische waarde In deze gebieden is bij eerdere onderzoeken reeds aangetoond dat er concentraties archeologische resten voorkomen die als behoudenswaardig gekarakteriseerd kunnen worden. In deze gebieden is dus sprake van vastgestelde archeologische waarden. De archeologische resten op deze terreinen zijn echter minder geconcentreerd dan bij de vorige categorie en bovendien is vaak niet exact bekend waar de resten zich bevinden. Bodemingrepen zijn in principe niet toegestaan. Vanwege de aanwezige archeologische waarden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 100 m2 en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld. Ter plaatse van de aanduiding Categorie 2 worden geen bodemingrepen uitgevoerd. De bestaande situatie blijft behouden.
Categorie 3b: Gebied met hoge verwachting met esdek In deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 500 m2 en dieper gaan dan 0,5m bij esdek onder maaiveld. Ter plaatse van de aanduiding Categorie 3b wordt de voormalige veldschuur en varkensstal gesloopt en wordt een nieuwe loods gerealiseerd. De nieuw te realiseren loods valt dus voor een groot deel in geroerde grond. Bodemingrepen gaan weliswaar dieper dan 0,5m maar overschrijden het oppervlakte van 500m2 niet.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
57
Categorie 5: Gebied met een lage archeologische verwachting Het gaat hierbij om gebieden waar op archeologische en landschappelijke gronden de kans op behoudenswaardige archeologische relicten uiterst klein wordt geacht. Op deze terreinen rusten geen beperkingen ten aanzien van archeologie. Wel zal bij m.e.r. plichtige en grootschalige inrichtingsprojecten vanaf 10.000m2 en projecten die onder de tracéwet vallen nader onderzoek worden verlangd. Ter plaatse van de aanduiding Categorie 5 wordt de voormalige veldschuur gesloopt en wordt een nieuwe loods gerealiseerd. De nieuwe te realiseren loods valt voor een groot deel in geroerde grond. Bodemingrepen overschrijden het oppervlakte van 10.000m2 niet. Het plan is ook niet m.e.r. plichtig en valt niet onder projecten uit de tracéwet. Bestemmingsplan Uit het bestemmingsplan Buitengebied Nuenen blijkt dat het plangebied binnen verschillende archeologische verwachtingszones valt. Het plangebied bevindt zich voor het grootste deel in een ‘Archeologie 3b hoge verwachting met esdek’ gebied. Een kleiner deel van het plan bevindt zich in een ‘Archeologie 5 lage verwachting’ gebied. Daarnaast valt een klein deel in een ‘Archeologie 2 archeologische waarde’ gebied. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor het bouwen op gebieden met archeologische waarden.
Hierna zal nader op de mogelijke gevolgen van de verschillende categorieen voor het voorgenomen plan worden ingegaan. Archeologie 2 Archeologische waarde De voor ‘Waarde – Archeologie 2 Archeologische waarde’ aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Ter plaatse van het gebied aangeduid als Archeologie 2 worden geen gebouwen gebouwd, verbouwd of gesloopt. Er is daarmee geen sprake van ontwikkelingen of bodemverstoringen in het gebied met Archeologische waarde. Archeologie 3b hoge verwachting met esdek De voor ‘Waarde – Archeologie 3b Hoge verwachting met esdek’ aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Ter plaatse van het gebied aangeduid als Archeologie 3b hoge verwachting met esdek wordt een deel van de voormalige varkensstal, en de volledige veldschuur gesloopt, ter plaatse van de veldschuur wordt een loods met een oppervlak van 500 m2 gerealiseerd. De loods valt voor circa 250 m2 in het Archeologie 3b gebied, en voor circa 250 m2 in het Archeologie 5 gebied. In dit geval wordt er voor de gehele oppervlakte van de te bouwen loods gerekend met de zwaarste categorie, categorie 3b.
Er geldt een onderzoekplicht bij ontwikkelingen van meer dan 500 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld. De graafwerkzaamheden gaan weliswaar dieper dan 30 cm onder het maaiveld, maar het oppervlak van 500 m2 wordt niet overschreden. De loods valt bovendien deels in geroerde grond. De te realiseren loods valt bovendien volledig binnen het al bestaande bouwvlak. Een nader onderzoek met betrekking tot archeologie is dus niet vereist. Archeologie 5 lage verwachting De voor ‘Waarde – Archeologie 5 Lage verwachting’ aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Ter plaatse van het gebied aangeduid als Archeologie 5 lage verwachting
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
58
wordt de veldschuur gesloopt en een loods met een oppervlak van 500 m2 gerealiseerd. De loods valt voor circa 250 m2 in het Archeologie 5 gebied. Voor gebieden met een lage verwachtingswaarde geldt dat bij ontwikkelingen van meer dan 10.000 m2 een archeologisch onderzoek nodig is. De ontwikkelingen in het Archeologie 5 gebied overschrijden de norm van 10.000 m2 niet. Een nader onderzoek naar archeologie is dus niet nodig. Perceel gemeente Nuenen sectie A perceelnummer 3954
Figuur 16 Uitsnede archeologische beleidskaart
Ter plaatse van het perceel 3954 geldt een categorie 5 ‘Gebied met lage verwachting’, categorie 4b ‘Gebied met middelhoge verwachting met esdek’ en categorie 4b ‘Gebied met hoge verwachting met esdek’ verwachting. Ter plaatse van het perceel wordt niet gebouwd of gegraven. Een archeologisch onderzoek wordt derhalve niet vereist.
BESTEMMINGSPLANHERZIENING BUITENGEBIED NUENEN, NIEUWEDIJK 1
R & S ADVIES
59
4.5 Cultuurhistorie Aan de hand van de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) is gekeken of in de (directe) omgeving van de projectlocatie cultuurhistorische waarden aanwezig zijn.
Figuur 17a Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (2016)
Het plangebied is gelegen in een gebied wat cultuurhistorisch van waarde of belang is conform de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart 2016. Concreet betekent dit dat er in deze gebieden rekening gehouden moet worden met archeologische waarden, historische stedenbouw, rijksmonumenten, archeologische monumenten enz. In paragraaf 4.3 is reeds toegelicht dat de archeologische omliggende waarden niet in het geding komen. De bestaande bebouwing is niet aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. In alle gevallen geldt dat indien archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden, deze gemeld dienen te worden bij de gemeente Nuenen, conform Monumentenwet 1988, laatste wijzing van 1 september 2007, paragraaf 7, artikel 53 en verder. Het plangebied is gelegen in de regio ‘Meijerij’, die van provinciaal cultuurhistorisch belang is. De ontwikkelstrategie voor dit gebied bestaat uit behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio, de cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten, en het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief van de archeologische landschappen. Door natuurontwikkeling in het Dommeldal worden deze waarden versterkt.
Het plangebied valt ook in het Broekgebied tussen Breugel en Nuenen, wat aangemerkt is als cultuurhistorisch waardevol gebied. De strategie voor dit gebied bestaat uit planologische bescherming van de waarden/kenmerken. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Beoogde ontwikkeling staat de strategie dus niet in de weg. Verder is de locatie gelegen binnen het cultuurhistorisch landschap ‘Het Groene Woud’. De ontwikkelingsstrategie bestaat uit het behoud van de kleinschalige karakteristieken, eisen stellen aan de uitbreidingen van dorpskernen, de economische dragers afstemmen op de cultuurhistorische identiteit van het Groene Woud, en het