CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-75 RIB Bijlage - Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Gemeente Nuenen c.a.

Gemeenteraad 6 februari 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven33.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1.APV

De APV bevat bepalingen die dienen ter bescherming van zaken als de openbare orde, de veiligheid en het milieu. De APV biedt de mogelijkheid tot het verlenen van vergunningen en ontheffingen van verboden. De keuze tussen vergunning en ontheffing in de APV is bepaald door de aard van de activiteiten. Zijn die onder bepaalde voorwaarden aanvaardbaar (of zelfs gewenst), dan ligt een vergunningenstelsel voor de hand. Gaat het in de regel om ongewenst gedrag, dat onder bepaalde omstandigheden bij de wijze van uitzondering aanvaardbaar is, dan ligt het systeem van ontheffingen voor de hand. Het gaat daarbij vaak om het inperken van de gevolgen van de activiteit.

Evenementen

In de APV is in artikel 2:25 een vergunningplicht opgenomen voor evenementen. Daarin staat dat het verboden is om zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Voor een klein evenement is geen vergunning nodig , mits voorafgaand aan dit evenement melding wordt gedaan aan de burgemeester en het evenement voldoet aan alle hieronder gestelde eisen, in andere gevallen dient een vergunning te worden aangevraagd. a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. het evenement tussen 07:00 uur en 23:00 uur plaats vindt als de volgende dag een werkdag is en tussen 07:00 uur en 01:00 uur als de volgende dag geen werkdag is; c. het geluidsniveau van versterkte muziek en/of versterkt stemgeluid tijdens het evenement niet hoger is dan 50 dB(A); d. het evenement niet plaatsvindt op een doorgaande weg of op of aan een andere

51

weg als daardoor het verkeer en/of de hulpdiensten ernstig worden belemmerd; e. er geen gesloten tent wordt geplaatst en tenten en andere objecten niet op de rijbaan worden geplaatst, tenzij deze gemakkelijk en onmiddellijk te verplaatsen zijn; f. er een organisator is; en g. de organisator ten minste 20 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding een klein evenement verbieden als er aanleiding bestaat om te vermoeden dat de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu door het evenement in gevaar komt. Zoals eerder gesteld is voor een evenement dat niet aan alle hierboven gestelde vereisten voldoet, een vergunning nodig. De evenementenvergunningen worden getoetst aan de kaders zoals opgenomen in de Nota Evenementenbeleid gemeente Nuenen 2015. In het aanvraagformulier voor een evenement wordt ook de mogelijkheid geboden voor het aanvragen van een muziekontheffing op grond van artikel 4:6 van de APV en/of een muziekontheffing op grond van artikel 3 van de Zondagswet. In de komende beleidsperiode (2024-2028) wordt het evenementenbeleid geëvalueerd en geactualiseerd. Exploitatie

Standplaatsen

In de APV is een vergunningplicht opgenomen voor het exploiteren van een openbare inrichting. In artikel 2:28 en verder van de APV staan de toetsingskaders en de aanvullende weigeringsgronden genoemd. Verder is het aanwijzingsbesluit APV Nuenen c.a. 2018 opgenomen dat de vergunningplicht voor een terras in stand blijft en per individueel geval moet worden getoetst. In de exploitatievergunning wordt aangegeven wat de openingstijden zijn van de openbare inrichting en wie de leidinggevende zijn. De APV bevat verder nog wat bepalingen omtrent activiteiten die binnen een openbare inrichting niet mogen plaatsvinden. Worden deze bij een controle wel aangetoond dan kan de exploitatievergunning worden ingetrokken. In artikel 5:18 van de APV is bepaald dat het is verboden een standplaats in te nemen, als: • • • • •

een weigeringsgrond uit artikel 1.8 van deze APV van toepassing is. de standplaats niet verkeersveilig is geplaatst. de standplaats onevenredige overlast of hinder voor de omgeving veroorzaakt. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. dit in strijd is met een ter plaatse geldend bestemmingsplan.

Uiterlijk 4 weken voor het innemen van een standplaats moet hiervan melding zijn gedaan bij het college. Als deze melding niet of te laat wordt gedaan, is het niet toegestaan een standplaats in te nemen. Het college wijst plaatsen aan waar standplaats kan worden ingenomen en bepaalt daarbij ook hoeveel standplaatsen er per locatie per dag(deel) kunnen worden ingenomen. Zie hiervoor de vastgestelde “Beleidsnotitie standplaatsen gemeente Nuenen 2010”.

52

2.Alcoholwet

In de Alcoholwet zijn (vergunning)regels opgenomen voor bedrijven en paracommerciële rechtspersonen waar alcoholhoudende dranken worden verstrekt. Ook bevat de wet regels over het uitvoeren van werkzaamheden bij dergelijke bedrijven en rechtspersonen. Horeca- en slijtersbedrijven, maar ook paracommerciële rechtspersonen (zoals sportkantines en buurt- en dorpshuizen) hebben, op basis van de Alcoholwet, een vergunning van de burgemeester nodig voor het verstrekken van alcoholhoudende drank. In de Alcoholwet is bepaald welke stukken bij de vergunningaanvraag moeten worden ingediend en geeft hierbij het wettelijke toetsingskader aan. Elke aanvraag wordt volledig getoetst en zo nodig worden er voorschriften verbonden aan de vergunning. Vanuit het wettelijke toetsingskader is er een beoordeling van het levensgedrag. Bij relevante antecedenten van (toekomstige) leidinggevenden van het horecabedrijf of het slijtersbedrijf vindt altijd afstemming met de politie plaats. Bij verordening kunnen regels worden gesteld over paracommerciële rechtspersonen. In de vijfde afdeling uit hoofdstuk 2 van de APV zijn hierover regels opgenomen. Deze regels hebben betrekking op regulering van deze rechtspersonen.

3.Wet op de Kansspelen

4.Winkeltijdenwet

In de Wet op de Kansspelen staan regels omtrent vergunningen voor kansspelen, zoals loterijen, gokken en casino’s. In de APV zijn in afdeling 7 nadere regels gesteld voor wat betreft kansspelen en speelgelegenheden.

Wanneer winkels open mogen zijn of juist gesloten moeten zijn, is opgenomen in de Winkeltijdenwet. Het uitgangspunt van deze wet is dat de winkel op zon- en feestdagen en voor 06.00 uur en na 22.00 uur gesloten zijn. Gemeenten kunnen echter zelf bepalen of (en in hoeverre) zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden. Voor de gemeente Nuenen zijn hiervoor nadere regels opgesteld in de Verordening Winkeltijden 2013.

53

Toetsprotocol Besluit bouwwerken leefomgeving: Bbl In dit toetsingsprotocol is voor het behandelen en beoordelen van aanvragen voor de activiteit bouw een bepaalde mate van diepgang in de bouwtechnische toets aan het Bbl aangebracht. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, risicogestuurd. Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden getoetst aan de voorschriften uit het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), de redelijke eisen van welstand en het Bbl (voorheen Bouwbesluit 2012). Het toetsprotocol heeft betrekking op de voorschriften uit het Bbl (Bouwbesluit 2012). De wetgever heeft de technische voorschriften uit het Bbl (Bouwbesluit 2012) niet gedifferentieerd naar zwaarte. Bij de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning moet voor bepaalde normen worden bepaald of het aannemelijk is dat aan de normen uit het Bbl (Bouwbesluit) wordt voldaan. Deze aannemelijkheidstoets biedt enige ruimte om te kunnen variëren in toetsintensiteit. Door het protocol wordt hier invulling aan gegeven. Net als voor alle andere gemeenten is het ook voor Nuenen praktisch niet mogelijk om alle voorschriften even uitputtend te toetsen. Ook vraagt niet elk gebouw/bouwwerk om dezelfde mate van toetsing en controle. Bouwplannen lopen immers zeer uiteen. Met het vaststellen van het toetsprotocol •

• •

worden bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat getoetst. Hierdoor wordt de veiligheid van bouwwerken verhoogd en gewaarborgd, alsmede het gezond en veilig gebruik ervan; worden keuzes en prioriteiten gemotiveerd en bestuurlijk vastgelegd; kan naar inwoners en ondernemers herleidbaar worden aangegeven aan welke voorschriften uit het Bbl (Bouwbesluit 2012) hun aanvraag getoetst is en met welke intensiteit.

Het toetsen van een omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen aan het Bbl gebeurt op verschillende niveaus: a) Snelle toets (S) b) Visuele toets (V) c) Representatieve toets (R) d) Integrale toets (I) Ad a) bij een Snelle beoordeling wordt er niet zo zeer gekeken naar de inhoud van de bij een bouwaanvraag behorende technische bescheiden (voorschriften van het Bbl), maar wordt er meer gelet op de aanwezigheid van de vereiste aan te leveren stukken (ontvankelijkheidstoets). Uiteraard vindt er wel nog een controle plaats op de andere toetsingskaders (omgevingsplan, welstand). De Snelle toets komt terug bij een aantal bouwwerken uit categorie C. het betreft de in principe minder complexe en niet/minder risicovolle activiteiten zoals een dakkapel, dakopbouw e.d. Ad b) bij het Visueel beoordelen wordt er aandacht besteed aan de uitgangspunten van de ingediende bescheiden zonder deze inhoudelijk te controleren. De toetser bladert diagonaal door de stukken en bepaalt op ervaring zijn oordeel aangaande het betreffende aspect. Als het van toepassing is kijken we ook naar de uitkomst van bijvoorbeeld een berekening, want er mogen geen strijdigheden met het Bbl (Bouwbesluit) in de vergunning staan. Dit niveau van toetsting passen we toe op

54

voorschriften waarvan de kans dat niet wordt voldaan gering is en de gevolgen indien niet wordt voldaan eveneens gering zijn, met andere woorden: als het risico gering wordt geacht. Ad c) bij het Representatief toetsen wordt niet alles gecontroleerd maar worden er per te toetsen object enkele representatieve onderdelen gepakt. Deze belangrijke onderdelen worden dan geheel getoetst. Bekeken wordt of de uitkomsten realistisch zijn voor het gekozen ontwerp. Ook de tekeningen worden opengeslagen en op basis van ervaring wordt gekeken of het ontwerp voldoet aan de gestelde uitgangspunten. Is een uitkomst niet aannemelijk, dan zal de berekening altijd nagerekend moeten worden of moet verzocht worden om aanvullende gegevens. Het is mogelijk om op basis van een aannemelijke uitkomst een vergunning te verlenen, nadere gegevens te vragen of een aanvullende buitencontrole voor te schrijven. Een vergunning weigeren op basis van een niet aannemelijke uitkomst zal vrijwel altijd in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel. Indien een uitkomst niet aannemelijk is, dan zal deze altijd gecontroleerd/nagerekend moeten worden of kan door middel van een verzoek om aanvullingen meer duidelijkheid verschaft worden. Bovenop wat bij de Visuele beoordeling wordt getoetst, wordt van ieder te toetsen aspect nagegaan of de uitgangspunten en de uitkomsten juist zijn.

Voorbeeld toetsvraag: voldoen de uitkomsten van de ventilatiegegevens aan de eisen uit het Bbl (Bouwbesluit) en zijn er aannemelijke gegevens ingevoerd? Een voorbeeld van aannemelijke gegevens is bijvoorbeeld de ingevoerde vloeroppervlakken. Komen deze overeen met wat op tekening staat? Ad d) bij het Integraal toetsen is het de bedoeling dat vrijwel alles van het desbetreffende onderdeel gecontroleerd en nagerekend wordt. Dit is een totale toets. Alle berekeningen worden nagerekend en van alle gegevens wordt gecontroleerd of er voldaan wordt aan de eisen. Als blijkt dat iets niet juist is wordt een toetsingsniveau dieper getoetst. In principe is dat het eerst volgende toetsingsniveau. Blijkt bijvoorbeeld uit de visuele beoordeling dat er zaken niet lijken te kloppen, dan wordt het bouwplan alsnog representatief getoetst. Dit leidt tot het volgende overzicht: Effect

Publiek toegankelijk gebouw

Bedrijfs gebouw

Projectmatig nieuwbouw

Particuliere nieuwbouw

Particuliere aan- en bijgebouwen

I I

I I

R R

R R

V V

I

R

R

V

S

I V I I

R V R R

R V R R

V V R V

S S S S

I

R

R

V

S

R

R

V

S

R V

R V

R R

S nvt

Veiligheid Brandveiligheid Constructieve veiligheid Gebruiksveiligheid

Gezondheid Geluid Vocht Ventilatie Daglichttoetreding

Bruikbaarheid Toegankelijkheid Parkeren

I Energiezuinigheid Duurzaamheid EPC R Gebruik R duurzame bouwmaterialen

55

Naast de vaste prioritering en de daarbij horende toetsniveaus is er te allen tijde ruimte om op basis van kennis en kunde per aanvraag om omgevingsvergunning een inschatting te maken of de vaste prioritering in dat specifieke geval adequaat is. In de praktijk betekent dit dat er in specifieke gevallen gemotiveerd afgeweken kan worden van de vastgelegde prioritering. Dit betekent niet dat als er niet gemotiveerd afgeweken is, en er iets misgaat, er gezegd kan worden dat er geen goede prioritering gehanteerd is. In bovenstaande tabel is geen onderscheid gemaakt naar gebieden, zoals bijvoorbeeld buitengebied, woonwijken, bedrijventerreinen en het centrum. Het gaat in principe om de aard van het bouwwerk. Dit laat onverlet dat in specifieke gevallen van het schema kan worden afgeweken in gevallen dat de omgeving er wel toe doet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de veiligheid voor de omgeving door de aard van het gebruik van het bouwwerk.

56

Bijlage 2C Toezichtstrategie In deze bijlage beschrijven wij de toezichtstrategie. In de toezichtstrategie lichten we toe: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

de begrippen toezicht en toezicht houden (1); het doel van de toezichtstrategie (2); de vormen van toezicht (3); de basiswerkwijze (4); de wijze waarop toezicht op de naleving van wet- en regelgeving wordt gehouden (5); én prioritair toezicht (6).

1 Begrippen toezicht en toezicht houden De term ‘toezicht’ wordt vaak zowel in brede als in enge zin gebruikt. In brede zin is het de overkoepelende term voor al het inspectiewerk in combinatie met ‘handhaving’. In engere zin bedoelt men het als het concrete werk van een toezichthouder. Onder toezicht verstaan wij het uitvoeren van controle ter voorkoming van overtredingen en het naleven van voorschriften uit vergunningen of regelgeving. Toezicht houden is het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, om daarna een oordeel daarover te vormen en het eventueel naar aanleiding daarvan ingrijpen. Speciaal daarvoor aangewezen toezichthouders voeren het toezicht uit. Een toezichthouder is een persoon die namens het bevoegde gezag is aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de wet- en regelgeving. Toezicht zorgt voor een belangrijk preventief effect. Bij toezicht voeren we een controle uit, ook zonder dat wij een overtreding vermoeden. We kunnen een bezoek aan een activiteit, een bedrijf, een locatie, een bouwwerk of een persoon brengen. Kortom met toezicht houden controleren wij óf en in hoeverre inwoners, bedrijven of instellingen regels naleven.

2 Doel van de toezichtstrategie We richten het toezicht op de meest risicovolle situaties: waar de kans het grootst is dat het naleefgedrag onvoldoende is en dit leidt (of kan leiden) tot schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid, de veiligheid en natuur. Het is namelijk onmogelijk om binnen de beschikbare capaciteit, middelen en tijd alle objecten, activiteiten en locaties op alle punten te controleren. Dit is ook niet nodig, want niet alle situaties zijn even risicovol. Voor de evaluatie van toezicht, registreren we het uitgevoerde toezicht en het naleefbeeld (waarop is toezicht gehouden en de overtredingssoorten). Naast toezicht hebben we ook andere mogelijkheden om het naleefgedrag te verbeteren, bijvoorbeeld via communicatie en voorlichting. Hier staat meer over in de preventiestrategie (zie bijlage 2A).

3. Vormen van toezicht Met toezicht kunnen overtredingen worden voorkomen (preventieve werking) of makkelijker worden hersteld. In deze toezichtstrategie leggen wij vast welke verschillende vormen van toezicht wij onderscheiden en wat de algemene werkwijze daarbij is. Toezicht kan er ook toe leiden dat wij uiteindelijk formeel handhavend (sanctionerend) moeten optreden. In de volgende strategie gaan wij in op de sanctiestrategie (bijlage 2D) die dan van toepassing is. Bij de toezichtstrategie onderscheiden wij een aantal trajecten, zijnde de verschillende vormen van toezicht die wij hanteren. Zie onderstaande tabel.

57

Traject

Omschrijving

Toezicht tijdens Realisatiefase

Het gaat hier om het houden van toezicht op het realiseren van een in een omgevingsvergunning omschreven activiteit. Dit traject start met aanvang van realisatie van de vergunde activiteit en eindigt nadat de activiteit gereed is. In deze fase van toezicht zien wij er op toe of (het gebruik van) gerealiseerde bouwwerken, open erven en/of terreinen in overeenstemming is met de in een vergunning of andere wettelijke kaders omschreven bouw- en gebruiksvoorschriften. Te denken valt aan het controleren op de constructieve staat van funderingen en dergelijke. Dit traject is aan de orde na realisatie van een omgevingsvergunning dan wel op bouwwerken/bouwen en/of gebruiken zonder omgevingsvergunning.

Toezicht tijdens Beheer- of gebruiksfase

4 Basiswerkwijze De wijze waarop wij toezicht voorbereiden en uitvoeren verschilt per casus en is afhankelijk van de fase van het toezicht. Wel is hierbij de onderstaande algemene werkwijze als rode draad te herkennen.

4.1 Voorbereiding toezicht (afhankelijk van het type controle aan de orde) •

• •

Verrichten dossieronderzoek op basis van aanwezig materiaal in digitale systemen of archief waarbij, voor zover het van toepassing is, onder meer het volgende wordt onderzocht: o Wie is de (pand)eigenaar? o Welk bedrijf is in het pand gevestigd/wie is gebruiker van het pand? o Welke personen staan ingeschreven in de BRP? o Wat is de bestemming van het pand? o Welke vergunningen zijn verleend? o Wat is de toezicht- en handhaving historie? o Zijn er overige relevante bijzonderheden? o Welke regelgeving is van toepassing? (o.a. bouw, bestemmingsplan) Bepalen wat het doel van het toezichtbezoek is. Toezicht kan zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Indien nodig kondigen wij het bezoek aan/ maakt de toezichthouder hiervoor een afspraak.

4.2 Uitvoering toezicht • •

• • •

Een toezichthouder deelt de reden van zijn komst mede en toont desgevraagd zijn legitimatiebewijs. De toezichthouder voert het benodigde toezicht uit op betreffende locatie, noteert o.a. eigen waarnemingen en een eventuele toelichting van betrokkenen, neemt indien nodig verklaringen op of vordert inlichtingen en/of bescheiden. Bij de uitvoering van het toezicht maken wij, afhankelijk van het soort toezicht, gebruik van checklists. Soms maken wij foto’s en/of laten wij monsters nemen. Voor zover mogelijk brengt de toezichthouder de betrokken persoon op de hoogte van de gedane bevindingen. Indien de consequenties van de bevindingen direct en 100% duidelijk zijn, brengt de toezichthouder de betrokken persoon hiervan direct op de hoogte. Daar waar nodig geven wij voorlichting (bijvoorbeeld over actuele ontwikkelingen, gevoerd handhavingsbeleid) en advies.

58

4.3 Afwerking controle •

•

•

Van het toezichtsbezoek maken wij een rapportage op, conform de daarvoor vastgestelde format. O.a. de feitelijke bevindingen en overtredingen leggen wij hierin op een eenduidige en uniforme wijze schriftelijk vast, zodat een duidelijke en persoonsonafhankelijke dossiervorming plaats vindt. Naar aanleiding van de uitkomsten van zijn bevindingen past de toezichthouder in overleg met de jurist handhaving zo nodig het stappenplan behorende bij de sanctiestrategie toe en legt de jurist handhaving de doorlopen stappen en genomen beslissingen vast. Tenslotte koppelen wij de betrokkenen het resultaat van de controle terug. Dit kan ook via een eventueel toe te passen sanctie op basis van de sanctiestrategie (zie bijlage 2D).

5. Wijze waarop toezicht op de naleving van wet- en regelgeving wordt gehouden

5.1 Toezicht tijdens de realisatiefase (bouw) In de realisatiefase controleren wij de realisatie van een verleende omgevingsvergunning. De mate waarin wij toezicht houden en de manier waarop wij dit doen is afhankelijk van de toegekende prioriteit en complexiteit van de vergunde activiteit. Tijdens de realisatiefase kan sprake zijn van de volgende type controles: Type controle Reguliere controle

Administratieve controle

Eindcontrole

Toelichting Controle ter plaatse tijdens de uitvoering. Het kan hier gaan om controles met en zonder wachtmoment (waarbij de uitvoerder niet verder kan nadat de controle is uitgevoerd). Controle op de naleving van regels/ voorschriften zonder fysiek bezoek. Bijvoorbeeld op basis van gegevens aangeleverd door de vergunninghouder en/of (lucht)foto’s. Controle ter plaatse of op basis van gegevens aangeleverd door de uitvoerder of vergunninghouder/ (lucht)foto’s, ter gereedmelding van de realisatiefase.

Toezicht bouwtechnische kwaliteit van te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 Voor toezicht en handhaving van de Wkb voor gevolgklasse 1 hebben wij apart beleid opgesteld. Zie bijlage 3. Toezicht bouwtechnische kwaliteit bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2 en 3 Gevolgklasse 2 (bv. bibliotheken, onderwijsgebouwen en woongebouwen tot 70 meter hoogte) en 3 (bv. hoogbouw boven 70 meter, ziekenhuizen, tunnels etc.) komen niet eerder dan 5 jaar na inwerkingtreding onder kwaliteitsborging. Hiermee zal de gemeente de technische toetsing en het toezicht op gevolgklasse 2 in ieder geval tot en met 2028 blijven uitvoeren. Het is praktisch onmogelijk en bovendien niet efficiënt om elk bouwwerk op elk moment in de bouw te controleren. Daartoe ontbreken kortweg de mogelijkheden. Wij richten ons toezicht dan ook op de cruciale momenten in het bouwproces. Hiervoor onderscheiden wij tijdens de bouw de onderstaande toezichtmomenten. Per bouwfase kunnen meerdere controles gehouden worden. Bouwfase 1. Aanloop 2. Onderbouw 3. Bovenbouw

Toelichting m.n. oriënteringsgesprek, uitzetten bouw, uitgraven bouwput, fundering op staal, fundering op palen m.n. funderingscontrole, riolering, begane grond m.n. wanden/kolommen, stempels/steigers, vloeren en balken, constructie overige verdiepingen

59

4. Gevel/dak 5. Afbouw

m.n. dakconstructies, dakafwerking, buitenblad gevel, gevelopeningen. Inclusief eindcontrole

Toezichtmomenten tijdens de bouwfase De controle(s) in Nuenen of gebouwd wordt volgens de verleende vergunning vinden plaats op basis van aannemelijkheid en aan de hand van de Landelijke toezichtsmatrix bouw en verbouw van de Vereniging BWT. Met de komst van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is de systematiek ten opzichte van de eerdere versie onder het Bouwbesluit 2012 iets aangepast. Er is nu een specifieke risicomatrix en er zijn specifieke checklisten voor nieuwbouw (Hoofdstuk 4 Bbl) en voor verbouw/gebruikswijziging (Hoofdstuk 5 Bbl). In de toezichtmatrix is inzichtelijk gemaakt welke toezichtmomenten aan de orde zijn, wat het gehanteerde minimale toezichtsniveau is én wat wij wanneer en in welke mate controleren. Zo zullen wij bij nieuwbouw van een woning op meerdere momenten en andere onderwerpen toezicht houden dan bijvoorbeeld bij een ondergeschikte gevelwijziging bij bestaande bouw. In de praktijk zal de mate van toezicht niet altijd hetzelfde hoeven zijn. Het uitgangspunt bij het uitvoeren van het bouwtoezicht is evenwel dat alle verleende vergunningen minimaal via een (administratieve) eindcontrole worden gecontroleerd. Deze eindcontrole is ook een juridisch belangrijk moment omdat daarmee de werking van de vergunning eindigt en het bouwwerk een bestaand bouwwerk is geworden.

In de praktijk zal er verder vaak op basis van het principe van ‘opbouwen van vertrouwen’ worden gewerkt. Dit betekent dat tijdens de uitvoering, afhankelijk van de geconstateerde kwaliteit, de frequentie en diepgang van het toezicht naar boven of beneden kan worden bijgesteld. De toezichtmatrixen vormen daarom een leidraad. Het is uiteindelijk aan de toezichthouder zelf om op basis van de waargenomen situatie te bepalen wanneer en met welke intensiteit er tijdens de uitvoering van een project moet worden gecontroleerd om naleving van de vergunning en regels te bewerkstelligen. Toezicht brandveilig gebruik tijdens de realisatiefase Integrale risicogerichte controle met de brandweer Bij omgevingsvergunningen waarbij de VRBZO een advies heeft gegeven, houdt de gemeentelijke bouwtoezichthouder tijdens de realisatiefase gezamenlijk toezicht met de toezichthouder van de VRBZO. De bouwtoezichthouder nodigt hiervoor de toezichthouder van de VRBZO uit. De gezamenlijke controlemomenten zijn bij voorkeur op het moment nadat alle brandcompartimenteringen zijn aangebracht, maar voordat de verlaagde (systeem)plafonds zijn bevestigd/dicht worden gelegd, en tijdens de eindoplevering van het bouwwerk.

Activiteit “brandveilig gebruik” Het toezicht op omgevingsvergunningen voor de activiteit “brandveilig gebruik” en meldingen brandveilig gebruik maakt onderdeel uit van het wettelijke takenpakket van de VRBZO en is vanuit (provinciale) regelgeving verplicht of opgedragen aan de (toezichthouders van de) VRBZO. Het lokale controlebestand wordt geactualiseerd met de verleende vergunningen, meldingen en nieuwe bedrijven. De VRBZO controleert of het bouwwerk voldoet aan de vergunning en/of geldende wet- en regelgeving. De diepgang van het toezicht is bepaald in het toezicht protocol van de VRBZO en hangt af van de risicoclassificatie, de geschiedenis van het bouwwerk en het soort gebruik. Waar mogelijk worden controles zoveel mogelijk integraal gehouden met c.q. afgestemd op de controles in het kader van de activiteit “bouwen van een bouwwerk”.

60

Toezicht milieu tijdens de realisatiefase Het lokale controlebestand wordt door de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant (ODZOB) geactualiseerd met de verleende vergunningen, meldingen en nieuwe inrichtingen/milieubelastende activiteiten. De ODZOB controleert of de inrichtingen voldoen aan de vergunningen en/of geldende wet- en regelgeving. De werkwijze en diepgang van het toezicht op deze activiteit vindt plaats overeenkomstig het uniform regionaal beleid dat thans geactualiseerd wordt en het ROK VTH komt te heten.

5.2 Toezicht tijdens de beheer- of gebruiksfase De beheer- of gebruiksfase is veelal aan de orde nadat een omgevingsvergunning is gerealiseerd of bij bestaande bouwwerken, bouwen en/of gebruiken zonder omgevingsvergunning. Wij zien er op toe of (het gebruik van) een bouwwerk, open erf of terrein voldoet aan de in de vergunning of andere wettelijke kaders omschreven bouw- en gebruiksvoorschriften. Bij het toezicht in de beheer- of gebruiksfase kunnen wij onderstaande typen controles houden: Type controle Routinematige/periodieke controle Objectgerichte controle

Projectmatige/thematische controle Inventariserende controle

Administratieve controle

Controle n.a.v. verzoek om handhaving Toezicht op meldingen Ongewoon voorval Signaal toezicht

Toelichting Systematisch toezicht op eenzelfde object waarbij wij jaarlijks controles inplannen op basis van de vastgelegde frequentie Toezicht op bestaande objecten of wel bouwwerken en percelen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het controleren van bouwwerken op het gebied van brandveiligheid, controles op afloop van de instandhoudingstermijn van tijdelijke bouwwerken of toezicht van percelen op basis van het bestemmingplan. (Thematische) toezicht dat plaatsvindt in het kader van vooraf benoemde projecten of een projectmatige aanpak vergt. (Administratieve) controle gericht op het in kaart brengen van mogelijke overtredingen, knelpunten en/of risico’s bij een object, in een gebied of op een bepaald thema ter voorbereiding van objectgerichte en/of projectmatige/thematische controle(s). Controle op de naleving van regels /voorschriften zonder fysiek bezoek. Bijvoorbeeld administratieve check of een vergunning nodig is, beoordeling van stukken, internetonderzoek of het vergelijken van luchtfoto’s. Controle naar aanleiding van een verzoek om handhaving. Toezicht naar aanleiding van meldingen van burgers, bedrijven en instellingen. Controles naar aanleiding van een calamiteit c.q. ongewoon voorval. Een overkoepelende vorm van toezicht waarbij de toezichthouder een signaal doorgeeft als een geconstateerde overtreding buiten zijn expertise en of bevoegdheid valt.

Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld signalen over wettelijk verplichte basistaken of overige milieutaken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd.

61

Systematisch toezicht Wij houden systematisch toezicht in de vorm van routinematige/periodieke controles. In de gemeente Nuenen is dit type controle alleen van toepassing bij het door de omgevingsdienst uitgevoerde (milieu)toezicht en het door de VRBZO uitgevoerde toezicht op brandveilig gebruik van bouwwerken. Het gaat hier in beide gevallen om wettelijke takenpakketten die verplicht of opgedragen zijn aan de genoemde uitvoeringsinstanties. Op het gemeente brede (milieu)toezicht is het regionale uniforme uitvoerings- en handhavingsbeleid van toepassing (ROK-VTH wordt thans geactualiseerd), waarnaar wij hiernaar verwijzen. Type controles tijdens de beheer- of gebruiksfase De routinematige/periodieke controles, objectgerichte controles, projectmatige/thematische controles, inventariserende controles en administratieve controles betreffen zogenaamde “programmatische” controles. Dit betekent dat wij deze controles in beginsel vooraf via het jaarlijkse uitvoeringsprogramma plannen. Hierbij is het onderwerp en de mate waarin wij toezicht houden afhankelijk van de toegekende bestuurlijke prioriteit of, bij systematisch toezicht, de toezichtfrequentie (zie hieronder). De manier waarop wij toezicht houden is veelal afhankelijk van de uit te voeren activiteit en het te realiseren doel, wat wij jaarlijks nader uitwerken in het uitvoeringsprogramma VTH.

De overige controles vinden ad hoc plaats. Het gaat hier om controles die vooraf niet in het uitvoeringsprogramma te plannen zijn. Aankondiging controles Routinematige/periodieke controles kondigen wij in beginsel altijd aan, tenzij er een belangrijke reden is om af te zien van aankondiging. Indien een controle aanleiding geeft om een hercontrole te houden kondigen wij de nieuwe controle in beginsel niet aan, tenzij er een belangrijke reden is om de hercontrole wel aan te kondigen. Dit is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval. De overige controles kondigen wij in beginsel niet aan. Samenwerking en afstemming Als uitgangspunt hanteren wij samenwerking bij controles en voeren wij deze waar mogelijk en van toegevoegde waarde multidisciplinair of integraal uit. Hiervoor zoeken wij de samenwerking met gemeentelijke toezichthouders (o.a. BRP, BAG) en/of toezichthouders van andere handhavingsorganisaties (Politie, veiligheidsregio, omgevingsdiensten, Belastingdienst, andere gemeenten of andere instanties). Het kan dan o.a. gaan om op zichzelf staande gezamenlijke controles of bijvoorbeeld een gezamenlijke actiedag. Op deze manier kunnen wij efficiënter en effectiever toezicht houden en is de toezichtlast voor burgers en ondernemers lager. Waar multidisciplinaire of integrale controles niet mogelijk zijn werken wij zoveel mogelijk met signaaltoezicht.

Daarnaast wisselen wij onderling informatie uit. Samenwerking en/of afstemming vindt in ieder geval plaats met de omgevingsdiensten, veiligheidsregio, politie, OM, belastingdienst en Waterschap. In hoofdstuk 6.2 van onderhavige U&HS wordt nader ingegaan op de diverse ketenpartners waarmee we samenwerken en die nodig zijn om onze VTH-doelstellingen te bereiken. Toezicht in openbare ruimte (APV en bijzondere wetten) Het toezicht bij een verleende vergunning voeren we geprioriteerd uit op basis van (risico)analyse (zie hoofdstuk 4.2 en 4.3 van onderhavige U&HS) en signalen uit het werkveld. Degene die vaker een overtreding begaan, bezoeken we vaker dan de degene wiens zaken goed op orde zijn. De wijze van toezichthouden is een open manier van communiceren. Hierbij geven we het algemene doel aan, dat we toezicht houden in het kader van het algemeen belang van naleving van wet- en regelgeving. Evenementen Aan de hand van de aard en omvang van het evenement wordt de wijze en intensiteit van het toezicht bepaald. Bij grootschalige evenementen vinden afhankelijk van risico’s en de duur van het evenement een of meerdere fysieke controles plaats voorafgaand en/of tijdens het evenement. Bij kleine en reguliere evenementen vindt

62

toezicht vooral plaats aan de hand van meldingen (klacht). Alcoholwet Door zogenaamde hotspots te onderscheiden wordt regelmatig, bij voorkeur jaarlijks, een actuele (controle)lijst opgesteld van alcoholverkooppunten. In het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma VTH wordt het aantal controles en de soort controle opgenomen. De prioriteit ligt hierbij voornamelijk bij het toezicht op de naleving van de leeftijdsgrens voor alcohol. Projectmatig toezicht Op het moment dat er vanuit bestuurlijke wensen of calamiteiten bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden een hoge prioriteit krijgen en projectmatig opgepakt gaan worden, dan werken wij dit uit in het Uitvoeringsprogramma en/of het Jaarverslag. In het Jaarverslag wordt opgenomen met welke (onvoorziene) ontwikkelingen het VTH-domein te maken heeft gekregen en in het Uitvoeringsprogramma worden de werkwijze en de beschikbare middelen voor het projectmatige toezicht opgenomen. Toezicht en surveillance door de boa Handhaving van het openbaar gebied vraagt om een toeziend oog en waar nodig handhavende of corrigerende acties. De boa6 houdt toezicht op de openbare ruimte. Dit varieert van surveillance in alle wijken, gebieden en parken. Hierbij controleert de boa of voorgeschreven regels in lokale verordeningen en landelijke wetgeving worden nageleefd.

Daarbij levert de boa zo een belangrijke bijdrage aan de veiligheid en leefbaarheid van onze gemeente. Boa’s dragen doorgaans een uniform met herkenbaar insigne en doet het werk per auto, fiets of lopend. Dit bevordert de zichtbaarheid op straat. Voor het efficiënt en effectief uitoefenen van taken van de boa, is het van belang dat hij samenwerkt met zowel interne als externe relaties (bijv. de politie, de ODZOB, toezichthouder etc.). Om handhavingstaken adequaat uit te voeren, is de boa bevoegd om onder meer boetes uit te schrijven, IDbewijzen te vragen en voertuigen/voorwerpen weg te laten slepen. Een boa heeft de volgende rollen: • • • •

Het achterhalen van de overtreder; het aanspreken van de overtreder op de overtreding; handhavend optreden tegen een overtreding; het coördineren van een oplossing (eventueel in samenwerking met de politie, GGZ, beheer openbare ruimte etc.).

De taken van de boa zijn onder te verdelen in twee categorieën: 1.

2.

Preventie: preventie is gericht op het voorkomen van overlast. Dit kan gebeuren door voorlichting en actieve surveillance. Hierbij vervult de boa tevens een signaalfunctie voor de algemene dienst op zowel het gebied van beheer openbare ruimte, groenvoorziening en reiniging. Repressie: repressie richt zich op het toezicht en de handhaving. De boa controleert op de naleving van regels. Daarnaast reageert de boa op binnengekomen meldingen van burgers, bedrijven en samenwerkingspartners.

Het werkterrein van de boa in Nuenen betreft de openbare ruimte (Domein I7). De afhandeling van meldingen neemt een groot gedeelte van de tijd in beslag en de resterende tijd wordt gebruikt voor preventie door surveillance.

6 ) Een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) is een ambtenaar met opsporingsbevoegdheid. Dat houdt in dat een boa bepaalde strafbare feiten mag

opsporen 7 Zie Artikel 4 Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaren

63

6. Toezichtprioriteiten De toegekende prioriteit (zie voor de prioriteiten hoofdstuk 4.3 van onderhavige U&HS) is bepalend voor de mate waarin wij toezichtactiviteiten in beginsel uitvoeren. Bij een zeer hoge en hoge prioriteit voeren wij actief toezicht uit en krijgt de afhandeling van signalen voorrang op andere werkzaamheden. Bij een gemiddelde prioriteit handelen wij signalen af afhankelijk van de aard en omvang van de klacht en kunnen wij planmatig toezicht uitvoeren. Bij een lage prioriteit voeren wij in beginsel passief toezicht uit.

Prioriteit Zeer Hoog

Mate van toezicht (Pro)actief

• •

hoog

Actief

• •

Gemiddeld Actief en/of passief

• •

Laag

Passief

•

•

Afhandeling van signalen bij activiteiten met een zeer hoog risico (klachten, meldingen en handhavingsverzoeken) krijgt voorrang op andere werkzaamheden. De gemeente neemt initiatief tot controles op deze activiteiten met een zeer hoog risico, Afhandeling van signalen bij activiteiten met een hoog risico (klachten, meldingen en handhavingsverzoeken) krijgt voorrang op andere werkzaamheden. Planmatig toezicht op een specifiek thema, doelgroep of gebied behoort tot de mogelijkheden. Signalen bij activiteiten met een gemiddeld risico (klachten, meldingen en handhavingsverzoeken) worden afhankelijk van aard, ernst en omvang afgehandeld. Planmatig toezicht op een specifiek thema, doelgroep of gebied behoort tot de mogelijkheden Signalen bij activiteiten met een laag risico (klachten, meldingen of handhavingsverzoeken) worden niet of niet direct afgehandeld, tenzij acuut ingrijpen noodzakelijk is. We informeren waar mogelijk de betrokkenen hierover. Signalen kunnen worden gebundeld (om informatie over problematiek op te bouwen) en daarna mogelijk tijdens planmatig toezicht (thema-doelgroep- of gebiedsgericht) worden opgepakt.

64

Landelijke toezichtsmatrix bouw en verbouw van de Vereniging BWT.

65

66

Bijlage 2D Sanctiestrategie Nuenen

Sanctiestrategie: gericht op het optreden tegen overtredingen In deze strategie komt aan de orde hoe we optreden tegen overtredingen, welke bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen daarbij ingezet kunnen worden, hoe we bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving afstemmen en hoe we zo integraal mogelijk te werk gaan en hoe we de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO ) toepassen.

Juridisch kader Artikel 13.6 lid 2 van het Omgevingsbesluit schrijft voor dat de sanctiestrategie inzicht geeft in: •

•

•

•

De afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden en, De wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd en, De wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie wordt uitgevoerd. Besluiten uit een eventueel sanctietraject zijn voor bezwaar en beroep vatbaar. Hiervoor gelden de bepalingen uit hoofdstuk 6 van de Algemene wet bestuursrecht.

Handhavingsuitgangspunten: • • • • •

We hebben oog voor de situatie ‘achter’ de overtreding/overtreder, tenzij sprake is van willens en wetens overtreden van de regels. Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden. Op formeel ingediende handhavingsverzoeken wordt geacteerd. Bij het handhavend optreden tegen overtredingen passen wij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toe als richtlijn. Behalve bij spoedeisende omstandigheden is bestuursrechtelijke handhaving het sluitstuk van een voortraject waarbij mogelijke oplossingen zijn bekeken en afgewogen.

67

Sanctiestrategie: gericht op het optreden tegen overtredingen Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) Wij hanteren de (interventiematrix van de) LHSO als richtlijn voor ons handhavend optreden als het gaat om de U&H-taken die Omgevingswet gerelateerd zijn. De LHSO is een landelijk geldend afwegingsinstrument dat gemeenten volgen om van bevinding (constatering van een overtreding) naar interventie (wijze/mate van handhavend optreden) te komen. De LHSO heeft als doel dat overheden interveniëren op een wijze die passend is bij iedere bevinding. Dat wil zeggen dat zij weloverwogen kiezen - afhankelijk van de situatie - voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- en strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder wordt informerend, waarschuwend of bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk opgetreden. In vergelijkbare situaties worden vergelijkbare keuzes gemaakt en interventies op vergelijkbare wijze gekozen en toegepast. De term ‘handhavingsstrategie’ drukt uit dat interveniëren breder is dan het opleggen van sancties. Met de LHSO wordt door middel van het doorlopen van de volgende stappen een passende interventie bij iedere overtreding bepaald.

68

Sanctiestrategie: gericht op het optreden tegen overtredingen Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix Aan de hand van het gedrag van de overtreder (typeren van de overtreder) en de (mogelijke) gevolgen van de overtreding voor de fysieke leefomgeving zoals erfgoed, gezondheid, veiligheid, ruimtelijke ordening, natuur e.d. wordt de uitgangspositie in de interventiematrix bepaald. Zie hieronder figuur 1.

figuur 1

Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten De volgende verzwarende aspecten worden betrokken bij de afweging om het bestuursen/of strafrecht toe te passen: 1.) verkregen financieel voordeel, 2.) recidive, 3.) geen herstelsanctie mogelijk (financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect), 4.) combinatie met andere relevante delicten, 5.) medewerking van malafide deskundige derden (“facilitators”), 6.) normbevestiging, 7.) waarheidsvinding. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven.

69

Sanctiestrategie: gericht op het optreden tegen overtredingen Stap 3 – Bepalen of overleg met politie en OM noodzakelijk is De toezichthouder bepaalt samen met de jurist handhaving of overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht nodig is op basis van de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix (Stap 1) en de afweging van de verzwarende aspecten (Stap 2). Dit overleg beoogt een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alleen het strafrecht.

Stap 4 – Optreden met de interventiematrix De LHSO gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt bij stap 4 de interventiematrix uit de LHSO (zie hieronder figuur 1 ‘interventiematrix’). Dit werkt als volgt: • •

•

De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van de toepasselijke interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 in de basisinterventiematrix heeft gepositioneerd. De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de bij het betreffende segment behorende interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is. Daarbij maakt hij gebruik van zijn bevindingen bij stap 2 (inzake eventuele verzwarende aspecten). De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft, pakt de handhaver direct door via het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s). Stap 5 – Vastlegging De doorlopen stappen en genomen beslissingen zijn verifieerbaar en transparant vastgelegd in het geautomatiseerde systeem Djuma.

70

Figuur 4 Interventiematrix LHSO

71

Sanctiestrategie: gericht op het optreden tegen overtredingen Handhaving tegen bestuursorganen In de praktijk kan het voorkomen dat de gemeente Nuenen en/of een ander bestuursorgaan een overtreding begaat waartegen handhavend moet worden opgetreden. Hierbij maken we geen onderscheid in de wijze van handelen bij geconstateerde overtredingen. Overtredingen door eigen en/of andere bestuursorganen worden op eenzelfde manier aangepakt en afgehandeld als bij burgers en bedrijven. Bestuursrechtelijke instrumenten Als sprake is van een overtreding, kunnen onderstaande bestuursrechtelijke instrumenten worden ingezet. 1. Waarschuwing: Wij kunnen een waarschuwing opleggen. De overtreder wordt middels een brief op de hoogte gesteld van de overtreding. In de brief wordt een termijn opgenomen waarin wij de overtreder verzoeken de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Is de overtreding na afloop van de genoemde termijn niet beëindigd of heeft de overtreding zich herhaald, dan gekozen worden voor het opleggen van een dwangsom of bestuursdwang. 2. Last onder dwangsom: Middels een last onder dwangsom wordt aan een overtreder opgedragen om binnen een gestelde termijn (de begunstigingstermijn) de overtreding ongedaan te maken. Wanneer de overtreder dit niet doet, verbeurt de overtreder van rechtswege (automatisch) de in het besluit opgenomen dwangsom.

Voorafgaand aan het opleggen van het definitieve besluit, wordt een voornemen toegezonden aan de overtreder. Hierin wordt aangegeven dat het college voornemens is om een last onder dwangsom op te leggen. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren middels een zienswijze. De ingediende zienswijze wordt vervolgens betrokken bij de besluitvorming. Na afloop van de in het definitieve besluit opgenomen begunstigingstermijn, wordt een hercontrole uitgevoerd. Als blijkt dat de overtreding niet is beëindigd of zich heeft herhaald, verbeurt de overtreder van rechtswege (automatisch) de in het besluit opgenomen dwangsom. De overtreder ontvangt dan een brief dwangsom verbeurd, waartegen een zienswijze kan worden ingediend. Als het college besluit om de verbeurde dwangsom in te vorderen, dan ontvangt de overtreder een invorderingsbeschikking. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden besloten om van invordering af te zien. 3. Last onder bestuursdwang: De last onder bestuursdwang is het meest ingrijpende instrument dat bestuursrechtelijk ter beschikking staat. Dit instrument wordt om die reden alleen ingezet in spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen die directe dreiging vormen voor veiligheid, openbare orde of de volksgezondheid. Bij de toepassing van een last onder bestuursdwang wordt hetzelfde proces doorlopen als bij de last onder dwangsom.

72

Sanctiestrategie: gericht op het optreden tegen overtredingen De overtreder zal eerst een voornemen tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ontvangen waartegen een zienswijze kan worden ingediend, tenzij er sprake is van spoedeisendheid en de overtreding direct door de gemeente wordt beëindigd. In het besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt ook een termijn (begunstigingstermijn) opgenomen. Indien de overtreder de overtreding niet binnen de genoemde termijn beëindigd, dan draagt de gemeente hier zelf zorg voor. De kosten die hierbij worden gemaakt, worden op de overtreder verhaald. In het besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt ook een termijn (begunstigingstermijn) opgenomen. Indien de overtreder de overtreding niet binnen de genoemde termijn beëindigd, dan draagt de gemeente hier zelf zorg voor. De kosten die hierbij worden gemaakt, worden op de overtreder verhaald. Hoogte van de last onder dwangsom Een bestuursorgaan heeft bij het bepalen van de hoogte van de last onder dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid.

De hoogte van de last onder dwangsom kan en moet op de ernst van de overtreding worden afgestemd (evenredigheid) en tot doel hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (effectiviteit) Duur van de begunstigingstermijn De begunstigingstermijn moet voldoende lang zijn om als overtreder de opgelegde verplichtingen uit te kunnen voeren en de termijn moet gelet op de omstandigheden van het geval redelijk zijn. De begunstigingstermijn mag daarentegen niet langer zijn dan noodzakelijk. Hiermee wordt een open einde van het handhavingstraject voorkomen. Begunstigingstermijn en hoogte dwangsom Voor het bepalen van de begunstigingstermijn en/of de hoogte van de dwangsom bij VTHovertredingen wordt als richtlijn gebruik gemaakt van de meest actuele versie van de Landelijke Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen en de laatste jurisprudentie. De Landelijke Leidraad is een overzicht met veel voorkomende overtredingen. Hierbij zijn dwangsombedragen en termijnen vermeld. Dit overzicht wordt structureel actueel gehouden aan de hand van ervaringen en inzichten. Het vaststellen van de hoogte en de maximaal te verbeuren dwangsom is altijd afhankelijk van de overtredingssituatie.

In voorkomende gevallen kan het noodzakelijk zijn om, gezien de omstandigheden van een geval, een hoogte van een dwangsom en/of een begunstigingstermijn vast te stellen in afwijking van de in de leidraad genoemde bedragen en begunstigingstermijnen.

73

Sanctiestrategie: gericht op het optreden tegen overtredingen

Verlengen begunstigingstermijn

Wij verlengen in principe vastgestelde begunstigingstermijnen in handhavingsbeschikkingen niet. Er kan echter een gegronde reden zijn waarom wij alsnog de begunstigingstermijn verlengen of opschorten. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer de overtreder zelf aangeeft meer tijd nodig te hebben om de overtreding op te heffen en reeds serieuze stappen heeft ondernomen en nog onderneemt om de overtreding te beëindigen. Wanneer de begunstigingstermijn wordt verlengd is dit een nieuw besluit waartegen voor alle belanghebbenden bezwaar en beroep open staat. Het indienen van bezwaar of instellen van beroep schort de werking van de handhavingsbeschikking niet op. Dit betekent dat de bezwaarmaker bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening moet indienen om bijvoorbeeld te voorkomen dat dwangsommen verbeuren. Dat er enkel een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, is in de regel geen reden om de begunstigingstermijn op te schorten. De voorlopige voorzieningenrechter kan beslissen de begunstigingstermijn te schorsen tijdens bezwaar/beroepsprocedures.

Geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning Van het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning kan alleen sprake zijn als een begunstigde beschikking is verleend en deze een relatie heeft met de overtreding. Het intrekken van de vergunning maakt geen einde aan de strijdigheid, maar vergroot deze meestal. Zaken die ook onder de betreffende beschikking vallen en rechtmatig zijn verliezen hierdoor hun rechtmatigheid. Het intrekken van een vergunning is een zwaar middel, dat wij alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen en zullen toepassen.

74

Sanctiestrategie: gericht op het optreden tegen overtredingen

Tijdelijk stilleggen activiteiten Zodra onze toezichthouder niet-toegestane activiteiten constateert en in overleg geen oplossing te vinden is, kan hij ter plaatse in overeenstemming met de interventiematrix in de LHSO mondeling de activiteiten stilleggen. Wij bevestigen de stillegging zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen twee werkdagen schriftelijk aan degene tot wie het bevel tot stilleggen is gericht. Met de stillegging ‘bevriest’ het bevoegde gezag de situatie (tijdelijk) en voorkomt zo dat de situatie in ernst en omvang toeneemt. Tijdens de controle geeft de toezichthouder precies aan over welke activiteiten het gaat. Indien de omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven kan de toezichthouder toestaan sommige activiteiten af te maken. Ook mogen soms tijdelijke maatregelen getroffen worden om te voorkomen dat er schade of gevaarlijke situaties ontstaan. Hier worden ter plaatse duidelijke afspraken over gemaakt die wij ook in de beschikking tot stillegging vastleggen. Door de stillegging van de activiteiten is een op dat moment plaatsvindende overtreding met onmiddellijke ingang beëindigd. We informeren de wethouder hierover indien het zaken betreft met een grote maatschappelijke impact of politieke gevoeligheid.

Met de stillegging leggen wij gelijktijdig een (preventieve) last onder dwangsom op om te voorkomen dat er verder wordt gegaan met de activiteit c.q. de overtreding opnieuw plaatsvindt. Kosten bestuursdwang en Invordering verbeurde dwangsom De kosten die de gemeente moet maken voor het voorbereiden en het daadwerkelijk uitvoeren van een last onder bestuursdwang verhalen wij op de overtreder door het nemen van een kostenverhaalsbeschikking. Na het verbeuren van dwangsommen nemen wij conform de wettelijke bepalingen een invorderingsbeschikking.

Basiswerkwijze invorderen ten aanzien van verbeurde dwangsommen: 1. Voortraject: Een verbeurde dwangsom moet op basis van artikel 5:33 van de Algemene wet Bestuursrecht (Awb) binnen 6 weken nadat deze van rechtswege verbeurd is betaald worden. Na het verbeuren van een dwangsom berichten wij overtreder hierover en verzoeken wij de dwangsom via een bijgevoegde factuur tijdig te betalen. 2. Voornemen invorderen: Als de verbeurde dwangsom (factuur) niet betaald wordt sturen wij tijdig een constateringsbrief met voornemen tot invorderen. De overtreder stellen wij daarbij in de gelegenheid tot het indienen van een zienswijze. 3. Invorderingsbeschikking: Na het (onbetaald) verstrijken van de (zienswijzen)termijn nemen wij op basis van artikel 5:37 Awb tijdig een invorderingsbeschikking. In de beschikking stellen wij gemotiveerd vast hoe de last onder dwangsom is overtreden en in welke mate daardoor de dwangsom is verbeurd. Ook vermelden wij tot invordering over te gaan nu de betaling niet binnen de gestelde termijn is voldaan en er geen bijzondere omstandigheden zijn om van invordering af te zien. Eventueel ingebrachte zienswijze(n) betrekken wij hierbij. Tegen de invorderingsbeschikking staat bezwaar open.

75

Sanctiestrategie: gericht op het optreden tegen overtredingen 4. Aanmaning: Tegelijkertijd of (direct) na de invorderingsbeschikking sturen wij bij uitblijvende betaling een aanmaning (artikel 4:112 Awb). Uit de aanmaning blijkt onmiskenbaar dat ingeval niet wordt betaald na afloop van de daarin vermelde betalingstermijn van twee weken dwanginvordering zal volgen. 5. Dwangbevel: Als na de aanmaning nog niet wordt betaald, wordt het verschuldigde bedrag bij dwangbevel ingevorderd. Dat dwangbevel is de officiële kennisgeving waarin de verplichting tot betaling van de dwangsom is vastgelegd. Het dwangbevel wordt bij deurwaardersexploot aan de debiteur betekend. Basiswerkwijze ten aanzien van kostenverhaal bestuursdwang: 1. Brief met voornemen gemaakte bestuursdwangkosten: Wij sturen een brief waarin wij aangeven voornemens te zijn de gemaakte bestuursdwangkosten in te vorderen. Een verzoek om betaling is nog niet aan de orde omdat de betalingsverplichting -anders dan bij een last onder dwangsom- voortvloeit uit de kostenverhaalbeschikking. Wel zenden wij informatie over de opbouw en hoogte van de voorgenomen in te vorderen bestuursdwangkosten. Ook bieden wij de gelegenheid tot het indienen van een zienswijze. 2. Kostenverhaalbeschikking: Vervolgens stellen wij de kostenverhaalbeschikking vast en betrekken daarbij de eventueel ingebrachte zienswijze(n).

Bij dit besluit voegen wij een factuur met een betalingstermijn van 6 weken. 3. Aanmaning: Bij uitblijvende betaling sturen wij na het verstrijken van de betalingstermijn tijdig een aanmaning. Uit de aanmaning blijkt onmiskenbaar dat ingeval niet wordt betaald na afloop van de daarin vermelde betalingstermijn van twee weken dwanginvordering zal volgen. 4. Dwangbevel: Als na de aanmaning nog niet wordt betaald, wordt het verschuldigde bedrag bij dwangbevel ingevorderd. Dat dwangbevel is de officiële kennisgeving waarin de verplichting tot betaling van de dwangsom is vastgelegd. Het dwangbevel wordt bij deurwaardersexploot aan de debiteur betekend. Boetebevoegdheid artikel 18.12 Omgevingswet Nieuw (en relatief onbekend) is de boetebevoegdheid in artikel 18.12 Omgevingswet voor bevoegde gezagen om een boete op te leggen voor een overtreding van de regels in het omgevingsplan “over het gebruik of de staat van open erven of terreinen of het gebruik van gebouwen, of over het tegengaan van hinder”. Dat is een ruime toekenning van deze nieuwe boetebevoegdheid. De gemeente Nuenen werkt (nog) niet met de bestuurlijke boete als sanctiemiddel.

76

Bijlage 2E Strategie bij meldingen en handhavingsverzoeken Strategie bij meldingen en handhavingsverzoeken Overtredingen of mogelijke overtredingen kunnen ook door derden onder de aandacht van de gemeente worden gebracht. Dit kan door middel van het indienen van een mondelinge of schriftelijke melding of door middel van het indienen van een schriftelijk verzoek om handhaving. Het omgaan met deze meldingen en verzoeken om handhaving vraagt een specifieke aanpak. De algemene werkwijze is als volgt: Meldingen Indien iemand weet of vermoed dat er sprake is van een overtreden situatie kan dit gemeld worden bij de gemeente. Omgevingswet (voorheen Wabo)-gerelateerde meldingen komen binnen via een Melding Openbare Ruimte (MOR). Het in het zaaksysteem Djuma geïntegreerde werkproces kent een aantal stappen en checklists. De melding wordt digitaal ingediend door de melder zelf, of een medewerker van het KCC maakt de melding aan namens de melder die telefonisch zijn melding heeft ingediend. Vervolgens wordt via het zaaksysteem Djuma de melding aan een behandelaar toegevoegd die ervoor zorgt dat, indien nodig, een controle wordt uitgevoerd of er sprake is van een overtreding en zo ja of de overtreding legaliseerbaar is. Als de overtreding niet legaliseerbaar is, wordt de handhavingsprocedure gestart.

Bij een melding bepalen wij aan de hand van de in dit beleid opgenomen prioritering of, en zo ja, wanneer de melding in behandeling wordt genomen. Zoals hierboven reeds is aangegeven worden meldingen altijd geregistreerd. Is sprake van een hoge prioriteit, dan nemen wij de melding in beginsel direct in behandeling. Een toezichthouder beoordeelt de situatie op locatie, waarna wij de melder desgewenst informeren over de verdere afhandeling van de melding. In geval van een melding is de gemeente niet aan een beslistermijn gebonden, doch streven wij ernaar om de melder zo spoedig mogelijk duidelijkheid te geven. Verzoeken om handhaving Bij een schriftelijk verzoek om handhaving nemen wij zo snel mogelijk (mondeling of schriftelijk) contact op met de verzoeker om handhaving of diens gemachtigde. In dit contact bespreken wij wat het belang en doel van het verzoek is en wat verzoeker van de gemeente kan verwachten. Vervolgens onderzoeken wij de situatie en informeren wij alle belanghebbenden (dus ook de mogelijke overtreder) over de afhandeling en de verdere procedure. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk gebeuren. In samenspraak met de verzoeker zoeken wij naar een snelle en informele oplossing van het probleem.

Wordt hiermee geen oplossing bereikt en hebben wij een overtreding geconstateerd, wegen wij aan de hand van de hiervoor genoemde sanctiestrategie af hoe wij hier verder mee omgaan. Bij een verzoek om handhaving geldt een beslistermijn van 8 weken. Bij anonieme verzoeken om handhaving volgen wij de aanpak zoals bij een melding, met het verschil dat de verzoeker vanwege zijn anonimiteit niet op de hoogte kan worden gesteld van de werkwijze van de gemeente.

77

Bijlage 2F Gedoogstrategie

Gedoogstrategie: gericht op gemotiveerd accepteren van overtredingen

Gedogen Wetten zijn geen vrijblijvende normen, maar moeten worden nageleefd en gehandhaafd (beginselplicht tot handhaving). Alleen in uitzonderingsgevallen kan gedogen aanvaardbaar zijn. Gedogen betekent dat door het bestuursorgaan, zoals de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders, dat bevoegd is tot handhaving willens en wetens niet wordt opgetreden tegen een situatie die strijdig is met de geldende regels. In principe is het gedogen van een overtreding ongewenst. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties (overmachts- en/of overgangssituaties) is het (tijdelijk)gedogen van een overtreding een alternatief voor handhavend optreden. Uitgangspunt blijft echter dat gedogen met grote terughoudendheid moet worden betracht. Gedogen is de uitzondering In de nota Grenzen aan gedogen stelde het kabinet voorwaarden aan gedogen. Het kabinet wilde voorkomen dat overheden lichtvaardig of willekeurig gedogen. De gemeente Nuenen onderschrijft deze nota. Volgens het landelijke beleidskader is gedogen slechts aanvaardbaar in uitzonderingsgevallen (overmachts- en overgangssituaties) en onder voorwaarde dat de situatie beperkt is in omvang en/of tijd. Op basis van de in wetgeving en jurisprudentie vastgelegde uitgangspunten geldt voor gedogen een aantal eisen te weten: • Alleen in uitzonderingssituaties (overgangs- of overmachtssituaties, concreet zicht op legalisatie).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14972746/1