A13 ODZOB - Voorlopige Jaarstukken 2025
Tekst van het document
In 2025 is er een notitie Misbruik en Oneigenlijk gebruik opgesteld, waarin aangegeven is op welke wijze aan het M&O beleid invulling wordt gegeven en welke controles de VIC-functie heeft ingebed. Er zijn binnen de ODZOB in 2025 geen signalen geweest over (het vermoeden van) misbruik of oneigenlijk gebruik. De VIC-functie heeft bij
Jaarstukken 2025 26
het uitvoeren van verschillende controles stil gestaan bij potentiële fraudesignalen (memorialen, prestatielevering en (Europese) aanbestedingen). Voorwaardencriterium Bij het voorwaardencriterium wordt vooral gekeken of de financiële beheershandelingen binnen de ODZOB voldoen aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in de wet- en regelgeving. Hierbij is het normenkader uitgewerkt in een toetsingskader (recht, hoogte en duur). Qua onderbouwing van de verantwoording op dit gebied wordt gebruik gemaakt van de interne controles die worden uitgevoerd om vast te stellen of voldaan is aan het voorwaardencriterium. De voorwaardencriterium heeft voornamelijk betrekking op de (Europese) aanbestedingen analyse. Hier is geen financiële onrechtmatigheid geconstateerd. Begrotingscriterium Begrotingsafwijkingen zijnde overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten zijn op zichzelf niet onrechtmatig. Deze kunnen alleen onrechtmatig zijn als die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld. Dit tijdig melden raakt immers ook het directe budgetrecht en daarmee de kade stellende rol van het algemeen bestuur. Immers het bestuur had op basis van tijdig verstrekte informatie (mogelijk) een aanvullend (ander) besluit kunnen nemen. De totale lasten komen uit op € 31,11 miljoen.
De geraamde lasten van de begroting 2025 bedroeg €32,33 miljoen. De realisatie komt daarmee €1,22 miljoen lager uit dan de raming.
4.3.2 Aandachtspunten voor de rechtmatigheidsverantwoording Investeringskredieten Er heeft in 2025 een overschrijding plaatsgevonden van €47.110,- op een van de toegekende investeringskredieten. Deze overschrijding van de lasten op de investeringskredieten leidt tot een begrotingsonrechtmatigheid. Uit artikel 6 sub 3 van de Financiële verordening staat vermeldt dat we (verwachte) overschrijdingen van meer dan € 15.000 of meer dan 10% dienen te melden. Het totaal van het investeringsbudget is niet overschreden en de toekomstige kapitaallasten kunnen dan ook binnen de beschikbare middelen worden opgevangen. Het overschreden investeringskrediet betrof de aanschaf van hardware. Deze overschrijding is ontstaan als gevolg van de forse groei van het aantal medewerkers. Het investeringskrediet rondom de kantoorhuisvesting is nog niet helemaal benut. Om de overschrijding op budgetten, dan wel investeringskredieten te vermijden, is het onze doelstelling om het bestuur tijdig te informeren over dergelijke afwijkingen. Om deze reden zal in het proces van de MIEO (maandrapportages) extra aandacht gegeven worden aan signaleren van afwijkingen. Begrotingsafwijkingen. De totale lasten komen uit op € 31,11 miljoen. De geraamde lasten van de begroting 2025 bedroeg € 32,33 miljoen. De realisatie komt daarmee € 1,22 miljoen lager uit dan de raming.
De onderschrijding van de lasten is voornamelijk ontstaan door een verschuiving van inhuur naar vast personeel. In ‘paragraaf 5.5 toelichting op het overzicht van baten en lasten’ wordt een nadere toelichting gegeven op de verklaring van dit resultaat.
Jaarstukken 2025 27
Artikel 12 lid 5 geeft aan, dat begrotingsafwijkingen zijnde overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten en baten, niet onrechtmatig zijn. Dit in dien tijdig gemeld aan het algemeen bestuur. Op basis van bovenstaande en het melden van deze afwijking in de jaarstukken, zijn deze acceptabel en is dit rechtmatig bevonden.
Jaarstukken 2025 28
4.4 Verbonden partijen Verbonden partijen Stichting en verenigingen
* bedragen x 1 € Eigen Vreemd vestigings- openbaar vermogen vermogen plaats belang 31-12-24 31-12-24
Bureau Inkoop en aanbestedingen Oirschot Zuidoost-Brabant
n.v.t.
600.123
1.831.769
Resultaat 2024
1.343.604
Eigen Vreemd vermogen vermogen 31-12-25 31-12-25
pm
pm
4.4.1 Bizob Openbaar belang: Bizob zet zich in voor ruim 35 gemeenten en publieke organisaties als strategisch partner voor inkoop en aanbestedingen. In nauwe samenwerking met de ODZOB regelt Bizob inkoop, aanbestedingen, contractmanagement en contractbeheer voor het sociaal domein, openbare ruimte, bedrijfsvoering en ICT. Het doel is het behalen van voordeel voor alle bij Bizob aangesloten organisaties. De inkoopsamenwerking gaat verder dan het bundelen van inkoopvolumes. Door samenwerking wordt kennis opgebouwd van producten, markten en bedrijven, waardoor transactiekosten en inkooprisico’s verminderen en de professionaliteit van de inkoopfunctie toeneemt. Bestuurlijk belang: Bizob is een stichting en wordt aangestuurd door de gemeenten en aangesloten organisaties. Het bestuur wordt gevormd door een afvaardiging van twee bestuurders per regio. De zittingsduur voor bestuurders is vier jaar. De voorzitter van het bestuur is een burgemeester en heeft een zittingsduur van zes jaar. Daarnaast worden twee secretarissen toegevoegd aan het bestuur. Ook neemt vanuit elke aangesloten gemeente één bestuurder deel in de Vergadering van Aangeslotenen. Financieel belang: Het financiële belang van de ODZOB bestaat uit een afnameverplichting van een aantal dagdelen waarvoor de ODZOB een financiële vergoeding dient te verstrekken. Deze afname kan jaarlijks maximaal met 15% verlaagd worden.
Als het bestuur van BIZOB voorziet dat niet aan de opeisbare verplichtingen voldaan kan worden, zal het bestuur een plan opstellen en presenteren aan de vergadering van aangeslotenen. Bij een tekort kan het bestuur besluiten de dagvergoeding met terugwerkende kracht te verhogen. De ODZOB neemt op jaarbasis 126 dagen af van de stichting. Betaling gebeurt tegen een door het bestuur vooraf gecalculeerd tarief. In 2025 stond hier een vergoeding van ruim € 105.000 tegenover. Naast deze contractuele contractafname zijn er in 2025 bijna 74 dagen extra afgenomen wat heeft geleid tot een additionele factuur van ruim € 61.700 exclusief BTW. Risico: De aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor eventueel exploitatietekorten. In 2024 is het positieve saldo uitgekeerd onder de aangesloten gemeenten en organisaties. Voor de ODZOB was dat een bedrag van ruim € 14.000 exclusief BTW.
Jaarstukken 2025 29
Resultaat 2025
pm
4.4.2 Omgevingsdienst NL Omgevingsdienst NL is op dit moment een vereniging van directeuren. Er is een proces gestart om te komen tot een vereniging van omgevingsdiensten met een passende governance. De verwachting op dit moment is dat deze omvorming in 2027 gaat plaatsvinden. Daarvoor moet een zienswijzeprocedure bij de deelnemers worden doorlopen.
4.5 Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 3.5 van de Woo kent de verplichting van een openbaarheidsparagraaf. Daarin wordt aandacht besteed aan de beleidsvoornemens voor de uitvoering van de wet. Bij de Woo staan de volgende pijlers centraal: Actieve openbaarmaking De Woo noemt 17 categorieën van informatie die actief openbaar moeten worden gemaakt. De ministeriële regeling “Actieve openbaarmaking Woo” beschrijft de wijze waarop deze openbaar gemaakt moeten worden. Deze regeling is opgedeeld in vier tranches. De eerste tranche, met daarin de uitwerking van de eerste vijf categorieën, is per 1 november 2024 in werking getreden. De overige drie tranches worden uitgewerkt. In de eerste helft van 2026 wordt meer duidelijk over de inwerkingtreding van deze categorieën verwacht. Passieve openbaarmaking Iedereen kan de ODZOB vragen om bepaalde informatie openbaar te maken via een zogenaamd Wooverzoek. Ook bij openbaarmaking op verzoek gaat de Woo ervan uit dat het belang van openbaarheid altijd geldt en alleen in uitzonderingsgevallen een bijzonder belang vóór openbaarmaking kan gaan. Concreet betekent dit dat een Woo-verzoek (of onderdelen daarvan) alleen kan (of kunnen) worden geweigerd wanneer een beschermd belang in het geding is.
Voor wat betreft de verzoeken die de ODZOB zelf betreffen is de impact van de uitvoering van de Wet Open Overheid beperkt. Voor de uitvoering van de behandeling van verzoeken op de taakuitvoering voor de bevoegde gezagen daarentegen zien wij een toename in aantal en complexiteit van verzoeken. Uitgangspunt is dat de bevoegde gezagen zelf (bestuurlijk) verantwoordelijk zijn voor de (juridische) coördinatie naar aanleiding van een Woo-verzoek. De rol van de ODZOB is de benodigde informatie aan te leveren. Alleen voor de provincie geldt dat de ODZOB een Woo-verzoek volledig afhandelt. Informatiehuishoudingsplicht Eén van de uitgangspunten van de Woo is dat de informatiehuishouding op orde is. De verbetering van de informatiehuishouding is bij de ODZOB niet nieuw. Jaarlijks worden stappen gezet, mede onder invloed van het zaakgericht werken en digitalisering. De Meerjaren ontwikkelaanpak bevat twee majeure projecten die invulling geven aan het geactualiseerde strategische informatiebeleidsplan.
Jaarstukken 2025 30
5. Jaarrekening 5.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 5.1.1 Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) daarvoor aan provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen geeft en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op 23 oktober 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid en de regels voor het financiële beheer zijn vastgelegd. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de GR. De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Tenzij anders is vermeld worden de activa gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden het jaareinde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling. Grondslagen voor waardering Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa. De ODZOB beschikt enkel over materiële vaste activa. Materiële vaste Activa De materiele vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.
Afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de geschatte economische levensduur, tenzij er sprake is van een noodzakelijke match tussen baten en lasten en het van belang wordt geacht de lasten gedurende de looptijd gelijk te houden, in dat geval kan ook annuïtair worden afgeschreven We starten met afschrijven op 1 januari volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedkomt/verworven wordt. Hierbij gelden de volgende termijnen:
Jaarstukken 2025 31
Omschrijving
Afschrijving
1 Immateriële vaste activa Kosten onderzoek en ontwikkeling
Max. 5 jaar (max. termijn BBV)
Kosten sluiten van geldleningen
Looptijd lening
2 Materiële vaste activa a Gronden en terreinen
Geen afschrijving
b Woonruimten
N.v.t.
c Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen (aanpassingen
10 jaar (tenzij het huurcontract opgezegd is, dan geldt een
huurpanden)
maximum van de resterende looptijd van het huurcontract)
d Grond – weg- en waterbouwkundige werken
N.v.t.
e Vervoermiddelen Vervoermiddelen f
5
Machines, apparaten en installaties Apparaten (geluidsmeters, meetapparatuur)
5
g Overige materiële vaste activa Inventaris
5
Hardware
4
Software
4
3 Financiële vaste activa Financiële vaste activa
Variabel
Bijdrage in activa van derden
Afhankelijk van actief
Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat in enig boekjaar ten laste gebracht van dit resultaat. Een activum dat buiten gebruik gesteld of afgestoten wordt, wordt afgewaardeerd indien de restwaarde lager is dan de resterende boekwaarde. Een eventuele verkoopopbrengst wordt aangewend ter dekking van de resterende boekwaarde. Vlottende activa Uitzettingen met een looptijd < 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening wegens oninbaarheid aangebracht. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste passiva Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt.
Jaarstukken 2025 32
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen, verliezen en risico’s per balansdatum die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast worden voorzieningen gevormd voor kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits deze kosten hun oorsprong vinden in het (voorafgaand) begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van de lasten over de betreffende begrotingsjaren. Vaste schulden De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. De vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. Vlottende passiva Kortlopende schulden Hieronder worden te betalen bedragen aan openbare lichamen en overige schulden verantwoord. Deze posten worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheid rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025.
Dat betekent dat - De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; - De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 23 oktober 2025 is vastgesteld; • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
- De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat:
Jaarstukken 2025 33
• Een verantwoordingsgrens van 2 % (€ 622.326). is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; • Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Jaarstukken 2025 34
5.2 Balans per 31 december 2025 De in de onderstaande balans opgenomen bedragen zijn vóór resultaatsbestemming. Balans
* bedragen x 1 € ACTIVA
Ultimo 2025
Ultimo 2024
PASSIVA
Vaste activa
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
1.125.944 1.125.944
895.045 895.045
1.125.944
895.045
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Te vorderen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Liquide middelen Banksaldi
Overlopende activa
Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat boekjaar voor bestemming
4.748.542 2.000.000 1.831.629 916.913
4.182.954 1.500.000 2.160.637 522.317
207.996 77.803 104.184 26.009
168.294 42.070 126.224 0
Totaal vaste financieringsmiddelen
4.956.538
4.351.248
2.943.904
2.173.262
2.943.904
2.173.262
847.149
2.953.893
671.264
414.340
172.584
400.763
3.301
2.138.790
Vlottende passiva 6.970.476
7.999.502
2.511.711
2.886.908
4.400.750
5.112.595
58.015
0
250.832 250.832
251.560 251.560
400.339
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overige schulden
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
332.296 De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Ultimo 2024
Vaste passiva
Voorzieningen Spaarverlof Bovenmatig verlofsaldo RVU Totaal vaste activa
Ultimo 2025
743
89
399.596
332.207
Totaal vlottende activa
7.621.647
8.583.359
Totaal vlottende passiva
3.791.053
5.127.155
TOTAAL ACTIVA
8.747.591
9.478.403
TOTAAL PASSIVA
8.747.591
9.478.403
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
Jaarstukken 2025 35
5.3 Toelichting op de balans ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa De ODZOB kent uitsluitend materiële vaste activa met een economisch nut. Onderstaand overzicht toont de samenstelling van deze materiële vaste activa en het bijbehorende verloop over het afgelopen boekjaar.
Staat van materiële vaste activa Omschrijving
* bedragen x € 1 Boekwaarde Desper Investeringen investering Afschrijvingen 1-1-2025 en
Boekwaarde per 31-12-2025
Bedrijfsgebouwen
167.832
368.985
-93.501
443.316
Machines, apparaten en installaties
70.637
12.751
-20.500
62.888
Inventaris
7.346
30.787
Hardware
649.230
146.125
Totaal
895.045
558.648
-2.310 -2.310
-1.842
33.981
-209.595
585.759
-325.438
1.125.944
De in de bovenstaande tabel getoonde investeringen zijn in onderstaande tabel afgezet tegen het beschikbare budget: Investeringenkredieten Omschrijving
* bedragen x € 1 Oorspronkelijk Bijst elling krediet 2025 krediet 2025
Bijgest eld krediet 2025
Invest eringen 2025
Rest ant krediet 2025
Bedrijfsgebouwen
500.000
-147.000
353.000
368.985
Machines, apparaten en installaties
28.000
-
28.000
12.751
15.249
Inventaris
15.000
128.000
143.000
30.787
112.213
Hardware
70.000
45.000
115.000
146.125
-31.125
Tot aal invest eringen
613.000
26.000
639.000
558.648
80.352
-15.985
De in 2025 gerealiseerde investeringen (ter waarde van €558.648) overschrijden niet het totale beschikbare krediet van € 639.000. De investering in bedrijfsgebouwen betreft de verbouwing van ons kantoorpand, zoals vast meubilair (€ 140.000), diverse aanpassingen (€ 211.000) en schilderwerk (€ 36.000). De investeringen getoond onder machines, apparaten en installaties bestaan o.a. uit de aanschaf van geluidmeters (€ 7.000) en laadstations (6.000). De investering onder inventaris betreffen interieur- en beplanting (€ 11.000) en raambekleding en jaloezieën (19.000). De investering onder hardware gaan over o.a. laptops (€ 32.000), installatie entree en vergaderruimtes (€ 35.000), SAS storage (€ 28.000), monitoren (€ 21.000) en telefoons (€ 28.000). Bij besluitvorming rondom de jaarstukken wordt voorgesteld het restantkrediet 2025 ter grootte van € 80.352 over te hevelen naar 2026, om de investeringen rondom het kantoorpand af te ronden.
Jaarstukken 2025 36
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De volgende posten zijn op de balans opgenomen: * bedragen x 1 € Omschrijving
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatksit met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Totaal uitzettingen
-
Ultimo 2025
Ultimo 2024
2.511.711 4.400.750 58.015 6.970.476
2.886.908 5.112.595 0 7.999.502
Vorderingen op openbare lichamen:
De post vorderingen op openbare lichamen heeft het grootste deel betrekking op de deelnemers van de ODZOB. Het betreft voornamelijk de facturen met betrekking tot de uitvoering van basis- en verzoektaken. Het overige deel van de vorderingen heeft betrekking op niet-deelnemende organisaties. De vorderingen zijn relatief jong. Op balansdatum is 99% van de vorderingen jonger dan 30 dagen. Geen vorderingen waren ouder dan 6 maanden. De ODZOB werkt met voorschotfacturatie voor de werkprogramma’s. Na afloop van het jaar worden de eindafrekeningen opgesteld en verzonden. Volgens de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) neemt de opdrachtgever binnen zes weken na ontvangst van zijn eindafrekening een beslissing over de acceptatie hiervan. Daarnaast is er een post voor nog te ontvangen omzetbelasting opgenomen. Dit betreft de afdracht omzetbelasting 4e kwartaal 2025. Dit geldt eveneens voor de nog te ontvangen rente over het 4e kwartaal 2025 wegens het schatkistbankieren.
-
Uitzettingen in ’s rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De post uitzettingen in ’s rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar betreft het aanhouden van liquide middelen bij het Rijk in het kader van schatkistbankieren; overtollige middelen worden in de vorm van een rekening-courant bij het Rijk ondergebracht. De volgende tabel geeft inzicht in de mate waarin de ODZOB de drempelbedragen (maximumbedrag dat niet afgestort hoeft te worden bij het Rijk in het kader van schatkistbankieren) gebruikt heeft. Aangezien het banksaldo op een vast tijdstip automatisch afgeroomd wordt en er na dit tijdstip nog betalingen binnen kunnen komen, is het mogelijk dat het drempelbedrag in incidentele gevallen overschreden wordt. Dit is in 2025 niet voorgekomen.
Jaarstukken 2025 37
Benutting drempelbedrag schatkistbankieren
* bedragen x 1.000 €
(1)
Drempelbedrag
1.000 Kwartaal 1
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (4a) Begrotingstotaal verslagjaar (4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln.
Drempelbedrag
-
1.000 Kwartaal 4
253
250
250
250
747 0 Verslagjaar 32.015
750 0
750 0
750 0
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
22.751
22.750
23.000
23.002
90
91
92
92
253
250
250
250
32.015
1.000
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist (5a) aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal (2) - (5a) / (5b)
Verslagjaar 2025 1.000 1.000 Kwartaal 2 Kwartaal 3
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Overige vorderingen:
De post overige vorderingen betreft vorderingen bij privaatrechtelijke instellingen (jonger dan 30 dagen), eind 2025 stond hier € 58.015 open.
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uitsluitend uit een tegoed bij de Bank Nederlandse Gemeenten, waarover vrij kan worden beschikt. Daarnaast kan de ODZOB (bij dezelfde bank) beschikken over een rekening courant krediet van € 1,8 miljoen. Hiervan is nog nooit gebruik gemaakt.
* bedragen x 1 € Ultimo 2025
Ultimo 2024
Bank BNG
250.832
251.560
Totaal liquide middelen
250.832
251.560
Omschrijving
Jaarstukken 2025 38
Overlopende activa De overlopende activa zijn als volgt onderverdeeld: * bedragen x 1 € Ultimo 2025
Omschrijving
Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa
-
Ultimo 2024
743
89
399.596 400.339
332.207 332.296
Overige nog te ontvangen bedragen
De post overige nog te ontvangen bedragen betreft een kleine vordering.
-
Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
De post vooruitbetaalde bedragen betreft uitgaven die in 2025 gedaan zijn voor het kalenderjaar 2026. PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen
Eigen vermogen
* bedragen x 1 € Toevoegingen
Ultimo 2024
Resultaats bestemming 2024
Algemene reserve
1.500.000
500.000
0
2.000.000
Bestemmingsreserves
2.160.637
0
-329.008
1.831.629
Resultaat voor bestemming
522.317
-522.317
916.913
916.913
Totaal eigen vermogen
4.182.954
-22.317
587.905
4.748.542
Naam reserve
onttrekkinge n 2025
Ultimo 2025
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het resultaat over boekjaar 2025 bedraagt € 916.913 (dit is inclusief de mutaties in de reserves). Dit betekent dat het eigen vermogen op 31 december 2025, bestaande uit de algemene reserve, de egalisatiereserve verlofkosten, bestemmingsreserve ISV-middelen en het resultaat 2025, uitkomt op € 4.748.542.
Jaarstukken 2025 39
Reserves
Staat van reserves
* bedragen x 1 €
Saldo 1 januari 2025
Mut at ies voorgaand boekjaar
Toevoegingen 2025
Ont t rekkingen 2025
Saldo 31 december 2025
Algemene reserve
1.500.000
500.000
0
0
2.000.000
Totaal algemene reserves
1.500.000
500.000
0
0
2.000.000
Naam reserve
Algemene reserve
Best emmingsreserves Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingswet
271.335
0
0
-271.335
0
1.407.761
0
0
-57.673
1.350.088
Egalisatiereserve verlofrechten
481.541
0
0
0
481.541
Totaal bestemmingsreserves
2.160.637
0
0
-329.008
1.831.629
Tot aal van de reserves
3.660.637
500.000
0
-329.008
3.831.629
Bestemmingsreserve ISV middelen
De ODZOB beschikt naast de Algemene reserve nog over een drietal reserves. -
Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingswet:
Voor de bestemmingsreserve nazorg op de inwerkingtreding van de Omgevingswet leverden de deelnemers van de ODZOB (via het programma Regionale Samenwerking) een bijdrage in de jaren 2023 en 2024. De uitgaven in het kader van de nazorg op de Omgevingswet liepen tot en met 2025 door. Deze reserve kan dan ook bij vaststelling van deze jaarstukken vervallen. -
Bestemmingsreserve voormalige ISV-middelen:
Bij het vaststellen van de Jaarstukken 2023 is door het algemeen bestuur besloten een nieuwe bestemmingsreserve per 1-1-2024 in te stellen ten behoeve van het uitvoeren van regionale geluid(sanering) gerelateerde projecten. Jaarlijks worden vanuit deze reserve de gerealiseerde kosten onttrokken. Voor boekjaar 2025 resulteert dat in een onttrekking van € 57.673. -
Egalisatiereserve verlofrechten:
De egalisatiereserve verlofrechten is gevormd omdat het tegoed aan verlofdagen in feite een claim is op de toekomstige capaciteit. Immers wanneer dat verlof opgenomen wordt zal dat resulteren in lagere baten aangezien de capaciteit ontbreekt om opdrachten uit te voeren, dan wel zal dit resulteren in meer inhuur om de opdrachten alsnog uit te kunnen voeren. Voor de (gedeeltelijke) afdekking van dat deel van deze jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume beschikt de ODZOB over deze reserve van € 481.541. Om binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde bandbreedte van deze reserve te blijven wordt bij besluitvorming rondom deze jaarstukken aan het AB voor te stellen deze reserve verder aan te vullen tot de onder bandbreedte. Door het AB is bepaald dat de omvang van deze reserve minimaal 40% en maximaal 60% van de waarde van de verlofrechten moet zijn. Voorgesteld wordt om de egalisatiereserve aan te vullen met een storting ter grootte van € 108.287.
Jaarstukken 2025 40
Voorzieningen
Staat van voorzieningen
Naam voorziening
* bedragen x 1 €
Ten gunste van de rekening van Saldo Toevoegingen baten en lasten 1 januari 2025 2025 vrijgevallen bedragen
Aanwendingen 2025
Saldo 31 december 2025
0 0 0 0
77.803 104.184 26.009 207.996
Voorziening Spaarverlof Bovenmatig verlof RVU Totaal voorzieningen
-
42.070 126.224 0 168.294
35.733 0 26.009 61.742
0 -22.040 0 -22.040
Voorziening Spaarverlof en Bovenmatig verlof:
De Commissie BBV heeft bepaald dat zowel voor het spaarverlof van medewerkers als voor het bovenmatig verlofsaldo een voorziening moet worden gevormd. De waarde van het spaarverlof bedroeg per ultimo 2024 € 42.070 en nam toe met een bedrag van € 35.733 tot een bedrag per ultimo 2025 van € 77.803. De waarde van het bovenmatig verlofsaldo nam gedurende het jaar af met € 22.040 tot een bedrag per ultimo 2025 van € 104.184. -
Voorziening RVU:
In 2025 is één persoon gebruik gaan maken van de regeling vervroegd uittreden (RVU-regeling). Hiervoor is een voorziening gevormd tot in ieder geval 3 januari 2027, dan bereikt de desbetreffende persoon zijn AOW-gerechtigde leeftijd. Vlottende passiva Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Ultimo 2025
Omschrijving
Overige schulden Totaal netto vlottende schulden
2.943.904 2.943.904
* bedragen x 1 € Ultimo 2024 2.173.262 2.173.262
De netto vlottende schulden bestaan uitsluitend uit de post overige schulden en hierbij gaat het om in 2025 ontvangen, maar nog niet betaalde facturen van leveranciers. Daarnaast wordt de afdracht loonbelasting onder deze post verantwoord.
Jaarstukken 2025 41
Overlopende passiva * bedragen x 1 €
Ultimo 2025
Ultimo 2024
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
671.264
414.340
De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar Europese overheidslichamen, het Rijk en overige Nederlandse overheidslichamen
172.584
400.763
3.301
2.138.790
847.149
2.953.893
Omschrijving
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende passiva
De overlopende passiva zijn als volgt opgebouwd: -
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
In deze post is voor een bedrag van € 660.921 aan kosten verantwoord die op 2025 betrekking hebben, maar waarvoor de factuur pas in 2026 wordt ontvangen. Daarnaast is een bedrag van € 10.343 opgenomen voor terug te betalen SPUK interbestuurlijke programma VTH opgenomen, zie tabel hieronder. -
De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.
Dit betreft een tweetal vooruit ontvangen specifieke uitkeringen; energie toezicht & handhaving (Ministerie van Economische Zaken & Klimaat) het interbestuurlijk programma VTH (Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat). De specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH had als einddatum 31 december 2024. Het restant van de vooruit ontvangen subsidie dient dan ook te worden terugbetaald. Hieronder de specificatie per uitkering:
-
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.
Deze post bestaat in zijn geheel uit schulden aan overheidslichamen en bestaat enkel uit een vooruit ontvangen bedrag subsidie Robuustheid vanuit de OmgevingsdienstNL.
Niet uit de balans blijkende verplichtingen De niet uit de balans blijkende verplichtingen hebben betrekking op langlopende overeenkomsten waar één of meerdere verplichtingen uit voortvloeien. Dit betreft ook de verplichtingen die slechts voor één jaar of korter zijn aangegaan en ultimo van dat jaar nog voortduren. In onderstaand overzicht zijn uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen.
Jaarstukken 2025 42
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
* bedragen x 1 €
Totaalbedrag restant looptijd
Omschrijving
Financiële dekking
Huisvesting 2.416.000
reguliere begroting
78.000
reguliere begroting
Service-management ICT-omgeving
491.000
reguliere begroting
Licentiekosten
138.000
reguliere begroting
Lease kosten auto's
230.000
reguliere begroting
Accountant kosten
130.000
reguliere begroting
Postverwerking
31.000
reguliere begroting
Arbodienstverlening
34.000
reguliere begroting
Huurverplichting pand Wal 28 te Eindhoven Parkeerkosten st. Catharinahof Automatisering
Overig
In aanvulling op bovenstaand overzicht nog een opmerking over de arbeidskosten gerelateerde verplichtingen. De waarde van het niet opgenomen verlof bedraagt per ultimo 2025 ruim € 810.851. Voor een tweetal specifieke componenten (spaarverlof en bovenmatig saldo) zijn voorzieningen opgenomen voor een totaalbedrag van € 182.178. Van het resterende bedrag van circa € 1.292.392 wordt € 481.541 afgedekt via de egalisatiereserve verlofrechten. Het restant, te weten € 810.851, wordt vervolgens gepresenteerd bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen. Bij de besluitvorming rondom deze jaarstukken wordt aan het AB voorgesteld de egalisatiereserve verlofrechten aan te vullen met een storting van € 108.287, zodat deze egalisatiereserve weer gevuld is tot aan de onder bandbreedte. Op dat moment zal de waarde van het niet opgenomen verlof opgenomen onder de niet uit de balans blijkende rechten en verplichting met eenzelfde bedrag afnemen.
Jaarstukken 2025 43
5.4 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Overzicht van baten en lasten
* bedragen x 1€ Begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Realisatie 2025
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Programma Programma Lokale Dienstverlening
28.940.040
19.841.516
9.098.524
29.632.444
20.736.687
8.895.757
29.160.247
19.655.203
9.505.045
- Basistaken
13.719.973
9.406.520
4.313.453
13.719.973
9.406.520
4.313.453
15.850.011
10.346.560
5.503.451
- Verzoektaken
15.220.067
10.434.996
4.785.071
15.912.471
11.330.167
4.582.304
13.310.236
9.308.643
4.001.593
Programma Regionale Samenwerking
2.024.727
1.574.768
449.959
2.013.832
1.835.207
178.625
2.013.832
1.723.535
290.297
- Programma Regionale Samenwerking
2.024.727
1.574.768
449.959
2.013.832
1.835.207
178.625
1.987.430
1.723.535
263.895
0
0
0
0
0
0
26.401
30.964.767
21.416.284
9.548.483
31.646.275
22.571.894
9.074.381
31.174.079
- Saldo
Totaal programma's Algemene dekkingsmiddelen
-
21.378.738
26.401
9.795.342
200.000
0
200.000
200.000
0
200.000
266.856
Kosten van de overhead
0
9.743.483
-9.743.483
158.513
9.757.883
-9.599.370
287.134
Heffing VPB
0
5.000
-5.000
5.000
-5.000
Bedrag onvoorzien
0
0
0
0
0
0
31.164.767
31.164.767
0
32.004.788
32.334.777
-329.989
Algemene reserve
0
0
0
0
0
0
-
-
Bestemmingsreserve Fitte Organisatie
0
0
0
0
0
0
-
-
-
Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingswet
0
0
0
271.335
0
271.335
271.335
-
271.335
Bestemmingsreserve ISV middelen
0
0
0
58.654
0
58.654
57.672
-
57.672
Totaal toevoeging en onttrekking aan reserves
0
0
0
329.989
0
329.989
329.007
-
329.007
31.164.767
31.164.767
0
32.334.777
32.334.777
0
32.057.078
Totaal saldo van baten en lasten
-
266.856
9.757.323
-9.470.189
-
4.104
-4.104
-
-
31.728.070
31.140.165
587.905
Toevoeging en ontrekking reserves
Gerealiseerde resultaat
31.140.165
Het resultaat over 2025 komt, inclusief de verwerkte mutaties in de reserves, uit op € 916.913 positief.
Jaarstukken 2025 44
-
916.913
5.5 Toelichting op het overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten Baten en lasten
* bedragen x 1€ Afwijking realisatie t.o.v. begroting
Begroting 2025
Begroting na wijziging 2025
Realisatie 2025
Totaal baten
31.164.767
32.004.788
31.728.071
-276.717
Totaal lasten
31.164.767
32.334.777
31.140.165
-1.194.612
Totaal saldo van baten en lasten
0
-329.989
587.906
917.895
Mutatie reserves
0
329.989
329.007
-982
Gerealiseerde resultaat
0
0
916.913
916.913
Onderstaande ontwikkelingen hebben tot het resultaat van € 916.913 geleid: Verklaring result aat *
* bedragen x 1€
Begro o t result aat
0
Mutaties baten: 1 2
Lager volume taken Overige opbrengsten (rente, ziekengeld)
-742.216 N 195.478 V
Subtotaal minder baten
-546.738 N
Mutaties lasten: 3
Hogere personeelkosten
4
Lagere inhuurkosten
5
Hogere kosten onderzoek en advies
6
Hogere kapitaallasten
7
Lagere organisatiekosten
8
Lagere vennootschapsbelasting
9
Lagere kosten Meerjaren ontw ikkelaanpak
783.762 N -2.048.495 V 159.836 N 18.470 N -168.694 V -896 V -101.853 V
Subtotaal minder lasten
-1.357.870 V
Resultaat exclusief mutaties reserves
-811.132 V
10
Vrijval bestemmingsreserve Nazorg omgevingsw et
11
Onttrekking bestemmingsreserve voormalige ISV middelen
-106.763 V -982 V
Resultaat inclusief mutaties reserves
-916.913 V
*Het verschil tussen de in tabel Overzicht van baten en lasten opgenomen totale baten en lasten en de verklaring resultaat betreft € 270.021 externe kosten betaald ten behoeve van opdrachten. Deze externe kosten zijn in rekening gebracht bij de deelnemers. Daarom zijn deze gesaldeerd met het lager volume van de taken.
De afwijkingen zijn in grote lijnen als volgt te verklaren: 1.
Afwijking op raming deelnemers in werkprogramma's, enerzijds door externe kosten welke in oorsprong niet zijn begroot, anderszijds door minder dan wel meer afname ten opzichte van vooraf opgegeven werkprogramma's. De afwijkingen variëren van -€ 1,4 miljoen tot +€ 0,3 miljoen. Daarnaast zien we een afwijking op de overige klanten € 0,2 miljoen meer dan begroot door extra opdrachten.
Jaarstukken 2025 45
2.
Zowel de baten uit renteopbrengsten (€ 66.000) als de ontvangsten vanuit UWV waren hoger dan oorspronkelijk geraamd.
3.
Door in te zetten op meer vaste medewerkers en minder externe inhuur den begroot is een nadeel gerealiseerd op de personeelskosten.
4.
Dit zelfde effect zien we terug in maar een flink voordeel op externe inhuurkosten. Daarnaast zijn er dit jaar incidenteel meer outplacement kosten gemaakt.
5.
Hogere advieskosten zijn enerzijds veroorzaakt door relatief veel inkooptrajecten waardoor hiervoor veel inkoopexpertise bij de Bizob is afgenomen en een adviesopdracht rondom zeer zorgwekkende stoffen.
6.
Door het naar voren halen van investeringen 2025 naar 2024 zijn de afschrijvingskosten in 2025 iets hoger dan oorspronkelijk geraamd.
7.
De onderschrijding op organisatiekosten wordt voor een groot deel veroorzaakt door een meevaller bij de energiekosten, het budget was voorgaand jaren fors opgehoogd door de destijds sterk stijgende prijzen.
8.
De aanslag vennootschapsbelasting was iets lager dan de voorlopige aanslag.
9.
Het beschikbaar gestelde budget voor de Meerjaren ontwikkelaanpak is niet helemaal besteed. De onvoorzien post is nagenoeg helemaal over, daarnaast is er door de primaire teams minder tijd besteed aan de bedrijfsvoering gerelateerde ontwikkelopgaven dan begroot.
10. De bestemmingsreserve Nazorg Omgevingsweg heeft een harde einddatum op 31-122025. Op dat moment vallen de restant middelen vanuit deze reserve vrij. Project Sprong kent nog een doorloop in 2026. Als voorstel tot resultaatbestemming wordt later aan het AB voorgesteld een deel van deze vrijval (€ 41.400) in 2026 voor dit doel in te mogen zetten. 11. Aan de bestemmingsreserve voormalige ISV-middelen is iets minder onttrokken dan oorspronkelijk geraamd. Tariefontwikkeling Het gerealiseerde gemiddelde tarief voor 2025 is met € 123,54 een flink stuk lager uitgevallen dan begroot. Tarief o nt wikkeling gemiddeld uurt arief
2025
Kadernota Ontw erpbegroting 2025 Begroting 2025 Jaarstukken 2025
-
€ € € €
gewo gen index
126,31 124,68 123,46 123,54
5,70% 3,45% 2,44% 2,51%
Bij de kadernota is uitgegaan van een indexering zoals opgenomen in de geldende beleidskader 4GR, wat uitkwam op tarief van gemiddeld € 126,31 een gewogen gemiddelde van 5,7%, bestaande uit 6,7% lonen en 3,5% prijzen.
-
Bij het opstellen van de begroting 2025 is nog uitgegaan van een gemiddeld tarief van € 124,68. Het tarief is destijds verlaagd door meer inzet op vaste medewerkers (18%) en de destijds bekende CAO-ontwikkelingen.
-
Vanuit het jaarrekeningresultaat 2024 is een deel van het structureel zichtbare voordeel ingezet voor een verdere tariefsverlaging naar een uurtarief van gemiddeld € 123,46.
Jaarstukken 2025 46
-
Bij het opstellen van de jaarstukken is het gemiddelde tarief iets hoger uitgevallen. Dit wordt veroorzaakt doordat de ODZOB zijn taken heeft onderverdeeld naar een 4-tal verschillende tarieven. In 2025 zijn er relatief meer taken met hogere tarieven afgenomen dan waar bij het opstellen van de begroting van is uitgegaan
Daarnaast ligt ook het werkelijk aantal declarabele uren iets lager dan werd geraamd. Kengetallen Begroting 2025
Realisatie 2025
Uurtarief (excl. uren gedekt uit algemene reserve)
€ 123,46
€ 123,54
Declarabele uren
246.000
243.800
FTE's vanuit primaire teams Gemiddeld aantal declarabele uren *
189,4
197,9
1.299
1.232
Ziekteverzuim
6,0%
6,4%
FTE's Direct
189,4
197,9
Overhead
47,3
46,8
Totaal
236,7
244,7
* bij het bepalen van het gemiddeld aantal declarabele uren is het uitgangspunt gebruikt dat een team primair werk verricht dan wel aan de overhead is toe te rekenen. We zien daar in de loop van de jaren effecten ontstaan waardoor het aantal declarabele uren lager lijkt dan daadwerkelijk wordt gerealiseerd. De gerealiseerde gemiddelde declarabiliteit vanuit de medewerkers werkend aan het primaire proces is uitgekomen op 1.256 uur per fte. Dat is nog steeds onder de geraamde 1.299 uur per fte. Ook in 2025 zien we dat er meer uren (dan begroot) op teamwerkzaamheden zijn verantwoord. Daarnaast is de declarabiliteit achtergebleven door de bijdragen aan de verschillende onderzoeken en het inspelen op de resultaten daarvan. Om de verbinding binnen de ODZOB te versterken (inspelend op de resultaten van het Medewerkersonderzoek) is extra geïnvesteerd in activiteiten in het kader van ‘binden en boeien’ die bijdragen aan een betere onderlinge samenwerking en werksfeer. Het werven en inwerken van nieuwe collega’s vraagt bovendien continue extra aandacht, zowel van onze ervaren collega’s die begeleiden als de nieuwe mensen die zo snel mogelijk declarabel moeten worden. Hoewel het verzuim de goede kant op beweegt zijn we er nog niet. Ondanks de versterkte managementaandacht hiervoor blijkt vooral het lange verzuim moeilijk te beïnvloeden en drukt dat op het operationele resultaat.
Deze declarabele uren zijn als volgt over de taken verdeeld:
Jaarstukken 2025 47
Taken
Begro t ing 2025 Realisat ie 2025
Basistaken
111.129
128.418
Verzoektaken deelnemers
114.157
89.282
9.122
13.890
11.592 246.000
12.209 243.800
Verzoektaken niet deelnemers Collectieve taken
Incidentele baten en lasten op programma’s Overzicht van incident ele bat en en last en Nr.
Omschrijving
Begro t ing na wijziging 2025
Begro t ing 2025
Realisat ie 2025
* bedragen x 1€ Afwijking realisat ie t .o .v. begro t ing
Incident ele bat en 1
Meerjarenontw ikkelaanpak
2
4
Subsidie robuustheid Subsidie extra toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Bestemmingsreserve Nazorg omgevingsw et
5
Bestemmingsreserve Voormalige ISV middelen
6 7 Nr.
To t aal incident ele bat en
3
450.000
450.000
348.147
-101.853
-
244.996
192.699
-52.297
477.500
477.500
705.680
228.180
-
271.335
271.335
-
-
58.654
57.672
-982
Uitkeringen UWV (o.a. ziekengeld)
-
158.513
261.239
102.726
Onttrekking voorziening bovenmatig verlofsaldo
-
22.040
22.040
927.500
1.660.998
1.858.812
197.814
450.000
450.000
348.147
101.853
-
244.996
192.699
52.297
597.000
597.000
705.680
-108.680
-
271.335 58.654
164.572 57.672
106.763 982
Incident ele last en 1
Meerjarenontw ikkelaanpak
2
4 5
Subsidie robuustheid Subsidie extra toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Bestemmingsreserve Nazorg omgevingsw et Bestemmingsreserve Voormalige ISV middelen
6
Extra personeelskosten
-
158.513
610.342
-451.829
8
Storting voorziening spaarverlof
-
-
35.733
-35.733
9
Storting voorziening RVU
-
-
26.009
-26.009
1.047.000
1.780.498
2.140.854
-360.356
3
To t aal incident ele last en
Toelichting op incidentele baten en lasten; 1.
Meerjaren ontwikkelaanpak
Op 19 december 2024 is door het AB besloten op voor de Meerjaren ontwikkelaanpak 2025-2027, gedurende 3 jaren jaarlijks extra middelen beschikbaar te stellen. Een deel van deze middelen ter versterking van de bedrijfsvoering is structureel beschikbaar gesteld, en deels ook al verwerkt in de verschillende begrotingsposten. Daarnaast is een jaarlijks bedrag van € 450.000 incidenteel beschikbaar gesteld voor de jaren 2025, 2026 en 2027. In deze jaarstukken leggen we financieel verantwoording af over deze middelen. Inhoudelijk is over alle ontwikkelopgaven verantwoording afgelegd in de 3e voortgangsrapportage van de Meerjaren ontwikkelaanpak.
Jaarstukken 2025 48
* bedragen x 1€ Begroting 2025 na wijziging
Besteding ontwikkelbudget
I/S Begroting 2025
Medewerkersonderzoek*
S
25.000
0
0
Kwaliteitscriteria *
S
25.000
0
0
Autonome stijging ICT budget *
S
50.000
0
0
Versterken personele overhead *
S
150.000
0
Portfoliomanagement, 960 uur
S
100.000
100.000
162.626
ROK extra versnelling
I
136.000
136.000
132.767
3.233
Datamanagement/Operating model:projectmanagement, inzet VTH-teams
I
94.000
94.000
2.860
91.141
Datamanagement/Operating model:projectmanagement
I
120.000
120.000
141.944
-21.944
Versterken projectmanagement
I
60.000
60.000
Buffer risicoprofiel ODZOB
I
40.000
40.000
7.950
32.050
800.000
550.000
448.147
101.853
Totaal besteding Ontwikkelbudget
Realisatie
Restant
0 -62.626
60.000
* Bij begrotingswijziging verwerkt in structurele begrotingsposten
2.
Subsidie robuustheid
Vanuit de OmgevingsdienstNL is aan iedere omgevingsdienst een bijdrage ter beschikking gesteld om de robuustheid te bevorderen. Dit betreft een bijdrage van € 244.996. Deze middelen kunnen besteed worden tot en met 31 maart 2026. Inmiddels zijn een 2-tal voorschotten ontvangen en zijn er al kosten dan wel uren besteed aan de diverse activiteiten. In het eerste kwartaal 2026 zullen de projecten tot afronding komen en zal subsidieverantwoording en vaststelling volgen. 3.
Subsidie extra toezicht en handhaving energiebesparingsplicht
Dit betreft een specifieke uitkering welke apart wordt verantwoord in de SiSa bijlage. 4.
Bestemmingsreserve Nazorg omgevingswet
Dit betreft het laatste jaar van inzet van deze reserve. Per 31-12 -2025 wordt deze reserve opgeheven. In 2025 zijn er nog diverse projecten uitgevoerd. Per saldo resteert een bedrag € 106.763 wat bij deze jaarrekening vrijvalt. 5.
Bestemmingsreserve Voormalige ISV-middelen
Vanuit deze bestemmingsreserve worden jaarlijks regionale geluidssaneringsprojecten uitgevoerd. Dit betreft saneringen van A-lijst woningen en begeleiding vanuit de ODZOB hierbij. 6.
Personeelskosten
Als incidentele baat is opgenomen de uitkeringen welke de ODZOB ontvangt vanuit het UWV, dit betreft onder andere voor zieke medewerkers dan wel ouderschapsverlof. Aan deze medewerkers wordt de uitkering dan wel loonverplichting uitbetaald, welke onder de lasten wordt verantwoord. Daarnaast zijn er incidentele outplacementkosten gerealiseerd. 7.
Voorziening bovenmatig verlofsaldo
Jaarlijks wordt op basis van het aanwezige verlofsaldo van al de medewerkers de stand van deze voorziening bepaald. In 2025 heeft dit geleid tot een onttrekking aan deze voorziening. 8.
Voorziening spaarverlof
Jaarlijks wordt op basis van het aanwezige spaarverlof van al de medewerkers de stand van deze voorziening bepaald. In 2025 heeft dit geleid tot een storting in deze voorziening.
Jaarstukken 2025 49
9.
Voorziening RVU
Begin 2025 heeft een medewerker gebruik gemaakt van de regeling vervroegd uittreden. Om te voorzien in de uitbetaling van deze kosten is, conform voorschriften BBV, een voorziening getroffen.
5.5.1 Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Er is geen sprake van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Daarom is er ook geen overzicht toegevoegd. Wel zijn er, zoals hierboven toegelicht, incidentele mutaties geweest op reserves.
5.5.2 Exploitatielasten en directe programmakosten De exploitatiekosten zijn toegelicht bij de programmaverantwoording. De toerekening van de totale exploitatiekosten naar de programma’s en de overhead is weergegeven in bijlage 6.2
5.5.3 Overzicht van baten en lasten per taakveld Overzicht van baten en lasten per taakveld Baten en lasten per taakveld
* bedragen x 1€ Realisatie 2025 Baten
Lasten
Saldo
0.
Bestuur en ondersteuning
0.4
Overhead
-13.693
9.738.665
-9.752.358
0.5
Treasury
266.856
740
266.116
0.8
Overige baten en lasten
40.094
0
40.094
0.9
Vennootschapsbelasting
0
4.104
-4.104
0.10
Mutaties reserves
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
5.
Sport, cultuur en recreatie
5.5
Cultureel erfgoed
7.
Volksgezondheid en milieu
7.2
Riolering
7.4
Milieubeheer
8.
Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
8.1
Ruimte en leefomgeving
8.3
Wonen en bouwen
Saldo van baten en lasten op taakvelden
329.007
0
329.007
0
940.738
-940.738
1.903.353
1.388.612
514.741
822.116
589.639
232.477
25.956.843
17.368.666
8.588.177
639.036
424.803
214.233
2.113.464
1.601.110
512.354
32.057.077
32.057.077
0
Toelichting verdeling taakvelden naar programma’s De toerekening van baten en lasten aan de taakvelden geschiedt op basis van de producten die aan het betreffende taakveld zijn gekoppeld.
Jaarstukken 2025 50
5.5.4 Informatie in het kader van de Wet normering topinkomens (WNT) Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking getreden. De verantwoording is opgesteld op basis van de voor de ODZOB van toepassing zijnde regelgeving waarbij het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang van het dienstverband. De omvang van het dienstverband kan nooit groter zijn dan 1,0 fte. Het voor de ODZOB toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2025 € 246.000 en betreft het algemene bezoldigingsmaximum. Er wordt voor het verslagjaar 2025 onderscheid gemaakt in: •
leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling, inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.
•
topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder.
Jaarstukken 2025 51
Overzicht van de leidinggevende topfunctionaris(sen): De binnen de ODZOB geïdentificeerde leidinggevende topfunctionaris met een dienstbetrekking heeft geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris.
Leidinggevende topfunctionaris(sen)
bedragen x 1€
Gegevens 2025 bedragen x € 1 Funct iegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2025
M. van Dort
F. Piepers
Algemeen Direct eur 01-01 t/m 31-12
Waarnemend direct eur 01-01 t/m 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
1
Dienstbetrekking? Bezoldiging
Ja
Ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
117.909
127.815
Beloningen betaalbaar op termijn
25.449
20.596
Subtotaal
143.358
148.412
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaxium
246.000
246.000
n.v.t.
n.v.t.
143.358
148.412
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M. van Dort
F. Piepers
Algemeen Direct eur 01-01 t/m 31-12
Waarnemend direct eur 08-02 t/m 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
1
Dienstbetrekking? Bezoldiging
Ja
Ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
131.434
111.415
Beloningen betaalbaar op termijn
23.547
18.306
Subtotaal
154.981
129.721
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaxium
233.000
208.809
Bezoldiging
154.981
129.721
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2024 bedragen x € 1 Funct iegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2024
In het overzicht op de volgende pagina zijn de leden van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur van de ODZOB opgenomen per 31-12-2025. Voor allen geldt dat zij deze bestuursfunctie onbezoldigd verrichten. Ook ontvangen zij geen onkostenvergoeding van de ODZOB. Zij vallen hiermee onder de categorie topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder.
Jaarstukken 2025 52
Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder (leden AB/DB) Deelnemer
Gemeente Asten Gemeente Bergeijk Gemeente Bergeijk Gemeente Best Gemeente Bladel Gemeente Cranendonck Gemeente Deurne Gemeente Eersel Gemeente Eersel Gemeente Eindhoven Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Gemert-Bakel Gemeente Heeze-Leende Gemeente Helmond Gemeente Helmond Gemeente Laarbeek Gemeente Nuenen c.a. Gemeente Oirschot Gemeente Oirschot Gemeente Reusel-De Mierden Gemeente Someren Gemeente Son en Breugel Gemeente Valkenswaard Gemeente Veldhoven Gemeente Waalre Provincie Noord-Brabant
Naam
de heer J.P.E. Bankers de heer S.C.A. Luijten mevrouw L.J.J.M. Wijnen de heer H.M.C. Dijkhoff de heer A.P. d'Haens de heer K. Boonen mevrouw M.C.M. Vrijsen - de Corte de heer S.J. Kraaijeveld Mevrouw J.M.G.A. Adriaans de heer R. Thijs de heer J.C.J. van Bree mevrouw W.S.A. van Zeeland mevrouw M. van Breugel-Smolders de heer A. Bonte de heer S.C.C.M. Potters de heer R.A.G. van den Berkmortel de heer P. Kok de heer P.J. van den Biggelaar de heer J.A.M. van de Ven de heer P.J.M. van de Noort de heer W. van Doorn de heer J.D. de Jong de heer R.A.J. Pijnenburg mevrouw H.M.M. Giesbertz de heer M. Pieters de heer M. Oudenhoven
AB AB AB AB AB AB AB AB AB AB AB/DB AB AB/DB AB/DB AB/DB AB/DB AB AB AB AB/DB AB AB AB AB AB AB/DB
AB = Lid Algemeen Bestuur DB = Lid Dagelijks Bestuur Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen andere functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
Jaarstukken 2025 53
5.5.5 Rechtmatigheidsverantwoording
Rechtmatigheidsverantwoording De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 23 oktober 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 622.326.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025.
Bevinding Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 47.110 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 622.236. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het dagelijks bestuur overigens een bedrag van € 622.236 acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken.
Begrotingscriterium
Bedragen * € 1.000
1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander
0
door de gemeenteraad vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
47,11
2. Ongeautoriseerde reservemutaties
0
3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen
0
en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld (hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling etcetera).
Jaarstukken 2025 54
47,11
Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat
0
past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid. De niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht.
Voorwaardencriterium
0
5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten
0
en in de paragraaf bedrijfsvoering).
M&O Criterium
0
6. Geen bevindingen.
0 47,11
Totaal onrechtmatigheden
0
Waarvan acceptabel
47,11
Waarvan niet-acceptabel
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. 1a Overschrijding lasten programma’s Er zijn in 2025 geen overschrijdingen geweest op de lasten van de programma’s. 1b Overschrijding investeringsbudgetten Er heeft in 2025 een overschrijding plaatsgevonden op de toegekende investeringsbudgetten van € 47.110,-. Deze overschrijding van de lasten op de investeringsbudgetten leidt tot een onrechtmatigheid, omdat dit niet tijdig is gemeld. 2. Ongeautoriseerde reservemutaties Er hebben geen ongeautoriseerde reservemutaties plaatsgevonden in 2024. 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten Er zijn geen overschrijdingen van baten en/of onderschrijding van lasten. 4. Onrechtmatigheden die passen binnen bestaand beleid Er hebben geen onrechtmatigheden plaatsgevonden die passen binnen bestaand beleid. 5. Inkopen ten onrechte niet-Europees aanbesteed. Het Dagelijks Bestuur wenst een nadere toelichting te verstrekken op de controlewerkzaamheden uitgevoerd op de Inkopen en dan met name op de Europese aanbestedingen.
Voor deze controle op de Inkopen & aanbestedingen is een Spend-analyse uitgevoerd. Hiervoor is een controle uitgevoerd op crediteuren die de Europese aanbestedingsgrens over de afgelopen 4 jaar hebben overschreden en op crediteuren waar meer dan € 50.000 in het desbetreffende jaar is uitgegeven. Uit een cijferanalyse zijn een
Jaarstukken 2025 55
aantal leveranciers naar voren gekomen die nader onderzocht zijn. Uit deze controle is geconcludeerd dat er geen onrechtmatigheden zijn geweest met betrekking tot de Europese aanbestedingsgrenzen. 6. Bevindingen inzake het M&O-Criterium Er zijn binnen de ODZOB in 2025 geen signalen geweest over (het vermoeden van) misbruik of oneigenlijk gebruik.