A15 MRE - Magazine incl overdrachtsdocument & meerjarenplan 2025-2032
Tekst van het document
RUIMTE EN WONEN Beiangrijkste resultaten Vaststelling van de Regionale Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Nieuwe afspraken over versnelling van woningbouw en studentenhuisvesting. Actualisatie van het MIRT-onderzoek en aanvullende afspraken met het Rijk.
Specifieke aandachtspunten Ontwikkel slimme, duurzame en adaptieve oplossingen voor het zwaar belaste energienet. lntegreer energie in ruimtelijke en economische keuzes, met aandacht voor innovatieve locaties.
Specifieke aandachtspunten Verbreedt en actualiseer de Regionale Ontwikkelstrategie en gebruik dit als kompas voor
ECONOMIE
BOVENREGIONALE SAMENWERKING
Belangrijkste resultaten Programmering van werklocaties gebeurt weer regionaal. Regionaal voorzieningenbeleid nadrukkelijker op de agenda. Specifieke aandachtspunten Realiseer de uitvoeringsagenda Werklocaties met duidelijke regie en versnelling. Ontwikkel de regionale voorzienirigenstrategie verder, inclusief afspraken over bekostiging.
besluitvorming.
De groei van de regio is voelbaar binnen én buiten de regio. Daarom is besloten tot nauwere samenwerking met Weert, Meierijstad en Venlo. Deze samenwerking is vastgelegd in drie samenwerkingsagendas rond de opgaven wonen, mobiliteit, economie en talent. We voeren gesprekken metTilburg, Den Bosch en Vlaanderen.
MOBILITEIT Belangrijkste resultaten Vaststelling van de Regionale Mobiliteitsvisie 2040. Vaststelling van het MIRT-onderzoek Verstedelijking & Bereikbaarheid Brainport 2025 met daarin een actualisatie van de gezamenlijke opgaven vari Rijk en regio tlm 2040. ____
-
]fl--n.
_
wv
lT1•
/
wr__í I
-- -r
31
Ton van Happen l voorzitter van de Raadstafe12 1
Raaðstafel 21: brug tussen gemeenteraden en regionale samenwerking Het is dé schakel tussen gemeenteraden en de MRE en sinds 2024 ook een officieel adviesorgaan van het Algemeen Bestuur. De Raadstafel21 kreeg in haar bijna twaalijarig bestaan een prominente rol binnen de regionale samenwerking.
je niet van de ene naar de andere kant van een gemeentegrens rijden, eri fietspaden houden ook niet op bij de grens. Het vroeg betrekken van gemeenteraden bij de regionale mobiliteitsvisie is belangrijk. Zeker ook voor het draagvlak.
Ton van Happen is raadslid in de gemeente Geldrop-Mierlo en nu acht jaar voorzitter van de Raadstafe12 1. Daarvoor was hij al vier jaar lid. In al die tijd zag hij de Raadstafe12 1 uitgroeien tot een onmisbare schakel in de regionale samenwerking. De afgelopen vier jaar hebben we grote stappen gezet, vertelt Ton. Sinds 2024 hebben we een officiële adviesrol naar het Algemeen Bestuur. Ik ben als voorzitter ook adviserend lid van het AB. De adviezen die wij geven gaan over het proces van dingen die spelen.
Ton is heel blij met de officiële adviesrol van de Raadstafel2l. Het geeft aan dat het bestuur het belangrijk vindt dat gemeenteraden goed aangehaakt zijn. Ofwe ons serieus genomen voelen? Die vraag kan ik nu met ronduit ja beantwoorden.
SERIEUZE PARTNER
ADVIES OVER PROCES
Een concreet voorbeeld is de procesgang rondom het opstellen van de regionale mobiliteitsvisie vorig jaar. Raadsleden zouden daar pas in een laat stadium bij betrokken worden. Ton: Op advies van ons is toen een zienswijzeprocedure naar voren gehaald zodat gemeenteraden beter in positie konden worden gebracht. Daar zijn wij als Raadstafel2l heel blij mee. Want mobiliteit is bij uitstek iets wat je als regio oppakt. Een bus laat
Ook op andere vlakken heeft de Raadstafel21 zich ontwikkeld de afgelopen jaren. Raadsleden koppelen steeds beter terug naar hun eigen gemeenteraad en spreken hun wethouders meer aan op wat er in de regio gebeurt. Dat kan, omdat er voortaan bij al onze vergaderingen een voorzitter van een portefeuillehoudersoverleg aanwezig is. Die praat ons bij over één van de programmas van de MRE, en zij halen op hun beurt bij ons adviezen op over de proceskant. Ook zijn mede op ons verzoek de verslagen van de pohos nu openbaar, waardoor raadsleden zich beter kunnen informeren en kunnen volgen wat er speelt op regionaal gebied.
DE REGIO IN
De leden van de Raadstafe12 1 zijn ook actiever betrokken bij de voorbereiding van de regioconferentie die twee keer per ¡aar plaatsvindt. En ze organiseerden de afgelopen tijd twee drukbezochte werkbezoeken, aan ASML en de Automotive Campus in Helmond. Dat waren geweldige bezoeken waar we geïnformeerd zijn over de ontwikkelingen en over hoe die partijen tegen de regio aankijken. We merkten dat ook zij de samenwerking met de gemeenten belangrijk vinden. TERUGKIJKEN EN VOORUITKIJKEN
Ton kijkt zeer tevreden terug op de afgelopen jaren en op de steeds sterkere rol van de Raadstafe12 1. Met een beetje weemoed ook wel, want hij stopt in maart 2026 als raadslid en dus als voorzitter van de Raadstafe12 1. Het is tijd om het stokje over te dragen. Wat hij zijn opvolger en de leden van de Raadstafel2l wil meegeven? Ik vind het belangrijk dat mensen goed met elkaar in gesprek blijven. De Raadstafel2 1 is daar een heel goed podium voor. A1s ¡e met elkaar in gesprek gaat, krijg je meer begrip voor elkaars standpunten, ook al zijn die verschillend in de regionale samenwerking. Het wordt steeds duidelijker dat je samen meer bereikt dan wanneer je doet alsof de wereld ophoudt bij je eigen gemeentegrens. Gelukkig leeft dat besef en de wil om samen te werken steeds meer in onze regio. Ook hoop ik dat raadsleden die in de Raadstafe12 1 benoemd worden straks, hun ambassadeursrol goed oppakken. Ze beschikken over meer informatie dan hun collega-raadsleden en dus kunnen ze het belang van de regionale samenwerking ook goed uitdragen. Ik zou willen zeggen: vervul je rol met enthousiasme, en haal zo het meeste uit de regionale samenwerking. Wat ik zelf ga doen? Ach, er komt wel weer iets in de plaats van mijn voorzitterschap hoor. Er staat hier een mooie camper op de oprit, misschien krijg ik nu tijd om daar wat meer mee op pad te gaan.
De Raadstafel21 bestaat uit 42 Ieden: 2 raadsleden per MRE-gemeente. De groep vormt de schakel tussen gemeenteraden en de MRE en versterkt de betrokkenheid van raadsleden bij de regionale opgaven. De Raadstafel21 heeft geen besluitvormende rol maar vervult een belangrijke adviesen verbindingsfunctie. De leden komen vier keer perjaar bij elkaar. Dan bespreken zij de agenda van hetAlgemeen Bestuur van de MRE en brengen ze procedureel advies uit. De voorzitter sluit als adviseur aan bij het Algemeen Bestuur en adviseert over processen rondom regionale opgaven. De leden van de Raadstafel21:
• Brengen advies uit aan het Algemeen Bestuur over processen die doorlopen moeten worden • Zijn ambassadeur en brengen regionale themas onder de aandacht in hun eigen raad. • Dragen bij aan de voorbereiding van regioconferenties. • Organiseren bijeenkomsten en werkbezoeken in de regio.
Samen bereik je meer dan wanneer je doet alsofde wereld ophoudt bij je eigen gemeentegrens.
/
33
- -
Ì
¿.
,
y,
f;
•
•
-•
-
•. .
,•
,.4
;,
•*
:,
,
•I _
• ¡=• •
• :
.. l-
-
IlIlLI
1.11
%
CD
LiJ
1,L_r
-
F-
•
•
. :_
____
-
•
__
_
,,
___
__
,1
•
•
•,
.4. ,• •.
.
•
•
_:•
_____
Ç p4.
Rik Thijs voorzitter portefeuillehoudersoverleg energietransitie
De energie-opgave vraagt een brede en snelle aanpak Het is overduidelijk: de aanpak van de netcongestie en uitbreiding van het elektriciteitsnet staan torenhoog op de agenda willen we de groei in onze regio aankunnen. Rik Thijs, wethouder in Eindhoven en voorzitter van het poho Energietransitie, doet daarom een duidelijke oproep aan alle 21 gemeenten: doe watje kunt, liever nog gisteren dan vandaag. Want al hebben we de afgelopen jaren al mooie dingen bereikt, we zijn er nog lang niet. Wat zijn de belangrijkste resultaten binnen het programma Energietransitie?
We hebben het nut en de noodzaak van een toekomstbestendig energiesysteem voor de regio nadrukkelijker op de agenda gezet. A1s we de economische groei, de schaalsprong en de kwaliteitssprong in onze regio willen waarmaken, dan móeten we samen ons energienet uitbreiden. Netcongestie is een showstopper voor de groei en de dynamiek in onze regio. Die bewustwording is steeds scherper geworden. Zowel binnen onze samenwerking als daarbuiten. Natuurlijk hebben we mooie resultaten behaald: bijvoorbeeld een landelijke pilot met een energiehub op het Kempisch Bedrijvenpark in Bladel, zonneveld Kriekampen in Oirschot en de voorbereiding van een regionaal waterstofnetwerk door de gemeenten Eindhoven, Helmond en Brainport Development. Maar we zijn er nog lang niet.
Hoe kijk je naar de samenwerking de afgelopen jaren, en voor de komende tijd?
We weten elkaar als 2 1 gemeenten doorgaans goed te vinden. Tegelijkertijd mag die samenwerking nog scherper. Voor de komende jaren heb ik een sterke oproep: durfals gemeenteraad en als college de mogelijkheden die je hebt, op te pakken. De gemeente Eindhoven heeft bijvoorbeeld weinig mogelijkheden voor grootschalige opwek maar verkent samen met andere partijen de mogelijkheden van een waterstofnetwerk. Zo pakken we elk ons deel in die grote opgave, vanuit gezamenlijkheid. Ook samenwerking met energiebedrijven én met inwoners is belangrijk. Leggen we bijvoorbeeld de exploitatie van grootschalige opwekprojecten bij commerciële energiebedrijven, of pakken we dat als gezamenlijke gemeenten op zodat we ook inwoners kunnen laten meeprofiteren van de opbrengsten? Kijken naar nieuwe mogelijkheden en alle betrokken partijen betrekken is cruciaal. -
Welke inzichten zijn de afgelopen jaren nog meer duidelijk geworden?
De Regionale Energie Strategie (RES) die we als 2 1 gemeenten samen met provincie, 2 waterschappen en partijen als Enexis hebben opgesteld, biedt doelen en handvatten. Die doelen blijven natuurlijk overeind, alleen is het wel duidelijk geworden dat we de doelen niet gaan halen voor 2030. We moeten aan de bak met grootschalige regionale opwek. Windparken, zonnevelden, innovatieve oplossingen. We moeten in onze regio 5 tot 6 nieuwe hoogspanningsstations bouwen en alle bestaande hoogspanningsstations uitbreiden. Samen met Enexis hebben we ook nog een realisatieopgave in en rondom onze wijken. Dat is een enorme ruimtelijke opgave onder hoge tijdsdruk, die we alleen kunnen volbrengen als we samenwerken.
/
i
We hebben het nut en de noodzaak vaii een toekoinstbestendig energiesysteem voor de regio nadrukkelijker op de ageiida gezet.
i
21 l MRE MAGAZINE
/,
35
ENERGIETRANSITIE
Belangrijkste resultaten 2023 - 2026 Wat heeft het Beethoven convenant toegevoegd aan het programma Energietransitie?
•
De opgaven rond energie moeten integraai worden benaderd, in samenhang met ruimtelijke en economische ontwikkelingen. ln de Beethoven-afspraken tussen Rijk en regio is specifiek aandacht voor de aanpak van netcongestie en prioriteit voor uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk.
•
Energiebesparing in de gebouwde omgeving via lokale initiatieven en netbewust bouwen. Verkenning van collectieve warmtesystemen met lokale bronnen.
•
Realisatie van 29,3% van het RES-bod en innovatieve energiehubs.
•
Uitbreiding van het elektriciteitsnet en voorbereiding van een regionaal waterstofnetwerk.
Wat zijn belangrijke onderwerpen voor de nabije toekomst?
De energietransitie en de aanpak van netcongestie in onze regio vraagt om brede korte termijnuitvoering. Deze opgave hebben we te lang voor ons uitgeschoven. We gaan met de 2 1 gemeenten, de provincie en het Rijk en de netbeheerders gesprekken voeren om realisatie en uitvoering voor elkaar te boksen. Dat vraagt van ons allemaal om over onze eigen grenzen en buiten gebaande paden te treden. A1s we alles doen zoals we dat de afgelopen tien jaar deden, komen we er niet. Ook moeten we de zorgen die onze inwoners hebben serieus nemen, en hen meer betrekken. A1s netbeheerders, wij als bestuurders en onze inwoners op één lijn komen, zorgt dat voor een versnelling omdat we niet verzanden in ruimtelijke procedures. We moeten eigenlijk eergisteren al begonnen zijn met het vormgeven van de toekomst. Vanaf 2026 werken we daarom ook aan een nieuwe versie van de RES: een RES 2.0. Mijn vraag daarbij aan de raden en colleges is: denk mee en streep niets van tevoren weg. We hebben alle locaties, opties en bouwstenen nodig om met elkaar dat gezamenlijke gesprek te voeren. We gaan open verder met deze opgave, met de gezamenlijke doelstelling voorop. Wat het voor mij zo mooi maakt om in deze regio te werken, is de dynamiek én de verschillen; vele gemeenten, de combinatie tussen stad en land, verschillende karakters. Door die verschillen word je gedwongen om je te verplaatsen in de ander.
En dat zorgt voor het goede gesprek, om samen verder te komen.
36
Specifieke aandachtspunten voor de toekomst •
Ontwikkel slimme, duurzame en adaptieve oplossingen voor het zwaar belaste energienet.
•
lntegreer energie n ruimtelijke en economische keuzes, met aandacht voor innovatieve locaties.
UNIEKE SAMENWERKING VERSNELT UITBREIDING ELEKTRICITEITSNET Enexis, de MRE en Brainport Development gingen in 2024 een unieke samenwerking aan. Het doel: de uitbreiding van het elektriciteitsnet versnellen. De ambitie: de doorlooptijd van infrastructurele projecten minimaal halveren. Ook zoeken de samenwerkingspartijen naar slimme oplossingen om het huidige elektriciteitsnet efficiënter te gebruiken. Om de groei in de regio mogelijk te maken, zijn ruim 4.000 kilometer extra kabels in de grond nodig, meer dan 80 transportverdeel- en regelstations, 2.900 nieuwe netstations en 2.600 transformatorverzwaringen. Enexis investeert hiervoor bijna een miljard euro in het MRE-gebied. De samenwerking tussen de drie partijen richt zich in eerste instantie op Enexisuitbreidingen in het middenspanningsnetwerk. Daar bepalen planologische procedures een groot deel van de doorlooptijd. ln het eerste kwartaal van 2026 leggen de partijen een eerste set van afspraken vast waarmee zij de manier van werken tussen gemeenten en Enexis meer willen structureren en harmoniseren. Voor de 2 1 MRE-gemeenten is het halveren van de doorlooptijd van de uitbouw van het elektriciteitsnetwerk een voorwaarde om de schaalsprong van de regio te realiseren. Alleen zo kunnen we onze woningen, scholen, zorginstellingen en bedrijven faciliteren of verduurzamen.
MRE EN FEZOB BUNDELEN KRACHTEN Sinds begin 2025 bundelen de MRE en de Federatie Energiecoöperaties Zuidoost-Brabant (FEZOB) hun krachten om de energietransitie in onze regio te versnellen. De MRE-gemeenten ondersteunen lokale energiecoöperaties. Zij vormen een belangrijke brug tussen overheid, bewoners en bedrijven of boeren bij de opwek van energie. Met een MRE-subsidie kan de FEZOB deze coöperaties verder professionaliseren en de samenwerking met gemeenten versterken. De lokale energiecoöperaties geven met de subsidie invulling aan de professionalisering van hun bedrijfsvoering, kennisdeling en kennisontwikkeling tussen de lokale coöperaties. Zo organiseren zij bijvoorbeeld gezamenlijke webinars over het verduurzamen van de eigen woning en wordt er samengewerkt in innovatieve projecten (Energie in de Buurt en Energiegemeenschap uit Burgerinitiatief).
Ð
1 •
-
--
Scan d e QR e n lees meer over de Regionale Energiestrategie.
Judith Keijzers l burgemeester Gemeente Oirschot en voorzitter stuurgroep Landgoed Gulbergen
Landgoed Gulbergen Van Ontwikkelvisie naar regionaal landschapspark Dromen, denken, durven en doen. Die stappen omschrijven het proces dat de MRE de afgelopen jaren doorliep rond Landgoed Gulbergen. Want samen met de grondgebiedgemeenten Nuenen en Geldrop-Mierlo, onwonenden en andere betrokken partijen kwam de MRE tot één gedragen Ontwikkelvisie voor het gebied. Gulbergen wacht een mooie groene toekomst, vertelt Judith Keijzers, portefeuillehouder Landgoed Gulbergen in het Dagelijks Bestuur van de MRE.
Eén integraal plan bedenken voor Guibergen was geen simpele opgave. Het gebied strekt zich uit over twee gemeenten en kent nog veel meer betrokkenen die allen hun eigen wensen hebben. Toch is het de afgelopen jaren gelukt om constructief samen te werken en alle partijen te horen en te blijven informeren. Met als resultaat één Ontwikkelvisie voor het gebied.
Í ,.J
BIJDRAGEN AAN DE KWALITEITSSPRONG
Judith: Gulbergen wordt een Iandschapspark voor de hele regio. Een groen gebied waar het goed toeven is en dat een tegenhanger vormt van de drukte en bebouwing die we vinden op veel andere plekken in onze regio. De regio maakt een schaalsprong die moet samengaan met een kwaliteitssprong. We werken aan extra infrastructuur en extra woningen. Dat moet wel in balans met blijvend groen en ruimte om tot rust te komen. Gulbergen is daarin een belangrijke schakel.» RECREATIE, GROEN EN NATUURINCLUSIEF GEBRUIK
De richting en bestemming van Landgoed Gulbergen zijn met de Ontwikkelvisie duidelijk geworden. In het zuidelijk deel staat recreatie centraal. Eindhoven Zoo, de golfbaan, fiets- en wandelpaden bepalen daar straks het beeld. Die onderdelen werkt de MRE uit met een aantal initiatiefnemers, waaronder de eigenaar van de dierentuin. Een ondernemer met mooie plannen en bereidheid om te investeren in het gebied. In het noordelijk deel staat natuurinclusief gebruik centraal. Het gebied ten noorden van de spoorlijn is bijvoorbeeld in beeld voor een natuurbegraafplaats. Ook Herenboeren krijgt er waarschijnlijk een plek; een kleinschalig coöperatief gemengd boerenbedrijfwaarvan huishoudens in de omgeving gezamenlijk eigenaar zijn.
Een groen gebied voor de hele regio. Met recreatie in het zuidelijk deel en natuurinclusief gebruik in het noorden.
PUZZELSTUKJES GELEGD
Met deze invulling krijgt Gulbergen een gevarieerd en bovenal groen leven. Een Ieven bovendien waarin alle betrokken partijen zich kunnen vinden. Judith: Ook het waterschap, de provincie én alle 2 1 gemeenten binnen de MRE zijn blij met de uitkomst. We hebben grote stappen gezet en intussen bijna alle puzzelstukjes kunnen leggen. We wilden versnippering in de bestemming van het gebied voorkomen en dat is meer dan gelukt. AI1e voorwaarden die we aan de start voor het gebied hebben gesteld, hebben we goed kunnen invullen. Met een participatietraject hebben we ook alle betrokkenen gehoord en hun visies verwerkt. Iedereen zit nu met een goed gevoel aan tafel. Natuurlijk was dat niet altijd een makkelijk proces en we mopperen ook wel eens op elkaar, maar in deze regio komen we er ook altijd samen uit. Dat is waar wij sterk in zijn. We zitten samen in de wedstrijd, op basis van gelijkwaardigheid.
DE ROL VAN MRE BIJ LANDGOED GULBERGEN
VERDER AAN DE SLAG
Hoe de komende tild eruit ziet voor Gulbergen? We gaan aan de siag, zegt Judith. «De komende jaren gaan we echt doen en zorgen dat we het beheer, de inrichting en de nazorg over Gulbergen goed blijven invullen. We zijn er als 21 gemeenten gezamenlijk ingestapt en we zorgen er ook voor dat we het samen tot een goed einde brengen. Er is nog wel een klus te klaren en daarin is het belangrijk dat we iedereen goed blijven meenemen. Ik ben ervan overtuigd dat we zo voor de regio een heel mooi groen landschapspark kunnen realiseren.
Landgoed Gulbergen is een groene zone van zon 325 hectare in de gemeenten Geldrop-Mierlo en Nuenen. Jarenlang was het een vuilstort, nu is het een groen, landschappelijk gebied met het hoogste punt van Brabant. Nadat de vuilstort op Gulbergen in de jaren 90 werd gesloten, verplichtte de RAZOB zich tot de realisatie van Landgoed Gulbergen, een duurzaam recreatief uitloopgebied. Met de overname door Essent Milieu ¡n juli 2003 ging de verplichting van RAZOB over naar Essent (nu Attero). Omdat de ontwikkeling onvol doende van de grond kwam, namen de 21 samenwerkende gemeenten in Metropoolregio Eindhoven in december 2020 het volledige eigendom van het gebied terug in handen. Daarmee is de MRE verantwoordelijk voor het beheer, de inrichting en de nazorg over Gulbergen. Zij kwamen, in samenspraak met betrokkenen en belangstellenden, tot een gedragen Ontwikkelvisie voor het gebied.
NAZORG VOOR DE VOORMALIGE STORTPLAATS De nazorgverplichting is wettelijk vastgelegd en geldt tot het moment dat de nazorg wordt overgedragen aan de provincie Noord-Brabant. Er vinden periodieke controles plaats van bodem, grondwater en stortgas. De kosten voor de nazorg worden gedekt uit een reserve die ¡n het verleden voor dit doel is aangelegd. Nieuwe initiatieven op en rond de voormalige stortplaats moeten altijd passen binnen de veiligheidsen milieukaders. Om de afdeklaag van de berg te beschermen is bijvoorbeeld bouwen met een fundering niet mogelijk. MRE en de provincie bereiden de toekomstige overdracht van de nazorg aan de provincie Noord-Brabant voor, in lijn met de provinciale regeling voor gesloten stortplaatsen. Hiervoor heeft MRE geld ondergebracht in een fonds van de provincie dat rente oplevert.
-,
rr...
a, •
.•
•o
_1
ScandeQRenlees meeroverLandgoed Gulberg
fr. :..
,—
F
••
?
1I
.
•
• -
.
-
,,
.
4
I11
,___.lå
T
l
a
*
P
- ___
.t,
. -
. 3..
:,
-
-
:ll
-
-
-, .
Fons dHaens voorzitter portefeuillehoudersoverleg Vitale groene leefomgeving
Herijkt programma biedt perspectief voor alle 21 gemeenten Vitale groene leefomgeving: dat is de nieuwe koers voor dit MRE-programma, eerder aangeduid als Vitaal landelijk gebied. Met deze herijking ligt er een nieuwe, stevige basis om verder te werken aan een groene leefomgeving voor álle inwoners van de regio. Fons dHaens, wethouder in Bladel en voorzitter van het poho Vitale groene leefomgeving, vertelt. Wat zijn de belangrijkste resultaten binnen dit MRE-programma? De belangrijkste ontwikkeling is de herijking van het programma van Landelijk gebied naar Vitale groene leefomgeving. Ik ben heel erg trots op wat er nu ligt, vooral ook omdat we het programma samen hebben gemaakt. Doordat we ook raadsleden nadrukkelijk betrokken hebben, is het echt een programma van de gemeenten geworden. Er ligt nu een stevig fundament; aangescherpt en geactualiseerd. We hebben deze opgave als het ware opgetild naar een breder perspectief voor alle 21 gemeenten, dus niet alleen de landelijke. Met dat nieuwe perspectief kunnen we verder werken aan een groene leefomgeving voor al onze inwoners, als één geheel. Want die kwaliteit is randvoorwaardelijk voor de gebalanceerde groei van onze regio. Dat besef is er nu bij alle 2 1 gemeenten. We kennen een enorme economische ontwikkeling en in die schaalsprong is heel veel aandacht voor wonen, werken en bereikbaarheid.
Maar parallel daaraan moeten we de groene kwaliteit in de regio behouden en versterken. Van een scheiding tussen stad en land is geen sprake meer. Want ook mensen in de stad moeten vanaf hun voordeur ervaren dat ze in een groene regio wonen. Het is onderdeel van onze brede welvaart.
Daamaast zetten we in op biobased bouwen. A1s MRE-gemeenten sloten we een convenant dat de vraag- en aanbodkant rond biobased producten en biobased bouwen dichter bij elkaar brengt. Bijvoorbeeld door meer te gaan inzetten op biobased materialen als stro en vezelhennep. Dat biedt mogelijk een versnelling in de bouw, én nieuwe verdienmodellen voor boeren in de regio. Ook woningbouwcorporaties zijn betrokken, net als de TU/e en Wageningen Universiteit. Die universiteiten werken scenarios uit voor onze regio. Tot slot blazen we inmiddels een stevig deuntje mee bij NOVEX De peel. Er is intensief samengewerkt met Rijk, provincie, waterschappen en betrokken regios aan een nieuw toekomstperspectief voor dit gebied. Het Rijk heeft 300 miljoen voor de Peel beschikbaar gesteld voor natuurdoelen. De enorme transitie die de Peel doormaakt vraagt een bredere en langjarige agenda met alle partners. Wij lobbyen dan ook stevig om ook middelen binnen te halen voor de leeflaarheid en ondernemerschap in de peel. Ook laten we via lobby aan de bestuurlijke tafels de stem en het belang van de regio horen als het gaat om stikstof, de provinciale koers op landbouw en de toekomst van ons landelijk gebied. -
Eeii groene leefoingeving is randvoorwaardelijk voor eeii gebalaiiceerdt ontwikkeling vaii regio.
Wat is er verder bereikt de afgelopen jaren? We hebben de regionale voedselproductieketen onder de aandacht gebracht en ondersteunen zo het ondernemerschap in de groene ruimte. Er zijn veel prachtige voedselproducenten in onze regio. Hun producten willen we direct aanbieden aan onze inwoners. We maakten daarmee een begin door alle gemeenten op te roepen om relatiegeschenken en kerstpakketten samen te stellen met producten uit de regio.
)
-
:
• .:.
-
Mero?°0L R9io Eindhove, OlVRSiií,r
..
Resultaten om trots op te zijn?
Zeker. Ik ben heel trots. De opgaven binnen dit programma ziin groot en zo belangrijk voor de regio, en nu kunnen we echt perspectief bieden voor het Iande1ijk gebied. Zeker de erkenning voor de rol van de groene omgeving in het daily urban system van onze regio is echt winst en anders dan een aantal jaren geleden. Ook in de actualisatie van het MIRT-onderzoek zit nu nadrukkelijk de groenblauwe component. Wat zijn belangrijke onderwerpen voor de nabije toekomst?
Voor de nabije toekomst draait het om drie dingen: een groenblauw netwerk van toplandschappen, een gezonde leefomgeving voor mens én natuur, en een duurzaam ondernemend landschap. Daarvoor is samenwerking nodig met gemeenten, provincie, waterschappen en ondernemers, plus Iangjarige inzet en middelen. We hebben met het herijkte programma een heel stevig fundament neergelegd. Nu komt het neer op de uitvoering. We gaan bijvoorbeeld de uitdaging aan om ervoor te zorgen dat onze agrarische ondernemers hun eigen boterham kunnen blijven verdienen. Niet alleen met de productie van gezond voedsel of biobased materialen, maar ook met het beheer en onderhoud van het landschap. Dat is goed voor de biodiversiteit, de beleving van inwoners en we houden het ondernemerschap in het landelijk gebied ermee in de benen. Die potentie is er, het kan echt. Wij hebben alle kansen om het zélf goed te regelen in deze krachtige regio. Samenwerking is hier vanzelfsprekend, we pakken samen met overheid, bedrijven en onderwijs de handschoen op. Zo komen we verder.
VITALE GROENE LEEFOMGEVING Belangrijkste resuitaten 2023 - 2026 • Sterkere positie voor het andelijk gebied dankzij de koerswijziging naarVitale groene leefomgeving. • Versnelling richting duurzame bouw en teelt via het convenant Biobased bouwen. • Gezamenlijk toekomstperspectief voor NOVEX De Peel.
Specifieke aandachtspunten voor de toekomst • Ontwikkel landschap en leefomgeving met sterke toplandschappen en groenblauwe netwerken. • Houd invloed op beleid en besluitvorming om leefkwaliteit en economische vitaliteit te waarborgen.
v ,tì /
/
OPWEGNAAREENDUURZAAM ONDERNEMEND LANDSCHAP Onze regio telt honderden agrarische bedrijven, kenmerkend voor de identiteit van de regio en de agrarische gemeenschappen in ons landelijk gebied. Ze zijn bovendien belangrijk voor de ruimtelijke kwaliteit van de regio en daarmee de kwaliteít van de leefomgeving. We willen dat deze bedrijven duurzaam kunnen blijven bestaan. Het nieuwe, gezamenlijke toekomstbeeld voor de regio is een beeld waarin ook agrarische bedrijven een plek hebben. Als MRE stimuleren en ondersteunen we langjarige duurzame verdienmodellen voor deze grondverbonden ondernemers, en dat rollen we de komende jaren verder uit. Denk bijvoorbeeld aan steun en een eerlijk verdienmodel voor ondernemers die biobased bouwmaterialen telen, die bijdragen aan een duurzame voedselproductieketen, duurzame energieproductie of die zich inzetten voor natuurbeheer. Zo behouden we open, groene landschappen, verbetert de bodem-, water- en luchtkwaliteit, kunnen we langjarig inzetten op natuurbeheer én zorgen we voor een duurzaam ondernemend landschap in onze regio.
AAN OE SLAG MET DE REALISATIE VAN EEN GROENBLAUW NETWERK Groen vanaf de voordeur: dat is de wens die we hebben voor al onze inwoners. Ofje nu in de stad woont, of in een meer landelijke gemeente. Daarom gaan we aan de slag met het realiseren van een aaneengesloten regionaal groenblauw netwerk tussen woongebieden en beschermde natuurgebieden. Hiermee versterken we de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de leefomgeving voor onze inwoners, en maken we de leefomgeving gezonder. Als eerste stap brengen we in beeld welke projecten we kunnen versnellen, versterken en verbinden, samen met de 21 gemeenten. Dit levert een werkkaart op die meteen dient als projectenportfolio: een bundeling van uitvoeringsprojecten op het gebied van kwaliteitsverbetering van de groene leefomgeving.
2l
i
MRE MAGAINE
43
Sjoerd Potters burgemeester van Helmond en vicevoorzitter Dagelijks Bestuur MRE
De schaalsprong is het verhaal van stad én land, van ons allemaal Sjoerd Potters is sinds november 2024 burgemeester van Helmond en lid van het Dagelijks Bestuur van de MRE. Hoe kijkt hij, vanuit zijn gemeente tussen stad en land tegen de regio aan? Wat zijn wat hem betreft belangrijke ontwikkelingen én opgaven voor de toekomst?
Hij is inmiddels een trotse Helmonder, zegt Sjoerd Potters zelf. Geboren in Tilburg en via een wethouders-, Tweede Kameren burgemeestersfunctie in de Bilt weer terug in Brabant. A1s burgemeester van Helmond en als vicevoorzitter van het DB en AB van de MRE zet hij zich in voor de opgaven waar we als regio voor staan. De verbinding tussen stad en land is voor hem daarin een heel belangrijke schakel.
Al onze inwoners moeten optimaal gebruik kunnen maken van beide kanten van onze regio: het stedelijke en landelijke. We staan voor een enorme schaalsprong en de daarbij horende opgaven gelden voor de hele regio. Het lijkt misschien alsof de groei in de twee grote steden zit, en als je naar de absolute aantallen kijkt, is dat op zich ook wel zo. Maar een heel groot deel van onze opgaven betreft ook de middelgrote en kleine gemeenten. Mobiliteitsopgaven, woningbouwopgaven: ze gaan over gemeentegrenzen heen. We moeten elkaar zoveel mogelijk helpen bij de realisatie van de opgaven. Beide perspectieven, stad en land, bestaan naast elkaar en complementeren elkaar.
SCHAKELTUSSEN STAD EN LAND
Door haar ligging vervult Helmond een schakelfunctie in de regio. De stad maakt deel uit van zowel subregio Stedelijk gebied als subregio De Peel, en van de MRE. Het is belangrijk om alle perspectieven naast elkaar te leggen en verbinding te maken. Dat betekent luisteren en in gesprek gaan, en weten wat er waar speelt. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat we op voorzieningenniveau in de hele regio flink moeten groeien. Scholen, goede ziekenhuizen, voldoende brandweerkazernes, goede busverbindingen naar de kemen, groen versterken in het buitengebied, ook woningbouw mogelijk maken voor de kleinere kernen; wat wij doen, doen we voor alle generaties inwoners in de hele regio. Een voorbeeld daarvan is het nieuw te realiseren busstation
I_u
( -
J
1tl
;. —,
e
—
,
Cleanroom bij ROC Ter Aa in Helmond (foto: www.brainporteindhoven.com)
in Eindhoven. Dat is vooral ook voor de dorpen en kleinere gemeenten van belang. De schaalsprong en de daarbij horende kwaliteitssprong die we maken, is het verhaal van ons allemaal. En: al onze inwoners moeten optimaal gebruik kunnen maken van beide kanten van onze regio: het stedelijke en landelijke. PERSPECTIEF OP DE TOEKOMST Een concreet ander voorbeeld van de toekomstgerichtheid en het werken aan het faciliteren van de schaalsprong, is voor Soerd de recente opening van de cleanroom bij ROC Ter Aa in Helmond. De eerste cleanroom voor middelbaar beroepsonderwijs in Nederland. «Mbo-studenten leren daar hoe is het om in zon cleanroom te werken en welke vaardigheden ze daarvoor nodig hebben. volgens mij zegt dat alles: we zijn toekomstgericht en we geven jongeren een mooi perspectief op de toekomst in deze regio. Dit hadden wij nooit voor elkaar gekregen als we niet met elkaar aan die schaalsprong hadden gewerkt.
CHAMPIONS LEAGUE En nu, wat is er belangrijk voor de komende tijd? We moeten nu echt naar de uitvoering. De regio heeft vanuit het Rijk miljarden gekregen om de schaalsprong waar te maken en dat is hartstikke mooi, maar we moeten nu wel echt gaan dóen. Want de karavaan kan ook voorbijtrekken als we het niet waarmaken. Het Rijk verwacht van ons resultaten. Niemand kan die alleen bereiken; Eindhoven niet, Helmond niet, de regio niet. We zullen het samen moeten doen. Realiseer je: in deze regio spelen we inmiddels Champions League. Het gaat -net als in een voetbalteam- om iedereen in de juiste positie zetten en elkaar de bal toespelen als dat nodig is. Die bal moeten we zelf in beweging brengen, dat is onze eigen verantwoordelijkheid. En we mogen onze successen vieren, want die zijn er ook. Daar is hard voor gewerkt. We zijn als Brabanders niet zo van onszelf op de borst kloppen, maar soms mag je dat best wel eens gewoon zeggen. Er heerst hier een sterke can do-mentaliteit: we kijken altijd naar wat we kunnen doen om vooruit te komen, om de groei te aan te kunnen, om als regio sterker te worden. Vanuit samenwerking en met oog op de toekomst. Waar we op dit moment in Nederland best een pessimistische sfeer en tegenstellingen zien, doen wij het hier echt anders. De regio ziet de toekomst realistisch positief. Ik denk dat heel veel mensen in Nederland snakken naar dat perspectief.
Wij kunnen Iaten zien dat het ook echt kan. Ik vind het super dat we zeggen: waar willen we in 2040 staan, dat we daar hoop in hebben en dat we ervoor gaan. Allemaal samen, als hele regio. Ik denk dat dát het verhaal van de toekomst van Nederland is.
45
,,..
1.
-
-:
4
e.
.
.
;
—
4
LLL
• •
-
.
t
qIl,
.-11
L11 .
—
• I
£
Lt t
•-
.; -
V F11 _.1I
-
-
r
.,
?
:
• . — fi
;
¡
,
i
i
• t
• t.:•.
.
-
.
.
. .
.
-
. . •
.
401 Hirport
!
•
. .•,
• ; ••
•
/
l
•
r
6
•
1: 1
l
•
.
-
-.
•
r
. .
- za-
• Z.••i
• l
•
Brauo
L
-
,
•
-
-.. •,.-n.,-•---
-
-
Mathijs Kuijken Voorzitter portefeuillehoudersoverleg mobiliteit
Vanuit een gedragen toekomstbeeld nu vol naar de uitvoering Als er één MRE-programma is dat .letterlijk- over gemeentegrenzen heen gaat, dan is dat wel mobiliteit. De afgelopen jaren ontstond er door samenwerking een duidelijk toekomstbeeld op dit thema. Nu komt het aan op de uitvoering van vele mobiliteitsmaatregelen. Mathijs Kuijken, wethouder in Bergeijk en voorzitter van het poho Mobiliteit, licht toe. Wat zijn de belangrijkste resultaten uit de afgelopen jaren binnen het programma Mobiliteit?
Ik kijk heel trots terug op wat we allemaal bereikt hebben. De visie en kaders voor de lange termijn staan én worden gedragen door alle 2 1 gemeenten. En we hebben via de Brainport Deal en het Beethoven convenant sterke betrokkenheid van het Rijk bij de opgaven in onze regio gekregen. Van daaruit kunnen we nu overgaan naar de uitvoering van maatregelen waar de hele regio van gaat profiteren. Het is echt een prestatie die complimenten waard is aan alle gemeenten. Samenwerken vraagt investeren en vertrouwen, en het is ons gelukt om tot elkaar te komen en de handen op elkaar te krijgen voor een gezamenlijke aanpak en visie voor de toekomst van onze regio. Heel belangrijk, want de mobiliteitsopgave móeten we samen vormgeven. Willen we de groei en de schaalsprong in goede banen leiden, dan is een bereikbare regio een randvoorwaarde.
Eind 2025 stelden we het MMMP vast. Daarmee vertalen we de visie naar een concreet, meerjarig en adaptief maatregelenpakket van 140 mobiliteitsmaatregelen voor de hele regio. Een deel van die maatregelen gaan we vóór 2030 al uitvoeren, in de pakketten Korte Termijn Maatregelen 2 (KTM1 en KTM2). We richten ons daarbi verbeterin gebruik en gebiedvan middelen want 2030 opgave te
Wat zijn concrete resultaten van de afgelopen jaren?
In 2024 stelden we de Regionale Mobiliteitsvisie 2040 vast: ons gezamenlijk toekomstbeeld voor mobiliteit. Dat beeld vormt de basis voor keuzes die bijdragen aan een bereikbare en duurzame regio. De visie is richtinggevend voor de 21 gemeenten binnen de MRE en een belangrijke bouwsteen in de afstemming met het Rijk, de provincie en andere regios. In 2024 is ook de Regionale Bekostigingssystematiek vastgesteld, de manier waarop de MRE-gemeenten regionale projecten onderling willen financieren.
Sarnenwerken vraagt investeren en vertrouwen. Het is ons gelukt o,n tot elkaar te komen in een gezamenlijke aanpak en rnobiliteitsmaatregelen voor de toekoinst van onze regio.
47
Welke inzichten ziin de afgelopen jaren nog meer duidelijk geworden?
We hebben een vemieuwde kijk gekregen op mobiliteit. Draaide het onderwerp vroeger vooral om asfalt draaien en wegen aanleggen, nu gaan we voor een mobiliteitstransitie. Ons programma richt zich op meer mensen uit de auto, meer gebruikmaken van de fiets, het OV en deelvervoer, en gedragsverandering. Met de aanleg van (snel)fietspaden, beter openbaar vervoer en goede passende mobiliteitshubs krijgen onze inwoners en werknemers meer mogelijkheden om van en naar huis, werk, sport en recreatie te kunnen reizen. Wat staat er voor de komende tijd op stapel binnen het programma Mobiliteit?
Er wacht ons een gigantische klus. Realisatie staat nu centraal. We hebben afspraken gemaakt in het Beethoven convenant, en de waardering en de gelden die we van daaruit hebben gekregen voor de regio, moeten we wel goed en snel een plek geven. We moeten daarom op korte termijn aan de slag met de maatregelen uit KTM1 en KTM2, en verder werken aan onze auto-infrastructuur, parkeerbeleid en verkeersveiligheid, en andere punten uit onze langjarige visie. We zetten daar als MRE vol op in, bijvoorbeeld met een programmatische manier van werken en met realisatieteams. En we hebben zeer goede partners aan de provincie, het Rijk en het bedrijfsleven in onze regio. Ook alle gemeenten moeten actief blijven bijdragen aan de uitvoering van de maatregelen, zowel beleidsmatig als financieel. Mijn oproep aan de nieuwe gemeenteraden en coalities straks is dan ook: maak ruimte voor de opgaven rond mobiliteit. A1s je de regio, en je eigen gemeente bereikbaar wil houden, dan zul je daar in de begroting en in het realiseren van uitvoeringskracht rekening mee moeten houden.»
MOBILITEIT
Belangrijkste resultaten 2023 - 2026 • Vaststelling van de Regionaie Mobiliteitsvisie 2040. • Vaststelling van het MIRT-onderzoek Verstedelijking & Bereikbaarheid Brainport 2025 met daarin een actualisatie van de gezamenlijke opgaven van Rijk en regio tim 2040. • vaststeiling van het MMMP, met daarin een overzicht van de regionale maatregelen tlm 2040. • De Brainport Deal en Beethoven convenant, met financiële afspraken van Rijk, provincie, bedrijfsleven en gemeenten, ook over mobiliteitsmaatregelen in de gehele regïo (KTM1 en KTM2). • lnzet op bereikbaarheid, mobiliteitshubs en gedragsverandering.
Specifieke aandachtspunten voor de toekomst • Snelle en effectieve realisatie van de projecten die we hebben afgesproken in de Brainport Deal en het Beethoven convenant. • Gebruiken van de vastgestelde beleidskaders als leidraad voor de gebiedsgerichte mobiliteitsaanpak en op onderdelen deze kaders nader uitwerken. • Werken aan de voorbereiding van nieuwe (Ri i ks)i nvesterinaen.
SNELLER VAN A NAAR B: MET 0E BUS OVER DE VLUCHTSTROOK De druk op ons autowegennet vraagt om alternatieven voor onze inworiers. Daarom richten we ons in de Korte Termijn Maatregelen pakketten 1 en 2 (KTM1 en KTM2) onder meer op het verbeteren van het openbaar vervoer, bijvoorbeeld met de Bus-op-vluchtstrook-maatregel (BoV). Door deze maatregei kunnen bussen bij file gebruik maken van de vluchtstrook. Hiermee proberen we samen met Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en Brainport Bereikbaar het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren, Want meer gebruik van het OV zorgt voor een betere bereikbaarheid van de Brainportregio en ontlast het autowegennet. Ook zorgt het voor een verlaging van de CO2-uitstoot. De vluchtstrook langs de A67 tussen afslag 30 (Eersel) en afslag 31 (Valkenswaard/Veldhoven) richting Eindhoven is in de zomer van 2025 al geschikt gemaakt voor busvervoer. Het traject heeft nu pechhavens met voldoende verlichting eri speciale borden die duidelijk maken dat de bus op de vluchtstrook mag rijden bij file. Half 2026 wordt BoV ook ingevoerd op delen van de A50 tussen Oss en Eindhoven, en op de A2 tussen Weert en Eindhoven.
EEN SLEUTELROL VOOR DE FIETS
ÏÍ.Iì
T
:
Met de groei van het aantal inwoners iri onze regio wordt ook de druk op het verkeer groter. Blijven we reizen zoals we dat nu doen dan lopen onze wegen op termijn vast. Minder autoritten helpen om de regio bereikbaar, gezond en prettig leefbaarte houden. KTM1 en KTM2 richten zich daarom onder meer op stimulering van fietsgebruik en versterking van de fietsinfra in de regio. De afgelopen jaren hebben gemeenten al veel geïnvesteerd: in betere fietspaden en snelle fietsverbindingen zoals bijvoorbeeld het snelfietspad tussen Bergeijk en Veldhoven. Maar het regionale fietsnetwerk kan nog veiliger en comfortabeler. De komende jaren bouwen we daarom verder aan een sterk hoofdfietsnetwerk: een samenhangend stelsel van routes dat dorpen en steden rechtstreeks met elkaar verbindt. ln Best zijn we bijvoorbeeld in oktober 2025 gestart met het realiseren van drie nieuwe fietsverbindingen. Twee snelle en veilige fietsverbindingen naar Eindhoven, en een verbinding langs hetWilhelminakanaal, naarOirschoten Son.
-i•1REGIONALE
iii4
AGENDA 2027-2030 1
____
•
iJ
_Íl
.
\,
.=
_
::
-
. -
...
.-
—
—::
--, .. - ::.-
L-
--
: n.
•.—
.. : -
).
,
•. - n •
, z•
j ) - •-
r
:
••.
Het gezamenlijke kompas van de 21 gemeenten De Regionale Agenda 2027-2030 is het gezamenlijke kompas van de 21 MRE.gemeenten voor de komende bestuursperiode. Hierin leggen de gemeenten vast op welke themas en opgaven zij samen optrekken in de MRE. Het doel, zoals beschreven in onze Gemeenschappelijke Regeling (GR): het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om zo het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren.
VOORTBOUWEN De nieuwe agenda bouwt voort op de huidige Regionale Agenda 2023-2026, het overdrachtsdocument en bestaande meerjarenafspraken met Rijk en provincie (Brainportdeal, convenant Beethoven). Ook recente ontwikkelingen zoals de herijking van het thema Landelijk Gebied tot Vitale groene leefomgeving en de bovenregionale afspraken worden meegenomen in de eerste conceptversie. DOEL De Regionale Agenda is richtinggevend voor het beleid van de deelnemende gemeenten. De agenda vormt de basis voor bestuurlijke afspraken over gezamenlijke opgaven en uitvoering. Ook helpt de agenda bij het bovenregionaal positioneren van de MRE richting provincie, Rijk en andere partners. VAN 21 GEMEENTEN SAMEN Het proces om te komen tot de nieuwe Regionale Agenda is zorgvuldig en verloopt met actieve betrokkenheid van alle 2 1 gemeenten. Zo ontstaat er een breed gedragen agenda. Bespreking en besluitvorming gebeurt zoveel mogelijk via bestaande gremia en bileenkomsten om bestuurlijke drukte te voorkomen.
Proces opstellen Regionale Agenda 2027-2030 De Regionale Agenda komt in vier duidelijke fasen tot stand. Met een zorgvuldig afgestemd tijdpad en betrokkenheid van alle bestuurlijke gremia binnen de MRE.
TIJDLIJN Q1-2 2026 Opstellen eerste concept Regionale Agenda op basis van huidige Regionale Agenda, bestaande (meerjaren)afspraken en het overdrachtsdocument. Q2- Q3 2026 Concept Regionale Agenda bespreken in pohos van de MRE. Afstemming in gezamenlijk poho MRE, colleges B&W van de 2 1 gemeenten, DB en AB MRE. Dialoog over concept Regionale Agenda tijdens Regioconferentie.
Q4 2026 DB geeft concept Regionale Agenda vrij voor zienswijzen. Bespreking in de 21 MRE-gemeenten. Q1 2027 Beantwoording zienswijzen, instemming door DB. Vaststelling Regionale Agenda door AB.
n- -
21
MRE MAGAZINE
Greet Buter l burgemeester van Deurne en lid Dagelijks Bestuur MRE
Over investeren en samenwerken AIs lid van het Dagelijks Bestuur van de MRE houdt Greet Buter zich bezig met bedrijfsvoering, financiën en het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. Belangrijk, want met alle opgaven die er liggen binnen de MRE, en de versnelling daarop vanuit het Beethoven convenant, is het belangrijk dat we de basis op orde hebben.
Greet Buter vervult haar rollen als burgmeester van Deurne en DB-lid van de MRE met plezier. Verandering is de enige constante, en in deze regio staan we gezien de schaalsprong voor nogal wat grote veranderingen. Die kunnen we alleen aan als we samenwerken. Niet alleen als 2 1 gemeenten, maar ook in de Triple Helix-samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven die zo kenmerkend en bijzonder is voor onze regio. Samenwerking loont, letterlijk en tìguurlijk.
De financiering van de MRE en Brainport
Hoe financieren we de MRE en Brainport Development? De 21 gemeenten betalen per inwoner€ 16,272 (€ 11,74 MRE en € 4,532 RHCe). Daarvan is € 3,651 bestemd voor Brainport Development. In totaal krijgt de MRE € 13.024.452. van de gemeenten. Naast de standaard inwonerbijdrage leveren de gemeenten Eindhoven, Helmond, Veldhoven en Best een extra bijdrage aan Brainport Development. Samen is dat € 3.044.000. De totale tìnanciering van Brainport Development vanuit de MRE kwam daarmee in 2025 op bijna 6 miljoen euro op jaarbasis. Greet vertegenwoordigt het DB van de MRE in het stichtingsbestuur van Brainport. Binnen de stichting werken overheid, onderwijs en bedrijfsleven met elkaar samen om ervoor te zorgen dat we als regio kunnen blijven doorontwikkelen. Die Brainport-samenwerking, op onder meer arbeidsmarktvraagstukken en strategieën voor de toekomst, is essentieel voor het laten slagen van (de groei van) onze regio. Nu en in de toekomst. Doordat we al lange tijd triple helix met elkaar samenwerken, kennen we elkaar, is er vertrouwen en begrijpen we elkaars taal. Het gaat dan niet alleen om partijen als ASML en de TU/e, maar om een veel grotere groep. Denk aan Summa (die de makers van de toekomst opleidt), Fontys en vele maakbedrijven.
Stichting Bra!nport is belangrijk om in de regio de dingen te kunnen doen die nodig zijn, in samenhang en vanuit de drie perspectieven onderwijs, bedrijfslevei t cri overheid. Brainport Partnerfonds
Het bedrijfsleven pakt echt zijn verantwoordelijkheid in dc opgaven waar we voor staan, vertelt Greet. Dat zie je bijvoorbeeld in het Brainport Partnerfonds. Daarin brengen bedrijven geld bij elkaar om een deel van de investeringen die we als regio moeten doen, te kunnen financieren. Denk aan investeringen in de versnelling van de woningbouw. Dat is heel bijzonder en ontstaan vanuit de gedachte dat je die investeringen niet alleen als 2 1 gemeenten kan oppakken, maar dat je er iedereen voor nodig hebt.
p- a.a
Scan de QR en lees meer over planning en control
Fondsenmanagement
De MRE-organisatie beheert al jaren het stimuleringsfonds. Recent zijn het Bereikbaarheidsfonds, het Beethoven Woonfonds en de Regio Deal opgericht. Fondsmanagement is daarmee een steeds belangrijker wordende taak voor de MRE. We zorgen ervoor dat we fondsmanagement op een goede manier borgen, en daarmee ook echt komen tot realisatiekracht. Want daar moeten we de komende tijd op focussen. We hebben onze interne organisatie daarom versterkt, bijvoorbeeld met realisatieteams en programmamanagers. We gaan meer programmatisch werken en ons meer manifesteren in de krachtenvelden met het Rijk en de provincie. Samenwerken als sleutel
In de tijd die voor ons ligt, wacht een flinke opgave, benadrukt Greet, waarin samenwerken de sleutel is en blijft. Samenwerken werkt in onze regio, het bewijs is er als je kijkt naar wat we de afgelopen tijd al allemaal bereikt hebben. Ook het Beethoven convenant kwam voort uit samenwerking. A1s je de dingen alleen doet ga je meestal sneller vooruit, maar de vraag is of je dan de eindstreep haalt. Samen krijg je echt dingen voor elkaar.
De komende tijd draait om realiseren dus, en orn dingen zichtbaar maken. We moeten tastbaar maken waar al onze energie en investeringen naartoe gaan. Voor de inwoners, voor het Rijk. We gaan bouwen, mobiliteit verbeteren, maar wel in balans met het versterken van de Ieefbaarheid en de voorzieningen. Want we bouwen niet alleen huizen, we bouwen gemeenschappen. Daarbij kijken we goed naar welke gemeente waar behoefte aan heeft en hoe dat zich verhoudt tot de regionale strategie. We investeren de komende jaren in onze regio, en dat doen we samen. te zijn.
53
ONZE GOV NANCE oP HOOFDLIJNEN
i1 •-
•
j
. \
p
.%
vJ -
.,\
,
\•
.\,
•
i
•
•
•
• •
;
•
,..
.
4*
•-
GEMEENTERADEN
ALGEMEEN BESTUUR
•
•
Stelt het samenwerkingsakkoord, de begroting en het
•
Stelt de bestuursrapportages en jaarrekening vast.
Kaderstellend en controlerend.
werkprogramma vast.
RAADSTAFEL21
Ambassadeurs en schakelpunt gemeenten.
PORTEFEUILLEHOUDERSOVERLEGGEN (POHOS) •
Dit is een overleg op 1 thema waar wethouders van
•
Verantwoordelijk voor de inhoudelijke uitwerking van
de 21 gemeenten aan deelnemen.
•
ls bestuurlijk opdrachtgever voor het Dagelijks Bestuur
•
25 leden: 1 vertegenwoordiger van iedere gemeente plus de 4 leden van het Dagelijks Bestuur.
Basis voor de governance is de Gemeenschappe!ijke Regeling MRE en het Statuut Over!egorganen MRE.
de vilf hoofdopgaven. • Bepalen de doelen en activiteiten zoals opgenomen in het werkprogramma.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING MRE
Sturend op de realisatie van onze ambities.
•
•
Wethouders bereiden het inhoudelijke beleid en de
•
Voorzitters zijn inhoudelijk adviseur van het Dagelijks
lnstellingsbesluit regionale samenwerking in Metropoolregio Eindhoven.
besluitvorming in de raden voor.
•
Vastgelegd is hoe de 21 deelnemende gemeenten
•
Deze regeling is vastgesteld door de colleges en raden
samenwerken (bijv. besluitvorming).
Bestuur.
van de 21 deelnemende gemeenten.
COMMISSIE VAN ADVIES VOOR FINANCIEN lngesteld door het Algemeen Bestuur. •
Geeft adviezen aan het Dagelijks Bestuur over
STATUUT OVERLEGORGANEN MRE
documenten in het kader van de planning- en control
•
cyclus, zoals de begroting en de jaarrekening. •
Leden zijn de gemeentelijke portefeuillehouders
portefeuillehoudersoverleg en de Raadstafel2 1
financiën.
•
•
Faciliteert de samenwerking bestuurlijk. Bereidt de regionale agenda en strategie voor en zorgt
Eeri uitgebreide beschrijving
voor de realisatie hiervan. •
Het statuut is vastgesteld door het Algemeen Bestuur MRE.
DAOELIJKS BESTUUR •
ln dit statuut is geregeld hoe de overlegorganen
werken, zoals bijvoorbeeld het
van de huidige governance is
Bestaat uit 4, door het Algemeen Bestuur aangewezen,
• •
I
•
te vinden op:
leden met 5 adviseurs voor de inhoudelijke opgaven (de voorzitters van het poho).
nteraden
cjleesvanB&W
AB
Commissie van Advies voor Financieën
DB
PohoRuimte en Wonen
Poho
Economie
Poho Energietransitie
,
Poho Mobiliteit
PohovitaleGroene Leefomgeving
e ø
55
j ii 1 -ULFi
! ;
l
11 L! •
I Ontmoetenen i kennisdeLen
/
.IiI1
l
L; , , ,.
d
,,
a,v,
.,
—-
,
I
R
Bred. w*lva.ri n 11* l
.
¡
.—
)
l
(. (
.
,_
7 -.. —
.
\
1 — .—
—
,
r
H
:
)
$
•
/I
),
,
____________
litll,lal,___lii)
—
.1
,,,J
S,.
l
jPi:
,
,
_ s.
!.
,
- *
-.
.
,.
—
—
.
lllllllIllllfiii
Samenwerken kan alleen als je elkaar • kent, ontmoet en sanien kennis cleel •
• .
•
Daarom besteden we binnen de MR veel aandacht aari het organiseren erl houden van bijeerikomsten.
• /I
-
•
••.-
•--••
-
(_
OVERDRACHTSDOCUMENT METROPOOLREGIO EINDHOVEN 1. INLEIDING In maart 2026 wachten ons weer gemeenteraadsverkiezingen. Huidige wethouders en raadsleden nemen afscheid, nieuwe treden aan. Zij nemen niet alleen het stokje over in de afzonderlijke gemeenten, maar ook in onze regio. Dit overdrachtsdocument van de MRE biedt inzicht in waar we als regio nu staan en welke (strategische) ontwikkelingen we belangrijk vinden. Ook lees je welke resuitaten we in de afgelopen bestuursperiode hebben behaald. Daarnaast geven we aandachtspunten mee voor de aankomende bestuursperiode. Het overdrachtsdocument bevat géén keuzes over de strategische koers voor de volgende bestuursperiode. Die keuzes worden gemaakt richting het vaststellen van de Regionale Agenda 2027-2030, door de bestuurders en raadsleden ná de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026.
2. DE MRE: ONTWIKKELINGEN EN RESULTATEN ln de afgelopen bestuursperiode hebben we samen veel bereikt. Tegelijkertijd staat ons als 21 gemeenten in de MRE nog veel te doen. De opgaven in de regio zijn groot. Voor stad én land, en voor het welzijn van al onze inwoners. In de komende bestuursperiode kan worden voortgebouwd op wat we gezamenlijk al hebben bereikt en in de steigers hebben gezet. Met als doel om vanuit de ruimtelijk-economische opgaven waar de MRE aan werkt, de brede welvaart in de regio te versterken. De fysieke schaalsprong is ook een kwaliteitssprong. We streven naar een gebalanceerde groei van onze regio, zeker ook vanuit sociaalmaatschappelijk oogpunt.
2.1 REGIONALE AGENDA (SAMENWERKINGSAKKOORD)2e23-2026 De MRE werkt aan complexe, met elkaar verweven opgaven in de regio. De afgelopen bestuursperiode is stevig geïnvesteerd in samenwerking en gezamenlijke koersbepaling, met als basis de Regionale agenda 2023-2026. Deze is uitgewerkt in o.a. de ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant (t/m 2040), de Regionale
Mobiliteitsvisie 2040 en de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0. Ook is biigedragen aan het Zich Ontwikkelend NOVEX Perspectief de Peel en het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant. Samen met het Rijk wordt vooruitgekeken richting 2050, onder andere via de actualisatie van het MIRT-onderzoek in 2025. Deze strategieën vormen een integrale benadering van de ruimtelijk-economische ontwikkeling. Met de ambitie om een regio te zijn waarin mensen prettig kunnen wonen in een gezonde, groene leefomgeving en waar iedereen de kans krijgt om mee te doen en bij te dragen aan een sterke, toekomstbestendige economie. De hoofdopgaven zijn: Ruimte en Wonen, Mobiliteit, Energietransitie, Economie en Landelijk Gebied. Resultaten en aandachtspunten volgen in het volgende hoofdstuk.
2.2 BEETHOVEN De Brainportregio vraagt om een ruimtelijke schaalsprong voor werken en wonen, cruciaal voor de economische ontwikkeling van de regio en Nederland, de economische veiligheid van Nederland en de strategische autonomie van Europa. In het convenant Beethoven (2024) is afgesproken om ruim 2,5 miljard euro te investeren in infrastructuur, bereikbaarheid, wonen en talent, aanvullend op de ruim 1,6 miljard euro uit de Brainportdeal (2022). De Brainportregio heeft zich ontwikkeld tot een herkenbare speler in het (inter)nationale krachtenveld. De samenwerking met provincie en Rijk is geïntensiveerd via de instrumenten omgevingsdagen, BO-MIRT, BO Leefomgeving en BO Brainport. De regionale schaalsprong is de rode draad in de resultaten en opgaven van de 21 gemeenten. De aanvullende afspraken vanuit het convenant Beethoven komen boven op de Regionale agenda 2023-2026 en komen verderop uitgebreider aan bod binnen de hoofdopgaven.
2.3 FONDSMANAGEMENT Het Stimuleringsfonds van de MRE heeft zich verbreed naar de hoofdopgaven in de regionale agenda. Het jaarlijkse budget is twee miljoen euro, inclusief uitvoeringskosten van 300.000 euro. Gestart is met het fondsmanagement, hierin zijn het Regionaal Bereikbaarheidsfonds en de RegioDeal tranche 5 en het Beethoven Woonfonds ondergebracht. Hiermee heeft de MRE een forse, aanvullende verantwoordelijkheid gekregen.
2.4 BOVENREGIONALE SAMENWERKING
De groei van de regio is voelbaar binnen én buiten de regio. Het Daily Urban System wordt steeds groter. Daarom is besloten tot nauwere samenwerking met Weert, Meierijstad en Venlo, vastgelegd in drie samenwerkingsagendas rond de themas wonen, mobiliteit, economie en talent. Gesprekken worden gevoerd met Tilburg, Den Bosch en vlaanderen.
3. DE HOOFDOPGAVEN I!ik1 Resultaten en opgaven voor de toekomst
In de volgende paragrafen laten we zien wat we samen hebben bereikt en welke opgaven en aandachtspunten we zien voor de komende bestuursperiode binnen de hoofdopgaven Ruimte en Wonen, Mobiliteit, Energietransitie, Economie en Landelijk gebied en Strategie en Samenwerking en Landgoed Gulbergen. 3.1 RUIMTE EN WONEN
Onze regio groeit snel en maakt een schaalsprong. De vraag naar ruimte voor wonen, werken, mobiliteit, energie en voorzieningen neemt toe, terwijl ook leefkwaliteit en klimaat om aandacht vragen. Omdat ontwikkelingen op verschillende plekken in de regio elkaar beïnvloeden, is een gezamenlijke ruimtelijke koers essentieel. Ruimte is daarbij niet alleen een fysieke randvoorwaarde, maar ook een verbindend thema dat opgaven met elkaar verbindt en richting geeft aan keuzes. De schaalsprong ontwikkelt zich in hoog tempo, met onder andere uitbreiding van ASML op de RUN en BIC-campus, het convenant Beethoven en de actualisatie van het MIRT-onderzoek. Tegelijkertijd vragen nieuwe opgaven zoals netcongestie, wateropgave, voorzieningen, brede welvaart en defensie om een actuele, dynamische ontwikkelstrategie, die een kompas vormt voor in de regio en richting partners zoals het Rijk en de provincie. De woningbouwopgave in onze regio is urgent; tienduizenden extra woningen, verspreid over stedelijke en landelijke gebieden. Woningbouw raakt aan de opgaven mobiliteit, energie, werklocaties, voorzieningen, natuur en leefomgeving. versnelling is noodzakelijk, maar moet duurzaam en toekomstbestendig zijn, met oog voor de langjarige behoefte en de verschillende doelgroepen. Aandachtspunten voor de komende bestuursperiode
De ruimtelijke afstemming tussen opgaven en tussen portefeuillehoudersoverleggen wordt steeds belangrijker. In dat opzicht kan het portefeuillehoudersoverleg Ruimte en Wonen helpen om integrale keuzes te maken en de balans te bewaken tussen groei en leefkwaliteit (als bijdrage aan brede welvaart).
De schaalsprong leidt tot een toenemende ruimtevraag op alle fronten. Dit waagt om: • Doorontwikkeling van de Regionale Ontwikkelstrategie tot een inhoudelijk breder, dynamisch en actueel kompas voor de regio. De resultaten van het geactualiseerde MIRT-onderzoek worden daarbij betrokken, omdat ze vragen om verdere uitwerking. • Uit oogpunt van brede welvaart de balans tussen de opgaven en leefkwaliteit als leidend principe blijven hanteren, maar ook concreet maken. • Versterking van de afstemming tussen (ruimtelijke) opgaven en tussen portefeuillehoudersoverleggen. • Kwaliteit en brede welvaart als leidende principes te hanteren. • Een duidelijke positionering van het thema ruimte als: - Zowel verbindend als overkoepelend platform tussen de MRE-themas en opgaven. - Strategisch en coördinerend kader voor integrale besluitvorming. versnelling van woningbouw vraagt om meer dan alleen planvorming: het vereist regie, samenwerking en het stroomlijnen van de hele keten - van vergunningverlening tot infrastructuur en betrokkenheid van marktpartijen. De woningbouwopgave is complex; een gemiddeld project duurt zon zeven jaar van initiatief tot oplevering. Alleen door gezamenlijk knelpunten weg te nemen, kunnen we echt tempo maken. Daarom is het van belang om: • De regie op de woningbouw te versterken. • Gemeentelijke capaciteit en middelen beschikbaar te houden.
• De samenwerking op wonen verder te ontwikkelen, om te zorgen voor een woningbouwversnelling die ook duurzaam en toekomstbestendig is. • Actief op te trekken richting het Rijk en andere partners om de belangen van de regio krachtig te blijven vertegenwoordigen.
De groei van de regio en de ambitie om brede welvaart te realiseren wagen om een toekomstbestendig mobiliteitssysteem. Dat systeem moet bijdragen aan bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid, in zowel stedelijke als landelijke gebieden. De Regionale Mobiliteitsvisie vormt hiervoor het gezamenlijke kompas van de 21 MRE-gemeenten en is richtinggevend in de afstemming met het Rijk, de provincie en andere regios. Via programmas als het Meerjarig Multimodaal Mobiliteitsprogramma (MMMP), de Multimodale Mobiliteitsagenda (MMA) en de actualisatie van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT)-onderzoek werken we aan één samenhangend mobiliteitssysteem. Het MMMP vertaalt de visie naar een adaptief maatregelenpakket. De eerste uitvoeringsfase, het pakket Korte Termijn Maatregelen (KTM2) richt zich op Brainporthubs en overige mobiliteitshubs, publieke mobiliteit, fietsgebruik en gedrags-
59
verandering. Deze maatregelen dragen direct bij aan brede welvaart door betere bereikbaarheid, minder uitstoot en een gezondere leefomgeving. In dat kader wordt ook stevig ingezet op (hoogwaardig) openbaar vervoer.
De druk op het mobiliteitssysteem neemt toe, terwijl de ruimte in de regio schaars is. Dit vraagt om slimme, duurzame en adaptieve oplossingen. Mobiliteit moet integraai worden benaderd, in samenhang met woningbouw, economische ontwikkeling en de inrichting van de leefomgeving.
toekomstbestendig energiesysteem kunnen we onze ambities niet waarmaken. De regio heeft zich uitgesproken om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te willen zijn, met als tussenstap een CO2-reductie van minimaal 55% in 2030. Dit doen we niet alleen vanuit duurzaamheid, maar ook vanuit het belang van leveringszekerheid, betaalbaarheid en rechtvaardigheid. De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 vormt de basis voor onze gezamenlijke inzet op duurzame opwek, energiebesparing, verduurzaming van de gebouwde omgeving en energie-infrastructuur. Daarbij werken wij intensief samen met gemeenten, provincie, netbeheerders, Brainport Development, energiecoöperaties en andere partners.