A15 MRE - Magazine incl overdrachtsdocument & meerjarenplan 2025-2032
Tekst van het document
Daarom is het volgende van belang:
Aandachtspunten voor de komende bestuursperiode
• Beleidsmatige kaders (Regionale Mobiliteitsvisie, het MMMP, de M1,fA en het geactualiseerde MIRT-onderzoek) als uitgangspunten te nemen voor de regionale mobiliteitsaanpak. • Mobiliteit te beschouwen als sleutelopgave binnen de bredere ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkeling van de regio. Naast de themas die in KTM2 ziin genoemd moet ook gedacht worden aan maatregelen op het gebied van: - Auto-infrastructuur: verbetering van doorstroming en bereikbaarheid, met aandacht voor de cruciale rol van de auto in landelijke gebieden. - parkeerbeleid: afstemming en aanscherping van parkeerbeleid. - verkeersveiligheid: maatregelen ter verbetering van de veiligheid op de weg. • Pnoriteiten te blijven stellen in de uitvoering. Het KTM2 pakket bestaat uit projecten die op de korte termijn gerealiseerd moeten gaan worden. Daarnaast bestaan nog andere initiatieven en programmas die snel moeten worden opgepakt. • Gemeenten moeten actief bij blijven dragen aan de uitvoering van maatregelen, zowel beleidsmatig als financieel, op basis van een vastgestelde verdeelsleutel. • De regio moet blijvend investeren in samenwerking tussen gemeenten en met publieke en private partners, gericht op uitvoering, kennisdeling en monitoring.
• Versterking van het strategisch vermogen van de organisatie(s) is noodzakelijk om deze opgave te realiseren, zeker op het moment dat we opgaven op het gebied van mobiliteit willen vervlechten met de opgave van andere themas (wonen, energie etc.). • Gemeenten moeten tijdig financiële ruimte reserveren voor KTM2. Het AB van de MRE zal begin juli 2026 de raden van de 21 gemeenten vragen om de bijdragen voor het Korte Termijn Maatregelenpakket (KTM2) op te nemen in de meerjarenbegrotingen 2027-2030. Het DB informeert de huidige raden hierover in januari/februari 2026. Zorg voor een goede overdracht naar nieuwe bestuurders en raden.
De groei van de regio leidt tot een toenemende energievraag, terwijl het netwerk al zwaar belast is. Dit vraagt om slimme, duurzame en adaptieve oplossingen. Energie moet integraal worden benaderd, in samenhang rnet ruimtelijke en economische ontwikkelingen. We gaan hier ook steeds meer van zien in onze leefomgeving.
• Energiebesparing in de gebouwde omgeving: enerzijds netbewust bouwen en anderzijds verduurzaming van woningen, maatschappelijk vastgoed en bedrijventerreinen, met ondersteuning van lokale energie-initiatieven. Daarbij ook aandacht voor de aanpak van energiearmoede bij lagere inkomens. • Duurzame warmte: transitie naar collectieve warmtesystemen met lokale bronnen zoals geothermie, aquathermie en groen gas. • Grootschalige opwek van zon en wind: nieuwe afspraken in RES 2.0 voor de periode na 2030, met aandacht voor lokaal eigendom en innovatieve locaties zoals snelwegen en defensieterreinen. Dit kan ook ruimte bieden voor (collectieve) slimme oplossingen voor netcongestie. • Samenhangend energiesysteem: Tijdige realisatie van elektnciteitsinfrastructuur, opschaling van slimme oplossingen zoals energiehubs en verdere ontwikkeling van een waterstofnetwerk.
3.3 ENERGIETRANSITIE
3.4 ECONOMIE
De energietransitie is een essentiële randvoorwaarde voor vrijwel alle opgaven in Zuidoost-Brabant. Van woningbouw en mobiliteit tot economische ontwikkeling en klimaatadaptatie. Zonder een
De economische kracht van de regio is stevig verankerd in de regionale Brainport agenda. De regio kent een uniek innovatieecosysteem waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheden
Aandachtspunten voor de komende bestuursperiode
Belangrijke themas zijn:
Hierbij is het van belang om: • De samenwerking met partners te blijven versterken. • Energie integraal te benaderen in ruimtelijke en economische keuzes. • Lokaal eigenaarschap en initiatieven te stimuleren. • Te streven naar een eerlijke verdeling van lusten en lasten. • Te blijven investeren in kennis, capaciteit en uitvoeringskracht.
samenwerken aan technologische en maatschappelijke vooruitgang. Om deze positie te behouden en te versterken, is een nauwe wederkenge verbinding nodig tussen lokale economische agendas en de regionale koers. De strategische positie van de MRE-gemeenten binnen de Brainportagenda is de afgelopen jaren versterkt. Gemeenten leveren via het portefeuillehoudersoverleg Economie structureel input op het jaarprogramma en de strategische agenda van Brainport. Ook is vanuit de gemeenten stevig gewerkt aan brede versterking van het vestigingsklimaat, door de hemieuwde inzet op werklocaties, het uitbreiden van onze voorzieningen en het stuwen van innovatie en ontwikkeling. Aandachtspunten voor de komende bestuursperiode
Om het innovatie-ecosysteem van in onze regio verder te versterken, is een integrale benadering nodig. Economische opgaven raken aan andere domeinen zoals ruimte, wonen en energie. Het portefeuillehoudersoverleg Economie speelt hierin een sleutelrol als platform voor afstemming en gezamenlijke koersbepaling. De economische groei zet door, en daarmee ook de druk op ruimte, infrastructuur, werklocaties en voorzieningen. Het is van belang om: • De strategische verbinding tussen gemeenten en de Brainportagenda verder te versterken, met actieve wederzijdse betrokkenheid en participatie in de uitvoering hiervan. • De Uitvoeringsagenda Werklocaties verder uit te rollen, met aandacht voor adaptieve programmering, versnelling van uitgifte, intensivering van bestaande locaties en een heldere aansturingsstructuur. • Werklocaties strategisch te positioneren in het nieuwe samenwerkingsakkoord en hoofdopgave Economie als belangrijke aanjager voor de doorontwikkeling Mainportstatus. • Het stimuleringsfonds te benutten als instrument voor innovatie binnen alle MRE-opgaven, met actieve betrokkenheid van gemeenten en versterkte monitoring. • De Regio Deal uit te voeren en de voortgang en resultaten te monitoren. • De regionale voorzieningenstrategie verder te ontwikkelen, met aandacht voor programmering, bekostiging en samenwerking met buurgemeenten.
Daarbij is het cruciaal om: • Gemeenten actief te laten participeren in de Brainportagenda en lokaie economische agendas hierop af te stemmen. • Ruimte en capaciteit vrij te maken voor werklocaties en voorzieningen binnen gebiedsontwikkelingen. • Voor andere opgaven economie breed aan de voorkant eveneens capaciteit te ramen om uitvoeringskracht te borgen. • De samenwerking met partners op regionaal, provinciaal en landelijk niveau voort te zetten en te verdiepen.
3.5 LANDELIJK GEBIED
In onze regio staan we voor de opgave om de kwaliteit van de leefomgeving gelijke tred te laten houden met de economische groei. Een aantrekkelijke, gezonde en toekomstbestendige groene leefomgeving is daarbij essentieel maar uitdagend, gelet op de ruimteclaims voor andere functies. Het vraagt een scherpe focus op balans. Vanuit het perspectief van de schaalsprong is het thema Vitaal Landelijk Gebied herijkt. Dit heeft geleid tot een doorontwikkeling van dit thema naar het programma Vitale Groene Leefomgeving met drie pijlers: Aantrekkelijk woon- en leefldimaat, Gezond voor mens en natuur en Duurzaam ondememend landschap. We doen dit vanuit het perspectief van het landelijk gebied in verbinding met de bebouwde omgeving. De uitvoeringsagenda voor het programma Vitale Groene Leefomgeving is in de maak. Aandachtspunten voor de komende bestuursperiode
De sterke groei van rode functies in de regio vraagt om krachtige inzet op het behoud en versterk1ng van de kwaliteit van de groene leefomgeving. Het organiseren van uitvoeringskracht is de rode draad voor de komende periode. Het is hiervoor van belang om de Uitvoeringsagenda Vitale Groene Leefomgeving verder uit te rollen en de doelen om te zetten in acties, door: • Inzet op de realisatie van een robuust aaneengesloten groenblauw netwerk. • Hiervoor financieringsmogelijkheden te ontwikkelen, zoals een landschapsfonds. • De acties die voortvloeien uit het convenant Biobased Bouwen en Telen aan de ontwikkel- en bouwkant tot uitvoering te laten komen. • De regionale voedselstrategie verder uitwerken: gezond voedsel voor iedereen uit de korte keten en gezonde verdienmodellen voor de boer. • Een concreet kader voor gemeenten te ontwikkelen voor een gebalanceerde ontwikkeling van groen in relatie tot de ontwikkeling van rode functies. • Bij deelname aan NOVEX De Peel te sturen op uitvoering van projecten. • Te zorgen voor kennisdeling en inspiratie voor en tussen de 21 gemeenten. De gemeenten zijn hierbij aan zet om: • Actieve inzet te leveren op bovenstaande. • Omgevingsvisies en -plannen op te stellen, met visie op gebiedsontwikkelingen. • Een zorgvuldige afweging te maken bij ontwikkelingen tussen groen en rode functies, ook op hogere schaalniveaus.
• De focus te leggen op agrarisch ondernemers die willen ontwikkelen en ruimte te bieden aan de transitie naar duurzamere verdienmodellen.
61
3.6 RESULTATEN HOOFDOPGAVEN UIT DE AFGELOPEN BESTUURSPERIODE
Ruimte
Wonen
Mobiliteit
Energietransitie
Economie
Lande1ijk gebied
Regionale Ontwikkelstrategie ZuidoostBrabant vastgesteld in 2023 door gemeenten, waterschappen en provincie. Deze is richtinggevend voor wonen, werken en mobiliteit.
Convenant Beethoven (2024): versnelling van 17.000woningen+ 2.280 studenteneenheden. Met een gezamenlijke investeringvan€245 miljoen door Rijk, gemeenten en marktpartijen.
Regionale Mobiliteitsvisie 2040 vastgesteld als basis voor duurzame en bereikbare regio.
Versnelde uitbreiding elektriciteitsnet, o.a. nieuw hoogspanningsstation in Wijchen opgenomen in investeringsplan Tennet.
Gezamenlijke visie, strategie en uitvoeringsagenda werklocaties vastgesteld, incl. prioritaire opgaven zoals uitgifteprotocol en logistiekIocaties.
Convenant Biobased bouwen en telen gesloten door 19 gemeenten, met actieplan en successenkaart.
Regionale ontwikkelstrategie vormt bouwsteen in gesprekken met Rijk, provincie en andere regios (o.a. Ruimtelijk Voorstel, NOVEX, Rijksmiddelen).
De Woondeal ZuidoostBrabant (2023) is in 2025 geactualiseerd.
Afstemming met Rijk, provincie en regios via MIRT, MMMP en MMA voor één mobiliteitssysteem.
Uniforme vergunningprocedures voor snellere realisatie van energievoorzieningen.
Regio Deal tranche 5 toegekend: €20 mi1joen voor publieke voorzieningen, met regionale cofinanciering.
Start regionale voedselstrategie en activeringvan partners.
MIRT-onderzoek geactualiseerd in 2025 ais onderdeel van convenant Beethoven. Geresulteerd in nieuwe afspraken met het Rijk in BO MIRT over doorontwikkelingvan de regio.
Ter ondersteuning van de samenwerking is een speciaal loket en ondersteuningsteam, versnellingsteam Wonen (4 trajecten) en realisatieteam met private middelen opgezet.
MMMP vastgesteld: vertaalt visie naar concreet, adaptief maatregelenpakket.
29,3% van RES-bod gerealiseerd; ambitie van 2 TWh vóór 2030 niet haalbaar zonder ingrepen.
Verkenning voorzieningenniveau uitgevoerd in kader van convenant Beethoven, incl. nulmeting en quickscan bekostiging.
Ontwikkelperspectief, uitvoeiingsagenda en subsidie voor NOVEX de peel; MRE actief in govemance.
Beleidsafspraken over o.a. studentenhuisvesting, biobased bouwen, zorgwonen, Woonst 2.0 zijn als ondersteunende instrumenten opgezet.
ontwikkeling energiehubs op bedrijventerreinen, incl. Iande1ijke pilot op Kempisch Bedrijven Park.
stimuleringsfonds geactualiseerd, gericht op innovatie en aansluiting bij hoofdopgaven uit het Samenwerkingsakkoord.
Investering in kennisdeling via bestuurlijke tafels, werkgroepen, kennissessies en leergang Buitenkansen.
De woningbouwmonitor die publiek toegankelijk is.
Verkenning collectieve warmte-oplossingen.
Doorontwikkeling naar programma Vitale Groene Leefomgeving.
Ondersteuning lokale energiecoöperaties.
Verkenning Groen groeit mee met rood als eerste stap naar borging van groen in gebiedsontwikkeling.
Voorbereiding regionaal waterstofnetwerk met Eindhoven, Helmond en Brainport Development.
%
3.7 REGIONALE SAMENWERKING MET DE SUBREGIOS Door de snelie regionale ontwikkeling hebben gemeenten veel extra verantwoordelijkheid gekregen en moeten ze zich in een snel tempo aanpassen. Het convenant Beethoven heeft de rol en het belang van de MRE-samenwerking in korte tijd flink veranderd, omdat de opgaven niet meer op lokale schaal opgelost kunnen worden. Dit heeft ook gevolgen voor de samenwerking met de subregios Stedelijk Gebied Eindhoven, De peel, de Kempen en de A2gemeenten. Hierover zijn nieuwe afspraken gemaakt. De MRE neemt de regie op de afspraken met het Rijk, de Provincie en andere partners in afstemming met de subregios. Bovendien wordt de uitvoeringksracht van de MRE en de 21 gemeenten ook met de twee centrumsteden en de subregios afgestemd binnen de Regietafel uitvoeringskracht. Resultaten uit de afgelopen bestuursperiode Binnen de MRE is stevig geïnvesteerd in communicatie, kennisdeling en bestuurlijke betrokkenheid, met brede welvaart als leidend perspectief. Dit heeft geleid tot onder andere: • Verbeterde informatievoorziening, onder meer via openbare verslagen van de portefeuillehoudersoverleggen, nieuwsbrieven, digitale terugkoppelingen en informatiebrieven. • Versterkte bestuurlijke betrokkenheid, onder andere door de adviesrol van de Raadstafe12 1 richting het Algemeen Bestuur (AB) en de deelname van de RT21-voorzitter aan AB-vergaderingen.
• Actieve communicatie en ontmoeting, via de Regioconferenties, bijdragen aan het VNG-congres, terugkoppelingen en inzet van diverse communicatiekanalen. • Eerste stap gezet met sociaal-maatschappelijke invulling van brede welvaart, onder andere via de verkenning van voorzieningen en afspraken binnen de Regio Deal tranche 5. • Landelijke positionering op brede welvaart, via samenwerking met CBS, PBL (Planbureau voor de Leefomgeving), Pon & Telos (Tilburg University) en de Provincie NoordBrabant in de casus schaalsprong. • Bovenregionale samenwerkingsafspraken met Weert, Meierijstad en Venlo, plus lopende trajecten met Tilburg, Den Bosch en Vlaanderen. • Sterke positionering en lobby vanuit MRE in het (coördinatieoverleg) BO Brainport, BOL, BO MIRT en andere Rijk-regio overleggen. Aandachtspunten voor de toekomstige bestuu rsperiode De samenwerking in MRE-verband is een samenwerking van, met, voor en door 21 gemeenten. Daarom is het belangrijk om:
• Nieuwe colleges en raden snel in te werken op de regionale opgaven. • De basis op orde te houden en te blijven investeren in efficiënte processen en overlegstructuren. Waarbij ook scherp gekeken wordt naar het organiseren van bijeenkomsten en overleggen om (bestuurlijke) drukte zoveel mogelijk te beperken. • Afspraken over bovenregionale samenwerking te verankeren in de Regionale Agenda 2027-2030. • Nog meer aandacht voor het belang van een goed gepositioneerde, regionale lobbyinzet vanuit de MRE, haar gemeenten en belangrijke partners (zoals Brainport Development) richting bovenregionale partners, waaronder provincie, Rijk en EU. • Structureel te blijven werken aan toegankelijke en tijdige informatievoorziening. Met aandacht voor kennisdeling en inspiratie voor en tussen de 21 gemeenten. • Meer aandacht te geven aan de maatschappelijke impact van ruimtelijke keuzes, door brede welvaart concreet te maken in programmas en te benutten als toetssteen én kompas. • Ruimtelijke opgaven integraal en gebiedsgericht te benaderen, in samenhang met leeflcwaliteit en voorzieningen. De wens om meer integraal te werken komt bij meerdere opgaves terug. Het is van belang om te kijken hoe dit goed gefaciliteerd en ingericht kan worden.
3.8 LANDGOED GULBERGEN Landgoed Gulbergen (ca. 325 ha), gelegen tussen Eindhoven en Helmond op het grondgebied van Nuenen en Geldrop-Mierlo, kent een lange geschiedenis van ruim 25 jaar waarin twee centrale opgaven steeds terugkeerden: 1. Het sluiten van de stortplaats en overdracht van de nazorg aan de provincie. 2. De ontwikkeling van Gulbergen tot een (boven)regionaal park met recreatieve en landschappelijke waarde. Resultaten uit de afgelopen bestuursperiode • Nazorg stortplaats: In 2025 is een Nazorgplan opgesteld en voorgelegd aan de provincie, in overeenstemming met de Wet Milieubeheer. De financiële bijdrage voor eeuwigdurende nazorg is ondergebracht in het provinciaal nazorgfonds. • ontwikkeling tot regionaal park, nadat de erfpacht met Attero op 16 december 2020 was beëindigd: - Een projectteam is ingericht en heeft, na een participatitraject, een ontwikkelvisie opgesteld. - Op 28 februari 2024 is deze Ontwikkelvisie vastgesteld door de MRE. - Op dezelfde datum is een nieuwe erfpacht gevestigd met Libéma, als potentiële ontwikkelpartner.
63
Aandachtspunten voor de toekomstige bestuursperiode
De komende bestuursperiode staat in het teken van: 1. De volledige vervreemding van het gebied, binnen de kaders van de Omgevingsvisie. Cruciaal daarbij is dat: a. üntwikkelingen passen binnen de ruimtelijke en beleidsmatige kaders. b. De financiële afwikkeling budgettair neutraal verloopt voor betrokken gemeenten. 2. De overdracht van de nazorg aan de provincie op basis van het Nazorgplan 2025. vaststelling en eventuele aanvulling van het doelvermogen. 3.9 RAADSTAFEL21: VERSTERKTE SAMENWERKING
De samenwerking tussen gemeenten en de regio is de afgelopen jaren versterkt. Binnen deze ontwikkeling speelt de Raadstafe121 een verbindende rol. Gemeenteraadsleden zijn via dit platform beter geïnformeerd over regionale besluitvorming en beleidsvorming. De Raadstafei2l adviseert het Algemeen Bestuur en levert een waardevolle bijdrage aan de voorbereiding van de Regioconferenties. Daarmee is een belangrijke stap gezet in het versterken van de regionale samenwerking. Resultaten uit de afgelopen raadsperiode
De Raadstafe12 1 is uitgegroeid tot een stevig platform met een duidelijke positie binnen de regionale governance. Belangrijke resultaten: • Versterkte samenwerking tussen gemeenteraden en de regio. • Formele adviesrol richting het Algemeen Bestuur, de voorzitter van Raadstafel2l sluit aan als adviseur. • Actieve bijdrage aan de voorbereiding en inhoudelijke vormgeving van de Regioconferentie. • Werkbezoek georganiseerd (o.a. naar Automotive Campus en ASML) voor raadsleden om de betrokkenheid te vergroten. • Meer aandacht in gemeenteraden voor regionale opgaven door grotere betrokkenheid in het (besluitvormings)proces. • Publicatie van Poho verslagen op de MRE-website, waarmee gerichte terugkoppeling gevraagd kan worden van de betrokken wethouder. • Delen van ervaringen over behandeling van regionale opgaven en processen binnen gemeenten. • Nauwere betrokkenheid van griffiers bij de voorbereiding van Raadstafe12 1 en regionale processen. • Voorzitters van de pohos informeren de Raadstafe12 1 over de ontwikkelingen binnen hun programma. Dit zorgt voor meer binding met de praktijk. • De nieuwe voorzitter van de MRE heeft, mede dankzij promotie door leden van de Raadstafe12 1 in hun eigen gemeente, regionale samenwerking onder de aandacht gebracht.
u Duidelijke positionering van de Raadstafe12 1 als verbindend en adviserend orgaan, zonder politiek-inhoudelijke rol. • Daarnaast zijn er waardevolle leerpunten opgedaan, zoals het belang van tijdige informatievoorziening, inplannen van ruimte voor dialoog, en het betrekken van ervaren raadsleden bij regionale opgaves. Aandachtspunten voor de komende bestuursperiode
De veranderende context van regionale samenwerking vraagt om een actieve rol van volksvertegenwoordigers. De komende jaren liggen er kansen én uitdagingen om de rol van de Raadstafel2 1 verder te versterken. Belangrijke aandachtspunten zijn: 1. Versterk de dialoog en betrokkenheid
• Stimuleer inhoudelijke dialoog tussen raadsleden en bestuurders over regionale opgaven. Voorkom eenzijdige zending; geef ruimte voor gesprek. • Investeer in informele ontmoetingen en ruimte voor uitwisseling van ervaringen, zodat we van elkaar kunnen leren. • Start de nieuwe Raadstafel2l met een inwerkbijeenkomst, inclusief reflectie op de rol en werkwijze van leden en geef uitleg over hoe de MRE werkt. • Laat voorzitters van pohos bij RT2 1 ook de speerpunten en actuele opgaves toelichten. Laat in presentaties zowel kansen (zoet) als knelpunten (zuur) zien, zodat raadsleden een integraal beeld krijgen van regionale opgaven. 2. Versterk de ambassadeursrol van raadsleden
• Breng regionale opgaves actief onder de aandacht in de eigen gemeenteraad. • Betrek alle partijen in de gemeenteraad bij het regionale proces. • Zorg voor actieve en vaste vertegenwoordiging van regionaal betrokken raadsleden uit elke gemeente. • Zoek een goede balans tussen nieuwe en ervaren leden; overweeg een buddy-systeem voor kennisoverdracht. • Stimuleer inhoudelijke voorbereiding en lokale kennisdeling binnen gemeenteraden. • Investeer in de ambassadeursrol van leden om de betrokkenheid en invloed van gemeenteraden op regionale opgaven te vergroten. Deel inspirerende voorbeelden van hoe Raadstafel2l-leden deze rol lokaal invullen. 3. Veranker de adviesrol in regionale besluitvorming
• Gebruik de adviesrol richting het Algemeen Bestuur om gemeenteraden goed te betrekken. • Veranker de rol van Raadstafel2l in besluitvormingsprocessen en agendering. • Houd het onderscheid tussen procesadvies en inhoudelijke besluitvorming helder.
4. lnvesteer in de regioconferentie
• Gebruik de regioconferentie als platform voor ontmoeting, dialoog en input. • Organiseer ook deelsessies vanuit Raadstafe12 1. • Verken de mogelijkheid om raadsleden uit gemeenten waarmee wordt samengewerkt zoals Weert, Meierijstad en Venlo jaarlijks uit te nodigen voor de regioconferentie, bijvoorbeeld vanaf de tweede helft van 2026. • Zet in op continuïteit én vernieuwing van de conferentie. 5. Verbeter communicatie en informatievoorziening
• Zet in op het publiceren van de agendas, net zoals de verslagen van Raadstafel2l en pohos, tijdig en toegankelijk. Hiermee kunnen raadsleden zich beter voorbereiden en gericht vragen stellen aan de verantwoordelijk wethouder. • Zorg voor goede terugkoppeling van regioconferenties en besluitvorming. • Maak dwarsverbanden tussen opgaves zichtbaar. Ook in de presentaties die gegeven worden aan de Raadstafe12 1. • Zorg voor ondersteuning vanuit de griffie voor leden van Raadstafe12 1. • Zorg ervoor dat het overdrachtsdocument en de Raadstafe121 opgenomen worden in het inwerkprogramma voor nieuwe raadsleden die door de griffie wordt opgesteld. 6. Stimuleer samenwerking en kennisuitwisseling
• Organiseer werkbezoeken en themasessies om betrokkenheid te vergroten. • Zoek samenwerking bij het opstellen en indienen van zienswijzen. • Creëer ruimte om van elkaar te leren hoe regionale opgaven lokaal worden aangepakt. • Focus de agenda van de Raadstafe12 1 op continuïteit van de meerjarige afspraken, als fundament voor stabiele regionale samenwerking. • Stimuleer informele ontmoetingen binnen de Raadstafe121; elkaar beter kennen leidt tot meer uitwisseling en wederzijds leren. • Zet indien nodig de voorzitter van de MRE in om regionale samenwerking lokaal te versterken.
4. BREDERE REGIONALE ONTWIKKELINGEN EN AANDACHTSPUNTEN Zoals in de vorige hoofdstukken is omschreven staat de MRE voor stevige opgaven in een complexe context. Naast onze eigen regionale ambities spelen externe factoren een grote rol, zoals stikstof, water, politieke onzekerheid en ruimteclaims van o.a. defensie. Ook geopolitieke spanningen en internationaal handelsbeleid kunnen invloed hebben op de groei en het vestigingsklimaat van onze regio. We lichten enkele aandachtspunten uit die nauw verbonden zijn met de regionale opgaven van de MRE, daarin een integrale rol spelen of vanuit regionaal perspectief steeds belangrijker worden — ongeacht de formele verantwoordelijkheid van de MRE. 4.1 FOCUS OP REALISATIE
De opgaven waarvoor de regio aan de lat staat zijn groot. De opgaven zijn groot en urgent. Investeringen van Rijk, provincie, regio en bedrijfsleven moeten snel worden vertaald naar concrete resultaten, zoals woningbouw en bereikbaarheid. Voor individuele gemeenten — zeker voor de kleinere gemeenten — zijn grote projecten en gebiedsontwikkelingen een enorme klus, waarvoor vaak de capaciteit en expertise ontbreekt. De ontwikkeling en uitrol van de publiek-private MRE-realisatieteams kan hiervoor een uitkomst zijn. 4.2 BREDE WELVAART EN SOCIAALMAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN
Brede welvaart is het leidend perspectiefbinnen de MRE-samenwerking, die primair gericht is op ruimtelijk-economische opgaven. De schaalsprong en de groei van onze regio hebben directe impact op de leefomgeving en het dagelijks leven van inwoners. Daarom is het belangrijk om de sociaalmaatschappelijke gevolgen van ruimtelijke keuzes mee te nemen in onze besluitvorming. De behoefte aan balans is groot. Dat vraagt om het integraal en gebiedsgericht benaderen van ruimtelijke opgaven. Door brede welvaart zichtbaar en bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor een goed onderbouwd gesprek en voor keuzes die bijdragen aan een regio waarin mensen gezond, veilig en met perspectief kunnen leven. Zo wordt brede welvaart niet alleen een toetssteen, maar een kompas voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Binnen de MRE is het van belang dat de hoofdopgaven actief investeren in het concreet maken van brede welvaart: welke keuzes maken we en wat betekenen die voor de leefkwaliteit of samenleving? Het portefeuilleoverleg Ruimte kan hierin een sleutelrol spelen - als platform voor integrale afwegingen, strategische koersbepaling en het verbinden van opgaves.
Verbinding met de Kwaliteitssprongtafel van de sociaal-maatschappelijke wethouders. Naast de MRE hebben 21 sociaal-maatschappelijke wethouders het initiatief genomen om de Kwaliteitssprongtafel op te richten. Deze tafel richt zich op de sociale groeistrategie van onze regio. Sociaal maatschappelijke opgaven, die te relateren zijn aan de schaalsprong, worden op deze tafel gekoppeld aan de MREagenda. Dit gebeurt nu al op de vervolgaanpak voorzieningen, waarbij bestuurlijke aansturing belegd is bij de voorzitters van de pohos economie, ruimte én bij een linking pin vanuit de Kwaliteitssprongtafel. Een dergelijk construct zou kunnen worden verbreed van voorzieningen naar meer opgaven in de MRE-agenda waarbij de sociale opgave een rol speelt. Hoewel de Kwaliteitssprongtafel niet formeel deel uitmaakt van de MRE-structuur, is de tafel een belangrijke gesprekspartner in de schaalsprong met name over de sociaal maatschappelijke opgaven en kansen.
4.3 GOEDE BALANS TUSSEN STEDELIJKE EN LANDELIJKE KWALITEITEN Onze regio combineert stedelijke dynamiek met IandschappeIijke kwaliteit, dit maakt onze regio tot een aantrekkelijk en samenhangend leefgebied. Beide verdienen aandacht en moeten evenredig profiteren van de samenwerking. De aankomende periode moeten beide kwaliteiten in samenhang verder uitgebouwd worden. Een goede verdeling van lusten en lasten en samenwerking met de provincie zijn hierbij essentieel. Zo kunnen we de stedelijke en landelijke opgaven sterk aan elkaar verbinden. Het programma Ruimte zou hierin een belangrijkere rol kunnen krijgen.
4.4 UITVOERINGSKRACHT Om de uitvoeringskracht van onze 21 gemeenten te versterken is medio 2025 de Regietafel Uitvoeringskracht opgezet. Deze regietafel helpt om de ambities van de regio te vertalen naar uitvoerbare p1annen, door capaciteitsvraagstukken tijdig te signaleren en gezamenlijk op te lossen. De regietafel met vertegenwoording van de subregios en twee centrumsteden Eindhoven en Helmond levert input voor de nieuwe regionale agenda 2027-2030 en het Werkprogramma 2027-2028. Deze input richt zich op structurele borging van ambtelijke capaciteit. Ook levert de regietafel op basis van de opgedane ervaringen een MRE-standaard aan die ambitie en uitvoeringskracht beter in balans brengt. Het is van belang om opgedane ervaringen goed te integreren en in de praktijk te brengen in de aankomende bestuursperiode.
4.5 FINANCIELE OPGAVEN Gemeenten staan onder druk door o.a. het omlaag bijstellen van het gemeentefonds en het uitgestelde ravijnjaar. Omdat de MREsamenwerking nu primair wordt gefinancierd door de inwonersbijdragen, is het belangrijk hier aandacht voor te hebben en een
goede financiële strategie te hebben. Dit heeft enerzijds als doel om de regionale samenwerking te borgen, anderzijds om te komen tot een goed doordachte investeringsportefeuille die naast de Rijk-regio en regionale financiering kan helpen om middelen en investering aan te trekken vanuit bijvoorbeeld de Europese Investeringsbank en de provincie Noord-Brabant.
4.6 VERSTERKEN REGIONAAL SAMENSPEL De MRE-samenwerking is de afgelopen jaren op verschillende manieren versterkt, maar vraagt blijvend om efficiëntie en effectiviteit in de manier waarop we met elkaar samenwerken. De aanloop naar de nieuwe regionale agenda 2027-2030 is een goed moment om te reflecteren en eventueel bij te sturen. Denk hierbij o.a. aan best practices zoals het gebruik van stuurgroepen als voorportaal van pohos en koplopersgroepen. Een mogelijk aandachtspunt is de gewenste verdeling van de opgaven in de poho-structuur. Ook moeten betere afspraken gemaakt worden over welke ruimtelijk-economische opgaven in de MRE-samenwerking opgepakt worden en op welke manier en welke opgaven opgepakt worden op een andere schaal ofbinnen een ander samenwerkingsverband. Daarbij hoort een goede afstemming over de rol en bijdragen van de subregionale samenwerkings-verbanden hierin.
De regionaie agenda 2027-2030 wordt vastgesteld door het Algemeen
Bestuur MRE. De ontwerp regionale agenda 2027-2030 wordt voor zienswijzen voorgelegd aan de gemeenteraden van de 2 1 gemeenten.
MRE BEGRIPPENLIJST AB Algemeen Bestuur MRE: bestuurlijke opdrachtgever. Bestast uit 25 leden, 1 vertegenwoordiger van iedere gemeente en de 4 leden van het Dagelijks Bestuur. AO Ambtelijk overleg: voorbereiding en ondersteuning van poho door ambtenaren van de 21 gemeenten. BO Brainport overleg tussen Rijk en regio over de bredere Brainportagenda tussen Rijk en regio. BOL / BO Leefomgeving Bestuurlijk overleg tussen Rijk en regio over de leefomgeving. BO-MIRT Bestuurlijk Overleg tussen Rijk en regio over investeringen in infrastructuur, ruimte en transport. BrabantStad Samenwerking van de 7 grootste Brabantse steden (incl. Eindhoven en Helmond). Brainport Merknaam voorde regio Eindhoven alstoptechnologische regio. Brainport Development Economische ontwikkelorganisatie van de Brainportregio. Brainportagenda Strategische agenda voor economische ontwikkeling in de Brainportregio. Brainportregio Merknaam van de regio Zuidoost-Brabant, vanwege het unieke profiel van innovatie, technologie en kennis. CBS Centraal Bureau voor de Statistiek. Daily Urban System Het gebied waarin mensen zich verplaatsen om te wonen, werken, studeren, sporten, gebruik maken van voorzieningen, enzovoort. DB Dagelijks Bestuur MRE. Bestaat uit 4, door het Algemeen Bestuur aangewezen leden en heeft 5 adviseurs voor de inhoudelijke opgaven (poho-voorzitters).
Commissie Financiën Adviseert DB over begroting en jaarrekening, 21 wethoudersfinancien. Energiehub Locatie waar energie wordt opgewekt, opgeslagen en verdeeld. GRMRE Gemeenschappelijke regeling MRE: formele afspraken over samenwerking tussen de 21 gemeenten. Groen-rood-groen-blauw Balans tussen natuur, bebouwing en water in ruimtelijke ontwikkeling. GS Gedeputeerde Staten van de provincie. KTM2 Korte Termijn Maatregelenpakket 2: concrete maatregelen voor mobiliteit. Mainportstatus Status van regios met internationale economische betekenis. MIRT Meerjarenprogramma lnfrastructuur, Ruimte en Transport: investeringsprogramma van Rijk en regio. MMMP Meerjarig Multimodaal Mobiliteitspakket: langjarige investeringsagenda voor mobiliteit. Mobiliteitshub Knooppunt voor verschillende vervoersmiddelen. MRE Metropoolregio Eindhoven: samenwerking van 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. MRE-organisatie Ambtelijke organisatie die de samenwerking ondersteunt en uitvoert. NOVEX Nationale omgevingsvisie Executiekracht, nationaal programma voor ruimtelijke ontwikkeling en samenwerking.
p&c
Poho Portefeuillehoudersoverleg: overleg per thema met 1 wethouder per gemeente. Realisateteam/ Realisatiebedrijf - Nieuwe tak van de MRE die gemeenten ondersteunt bij de realisatie van projecten. Regio Deal Afspraken tussen Rijk en regio over projecteri die brede welvaart bevorderen. Regioconferentie Halfjaarlijkse bijeenkomst voor raads- en collegeleden, gericht op ontmoeting en kennisdeling. RES Regionale Energiestrategie: afspraken over duurzarne energie in de regio. RHCe Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. RT2I Raadstafel21: regulier overleg van raadsleden, 2 per gemeente, voorafgaand aan vergaderingen van het AB. Statuut Overlegorganen MRE Regelt werkwijze van overlegorganen zoals Poho eri RT21. TOVER Ambteljk overleg mobiliteit. Versnellingsteam -Team dat (wonincibouw)projecten versnelt. VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Wgr Wet gerneenschappelijke regelingen: de wettelijke basis voor samenwerking tussen overheden. Woo Wet Open Overheid: regelt toegang tot overheidsinformatie, Woonst 2.0 Doorontwikkeling van de regionale woonstrategie. Zuidoost-Brabant Geografisch gebied van de 21 MREgemeenten.
Planning & Control-cyclus: documenten en momenten voor sturing en verantwoording.
PBL Planbureau voor de Leefomgeving.
67
METROPOOL REGIO EINDHOVEN