2021-36 RV Bijlage 1 Rapportage voorkeursscenario Tauw
Tekst van het document
t.o.v. referentiesituatie Als de standstill wordt bekeken t.o.v. de referentiesituatie wordt er het volgende geconcludeerd. Hierbij wordt tevens gestreefd naar het
t.o.v. huidige situatie Binnen Nuenen is op de hoofdroutes sprake van een autonome groei van het verkeer tussen 2015 en 2030. Deze autonome groei varieert van circa 10 %
terugdringen van geluidsbelastingen op de hoogste belaste locaties waar de geluidsbelasting hoger is dan de plandrempel van 65 dB zoals opgenomen in het actieplan geluid.
tot circa 30 %. Scenario 1A leidt tot een beperkte afname van verkeer op de Bundelroutes. Deze afname is lager dan de autonome toename van verkeer. Per saldo is er in scenario 1A dus sprake van een verslechtering van de
In scenario 1A zijn geen wezenlijke wijzigingen in de verkeersstromen te verwachten. Dit scenario draagt dan ook niet bij aan het terugdringen van de
geluidssituatie en is geen sprake van ‘standstill’. Ondanks de ontwikkeling van stillere motoren in de toekomst zal dat in scenario 1A niet leiden tot ‘standstill’ als gevolg van de groei van het verkeer.
hoogst belaste locaties. Daarom is scenario 1A neutraal beoordeeld (0). Ten opzichte van de referentiesituatie in 2030 is sprake van een standstill situatie. In scenario 1B is voor de Bundelroutes een toename van de verkeersstromen
Net als in scenario 1A is in scenario 1B sprake van een afname van verkeer die minder groot is dan de autonome toename tussen 2015 en 2030. Per
te verwachten die naar verwachting zorgen voor geluidstoenames van maximaal 1 dB ten opzichte referentiesituatie. Daarnaast is er in scenario 1B op het onderliggend weggenet ook sprake van afnames van de
saldo is in dit scenario dan ook geen sprake van ‘standstill’. Scenario 2 leidt tot een afname van verkeer die hoger is dan de autonome
verkeersintensiteiten. Daarom is scenario 1B licht negatief beoordeeld (-). Ten opzichte van de referentiesituatie in 2030 is geen sprake van een standstill situatie.
toename tussen 2015 en 2030. In dit scenario is dus wel sprake van ‘standstill’. Sterker nog: in de kern Nuenen verbetert de akoestische situatie. Wel is er in de directe nabijheid van de nieuwe wegverbinding en de
Scenario 2 zorgt voor een waarneembare afname van de geluidsbelasting langs een deel van de hoofdroutes door Nuenen (Smits van Oyenlaan).
toeleidende wegen sprake van een lokale toename van de geluidissituatie. Dit gaat echter om een beperkt aantal woningen waardoor op woningniveau naar verwachting sprake is van ‘standstill’.
Specifiek langs de Europalaan (waar de hoogste geluidsbelastingen zijn berekend) is geen waarneembare afname van de geluidsbelasting te verwachten.
76/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Wel draagt scenario 2 positief bij aan de stand-still-benadering waarbij de
Uit de tabel is af te leiden dat er sprake is een verbetering in de autonome
geluidssituatie voor geheel Nuenen niet mag verslechteren. Scenario 2 is daarom licht positief beoordeeld voor het doelbereik (+).
situatie (zowel achtergrondconcentratie als totale concentratie). Ook door een verdere toename van verkeer op straten binnen enkele scenario's lijkt het aannemelijk dat er geen verslechtering van de concentratie optreedt ten
Standstill voor luchtkwaliteit over geheel Nuenen Het doel is om de luchtkwaliteit in Nuenen niet te laten verslechteren t.o.v. de huidige situatie. Met name in de kern van Nuenen liggen locaties die gevoelig
opzichte van de huidige situatie in alle scenario's. Alleen ter plaatse van de nog niet gerealiseerde oostelijke randweg zal er voor fijnstof mogelijk sprake zijn van een verslechtering. Gesteld kan worden dat alle scenario's voldoen
zijn voor luchtkwaliteit. Dit is meegenomen in de beoordeling. Voor de volledigheid en om voldoende inzicht te verkrijgen in het doelbereik van de scenario’s wordt tevens het vergelijk gemaakt t.o.v. de referentiesituatie.
aan het doelbereik dat er geen sprake is van een (netto) verslechtering van de huidige situatie (+).
t.o.v. huidige situatie In zijn algemeenheid is er sprake van een autonome verbetering van de
t.o.v. referentiesituatie Meer onderscheidend worden de scenario’s als wordt gekeken naar verwachte veranderingen ten opzichte van de autonome situatie. De effecten
luchtkwaliteit voor NO2, PM10 en PM2,5 in Nederland. Deze verbetering in de luchtkwaliteit is doorgaans groter dan de verslechtering ten gevolge van meer verkeer in toekomstige jaren. Op basis van indicatieve gegevens geldt
van scenario 1A zijn beperkt. Hoewel er afhankelijk per wegtracé kleine toeen afnames zijn van concentraties kan het doelbereik voor deze variant als neutraal worden beoordeeld (0). In scenario 1B vinden op meerdere wegen
dit ook voor Nuenen. Gebaseerd op de NSL Monitoringstool (versie 2020) blijkt als voorbeeld voor het eerder gebruikte toetspunt Geldropsedijk (ID36295) het volgende:
naar verwachting iets grotere verslechteringen plaats dan dat er sprake is van verbeteringen. Dus het doelbereik voor variant 1B wordt beschouwd als licht negatief (-). Variant 2 scoort in zijn totaliteit het beste op luchtkwaliteit. Het doelbereik wordt als licht positief beoordeeld (+).
Concentraties (ug/m3 jaargemiddelde) 2020
Streven naar vermindering van het aantal verkeersongelukken
2030
Achtergrond
Totaal
Achtergrond
Totaal
NO2
17,3
19,1
12,1
13
PM10
18,4
18,7
15,5
15,8
PM2,5
11,6
11,7
9
9,1
Het doel is om het aantal verkeersongelukken te verminderen. Hiervoor is beoordeeld of op de relatief onveilige wegen sprake is van een toe- of afname van het gemotoriseerd verkeer. Bij een gelijkblijvend ‘ongevalsrisico’ van de weg, is de verkeersdruk namelijk van invloed op de kans dat een ongeval gebeurt.
77/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Scenario 1A scoort hierdoor positief ondanks een kleine verkeerstoename op
effecten op het onderliggende wegennet ten noordoosten van Nuenen. Dit
de Smits van Oyenlaan en de Europalaan (+). Scenario 1B scoort negatief wat vooral wordt veroorzaakt door de verkeerstoename op de Smits van Oyenlaan en de Europalaan (-). Ook scenario 2 scoort negatief (-). De
scenario scoort daarom positief op het tegengaan van sluipverkeer.
verbetering op de Smits van Oyenlaan, Europalaan en centrum weegt onvoldoende op tegen de verslechtering op reeds onveilige wegen zoals de Geldropsedijk, Meierijlaan en Lieshoutseweg.
Door zowel hoge intensiteiten als fysieke inrichting, is er bij de drukke wegen sprake van een barrièrewerking. Een belangrijk aspect binnen de Bundelroutes is dat de barrières niet toenemen of - beter nog - verminderen.
Tegengaan van sluipverkeer over het onderliggende wegennet
In de referentiesituatie maakt een deel van het autoverkeer gebruik van het
In scenario 1A is het effect op de verkeersstromen zodanig klein dat dit niet merkbaar is in de barrièrewerking (0). In scenario 1B wordt de barrièrewerking verminderd door het toevoegen van een ongelijkvloerse
onderliggende wegennet vanwege doorstromingsproblemen op het hoofdwegennet. Scenario’s moeten bijdragen aan het bundelen van verkeer over de Bundelroutes zodat gelijktijdig de verkeersintensiteiten over het
kruising voor langzaam verkeer. Op de Europalaan waar scenario 1B een toename van verkeer geeft, is reeds een fietstunnel beschikbaar waardoor er geen effect is op barrièrewerking. Per saldo scoort scenario 1B licht positief
onderliggende wegennet afnemen.
op barrièrewerking (+). In scenario 2 nemen de intensiteiten op de hoofdwegen door Nuenen duidelijk af waardoor de barrièrewerking minder is. Ondanks een toename van verkeer op de Geldropsedijk en de nieuwe
In scenario 1A worden geen maatregelen genomen waarmee meer verkeer op de Bundelroutes afgewikkeld kan worden. Verkeer door Nuenen blijft daardoor van dezelfde routes gebruik maken. Dit scenario scoort daarom neutraal op het tegengaan van sluipverkeer.
Streven naar verlaging van de barrièrewerking
barrière als gevolg van de oostelijke randweg is in scenario 2 per saldo sprake van een positief effect op barrièrewerking (+). Concluderende tabel Leefbaarheid
In scenario 1B zorgt de capaciteitsuitbreiding op de Smits van Oyenlaan ervoor dat het verkeer meer gebundeld wordt. Ook leiden de opengestelde op- en afrit bij de Geldropsedijk ertoe dat minder verkeer via de Europalaan naar Eindhoven rijdt. Dit scenario scoort daarom licht positief op het tegengaan van sluipverkeer. In scenario 2 wordt verkeer via de Oostelijke Randweg geleid waardoor de verkeerintensiteiten binnen Nuenen sterk afnemen. Ook zijn er positieve
Standstill voor geluidbelasting over geheel Nuenen t.o.v.
1A
1B
2
0
-
+
0
-
+
referentiesituatie Standstill voor luchtkwaliteit over geheel Nuenen t.o.v. referentiesituatie Streven naar vermindering van het aantal verkeersongelukken
+
-
-
Tegengaan van sluipverkeer over het onderliggende wegennet
0
+
++
Streven naar verlaging van de barrièrewerking
0
+
+
78/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Omgevingskwaliteit
Deze zal landschappelijk ingepast moeten worden, maar zal hoe dan ook
Wegens de grote ruimtelijk impact leent het project zich voor een hoge ambitie op de omgevingskwaliteit. De volgende subdoelstellingen zijn hierbij aan de orde:
leiden tot een aanzienlijke verslechtering van de kwaliteit van het recreatiegebied ten noordoosten van Nuenen. De beoordeling is daarom zeer negatief (- -).
(Toegankelijkheid van) groen en recreatie in de omgeving verbetert ten opzichte van de huidige situatie
Het plan draagt bij aan multifunctioneel ruimtegebruik in de kern en het buitengebied
Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor deze subdoelstelling: Scenario 1A
Alle scenario’s bevatten bouwstenen en meekoppelkansen die bijdragen aan multifunctioneel ruimtegebruik rondom de Bundelroutes, in de vorm van struinpaden en verblijfsplekken op de wallen langs de SvO-laan.
Dit scenario bevat diverse bouwstenen en meekoppelkansen die bijdragen aan een verbeterde toegankelijkheid van de grondwallen langs de SvO-laan, zoals realisatie van struinpaden en verblijfsplekken. Verschillende
Landschapsplannen ten behoeve van de inpassing van de SvO-laan buiten de bebouwde kom en inpassing van de nieuwe Oostelijke Randweg dienen tevens rekening te houden met andere ruimteclaims die mogelijk spelen in dit
snelfietspaden zorgen bovendien voor een verbeterde bereikbaarheid van het recreatiegebied ten noordoosten van Nuenen. Hoewel deze bouwstenen grotendeels nog nader uitgewerkt en ontworpen moeten worden, is de
gebied, zoals de inpassing van duurzame energie. Ook hierin zijn de scenario’s niet onderscheidend van elkaar. Ieder scenario zal op een bepaalde manier bijdragen aan multifunctioneel ruimtegebruik, maar alle
verwachting dat dit scenario leidt tot een lichte verbetering van (toegankelijkheid van) het groen en recreatie. De beoordeling is daarom licht positief (+).
betreffende bouwstenen en meekoppelkansen dienen nog nader uitgewerkt en ontworpen te worden. De beoordeling van alle scenario’s is daarom licht positief (+).
Scenario 1B Scenario is ten aanzien van groen en recreatie vergelijkbaar met scenario 1A.
Concluderende tabel omgevingskwaliteit
De beoordeling is daarom licht positief (+).
(Toegankelijkheid van) groen en recreatie in de omgeving
1A
1B
2
+
+
--
+
+
+
verbetert ten opzichte van de huidige situatie
Scenario 2
Het plan draagt bij aan multifunctioneel ruimtegebruik in de
Scenario 2 bevat minder snelfietsroutes dan de andere scenario’s. Veel bouwstenen die ten goede komen aan groen en recreatie rondom de SvOlaan zitten ook in dit scenario. Het grote verschil wordt echter gevormd door
kern en het buitengebied
de Oostelijke Randweg. 79/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
5 Gevoeligheidsanalyse Om een gevoel te krijgen van het effect van aanvullende bouwstenen, is een aantal gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. De uitkomsten van de gevoeligheidsanalyses kunnen meegenomen worden in de vervolgfase. Concreet gaat het om de volgende bouwstenen: 1. Verlagen van de maximumsnelheid op de A270 naar 80 km/uur 2. Aanleg van een spoortunnel op de Collse Hoefdijk bij Eeneind 3. 4.
Volledige aansluiting van de Geldropsedijk op de A270 met knip Geldropsedijk ten zuiden van de A270 Aansluiting Nuenen-Oost op A270 via viaduct Beekstraat
Basis voor alle gevoeligheidsanalyses is scenario 1A. In dit scenario zitten relatief weinig infrastructurele aanpassingen waardoor het effect van de losse
80 80
80
Figuur 23 Verlaging maximum snelheid naar 80 km/uur
bouwstenen beter te beoordelen is.
5.1
A270 naar 80 km/uur
Het verlagen van de snelheid naar 80 km/uur heeft een positief effect op de geluidbelasting wanneer het verkeer langzamer rijdt en de route vanwege de snelheidsverlaging voor minder verkeer interessant is. De
Figuur 24 geeft de effecten op kaart weer. In groen is een afname van verkeer weergegeven, in rood de wegvakken waar sprake is van een toename. De procentuele verschillen zijn getalsmatig weergegeven.
gevoeligheidsanalyse laat zien in welke mate de verkeersintensiteiten afnemen en op welke regionale en onderliggende routes vervolgens sprake is van een toename van verkeer. Figuur 20 geeft in blauw de wegvakken weer waar de snelheid is verlaagd.
80/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Doordat verkeer via Mierlo en Geldrop rijdt, is sprake van een afname op +1%
•
+1% +1%
de Brandevoortsedreef Verkeer vanuit het Helmond-Noord en Stiphout rijdt via de Gerwenseweg en de Europalaan door Nuenen. Dit is een negatief effect. Het leidt ook tot een toename van verkeer langs Nederwetten
+5%
-1%
Lokaal neemt binnen Nuenen de verkeersdruk op de Smits van Oyenlaan
-3%
+1%
-1%
-4% -3% +5% +1%
+4%
+1%
+1% +1%
Figuur 24 Regionale effecten maximum snelheid A270 naar 80 km/uur
met 1 % af. Dit verkeer is terug te vinden op de Europalaan. Ook de Collseweg wordt drukker vanwege de snelheidsverlaging op de A270.
5.2
Spoortunnel Eeneind
De spoortunnel bij Eeneind heeft een positief effect verkeersveiligheid. Er is geen risico op wachtende voertuigen op de spoorwegovergang. Ook zorgt het voor een betere doorstroming waardoor sluipverkeer door Eeneind kan worden voorkomen. Figuur 25 geeft de ligging van de spoortunnel op kaart weer.
De snelheidsverlaging leidt ter hoogte van Nuenen tot circa 4 % minder verkeer. Bij Deurne is de afname op de N270 slechts 1 %. Dit geldt ook voor de afname op de Kennedylaan in Eindhoven. Het verkeer dat de A270 mijdt, kiest parallelle routes: • Vanuit Deurne en Helmond-Zuid is een toename van verkeer te zien naar
•
de A67. Dit verkeer maakt dus meer gebruik van de Robuuste Rand wat een positief effect is van de snelheidsverlaging Verkeer vanuit Helmond en Mierlo richting Eindhoven kiest een route langs Geldrop. Dit is een negatief effect omdat de route Geldropseweg Eindhovenseweg minder geschikt is voor regionaal verkeer dan de A270.
81/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
+1% +1%
+1%
+2% +1% -6%
+15% -13% +10% -4% -2% Figuur 25 Locaties spoortunnel Eeneind (met snelheidsregimes omliggend wegennet)
Figuur 26 geeft de effecten op kaart weer. In groen is een afname van verkeer weergegeven, in rood de wegvakken waar sprake is van een toename. De procentuele verschillen zijn getalsmatig weergegeven.
Figuur 26 Regionale effecten spoortunnel Eeneind
De spoortunnel leidt tot minder vertraging op de Collse Hoefdijk. De verkeerstoename geeft circa 15 % meer verkeer nabij Eeneind. In het verlengde daarvan neemt het verkeer tussen Eeneind en Geldrop met 10 % toe. Het verkeer op de A270 neemt met 1% toe terwijl de route langs Mierlo en Geldrop met 2 % tot 6 % rustiger wordt. Op basis van de verschillen lijken met name de volgende verkeersstromen beïnvloed te worden: •
Verkeer tussen Helmond en Eindhoven kiest de route A270 - Collse Hoefdijk - Eindhovenseweg in plaats van de route langs Mierlo en de Eindhovenseweg
•
Verkeer tussen Geldrop en de Berenkuil (Eindhoven) kiest de route Collse Hoefdijk - A270 in plaats van de route via de Eindhovenseweg en de oostelijke Ring 82/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Verder geeft de betere doorstroming op de Collse Hoefdijk een vermindering van het sluipverkeer door het Hofke in Eindhoven. Op de Broekakkerseweg rijdt 13 % minder verkeer.
5.3
-8%
Volledige aansluiting Geldropsedijk - A270
-11%
In deze gevoeligheidsanalyse worden de op- en afritten voor de bus opengesteld voor het gemotoriseerde verkeer én worden op- en afritten
-18%
+58%
gerealiseerd naar Helmond. Aanvullend wordt de Geldropsedijk ten zuiden van de A270 geknipt. Figuur 27 geeft de ligging van de volledige aansluiting op de A270 en de knip op kaart weer.
+1%
+17%
+6% +5%
+2%
-6%
+4% -13% +2%
-3%
Figuur 28 Regionale effecten aansluiting Geldropsedijk op A270 met knip
De volledig aansluiting zorgt ervoor dat verkeer van en naar Eindhoven meer gebruik maakt van de A270 in plaats van de Europalaan. Dit effect was ook in de scenario’s 1B en 2 te zien waarin een halve aansluiting van en naar
Figuur 27 Volledige aansluiting Geldropsedijk op A270 met knip
Eindhoven is opgenomen. Op de A270 geeft dit circa 5 % meer verkeer. De afname op de Europalaan is circa 11 % 4.
Figuur 28 geeft de effecten op kaart weer. In groen is een afname van verkeer weergegeven, in rood de wegvakken waar sprake is van een
Verkeer vanuit Nuenen-West naar Helmond kan gebruik maken van de nieuwe op- en afrit. Dit zorgt voor een toename op de Geldropsedijk.
toename. De procentuele verschillen zijn getalsmatig weergegeven. 4
Deze percentages zijn overigens niet gelijk aan de percentages in scenario 1B omdat in dat scenario ook andere maatregelen zijn opgenomen die van invloed zijn op de
verkeersstromen. Een voorbeeld hiervan zijn de capaciteitsuitbreidingen op de kruispunten op de Smits van Oyenlaan. 83/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Ondanks de knip ten zuiden van de A270, neemt het verkeer op de Geldropsedijk met 58 % toe. Door de op- en afritten bij de Geldropsedijk wordt de route via het oostelijk deel van de Europalaan en de Collse Hoefdijk minder gebruikt. Dit leidt op deze wegen tot 8 % en 18 % afname. De knip op de Geldropsedijk leidt ertoe dat verkeer van en naar Geldrop minder gebruik maakt van de route langs Nuenen. De afname op de Collse Hoefdijk bedraagt 3 % tot 6 %. Op de Collse Hoefdijk tussen de Geldropsedijk en de A270 rijdt vanwege de knip 17 % meer verkeer. Op de A270 ten zuiden van Nuenen (tussen Geldropsedijk en Smits van Oyenlaan) is per saldo geen duidelijke toe- of afname te zien. De diverse verkeerseffecten heffen elkaar hier op:
Figuur 29 Viaduct Beekstraat en route naar Neervoortsedreef
•
verkeer weergegeven, in rood de wegvakken waar sprake is van een toename. De procentuele verschillen zijn getalsmatig weergegeven.
• •
5.4
Toename van verkeer tussen Nuenen-West en Helmond via de nieuwe op- en afrit Toename van verkeer tussen Geldrop en Eindhoven door de knip op de
Figuur 30 geeft de effecten op kaart weer. In groen is een afname van
Geldropsedijk Afname van verkeer tussen Nuenen en Eindhoven vanwege de openstelling van de op- en afrit bij de Geldropsedijk
Ontsluiting Nuenen-oost via het Viaduct Beekstraat
In deze gevoeligheidsanalyse wordt Nuenen-Oost ontsloten op de A270 via het bestaande viaduct Beekstraat en de nieuwe ontsluitingsweg naar de Neervoortsedreef. Figuur 29 geeft het viaduct en de route op kaart weer.
84/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Voor de Smits van Oyenlaan bedraagt de afname 2 % tot 4 %. Ook op de -1%
A270 tussen de Smits van Oyenlaan en de Neervoortsedreef neemt het verkeer met circa 2 % af. -13%
Het verkeersmodel voorspelt geen doorgaand verkeer vanuit Helmond via de oostelijke ontsluiting door Nuenen-Oost. Wel rijden dagelijks circa 360 voertuigen door Nuenen-Oost van en naar de toekomstige ontwikkeling
-74% +6%
-2%
+1%
Gulbergen.
+250% +58% -4%
-2%
5.5 +32%
+1%
Figuur 30 Effecten viaduct Beekstraat en route naar Neervoortsedreef
De zuidelijke ontsluitingsroute zorgt procentueel gezien voor een grote toename op de Beekstraat. In absolute aantallen maken circa 1.500 mvt/etmaal gebruik van het viaduct.
Conclusie en vervolg gevoeligheidsanalyses
De uitgevoerde gevoeligheidsanalyse maken de verkeerseffecten inzichtelijk. Hierbij kan vanuit het verkeerseffect, sectoraal de eerste conclusie worden getrokken dat de aanvullende bouwstenen welke mee zijn genomen in de gevoeligheidsanalyse geen directe meerwaarde hebben voor de verkeerskundige doelstellingen. In deze gevoeligheidsanalyses is niet gekeken naar de effecten op overige omgevings- en milieuthema’s, kosten en doelbereik. Om te komen tot een integrale advisering is dit wel wenselijk. Advisering en conclusies hierover wordt meegenomen in de uitwerking van het VKS naar VKA. Hierna vindt er besluitvorming over het VKS plaats.
Het verkeer dat via de nieuwe route naar de A270 rijdt, gaat verder richting Helmond. Voor verkeer naar Eindhoven is deze route niet interessant, dan is de bestaande route via de Smits van Oyenlaan altijd sneller. Op de A270 tussen de Neervoortsedreef en de Brandevoortsedreef neemt het verkeer met circa 1 % toe. Gelijktijdig neemt het verkeer op de sluiproute via de Papenvoortse Heide af. Ook de Gerwenseweg richting Stiphout wordt 1 % rustiger.
85/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
6 Participatie Parallel aan de stappen die zijn genomen in voorliggende studie heeft een participatietraject gelopen. De studie betreft de Bundelroutes maar heeft een groter effectgebied: de Nuenense wijken en de regio. Veel mensen gebruiken
Nuenenaren zijn op verschillende momenten en manier geraadpleegd in deze fase van de studie. Voor de beslissers (gemeenteraad en Gedeputeerde Staten) en uitvoerders is het van belang om te weten waar draagvlak is en
deze wegen en/of wonen in de buurt van deze wegen. Betere doorstroming heeft tot doel om het verkeer in de wijken te verminderen. Het is een belangrijk onderzoek voor de verkeersleefbaarheid van Nuenen, een kans om
welke belangen er zijn.
6.3
de verkeersleefbaarheid en bereikbaarheid in en van Nuenen te verbeteren. Het belang voor Nuenenaren is groot, maar tegelijk maakt de studie onderdeel uit van een regionale mobiliteitsopgave die Nuenen ook beter
Peiling bereikbaarheid en verkeersleefbaarheid We zijn in maart 2021 gestart met een brede peiling onder alle inwoners en
bereikbaar houdt. Participatie biedt ruimte voor inbreng van Nuenenaren, rekening houdend met de regionale context. Dit is het uitgangspunt geweest voor de participatieaanpak op weg naar een voorkeursscenario.
ondernemers in de vorm van een enquête waarin we Nuenenaren vroegen naar de bereikbaarheid en verkeersleefbaarheid. De enquête is ingevuld door 551 mensen en de uitkomsten zijn te zien in Bijlage 4. De resultaten schetsen
Aanpak en opbrengst
het volgende beeld.
6.1
Doel
De belangrijkste doelen van participatie in dit stadium van de studie waren:
Bereikbaarheid
•
•
•
6.2
Draaqvlak creëren voor het proces en het resultaat. Dat betekent niet dat men het eens hoeft te zijn met de uitkomst. Bij mobiliteit zijn er vaak tegenstrijdige belangen, waardoor niet iedereen het eens wordt Inzicht krijgen in de belangen en ervaringen van de inwoners en ondernemers
Participatieniveau
Voorliggende studie onderzoekt een complex vraagstuk. De materie is technisch, de belangen zijn groot en concurrerend én de studie maakt onderdeel uit van een regionaal vraagstuk. Daarom is gekozen voor het participatieniveau van ‘consulteren’.
•
Over het algemeen wordt de autobereikbaarheid redelijk positief beoordeeld De meeste respondenten ervaren weinig tot geen sluipverkeer door
• •
vertragingen op de A270 of de Smits van Oyenlaan Veel respondenten gebruiken naast de auto ook de fiets Fietsbereikbaarheid scoort goed
• • •
Bereikbaarheid met openbaar vervoer (OV) scoort redelijk Respondenten willen inzetten op beter OV en innovaties Ruim 50 % vindt leefbaarheid in de bebouwde kom (luchtkwaliteit/geluid) belangrijker dan bereikbaarheid met de auto 86/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Verkeersveiligheid en leefbaarheid
Dat draagt bij aan een goede kwalitatieve representativiteit. We streven geen
• • •
Er zijn veel zorgen over de verkeersleefbaarheid De grootste zorg is de verkeersveiligheid De Bundelroutes worden overwegend als verkeersveilig ervaren. De
gezamenlijk standpunt van de werkgroep na. Daarvoor zijn de belangen te concurrerend. Elk lid kon vanuit zijn eigen perspectief en/of achterban input leveren.
•
Smits van Oyenlaan, tussen Gerwen en de Europalaan, kan veiliger De zorgen over de verkeersveiligheid lijken daardoor meer betrekking te hebben op de rest van de Nuenense wegen. Mogelijk heeft dit wel een
Er zijn vier online bijeenkomsten geweest met de werkgroep. Door COVID-19 was er geen mogelijkheid om live bijeenkomsten te organiseren. Bij deze complexe opgave was dat niet ideaal, maar helaas onoverkomelijk.
relatie met het functioneren van de Bundelroutes Andere grote zorgen zijn luchtkwaliteit en geluidsoverlast Veel respondenten ervaren geluidsoverlast van verkeer. De meesten
Kennismaking De eerste bijeenkomst hebben de leden kennisgemaakt met het project, de
heel vaak, variërend van een beetje tot veel overlast De A270 veroorzaakt bij respondenten veruit de meeste overlast. Ander genoemde locaties zijn een deel van de Smits van Oyenlaan (tussen
scope, het probleem en de projectdoelen. Doel was om hen te informeren. Uiteraard was er ook gelegenheid om te reageren. Het probleem werd onderkend door de leden. Een deel van de werkgroep is het niet eens met de
Gerwen en Europalaan) en de Geldropsedijk De resultaten kunnen we zien als een aanvulling op de probleemanalyse. De
scope van de studie. Zij vinden dat ook oplossingen buiten Nuenen onderzocht moeten worden. Het gevoel leeft dat het ‘probleem’ van de regio niet in Nuenen moet worden opgelost. Zij denken aan een Noordoostelijke
probleemanalyse benadert de situatie feitelijk, waar de enquête meer ‘beschrijft’ hoe de situatie ervaren wordt. Belangrijk onderscheid is verder dat respondenten zich op de huidige situatie richten, de probleemanalyse en de
oplossing, of in het Oosten buiten Nuenen. Dit voldoet niet aan de regionale kaders van dit project, waardoor we hier geen gehoor aan hebben kunnen geven. Hoewel dit standpunt door een deel van de leden is herhaald
effectenstudie richten zich op de toekomstige situatie in 2030. De resultaten van de enquête zijn als bijlage bij deze rapportage gevoegd.
gedurende het proces, hebben zij toch deelgenomen aan het werkgroep en input geleverd tijdens de volgende bijeenkomsten.
Werkgroep studie verkeersleefbaarheid en bereikbaarheid Er is een werkgroep opgericht voor deze studie. Daarin zijn verschillende belangengroeperingen en -instanties vertegenwoordigd, bijvoorbeeld de
Bouwstenen In de tweede bijeenkomst kon de werkgroep opmerkingen maken op aangedragen bouwstenen en bouwstenen aanvullen door middel van digitale
Fietsersbond, lVN, ZLTO, VVN, BMF, dorps- en wijkraden, ondernemers- en bewonersverenigingen. Daarnaast zitten er individuele bewoners in de werkgroep. Het effectgebied van de studie is groot en de belangen divers. Al
post-its op een MURAL bord. Dit heeft een zeer brede inventarisatie opgeleverd. De deelnemers hebben deze sessie ook aangegrepen om zorgen te uiten en problemen aan te dragen.
• • •
die belangen verdienden een plek aan tafel. 87/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Zorgen die naar voren kwamen, zoals het voorkomen van sluipverkeer, het
Zonder hier op de rol en aanpak van politie en gemeente in te gaan maakt dit
weren van vrachtverkeer, (fiets)veiligheid, behoud van groen en luchtkwaliteit sluiten aan bij de doelen. De hoofdlijnen van bouwstenen en overige punten zijn meegewogen bij het opstellen van de scenario’s. De oogst die buiten de
duidelijk dat hierover nu onvrede bestaat. Handhaving is niet onderscheidend bij de toekomstscenario’s. Bij de uitwerking kan vermindering van de handhavingsnoodzaak en intensivering en zichtbaarheid van handhaving als
reikwijdte van de studie valt blijft beschikbaar voor het vervolg én overige gemeentelijke projecten.
middel bijdragen aan draagvlak. Dus in eerste instantie is dat een passende inrichting van de weg. Mogelijk aangevuld met voorzieningen voor handhaving.
Scenario’s Tijdens de derde sessie zijn de drie onderscheidende scenario’s en de daarbij horende bouwstenen toegelicht. Na de toelichting konden deelnemers
Het verzoek om geluidswerende voorzieningen wordt gehoord. Dit in de vorm van verlaging van snelheid en/of mitigerende maatregelen zoals
in groepssessies reageren op de scenario’s en bouwstenen toevoegen. Tijdens en direct na de sessie is input gekomen op de reeds bedachte bouwstenen en zijn er suggesties gedaan voor aanvullende bouwstenen. Uit
geluidswallen. In de drie onderscheidende scenario’s zijn deze nog niet opgenomen. Op die manier worden de effecten van de 3 scenario’s zuiver in beeld gebracht. Dit maakt bij de uitwerking duidelijk welke (soort en omvang
de reacties bleek de verdeeldheid, met name de ten aanzien van de Oostelijke randweg. Voor de één een uitkomst, voor de ander een doorn in het oog. We hebben de werkgroep niet om een voorkeur gevraagd. Dit is een
van) maatregelen nodig zijn. Deze worden dan opgenomen in de uitwerking van het voorkeursscenario. Conform de SSK kostensystematiek is hiermee in de raming rekening gehouden.
bestuurlijke afweging. De meeste suggesties hadden een hoog detailniveau en waren daardoor niet
Effecten Tijdens een laatste bijeenkomst zijn de effecten gepresenteerd aan de
doorslaggevend voor de scenariokeuze. Deze zijn echter wel interessant voor de volgende fase waarin we het gekozen voorkeursscenario uitwerken. Mede naar aanleiding van zorgen en wensen vanuit de werkgroep zijn er extra
werkgroep. Het betrof een sneak preview, de rapportage was nog niet afgerond. Deze bijeenkomst stond in het teken van informeren en er is gretig gebruik gemaakt van de gelegenheid vragen te stellen. Uiteraard zijn er
gevoeligheidsanalyses uitgevoerd, zoals 80 km op de A270. Deze resultaten zijn opgenomen in deze rapportage en worden in het vervolgtraject gebruikt bij het uitwerken van het voorkeursscenario tot een voorkeursalternatief.
opmerkingen geplaatst, maar deze waren in lijn met eerdere bijeenkomsten. In deze fase is er geen input meer gevraagd. Het is nu aan de raad om standpunten in te nemen.
Verder roept een groot deel van de werkgroep op tot handhaving van de verkeerssnelheid op de Nuenense wegen.
Peiling scenario’s In de werkgroep zijn veel belangen vertegenwoordigd. De groep blijft echter beperkt als je dit afzet tegen de omvang en impact van deze studie. 88/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Daarom hebben we de drie onderscheidende scenario’s breder gepeild met een enquête. In eerste instantie is gedacht aan een verkeerspanel, maar uiteindelijk is de enquête voor iedereen open gezet. Dit heeft 587 bruikbare resultaten opgeleverd.
Conclusie participatie Zoals verwacht heeft de participatie geen eenduidig beeld opgeleverd. Ook binnen de werkgroep was verdeeldheid. Kort samengevat zijn de belangrijkste punten uit de participatie:
Per scenario is gevraagd in hoeverre de respondent dit als een verbetering ziet voor de (verkeers)leefbaarheid en bereikbaarheid. Hier kwam uit naar voren dat Scenario’s 1A (Multimodaliteit) gemiddeld genomen het best beoordeeld door de inwoners van Nuenen: 57 % ziet dit scenario als een grote of kleine verbetering en 26 % ziet het als een kleine of grote verslechtering. In scenario 1B (Capaciteit auto) zien de inwoners van Nuenen even vaak een grote of kleine verbetering (57 %), maar dit scenario kent iets meer weerstand (31 % ziet het als een grote of kleine verslechtering). Scenario 2 (Oostelijke randweg) kent de meeste weerstand: 60 % ziet hierin een grote of kleine verslechtering (waarvan 58 procentpunt een grote verslechtering), terwijl 34 % hierin een grote of kleine verbetering ziet.
•
Een groot deel van de werkgroep ziet liever een oplossing buiten Nuenen
•
die zorgt voor minder (regionaal) verkeer door Nuenen De grootste irritatie en zorgen van inwoners zijn er over de veiligheid, geluid en lucht
• •
De roep om lagere snelheden, geluidswerende voorzieningen en handhaving is groot Er zijn in de werkgroep interessante suggesties gedaan voor de verdere
• •
uitwerking van een scenario Er is verdeeldheid over de drie scenario’s Scenario 1A en 1B hebben meer draagvlak dan scenario 2
•
Belangrijkste argument is dat men meer in wil zetten om andere vervoersmiddelen als oplossing en de impact van scenario 2 op de natuur
•
Genoemde kanttekening bij 1A en 1B is dat deze onvoldoende oplossing bieden Voor een deel van respondenten en de werkgroep weegt de impact op
•
de natuur op tegen de leefbaarheid in de kern Raadsessies Er is een rapportage van TOPonderzoek als bijlage bij dit rapport opgenomen met de resultaten (Bijlage 4). Daarin staat ook een nadere analyse waarom respondenten de scenario’s zo gewogen hebben.
De raad is de afgelopen maanden meegenomen in het proces door middel van vier bijeenkomsten. De onderwerpen waren vergelijkbaar met de bijeenkomsten van de werkgroep.
89/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Doel was om de raad betrokken en geïnformeerd te houden ter voorbereiding op de besluitvorming over het voorkeursscenario. De themabijeenkomsten stonden in het teken van informeren met gelegenheid om te reageren. Die reacties droegen bij aan de verdere invulling van vervolgstappen. Mede als gevolg van reacties vanuit de raad zijn er extra gevoeligheidsanalyses uitgevoerd, bijvoorbeeld voor de snelheid op de A270, de autoverbinding met Helmond en Mierlo (situatie rond Landgoed Gulbergen, inclusief ecoduct/ viaduct Mierlosedijk).
90/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
7 Advies voorkeursscenario 7.1
Afweging scenario’s
In deze studie wordt toegewerkt naar een advies voor een Voorkeursscenario (VKS). In het voorgaande hoofdstuk zijn de relevante effecten van de
Tabel 9 geeft een samenvatting van de gegeven scores. De toelichting op deze scores is te
scenario’s in beeld gebracht en beoordeeld. Deze beoordeling ging om de kosten, de omgevings- en milieueffecten en het doelbereik. In dit hoofdstuk wegen we de beoordeling af om het VKS te kunnen adviseren.
aantal zaken op.
Scenario 1A multimodaliteit
Analyse kosten De ‘must have’ bouwstenen zijn voor de 3 scenario’s globaal op
Scenario 1A laat licht positieve effecten zien wat betreft verkeersveiligheid, het verminderen van de hoeveelheid doorgaand verkeer en voertuigverliesuren. Het scenario heeft een neutraal effect op het verschuiven
investeringskostenniveau inzichtelijk gemaakt, waarbij alle bouwstenen separaat zijn geraamd. Hierdoor is er bij de opeenstapeling van de bouwstenen tot de scenario’s enige overlap ontstaan in de kosten. Mede als
van verkeersintensiteiten en het regionaal verkeer. Doordat er meer verkeer met de fiets en OV gaat, geeft dit meer ruimte op de wegen in de kern van Nuenen. Wat opvalt is dat het scenario een neutraal effect heeft op de
gevolg van deze oplap en het uitwerkingsniveau van de scenario’s, geldt voor de kosten een grote bandbreedte van +/-50 %. De scenario ramingen zijn voor scenario’s 1A en 1B nagenoeg gelijk en
leefbaarheidsthema’s lucht en geluid. Het scenario zal dus een minimaal effect hebben op deze thema’s in vergelijking met de referentiesituatie in 2030. Ook heeft het scenario een positief effect op ruimtelijke kwaliteit. Het
voordeliger dan scenario 2 naar voren gekomen. Puur vanuit kostenperspectief wordt daarom scenario 1A of 1B geadviseerd.
scenario scoort negatief op de landschappelijk waardevolle elementen, gebieden en structuren en heeft een licht negatief effect op de archeologische waarden.
vinden in hoofdstuk 4. In het beoordelen van de milieu- en omgevingseffecten vallen een
Analyse effecten Om te komen tot een gedragen voorkeursscenario zijn milieu- en omgevingseffecten per scenario beoordeeld in hoofdstuk 4.
91/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Scenario 1B capaciteit auto Scenario 1B scoort met het verbeteren van de capaciteit voor auto’s licht positief op het verschuiven van verkeersintensiteiten en barrièrewerking. Wat betreft het effect op het regionaal verkeer heeft het scenario beperkte gevolgen. Daarbij laat het scenario een licht negatief effect zien op lucht en geluid in de kern. Dit heeft te maken met de verbeterde capaciteit voor auto’s, het scenario trekt daarmee meer gemotoriseerd verkeer aan. Ook archeologie en ecologie scoren licht negatief. Het effect op landschap is neutraal en op ruimtelijke kwaliteit licht positief. Scenario 2 oostelijke randweg Opvallend is dat scenario 2 (m.u.v. verkeersveiligheid) hoog scoort op de verkeersthema’s. Het scenario scoort positief op het verschuiven van de verkeersintensiteiten en vermindert de hoeveelheid doorgaand verkeer door Nuenen. Ook heeft het scenario gevolgen voor de verkeersstromen in de regio, door ervoor te zorgen dat het verkeer gebruik maakt van de Robuuste Rand. Tegelijkertijd laat scenario 2 sterk negatieve effecten zien op landschap, ruimtelijke kwaliteit, ecologie, archeologie en water. Dit komt doordat scenario 2 een nieuwe weg betreft door het buitengebied, wat veel invloed heeft op de omgeving.
Ook is te zien dat er op de leefbaarheidsthema’s lucht en geluid een positieve score is, dit heeft ermee te maken dat het scenario de hoeveelheid verkeer in de kern van Nuenen beperkt, waardoor de effecten op geluid en lucht positief zijn in de kern.
Tabel 9 samenvattende tabel effecten Thema Beoordelingscriteria (effect op)
Verkeer
Bereikbaarheid en doorstroming Landschap Ruimtelijke kwaliteit Archeologie Lucht
Geluid Bodem
Ecologie Water en klimaatadaptatie
Hoofdleidingen
Effect 1A
1B
2
Verschuiven verkeersintensiteiten Barrièrewerking Verkeersveiligheid Hoeveelheid doorgaand verkeer door Nuenen Verandering in rijsnelheid in de spits
0 0 + +
+ + 0
++ + ++
0
0
+
Voertuigverliesuren Landschappelijk waardevolle elementen, gebieden of structuren Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde Archeologische waarde NO2 PM10 PM2,5 dB
+ -
0
++ --
+
+
--
0 0 0 0
-
-+ + + ++
Raken van verontreinigde locaties Aantasting aardkundige waarden door doorsnijding Zettingsgevoeligheid Natuurwaarden van soorten Natuurwaarden van gebieden Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit
0 0
0 0
0 0
0 -
0 0
----
Grondwaterkwantiteit (m2 extra verharding) Doorsnijding oppervlaktewaterstructuur Hoofdleidingen
-
0
--
0 -
0 -
0
92/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Analyse doelbereik
Scenario 1B
In de loop van deze studie zijn doelen opgesteld en aangescherpt. De doelen staan omschreven in paragraaf 2.2.3. Op basis van expert judgement is gekeken in hoeverre deze doelen per
Bij scenario 1B is het doelbereik positief voor de (toegankelijkheid van) groen en recreatie in de omgeving, het tegengaan van sluipverkeer en multifunctioneel ruimtegebruik. Toch komt uit het doelbereik vooral naar
scenario worden bereikt (hoofdstuk 4.3). Onderstaande tabel (Tabel 10) geeft per doel weer hoe er is gescoord.
voren dat het scenario licht negatief is voor het stand-still-beginsel (t.o.v. de referentiesituatie) voor lucht en geluid in Nuenen. De bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer blijft min of meer gelijk. De capaciteitsuitbreiding op de
De doelstelling standstill (t.o.v. huidige situatie) wordt voor lucht gehaald als gevolg van de autonome verbetering. Deze verbetering in de luchtkwaliteit is doorgaans groter dan de verslechtering ten gevolge van meer verkeer in
Smits van Oyenlaan zorgt ervoor dat het verkeer meer gebundeld wordt. Ook leiden de opengestelde op- en afrit bij de Geldropsedijk ertoe dat minder verkeer via de Europalaan naar Eindhoven rijdt. Dit scenario scoort daarom
toekomstige jaren. Voor geluid is dit niet het geval en is enkel in scenario 2 sprake van een standstill t.o.v. de huidige situatie. In scenario 2 wordt zelfs de akoestische situatie in de kern van Nuenen verbeterd. Wel is er in de
licht positief op het tegengaan van sluipverkeer. Scenario 2
directe nabijheid van de nieuwe oostelijke randweg en toeleidende wegen sprake van een lokale toename van de geluidsituatie. Dit gaat echter om een beperkt aantal woningen waardoor naar verwachting sprake is van ‘standstill’.
Wat opvalt aan scenario 2 is de positieve score op het doelbereik voor het verbeteren van de bereikbaarheid. Het scenario biedt ruimte aan gemotoriseerd verkeer, wat de bereikbaarheid verbetert. Het verkeer wordt
Scenario 1A Scenario 1A zet in op multimodaliteit. Het scenario scoort in algemene zin
via de oostelijke randweg geleid waardoor de verkeerintensiteiten binnen Nuenen sterk afnemen. Ook zijn er positieve effecten op het onderliggende wegennet ten noordoosten van Nuenen. Dit draagt positief bij aan het
licht positief op doelbereik, namelijk op verbetering van de bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer, het verminderen van het aantal verkeersongelukken en de toegankelijkheid van groen en recreatie. Wat
bundelen van verkeer en het tegengaan van sluipverkeer. Ook wordt met dit scenario het doel van het standstill beginsel (t.o.v. de referentiesituatie) over geheel Nuenen voor lucht en geluid behaald. Dit komt doordat er minder
betreft het stand-still-beginsel (t.o.v. de referentiesituatie) voor lucht en geluid scoort het scenario neutraal, wat betekent dat de kleine toe- en afnames van de verkeersintensiteiten geen significant effect hebben. Het scenario scoort
verkeer door Nuenen gaat doordat er van de oostelijke randweg gebruik wordt gemaakt. Daarnaast valt de negatieve score op het doelbereik voor de toegankelijkheid
neutraal op het tegengaan van sluipverkeer omdat er in dit scenario niet meer verkeer op de Bundelroutes kan worden afgewikkeld. Ook valt op dat het scenario op geen van de doelen een negatief effect heeft.
van groen en recreatie in de omgeving op. Het tracé van dit scenario loopt tussen het stedelijk gebied van Nuenen en de groene omgeving, wat de toegang tot groen en recreatie verkleint.
93/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
7.3
Tabel 10 Samenvattende tabel doelbereik
1A
1B
2
Verbeteren bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer
+
0
++
Standstill voor geluidbelasting over geheel Nuenen t.o.v.
0
-
+
0
-
+
7.3.1
referentiesituatie Streven naar vermindering van het aantal
+
-
-
0
+
++
verkeersongelukken Tegengaan van sluipverkeer over het onderliggende wegennet (Toegankelijkheid van) groen en recreatie in de omgeving
+
+
--
+
+
+
verbetert ten opzichte van de huidige situatie Het plan draagt bij aan multifunctioneel ruimtegebruik in de kern en het buitengebied
7.2
Draagvlak omgeving
De omgeving is via verschillende wegen geraadpleegd tijdens werkgroep sessies en enquêtes. Deze input is onder andere gebruikt voor het aanscherpen en aanvullen van de bouwstenen en het bepalen van de gevoeligheidsanalyses. Een groot deel van de reacties van omwonenden viel buiten de scope van deze studie. Vanuit de omwonenden zijn er met name zorgen over veiligheid, geluid en lucht. Uit de opbrengsten blijkt dat er voor scenario 1A en 1B meer draagvlak is dan voor scenario 2, ook al is er verdeeldheid onder de bewoners. Als argumenten zijn daarbij gegeven dat men meer in wil zetten op andere vervoersmiddelen als oplossing en de impact van scenario 2 op de natuur. Over scenario 1A en 1B wordt juist een zorg uitgesproken dat ze onvoldoende oplossing bieden.
Om te komen tot een voorkeursscenario is per scenario gekeken naar de kosten, de omgevings- en milieueffecten, het doelbereik en het draagvlak. In deze paragraaf worden de drie scenario’s met elkaar vergeleken en afgewogen om te komen tot het advies voor het voorkeursscenario.
de referentiesituatie Standstill voor luchtkwaliteit over geheel Nuenen t.o.v. de
Advies voorkeursscenario
Afweging scenario 2
Scenario 2 levert een meerwaarde in verkeerskundig opzicht. De oostelijke randweg laat zien goed te bundelen, zonder nieuw verkeer aan te trekken. Ook de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit in de kern van Nuenen gaan erop vooruit. Toch komt er vanuit de omgeving een sterk geluid om niet te kiezen voor scenario 2. De verstoring van de natuur, verslechterde toegang tot de natuur en de weerstand voor het aanleggen van nieuwe wegen worden voornamelijk als argumenten gegeven. Deze argumenten komen overeen met de uitkomsten van de effectenstudie en het doelbereik. De effectenstudie laat zien dat het scenario zeer negatieve effecten heeft op landschap, ruimtelijke kwaliteit, ecologie en water. Het scenario laat wel het meest positieve effect zien op luchtkwaliteit en geluid in de kern. Ook deze onderwerpen zijn door de bewoners vaak aangedragen als belangrijk. Toch wegen de zware negatieve effecten niet op tegen de leefbaarheidsvoordelen van luchtkwaliteit en geluid in de kern. Het doelbereik is negatief voor de toegankelijkheid van groen en recreatie in de omgeving. Vanuit de omgeving komt het geluid dat juist deze thema’s belangrijk zijn voor de Nuenenaar. Daarbij komt dat scenario 2 in de kostenberekening het hoogst uitkomt. Het scenario botst eveneens met de kernkwaliteiten conform omgevingsvisie van Nuenen, zoals de dorpse omgeving omsloten door groen.
Het behoud en versterking van verschillende landschapstypen draagt hieraan bij. In scenario 2 wordt er juist een weg aangelegd door een gebied met hoge landschappelijke waarden. 94/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Aangezien er vanuit het draagvlak, de kostenberekening, effectenstudies en
Gelet op de het draagvlak, de effecten en het doelbereik scoort scenario 1A
het doelbereik het meest negatief wordt gescoord op scenario 2 is ons advies om dit scenario niet uit te werken in een voorkeursalternatief.
het meest positief van de drie scenario’s. Het advies is daarom om scenario 1A in de vervolgfase uit te werken naar het voorkeursalternatief (VKA).
7.3.2 Afweging scenario 1A en 1B Daarmee komen we tot een afweging van de scenario’s betreffende het bestaand tracé, 1A multimodaliteit en 1B capaciteit auto, om te komen tot een
7.3.3 Voorkeursscenario (VKS) Het voorkeursscenario is te vinden op basis van scenario 1A - multimodaliteit, waarbij de alternatieve vervoerswijzen voorop staan om verdere groei van
voorkeursscenario advies. Het verschil tussen deze scenario’s is minder groot dan het verschil met scenario 2. De effectenstudie laat zien dat scenario 1A beter scoort op de leefbaarheidsthema’s luchtkwaliteit en geluid.
het autoverkeer en daarmee leefbaarheidsverslechtering in Nuenen te temperen (bestrijding aan de bron). Kernelementen zijn snelfietsroutes en het versterken van potentiële assen voor openbaar vervoer. Ondersteunend zijn
Dit heeft te maken met de verkeersaantrekkende werking van de Smits van Oyenlaan in scenario 1B. Scenario 1A zal minder verkeer door de kern van Nuenen aantrekken doordat er meer wordt ingezet op multimodale
overstapmogelijkheden en slimme maatregelen. Het VKS met als basis scenario 1A - multimodaliteit is een samenhangend pakket dat een goede oplossing biedt voor Nuenen en past in de regionale
bereikbaarheid. Scenario 1B scoort daarentegen beter op de verkeersthema’s als het verschuiven van verkeersintensiteiten en barrièrewerking.
visie en afspraken. Dit sluit aan bij het groene karakter en de ambitie van Nuenen (Omgevingsvisie) en kan ook voor doorstroming (autogebruik) op de korte termijn (voor 2030) meerwaarde bieden door verbetering van de
Wat betreft doelbereik is scenario 1B negatiever dan scenario 1A, met name als het gaat om de standstill voor luchtkwaliteit en geluid en het aantal verkeersongelukken. Vanuit de omgeving komt juist het geluid dat deze drie
externe ontsluiting voor Nuenen.
thema’s belangrijk worden geacht. Door de verkeersaantrekkende werking door de kern van Nuenen scoort scenario 1B op deze thema’s lager. Ook scoort scenario 1A positief op bereikbaarheid Daarentegen scoort scenario
voorkeursalternatief (VKA) met schetsontwerp. Bij de totstandkoming van het scenario 1A - multimodaliteit is gebruik gemaakt van principe-profielen. Deze profielen zijn daarnaast ook gebruikt om de effecten en kosten van de
1B positief op het verminderen van sluipverkeer. Naast het bovengenoemde sluit scenario 1A goed aan bij de geldende beleidsdocumenten. Zo past het scenario bij de transitie naar multimodale mobiliteit in de regio en kan het
verschillende scenario’s te kunnen beoordelen. In de verder uitwerkingsfase naar het voorkeursalternatief zullen in de ontwerpfase de profielen nader worden bekeken en worden onderzocht. Hierin zijn
scenario positief bijdragen aan de kernkwaliteiten van Nuenen, zoals genoemd in de Omgevingsvisie (groen en rustig). Met dit scenario wordt ingezet op alternatieve vervoermiddelen, waardoor de multimodale
aanpassingen/optimalisaties van het profiel mogelijk.
De komende maanden is er nog verfijning nodig om te komen tot een
bereikbaarheid en leefbaarheid in Nuenen en de regio verbetert. 95/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
Op grond van het scenario-onderzoek wordt hier op de volgende manier
Uit berekeningen blijkt dat deze ervoor zorgt dat de bereikbaarheid voor
richting aan gegeven: • Smits van Oyenlaan overal binnen de kom inrichten als 50 km/ uur (mede gezien draagvlak, leefbaarheid en verkeerskundige effecten). Er wordt
Nuenens autoverkeer kan verbeteren (aansluiting A270) zonder dat de Geldropsedijk aantrekkelijk wordt voor doorgaand verkeer Een ruim pakket met te verbeteren (regionale) fietsverbindingen tussen
•
een wegprofiel ontwikkeld dat toegankelijk is voor prioritair openbaar vervoer (niet noodzakelijkerwijs busbanen), een integrale ontwerpopgave nabij Gerwen ZO, een fietstunnel (Papenvoortsedijk) en (snel)fietsroute •
tussen Gerwen en de centrale bushalte Provinciale N/ A270 snelheidsregime in afwachting van integraal advies en besluit in relatie tot uitgevoerde gevoeligheidsanalyse en
•
leefbaarheidsmaatregelen Een ongelijkvloerse kruising voor fietsverkeer bij de Wolvendijk, aansluiting Geldropsedijk-A270 voor gemotoriseerd verkeer (alleen aan
•
•
westelijke zijde), slimme maatregelen zoals C-ITS, i-VRI’s met verkeersmanagement Openstelling Geldropsedijk-Busbanen voor gemotoriseerd verkeer
Nuenen met Laarbeek, Helmond, Geldrop, Eindhoven (inclusief (snel)fietsroute langs Geldropsedijk). De potentie van de fietsroutes aan de zuidzijde van Nuenen vergt nader onderzoek. Dit kan leiden tot • •
•
nadere prioriteitstelling, tracés en inpassing Mobiliteitshub nabij Gerwen (beide locaties en inrichting nader te onderzoeken) Keuze maken van de overige aanvullende bouwstenen, compenserende mitigerende maatregelen en onderdelen die niet onderscheidend zijn voor de scenariokeuze (versterken biodiversiteit, struinpaden, trottoir Geldropsedijk et cetera) Vereenvoudiging van de verkeershandhavingstaken van de politie wordt meegenomen waar zich kansen voordoen (bij reconstructies)
(Bouwsteen 0012, zoals opgenomen in scenario 1B en 2). Momenteel wordt de afslag Geldropsedijk uitsluitend gebruikt door bussen. Door deze afslag bruikbaar te maken voor al het gemotoriseerd
Met het maatregelenpakket in het VKS kan de gemeente Nuenen er in voorwaardenscheppende zin voor zorgen dat een mobiliteitstransitie kan
verkeer verbeterd de bereikbaarheid van Nuenen. Hierbij dienen de rijrichtingen nader te worden bepaald. In een extra analyse is bekeken of een volledige aansluiting op de N270 vanaf de Geldropsedijk
plaatsvinden. Betere fiets- en OV-verbindingen en het doseren van verkeersstromen kunnen de keuze voor andere vervoerwijzen dan de auto vergemakkelijken. Om de verkeerssituatie in Nuenen verder te verbeteren,
meerwaarde heeft in relatie tot de projectdoelstellingen, in aanvulling op deze bouwsteen. Op basis van deze verkeerskundige analyse is geconcludeerd dat dit geen directe meerwaarde heeft
vraagt dit ook iets voor de mobiliteitskeuzes die in de omliggende gemeenten in de Metropool Regio Eindhoven worden gemaakt. Daarom is het advies aan de gemeente Nuenen om te kiezen zich in te zetten voor een duidelijke
Geldropsedijk met doseerinstallatie op een nader te bepalen locatie ten zuiden van de A270.
positie van de mobiliteitstransitie in het toekomstbeeld 2040, waarin de regio haar mobiliteitsambities de komende maanden gaat vastleggen.
96/97
Kenmerk
R003-1278890GRV-V01-ssc-NL
De gemeente Nuenen kan erop toezien dat het toekomstbeeld wordt vertaald naar een regionale mobiliteitsagenda (RMA) met concrete maatregelen die ertoe bijdragen dat er daadwerkelijk sprake is van een mobiliteitstransitie in én rondom Nuenen. 7.3.4 Kosten In de afweging voor het voorkeursscenario zijn de kosten meegewogen. Op basis van de ramingen is een ‘eerste’ onderscheid gemaakt tussen ‘musthave’ en ‘nice to have’ bouwstenen per scenario. De nice-to-have en/of goedwerkende bouwstenen uit andere scenario’s worden in vervolgfase mogelijk onderdeel van het VKA. Zoals de toevoeging van de bouwsteen voor het openstelling Geldropsedijk-Busbanen voor gemotoriseerd verkeer. De volgende fase gaat meer inzicht geven in de realisatiekosten van het voorkeursscenario en de separate bouwstenen, en zal helpen in het gesprek over de toedeling van bouwkosten. Daarvoor worden de projectkosten nauwkeuriger in beeld gebracht, evenals de inzet die partijen -gemeente en provincie- leveren en externe subsidies.
97/97
Bijlagen
Bijlage 1
Probleemanalyse
Leefbaarheid en bereikbaarheid Bundelroutes Nuenen Probleemanalyse