CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A17 MRE - Bijlage Eindrapportage - Quickscan bekostiging voorzieningen

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname19.753 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindrapportage - Quickscan bekostiging voorzieningen 9 april 2025

Belangrijke opmerkingen Dit rapport is vervaardigd binnen de beperkingen zoals beschreven in ons voorstel met kenmerk 311571838 d.d. 29 oktober 2024, door de Metropoolregio Eindhoven (MRE) voor akkoord retour ontvangen d.d. 13 november 2024, en op basis van de aanbiedingsbrief op de hierna volgende pagina. Wij accepteren geen aansprakelijkheid ten opzichte van derden die dit rapport inzien. De getekende versie van het rapport is definitief en bepalend. De reikwijdte van onze werkzaamheden is substantieel minder dan een controle- of beoordelingsopdracht uitgevoerd in overeenstemming met algemeen aanvaardbare controle- respectievelijk beoordelingsstandaarden (en wij hebben, bijvoorbeeld, niet getracht de beschikbare informatie te verifiëren). Derhalve wordt geen zekerheid verstrekt omtrent de getrouwheid van de financiële informatie. De bevindingen in dit rapport zijn gebaseerd op gegevens die zijn verzameld tot en met 4 april 2025, en zijn mogelijk niet representatief voor de situatie na deze datum. De cijfers omtrent de reeds begrote investeringen binnen dit rapport zijn door de MRE-gemeenten aangeleverd. Deloitte heeft de door de MRE-gemeenten aangeleverde cijfers niet op juistheid gecontroleerd. Op de aangeleverde cijfers zijn geen aanpassingen gemaakt.

De prognoses in dit rapport zijn opgesteld op basis van analyses van adviesbureau BRO en enkel de verantwoordelijkheid van de MRE. Wij accepteren geen verantwoordelijkheid voor de prognose of de realisatie ervan. De prognose heeft betrekking op de toekomst en omvat schattingen, aannames en onzekerheden ten tijde van het opstellen. De quickscan is geen gedetailleerde, diepgaande analyse, maar beperkt zich tot een eerste, globale kijk op/een analyse van [scope subject]. Onze diensten moeten daarom niet worden beschouwd als een adequate vervanging voor een diepgaande analyse, aangezien we mogelijk niet alle feiten of informatie identificeren die relevant voor u zijn. Als we aanvullende analyses hadden uitgevoerd, zouden onze bevindingen anders kunnen zijn geweest of zouden we mogelijk aanvullende zaken hebben geïdentificeerd die we onder uw aandacht moesten brengen. Daarom aanvaarden we geen enkele verplichting, verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid jegens u of andere partijen met betrekking tot de resultaten van de quickscan. Alle bedragen in dit rapport zijn in miljoenen Euro’s, tenzij anders aangegeven. Bepaalde cijfers in dit rapport zijn aan afronding onderworpen. Derhalve kan in bepaalde gevallen de som van de cijfers in een kolom of rij niet helemaal overeenkomen met het totaalcijfer weergegeven voor die specifieke kolom of rij.

Wij merken op dat indien de Metropoolregio Eindhoven (MRE) op grond van de Wet open overheid (Woo) voornemens is uit eigen beweging deze eindrapportage te openbaren en/of indien de Metropoolregio Eindhoven (MRE) een verzoek tot publicatie van de eindrapportage ontvangt, dan zal de Metropoolregio Eindhoven (MRE) Deloitte hierover terstond informeren, voor zover wettelijk toegestaan. Voorts zal de Metropoolregio Eindhoven (MRE) Deloitte als belanghebbende aanmerken in het kader van de openbaarmaking en zal de Metropoolregio Eindhoven (MRE) Deloitte in de gelegenheid stellen haar zienswijze inzake de openbaarmaking aan de Metropoolregio Eindhoven (MRE) kenbaar te maken. De Metropoolregio Eindhoven (MRE) zal die zienswijze bij haar besluitvorming betrekken. Zoals overeengekomen in de Opdrachtbevestiging is deze eindrapportage uitsluitend opgesteld ten behoeve van de Metropoolregio Eindhoven (MRE). Tenzij anders overeengekomen in de Opdrachtbevestiging mag u, zonder voorafgaande schriftelijk toestemming van Deloitte, deze eindrapportage niet voor andere doeleinden gebruiken, (geheel of ten dele) publiceren, aan derden ter beschikking stellen of aan refereren. © 2025 Deloitte The Netherlands

Deloitte Consultative Services B.V. Gustav Mahlerlaan 2970​ 1081 LA Amsterdam​ Postbus 58110​ 1040 HC Amsterdam​

T: +31 88 288 2888 W: www.deloitte.nl

Metropoolregio Eindhoven Raiffeisenstraat 18 5611 CH Eindhoven Uitsluitend per e-mail verzonden g.wouters@metropoolregioeindhoven.nl Onderwerp Eindrapportage ‘Quickscan bekostiging voorzieningen’ Datum 9 april 2025 Ons kenmerk 311571838 Behandeld door Hielke Bos Jouke van Campenhout Tim Scheeren

Geachte heer Wouters, beste Giovanni, Met genoegen presenteren wij, Deloitte Consultative Services B.V., Real Estate (hierna: ‘Deloitte’ of ‘wij’), aan de Metropoolregio Eindhoven (hierna: ‘MRE’ of ‘Opdrachtgever’) onze eindrapportage ‘Quickscan bekostiging voorzieningen’. Deze eindrapportage is het resultaat van een quickscan naar de bekostiging van het gewenste voorzieningenniveau in de MRE, waarbij onderscheid is gemaakt in: (1) het in kaart brengen van de investeringsopgave tot en met 2040, (2) inzicht in de mate waarin de gemeenten binnen de MRE financieel rekening houden met de bijbehorende investeringsopgaven (‘investeringsgereedheid’), en (3) het identificeren van mogelijke bekostigingssystematieken voor de gemeentelijke investeringsopgave. Voornoemde heeft geresulteerd in een advies dat is opgenomen in de conclusies en aanbevelingen van deze eindrapportage. Deze eindrapportage wordt aan u verstrekt op basis van onze voorwaarden zoals vermeld in onze Opdrachtbevestiging met kenmerk 311571838 d.d. 29 oktober 2024, door de MRE voor akkoord retour ontvangen op 13 november 2024. Voorts wijzen wij u op de ‘belangrijke opmerkingen’ op de voorgaande pagina. Wij hebben met veel plezier gewerkt aan deze opdracht en kijken terug op een prettige samenwerking.

Wij hopen dat deze rapportage bijdraagt aan het volgende hoofdstuk van de schaalsprong in deze voor Nederland belangrijke regio. Mocht u naar aanleiding van deze quickscan vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Hielke Bos op telefoonnummer +31 6 82 01 24 55. Met vriendelijke groet,

Deloitte Consultative Services B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Rotterdam onder nummer 33259541.

Deloitte Consultative Services B.V. Real Estate

Lennert Middelkoop Partner (gevolmachtigde)

Managementsamenvatting In deze quickscan is voor de MRE in beeld gebracht: (i) de gemeentelijk investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen, (ii) de investeringsgereedheid van de MRE-gemeenten, (iii) de mogelijke bekostigingssystematieken • De Metropoolregio Eindhoven (hierna: ‘MRE’) is een drijvende kracht voor de Nederlandse economie en staat voor een schaalsprong van 100.000 woningen tot 2040 om de groei van de kennisintensieve maakindustrie te ondersteunen. De MRE bestaat uit 21 gemeenten (hierna: ‘MRE-gemeenten’). • De schaalsprong brengt aanzienlijke sociaal-maatschappelijke uitdagingen met zich mee, waardoor het voorzieningenniveau in de MRE-gemeenten dient mee te groeien met de behoeften van inwoners, leidende tot een urgente en significante investeringsopgave voor de MRE-gemeenten. In december 2023 startte de MRE met een regionale aanpak. Dit leidde tot de afspraak in het Beethovenconvenant met het Rijk een verkenning uit te voeren van de voorzieningenopgave. • In opdracht van de MRE heeft adviesbureau BRO het adviesrapport ‘Nulmeting voorzieningen Metropoolregio Eindhoven’ (d.d. 22 november 2024, hierna: ‘de Nulmeting’) uitgebracht. De Nulmeting bevat een categorisering van 44 voorzieningen naar zeven typologieën, namelijk: ‘Zorg en welzijn’, ‘Onderwijs’, ‘Detailhandel’, ‘Horeca’, ‘Cultuur & recreatie’, ‘Openbaar groen’ en ‘Sport & spel’.

• De Nulmeting hanteert twee scenario's voor de voorzieningenbehoefte in 2040: (1) extrapolatie van het huidige voorzieningenniveau en (2) groei naar het landelijke gemiddelde voorzieningenniveau. Deloitte heeft in de afgelopen periode een quickscan uitgevoerd naar de bij de scenario’s behorende investeringsopgave en de mogelijke bekostiging daarvan. • Hiertoe zijn diverse gesprekken gevoerd binnen en buiten de MRE, waaronder met de ‘kerngroep voorzieningen’ vanuit de MRE-gemeenten en enkele strategen (ambtenaren) die voor de gemeenten Utrecht, Almere en Eindhoven werkzaam zijn op het gebied van (de bekostiging van) gemeentelijke voorzieningen. © 2025 Deloitte The Netherlands

• Deloitte heeft daarnaast een vragenlijst verspreid onder de MRE-gemeenten om hun investeringsgereedheid te onderzoeken. Ter verduidelijking van de antwoorden zijn gesprekken gevoerd met enkele respondenten. • Op basis van de uitgangspunten en afbakeningen in deze rapportage is de inschatting dat de investeringsopgave in voorzieningen in de MRE (conform het gemiddelde van de twee scenario’s van BRO) tot en met 2040 ongeveer € 2,8 miljard bedraagt (prijspeil januari 2025), waarvan ca. € 1,4 miljard (prijspeil januari 2025) tot de gemeentelijke investeringsopgave behoort. Dit is exclusief regionale voorzieningen en exploitatiekosten (zie p. 13). • Op basis van de resultaten van de vragenlijst blijkt dat de 21 MRE-gemeenten gezamenlijk circa € 0,3 miljard hebben begroot voor de ‘gemeentelijke investeringsopgave’ in de periode 2025-2028. De MRE-gemeenten geven aan hiertoe soms harde en moeilijke keuzes te hebben moeten maken. Voor de periode daarna zijn investeringen in beeld voor nog eens circa € 0,3 miljard, maar deze zijn nog geen onderdeel van sluitende begrotingen. • Ten aanzien van het te dichten tekort zijn de volgende bekostigingssystematieken nader geanalyseerd: de (groei en allocatie van de) gemeentefondsuitkering, kostenverhaal en financiële bijdragen, subsidies en bijdragen, fondsvorming en publiek-private samenwerking.

Dit vergt nader onderzoek, uitwerking en afspraken om te komen tot een sluitende, coherente bekostigingsstrategie. De bouwstenen daarvoor zijn in deze rapportage verkend en aangereikt.

• Aanbeveling aan de MRE is om met strategische partners (Rijk en regio, publiek en privaat), de gesprekken te intensiveren en samen de strategie voor de bekostiging van maatschappelijke voorzieningen nader te verkennen en uit te werken. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

4

Inhoudsopgave

01 | Inleiding

6

02 | Geschatte investeringsopgave voorzieningen 8 03 | Investeringsgereedheid MRE-gemeenten

16

04 | Bekostigingssystematieken

19

05 | Conclusies en aanbevelingen

37

Bijlagen

42

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

5

01. Inleiding

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

6

01. Inleiding | Aanleiding In deze eindrapportage is de Nulmeting van BRO gebruikt om de investeringsopgave en de investeringsgereedheid van de MRE-gemeenten tot 2040 te schatten en is onderzocht hoe deze investeringsopgave bekostigd kan worden Achtergrond

Situatie

Scope van het rapport

• Het Beethovenconvenant erkent dat de Metropoolregio Eindhoven (hierna: ‘MRE’) van groot belang is voor de Nederlandse economie. De MRE staat voor een ruimtelijke schaalsprong van ca. 100.000 woningen tot 2040 om de groei van de kennisintensieve maakindustrie te ondersteunen.

• Met Beethovenconvenant is een gezamenlijke verkenning afgesproken tussen het Ministerie van BZK (thans VRO) en de MRE, alvorens het voorzieningenniveau te versterken. Op 26 juni 2024 zijn de eerste contouren van deze verkenning vastgesteld door de regio en het directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen: 1. Een nulmeting brengt de huidige voorzieningen in kaart als basis voor prognoses. Deze fase is uitgevoerd door adviesbureau BRO;

• In deze eindrapportage zijn de resultaten van de Nulmeting van BRO gebruikt om de investeringsopgave en de investeringsgereedheid van de MRE-gemeenten indicatief te schatten. Tevens is onderzocht hoe de investeringsopgave mogelijk kan worden bekostigd door de MRE-gemeenten.

• De schaalsprong brengt sociaal-maatschappelijke uitdagingen met zich mee. Het voorzieningenniveau moet meegroeien met de behoeften van de inwoners. Volgens de MRE brengt de voorzieningengroei een urgente en significante investeringsopgave voor de MRE-gemeenten met zich mee. • In december 2023 startte de MRE met een regionale aanpak om inzichtelijk te maken wat de voorzieningenopgave is in relatie tot de regionale schaalsprong. Dit heeft mede geleid tot de afspraak in het Beethovenconvenant om samen met het Rijk een nadere verkenning ten behoeve van voorzieningen uit te voeren. Deze verkenning is onder ‘Situatie’ weergegeven en vormt een basiskader om tot meerjarige financieringsafspraken tussen het Rijk en de MRE te komen voor de zomer 2025. © 2025 Deloitte The Netherlands

2. Regiospecifieke kengetallen voor de behoefte aan voorzieningen waren bij het schrijven van deze eindrapportage in ontwikkeling. Met deze kengetallen kunnen voorzieningen worden berekend voor verschillende woonmilieus, om te voldoen aan de toekomstige bevolkingsgroei en woningbouwdoelen; 3. Quickscan naar bekostiging van het gewenste voorzieningenniveau met zowel gemeentelijke als niet-gemeentelijke middelen. De quickscan is bedoeld om eerste inzichten te verkrijgen, waardoor sommige bevindingen op een later moment nader kunnen worden ingevuld. De quickscan is het onderwerp van deze eindrapportage.

• De resultaten zijn daarbij verrijkt aan de hand van diverse vormen van onderzoek, waaronder (1) deskresearch, (2) interviews met experts binnen en buiten de regio, en (3) vragenlijsten aan en interviews met betrokken ambtenaren van de verschillende MREgemeenten.

Leeswijzer • Op sommige plaatsen wordt in deze eindrapportage gebruik gemaakt van een blok met overwegingen (zie hiervoor onderstaande afbeelding). • In het blok met overwegingen wordt een (nadere) toelichting of verdieping gegeven op de inhoud van de tekst, bijvoorbeeld over hoe bepaalde aannames geïnterpreteerd kunnen worden of welke aanbevelingen mogelijk zijn. Overwegingen Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

7

02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

8

02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Framework van meervoudig sturen Het ‘Framework Meervoudig sturen’ onderscheidt een viertal rollen en biedt aanknopingspunten voor het vormgeven van de bredere sturingsopgave op de te realiseren voorzieningen, naast de investeringsopgave Overweging

Sturen op afstand

Overheden kunnen vanuit verschillende rollen sturen op realisatie van opgaven, zoals de voorzieningenopgave in de MRE. De voorzieningenopgave MRE is niet alleen een investeringsopgave maar een bredere sturingsopgave waarbij het framework van ‘meervoudig sturen’ aanknopingspunten kan bieden voor de uitwerking daarvan.1

Representatief/generiek

Vier rollen 1

2

3

4

Richting geven Kaderstellende instrumenten die de keuzes van partijen beïnvloeden (visies, interactieve planvorming, planoptimalisatie) Reguleren Juridische instrumenten die de mogelijkheden van partijen beperken of verminderen en tegelijkertijd sturen op prioriteiten (programmeren aan de hand van het omgevingsplan, Nota Voorzieningen) Verbinden Instrumenten die de samenwerking en (zelf)organisatie van partijen bespoedigen (ketensamenwerking, wervende coalitie, convenanten en akkoorden/deals) Stimuleren Instrumenten die (in)direct kosten/risico’s voor partijen verlagen (investeringen, subsidies, leningen), zoals financiële of fiscale instrumenten

1

2

Zachte sturing

Harde sturing

Communicatief/ relationeel

Juridisch /financieel

3

4

Sturen in overleg Participatief/specifiek

1 Verheul, Daamen, Hobma & Heurkens (2017)

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

9

02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Sturingsstrategieën De voorzieningenopgave in de MRE is zowel een programmeringsopgave als een investerings- en bekostigingsopgave, waarop de MRE-gemeenten kunnen sturen aan de hand van verschillende (uit te werken) sturingsstrategieën Analyse

Sturen op afstand

• De voorzieningenopgave in de MRE is zowel een (publiek/private) programmeringsopgave als een bekostigingsopgave.

Representatief/generiek

Commerciële exploitatie

• In het geval van programmering kan worden gedacht aan het beschikbaar stellen van ruimtelijke kaders, zoals het vaststellen van omgevingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen. • In het geval van bekostiging zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk voor de publieke bekostiging van de gewenste voorzieningen. In de praktijk betreft het hierbij ‘gemeentelijke’ voorzieningen die door de gemeente opgepakt worden, of die door de gemeenten worden afgewenteld op private partijen (zoals in het geval van kostenverhaal). • In bepaalde situaties kunnen de private sector en de publieke sector besluiten om gezamenlijk zorg te dragen voor de realisatie van voorzieningen, bijvoorbeeld met publiek-private samenwerking.

Programmering

Zachte sturing

Harde sturing

Communicatief/ relationeel

Juridisch /financieel

Bekostiging

Publieke bekostiging Sturen in overleg Participatief/specifiek

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

10

02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Scope voorzieningen investeringsopgave De Nulmeting van BRO kent een categorisering van voorzieningen; de MRE-gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van de ‘gemeentelijke’ voorzieningen, zoals scholen, sport, buurthuizen en bibliotheken Legenda*:

#

Type

Subtypen

Zorg en welzijn

Huisartspraktijk

Tandartspraktijk

Fysiotherapie

Apotheken

Buurthuizen

Onderwijs

Primair onderwijs

Voortgezet onderwijs

Speciaal primair onderwijs

Speciaal voortgez. onderwijs

Hoger onderwijs

Detailhandel

Supermarkt < 150m2

SuperSupermarkt markt 150-500 m2 > 500 m2

Overig dagelijks

Horeca

Restaurant

Café

Cafetaria

Cultuur en recreatie

Museum

Theater

Bibliotheek

Openbaar groen

Lokaal park

Groenpercentage

Recreatief water

Sport en spel

Sportveld

Sporthal

Stedelijk sportpark

Buitenschoolse opvang

Kinderdagverblijf

Drogist

Recreatief

Doelgericht

Koffiezaak

Lunchroom

Bezorgdienst

Hotel

Bioscoop

Casino

Commerciële recreatie

Zwembad

Overdekte speelplek

Speeltuin

Gastouders

Niet-gemeentelijk

Consultatiebureau

Verloskundige praktijk

Gemeentelijk

GGZ

Ziekenhuizen

Regionaal** (en niet-gemeentelijk)

Specialistische zorg

Nachtclubs

* Aanvullend op de Nulmeting uitgevoerd door BRO is door Deloitte een onderscheid gemaakt tussen niet-gemeentelijke en gemeentelijke investeringen (zie ook Bijlagen ‘A1. Analyse per type voorziening’ en ‘A2. Nadere analyse

totaaloverzicht van voorzieningen’), waarmee een nadere duiding gegeven wordt aan voorzieningen die de MRE-gemeenten eventueel gezamenlijk met private partijen zouden kunnen bekostigen; ** Dit betreffen voorzieningen die behoren tot de regionale, niet-gemeentelijke investeringsopgave. Deze niet-gemeentelijke voorzieningen zijn niet gekwantificeerd binnen de investeringsopgave, maar weergegeven in Bijlage ‘A4. Uitgangspunten investeringsopgave’. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen 11 © 2025 Deloitte The Netherlands

02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Uitgangspunten investeringsopgave De totale investeringsopgave is geschat op basis van drie scenario’s gebaseerd op de behoefteraming van BRO, diverse aannames over de indicatieve maatvoering per voorziening en gangbare bouwkosten en bijkomende kosten per m² BVO Uitgangspunten en variabelen De indicatieve schatting van de totale investeringsopgave is in overleg met de MRE opgesteld en betreft het gemiddelde van Scenario 1: Voorzieningenniveau 2040 op basis van extrapolatie van het huidige niveau, en Scenario 2: Voorzieningenniveau 2040 op basis van het landelijk gemiddelde, hierna: ‘Scenario 3’. De scenario’s zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Theoretische behoefte 2040 aantal voorzieningen o.b.v. 100.000 te realiseren woningen tot 2040: • Scenario 1: Een extrapolatie van het huidige voorzieningenniveau (peiljaar 2024), aangeleverd door BRO. De extrapolatie gaat uit van toevoeging van ongeveer 100.000 woningen tot 2040 binnen de MRE-gemeenten (zie 'Bijlage A3 – Woningbouwopgave’) 2. • Scenario 2: Een groei van het voorzieningenniveau in de MRE (tot 2040) naar het landelijk gemiddelde voorzieningenniveau.

• Scenario 3: Een gemiddelde van Scenario 1 en Scenario 2. Disclaimers •

Voor alle aannames en verantwoording betreffende datakwaliteit omtrent de behoefte aan voorzieningen wordt verwezen naar de Nulmeting van BRO. Deloitte heeft geen werkzaamheden verricht ten aanzien van de juistheid, volledigheid of haalbaarheid van de door BRO gehanteerde aannames en de door haar opgestelde scenario’s in de Nulmeting.

•

Scenario’s 1 en 2 zijn opgesteld en aangeleverd door BRO. Op verzoek van MRE is Scenario 3 als gemiddelde van Scenario 1 en 2 door Deloitte toegepast. De scenario's houden geen rekening met de kwaliteit van bestaande voorzieningen, noch met demografische ontwikkelingen die de werkelijke behoefte ten opzichte van de extrapolatie kunnen beïnvloeden. Nader onderzoek naar regiospecifieke kengetallen per voorziening kan mogelijk een ander beeld opleveren. De woningbouwopgave volgt uit de ‘Opgave herijking woondeal - Ontwikkelstrategie ambitie 2022 tot 2040 (incl. knopen)’ (vastgesteld eind 2024). MRE-gemeenten kunnen gemeentespecifieke getallen hanteren die hiervan afwijken.

•

Indicatieve maatvoering (m²) gebruiksoppervlak (GBO) per voorziening: Op basis van ervaringen uit de dagelijkse vastgoedpraktijk is een indicatieve maatvoering in m² gehanteerd per X voorziening. Wanneer dergelijke ervaringen op het gebied van specifieke maatvoering ontbreken, is de metrage bepaald op basis van deskresearch en/of referenties uit vergelijkbare projecten.

Bouwkosten per m² bruto vloeroppervlak (BVO) per voorziening:

Grondkosten voorzieningen

De bouwkosten per m² BVO zijn gebaseerd op de directe bouwkosten, een opslagpercentage van 25,7% voor bijkomende kosten en X een vormfactor (GBO/BVO) per voorziening. De gehanteerde bouwkosten, bijkomende kosten en vormfactoren zijn afkomstig van BouwkostenKompas. De kengetallen hebben een prijspeil januari 2025, en zijn specifiek voor de regio Eindhoven.

Benadering grondkosten voor de te bebouwen kavels ten + behoeve van de voorzieningen, zoals toegelicht is in Bijlage ‘A6. Grondkostenberekening’.

Zie bijlage A5 ‘Uitgangspunten geschatte investeringsopgave’ voor een totaaloverzicht van de investeringsopgaves met daarin een specificatie per voorziening. © 2025 Deloitte The Netherlands

=

Geschatte investeringsopgave

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

12

02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Afbakening investeringsopgave De geschatte investeringsopgave beperkt zich uitsluitend tot de fysieke investeringen in gebouwen en grond, waarbij onder meer de exploitatiekosten en subsidies buiten beschouwing zijn gelaten Afbakening van de geschatte investeringsopgave •

Exploitatiekosten die voortkomen uit het gebruik en onderhoud van voorzieningen, zijn uitdrukkelijk geen onderdeel van de schatting van de investeringsopgave.*

•

Exploitatiesubsidies kunnen mogelijk noodzakelijk zijn. Bepaalde voorzieningen die tot de niet-gemeentelijke investeringsopgave behoren, zullen mogelijk niet rendabel zijn, terwijl deze wel van maatschappelijk belang zijn en derhalve gerealiseerd dienen te worden. De exploitatiesubsidies van gemeenten zijn bedoeld om de onrendabele exploitatie te dekken. Deze subsidies ondersteunen de continuïteit van diensten in verschillende sectoren, zoals culturele instellingen en sociaal-maatschappelijke organisaties. Zonder exploitatiesubsidies zullen dergelijke voorzieningen waarschijnlijk niet gerealiseerd worden. Exploitatiesubsidies zijn geen onderdeel van de schatting.*

•

Investeringen in gemeentelijk groen, (zijnde het ‘groenpercentage’ binnen een gemeente, exclusief agrarische grond) worden verondersteld te worden bekostigd vanuit gebiedsontwikkelingen en maken dus geen deel uit van de schatting.

•

Regionale voorzieningen zijn geen onderdeel van de geschatte investeringsopgave in deze eindrapportage. Tot deze investeringsopgave behoren voorzieningen zoals ziekenhuizen, regionale parken en regionaal recreatief water, hoger onderwijs en specialistische voorzieningen (zie ‘Bijlage A5. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave’). Dit betreffen doorgaans geen ‘gemeentelijke’ investeringen. −

BRO hanteert de categorie ‘Specialistische zorgcentra’, maar het is onduidelijk welke voorzieningen hierin zijn opgenomen. Hierdoor zouden eventuele ontbrekende voorzieningen kunnen leiden tot een hogere regionale investeringsopgave dan de indicatieve schatting uit ‘Bijlage A5. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave’.

•

Personele en gemeentelijke apparaatskosten maken geen deel uit van de geschatte programmeringsopgave. Investeringen in voorzieningen voor de schaalsprong leiden mogelijk tot een extra belasting van het gemeentelijke apparaat. Dit kan leiden tot de noodzaak van extra personeel of het inschakelen van aanvullende expertise, zoals ruimtelijke adviseurs, alsmede gemoeide kosten.

•

Indexeringen maken geen deel uit van de geschatte investeringsopgave. Alle weergegeven bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil van januari 2025. De investeringsopgave zal toenemen door prijsstijgingen die geïndexeerd moeten worden. Bijvoorbeeld, bij een gemiddelde realisatie van de voorzieningen over 7,5 jaar (van halverwege 2025 tot 2040) en een inflatie van 2,0% (conform de streefinflatie van de ECB), zal de geschatte investeringsopgave met ongeveer 16% toenemen.

•

Investeringen op het gebied van woningbouw, energie en infrastructuur zijn conform de afgesproken scope geen onderdeel van de analyse.

*Hoewel eventuele exploitatiekosten niet zijn opgenomen in de investeringsopgave, dienen deze kosten wel te worden gedragen door de MRE-gemeenten. Zie voor een uitgebreide toelichting op de verdieping op exploitatiekosten en – subsidies ‘Bijlage A7. Verdieping exploitatiekosten en –subsidies. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen 13 © 2025 Deloitte The Netherlands

02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Scenario’s De investeringsopgave wordt geschat op het gemiddelde van Scenario 1 en Scenario 2, namelijk ca. €2,8 miljard, waarvan ongeveer de helft ‘gemeentelijk’; dit bedrag wordt als uitgangspunt gebruikt in deze eindrapportage 1

Extrapolatie huidig voorzieningenniveau 0,1 0,0 0,2

2

Voorzieningenniveau o.b.v landelijk gemiddelde

3

Gemiddelde van de Scenario’s 1 en 2

0,3 0,0 0,3

0,2 0,1 0,2

0,6

0,4

0,2 0,3 0,1

0,0

0,6 1,0

0,2 0,3

0,0 0,2 0,1

0,1 0,0 0,2 0,2 Legenda

0,5

Circa € 1,8 miljard

1,3

Circa € 3,9 miljard

0,9

Circa € 2,8 miljard Uitgangspunt voor deze eindrapportage

Noot: Eventuele verschillen tussen de optellingen van de subtypen en het totaal zijn het gevolg van afrondingsverschillen. © 2025 Deloitte The Netherlands

Zorg en welzijn

Onderwijs

Detailhandel

Horeca

Cultuur en recreatie

Openbaar groen

Sport

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

14

02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Indicatief overzicht investeringsopgave De investeringsopgave is in de MRE tot 2040 geschat op circa € 2,8 miljard (exclusief regionale voorzieningen), waarvan € 1,4 miljard (prijspeil januari 2025) tot de geschatte gemeentelijke investeringsopgave behoort Legenda*:

Indicatieve schatting investeringsopgave voorzieningen MRE (€ miljard)

Circa €2,8 miljard

0,9

0,2

0,2

Circa 48%

0,1

0,6

0,4

Gemeentelijk

0,2

Niet-gemeentelijk

0,1 0,2

Circa 52%

Gemeentelijke investeringsopgaven

Niet-gemeentelijke investeringsopgaven

• Op basis van de uitgangspunten die op pagina’s 12 en 13 zijn beschreven, bedraagt de geschatte investeringsopgave van de voorzieningen (waarvan de scope is toegelicht op p. 13) van de MRE ongeveer € 2,8 miljard. De MRE-gemeenten zijn verantwoordelijk voor circa 48% van deze opgave (€ 1,4 miljard).* De gemeentelijke opgave van ca. € 1,4 miljard is als volgt verdeeld (%) over de volgende thema’s: • Onderwijs: 64%, bestaande uit (speciaal) primair en voortgezet onderwijs; • Sport en spel: 15%, bestaande uit sporthallen, velden en complexen; • Cultuur en recreatie: 16%, bestaande uit musea, theaters en bibliotheken; • Zorg en welzijn: 4%, bestaande uit buurthuizen en consultatiebureaus; • Openbaar groen: <1%, bestaande uit inrichting van lokale parken (excl. grondkosten). Investeringen in het ‘groenpercentage’ zijn buiten beschouwing gelaten (zie p. 12 en 13).

• Naast de gemeentelijke investeringsopgave van ca. € 1,4 miljard dient de overige € 1,4 miljard (52%) te worden bekostigd door private en semi-publieke partijen. • De subtypen ‘Detailhandel’ en 'Horeca’ zijn in de praktijk niet-gemeentelijke investeringsopgaven. Daarnaast zijn sommige subtypen van de types ‘Cultuur en recreatie’ en ‘Sport en spel’, zoals casino’s en overdekte speelhallen, ook als niet-gemeentelijke investeringsopgave geclassificeerd. • Ook bij niet-gemeentelijke investeringsopgaven is publiek belang van betekenis, en is de gemeente verantwoordelijk voor het (ruimtelijk) programmeren van deze voorzieningen. Deze voorzieningen zijn echter niet altijd rendabel. Zoals op pagina 13 vermeld dienen gemeenten rekening te houden met mogelijke exploitatiesubsidies.

*Een vergelijkbare studie van REBEL voor de 17 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties (juni 2024) levert bij 100.000 woningen een investeringsopgave van € 1,36 miljard op. Eventuele verschillen tussen de optellingen van de subcategorieën en het totaal zijn het gevolg van afrondingsverschillen. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen © 2025 Deloitte The Netherlands

15

03. Investeringsgereedheid MRE-gemeenten

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

16

03. Investeringsgereedheid MRE-gemeenten | Vragenlijst Met een vragenlijst die door de MRE is uitgezet onder de 21 MRE-gemeenten, is onderzocht in hoeverre de MREgemeenten ‘investeringsgereed’ zijn om de gemeentelijke investeringsopgave in voorzieningen te bekostigen Vragenlijst

Belangrijke aandachtspunten vanuit de MRE-gemeenten

•

In de periode 18 december 2024 tot en met 27 januari 2025 is door de MRE, in afstemming met Deloitte, een vragenlijst uitgezet onder de 21 MRE-gemeenten.

Bij de interpretatie van de resultaten van de vragenlijst dient rekening te worden gehouden met een aantal belangrijke aandachtspunten vanuit de MRE-gemeenten:

•

Met de vragenlijst is onderzocht in hoeverre de MRE-gemeenten investeringsgereed zijn om de gemeentelijke voorzieningen te bekostigen. Hierbij wordt louter uitgegaan van de investeringsplanning (en daarmee niet van de afgeleide kapitaallasten cq. afschrijvingen en rente).

•

Per ‘gemeentelijke voorziening’ (in totaal 15) zijn aan iedere MRE-gemeente de volgende vijf vragen gesteld:

•

1.

Houdt uw gemeente op dit moment al rekening met de toename van dit type voorziening in het kader van de schaalsprong? (ja/nee/deels);

2.

Zo ja, hoeveel voorzieningen? (#);

3.

Voor welk bedrag heeft uw gemeente (de groei van) dit type voorzieningen financieel begroot in de periode 2025-2028 (€, in meerjarenbegroting)?;

4.

Voor welk bedrag heeft u (de groei van) dit type voorzieningen financieel in beeld in de periode 2029 tot 2040? (€);

5.

In welk(e) document(en) ligt dit bedrag (vraag 4) vast?

De vragenlijst is door vertegenwoordigers van alle 21 MRE-gemeenten beantwoord.

© 2025 Deloitte The Netherlands

• Politieke, beleidsmatige en financiële keuzes: Aan de begroting van specifieke gemeentelijke voorzieningen liggen veelal politieke, beleidsmatige en financiële keuzes van de MRE-gemeenten ten grondslag, die hun prioritering van opgaven kunnen beïnvloeden. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat (aanvullende) investeringen in gemeentelijke voorzieningen ten koste gaan van andere investeringen, zoals die in het sociaal domein of het gemeentelijk apparaat. Daarbij kan worden gedacht aan het herstellen van achterstanden die zijn ontstaan, doordat onvoldoende is geïnvesteerd in bestaande voorzieningen, of dat opgebouwde reserves worden ingezet voor de bekostiging van voorzieningen. De mogelijke financiële gevolgen als gevolg van dergelijke keuzes worden niet weerspiegeld in de beantwoording van de vragenlijst. • Gedeelde voorzieningen: in bepaalde MRE-gemeenten worden specifieke gemeentelijke voorzieningen (zoals een zwembad, middelbare school of bibliotheek) gebruikt door inwoners uit nabijgelegen (MRE-)gemeenten, waardoor deze niet in alle gevallen zijn opgenomen in gemeentespecifieke begrotingen. • Capaciteit: de investering in voorzieningen voor de schaalsprong vereisen meer dan alleen financiële middelen; er is ook personele capaciteit nodig voor zowel de exploitatie van de voorzieningen als de interne gemeentelijke administratie, inclusief kennis en expertise.

Deze behoefte aan capaciteit vormt een extra (financiële) opgave en legt druk op het ambtelijk apparaat, terwijl dit niet wordt weerspiegeld in de beantwoording van de vragenlijst. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

17

03. Investeringsgereedheid MRE-gemeenten | Resultaten vragenlijst De MRE-gemeenten hebben gezamenlijk ca. € 0,3 miljard begroot van de geschatte, gemeentelijke investeringsopgave van € 1,4 miljard (prijspeil januari 2025) die bekostigd dient te worden

Investeringsgereedheid MRE (€ miljard.) Gemeentelijke investeringsopgave

1,4 -1,1

Reeds begroot

0,3

Inzichten

Inzichten

• Van de geschatte gemeentelijke investeringsopgave (€ 1,4 miljard op prijspeil januari 2025) is door de MRE-gemeenten € 0,3 miljard (21%) begroot voor de periode 2025 - 2028. • Het merendeel van de totale begrote investeringsopgave is bestemd voor Onderwijs. Cultuur en recreatie, openbaar groen en sport en spel kennen lagere begrotingen die grofweg gelijk zijn aan elkaar. Zorg en welzijn is door de respondenten het minst begroot. • Naast de begrote investeringsopgave hebben de MRE-gemeenten aangegeven dat de investeringsopgave tussen 2029 en 2040 weliswaar gedeeltelijk in beeld is, maar dat financiële middelen hiervoor in de praktijk veelal ontbreken. • Gezien de geschatte investeringsopgave en de reeds begrote voorzieningen resteert een investeringsopgave van (minstens) € 1,1 miljard (exclusief prijsstijgingen en de op pagina 13 genoemde afbakeningen) die nog geen onderdeel is van sluitende begrotingen.

• Alle 21 MRE-gemeenten hebben de vragenlijst ingevuld. 8 van de 14 MREgemeenten hebben binnen de vragenlijst aangegeven geen rekening te houden met de geschatte investeringsopgave in voorzieningen in het kader van de schaalsprong. • Veel MRE-gemeenten voeren momenteel (verkennende) gesprekken over de opgave ten aanzien van bepaalde voorzieningen (met name sport). • In bepaalde MRE-gemeenten is de woningbouwopgave minder groot. Derhalve geldt voor deze MRE-gemeenten een kleinere geschatte investeringsopgave voor voorzieningen. Dit verklaart mogelijk deels waarom bepaalde MRE-gemeenten hier (nog) niet of nauwelijks rekening mee hebben gehouden in hun begroting.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

18

04. Bekostigingssystematieken

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

19

04. Bekostigingssystematieken | Indicatie bekostigingssystematieken Voor de gemeentelijke investeringsopgave is het de uitdaging om de opgave te koppelen aan bekostigingssystematieken, afhankelijk van de aard van de opgave en de passendheid en kansrijkheid van de bekostigingssystematiek

Zorg en welzijn

Openbaar groen

Buurthuizen, consultatiebureau

Lokaal park, groen percentage

Voorzieningen

Onderwijs Primair, voortgezet, speciaal primair, speciaal voortgezet

Cultuur en recreatie

Sport en spel

Museum, theater, bibliotheek

Bekostigingssystematieken*

Sportveld, sporthal, stedelijk sportpark, zwembad

Gemeentefondsuitkering

Fondsvorming

Kostenverhaal en financiële bijdragen

Subsidies en bijdragen van (hogere) overheden Publiek-private samenwerking

Belastingen en heffingen

Leningen

*Deze indicatieve, niet limitatieve inventarisatie van bekostigingssystematieken is gebaseerd op deskresearch en ervaringen uit de dagelijkse praktijk. © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

20

04. Bekostigingssystematieken | Overzicht mogelijke bekostigingssystematieken

Mogelijk toepasbaar*

Een eerste beeld was dat de gemeentefondsuitkering, kostenverhaal en financiële bijdragen, subsidies en bijdragen, fondsvorming en publiek-private samenwerking mogelijk toepasbaar zijn als bekostigingssystematiek Type

Gericht op bekostiging van

Toelichting

Gemeentefondsuitkering

Publieke taken gemeente

De belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten voor de algemene bekostiging van publieke taken en voorzieningen. Bij relatief sterke groei neemt de algemene uitkering toe, waarvoor een allocatiesystematiek kan worden uitgewerkt.

Kostenverhaal en financiële bijdragen

Openbaar nut (grijs, groen en blauw)

Methodiek onder de Omgevingswet waarbij de kosten van bepaalde ‘bovenwijkse’ of ‘stedelijke’ voorzieningen (deels) worden verhaald op projectontwikkelaars. Verhaalbare kostensoorten zijn met name infrastructureel van aard.

Subsidies en bijdragen

Afhankelijk van doel

Het verkrijgen van subsidies van provincies, het Rijk, of de Europese Unie voor specifieke projecten, inclusief eventuele specifiek regionale gelden.

Fondsvorming

Afhankelijk van doel

Het vormen van fondsen voor het bekostigen van bepaalde projecten of voorzieningen, waarin voornoemde typen bekostiging gecombineerd kunnen worden.

Publiek-private samenwerking

Afhankelijk van doel

Het samenwerken van gemeenten met private partijen om maatschappelijke voorzieningen te realiseren, als losstaand project of als onderdeel van een gebiedsontwikkeling of breder (regionaal) publiek-privaat investeringsarrangement.

Reserves vanuit parkeren, grondexploitatie

Direct gerelateerde voorzieningen

Eventuele opbrengsten uit parkeren, grondexploitatie (en in andere gemeenten erfpacht) kunnen via een reserve of fonds worden ingezet voor de bekostiging van voorzieningen. Mobiliteit en parkeren zijn out of scope in deze quickscan.

Belastingen en heffingen

Afhankelijk van doel

De eventuele toename van baten uit de onroerendezaakbelasting (OZB) valt grotendeels weg door de negatieve maatstaf in het gemeentefonds.** Riool- en waterheffingen zijn gerelateerd aan investeringen die in de quickscan out of scope zijn.

Leningen

Gemeentelijke investeringen

Het aangaan van leningen om grote investeringen te bekostigen. De kapitaallasten hiervan zijn de structurele lasten voor de gemeente, te dekken uit de algemene middelen.

* De eerste inventarisatie van toepasbare bekostigingssytematieken is gebaseerd op deskresearch en ervaringen uit de dagelijkse adviespraktijk van Deloitte.

De haalbaarheid (kansrijkheid) dient nader onderzocht worden en hangt af van factoren zoals het type voorziening, de gemeente en juridische/economische omstandigheden. ** Zie hiertoe uitgebreid Bijlage A9 Negatieve maatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) – Correctiemechanisme’

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

21

Gemeentefondsuitkering

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering - Introductie

Gemeenten krijgen, gebaseerd op maatstaven en vaste uitkeringen, geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds waarmee zij een belangrijk deel van hun uitgaven dienen te dekken Wat is het?

Hoe werkt het?

•

Het gemeentefonds is het centrale systeem waarbij de Rijksoverheid geld verstrekt aan gemeenten om een deel van hun uitgaven te dekken. Dit geld komt uit de centrale overheidsbegroting en vormt een aanzienlijk deel van de gemeentelijke inkomsten.

•

•

Gemiddeld komt ongeveer 50% tot 80% van de gemeentelijke begroting uit het Gemeentefonds, afhankelijk van de grootte en de specifieke situatie van de gemeente. Gemeenten mogen zelf bepalen waaraan zij het geld besteden, maar moeten dit wel verantwoorden aan de gemeenteraad.

De hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds per gemeente wordt grotendeels vastgesteld op basis van verschillende kenmerken (ook wel ‘maatstaven’ genoemd) als onderdeel van de algemene uitkering, zoals het aantal inwoners, het aantal jongeren, en de oppervlakte van de gemeente. De maatstaven bepalen daarmee de hoogte van de algemene uitkering binnen de gemeentefondsuitkering (op basis van de Septembercirculaire 2024).

•

Sommige gemeenten ontvangen daarnaast een vaste uitkering of ‘Decentralisatieuitkeringen’ (DU) en ’Integratie-uitkeringen’ (IU) vanuit het gemeentefonds.

•

Voornoemde componenten van de gemeentefondsuitkering worden op de navolgende pagina’s nader toegelicht, waarbij ten aanzien van de component van de maatstaven wordt geanalyseerd wat de mogelijke effecten van de regionale schaalsprong op de omvang van de algemene uitkering in de MRE kunnen zijn.

Gemeentefonds

Aandeel gemeente

Groei gemeentefonds

Groei aandeel Prijsontwikkeling (‘indexatie’)

Rëele groei (‘accres’)

ca. 40 miljard euro

Gemeenten ontvangen een gedeelte uit het Gemeentefonds (‘taartpunt’) © 2025 Deloitte The Netherlands

De ‘taart’ wordt groter door prijsontwikkeling en reële groei

De ‘taartpunt’ (gemeentefondsinkomsten) wordt groter bij ‘bovengemiddelde groei’ van de gemeente Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

22

Gemeentefondsuitkering

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering - Maatstaven

De hoogte van de gemeentefondsuitkering per gemeente wordt vastgesteld op basis van maatstaven, die vooral gekoppeld zijn aan het aantal inwoners, huishoudens en de demografische samenstelling van een gemeente Maatstaven • Hoeveel geld gemeenten uit het gemeentefonds krijgen, hangt grotendeels af van hun kenmerken (ook wel ‘maatstaven’ genoemd). Hierbij valt onder meer te denken aan het aantal inwoners, het aantal jongeren, het aantal uitkeringsgerechtigden, de oppervlakte van de gemeente en de grootte van de watergebieden.

• In de praktijk bestaan er tientallen maatstaven, waarbij elke maatstaf een bedrag heeft voor elke ‘eenheid’. Daarmee krijgen gemeenten dus een bedrag voor iedere inwoner, iedere jongere, iedere uitkeringsgerechtigde, iedere vierkante meter gemeenteoppervlakte en iedere vierkante meter oppervlakte van de watergebieden. • Veel maatstaven zijn gekoppeld aan het aantal inwoners, huishoudens en demografische samenstelling binnen een gemeente (zie tabel rechts). Hierdoor kan een eventuele schaalsprong de gemeentefondsuitkering aanzienlijk beïnvloeden. De inkomsten uit het Gemeentefonds, als aandeel van de totale beschikbare gemeentefondsmiddelen, stijgen zodoende bij een bovengemiddelde groei van de gemeente ten opzichte van andere gemeenten, en dalen bij krimp of bij een lagere dan gemiddelde groei. • Om de effecten van de aanvullende groei van de MRE ten gevolge van de regionale schaalsprong op het Gemeentefonds te benaderen, is het van belang om de relevante maatstaven in de systematiek te isoleren. Van de 49 maatstaven relateren 13 aan (een groei van) het aantal inwoners en huishoudens binnen een gemeente (zie groen gearceerde maatstaven in de nevenstaande tabel)1. Deze benadering wordt nader toegelicht op de navolgende pagina’s.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Maatstaven 1 Bedrijven 2 Bewoonde oorden 1930 3 Historische woningen in bewoonde oorden 1930

27 Oeverlengte*bodemfactor gemeente 28 Omgevingsadressendichtheid 29 Onderwijsachterstand

4 Bijstandsontvangers 5 Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep 6 Eénpersoonshuishoudens

30 Oppervlak bebouwing buitengebied 31 Oppervlak bebouwing buitengebied ∗ bodemfactor buitengebied 32 Oppervlak bebouwing woonkern

7 Extra groei jongeren 8 Extra groei leerlingen voortgezet onderwijs 9 Grote woonkernen

33 Oppervlak bebouwing woonkern ∗ bodemfactor woonkern 34 Oppervlak binnenwater 35 Oppervlak buitenwater

10 Huishoudens met een laag inkomen met drempel 11 Inwoners 12 inwoners 75+ met drempel 13 Inwoners waddengemeenten (<2.500 inwoners) 14 Inwoners waddengemeenten (>7.500 inwoners) 15 Inwoners waddengemeenten (2.500 tot 7.500 inwoners) 16 Jongeren 17 Kernen 18 Laag opleidingsniveau met drempel 19 Leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs 20 Leerlingen voortgezet onderwijs 21 Loonkostensubsidie 22 Migratieachtergrond 23 Landelijke centrumfunctie 24 Lokale centrumfunctie 25 Regionale centrumfunctie 26 Overlengte

36 Oppervlak historische kern < 40 ha 37 Oppervlak historische kern > 65 ha 38 Oppervlak historische kern 40 tot 65 ha 39 Oppervlak land* bodemfactor gemeente 40 Oppervlak land 41 Ozb niet-woningen eigenaren 42 Ozb niet-woningen gebruikers 43 Ozb woningen eigenaren 44 Vast bedrag 45 Vast bedrag Amsterdam 46 Verkiezingen Den Haag 47 Vast bedrag Rotterdam 48 Woonruimten 49 Woonruimten ∗ bodemfactor woonkern Legenda: Gerelateerd aan groei

Niet gerelateerd aan groei

Enkele maatstaven, zoals de maatstaven ten aanzien van ‘Centrumfunctie’, relateren aan het voorzieningenniveau binnen een gemeente. Omdat hierbij niet kan worden aangenomen dat de toebehorende uitkering groeit naar rato van het aantal inwoners, blijven deze maatstaven buiten beschouwing

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

23

Gemeentefondsuitkering

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Effecten aanvullende groei

Een mogelijke aanvullende groei vanuit het gemeentefonds zou voor de MRE-gemeenten gezamenlijk kunnen leiden tot een aanvullende algemene uitkering van (bij benadering) circa € 116,5 miljoen in 2040 Analyse aanvullende bijdrage (per inwoner) • Om de effecten van aanvullende groei binnen een gemeente op de (hoogte van) de algemene uitkering te bepalen, moet de aanvullende uitkering per extra inwoner worden vastgesteld. Hiertoe wordt de totale bijdrage van de op de vorige pagina weergegeven geïsoleerde maatstaven gedeeld door het aantal inwoners van de gemeente1. Voor de gemeente Eindhoven is die berekening als volgt: Bijdrage vanuit geïsoleerde maatstaven / aantal inwoners = uitkering per extra inwoner € 427.588.898 / 246.417 = € 1.735

• Met inzicht in de aanvullende algemene uitkering per extra inwoner (€ 1.735) en het aantal inwoners bovenop de autonome groei per gemeente (zie bijlage ‘A8. Verdieping effecten gemeentefondsuitkering'), kan een indicatie worden gegeven van de aanvullende algemene uitkering per gemeente voor het peiljaar 2040, zie de tabel hiernaast. Voor alle MRE-gemeenten gezamenlijk resulteert dit in een geschatte aanvullende jaarlijkse algemene uitkering van circa € 116,5 miljoen per 2040. • Tegenover deze groei van de algemene uitkering staat groei van gemeentelijke lasten. Als de MRE-gemeenten 10% tot 20%2 van de aanvullende jaarlijkse uitkering zouden kunnen reserveren via een ‘groeikader’, resulteert dit in een financiële dekking van € 11,6 miljoen tot € 23,3 miljoen per jaar per 2040. De kapitaal- en exploitatielasten bedragen in de praktijk doorgaans ca. 10% van een investering in maatschappelijke voorzieningen (ervaringscijfer andere gemeenten). De inschatting is dan dat de MREgemeenten ongeveer € 116 tot 233 miljoen. aan investeringen kunnen dekken in 20402. 1) De benadering gaat uit van een gelijkmatige demografische ontwikkeling. In de praktijk kan de demografische ontwikkeling anders verlopen (zoals het aandeel huishoudens met lage inkomens of eenpersoonshuishoudens), wat invloed heeft op de hoogte van de aanvullende algemene uitkering per extra inwoner.

Deze afwijkingen kunnen ook leiden tot een andere verdeling (en daarmee uitkering) van het gemeentefonds, waarmee in dit voorbeeld geen rekening wordt gehouden. 2) Zie voor een uitgebreide toelichting op deze benadering ‘Bijlage A8 – Verdieping effecten gemeentefondsuitkering’.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeente

Aanvullende groei huishoudens 2024-2040*

Aanvullend aantal inwoners 2040 (2,11 per huishouden)

Uitkering per extra inwoner (€)

Aanvullende uitkering Gemeentefonds (2040) (€)

Best

1.105

2.332

1.355

3.159.856

Eindhoven

10.822

22.834

1.735

39.622.446

GeldropMierlo

(693)

(1.462)

1.521

(2.223.508)

Helmond

5.510

11.626

1.740

20.228.937 1.641.346

Nuenen c.a.

609

1.285

1.277

Oirschot

(39)

(83)

1.260

(104.000)

Son en Breugel

(431)

(910)

1.273

(1.157.821)

Veldhoven

1.515

3.196

1.438

4.596.056

247

521

1.258

655.105

Cranendonck

2.675

5.644

1.460

8.241.659

Heeze-Leende

(281)

(592)

1.304

(772.133)

Valkenswaard

(474)

(999)

1.651

(1.649.260)

(6)

(13)

1.292

(16.456)

Waalre

Bergeijk Bladel

15

32

1.376

44.443

Eersel

4.498

9.492

1.286

12.202.942

Reusel-De Mierden

37

78

1.235

96.459

Asten

867

1.829

1.475

2.697.611

Deurne

5.482

11.567

1.517

17.546.182

Gemert-Bakel

1.617

3.411

1.467

5.004.900

Laarbeek

1.224

2.583

1.416

3.656.553

1.399

Someren

1.019

2.150

Totaal

35.319

74.523

3.007.482 116.478.799

*o.b.v. september circulaire 2024 vs. Ontwikkelstrategie, zie voor uitleg ‘Bijlage A8’.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

24

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Voorfinanciering

Gemeentefondsuitkering

Door de zogenoemde ‘T-2-systematiek’ van het gemeentefonds ontstaat bij benadering een bedrag in de ordegrootte van € 280 miljoen aan ongedekte lasten van de gemeentelijke investeringsopgave in voorzieningen Voorfinancieringsvraagstuk

Benadering bedrag voorfinanciering

• Een belangrijk vraagstuk – naast de investeringsopgave en de (uiteindelijke) bekostiging daarvan – is het voorfinancieringsvraagstuk.

• In deze quickscan is, op basis van Scenario 3, de geschatte gemeentelijke investeringsopgave berekend op ca. € 1,4 miljard (prijspeil januari 2025).

• De belangrijkste bekostigingsbron voor gemeenten is het gemeentefonds, in het bijzonder de groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

• Stel nu dat de realisatie van woningen en de realisatie van voorzieningen in de komende 15 jaar samen opgaan. Dit zou betekenen dat de extra inwoners er (gemiddeld gezien) steeds zijn op het moment dat de voorzieningen in gebruik worden genomen.

• Het gemeentefonds kent een zogenoemde ‘T-2-systematiek’. De ‘T-2-systematiek’ betekent dat de verdeling van de financiële middelen aan gemeenten gebaseerd is op cijfers van twee jaar eerder (T-2). Dit houdt in: − De uitkeringen uit het Gemeentefonds in een bepaald jaar (bijvoorbeeld 2025) zijn gebaseerd op de situatie en gegevens uit de twee kalenderjaren daarvoor (in dit voorbeeld 2024 en 2023). Dit geldt onder andere voor de maatstaven waarop de verdeling wordt gebaseerd, zoals bevolkingsaantallen, sociale factoren en andere objectieve kenmerken; − Hierdoor loopt de verdeling van het gemeentefonds altijd twee jaar achter op de actuele situatie. De reden voor deze systematiek is om stabiliteit en voorspelbaarheid in de gemeentelijke financiën te bieden, zodat gemeenten hun begrotingen goed kunnen plannen; − Tegelijkertijd kan het een nadeel zijn voor snelgroeiende gemeenten, omdat hun financiering achterloopt op de werkelijke situatie.

Noot: Voorfinanciering betekent in dit geval niet letterlijk dat er op enig moment verdiend wordt, anders dan via de algemene uitkering. Voorfinanciering is hier bedoeld als tijdelijk dekkingstekort voor de kapitaal- en overige exploitatielasten van investeringen.

© 2025 Deloitte The Netherlands

• Als gevolg van de ‘T-2-Systematiek’ hebben de MRE-gemeenten in dat geval (gemiddeld) ca. twee jaar aan (delta) kapitaal- en exploitatielasten te overbruggen, omdat de algemene uitkering is gebaseerd op het inwonertal van 2 jaar geleden. • Uit ervaringscijfers van andere gemeenten blijkt dat de jaarlijkse lasten van investeringen in maatschappelijke voorzieningen ongeveer 10% zijn van de investering. Dit bestaat uit kapitaallasten (rente + afschrijving) en overige exploitatiekosten. • Benadering bedrag: 10% * € 1,4 miljard * 2 jaar = € 280 miljoen, (exclusief eventuele verschuldigde rente tijdens de bouwfase). Dit zijn de (theoretische) ongedekte lasten van de gemeentelijke investeringsopgave in voorzieningen als gevolg van de T-2 systematiek. • Bovenstaande betreft nadrukkelijk een theoretische benadering en gaat alleen op indien de realisatie van woningen en voorzieningen gelijk op gaan. Indien de voorzieningen (gemiddeld gezien) een jaar eerder worden gerealiseerd dan de woningen is de delta 3 jaar in plaats van 2 (en het bedrag ca. € 420 miljoen). Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

25

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Vaste bedragen en DU/IU

Gemeentefondsuitkering

De gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag krijgen een vaste uitkering uit het gemeentefonds; ook is het mogelijk om een Decentralisatie-uitkering of Integratie-uitkering te krijgen Vaste uitkeringen binnen de algemene uitkering

Decentralisatie-uitkeringen (DU) en Integratie-uitkeringen (IU)

• Naast de maatstaven, die met name van invloed zijn bij bovengemiddelde groei, kennen enkele specifieke gemeenten een vaste uitkering uit het gemeentefonds.

• Naast de algemene uitkering o.b.v. de maatstaven zoals een vast bedrag kunnen gemeenten en provincies op grond van artikel 5, tweede lid, van de Financiëleverhoudingswet decentralisatie- en integratie-uitkeringen ontvangen. Deze uitkeringen zijn een aanvulling op de algemene uitkering uit het gemeentefonds en het provinciefonds en worden gebruikt om middelen te verdelen op een manier die afwijkt van de generieke verdeling van de algemene uitkering. Hiermee heeft het kenmerken van een (eventueel voor een specifiek tijdvak) structurele uitkering. Hierbij kan gedacht worden aan:

• De gemeenten Amsterdam en Rotterdam ontvingen in 2024 een vast bedrag uit het Gemeentefonds van respectievelijk €74,2 miljoen. en €27,1 miljoen.1. Deze gemeenten hebben hogere uitgaven vanwege hun (landelijke) functies en formaat die niet worden gecompenseerd binnen het verdeelmodel. • De gemeente Den Haag ontving in 2024 een vaste uitkering uit het Gemeentefonds van €1,5 miljoen. voor de taken die zij uitvoert op grond van de Kieswet, zoals de registratie van kiezers in het buitenland2. • Tot en met 2022 maakten de gemeenten Utrecht, Den Haag en de Waddengemeenten aanspraak op een vast bedrag. Deze vaste bedragen zijn komen te vervallen vanwege aanpassingen in het verdeelmodel. In het oude verdeelmodel (t/m 2020) hadden de G4-gemeenten en de Waddeneilanden een uitzonderingspositie, omdat het verdeelmodel hun kosten niet goed benaderde. Het nieuwe model benadert de kosten van de G4 en de Wadden beter, waardoor bij Utrecht en Den Haag het vaste bedrag op nul is gezet3. • Voor het vervallen van voornoemde vaste bedragen is de totale hoogte hiervan sinds 2009 afgenomen van €670 miljoen.4 naar €251 miljoen. in 2022 (-62,4%). De Raad voor de financiële verhoudingen (nu onderdeel van ‘Raad voor het Openbaar Bestuur’) heeft al in 2009 voorgesteld om de uitzonderingsposities van gemeenten te minimaliseren.

− Decentralisatie-uitkeringen (DU) worden gebruikt voor de bekostiging van specifiek beleid met een tijdelijke looptijd, als niet alle gemeenten of provincies de uitkering ontvangen of wanneer de termijn van de overgang van de uitkering naar de algemene uitkering nog niet is vast te stellen. Zo ontvangt de gemeente Groningen in 2024 ca. € 629.000 voor ‘Behoud sociale voorzieningen Groningen’. Deze DU is bedoeld voor de organisatie van de ontwikkeling van de sociale agenda binnen ‘Nij Begun’; het pakket van 50 maatregelen ter herstel van de gaswinning5. − Integratie-uitkeringen (IU) zijn uitkeringen waarbij de termijn van overgang naar de algemene uitkering is vastgesteld, maar waarvan de specifieke verdeling (op basis van een verdeelsleutel of maatstaf) nog niet is bepaald. Een voorbeeld is de IU ‘Beschermd Wonen’, die is gericht op het bekostigen van woonvoorzieningen voor cliënten met psychische problemen of verslavingen. Gemeenten ontvangen deze IU om maatwerk te kunnen leveren aan hun inwoners.

1 September Circulaire 2024; 2 Toelichting op de berekening gemeentefonds 2024; 3 Nota van toelichting Eerste Kamer; 4Naar een transparante financiële

verhouding tussen het Rijk en de vier grote steden (Raad financiële verhoudingen, 2009); 5 Meicirculaire gemeente Groningen 2024. © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

26

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Beschouwing (1/2)

Gemeentefondsuitkering

Voor alle MRE-gemeenten gezamenlijk zou de beoogde groei tot 2040 kunnen resulteren in een aanvullende jaarlijkse uitkering vanuit het gemeentefonds van (bij benadering) € 116,5 miljoen per jaar (peiljaar 2040) Toepasbaarheid groeikader

Voordelen

• Als de MRE-gemeenten sneller groeien dan het landelijk gemiddelde, ontvangen zij meer middelen uit het gemeentefonds, wat hen extra financiële ruimte biedt.

• De uitkering vanuit het Gemeentefonds is gebaseerd op een bestaande systematiek. Gemeenten hoeven hiervoor geen nieuwe systematiek te gebruiken, aangezien de uitkering automatisch wordt berekend en verstrekt. Er is daardoor geen specifieke expertise of aanvullende inspanning vereist voor het ontvangen van deze gelden door de gemeenten.

• Voor alle MRE-gemeenten gezamenlijk zou de beoogde groei met ruim 100.000 woningen tot 2040 kunnen resulteren in een aanvullende jaarlijkse uitkering vanuit het gemeentefonds van (bij benadering) € 116,5 miljoen per jaar (peiljaar 2040). • Door de lastengroei (organisatie, diensten, sociaal domein), die samenhangt met de bovengemiddelde groei te beheersen, kan mogelijk een surplus ontstaan dat kan worden ingezet voor de ontwikkeling van extra voorzieningen.

Innovatief idee • De gemeente Utrecht heeft in de afgelopen jaren gewerkt met een innovatief ‘Groeikader’, gelieerd aan de ‘Utrechtse Barcode’*, om de samenhang tussen ruimtelijke strategie en maatschappelijke agenda te bepalen en zo een deel van de uitkering te alloceren voor voorzieningen. • In de praktijk blijkt het Groeikader in Utrecht echter niet goed te werken, omdat de daadwerkelijke groei en de bijhorende uitkering onvoldoende tot elkaar herleidbaar blijken. Ook heeft de gemeente ondervonden dat de lastengroei een aanzienlijk deel van de (extra) groei van de algemene uitkering tenietdoet (zie ook Bijlage A8).

Nadelen • Niet alle MRE-gemeenten groeien naar verwachting bovengemiddeld; sommige ervaren zelfs een daling. Hierdoor neemt de algemene uitkering voor die betreffende MRE-gemeenten (relatief) af. • Gemeenten krijgen vanaf 2026 (‘het Ravijnjaar’) als gevolg van een door de landelijk politiek aangekondigde korting op de gemeentefondsuitkering minder geld en hebben door de invoering van de bbp-indexering mogelijk te maken met achterblijvende jaarlijkse volumegroei, die eerste gecompenseerd dient te worden. • De aanvullende jaarlijkse uitkering uit het gemeentefonds wordt pas verkregen wanneer de extra woningen en inwoners daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Hierdoor gaan de kosten (en gemoeide kapitaal- en exploitatielasten) vooraf aan de baten. • In de praktijk gaat een groot deel van de toename van de gemeentefondsuitkering op aan de groei van de algemene lasten (zoals het sociaal domein, organisatie en diensten), waardoor er weinig middelen overblijven voor een groeikader.

*De Utrechtse Barcode is daarbij een methodiek om de kwantitatieve voorzieningenbehoefte in Utrecht in beeld te brengen.​ © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

27

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Beschouwing (2/2)

Gemeentefondsuitkering

Gezien het specifieke doel en beleid ter realisatie van de schaalsprong in combinatie met de tijdelijke doorlooptijd hiervan zou een Decentralisatie-uitkering (DU) voor de voorzieningenopgave nader kunnen worden verkend Toepasbaarheid vaste uitkering en DU/IU

Voordelen

• De algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op maatstaven, waarbij de gemeenten Amsterdam en Rotterdam daar bovenop een vaste uitkering krijgen. Deze uitkering is gebaseerd op de uitdagingen waarvoor deze grote steden staan (zoals veiligheid en toerisme). Een denkrichting is een vaste uitkering voor de MREgemeenten gezamenlijk of voor enkele MRE-gemeenten specifiek, hoewel dit niet in lijn is met de recente ontwikkeling van de gemeentefondssystematiek.

• De Decentralisatie-Uitkering (DU) is een uitkering van het Rijk aan een of meer gemeenten of provincies met enerzijds een specifiek doel die anderzijds aan deze gemeenten of provincies verstrekt wordt via het gemeente- of provinciefonds en dus bestedingsvrij is. Dit hybride karakter maakt in bepaalde omstandigheden een aanpak mogelijk, waarbij het Rijk wenselijk beleid kan realiseren in overleg met medeoverheden, zonder die medeoverheden te belasten met financiële verantwoordingslasten. Er is dus beperkte financiële sturing door het Rijk.

• Gezien het specifieke doel van het beleid ter realisatie van de schaalsprong – namelijk het ondersteunen van de groei van de kennisintensieve maakindustrie – en de tijdelijke doorlooptijd hiervan, kan een Decentralisatie-uitkering (DU) mogelijk opportuun zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15563968/1