09 ODZOB - Voorlopige jaarstukken 2021
Tekst van het document
In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. Rentevisie Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op de financiële positie van de ODZOB heeft de ODZOB geen lange termijn rentevisie opgesteld. Rentetoerekening In onderstaand overzicht wordt in beeld gebracht welke relasten en renteresultaat er verwacht wordt en wordt inzicht gegeven op welke wijze rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. Jaarstukken 2021 22
Renteschema
a
De externe rentelast over de korte en lange financiering
b
De externe baten (idem)
* bedragen x 1€
1.529 0
Saldo rentelasten en rentebaten c1 c2 c3
1.529
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0 0 0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1
Rente over eigen vermogen
d2
Rente over vreemd vermogen
1.529 0 0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f
Renteresultaat op taakveld Treasury
1.529 0 1.529
De aan taakvelden toe te rekenen rente wordt geheel aan het taakveld overhead toegerekend. Dit als gevolg van het feit dat vrijwel alle activa van de ODZOB gerelateerd zijn aan het taakveld overhead. Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Voor 2021 bedraagt deze norm € 1,85 mln. Aangezien de vlottende schuld van de ODZOB lager was dan de vlottende middelen, bleef de ODZOB ruimschoots binnen deze norm. Zie hiervoor de tabel op de volgende pagina.
Jaarstukken 2021 23
Kasgeldlimiet
* bedragen x 1 € KW 1 2021
KW 2 2021
KW 3 2021
KW 4 2021
2020
1 Vlottende schuld - opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
-
- schuld in rekening courant
-
-
-
-
-
- door derden gestorte gelden < 1 jaar
-
-
-
-
-
- overige schulden/overlopende passiva - overlopende passiva
1.509.081 5.516.948
1.496.507 6.713.171
1.433.436 8.001.582
687.930 7.932.415
834.133 3.688.652
Totaal vlottende schuld
7.026.029
8.209.678
9.435.018
8.620.345
4.522.785
Kasgeldlimiet
2 Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden rekening courant - overige uitstaande tegoeden - overlopende activa
-
-
-
-
-
8.572.583 6.082.651
9.320.112 107.849
9.960.016 472.753
7.581.210 1.439.842
2.640.874 1.775.710
3.575.560
6.530.597
9.016.284
2.247.084
1.751.555
18.230.794
15.958.558
19.449.053
11.268.136
6.168.139
3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2) -11.204.765 3.2 Toegestane kasgeldlimiet 1.853.587
-7.748.880 1.853.587
-10.014.035 1.853.587
-2.647.791 1.853.587
-1.645.354 1.766.596
Ruimte (3.2 -/- 3.1)
13.058.352
9.602.467
11.867.622
4.501.378
3.411.950
Begrotingstotaal
22.604.724
22.604.724
22.604.724
22.604.724
21.543.859
Normpercentage
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
1.853.587
1.853.587
1.853.587
1.853.587
1.766.596
Totaal vlottende middelen 3 Toets kasgeldlimiet
Berekening toegestane kasgeldlimiet
Norm
Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op vaste schuld heeft de wetgever de renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. De ODZOB heeft sinds de laatste aflossing in 2017 geen vaste schuld meer. Daarmee voldoet de ODZOB automatisch aan de norm zoals ook uit onderstaande tabel blijkt. Renterisiconorm
* bedragen x 1 € 2021
2020
Variabelen 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen
0 0
0 0
3
Renterisico (1+2)
0
0
4
Renterisiconorm
4.520.945
4.308.772
4.520.945 n.v.t.
4.308.772 n.v.t.
22.604.724
21.543.859
4.520.945 2.500.000
4.308.772 2.500.000
5a Ruimte onder risiconorm 5b Overschrijding risiconorm Berekening renterisiconorm (4) Begrotingstotaal Percentage 20% Minimumbedrag conform regeling
Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB financiert haar activiteiten voornamelijk door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. Enkel voor de verzoektaken buiten de werkprogramma’s moet zelf financiering geregeld worden. De ODZOB had in 2021 toegang tot een rekening courant krediet bij BNG van € 1,8 mln. Tijdelijk overtollige middelen worden wegens het verplichte schatkistbankieren bij het Rijk gestald. Jaarstukken 2021 24
2.3.4
Bedrijfsvoering
Personeel en organisatie De speerpunten op Hrm-gebied waren :
een goede in-, door- en uitstroom van medewerkers zodat het potentieel optimaal kan worden benut.
deskundigheid die integraal aansluit bij de maatschappelijke vraagstukken die aan de orde zijn.
Opleidingen Voor 2021 was er aanvankelijk gekozen om bij het opleiden met name te focussen op de Omgevingswet en het nieuwe VTH-systeem. Uitstel van de start van de Omgevingswet naar medio 2022 heeft een verschuiving van deze opleidingen (zoals ook vorig jaar al het geval was) tot gevolg. In het tweede deel van 2021 werd een alternatief opleidingsprogramma opgestart, waar aandacht was voor de Omgevingswet (voor zover mogelijk) maar ook voor veilig werken. Het nieuwe Leer Management Systeem is voorbereid en wordt in 2022 verder uitgerold om te zorgen voor een betere ontsluiting van de aanwezige kennis en expertise in de ODZOB-organisatie. Organisatieontwikkeling De ODZOB is een organisatieontwikkelingstraject gestart, onder andere ter ondersteuning van de transitie naar de Omgevingswet. In 2021 stonden het tonen van eigenaarschap, kwaliteits- en omgevingsbewustzijn, nauwere samenwerking tussen specialismen en het optimaal inzetten van de grote variëteit aan talenten van medewerkers centraal. Teams worden van dichterbij en meer coachend aangestuurd. Personeelsbezetting Bezetting
* aantallen x 1 Fte
Bezet t ing in Ft e's
Begroot primair 2021
Begroot na wijziging 2021
Gerealiseerde gemiddelde bezet t ing 2021
Ult imo 2021
Gerealiseerde gemiddelde bezet t ing 2020
Dienstverband
169,2
169,2
180,9
180,4
Inhuur / payroll
36,3
40,9
36,7
38,1
170,2 48,8
TOTAAL bezet t ing in FTE's
205,4
210,0
217,6
218,5
219,1
Ziekteverzuim
x 1 keer
Ziekte - Verzuimpercentage
Ziekte - Verzuimfrequentie
9,0
1,2
8,0
1,0
6,0
5,0 4,0
3,0 2,0
Frequente
Percentage
7,0
Totaal in de maand Totaal cumulatief Target
0,8 0,6 Totaal cumulatief
0,4 0,2
1,0 0,0
0,0
Jaarstukken 2021 25
Huisvesting/facilitair De aanbestedingstrajecten voor schoonmaakdiensten, warme- en koude drankvoorziening (samen met de gemeente Eindhoven) en kantoorartikelen (met BIZOB-gemeenten) zijn in 2021 gestart en de contractuele afronding hiervan zal plaatsvinden in het 1e kwartaal van 2022. Voor het versturen van de post en de breng- en haalservice is, na een offertetraject, weer een contract aangegaan met Ergon Business post. In het kantoorpand zijn enkele lichtpunten verwijderd en daglichtsensoren geplaatst ter hoogte van de pantryruimten. Daarnaast heeft de verhuurder alle trappenhuizen en de parkeergarage voorzien van Ledverlichting. Lange termijn investeringen voor verdere aanpassingen aan de gangverlichting zijn mede afhankelijk van de keuze van verlenging van het huurcontract na 2025. In 2021 zijn er maatregelen getroffen om de luchtrecirculatie in het ODZOB-kantoor af te stemmen op de adviezen van het RIVM. Dit leidt naar verwachting tot een hogere eindafrekening van de energiekosten. Kwaliteit Het onderwerp kwaliteit krijgt een expliciete plaats in de organisatieverandering van de ODZOB. Het houden van overzicht en zicht op de integraliteit rondom dit onderwerp is belegd in een nieuw team: Kwaliteit, innovatie en strategie. Verantwoordelijkheid voor de inhoud van de producten ligt bij de teams in het primaire VTH-proces.
Deze teams worden hierin ondersteund door de kwaliteitsregisseur. Om de kwaliteit van onze producten en processen ook daadwerkelijk te kunnen toetsen wordt de interne kwaliteitsmonitoring verder geprofessionaliseerd. In 2021 is aan de volgende thema’s specifiek aandacht gegeven om te zorgen voor verbetering van de kwaliteit en efficiency van onze werkzaamheden: Kwaliteitsvisie Wat de ODZOB met kwaliteit wil bereiken is geformuleerd in de in 2021 vastgestelde kwaliteitsvisie Onze kijk op kwaliteit. Beschreven staat wat wij de basis voor kwaliteit vinden en vanuit welke houding wij die kwaliteit (gaan) leveren. De kwaliteitsvisie wordt in 2022 verder uitgerold. Jaarrapportages In de individuele VTH-jaarrapportages leggen we verantwoording aan onze deelnemers af over de door ons uitgevoerde werkzaamheden. De jaarrapportages zijn in 2021 doorontwikkeld. Voor 2021 zijn rapportages opgeleverd met meer samenhang tussen de verschillende werkvelden, meer maatwerk voor de betreffende gemeente en met een kortere en duidelijkere inhoud. Hiermee leveren we actief input voor de VTHbeleidscyclus van de deelnemers en verduidelijken we het belang van ons werk aan de bestuurders. Processen Omgevingswet Er is ondersteuning gegeven bij de projecten rondom het opstellen van de (vernieuwde) processen Omgevingswet.
Te denken valt aan de uitgangspunten voor de collegiale toets, een dataset van locatie- en activiteit-specifieke gegevens, een bijdrage in de ketensamenwerkingsafspraken en stilstaan bij het opzetten van goed beheer van de processen. Staat van mandaat en efficiency In het kader van efficiency is verdere uitvoering gegeven aan het project De staat van het mandaat. Bestuurlijk zijn drie varianten vastgesteld ter bevordering van uniformiteit in afspraken tussen de ODZOB en de deelnemers. Hierdoor zijn gezamenlijk efficiencyvoordelen te behalen. De meeste deelnemers hebben hun keuze uit deze varianten gemaakt.
Jaarstukken 2021 26
Verder is een set aan concrete maatregelen uitgewerkt die het efficiencytarget van 3% daadwerkelijk kan realiseren. De meeste van deze maatregelen zijn gerelateerd aan de Omgevingswet en het nieuwe VTHsysteem en kunnen daardoor niet eerder dan in 2022 geïmplementeerd worden. Informatiegestuurd werken (IGW) Voor de ODZOB is informatie gestuurd werken belangrijk. Daarom heeft de verbetering van de datakwaliteit onze aandacht. Verder onderzoeken we hoe we datastructuur vorm geven en welke tools we nodig hebben. Het aantrekken van geschikte collega’s zal in de huidige arbeidsmarkt lastig zijn. We kijken ook naar tijdelijke inhuur en omscholing van eigen medewerkers. VTH-systeem In 2021 was de inrichting en het in gebruik nemen van het nieuwe VTH-systeem gepland. In mei hebben we de oplevering niet geaccepteerd en in september heeft de ODZOB de leverancier in gebreke gesteld, omdat op dat moment niet aantoonbaar werd voldaan aan de eisen en specificaties uit de aanbesteding. Na goede sessies met de leverancier waarbij alle eisen en specificaties zijn besproken, zijn nieuwe afspraken gemaakt met de leverancier. Medio 2022 wordt het nieuwe systeem opgeleverd en in gebruik genomen. In de tweede helft van 2022 zal het VTH-systeem verder worden doorontwikkeld, met als doel dat aan alle eisen en specificaties wordt voldaan.
Daarmee borgen we de ketensamenwerking met de deelnemers en de implementatie van een aantal efficiencydoelstellingen. 2.3.5
Verbonden partijen
Sinds 2018 is de ODZOB aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob). Deze stichting is uitgegroeid tot een expertisecentrum op het gebied van inkoop en aanbestedingen, waar inmiddels meer dan 35 publieke organisaties bij aangesloten zijn. De ODZOB heeft een indirect bestuurlijk belang (via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) en een financieel belang in de Bizob, vandaar dat Bizob hier als verbonden partij wordt gepresenteerd. Informatie betreffende verbonden partij Bizob: a) Het financiële belang van de ODZOB bestaat uit een afnameverplichting van een aantal dagdelen waarvoor de ODZOB een financiële vergoeding dient te verstrekken. Deze afname kan jaarlijks maximaal met 15% verlaagd worden. Als het bestuur van Bizob voorziet dat niet aan de opeisbare verplichtingen voldaan kan worden, zal het bestuur een plan opstellen en presenteren aan de vergadering van aangeslotenen. Bij een tekort kan het bestuur besluiten de dagvergoeding met terugwerkende kracht te verhogen. b)
De ODZOB heeft zich voor 2021 gecommitteerd aan een afnameverplichting van 126 dagen. Hier stond een vergoeding van ruim € 81.000 tegenover. Eens per twee kalenderjaren kan een verzoek tot wijziging van het aantal af te nemen dagen worden ingediend.
c)
Het eigen vermogen van Bizob bedraagt ultimo 2021 € 1.405.076, het vreemd vermogen € 1.139.797 en het resultaat over 2021 bedraagt € 1.003.218.
d)
Het financiële risico voor de deelnemende organisaties bestaat hoofdzakelijk uit de personeelslasten van de concerninkopers. Het risico voor Bizob is beperkt van aard, doordat de deelnemers minimaal vier jaar capaciteit inkopen waardoor de personele capaciteit bij vermindering van het aantal uren ingeperkt kan worden en de vaste kosten beheerst kunnen worden.
Jaarstukken 2021 27
3
Jaarrekening
3.1
Balans per 31 december 2021 Ult imo 2020
Ult imo 2021
ACTIVA
Ult imo 2020
Ult imo 2021
PASSIVA Vast e passiva
Vast e act iva 0
0
Immat eriële vast e act iva Mat eriële vast e act iva Investeringen met een economisch nut Financiële vast e act iva
Eigen vermogen
3.265.823
2.429.098
Algemene reserve
1.905.317
1.760.414
314.541
314.541
1.045.965
354.143
618.032
783.744
Bestemmingsreserve
618.032
783.744
Resultaat boekjaar voor bestemming
0
0
Voorzieningen Voorziening voor personeelskosten
0
0
0
0
3.265.823
2.429.098
687.930
834.133
687.930
834.133
7.932.415
3.688.652
1.776.324
761.480
6.156.091
2.927.172
Vast e schulden Binnenlandse banken en overige financiele instellingen
Vlot t ende act iva Voorraden Onderhanden werk
0 0
783.744
618.032
Totaal vaste activa
0 0
0
0
0
0
8.771.285
4.161.857
1.398.862
1.765.792
7.331.443
2.386.146
40.980
9.919
Totaal vaste financieringsmiddelen Vlot t ende passiva
Uit zet t ingen met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar Te vorderen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar overige vorderingen
Liquide middelen Banksaldi Overlopende act iva
249.767
254.728
249.767
254.728
2.247.084
1.751.555
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van:
Net t o vlot t ende schulden met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar Overige schulden
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
- Europese overheidslichamen
0
0
- het Rijk
0
0
- overige Nederlandse overheidslichamen
0
0
1.874.341
1.399.528
372.743
352.027
Totaal vlottende activa
11.268.136
6.168.139
Totaal vlottende passiva
8.620.345
4.522.785
TOTAAL ACTIVA
11.886.168
6.951.883
TOTAAL PASSIVA
11.886.168
6.951.883
Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
3.2
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
Overzicht van bat en en last en
* bedragen x 1€ Begrot ing 2021 primair
Begrot ing 2021 na wijziging
Realisat ie 2021
Bat en
Last en
Saldo
Bat en
Last en
Saldo
Bat en
Last en
Saldo
Programma Dienstverlening
21.300.803
14.971.487
6.329.316
21.300.803
15.449.917
5.850.886
23.149.559
15.526.758
7.622.800
Programma Collectieve taken
1.253.921
988.212
265.709
1.253.921
1.038.212
215.709
1.218.171
1.031.889
186.281
Totaal programma's
22.554.724
15.959.699
6.595.025
22.554.724
16.488.129
6.066.595
24.367.729
16.558.648
7.809.081
50.000
0
50.000
50.000
0
50.000
62.331
0
62.331
50.000
0
50.000
50.000
0
50.000
62.331
0
62.331
Kosten van de overhead
0
6.555.025
-6.555.025
0
6.883.220
-6.883.220
0
7.033.025
-7.033.025
Bedrag van de heffing voor de VPB
0
15.000
-15.000
0
15.000
-15.000
0
1.662
-1.662
Bedrag onvoorzien
0
75.000
-75.000
0
25.000
-25.000
0
0
0
22.604.724
22.604.724
0
22.604.724
23.411.349
-806.625
24.430.060
23.593.335
836.725
Onttrekking algemene reserve: VTH-applicatie
0
0
0
0
-328.195
328.195
0
-80.497
80.497
Onttrekking algemene reserve: Omgevingswet
0
0
0
0
-478.430
478.430
0
-128.743
128.743
0
0
0
0
-806.625
806.625
0
-209.240
209.240
22.604.724
22.604.724
0
22.604.724
22.604.724
0
24.430.060
23.384.095
1.045.965
Programma
Algemene dekkingsmiddelen - Overige algemene dekkingsmiddelen
Totaal saldo van baten en lasten Toevoeging en ont rekking reserves
Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves Gerealiseerde result aat
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat zowel de baten als de lasten van de ODZOB hoger waren dan begroot. Het resultaat over 2021 bedraagt € 1.045.965.
Jaarstukken 2021 28
3.3 3.3.1
Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (Bbv) daarvoor aan provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen geeft. De waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Tenzij anders is vermeld worden de activa gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben. Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa. De ODZOB beschikt enkel over materiële vaste activa. Materiële vaste Activa De materiele vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de geschatte economische levensduur vanaf de ingebruikname van een actief. Hierbij gelden de volgende termijnen: Gronden en terreinen
n.v.t.
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
10 jaar
*
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
n.v.t.
Vervoersmiddelen
5 jaar
Machines, apparaten, installaties
Apparaten
5 jaar
Hardware
4 jaar
Overige materiële vaste activa
Software
4 jaar
Inventaris
5 jaar
* afschrijvingen bij bedrijfsgebouwen: einde huurcontract indien resterende termijn korter dan 10 jaar is
Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat in enig boekjaar ten laste gebracht van dit resultaat. Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in voorraden, uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorraden Onder de post voorraden wordt door de ODZOB uitsluitend de waarde van onderhanden werk verantwoord. Onder onderhanden werk worden producten opgenomen die na afronding tegen een vaste prijs geleverd worden. Dit onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen de vervaardigingskosten (met een maximum van de opbrengstwaarde) die tot balansdatum voor de betreffende producten zijn gemaakt, gecorrigeerd voor eventuele voorschotfacturen die voor de betreffende producten zijn verzonden. Jaarstukken 2021 29
Afhankelijk van het saldo van beiden verschijnt de post onderhanden werk aan de debet- dan wel aan de creditzijde van de balans. De vervaardigingskosten omvatten de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals het aantal bestede uren tegen integrale kostprijs). Uitzettingen met een looptijd < 1 jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een correctie aangebracht. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste passiva De vaste passiva zijn eigen vermogen, de voorzieningen, en de vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt.
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en verliezen die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Momenteel heeft de ODZOB geen voorzieningen. Vaste schulden De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. De vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn kortlopende schulden en overlopende passiva opgenomen. Kortlopende schulden Hieronder worden onderhanden werk, te betalen aan openbare lichamen en overige schulden verantwoord. De waarderingsgrondslagen voor onderhanden werk zijn bij de activa weergegeven. De overige posten worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
Jaarstukken 2021 30
3.3.2
Toelichting op de balans per 31 december 2021
ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa De ODZOB kent uitsluitend materiële vaste activa met een economisch nut. Onderstaand overzicht toont de samenstelling van deze materiele vaste activa en het bijbehorende verloop over het afgelopen boekjaar. Staat van materiële vaste activa Omschrijving
* bedragen x € 1 Boekwaarde DesInvesteringe Afschrijving per investeringe n en 1-1-2021 n
Afschrijving Boekwaarde Bijdragen en per van derden Des31-12-2021 investeringe
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen
376.591
20.553
0
-77.600
0
0
319.544
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Machines, apparaten en installaties
325.644
77.234
0
-144.989
0
0
257.889
Overige materiële vaste activa
81.509
0
0
-40.910
0
0
40.599
Totaal
783.744
97.787
0
-263.499
0
0
618.032
De in de bovenstaande tabel getoonde investeringen zijn in onderstaande tabel afgezet tegen het beschikbare budget: Investeringen Omschrijving
* bedragen x € 1 Restant krediet 2020
Begroting primair 2021
Begroting na wijziging 2021
Investeringe n 2021
Restant krediet 2021
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen
20.553
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Machines, apparaten en installaties
77.234
Overige materiële vaste activa Totaal investeringen
0 416.608
130.000
130.000
97.787
448.821
De in 2021 gerealiseerde investeringen passen binnen het geraamde budget. De investering in bedrijfsgebouwen betreft o.a. een nieuwe informatiezuil bij de entree (€ 7.000) en de aanschaf van akoestische booth Hush Twinaanpassingen (€ 14.000). De investeringen getoond onder machines, apparaten en installaties bestaan o.a. uit investeringen in een geluidmeter (€ 9.000), computers (€ 23.000) en tablets en smartphones (€ 45.000). Het restantkrediet van € 448.821 wordt doorgeschoven.
Jaarstukken 2021 31
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De volgende posten zijn op de balans opgenomen: * bedragen x 1 € Ultimo 2021
Ultimo 2020
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
1.398.862
1.765.792
7.331.443
2.386.146
40.980
9.919
Totaal uitzettingen
8.771.285
4.161.857
Omschrijving
Van de post vorderingen op openbare lichamen heeft voor 81% betrekking op onze deelnemers. Het betreft hier voornamelijk de facturen inzake uitvoering van basis- en verzoektaken. De overige 19% heeft betrekking op vorderingen op niet-deelnemers. De vorderingen zijn relatief jong. Op balansdatum is 99% van de vorderingen jonger dan 30 dagen. Geen vordering is meer dan 6 maanden oud. De ODZOB werkt in de loop van het jaar met voorschotfacturatie voor de werkprogramma’s. Na afloop van het jaar worden de eindafrekeningen opgesteld en verzonden. Volgens de DVO neemt de opdrachtgever binnen zes weken na ontvangst van zijn eindafrekening een beslissing over de acceptatie hiervan. De post uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar betreft het aanhouden van liquide middelen bij het Rijk in het kader van schatkistbankieren; overtollige middelen in de vorm van een rekeningcourant bij het rijk ondergebracht. De volgende tabel geeft inzicht in de mate waarin de ODZOB de drempelbedragen (maximumbedrag dat niet afgestort hoeft te worden bij het rijk in het kader van schatkistbankieren) gebruikt heeft. Aangezien het banksaldo op een vast tijdstip automatisch afgeroomd wordt en er na dit tijdstip nog betalingen binnen kunnen komen, is het mogelijk dat het drempelbedrag in incidentele gevallen overschreden wordt.
Dit is in zeer beperkte mate het geval geweest. De post overige vorderingen betreft vorderingen bij privaatrechtelijke instellingen (jonger dan 30 dagen).
Jaarstukken 2021 32
Benutting drempelbedrag schatkistbankieren
* bedragen x 1.000 € Verslagjaar: 2021
(1)
Drempelbedrag
250
1.000
Kwart aal 1
Kwart aal 2
Kwart aal 3
Kwart aal 4
(2)
Kwart aalcijfer op dagbasis buit en 's Rijks schat kist aangehouden middelen
267
426
256
251
(3a) = (1) > (2)
Ruimte onder het drempelbedrag
0
0
744
749
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
17
176
0
0
250
250
1.000
1.000
Kwart aal 1
Kwart aal 2
Kwart aal 3
Kwart aal 4
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
(4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
22.605
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
22.605
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag minimum van €250.000 (2) Berekening kwart aalcijfer op dagbasis buit en 's Rijks schat kist aangehouden middelen
0
(5a)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
24.049
38.774
23.585
23.108
(5b)
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
(2) - (5a) / (5b)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
267
426
256
251
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uitsluitend uit een tegoed bij de Bank Nederlandse Gemeenten: * bedragen x 1 € Ultimo 2021
Ultimo 2020
Bank BNG
249.767
254.728
Totaal liquide middelen
249.767
254.728
Omschrijving
Overlopende activa De overlopende activa zijn als volgt onderverdeeld: * bedragen x 1 € Ultimo 2021
Ultimo 2020
Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
1.874.341
1.399.528
372.743
352.027
Totaal overlopende activa
2.247.084
1.751.555
Omschrijving
De post overige nog te ontvangen bedragen betreft voornamelijk nog te factureren bedragen aan openbare lichamen voor reeds verrichte werkzaamheden. Vrijwel het gehele bedrag betreft te factureren bedragen aan onze deelnemers. De post vooruitbetaalde bedragen betreft uitgaven die in 2021 gedaan zijn voor het kalenderjaar 2022.
Jaarstukken 2021 33
PASSIVA Vaste financieringsmiddelen Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het resultaat over boekjaar 2021 bedraagt € 1.045.965 (inclusief onttrekkingen uit de algemene reserve). Het resultaat over het boekjaar 2020 is toegevoegd aan de algemene reserve. Hierdoor kon in 2021 de algemene reserve deels aangewend worden voor een gedeeltelijke financiering van de implementatie van het nieuw VTH-systeem en voorbereiding op de Omgevingswet. Dit betekent dat het eigen vermogen op 31 december 2021, bestaande uit de algemene reserve, de egalisatiereserve verlofkosten en het resultaat 2021, uitkomt op € 3.262.823. * bedragen x 1 € Ultimo 2021
Ultimo 2020
Algemene reserve
1.905.317
1.760.414
Bestemmingsreserve
314.541
314.541
Resultaat boekjaar voor bestemming
1.045.965
354.143
Totaal eigen vermogen
3.265.823
2.429.098
Omschrijving
Algemene reserve De algemene reserve bedraagt eind 2021 € 1.905.317. Bestemmingsreserves De ODZOB heeft één bestemmingsreserve; de egalisatiereserve verlofkosten. Deze reserve is gevormd omdat het tegoed aan verlofdagen in feite een claim is op de toekomstige capaciteit. Immers wanneer dat verlof opgenomen wordt zal dat resulteren in lagere baten aangezien de capaciteit ontbreekt om opdrachten uit te voeren, dan wel zal dit resulteren in meer inhuur om de opdrachten alsnog uit te kunnen voeren. Door (een deel van) deze verplichting jegens het personeel op de balans op te nemen, kunnen de gevolgen van toekomstige verlofopnamen gedempt worden. Voor de (gedeeltelijke) afdekking van dat deel van deze jaarlijkse arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume beschikt de ODZOB over bovengenoemde bestemmingsreserve ad € 314.541. Voor het deel van deze arbeidskostengerelateerde verplichting waarbij geen sprake is van een jaarlijks vergelijkbaar volume dient volgens het Bbv een verplichting op de balans opgevoerd te worden. Daarom had de ODZOB in 2020 onder overlopende passiva een post van € 167.000 opgenomen voor het afdekken van het fluctuerende deel van deze verplichting. Deze post is in 2021 afgeboekt ten gunste van het resultaat omdat bleek dat er eerder sprake is van een hoger structureel verlofvolume, dan een fluctuerend volume.
Hierdoor bestaat er op basis van het Bbv geen grondslag meer voor een dergelijke verplichting. Gezien dit hogere structureel volume zal bij de vaststelling van de jaarstukken 2021 worden voorgesteld dit bedrag vanuit de resultaatsbestemming toe te voegen aan de bestemmingsreserve.
Jaarstukken 2021 34
Het verloop van de reserves is in onderstaande tabel weergegeven: Staat van reserves
* bedragen x 1 € Resultaats Saldo bestemming 1 januari 2021 2020
Naam reserve
Toevoegingen Onttrekkinge 2021 n 2021
Saldo 31 december 2021
Algemene reserves: Algemene reserve
1.760.414
354.143
0
209.240
1.905.317
Totaal algemene reserves Bestemmingsreserves:
1.760.414
354.143
0
209.240
1.905.317
Egalisatie reserve verlofkosten
314.541
0
0
0
314.541
Totaal bestemmingsreserves Totaal van de reserves
314.541 2.074.955
0 354.143
0 0
0 209.240
314.541 2.219.858
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn kortlopende schulden en overlopende passiva opgenomen. Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto vlottende schulden bestaan uitsluitend uit de post overige schulden en zijn als volgt opgebouwd:
Te betalen aan openbare lichamen € 48.393. Dit betreft de afdracht omzetbelasting 4e kwartaal 2021.
Crediteuren € 639.537. Dit betreft ontvangen, maar nog niet betaalde facturen van leveranciers. * bedragen x 1 € Ultimo 2021
Ultimo 2020
Overige schulden
687.930
834.133
Totaal netto-vlottende schulden
687.930
834.133
Omschrijving
Overlopende passiva De overlopende passiva zijn als volgt opgebouwd:
Ult imo 2021
Omschrijving
* bedragen x 1 € Ult imo 2020
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
1.776.324
761.480
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende passiva
6.156.091 7.932.415
2.927.172 3.688.652
Jaarstukken 2021 35
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. In deze post is voor een bedrag van € 1.776.324 aan kosten verantwoord die op 2021 betrekking hebben, maar waarvoor de factuur pas in 2022 wordt ontvangen. Dit betreft onder andere de nog te betalen loonbelasting over 2021 (bedrag: € 1.037.046). Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Deze post bestaat geheel uit schulden aan overheidslichamen en bedraagt per balansdatum € 6.156.091 en is als volgt opgebouwd:
Gefactureerde voorschotten minus gerealiseerde kosten werkprogramma’s € 4.477.605
Vooruit ontvangen bedragen
€ 38.334
Vooruit ontvangen ISV-gelden
€ 1.640.152
Voor de ISV-middelen gelden geen specifieke termijnen over de daadwerkelijke besteding ervan. Verloop vooruitontvangen ISV-gelden Omschrijving
Ultimo 2020
Gemeenschappelijk budget regio Budget individuele gemeenten
1.590.709 116.779
TOTAAL ISV gelden
1.707.488
* bedragen x 1 € Ontvangsten Bestedingen
0
Ultimo 2021
67.336 0
1.523.372 116.779
67.336
1.640.151
Niet uit de balans blijkende verplichtingen De niet uit de balans blijkende verplichtingen hebben betrekking op langlopende overeenkomsten waar één of meerdere verplichtingen uit voortvloeien. Dit betreft ook de verplichtingen die slechts voor één jaar of korter zijn aangegaan en ultimo van dat jaar nog voortduren. In onderstaand overzicht zijn uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen, waarbij de verplichting een totale waarde van € 25.000 overstijgt.
In aanvulling op bovenstaand overzicht nog een opmerking over de arbeidskostengerelateerde verplichtingen. De waarde van het niet opgenomen verlof bedraagt per ultimo 2021 € 708.000. Hiertegenover staat een bestemmingsreserve van ruim € 314.000. Bij de vaststelling van de jaarstukken 2021 wordt aan het algemeen bestuur voorgesteld de bestemmingsreserve met € 167.000 te verhogen, waardoor deze uitkomt op € 481.000. Indien hier opvolging aan gegeven wordt, is in totaal 68% van deze verplichtingen afgedekt (dit is nu nog niet het geval omdat deze storting nog niet is geautoriseerd). Het restant van € 227.000 wordt daarom gepresenteerd bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen.
Jaarstukken 2021 36
3.4
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
3.4.1
Overzicht van baten en lasten
Onderstaande ontwikkelingen hebben tot het resultaat van € 1.045.965 geleid: Begroot resultaat
€0
Mutaties baten: Meer baten uit leveringen aan deelnemers
€ 1.080.981
Meer baten uit leveringen aan niet-deelnemers
€ 184.577
Minder baten (uren) uit collectief programma
-/- € 127.100
Meer doorbelaste externe programmakosten
€ 674.547
Meer doorbelastingen dan begroot
€ 12.331
Toename baten
€ 1.825.336
Mutaties lasten: Meer doorbelaste externe programmakosten
€ 674.547
Lagere personeelslasten
-/- € 374.965
Hogere kosten onderzoek en advies
€ 103.628
Lagere kapitaallasten
-/- € 78.973
Lagere organisatiekosten
-/- € 103.913
Lagere vennootschapsbelasting
-/- € 13.338
Post onvoorzien niet gebruikt
-/- € 25.000
Toename lasten
€ 181.986
Resultaat exclusief mutaties reserves
€ 1.643.350
Lagere onttrekking aan algemene reserve
-/- € 597.385
Resultaat inclusief mutaties reserves
€ 1.045.965
Een gedetailleerd overzicht van de geraamde en gerealiseerde baten per deelnemer staat in bijlage 4.1. Onderstaand volgt een toelichting op de belangrijkste mutaties in de lasten, te weten de personele kosten, de kosten voor uitbestedingen en de organisatiekosten. Duidelijk zichtbaar zijn de gevolgen van het thuiswerken in plaats van het werken op kantoor. Ondanks een gemiddeld hogere bezetting van bijna 8 fte zijn de personele kosten € 374.965 lager dan geraamd. Dit wordt als volgt verklaard:
Meer vast personeel (bijna 12 fte) tegen lagere gemiddelde loonkosten
+ € 255.613
Minder externe inhuur (ruim 4 fte) tegen hogere gemiddelde tarieven
-/- € 240.494
Reis- en verblijfskosten
-/- € 250.727
Opleidingskosten
-/- € 146.703
Overige organisatiekosten
+ € 7.345
De hogere kosten voor uitbestedingen (€ 103.628) betreffen gemaakte kosten voor onderzoek en advies.
Consultancy wegens implementatie nieuw Hrm-systeem
+ € 64.556
Hogere externe advieskosten (o.a. advocaat en accountant)
+ € 39.072
Jaarstukken 2021 37
De lagere organisatiekosten van € 103.913 worden veroorzaakt door:
Lagere kosten automatisering en licenties
Hogere servicekosten kantoorpand
+ € 16.915
Lagere print- en kopieerkosten
-/- € 24.545
Hogere telefoniekosten
+ € 18.989
Diverse overige kostenontwikkelingen
-/- € 1.512
-/- € 113.760
Tariefsontwikkeling Het gerealiseerde tarief (€ 100,60) komt nagenoeg overeen met het tarief uit de begroting. Het werkelijk aantal declarabele uren is hoger dan werd geraamd. Dit geldt ook voor het aantal fte’s. Kenget allen Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Uurtarief
€ 100,30
€ 100,09
€ 100,60
Declarabele uren1)
221.296
226.332
232.954
FTE's direct
165,15
168,90
171,76
Gemiddeld aantal declarabele uren per directe FTE 2)
1.340
1.340
1.356
Ziekteverzuim
4,5%
4,5%
5,3%
Direct
165,1
168,9
171,8
Overhead
40,3
41,1
45,9
205,4
210,0
217,6
FTE's
Totaal 1)
Declarabele uren zijn incl. uren vanuit begrotingsw ijzigingen 1 t/m 3 w aarvoor geen directe opbrengst tegenover staat.
De gerealiseerde gemiddelde declarabiliteit is uitgekomen op 1.356 uur per fte. Dit is iets hoger dan de norm van 1.340 (voor 2021) en in lijn met de norm die vanaf 2022 geldt. De uren die besteed zijn aan het programma Omgevingswet en bekostigd zijn uit de algemene reserve hebben een pseudo-declarabel karakter en maken onderdeel uit van het gerealiseerd gemiddelde van 1.356 uur per fte. Programma Dienstverlening Programma Dienst verlening
* bedragen x 1€ Begrot ing 2021 na wijziging
Realisat ie 2021
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
1.796.964
Bat en Basistaken
7.126.462
8.923.426
Verzoektaken
14.174.341
14.226.132
51.791
Totaal baten
21.300.803
23.149.559
1.848.755
Basistaken
5.008.907
5.776.720
767.814
Verzoektaken
10.441.010
9.750.038
-690.972
Totaal lasten
15.449.917
15.526.758
76.841
Tot aal saldo van bat en en last en
5.850.886
7.622.800
1.771.914
Last en
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
Ontrekkingen aan reserves
478.430
128.743
-349.687
Gerealiseerde result aat
6.329.316
7.751.543
1.422.227
Jaarstukken 2021 38
De baten zijn € 1,85 mln. hoger zijn dan begroot. De afwijking wordt vrijwel in het geheel veroorzaakt door een hoger volume aan basistaak-activiteiten voor onze gemeentelijke deelnemers, zoals agrarische vergunningverlening, meldingen activiteitenbesluit en agrarisch toezicht. De conjunctuurgevoeligheid van onderdelen uit het basistakenpakket maakt dat dergelijke afwijkingen nauwelijks te voorkomen zijn. De verzoektaken bestaan uit de werkprogramma’s van onze deelnemers, aangevuld met extra opdrachten van zowel deelnemers als niet-deelnemende organisaties. De realisatie hiervan lag in lijn met de begroting. In de begroting zijn geen externe programmakosten opgenomen aangezien deze budgetneutraal zijn. In de realisatie komen deze vanzelfsprekend wel tot uitdrukking. De realisatie kwam uit op € 583.197. De gepresenteerde lasten bestaan uit de doorbelasting van kosten, exclusief de overhead, naar dit programma. De werkelijke lasten lagen iets boven het begrotingsniveau. Het werkelijke saldo van baten en lasten op dit programma overstijgt het geraamde saldo. Dit komt, zoals toegelicht, door de hogere gerealiseerde baten. De geraamde onttrekking aan de algemene reserve, wegens de voorbereiding op de Omgevingswet, was hoger dan de werkelijke onttrekking. Het uitstel van inwerkingtreding leidde tot een gedeeltelijke verschuiving van werkzaamheden naar 2022.
Vandaar dat er € 349.687 minder onttrokken is. Programma Collectieve Taken Programma Collect ieve t aken
* bedragen x 1€ Begrot ing 2021 na wijziging
Realisat ie 2021
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
Baten
1.253.921
1.218.171
-35.750
Totaal baten
1.253.921
1.218.171
-35.750
Lasten
1.038.212
1.031.889
-6.323
Totaal lasten
1.038.212
1.031.889
-6.323
215.709
186.281
-29.428
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
Ontrekkingen aan reserves
0
0
0
215.709
186.281
-29.428
Bat en
Last en
Tot aal saldo van bat en en last en
Gerealiseerde result aat
De gerealiseerde baten blijven iets achter bij de geraamde baten. Oorzaak hiervan is het (iets lagere) aantal uren dat in 2021 is gerealiseerd. Het verschil tussen begroting en realisatie wordt als vooruit ontvangen bedrag op de balans gepresenteerd. In 2022 worden deze uren alsnog ingezet voor dit programma. De gerealiseerde lasten komen nagenoeg overeen met de raming. Bij de 3 e begrotingswijziging 2021 zijn de lasten met € 50.000 verhoogd voor de uitwerking van de maatregelen uit het rekenkameronderzoek. De dekking hiervan kwam uit de post onvoorzien. De werkelijke lasten hebben enerzijds betrekking op uren die ODZOB-medewerkers hebben besteed aan dit programma en anderzijds op externe kosten, zoals bijvoorbeeld de bijdragen aan SSiB of het regionale meetnet.
Jaarstukken 2021 39
Algemene dekkingsmiddelen
De algemene dekkingsmiddelen betreffen de doorbelasting van garantiesalarissen aan latende partijen. Kosten van de overhead
De werkelijke overheadkosten (exclusief de mutaties in de reserves) zijn € 149.805 hoger dan de raming. Dit verschil loopt verder op als de mutaties in de reserves in ogenschouw worden genomen. De opgelopen vertraging bij de inrichting van het nieuwe VTH-systeem leidde tot een lagere dan geraamde onttrekking.
Personeelskosten
+ € 233.361
Hogere salariskosten en meer externe inhuur, per saldo meer fte (4,7)
Lagere opleidingskosten en reis- en verblijfskosten
Onderzoek en advies (uitbesteding)
+ € 103.628
Consultancy wegens implementatie nieuw Hrm-systeem.
Hogere externe advieskosten (o.a. advocaat en accountant)
Kapitaallasten
-/- € 78.973
Achterblijvende investeringen waardoor lagere rente en afschrijvingen
Overige organisatiekosten
Lagere ICT-kosten (onderhoud, changes, licenties)
Vertraging implementatie nieuw VTH-systeem
-/- € 108.211
Jaarstukken 2021 40
Heffing vennootschapsbelasting Net als andere publieke organisaties valt de ODZOB onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Een klein deel van de onze activiteiten valt onder de Vpb-heffing. Het gepresenteerde bedrag is het saldo van de aangifte over 2021 en de definitieve aanslag over 2019. Bedrag van de heffing voor de vennoot schapsbelast ing (VPB)
Omschrijving
* bedragen x 1€
Begrot ing 2021 na wijziging
Realisat ie 2021
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
Baten
0
0
0
Lasten
15.000
1.662
-13.338
Saldo heffing voor de VPB
-15.000
-1.662
13.338
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves De totale onttrekking uit de algemene reserve bedraagt € 209.240. De werkelijke onttrekking wegens de voorbereiding op de Omgevingswet kwam uit op € 128.743 (zie hiervoor ook de toelichting bij programma Dienstverlening). Voor de inrichting van het nieuwe VTH-systeem werd € 80.497 onttrokken uit de algemene reserve (zie hiervoor ook de toelichting bij de kosten voor de overhead).
Overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien Bedrag voor onvoorzien
* bedragen x 1€ Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
Begrot ing 2021 na wijziging
Realisat ie 2021
Baten
0
0
0
Lasten
25.000
0
-25.000
Saldo onvoorzien
-25.000
0
25.000
Omschrijving
Deze post werd bij de 3e begrotingswijziging ingezet voor een bedrag van € 50.000. Het restantbedrag van € 25.000 werd niet aangewend in 2021.
Jaarstukken 2021 41
Incidentele baten en lasten op programma’s Overzicht van incident ele bat en en Last en
* bedragen x 1€ Begrot ing 2021 na wijziging
Realisat ie 2021
Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing
-
0
0
0
Tot aal incident ele Bat en
0
0
0
Incident ele last en Programma Dienstverlening
478.430
-3.069
-481.499
478.430 0
128.743 -131.812
-349.687 -131.812
328.195
45.309
-282.886
328.195 0
80.497 -35.188
-247.698 -35.188
806.625
42.240
-764.385
Omschrijving
Incident ele bat en
- Implementatie Omgevingswet - Vrijval verplichting verlofdagen
Overhead - Implementatie VTH-applicatie - Vrijval verplichting verlofdagen
Tot aal incident ele last en
In 2021 waren er geen incidentele baten, maar er was wel sprake van een voordelig effect (negatieve last) als gevolg van een incidentele vrijval van de verplichting voor nog op te nemen verlofdagen. Daarnaast waren er enkele incidentele lasten, dit betreft de uitgevoerde werkzaamheden t.b.v. invoering van de Omgevingswet (programma Dienstverlening) en de implementatie van de nieuwe VTH-applicatie (overhead). Deze lasten worden gedekt vanuit de algemene reserve. De getoonde afwijkingen in vergelijking met de begroting worden in beide gevallen veroorzaakt door een vertraging in de werkzaamheden, onder andere vanwege het uitstel van de invoering Omgevingswet.
Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Er is geen sprake van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Derhalve is er ook geen overzicht toegevoegd. Wel zijn er incidentele onttrekkingen geweest uit de algemene reserve ter afdekking van kosten voor het programma Omgevingswet en de implementatie van een nieuw VTH-systeem.
Analyse begrotingsrechtmatigheid Het algemeen bestuur heeft in het controleprotocol 2021 vastgelegd dat de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld dient te worden op het totaal van de begroting en niet per programma. Daarnaast is in het controleprotocol vastgelegd dat, in geval van eventuele begrotingsoverschrijdingen, beoordeeld moet worden in hoeverre deze passen binnen het beleid dat door het algemeen bestuur is geformuleerd c.q. in hoeverre er gecompenseerd is door hogere inkomsten die hier een directe relatie mee hebben. De totale lasten (zonder mutaties in de reserves) komen uit op € 23.593.335. De geraamde lasten van de begroting na wijziging lagen op € 23.411.349. De realisatie lag daarmee € 181.986 hoger dan de raming. Deze begrotingsoverschrijding is terug te voeren op de ontwikkelingen in de programmaonderdelen dienstverlening en overhead. Uit de toelichting op de volgende pagina blijkt dat de hogere lasten een rechtstreeks verband houden met hogere gegenereerde baten. Daarmee kan geconcludeerd worden dat voor wat betreft het begrotingscriterium is voldaan aan de rechtmatigheidseisen.
Jaarstukken 2021 42
Analyse begrotingsoverschrijdingen Lastenoverschrijding programma dienstverlening: + € 76.841 De baten in dit programma liggen fors hoger dan geraamd als gevolg van een hoger niveau van opdrachtverlening. De lasten zijn, in vergelijking met de ontwikkeling van de baten, slechts in beperkte mate gestegen ten opzichte van de raming uit de begroting. De beperkte lastenstijging vloeit voort uit de inzet van extra personeel om deze aanvullende werkzaamheden te kunnen realiseren. Lastenoverschrijding overhead: €149.805 De overhead kent geen baten, er is enkel sprake van lasten. De gerealiseerde overhead is uitgekomen op een bedrag van € 7.033.025. De geraamde lasten waren iets lager, namelijk € 6.883.220. Het verschil van € 149.806 wordt verklaard door onderstaande ontwikkelingen. Personeelskosten
+ € 233.361
Hogere salariskosten en meer externe inhuur, per saldo meer fte (4,7)
Lagere opleidingskosten en reis- en verblijfskosten
Onderzoek en advies (uitbesteding)
+ € 103.628
Consultancy wegens implementatie nieuw Hrm-systeem.
Hogere externe advieskosten (o.a. advocaat en accountant)
Kapitaallasten
-/- € 78.973
Achterblijvende investeringen waardoor lagere rente en afschrijvingen
Overige organisatiekosten
Lagere ICT-kosten (onderhoud, changes, licenties)
Vertraging implementatie nieuw VTH-systeem
3.4.2
-/- € 108.211
Exploitatielasten en directe programmakosten
De exploitatiekosten zijn toegelicht bij de programmaverantwoording. De toerekening van de totale exploitatiekosten naar de programma’s en de overhead is weergegeven in bijlage 4.2.
3.5
Informatie in het kader van de Wet normering topinkomens WNT
Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking getreden. De verantwoording is opgesteld op basis van de voor de ODZOB van toepassing zijnde regelgeving waarbij het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang van het dienstverband. De omvang van het dienstverband kan nooit groter zijn dan 1,0 fte. Het voor de ODZOB toepasselijke bezoldigingsmaximum bedraagt in 2021 € 209.000 en betreft het algemene bezoldigingsmaximum. Er wordt voor het verslagjaar 2021 onderscheid gemaakt in:
leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling, inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.
topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder.
Het hierna volgende overzicht betreft een overzicht van de leidinggevende topfunctionaris(sen): Jaarstukken 2021 43
De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionaris met een dienstbetrekking heeft geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2018).
Leidinggevende topfunctionaris(sen) bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang functievervulling in 2021
M. van Dort Directeur 1-1-2021
Einde functievervulling in 2021
31-12-2021
Omvang dienstverband
1,0
Dienstbetrekking? Bezoldiging
Ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
110.418,69 20.374,44
Subtotaal
130.793,13
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaxium
209.000,00
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging
0,00 130.793,13
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
n.v.t. n.v.t.
Gegevens 2020 Functiegegevens
n.vt.
Aanvang functievervulling in 2020 Einde functievervulling in 2020
n.v.t. n.v.t.
Omvang dienstverband (in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging
n.v.t. n.v.t.
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
n.v.t.
Beloningen betaalbaar op termijn
n.v.t.
Subtotaal
n.v.t.
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaxium
n.v.t.
Bezoldiging
n.v.t.
Jaarstukken 2021 44
In de volgende tabel zijn de leden van het AB en DB van de ODZOB opgenomen. Voor allen geldt dat zij deze bestuursfunctie onbezoldigd verrichten. Ook ontvangen zij geen onkostenvergoeding van de ODZOB. Zij vallen hiermee onder de categorie topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700, - of minder (leden AB/DB) Naam
Deelnemer Gemeente Asten Gemeente Bergeijk Gemeente Best Gemeente Bladel Gemeente Cranendonck Gemeente Cranendonck Gemeente Deurne Gemeente Eersel Gemeente Eindhoven Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Gemert-Bakel Gemeente Gemert-Bakel Gemeente Heeze-Leende Gemeente Helmond Gemeente Laarbeek Gemeente Nuenen c.a. Gemeente Oirschot Gemeente Reusel-De Mierden Gemeente Someren Gemeente Son en Breugel Gemeente Valkenswaard Gemeente Veldhoven Gemeente Waalre Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant
de heer J.P.E. Bankers de heer S. Luijten de heer M. van Schuppen de heer A.P. d'Haens de heer F. van der Wiel de heer M. Lemmen de heer H. Verhees de heer E. Beex de heer R. Thijs de heer R. van Otterdijk mevrouw A.A.H.C.M. van Extel – van Katwijk mevrouw W.S.A. van Zeeland de heer P. van der Stek mevrouw G. van den Waardenburg de heer A.J.L. Meulensteen mevrouw C.E.P. van Brakel de heer A. van Beek de heer P. van de Noort de heer A.A.H. Swinkels de heer J.P. Frenken de heer T.P.T.H. Geldens de heer J. Rooijakkers de heer M. Pieters de heer P.C.T.G. Smit de heer W. van Pinxteren mevrouw H.I. Roijackers
AB AB DB DB AB AB AB AB DB AB AB AB AB AB DB AB AB AB AB AB DB AB AB DB DB DB
*AB = Lid Algemeen Bestuur *DB = Lid Dagelijks Bestuur
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
3.6
Gebeurtenissen na balansdatum
Op 24 februari 2022 vielen de Russische troepen Oekraïne binnen met militaire operaties op meerdere locaties. De gevolgen van de oorlog in Oekraïne en daaruit voortkomende sancties worden voor het kalenderjaar 2021 aangemerkt als gebeurtenissen na balansdatum die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum. De verwachting is dat de impact van deze ontwikkelingen op de ODZOB in 2022 en verder beperkt van aard zijn. De gevolgen van hogere energie- en brandstofprijzen komen mogelijk tot uiting in de gebruikerskosten van het kantoor en in hogere reis- en verblijfskosten.
Jaarstukken 2021 45
4 4.1
Bijlagen Detailoverzichten baten per opdrachtgever
Baten Begrot ing na wijziging 2021 Deelnemer
Programma Dienst verlening Landelijke basist aken
Verzoek t aken
Programma Collect ieve t aken1)/2)
Tot aal
Realisat ie 20204)
Realisat ie 2021
In rekening t e brengen ext erne kost en
Tot aal
Programma Dienst verlening Tot aal t aken
Landelijke basist aken
Verzoek t aken
Programma Collect ieve t aken1)/2)
Tot aal
In rekening t e brengen ext erne kost en
Tot aal
Tot aal t aken
Tot aal t aken
Gemeente Asten
346.835
124.937
471.771
36.736
508.507
0
508.507
404.141
378.930
783.071
35.689
818.760
32.483
851.243
703.295
Gemeente Bergeijk
175.501
77.848
253.349
34.665
288.015
0
288.015
264.058
108.206
372.264
33.677
405.941
35.066
441.007
305.321
Gemeente Best
232.023
270.951
502.974
30.483
533.457
0
533.457
280.418
392.755
673.173
29.614
702.787
19.958
722.745
696.966
Gemeente Bladel
232.510
23.626
256.136
44.950
301.086
0
301.086
314.282
120.973
435.255
43.669
478.924
11.807
490.731
Gemeente Cranendonk
164.027
137.591
301.618
45.426
347.044
0
347.044
250.089
372.410
622.498
44.131
666.629
14.657
681.286
587.182
Gemeente Deurne
464.508
435.577
900.085
59.223
959.308
0
959.308
626.873
709.809
1.336.681
57.535
1.394.216
19.047
1.413.263
1.420.298
Gemeente Eersel
211.122
18.112
229.234
56.512
285.746
0
285.746
286.499
72.622
359.121
54.900
414.022
14.089
428.110
330.985
Gemeente Eindhoven
623.168
708.622
1.331.790
127.910
1.459.700
0
1.459.700
547.769
932.038
1.479.808
124.264
1.604.071
51.890
1.655.962
1.480.628
Gemeente Geldrop-Mierlo
74.682
153.424
228.106
41.879
269.985
0
269.985
254.391
254.959
509.350
40.685
550.035
37.079
587.114
506.970
Gemeente Gemert-Bakel
446.637
222.021
668.658
69.009
737.667
0
737.667
800.782
775.568
1.576.350
67.041
1.643.392
21.136
1.664.528
1.343.088
Gemeente Heeze-Leende
242.322
14.651
256.973
28.559
285.532
0
285.532
313.104
103.541
416.645
27.745
444.390
10.733
Gemeente Helmond
370.952
420.792
791.745
78.234
869.979
0
869.979
545.711
294.427
840.138
76.004
916.142
26.972
943.114
919.398
Gemeente Laarbeek
302.498
671.171
973.669
47.286
1.020.955
0
1.020.955
444.034
773.214
1.217.249
45.938
1.263.187
30.708
1.293.895
1.099.450
Gemeente Nuenen
112.941
116.108
229.049
22.763
251.812
0
251.812
157.553
224.864
382.417
22.114
404.531
14.711
419.242
367.633
Gemeente Oirschot
180.184
37.458
217.642
43.755
261.397
0
261.397
263.453
127.578
391.031
42.508
433.539
22.321
455.859
327.547
Gemeente Reusel-de Mierden
166.043
12.162
178.205
26.956
205.161
0
205.161
368.339
108.603
476.942
26.188
503.130
11.686
514.816
498.487
Gemeente Someren
182.032
282.356
464.389
42.139
506.527
0
506.527
370.315
289.427
659.742
40.937
700.680
34.147
734.827
588.267
Gemeente Son en Breugel
145.471
123.636
269.107
34.573
303.680
0
303.680
199.696
147.214
346.910
33.587
380.497
9.165
389.663
371.006
Gemeente Valkenswaard
172.920
44.974
217.894
27.729
245.622
0
245.622
227.452
272.247
499.700
26.938
526.638
8.567
535.205
468.038
Gemeente Veldhoven
109.564
180.497
290.061
47.043
337.103
0
337.103
167.157
379.580
546.737
45.701
592.438
37.690
630.128
650.391
Gemeente Waalre
60.973
31.401
92.374
17.554
109.928
0
109.928
82.261
107.758
190.019
17.053
207.072
8.725
215.798
159.908
Subtotaal deelnemende gemeenten
5.016.913
4.107.914
9.124.827
963.386
10.088.213
PM
10.088.213
7.168.378
6.946.724
14.115.103
935.919
15.051.022
472.638
15.523.660
13.532.931
Provincie Noord-Brabant
2.109.549
5.719.778
7.829.327
290.535
8.119.862
0
8.119.862
1.739.075
5.627.606
7.366.682
282.252
7.648.933
83.982
7.732.916
8.328.235
Deelnemers buiten werkprogr.3)
0
3.446.649
3.446.649
3.446.649
0
3.446.649
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige klanten
0
900.000
900.000
900.000
0
900.000
0
1.084.577
1.084.577
0
1.084.577
26.577
1.111.154
903.801
Overgeheveld budget 2020 Tot aal 1)
0
0
0
7.126.462
14.174.341
21.300.803
1.253.921
455.123
379.379
328.694
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
22.554.724
PM
22.554.724
8.907.454
13.658.907
22.566.361
1.218.171
23.784.532
583.197
24.367.729
22.764.967
Totaal Programma Collectieve taken is inclusief externe kosten
2) Op het programma Collectieve taken resteert een budget van € 35.750,-. Deze middelen zullen worden overgeheveld naar 2022 en op het programma 2022 worden ingezet. Bovenstaande tabel toont de daadwerkelijke realisatie en niet de bedragen zoals in rekening gebrcht bij de deelneemrs. 3)
De realisatie deelnemers buiten werkprogramma is in bovenstaande tabel opgenomen in de kolom "Verzoektaken". In onderstaande tabel is ter info de realisatie t.o.v. de begroting weergegeven.
4)
In 2020 was er sprake van een tariefscorrectie (€ 454.757,-).
Deelnemers buiten werkprogramma
0
3.446.649
3.446.649
0
3.446.649
0
Jaarstukken 2021 46
3.446.649
0
3.323.116
3.323.116
0
3.323.116
421.117
3.744.233
3.988.666
4.2
Overzicht lasten verdeeld naar direct en overhead
Jaarstukken 2021 47
4.3
Overzicht van baten en lasten per taakveld
Bat en en last en per t aakveld
* bedragen x 1€ Realisat ie 2021 Bat en
Last en
Saldo
0.
Best uur en onderst euning
0.4
Overhead
0
7.033.025
0.5
Treasury
0
0
0
0.8
Overige baten en lasten
62.331
0
62.331
0.9
Vennootschapsbelasting (VpB)
0
1.662
-1.662
0.10
Mutaties reserves
0
-209.240
209.240
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
0
0
0
7.
Volksgezondheid en milieu
7.4
Milieubeheer
22.469.126
15.290.144
7.178.983
8.
Volkshuisvest ing, ruimt elijke ordening en st edelijke vernieuwing
8.3
Wonen en bouwen
1.898.603
1.268.504
630.099
Saldo van bat en en last en op t aakvelden
24.430.060
23.384.095
1.045.965
-7.033.025
Toelichting verdeling taakvelden naar programma’s. De toerekening van baten en lasten aan de taakvelden geschiedt op basis van de werknemers die op de betreffende taakvelden werkzaam zijn. De baten en lasten gerelateerd aan de medewerkers van team bouwen zijn toegerekend aan taakveld 8.3 wonen en bouwen. De baten en lasten die betrekking hebben op de overige medewerkers zijn toegerekend aan taakveld 7.4 milieubeheer. De toerekening van de taakvelden aan de programma’s is eenvoudig van opzet. Het programma Collectieve Taken bevat geen activiteiten behorend bij taakveld 8.3 wonen en bouwen en bestaat dus in zijn geheel uit baten en lasten uit taakveld 7.4 milieubeheer. Het taakveld 8.3 wonen en bouwen én het restant van het taakveld 7.4 milieubeheer zijn toegerekend aan programma Dienstverlening.
Jaarstukken 2021 47
4.4
Samenvatting geïnventariseerde risico’s ODZOB
Samenvat t ing geïnvent ariseerde risico's ODZOB Classificering Beheersmaatregel
Risico
1) kans
2) effect
3) score
4) verwachtingswaarde
a. St rat egische risico’s Monitoren van voortgang landelijke besluitvorming. Zorgen voor korte lijnen naar VNG en OD.NL Helder communiceren van de behoeften en voorwaarden voor succes, en de deelnemers d.m.v. goede communicatie overtuigen van de consequenties Niet aantoonbaar kunnen realiseren doelstellingen efficiëncy, 1.8 van dergelijke situaties. standaardisatie, uitvoeringsbeleid, uniformiteit Bewerkstelligen dat bestuurders elkaar aanspreken op cooperatief gedrag; alleen gezamenlijk schaalvoordelen te realiseren. b. Informat ie risico’s 1.5 Mogelijk uitstel omgevingswet
60%
€ 500.000
12
€ 300.000
15%
€ 500.000
6
€ 75.000
2.3 Uitval systemen
Betaalbare maatregelen treffen om uitval zo veel als mogelijk is te voorkomen. Dit vergt andere benadering werkplekinrichting dan nu geval is.
60%
€ 500.000
12
€ 300.000
2.5 Ransomware
Medewerkers voortdurend atenderen op gevaar Friendly hackers benaderen voor test
15%
€ 750.000
6
€ 112.500
Strakke sturing bij ODZOB en leverancier. Frequente bespreking in ambtelijke stuurgroep.
40%
€ 500.000
9
€ 200.000
60%
€ 500.000
12
€ 300.000
40%
€ 150.000
6
€ 60.000
40%
€ 400.000
6
€ 160.000
40%
€ 1.200.000
12
€ 480.000
60%
€ 600.000
12
€ 360.000
40%
€ 700.000
9
€ 280.000
40%
€ 100.000
6
€ 40.000
15%
€ 500.000
6
c. Imago/polit ieke risico’s d. Mat eriële risico’s e. Procedure risico’s f. Aansprakelijkheidsrisico’s 6.6 Niet tijdige en niet volledige Implementatie VTH-systeem g. Financiële risico’s Strategische ICT planning maken voor komende 5 jaar, elk jaar actualiseren en actieplan voor komend jaar opstellen. Aansluiten bij regionale aanbestedingen leidt tot minder 'eigen' keuze- en beheer-mogelijkheden. Meer belangen, waardoor meer afstemming. Niet actuele beheer en investeringsplannen voor apparatuur Beheerfunctie verstevigen. Regie bij Financien, verantwoordelijkheid bij IT en 7.2 / faciliteiten en PBM's facilitair. Veranderingen goed communiceren naar de deelnemers en verwerken in de 7.4 Toename regeldruk vanuit de rijksoverheid begroting. Opnemen in strategische ICT planning voor komende 5 jaar, elk jaar actualiseren en actieplan voor komend jaar opstellen. h. Let sel en veiligheidsrisico’s/Arbo en arbeidsrisico’s 7.1 Kosten ontwikkeling ICT voorzieningen