A17 MRE - Bijlage Eindrapportage - Quickscan bekostiging voorzieningen
Tekst van het document
2026
2.055.508
4.111.016
2027
2.740.678
5.481.355
2028
3.425.847
6.851.694
2029
4.111.016
8.222.033
2030
4.796.186
9.592.372
2031
5.481.355
10.962.710
2032
6.166.525
12.333.049
2033
6.851.694
13.703.388
2034
7.536.863
15.073.727
2035
8.222.033
16.444.066
2036
8.907.202
17.814.404
2037
9.592.372
19.184.743
2038
10.277.541
20.555.082
2039
10.962.710
21.925.421
2040
11.647.880
23.295.760
• Aandachtspunt is dat de stijging van de uitkering geleidelijk plaatsvindt. Dat betekent dat bij vroege investeringen de kosten eerder in de tijd liggen dan de baten. De geleidelijke stijging van de uitkering biedt echter ook de mogelijkheid om investeringen strategisch te plannen en uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de verwachte groei en de bijbehorende vraag naar voorzieningen. © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
57
A8. Verdieping effecten gemeentefondsuitkering | Effecten aanvullende groei (2/3)
• Ten opzichte van de autonome groei die volgt uit de gemeentefondssystematiek worden volgens de Ontwikkelstrategie van de MRE in de periode 2024 – 2040 10.822 (28.409 – 17.587) extra woonruimten (huishoudens) gerealiseerd.
Aanvullende groei MRE-gemeenten • Met de gemiddelde uitkering vanuit het Gemeentefonds per extra inwoner kan (bij benadering) worden bepaald wat de extra groei is van de MRE-gemeenten ten opzichte van de autonome groei.
• De autonome groei van het aantal huishoudens per gemeente (maatstaf woonruimten) volgt uit de Gemeentefondssystematiek, aangezien hier een groeimodel in verwerkt is. Dit groeimodel loopt van 2024 tot 2029. Deze jaren kunnen als bekend worden verondersteld. Op basis van het groeipercentage dat in dit groeimodel wordt gehanteerd, is het mogelijk de groei van het aantal woonruimten te extrapoleren naar 2040. Hierbij is de aanname gedaan dat de jaarlijkse uitkering van het Gemeentefonds blijft groeien in de toekomst en niet stagneert. • In onderstaande tabel is deze werkwijze toegepast voor gemeente Eindhoven. Volgens de gemeentefondssystematiek zou deze gemeente in 2040 140.435 woonruimten bevatten. Dat is een groei van 17.587 woonruimten ten opzichte van de huidige situatie (122.848 in 2024).
Procentuele groei woonruimten
Deze benadering gaat uit van een gelijkmatige ontwikkeling van alle maatstaven, waardoor geen rekening wordt gehouden met specifieke situaties die van invloed kunnen zijn op de samenstelling en (daarmee samenhangende) de uitkering op basis van individuele maatstaven, zoals gezinssamenstelling, gezinsverdunning of gemeenten die niet bovengemiddeld groeien of zelfs krimpen.
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
122.848
126.341
127.235
128.135
129.041
129.954
130.874
131.800
132.732
133.671
134.617
135.570
136.529
137.495
138.468
139.448
140.435
102,8%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
100,7%
XXX - gegeven in Septembercirculaire 2024
© 2025 Deloitte The Netherlands
• Voor gemeente Eindhoven leidt het aantal extra woonruimten in 2040 tot een extra aantal inwoners van 10.822 x 2,11 = 22.843 extra inwoners. Ook voor alle overige MRE-gemeenten is deze berekening uitgevoerd. Overweging
• Op basis van de Ontwikkelstrategie MRE 2022 – 2040 wordt in de periode 2022 – 2040 een groei van 31.960 woningen verwacht voor gemeente Eindhoven (als onderdeel van de ruim 100.000 woningen voor de MRE). Gecorrigeerd naar 2024 2040 is dat een groei van 28.409 huishoudens.
Eindhoven - woonruimten
• Het gemiddelde aantal inwoners per woonruimte is tevens uit de gemeentefondssystematiek te herleiden. In 2024 was het aantal inwoners in Eindhoven 246.417, terwijl het aantal woonruimten 122.848 bedroeg. Dit geeft een gemiddelde bezetting van 2,15 inwoners per woonruimte. Volgens het CBS (2024) ligt het gemiddelde voor Nederland op 2,11 personen per huishouden. Omdat hetzelfde gemiddelde kengetal wordt toegepast voor alle MRE-gemeenten in deze berekening wordt aangesloten op het CBS-getal van 2,11 inwoners per huishouden.
XXX – benadering op basis van extrapolatie
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
58
A8. Verdieping effecten gemeentefondsuitkering | Effecten aanvullende groei (3/3)
Verschillen groei woningbouwambitie i.r.t. gemeentefondsuitkering
Toelichting
1
2
3
Woonruimten 2024 (GF)
Woonruimten 2040 (GF)*
Groei 2024 - 2040 (GF)
Groei ontwikkelstrategie MRE 2022 - 2040
Best
13.511
15.446
1.935
3.420
3.040
1.105
Eindhoven
122.848
140.435
17.592
31.960
28.409
10.822
Geldrop-Mierlo
18.835
21.532
2.697
2.255
2.004
- 693
Helmond
43.366
49.576
6.210
13.185
11.720
5.510
Nuenen c.a.
10.768
12.310
1.542
2.420
2.151
609
Oirschot
8.560
9.786
1.226
1.335
1.187
- 39
Son en Breugel
7.666
8.764
1.098
750
667
- 431
Veldhoven
21.017
24.027
3.010
5.090
4.524
1.515
Waalre
8.115
9.277
1.162
1.585
1.409
247
Cranendonck
9.317
10.651
1.334
4.510
4.009
2.675
Gemeente
Groei ontwikkelstrategie MRE 2024 – 2040 (correctie)**
Aanvullende groei 2024-2040
Heeze-Leende
7.577
8.662
1.085
905
804
- 281
Valkenswaard
15.318
17.512
2.194
1.935
1.720
- 474
Bergeijk
9.229
10.551
1.322
1.480
1.316
-6
Bladel
9.949
11.374
1.425
1.620
1.440
15
Eersel
9.151
10.461
1.310
6.535
5.809
4.498
Reusel-De Mierden
6.073
6.943
870
1.020
907
37
Asten
7.385
8.443
1.058
2.165
1.924
867
Deurne
14.820
16.942
2.122
8.555
7.604
5.482
Gemert-Bakel
13.757
15.727
1.970
4.035
3.587
1.617
Laarbeek
10.012
11.446
1.434
2.990
2.658
1.224
Someren
8.714
9.962
1.248
2.550
2.267
Totaal 375.988 429.825 53.841 100.300 89.156 * Jaren 2024 – 2029 zijn te herleiden uit de Septembercirculaire 2024. Jaren 2030 – 2040 op basis van extrapolatie. ** Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de toevoeging van woningen als gevolg van de schaalsprong lineair toeneemt. De reeds verstreken jaren (2022-2024) zijn op basis van deze aanname gecorrigeerd.
© 2025 Deloitte The Netherlands
1.019
•1
Groei van aantal woonruimten conform gemeentefonds systematiek.
•2
Groei van aantal woonruimten conform ontwikkelstrategie bijlage ‘A3. Woningbouwopgave’.
•3
Verschil tussen groei van aantal woonruimten conform gemeentefondsuitker ing en ontwikkelstrategie (Kolom 2 – kolom 3).
35.319
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
59
A9. Negatieve maatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) | Correctiemechanisme (1/2)
Onroerendezaakbelasting (OZB)
Correctiemechanisme gemeentefondsuitkering
• Onroerendezaakbelasting (OZB) is de gemeentelijke belasting die burgers en bedrijven dienen te betalen voor het eigendom van vastgoed (zoals een woning of bedrijfslocatie).
• Buiten de 46 maatstaven (p. 23) die voornamelijk een positief effect hebben op de hoogte van de gemeentefondsuitkering, zijn er 3 aan de WOZ-waarde gerelateerde maatstaven die een negatief effect hebben op de gemeentefondsuitkering bij groei.
• Bij het bepalen van de OZB is de waarde van het vastgoed leidend. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde WOZ-waarde (‘Waardering onroerende zaken’), en van een percentage dat wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
• Op basis van de Septembercirculaire 2024 betreft het negatief effect in het uitkeringsjaar 2025*:
• Voor de gemeente Eindhoven gelden in 2025 de volgende percentages*:
◦ Eigenaren woningen (totale WOZ-waarde in gemeente * -0,0914%); ◦ Eigenaren niet-woningen (totale WOZ-waarde in gemeente * -0,3079%);
Woningen
Niet-woningen
◦ Gebruikers niet-woningen (n.v.t.);
Gebruiker
n.v.t.
0,20688%
◦ Gebruikers niet-woningen (totale WOZ-waarde in gemeente * -0,2342%).
Eigenaar
0,09049%
0,29418%
• Theoretisch gezien komt er als gevolg van de toevoeging van vastgoed (bij woningeigenaren) 0,09049% van de WOZ-waarde aan OZB bij voor de gemeente, maar gaat er op basis van het correctiemechanisme gelijktijdig per toegevoegde woning 0,0914% van de algemene uitkering af. Het netto-effect per woning is daarmee -0,00091%. Bij een gemiddelde WOZ-waarde van bijvoorbeeld € 400.000 per woning betreft dit effect in de gemeente Eindhoven - € 3,64 per woning (-0,00091% x € 400.000)/100= van € 400.000
• De gemeentelijke baten als gevolg van de OZB vallen onder de algemene middelen en hebben zodoende geen vooraf bepaalde bestemming. • Als gevolg van de schaalsprong zal vastgoed worden toegevoegd (zowel woningen als voorzieningen). De toevoeging van vastgoed zou in beginsel moeten leiden tot meer baten uit de OZB. De gemeentefondsuitkering kent echter een correctiemechanisme.
• De ‘aanvullende’ baten als gevolg van de OZB die de gemeente zal ontvangen, worden daarmee teniet gedaan door de negatieve maatstaf in de gemeentefondssystematiek door een OZB-percentage dat lager ligt dan de negatieve maatstaf.
*Een totaaloverzicht van de WOZ-tarieven en het negatieve effect op de gemeentefondsuitkering per MRE-gemeente is op de volgende pagina opgenomen. © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
60
A10. Negatieve maatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) | OZB-tarieven en effecten (2/2)
Effect negatieve maatstaf gemeentefondssystematiek
Toelichting 1
3
2
Eigenaar
Gebruiker
Eigenaar
Gebruiker
Netto-effect Woningen (%) Eigenaar Gebruiker
Best
0,080300
n.v.t.
0,261200
0,203800
-0,011100
Eindhoven
0,090490
n.v.t.
0,294180
0,206880
-0,000910
Geldrop-Mierlo
0,064800
n.v.t.
0,187600
0,152500
Helmond
0,129700
n.v.t.
0,280200
Nuenen c.a.
0,103900
n.v.t.
0,237700
Oirschot
0,107900
n.v.t.
Son en Breugel
0,078600
Veldhoven
0,092800
Waalre
4
Eigenaar
Gebruiker
Rekenvoorbeeld nettoeffect per woning (€) Woningeigenaar
n.v.t.
-0,046700
-0,245300
-44,40
n.v.t.
-0,013720
-0,235110
-3,64
-0,026600
n.v.t.
-0,120300
-0,260800
- 106,40
0,218500
+0,038300
n.v.t.
-0,027700
-0,195900
+153,20
0,190700
+0,012500
n.v.t.
-0,070200
-0,221700
+50,00
0,321100
0,258200
+0,016500
n.v.t.
0,013200
-0,217700
+66,00
n.v.t.
0,205400
0,167700
-0,012800
n.v.t.
-0,102500
-0,247000
-51,20
n.v.t.
0,192600
0,101100
+0,001400
n.v.t.
-0,115300
-0,232800
+5,60
0,106750
n.v.t.
0,298200
0,239870
+0,015350
n.v.t.
-0,009700
-0,218850
+61,40
Cranendonck
0,106800
n.v.t.
0,309400
0,245600
+0,015400
n.v.t.
0,001500
-0,218800
+61,60
Heeze-Leende
0,092800
n.v.t.
0,205100
0,171700
+0,001400
n.v.t.
-0,102800
-0,232800
+5,60
Valkenswaard
0,097800
n.v.t.
0,261400
0,205400
+0,006400
n.v.t.
-0,046500
-0,227800
-25,60
Bergeijk
0,073800
n.v.t.
0,196800
0,157400
-0,017600
n.v.t.
-0,111100
-0,251800
-70,40
Bladel
0,072200
n.v.t.
0,188700
0,170200
-0,019200
n.v.t.
-0,119200
-0,253400
-76,80
Eersel
0,071300
n.v.t.
0,206600
0,161300
-0,020100
n.v.t.
-0,101300
-0,254300
-80,40
Reusel-De Mierden
0,091900
n.v.t.
0,281000
0,167600
+0,000500
n.v.t.
-0,026900
-0,233700
+2,00
Asten
0,105200
n.v.t.
0,292000
0,243300
+0,013800
n.v.t.
-0,015900
-0,220400
+55,20
Deurne
0,106200
n.v.t.
0,252500
0,212100
+0,014800
n.v.t.
-0,055400
-0,219400
+59,20
Gemert-Bakel
0,121644
n.v.t.
0,306997
0,212517
+0,030244
n.v.t.
-0,000903
-0,203956
+120,98
Laarbeek
0,097060
n.v.t.
0,264108
0,214568
+0,005660
n.v.t.
-0,043792
-0,228540
+22,64
Someren
0,100500
n.v.t.
0,158000
0,125100
+0,009100
n.v.t.
-0,149900
-0,225100
+36,40
Gemeente
OZB-tarief woningen (%)
© 2025 Deloitte The Netherlands
OZB-tarief niet-woningen (%)
Netto-effect niet-woningen (%)
•1
Negatieve maatstaf van -/- 0,0914% conform Septembercirculaire 2014 voor het uitkeringsjaar 2025
•2
Negatieve maatstaf van -/- 0,3079% conform Septembercirculaire 2014 voor het uitkeringsjaar 2025
•3
Negatieve maatstaf van -/- 0,2342% conform Septembercirculaire 2014 voor het uitkeringsjaar 2025
•4
Netto-effect WOZwaarde (op een woning van € 400.000)
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
61
A11. Nadere toelichting DU Almere
DU Groeiopgave Almere • Voor de MRE zou een DU specifiek gericht op voorzieningen mogelijk relevant kunnen zijn. Aan de gemeente Almere is een dergelijke DU verstrekt. • De gemeente Almere, de provincie Flevoland en het Rijk hebben gezamenlijke afspraken gemaakt over de verdere ontwikkeling van Almere in het RijkRegioprogramma AmsterdamAlmereMarkermeer (RRAAM).
• Gezien voorgaande is het Fonds Verstedelijking Almere (FVA) opgericht, bestemd voor investeringen in projecten ten behoeve van onder meer onderwijsstructuur, culturele infrastructuur, sportinfrastructuur en stedelijke bereikbaarheid.
• Het FVA wordt gevoed met gemeentelijke, provinciale en rijksbijdragen, maar ook met de DU Groeiopgave Almere.
• Ten behoeve van de realisatie van RRAAM is tussen de partijen een Uitvoeringsovereenkomst gesloten, waarin is voorzien in de aanvullende bekostiging voor Almere: de DU Groeiopgave.
• De DU Groeiopgave Almere werd initieel verstrekt als vast bedrag, waarbij gekozen werd om het bedrag niet te koppelen aan de woningbouwopgave, omdat de kosten meer samenhangen met gebieden dan met precieze aantallen van woningen.
• De DU Groeiopgave Almere is een bijdrage uit het gemeentefonds, en is in 2015 toegekend voor een periode van maximaal 22 jaar ter grootte van (destijds) maximaal € 7 miljoen per jaar.
• De uitkering werd in de periode 2015-2020 niet voor inflatie gecorrigeerd, maar volgde de gemeentefondssystematiek, waarbij de uitkering meeliep in de jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds (het accres)
• De DU Groeiopgave Almere is bedoeld om het stedelijke maatschappelijke voorzieningenaanbod van de gemeente te laten meegroeien in een tempo dat (relatief) hoger ligt dan bij vergelijkbare steden met een langere historie, waarbij:
• Per 2021 is de DU Groeiopgave Almere omgezet naar een Specifieke Uitkering, als gevolg van kritiek van de Algemene Rekenkamer op het gebruik van DU’s. Bij de Specifieke Uitkering loopt de uitkering niet langer mee met het accres, maar wordt geïndexeerd met de loon- en prijsbijstelling.
− De gemeente Almere voor een dusdanige groei stond, dat dit de normale flexibiliteit in de gemeentebegroting zou overstijgen, waardoor niet alle voorfinancieringskosten konden worden gedragen; − Uitleglocaties in de gemeente Almere vermoedelijk niet (allemaal) winstgevend zouden zijn; − Sprake was van een grotere groei van de voorzieningenbehoefte dan enkel voor de gemeente Almere alleen.
• De Specifieke Uitkering bedraagt vanaf 2022 € 8,9 miljoen (excl. loonprijsbijstelling) en wordt gevoed met een bijdrage uit de Algemene Uitkering van het gemeentefonds.
Bron: ‘Evaluatie DU Groeiopgave Almere’, Berenschot (2022) en Verantwoordingsonderzoek 2018 en 2019’, Algemene Rekenkamer (2018 en 2019). © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
62
Onder Deloitte wordt verstaan één of meer van Deloitte Touche Tohmatsu Limited (“DTTL’’ of ‘’Deloitte Global’’), haar wereldwijde netwerk van member firms en aan hen verbonden entiteiten (tezamen, de “Deloitte-organisatie”). DTTL en haar wereldwijde netwerk van member firms en aan hen verbonden entiteiten zijn juridisch gescheiden en onafhankelijke entiteiten, die elkaar niet kunnen verplichten of binden ten aanzien van derden. DTTL en iedere DTTL member firm en aan hen verbonden entiteiten zijn aansprakelijk voor hun eigen handelen en nalaten, en niet voor het handelen of nalaten van een andere entiteit. DTTL verleent geen diensten aan cliënten. Raadpleeg www.deloitte.com/about voor meer informatie. © 2025. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.