CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-43 RV Bijlage 1 - Jaarstukken 2020

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Jaarrekening 202043.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

59

Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden:  netto schuldquote;  netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;  solvabiliteitsratio;  grondexploitatie;  structurele exploitatieruimte;  belastingcapaciteit De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90

90-130

>130

Solvabiliteitsratio

>50

20-50

<20

Grondexploitatie

<20

20-35

>35

Structurele exploitatieruimte

>0

0

<0

Belastingcapaciteit

<95

95-105

>105

Zie voor de onderlinge verhouding van de kengetallen bij conclusie.

60

Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2020 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20202023. De kengetallen voor de begroting 2021 tot en met 2023 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2021-2024. Omschrijving

Realisatie 2018

2020

2020

2021

2022

Netto schuldquote

123% 142% 117%

92%

84%

90% 111%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

117% 135% 112%

88%

79%

85% 107%

Solvabiliteitsratio

28%

28%

30%

34%

34%

30%

Grondexploitatie

121% 137% 113%

74%

65%

59%

52%

1%

2%

2%

1%

Structurele exploitatieruimte

2%

61

2019

Begroting

27% -3%

1%

2023

Belastingcapaciteit

121% 117% 112% 119% 118% 118% 118%

Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie

62

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.

63

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Nuenen beïnvloed door 2 oorzaken:  De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het de afgelopen jaren noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. Het kengetal voor de begroting is lager dan de werkelijke kengetallen in de afgelopen jaarrekeningen. Dit wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Eeneind West. In 2020 heeft de geraamde verkoop niet plaatsgevonden.

Het kengetal neemt daarnaast af door de realisatie van geraamde verkopen in Nuenen West en Luistruik.  Het oplopen van dit kengetal in de begrotingsjaren vanaf 2022 wordt veroorzaakt door de geraamde investeringen voor: - het Klooster (2021); - de Hongerman (2022); - renovatie van de woonwagenlocaties (2021 t/m 2023); - reconstructie van de Smits van Oyenlaan (2023); - aanleg tunnel Collse Hoefdijk (2024). Solvabiliteitsratio Omdat de (geraamde) reserves en voorzieningen nagenoeg ongewijzigd blijven en de geraamde investeringen toenemen, laat dit kengetal een lichte daling zien in de begrotingsjaren. De toename van het kengetal ten opzichte van de jaarrekening 2020 wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Eeneind West. De lichte toename in de realisatie wordt veroorzaakt door de positieve resultaten in de jaarrekeningen (m.u.v. 2019) en het achterblijven van de geraamde investeringen. Grondexploitatie De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, daarom is dit kengetal hoog. De sterke afname van het kengetal ten opzichte van de laatste jaarrekening en de begrotingsjaren wordt met name veroorzaakt door het, conform afspraken, ramen van de verkoop van de gronden Eeneind West.

64

Structurele exploitatieruimte De resultaten van de begrotingsjaren zijn positief. Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de ozb. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren ingezet is op verlaging van de belastingdruk, mits dat gezien de financiële situatie verantwoord was.

65

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Nuenen heeft een uitgestrekt buitengebied en een intensief bebouwd binnengebied met een totale oppervlakte van 3.361 ha. De gemeente is verdeeld over vier kernen: Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. Zowel binnen als buiten de kernen vinden tal van activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Om deze activiteiten in goede banen te leiden zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, openbare verlichting, civieltechnische kunstwerken, groen, riolering, gebouwen, speeltoestellen, verkeersregelingen en ten slotte beelden en plastieken. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid en de financiële consequenties van het onderhoud van de kapitaalgoederen.

Wegen De gemeente beschikt over een uitgebreid wegennet ten behoeve van de verbinding binnen de kernen, tussen de kernen en de aansluiting op het regionale wegennet. Op dit moment bestaat dit wegennet uit ruim 228 kilometer verharde wegen. Beleid In het vastgestelde beheerplan heeft de raad gekozen voor cyclisch onderhoud. Bij deze systematiek wordt het onderhoud zodanig gepland dat gedurende de gehele levensduur van de verhardingen periodiek grootschalig onderhoud kan worden uitgevoerd. Financieel gezien betekende dit de eerste 10 jaar een uitgave van gemiddeld € 973.000,-. Eerder was de planning dat een nieuw beheerplan in 2020 zou worden vastgesteld, maar door gebrek aan personele capaciteit is de planning verschoven naar 2021. In het nieuwe beheerplan blijft het beleid zoals dit was opgenomen in het beheerplan 2015-2019 gehandhaafd. De financiële berekening uit dit plan wordt daarom gehandhaafd voor de berekening voorziening wegen. Beleidsplan Voor het beleidsveld Wegen is geen apart beleidsplan opgesteld. De beleidskaders zijn benoemd in het Beheerplan wegen 2015-2019 en blijven gelden. Naam

Periode

Beheerplan Wegen 2015-2019

2015-2019

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

6-11-2014 1e kwartaal 2021

Uitgangspunten In het rapport van de wegeninspectie (tweejaarlijks) wordt aangegeven wat nodig is voor onderhoud wegen in de komende vijf jaar. Bij elk nieuw rapport van de wegeninspectie wordt beoordeeld of de voorziening voor de komende vijf jaren voldoende is. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel

2020

Raming groot onderhoud wegen

1.062.629

Realisatie groot onderhoud wegen

397.347

Verschil

665.283

Jaarlijks wordt volgens het programma uit het beheerplan wegen het benodigd (gemiddeld) bedrag (€ 837.086,-) gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor cyclisch onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren. Voor reconstructie en rehabilitatie van de wegen zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2020 resteert in de voorziening een bedrag van € 1.101.665,-. Daarnaast is in 2020 € 119.886,- uitgegeven aan klein onderhoud (begroot € 127.620,-). Achterstallig onderhoud Het achterstallig onderhoud is een indicator van het CROW (uitgedrukt in kosten) en is gedefinieerd als onderhoud op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn al is overschreden, met andere woorden waarbij het onderhoud al eerder uitgevoerd had moeten worden. Jaarlijks wordt een inspectie uitgevoerd. Het ene jaar op klein onderhoud, het daarop volgende jaar een gehele inspectie van het areaal. Op basis van deze inspecties vindt (kleinschalig) onderhoud plaats, met name op wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is overschreden. Daarmee houden wij de wegen veilig en heel en voorkomen we achterstallig onderhoud. Het aanwezige achterstallige onderhoud is inmiddels ingelopen.

66

Openbare verlichting De gemeente Nuenen heeft ca. 6.000 lichtmasten en 6.300 armaturen. De kosten voor openbare verlichting bestaan uit de jaarlijkse kosten voor elektriciteit en klein onderhoud en de kosten voor vervangingsinvesteringen. Beleid Het beleid is erop gericht om de komende 10 jaar de meest verouderde openbare verlichting te vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Beleidsplan Het beleidsplan Openbare verlichting is vastgesteld op 6 juli 2017. Naam

Periode

Beleidsplan OVL 2018-2027

2018-2027

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

6-7-2017 Eind 2027

Uitgangspunten Bij het streven naar een duurzame, schone en veilige openbare ruimte is het uitgangspunt dat lichtmasten gemiddeld na 40 jaar worden vervangen en armaturen na 20 jaar. In het beleidsplan OVL is opgenomen dat de komende 10 jaar de verouderde armaturen en lichtmasten worden vervangen door energiezuinige (led)verlichting. Ook worden de armaturen met een hoog energieverbruik vervangen. Hiervoor is een investering van circa € 2.420.000,- benodigd. De energiekosten en de kosten voor onderhoud dalen hierdoor. Ook heeft de gemeente de intentie om gehoor te geven aan het SER energieakkoord. In het beleidsplan openbare verlichting wordt voorgesorteerd op het toepassen van Smart Lighting. Armaturen worden daarom uitgerust met communicatie modules. Hiermee kan informatie vanuit het armatuur verkregen worden (bijvoorbeeld energieverbruik) en kan bijvoorbeeld een nieuw dimregime naar het armatuur verzonden worden. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Voor de vervanging van masten en armaturen is in 2020 een bedrag van € 538.000,- opgenomen. Hiervan is in 2020 circa € 30.000,- besteed. De reden voor deze geringe uitgave is een kortgeding die vanuit twee aannemingsbedrijven tegen de gemeente Nuenen aanhangig zijn gemaakt. Hierdoor was het niet mogelijk de werkzaamheden op te starten.

Ook is om deze reden al het project 'Vervangen openbare verlichting Gerwen' opgestart. Beide projecten worden in april 2021 afgerond. Naast middelen voor de vervangingsinvesteringen is nog een bedrag voor regulier onderhoud, zoals remplace en masten schilderen, uitgegeven van afgerond € 100.000,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Civiele kunstwerken Met civiele kunstwerken worden bruggen, viaducten etc. bedoeld. Voor het groot onderhoud hiervan is een voorziening gevormd. Beleid In het vastgestelde beheerplan Civiele kunstwerken heeft de raad gekozen voor het onderhouden van de civiele kunstwerken op C-niveau. Bij dit niveau ligt de nadruk op veilig en heel. Enkele kunstwerken, zoals in het centrumgebied en op diverse gemeentegrenzen, worden op A-niveau onderhouden. Beleidsplan Het beheerplan Civiele kunstwerken is vastgesteld op 13 februari 2020. Naam

Periode

Beheerplan Civiele kunstwerken

2020-2024

Vastgesteld in de raad 13-2-2020

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024

Uitgangspunten Voor het vervangen van civiele kunstwerken bij einde levensduur zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel

2020

Raming groot onderhoud civiele kunstwerken

82.000

Realisatie groot onderhoud civiele kunstwerken

80.907

Verschil

1.093

67

Jaarlijks wordt volgens het beleidsplan civiele kunstwerken het benodigd (gemiddeld) bedrag van € 115.122,- gestort in deze voorziening. De storting is bestemd voor het planmatig onderhoud. De werkelijke uitgaven fluctueren (jaarlijks gemiddeld € 162.000,-). Voor de vervanging van civiele kunstwerken zijn geen middelen beschikbaar in de onderhoudsvoorziening. Indien hier middelen voor nodig zijn wordt apart aan de raad om budget gevraagd. Eind 2020 resteert in de voorziening een bedrag van € 502.994,-. Naast de bedragen voor het groot onderhoud is nog circa € 23.000,- besteed aan klein onderhoud. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel alleen gedaan wanneer de veiligheid niet in het geding is.

Groen De groenstructuur van de gemeente Nuenen wordt enerzijds bepaald door de historische en moderne wegenstructuur, anderzijds door de diverse grotere (historische) groen- en parkgebieden en waterstructuren binnen de kern. Om dit optimaal tot zijn recht te laten komen dient het groen goed beheerd te worden. De gemeente Nuenen draagt zorg voor het gemeentelijk groen. Het openbaar groen heeft een grote waarde wat betreft gezondheid, veiligheid, beleving en duurzaamheid. Samen met onze inwoners nemen we maatregelen om verzorgd en gebruiksvriendelijk openbaar groen te realiseren. Beleid Gemeentebossen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentebossen. Het bosbezit van de gemeente Nuenen is in totaal circa 65 ha groot en ligt verspreid over vijf grotere gebieden in de gemeente en enkele kleinere bospercelen in en rond het dorp Nuenen. Door middel van een beheerplan zijn het beheer en onderhoud van de gemeentebossen voor de periode 2017 – 2022 vastgelegd. Bomen De gemeente Nuenen is een groene gemeente en zal dat ook blijven. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan een prettig leefklimaat. Het is daarom belangrijk te zorgen en blijven zorgen voor een gezond bomenbestand. Uit bijdragen van inwoners aan het Bomencafé is duidelijk geworden dat de inwoners graag bomen in de eigen omgeving hebben, maar er ook iets over te zeggen willen hebben.

Zoals met ieder plan zijn ook met het uitvoeren van dit beleidsplan kosten gemoeid. Openbaar groen Centrale vraag in het Groenstructuurplan is waar groen kan verdwijnen en waar het beeldbepalend en onmisbaar is voor de groene uitstraling en prettige leefomgeving van de gemeente Nuenen. Verder is in het Groenstructuurplan aangegeven waar belangrijke structuren ontbreken. Het Groenstructuurplan is de basis voor verder beleid, beheer en planvorming. Bermen en Watergangen Bermen: binnen de gemeente Nuenen hebben we ruim 78 ha aan bermgras. Bermen bestaan uit een vegetatie van gras en kruiden. Bermen met bermgras vervullen meerdere functies zoals:  verhoging van de stabiliteit van de weg;  opvang van regenwater;  bieden van ruimte voor bomen, kabels, leidingen, lichtmasten, bebakening, verkeersborden, uitwijkmanoeuvres en parkeren;  ecologische functie voor planten, insecten en kleine zoogdieren;  ontsluitingsmogelijkheden bieden aan naastliggende percelen;  verfraaiing dorpsaangezicht/verbetering woon- en leefklimaat. Watergangen: het voornaamste doel is het bergen en/of afvoeren van water. Daarom is het beheer er op gericht dit mogelijk te maken. Afhankelijk van de watergang in het waterafvoerend systeem wordt regelmatig onderhoud zelfs verplicht door het Waterschap dat eenmaal per jaar een schouwronde uitvoert op het uitgevoerde werk.

Het beheer van de A-watergangen valt onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Het beheer van de B- en Cwatergangen wordt uitgevoerd door de aangelanden, waaronder de gemeente Nuenen.

68

Beleidsplan Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Beheerplan gemeentebossen 2017-2022 23-5-2017 (vastgesteld door college) eind 2022 Bomenbeleidsplan

2017-2031 9-2-2017

eind 2031

Groenstructuurplan

2011-2020 25-11-2010

eind 2022

Groenbeheerplan

2020-2026 12-12-2019

eind 2026

Uitgangspunten Bermen In het kader van ecologisch bermbeheer en de biodiversiteit is de maaifrequentie aangepast naar maximaal 1x tot 2x per jaar. Bij het maaien wordt het maaisel afgevoerd. Bij iedere maaibeurt blijft 20% overstaan. Om verruiging te voorkomen wordt het overstaande deel bij de volgende maaibeurt mee gemaaid, en blijft op andere delen 20% overstaan. De toetsing van goed maaibeheer van bermen en watergangen is vastgelegd in Kleurkeur van de Vlinderstichting. Door deze nieuwe standaard kunnen opdrachtgevers en aannemers zich beter voorbereiden op een insectenvriendelijk bermbeheer. In het maaibestek van bermen en watergangen zijn de richtlijnen van Kleurkeur opgenomen en geeft het een garantie dat het maaibeheer gericht is op het verhogen van de ecologische kwaliteit. Watergangen Beheer en onderhoud van watergangen (sloten) met een afvoerende en een bergende functie van het oppervlaktewater binnen het stroomgebied van de waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Overeenkomstig de Keur oppervlaktewateren betreft dit sloten met een beperkt belang, niet zijnde in onderhoud bij de bovengenoemde waterschappen. Bossen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de bossen ten behoeve van de openluchtrecreatie en het milieu.

Landschappelijke beplanting Op sobere wijze in stand houden van lintvormige en kleinschalige landschapselementen (wegbeplantingen, houtsingels, poelen etc.), ten behoeve van:  beeld, milieu;  verbindingen tussen landschapselementen;  coulissenwerking. Openbaar groen Op sobere wijze in stand houden van de kwaliteit en functionaliteit van de groenvoorziening voor een groene uitstraling van de gemeente voor haar eigen inwoners en gebruikers (inwoners van buiten de gemeente en toerisme). Het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau is B. De 'Parels' die als visitekaartje dienen worden op kwaliteitsniveau A onderhouden. Bomen Nuenen is een bolwerk van bomen. De gemeente Nuenen staat ervoor om dat bolwerk te laten bestaan uit gezonde bomen waar zowel inwoners als de gemeente trots op zijn. Gezonde bomen waar de gemeente haar groene karakter mee behoudt, een prettig leefklimaat heeft en ook in de toekomst zal behouden. Het boombeheer gaat over nu en over later. Financieel

Begroot 2020

Realisatie

Verschil

Bossen

18.573

34.489

-15.916

Watergangen

66.165

49.011

17.154

Landschappelijke beplanting

20.765

15.342

5.423

Openbaar groen

1.228.884

1.515.279

-286.395

Totaal

1.334.387

1.614.121

-279.734

Naast bovenstaande exploitatiebedragen is nog € 35.000 ,- besteed aan groenreconstructies. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Riolering De gemeentelijke riolering bestaat uit ca. 150 km vrij vervalriolering (binnen de bebouwde kommen) en ca. 60 km drukriolering (in het buitengebied). Daarnaast zijn er nog voorzieningen zoals bergbezinkbassins en gemalen.

69

Beleid De gemeente heeft zorgplichten op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente om gaat met deze zorgplichten is vastgelegd in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Beleidsplan Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) heeft een looptijd tot en met 2023. In het vGRP staan de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP. Naam

Periode

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 – 2023 (vGRP)

2019-2023

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

13-12-2018 2023

Uitgangspunten De doelen vastgelegd in het vGRP zijn:  Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater;  Inzameling, transport en / of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren;  Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt;  Klimaatbestendig ontwerpen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen De jaarlijks benodigde budgetten voor groot onderhoud zijn vastgesteld in het vGRP. Wanneer in een jaar meer geld ontvangen is dan uitgegeven wordt dit bedrag gestort in de voorziening riolering. Dit geld blijft daardoor beschikbaar voor de doelen uit het GRP. Financieel

2020

Raming onderhoudskosten riolering

333.514

Realisatie onderhoudskosten riolering

329.605

verschil

3.909

Daarnaast resteert eind 2020 nog een bedrag van € 4.396.472,- in de voorziening riolering. Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Soms wordt onderhoud wel uitgesteld om schaalvoordeel te kunnen behalen. Dit uitstel wordt enkel gedaan als de veiligheid niet in het geding is.

Gebouwen De gemeente heeft de nodige gebouwen in beheer. Deze zijn onder te verdelen in gebouwen voor eigen gebruik, algemene gebouwen, sociaal culturele accommodaties en sportaccommodaties. Beleidsplan De gemeenteraad heeft in de vergadering van 9 november 2017 het beheerplan gebouwen 20182032 vastgesteld. Naam

Periode

Beheerplan gebouwen

2018-2032

Vastgesteld in de raad 9-11-2017

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2021

Uitgangspunten Voor de gebouwen die economisch eigendom zijn van de gemeente Nuenen en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, is een voorziening gevormd. Uitgangspunt voor deze voorziening is wat minimaal nodig is om de gebouwen veilig, heel en functioneel te houden op basis van sober en doelmatig onderhoud. Het uitgangspunt is conditieniveau 3. Tevens zal bij regulier onderhoud een verduurzamingsslag gemaakt worden door de materialen te vervangen voor een duurzamere variant, daar waar budget het toelaat. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen op basis van het nieuwe MJOP: (op basis van het meerjarenonderhoudsplan incl. HE-gebouwen) Financieel

2020

Dotatie voorziening

429.436

Besteding uit voorziening

250.796

Saldo voorziening per 31-12

1.573.458

70

Status onderhoud Het benodigde onderhoud aan gebouwen wordt bepaald aan de hand van inspecties. Elk gebouw wordt om de 3 jaar geïnspecteerd. Het beheerplan gebouwen is gebaseerd op de cijfers die voortvloeien uit de inspecties. Recent zijn de gebouwen opnieuw geïnspecteerd. Dit kan leiden tot een financiële bijstelling van de voorziening. Het geactualiseerde beheerplan zal worden voorgelegd aan de raad. Bij een aantal gebouwen moet nog politieke besluitvorming plaatsvinden over het toekomstige gebruik en/of eigendom van de gebouwen. Grootschalig investeren in onderhoud is dan een vorm van kapitaalvernietiging. De beschikbaar gestelde budgetten voor onderhoud dienen echter wel beschikbaar te blijven, zodat direct na bestuurlijke besluitvorming actie ondernomen kan worden.

Speeltoestellen Beleid Spelen en bewegen in de openbare ruimte 'Speelruimtebeleidsplan 2017-2020' Beheerplan speelvoorzieningen 2011 – 2020 Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen Beleidsplan Naam

Periode

Vastgesteld in de raad Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Spelen en bewegen in de openbare ruimte 2017-2020

6-7-2017 nvt

Uitgangspunten Het nieuwe speelruimtebeleid is via co-creatie tot stand gekomen waarbij is samengewerkt met inwoners, verenigingen en andere belanghebbenden als gelijke partners. De belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe beleid zijn:  Spelen voor alle leeftijden (jong en oud);  Risicovol spelen in een natuurlijke omgeving;  Gebruik maken van (aanwezige elementen in) de gehele openbare ruimte;  Ontmoeten als belangrijk onderdeel van de "Centrale speelgelegenheid Nuenen";  Aansluiten bij de behoeftes van de omgeving en trends. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Aan het onderhoud van de speeltoestellen is in 2020 € 54.557,- uitgegeven. Daarnaast is € 108.380,besteed aan vervangingen van bestaande speelvoorzieningen en de aanleg van nieuwe speelvoorzieningen. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Verkeersregelingen Beleid Voor het vervangen van verkeersborden, verkeerstekens, wegmarkeringen, etc. is budget in de exploitatie beschikbaar. Uitgangspunten Verkeersborden worden vervangen wanneer ze beschadigd of verdwenen zijn. Ook worden ze één maal per jaar schoongemaakt. Voor het onderhoud aan wegmarkeringen en verkeersregelinstallaties zijn onderhoudscontracten afgesloten. Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel

2020

Raming onderhoud verkeersregelingen

47.750

Realisatie onderhoud verkeersregelingen

48.469

Verschil

-719

Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Beelden en plastieken Beleid Het beleid- en beheerplan beelden en plastieken inclusief de noodzakelijke financiële middelen is niet voorgelegd aan de raad in december 2019. Dit is verplaatst naar 2021.

71

Beleidsplan Naam

Periode

Beleidsplan beelden en plastieken

2022-2025

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2021

Jaarlijks onderhoudsbudget en investeringsmiddelen Financieel

2020

Raming onderhoud Beelden en Plastieken

5.000

Uitgaven onderhoud Beelden en Plastieken

7.339

Financieel

-2.339

Achterstallig onderhoud De inspectie medio 2019 heeft aangetoond dat er een achterstallig onderhoud is van € 75.769,-. Voor dit bedrag is een voorziening gevormd. In 2020 is gestart met de restauratie van diverse kunstwerken (uitgegeven is € 36.253,-), dit zal in Q2 en Q3 2021 worden voortgezet, als het weer het toelaat.

72

Financiering Inleiding Financiering is de manier waarop wij de benodigde geldmiddelen aantrekken en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen beleggen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving geldt voor de gemeente een Treasurystatuut. Dit statuut bevat regels om de financieringsfunctie te sturen, beheersen en controleren. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-. Door de afronding op duizendtallen kunnen er afrondingsverschillen ontstaan. Conform het nieuwe BBV moet deze paragraaf inzicht geven in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. Toerekening aan de taakvelden is gedaan met de rentepercentages die hieronder zijn genoemd.

Interne- en externe ontwikkelingen De ECB heeft in 2020 een ruim monetair beleid gevoerd en de rentetarieven zijn laag gebleven. De EMU-tekortruimte voor gemeenten in 2020 is vastgesteld op - 0,27% BBP. De individuele EMU-referentiewaarde voor Nuenen is voor 2020 vastgesteld op € 2.646.000,-. Dit betreft geen norm maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Omschrijving

2020

1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves

650

2 Mutatie (im)materiële vaste activa

-3.275

3 Mutatie voorzieningen

1.163

4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

6.193

5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa EMU-saldo

0 4.731

De renteberekening voor activa mag conform BBV 25% afwijken op basis van begroting en werkelijkheid. Met de begrotingswijziging behorende bij de jaarrekening 2019 is de rekenrente voor activa aangepast en basis van werkelijkheid blijft deze gelijk. De rente op bouwgrondexploitaties wordt bij de jaarrekening op werkelijke basis toegerekend. Renteschema

Begroting

Realisatie

Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond

2,00%

2,00%

Rente grondexploitatie

0,61%

0,35%

Rente activa

0,50%

0,50%

73

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema

2020 Totaal 2020

De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering

499

De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie

0

De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden

112

De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig

0

De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering

-25

De externe rentebaten

-14

Rente voorzieningen

53

1 Saldo rentelasten en rentebaten

625

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-272

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-112

2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-384

3 Rente over eigen vermogen

0

4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)

241

5 De aan taakvelden toegerekende rente

-235

Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)

5

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Financieringsbehoefte Beleidsvoornemen financiering Het beleid van 2020 is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. We houden daarbij rekening met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien de rentevisie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de rente dit jaar laag blijft en komende jaren licht kan gaan oplopen, kan voorlopig aan deze strategie worden vastgehouden. Zodra de rentevisie wijzigt en uitgaat van een stijgende rente op korte termijn kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.

Liquiditeit In 2020 zijn de liquide middelen met kasgeldleningen gefinancierd met een rente lager dan 0%.

Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap

Omschrijving

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal per 2020

67.996

67.996

67.996

67.996

Percentage regeling

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

74

1

Toegestane kasgeldlimiet

5.780

5.780

5.780

5.780

Opgenomen gelden < 1 jaar

5.000

7.333

10.333

25.000

Schuld in rekening courant

373

0

0

0

6

66

96

66

Vlottende korte schuld

Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 2

Totaal vlottende korte schuld

0

0

0

0

5.379

7.399

10.429

25.066

11

23

39

31

1.087

5.677

3.030

6.442

Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant

0

0

0

0

3

Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen

1.098

5.700

3.069

6.473

4

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

4.281

1.699

7.360

18.593

Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)

1.499

4.081

-1.580

-12.813

Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). Stap

Omschrijving

1

Renteherzieningen

2 3 (1+2)

Begroting

Begroting na wijziging 0

0

Aflossingen

31.445

31.445

Renterisico

31.445

31.445

4

Begrotingstotaal 2020

67.996

77.439

5

Percentage regeling

20%

20%

6 (4 x 5)

Renterisiconorm

13.599

15.488

7

Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)

-17.846

-15.957

Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker Looptijd Van

rente oorspronkelijk 1-1-2020 31-12-2020 t/m

BNG

2013 2020

1,72%

BNG

2014 2020

0,80%

BNG

2019 2020 -0,38%

BNG

1996 2021

3,97%

BNG

2012 2022

BNG

2005 2022

8.000

0

9.000

3.000

0

20.000

20.000

0

282

38

19

3,17%

13.500

13.500

13.500

3,95%

3.500

3.500

3.500

BNG

2019 2024 -0,32%

30.000

30.000

30.000

NWB

2015 2027

1,21%

220

150

132

Prov. NB

2017 2027

0,00%

Totaal

23.000

2.321

2.137

2.113

101.822

80.325

49.264

Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw Omschrijving Looptijd Van

rente oorspronkelijk 1-1-2020 31-12-2020 t/m

BNG

1991

2041

3,93%

1.180

1.968

1.609

NWB

2004

2024

4,59%

5.800

877

851

75

Totaal

6.980

76

2.845

2.460

Bedrijfsvoering Inleiding Het doel van de bedrijfsvoering is het zo goed mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de inwoners door:  een efficiënt werkende organisatie;  een zorgvuldig besluitvormingsproces;  een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering;  waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden;  de beschikbaarheid over gemotiveerd en gekwalificeerd personeel. Coronavirus Op dit moment is er een wereldwijde crisis door het coronavirus. Voor onze medewerkers geldt dat zij de RIVM-richtlijnen hanteren om de verspreiding van het coronavirus zo veel mogelijk te beperken. Concreet betekent dat zoveel mogelijk thuiswerken. Met behulp van de bestaande IT-mogelijkheden en een versnelde invoer van een veilige tool voor video-conferences lukt dit voor bijna alle medewerkers. Vanwege systeemeisen en privacyrichtlijnen werken enkele medewerkers niet vanuit thuis. Op locatie zijn zij gehouden aan het gedragsprotocol. Er is een actueel calamiteitenplan. Daarnaast is inzichtelijk gemaakt welke processen cruciaal zijn voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en hoe te handelen als er een stijging in het ziekteverzuim van medewerkers ontstaat. Voor de korte termijn zijn ook keuzes gemaakt om projecten stil te zetten of te vertragen.

Personeel en organisatie Organisatieplan Mede onder invloed van de ontwikkelingen met betrekking tot de bestuurlijke toekomst is het organisatieplan 2019 - 2020 opgesteld dat aansluit op het DNA (missie) van onze organisatie. De organisatiedoelen die waren opgenomen voor bedrijfsvoering hebben betrekking op het zijn van een resultaatgerichte organisatie, duurzame inzetbaarheid van medewerkers en integraal samenwerken. In de loop van 2020 is daarin een vervolgstap gezet om te komen tot een toekomstbestendige en wendbare ambtelijke organisatie. Er heeft een herijking plaatsgevonden van de missie en visie en dat is een opmaat voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie. Strategisch HRM - beleid Het strategisch HRM plan zetten we in om (middel) lange termijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van organisaties te vertalen naar een gezamenlijk HRM-instrumentarium met ruimte voor couleur locale. Dat doen we op basis van een gemeenschappelijk kader wat in 2016 samen met de andere Dommelvallei organisaties is gedefinieerd. Het proces om het strategisch HRM plan te herijken voor de periode tot 2025 is opgestart. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) Deze wet is per 1 januari 2020 ingevoerd. Een laatste opgave in het borgen van geschilbeslechting was het instellen van een regionale geschillencommissie.

Over de samenstelling, bevoegdheden, werkwijze en dergelijke zijn in regio verband definitieve afspraken gemaakt. De regionale geschillencommissie is per 1 januari 2021 definitief ingesteld. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim bedroeg over het eerste halfjaar 2020, 7,94%. Door interventies en uitstroom in de WIA is de daling van het verzuim ingezet, 6,9%. De ambitie blijft om te streven naar een ziekteverzuimpercentage op maximaal het landelijk gemiddelde.

Informatievoorziening Informatiebeleid 2021-2025 Het informatiebeleid dient als gezamenlijk richtsnoer voor de ICT-ontwikkelingen van de Dommelvallei-gemeenten voor komende jaren. Dienst Dommelvallei biedt het beleid begin 2e kwartaal 2021 aan de raden aan en bereidt zich voor op het opstellen van dit beleid:

77

Om in financiële en formatieve zin te bepalen waar we als Dommelvallei-organisaties staan met onze digitale infrastructuur en beheerorganisatie namen we deel aan de ICT-Benchmark gemeenten. In de benchmark werden de ICT-investeringen, exploitatiekosten en salariskosten van de totale beheerorganisatie afgezet tegen het aantal inwoners. De uitkomst van € 74,- per inwoner van de Dommelvallei-gemeenten is € 12,- lager dan het benchmarkgemiddelde. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een lagere bezetting op de I&A-functies en financieel afgeschreven hardware.  In een digitale interactieve informatiebijeenkomst voor de 3 gemeenteraden zijn speerpunten voor dit informatiebeleid opgehaald.  Begin 2020 is een verdiepingsslag uitgevoerd op de talloze ICT-ambities vanuit de verschillende domeinen. Daarbij is gezocht naar de grote gemene delers en zijn deze vertaald naar de 5 belangrijkste ontwikkelingen waarop de focus zou moeten liggen, Implementatie DSO, Informatiebeveiliging, Datagedreven werken, Digitale dienstverlening en Digitale duurzaamheid. Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) Door uitstel van de omgevingswet naar 1 januari 2022 is een groot gedeelte van de implementatie van het Digitaal Stelsel Omgevingswet verschoven naar 2021. De aanbesteding van een VTH-systeem onder coördinatie van de Odzob is afgerond en de implementatie is gestart.

Het streven is dit systeem op 1 mei 2021 op basis van de huidige wetgeving in productie te nemen, inclusief koppeling met het zaaksysteem. Later volgt nog een implementatie op basis van de omgevingswet. De inkoop en implementatie van plansoftware en regelsoftware loopt. Datagedreven werken Er is door Dienst Dommelvallei onderzocht welke software, ondersteuning en expertise nodig is om de ontwikkeling naar datagedreven werken te faciliteren. Daarnaast is samen met experts van vakafdelingen uit de gemeenten een drietal pilots uitgevoerd vanuit verschillende domeinen (dienstverlening, veiligheid en bedrijfsvoering). Van gegevensknooppunt naar informatieknooppunt In het project gegevensuitwisseling (oplevering medio 2021) is het gegevensknooppunt voor de dommelvallei-organisaties gerealiseerd. Sinds december is het nieuwe geharmoniseerde systeem voor gegevensdistributie in gebruik. Gegevens tussen systemen worden efficiënter uitgewisseld. In een datawarehouse kunnen we gegevens uit verschillende bronnen centraal opslaan, aan elkaar relateren en analyseren. Het datawarehouse fungeert daarmee als een informatieknooppunt en is daarmee een belangrijke schakel in de ontwikkeling naar datagedreven werken. Applicatieportfoliomanagement De uitgevoerde Benchmark maakt duidelijk dat in Dommelvallei-verband inkopen van software loont.

De nog niet geharmoniseerde systemen binnen het sociaal domein en de afdelingen dienstverlening (burgerzaken) zijn relatief duur. Op dit moment lopen projecten om deze systemen te vervangen. Het totaal van onderhoudskosten voor applicaties is in 2020 relatief hoog. Dit is vooral te wijten aan de tijdelijk samenloop van nieuwe nog in te richten systemen naast de oude uit te faseren systemen (zaaksystemen en Corsa). Er is actief gestuurd op het uitfaseren van deze systemen. Digitale Duurzaamheid Met de implementatie van een zaaksysteem voor de 4 Dommelvallei-organisaties is ingezet op een centraal digitaal archief. Tot dusver is sprake van een hybride archivering (digitaal en analoog door elkaar) en wordt informatie in verschillende systemen opgeslagen waardoor de beheersbaarheid zeer te wensen over laat. Naast de centralisatie van digitale informatie werken we aan het digitaliseren van analoog archief (bouw- en milieuvergunningen) om deze ook in het zaaksysteem op te kunnen nemen. Windows en Office Het project voor de upgrade van Windows en Office is in 2020 grotendeels afgerond. Nagenoeg alle gebruikers zijn overgezet op de nieuwe omgeving. De paar restpunten worden in het eerste kwartaal 2021 opgelost. Gelijktijdig hiermee is de beveiliging van de omgeving verhoogd door een extra beveiligingslaag in te richten.

Deze vermindert de mogelijkheden dat ongewenste programma's, virussen en ransomware (on)bewust door medewerkers worden uitgevoerd. GGI-Netwerk De Dommelvallei-organisaties zijn in het eerste kwartaal aangesloten op het landelijke GGI-Netwerk. Dit is een beveiligd netwerk van en tussen gemeenten. Hiermee kan de overdracht van data tussen de Dommelvallei-organisaties en andere partijen beveiligd plaatsvinden via dit netwerk. Op termijn gaat dit het huidige nog in gebruik zijnde commerciële netwerk van beveiligde data-overdracht (Gemnet) vervangen.

78

GGI-Veilig De Dommelvallei-organisaties hebben deelgenomen aan de landelijke aanbesteding GGI-Veilig. Doel hiervan is de digitale weerbaarheid van de organisaties te verhogen. In 2020 is opdracht gegeven om het dataverkeer van de Dommelvallei-organisaties te monitoren op ongewenste datastromen en hackaanvallen. De monitoring wordt begin 2021 opgeleverd. Corona Door de coronacrisis gingen de medewerkers massaal thuiswerken. Om dit mogelijk te maken zijn door ICT extra inspanningen verricht, zoals het faciliteren van digitaal overleg en het beschikbaar stellen van thuiswerkfaciliteiten als tokens, chromebooks, beeldschermen en kabels. Door deze extra inspanning vertraagden andere werkzaamheden zoals het omzetten van Windows en Office. Informatiebeveiliging In 2020 is het nieuwe informatiebeveiligingsbeleid voor de 4 Dommelvallei-organisaties vastgesteld op basis van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De BIO is de opvolger van de Baseline Informatiebeveiliging Gemeente en is het stelsel van normen om de informatiebeveiliging verhogen. Op basis van risicoafwegingen worden passende maatregelen genomen. Samen met Dienst Dommelvallei willen we de informatiebeveiliging van de organisatie naar een hoger niveau brengen. Medio 2020 is een programma (BIO Top10) opgestart om de 10 belangrijkste maatregelen te implementeren.

In 2020 zijn de eerste stappen gezet voor de onderdelen:  Een brede bewustwordingscampagne die in 2021 uitgevoerd gaat worden;  GGI-Veilig;  Information Security Management System en een Privacy Management Tool;  het invoeren van technische beveiligingen van de Forumstandaardisatie;  het verbeteren van processen en het toegangsbeleid van onze gebouwen. In 2020 zijn er in de Dommelvallei-organisaties 34 beveiligingsincidenten (exclusief datalekken) gemeld bij de CISO, waarvan 28 phishing/spam-meldingen. De overige incidenten betreffen autorisatieproblemen en vragen over de virusscanner. De penetratietest is onderdeel van de BIO top 10. Privacy Bewustwording Omdat de meeste datalekken ontstaan door onbewust gedrag van mensen, stond bewustwording hoog op de agenda. In de eerste maanden van het jaar hebben we veel tijd gestoken in het vullen van Social Intranet en kennissysteem met informatie over allerlei privacygerelateerde onderwerpen. Aanvullend daarop zijn presentaties gegeven over gegevensbescherming in het algemeen of over specifieke onderwerpen, waaronder de gevolgen van de AVG voor de postregistratie. Door het toegenomen aantal vragen zien de privacybeheerders en de functionarissen gegevensbescherming (FG’s) dat het bewustzijn groeit.

Om de kennis van de medewerkers verder te vergroten gaan zij in 2021 een Dommelvallei-brede bewustwordingscampagne Informatiebeveiliging en Privacy starten. Als voorbereiding daarop zijn zij de behoefte aan het inventariseren. Data Protection Impact Assessments Voor steeds meer verwerkingen voeren we Data Protection Impacts Assessments (DPIA’s) uit. Waar mogelijk worden deze privacyrisicoanalyses door de drie Dommmelvalleigemeenten gezamenlijk uitgevoerd, zoals voor het project Vernieuwing gegevensuitwisseling. Waar de processen vergelijkbaar zijn worden de DPIA's van de 3 gemeenten hergebruikt, zoals voor de Wvggz. Daarnaast voeren de individuele gemeenten ook DPIA’s uit. Zo heeft de gemeente Nuenen een DPIA uitgevoerd voor tijdelijk cameratoezicht in Nederwetten. Verwerkersovereenkomsten De inhaalslag die we nog moeten maken is benoemd als één van de tien prioriteiten om de BIO te implementeren. In 2021 gaan we hier uitvoering aan geven. Zaaksysteem Djuma Het zaaksysteem Djuma is ingericht volgens het principe “open, tenzij…”. Dit kan botsen met de privacywetgeving. De Stuurgroep BetERe Dienstverlening en Bedrijfsvoering heeft op advies van de FG’s en programmamanager BetERe Dienstverlening en Bedrijfsvoering besloten om de inrichting van de vertrouwelijkheden in het zaaksysteem opnieuw te bekijken en indien noodzakelijk aan te passen.

De FG’s hebben hier een start mee gemaakt en stemmen hun bevindingen af met de vakafdelingen. De vakafdelingen dragen de verantwoordelijkheid voor de inrichting van Djuma. Zij besluiten op basis van het advies van de FG’s om de vertrouwelijkheid van een zaaktype wel of niet aan te passen.

79

Jaarrapportage Gegevensbescherming De FG’s hebben GAP-analyses uitgevoerd. Daarmee hebben zij in beeld gebracht welke acties de Dommelvallei-organisaties nog in gang moeten zetten om (beter) aan de privacywetgeving te voldoen. De FG’s werken hun bevindingen begin 2021 uit in een Jaarrapportage Gegevensbescherming. Datalekken In 2020 zijn er binnen de gemeente Nuenen bij de privacybeheerders en FG's 5 datalekken gemeld. Geen daarvan hebben we gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. In 1 geval is de betrokkene op de hoogte gesteld van het datalek. Soms melden ook de betrokkenen zelf het datalek bij ons. Een melding bij de AP betekent niet ook automatisch een melding bij de betrokkenen en andersom. Of we een datalek melden bij de AP en/of de betrokkenen is altijd een individuele afweging. Dit is afhankelijk van het privacyrisico voor de betrokkenen. De FG's en de privacybeheerder stemmen in overleg met de burgemeester en de gemeentesecretaris af welke datalekken bij wie gemeld worden.

Control Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het boekjaar 2021 legt het college verantwoording af over de rechtmatigheid. Voor deze nieuwe werkwijze heeft Dienst Dommelvallei het Internal Control Framework ontwikkeld. Hiermee is het kader voor de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording gereed. In 2020 is geïnvesteerd in verdere verbetering van de werklijsten. Om de verbijzonderde interne controle nog efficiënter en innovatiever uit te voeren is Dienst Dommelvallei gestart met een pilot, waarbij de audittrail met behulp van software wordt aangebracht. Aanbesteding accountant In 2020 is de Europese aanbesteding accountancywerkzaamheden door Dienst Dommelvallei voor de 3 gemeenten en Dienst Dommelvallei uitgezet. De gemeenten zijn hier nauw bij betrokken. De gemeenteraden en het algemeen bestuur kunnen begin 2021 de nieuwe accountant benoemen.

Huisvesting De huisvesting van de ambtelijke organisatie en het bestuur is momenteel als volgt:  Jan van Schijnveltlaan/Papenvoort (hoofdvestiging)  Pastoorsmast (buitenwerf)  Berg (Centrum Maatschappelijke Deelname)  Aardappeleterssteegje (Centrum Maatschappelijke Deelname) Naast de eigen organisatie zijn in het gemeentehuis ook de bibliotheek en de politie gehuisvest.

Kengetallen Verdeling man/vrouw en fulltime/parttime

Fulltime

Parttime

Totaal

Mannen

36

8

44

Vrouwen

21

35

56

Totaal

57

43

100

Verhouding man / vrouw 2020: 44,0% / 56,0% Verhouding man / vrouw in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2019: 47 % / 53 % Afdeling

Factor

Directie en Staf

fte

31-12-2020 1,83

Afd. Samenleving

fte

25,59

Afd. Ontwikkeling en handhaving

fte

34,35

Afd. Openbare werken

fte

30,01

Totale formatie

fte

91,78

Gemiddelde leeftijd

2020

2019

Mannen

49,3

52,8

80

Vrouwen

45,4

46

Totaal

47,3

49,4

Gemiddelde leeftijd landelijk binnen gemeenten in 2019: 48,0 jaar Ziekteverzuim

2020

2019

Verzuimpercentage

6,90

4,55

Verzuimfrequentie

0,61

1,25

Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2019: 5,4

81

Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen uit te voeren. Het aangaan van verbonden partijen komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.

Conform artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen de volgende verbonden partijen aan de orde: Gemeenschappelijke regelingen:  Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven;  Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven;  Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven;  Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond;  Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei te Mierlo;  Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel;  Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond. Vennootschappen en coöperaties:  Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag;  Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch. Stichtingen en verenigingen:  Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond;  Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot.

In deze paragraaf zal in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt worden aan de hand van de volgende indelingen:  Doel en openbaar belang van de verbonden partij;  Algemene visie op en beleidsvoornemens over inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer we gebruik maken van de verbonden partij;  Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij;  Risico’s: welke andere risico’s zijn er bij deelname;  Afbreukrisico van geen deelname;  Alternatieven voor geen deelname;  Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking;  Frequentie van terugkoppeling naar de raad;  Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking;  Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij. De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks bestuur. GR: Gemeenschappelijke regeling. NV: Naamloze Vennootschap.

82

Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de Metropoolregio Eindhoven (MRE) actief. Het doel van deze strategische, bestuurlijke samenwerking is het behouden en het verstevigen van de internationale concurrentiepositie van de regio en spitst zich toe op de behartiging van de gezamenlijke belangen op de thema’s economie, mobiliteit en ruimte. In 2019 is de focus verlegd naar de thema's economie, mobiliteit, energietransitie en transitie landelijk gebied. Daarbij geeft MRE uitvoering aan het Stimuleringsfonds en dient als betaalautoriteit Brainport Development NV. Per 1 januari 2015 maakt het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) onderdeel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven. RHCe heeft taken op het gebied van toezicht, behoud en openbaar maken van de cultuurhistorische informatie en is archiefbewaarplaats van de door onze gemeente en andere overheden in Zuidoost Brabant overgebrachte archieven. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Er zijn maatschappelijke opgaven die niet begrensd worden door gemeentegrenzen, maar juist veel verder strekken. Het is goed om deze opgaven dan ook samen met anderen op regionale schaal op te pakken, waarbij aansluiting wordt gezocht met de Nationale Brainport Agenda.

Hierdoor worden (ontwikkelings)mogelijkheden beter benut. Dit leidt ook tot kostenbesparing. Daarnaast zijn wij via MRE vertegenwoordigd in de stichting Brainport en de triple helix. Deze stichting bepaalt de strategie van de ontwikkelingsorganisatie Brainport Development. Via de Regio Envelop zijn financiële middelen onder meer vanuit het Rijk beschikbaar om te investeren in nieuwe ontwikkelingen die zijn opgenomen in de Nationale Brainport Actieagenda. De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden. Veranderingen en ontwikkelingen MRE is na een intensief omvormingstraject op 1 januari 2015 gestart als opvolger van SRE. In 2017 is de samenwerking geëvalueerd. Naar aanleiding hiervan is de samenwerking aangepast en de nieuwe afspraken zijn vastgelegd in het Samenwerkingsakkoord 2019 - 2022. Jaarlijks wordt er een werkprogramma opgesteld. De nieuwe samenwerkingsafspraken moeten nog hun beslag krijgen in een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling zelf. Dit gaat plaatsvinden in 2021. Binnen RHCe heeft een heroriëntatie plaatsgevonden. Door focus op wettelijke taken is er meer grip op de financiën en is de afstemming met de deelnemende gemeenten verbeterd.

Inmiddels is de dienstverlening op orde, worden (wettelijke) taken uitgevoerd, is er sinds 2018 een operationeel edepot, zijn er geen achterstanden en wordt aan burgers en instellingen op adequate wijze diensten verleend. Daarom heeft het Algemeen Bestuur van MRE in 2020 besloten om de huidige uitvoeringsactiviteiten, dienstverlening en werkwijzen voort te zetten, vooralsnog onder de vlag van de MRE-organisatie. De voorziening Gulbergen is nog niet afgewikkeld, omdat de voormalige stortplaats officieel nog niet gesloten is en de nazorg nog niet is overgedragen aan de Provincie Noord-Brabant. Dit komt, omdat er nog geen overeenstemming is met de provincie over de voorwaarden van sluiting en overdracht. In 2020 is de erfpacht afgekocht, waardoor MRE weer volledige zeggenschap heeft over de gronden in het gebied. Dit maakt de weg vrij om nieuwe plannen te ontwikkelen voor Gulbergen en op zoek te gaan naar een marktpartij die deze plannen verder wil ontwikkelen en uitvoeren. Risico's Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld door Algemeen Bestuur in juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten.

Als uitwerking van de nota zijn voor de MRE-organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De concernorganisatie MRE heeft op basis van voorlopige cijfers over 2020 een positief rekeningresultaat van € 1.530.756 behaald, bestaande uit dienst Metropoolregio Eindhoven € 944.644 positief, RHCe € 586.112 positief.

83

Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente Nuenen c.a. zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan MRE. MRE is een belangenbehartiger van de regio en weet ook middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen. Alternatieven voor geen deelname Naast MRE zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk. Zo werken de gemeenten Eindhoven, Helmond, Son en Breugel, Geldrop-Mierlo, Waalre, Veldhoven, Best, Oirschot en Nuenen c.a. op subregionaal vlak samen binnen Stedelijke Gebied Eindhoven. De agenda's van de beide samenwerkingsverbanden worden op elkaar afgestemd, zodat er geen sprake is van een overlap. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant, zijnde de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Algemeen bestuur: M. Houben (burgemeester), plv. lid: J. Tesser (raadslid) Raadstafel21: B. van Stiphout en H. Kranen (beide raadsleden) Portefeuillehoudersoverleg Economie: J. Pernot (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit: C. van Brakel (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Transitie landelijk gebied: C.

van Brakel (wethouder) Portefeuillehoudersoverleg Energietransitie: J. Pernot (wethouder) Commissie van Advies voor Financiën: J. Pernot (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks bij begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening (ter kennisneming); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. Financieel belang Opsplitsing bijdrage MRE  Streekarchief (RHCe) € 89.240, Algemene bijdrage € 90.632, Brainport Development € 57.636, SRE stimuleringsfonds € 82.495, Werkbudget GGA ZO-Brabant € 1.048, Samenwerking Omgevingswet € 1.000,Totaal € 322.051,In 2020 is € 15.123,- aan terugbetaling jaarresultaat 2019 ontvangen. Dit was de vrijval van de bestemmingsreserve Fysiek domein. Het operationeel resultaat over 2019 van afgerond € 1 miljoen is aanvullend op de Rijksmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis regionaal ingezet in het kader van de Herstelaanpak Breed Economisch Vestigingsklimaat. GR Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven Doel en openbaar belang De omgevingsdienst is ingesteld om voor de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de gemeente aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10217454/1