CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A17 MRE - Bijlage Eindrapportage - Quickscan bekostiging voorzieningen

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname19.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Innovatief idee • De gemeente Almere heeft ten behoeve van haar verdere ontwikkeling afspraken gemaakt met de provincie en het Rijk in de vorm van het RijkRegieProgramma AmsterdamAlmereMarkermeer (RRAAM). Ten behoeve van het RRAAM krijgt de gemeente Almere een ‘DU Groeiopgave’ om (gedeeltelijk) te voorzien in bekostiging van (onder meer) voorzieningen (zie ‘Bijlage A11 – Uitwerking DU Almere’). • Naast de DU ontvangt de gemeente Almere middelen uit grondverkopen die het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in het gebied Oosterwold en in het gebied Pampus genereert. De mogelijkheid tot dergelijke, soortgelijke afspraken zou door de MRE nader onderzocht kunnen worden.

Nadelen • De vaste bedragen en Decentralisatie-Uitkeringen (DU) zijn politiek-bestuurlijk gevoelige aangelegenheden, sinds de kritiek van de Algemene Rekenkamer op het gebruik daarvan. Daarnaast is de hoogte van de bedragen sinds 2009 afgenomen (namelijk ca. 63%, zoals is toegelicht op p.26).1 Het is niet onaannemelijk dat de discussie over dergelijke uitkeringen om een intensief proces vraagt om tot maatwerkafspraken met het Rijk te komen, waarvan de uitkomsten op voorhand niet zeker zijn.

1 Verantwoordingsonderzoek 2018 en 2019’, Algemene Rekenkamer (2018 en 2019).

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

28

04. Bekostigingssystematieken | Kostenverhaal en financiële bijdragen - Introductie

Kostenverhaal en financiële bijdragen

Bij gebiedsontwikkelingen kan de gemeente bepaalde kosten verhalen op ontwikkelaars, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen verschillende soorten kosten, zoals gebiedseigen kosten of bovenplanse kosten Wat is het?

Hoe werkt het?

•

Onderscheid kan worden gemaakt tussen de volgende typen verhaalbare kosten:

•

Bij gebiedsontwikkelingen kan de gemeente bepaalde kosten verhalen op ontwikkelaars. Kostenverhaal kan op twee manieren: (1) Publiekrechtelijk middels kostenverhaalsregels, (2) Privaatrechtelijk middels een (anterieure) overeenkomst. Het tweede is het meest gebruikelijk. In de wet is beschreven welke kosten verhaald kunnen worden in de zogenoemde 'Kostensoortenlijst' (artikel 8.15 Omgevingsbesluit, aangewezen in bijlage IV van het Omgevingsbesluit). Kosten zijn alleen verhaalbaar als zij voldoen aan de criteria Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit (of ‘Evenredigheid’) (hierna: PTP-criteria).

•

Daarnaast is er onder de Omgevingswet de nieuwe ‘afdwingbare financiële bijdrage’. Artikel 8.21 Omgevingsbesluit geeft ‘Categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald’.

•

De gemeente Eindhoven heeft in 2019 een generieke wijze van kostenverhaal van voorzieningen geïntroduceerd met de Nota Kostenverhaal. Recentelijk heeft de gemeente een Programma Bovenplanse Investeringen vastgesteld, waarin (eveneens) wordt gewerkt met vaste bijdragen per m2 bvo. De systematiek werkt vooral voor infrastructurele en groen-voorzieningen (conform de ‘Kostensoortenlijst’) en niet voor de voorzieningenopgave in deze quickscan.

•

Het verhalen van kosten voor (bovenwijkse) maatschappelijke voorzieningen is soms niet mogelijk, omdat ze niet altijd op de wettelijk vastgelegde lijsten staan en/of er soms onvoldoende financiële ruimte in de project-businesscase is om de kosten te verhalen.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Type

Uitleg

Voorbeelden

Gebiedseigen kosten

Kosten alleen en volledig ten behoeve van het (plan)gebied

Speelvoorzieningen Straatverlichting Straten en erven

Bovenwijkse voorzieningen*

Kosten ten behoeve van meerdere (plan)gebieden

Randweg Carpool Riolering

Bovenplanse kosten*

Kosten ten behoeve van beleidsmatige doelen

Compensatie voor parkeren of sociale woningbouw

Afdwingbare financiële bijdragen (voorheen vrijwillig)

Kosten voor verhogen leefbaarheid en kwaliteit

Groene buffers Recreatieve wandel- en fietspaden

*Deze kosten moeten voldoen aan de criteria van: Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

29

04. Bekostigingssystematieken | Kostenverhaal en financiële bijdragen - Beschouwing

Kostenverhaal en financiële bijdragen

Voor de voorzieningen op het gebied van ‘Lokaal park’ en ‘Percentage groen’ zou een vorm van kostenverhaal en/of (afdwingbare) financiële bijdragen een geschikte bekostigingssytematiek kunnen zijn Toepasbaarheid

Voordelen

• Een vorm van kostenverhaal vergelijkbaar met de systematiek van Eindhoven (Programma Bovenplanse Investeringen) en/of (afdwingbare) financiële bijdragen biedt een bestaande juridische grondslag voor het bekostigen van voorzieningen.

• Met het wettelijk kader voor kostenverhaal en financiële bijdragen zijn bepaalde kosten juridisch afdwingbaar.

• Voor de voorzieningen op het gebied van ‘Lokaal park’ en ‘Percentage groen’ zou een vorm van kostenverhaal en/of (afdwingbare) financiële bijdragen een geschikte bekostigingssytematiek kunnen zijn.

• Het legt een expliciete relatie tussen de woningbouwopgave en (een deel van) de voorzieningenopgave. • Naast het bedrijfsleven worden hiermee ook projectontwikkelaars betrokken bij de investeringsopgave.

Nadelen • Alleen de voorzieningen ‘Lokaal park’ en ‘Percentage groen’ (zoals vermeld in de Nulmeting) komen mogelijk in aanmerking voor kostenverhaal of een afdwingbare financiële bijdrage, aangezien zij zijn opgenomen op de ‘Kostensoortenlijst’ in de Omgevingswet. De investeringen in de voorziening ‘Lokaal park’ bedragen1 in de huidige opzet van de schatting van de investeringsopgave slechts een relatief beperkte bedrag (1%) op de totaal geschatte investeringsopgave van ca. € 2,8 miljard. • Voor andere voorzieningen kan mogelijk een vrijwillige bijdrage worden gevraagd, maar dit is niet altijd afdwingbaar. • Het uitwerken van een systematiek van (verplichte en/of vrijwillige) financiële bijdragen op MRE-niveau is complex en vergt relatief veel coördinatie.

• Een financiële bijdrage vragen voor voorzieningen werkt alleen bij (woningbouw-) projecten die financieel rendabel zijn. 1) De voorziening ‘Openbaar groen’ wordt verondersteld overwegend te worden bekostigd binnen gebiedsontwikkelingen, vanuit grondexploitaties en/of kostenverhaal van gebiedseigen kosten (of eventueel bovenwijkse voorzieningen). © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

30

04. Bekostigingssystematieken | Subsidies en bijdragen - Introductie

Subsidies en bijdragen

Subsidies en bijdragen zijn voornamelijk bedoeld om specifieke activiteiten te financieren; er zijn meerdere vormen van subsidies en bijdragen mogelijk, zoals via een SPUK, bestuursakkoorden en bijdragen vanuit Europees verband Wat is het?

Hoe werkt het?

•

•

Een subsidie of bijdrage is een aanspraak op financiële middelen die kan worden aangevraagd bij een overheid en wordt verstrekt met het oog op uit te voeren activiteiten.

•

Subsidies en bijdragen zijn met name bedoeld om bepaalde activiteiten mee te financieren.

•

De financiële middelen bestaan niet altijd alleen uit geld, maar kunnen bijvoorbeeld ook gericht zijn op fiscaal voordeel.

•

In de praktijk bestaan er verschillende soorten subsidies en bijdragen, zoals: maatwerkafspraken (waaronder Regio Deals, zoals het Beethovenconvenant en andere bestuursakkoorden, zoals het Fonds Verstedelijking Almere); specifieke uitkeringen (SPUK), voor projecten, instellingen, of op basis van bestaande regelingen, en; subsidies die worden verleend vanuit Europese structuur eninvesteringsfondsen.

•

De openstelling van subsidies en bijdragen kan variëren op basis van tijd, specifieke doelstellingen en (voldoende) beschikbaarheid van financiële middelen. De beschikbaarheid van subsidies en bijdragen kan daardoor fluctueren, en er kunnen beperkingen gelden afhankelijk van de beschikbaarheid of de criteria die door de betreffende verlener zijn gesteld.

© 2025 Deloitte The Netherlands

In de praktijk zijn voor de bekostiging van voorzieningen onder meer de volgende subsidies en bijdragen denkbaar: o

Structurele en incidentele deals (zoals de Regio Deal) en andere bestuursakkoorden ontstaan uit samenwerking tussen overheden om uitdagingen en kansen gezamenlijk aan te pakken. Na het ontwikkelen van plannen, onderhandelen overheden over financiering en verantwoordelijkheden. De afspraken worden vastgelegd en uitgevoerd, met monitoring om doelen te bereiken, gericht op het oplossen van problemen of het stimuleren van ontwikkeling.

o

Bij een SPUK kunnen MRE-gemeenten individueel aanspraak maken op extra geld om bepaald beleid van de Rijksoverheid uit te voeren. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het verbeteren van schoolprestaties, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis.

o

In Europees verband bestaan er ook bijdragen of subsidies, die veelal worden verzorgd vanuit de zogenoemde Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen). Deze fondsen zijn in het leven geroepen om lidstaten binnen de Europese Unie te helpen om hun economieën te versterken.

o

Vanuit verschillende ESI-fondsen ontvangt Nederland geld, waarbij het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en subsidies van Interregionale samenwerking (Interreg) mogelijkheden biedt voor voorzieningen, zoals ‘Cultuur en recreatie’ en ‘Sport en spel’. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

31

04. Bekostigingssystematieken | Subsidies en bijdragen - Beschouwing

Subsidies en bijdragen

Mogelijke opbrengsten uit subsidies en bestuursakkoorden moeten nader worden onderzocht, gezien dit maatwerk betreft; het toewijzingsproces kan tijdrovend zijn, met het risico dat subsidies vaak slechts tijdelijk beschikbaar zijn Toepasbaarheid

Voordelen

• De MRE zou nader onderzoek kunnen doen naar mogelijke subsidies en bijdragen van hogere overheden waarmee voorzieningen bekostigd kunnen worden.

• Subsidies en bijdragen van hogere overheden kunnen projecten mogelijk maken die de MRE-gemeenten zelfstandig niet kunnen dragen.

• Daarnaast kan de MRE de mogelijkheid tot aanvullende bestuursakkoorden, regionale deals of convenanten verkennen met het Rijk, zoals een addendum op het Beethovenconvenant voor voorzieningen of een specifiek voorzieningenconvenant.

Nadelen • De aanvraag van subsidies, bijdragen en regionale deals kunnen in de praktijk mogelijk administratief en tijdrovend zijn, zonder dat op voorhand duidelijk is of het (volledige) bedrag daadwerkelijk zal worden toegekend. • De beschikbaarheid van subsidies fluctueert wat het benaderen van een mogelijk uitkeringsbedrag bemoeilijkt. • Gemeenten zijn verplicht om te rapporteren over de ontvangen subsidies en bijdragen, wat extra administratieve lasten met zich meebrengt.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

32

04. Bekostigingssystematieken | Fondsvorming - Introductie

Fondsvorming

Fondsvorming ondersteunt strategische besluitvorming en maakt het mogelijk om proactief in te spelen op toekomstige financiële behoeften door het verzamelen en reserveren van (gemeentelijke en niet-gemeentelijke) financiële middelen Wat is het?

Hoe werkt het?

•

Fondsvorming is het proces waarbij financiële middelen worden verzameld en gereserveerd voor een specifiek doel of toekomstig gebruik, zoals het bekostigen van voorzieningen, het opbouwen van reserves voor infrastructurele projecten of het vervangen van kapitaalgoederen.

•

•

Door fondsen te vormen, kunnen gemeenten beter omgaan met financiële risico's en onverwachte kosten zonder directe druk op de huidige begroting. Dit bevordert financiële stabiliteit en continuïteit in de dienstverlening aan burgers en bedrijven.

Gemeenten en andere overheden kunnen geld in een fonds storten, zowel op regelmatige (‘serieel’) als eenmalige (‘incidenteel’) basis, bijvoorbeeld met een vast bedrag van de gemeentefondsuitkering of opbrengsten uit andere activiteiten, zoals het afromen van winsten uit (grond)exploitaties. Het fonds wordt uitsluitend gebruikt voor de realisatie van voorzieningen die verband houden met de geplande schaalsprong.

•

Fondsvorming kan ook plaatsvinden in samenspraak met (of alleen door) private partijen. Hierbij kan zowel gekeken worden naar vastgoedontwikkelaars als de grote werkgevers in de regio (zie ook hoofdstuk ‘Publiek-private samenwerking’). Afspraken kunnen bijvoorbeeld worden gemaakt over projectbijdragen of periodieke bijdragen aan het fonds (vgl. het huidige Brainport Partnerfonds)

•

Het vormen van fondsen maakt deel uit van een bredere financiële strategie en planning. Hierdoor kunnen gemeenten hun langetermijnplannen beter afstemmen op beschikbare middelen, wat leidt tot een efficiëntere en effectievere werking. Fondsen ondersteunen strategische besluitvorming en maken het mogelijk om proactief in te spelen op toekomstige financiële behoeften.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Overweging • Naast financiële fondsvorming is het mogelijk om nieuwe investeringen (activa) in een fonds onder te brengen. Door deze voorzieningen in een fonds, op afstand van de gemeente, in een aparte (voorzieningen)entiteit onder te brengen, kan mogelijk een flexibeler en op onderdelen voor gemeenten meer marktconform waarderingsregime worden toegepast (flexibeler dan het ‘Besluit begroting en verantwoording’). Voorbeelden zijn gemeentelijke sportbedrijven of gemeentelijke cultuurorganisaties. • Een entiteit is mogelijk aantrekkelijk voor externe investeerders en vergemakkelijkt samenwerkingen met private partijen. Bovendien biedt het meer mogelijkheden voor dynamisch beheer van investeringen en desinvesteringen. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

33

04. Bekostigingssystematieken | Fondsvorming - Beschouwing

Fondsovrming

Fondsvorming kan zowel door de MRE-gemeenten als in samenwerking met private partijen plaatsvinden, waarbij het de vraag is welke ruimte hiervoor ligt naast de reeds bestaande fondsen Toepasbaarheid

Voordelen

• Fondsen kunnen onder meer worden gevormd vanuit resultaten uit gemeentelijke activiteiten en exploitaties (grond, parkeren, erfpacht), of door een vast bedrag vanuit de gemeentefondsuitkering te storten in het fonds.​

• Met fondsvorming kan op de lange termijn worden gepland aangezien het een stabiele bron van financiering betreft.​

• Fondsen kunnen ook in samenwerking met private partijen worden gevormd (zie ‘5. Publiek-private samenwerking’).​ • Fondsen kunnen worden ondergebracht in een aparte entiteit om een voor gemeenten flexibeler waarderingsregime te realiseren.

Innovatief idee • De gemeente Almere investeert met het programma ‘Almere 2.0’ in de groei van de gemeenten, onder meer op de thema’s woningbouw en infrastructuur. • Om de realisatie van de voorzieningen die met Almere 2.0 gepaard gaan, mogelijk te maken, hebben gemeente Almere, provincie Flevoland en het Rijk het Fonds Verstedelijking Almere (FVA) in het leven geroepen. Bij aanvang van dit fonds was de omvang ruim € 150 miljoen. • De wethouder Financiën van de gemeente Almere is de Fondsbeheerder van het FVA, die in samenspraak met de overige overheden afspraken maakt over de besteding. • Een dergelijk fonds zou in de MRE ook opportuun kunnen zijn, eventueel in samenwerking met private partijen.

• Binnen Brainport Eindhoven bestaan er al diverse private fondsen, zoals voor ‘Mobiliteit’, de ‘Sociale Brainport Agenda’, ‘Talent’ en ‘Wonen’. Deze bestaande samenwerkingen kunnen wellicht worden uitgebreid.

Nadelen • Het opzetten en beheren van een fonds kan mogelijk politiek en financieel complex zijn, en vereist daardoor een gestructureerde governance om de complexe besluitvorming te stroomlijnen en de controle over investeringsbeslissingen te waarborgen, vooral bij samenwerking met private partijen.

• In het recente verleden zijn er verschillende beroepen gedaan op private organisaties uit de regio. In december 2024 werd een bedrag van € 219 miljoen (gebundeld en) toegezegd door een groep van twaalf bedrijven uit de Brainportregio, middels het Brainport Partnerfonds.1 Via dat private fonds gaan regionale bedrijven in een periode van 12 jaar bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, betaalbare woningbouw, extra talent voor de arbeidsmarkt en kansengelijkheid voor inwoners. Het is de vraag welke financiële ruimte hiervoor momenteel nog ligt bij de private sector of dat er mogelijk overlap bestaat in de doelstellingen met andere initiatieven of fondsen, die kunnen concurreren met een nieuw op te richten fonds.

1Noot: https://brainporteindhoven.com/nl/nieuws/bedrijfsleven-betaalt-mee-aan-maatschappelijke-doelstellingen-met-brainport-partnerfonds

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

34

04. Bekostigingssystematieken | Publiek-private samenwerking - Introductie

Publiek-private samenwerking

Bij publiek-private samenwerking werken private organisaties financieel samen met overheden aan het realiseren van specifieke projecten, als onderdeel van een gebiedsontwikkeling of een breder publiek-privaat investeringsarrangement Wat is het?

Hoe werkt het?

•

Publiek-private samenwerking (ook wel ‘PPS’) is een samenwerkingsvorm tussen overheidsorganisaties (publieke partijen) en private bedrijven (commerciële partijen). Het doel van publiek-private samenwerking is om gezamenlijk projecten of diensten te realiseren waarbij beide partijen hun middelen, expertise en verantwoordelijkheden combineren.

•

Publiek-private samenwerking kan zich op verschillende manieren uiten, zoals het samenwerken op basis van een samenwerkingsovereenkomst, met het oprichten van een rechtsvorm (zoals een stichting of besloten vennootschap) of met het aangaan van een financiële verbinding.

•

•

Publiek-private samenwerking wordt ook vaak toegepast bij complexe, grootschalige projecten, zoals gebiedsontwikkeling en sociale huisvesting, maar ook bij kleinschaliger projecten zoals het realiseren van voorzieningen op het gebied van sport en cultuur. Hierbij zijn ook hybride varianten mogelijk, waarbij voorzieningen als losstaand project worden benaderd, of als onderdeel van een breder (regionaal) publiek-privaat investeringsarrangement.

Bij een publiek-private samenwerking hebben zowel de publieke als de private partij belang bij het succes van het project, waarbij beide partijen bereid zijn om (financiële) risico’s te dragen.

•

Private partijen brengen vaak innovatieve oplossingen, verbinden hun naam aan het initiatief (zie onderstaande afbeeldingen ter inspiratie) of dragen bij aan efficiëntie, terwijl publieke partijen zorgen voor maatschappelijk draagvlak.

De gemeente Amsterdam is eigenaar van een concert- en evenementenhal, waarvan het bedrijf AFAS naamgever en sponsor is. © 2025 Deloitte The Netherlands

De gemeente Den Haag is eigenaar van het voetbalstadion van ADO Den Haag, waarvan het bedrijf Bingoal naamgever is.

Depot Boijmans Van Beuningen is een initiatief van de gemeente Rotterdam, in samenwerking met diverse stichtingen.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

35

04. Bekostigingssystematieken | Publiek-private samenwerking - Beschouwing

Publiek-private samenwerking

De MRE zou de samenwerking met private organisaties kunnen uitbreiden, op het gebied van het realiseren van (specifieke) voorzieningen Toepasbaarheid

Voordelen

• Publiek-private samenwerking is een alternatieve route ten opzichte van generieke bijdragen zoals de voornoemde bekostigingssystematieken, waarbij per voorziening actief partners en bijdragen worden gezocht.

• Een gedeelte van de lasten die door de MRE bekostigd zouden moeten worden, kunnen voor rekening kunnen komen van private organisaties.

• In de regio Eindhoven zijn diverse (kapitaalkrachtige) organisaties actief die baat kunnen hebben bij het realiseren van voorzieningen, bijvoorbeeld voor hun medewerkers, ketenpartners, klanten of andere stakeholders. • De MRE zou de samenwerking met private organisaties kunnen uitbreiden, op het gebied van het realiseren van voorzieningen, waarbij medewerkers, ketenpartners, klanten of andere stakeholders, baat hebben. Hierbij valt te denken aan de categorieën ‘Cultuur en recreatie’ en ‘Sport en spel’.

© 2025 Deloitte The Netherlands

• Gerichte coalities en bijdragen per type voorziening, die ook voor de private partijen beter uitlegbaar zijn.

Nadelen • De MRE is afhankelijk van de bereidwilligheid van private organisaties om een financiële bijdrage te leveren. • Momenteel bestaan er al diverse publiek-private samenwerkingen in de regio (zoals het ‘Brainport-fonds’) die een financieel beroep doen op het bedrijfsleven. Hierdoor zouden private initiatiefnemers mogelijk overvraagd kunnen worden.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

36

05. Conclusies en aanbevelingen

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

37

05. Conclusies en aanbevelingen | Conclusies De MRE-gemeenten hebben voor de peride 2025-2028 gezamenlijk circa € 0,3 miljard begroot voor maatschappelijke voorzieningen, waarmee tot 2040 een dekkingsopgave van circa € 1,1 miljard resteert (exclusief prijsstijgingen) Conclusies investeringsopgave MRE

Conclusies investeringsgereedheid MRE-gemeenten

• Deze eindrapportage gaat in op de maatschappelijke voorzieningenopgave in de MRE, in het kader van de beoogde schaalsprong van de MRE met 100.000 woningen tot 2040.

• De MRE-gemeenten zijn aan de hand van een vragenlijst bevraagd op hun investeringsgereedheid.

• Adviesbureau BRO heeft twee scenario’s opgesteld voor de voorzieningenopgave in de MRE tot 2040, uitgaande van een groei van 100.000 woningen: (1) een groei naar rato c.q. extrapolatie van het huidige voorzieningenniveau; (2) een voorzieningenopgave o.b.v. een toegroei naar het landelijk gemiddelde voorzieningenniveau. • Op basis van de uitgangspunten en afbakeningen in deze rapportage is onze inschatting dat de investeringsopgave in voorzieningen in de MRE (conform het gemiddelde van de twee scenario’s van BRO) tot en met 2040 ongeveer € 2,8 miljard bedraagt (prijspeil januari 2025), waarvan ca. € 1,4 miljard tot de gemeentelijke investeringsopgave behoort. Dit is o.a. exclusief ‘regionale voorzieningen’ en exploitatiekosten (zie p. 13). • Een benadering van de exploitatiekosten en –subsidies gerelateerd aan deze investeringsopgave vergt nader onderzoek. NB: de openbare begrotingen van de MRE-gemeenten bieden hiervoor onvoldoende gedetailleerde informatie (zie Bijlage A7 - Verdieping exploitatiekosten en –subsidies).

• De MRE-gemeenten die op de vragenlijst hebben gereageerd, hebben gezamenlijk circa € 0,3 miljard begroot voor de ‘gemeentelijke investeringsopgave’ (onderwijs, sport en cultuur) in de periode 2025-2028. De MRE-gemeenten geven aan hiertoe soms harde en moeilijke keuzes te hebben moeten maken. • Voor de periode van 2029 tot 2040 zijn investeringen in beeld voor nog eens circa € 0,3 miljard, maar deze zijn nog geen onderdeel van sluitende gemeentebegrotingen. Dit resulteert in een dekkingsopgave van nog eens ca. € 1,1 miljard aan investeringen (exclusief prijsstijgingen en exclusief gemoeide exploitatiekosten) voor de periode 2029-2040.

• Naast de investeringsopgave is er een ‘voorfinancieringsvraagstuk’ voor de kapitaal- en overige exploitatielasten van investeringen in maatschappelijke voorzieningen. Dit is naar schatting ca. € 280 miljoen als gevolg van de ‘T-2 systematiek’ van het gemeentefonds (zie p. 25). Indien de maatschappelijke voorzieningen (gemiddeld) eerder worden gerealiseerd dan de woningen kan dit bedrag oplopen.

• Bovenstaande geeft een indicatief beeld, waarbij zij opgemerkt dat een gedetailleerde analyse op gemeenteniveau noodzakelijk is om een meer nauwkeurige benadering te krijgen, waardoor de omvang van genoemde bedragen kan wijzigen. © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

38

05. Conclusies en aanbevelingen | Conclusies In deze ‘quickscan’ is de bekostiging van de investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen via het gemeentefonds op hoofdlijnen onderzocht en enkele alternatieve bekostigingssystematieken

Conclusies bekostiging via gemeentefonds

Conclusies overige bekostigingssystematieken

• Ten aanzien van de bekostiging van de resterende investeringsopgave is in deze rapportage ingegaan op de werking van het gemeentefonds:

• Naast het gemeentefonds (en de groei daarvan) zijn in deze rapportage de volgende systematieken nader verkend*:

− Gemeentefondsuitkering (Groei) | Dit betreft de groei van de algemene uitkering als gevolg van de bovengemiddelde regionale groei en de mogelijke inzet daarvan. Dit is in deze rapportage verkend, maar vergt veel aannames en nader onderzoek. Een belangrijk uitgangspunt is welk deel van de groei op gaat aan dekking van (algemene) lastengroei. − Gemeentefondsuitkering (Vaste uitkering) | Het werken met een vaste uitkering voor de MRE-gemeenten binnen de algemene uitkering lijkt weinig kansrijk, gelet op de (politieke en beleidsmatige) ontwikkeling van de gemeentefondssystematiek. De mogelijkheden van een decentrale uitkering specifiek voor maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld zoals in de gemeente Almere is gedaan, kunnen nader worden verkend.

− Kostenverhaal en financiële bijdragen | Dit werkt vooral bij infra en groen en lijkt weinig kansrijk voor maatschappelijke voorzieningen. − (Publiek-private) fondsvorming | Dit zou nader kunnen worden verkend analoog aan het Brainport Partnerfonds met thans € 219 miljoen aan private bijdragen voor bereikbaarheid, woningbouw en arbeidsmarkt, op basis van vaste, jaarlijkse bijdragen. Een stap verder dan een fonds is voorzieningen (gebundeld) onder te brengen in een specifieke (publiek-private) entiteit met een eigen financierings- en waarderingsregime. − Publiek-private samenwerking | Specifieke private bijdragen organiseren voor specifieke private voorzieningen die relevant zijn voor specifieke bedrijven (als alternatief voor, of aanvullend op vaste, jaarlijkse bijdragen).

*Subsidies en bijdragen zijn in overleg met de opdrachtgever nog niet specifiek onderzocht in het kader van deze opdracht. De MRE verkent dit momenteel zelf, in het bijzonder de mogelijkheden van subsidies waarvan de EIB de uitvoerder is. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen 39 © 2025 Deloitte The Netherlands

05. Conclusies en aanbevelingen | Aanbevelingen Aanbeveling aan de MRE is om met strategische partners (Rijk en regio, publiek en privaat), de gesprekken te intensiveren en samen toe te werken naar een strategie voor de bekostiging van maatschappelijke voorzieningen Fase

Opbouw narratief en intensiveren van gesprekken

Nader uitwerken van de opgave en de bekostigingssystematieken

Bepalen van mogelijke strategieën om voorzieningenopgave te bekostigen

Doel

Het (nader) betrekken van partners, zoals het Rijk en private partners bij de voorzieningenopgave

Het verkrijgen van een gedetailleerder beeld van de voorzieningenopgave binnen de MRE

Het uitwerken, selecteren en combineren van bekostigingssystematieken

Fasering* (indicatief) *De verschillende fasen kunnen gelijktijdig plaatsvinden, afhankelijk van de te verrichten activiteiten.

1.

Opbouw van een sterk narratief rondom samen investeren in voorzieningen.

2.

Aansluiten bij bestaande overlegstructuren binnen de regio, zoals het Brainport Partnerfonds, met het oog op publiekprivate samenwerking (zoals een fonds).

Activiteiten 3.

Intensiveren van gesprekken met het Rijk, onder meer ten aanzien van afspraken over mogelijke bijdragen.

4.

5.

Opstellen van een nadere en meer verfijnde voorzieningenopgave per MRE-gemeente (in plaats van de huidige grofmazige scenario’s), ten behoeve van een betere schatting van de investeringsopgave. Nader onderzoeken investeringsgereedheid gemeenten op langere termijn (2029-2040), i.r.t. meerjarendoorkijk begrotingen.

7.

Nader onderzoek naar de kansrijkheid van de diverse bekostingssystematieken (zie voorgaande pagina’s).

8.

Selecteren van bekostingssystematieken die bij de investeringsopgave passen, op basis van vier mogelijke strategieën (zie uitgebreid pagina hierna): A. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging B. Voorzieningenconvenant met het Rijk C. Publiek-privaat voorzieningenfonds

D. Publiek-private samenwerking per voorziening

Resultaat

✓ Bewustwording bij Rijk en regionale partners over (rol en verantwoordelijkheid bij) de voorzieningenopgave die te verwachten is i.h.k.v. de schaalsprong.

✓ Een beter onderbouwde investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen.

✓ Een uitgewerkte en vastgelegde strategie voor de bekostiging van de voorzieningenopgave binnen de MRE.

✓ Een nadere uitwerking van de bekostigingssystematieken, leidende tot een beter beeld van de dekkingsmogelijkheden.

✓ Startpunt voor een voortvarende uitvoeringsstrategie.

✓ Intensievere betrokkenheid van Rijk en regionale partners bij de voorzieningenopgave. © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

40

05. Conclusies en aanbevelingen | Mogelijke strategieën Op basis van de quickscan wordt een drietal strategieën onderscheiden, die variëren van het zelf zoeken van financiële ruimte, specifieke afspraken met het Rijk, tot het creëren van een publiek-privaat voorzieningenfonds Strategieën STRATEGIE A | GEMEENTEN NEMEN VERANTWOORDELIJKHEID VOOR DE BEKOSTIGING Deze strategie gaat ervan uit dat de gemeenten (grotendeels) zelf verantwoordelijk zijn voor het sluitend krijgen van de bekostigingsopgave. Hoewel de MRE-gemeenten op basis van de inventarisatie overwegend actief zijn met het vormen een visie op hun investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen, vereist dit echter politieke en beleidsmatige keuzes om deze opgave ook daadwerkelijk op te kunnen nemen in sluitende begrotingen. De huidige investeringsgereedheid is momenteel nog onvoldoende om de volledige opgave te dekken, wat vraagt om onderzoek naar en de overweging van alternatieve systematieken (zie voorgaande pagina).

STRATEGIE B | MRE SLUIT EEN VOORZIENINGENCONVENANT MET HET RIJK Met een convenant specifiek voor maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld in de vorm van een aanvulling op het Beethovenconvenant of een Decentralisatie-uitkering (DU), zou de investeringsopgave haalbaarder kunnen worden voor de MRE-gemeenten. Het is daarbij van belang dat de alternatieven in voldoende mate zijn onderzocht en de cijfermatige aannames in voldoende mate zijn onderbouwd. Het is daarbij in onze optiek essentieel om een sterk narratief op te bouwen, die nut en noodzaak van de rijksbijdrage duidelijk maakt in relatie tot de bijdrage van de regio aan landelijke doelen en opgaven en ten opzichte van wat reeds is afgesproken in het Beethovenconvenant.

STRATEGIE C | MRE CREËERT VOORZIENINGENFONDS

AANVULLEND D | PPS PER VOORZIENING

Met de oprichting van een nieuw (of aanvullend) publiekprivaat fonds dat zich specifiek richt op de realisatie van voorzieningen, zouden de MRE-gemeenten en private partijen gezamenlijk zorg kunnen dragen voor de bekostiging van voorzieningen, aangevuld met een Rijksbijdrage (strategie B).

Een andere (aanvullende) strategie is om bij bepaalde voorzieningen een specifieke samenwerking aan te gaan met één of meer private partijen. Dit kan onder meer door hun naam te verbinden aan een voorziening in combinatie met bekostiging/sponsoring.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

41

Bijlagen

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

42

A1. Analyse per type voorziening | Zorg en welzijn

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Huisartspraktijk

Praktijk waar huisartsen hulp uitoefenen

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

Tandartspraktijk

Praktijken waar tandartsen hulp uitoefenen

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

Fysiotherapie

Praktijk waar fysiotherapeuten hulp uitoefenen

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

Apotheken

Locatus branche Apotheken

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

Buurthuizen

Een gemeenschapshuis/wijkcentrum etc

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Buitenschoolse opvang

Data en definiëring van LRK.

Niet-gemeentelijk

Particulier

Kinderdagopvang

Data en definiëring van LRK.

Niet-gemeentelijk

Particulier

Gastouders

Data en definiëring van LRK.

Niet-gemeentelijk

Particulier

Consultatiebureau

Definiëring GGD Brabant Zuidoost.

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Verloskundigepraktijk

Terugkoppeling gemeenten.

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

GGZ

Data en definiëring GGzE en GGZ Oost Brabant.

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

43

A1. Analyse per type voorziening | Onderwijs

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Primair onderwijs

Data en definiëring van DUO

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Voortgezet onderwijs

Data en definiëring van DUO

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Speciaal primair onderwijs

Data en definiëring van DUO

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Speciaal voortgezet onderwijs

Data en definiëring van DUO

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

44

A1. Analyse per type voorziening | Detailhandel

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Supermarkt < 150 m2

Locatus branches Minisuper en Locatus groep supermarkt

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Supermarkt 150-500 m2

Locatus branches Minisuper en Locatus groep supermarkt

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Supermarkt > 500 m2

Locatus branches Minisuper en Locatus groep supermarkt

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Overig dagelijks

Locatus branches Groente/Fruit, Bakker, Vlaaien, Toko, Chocola, Koffie/Thee, Delicatessen, Kaas, Boerderijwinkel, Nachtwinkel, Poelier, Dieet/Voedingssupplementen, Slagerij, Slijter, Tabak/Lectuur, Tabak speciaalzaak, Vis, Zoetwaren en overige levensmiddelen.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Drogist

Locatus branches Drogist, Parfumerie, Haarproducten en overige persoonlijke verzorging.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Recreatief

Clustering van mode en luxe zaken.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Doelgericht

Locatus branches Dibevo, tuincentra en meubelen

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

45

A1. Analyse per type voorziening | Horeca

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Restaurant

Locatus branches Café-restaurant, restaurant en pannenkoeken

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Café

Locatus branche Café

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Cafetaria

Locatus branches Fastfood, Grillroom/Shoarma en Crêpes/Wafels/Donuts & ijssalons.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Koffiezaak

Locatus Branches Koffiebar en Koffiehuis

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Lunchroom

Locatus branche Lunchroom

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Bezorgdienst

Locatus branches Bezorg/Halen

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Hotel

Locatus branches Hotel en Hotelrestaurants

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

46

A1. Analyse per type voorziening | Cultuur en recreatie

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Museum

Locatus branche Museum (terugkoppeling gemeente)

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Theater

Locatus branche Theater en terugkoppeling gemeente.

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Bibliotheek

Locatus branche Bibliotheek

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Bioscoop

Locatus branche Bioscoop

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Casino

Locatus branche Casino/Amusementshal

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Commerciële recreatie

Locatus branche Escape room, Bowling, Biljart/Pool, Binnenspeeltuin en Amusement overig.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

47

A1. Analyse per type voorziening | Openbaar groen

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Lokaal park

Openbare parken, via: Open Streetmap

Gemeentelijk

Kostenverhaal

Groenpercentage

Percentage van groen, via: Klimaateffectatlas

Gemeentelijk

Kostenverhaal

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelik

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

48

A1. Analyse per type voorziening | Sport en spel

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Sportveld

Open Streetmap, Mulier Instituut en terugkoppeling gemeente

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Sporthal

Mulier Instituut en terugkoppeling gemeente Cultuur

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Stedelijk sportpark

Mulier Instituut en terugkoppeling gemeente

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Zwembad

Locatus branche Zwembad

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Overdekte speeltuin

Locatus branches Binnenspeeltuin en Trampolinepark

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Speeltuin

Input gemeente conform BRO

Gemeentelijk

Kostenverhaal

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

49

A2. Nadere analyse voorzieningen | Semi-gemeentelijke voorzieningen

*Legenda:

#

Type

Subtypen

Zorg en welzijn

Huisartspraktijk

Tandartspraktijk

Fysiotherapie

Apotheken

Onderwijs

Primair Onderwijs

Voortgezet Onderwijs

Speciaal primair onderwijs

Speciaal voortgezet onderwijs

Detailhandel

Supermarkt < 150m2

Supermarkt 150-500 m2

Supermarkt > 500 m2

Horeca

Restaurant

Café

Cultuur en recreatie

Museum

Theater

Openbaar groen

Lokaal park

Groenpercentage

Sport en spel

Sportveld

Sporthal

Niet-gemeentelijk

Buurthuizen

Buitenschoolse opvang

Kinderdagv erblijf

Overig dagelijks

Drogist

Recreatief

Doelgericht

Cafetaria

Koffiezaak

Lunchroom

Bezorgdienst

Hotel

Bibliotheek

Bioscoop

Casino

Commerciële recreatie

Stedelijk sportpark

Zwembad

Overdekte speelplek

Speeltuin

Gastouders

Gemeentelijk

Consultatie bureau

Semi-gemeentelijk

Verloskundi ge praktijk

GGZ

*Aanvullend op de rapportage uitgevoerd door BRO is er een onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke en niet-gemeentelijke investeringen, die is gemaakt van voorzieningen die aan te merken zijn als semi-gemeentelijk en waarvoor eventueel ook publiek-private samenwerking mogelijk is, omdat private organisaties hiervan kunnen profiteren. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen 50 © 2025 Deloitte The Netherlands

A3. Woningbouwopgave | Ontwikkelstrategie ambitie 2022 tot 2040 (incl. knopen)

Woningbouwopgave per MRE-gemeente Ontwikkelstrategie ambitie 2022 tot 2040 Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen c.a. Oirschot Son en Breugel Veldhoven Waalre Cranendonck Heeze-Leende Valkensw aard Bergeijk Bladel Eersel Reusel-De Mierden Asten Deurne Gemert-Bakel Laarbeek Someren Totaal

3.420 31.960 2.255 13.185 2.420 1.335 750 5.090 1.585 4.510 905 1.935 1.480 1.620 6.535 1.020 2.165 8.555 4.035 2.990 2.550 100.300

Bron: ‘Opgave herijking woondeal’, ontwikkelstrategie ambitie 2022 tot 2040 (incl. knopen) © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

51

A4. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave | Regionale voorzieningen

1 Categorie # Voorziening

Voorziening

46 Onderwijs MBO 47 Onderwijs HBO 48 Onderwijs Universiteit 49 Zorg en welzijn Specialistisch zorgcentrum 50 Zorg en welzijn Ziekenhuis 51 Horeca Michelin Restaurant 52 Horeca Nachtclub 53 Openbaar groen Recreatief water Subtotaal regionale investeringen

Investering Gemeentelijk/ Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk Niet-gemeentelijk

Bronnen: Bouwkostenkompas, Nulmeting © 2025 Deloitte The Netherlands

2

3

Behoefte Voorzieningen (#)

Indicatieve Maatvoering p. voorz. (m² GBO)

7 1 7 4 1 1 5

12.000 25.000 30.000 11.500 27.700 160 550 n.a.

Totale behoefte Vorm Behoefte m² GBO factor BVO 84.000 25.000 80.500 110.800 160 550 301.010

0,93 0,94 0,94 0,90 0,88 0,93 0,92 n.a.

90.323 26.596 89.944 125.909 173 598 n.a. 333.542

4

5

6

7

Kavel Opp.

Grondkosten (€000)

Bouwkosten p. m² bvo

Bouwk. incl. bijk. kst.

Totale bouwkosten

Investeringsopgave (€000)

180.645 53.191 179.888 251.818 346 1.196 n.a. 667.085

27.097 7.979 26.983 37.773 52 179 100.062.705

2.033 2.213 2.197 2.780 3.347 1.562 2.084 n.a.

2.555 2.782 2.762 3.494 4.207 1.963 2.620 n.a.

230.818 73.982 314.306 529.722 340 1.566 -

257.914 81.961 341.289 567.495 392 1.745 1.250.797

Toelichting •1

2

Behoefte aantal absolute voorzieningen, op basis van de Nulmeting voorzieningen Metropoolregio Eindhoven door onderzoeksbureau BRO.

•

Indicatieve maatvoering gebruikersoppervlakte (GBO) per voorziening.

•3

Kolom 1 maal kolom 2.

•4

Behoefte BVO gedeeld door FSI van 0,5. Zie voor nadere toelichting bijlage A6.

•5

Kolom 4 maal grondprijs van € 150 per m². Zie voor nadere toelichting bijlage A6.

•6

Directe bouwkosten conform het Bouwkostenkompas inclusief opslag voor bijkomende kosten, mede conform Bouwkostenkompas (25,7%). Tot de bijkomende kosten behoren onder andere planontwikkelingskosten, aansluitkosten, gemeentelijke heffingen, verzekeringen en verkoopkosten.

•7

Kolom 6 maal vierkante meters BVO.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

52

A5. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave | Voorzieningen (1/2)

1

Indicatieve investeringsopgave o.b.v. huidig voorzieningenniveau Investering Behoefte Categorie Gemeentelijk/ Voor# Voorziening Voorziening Niet-gemeentelijk zieningen (#) 1 Zorg en welzijn Buurthuizen Gemeentelijk 2 Zorg en welzijn GGZ Niet-gemeentelijk 3 Zorg en welzijn Huisartspraktijk Niet-gemeentelijk 4 Zorg en welzijn Kinderdagverblijven Niet-gemeentelijk 5 Zorg en welzijn Fysiotherapie Niet-gemeentelijk 6 Zorg en welzijn Buitenschoolse opvang Niet-gemeentelijk 7 Zorg en welzijn Tandartspraktijk Niet-gemeentelijk 8 Zorg en welzijn Consultatiebureau Gemeentelijk 9 Zorg en welzijn Apotheken Niet-gemeentelijk 10 Zorg en welzijn Verloskundige praktijk Niet-gemeentelijk 11 Zorg en welzijn Gastouders Niet-gemeentelijk 12 Sport en spel Zwembad Gemeentelijk 13 Sport en spel Sporthal Gemeentelijk 14 Sport en spel Sportveld Gemeentelijk 15 Sport en spel Speeltuin Gemeentelijk 16 Sport en spel Overdekte speelplek Niet-gemeentelijk 17 Sport en spel Stedelijk sportpark Gemeentelijk 18 Sport en spel Clubhuis Gemeentelijk 19 Openbaar groen Lokaal park Gemeentelijk 20 Openbaar groen Groenpercentage Gemeentelijk 21 Onderwijs Primair onderwijs Gemeentelijk 22 Onderwijs Voortgezet onderwijs Gemeentelijk 23 Onderwijs Speciaal voortgezet onderwijs Gemeentelijk 24 Onderwijs Speciaal primair onderwijs Gemeentelijk 25 Horeca Hotel Niet-gemeentelijk 26 Horeca Restaurant Niet-gemeentelijk 27

Horeca Cafetaria Niet-gemeentelijk 28 Horeca Café Niet-gemeentelijk 29 Horeca Lunchroom Niet-gemeentelijk 30 Horeca Bezorgdienst Niet-gemeentelijk 31 Horeca Koffiezaak Niet-gemeentelijk 32 Detailhandel Detailhandel doelgericht Niet-gemeentelijk 33 Detailhandel Supermarkt >500 Niet-gemeentelijk 34 Detailhandel Overig dagelijks Niet-gemeentelijk 35 Detailhandel Drogist Niet-gemeentelijk 36 Detailhandel Detailhandel recreatief Niet-gemeentelijk 37 Detailhandel Supermarkt 150-500 Niet-gemeentelijk 38 Detailhandel Supermarkt <150 m² Niet-gemeentelijk 39 Detailhandel Supermarkt totaal Niet-gemeentelijk 40 Cultuur en recreatie Museum Gemeentelijk 41 Cultuur en recreatie Theater Gemeentelijk 42 Cultuur en recreatie Commerciële recreatie Niet-gemeentelijk 43 Cultuur en recreatie Casino Niet-gemeentelijk 44 Cultuur en recreatie Bibliotheek Gemeentelijk 45 Cultuur en recreatie Bioscoop Niet-gemeentelijk Subtotaal investeringen excl. regionale voorzieningen

Bronnen: Bouwkostenkompas, Nulmeting © 2025 Deloitte The Netherlands

40 8 37 66 69 68 35 8 15 8 142 5 14 226 301 2 5 5 24 46 8 4 4 13 129 98 51 27 30 6 17 34 108 27 13 8 8 50 10 6 9 2 4 2

2

3

Indicatieve Maatvoering p. voorz. (m² GBO) 900 2.000 325 120 125 120 125 350 60 40 2.000 1.500 6.084 200 1.250 30.418 200 1.000 n.a. 1.510 8.000 8.000 1.510 5.000 160 65 95 95 40 75 2.000 1.350 60 215 225 325 125 n.a. 3.000 2.500 1.000 3.500 1.075 2.000

Totale behoefte Vorm Behoefte m² GBO factor BVO 36.000 16.000 12.025 7.920 8.625 8.160 4.375 2.800 900 320 10.000 21.000 1.374.871 60.200 2.500 152.088 1.000 24.000 69.451 64.000 32.000 6.039 65.000 20.640 6.370 4.845 2.565 1.200 450 34.000 45.900 6.480 5.805 2.925 2.600 1.000 30.000 15.000 9.000 7.000 4.300 4.000 2.183.354

0,95 0,93 0,91 0,88 0,91 0,88 0,91 0,91 0,91 0,91 0,88 0,92 0,94 1,00 1,00 0,94 1,00 0,94 1,00 1,00 0,92 0,95 0,95 0,92 0,94 0,93 0,93 0,93 0,93 0,95 0,93 0,97 0,95 0,94 0,94 0,96 0,95 0,95 0,95 0,92 0,91 0,92 0,95 0,95 0,89

37.895 17.204 13.214 9.000 9.478 9.273 4.808 3.077 989 352 10.870 22.340 1.374.871 60.200 2.660 152.088 1.064 24.000 75.490 67.368 33.684 6.564 69.395 22.314 6.886 5.238 2.773 1.263 486 35.052 48.316 6.894 6.176 3.047 2.737 1.053 32.609 16.484 9.783 7.368 4.526 4.520 2.223.406

4

5

Kavel Opp.

Grondkosten (€000)

Bouwkosten p. m² bvo

Bouwk. incl. bijk. kst.

6

Totale bouwkosten

7 Investeringsopgave (€000)

75.789 34.409 26.429 18.000 18.956 18.545 9.615 6.154 1.978 703 21.739 44.681 1.374.871 60.200 5.319 152.088 1.064 24.000 150.980 134.737 67.368 13.129 138.790 44.627 13.773 10.476 5.546 2.526 973 70.103 96.632 13.787 12.351 6.094 5.474 2.105 65.217 32.967 19.565 14.737 9.053 9.040 2.834.589

11.368 5.161 3.964 2.700 2.843 2.782 1.442 923 297 105 3.261 6.702 48.120 2.107 798 5.323 160 840 22.647 20.211 10.105 1.969 20.819 6.694 2.066 1.571 832 379 146 10.515 14.495 2.068 1.853 914 821 316 9.783 4.945 2.935 2.211 1.358 1.356 239.905

2.051 1.967 2.076 1.789 2.076 1.789 2.076 1.948 2.076 2.076 1.789 3.550 1.593 59 295 2.099 59 1.395 39 13 1.751 1.758 1.858 1.858 1.975 1.562 1.562 1.562 1.562 763 1.562 911 763 1.348 1.348 1.863 763 763 763 2.898 2.742 2.047 2.034 2.303 2.283

2.578 2.473 2.610 2.249 2.610 2.249 2.610 2.449 2.610 2.610 2.249 4.462 2.002 74 371 2.638 74 1.754 49 16 2.201 2.209 2.336 2.336 2.482 1.963 1.963 1.963 1.963 959 1.963 1.145 959 1.694 1.694 2.342 959 959 959 3.642 3.447 2.573 2.557 2.895 2.870

97.697 42.538 34.483 20.239 24.733 20.852 12.546 7.534 2.581 918 48.504 44.734 101.756 22.323 7.017 11.256 1.865 1.177 166.154 148.829 78.670 15.331 172.249 43.811 13.521 10.284 5.445 1.211 955 40.138 46.339 11.676 10.460 7.135 2.625 1.010 118.766 56.814 25.171 18.839 13.103 12.971 1.524.261

109.065 47.699 38.447 22.939 27.577 23.634 13.988 8.457 2.878 1.023 51.765 51.437 149.876 24.430 7.815 16.579 2.025 2.017 188.801 169.039 88.775 17.300 193.068 50.505 15.587 11.856 6.276 1.590 1.101 50.654 60.834 13.745 12.313 8.049 3.446 1.325 128.549 61.759 28.106 21.050 14.461 14.326 1.764.166

Toelichting •1

2

Behoefte aantal absolute voorzieningen, op basis van de Nulmeting voorzieningen Metropoolregio Eindhoven door onderzoeksbureau BRO.

•

Indicatieve maatvoering gebruikersoppervlakte (GBO) per voorziening.

•3

Kolom 1 maal kolom 2.

•4

Behoefte BVO gedeeld door FSI van 0,5. Zie voor nadere toelichting bijlage A6.

•5

Kolom 4 maal grondprijs van € 150 per m². Zie voor nadere toelichting bijlage A6.

•6

Directe bouwkosten conform het Bouwkostenkompas inclusief opslag voor bijkomende kosten, mede conform Bouwkostenkompas (25,7%). Tot de bijkomende kosten behoren onder andere planontwikkelingskosten, aansluitkosten, gemeentelijke heffingen, verzekeringen en verkoopkosten.

•7

Kolom 6 maal vierkante meters BVO.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

53

A5. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave | Voorzieningen (2/2)

1 Indicatieve investeringsopgave o.b.v. landelijk gemiddelde Investering Behoefte Categorie Gemeentelijk/ Voor# Voorziening Voorziening Niet-gemeentelijk zieningen (#) 1 Zorg en welzijn Buurthuizen Gemeentelijk 2 Zorg en welzijn GGZ Niet-gemeentelijk 3 Zorg en welzijn Huisartspraktijk Niet-gemeentelijk 4 Zorg en welzijn Kinderdagverblijven Niet-gemeentelijk 5 Zorg en welzijn Fysiotherapie Niet-gemeentelijk 6 Zorg en welzijn Buitenschoolse opvang Niet-gemeentelijk 7 Zorg en welzijn Tandartspraktijk Niet-gemeentelijk 8 Zorg en welzijn Consultatiebureau Gemeentelijk 9 Zorg en welzijn Apotheken Niet-gemeentelijk 10 Zorg en welzijn Verloskundige praktijk Niet-gemeentelijk 11 Zorg en welzijn Gastouders Niet-gemeentelijk 12 Sport en spel Zwembad Gemeentelijk 13 Sport en spel Sporthal Gemeentelijk 14 Sport en spel Sportveld Gemeentelijk 15 Sport en spel Speeltuin Gemeentelijk 16 Sport en spel Overdekte speelplek Niet-gemeentelijk 17 Sport en spel Stedelijk sportpark Gemeentelijk 18 Sport en spel Clubhuis Gemeentelijk 19 Openbaar groen Lokaal park Gemeentelijk 20 Openbaar groen Groenpercentage Gemeentelijk 21 Onderwijs Primair onderwijs Gemeentelijk 22 Onderwijs Voortgezet onderwijs Gemeentelijk 23 Onderwijs Speciaal voortgezet onderwijs Gemeentelijk 24 Onderwijs Speciaal primair onderwijs Gemeentelijk 25 Horeca Hotel Niet-gemeentelijk 26 Horeca Restaurant Niet-gemeentelijk 27 Horeca

Cafetaria Niet-gemeentelijk 28 Horeca Café Niet-gemeentelijk 29 Horeca Lunchroom Niet-gemeentelijk 30 Horeca Bezorgdienst Niet-gemeentelijk 31 Horeca Koffiezaak Niet-gemeentelijk 32 Detailhandel Detailhandel doelgericht Niet-gemeentelijk 33 Detailhandel Supermarkt >500 Niet-gemeentelijk 34 Detailhandel Overig dagelijks Niet-gemeentelijk 35 Detailhandel Drogist Niet-gemeentelijk 36 Detailhandel Detailhandel recreatief Niet-gemeentelijk 37 Detailhandel Supermarkt 150-500 Niet-gemeentelijk 38 Detailhandel Supermarkt <150 m² Niet-gemeentelijk 39 Detailhandel Supermarkt totaal Niet-gemeentelijk 40 Cultuur en recreatie Museum Gemeentelijk 41 Cultuur en recreatie Theater Gemeentelijk 42 Cultuur en recreatie Commerciële recreatie Niet-gemeentelijk 43 Cultuur en recreatie Casino Niet-gemeentelijk 44 Cultuur en recreatie Bibliotheek Gemeentelijk 45 Cultuur en recreatie Bioscoop Niet-gemeentelijk Subtotaal investeringen excl. regionale voorzieningen

Bronnen: Bouwkostenkompas, Nulmeting © 2025 Deloitte The Netherlands

70 60 275 88 32 35 2 14 61 499 8 301 79 5

24 77 42 21 63 154 31 73 15 57 12 196 31 13 14 42 68 9 6 9 1 13 -

2

3

Indicatieve Maatvoering p. voorz. (m² GBO) 900 2.000 325 120 125 120 125 350 60 40 2.000 1.500 6.084 200 1.250 30.418 200 1.000 n.a. 1.510 8.000 8.000 1.510 5.000 160 65 95 95 40 75 2.000 1.350 60 215 225 325 125 n.a. 3.000 2.500 1.000 3.500 1.075 2.000

Totale behoefte Vorm Behoefte m² GBO factor BVO 139.000 19.338 33.000 10.938 3.840 4.375 700 840 2.440 16.000 60.200 98.750 152.088 24.000 116.255 336.000 31.706 315.000 24.640 2.898 2.900 1.088 114.000 16.200 11.730 6.558 2.925 4.388 5.250 27.000 15.000 9.000 3.500 13.975 1.625.518

0,95 0,93 0,91 0,88 0,91 0,88 0,91 0,91 0,91 0,91 0,88 0,92 0,94 1,00 1,00 0,94 1,00 0,94 1,00 1,00 0,92 0,95 0,95 0,92 0,94 0,93 0,93 0,93 0,93 0,95 0,93 0,97 0,95 0,94 0,94 0,96 0,95 0,95 0,95 0,92 0,91 0,92 0,95 0,95 0,89

149.462 21.250 37.500 12.019 4.364 4.808 769 923 2.681 17.391 60.200 105.053 152.088 24.000 126.364 353.684 34.463 336.299 26.638 3.132 3.053 1.176 117.526 17.053 12.479 6.976 3.047 4.618 5.526 29.348 16.484 9.783 3.684 14.711 1.718.550

4

5

Kavel Opp.

Grondkosten (€000)

Bouwkosten p. m² bvo

Bouwk. incl. bijk. kst.

6

Totale bouwkosten

7 Investeringsopgave (€000)

298.925 42.500 75.000 24.038 8.727 9.615 1.538 1.846 5.363 34.783 60.200 210.106 152.088 24.000 252.727 707.368 68.926 672.598 53.276 6.265 6.105 2.351 235.052 34.105 24.957 13.952 6.094 9.237 11.053 58.696 32.967 19.565 7.368 29.421 3.200.813

44.839 6.375 11.250 3.606 1.309 1.442 231 277 804 5.217 2.107 31.516 5.323 840 37.909 106.105 10.339 100.890 7.991 940 916 353 35.258 5.116 3.744 2.093 914 1.386 1.658 8.804 4.945 2.935 1.105 4.413 452.949

2.051 1.967 2.076 1.789 2.076 1.789 2.076 1.948 2.076 2.076 1.789 3.550 1.593 59 295 2.099 59 1.395 39 13 1.751 1.758 1.858 1.858 1.975 1.562 1.562 1.562 1.562 763 1.562 911 763 1.348 1.348 1.863 763 763 763 2.898 2.742 2.047 2.034 2.303 2.283

2.578 2.473 2.610 2.249 2.610 2.249 2.610 2.449 2.610 2.610 2.249 4.462 2.002 74 371 2.638 74 1.754 49 16 2.201 2.209 2.336 2.336 2.482 1.963 1.963 1.963 1.963 959 1.963 1.145 959 1.694 1.694 2.342 959 959 959 3.642 3.447 2.573 2.557 2.895 2.870

369.549 55.453 84.329 31.365 9.813 12.546 1.884 2.409 6.997 77.606 22.323 277.177 11.256 1.177 278.127 781.351 80.488 834.746 52.302 6.150 2.928 2.308 134.582 16.355 21.137 11.816 7.135 4.429 5.300 106.889 56.814 25.171 9.420 42.585 3.443.916

414.387 61.828 95.579 34.970 11.122 13.988 2.114 2.686 7.801 82.823 24.430 308.693 16.579 2.017 316.036 887.456 90.827 935.636 60.293 7.090 3.844 2.661 169.840 21.471 24.880 13.909 8.049 5.815 6.958 115.694 61.759 28.106 10.525 46.998 3.896.865

Toelichting •1

2

Behoefte aantal absolute voorzieningen, op basis van de Nulmeting voorzieningen Metropoolregio Eindhoven door onderzoeksbureau BRO.

•

Indicatieve maatvoering gebruikersoppervlakte (GBO) per voorziening.

•3

Kolom 1 maal kolom 2.

•4

Behoefte BVO gedeeld door FSI van 0,5. Zie voor nadere toelichting bijlage A6.

•5

Kolom 4 maal grondprijs van € 150 per m². Zie voor nadere toelichting bijlage A6.

•6

Directe bouwkosten conform het Bouwkostenkompas inclusief opslag voor bijkomende kosten, mede conform Bouwkostenkompas (25,7%). Tot de bijkomende kosten behoren onder andere planontwikkelingskosten, aansluitkosten, gemeentelijke heffingen, verzekeringen en verkoopkosten.

•7

Kolom 6 maal vierkante meters BVO.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

54

A6. Grondkostenberekening

Introductie

Brutovloeroppervlakte (‘BVO’)

• Bij het bepalen van de grondkosten (van de investeringsopgave in scope, zie bijlage A5 ‘Uitgangspunten geschatte investeringsopgave’) is de volgende formule gehanteerd:

• Op basis van ervaringen uit de dagelijkse vastgoedpraktijk is een indicatieve maatvoering in m² gehanteerd per voorziening, en een vormfactor (GBO/BVO) per voorziening (Conform p.12). De vormfactoren zijn afkomstig van BouwkostenKompas.

Grondkosten = maatschappelijke grondprijs per vierkante meter * (BVO / FSI)

Maatschappelijke grondprijs • In de dagelijkse vastgoedpraktijk wordt de grondwaarde voor (maatschappelijke) voorzieningen, gelet op de aard en de omvang van de voorzieningen, vaak per specifiek object getaxeerd (‘residuele methode’ of ‘comparatieve methode’). Naast dit maatwerk wordt bij maatschappelijke voorzieningen veelal een vaste, ‘maatschappelijke grondprijs’ per vierkante meter gehanteerd. • Jaarlijks publiceren gemeenten de vaste grondprijs per vierkante meter in een zogenoemde grondprijzenbrief, als uitwerking van het gemeentelijk grondbeleid. • Binnen de MRE werkt een groot aantal gemeenten met een vaste grondprijs voor maatschappelijke voorzieningen. Hierbij wordt in bepaalde gemeenten onderscheid gemaakt tussen ‘maatschappelijke functies zonder winstoogmerk’ en ‘maatschappelijke functies met winstoogmerk’. Dit onderscheid lijkt (grotendeels) vergelijkbaar te zijn met het onderscheid tussen ‘gemeentelijke voorzieningen’ en ‘niet-gemeentelijke voorzieningen’ (p. 11). • Op basis van een analyse van de grondprijzenbrieven van de gemeenten binnen de MRE en cijfers van de NVM en het CBS, is een gemiddelde bandbreedte van € 150,00 tot € 200,00 per vierkante meter als vaste grondprijs voor ‘maatschappelijke functies zonder winstoogmerk’ gehanteerd © 2025 Deloitte The Netherlands

Floor Space Index (‘FSI’) • Bij het bepalen van de vaste grondprijs per vierkante meter, kan gebruik gemaakt worden van de Floor Space Index (‘FSI’). Bij deze dichtheidsmaat wordt het totale brutovloeroppervlak van een gebouw (BVO) gedeeld door het oppervlak van het (bijbehorende) terrein waarop het gebouw (met verdiepingen) staat. Op basis van de RUDIFUN-dataset* is een FSI geschat van 0,5 voor (gebouwde) maatschappelijke voorzieningen in de MRE-gemeenten. FSI = Bruto vloeroppervlakte (BVO) / Terreinoppervlakte

• Gezien de aard en omvang van de categorieën ‘Sport en spel’ en ‘Openbaar groen’, die gekenmerkt worden door een relatief grote oppervlakte aan grond en een relatief lage oppervlakte aan bebouwing, wordt niet gekozen voor de FSI. In de Nulmeting van BRO zijn deze voorzieningen reeds uitgedrukt in een grondoppervlaktemaat. Voor deze gevallen kan worden uitgegaan van een grondprijs (verwerving en bouwrijp maken) van gemiddeld € 35,00 per vierkante meter (conform Bouwkostenkompas GWW). *De RUDIFUN-dataset is een dataset van het Planbureau voor de Leefomgeving, waarin de berekening van ruimtelijke dichtheden in Floor Space Index is berekend op basis van de gebruiksoppervlaktes in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), en de bouwblokken die zijn afgeleid uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Topografie (BRT).

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

55

A7. Verdieping exploitatiekosten en -subsidies

Verdieping exploitatiekosten en -subsidies • Door ons is een analyse uitgevoerd van de begrotingen van de 21 MRE-gemeenten op de lasten (en baten) van de gemeentelijke voorzieningen op het gebied van onderwijs, sport en cultuur, ofwel een verdieping op de exploitatieaspecten van de ‘gemeentelijke investeringsopgave’.

• Gebleken is dat exploitatiesubsidies in de meeste gevallen niet als zodanig uit de (openbare weergaven van de) begrotingen zijn te halen. • Het totaal aan (netto) lasten op onderwijs, sport en cultuur – en vervolgens een benadering van de verwachte groei daarvan – zou een relevant beeld kunnen geven van de opgaven waar de gemeenten voor staan. Het gaat dan om de lasten van personeel, subsidies, onderhoud, etc., exclusief de kapitaallasten. • De kapitaallasten van investeringen zijn echter onderdeel van de in de openbare begrotingen weergegeven (netto) lasten op onderwijs, sport en cultuur. Dit bemoeilijkt het verkrijgen van het gewenste inzicht in de (overige) exploitatielasten op onderwijs, sport en cultuur. • Omdat de kapitaallasten onderdeel zijn van de in de openbare begrotingen weergegeven (netto) lasten, is het niet mogelijk gebleken een goed beeld te krijgen van de opgave van de MRE-gemeenten ten aanzien van exploitatiekosten en –subsidies, los van de investeringen en gemoeide kapitaallasten.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

56

A8. Verdieping effecten gemeentefondsuitkering | Effecten aanvullende groei (1/3)

Toelichting effecten extra uitkering • In de periode van 2024 tot 2040 wordt rekening gehouden met een geleidelijke groei van het aantal inwoners in de gemeente, wat leidt tot een toenemende aanvullende uitkering vanuit het Gemeentefonds. Deze uitkering is lineair berekend.

• In de tabel hiernaast is de groei op lineaire wijze en zal in de loop der jaren oplopen tot een jaarlijkse bandbreedte van 11,6 tot 23,3 miljoen euro, waarbij een bandbreedte van 10% tot 20% vrij besteedbare ruimte is toegepast, na correctie voor lastengroei. Deze 10% tot 20% is een ervaringscijfer vanuit onderzoek bij/door twee andere (middel)grote gemeenten en kunnen we op verzoek nader toelichten. • Door de jaarlijkse extra uitkering te beschouwen als afschrijvingsbedrag, inclusief een marktconforme rente, ontstaat er investeringsruimte voor gemeenten binnen de MRE. Uit ervaringscijfers van andere gemeenten blijkt dat de jaarlijkse lasten van investeringen in maatschappelijke voorzieningen ongeveer 10% zijn van de investering. Dit bestaat uit kapitaallasten (rente + afschrijving) en overige exploitatiekosten. Via deze benadering kan een jaarlijkse extra uitkering van € 11,6 miljoen. tot € 23,3 miljoen. (prijspeil 2040) voor € 116 miljoen. tot € 233 miljoen. aan investeringen dekken op MRE-niveau. Dit stelt gemeenten in staat om te investeren in belangrijke voorzieningen en infrastructuur die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de behoeften van de groeiende bevolking.

Jaar

Jaarlijkse extra uitkering (10% vrije ruimte) (€)

Jaarlijkse extra uitkering (20% vrije ruimte) (€)

2024

685.169

1.370.339

2025

1.370.339

2.740.678

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15563968/1