CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

09 ODZOB - Voorlopige jaarstukken 2021

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen post ter kennisname raad18.860 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

JAARSTUKKEN 2021 Versie 7 april 2022

Jaarstukken 2021 Versie 7 april 2022

In opdracht van

Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Auteur

Kees van Daal

Projectnummer

Z.22402990/D.913528

Datum

7 april 2022

Status

Definitief

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................................................. 4

2

JAARVERSLAG ........................................................................................................................................... 5 2.1 BELEIDSVERANTWOORDING ............................................................................................................................. 5 2.1.1 Omgevingswet, bodem en gezondheid............................................................................................ 5 2.1.2 Regionaal en uniform uitvoeringsbeleid .......................................................................................... 7 2.1.3 Klimaat, energie en duurzaamheid .................................................................................................. 8 2.1.4 Toekomstbestendige veehouderij .................................................................................................... 8 2.1.5 Asbest................................................................................................................................................ 9 2.1.6 Ondermijnende criminaliteit ............................................................................................................ 9 2.1.7 Zeer Zorgwekkende Stoffen ...........................................................................................................

10 2.1.8 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ............................................................................ 10 2.2 PROGRAMMAVERANTWOORDING ................................................................................................................... 11 2.2.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 11 2.2.2 Programma Dienstverlening .......................................................................................................... 11 2.2.3 Programma Collectieve taken ........................................................................................................ 14 2.2.4 Algemene dekkingsmiddelen ......................................................................................................... 17 2.2.5 Kosten van de overhead ................................................................................................................. 18 2.2.6 Heffing vennootschapsbelasting .................................................................................................... 19 2.2.7 Onvoorzien ......................................................................................................................................

19 2.3 PARAGRAFEN.............................................................................................................................................. 20 2.3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................................... 20 2.3.2 Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................................................ 22 2.3.3 Financiering .................................................................................................................................... 22 2.3.4 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................ 25 2.3.5 Verbonden partijen......................................................................................................................... 27

3

JAARREKENING ....................................................................................................................................... 28 3.1 BALANS PER 31 DECEMBER 2021 ................................................................................................................... 28 3.2 HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING ................................................................................ 28 3.3 TOELICHTING OP DE BALANS .......................................................................................................................... 29 3.3.1 Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ................................................... 29 3.3.2 Toelichting op de balans per 31 december 2021 ........................................................................... 31 3.4 TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN...................................................................................... 37 3.4.1 Overzicht van baten en lasten ........................................................................................................ 37 3.4.2 Exploitatielasten en directe programmakosten ............................................................................ 43 3.5 INFORMATIE IN HET KADER VAN DE WET NORMERING TOPINKOMENS WNT............................................................

43 3.6 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM .............................................................................................................. 45

4

BIJLAGEN ................................................................................................................................................ 46 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

DETAILOVERZICHTEN BATEN PER OPDRACHTGEVER ............................................................................................. 46 OVERZICHT LASTEN VERDEELD NAAR DIRECT EN OVERHEAD .................................................................................. 47 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD .............................................................................................. 47 SAMENVATTING GEÏNVENTARISEERDE RISICO’S ODZOB ...................................................................................... 48 CONTROLEVERKLARING................................................................................................................................. 49

1

Inleiding

De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is in 2013 opgericht. De dienst heeft de juridische vorm van een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waar 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant in participeren. De ODZOB voert werkzaamheden uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast worden er specialistische (advies)taken uitgevoerd. De ODZOB werkt zowel samen met de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling als met andere organisaties op het gebied van de fysieke leefomgeving. Gezamenlijk verbeteren we de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: veiliger, gezonder en minder overlast. In deze jaarstukken wordt teruggeblikt op 2021. De jaarstukken bestaan uit twee hoofdbestandsdelen; het jaarverslag (hoofdstuk 2) en de jaarrekening (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 zijn enkele bijlagen opgenomen. Voor het tweede jaar op rij stonden de ODZOB-medewerkers voor de uitdaging om werkzaamheden uit de voeren met inachtneming van de beperkende maatregelen als gevolg van de Covid-19 pandemie. Ondanks deze beperkingen zijn we er in geslaagd om het leeuwendeel van opdrachten conform de gemaakte afspraken uit te voeren. Waar nodig werden aanvullende afspraken gemaakt met onze deelnemers. Het resultaat over 2021 komt uit op € 1.045.965.

Dit is inclusief een lagere dan geraamde onttrekking uit de algemene reserve vanwege de voorbereiding op de implementatie van het nieuwe VTH-systeem en het programma Omgevingswet. Zonder deze onttrekking komt het resultaat uit op € 836.725. Dit positieve resultaat is mede het gevolg van enkele eenmalige ontwikkelingen, zoals de vrijval van de verplichting voor het variabele deel van de nog op te nemen verlofrechten van het personeel ad € 167.000. De Covid-19 pandemie leidde er, samen met het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, toe dat er beduidend minder tijd aan opleidingen werd gespendeerd dan was begroot. Een vergelijkbaar beeld zien we bij de verlofopname; deze bleef achter bij de opgebouwde verlofrechten. Deze incidentele ontwikkelingen hebben er aan bijgedragen dat de declarabiliteit hoger was dan was begroot. Het effect hiervan komt uit op € 276.465. Zonder genoemde incidentele effecten bedraagt het resultaat € 393.260.

Jaarstukken 2021 4

2

Jaarverslag

2.1

Beleidsverantwoording

In de begroting 2021 zijn tien aandachtsgebieden genoemd. Per onderwerp wordt gepresenteerd wat er in 2021 gerealiseerd is. 2.1.1

Omgevingswet, bodem en gezondheid

Omgevingswet In maart 2021 stemde het AB in met het Programma Omgevingswet 2021; een programma met 11 bouwstenen. Elke bouwsteen bestaat uit acties en projecten, die gericht zijn op de implementatie van processen, producten en maatregelen ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ondanks het uitstel van de invoeringsdatum is zoveel mogelijk vastgehouden aan de planning, behalve voor training en opleiding. Dat betekent dat de projecten –op enkele gemotiveerde vertragingen na die buiten onze invloedssfeer liggen– eind 2021 waren afgerond. Met betrekking tot de bouwstenen uit de bestuursopdracht is de stand van zaken op hoofdlijnen als volgt: 

De werk- en ketenprocessen zijn opgeleverd en in het voorjaar 2021 is gestart met oefenen en inregelen. Een deel van de sjablonen en standaarddocumenten zijn opgeleverd en het andere deel volgt in 2022.

De producten- en dienstencatalogus, aangepast aan de Omgevingswet, is klaar en ook opgenomen in een regionale versie (in samenwerking met de Veiligheidsregio en GGD). De ambities van de deelnemers zijn opnieuw in beeld gebracht. Met het oog op eventuele risico’s als gevolg van het niet of onvoldoende inschakelen van de ODZOB bij de ontwikkeling van de instrumenten van de Omgevingswet bij de deelnemers, vinden vervolggesprekken plaats.

Er is een advies opgesteld met kengetallen te gebruiken voor het bepalen van legestarieven.

De basistraining Omgevingswet is afgerond, in het najaar is gestart met inhoudelijke trainingen, die een vervolg krijgen in 2022. Door de coronamaatregelen zijn de in november en december geplande trainingen verplaatst naar 2022.

De activiteiten die nodig zijn in verband met wijzigingen van bodem en geluid hebben vertraging opgelopen. De samenwerking, op regionaal niveau, provinciaal niveau en landelijk via ODNL, heeft geresulteerd in een aanpak die ervoor zorgt dat niet iedereen het wiel uit hoeft te vinden.

Het project vervolg op de Bruidsschat heeft ten eerste opgeleverd dat regels uit de bruidsschat die niet voldoen aan het Besluit Kwaliteit Leefomgeving zijn aangepast. Ten tweede zijn een aantal nieuwe regels uit de Bruidsschat aan de handreiking die vorig jaar is opgesteld toegevoegd. Daarnaast is er een handreiking voor het toepassen van omgevingswaarden voor geluid, geur en externe veiligheid ontwikkeld.

Bodem Bodem is de discipline waar het meest voor gaat veranderen met de komst van de Omgevingswet. Niet alleen de Provincie, gemeenten Eindhoven en Helmond, maar alle gemeenten worden onder het regiem van de Omgevingswet bevoegd gezag bodem. Diverse bodemtaken die de ODZOB nu uitvoert in het gebied van de ODBN, worden dan uitgevoerd door de gemeenten in het betreffende werkgebied. Er zal nog jaren gebruik worden gemaakt van het overgangsrecht Wet bodembescherming voor diverse categorieën zoals de spoed- en monitoringslocaties en nog lopende saneringen. Jaarstukken 2021 5

Samen met de andere twee Brabantse omgevingsdiensten is in 2021 door de ODZOB hard gewerkt aan de voorbereiding op de Omgevingswet. Er is een transitiedocument gemaakt en er zijn regiobijeenkomsten bodem georganiseerd. Binnen de regio is nu de noodzakelijke bodemkennis aanwezig. Het is bijzonder belangrijk dat deze specifieke bodemkennis voor de regio behouden blijft en dat de toekomstige bodemwerkzaamheden op het juiste schaalniveau ingericht gaan worden. Voor onze regio gaat een werkgroep met deelnemers aan de slag om tot een verantwoord uitvoeringsniveau onder de Omgevingswet te komen. Door een Brabantbreed initiatief is Noord-Brabant één van de zeven landelijke pilots geworden voor het opzetten van een kennisknooppunt bodem (Regionaal Schakel Punt). We gaan samen werken aan een werkbare toekomstbestendige structuur voor samenwerking en kennisuitwisseling op al die gebieden waar bodem een belangrijke rol speelt. Denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als bodemenergie, ondergrond, kwaliteit grondwater, klimaatadaptatie, vitale bodems, PFAS, diffuus lood enz. Gezondheid Met de komst van de Omgevingswet gaat meer aandacht uit naar gezondheid. Voor de veehouderij is een toetsingskader ontwikkeld voor gebruik bij de vergunningverlening en bij ruimtelijke plannen.

Dit Endotoxine toetsingskader wordt geactualiseerd aan de nieuwe en wetenschappelijke inzichten (vervolgonderzoeken Veehouderij en gezondheid Omwonenden (VGO) en endotoxine blootstelling). Naast de veehouderij hebben diverse (milieu)thema’s een directe relatie met gezondheid. Een te slechte luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidoverlast, et cetera hebben invloed op de gezondheid van de burgers. Bij het verlenen van vergunningen worden normen opgenomen voor bijvoorbeeld geluid om de hinder voor omwonenden te beperken, waarmee indirect de gezondheid van omwonenden kan worden beschermd. Er zijn 3 belangrijke doelen waarin de ODZOB een verantwoordelijkheid heeft: 

Invulling van de Omgevingswet: Volksgezondheid moet een volwaardige plaats hebben in de besluitvorming, Omgevingsvisies en Omgevingsplannen. De komende jaren zal dat vormgegeven moeten worden in de samenwerking die de lokale overheden en de gemeenschappelijke regelingen met elkaar aangaan om de Omgevingswet goed te laten landen en tot een succes te maken;

Benoemen en monitoring van de Omgevingswaarden is van groot belang. Het verschaft een referentiekader waarmee de regio doelen kan stellen en actie kan ondernemen. Het innovatief meetnet luchtkwaliteit en geluid gaat gegevens leveren om vorm te geven aan de monitoringsverplichting van omgevingswaarden onder de Omgevingswet. Namens de gemeenten vult de ODZOB ieder jaar de NSLmonitoringstool, om in beeld te brengen wat de luchtkwaliteit in de regio is.

Kennis en kunde ontsluiten voor de regio door samenwerking met de GGD, regiopartners en onderzoeksinstituten. De Brabantscan (BrOS) is het kennisknooppunt voor gezondheidsinformatie over de provincie Noord-Brabant en is een samenwerking tussen GGD Brabant-Zuidoost, GGD Hart voor Brabant en GGD West-Brabant. De ODZOB levert de milieudata (geluid, luchtkwaliteit, et cetera) vanuit deze omgevingsatlas om de BrOS verder te vullen en te verbeteren. Ook zal worden bezien of er een koppeling kan worden gelegd met de klachtenregistratie die de ODZOB ontvangt met de BrOS. Na overleg met de GGD is een projectinitiatief ontstaan dat begin 2022 wordt uitgewerkt en zal worden voorgelegd aan de partners.

Jaarstukken 2021 6

2.1.2

Regionaal en uniform uitvoeringsbeleid

Milieutoezicht Vanaf 2020 is het toezicht ingericht op basis van het Regionaal Operationeel Kader (ROK). In oktober 2021 is de bestuurlijke evaluatie ROK milieutoezicht opgeleverd. Parallel aan de evaluatie is gewerkt aan de verdere professionalisering van de uitvoering. Met name op het vlak van de interne organisatie, de monitoring en de planning zijn stappen gezet. Waren we begin 2021 zover dat we de planning voor een kwartaal vooruit klaar hadden; in november is de planning voor 2022 aan de deelnemers gepresenteerd. De voortgang per deelnemer over het totale ROK (agrarisch, industrieel, handhaving) wordt binnen de ODZOB gemonitord, excessen worden tijdig aan de deelnemers teruggekoppeld. De klachtenanalyse is verder uitgebouwd, zodat die een steeds betere voeding voor het toezicht wordt. Het ROK milieutoezicht is (nog) onderverdeeld in industrieel en agrarisch toezicht. Dit heeft te maken met Intensivering Toezicht veehouderijen (ITv), dat in 2021 nog van belang was voor de planning. Industrieel De uitvoering van het industrieel toezicht liep in de eerst helft van 2021 voornamelijk via het programmatisch spoor; de branches. Naast enkele kleine, maar hoog geprioriteerde branches, zijn grote branches als de metaalelektro en logistiek onder de loep genomen.

Daarnaast was er aandacht voor het thema energie en voor het thema veiligheid bij de opslag en de handling van gevaarlijke stoffen. Het formuleren van concrete, meetbare doelstellingen is lastig gebleken omdat een goede uitgangssituatie ontbrak. Dit is ook een van de conclusies van de eerder genoemde evaluatie ROK, naast het ontbreken van (gewenste) maatschappelijke effecten en omgevingsfactoren. Uit het bovenstaande blijkt dat het nog lastig is om het effect van het toezicht op de leefomgeving inzichtelijk te maken. Geruststellend is wel dat, bij de gecontroleerde branches, over het algemeen het normbesef en naleefgedrag goed is. Agrarisch Het agrarisch toezicht was in 2021 nog vooral gericht op het afronden van het ITv-project. In de loop van 2021 is het agrarisch toezicht aangehaakt bij het ROK. Agrarisch en industrieel toezicht zijn nu hetzelfde gestructureerd. De resultaten van het ITv-traject beïnvloeden de keuzes en prioriteiten. In samenwerking met het Brabantse Omgevingsdatalab (BOD) is de data gegroepeerd en opgewaardeerd tot een eerste versie van een risicomodel. Dit risicomodel bevat zowel de risico’s vanuit het provinciale als gemeentelijke toezicht. Op basis van dit risicomodel zijn de bedrijvenlijsten samengesteld voor het toezicht van 2022.

Het model wordt steeds verder uitgebouwd en ingericht samen met agrarische vergunningverlening, agrarisch beleid en de klachten en meldingen vanuit de consignatiedienst. Vergunningverlening In navolging van het ROK milieutoezicht is het ROK vergunningverlening gericht op het risicogericht beoordelen van Wabo-aanvragen. In het ROK vergunningverlening is het toetsniveau vastgelegd voor aanvragen in relatie tot de risico’s per thema (onder andere externe veiligheid, geluid, geur) die binnen het bedrijf aanwezig zijn. Tevens worden de bestuurlijke gevoeligheid, maatschappelijke complexiteit en het lokale beleid meegenomen in de beoordeling. Bodem De transitie van taakgericht naar probleem/outcome gericht handhaven met instrumenten als informatie gestuurd, risicogericht toezicht en ketentoezicht is effectiever dan het traditionele toezicht en zal tot meer geconstateerde overtredingen leiden. Deze aanpak vergt van alle betrokken partijen een andere inzet en prioritering, met name op het gebied van eerder genoemde instrumenten. Jaarstukken 2021 7

In 2021 lag de nadruk op een meer integrale aanpak van het bodemtoezicht. Dit ging samen met het implementeren van het vastgestelde kader voor toezicht Besluit bodemkwaliteit (BBK). In 2022 zal dit proces geëvalueerd worden. 2.1.3

Klimaat, energie en duurzaamheid

De ODZOB heeft (met VUE-subsidie) 297 controles, 260 hercontroles (administratief en fysiek) en 184 gevelcontroles uitgevoerd op het thema energie. Verder zijn er 31 rapportages informatieplicht beoordeeld en 102 brieven verstuurd voor het indienen van een rapportage (administratief toezicht). Er zijn 137 bedrijven gecontroleerd op een selectie van erkende maatregelen energiebesparing (op het thema energie opgepluste controles) in de branches metaalindustrie (algemeen en aanbrengen lagen), transport- en distributie bedrijven, industriële bakkerijen, wasserijen en rubber/kunststof bedrijven (lijmen, reinigen, coaten). Bij 10 kantoren heeft, als uitloop van het kantorenproject uit 2020, een energiecontrole plaatsgevonden. Door de uitvoering van al deze controles is naar verwachting 9.045 ton CO2 gereduceerd. De energiecontroles worden uitgevoerd aan de hand van de digitale checklist die is ontwikkeld in samenwerking met het BOD. Momenteel werkt het BOD aan een dashboard waarmee de resultaten uit de energiecontroles gemonitord kunnen worden. Dit leidt tot meer resultaatgericht toezicht. In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 is het themaplan energiebesparing bij toezicht van de ODZOB opgenomen in de basis van de RES energiebesparingsaanpak.

De ODZOB heeft een gecombineerde module green deal kantoren energielabel C en toezicht verder uitgewerkt en een coalition of the willing onder gemeenten bijeen gebracht met als doel in 2022 van start te gaan. De ODZOB heeft gemeenten ondersteund met beleidsopstelling en projectuitvoering op het gebied van energie en duurzaamheid. 2.1.4

Toekomstbestendige veehouderij

De ontwikkelingen in de veehouderij staan vooral in het teken van de stikstofcrisis. Rijk en provincies zetten samen met de sector in op innovatie van stalsystemen. Hierbij is het streven om zonder gebruik van luchtwassers hoge emissiereducties te behalen door het toepassen van bronmaatregelen (integraal duurzame stallen met hoge reducties van ammoniak, geur, methaan en fijnstof). Deze brongerichte aanpak gaat onderdeel uitmaken van de kringlooplandbouw. Hiervoor heeft de provincie een nieuw beleidskader voor landbouw en voedsel opgesteld, waarover begin 2022 zal worden besloten. De stikstofcrisis en kringlooplandbouw vragen om structurele veranderingen. En om innovatie, dat is de basis van vernieuwing en verduurzaming van de sector. Het advies van de landelijke Taskforce Versnelling Innovatieproces Stalsystemen is in februari 2021 aangeboden aan de minister van LNV. Dit najaar heeft de minister een kwartiermaker benoemd om het advies uit te gaan voeren. Onderdeel daarvan is het inrichten van een nieuw systeem van vergunningverlening, toezicht en handhaving gebaseerd op doelvoorschriften (emissieplafond) door gebruik te maken van sensormetingen. Onlangs verscheen het coalitieakkoord 2021-2025 van onze nieuwe regering.

Een Nationaal Programma Landelijk Gebied pakt de uitdagingen in de landbouw en natuur aan met een transitiefonds waarin tot 2035 cumulatief €25 miljard beschikbaar komt. Speerpunt is de transitie naar kringlooplandbouw met inzet van reststromen in veevoer, vervanging van kunstmest door organische mest en een grondgebonden melkveehouderij. In het kader van het Schone Lucht Akkoord worden Pilots landbouw met Rijksmiddelen ondersteund en bieden gemeenten en provincies instrumenten om bestaande knelpunten (geur en fijnstof) aan te pakken, voor innovatie en het vormgeven van beleid onder de Omgevingswet en instrumenten die deze wet biedt. Jaarstukken 2021 8

Daarnaast is voor stikstof een geheel nieuw stelsel van wet- en regelgeving ontwikkeld, inclusief een toetsingskader voor vergunningverlening (met o.a. mogelijkheden voor interne en externe saldering). Dit is op 1 juli 2021 in werking getreden met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Deze wet bevat o.a. resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie in Natura 2000-gebieden en regelt op welke wijze deze bereikt moeten worden. In samenhang met de landelijke aanpak werkt de provincie Noord-Brabant de stikstofdoelen en maatregelen uit in het BOS (Brabantse ontwikkelaanpak Stikstof). De veranderingen en innovaties gaan doorwerken in de kerntaken van de ODZOB. Het is van belang dat dit goed landt én dat er vroegtijdig voldoende aandacht is voor de uitvoerbaarheid van nieuwe regelgeving. In het najaar van 2019 heeft Taskforce Transitie Veehouderij voor de gehele provincie Noord-Brabant de VTH-werkzaamheden in kaart gebracht en maatregelen bedacht om de benodigde capaciteit voor de agrarische VTH-taken te verminderen (periode 2020-2024). De implementatie van deze maatregelen is in 2021 gestart. De voortgang op de uitvoering zal worden gemonitord. De Taskforce is beëindigd, maar de samenwerking tussen de omgevingsdiensten heeft duidelijk meerwaarde en de diensten onderzoeken nu hoe deze aanpak voor agrarische VTH-taken de komende jaren een vervolg kan krijgen.

Het ITv-project liep van 1 januari 2018 tot en met 1 september 2021 en is inmiddels afgerond. Met het project ITv zijn de risico’s binnen de agrarische sector uitgebreid in beeld gebracht. Dit is gebeurd voor alle bedrijven met actieve vergunning voor het bedrijfsmatig houden van dieren. De opgehaalde gegevens zijn ontsloten via een Brabantbrede portal. Binnen de regio Brabant Zuidoost namen 18 gemeenten deel aan het ITv-project. Na afronding van ITv-project is de overgang gemaakt naar het ROK risicogericht toezicht, dat mede tot stand is gekomen via de geformeerde regiegroep ROK, in samenwerking met de andere 2 Brabantse omgevingsdiensten. 2.1.5

Asbest

Begin 2019 is de eerste evaluatie van het uitvoeringsbeleid Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbesttaken uitgevoerd door de werkgroep asbest. Daaruit bleek dat de toenmalige wijze van “risicogericht” toezicht onvoldoende effectief was. In 2020 heeft de werkgroep Asbest “Verbeterde werkafspraken” vastgesteld, met als doel invulling te kunnen geven aan het Regionaal Operationeel Kader (risico-gericht). In 2021 is er conform deze verbeterde werkafspraken gewerkt, waarbij de ervaringen van zowel de toezichthouders als de gemeenten positief zijn. Door monitoring en evaluatie dienen begin 2022 de resultaten en inzichten te worden gedeeld met de regio. Voor gemeenten Asten, Best, Cranendonck, Gemert-Bakel, Laarbeek, Nuenen, Son en Breugel en provincie Noord-Brabant handelt de ODZOB momenteel de sloopmeldingen volledig af. Voor de overige gemeenten voert de ODZOB uitsluitend het asbesttoezicht uit en beoordeelt de gemeente zelf de meldingen. 2.1.6

Ondermijnende criminaliteit

Ondermijning is een onderwerp dat onlosmakelijk met de omgevingsdiensten is verbonden. Immers: onze toezichthouders komen dagelijks bij bedrijven en kunnen, als ze zich daarvan bewust zijn, signalen opvangen die mogelijk met ondermijning of met ondermijnende criminaliteit te maken hebben. De drie Brabantse omgevingsdiensten hebben die betrokkenheid in het voorjaar van 2021 nogmaals bevestigd. Ook de provincie heeft het belang van trainingen op het gebied van bewustwording onderkend en heeft daartoe onder de vlag van Kompas een deelproject gefaciliteerd. Fysieke trainingen konden in 2021 vanwege de COVID-19 maatregelen slechts in beperkte omvang gegeven worden. Er is een nieuwe training ontwikkeld die voor 2022 klaar staat om gegeven te worden zodra de maatregelen dit toelaten. Jaarstukken 2021 9

In het kader van ODZOB on Tour hebben vertegenwoordigers van onze opdrachtgevers op een locatie van de Landelijke Eenheid van de Politie in Son kennis gemaakt met verschijningsvormen van ondermijning en van de toegevoegde waarde die onze toezichthouders hebben bij het signaleren van mogelijke vormen van ondermijning. Ook hebben we in 2021 weer diverse signalen van de toezichthouders ontvangen die, na verrijking van het signaal, overgedragen zijn aan de betrokken gemeenten. Daarnaast hebben toezichthouders van de ODZOB actief deelgenomen aan een aantal integrale controles die door de interventieteams in onze regio zijn georganiseerd. 2.1.7

Zeer Zorgwekkende Stoffen

Er is een groot aantal Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) dat in talrijke processen, bij veel bedrijven en in veel producten wordt toegepast. Voorbeelden zijn Gen-X in water en bodem op enkele plaatsen in onze regio en PFAS in de bodem in heel het land. Gezien deze problematiek is de behoefte ontstaan om te inventariseren bij welke bedrijven er iets speelt met ZZS-emissies. In 2018 is er vanuit het IPO de opdracht gegeven om in eerste instantie te beginnen met de uitvraag van ZZS bij provinciale bedrijven. Deze opdracht is door de drie Brabantse omgevingsdiensten dit jaar zo goed als afgerond. Alleen is er nog extra aandacht nodig voor de afvalbedrijven, omdat het ketenproces bij dit soort bedrijven vrij ingewikkeld is. Uit de eindrapportage van de provinciale uitvraag komen drie lijnen naar voren als het gaat om het vervolg van de provinciale werkzaamheden ZZS: actualisatie vergunningen met geïnventariseerde (p)ZZS, complexiteit tweede fase aanpak/inventarisatie (p)ZZS afvalbranche en traject beoordeling vermijdings- en reductieplannen. Ook is er dit jaar een projectplan voor de inventarisatie van ZZS-emissies door gemeentelijke bedrijven, de zogenaamde gemeentelijke ZZS-uitvraag geschreven. Dit traject zal in de aankomende jaren tot uitvoering gebracht moeten worden.

De ODZOB fungeert inmiddels als voorzitter van het landelijke OD-overleg rondom het thema ZZS en werkt intensief samen met het RIVM om een onderwijsmodule te ontwikkelen voor toezichthouders en vergunningverleners. Daarnaast is de ODZOB betrokken bij landelijke werkgroepen rondom de PFAS en wordt een inbreng geleverd in het ketenoverleg PFAS voor Zuid-Nederland. Daarnaast leiden onze ZZSspecialisten onze toezichthouders en vergunningverleners op. Er is een cursus ontwikkeld voor alle VTHmedewerkers die begin 2022 uitgerold zal worden. 2.1.8

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

De tweede helft van 2021 heeft team bouwen een training Wkb gevolgd, waarin zowel de inhoudelijke als procesmatige wijzigen aan bod zijn gekomen. Er is geen regiobijeenkomst georganiseerd. Enerzijds door gebrek aan capaciteit voor de organisatie ervan, anderzijds doordat een groot deel van de gemeenten ook al is vertegenwoordigd in het Ambassadeursnetwerk Wkb van de Peelgemeenten. De ODZOB sluit namens de gemeente Laarbeek aan bij dit netwerk. Doel van dit netwerk is het uitwisselen van kennis en ervaring tussen alle betrokken partijen (gemeenten, aannemers, architecten en kwaliteitsborgers) op basis van proefprojecten. Met de betrokken gemeenten is afgesproken het netwerk ook te gebruiken om gezamenlijk op te trekken voor de benodigde (procesmatige en beleidsmatige) voorbereidingen. De meeste gemeenten hebben door gebrek aan capaciteit bij bouw- en woningtoezicht moeite zich goed voor te bereiden op de komst van de Wkb. Hierdoor zijn de gemaakte vorderingen nog maar beperkt.

Jaarstukken 2021 10

2.2 2.2.1

Programmaverantwoording Inleiding

De programmabegroting 2021 is ingedeeld in de programma’s Dienstverlening en Collectieve taken. Vanzelfsprekend wordt deze indeling ook gebruikt in deze programmaverantwoording. In onderstaand overzicht wordt voor genoemde onderdelen de realisatie versus de begrote bedragen weergegeven. De begroting na wijziging heeft betrekking op een drietal begrotingswijzigingen waar het AB mee heeft ingestemd. Deze wijzigingen hadden betrekking op het programma Omgevingswet, de implementatie van het nieuwe VTH-systeem en de follow-up van het rekenkameronderzoek uit 2020. Bij het bepalen van het resultaat hebben de mutaties in de reserves een bijzondere rol. Vandaar dat in de toelichting een onderscheid wordt gemaakt tussen de totalen in- en exclusief de mutaties in de reserves. In 2021 bleek dat de initieel geraamde kosten voor het programma Omgevingswet en de implementatie van het nieuwe VTH-systeem lager waren dan was verwacht. Daardoor was er ook een lagere onttrekking uit de algemene reserve nodig ter bekostiging van de werkzaamheden die wél plaatsvonden in 2021. De werkelijke onttrekking uit de algemene reserve bedroeg ruim € 200.000. Dit is beduidend lager dan de geraamde onttrekking van ruim € 800.000. Het resultaat exclusief de mutaties in de reserves komt uit op een bedrag van € 836.725. Inclusief deze mutaties komt het resultaat uit op € 1.045.965.

2.2.2

Programma Dienstverlening

Wat hebben we bereikt? De ODZOB heeft door uitvoering van de opgedragen werkprogramma’s en aanvullende opdrachten van onze deelnemers bijgedragen aan een veilige en gezonde leefomgeving in Zuidoost-Brabant. Wat hebben we gedaan? De ODZOB heeft werkzaamheden verricht op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en advisering op het gebied van omgevingsrecht. De werkzaamheden omvatten een breed scala aan expertises, zoals milieu, bodem, ontgrondingen, water, archeologie, welstand, geluid, lucht, geur en externe veiligheid, duurzaamheid, asbest, bouwen, ruimtelijke ontwikkeling en ecologie. Onderstaand zijn ter informatie twee tabellen opgenomen met de gerealiseerde baten uit uren van de activiteiten over de diverse productgroepen en uitgesplitst naar basis- en verzoektaken. Daaronder is in taartdiagrammen de samenstelling van de baten uren uit basistaken en verzoektaken weergegeven.

Jaarstukken 2021 11

De inhoudelijke en financiële verantwoording over de gerealiseerde basis- en verzoektaken heeft periodiek per individuele opdrachtgever plaatsgevonden. De baten per opdrachtgever zijn weergegeven in bijlage 1.

Uit bovenstaande grafieken blijkt dat het zwaartepunt van de basistaken ligt bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Bij de verzoektaken betreft dat, naast vergunningverlening en toezicht & handhaving, de productgroepen milieuonderzoek, omgevingskwaliteit en wet bodembescherming. In de volgende grafiek is in beeld gebracht hoe de uitgevoerde werkzaamheden voor de deelnemers (verdeeld tussen basistaken en verzoektaken) zich verhouden tot de werkzaamheden voor niet-deelnemers.

Jaarstukken 2021 12

Wat heeft het gekost? Het programma Dienstverlening bestaat uit basis- en verzoektaken. De baten hebben betrekking op de in rekening gebrachte bedragen voor uitgevoerde werkzaamheden. De lasten bestaan uit uren van ODZOBmedewerkers en daarnaast uit externe, door te belasten, programmakosten. Programma Dienst verlening

* bedragen x 1€ Begrot ing 2021 na wijziging

Realisat ie 2021

Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing

1.796.964

Bat en Basistaken

7.126.462

8.923.426

Verzoektaken

14.174.341

14.226.132

51.791

Totaal baten

21.300.803

23.149.559

1.848.755

Basistaken

5.008.907

5.776.720

767.814

Verzoektaken

10.441.010

9.750.038

-690.972

Totaal lasten

15.449.917

15.526.758

76.841

Tot aal saldo van bat en en last en

5.850.886

7.622.800

1.771.914

Last en

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

Ontrekkingen aan reserves

478.430

128.743

-349.687

Gerealiseerde result aat

6.329.316

7.751.543

1.422.227

De baten zijn € 1,85 mln. hoger dan begroot. De afwijking wordt vrijwel in het geheel veroorzaakt door een hoger volume aan basistaak-activiteiten voor onze gemeentelijke deelnemers, zoals agrarische vergunningverlening, meldingen activiteitenbesluit en agrarisch toezicht. De conjunctuurgevoeligheid van onderdelen uit het basistakenpakket maakt dat dergelijke afwijkingen nauwelijks te voorkomen zijn. De verzoektaken bestaan uit de werkprogramma’s van onze deelnemers, aangevuld met extra opdrachten van zowel deelnemers als niet-deelnemende organisaties. De realisatie hiervan lag in lijn met de begroting. In de begroting zijn geen externe programmakosten opgenomen aangezien deze budgetneutraal zijn. In de realisatie komen deze vanzelfsprekend wel tot uitdrukking. De realisatie van deze kosten binnen kwam uit op € 583.197. De gepresenteerde lasten bestaan uit de doorbelasting van kosten, exclusief de overhead, naar dit programma. De hogere kosten bij het onderdeel basistaken houden verband met de hogere omzetvolumes die daar gerealiseerd zijn. De lasten bij de verzoektaken blijven achter bij de begroting. Dit wordt veroorzaakt door de vertraagde inwerkingtreding van de Omgevingswet. Veel uren die hiervoor geraamd waren schuiven door naar 2022. Hierdoor wordt een beperkt deel van de geraamde onttrekking uit de algemene reserve gerealiseerd.

Als alles volgens plan was verlopen, zouden de lasten van de verzoektaken hoger zijn geweest dan nu het geval is. De werkelijke lasten lagen iets boven het begrotingsniveau. Het werkelijke saldo van baten en lasten op dit programma overstijgt het geraamde saldo. Dit komt, zoals toegelicht, door de hogere gerealiseerde baten. De geraamde onttrekking aan de algemene reserve, wegens de voorbereiding op de Omgevingswet, was hoger dan de werkelijke onttrekking. Het uitstel van inwerkingtreding leidde tot een gedeeltelijke verschuiving van werkzaamheden naar 2022. Vandaar dat er € 349.687 minder onttrokken is.

Jaarstukken 2021 13

2.2.3

Programma Collectieve taken

Wat hebben we bereikt? Het Collectief Programma heeft een bijdrage geleverd aan regionale en soms ook provinciale ambities. Er is ingezet op productinnovatie, kwaliteitsontwikkeling en efficiency, uitgaande van de kaderstellende doelen: 1.

Elkaar te ontmoeten en weten te verbinden, op regionale, provinciale (BPO) of landelijke schaal. Samen met de (keten)partners meer kennis en ervaring opbouwen op de VTH-taken.

2.

De basis te ondersteunen op het gebied van kwaliteit door monitoring, rapportage, het ontsluiten van (geografische) informatie.

3.

Nieuwe ontwikkelingen te volgen en van daaruit de gezamenlijke koers te bepalen.

4.

De handen uit de mouwen te steken in het alledaagse werk voor de gehele regio.

Wat hebben we gedaan? Het programma kent zowel structurele als projectmatige onderdelen. Voor de toedeling van activiteiten en projecten onder dit programma zijn criteria opgesteld. Ongeveer 65% van de taken waren structureel van aard en 35% hadden een projectmatig karakter. Naast activiteiten die de ODZOB zelf uitvoert zijn een aantal taken in dit programma ondergebracht die vooral door derden worden uitgevoerd of kosten betreffen. Een voorbeeld is Samen Sterk in Brabant (SSIB). Hieronder volgt een overzicht van de werkzaamheden van het Collectief Programma over 2021. Structurele taken 1.

Programmamanagement. Samen met een afvaardiging van het OGP is gekeken naar de voortgang van het programma en zijn nieuwe projectvoorstellen geïnventariseerd. Daarnaast zijn de bevindingen van het Rekenkameronderzoek vertaald naar een nieuw programma met nieuwe kaders. In december 2021 stelde het AB dit nieuwe programma vast.

2.

Bestuurlijk Programma Omgevingsrecht, speerpunt veehouderij. 

Het ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid heeft het Endotoxinekader ten behoeve van de agrarische vergunningverlening verder doorontwikkeld. Er is een webinar georganiseerd voor bestuurders en ambtenaren, waar de hoofdlijnen van het toetsingskader zijn gedeeld.

De Provincie Noord-Brabant heeft samen met het BPO-netwerk een projectvoorstel gemaakt voor de verbetering van werking van luchtwassers (combiwasserproblematiek). Het projectvoorstel is ingediend voor verkrijging van subsidie, deze is medio 2021 toegekend en het project wordt nu verder voorbereid voor uitvoering vanaf 2022.

In 2021 zijn zes bijeenkomsten gehouden waarbij de voortgang op de veehouderij gerelateerde projecten en onderwerpen is besproken, inclusief het jaarplan 2022 en het resultatenverslag.

3.

Regio Samenwerking 

Ondersteuning Opdrachtgeversplatform OGP. Er zijn 4 reguliere OGP-bijeenkomsten geweest. Daarnaast waren er OGP-specials ter voorbereiding op de werkprogramma’s 2022 en naar aanleiding van het rekenkameronderzoek uit 2020.

Jaarstukken 2021 14

Consignatiedienst coördinatie. Het aantal meldingen bij het MKC stijgt. Burgers zijn zich meer bewust van hun leefomgeving en de vindbaarheid en bekendheid van de meldkamer is goed. In het eerste kwartaal van 2021 is een pilot gestart om aanvullende taken bij de meldkamer te leggen. Meldingen over zaken waarvoor ODZOB geen bevoegdheid heeft, worden door de meldkamer afgehandeld. Dit bespaart tijd en geeft melders snel en eenduidig een juist antwoord. Er is een klachtenanalyse uitgevoerd ten behoeve van ROK TH. Uit de analyse volgt in 2022 een risicogerichte aanpak voor aandachtbedrijven. In december heeft een eerste demo plaatsgevonden van een klachtendashboard. Het dashboard heeft als doel om real time geografische met meteogegevens inzicht te krijgen in de ingediende klachten en meldingen van het MKC en S@men. Het dashboard gaat door de drie Brabantse OD’s in Q1 van 2022 getest en verbeterd worden.

Beleidsondersteuning toezicht en handhaving en LHS. In 2021 is vooral geïnvesteerd in de voorbereiding op de ketenaanpak binnen de ODZOB, waarbij de samenwerking met de ODBN en de OMWB nieuw leven is ingeblazen. Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijk project dat (binnen het ROK) zal worden uitgevoerd binnen de afvalverwerkende sector. Dit concrete uitvoeringsproject zal binnen de ODZOB als vliegwiel dienen om de ketenaanpak structureel te organiseren vanaf 2022.

BOA-coördinatie/samenwerking strafrechtketen. Team handhaving is uitgebreid met twee (parttime) boa’s. ODZOB bouwt mee aan een structurele samenwerking met politie, OM, CJIB en de landelijke opsporingsdiensten. Dit doen we met name door deelname aan het landelijke Platform boa en strafrecht en deelname aan periodiek en regionaal afstemmingsoverleg strafrecht OostBrabant. In 2021 zijn 400 individuele zaken vanuit toezicht geagendeerd voor dit LHS-overleg. In 2021 is het Boa-registratiesysteem (BRS) binnen de ODZOB geïmplementeerd. Dit zorgt voor meer uniformering en professionalisering in de uitvoering en de ODZOB voldoet aan de strenge regelgeving van de Wet politiegegevens (WPG).

Ondermijning. Zie hiervoor paragraaf 2.1.6.

Met de Omgevingsatlas is een goed bruikbare webapplicatie ontwikkeld die operationeel is voor intern en extern gebruik. De atlas ontsluit geografische informatie voor gemeenten, burgers en bedrijven. GIS-kennis en ervaring staat ten dienste van VTH-taken, maar ook van de komst van de Omgevingswet en het opstellen van Omgevingsvisies. De samenwerking met GGD is weer op gang gekomen, deze was tijdelijk afgeschaald vanwege de Corona-pandemie.

4.

Werkprogramma Agrofood en Leefomgeving (WAL) Dit werkprogramma onderscheidt inhoudelijke regionale opgaven (waar de ODZOB inzet voor levert) van de instrumenten die de ODZOB inzet ten behoeve van de kennisdeling en afstemming binnen de regio. In 2021 waren er vijf regionale bijeenkomsten met een goede opkomst en actieve inbreng van de deelnemers. Deze bijeenkomsten zijn als bestuurlijk/ambtelijke klankbordgroep gaan fungeren voor de regionale vertegenwoordiger in de Stuurgroep Consortium Meetnet. Vanuit het werkprogramma is ondersteuning geboden aan de vertegenwoordiger van gemeenten in de VNG Commissie Ruimte (over beleidsvraagstukken met betrekking tot sanering en verduurzaming veehouderij). 

In de regionale bijeenkomsten gemeenten is de gelegenheid geboden signalen uit te brengen richting de provincie m.b.t. de aanpak van de stikstofproblematiek.

Er is een bijdrage geleverd aan de in provinciaal verband (3 OD’s en provincie) uitgebrachte noodbrief aan het Ministerie IenW ten behoeve van de aanpak van combi luchtwassers.

Jaarstukken 2021 15

Er is een bijdrage geleverd aan de in regionaal verband opgestelde verkenning voor deelname aan het Schone Lucht Akkoord en in beeld is gebracht hoe gemeenten om kunnen gaan met de maatregelen in kader van het SLA thema landbouw.

In de regionale bijeenkomsten zijn oplossingsrichtingen verkend m.b.t. mogelijke functies voor VAB’s in overbelaste situaties en geconstateerd is dat deze niet altijd toereikend zijn vanwege belemmerende wet- en regelgeving en dat dit om vervolgacties vraagt.

In de regionale bijeenkomsten is georiënteerd op de aanstaande beleidsvernieuwingen m.b.t. fijnstof en endotoxinen (aanwijzen van aandachtsgebieden) en hoe hier mee om te gaan.

Projecten 1.

Programma Omgevingswet, Werkgroep efficiency Zie hiervoor paragraaf 2.1.1 en paragraaf 2.3.4.

2.

Energie, gezonde duurzame samenleving Voor het thema geluid is het uitvoeringsbeleid geïmplementeerd. Met een nieuwe rekenmethode kan de geluidpilot verder worden uitgewerkt. Dit is nodig vanwege de Omgevingswet. Voor een aanvullende toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.1.3.

3.

Omgevingsveiligheid, Zeer zorgwekkende stoffen, stikstof 

Vanuit het Moderniseringstraject Omgevingsveiligheid heeft de ODZOB ondersteund bij belangrijke wijzigingen. Een belangrijke wijziging in de wet- en regelgeving is dat er van invloedsgebieden c.q. groepsrisico overgestapt wordt naar aandachtsgebieden.

In een pilot werkt een projectgroep bestaande uit Stichting Bedrijventerreinen Helmond (ondernemers), Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, gemeente Helmond, Waterschap Aa en Maas en de ODZOB samen om ervoor te zorgen dat bij een calamiteit alle betrokkenen zo snel mogelijk beschikken over goede informatie. Inmiddels zijn al 10 bedrijven aangesloten.

Met de andere betrokken veiligheidspartners wordt afgestemd over de wijze van communicatie bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Communicatie en kennisdeling is ook onderdeel van de Studiedag omgevingsveiligheid (november 2021) waar actief werd deelgenomen door deskundigen van ODZOB. Daarnaast betreft dit deelname aan onder andere de landelijke PGS-werkgroepen.

Voor Zeer zorgwekkende stoffen is er deelgenomen aan botsproeven in het kader van ZZS. Samen met gemeente Helmond loopt een pilot voor een gezamenlijke aanpak.

Anticiperen op de actuele stikstofproblematiek. Voorjaar 2021 is bekend geworden dat intern salderen niet vergunningplichtig is. Actualiteiten zoals jurisprudentie Logtsebaan, vertalen naar VTH-processen zoals ook werkwijze agrarische vergunningverlening ten aanzien van gebruik RAV voor stalemissies bij de Wabo-vergunningverlening. In 2022 wordt de ODZOB werkgroep Stikstof ondergebracht in het collectief programma voor ondersteuning op de VTH-taken.

4.

Brabants Omgevingsdatalab, Regionaal Meetnet, Samen Sterk in Brabant In het BOD werken omgevingsdiensten en provincie samen om beschikbare informatie te analyseren en ontsluiten, met als doel om zo effectief en efficiënt mogelijk te werken. In 2021 is ingezet op: 

Afstemming met het LMA over de Strategische Afvalscan en de Tactische Afvalscan. Daarnaast was het BOD betrokken bij de thema’s energie, veehouderijen, beeldherkenning mestsilo’s, mestverwerkers, asbest en ongewone voorvallen.

Jaarstukken 2021 16

De ontwikkeling van producten: basisopzet ongewone voorvallen, Veehouderij Keuze Tool, Datamining betrouwbare brondata Web-BvB, ZKCO-rapportage (Asbest), Informatieplicht Energie, Energie besparingspotentieel en Toezicht NOx emitterende bedrijven.

Meetnet. Zie hiervoor paragraaf 2.1.7.

De Boa’s van SSIB hebben diverse acties gehouden. In meerdere natuurgebieden is met het uitschrijven van PV’s opgetreden. Speerpunten blijven afval (dumpingen, drugsafval), wildcrossen en stroperij. SSiB brengt regelmatig nieuwsflitsen uit over haar werkzaamheden en heeft een eigen website gelanceerd: www.ssibbrabant.nl. Wat heeft het gekost? De gerealiseerde baten blijven iets achter bij de geraamde baten. Oorzaak hiervan is het (iets lagere) aantal uren dat in 2021 is gerealiseerd. Het verschil tussen begroting en realisatie wordt als vooruit ontvangen bedrag op de balans gepresenteerd. In 2022 worden deze uren alsnog ingezet voor dit programma. De gerealiseerde lasten komen nagenoeg overeen met de raming. Bij de 3e begrotingswijziging 2021 zijn de lasten met € 50.000 verhoogd voor de uitwerking van de maatregelen uit het rekenkameronderzoek. De dekking hiervan kwam uit de post onvoorzien. De werkelijke lasten hebben enerzijds betrekking op uren die ODZOB-medewerkers hebben besteed aan dit programma en anderzijds op externe kosten, zoals bijvoorbeeld de bijdragen aan SSiB of het regionale meetnet. Programma Collect ieve t aken

* bedragen x 1€ Begrot ing 2021 na wijziging

Realisat ie 2021

Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing

Baten

1.253.921

1.218.171

-35.750

Totaal baten

1.253.921

1.218.171

-35.750

Lasten

1.038.212

1.031.889

-6.323

Totaal lasten

1.038.212

1.031.889

-6.323

215.709

186.281

-29.428

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

Ontrekkingen aan reserves

0

0

0

215.709

186.281

-29.428

Bat en

Last en

Tot aal saldo van bat en en last en

Gerealiseerde result aat

2.2.4

Algemene dekkingsmiddelen

Hieronder is het overzicht m.b.t. de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Deze post betreft de doorbelasting van garantiesalarissen aan latende partijen.

Jaarstukken 2021 17

2.2.5

Kosten van de overhead

De overheadkosten betreffen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Deze kosten worden apart begroot en verantwoord. Volgens Bbv dienen overheadkosten afzonderlijk te worden begroot en verantwoord. Zij maken aan de lastenkant geen deel meer uit van de beleidsprogramma’s. Zo wordt meer inzicht gegeven in de totale kosten van overhead voor de gehele organisatie. Om te kunnen vaststellen welke kosten tot de overhead kunnen worden gerekend, is in het Bbv een definitie van de overhead geïntroduceerd. Deze definitie luidt: “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Door deze definitie te gebruiken kan een eenduidig inzicht worden gegeven in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde beleidsprogramma’s / taakvelden. De volgende kosten zijn tot de overheadkosten gerekend: 

leidinggevenden primair proces (hiërarchisch);

financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie;

P&O/HRM;

inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement);

interne en externe communicatie (behalve klantcommunicatie);

juridische zaken (bedrijfsvoering, of bedrijfsvoeringstaak op afdeling);

bestuurszaken en bestuursondersteuning;

informatievoorziening en automatisering (ICT) (voor zover niet direct toe te rekenen);

facilitaire zaken, huisvesting en DIV;

managementondersteuning primair proces.

Het programma overhead kent geen baten aangezien de overheadkosten niet rechtstreeks bij de deelnemers in rekening gebracht worden. Deze kosten maken onderdeel uit van de integrale tarieven die bij de deelnemers in rekening worden gebracht. De begrotingswijziging op dit programma betreft de voorbereidingskosten voor het nieuwe VTH-systeem. Anders dan de reguliere kosten van een dergelijk systeem, zijn deze projectmatige kosten ondergebracht onder de overhead. Wat heeft het gekost?

De werkelijke overheadkosten (exclusief de mutaties in de reserves) zijn € 149.805 hoger dan de raming. Dit verschil loopt verder op als de mutaties in de reserves in ogenschouw worden genomen. De opgelopen vertraging bij de inrichting van het nieuwe VTH-systeem leidde tot een lagere dan geraamde onttrekking. Zoals blijkt uit de onderstaande tabel, lagen de personele kosten en de uitbestedingen boven het begrotingsniveau. De kapitaallasten en organisatiekosten bleven achter bij de ramingen.

Jaarstukken 2021 18

Kost en van de overhead naar kost ensoort

* bedragen x 1€ Primaire begrot ing 2021

Begrot ing 2021 na wijziging

Realisat ie 2021

Afwijking t .o.v. begrot ing

Personeel

4.589.000

4.751.278

4.984.639

233.361

Uitbesteding

163.000

163.000

266.628

103.628

Kapitaallasten

344.001

344.001

265.028

-78.973

Organisatiekosten

1.459.024

1.624.941

1.516.729

-108.211

Totaal kosten van de overhead

6.555.025

6.883.220

7.033.025

149.805

POST

Personeelskosten

+ € 233.361

Hogere salariskosten en meer externe inhuur, per saldo meer fte (4,7)

Lagere opleidingskosten en reis- en verblijfskosten

Onderzoek en advies (uitbesteding)

+ € 103.628

Consultancy wegens implementatie nieuw Hrm-systeem.

Hogere externe advieskosten (o.a. advocaat en accountant)

Kapitaallasten 

-/- € 78.973

Achterblijvende investeringen waardoor lagere rente en afschrijvingen

Overige organisatiekosten

-/- € 108.211

Lagere ICT-kosten (onderhoud, changes, licenties)

Vertraging implementatie nieuw VTH-systeem

2.2.6

Heffing vennootschapsbelasting

Net als andere publieke organisaties valt de ODZOB onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Een klein deel van de onze activiteiten valt onder de Vpb-heffing. Het gepresenteerde bedrag is het saldo van de aangifte over 2021 en de definitieve aanslag over 2019. Bedrag van de heffing voor de vennoot schapsbelast ing (VPB)

Omschrijving

* bedragen x 1€

Begrot ing 2021 na wijziging

Realisat ie 2021

Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing

Baten

0

0

0

Lasten

15.000

1.662

-13.338

Saldo heffing voor de VPB

-15.000

-1.662

13.338

2.2.7

Onvoorzien

De post onvoorzien was oorspronkelijk € 75.000 groot. Bij de 3e begrotingswijziging 2021 is € 50.000 overgeheveld naar het programma Collectieve taken. Het restant van € 25.000 is niet aangesproken. Bedrag voor onvoorzien

* bedragen x 1€ Afwijking realisat ie t .o.v. begrot ing

Begrot ing 2021 na wijziging

Realisat ie 2021

Baten

0

0

0

Lasten

25.000

0

-25.000

Saldo onvoorzien

-25.000

0

25.000

Omschrijving

Jaarstukken 2021 19

2.3

Paragrafen

Het Bbv schrijft voor dat de jaarstukken een zevental verplichte paragrafen bevatten. Voor de thema’s lokale heffingen en grondbeleid geldt dat deze niet van toepassing zijn voor de ODZOB. Vandaar dat daar niet nader op ingegaan wordt. 2.3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In de financiële verordening is bepaald dat het algemeen bestuur het beleid over risico’s vastlegt in een nota weerstandsvermogen en risicomanagement. De meest recente nota, met daarin kaders voor onder andere het risicomanagement, weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit, algemene reserve en de verhoudingen binnen de gemeenschappelijke regeling is in 2018 door het algemeen bestuur vastgesteld. Bij een gemeenschappelijke regeling zijn de deelnemers verplicht om eventuele tekorten waarmee deze regeling geconfronteerd wordt af te dekken. Dit is uitgewerkt in artikel 36 van de Gemeenschappelijke Regeling ODZOB. In beginsel betekent dit dat de ODZOB niet zelf hoeft te beschikken over een buffer om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen; er kan immers een beroep worden gedaan op de deelnemers. Zoals is toegelicht in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, is het om praktische redenen gewenst dat de ODZOB kan beschikken over een financiële buffer. Dit om adequaat en effectief te kunnen reageren op onvoorziene situaties met een onbekende impact. Hierdoor kan de ODZOB risico’s opvangen zonder dat dit direct leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken.

Conform de uitgangspunten van de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, rekent de ODZOB alleen de algemene reserve tot de weerstandscapaciteit. Tevens kent de begroting 2021 ook een post onvoorzien van € 75.000 om niet-specifiek begrote kosten te dekken. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt. Om het weerstandsvermogen te kunnen duiden is inzicht nodig in de aard en omvang van risico’s en in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen komt tot uitdrukking in de verhouding (ratio) tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.

𝑅𝑎𝑡𝑖𝑜 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 =

𝐵𝑒𝑠𝑐ℎ𝑖𝑘𝑏𝑎𝑟𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝐵𝑒𝑛𝑜𝑑𝑖𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡

Indien deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de potentiele impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het deel dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken dient, conform de bepalingen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen te worden afgedekt. De ODZOB heeft geen norm of streefwaarde voor het weerstandsvermogen vastgesteld. Eind 2021 komt deze ratio uit op 0,69. In 4GR-verband is afgesproken dat de streefwaarde van de algemene reserve wordt gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting, zodat deze streefwaarde eenvoudig herkenbaar is. In het geval van de ODZOB betekent dit, uitgaande van het in 2021 gerealiseerd batentotaal (ruim € 24 mln.), dat de streefwaarde van de algemene reserve ligt tussen de €1,2 mln. en €1,5 mln.

Jaarstukken 2021 20

De algemene reserve ontwikkelt zich naar verwachting als volgt: Boekjaar 2021 

Algemene reserve per begin 2021

Onttrekkingen in 2021

Algemene reserve per eind 2021

€ 2,11 mln. -/- € 0,21 mln. € 1,90 mln.

Boekjaar 2022 

Algemene reserve per begin 2021

€ 1,90 mln.

Resultaat 2021 (na belasting) volgens actuele inzichten

€ 1,05 mln.

Indicatie onttrekkingen 2022*

Algemene reserve per eind 2022

-/- € 1,95 mln. € 1,00 mln.

*In het eerste kwartaal van 2022 heeft het algemeen bestuur besloten om middelen te onttrekken uit de algemene reserve ter gedeeltelijke bekostiging van de inrichting van het VTH-systeem en het programma Omgevingswet. Later in 2022 volgen vergelijkbare voorstellen in het kader van grip op de samenwerking en de bestemmingsreserve verlofdagen. Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit (van de bedrijfsvoering) van de organisatie kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Anders dan in het verleden het geval was, kiezen de bedrijfsvoeringsmanagers ervoor de risico-inventarisatie voortaan tweemaal per jaar te actualiseren. Per potentieel risico is daarbij bepaald of de kans en/of impact veranderd is ten opzichte van de vorige inventarisatie. De meest recente inventarisatie is opgenomen in bijlage 4.4. De risico’s met de hoogste potentiële impact kennen een verwachtingswaarde van ruim € 2,7 mln. en de risico’s met een minder grote impact hebben een totale verwachtingswaarde van ruim € 0,6 mln. Hoewel de omvang van de algemene reserve in overeenstemming is met de regionale richtlijn, is deze volstrekt ontoereikend om de geactualiseerde en gekwantificeerde risico’s af te kunnen dekken.

Eén van de mogelijkheden om risico’s af te dekken is het afsluiten van verzekeringen. De ODZOB heeft diverse verzekeringen afgesloten om eventuele risico’s af te dekken. Dit betreft onder andere: 

Aansprakelijkheid en rechtsbijstand;

Goed werkgeverschap;

Inboedel, computers en elektronica;

Reconstructie administratie;

Zakenreizen en voertuigen.

Om een indruk te krijgen van de financiële positie van de ODZOB worden enkele kentallen gepresenteerd Kengetallen Realisatie Begroting Realisatie 2020 2021 2021 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

-7,2% -7,2% 34,9% 0,0% n.v.t. n.v.t.

Jaarstukken 2021 21

-2,4% -2,4% 27,7% 0,0% n.v.t. n.v.t.

-10,8% -10,8% 27,5% 4,3% n.v.t. n.v.t.

Netto schuldquote De netto schuldquote toont de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal is gelijk aan de ongecorrigeerde versie omdat de ODZOB geen leningen verstrekt. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit alle reserves en het exploitatieresultaat. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties op de reserves te delen door de totale baten. Grondexploitatie en belastingcapaciteit Deze kengetallen zijn niet van toepassing op de ODZOB. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB sluiten aan bij wat verwacht kan worden bij een gemeenschappelijke regeling. Het huidige beleid waarbij de algemene reserve gemaximeerd wordt op basis van de geraamde baten betekent dat er niet expliciet gestuurd wordt op de solvabiliteit van de ODZOB.

Indien het risicoprofiel van de ODZOB een grotere betekenis krijgt in de streefwaarde van de algemene reserve zal dit leiden tot een verbetering van de solvabiliteit. De structurele exploitatieruimte heeft voor de ODZOB slechts een beperkte betekenis. Deelnemers mogen verzoektaken slechts onder voorwaarden en in beperkte mate kunnen verminderen. Daarnaast wordt in de begroting uitgegaan van een kostendekkend gemiddeld uurtarief, waardoor baten en lasten in principe structureel in evenwicht zijn. 2.3.2

Onderhoud kapitaalgoederen

De activa bestaan voornamelijk uit kantoorinvesteringen zoals inventaris, computers en software. Onderhoud van software en hardware is opgenomen in de normale exploitatiebegroting. De omvang en samenstelling van de activa is van dien aard dat verder geen invulling aan deze paragraaf wordt gegeven. 2.3.3

Financiering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11408676/1