CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-43 RV Bijlage 1 - Jaarstukken 2020

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Jaarrekening 202043.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De ODZOB heeft een relatie met de partners in de GR en andere opdrachtgevers die wordt gekenmerkt door: bereikbaarheid, beschikbaarheid, snelheid en betrouwbaarheid waar het gaat om de levering van diensten en producten, de beantwoording van vragen en het voldoen aan verzoeken over de fysieke leefomgeving. Wettelijk moeten zogenaamde basismilieutaken waarvoor de gemeente het gevoegd gezag is uitgevoerd worden door de omgevingsdienst. Nuenen heeft ervoor gekozen alle milieutaken (basis- en verzoektaken) door de Omgevingsdienst uit te laten voeren.

84

Veranderingen en ontwikkelingen ODZOB streeft er naar om in de toekomst voor alle deelnemers de brede WABO- of omgevingstaken te gaan uitvoeren. Nuenen beschouwd de ODZOB op dit moment als uitvoeringsdienst voor de milieutaken ziet vooralsnog geen meerwaarde voor de uitvoering van de “brede” Wabo- of omgevingstaken door de ODZOB. De omgevingsdienst ontwikkelt regionaal uitvoeringsbeleid voor diverse (basis)milieutaken. Het regionaal operationeel kader (ROK) handhaving en toezicht en vergunningverlening is in 2019 vastgesteld. In 2020 is de opzet en uitvoering daarvan regiobreed uitgerold. Regionaal en provinciaal worden daarmee dezelfde kaders en uitgangspunten gehanteerd voor de uitvoering van deze werkzaamheden. Gezamenlijk uitvoeringsbeleid voor bodemtoezicht is voorbereid. Met de Omgevingswet gaat een deel van de bodembevoegdheden van de provincie over naar de gemeente. Deze overdacht van taken is in 2020 deels uitgevoerd en wordt in 2021 afgerond. Risico's De omzet van de ODZOB is structureel hoger dan geraamd waardoor met name door verzoekstaken een positief resultaat is gerealiseerd. Het gemeentelijk werkprogramma is slechts een klein onderdeel van het totale uitvoeringsprogramma. Invloed is daardoor slechts beperkt. Afbreukrisico van geen deelname Deelname voor wat betreft het basistakenpakket is wettelijk verplicht. Dit geldt niet voor de verzoektaken.

ODZOB is er echter op ingericht om ook de uitvoering van verzoektaken voor haar rekening te nemen. Indien dit niet gebeurt is het financieel risico als gevolg daarvan voor de deelnemers van de GR. In 2020 is gebleken dat de ODZOB een positief resultaat heeft gedraaid met het huidige takenpakket. Van uitbreiding hiervan hoeft dan ook geen sprake te zijn. Een deel van deze inkomsten worden gebruikt voor de lasten van de invoering van de Omgevingswet. Alternatieven voor geen deelname Zoals gezegd is de deelname voor wat betreft het basistakenpakket wettelijk verplicht. Andere vormen van samenwerking worden soms gezocht voor specifieke taken die bij de ODZOB niet aanwezig zijn. Hiervoor wordt een beroep gedaan op andere regiogemeenten of adviesbureaus. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. Algemeen bestuur: lid: C. van Brakel (wethouder). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. Financieel belang Werkprogramma basistaken € 96.951,Werkprogramma verzoektaken € 108.167,Collectieve taken € 22.186,Eindafrekening werkprogramma 2020 € 11,Opdrachten buiten werkprogramma € 140.318,Totaal € 367.633,In 2020 is de eindafrekening 2019 van € 7.681,33 ontvangen.

GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven Doel en openbaar belang Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: brandweerzorg, ambulancezorg, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, rampenbestrijding en crisisbeheersing en de gemeenschappelijke meldkamer, door:

85

• Adequaat te reageren op spoedeisende hulpvragen van burgers, instellingen en bedrijven; • Het organiseren en coördineren van geneeskundige hulpverlening in de regio; • Het voorkomen en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en/of ongevallen bij brand en alles wat hiermee verband houdt. Ook het aanschaffen en onderhouden van gemeenschappelijk materieel en de coördinatie van de werkzaamheden op dit gebied behoort tot de taak van VRBZO; • Het - samen met GGD BZO - organiseren, coördineren en uitvoeren van ambulancezorg, de bijbehorende procesregistratie en het bevorderen van adequate opname van zieken en ongevalsslachtoffers in ziekenhuizen of andere instellingen voor intramurale zorg; • Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Omdat veiligheidsrisico’s zich niet houden aan gemeentegrenzen én omdat veiligheid een complexe zaak is, is inde Wet veiligheidsregio’s (Wvr) bepaald dat de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant de verantwoordelijkheid voor veiligheid onderbrengen bij VRBZO. Hierdoor werken de gemeenten op regionale schaal aan een veilige leefomgeving voor mensen die er wonen en verblijven, professionele hulp verlenen als het nodig is, waarborgen creëren voor fysieke veiligheid en voorbereidingen treffen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Veranderingen en ontwikkelingen Corona zette dit jaar de hele wereld op z’n kop. Het betekende voor VRBZO een onverwachte uitdaging. De coronacrisis had ruim 10 maanden van 2020 een grote impact op de samenleving en onze organisatie. De crisisorganisatie ging 7 dagen per week aan de slag om de steeds veranderende omgeving van de benodigde informatie en middelen te voorzien. Samen met heel veel partners: gemeenten, GGD, Defensie, OM, Politie, Marchaussee. Na een korte adempauze in de zomerperiode kwam de tweede golf. De crisisorganisatie ging op volle sterkte weer aan de slag. Terwijl in het najaar een aantal keer nieuwe maatregelen werden doorgevoerd, werd ook de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) voorbereid. De wet ging in op 1 december. Hoewel de veiligheidsregio en de voorzitter een andere rol kregen, is een groot deel van de processen in stand gehouden voor coördinatie en uniformiteit in de regio. Vervolgtraject denktank rechtspositie brandweervrijwilligers: Het was de bedoeling om dit traject voor de zomerperiode af te ronden. Het Veiligheidsberaad en de minister hebben echter samen besloten om, in verband met de coronacrisis en de inzet van veiligheidsregio’s hierop, de werkzaamheden voor het traject rechtspositie brandweervrijwilligers op te schorten. Na afstemming met het Veiligheidsberaad informeert de minister de Kamer over de nieuwe planning.

Visie 2025: VRBZO ontwikkelt zich de komende jaren tot een hoogwaardige advies- en dienstverleningsorganisatie op het gebied van fysieke veiligheid en crisisbeheersing. Risicogericht, flexibel, professioneel en verbindend zijn daarin belangrijke begrippen. VRBZO wil investeren in netwerkmanagement, business intelligence en de professionaliteit van medewerkers om toegevoegde waarde te blijven leveren in een veeleisende maatschappij. Het proces rondom de Visie 2025 lag door de focus op de Coronacrisis enige tijd. Inmiddels is de concept-Visie 2025 besproken tijdens de bestuursvergadering op 17 december 2020. Aansluitend bespreken de burgemeesters de visie in het eerste kwartaal van 2021 met hun gemeenteraden. VRBZO beoogt de Visie 2025 in april 2021 vast te laten stellen door het Algemeen Bestuur. Evaluatie Wet veiligheidsregio’s: De evaluatiecommissie heeft eind 2020 gerapporteerd aan de minister van J&V. De ontwikkelrichting in de Visie 2025 past bij de uitkomsten van de evaluatie. Naast de Coronacrisis is in het voorjaar 2020 enorm veel inzet gepleegd tijdens de brand in de Deurnese Peel, de grootste natuurbrand ooit in Nederland. Ook in de weken daarna laaide de brand op en zijn nog diverse eenheden bezig geweest met bluswerkzaamheden.

Functioneel Leeftijdsontslag (FLO): Medewerkers van de parate dienst van de brandweer die voor 2006 in dienst waren hebben recht op de overgangsregeling FLO. Deze overgangsregeling is de afgelopen jaren enkele malen herzien. Recent heeft er weer een aanpassing plaatsgevonden. Individuele veiligheidsregio’s hebben geen eigen beleidsvrijheid met betrekking tot deze regeling. Onderhandelingen vinden plaats op landelijk niveau vanuit de brandweerkamer van VNG. De meest recente wijziging zorgt ervoor dat de kosten voor VRBZO vanaf 2020 jaar sterk stijgen, om daarna weer te dalen. VRBZO heeft daarom een voorziening FLO ingesteld om de incidentele meerkosten op te vangen. Eind 2020 bedraagt de voorziening € 4.237.000.

86

Risico's Eind 2019 is de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen 2020 - 2023 vastgesteld. De risico's van de organisatie zijn in de beleidsnota gebundeld tot drie onderwerpen waaraan een risicobedrag voor het weerstandsvermogen is gekoppeld: - risico's in algemene bedrijfsvoering € 500.000-1.000.000 - risico's model brandweerzorg € 500.000-1.000.000 - risico grootschalige ramp/crisis € 500.000-1.000.000 - totaal benodigd weerstandsvermogen € 1.500.000-3.000.000 Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens is de impact van een ernstig incident en de majeure wijzigingen in model brandweerzorg (nog) lastig te kwantificeren. Daarom houdt VRBZO rekening met een totaal risicobedrag van € 2,0 miljoen. Het weerstandsvermogen bedraagt € 2,0 miljoen en hoeft derhalve niet te worden aangepast. Afbreukrisico van geen deelname Deelname is een wettelijke plicht (Wgr, Wvr). Alternatieven voor geen deelname Geen alternatieven. Deelname door 21 gemeenten in de regio Zuidoost Brabant. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Algemeen bestuur: lid: M.J. Houben (burgemeester). Dagelijks bestuur: lid: M.J. Houben (burgemeester).

Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, rekening) en halfjaarlijks (1e en 2e samenvatting van de bestuursrapportage); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen over beleid en strategische keuzes binnen de Veiligheidsregio. De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling waarborgen de betaling van rente en aflossing van de geldleningen die de Veiligheidsregio heeft gesloten, onder goedkeuring van gedeputeerde staten en volgens regels die het algemeen bestuur heeft vastgesteld. De waarborg geldt naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente van het betreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten die de wet aan borgen toelaat. Financieel belang Algemene bijdrage € 1.081.684,GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond Doel en openbaar belang In stand houden van de GGD om daarmee de gezondheid van de bevolking en preventie van ziekten te bevorderen, alsmede snelle interventies op het gebied van gezondheid te verzorgen. Gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemende gemeenten en uitvoering van de wettelijke gemeentelijke taken op het gebied van de (openbare) gezondheid(szorg). Financiering o.b.v.

bijdrage deelnemende gemeenten, bijdragen ziektekostenverzekeraars, ambulancehulpverlening en bijdragen particulieren. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De gemeente kan profiteren van de professionele kennis en voorzieningen welke de GGD bezit en door de gemeente niet zelfstandig in stand gehouden kunnen worden. Tevens wordt door de samenwerking met de regiogemeenten een schaalgrootte bereikt die een efficiënte en effectieve aanpak mogelijk maakt tegen zo laag mogelijke kosten. Een positieve bijdrage aan de gezondheid van de inwoners van onze gemeente en uitvoering van tal van wettelijke taken. Naast de uitvoering van de wettelijke taken maken we als gemeente dankbaar gebruik van de diensten van het lokaal team gezondheidsondersteuning. Medewerkers uit dit team ondersteunen de gemeente onder meer bij projecten op het gebied van alcohol- en drugspreventie en het activiteitenprogramma van de werkgroep mantelzorg en Nuenen dementievriendelijke gemeente.

87

Tot slot levert de GGD ook waardevolle lokale onderzoeksgegevens (onder meer uit de gezondheidsmonitoren). Deze onderzoeksresultaten zetten wij in als beleidsindicatoren. Veranderingen en ontwikkelingen Op 17 september 2019 heeft het college kennis genomen van de uitwerking van de bestuursopdracht die in 2018 aan de GGD is gegeven. Belangrijkste onderdelen van de uitwerking zijn de integratie van Jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor 0-4 jarigen binnen de GGD en het verbeteren van de organisatie en bedrijfsvoering van de GGD. Ten behoeve van de integratie van de JGZ heeft een financieel boekenonderzoek plaatsgevonden. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek heeft het Algemeen Bestuur van de GGD besloten akkoord te gaan met de integratie en verder te gaan met de uitvoering van de bestuursopdracht. Het Algemeen Bestuur van de GGD legt dit ter besluitvorming voor bij de colleges van burgemeester en wethouders en de raden van de 21 deelnemende gemeenten. Risico's De financiële voordelen van de integratie van de jgz 0-4 jaar bij de GGD zijn niet voor 100%. Het boekenonderzoek verwijst naar aandachtspunten die gepaard kunnen gaan met de integratie van JGZ 0 – 4 in de GGD. Die aandachtspunten en kansen hebben betrekking op:  De locaties van waaruit JGZ 0 -18 in de toekomst gaat werken. Uitgangspunt is dat de bestaande consultatiebureaus gecontinueerd worden.

Tegelijkertijd biedt de integratie 0-4/418 kansen om efficiencyslagen te maken.  De mogelijkheden voor efficiencywinst in de overheadsfeer.  De ICT ondersteuning waarmee de JGZ 0 -18 in de toekomst gaat werken.  De arbeidsvoorwaarden (cao en pensioenvoorziening) die in de toekomst gaan gelden voor het personeel dat overkomt vanuit Zuidzorg en Zorgboog.  De toekomstige financieringsgrondslag voor JGZ 0 – 18.  De doorlopende contracten aan JGZ gebonden die Zuidzorg en Zorgboog nu met derden hebben afgesloten (met name wat betreft huisvesting en ICT). Afbreukrisico van geen deelname Geen behartiging van onze belangen op dit gebied en niet kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen waaronder het in stand houden van een GGD. Alternatieven voor geen deelname Het zoeken naar andere instanties die uitvoering kunnen geven aan onze wettelijke taken op het gebied van openbare gezondheidszorg. Volledig afzien van geen deelname is geen reële optie i.v.m.de in de Wet Publieke Gezondheid opgenomen eis dat de gemeente een GGD in stand moet houden. De volgende gemeenten behoren tot het werkgebied van de GGD Brabant Zuidoost: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, HeezeLeende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. In dit gebied wonen ca.

750.000 mensen. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Algemeen bestuur: lid: R. Stultiëns (wethouder). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Er vindt in ieder geval terugkoppeling plaats bij de vaststelling van de begroting en wijzigingen daarvan en verder incidenteel als onze vertegenwoordiger bij de GGD dit wenselijk acht. Financieel belang Gemeentelijke bijdrage € 407.768,Eenmalige kosten en inwonerbijdrage verbetering bedrijfsvoering € 23.212,-

88

GR Dienst Dommelvallei te Mierlo Doel en openbaar belang Dienst Dommelvallei is het samenwerkingsverband van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel. In deze dienst zijn de bedrijfsvoeringstaken financiën, belastingen, personeel & organisatie, informatievoorziening en planning & control voor de drie gemeenten ondergebracht. Daarnaast hebben de gemeenten Son en Breugel en Nuenen c.a. de taken met betrekking tot werk en inkomen (sociale zaken en Participatiewet) en dienstverlening in deze dienst ondergebracht. Daarnaast voert deze dienst ondersteunende activiteiten (administratie en applicaties) uit met betrekking tot zorg en welzijn (Wmo) en jeugd. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Bij de vorming van Dienst Dommelvallei is aangegeven dat de dienst moet leiden tot: meer kwaliteit, minder kwetsbaarheid, minder kosten en goed werkgeverschap. Veranderingen en ontwikkelingen In 2020 is er gestart met het ontwikkelen van een ontwikkelingsrichting van de dienst voor de toekomst. Dit krijgt in 2021 een vervolg. Risico's Eventuele overschotten/tekorten worden teruggestort naar of bijbetaald door de deelnemende gemeenten. Dienst Dommelvallei sluit 2020 met een positief resultaat van € 265.814,- af.

Dit resultaat wordt in z'n geheel teruggestort naar de gemeenten, maar er wordt op basis van het financieel statuut wel voorgesteld om een deel van het resultaat € 62.111,- te storten in de reserve Personeel en Organisatie van de dienst. Afbreukrisico van geen deelname Bij geen deelname kunnen geen resultaten van de samenwerking behaald worden. Alternatieven voor geen deelname is om als gemeente de werkzaamheden weer zelf op te pakken of in andere verbanden samenwerkingsmogelijkheden te gaan zoeken. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door: de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel Algemeen bestuur: M.J. Houben (burgemeester), J. Pernot (wethouder) en C. van Brakel (wethouder). Dagelijks bestuur: M.J. Houben (burgemeester) en M. Arents (gemeentesecretaris) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks bij begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening (ter kennisneming); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. Financieel belang Gemeentelijke bijdrage € 5.503.576,Bijdrage conform 1e begrotingswijziging 2020 € 281.050,Teruggave op basis van jaarrekening 2020 € 95.470,De bedragen zijn met de kostprijsverhogende BTW verhoogd. Dit omdat Dienst Dommelvallei verplicht is om vanaf 2019 inclusief BTW te factureren.

GR Werkvoorzieningsschap de Dommel (WSD) te Boxtel Doel en openbaar belang WSD voert de verplichtingen uit de voormalige Wet sociale werkvoorziening (WSW) uit. Daarnaast verzorgt WSD de re-integratie van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt voor gemeenten in het kader van de Participatiewet. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij In 2020 zijn alle gemeenteraden akkoord gegaan met de geformuleerde ambitie voor de doelgroep: iedereen doet naar vermogen mee, waarbij meedoen belangrijker is dan alleen het hebben van betaalde arbeid.

89

De koers van de WSD richt zich op het doorontwikkelen van de lokale infrastructuur van elke gemeente. De structuur richt zich op de begeleiding van inwoners in de gemeente zelf, de ondersteuning voor inwoners met de lokale partners en het organiseren van werkgelegenheid in de gemeente. Deze lokale infrastructuur wordt ondersteund met plusdiensten en een bundeling van expertise via WSD. Veranderingen en ontwikkelingen De WSW is per 1-1-2015 opgehouden te bestaan (er vindt geen nieuwe instroom plaats). De zittende doelgroep blijft gebruik maken van de WSW. Er vindt gemiddeld jaarlijks 5% uitstroom plaats van de doelgroep. Door middel van de instroom vanuit de Participatiewet wordt de omvang van het bedrijf en werknemersbestand in stand gehouden. Risico's WSD heeft vanaf 2020 een meerjarenbegroting opgesteld met een negatief financieel resultaat. Vooralsnog vindt aanvulling plaats vanuit het weerstandsvermogen bij WSD. De kans is aanwezig dat WSD aan de deelnemende gemeenten een aanvullende bijdrage vraagt. Afbreukrisico van geen deelname WSD heeft een meerjarenbegroting opgesteld met een negatief financieel resultaat. Vooralsnog vindt aanvulling plaats vanuit het weerstandsvermogen bij WSD. De kans is aanwezig dat WSD aan de deelnemende gemeenten een aanvullende bijdrage vraagt.

Alternatieven voor geen deelname Aansluiten bij andere gemeenschappelijke regeling of inkoop van diensten. Deelname door de gemeenten Best, Boxtel, Haaren, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, Meierijstad (alleen het verzorgingsgebied van de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode), Son en Breugel, Sint Michielsgestel en Vught. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging De heer R. Stultiëns (Wethouder en DB en AB WSD) en de heer L. Koenen (raadslid en AB WSD). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. Naast de bestuurskosten zijn er nog kosten voor 49,34 (2021) geplaatste werknemers omgerekend naar 36 uur per week. Hiervoor wordt een bijdrage van het Rijk ontvangen. Financieel belang Bestuurskosten € 8.632,WSW bijdrage € 1.431.266,Afrekening 2020 € 37.813,Totaal € 1.477.711,-,GR Reiniging Blink te Helmond Doel en openbaar belang Het doelmatig uitvoeren van de afvalinzameling en de reinigingstaken die bij wet, in het bijzonder de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, aan de gemeente zijn opgedragen en/of voortvloeien uit de aan de gemeente op grond van de Gemeentewet toevertrouwde zorg voor de eigen huishouding, binnen de kaders van het publiekrecht en in samenwerking met een privaatrechtelijke rechtspersoon.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Actieve bijdrage aan de lokale vertolking van het landelijk beleid inzake preventie van huishoudelijk afval conform het vigerende Landelijk Afvalbeheerplan (LAP), met in acht neming van lokale accenten. Verzekeren van de openbare dienstverlening wat betreft hoogwaardige inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van de uitvoering van reinigingstaken, dit alles binnen de grenzen van haar werkgebied. Zorgdragen voor alle aanverwante activiteiten, zoals sortering, hergebruik en/of nuttige toepassing dan wel recycling van de huishoudelijke afval-/reststromen.

90

Belangrijk is dat binnen de samenwerking zonder winstoogmerk de kernactiviteiten met betrekking tot huishoudelijke afvalstoffen efficiënt en effectief worden uitgevoerd, zoals eerder omschreven, t.w. preventie en projectbeheer, inzameling, reiniging, sortering en overslag, afzet en commercialisatie alsmede implementatie beheers- en controlesystemen in naam en voor rekening van de bij Blink aangesloten gemeenten en eventueel later aangesloten publieke partijen. Veranderingen en ontwikkelingen Houdbaarheid van de gemeenschappelijke regeling in de huidige vorm (d.w.z. met een private partij als deelnemer) volgens de nieuwe wet gemeenschappelijke regelingen. Het op 21 februari 2018 door het Algemeen Bestuur van Blink vastgesteld 'Strategisch Meerjarenplan 2018-2022 waarin de strategie en koers van Blink voor de komende jaren is vastgelegd. Het ondernemingsplan is gebaseerd op een tweetal pijlers: Pijler 1: Verdere ontwikkeling van Blink als excellente uitvoeringsorganisatie; Pijler 2: Ontwikkeling en rol van Blink gerelateerd aan de transitie naar een circulaire economie en de rol die gemeenten hierin lokaal en in de regio hebben. Risico's Risico van beëindiging van deelname in Blink door een of meerdere deelnemers. Het risico dat de gemeenschappelijke regeling in de huidige vorm volgens de nieuwe wetgeving niet meer houdbaar is.

Financieel risico voor deelnemers vanwege het ontbreken van eigen vermogen. Invloed van de private partner Suez. Afbreukrisico van geen deelname Zelfstandige uittreding betekent schadeloos stellen van andere deelnemers. Aanbesteding en samenwerking met een andere afvalinzamelaar leidt tot veel minder flexibiliteit en minder invloed op de dagelijkse bedrijfsvoering. Alternatieven voor geen deelname Aanbesteding van de taken die betrekking hebben op huishoudelijke afvalstoffen en reiniging van verhardingen. Deelname in een andere GR constructie zoals Cure (de gemeenschappelijke regeling van gemeente Eindhoven, Valkenswaard en Geldrop-Mierlo). Naast onze gemeente nemen de directie van Suez Gemeentelijke Dienstverlening BV en nog zeven andere gemeenten in de regio deel in de gemeenschappelijke regeling. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Algemeen bestuur: lid: J Pernot (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad  Bij het vaststellen van de Begroting Blink;  Bij wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling;  Bij toetreding van nieuwe gemeenten. In 2020 zal mogelijk Son en Breugel toetreden;  3-jaarlijkse evaluatie van Blink, in 2020. De rapportage wordt afgerond in 2021. Financieel belang Bijdrage kosten t.b.v. inhuur voertuigen, personeelslasten, overige bedrijfslasten en extra taken € 2.090.000,-.

De GR Blink beschikt niet over een eigen vermogen en de risico’s worden opgevangen door de deelnemende partijen. De resultaten voor de deelnemers worden jaarlijks afzonderlijk afgewikkeld.

Vennootschappen en coöperaties NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag Doel en openbaar belang De BNG Bank is de bank van en voor (decentrale) overheden en instellingen op het gebied van wonen, zorg, onderwijs, energie en infrastructuur. De BNG Bank is betrokken partner voor een duurzamer Nederland. De BNG Bank stelt de publieke sector in staat maatschappelijke doelstellingen te realiseren.

91

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Het betalingsverkeer van de BNG Bank richt zich specifiek op zakelijke klanten in de publieke sector. De BNG Bank biedt een volledig pallet aan zakelijke producten. Digitaal, efficiënt en veiligheid staan hierbij centraal. Veranderingen en ontwikkelingen Per eind 2018 heeft de BNG Bank duurzame obligaties uitgegeven. De opbrengst hiervan wordt duurzame projectfinanciering alsmede balansfinanciering van de Nederlandse gemeenten en woningcorporaties, die in hun categorie het best scoren op het gebied van duurzaamheid en sociaal beleid. Risico's De BNG Bank is na de Staat een van de grootste emittenten van Nederland. Het door de bank uitgegeven schuldpapier heeft een credit rating AAA van Moody’s, en AA+ van Standard & Poor’s en AA+ van Fitch. Door deze topratings kan de BNG Bank tegen lage prijzen geld aantrekken op de gelden kapitaalmarkt. Hierdoor kan de bank hun klanten lage tarieven bieden. Afbreukrisico van geen deelname n.v.t. Alternatieven voor geen deelname n.v.t. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de aandeelhouders. Dit zijn uitsluitend overheden. Als aandeelhouder: J. Pernot (wethouder). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

Financieel belang In principe wordt het dividend jaarlijks uitgekeerd en heeft het dividend betrekking op het voorafgaande boekjaar. Gezien de Corona-situatie heeft de BNG (op basis van ECB aanbeveling aan banken om af te zien van dividend of deze te beperken) besloten om de dividenduitkering over 2019 maar gedeeltelijk (€ 0,43 per aandeel) uit te keren. De dividenduitkering is afhankelijk van de resultaten. De BNG streeft niet naar een maximaal, maar naar een redelijk rendement op het eigen vermogen. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. Gemeente Nuenen bezit 1.755 aandelen à € 2,50 zijnde in totaal € 4.388,-. Gedeeltelijke dividend uitkering van € 754,65 over 2019 heeft in maart 2021 plaatsgevonden. Het nog resterende bedrag 2019 van € 0,84 zal op basis van de ECB-aanbeveling niet vóór 30 september 2021 uitbetaald worden. Ook de dividenduitbetaling over het boekjaar 2020 van € 1,81 per aandeel zal niet vóór deze genoemde datum plaatsvinden. Voor de toekomstige uitbetalingen geldt dat deze onderworpen zijn aan mogelijke nieuwe aanbevelingen van de ECB.

NV Brabant Water te Den Bosch Doel en openbaar belang Brabant Water is het drinkwaterbedrijf dat aan 2,5 miljoen inwoners en bedrijven in Noord-Brabant drinkwater levert en ervoor zorgt dat de klanten altijd en overal in Brabant kunnen rekenen op zuiver en veilig drinkwater. Een verantwoordelijke taak, waarnaar gehandeld wordt. Brabant Water streeft niet naar winst, maar wel naar de beste kwaliteit en dienstverlening. Brabant Water biedt naast drinkwater ook water op maat en gespecialiseerde diensten en advies aan Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Brabant Water is als drinkwaterbedrijf primair verantwoordelijk voor het waarborgen van de continuïteit van de waterlevering in haar voorzieningsgebied en de kwaliteit en druk van het geleverde drinkwater.

92

Veranderingen en ontwikkelingen Brabant Water levert water uit de beste bronnen en doet er daarbij alles aan om dat ook voor de toekomst veilig te stellen door goed te zorgen voor de waterwingebieden. Belangrijke thema’s daarbij zijn duurzaamheid, gezondheid en veiligheid. In 2018 heeft Brabant Water de certificering 100% klimaatneutraal gekregen. Dat wil zeggen dat Brabant Water de productie uitvoert zonder schadelijke bijdrage aan klimaatverandering. Deze certificering daagt Brabant Water uit om verder te verduurzamen. Steeds meer mensen kiezen bewust voor kraanwater. Dit wordt door Brabant Water op verschillende manieren gestimuleerd. Eén van die manieren is het educatieplatform Les je dorst. Door een samenwerking met zes andere drinkwaterbedrijven wordt het thema kraanwater bij steeds meer basisschoolleerlingen (groep 1 t/m 8), leerkrachten en ouders onder de aandacht gebracht. Ook de toekomst van water komt daarbij aan bod. Kinderen worden bewust gemaakt dat kraanwater helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Leerlingen wordt verteld wat nodig is om in de toekomst voldoende en goed drinkwater te kunnen blijven leveren aan iedereen. En dat leerlingen daar zelf ook wat in kunnen betekenen, namelijk zuinig en bewust omgaan met water. Risico's n.v.t. Afbreukrisico van geen deelname n.v.t. Alternatieven voor geen deelname n.v.t.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de aandeelhouders. Dat zijn de provincie Noord-Brabant en 60 gemeenten. Als aandeelhouder: M.J. Houben (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. Financieel belang De gemeente heeft een belang in Brabant Water N.V. van 22.246 aandelen à € 0,10 (dit geeft een totaal van € 2.224,60).

Stichtingen en verenigingen Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond Doel en openbaar belang Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost is een samenwerkingsverband tussen gemeenten, (justitiële) overheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Het doel is de verbetering van veiligheid en leefbaarheid in de 21 gemeenten in Brabant Zuidoost. Het is van belang om onderscheid te maken tussen het zorg- en veiligheidshuis als professionele netwerkorganisatie en het zorg- en veiligheidshuis als facilitator voor ketenpartners. Het landelijk kader richt zich specifiek op het zorg- en veiligheidshuis als netwerkorganisatie van verschillende partners in de zorg-, de strafrechtketen en gemeenten, gericht op een ketenoverstijgende persoons-, systeem- en gebiedsgerichte aanpak van, of advisering rondom, complexe problematiek. In de rol van facilitator biedt de netwerkorganisatie aan ketenpartners de mogelijkheid om werkplekken te huren in een kantoor. Het zorg- en veiligheidshuis Brabant-Zuidoost is in de kern een smalle organisatie. Haar professionaliteit ligt op het gebied van procesregie, advisering en informatievoorziening.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De kracht van het zorg- en veiligheidshuis is een goede samenwerking tussen de verschillende organisaties om problemen op het gebied van veiligheid beter aan te pakken. Daarbij behouden alle partners hun eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden.

93

Problemen worden in een mix van preventie, repressie en zorg aangepakt. Zo wordt geprobeerd potentieel grote problemen klein te houden. De casussen worden aangepakt middels de werkwijze Casus Op Maat en de Persoonsgerichte Aanpak. Daarnaast stimuleert en ondersteunt het zorg- en veiligheidshuis de gemeenten om in de toekomst gebruik te maken van het escalatiemodel in de zorg- en veiligheidsketen AVE (aanpak voorkoming escalaties) en dit lokaal te implementeren. Veranderingen en ontwikkelingen In 2016 is de rechtsvorm van het Zorg- en Veiligheidshuis gewijzigd en is de Stichting Beheer en Exploitatie Veiligheidshuis Brabant Zuidoost opgericht. Besloten werd om hierin deel te nemen. In 2016 is gestart met de methodiek Persoonsgerichte Aanpak (PGA) voor een effectieve aanpak van hotshots (kopstukken/-sleutelfiguren). Deze systeemaanpak richt zich op daders van HIC-feiten, problematische jeugdkopstukken en andere personen die via de driehoek als veiligheidsprobleem zijn aangewezen. In 2016 is in het zorg- en veiligheidshuis de Expertisetafel Radicalisering ingericht. Dit overleg is beschikbaar voor ondersteuning, advies en COM-zaken voor de schaalgrootte Oost Brabant voor wat betreft signalen/cases met betrekking tot radicalisering. Vanaf begin 2018 is de naam gewijzigd in Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost.

Risico's Alle 21 gemeenten uit de regio nemen deel aan de Stichting en dragen daaraan bij. Afbreukrisico van geen deelname Er kan dan geen gebruik worden gemaakt van de voordelen die het zorg- en veiligheidshuis kan bieden, zoals informatie, expertise en menskracht. Bepaalde organisaties hebben ook aangegeven geen capaciteit te hebben om deel te nemen aan overlegstructuren in alle afzonderlijke gemeenten. Alternatieven voor geen deelname De gemeente moet dan zelf meer regelen en kan geen beroep meer doen op inbreng van bepaalde maatschappelijke instanties en strafrechtpartners. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Samenwerking met politie, maatschappelijke en justitiële organisaties. Alle gemeenten vaardigen een wethouder zorg of een burgemeester af als lid van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur kiest uit hun midden weer – per basisteam – een wethouder zorg en een burgemeester als lid van het Dagelijks Bestuur. In 2018 werden de gemeenten die behoren tot het basisteam Dommelstroom vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur door voorzitter burgemeester P. Verhoeven (Heeze-Leende) en wethouder P.J. Looijmans (Geldrop-Mierlo) namens de gemeenten die behoren tot het basisteam Dommelstroom. Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

Financieel belang Gemeentelijke bijdrage € 5.603,-. Vermogenspositie en resultaat boekjaar De beide centrumgemeenten (Eindhoven en Helmond) zijn verantwoordelijk voor de financiële jaarrekening, ieder voor hun subregio (regio Eindhoven en Peelregio). Nuenen valt onder regio Eindhoven.

94

Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot Doel en openbaar belang Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen gemeenten hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Integer en efficiënt inkopen heeft een positieve uitstraling naar burgers, het bedrijfsleven en de eigen medewerkers. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn. Veranderingen en ontwikkelingen Sinds 2013 hebben gemeenten te maken met de Aanbestedingswet 2012.

Op 1 juli 2016 zijn de wijzigingen op de Aanbestedingswet 2012 in werking getreden. Hiermee zijn de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen opgenomen in de Nederlandse wetgeving. Door de wijzigingen in de Aanbestedingswet hebben we te maken gekregen met wijzigingen in de dagelijkse inkooppraktijk. Risico's Door deel te nemen aan BIZOB wordt het risico op juridische procedures door onjuiste inkoop- en aanbestedingstrajecten verkleind. Afbreukrisico van geen deelname De aansluiting bij BIZOB is een keuze voor continuïteit in organisatorische en personele zin voor de invulling van de inkoopfunctie. Naast het mislopen van de mogelijk gunstigere prijzen en/of hogere kwaliteit, ligt er een afbreukrisico op gebied van efficiencyverbetering, rechtmatigheid en een versterking van de expertise. Alternatieven voor geen deelname In plaats van aansluiting bij BIZOB kan ook gekozen worden voor het volledig intern invullen van de inkoopfunctie. Daarnaast kan een commercieel inkoopbureau worden ingehuurd om gelijksoortige ondersteuning te bieden. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Het verzorgingsgebied van BIZOB is ingedeeld in vijf clusters, te weten: 1. BOV en De Kempen; 2. Dommelvallei+ en A2; 3. Peelgemeenten; 4. Noordoost; 5. Overig, aangesloten organisaties niet zijnde gemeenten. BIZOB is een stichting en wordt aangestuurd door de gemeenten.

Vanuit elke aangesloten gemeente zit iemand in de Vergadering van Aangeslotenen. Het bestuur wordt gevormd door een afvaardiging van twee bestuurders per regio. Vanuit de Dommelvallei+ en A2 zijn dat burgemeester P. Verhoeven van Heeze-Leende en wethouder A. van Holstein van Waalre. Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. Financieel belang Gebaseerd op het aantal afgenomen dagen 2020: 6 dagen x 42 weken x € 619,- per dag. Totaal € 155.988,-. In 2020 is de bestemming resultaat 2019 van € 9.877,78 ontvangen.

95

Tabel verbonden partijen Verbonden Partijen

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Resultaat

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Resultaat

2019

2019

2019

2020

2020

2020

Metropoolregio Eindhoven (MRE)

5.820.759

18.049.951

1.039.335

5.967.453

26.298.810

1.530.756

Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB)

2.429.098

3.413.049

914.557

2.429.098

4.522.785

354.413

Veiligheidsregio BrabantZuidoost (VRBZO)

6.886.932

39.485.492

646.870

2.483.003

42.498.455

265.198

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Brabant Zuidoost (GGD)

2.864.124

14.879.253

212.560

4.420.407

30.526.063

944.290

Gemeenschappelijke regeling

Dienst Dommelvallei Werkvoorziening de Dommel (WSD) Reiniging Blink

399.000

4.271.000

553.699

360.000

5.575.000

265.814

27.929.000

5.338.000

2.442.000

30.161.000

6.956.000

4.218.000

nvt

4.787.000

nvt

nvt

4.154.000

nvt

Vennootschappen en coöperaties Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Brabant Water

4.887.000.000 144.802.000.000 163.000.000 5.097.000.000 155.262.000.000 221.000.000 665.384.000

479.546.000

29.508.000

onbekend

onbekend

onbekend

Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost

110.446

195.318

74.503

onbekend

onbekend

onbekend

Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB)

868.255

956.731

401.499

974.598

1.008.732

568.702

Stichtingen en verenigingen

96

Grondbeleid Inleiding Het grondbeleid en de grondexploitatie hebben een belangrijke invloed op -en samenhang met- de realisatie van de andere beleidsprogramma's van een gemeente. Daarnaast hebben het grondbeleid en de grondexploitatie een grote financiële impact op de algehele financiële huishouding van de gemeente. De eventuele financiële kansen en risico's zijn van belang voor de algemene financiële en reservepositie van de gemeente. In dit hoofdstuk komen de achtergronden en algemene randvoorwaarden, aandachtspunten, uitgangspunten, kanttekeningen en risico’s van het grondbeleid en de grondexploitaties van de gemeente Nuenen c.a. aan de orde.

Raadsbesluiten De basis voor het huidige gemeentelijke grondbeleid en de grondexploitaties zijn de Nota Grondbeleid 2005-2012, de Nota Grondbeleid 2012-2018 en de Nota Grondbeleid 2019-2023. Daarnaast zijn de raadsbesluiten van “Ruimtebalans naar Masterplan” en “Prioritering projecten en grondexploitatie” uit 2005 relevant geweest voor (een groot deel van) de huidige grondexploitaties. Ook zijn vanaf 2006 tot en met heden diverse raadsbesluiten genomen (herijkingen grondexploitaties, jaarrekeningen, begrotingen, risicoanalyses, etc.), die van invloed zijn op de huidige actuele stand van het grondbeleid en de grondexploitaties. In de Kadernota 2012 is vastgelegd om jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening de grondexploitaties te herzien. Ingeval sprake is van grote tussentijdse wijzigingen wordt de raad hierover separaat geïnformeerd c.q. wordt een voorstel met begrotingswijziging voorgelegd. Sinds 2017 rapporteren we op een andere wijze over de projecten. Ten opzichte van de bij de jaarrekening herziene en vastgestelde exploitaties rapporteren we meerdere keren per jaar aan de raad op hoofdlijnen over de voortgang, de afwijkingen van grondexploitaties en de ontwikkelingen ten aanzien van de risico's. Bij de begroting 2021 zijn de grondexploitaties niet herzien ten opzichte van de grondexploitaties behorende bij de jaarrekening 2019.

De meest recente raadsbesluiten zijn:  Raadsbesluit oktober 2019: "vaststelling subsidieverordening Sociale Volkshuisvesting 2019";  Raadsbesluit juli 2020 ”vaststelling jaarrekening 2019”;  Raadsbesluit juli 2020 "vaststelling jaarrapportages grondexploitaties";  Raadsbesluit juli 2020 "vaststelling Nota Grondbeleid 2019-2023";  Raadsbesluit november 2020 “vaststelling begroting 2021-2024”;  Raadsbesluit december 2020 "Kader grondprijzen en exploitatiebijdragen 2021".

Bestemmingsreserves De bestedingsplannen voor de bestemmingsreserves bovenwijkse voorzieningen, sociale volkshuisvesting, parkmanagement en groen voor rood zijn gereed en worden periodiek (parallel met de begroting en jaarrekening) geactualiseerd. Een van de herzieningen als gevolg van de gewijzigde voorschriften van het BBV betreft de "voeding" en waardering van de (gerealiseerde) voorzieningen in deze bestemmingsreserves. Te zijner tijd wordt u een financiële verordening voorgelegd, waarin de toerekening van bovenwijkse voorzieningen aan (actieve) grondexploitaties is opgenomen. Voor de stand en prognose van deze bestemmingsreserves wordt verwezen naar de betreffende toelichting op de bestemmingsreserves in deze jaarrekening. Bovenwijkse voorzieningen Met de stortingen (vanuit de diverse projecten) groeit de reserve in de komende jaren. De bestedingen van deze bestemmingsreserve zijn de investeringen om de bovenwijkse voorzieningen, welke volgen en “veroorzaakt” worden door de uitvoering van de (woningbouw)projecten, te kunnen realiseren. De belangrijkste investering, die in de afgelopen jaren in dit kader is gerealiseerd, is de aanpassing en realisatie van de HOV2 - Europalaan. De komende jaren wordt vooral geïnvesteerd in waterverbindingen en verkeersplannen/mobiliteit.

97

Sociale volkshuisvesting Met de stortingen (vanuit de diverse projecten) groeit de reserve in de komende jaren. De bestedingen van deze bestemmingsreserve zijn projecten waarin sociale woningbouw(huur) wordt gerealiseerd en die een (financiële) bijdrage nodig hebben voor de haalbaarheid van de ontwikkeling. Deze reserve stimuleert de realisatie van sociale huurwoningen. In 2019 is de 'Subsidieverordening sociale volkshuisvesting 2019' door de raad vastgesteld. Private partijen die een sociale huurwoning toevoegen aan de voorraad kunnen een aanvraag indienen voor een subsidie (afdracht uit de bestemmingsreserve). Uit de aanvraag moet onder andere blijken dat de bijdrage nodig is om het project financieel haalbaar te maken. Parkmanagement Met de stortingen vanuit de ontwikkelingsprojecten van bedrijventerreinen groeit ook deze reserve in de komende jaren. De bestedingen van deze bestemmingsreserve zijn om bijvoorbeeld parkmanagement op Eeneind II Zuid mogelijk te maken. Deze reserve heeft het doel om de kwaliteit en leefbaarheid van de Nuenense bedrijventerreinen in stand te houden en te verbeteren. Groen voor rood Met de bijdragen vanuit het project Nuenen West blijft deze reserve in de komende jaren groeien.

De bestedingen van deze bestemmingsreserve zijn gericht op het verbeteren van het Dommeldal, dat als gevolg van de woningbouwontwikkeling Nuenen West een kwaliteitsimpuls moet te verkrijgen.

Financiële uitgangspunten: Besluit Begroting en Verantwoording Conform de verslagleggingsvoorschriften van het BBV worden, op de balansdatum, voorzieningen gevormd voor bestaande risico’s van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten (art. 44, lid 1b). Deze voorschriften zijn van toepassing op de Bouwgronden in Exploitatie. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Er is nieuwe regelgeving voor de verslaglegging over de jaarcijfers van het grondbedrijf. In 2019 is de nieuwe notitie 'Grondbeleid in begroting en jaarverslaggeving juli 2019' uitgebracht door de commissie BBV. De ‘Notitie grondexploitaties 2016’ van de Commissie BBV en de veelheid aan vragen die naderhand zijn beantwoord over grondexploitatie en grondbeleid en daarmee samenhangende problematiek zijn vertaald in de nieuwe notitie. De notitie is zoveel mogelijk reeds vertaald in de actualisatie van de grondexploitaties en deze toelichting op het grondbeleid. De grondexploitaties zijn ingedeeld conform het BBV. Er is een onderscheid gemaakt in Bouwgrond In Exploitatie (BIE ) en nog 3 projecten die onder de rubriek Materieel Vast Actief op de balans worden verantwoord. (voorheen bekend als Niet In Exploitatie Genomen Gronden (NIEGG-projecten)).

Bouwgronden In Exploitatie (BIE) Bouwgrond in exploitatie heeft in alle gevallen betrekking op grondexploitaties in de uitvoeringsfase. In het verleden is in de praktijk een veelheid aan grondontwikkeling gerelateerde projecten geschaard onder het begrip grondexploitaties. Vanuit het belang van eenduidigheid is in bovenstaande notitie van de Commissie BBV voor afbakening van het begrip bouwgrond in exploitatie en de hieraan toe te rekenen kosten gezorgd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande regels zoals vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening. Op basis daarvan is gekomen tot de definitie die binnen het BBV voor bouwgronden in exploitatie per 2016 geldt: gronden in eigendom van een gemeente, waarvoor de raad een grondexploitatiecomplex met een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld. Het startpunt van Bouwgrond in Exploitatie is zodoende het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief de grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de BIE geopend en kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie op de balans. Het betreft hier een (door de raad vastgestelde) grondexploitatie in "volle" uitvoering door of met medewerking van de gemeente. Het begrip is van belang voor de wijze waarop het gemeentelijk eigendom wordt beoordeeld en opgenomen in de financiële administratie.

Vervaardigingskosten van bouwrijp en woonrijp maken van de locatie worden geactiveerd ofwel bijgeschreven op het balansactief. Activering van de gemaakte kosten is acceptabel, omdat een grondexploitatie geen éénjarig proces is. Is er sprake van een voorzienbaar negatief resultaat van de grondexploitatie, dan wordt dat verlies onmiddellijk genomen in de vorm van een voorziening. Is er echter sprake van een verwacht positief resultaat van de grondexploitatie, dan wordt het resultaat gewoonlijk genomen voor zover dat met voldoende zekerheid gerealiseerd is (tussentijdse winstneming) of bij voortdurende onzekerheid pas geheel aan het einde van het proces en bij afsluiting van de grondexploitatie (winstneming).

98

Materieel vast actief Onder Materieel vast actief zijn gronden opgenomen die (meestal) in het verleden anticiperend of strategisch zijn aangekocht. Deze gronden hebben een vaste bestemming en zitten niet in een transformatieproces. Bij grond als materiële vaste activa gaat het veelal om ondergrond van gebouwen, wegen, parken, pleinen of van land-/bosbouwgronden. Deze gronden zijn geactiveerd tegen (historische) verkrijgingsprijs en bijkomende kosten, op grond wordt niet afgeschreven. Grond wordt wel afgewaardeerd tot de marktwaarde indien sprake is van een (duurzaam) lagere marktwaarde. Deze marktwaardetoets is met name relevant op het moment dat de bestemming van de gronden wijzigt. Er zijn twee projecten die onder materieel vast actief op de balans staan, Kloostertuin en Boschhoeve, beide projecten zijn gewaardeerd op basis van de huidige bestemming.

Verwachte resultaat grondexploitatie/project Een grondexploitatie is geen statische, maar vooral een dynamische berekening van verwachte kosten en opbrengsten in combinatie met gerealiseerde kosten en opbrengsten. Het berekenen van een resultaat van een grondexploitatie is geen "exacte wetenschap" en betreft een modellering van de verwachte toekomstige situatie in het project. Voor grondexploitaties met een verwacht negatief resultaat zijn en worden voorzieningen gevormd. Ieder jaar wordt, bij de jaarrekening, de vereiste omvang van de voorzieningen en het benodigde weerstandsvermogen bepaald. De voorziening voor een grondexploitatie met een verwacht negatief resultaat wordt gevormd op basis van het resultaat op de dan geldende datum van contante waarde. Uiteraard zijn ook de grondexploitaties en projecten met verwachte positieve resultaten “onder voorbehoud” en kunnen deze resultaten, voordat het project is afgerond, nog niet worden besteed. Deze positieve resultaten, en eventuele tussentijdse winstnemingen, zijn onder andere afhankelijk van de te realiseren verkopen van (bouwrijpe) grond. Uit het oogpunt van doelmatigheid zal het college er naar streven om uitgaven, bedrijfseconomisch verantwoord, niet in een te vroeg stadium te doen en opbrengsten uit verkoop van bouwrijpe grond op het juiste tijdstip te realiseren.

Tenslotte worden bij de grondexploitaties ten behoeve van de jaarrekening jaarlijks risicoanalyses uitgevoerd. Door het kwantificeren van de belangrijkste kansen en risico’s bij de projecten worden de benodigde weerstandscapaciteit en het gewenst weerstandsvermogen in beeld gebracht.

Tussentijdse winstnemingen Conform de richtlijnen van het Besluit Begroten en Verantwoorden moet tussentijds winst genomen worden bij positieve grondexploitaties. Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het BBV zijn het toerekeningbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten – en het daaruit voortvloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en ook als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijdse winst is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijdse winst is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Voor het bepalen van de tussentijdse winst is aansluiting gezocht bij een algemeen aanvaardbare methodiek (bedrijfsleven, fiscaal), waarbij rekening is gehouden met de bijzondere kenmerken van gemeentelijke grondexploitaties. De doelstelling van het gemeentelijk grondbeleid is immers niet primair gericht op het behalen van financieel rendement, maar op het bereiken van het gewenste voorzieningenniveau voor inwoners en bedrijven.

De 'Percentage of Completion' methode voor de tussentijdse winstneming houdt rekening met de fase waarin de grondexploitatie, zowel wat betreft de opbrengsten als de kosten, verkeert. Naar rato van de voortgang van het project wordt tussentijds winst verantwoord. Hierbij wordt voor wat betreft de berekeningsmethodiek en de planinhoudelijke uitgangspunten niet afgeweken van de grondexploitatie of herziening zoals deze tot en met het verslagjaar door de raad is vastgesteld. Dit wordt berekend naar de mate waarin kosten en opbrengsten zijn gerealiseerd per individuele grondexploitatie. Hiermee wordt de totale winst over de individuele grondexploitatie opgedeeld/toegerekend aan de reeds verkochte kavels. Indien nog geen gronden zijn verkocht is er dus nog geen sprake van gerealiseerde winst.

99

Daarnaast wordt bij de bepaling van de tussentijdse winst rekening gehouden met de risico’s die specifiek samenhangen met de nog te realiseren kosten en opbrengsten van de individuele grondexploitaties. Voorbeelden hiervan zijn onzekerheden/risico’s over de aanbesteding van een (of meer) infrastructurele voorziening(en), die in een grondexploitatie zijn opgenomen, (bouw- en woonrijp maken) of onzekerheden/risico’s over de in de betreffende begrotingen van individuele grondexploitatie(s) opgenomen verwachtingen over afzetmogelijkheid of prijs van grond voor te bouwen vastgoed in een dynamisch marktsegment.

Parameters en uitgangspunten grondexploitaties Rentelasten en –baten in een grondexploitatie Op grond van de gewijzigde voorschriften vanuit het Besluit Begroting Verantwoording provincies en gemeenten (hierna BBV) is de rente voor de grondexploitaties herberekend, waarbij rekening is gehouden met de verhouding eigen vermogen en vreemd vermogen. Voor 2020 moet hierdoor worden uitgegaan van een gemiddeld rentepercentage over de boekwaarde van die grondexploitaties van 0,35% en voor 2021 en verder van 0,58%. Grondprijsbeleid De Nota Grondbeleid 2019-2023, die in juli 2019 door de raad is vastgesteld, bevatte geen wijzigingen in het grondprijsbeleid ten opzichte van de Nota Grondbeleid 2012-2018. Deze grondprijzen worden toegepast als kaders en voorwaarden voor de gemeentelijke uitgifte van (bouwrijpe) grond in (nieuwe) grondexploitaties en projecten. Deze grondprijzen worden jaarlijks bezien en indien nodig geactualiseerd (door een nieuw vast te stellen Kader Grondprijzen en Exploitatiebijdragen). In december 2020 zijn de grondprijzen geactualiseerd en herzien en vastgesteld door de gemeenteraad. Woningbouwprogrammering Bij de jaarrekening 2020 is een geactualiseerde woningbouwplanning in de grondexploitaties opgenomen.

De gemeente houdt vast aan deze woningbouwplanning en nieuwe projecten zijn alleen mogelijk wanneer aangetoond kan worden dat deze projecten van volkshuisvestelijk belang zijn voor de gemeente. Daarnaast wordt de bestaande woningvoorraad steeds belangrijker. Oude wijken worden aangepakt en verbeterd. Verduurzaming van deze bestaande woningen wordt steeds belangrijker.

Prognoses Bij raadsbesluit van de vaststelling van de jaarrekening 2020 zijn de prognoses per grondexploitatie / project voor laatst vastgesteld. Zoals is afgesproken wordt eenmaal per jaar, bij het jaarverslag, nagegaan of de vastgestelde prognoses inclusief de daaraan ten grondslag liggende calculaties nog actueel zijn of moeten worden bijgesteld. In onderstaande tabel zijn de resultaten van winstgevende en verlieslatende projecten getoond. De winstgevende projecten en de geprognosticeerde winstneming is uiteraard onder voorbehoud van bijvoorbeeld de daadwerkelijke realisatie van grondverkopen in de projecten.

182

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10217454/1