2024-75 RIB Bijlage - Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Gemeente Nuenen c.a.
Tekst van het document
24
Vergunningenstrategie In de vergunningenstrategie is vastgelegd welke vormen van vergunningverlening er zijn en welke toetsingskaders daarbij gelden. We gaan hierbij ook specifiek in op de Omgevingswet en de Wet private kwaliteitsborging die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Met deze strategie zorgen wij ervoor dat we het kwaliteitsniveau van de diverse processen en werkzaamheden zo hoog mogelijk houden en voldoen aan de wettelijke eisen. Toezichtstrategie De toezichtstrategie beschrijft op welke manier en in welke mate toezicht wordt gehouden. Toezicht houden draagt eraan bij dat mensen wettelijke voorschriften naleven en het beperkt de risico’s op het overtreden van die voorschriften. De aard en de frequentie van het toezicht zijn afhankelijk van het risico dat een project vormt. We werken met risicogericht toezicht. Voor het houden van toezicht hanteren wij de toezichtmatrix van het Integraal toezichtsprotocol BWT. Sanctiestrategie Als uit het toezicht blijkt dat er sprake is van een overtreding, dan treden we hiertegen handhavend op. Als uitgangspunt voor de handhavingsmiddelen die we inzetten, geldt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) opvolger van de LHS. Conform de LHSO zetten we een passende sanctie in die zo effectief en efficiënt mogelijk leidt tot beëindiging van de overtreding.
De sanctie wordt aangepast aan de beschikbare feiten, de aard en omstandigheden van de overtreding en het naleefgedrag van de inwoner of het bedrijf. Met het vaststellen van dit document stellen wij ook de LHSO vast. Gedoogstrategie Er zijn omstandigheden waarbij we niet handhavend optreden tegen een overtreding. Dit zogenoemde ‘gedogen’ gebeurt op basis van een vastgestelde gedoogstrategie. De landelijke regels voor gedogen vormen de basis voor deze U&HS. Omdat het naleven van de regels ons uitgangspunt is, gaan we terughoudend om met gedogen. Het kan alleen onder strikte voorwaarden. Strategie meldingen en handhavingsverzoeken Overtredingen of mogelijke overtredingen kunnen ook door derden onder de aandacht van de gemeente worden gebracht. Dit kan door middel van het indienen van een mondelinge of schriftelijke melding of door middel van het indienen van een schriftelijk verzoek om handhaving. Het omgaan met deze meldingen en verzoeken om handhaving vraagt een specifieke aanpak Een uitgebreide uitwerking van de strategieën is te vinden in bijlage 2A t/m 2F. Hierin beschrijven we per strategie waar deze voor dient, wat de uitgangspunten en het juridisch kader is. Wat landelijke en lokale richtlijnen zijn en welke vormen we kennen. In de strategieën is ook de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet en de Wkb beschreven.
25
6. Organisatie en middelen Op basis van het Omgevingsbesluit moet de organisatie van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zodanig zijn ingericht dat een adequate en behoorlijke uitvoering van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie en het VTH-uitvoeringsprogramma gewaarborgd is. In deze paragraaf geven wij inzicht in de wijze waarop wij dit organisatorisch hebben ingevuld.
6.1 Borging organisatie en middelen VTH organisatie Dit beleid en de daarvoor uit te voeren activiteiten werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma leggen wij de benodigde en beschikbare capaciteit ten behoeve van de uitvoering en de handhaving (uitgedrukt in fte’s) vast. Om tijdens de uitvoering de objectiviteit van werkzaamheden te borgen en belangenverstrengeling te voorkomen, hanteren wij een strikte functiescheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving. De taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten behoeve van de uitvoering en handhaving liggen vast in functieomschrijvingen. In de functieomschrijving is rekening gehouden met de vereiste deskundigheid van het personeel. Daarnaast is er opleidingsbudget beschikbaar, waardoor het mogelijk is om een gewenst deskundigheidsniveau te behouden en eventueel te bereiken. Sinds 1 oktober 2021 zijn de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving van de Omgevingswet, de APV en bijzondere wetten en Veiligheid ondergebracht in het cluster Vergunningen, Handhaving en Veiligheid (hierna: VHV) van de afdeling Realisatie. Het cluster VHV is met betrekking tot de VTH-taken onder te verdelen in 3 subclusters: 1.Handhaving; 2.Vergunningen; 3.Veiligheid. Tevens zijn in het cluster VHV de functies van beleidsmedewerker Omgevingsrecht en Veiligheid ondergebracht.
26
Borging personele en financiële middelen
Binnen de gemeente zijn de personele en financiële middelen, die nodig zijn voor een adequate uitvoering van deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie vastgelegd. Financiële middelen borgen wij in de begroting. Personele capaciteit vertaalt zich in een team met vaste medewerkers en een eventuele flexibele schil. In het uitvoeringsprogramma geven wij jaarlijks aan hoe wij de middelen inzetten. Daarnaast zijn er structureel middelen beschikbaar voor uitvoeringsorganisaties zoals de veiligheidsregio VRBZO en de omgevingsdienst ODZOB.
Technische, juridische en administratieve voorzieningen Om een adequate en objectieve uitvoering van de wettelijke taken mogelijk te maken, stellen wij ondersteunende technische, juridische en administratieve middelen beschikbaar. Het gaat hierbij onder andere om bedrijfsauto’s, meetapparatuur, fototoestellen, mobiele telefoons, laptops, tablet, software, informatiebeheersystemen (o.a. PowerBrowser), vakliteratuur, aansluiting op (juridische) databanken enzovoorts. Waar aan de orde dragen wij er zorg voor dat betreffende instrumenten en apparaten in een goede staat van onderhoud verkeren, voldoen aan de wettelijke (controle)eisen en zo nodig worden gekalibreerd. Bereikbaarheid buiten kantooruren De gemeentelijke organisatie moet op basis van de wettelijke regeling ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn. Deze 24-uurs bereikbaarheid regelen wij via de consignatiedienst van de omgevingsdienst ODZOB en de centrale meldkamer, die bij calamiteiten worden ingeschakeld. Daarnaast is het centrale nummer van de gemeente ook 24 uur per dag bereikbaar, waarbij de telefoon buiten kantoortijden wordt doorgeschakeld naar een piketdienst. Dringende zaken worden direct opgepakt. Niet-urgente meldingen worden opgepakt via het reguliere werk.
6.2 Samenwerking met andere organisaties Binnen het omgevingsrecht werken wij op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving samen overeenkomstig de daarover binnen de samenwerkingsverbanden gemaakte afspraken. In deze paragraaf benoemen wij de belangrijke partners waar wij mee samenwerken. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) De ODZOB voert taken uit voor de regio Zuidoost-Brabant op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is onderscheid tussen basistaken, verzoektaken en collectieve taken: • Basistaken zijn taken op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving Milieu die in het basistakenpakket vallen en verplicht door een omgevingsdienst uitgevoerd moeten worden; • Verzoektaken kunnen vergelijkbaar zijn met de basistaken, maar vallen niet onder het wettelijke basistakenpakket. Het kunnen ook taken zijn op gebied van de fysieke leefomgeving, zoals onderzoeken en adviezen. In Nuenen beleggen wij o.a. taken met betrekking tot cultuurhistorie en alle milieu-gerelateerde taken bij de ODZOB;
27
•
Collectieve taken zijn taken die op verzoek van (en in samenspraak met) de deelnemers voor het collectief worden uitgevoerd. Het zijn taken waarbij er voordeel ligt in of een noodzaak is voor een gezamenlijke aanpak. Bijvoorbeeld in verband met schaalvoordelen, gemeentegrens overschrijdende impact en/of bundeling van expertise. Het gaat hier onder andere om de regionale Milieu Klachten Centrale met 24-uursbereikbaarheid/ consignatieregeling, en ketenhandhaving zoals Samen Sterk in Brabant (SSIB) 3 4 voor toezicht in het buitengebied. Jaarlijks stemmen wij met de ODZOB het werkprogramma voor het komende jaar af en periodiek evalueren wij de samenwerking. Voor het opstellen van het werkprogramma overleggen wij één of enkele malen met de accountmanager van de ODZOB. Wij ontvangen iedere maand een overzicht van de voortgang van (de uitvoering van) het werkprogramma. Daar is 4 of 5 keer per jaar overleg over met de accountmanager van de ODZOB. In deze overleggen worden eventuele knelpunten, de onderlinge samenwerking en dergelijke ook besproken. Indien nodig of gewenst hebben wij uiteraard vaker overleg. Over individuele aanvragen en werkzaamheden is er naar behoefte ad hoc overleg tussen de betreffende uitvoerende ODZOBmedewerker(s) en de inhoudelijk betrokken medewerker(s) van de gemeente Nuenen.
Wij hebben de ODZOB gemandateerd om de taken namens ons uit te voeren, informatie uit te wisselen en af te stemmen met andere met (strafrechtelijke) handhaving belaste organen. In het kader van (inhoudelijke) afstemming wordt er actief informatie uitgewisseld tussen de ODZOB-medewerkers en gemeentelijke vakafdeling(en).
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) De VRBZO voert taken uit voor de regio Brabant-Zuidoost op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat hier om wettelijk verplichte taken en gemeentelijke taken, die collectief aan de VRBZO zijn opgedragen. Bij de collectieve taken gaat het om taken waarvan het voor de veiligheidsregio efficiënter is om deze regionaal op te pakken in plaats van in elke gemeente afzonderlijk. In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de taken van de VRBZO onder andere: • advisering bij omgevingsvergunningen en/ of meldingen over brandveiligheidsaspecten; • advisering vergunningverlening evenementen en controle op brandveilig gebruik van deze tijdelijke inrichtingen;
3 In dit provinciale programma werkt onze gemeente samen met o.a. de provincie, de omgevingsdiensten en alle andere
Brabantse gemeenten, waterschappen, het Openbaar Ministerie, de politie en terreinbeheerders, om misstanden in het buitengebied aan te pakken. Het gaat dan o.a. om de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs)afvaldumpingen. 4 De feitelijke uitvoering van het SSIB ligt bij het team SSIB van de Omgevingsdienst Brabant-Noord o.b.v. het SSIB regioplan en uitvoeringsprogramma.
28
• •
controle brandveiligheid gebouwen vergunning/ melding brandveilig gebruik; toezicht- en handhavingscontroles brandveiligheid.
Jaarlijks stemmen wij met de VRBZO in twee overleggen het werkprogramma voor het komende jaar af en evalueren wij het voorgaande werkprogramma en de onderlinge samenwerking. Daarnaast overleggen wij gemiddeld 3 keer per jaar samen over eventuele knelpunten en de vordering van het werkprogramma. Daar waar het om lopende zaken gaat vindt, indien nodig, direct overleg plaats. Waar mogelijk controleren wij integraal met de VRBZO. Politie Op veel gebieden werken wij nauw samen met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Naast het afstemmen van het jaarlijkse (concept) uitvoeringsprogramma vragen wij bijvoorbeeld aan de politie om input bij het opstellen van bepaalde beleidsstukken of verordeningen. Maar er wordt o.a. ook wederzijdse informatie verstrekt over bepaalde zaken die ons gezamenlijk aangaan. Tevens verstrekken wij onze bestuurlijke besluiten aan de politie indien het gaat om voor de politie relevante onderwerpen. Denk aan o.a. het toepassen van het Damoclesbeleid of Bibob-beleid. Ook indien wij problemen verwachten bij toezicht controles, evenementen en dergelijke speelt de politie een ondersteunende rol door bijvoorbeeld aanwezig te zijn. De politie heeft een post op het gemeentehuis, waardoor afstemming veelal direct plaats vindt. Verder is er een zogenaamd driehoeksoverleg.
Hieraan nemen wij met de gemeenten basisteam Dommelstroom, de politie basisteam Dommelstroom en het OM deel. Bij het driehoekplusoverleg sluit daar de belastingdienst nog extra bij aan. Dommelstroom InterventieTeam Binnen de zes gemeenten van het basisteam Dommelstroom is medio 2018 het initiatief ingezet om te komen tot een doorontwikkeling en professionalisering van integrale handhaving in relatie tot de aanpak van ondermijning en (integrale) veiligheid. Hiertoe is medio 2020 binnen het basisteam Dommelstroom een bestuurlijk interventieteam onder aanvoering van een intergemeentelijke teamleider van start gegaan (DIT). Het DIT is gericht op het integraal uitoefenen van toezicht en handhaving van wettelijke en lokale regelgeving ten behoeve van complexe casuïstiek, het voorkomen en signaleren van strafbare feiten en het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Dit naar voorbeeld van het Peelland Interventie Team (PIT). Op basis van de o.a. in een convenant vastgelegde afspraken nemen vaste vertegenwoordigers deel aan de structurele overleggen en interventies. In de beleidsperiode vindt er een evaluatie plaats met gemeenten om te bekijken hoe wij met het DIT verder gaan en op welke wijze. Er vindt regelmatig een DIT-overleg plaats binnen het zogenaamde kernteam dat bestaat uit inhoudelijk afgevaardigden van de diverse deelnemende instanties (o.a.
gemeenten, ODZOB, VRBZO, Politie, Senzer).
29
7 Kwaliteitsborging Het is belangrijk dat de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken goed is geregeld. Hiervoor zijn de landelijke kwaliteitscriteria VTH (recente versie 2.3) in het leven geroepen. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken te professionaliseren en de gewenste kwaliteit (en continuïteit) in de organisatie te borgen. Daarnaast borgt onze gemeente de kwaliteit met de verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen. Deze is vastgesteld door de raad op 14 december 2023 (zie bijlage 5). De kwaliteitscriteria stellen eisen aan: • • •
het “proces” ofwel de beleidscyclus (BIG 8, zie figuur 2) van de gemeentelijke organisatie met betrekking tot het verrichten van omgevingsrecht taken; de “inhoud” van het operationele deel van het proces en de uitvoering daarvan; de “kritieke massa” ofwel de omvang en kwaliteit van het uitvoerende personeel.
In oktober 2023 hebben wij het bureau Master Meester opdracht gegeven om ons te meten aan de kwaliteitscriteria VTH (landelijke eisen die gesteld worden aan medewerkers en processen). Daaruit is naar voren gekomen dat de gemeente Nuenen voldoet aan de kwaliteitseisen die gesteld worden. De kwaliteitseisen, die wij aan medewerkers stellen, liggen vast in de functieomschrijvingen en de verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen. In deze verordening heeft de gemeenteraad bepaalt dat, voor de taken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd én voor de nader door burgemeester en wethouders te bepalen (niet door de omgevingsdienst uitgevoerde) taken, de kwaliteit voor uitvoering en handhaving minimaal gelijk is aan het landelijk niveau voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Wij streven ernaar om deze beleidsperiode (2024-2028) te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria. In het jaarverslag VTH doen wij jaarlijks mededeling over de (wijze van) naleving van de kwaliteitscriteria. Voor zover de kwaliteitscriteria niet konden worden nageleefd doen wij daarvan gemotiveerd opgave en geven wij de te ondernemen actie(s) aan hoe alsnog voldaan kan worden.
30
Bijlagenbundel bij U&HS gemeente Nuenen 2024-2028 Bijlage 1A Wettelijke- en beleidsmatige kaders................................................................................32 Bijlage 1B Toelichting BIG8 ................................................................................................................33 Bijlage 2 Uitvoeringsstrategieën ........................................................................................................34 Bijlage 2A Preventiestrategie .............................................................................................................35 Bijlage 2B Vergunningenstrategie .....................................................................................................39 Bijlage 2C Toezichtstrategie ...............................................................................................................57 Bijlage 2D Sanctiestrategie Nuenen ..................................................................................................67 Bijlage 2E Strategie bij meldingen en handhavingsverzoeken .......................................................77 Bijlage 2F Gedoogstrategie ................................................................................................................78 Bijlage 3 Beleid Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen................................................................80
Bijlage 4A Handleiding risicoanalyse VTH ........................................................................................97 Bijlage 4B Uitkomsten risicoanalyse VTH .......................................................................................104 Bijlage 5 Verordening Uitvoering en Handhaving gemeente Nuenen ..........................................108
31
Bijlage 1A Wettelijke- en beleidsmatige kaders Omgevingswet: Besluit kwaliteit leefomgeving Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Omgevingsregeling Omgevingsbesluit Algemene wet bestuursrecht (Awb) Besluit bereikbaarheid en bluswatervoorziening Brabant Erfgoedwet Gemeentewet APV & Bijzondere wetten: Huisvestingswet Alcoholwet (Aw) Wet Bibob Opiumwet Vuurwerkbesluit Wegenverkeerswet 1994 Wet op de kansspelen (Wok) Provinciaal: Omgevingsvisie Noord-Brabant Omgevingsprogramma Noord-Brabant Omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciewet Gemeentelijk: Handreiking voor participatie Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Nuenen Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet Uitvoeringsnotitie Evenementenbeleid APV Beleidsregel Bibob Erfgoedverordening Beleidsnota Erfgoed: archeologie, gebouwd erfgoed en historisch landschap Gemeente Nuenen 2023-2029 Welstand Nuenen Bouwgids Nuenen Verordening Winkeltijdenwet
32
Bijlage 1B Toelichting BIG8
De U&HS is onderdeel van de ‘BIG 8’-beleidscyclus (zie figuur hierboven). Strategisch beleidskader: U&H-strategie De U&HS vormt binnen deze cyclus het strategisch beleidskader. De strategie is gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse en bevat onder meer doelen, strategieën en afspraken over samenwerking. De periode waarop de strategie betrekking heeft, is niet voorgeschreven. In deze U&HS kiezen wij voor de lokale beleidstaken voor een periode van 4 jaar. Operationeel beleidskader: het uitvoeringsprogramma Wij werken op basis van een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma werken wij zowel de doelstellingen als de prioriteiten verder uit en benoemen wij deze als concrete activiteiten, inclusief de capaciteit die daar bij hoort. Vertrekpunt is de bestaande capaciteit. Voorbereiden en uitvoeren: de uitvoeringsorganisatie Onze organisatie is zodanig ingericht dat een adequate en effectieve uitvoering van de VTH-taken gewaarborgd is en de mogelijkheid blijft om aan te passen. Hiervoor zijn ten minste geborgd: • • • • •
Personeelsformatie, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; Scheiding ten aanzien van vergunningverlening en toezicht & handhaving; Bereikbaarheid buiten kantooruren; Werkprocessen, procedures ten aanzien van de uitvoering van vergunningverlenings- en handhavingstaken ten toezien op het werken conform vastgestelde processen; Financiële middelen.
Monitoring Wij werken volgens de systematiek van monitoring van processen, resultaten en de effecten hiervan. Hiermee bepalen wij of doelstellingen worden behaald en stellen wij waar nodig doelen en prioriteiten bij. Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening en handhaving zijn waar mogelijk
33
doelen en maatregelen (indicatoren) benoemd. Deze maatregelen sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden. Rapportage en evaluatie Een gedegen verantwoording maakt het mogelijk de efficiëntie en effectiviteit van het gevoerde beleid te beoordelen en waar nodig bij te sturen. Verantwoording vindt plaats met het jaarverslag VTH, waarbij wij rapporteren over de in het uitvoeringsprogramma VTH geplande en uitgevoerde activiteiten. Het jaarverslag stellen wij bestuurlijk vast. Geconcludeerd wordt of de bestuurlijk wenselijke situatie aanwezig is. Eventuele aanpassingen of bijstellingen nemen wij op in het VTHuitvoeringsprogramma voor het daaropvolgende jaar.
34
Bijlage 2 Uitvoeringsstrategieën
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Nuenen 2024-2028
Preventiestrategie
Voorkomen
Vergunningenstrategie
Toezichtstrategie
Sanctiestrategie
Gedoogstrategie
Reguleren
Controleren
Optreden
gemotiveerd accepteren
Bijlage 2A
Bijlage 2B
Bijlage 2C
Bijlage 2D
Bijlage 2F
Bijlage 2DB Bijlage 2A
Bijlage 2B
Bijlage 2C
Strategie Meldingen en Handhavingsverzoeken Bijlage 2E
Bijlage 2E
35
Bijlage 2A Preventiestrategie Preventiestrategie De preventiestrategie richt zich enerzijds op het vergroten van kennis en bewustwording bij burgers, bedrijven en instanties over welke regelgeving van toepassing is en voor welke activiteiten een melding of vergunning nodig is. Om aan deze regels te kunnen voldoen, moet immers bekend zijn welke regels van toepassing zijn. Anderzijds richt de preventiestrategie zich op het stimuleren van betrokkenen om aan de geldende regels te voldoen. Inzet van de preventiestrategie vindt doorlopend plaats en gaat veelal vooraf aan potentiële aanvragen of meldingen. Door inzet in het voortraject willen wij zoveel mogelijk voorkomen dat wij achteraf tot actie moeten overgegaan. Bij de preventiestrategie onderscheiden wij een aantal trajecten: - Communicatie en voorlichting - Vooroverleg - Participatie - Interne en externe afstemming & samenwerking Communicatie en voorlichting Uit ervaring blijkt dat onvolledige en/of onjuiste aanvragen dan wel overtredingen bij burgers en bedrijven regelmatig voortkomen uit het gebrek aan kennis over de geldende wet- en regelgeving. Door dit gebrek aan kennis ontbreekt het besef dat er niet volgens de regels wordt gehandeld. De gemeente stimuleert potentiële aanvragers actief na te gaan of aanvragen/meldingen nodig zijn. Hiertoe passen wij de preventiestrategie op de onderstaande manieren toe: 1.
Voorlichting en informatievoorziening vindt deels plaats in de vorm van het Omgevingsloket Online , waarvoor potentiële aanvragers een afspraak kunnen maken en zowel algemene als de voor een specifieke locatie geldende informatie kunnen opvragen. 2. Daarnaast maken wij gebruik van (publicaties in) de (lokale) media, de gemeentelijke website en/of nieuwsbrief. Op de gemeentelijke website en bij het Omgevingsloket bieden wij (doorlopend) informatie aan over vergunningverlening en/of onderwerpen die wij een hoge prioriteit toekennen,. 3. Tevens informeren wij burgers en bedrijven met name via de vergunningverleners/casemanagers die veelal het eerste aanspreekpunt zijn.
Vooroverleg/verkennen initiatief
Wij bieden potentiële aanvragers een vooroverleg aan. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. Een proces dat (ruimschoots) start voordat een aanvraag om omgevingsvergunning formeel ingediend wordt bij de gemeente. Dit alles krijgt vorm in het vooroverleg.
36
Op het moment dat een initiatiefnemer zich meldt bij de gemeente met een initiatief, wordt vanuit de gemeente als eerste gestart met een intaketafel. Het ingediende initiatief wordt aan de intaketafel besproken en beoordeeld. Het hoofddoel van de intaketafel is om te bepalen of het initiatief wenselijk is. Dat wil zeggen: past het initiatief bij het omgevingsplan, de (omgevings)visie, beleid en strategische doelen van de gemeente en mogelijk ook van de ketenpartners; is het kansrijk om verder te onderzoeken? Onderdeel kan ook zijn dat het initiatiefplan voorgelegd wordt aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Deze kan ook een advies uitbrengen welke meegewogen wordt bij de wenselijkheid van een initiatiefplan. Zo weet de initiatiefnemer vroeg of diens plan wenselijk is. Deze procedure geeft snel duidelijkheid of zijn of haar plan wenselijk is en dat bespaart ook tijd en geld, omdat het plan alleen maar in hoofdlijnen wordt beoordeeld. De intaketafel functioneert dus als poortwachter. Participatie is bij de intaketafel nog niet aan de orde, omdat het plan zich bevindt in een verkennende fase en de wenselijkheid vanuit de gemeente nog niet bekend is. De leden van het intaketeam beoordelen het initiatief in de breedte, dus gericht op alle thema’s en ook interbestuurlijk. Het intaketeam is goed op de hoogte van het gemeentelijk beleid en de bestuurlijke agenda.
Zij kunnen integraal beoordelen of een initiatief wenselijk is of niet. De kaders zijn beschikbaar, zoals de omgevingsvisie en andere relevante beleidsstukken. Soms is het wenselijk dat ook enkele ketenpartners al in een vroegtijdig stadium bij deze intaketafel worden betrokken. In het geval van een zeer complex plan sluit Nuenen aan bij de regionale omgevingstafel. Doel vooroverleg: het doel van het vooroverleg (al dan niet in de vorm van een intaketafel en/of regionale omgevingstafel) is om na te gaan of een voorgenomen activiteit mogelijk is. Bij strijdigheid met de (wettelijke) toetsingskaders kan vroegtijdig onderzocht worden of het plan zodanig is aan te passen dat het past binnen de kaders óf dat er een mogelijkheid is om het initiatief passend te maken zonder veel kosten te maken en het plan al tot in detail uit te hoeven werken.
37
Participatie onder de Omgevingswet
De gemeente Nuenen wil dat inwoners zich betrokken voelen bij wat er in hun gemeente gebeurt. De nieuwe Omgevingswet stimuleert participatie. Participatie betekent dat initiatiefnemers - dit kunnen bewoners, ondernemers, organisaties en ook de gemeente zelf zijn - met hun omgeving in gesprek gaan over hun plan. Zij zijn daar verantwoordelijk voor. Dat betekent dat een initiatiefnemer de omgeving zelf informeert en/of vraagt mee te denken over het plan. Niet iedereen hoeft het uiteindelijk eens te zijn met het plan, maar als mensen zich gehoord voelen, vermindert dat wel de kans dat ze in een later stadium bezwaar maken. Er komen vaak ook nog eens betere plannen uit. Het betrekken van de omgeving bij het maken van een plan kost aan de voorkant misschien extra tijd, maar levert over het gehele traject meestal tijd op. Van groot belang bij participatietrajecten is dat een initiatiefnemer in een zo vroeg mogelijk stadium afstemming zoekt met belanghebbenden. Dit maakt besluitvorming vanuit de gemeente eenvoudiger en voorkomt bezwaarprocedures achteraf. Het traject is naast het creëren van begrip en draagvlak van belang voor het inzichtelijk krijgen van alle belangen en standpunten. Deze belangen en standpunten zijn voor de gemeente noodzakelijk om tot een gewogen besluit te komen over een initiatief.
Bovenstaande betekent dat de initiatiefnemer zowel in contract treedt met de belanghebbenden en tijdig afstemming zoekt met de gemeente over het initiatief. Uitvoering geven aan de participatie is een taak van de initiatiefnemer. De gemeente is er om de initiatiefnemer hierin te faciliteren. En de uitvoering te beoordelen. De gemeente Nuenen heeft een handreiking voor participatie gemaakt. Deze is te vinden op de website van de gemeente. In de handreiking zijn de verschillende stappen weergegeven die een initiatiefnemer moet nemen om tot een gedegen participatietraject te komen.
Verplichte participatie In een aantal gevallen is het verplicht om participatie toe te passen voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend. De gemeenteraad heeft op 16 november 2023 de lijst met gevallen waarvoor participatie verplicht is vastgesteld: • • • • • • • • • • • •
het bouwen van meer dan 5 woningen; het realiseren van windmolens en weiden met zonnepanelen; indien de activiteit strijdig is met de omgevingsvisie Nuenen; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nuenen; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nuenen-Zuid; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Gerwen; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nederwetten; indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Rijk van Dommel en Aa; indien de activiteit strijdig is met de Landschapsvisie Buitengebied Nuenen; indien de activiteit strijdig is met amendement 22 Initiatiefvoorstel Kaders voor hoger bouwen Nuenen c.a. van 17 februari 2022; indien de activiteit strijdig is met de notitie Bouwen in het buitengebied van Nuenen, Richtlijn voor Ruimte voor Ruimte-initiatieven in bebouwingsconcentraties; indien de activiteit strijdig is met het Programma Wonen.
In bovengenoemde gevallen moet de initiatiefnemer belanghebbenden betrekken bij de ontwikkeling van een initiatief. De initiatiefnemer zal duidelijk moeten maken hoe de belanghebbenden zijn
38
betrokken bij het initiatief, wat met de inbreng van belanghebbenden is gedaan en wat de uiteindelijke gevolgen zijn voor de uitwerking voor het initiatief. Interne en externe afstemming & samenwerking
De toegevoegde waarde van communicatie en voorlichting valt of staat met een eenduidige en uniforme toetsing en optreden naar burgers en bedrijven. Adequate interne en externe afstemming en samenwerking is daarbij noodzakelijk. Het gaat dan om interne afstemming en samenwerking tussen zowel vergunningverleners en andere interne betrokkenen onderling, als ook tussen vergunningverlener(s), toezichthouder(s), handhaver(s) en adviseur(s). Daarnaast omvat dit de relatie met andere organisatieonderdelen, zoals de teams die verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke plannen en de uitvoering van projecten. Externe afstemming en samenwerking is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving en is bovendien cruciaal om een vergunning te kunnen afgeven binnen 8 weken. De samenwerkende partners (waterschap, politie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie, ministerie enzovoorts) benutten op deze manier de specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer. Ook het overleg met adviseurs van aanvragers, zoals architecten, milieuadviseurs enzovoorts, is veelal nodig en van betekenis voor het gewenste eindresultaat. De wijze waarop wij samenwerken en het moment van afstemming liggen vast in specifieke werkprocessen, -instructies en afspraken.
39
Bijlage 2B Vergunningenstrategie
Vergunningenstrategie
Hieronder beschrijven wij de vergunningenstrategie en lichten de volgende onderdelen toe: 1. de begrippen vergunning en vergunningverlening (1); 2. samenwerking (2) 3. het doel van de vergunningenstrategie (3); 4. de vormen van vergunningverlening (4); 5. de basiswerkwijze (5); 6. én toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening en meldingen (6).
1. Begrippen vergunning en vergunningverlening
Een vergunning is een officiële (noodzakelijke) toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren. De wet kan bepalen dat een activiteit verboden is zonder (omgevings)vergunning. Wij hebben als overheid de bevoegdheid om de toestemming te verlenen om een bepaalde activiteit uit te voeren. Ook kunnen wij voorschriften waaraan voldaan moet worden aan de vergunning verbinden. Een vergunning op het gebied van de fysieke leefomgeving kan betrekking hebben op verschillende werkvelden (bouwen, water, wonen, milieu, natuur e.d.) en op verschillende wijzen tot stand komen (reguliere procedure, uitgebreide procedure, melding e.d.). De vergunningsplichtige activiteiten zijn aangewezen door het Rijk in de Omgevingswet, het besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook in het gemeentelijke omgevingsplan zijn vergunningsplichtige activiteiten aangewezen.
Wij verstaan onder vergunningverlening: • verlenen, weigeren of wijzigen van een vergunning waarbij we aan een bedrijf, inwoner of bestuurlijke organisatie toestemming verlenen om een bepaalde activiteit (die zonder vergunning verboden is en niet mag worden uitgevoerd), tóch uit te voeren; • verlenen van een ontheffing van met name gemeentelijke regels; • afhandelen van een melding; • opleggen van een maatwerkbesluit of maatwerkregel (voorheen maatwerkbesluit of nadere voorwaarde); • afgeven van bindend advies (voorheen een verklaring van geen bedenkingen); • het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning.
2. Samenwerking bij de vergunningverlening
Vergunningaanvragen worden beoordeeld vanuit de benodigde disciplines en afhankelijk van de aangevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs. Het overhevelen van het basistakenpakket naar de ODZOB betekent voor de gemeente dat een deel van de VTH (milieu-)taken extern wordt uitgevoerd. De specialistische bouwplantoetsing (bouwfysica, bouwakoestiek, constructieve veiligheid) wordt getoetst door een extern bureau (SWECO).
40
Voor de toetsing van de (brand)veiligheidsaspecten bij de vergunningverlening vraagt de gemeente advies bij de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO). Bouwplannen worden voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit (welstand). Ook aanvragen voor monumenten worden door deze commissie getoetst (wettelijke adviesplicht). Waar de aanvraag in strijd is met de archeologische paragraaf uit het omgevingsplan adviseert de regio-archeoloog.
3. Doel van de vergunningenstrategie Met de vergunningenstrategie streven we ernaar om te komen tot een integrale vergunningverlening die op een efficiënte en gestructureerde wijze vorm wordt gegeven. De vergunningenstrategie stelt ons in staat om: binnen de gestelde wettelijke termijnen een besluit te nemen op een aangevraagde vergunningplichtige activiteit; heldere, transparante en handhaafbare vergunningen op te stellen én deze binnen de gestelde wettelijke termijn te verlenen; en tevens om binnen de gestelde termijnen te komen tot een besluit op een aanvraag of acceptatie van een melding.
➢ ➢ ➢
Volgens de Omgevingswet dient de U&HS inzicht te bieden in: • • •
de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen; en de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen; en het beoordelen van meldingen.
Met het vastleggen van deze vergunningenstrategie voldoen wij hieraan. We leggen een werkwijze(n) vast die wij toepassen voor het beoordelen en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen én het afhandelen van meldingen om de gestelde doelen van de U&HS te realiseren.
4. Vormen van vergunningverlening De vergunningplichten komen voort uit hoofdstuk 5 van de Omgevingswet. De verschillende vormen van vergunningverlening die wij hanteren zijn: VORM MELDINGEN
OMSCHRIJVING De melding betreft een mededeling aan het bevoegd gezag en kan niet geweigerd worden. Tegen (de acceptatie van) een melding staan dan ook geen rechtsmiddelen zoals bezwaar open. Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit inderdaad meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend, met als resultaat het al dan niet als melding accepteren. Een inhoudelijke beoordeling is, tenzij anders in de wet- en regelgeving bepaald, dan ook niet aan de orde. Het accent van de gemeentelijke taken bij meldingen ligt daarom vooral bij het uitvoeren van toezicht.
41
VERGUNNING(AANVRAAG) REGULIERE PROCEDURE
VERGUNNING(AANVRAAG) UITGEBREIDE PROCEDURE
Het volgen van de reguliere procedure is bij een aanvraag om omgevingsvergunning het uitgangspunt: binnen maximaal 8 weken moet op de aanvraag worden besloten. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. Als de beslistermijn verstreken is zonder dat er een besluit is genomen, kan de gemeente op grond van de Algemene wet bestuursrecht een dwangsom aan de aanvrager verschuldigd zijn. Uitzondering op de regel is de uitgebreide procedure, waarbij wij binnen 26 weken op de aanvraag moeten besluiten. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd.
Verder kunnen wij de uitgebreide procedure op verzoek óf met instemming van de aanvrager van toepassing verklaren. Ook bij activiteiten die aanzienlijke (maatschappelijke) gevolgen voor de omgeving kunnen hebben en waarvan de verwachting is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben, kunnen wij na het horen van de aanvrager, eenzijdig maar gemotiveerd besluiten dat de uitgebreide procedure van toepassing is. Indien dit zich voordoet, krijgt een initiatiefnemer de gelegenheid om hierover een zienswijze in te dienen. MAATWERKBESLUIT
Het stellen of wijzigen van maatwerkvoorschriften (na een melding) is een besluit in de zin van de Awb.
5. Basiswerkwijze Ow vergunningen Wij hanteren onderstaande basiswerkwijze voor de behandeling van aanvragen om een omgevingsvergunning en/of melding.
Binnenkomst Vanuit het DSO worden de vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Ow ontvangen. Het VTH-systeem is gekoppeld aan het DSO. Via de samenwerkingsmodule kunnen wij bij aanvragen (waarvoor bijvoorbeeld advies of advies met instemming nodig is) samenwerken met ketenpartners. Voor de Ow zijn de volgende soorten verzoeken vastgesteld: • • • • • • • •
aanvraag vooroverleg (principeverzoek); (Concept)Aanvraag vergunning; melding; informatie; informatie ongewoon voorval; aanvraag maatwerkvoorschrift; aanvraag gelijkwaardige maatregel; en aanvraag toestemming gelijkwaardige maatregel.
Registratie Alle werkzaamheden worden geregistreerd in Powerbrowser waarbij een directe link is met het zaaksysteem in Djuma waar zaken worden opgeslagen en gearchiveerd.
42
Centrale rol casemanager Voor de benodigde integrale en samenhangende besluitvorming kennen wij in de vergunningenstrategie een centrale rol aan de casemanager toe. Casemanagement draagt bij aan een integrale behandeling en het verkorten en transparant maken van procedures. Dit verhoogt het kwaliteit- en dienstverleningsniveau. Goed casemanagement zorgt uiteindelijk voor besluitvorming op maat, passend in de omgeving. Wij beogen reeds in het informele voortraject zo veel mogelijk af te stemmen met een aanvrager om tot een vergunbare aanvraag of (volledige) melding te komen. Hierdoor kan in het formele traject een vlottere afhandeling en besluitvorming worden gewaarborgd. Casemanagement passen wij dus toe bij zowel het informele - als het formele traject. Wij ontvangen de initiatieven, (concept)aanvragen om vergunningen, meldingen, (informele) verzoeken allemaal volgens eenzelfde wijze. Elk ontvangen verzoek wordt na een korte intake toegewezen aan een casemanager. De casemanager is verantwoordelijk voor de integrale beoordeling van aanvragen en/of meldingen, bewaakt de termijnen en coördineert samenhangende besluiten. Afhankelijk van de casus wordt er door de casemanager afstemming gezocht met interne beleidsmedewerkers, andere betrokken bevoegde gezagen en/of adviesorganen.
Verder is de casemanager het aanspreekpunt voor de aanvrager/melder en is deze verantwoordelijk voor het informeren van de aanvrager/melder. Voor het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij meer bevoegde gezagen (provincie en/of waterschap) een gedeelde verantwoordelijkheid hebben, hangt onze inzet af van de positie en rol van de gemeente in de specifieke casus.
Vooroverleg/verkennen initiatief Zoals vermeld in onze preventiestrategie (bijlage 2A), biedt de gemeente Nuenen de mogelijkheid aan initiatiefnemers om vooroverleg te hebben over de kansrijkheid van nieuwe initiatieven nog voordat er een definitieve aanvraag wordt ingediend. Het overleg kan ook worden ingezet om ingediende aanvragen te toetsen aan de wenselijkheid van de ontwikkeling. Om een snelle scan te doen naar de haalbaarheid van plannen, hebben wij een ‘intaketafel’ ingericht die bestaat uit een intaketeam (o.a. deskundigen RO, vergunningverleners en juristen). De rol van het intaketeam is essentieel. Hier komen plannen (in de vorm van balievragen of eerste concept) binnen en worden ze getoetst met behulp van de Nuenense Bouwgids en andere beleidskaders (zoals Programma Wonen, omgevingsvisie, omgevingsplan). De Bouwgids is een praktisch, handzaam en inspirerend kader voor initiatieven en plannen, evenals een toetsingskader waarmee gemeente en initiatiefnemers (ontwikkelende partijen) aan de voorzijde beter en eenvoudiger kunnen beoordelen hoe kansrijk een nieuw woningbouw-initiatief kan zijn in ruimtelijk opzicht. Een belangrijk onderdeel is daarbij ook hoe we intern (procesmatig) met een nieuw initiatief omgaan wanneer deze bij de gemeente binnenkomt. Het proces hiertoe staat in deel III van de Bouwgids beschreven. STAPPEN 1.
Initiatief komt binnen (balievraag / of bij casemanager), Bouwgids wordt verstrekt; 2. Initiatief wordt voorgelegd aan intaketeam en deze geeft eerste reactie op plan/idee, beoordeeld of plan volledig is en reageert ook inhoudelijk, adviseert over participatieniveau en toetst aan Bouwgids; 3. Initiatiefnemer ontvangt reactie vanuit intaketeam. Indien wenselijk kan het initiatief (informeel) worden voorgelegd aan de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit; 4. Initaitiefnemer verwerkt opmerkingen, komt met aangevuld of uitgewerkter plan; 5. Intaketeam bevestigd of plan kan worden ingediend als principeverzoek; 6. Principebesluit door college, samen met intentieovereenkomst en RIB; 7. Projectopdracht opgesteld door projectleider; 8. Reguliere RO-proces 9. Wanneer RO-proces is doorlopen collegebesluit op omgevingsplan/BOPA samen met anterieure
43
overeenkomst; 10. Daarna volgt raadsbesluit. 11. Aanvraag omgevingsvergunning.
Adviescommissie Omgevingskwaliteit Nuenen ca. Deze commissie geeft aan B&W integraal advies over de plannen van de initiatiefnemer, op het gebied van welstand, erfgoed, ruimtelijke ordening/stedenbouw en landschap/groen. De taken van deze adviescommissie zijn in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Nuenen ca. 2023 omschreven. De adviescommissie adviseert onder meer in de gevallen waarvoor de Omgevingswet een adviescommissie verplicht stelt, zoals voor de beoordeling van wijzigingsplannen voor rijksmonumenten; • Als een toets nodig is vanwege het welstandsbeleid; • Als een toets nodig is vanwege de erfgoedverordening; over planologische maatregelen, waarbij gemeentelijke monumenten en/of rijksmonumenten, beschermde stads- of dorpsgezichten of beeldbepalende zaken, als bedoeld in de gemeentelijke erfgoedverordening zijn betrokken; Als uitgangspunt in een vroeg stadium van de planvorming: over alle ruimtelijke plannen in afwijking van het bestemmingsplan waarvoor -naar het oordeel van burgemeester en wethouders- nog een afweging qua ruimtelijke ordening (RO)/stedenbouw nodig is en ook over de impactvolle bouwplannen zoals bedoeld in de welstandsnota.
44
6.Toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening en meldingen Van de volgende vergunning- en meldingsplichtige activiteiten lichten wij de toetsingskaders (criteria die door ons gebruikt worden voor de beoordeling) en de werkwijze (diepgang van toetsing/toetsniveaus) toe: 1. Omgevingsplanactiviteit (omgevingsvergunning planologisch) 2. Bouwactiviteit (omgevingsvergunning activiteit bouw) 3. Cultureel Erfgoed/Rijksmonumentenactiviteit (omgevingsvergunning activiteit monument) 4. Maatwerkvoorschriften 5. Apv en bijzondere wetten
1.Omgevingsplanactiviteit De omgevingsplanactiviteit is volgens de Omgevingswet een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat: • het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; • een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; • of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.
Toetsings Kader
Met een omgevingsplan kan worden bepaald dat voor een bepaalde activiteit een vergunning nodig is. Het principe is: omgevingsplanactiviteiten die passen in het omgevingsplan zijn vergunningvrij, tenzij er in het omgevingsplan een ‘verbod behoudens omgevingsvergunning’ is opgenomen. Dit verbod kan per object en/of gebied gelden (een binnenplanse vergunningplicht). Voor alles wat niet past in het omgevingsplan moet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd (buitenplanse vergunningsplicht). Er is een periode dat het omgevingsplan nog niet aan alle regels uit de Omgevingswet (Ow) hoeft te voldoen (artikelen 22.4 en 22.5 Ow). Deze periode duurt waarschijnlijk tot eind 2029. In die periode kunnen binnenplanse vergunningplichten staan in: • het tijdelijk deel van het omgevingsplan (artikel 22.1 Ow) • gemeentelijke verordeningen die uiteindelijk in het omgevingsplan moeten (artikel 22.8 Ow) • het nieuwe deel van het omgevingsplan (o.a. voorbeschermingsregels) (artikelen 4.14 en 4.16 Ow).
Werkwijze
Formeel zijn de binnen- en buitenplanse procedures (van de omgevingsplanactiviteit) niet gescheiden, omdat het bevoegd gezag elke activiteit moet beoordelen op de mogelijkheid tot het verlenen van medewerking. Strijdigheid met de regels van het omgevingsplan is niet voldoende als weigeringsgrond, er moet altijd beoordeeld worden of de activiteit toch vergund kan worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als dat niet op basis van de binnenplanse beoordelingsregels kan, vindt de buitenplanse beoordeling plaats. Bij een buitenplanse beoordeling geldt het bredere toetsingskader in de omgevingsvisie en de beleidsregels. Daarnaast moet er voldaan worden aan de beoordelingsregels van Rijk en Provincie en beoordelen wij of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Onder
45
andere door gebruik van zulke beleidsregels wordt willekeur in (buitenplanse) belangenafweging zoveel mogelijk vermeden. De beoordeling van de activiteiten onder de Omgevingswet is in onderstaande figuur schematisch weergegeven.
Indien het gaat om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit toetsen wij de aanvraag aan alle regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en de verordening Fysieke leefomgeving. Indien de aanvraag past binnen de regels geven we de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit af. Indien de aanvraag niet past binnen het omgevingsplan dan is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dan toetsen wij deze aan de toepasselijke instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de toepasselijke instructieregels in de provinciale verordening én beoordelen wij of de BOPA in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ volgt het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ op. Binnen onze gemeente gebeurt deze evenwichtige toedeling van functies aan locaties via de intaketafel. Bij besluit van 16 november 2023 heeft de gemeenteraad van Nuenen c.a.
de volgende lijst vastgesteld van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) waarvoor de raad bindend adviesrecht aanwijst: • het bouwen van meer dan 5 woningen; • het realiseren van windmolens en weiden met zonnepanelen; • indien de activiteit strijdig is met de omgevingsvisie Nuenen; • indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nuenen; • indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nuenen-Zuid; • indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Gerwen; • indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Nederwetten; • indien de activiteit strijdig is met de structuurvisie Rijk van Dommel en Aa; • indien de activiteit strijdig is met de Landschapsvisie Buitengebied Nuenen; • indien de activiteit strijdig is met amendement 22 Initiatiefvoorstel Kaders voor hoger bouwen Nuenen c.a. van 17 februari 2022;
46
• indien de activiteit strijdig is met de notitie Bouwen in het buitengebied van Nuenen, Richtlijn voor Ruimte voor Ruimte-initiatieven in bebouwingsconcentraties; • indien de activiteit strijdig is met het Programma Wonen.
2. Bouwactiviteit Toetsings Kader
De omgevingswet definieert de bouwactiviteit als ‘het bouwen van een bouwwerk’ Met de Omgevingswet is bouwen in een technisch en ruimtelijk deel gescheiden. Dat levert twee activiteiten op: 1. de technische bouwactiviteit en; 2. de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Deze scheiding noemen we 'de knip'. Gevolgklasse 1: Een initiatiefnemer die een bouwactiviteit wil verrichten dient bij eenvoudige bouwwerken (de zogenaamde gevolgklasse 1) voor het bouwtechnische deel een melding te doen bij de gemeente (de technische bouwactiviteit) Gevolgklasse 2 en 3: voor complexe bouwwerken (en voor verbouwingen gevolgklasse 1 tot 31 december 2024) dient men een omgevingsvergunning aan te vragen. Technische bouwactiviteit Het gaat hier over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bijvoorbeeld de constructieve veiligheid van een bouwwerk. Door de knip zijn er meer technische bouwactiviteiten vergunningvrij, omdat ruimtelijke randvoorwaarden niet langer een rol spelen. Als een vergunning nodig is voor een (technische) bouwactiviteit volgt toetsing aan de technische regels voor bouwactiviteiten in het Bbl (bijvoorbeeld voorschriften met betrekking tot de brandveiligheid, de daglichttoetreding en de energiezuinigheid van bouwwerken).
De toets is te vergelijken met de toets die voorheen (voor 1 januari 2024) werd gedaan aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Voor de gevolgklasse 2 en 3 blijft de vergunningsplicht voor de technische bouwactiviteit bestaan en wordt de aanvraag getoetst aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Alle bouwwerken moeten aan de technische eisen in dit Besluit voldoen. De gemeente Nuenen heeft deze toetst uitbesteed aan een deskundig bureau SNW. Voor meldingsplichtige (technische) bouwactiviteiten wordt de bouwtechnische toets aan het Bouwbesluit niet meer door gemeenten maar door een onafhankelijke kwaliteitsborger uitgevoerd.
Omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk De (ruimtelijke) toets van “bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk” aan het omgevingsplan noemen we een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Maar ook regels over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand) en de functietoedeling in het omgevingsplan. Wij kunnen in ons omgevingsplan bepalen of een vergunning nodig is voor een (ruimtelijke) omgevingsplanactiviteit. Zo kunnen wij bijvoorbeeld in ons omgevingsplan bepalen dat een bouwactiviteit vergunningsvrij is of van een meldings- of informatieplicht is voorzien. Onder het
47
ruimtelijk deel vallen alle regels die eerder in het bestemmingsplan, de bouwverordening en/of de welstandsnota opgenomen waren en die allen overgaan naar het omgevingsplan.
Werkwijze
De bouwmeldingen We registeren de melding, bevestigen de ontvangst, checken de gevolgklasse, het gekozen instrument en de kwaliteitsborger. Vervolgens wordt een beoordeling gemaakt van het borgingsplan (inclusief risicobeoordeling) met eventueel afgesproken informatie- en stopmomenten. De casemanager vergunningen zoekt contact met de initiatiefnemer bij een onvolledige of nietcorrecte melding om aan te geven wat er ontbreekt aan de melding. Wij hanteren de volgende algemene werkwijze voor de behandeling van een melding: 1. Intake: • Inboeken en zo nodig digitaliseren van de melding, registeren melding in backoffice applicatie(s), toekennen aan toezichthouder door de administratief medewerker; • Publiceren melding (administratie); 2. Toets volledigheid: • Toets melding aan de indieningsvereisten (volledigheid melding) en mogelijkheid tot aanvulling van een incomplete melding (toezichthouder); 3. Toets inhoud: • Is voldoende aannemelijk dat de melding overeenkomt met het werkelijk (voorgenomen) gebruik of de (voorgenomen) uitvoering van werken? Het betreft een uiterst globale schouwing op basis van ervaring. • De ingediende gegevens worden verder niet inhoudelijk getoetst, tenzij wettelijk voorgeschreven. Indien wettelijk voorgeschreven: (specialistische) toetsing en advisering door vergunningverlener en/of andere interne en of externe adviseur(s) m.b.t.
alle relevante beoordelingskaders. • Globale beoordeling of mogelijk nadere voorwaarden nodig zijn. Omgevingsvergunning activiteit bouw Als een vergunning nodig is voor een technische bouwactiviteit maken wij gebruik van het toetsingsprotocol. In dit toetsingsprotocol is voor het behandelen en beoordelen van aanvragen voor de activiteit bouw een bepaalde mate van diepgang in de bouwtechnische toets aan het Bbl aangebracht. Het is onmogelijk om vooraf aan te tonen dat een bouwwerk 100% zal gaan voldoen aan het Bbl. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, daarom risicogestuurd conform het bijgevoegde toetsprotocol Bbl.
48
3. Erfgoed/Omgevingsplanactiviteit Rijksmonument De rijksmonumentenactiviteit is een activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Voorbeschermde rijksmonumenten zijn monumenten of archeologische monumenten die nog niet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven, maar waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument al naar de eigenaar heeft gestuurd. De rijksmonumentenactiviteit is vergunningplichtig op grond van artikel 5.1, lid 1 onder b van de Omgevingswet.
Toetsings kader
Rijksmonumenten zijn (archeologische) monumenten die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling, het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en in het Invoeringsbesluit Omgevingswet waaronder de bruidsschat. Artikel 13.7 Bal bevat een specifieke zorgplicht om beschadiging en vernieling aan een rijksmonument te voorkomen. Een bouwactiviteit die van invloed is op, of een rijksmonument betreft, is dan ook een rijksmonumentactiviteit. De adviescommissie Omgevingskwaliteit adviseert onder andere de gemeente Nuenen wanneer er wijzigingen (gaan) plaatsvinden in of aan monumenten. Daarnaast moet ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om advies worden gevraagd bij een ingrijpende activiteit. Bij desbetreffende activiteiten dient de “Erfgoedverordening 2023 gemeente Nuenen c.a.” en de “beleidsnota Erfgoed, Archeologie, gebouwd erfgoed en historisch landschap Nuenen 2023-2029” in acht te worden genomen.
Werkwijze
Voor handelingen die een wijziging inhouden van een rijksmonument is de uitgebreide procedure van toepassing. In de overige gevallen geldt de reguliere procedure. Inhoudelijke toetsing vindt plaats door advisering van respectievelijk de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen. Bij benodigde instemming van de minister OC&W wordt deze aangevraagd (artikel 10.24, eerste lid onder a jo. 4.32, eerste lid, onder a of b Omgevingsbesluit). In de hoofdregel geldt dat wij het advies overnemen, tenzij wij concrete aanknopingspunten hebben voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering. De beslissing op de aanvraag voor deze activiteiten baseren wij in beginsel dan ook op deze advisering. Bij de uitvoering van projecten moet soms een archeologisch onderzoeksrapport worden ingediend. Archeologische onderzoeksrapporten worden altijd getoetst. De toetsing wordt uitgevoerd door een deskundige op gebied van archeologie, welke taak wij als verzoektaak bij de omgevingsdienst belegd hebben.
49
4. Activiteit brandveilig gebruik van een bouwwerk De Omgevingswet en de 4 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) bevatten geen definitie voor het brandveilig gebruik van een bouwwerk. De Omgevingswet geeft wel een definitie voor het begrip bouwwerk. Bij het gebruiken van een bouwwerk moet aan de regels voor brandveilig gebruik worden voldaan. Het gebruiken van het bouwwerk valt hiermee onder de activiteit het brandveilig gebruik van een bouwwerk.
Toetsings kader
Voor het brandveilig gebruik zijn regels opgenomen in hoofdstuk 6 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Soms moet het gebruik van het bouwwerk gemeld worden bij de gemeente. Met de Omgevingswet is de gebruiksvergunning vervallen, maar geldt voor (bijvoorbeeld een hotel) nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Bbl is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Dit staat opgesomd in artikel 6.8 Bbl. Als alle informatie compleet is, ontvangt de indiener van de melding een acceptatie. Daarna kan het gebouw in gebruik worden genomen.
Werkwijze
In afwijking van de algemene werkwijze toetst de veiligheidsregio VRBZO (i.p.v. de casemanager) of de melding volledig is. Vervolgens toetst de VRBZO op basis van de geldende wet- en regelgeving het adviesverzoek inhoudelijk, in die zin dat er beoordeeld wordt of er sprake is van onveilige situaties. Dit gebeurt aan de hand van een vastgestelde checklist. Het landelijk toetsprotocol van de brandweer bepaalt het niveau van diepgang in de advisering.5 De VRBZO adviseert in de regel binnen 10 werkdagen na het adviesverzoek melding brandveilig gebruik. Wij nemen het advies van de VRBZO over, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering. Indien het op basis van de melding niet aannemelijk is dat het voorgenomen gebruik voldoende brandveilig is, stellen wij maatwerkvoorschriften.
5.Maatwerkvoorschriften Toetsingskader
De mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften wordt geboden middels het Bal en het Bbl. Er kan worden gesproken van twee typen maatwerkvoorschriften: 1. gekoppeld aan vergunning, dan is een maatwerkvoorschrift een vergunningvoorschrift; 2. een separaat maatwerkbesluit (los van een vergunning). Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. De gemeente kan met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld: • algemene regels nader invullen of aanvullen; • eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels; en • afwijken van een verbod in algemene regels.
5
Verwezen wordt naar “Taken Risicobeheersing, een werkwijzer voor gemeenten” van de VRBZO
50
Werkwijze
Het college kan een maatwerkvoorschrift gebruiken voor bijvoorbeeld onvoorziene situaties, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden of het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het maatwerkvoorschrift kan ambtshalve worden opgesteld of op verzoek. In paragraaf 4.3.2 van de Omgevingswet zijn algemene uitgangspunten die zaken als veiligheid en het beschermen van de gezondheid in het kader van maatwerkvoorschriften waarborgen. Daarnaast zijn er ook specifieke uitgangspunten, zoals toegankelijkheid van bouwwerken voor mensen met een functiebeperking en het toepassen van de best beschikbare technieken. Maatwerkvoorschriften zijn niet onbeperkt mogelijk. Beoordelingsregels voor vergunningen en de eisen aan vergunningvoorschriften gelden vaak ook voor maatwerkvoorschriften. De mogelijkheden zijn aangeduid in het Bal en Bbl.
5. APV en Bijzondere wetten Het proces en de toetsingsniveaus voor onder andere de APV wordt hier beschreven. De meest voorkomende vergunningen zijn die voor evenementen en voor vergunningen op basis van de Alcoholwet. Hieronder worden de wetten en (gemeentelijke) regelingen uiteengezet die van toepassing zijn op de beoordeling van de vergunningen in het kader van de APV en bijzondere wetten.