CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-36 RV Bijlage 1 Rapportage voorkeursscenario Tauw

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Project Studie (verkeers)leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes Nuenen33.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Door zowel hoge intensiteiten als fysieke inrichting, is er bij de drukke wegen sprake van een barrièrewerking. De oversteekmogelijkheden zijn bij een toename van de verkeersintensiteiten beperkt en brengen omfiets/omloopbewegingen met zich mee. Ongelijkvloerse kruisingen kunnen de barrièrewerking verminderen. Bruggen en tunneltjes zorgen voor een verkeersveilige oversteek maar sociale veiligheid en de extra benodigde inspanning qua omrijden/lopen blijft daarbij een aandachtspunt.

Figuur 16 Procentuele toe- en afnames scenario 2 ten opzichte van referentiesituatie in 2030 (mvt/etmaal)

Er is een toename te zien van circa 6 % bij Lieshout en 2 % bij Beek en Donk. Richting de N279 neemt de toename snel af wat erop wijst dat er nauwelijks extra verkeer is dat de N279 verlaat en vervolgens via de N615 richting Eindhoven rijdt. Dit voldoet aan de wens om géén extra verkeer aan te trekken wat robuuste randen moet gebruiken.

Voor de Europalaan, Smits van Oyenlaan en de A270 zijn in de probleemanalyse de oversteekmogelijkheden voor het langzame verkeer in beeld gebracht. Figuur 17 geeft de huidige oversteeklocaties weer, inclusief wijze waarop deze plaatsvinden. Op de ongelijkvloerse oversteeklocaties na, geldt bij alle oversteken dat het gemotoriseerde verkeer voorrang heeft. Deze oversteeklocaties maken ook onderdeel uit van de toekomstige referentiesituatie waarmee de scenario’s worden vergeleken.

50/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Barrièrewerking Waardering

Toelichting

++

Groot positief effect op barrièrewerking

+

Licht positief effect op barrièrewerking

0

Per saldo geen wezenlijk effect op barrièrewerking

-

Licht negatief effect op barrièrewerking

--

Groot negatief effect op barrièrewerking

Scenario 1A leidt op de Smits van Oyenlaan (zuid) en de Europalaan tot een kleine verkeerstoename (1 % - 3 %). Een dergelijke beperkte toename geeft geen wezenlijk effect op de oversteekbaarheid. Op het noordelijk deel van de Smits van Oyenlaan neemt het verkeer met 1 % af wat niet tot een merkbare vermindering van de barrièrewerking leidt. Het scenario scoort hierdoor neutraal (0). In scenario 1B is een toename van verkeer te zien op de Smits van Oyenlaan. Op het noordelijk deel wordt de oversteekbaarheid verbeterd door de realisatie van een extra ongelijkvloerse fietskruising bij de Papenvoortsedreef. Op het zuidelijk deel van de Smits van Oyenlaan heeft de verkeerstoename geen negatief effect omdat de fietsers en voetgangers de

Figuur 17 Oversteeklocaties in de huidige situatie

Smits van Oyenlaan al ongelijkvloers kunnen oversteken. Op het oostelijk deel van de Europalaan neemt het verkeer met 12 % toe. Dit is echter ter hoogte van de fietstunnel waardoor dit geen negatief effect heeft. Door de realisatie van een extra ongelijkvloerse kruising voor langzaam verkeer, scoort scenario 1B licht positief (+) op barrièrewerking. In scenario 2 nemen de intensiteiten op de Smits van Oyenlaan en de Europalaan sterk af. 51/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Daar staat een toename van verkeer op de Geldropsedijk tegenover. De

5.

Meierijlaan met zowel letselongevallen als uitsluitend materiele schade

afname op de Smits van Oyenlaan en de Europalaan is licht positief: langzaam verkeer kan op veel locaties gebruik maken van ongelijkvloerse verbindingen maar bij de voorrangspleinen op de Europalaan vertaalt dit zich

6.

Lieshoutseweg nabij Gerwen waar enkele letselongevallen hebben plaatsgevonden Zuidelijk deel van de Smits van Oyenlaan waarbij nauwelijks sprake is

in een verminderde barrièrewerking. Per saldo wordt scenario 2 licht positief (+) beoordeeld op barrièrewerking.

7.

van letselongevallen maar wel met uitsluitend materiele schade Op het moment dat het verschil tussen 1 % en 5 % ligt, wordt voor een

Verkeersveiligheid

De verkeersveiligheid is kwalitatief beoordeeld op basis van de toe- en afname van intensiteiten op wegen waar nu veel ongevallen gebeuren.

ongevalslocaties een enkele + of - gegeven. Wanneer dit meer dan 5 % is, een dubbele + of -. De verkeersveiligheid op de nieuwe oostelijke randweg in scenario 2 is niet in de beoordeling meegenomen. Uitgangspunt is immers dat er een veilige weg wordt ontworpen.

Verkeersveiligheid Waardering

Toelichting

1a

1B

2

++

Grote afname van verkeer op onveilige wegen

Soeterbeekseweg

0

0

-

+

Kleine afname van verkeer op onveilige wegen

Centrum

+

0

+

0

Geen duidelijke toe- en afnames op onveilige wegen

Europalaan

-

--

++

-

Kleine toename van verkeer op onveilige wegen

Geldropsedijk

++

++

--

--

Grote toename van verkeer op onveilige wegen

Meierijlaan

+

-

--

Lieshoutseweg

+

-

--

Smits van Oyenlaan Zuid

-

--

++

Totaal

+

-

-

In de probleemanalyse zijn routes/gebieden naar voren gekomen met een relatief groot aantal ongevallen en verkeersslachtoffers: 1. 2.

Soeterbeekseweg en Broekdijk bij Nederwetten met weinig ongevallen maar relatief veel verkeersslachtoffers Centrum van Nuenen rondom de Vincent van Goghstraat en de

Op de Soeterbeekseweg hebben de scenario’s 1A en 1B weinig effect. Er is een zeer kleine afname als gevolg van de beperking van het autogebruik

3.

Parkstraat. In een centrumgebied gaat het vaak om ongevallen met voetgangers/fietsers en parkeerongevallen Europalaan waar de ongevallen tot 2019 toenamen maar waar met

maar onvoldoende om tot een positieve score voor verkeersveiligheid te leiden. In scenario 2 neemt het verkeer toe omdat er een route ontstaat vanuit Helmond, via de oostelijke randweg en de Broekstraat richting Son en

4.

aanvullende maatregelen de verkeersveiligheid is verbeterd Geldropsedijk met relatief veel letselongevallen

Breugel. Deze toename zorgt ervoor dat er een beperkte verslechtering is van de verkeersveiligheid. 52/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

In scenario 1B wordt de Meierijlaan drukker door de openstelling van de opIn het centrum heeft scenario 1A een positief effect vanwege de beperking van het autogebruik. In scenario 1B wordt de Bundelroute opgewaardeerd waardoor ook enkele toeleidende wegen in het centrum drukker worden. Het

en afrit bij de Geldropsedijk/A270. Dit effect is nog sterker in scenario 2.

positieve effect van de beperking van autogebruik wordt op de Parkstraat en de Vincent van Goghstraat tenietgedaan. Daarom scoort deze neutraal. Scenario 2 heeft een positief effect omdat de oostelijke randweg veel verkeer

autoverkeer. Dat is positief voor de verkeersveiligheid. In scenario 1B wordt de Lieshoutseweg beperkt drukker door de maatregelen die verderop op de Smits van Oyenlaan zijn genomen. In scenario 2 wordt de Lieshoutseweg

uit Nuenen wegtrekt.

duidelijk drukker door de verkeersaantrekkende werking van de oostelijke randweg.

De Lieshoutseweg wordt in scenario 1A rustiger door de beperking van het

De dosering op de Geldropsedijk zorgt ervoor dat de intensiteiten op de Europalaan toenemen. Dit heeft een negatief effect in scenario 1A en scenario 1B. In scenario 1B is dat effect sterker omdat een deel van het verkeer vanuit Helmond de route via de Smits van Oyenlaan en de

Het zuidelijk deel van de Smits van Oyenlaan wordt in scenario 1A iets drukker vanwege de dosering van verkeer op de Geldropsedijk. In scenario 1B is dat effect, net als bij de Europalaan, sterker omdat een deel van het

Europalaan gevonden heeft. Deze is interessanter geworden door de verhoging van de snelheid naar 70 km/uur en de verschuiving van Nuenens verkeer door de openstelling van de op- en afrit bij de Geldropsedijk/A270. In

verkeer vanuit Helmond de route via de Smits van Oyenlaan en de Europalaan gevonden heeft. De verhoging naar 70 km/uur zorgt er bovendien voor dat het ongevalsrisico op de Smits van Oyenlaan in scenario 1B

scenario 2 is sprake van een sterke verbetering doordat de oostelijke randweg veel verkeer van de Europalaan wegtrekt.

toeneemt. In scenario 2 zorgt de oostelijke randweg voor een sterke afname op de Smits van Oyenlaan wat leidt tot een sterk positief effect op verkeersveiligheid.

De dosering op de Geldropsedijk zorgt voor een sterke afname van verkeer in de scenario’s 1A en 1B. Dit is positief voor de verkeersveiligheid. In scenario 2 neemt de intensiteit toe omdat meer Nuenens verkeer de opengestelde open afrit bij de Geldropsedijk gebruikt.

Voor de totaalbeoordeling zijn de plussen en minnen opgeteld. Scenario 1A scoort hierdoor positief ondanks een kleine verkeerstoename op de Smits

Door de dosering op de Geldropsedijk nemen de verkeersintensiteiten op de

van Oyenlaan en de Europalaan. Scenario 1B scoort negatief wat vooral wordt veroorzaakt door de verkeerstoename op de Smits van Oyenlaan en de Europalaan. Ook scenario 2 scoort negatief. De verbetering op de Smits van

Meierijlaan in scenario 1A af wat positief is voor de verkeersveiligheid. Keerzijde is dat de Klamperlaan drukker wordt maar die komt uit de probleemanalyse (nog) niet als onveilige weg naar voren.

Oyenlaan, Europalaan en centrum weegt onvoldoende op tegen de verslechtering op reeds onveilige wegen zoals de Geldropsedijk, Meierijlaan en Lieshoutseweg.

53/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Hoeveelheid doorgaand verkeer in Nuenen

In scenario 2 neemt het doorgaand verkeer door het bewoonde gebied van

Doorgaand verkeer is het verkeer dat geen herkomst of bestemming heeft in de gemeente Nuenen. De hoeveelheid doorgaand verkeer is bepaald op basis van een selectie uit de maatgevende wegvakken. Hierbij is de A270

Nuenen duidelijk af omdat een groot deel van het verkeer via de oostelijke randweg wordt geleid. Strikt gezien loopt de oostelijke randweg natuurlijk ook door Nuenen. De afname is op alle wegen terug te zien. Alleen op de

buiten beschouwing gelaten om een zuiver beeld te krijgen van het effect op doorgaand verkeer voor de gemeentelijke wegen. In tegenstelling tot de A270 is doorgaand verkeer hier immers minder gewenst. Ook de oostelijke

Lieshoutseweg is sprake van een toename omdat deze natuurlijk de oostelijke randweg voedt.

randweg in scenario 2 is hierin niet meegenomen om dat die juist voor het doorgaande verkeer wordt aangelegd.

Concluderende tabel verkeer Verschuiven

Scenario 1A

Scenario 1B

Scenario 2

0

+

++

+

+

Hoeveelheid doorgaand verkeer door Nuenen

verkeersintensiteiten

Waardering

Toelichting

Barriéwerking

0

++

Index neemt met meer dan 5 punten af

Verkeersveiligheid

+

-

-

+

Index neemt met 1 tot 5 punten af

Hoeveelheid

+

0

++

0

Index blijft gelijk

doorgaand verkeer

-

Index neemt met 1 tot 5 punten toe

door Nuenen

--

Index neemt met meer dan 5 punten toe

Doorgaand verkeer

Referentie

1A

1B

2

100

99

100

73

In scenario 1A neemt de hoeveelheid doorgaand verkeer op de gemeentelijk wegen beperkt af. Deze afname wordt veroorzaakt door de dosering van verkeer op de Geldropsedijk. In scenario 1B blijft de hoeveelheid doorgaand verkeer gelijk. De afname op de Geldropsedijk wordt hier gecompenseerd door toenames als gevolg van de capaciteitsuitbreiding van kruispunten op de Bundelroutes door Nuenen.

54/97

Kenmerk

4.2.2

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Bereikbaarheid en doorstroming

Verandering in rijsnelheid in de spits Het verkeersmodel maakt een berekening van de verwachte rijsnelheden in de spits. In en rondom Nuenen is de ochtendspits maatgevend. De verandering van rijsnelheid in de spits is voornamelijk in de ochtendspits relevant. Scenario’s die een positief of negatief effect in de ochtendspits geven, zullen dit ook doen voor de avondspits. Verandering in rijsnelheid in de spits Waardering

Toelichting

++

Duidelijk hogere rijsnelheden in de spits

+

Licht hogere rijsnelheden in de spits

0

Geen wezenlijk verschil in rijsnelheden

-

Licht lagere rijsnelheden in de spits

--

Duidelijk lagere rijsnelheden in de spits

Figuur 18 geeft de werkelijk gemeten doorstromingsfactor in de ochtendspits weer in de huidige situatie. De doorstromingsfactor is de verhouding tussen de gemiddelde snelheid overdag (tussen 10 en 15 u) en de gemiddelde snelheid tijdens de ochtendspits (7 - 9 u) op een wegvak 2. Figuur 18 Doorstroming ochtendspits Nuenen in de huidige situatie

2

Stel, overdag wordt er op een wegvak gemiddeld 60 km/u gereden en tijdens de spits 40 km/u, dan is de doorstromingsfactor 1,5. Hoe hoger het getal, hoe groter het verschil in doorstroming tussen de spits en de rest van de dag. 55/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Het verkeersmodel geeft berekende doorstromingsfactoren weer. Figuur 19

Aangezien de scenario’s ook op basis van een berekening in beeld worden

laat de doorstromingsfactoren zien volgens het verkeersmodel in de referentiesituatie 2030.

gebracht, kunnen de referentiesituatie en de scenario’s wel onderling vergeleken worden om te bepalen in welke mate sprake is van een verbetering of verslechtering. Figuur 20 laat de doorstromingsfactoren zien volgens het verkeersmodel in scenario 1A.

Figuur 19 Doorstroming ochtendspits Nuenen in de referentiesituatie 2030

In vergelijking met de werkelijke situatie geeft de berekende doorstroming een iets gunstiger beeld. Figuur 20 Doorstroming ochtendspits Nuenen in scenario 1A 56/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Scenario 1A heeft een heel beperkte invloed op de rijsnelheden waardoor er qua doorstromingsfactoren in Nuenen geen wijzigingen zijn. Ondanks de dosering op de Geldropsedijk heeft het de vermindering van verkeer geen wezenlijke invloed op de gemiddelde rijsnelheid. In beide situaties is op de Geldropsedijk immers geen sprake van congestie. Scenario 1A scoort neutraal (0) op de rijsnelheden en de daaraan gekoppelde doorstromingsfactoren. Figuur 21 laat de doorstromingsfactoren zien volgens het verkeersmodel in scenario 1B.

Figuur 21 Doorstroming ochtendspits Nuenen in scenario 1B

Ook scenario 1B heeft een heel beperkte invloed op de rijsnelheden waardoor er qua doorstromingsfactoren in Nuenen nauwelijks wijzigingen zijn. De betere doorstroming op de Smits van Oyenlaan trekt ook verkeer aan waardoor de gemiddelde rijsnelheid niet wezenlijk verandert. Op het noordelijke deel van de Smits van Oyenlaan wordt de doorstroomfactor iets hoger omdat het verkeer toeneemt terwijl de kruising bij de Lieshoutseweg niet verandert. 57/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Volgens het verkeersmodel neemt de rijsnelheid op de A270 voor de kruising Wolvendijk toe waardoor de doorstroomfactor afneemt. Dit lijkt vreemd omdat er wel sprake is van een verkeerstoename in scenario 1B. Een nadere analyse van het model laat zien dat door de drukkere Eisenhowerlaan meer verkeer linksaf richting het Hofke rijdt. Er staat daardoor minder verkeer in de file rechtdoor waardoor de rijsnelheid iets toeneemt. Omdat modelmatige verschuiving naar het Hofke niet wenselijk is (en in de verkeerslichtenregeling ook niet gestimuleerd gaat worden!) is het niet opportuun dit modeleffect in de beoordeling mee te nemen. Scenario 1B geeft daarmee geen wezenlijk verschil in rijsnelheden en scoort daarom neutraal (0) op de rijsnelheden en de daaraan gekoppelde doorstromingsfactoren. Figuur 22 laat de doorstromingsfactoren zien volgens het verkeersmodel in scenario 2.

Figuur 22 Doorstroming ochtendspits Nuenen in scenario 2

In scenario 2 is een kleine invloed op de rijsnelheden te zien waardoor de doorstromingsfactoren in Nuenen afnemen. Op de meeste wegvakken van de Smits van Oyenlaan is een verlaging van de doorstromingfactor te zien. Op het westelijk deel van de Europalaan zakt deze onder de kritieke waarde van 1,25. Volgens het verkeersmodel neemt de rijsnelheid op de A270 voor de kruising Wolvendijk toe waardoor de doorstroomfactor afneemt. Hier treedt hetzelfde effect op als in scenario 1B. Door de drukkere Eisenhowerlaan slaat meer verkeer linksaf richting het Hofke. 58/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Er staat daardoor minder verkeer in de file rechtdoor waardoor de rijsnelheid

De tabel laat zien dat het aantal voertuigverliesuren in scenario 1A afneemt.

iets toeneemt. Omdat modelmatige verschuiving naar het Hofke niet wenselijk is (en in de verkeerslichtenregeling ook niet gestimuleerd gaat worden!) is het niet opportuun dit modeleffect in de beoordeling mee te

Dit wordt veroorzaakt door de maatregelen die het autoverkeer in Nuenen verminderen. Een vermindering van verkeer werkt op twee manieren door in een lager aantal voertuigverliesuren:

nemen. Scenario 2 geeft per saldo een lichte verhoging van de rijsnelheden en scoort daarom licht positief (+) op de rijsnelheden en de daaraan gekoppelde doorstromingsfactoren.

1. 2.

Doordat er minder verkeer op weg is, worden knelpunten kleiner en de vertraging minder Elke auto die niet de weg op gaat, ondervindt geen verliesuren in het verkeer

Voertuigverliesuren Met het verkeersmodel is voor elk scenario het aantal voertuigverliesuren op

In scenario 1B neemt het aantal voertuigverliesuren in de ochtendspits toe.

het wegennet in Nuenen berekend. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de ochtendspits en de avondspits. Voor elke periode is met indexcijfers aangegeven in welke mate de voertuigverliesuren toe- of afnemen ten

Deze toename zit met name op de Smits van Oyenlaan. Hier zijn de kruispunten opgewaardeerd waardoor de kans op congestie afneemt. Bij verkeerslichten is echter altijd sprake van een bepaalde vertraging. In

opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie krijgt hierbij de indexwaarde 100.

scenario 1B maakt meer verkeer gebruik van de bundelroute. Per saldo is hierdoor sprake van een toename. In de praktijk kan deze toename worden verminderd door de toepassing van slimme, op elkaar afgestemd

Voertuigverliesuren

verkeerslichten (i-VRI’s). Het verkeersmodel kan in haar berekening echter geen rekening met dergelijke geavanceerde maatregelen houden. In de avondspits blijft het gelijk.

Waardering

Toelichting

++

Indexcijfers gemiddeld >5 punten lager dan referentie

+

Indexcijfers gemiddeld 1-5 punten lager dan referentie

0

Indexcijfers gelijk aan referentiesituatie

-

Indexcijfers gemiddeld 1-5 punten hoger dan referentie

--

Indexcijfers gemiddeld >5 punten hoger dan referentie Referentie

1A

1B

2

2*

Ochtendspits

100

99

104

92

165

Avondspits

100

98

100

80

159

Scenario 2 laat in het verkeersmodel een sterke toename van het aantal voertuigverliesuren zien met indexcijfers van 165 en 159. Dat is opmerkelijk omdat de doorstroming in Nuenen als gevolg van de oostelijke randweg sterk zou moeten verbeteren. Een analyse van het verkeersmodel laat zien dat deze toename volledig wordt veroorzaakt door het nieuwe kruispunt tussen de oostelijke randweg en de A270. De verkeersstromen hebben hier een zodanige omvang dat het kruispunt in het verkeersmodel overbelast raakt.

2*: Voertuigverliesuren zonder een robuuste kruising A270 – Oostelijke Randweg

59/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Uitgangspunt is echter dat bij een nieuwe verbindingsweg de kruispunten

Landschappelijk waardevolle elementen, gebieden of structuren

zodanig worden vormgegeven dat deze het verkeersaanbod kunnen verwerken. Daarom is het voor een zuivere afweging beter om op deze locatie uit te gaan van een vertraging die vergelijkbaar is met de huidige

Waardering

Toelichting

++

Versterking van bijzondere landschappelijk waardevolle gebieden,

aansluiting van de A270 op de Neervoortsedreef. In dat geval dalen de indexcijfers tot 92 in de ochtendspits en 80 in de avondspits. Scenario 2 heeft dus een positief effect op het aantal voertuigverliesuren ervan uitgaande dat

+

de kruising tussen de A270 en de oostelijke randweg zodanig wordt vormgegeven dat hier geen nieuw fileknelpunt ontstaat.

structuren en elementen Lichte verbetering van landschappelijk waardevolle gebieden, structuren en elementen 0

Geen beïnvloeding van landschappelijk waardevolle gebieden, structuren en elementen

-

Lichte aantasting van landschappelijk waardevolle gebieden, structuren en elementen

Concluderende tabel bereikbaarheid en doorstroming Scenario 1A Verandering in

0

Scenario 1B

-Scenario 2

0

+

-

gebieden, structuren en elementen

+

rijsnelheid in de spits Voertuigverliesuren

Zware aantasting beïnvloeding van landschappelijk waardevolle

++

4.2.3 Landschap De effectenbeoordeling voor het thema landschap gaat over de landschappelijk waardevolle elementen gebieden of structuren. Landschappelijk waardevolle elementen, gebieden of structuren Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor het thema landschap.

Scenario 1A De Smits van Oyenlaan kent geen landschappelijk elementen of structuren die wettelijk beschermd zijn. Wel geven de begroeide grondwallen aan weerszijden van de weg het gebied een besloten karakter en groene uitstraling. Vanwege het grotere ruimtebeslag in dit scenario zal een deel van de grondwallen afgegraven of verplaatst moeten worden. Op een aantal plekken zal dit leiden tot aantasting van de bomen die dicht op de weg staan. Hierdoor zullen vermoedelijk enkele bomen moeten verdwijnen, waardoor de besloten doorgaande omzoming van de weg deels openingen krijgt. Dit is een lichte aantasting van deze groene structuur door Nuenen en wordt daarom licht negatief beoordeeld (-). De plaatselijk doorgaande laanstructuur van zomereiken op de middenberm van het tracé ten zuiden van rotonde 't Pluuke blijft onaangetast.

60/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Scenario 1B

verhouding tot de aanzienlijke aantasting van het landschap die de Oostelijke

In dit scenario blijven de grondwallen en bomen op het grootste deel van het tracé onaangetast. Alleen rondom de kruispunten zal het ruimtebeslag van de weg iets groter worden waardoor plaatselijk de naastgelegen wallen en

Randweg tot gevolg heeft. Dit leidt tot een zeer negatieve beoordeling voor scenario 2 voor het effect op landschappelijk waardevolle gebieden, structuren en elementen (- -).

beplanting moeten verdwijnen. Op deze plekken vormen de bomen echter geen doorgaande besloten structuur die wordt aangetast. Bij de kruispunten leidt dit tot iets meer openheid. De aantasting van bomen

Concluderende tabel landschap

blijft beperkt tot plekken waar meer openheid wel passend is. Het vormt geen negatief effect op landschappelijk waardevolle elementen, structuren of gebieden en daarom wordt dit scenario neutraal beoordeeld (0).

Scenario 1A Landschappelijk

-

Scenario 1B 0

Scenario 2 --

waardevolle elementen, gebieden of

Scenario 2 In dit scenario wordt een nieuwe randweg ten oosten van Nuenen aangelegd,

structuren

die dwars door het bosgebied en het oude heide-ontginningenlandschap loopt. De weg vormt een zware aantasting van het bos dat als Natuur Netwerk Brabant (NNB) een beschermde status heeft. Ook het afwisselende

4.2.4 Ruimtelijke kwaliteit De effectbeoordeling van ruimtelijke kwaliteit gaat over de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. De gebruikswaarde betreft alle

landschap van akkers, houtsingels en erven samen met enkele waardevolle groenstructuren wordt doorsneden. Dit betreft nog een nader uit te werken zoekgebied, maar zeker is dat het grote ruimtebeslag van de randweg

aspecten van de ruimtelijke kwaliteit die te maken hebben met het effectief en efficiënt gebruiken van een gebied. De belevingswaarde omvat alle aspecten van ruimtelijke kwaliteit die te maken hebben met de zintuiglijke ervaring van

(minimaal 18,5 meter) in ieder geval zorgt voor een grove doorsnijding van het landschap. De Smits van Oyenlaan daarentegen wordt in dit scenario 'afgewaardeerd', waardoor een kleiner ruimtebeslag dan de huidige

een gebied. De toekomstwaarde gaat over de ruimtelijke kwaliteit over een x aantal jaren.

weginrichting nodig is. Ten noorden van rotonde ’t Pluuke zal de weg worden voorzien van een groene middenberm met een nieuwe bomenrij. Dit zal de SvO-laan als groenstructuur van Nuenen versterken. Plaatselijk zal echter

Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor het thema ruimtelijke kwaliteit.

wel ruimte gemaakt moeten worden voor een iets breder wegprofiel dan in de huidige situatie. Hoewel in mindere mate dan bij scenario 1A, zullen ook in dit scenario beperkte delen van de grondwallen aangepast of verplaatst worden. De versterking van de SvO-laan als groenstructuur staat echter niet in 61/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde

De effecten op de ruimtelijke kwaliteit zijn verder vergelijkbaar met scenario

Waardering

Toelichting

++

Sterke verhoging van gebruikswaarde, belevingswaarde en

1A. Het effect op de ruimtelijke kwaliteit wordt daarom ook in scenario 1B licht positief beoordeeld (+).

toekomstwaarden van de weg +

Lichte verhoging van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarden van de weg

0

Geen beïnvloeding van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de weg

-

Lichte vermindering van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarden van de weg

--

Sterke vermindering van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarden van de weg

Scenario 1A De gebruikswaarde van de Smits van Oyenlaan zal door het stimuleren van bus- en fietsverkeer toenemen. Ook het doseren van het autoverkeer richting de A270 leidt tot een verbeterde doorstroming waarmee de toekomstwaarde van de weg verhoogd wordt. Hier tegenover staan diverse bouwstenen en meekoppelkansen die bijdragen aan gebruikswaarden en belevingswaarden op de grondwallen langs de SvO-laan, zoals toepassing van meer (bio)diverse beplanting, struinpaden en verblijfsplekken. Samen leidt dit scenario tot een lichte verhoging van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde en daarmee een licht positief effect op de ruimtelijke kwaliteit (+).

Scenario 2 De ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied ten noordoosten van Nuenen wordt in belangrijke mate bepaald door het rustige, kleinschalige en organische landschap dat overgaat in massief bos. De afwisseling tussen houtsingels, akkers, erven, beek en bossen geven dit gebied een hoge belevingswaarde en maakt het ontstaan van het oude heideontginningenlandschap zichtbaar. Het aanleggen van een randweg door dit landschap zal leiden tot een sterke vermindering van de belevingswaarde van dit landschap. Hoewel de gebruiks- en toekomstwaarde voor autoverkeer toeneemt door de verbeterde toekomstige verbinding zal de gebruiks- en toekomstwaarde voor landbouw, recreatie en natuur sterk achteruitgaan. Ondanks dat de Smits van Oyenlaan in dit scenario een lichte verbetering van de ruimtelijke kwaliteit kent (door de bij 1A genoemde overige bouwstenen en de aanleg van een extra middenberm met bomenrij), leidt de zware aantasting van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied die de Oostelijke Randweg tot gevolg heeft tot een zeer negatieve beoordeling (- -). Concluderende tabel ruimtelijke kwaliteit Scenario 1A Effect op

+

Scenario 1B +

Scenario 2 --

ruimtelijke

Scenario 1B In dit scenario zal de gebruikswaarde van de Smits van Oyenlaan ook

kwaliteit

toenemen ten opzichte van de huidige situatie, al ligt de focus meer op de doorstroming van autoverkeer en minder op openbaar vervoer. 62/97

Kenmerk

4.2.5

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Archeologie

De effectbeoordeling voor het thema archeologie gaat over de kans op aantasting van archeologische waarden. Dit wordt bepaald door de ligging van de weg in relatie tot de archeologische verwachtingswaarde en de benodigde bodemingrepen. Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor het thema archeologie. Effect op archeologische waarden Effect op archeologische waarden Waardering

Toelichting

++

Niet van toepassing

+

De ontwikkeling leidt tot een hogere beleefbaarheid van archeologische waarden (bijv. door informatieborden).

0

De ontwikkeling heeft geen effect op archeologische waarden of wordt uitgevoerd in een gebied met lage verwachtingswaarde

-

De ontwikkeling wordt uitgevoerd in een gebied met middelhoge verwachtingswaarde en/of de kans op aantasting

Het vertaalt zich in archeologische dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan. Hoewel bij aanleg van de weg reeds bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden, komen er nog een aantal bodemingrepen bij. Bij de aanleg van een fietstunnel en extra aansluitingen op de weg (bv. bij Gerwen Zuidoost) in een beschermd archeologisch monument is de kans op aantasting van archeologische waarden groot. Ondanks de nieuwe ingrepen en de hoge verwachtingswaarde is te beargumenteren dat de daadwerkelijke aantasting mee zal vallen. Aangezien het grootste deel van de bodem langs het tracé al verstoord is, wordt dit scenario licht negatief beoordeeld (-). Scenario 1B Dit scenario is qua ligging in archeologisch verwachtingsgebied gelijk aan scenario 1A. In dit scenario is het aantal bodemingrepen in gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde (door extra oversteekplaatsen en aansluitingen op de A270) nog groter dan in scenario 1A. Vanwege dezelfde ligging en kans op aantasting van archeologische waarden wordt ook dit scenario licht negatief beoordeeld (-).

van archeologische waarden is klein maar aanwezig --

De ontwikkeling wordt uitgevoerd in een gebied met (zeer) hoge verwachtingswaarden en/of de kans op aantasting van archeologische waarden is groot.

Scenario 1A De Smits van Oyenlaan ligt deels in een gebied van archeologische waarde en deels op een beschermd archeologisch monument. Dit zijn zones waarvan is aangetoond dat er concentraties archeologische resten voorkomen die

Scenario 2 Het buitengebied van Nuenen oost kent diverse archeologische verwachtingswaarden. Op de archeologische beleidskaart van gemeente Nuenen is te zien dat hier gebieden liggen met een hoge, middelhoge en lage verwachting. Ook ligt er een beschermd archeologisch monument. Bij de Smits van Oyenlaan is de bodem al eerder geroerd bij aanleg van de weg. Dit is in het buitengebied echter niet het geval.

samenhangen met de ontwikkeling van het huidige Nuenen en daarmee behoudenswaardig zijn. 63/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Zeker vanwege het grote ruimtebeslag (18,5 meter breed) en de lengte van

PM10

de weg zal een groot deel van de bodem geroerd worden en is de kans op aantasting van archeologische waarden groot. Ook scenario 2 wordt om deze reden zeer negatief beoordeeld (- -).

PM10

Concluderende tabel archeologie Scenario 1A Effect op

-

Scenario 1B

Waardering

Toelichting

++

Sterke verlaging van de PM10 uitstoot

+

Lichte verlaging van de PM10 uitstoot

0

Nauwelijks invloed op de PM10 uitstoot

Scenario 2

-

Lichte verhoging van de PM10 uitstoot

--

--

Sterke verhoging van de PM10 uitstoot

-

archeologische waarden

PM2,5 PM2,5 Waardering

Toelichting

++

Sterke verlaging van de PM2,5 uitstoot

De effectbeoordeling voor het thema lucht gaat over de kans op mogelijke

+

Lichte verlaging van de PM2,5 uitstoot

verslechteringen en verbeteringen van de luchtkwaliteit. De verschillende

0

Nauwelijks invloed op de PM2,5 uitstoot

scenario’s geven een verschuiving en een verandering van het aantal voertuigbewegingen, zowel in aantal als in rijroute. Een beoordeling hiervan vindt plaats op basis van expert judgement aan de hand van de

-

Lichte verhoging van de PM2,5 uitstoot

--

Sterke verhoging van de PM2,5 uitstoot

verkeerskundige doorrekening. Onderstaande tabel toont de

Op basis van een theoretisch onderbouwing is gekeken naar de verschillende

beoordelingsschaal voor het thema luchtkwaliteit.

scenario’s. Daarbij wordt in acht genomen dat de verwachte bijdrage moet

4.2.6

Luchtkwaliteit

voldoen aan grenswaarden van de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (hoofdstuk 5 titel 2 van de NO2

Wet milieubeheer, artikel 5.16 eerste lid). De grenswaarden zijn opgenomen in

NO2

onderstaande tabel. Tussen haakjes zijn ook de niet wettelijke WHO-

Waardering

Toelichting

++

Sterke verlaging van de NO2 uitstoot

+

Lichte verlaging van de NO2 uitstoot

0

Nauwelijks invloed op de NO2 uitstoot

-

Lichte verhoging van de NO2 uitstoot

--

Sterke verhoging van de NO2 uitstoot

advieswaarden opgenomen.

64/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

In onderstaande tabel zijn voor de belangrijkste binnenstedelijke wegen van

Tabel 6 Concentraties

Stof

Criterium

Toetswaarde

NO2

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3 (40

Aantal overschrijdingen van een uurgemiddelde

µg/m3)

grenswaarde van 200 µg/m3

18 keer per jaar

PM10

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3 (20 µg/m3)

PM2,5

Aantal overschrijdingen van een daggemiddelde

35 keer per

grenswaarde van 50 µg/m3

jaar

Jaargemiddelde concentratie

25 µg/m3 (10 µg/m3)

Alle scenario’s voldoen in 2030 aan de vigerende grenswaarden voor luchtkwaliteit. Uit Grootschalige concentratiekaarten Nederland (GCN) volgt dat de achtergrondconcentraties zeer ruim onder de grenswaarden liggen. Uit twee

Nuenen met daarnaast woonbebouwing de intensiteiten voor de verschillende scenario’s weergegeven. Tevens is de toename van de intensiteit en een zeer globale verandering in de concentraties van NO2 en PM10 voor deze wegen opgenomen (negatieve cijfers duiden op een afname). De indicatie van de verandering in concentratie is gebaseerd op een lineaire schaling van de verkeersbijdrage op de twee toetspunten en de verandering in intensiteit in de varianten ten opzichte van de referentiesituatie. De effecten voor PM2,5 zullen nog iets kleiner zijn dan voor PM10, omdat de emissiefactoren voor PM2,5 per voertuig kleiner zijn dan voor PM10. Tabel 7 intensiteiten belangrijkste binnenstedelijke wegen 3 mvt/etmaal Variant Refere ntie 1A

Geldropse - dijk 4700

Europalaan Midden 20800

Europalaan Oost 18000

SvO Noord 18100

SvO Zuid 24600

Oostelijke randweg 0 0

3900

21000

18600

17800

25100

willekeurig gekozen toetspunten uit de NSL monitoringstool voor 2030 (een

1B

3800

19300

20200

18500

26300

0

toetspunt langs de Geldropsedijk met ID 36295 en Europalaan Midden met ID

2

5300

18500

16400

10700

13900

15300

36278) volgt een totale concentratie in Nuenen van NO2 13,0-17,2 µg/m3. Voor

PM10 is de waarde 15,8-17,3 µg/m3. Voor PM2,5 is die 9,1-9,5 µg/m3. Op de betreffende NSL toetspunten wordt ook voldaan aan de WHOadvieswaarden. In de scenario’s van GCN en NSL worden de autonome veranderingen, zoals het schonere worden van het wagenpark meegenomen. De indicatieve AiREAS metingen van de gemeente geven voor de huidige

toename mvt/etmaal tov referentiesituatie Variant 1A

Geldropsedijk -800

Europalaan Midden 200

Europalaan Oost 600

SvO Noord -300

SvO Zuid 500

Oostelijke randweg 0

Totaal

1B

-900

-1500

2200

400

1700

0

1900

2

600

-2300

-1600

-7400

-10700

15300

-6100

200

situatie een vergelijkbaar beeld.

3

Toe- en afname NO2 en PM10 (ug/m3) kunnen niet zomaar worden opgeteld e.e.a. is bijvoorbeeld al sterk afhankelijk van de lengte van genoemde straten. 65/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

toename concentratie NO2 (ug/m3) tov referentiesituatie Variant 1A

Geldropsedijk -0,2

Europalaan Midden 0,1

1B

-0,2

-0,4

0,6

2

0,2

-0,6

-0,4

Variant 1A 1B 2

Europalaan Oost 0,2

SvO Noord -0,1

Scenario 2

SvO Zuid 0,1

Oostelijke randweg 0,0

0,1

0,4

0,0

-1,9

-2,7

3,8

toename concentratie PM10 (ug/m3) tov referentiesituatie Geldropse- Europalaan Europalaan SvO SvO dijk Midden Oost Noord Zuid -0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 -0,1 -0,1 0,2 0,0 0,1 0,0 -0,2 -0,1 -0,6 -0,9

Oostelijke randweg 0,0 0,0 1,2

Voor scenario 2 wordt een Oostelijke randweg gerealiseerd. Deze aanpassing heeft gevolgen voor de regionale verkeersstromen. Uitgangspunt voor de Bundelroutes is dat deze geen verkeersaantrekkende werking hebben voor het verkeer dat eigenlijk via de Robuuste Rand zou moeten rijden zoals de N279 en de A67. Verkeer wordt uit de kern getrokken. De blootstelling in de kern verbetert. De totale verkeersintensiteit op de beschouwde binnenstedelijke wegen neemt af en tevens is er een beperkte verbetering van de luchtkwaliteit. Dit scenario wordt vanuit luchtkwaliteit licht positief beoordeeld (+). Concluderende tabel lucht

Scenario 1A Bij scenario 1A worden het openbaar vervoer en de fiets aantrekkelijker gemaakt. Daarnaast is een aantal maatregelen opgenomen waarmee de auto op bepaalde relaties onaantrekkelijker wordt gemaakt. De netto veranderingen in verkeersintensiteit op de beschouwde wegen zijn beperkt alsmede de verwachte veranderingen in blootstelling aan luchtverontreiniging De variant wordt als neutraal beoordeeld (0). Scenario 1B Ook in scenario 1B wordt getracht om het openbaar vervoer en de fiets aantrekkelijker te maken. Daarnaast zijn maatregelen voorzien die gericht zijn op een betere doorstroming van het autoverkeer, zoals het openstellen van de op- en afrit bij de Geldropsedijk - A270 voor het auto- en vrachtverkeer. In zijn totaliteit is er een toename van de totale verkeersintensiteit op de beschouwde binnenstedelijke wegen. Er zijn zowel verbeteringen als verslechteringen, maar in zijn totaliteit is er sprake van beperkte verslechteringen. Dit scenario wordt daarom als licht negatief beoordeeld (-).

Scenario 1A

Scenario 1B

Scenario 2

NO2

0

-

+

PM10

0

-

+

PM2,5

0

-

+

4.2.7 Geluid Voor geluid ten gevolge van het wegverkeer is de situatie, aan de hand van de berekende wijzigingen in de verkeersstromen, kwalitatief beoordeeld. Bij een verkeerstoename van circa 20 % neemt de geluidsbelasting toe met circa 1 dB en vanaf een verkeerstoename van 40 % is er sprake van een geluidstoename van 2 dB. Een geluidstoename van 2 dB is voor het menselijk oor waarneembaar. Een geluidstoename van 1 dB is niet of nauwelijks waarneembaar. Bij beoordeling is gekeken of waarneembare toeof afnames van de geluidsbelasting verwacht worden en hoe zich dat naar verwachting verhoudt tot de totale geluidssituatie binnen Nuenen.

66/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Hierbij is het effect ingeschat voor de geluidsgevoelige bestemmingen langs deze wegen. Daarbij is dus ook een inschatting gemaakt in hoeverre sprake is van waarneembare wijzigingen in de geluidssituatie t.o.v. de referentiesituatie. Bij de beschouwing ligt de nadruk op de locaties waar nu sprake is van de hoogste geluidsbelastingen van 65 dB of hoger. In het vervolgstadium kan de geluidssituatie verder te worden berekend zodat ook inzicht is in de absolute hoogte van de geluidsbelastingen en daarmee inzicht ontstaat in het aantal gehinderden en slaapverstoorden binnen de gemeente.

Scenario 1B In scenario 1B is sprake van een toename van de geluidsbelasting op de Bundelroutes waarbij ook verkeersafnames berekend zijn op een deel van het onderliggend weggenet. De wijzigingen zijn naar verwachting beperkt tot maximaal 1 dB en daarmee niet direct waarneembaar. De hogere geluidsbelastingen binnen Nuenen zijn berekend langs de Bundelroutes (en de Europalaan). In scenario 1B is sprake van een beperkte toename van de geluidsbelasting langs de Bundelroutes. Naar verwachting zijn de geluidstoenames niet direct waarneembaar. Omdat toenames van de hoogst belaste locaties echter niet wenselijk zijn, is scenario 1B licht negatief beoordeeld (-).

dB Waardering

Toelichting

++

Groot positief effect op geluidssituatie

+

Licht positief effect op geluidssituatie

0

Per saldo geen wezenlijk effect op geluidssituatie

-

Licht negatief effect op geluidssituatie

--

Groot negatief effect op geluidssituatie

Scenario 1A De verkeerseffecten in scenario 1A zijn beperkt. De verschillen zijn over het algemeen kleiner dan 5%. In dit scenario zijn dan ook geen relevante waarneembare wijzigingen in de geluidssituatie te verwachten ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom is de geluidssituatie in scenario 1A neutraal

Scenario 2 In scenario 2 is als gevolg van een nieuwe Oostelijke Randweg sprake van grote wijzigingen in de verkeersstromen. Langs de belangrijke noordzuidroute (Smits van Oyenlaan) door Nuenen is een waarneembare afname van de geluidsbelasting te verwachten. Daarbij gaat het binnen Nuenen om relatief veel geluidsgevoelige bestemmingen die hiervan een positief effect ondervinden. Uiteraard zijn in de directe nabijheid van de nieuwe wegverbinding geluidstoenames te verwachten. Dit gaat echter om een beperkt aantal geluidsgevoelige bestemmingen en voor deze locaties kan bij de inpassing nader gekeken worden naar geluidsreducerende maatregelen. Daarom is de geluidssituatie in scenario 2 positief (++) beoordeeld.

beoordeeld (0).

67/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Via de bodematlas van de Provincie Noord-Brabant zijn enkele locaties

Concluderende tabel geluid Scenario 1A Effect op de

Scenario 1B

0

Scenario 2

-

++

geluidssituatie

aangemerkt als ‘verontreinigd’. Voor Scenario 1A en 1B geldt dat deze verontreinigingen ‘voldoende onderzocht’ zijn en er dus geen bijzondere vervuilingen te verwachten zijn bij dit tracé (0).

ten gevolge

Bij Scenario 2 geldt dat de meeste verontreinigingen ook ‘voldoende onderzocht’ zijn en is daarom neutraal beoordeeld (0). Echter is er ter hoogte

van het wegverkeer

4.2.8

Bodem

De effectbeoordeling voor het thema bodem gaat over het raken van verontreinigde locaties, aantasting aardkundige waarden (doorsnijding) en de kans op zettingsgevoeligheid.

van de Papenvoortse Heide 3a een potentieel ernstige verontreiniging aanwezig in verband met de voormalige stortplaats op dit terrein. In het geval dat deze verontreiniging gesaneerd moet worden t.b.v. aanleg van de oostelijke randweg zal de bodemkwaliteit verbeteren. Aantasting aardkundige waarden door doorsnijding

Raken van verontreinigde locaties

Voor het raken van verontreinigde locaties is gekeken naar aanwezige vervuilingen in het gebied. Wanneer er bodemvervuiling in het gebied aanwezig is, zal deze gesaneerd moeten worden om de plannen uit te voeren. Dit leidt tot een verbetering van de bodemkwaliteit.

De effectbeoordeling voor het thema aantasting aardkundige waarden door aansnijding gaat over de kans op aantasting van aardkundige waarden. Dit wordt bepaald door de ligging van de weg in relatie tot de benodigde bodemingrepen bij doorsnijding van aardkundige waarden. Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor dit thema.

Raken van verontreinigde locaties Waardering

Toelichting

++

Bodemkwaliteit wordt sterk positief beïnvloed (sanering en invoer klasse industrie/wonen grond)

+

Bodemkwaliteit wordt licht positief beïnvloed (sanering)

0

Geen effect bodemkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie

-

Bodemkwaliteit neemt licht af

--

Bodemkwaliteit verslecht sterk

68/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Aantasting aardkundige waarden door doorsnijding

Zettingsgevoeligheid

Waardering

Toelichting

Waardering

Toelichting

++

Niet van toepassing

++

Niet van toepassing

+

De ontwikkeling leidt tot een hogere beleefbaarheid van

+

Niet van toepassing

aardkundige waarden.

0

Geen zettingen verwacht

De ontwikkeling heeft geen effect op aardkundige waarden of

-

De grond kan licht zetten, maar is acceptabel voor de

0

wordt uitgevoerd in een gebied met lage verwachtingswaarde -

De ontwikkeling wordt uitgevoerd in een gebied met

eindsituatie --

De grond gaat sterk zetten, maatregelen vereist

middelhoge verwachtingswaarde en/of de kans op aantasting van aardkundige waarden is klein maar aanwezig --

De ontwikkeling wordt uitgevoerd in een gebied met (zeer) hoge verwachtingswaarden en/of de kans op aantasting van aardkundige waarden is groot.

Bij scenario 1A en 1B is de grond niet zettingsgevoelig (geen klei- of veenlagen). Scenario 1A en 1B worden neutraal (0) beoordeeld. De bodem bij scenario 2 is zettingsgevoelig door de aanwezigheid van een

Voor bepaling van de aardkundige waarden is de online kaart ‘Aardkundig

dunne veenlens in combinatie met een hoge grondwaterstand. Indien in scenario 2 gebruik wordt gemaakt van de optie van het verbreden van een bestaande weg wordt dit scenario minder gevoelig voor zetting. Nader

waardevolle gebieden’ van de Provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Voor alle drie scenario’s worden hierbij geen gebieden met aardkundige waarden doorsneden. Hierdoor worden alle scenario’s beoordeeld met (0).

onderzoek (bodemmonsters voor bepaling diepte en dikte veenlens en bepaling grondwaterstand door middel van peilbuizen) is echter vereist om gegronde conclusies over de zettingsgevoeligheid aan dit scenario te kunnen

Zettingsgevoeligheid Het derde criterium voor bodem betreft zettingen. Op basis van gegevens over de ondergrond is een risicoinschatting gemaakt voor het optreden van zettingen in het gebied. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de vijf klassen zijn ingedeeld voor het criterium zettingen.

verbinden. Vooralsnog wordt door de aanwezigheid van de dunne veenlens in combinatie met hoge grondwaterstanden bij scenario 2 beoordeeld met (-). Concluderende tabel bodem Raken van verontreinigde

Scenario 1A

Scenario 1B

Scenario 2

0

0

0

0

0

0

0

0

-

locaties Aantasting aardkundige waarden door doorsnijding Zettingsgevoeligheid

69/97

Kenmerk

4.2.9

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Ecologie

Wanneer men dit vertaalt naar de biodiversiteit betekent ruimtebeslag vrijwel

De effectenbeoordeling voor ecologie gaat over de natuurwaarden van soorten en de natuurwaarden van gebieden.

per definitie een aantasting van de lokale biodiversiteit. Zeker gezien de relatief groene strook waarin de Smits van Oyenlaan zich bevindt. Naar verwachting is het effect van scenario 1A groter dan het effect van 1B maar in

Natuurwaarden soorten Voor het onderdeel ‘soorten’ gaat het om de effecten die een scenario heeft op de biodiversiteit. Biodiversiteit betreft het totaal aan plant- en diersoorten

beide scenario’s is een negatief effect te verwachten (-). De indicatieve tracés in scenario 2 gaan ten koste van grote oppervlaktes bos, enkele poelen en heideterreintjes. Kijkend naar de veel grotere soortenrijkdom van het gebied

dat in een gebied voorkomt. Het effect van de scenario’s op het aantal soorten dat in het gebied voorkomt, wordt in deze studie getoetst. Het effect kan bestaan uit een afname aan soorten, maar ook uit een toename van

waar scenario 2 is geprojecteerd, is het effect (- -) van scenario 2 op de biodiversiteit vele malen groter dan het effect van scenario’s 1A en 1B.

soorten. Daarbij wordt zowel de korte als lange termijn meegenomen.

Natuurwaarden gebieden

Natuurwaarden van soorten

Natuurgebieden dragen in belangrijke mate bij aan het zorgen voor robuuste populaties. Daarnaast dragen natuurgebieden, maar ook natuurverbindingen

Waardering

Toelichting

++

Het scenario draagt bij aan een grote biodiversiteitstoename

+

Het scenario draagt bij aan een biodiversiteitstoename

0

Het scenario heeft geen positieve en geen negatieve invloed op de biodiversiteit

-

Het scenario heeft een negatief effect op de biodiversiteit

--

Het scenario heeft een groot negatief effect op de biodiversiteit

Bij scenario’s 1A en 1B wordt de Smits van Oyenlaan opgewaardeerd. Scenario 1A ziet meer toe op openbaar vervoer en fietsverbindingen. Scenario 1B is gespitst op het gebruik van de weg door automobilisten. Bij scenario 1A wordt daarbij een verbreding van de weg voorzien om zowel automobilisten als busverkeer mogelijk te maken. Het ruimtebeslag voor scenario 1A is dus groter dan het ruimtebeslag dat nodig is voor scenario 1B

en faunapassages bij aan de ontsnippering van de Nederlandse natuur. Door robuuste natuurgebieden te creëren en deze gebieden via ontsnippering met elkaar te verbinden, kunnen duurzame populaties ontstaan waardoor de biodiversiteit gewaarborgd blijft. Voor de beoordeling van de drie scenario’s is nagegaan in welke mate de scenario’s een effect hebben op beschermde gebieden. Dat kan doordat fysieke aantasting optreedt zoals het vernietigen van een deel van een gebied of doorsnijden (versnipperen) van gebieden of verbindingen. Ook kan verstoring negatieve effecten veroorzaken en kan door de uitstoot van stikstof een negatief effect ontstaan op Natura 2000gebieden, ook al liggen deze gebieden niet in de directe nabijheid van de scenario’s. Voor het VKS zal een Aeriusberekening moeten worden uitgevoerd om na te gaan hoe groot dit effect is.

waarbij met name op kruispunten en rotondes de doorstroming wordt verbeterd. 70/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Natuurwaarden van gebieden

Ook kan er in scenario 2 in ieder geval in de aanlegfase maar ook in de

Waardering

Toelichting

++

Het scenario draagt in grote mate bij aan het behalen van de

gebruiksfase (wijziging van verkeersstromen) een effect op Natura 2000gebieden ontstaan als gevolg van de uitstoot van stikstof. Door de aanleg van een geheel nieuwe randweg zal dit effect naar verwachting groter zijn dan in

natuurdoelstellingen van betreffende gebieden. +

Het scenario draagt bij aan het behalen van de natuurdoelstellingen van betreffende gebieden.

0

Het scenario heeft geen bijdrage, maar ook geen negatief effect op de natuurdoelstellingen van betreffende gebieden.

--

scenario’s 1A en 1B. Scenario 2 heeft dus een groot negatief effect op de doelstellingen van lokale natuurgebieden en verbindingen (- -). Concluderende tabel ecologie

Het scenario heeft een negatief effect op het behalen van de natuurdoelstellingen van betreffende gebieden.

Natuurwaarden van

Het scenario een groot negatief effect op het behalen van de

soorten

natuurdoelstellingen van betreffende gebieden.

Natuurwaarden van

Scenario 1A

Scenario 1B

Scenario 2

-

-

--

-

-

--

gebieden

Bij de scenario’s 1A en 1B wordt de huidige Smits van Oyenlaan opgewaardeerd. Omdat de laan op dit moment dwars door Nuenen heen

4.2.10

loopt, is fysieke aantasting van natuurgebieden bij deze scenario’s uitgesloten. Wel kan in het uiterste noorden van de kern een knelpunt ontstaan bij de Hooidonkse beek die als Ecologische Verbindingszone

De effectbeoordeling voor het thema water gaat over de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit, grondwaterkwantiteit en doorsnijding oppervlaktewaterstructuur.

functioneert. Op het gebied van stikstof kan er, met name in de aanlegfase maar ook in de gebruiksfase (wijziging van verkeersstromen), een effect op nabijgelegen Natura 2000-gebieden ontstaan. Zowel scenario 1A als scenario

Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit

1B zijn licht negatief (-) beoordeeld. Door maatregelen te nemen (bij Hooidonkse beek voor functie als EVZ) en als negatieve effecten als gevolg van stikstof uitblijven kan de beoordeling in beide scenario’s neutraal (0)

oppervlaktewaterkwaliteit en vervuilingen in het plangebied. Wanneer er vervuilingen aanwezig zijn en deze gesaneerd moet worden leidt dit tot een verbetering van de grondwaterkwaliteit. Daarnaast wordt er gekeken naar

worden. De indicatieve tracés van scenario 2 lopen dwars door een NNBgebied heen en zullen zowel fysieke aantasting als versnippering teweegbrengen. Daarnaast komt dit scenario in het uiterste zuiden de EVZ

vervuilende afstroming van wegen en mogelijk effect hiervan op de waterkwaliteit.

Water en klimaatadaptatie

Voor waterkwaliteit is gekeken naar de huidige grond- en

tegen welke mogelijk doorsneden wordt waardoor de werking van de EVZ mogelijk minder wordt. 71/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit

Grondwaterkwantiteit

Waardering

Toelichting

Waardering

Toelichting

++

De waterkwaliteit verbetert sterk

++

De grondwaterkwantiteit verbetert sterk

+

De waterkwaliteit verbetert licht

+

De grondwaterkwantiteit verbetert licht

0

Geen effect waterkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie

0

Geen effect grondwaterkwantiteit ten opzichte van de

-

De waterkwaliteit verslechtert licht

--

De waterkwaliteit verslechtert sterk

referentiesituatie -

De grondwaterkwantiteit verslechtert licht

--

De grondwaterkwantiteit verslechtert sterk

Vervuiling kan afstromen naar het grondwater. Dit effect is echter zeer klein door het zuiverende effect van de bodem en daardoor voor alle scenario’s gelijk. Afstromend wegwater neemt echter ook vervuiling met zich mee naar het oppervlaktewater. Daarnaast treedt er verwaaiing op van vervuiling, die in

Voor scenario 1A geldt extra ruimtebeslag in wegdek, daarom wordt dit scenario met licht negatief beoordeeld (-). Scenario 1B komt er nauwelijks extra ruimtebeslag en voor scenario 2 wordt er mogelijk een compleet nieuwe

het oppervlaktewater terecht kan komen. Voor scenario 1A geldt een groter ruimtebeslag in wegdek, waardoor hier ook meer vervuiling zou kunnen optreden, daarom wordt dit scenario met licht negatief (-) beoordeeld. Bij

weg aangelegd, waar nu nog geen weg ligt. Scenario 1B wordt daarom beoordeeld met score (0) en scenario 2 wordt negatief beoordeeld (- -).

scenario 1B komt er nauwelijks extra ruimtebeslag. Bij scenario 2 wordt er een nieuwe weg aangelegd. Scenario 1B wordt daarom beoordeeld met score (0) en scenario 2 wordt negatief beoordeeld (- -).

Doorsnijding oppervlaktewaterstructuur

Grondwaterkwantiteit (m2 extra verharding)

Voor grondwaterkwantiteit is gekeken naar de toename van verharding en

De verschillende wegtracés kunnen watergangen doorsnijden en het functioneren van het watersysteem beïnvloeden. Potentiële effecten zijn te ondervangen door de aanleg van duikers of omlegging van een watergang, maar dit zijn wel extra ingrepen die vereist zijn ten aanzien van het bestaande watersysteem.

mogelijkheden voor infiltratie van oppervlaktewater naar grondwater. Wanneer deze mogelijkheden tot infiltratie toenemen kan ook de grondwaterkwantiteit toenemen.

72/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Doorsnijding oppervlaktewaterstructuur

4.2.11

Waardering

Toelichting

Hoofdleidingen

++

Niet van toepassing

Leidingen

+

De oppervlaktewaterstructuur wordt verbeterd

Waardering

Toelichting

0

De oppervlaktewaterstructuur blijft gelijk

++

Niet van toepassing

-

De oppervlaktewaterstructuur wijzigt ligt (enkele kunstwerken

+

Scenario geeft mogelijkheid om leidingen te bundelen

worden aangepast of aangelegd)

0

Er worden geen of beperkt kabels en leidingen gekruist

De oppervlaktewaterstructuur wijzigt sterk (veel kunstwerken

-

Het scenario zorgt voor omvangrijke aanpassingen van de

--

dienen aangepast te worden, aanleg nieuwe watergangen of demping bestaande watergangen)

Hoofdleidingen

kabels- en leidingentracés --

Het scenario zorgt voor volledige aanpassingen van de kabelsen leidingentracés. Tevens dienen er kabels en leidingen

Bij scenario 1A en 1B hoeven geen nieuwe overbruggingen bij watergangen

verlegt te worden die extra aandacht behoeven

gerealiseerd te worden. Het oppervlaktewatersysteem zal op hoofdlijnen nauwelijks tot niets veranderen, waardoor deze scenario’s met score 0 worden beoordeeld. Voor scenario 2 geldt dat het tracé de Hooidonksche

Voor het onderdeel kabels en leidingen wordt kritisch gekeken naar alle kabels en leidingen die per scenario worden gekruist. TAUW heeft op 15

beek tot maximaal 2 keer gaat kruisen. Daarvoor dient een brug of dam met duiker gebouwd te worden. Door de mogelijk aanleg van deze extra kunstwerken wordt dit scenario als licht negatief (-) beoordeeld.

februari 2021 een KLIC-melding gedaan van plangebied. Algemeen kan worden gesteld dat er veel kabels en leidingen liggen om rekening mee te houden. In alle situaties worden er meermaals leidingen gekruist, waaronder

Concluderende tabel water en klimaatadaptatie

datatransportleidingen, laagspanning, middenspanning, waterleidingen, gas lage druk, riool vrij verval en drukriool.

Grond- en

Scenario 1A

Scenario 1B

Scenario 2

-

0

--

-

0

--

0

0

-

oppervlaktewaterkwaliteit Grondwaterkwantiteit (m2 extra verharding) Doorsnijding oppervlaktewaterstructuur

Naast deze leidingen moet er in de scenario’s rekening worden gehouden met een aantal kabels en leidingen die extra aandacht behoeven. Voor scenario 1A gaat het om de fietstunnel Papenvoortsedijk en Smits van Oyenlaan (bouwsteen 5), hier is een hogedruk gasleiding aanwezig. Daarnaast loopt er een hogedruk rioolleiding langs de Smits van Oyenlaan tot rotonde ’t Pluuke. Bij het verbeteren van de doorstroming Wolverdijk/A270 met fietstunnel (bouwsteen 13) rekening houden met hoogspanning.

73/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Verder geldt voor dit scenario een groter ruimtebeslag dan in de huidige

4.2.12

Samenvattende tabel effecten

situatie, waardoor meer leidingen zullen moeten worden verlegd. Aangezien er voor dit scenario omvangrijke aanpassingen van de kabels en leidingentracés nodig zijn en een aantal kabels en leidingen kruist die extra

Thema

aandacht behoeven is dit scenario licht negatief gescoord (-).

Verkeer

Voor scenario 1B geldt dat er met dezelfde leidingen rekening moet worden gehouden als bij scenario 1A. Wat betreft risicovolle kabels en leidingen gaat het in dit scenario ook om de kruising Papenvoorsedijk en Smits van Oyenlaan, de hogedruk rioolleiding langs de Smits van Oyenlaan en rotonde ’t Pluuke en de hoogspanning bij de Wolvendijk/A270. In dit scenario wordt er een aanpassing gedaan bij de rotonde Smits van Oyenlaan en de Klamperlaan (bouwsteen 64), waar extra rekening moet worden gehouden met een gasleiding hoge druk. Aangezien er voor dit scenario omvangrijke aanpassingen van de kabels en leidingentracés behoeft en een aantal kabels en leidingen kruist die extra aandacht behoeven is dit scenario licht negatief gescoord (-).

Bereikbaarheid en doorstroming Landschap Ruimtelijke kwaliteit Archeologie Lucht

Geluid

Scenario 2 raakt naast de kabels en leidingen die in de eerste paragraaf zijn genoemd en gelden voor alle drie de scenario’s. Wel geldt voor scenario 2 dat er minder kabels en leidingen worden gekruist dan bij 1A en 1B. Wat betreft kabels en leidingen die extra aandacht behoeven zijn er geen kabels en leidingen waar extra rekening mee moet worden gehouden. Het scenario is daarom neutraal (0) gescoord.

Bodem

Ecologie Water en klimaatadaptatie

Concluderende tabel leidingen Hoofdleidingen

Scenario 1A

Scenario 1B

-

-

Scenario 2 0

Hoofdleidingen

Beoordelingscriteria (effect op)

Effect 1A

1B

2

Verschuiven verkeersintensiteiten Barrièrewerking Verkeersveiligheid Hoeveelheid doorgaand verkeer door Nuenen Verandering in rijsnelheid in de spits

0 0 + +

+ + 0

++ + ++

0

0

+

Voertuigverliesuren Landschappelijk waardevolle elementen, gebieden of structuren Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde Archeologische waarde NO2 PM10 PM2,5 dB

+ -

0

++ --

+

+

--

0 0 0 0

0 0

-+ + + ++

Raken van verontreinigde locaties Aantasting aardkundige waarden door doorsnijding Zettingsgevoeligheid Natuurwaarden van soorten Natuurwaarden van gebieden Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit

0 0

-

0 -

0 0

----

Grondwaterkwantiteit (m2 extra verharding) Doorsnijding oppervlaktewaterstructuur Hoofdleidingen

-

0

--

0

0

-

-

-

0

0 0

74/97

Kenmerk

4.3

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Doelbereik

Daarmee heeft scenario 1A een licht positief effect op het verbeteren van de bereikbaarheid (+).

Als onderdeel van de hoofdthema’s doorstroming, leefbaarheid en omgevingskwaliteit zijn een aantal doelen opgesteld waar de nieuwe

In scenario 1B wordt de route door Nuenen verbeterd waardoor meer

Bundelroute aan zou moeten bijdragen. Het doelbereik geeft aan of de scenario’s in positieve of negatieve zin, of in het geheel niet, bijdragen aan het bereiken van de doelen van de studie. Voor de beoordeling van het

capaciteit geboden wordt. Deze capaciteit wordt ingevuld door extra verkeer zodat de winst per saldo beperkt is. Rijsnelheden nemen in scenario 1B niet wezenlijk toe en per saldo is het effect op voertuigverliesuren licht negatief.

doelbereik wordt een vijfpuntschaal gebruikt (Tabel 8). De uitkomsten worden aangeduid met positief, licht positief, neutraal, licht negatief en negatief.

Daarmee kan scenario 1B lokaal een betere doorstroming bieden maar voor het gehele wegennetwerk levert het niet op. Voor het behalen van het doelbereik scoort scenario 1B daarom neutraal (0).

Tabel 8 Waardering doelbereik

Waardering doelbereik Omschrijving ++

Positief

+

Licht positief

0

Neutraal

-

Licht negatief

--

Negatief

Scenario 2 scoort licht positief op het veranderen van de rijsnelheid. Het aantal voertuigverliesuren in Nuenen neemt sterk af. Hiervoor is het wel noodzakelijk om, in aanvulling op scenario 2, de nieuwe aansluiting van de oostelijke randweg op de A270 voldoende robuust uit te voeren. Aangezien een robuust kruispunt uitgangspunt is, scoort scenario 2 positief op het doelbereik qua doorstroming (++). Concluderende tabel Doorstroming

Doorstroming De studie naar de Bundelroutes Nuenen heeft als prioritaire doelstelling om de bereikbaarheid in de omgeving te verbeteren. De volgende specifieke doelstelling is hierbij genoemd om te meten: Verbeteren bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer Het verbeteren van de bereikbaarheid wordt in de scenario’s op verschillende manieren getracht te bereiken. In scenario 1A zorgt de vermindering van het

Verbeteren bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer

1A

1B

2

+

0

++

Leefbaarheid De overstijgende missie voor het verbeteren van de leefbaarheid is het welzijn en de gezondheid van de Nuenenaren te verbeteren. Het verbeteren van de leefbaarheid is een ruim begrip, dat is gespecificeerd naar de volgende subdoelstellingen:

verkeersaanbod ervoor dat de knelpunten iets verminderen maar vooral dat minder voertuigen die knelpunten daadwerkelijk ervaren. 75/97

Kenmerk

R003-1278890GRV-V01-ssc-NL

Standstill voor geluidbelasting over geheel Nuenen

Daarnaast is er op de A270 in alle scenario’s sprake van een toename van

Het doel is om de geluidbelasting in Nuenen niet te laten verslechteren t.o.v. de huidige situatie (2019). Met name in de kern van Nuenen liggen geluidsgevoelige locaties. Dit is meegenomen in de beoordeling. Voor de

verkeer. Daardoor is aan de zuidzijde van Nuenen in geen van de scenario’s sprake van ‘standstill’

volledigheid en om voldoende inzicht te verkrijgen in het doelbereik van de scenario’s wordt tevens het vergelijk gemaakt t.o.v. de referentiesituatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10216580/1