05.a VRBZO - Bijlage 1 Jaarrekening en jaarverslag 2022
Tekst van het document
Door te kijken naar landelijke gemiddelden, namen we aan dat de kosten konden oplopen tot €1.500.000 per jaar. Inmiddels weten we dat onze regio minder nadeel heeft dan andere regio’s. Het financiële nadeel zal daarmee ook lager uitkomen. Er wordt landelijk nog onderzoek gedaan naar het effect van de invoering en naar manieren om daar invloed op uit te oefenen. Daarom zijn de ontwikkelingen rondom de invoering van de WNRA voor vrijwilligers nog onzeker.
30
Jaarstukken 2022
Conclusie Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 4.917.500. De benodigde weerstandscapaciteit ligt boven het weerstandsvermogen van € 2,1 miljoen. Hiermee bedraagt de ratio 0,44. Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens zijn kans en impact van enkele risico’s lastig in te schatten, waarbij met name aansprakelijkheid bij de brand in Hapert zwaar meeweegt. In het uiterste geval, indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen en het beschikbare vermogen overschrijden, zal VRBZO terugvallen op de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling om de kosten te dekken.
4.1.2
Financiële kengetallen VRBZO
Het BBV schrijft voor dat we een aantal financiële kerngetallen standaard opnemen in de verplichte paragraaf Risicomanagement en Weerstandsvermogen. Dit doen we hieronder voor 2022. Financiële kengetallen conform BBV-richtlijn:
Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2022
Norm (%)
Netto schuldquote
51%
38%
<100
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte
51%
38%
<100
Solvabiliteitsratio
5%
5%
>10
Structurele exploitatieruimte
0%
0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
leningen
De netto schuldquote is afgenomen ten opzicht van afgelopen jaar. Dit heeft voornamelijk te maken met de hoge overlopende activa, wat een gevolg is van de nog te ontvangen bedragen rondom de crisisnoodopvang. VBRZO heeft eind 2022 een solvabiliteitsratio van 5%. Dit is een lage solvabiliteit. Deze lage solvabiliteit is een direct gevolg van gekozen beleid om weinig reserves aan te houden. Het compleet ontbreken van reserves is tegelijk ook onwenselijk. Dit zou er voor zorgen dat we steeds terug moeten naar gemeenten bij tegenvallers. Uit de afweging tussen beide wensen is een kader voor de algemene reserve uitgekomen van €2 mln. tot €2,4 mln.. 4.1.3
Weerstandsvermogen en –capaciteit
Het weerstandsvermogen is het vermogen van de organisatie om (financiële) risico’s op te vangen. Het vormt als beheersmaatregel het sluitstuk van risicomanagement. Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico’s). De weerstandscapaciteit wordt gevormd door de gemeenschappelijke middelen (reserves) en is bedoeld om niet begrote kosten te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: •
de algemene reserve en de reserves waaraan het Algemeen Bestuur een bestemming heeft gegeven die kan worden gewijzigd (bestemmingsreserves);
•
de in de begroting opgenomen ramingen voor onvoorziene uitgaven voor zover hier nog geen bestemming aan is gegeven;
31
Jaarstukken 2022
•
de stille reserves, voor zover deze op korte termijn materieel te maken zijn (reserves waarvan de omvang en/of het bestaan niet uit de balans blijkt, voortkomend uit de onderwaardering van activa of overwaardering van schulden bij het volgen van normale waarderingsmethoden).
Behalve de algemene reserve heeft VRBZO geen andere (stille) reserves of risicoposten in de begroting die kunnen dienen als incidentele weerstandscapaciteit. De hoogte van de algemene reserve is op verzoek van de diverse besturen met de andere grote gemeenschappelijke regelingen vastgesteld. Hierbij is een bandbreedte voor de omvang van de algemene reserve bepaald op basis van de omvang van de begroting. In het geval van VRBZO is deze bandbreedte € 2,0 – 2,4 miljoen. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: •
bezuinigingsmogelijkheden (voor zover nog niet meegenomen in de begroting en meerjarenramingen);
•
cumulatief geraamde onvoorziene uitgaven;
•
de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit (niet van toepassing voor VRBZO).
Op basis van de cijfers uit de jaarrekening 2022 levert dit de volgende weerstandscapaciteit op: 2022 Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve
€
2.167.510
Bestemmingsreserves
€
0
Stille reserves
€
0
Totale incidentele weerstandscapaciteit (a)
€
2.167.510
Structurele weerstandscapaciteit
€
0
Cumulatief geraamde onvoorziene uitgaven
€
0
Totale structurele weerstandscapaciteit (b)
€
0
Totale weerstandscapaciteit (a + b)
€
2.167.510
De ratio weerstandsvermogen bedraagt 0,44 over 2022. In paragraaf 4.1.1 duiden we onze conclusie over dit cijfer.
4.2
Financiering
In de financieringsparagraaf komen onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van VRBZO. Uitgangspunten voor dit beleid zijn intern vastgelegd in de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet en in het treasury statuut. In overleg met de 4 gemeenschappelijke regelingen in Zuidoost-Brabant is één model van financiële verordeningen, treasury statuten en ‘Nota activeren, waarderen en afschrijven’ opgesteld. Deze zijn in 2022 door het Algemeen Bestuur vastgesteld.
32
Jaarstukken 2022
4.2.1
Renterisicomanagement
Renterisicomanagement is een van de grootste aandachtsgebieden van de Wet FIDO. In deze paragraaf gaan we in op de renterisico’s en het beleid, dat is verbonden met de uitvoering van de treasury functie. Vanuit de optiek van de Wet FIDO zien we renterisico’s op de korte en op de langere termijn. Renterisico op korte termijn: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet FIDO een norm gesteld voor het maximumbedrag, waarop VRBZO haar financiële bedrijfsvoering via middelen met een looptijd van maximaal een jaar mag financieren. De kasgeldlimiet is een voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument om het renterisico op de korte schuld te beperken. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting per 1 januari voor het gehele begrotingsjaar aangehouden. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet 8,2% dat voor onbepaalde tijd is vastgesteld. Toetsing vindt plaats door het berekende bedrag te vergelijken met de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet. Indien de werkelijke omvang lager is dan wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is dan is er sprake van overschrijding. Toets kasgeldlimiet Omvang begroting per 1 januari (=grondslag) 52.066.242 1.
Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag
(x € 1.000,-) Bedragen in euro's per kwartaal Q1 4.269.432 8,20% 4.269.432
Q2 4.269.432 8,20% 4.269.432
Q3 4.269.432 8,20% 4.269.432
Q4 4.269.432 8,20% 4.269.432
2. Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar
0 0
0
0 0
Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar
0 0
0 0 0
2.500.000 2.500.000 0 0
0 0
3. Vlottende middelen Contante gelden in kas
5.024.722 1.066
2.142.862 998
3.164.909 2.132
2.907.723 1.077
Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
5.023.656 0
2.141.864 0
3.162.776 0
2.906.646
4. Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet (1)
4.269.432
4.269.432
4.269.432
4.269.432
Totaal netto vlottende schuld (2)-(3) Ruimte (+)/Overschrijding (-)
-5.024.722 9.294.154
-2.142.862 6.412.294
-664.909 4.934.340
-2.907.723 7.177.155
Op de peildatum 31-12-2022 hebben we ruimte op de kasgeldnorm. Deze ruimte heeft te maken met het feit dat we over 2022 slechts 1 vlottende schuld hebben gehad, in Q3. Daarnaast heeft VRBZO door het schatkistbankieren altijd liquide ruimte gehad in 2022, waardoor over het gehele boekjaar de kasgeldnorm ruim buiten zicht is gebleven. Renterisico op langere termijn: de renterisiconorm VRBZO loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet FIDO de renterisiconorm geformuleerd. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar te voorkomen, één en ander ter bescherming van de financiële positie. Met deze norm bevordert de Wet FIDO een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Conform voorschrift van de geactualiseerde Wet FIDO wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende 4 jaar bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft
33
Jaarstukken 2022
op het totaal van de rekening van het komende jaar. De norm schrijft voor dat maximaal 20% van het begrotingstotaal in een bepaald jaar gebruikt mag worden voor aflossing (waarbij rekening wordt gehouden met herfinancieringen) en/of renteverandering van leningen. VRBZO voldoet hieraan voor elk van de vier jaarschijven. Renterisiconorm Grondslag
2022
2023
2024
2025
Omvang begroting
€ 52.066.242
€ 54.000.000
€ 54.000.000
€ 54.000.000
20% norm
€ 10.413.248
€ 10.800.000
€ 10.800.000
€ 10.800.000
Aflossing (incl. herfinanciering)
€ 3.350.199
€ 2.815.199
€ 2.723.333
€ 4.723.333
Renteverandering
€0
€0
€0
€0
Totaal
€ 3.350.199
€ 2.815.199
€ 2.723.333
€ 4.723.333
Ruimte
€ 7.063.049
€ 7.984.801
€ 8.076.667
€ 6.076.667
Toetsing
Rentevisie VRBZO baseert haar rentevisie op die van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
4.3
Onderhoud kapitaalgoederen
4.3.1
Gebouwbeheer
De gebouwen die in beheer zijn van VRBZO kunnen we onderverdelen in diverse categorieën, te weten: •
huur van de gemeenten (31 gebouwen);
•
huur van derden (2 gebouwen);
•
in eigendom van VRBZO (1 gebouw);
•
tijdelijk in eigendom van VRBZO (2 gebouwen);
•
tijdelijk in eigendom van VRBZO door een Vereniging van Eigenaren (2 gebouwen).
De overname van de kazernes jonger dan 10 jaar was noodzakelijk om te voorkomen dat (een deel van) de BTWcompensatie die de gemeenten teruggevorderd hebben bij de belastingdienst ten tijde van de bouw, moest worden terugbetaald. Met de betreffende gemeenten is afgesproken dat, zodra de BTW-herzieningsperiode is verlopen, deze gebouwen worden terug geleverd tegen de dan geldende boekwaarden. Omdat de gemeenten op termijn weer eigenaar worden is het groot onderhoud van deze kazernes bij de gemeenten belegd.
4.3.2
Investeringsbeleid
VRBZO hanteert een meerjarige investeringsbegroting. Uitgangspunt daarin is dat investeringen worden vervangen op het moment dat zij economisch volledig zijn afgeschreven. De vervangingswaarde wordt bepaald op basis van een jaarlijkse indexering. Alleen als op basis van recent aangeschafte vergelijkbare producten de aanschafprijs fors afwijkt dan wordt de meeste courante marktprijs gehanteerd. Begrotingstechnisch worden investeringen in het jaar geraamd aansluitend aan het moment dat het oude activum is afgeschreven. Zodra de vervanging dichterbij komt, wordt de begroting aangepast aan de inhoudelijke planning. Werkelijke aanschaf van investeringsgoederen worden geactiveerd op 1 januari na het moment van ingebruikname.
34
Jaarstukken 2022
4.4
Verbonden partijen
Een organisatie wordt gezien als een ‘verbonden partij’ als VRBZO belanghebbende is bij de organisatie, zowel vanuit bestuurlijk als financieel oogpunt. VRBZO is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 21 gemeenten deelnemen. De deelnemende gemeenten zorgen dat VRBZO over voldoende (financiële) middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen, waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor is VRBZO een verbonden partij voor de 21 gemeenten. VRBZO had op 31 december 2022 zelf geen verbonden partijen.
4.5
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering is geen programma of programmaproduct binnen de financiële verslaglegging en begroting 2022. De sector Bedrijfsvoering heeft wel doelstellingen gedefinieerd. De belangrijkste speerpunten voor bedrijfsvoering in 2022 waren: •
Basis op orde brengen bij HRM.
•
Uitvoeren werkzaamheden gericht op baseline informatievoorziening overheid (BIO) en financiële rechtmatigheidsverklaring.
•
Uitvoeren van risico-inventarisatie en evaluatie arbeidsomstandigheden (RI&E).
•
Leiderschapsontwikkeling.
4.6
Wet Open Overheid (WOO)
Ieder jaar krijgt VRBZO tientallen verzoeken om documenten openbaar te maken. Hierbij wordt bijvoorbeeld vaak gevraagd om incidentrapporten, foto’s, opnamen, adviezen, e-mails, brieven, besluiten enzovoorts. Het juridische kader werd voorheen gevormd door de Wob (Wet openbaarheid bestuur). Vanaf 1 mei 2022 is de Wob vervangen door de Woo: de Wet open overheid. Het uitgangspunt is dat publieke informatie voor iedereen toegankelijk moet zijn. Het doel van de Woo is dan ook om informatie van de overheid zo toegankelijk en transparant mogelijk te maken. Informatie moet dus ook makkelijk te vinden zijn. Niet alleen journalisten, maar iedereen kan een verzoek om informatie indienen. Naast de verplichting om informatie op verzoek openbaar te maken, schrijft de Woo voor dat bepaalde informatie actief openbaar gemaakt moet worden via een landelijk platform. Deze verplichting is nieuw ingevoerd bij de inwerkingtreding van de Woo. De komende jaren worden stap voor stap per categorie documenten ingevoerd. De planning is nog onbekend en wordt later landelijk bepaald. Mogelijk gaat de regeling eerst gelden voor organisatiegegevens (taken, bevoegdheden, bereikbaarheid, enzovoorts), vergaderstukken van het bestuur, convenanten en Woo verzoeken. Pas later volgen gefaseerd andere categorieën documenten, zoals bijvoorbeeld jaarplannen, jaarverslagen en klachten.
VRBZO conformeert zich aan de landelijke planning en past de Woo toe bij de afhandeling van verzoeken om documenten openbaar te maken. Er is een projectgroep opgericht die de organisatie brede invoering van de actieve openbaarmakingsplicht voorbereidt. Hierbij nemen de afdelingen Informatiemanagement en Automatisering, Communicatie en Bestuur- en Managementondersteuning het voortouw.
35
Jaarstukken 2022
5. De drie crises 5.1
COVID-19 (De Coronacrisis)
De eerste maanden van het jaar had de coronacrisis nog impact op VRBZO, vooral door de inzet van medewerkers van GHOR, Bevolkingszorg en de crisisorganisatie. Begin 2022 was er een lockdown in Nederland als maatregel tegen de verspreiding van corona. De rol van de veiligheidsregio hierin was beperkt en vooral gericht om de heropening uniform en gecoördineerd te laten verlopen en afstemming met GGD via de GHOR. Hiervoor is extra capaciteit ingehuurd om de werkzaamheden op goede wijze uit te voeren. De totale kosten voor VRBZO bedroegen € 244.100 in 2022. Tot slot was de veiligheidsregio verantwoordelijk voor coördinatie van de eerste tranche van de specifieke uitkering (SPUK) voor tegemoetkoming in de kosten voor de controle op corona toegangsbewijzen (CTB). Voor VRBZO ging dit om een bedrag van € 2.019.840,44. Deze CTB gelden heeft VRBZO in 2021 naar rato van inwonersaantal direct naar de gemeenten overgemaakt, omdat zij in onze regio de uitvoering en contacten hebben met de betreffende bedrijven/instellingen waarvoor de gelden zijn bedoeld. Conform de regeling vorderde VRBZO de niet bestede gelden in 2022 terug bij de gemeenten.
Kostensoort Coronahotels/-centra Inkoop en distributie PBM Overige specifieke meerkosten Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten Minderkosten Totale kosten 2022
5.2
Opgave kosten VRBZO € € € 244.100
€
170.027
€
25.799
€
39.238
€ €
9.036 -
€
244.100
Eerste opvang ontheemden Oekraïne
In februari 2022 brak in Oekraïne een oorlog uit waarna veel inwoners het land ontvluchtten. Zij vertrokken onder andere naar Nederland. De veiligheidsregio’s werden begin maart door het kabinet aangewezen om de eerste opvang van vluchtelingen uit dit land te coördineren en faciliteren. Daarom zetten we een crisisorganisatie op om deze taak uit te voeren. Samen met gemeenten en andere (publieke en private) partners zochten we geschikte opvangplekken en maakten deze klaar voor de opvang van vluchtelingen in onze regio. In Eindhoven richtten we met de gemeente Eindhoven een ontvangstcentrum in voor de eerste opvang en een medisch screening door de GGD. Vanuit deze hub-locatie verdelen we de mensen over de opvangplekken in de regio.
36
Jaarstukken 2022
In juli publiceerde het ministerie van Justitie en Veiligheid het ‘bekostigingsbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio’s. Dit in verband met de bekostiging van acute opvang aan ontheemden uit Oekraïne vanwege de oorlogssituatie in Oekraïne. VRBZO heeft een beroep gedaan op de regeling en kreeg een voorschotbedrag toegekend van € 2.060.000 van het ministerie van JenV. De werkelijke kosten waren € 2.132.000, het verschil van € 72.000 tussen werkelijke kosten en ontvangen voorschot hebben we als nog te ontvangen post opgenomen. Hieronder een toelichting over de inzet van de belangrijkste betrokken partijen: •
De gemeente Eindhoven heeft locaties ter beschikking gesteld voor de eerste opvang en die als hubfunctie hebben gefungeerd. Het gaat hierbij o.a. om Microlab en Kronehoefstraat. De gemeente heeft kosten gemaakt om deze locaties geschikt te maken voor de opvang van vluchtelingen. Dit zijn de transitiekosten voor de inrichting van de locatie. Denk hierbij aan de benodigde infrastructuur (water, elektra, internet etc), sanitair en diverse bouwkundige aanpassingen voor privacy, inrichting van gebruiksruimtes en reparaties. Daarnaast zijn exploitatiekosten gemaakt voor met name facilitaire zaken; eten en drinken, verbruiksgoederen, vervoer van mensen, afval. Tot slot is ook ondersteunend personeel ingezet voor dagbesteding en facilitaire zaken zoals schoonmaak en verzorgen maaltijden. Een nadere toelichting van de gemaakte kosten is opgenomen in bijlage 8.4 Bijlage kosten gemeente Eindhoven eerste opvang ontheemden Oekraïne.
•
De GGD heeft reguliere taken uitgevoerd voor de eerste noodopvang. Hiervoor zijn meerkosten gemaakt voor de inhuur en extra uren van verpleegkundigen voor medische screening, medewerkers voor hygiëne controles en psychosociale hulpverlening. Daarnaast zijn door de GGD tolken en ondersteuners ingezet om personeel van de GGD en de locatie te helpen bij de taakuitvoering.
•
VRBZO was verantwoordelijk voor de leiding en coördinatie bij de eerste opvang van de Oekraïense vluchtelingen. Ook heeft VRBZO makelaars ingehuurd om te zoeken naar meer permanente huisvesting voor de vluchtelingen na de eerste noodopvang. Om te zorgen voor goede duiding en communicatie naar externe en interne stakeholders zijn communicatiemedewerkers ingehuurd. Tot slot zijn door de veiligheidsregio enkele tolken ter ondersteuning van deze taken ingehuurd.
Kostensoort Meerkosten gemeente Eindhoven Voorzien van bijlage Hotels/centra Overige specifieke meerkosten Inhuur van makelaar, tolken en andere medewerkers Overige Meerkosten Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GGD/GHOR Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg projectleiding/bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten (exploitatie
Opgave kosten VRBZO € 1.320.000
€
via gemeente Eindhoven 600.000
€ € € € € € €
26.000 176.000 10.000
Totale kosten 2022
€ 2.132.000
Voorlopig toegekend voorschot bedrag 2022
€ 2.060.000
37
Jaarstukken 2022
5.3
Crisisnoodopvang (CNO)
Naar aanleiding van de toenemende vluchtelingenstroom naar Nederland, werd in de zomer van 2022 besloten om de crisisnoodopvang van deze vluchtelingen te verdelen over de veiligheidsregio’s van Nederland. Het initiële plan was dat deze opvang enkele weken zou duren. Wij hebben hier een crisisorganisatie voor opgezet. Na verloop van tijd bleek dat deze crisisnoodopvang een langere periode in beslag zou nemen dan in eerste instantie verwacht werd. Hierdoor waren wij genoodzaakt om met enige regelmaat te wisselen van locatie, totdat we in november in Someren zijn neergestreken voor het laatste deel van de CNO. VRBZO heeft in opdracht van het COA. Totale kosten in 2022 bedroegen €5.278.969. Deze kosten worden door middel van declaratie aan het COA volledig vergoed. In verband met vooraf gemaakte kosten met betrekking op het jaar 2023 is een grote bedrag aan het COA ten rekening gebracht: €5.388.348. Het verschil tussen deze twee bedragen (€109.379) zal in 2023 worden verrekend in de declaratie naar het COA. In afstemming met het COA is daarnaast over 2022 een finale kwijting getekend. Dit houdt in dat alle declaratie voor 2022 volledig is afgerond en het COA hier volledig akkoord mee is. •
De grootste kostenpost bedroeg de beveiliging van de locaties. Er waren ten allen tijden minimaal 5 beveiligers aanwezig. Een aantal dat werd opgeschaald naarmate het aan vluchtelingen in de opvang toenam.
•
Naast de beveiliging heeft de catering ook tot relatief hoge kosten geleidt. De vraag voor 3 maaltijden per dag, 7 dagen per week, ook op feestdagen leverde een complex aanbestedingsdossier op waar weinig reacties op kwamen. Dit zorgde ervoor dat het kostenplaatje voor de catering hoog was.
•
Op het grootste deel van de locaties is geen huur betaald, na afstemming met gemeentes. In Someren is echter wel huur betaald voor de locatie, wat een grote kostenpost was. Hierdoor valt de kostenpost voor locatie Someren in 2022 op het oog hoger uit dan de overige locaties.
•
Overige kosten bestaan uit onder meer schoonmaak, intern doorbelaste uren vanuit VRBZO, kosten voor taxi’s en huur van goederen als douchecabines en mobiele toiletten.
•
Verschil in kosten per locatie heeft te maken met aantal dagen, aantal opgevangen personen en huur van locatie (Someren).
•
Onder de kosten voor Algemeen CNO vallen kosten die zijn gemaakt voor het zoeken van locaties, algemene ondersteuning en overige kosten die niet direct aan een locatie toe te wijzen waren.
2022 Waalre CNO Best CNO Heeze CNO Deurne CNO Beek en Donk CNO Hapert CNO Mierlo CNO Helmond CNO
Looptijd (dgn) 22 21 21 21 21 76 21 34
Personen 200 110 80 200 90 110 80 80
€ € € € € € € €
32
290
€
1.315.790
Algemeen CNO
€
150.714
Totaal 2022
€
5.278.969
Someren CNO (2022)
Kosten VRBZO Kosten vooral door gemeente 19.956 339.873 320.392 745.979 337.472 1.124.810 436.604 487.379
38
Jaarstukken 2022
6. Begroting 2022 6.1
Primitieve begroting 2022
De begroting VRBZO 2022 is opgesteld in lijn met de uitgangspunten zoals vastgesteld in het Algemeen Bestuur d.d. 16 december 2019. De begroting is vastgesteld in het Algemeen Bestuur d.d. 7 juli 2021. De belangrijkste uitgangspunten betreffen: •
De toegepaste wijze van indexeren van de gemeentelijke bijdrage is conform de afspraken die gemaakt zijn tussen de gemeenten en de 4 gemeenschappelijke regelingen en bedraagt 1,69%.
6.2
Begrotingswijzigingen 2022
In 2022 zijn 3 begrotingswijzigingen door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Hieronder worden per wijziging de redenen benoemd: 6.2.1
5.2.1
1e begrotingswijziging
Na het opstellen van de begroting 2023 zijn er nog twee wijzigingen doorgevoerd in 2022 die een effect hebben op de begroting 2023. Via deze wijziging passen we die wijzigingen ook toe op de begroting 2023. Het betreft: •
Gezamenlijk gebruik van de Multidisciplinaire commando unit (MCU) met Brabant-Noord
•
Een verschuiving van personeel naar ondersteuning organisatie vanuit incidentbestrijding vanuit de reorganisatie Incidentbestrijding.
Drukluchtschuim VRZBO heeft er in het verleden voor gekozen alle tankautospuiten te voorzien van drukluchtschuim (DLS) blussystemen. Daarnaast is ervoor gekozen ook de grootschalige schuiminzet te laten uitvoeren vanuit het DLS concept. Dat wil zeggen dat meerdere eenheden met DLS een taak hebben bij de grootschalige schuiminzet. Argumenten hiervoor waren destijds o.a. het inzetten van innovatieve blusmiddelen en - methoden (veel blusstof met weinig water -> meer slagkracht), technische en tactische voordelen voor gebruikers. Uit een gehouden evaluatie 2021 en een nader onderzoek in opdracht van het MT VRBZO blijkt dat er diverse problemen zijn met DLS en grootschalige schuimblussing. In de bijlage bij deze wijziging is de notitie die hierover in de BVO IB is besproken toegevoegd. De notitie bevat een voorstel om te stoppen met het gebruik van DLS. Dit voorstel heeft naast de inhoudelijke gevolgen ook financiële impact. Ook deze financiële impact is in de bijlage uitgewerkt. Het structurele effect laat een beperkt voordeel zien van €14.000 vanaf 2026. In 2024 en 2025 is het voordeel incidenteel groter, maar is er ook meer onzekerheid over de onderhoudskosten om de huidige oude schuimbluseenheden actief te houden. Gezien de beperkte omvang van dit voordeel en de termijn waarop dit voordeel verwacht wordt, stellen we geen expliciete aanwending van dit voordeel voor.
Het voordeel wordt dan onderdeel van de exploitatieruimte voor dat jaar. Het incidentele effect is in 2021 €70.000 nadelig. Dit effect is al onderdeel van het financiële resultaat zoals gepresenteerd in de Bestuursrapportage. Hiervoor willen we de structurele projectruimte van €70.000 bij incidentbestrijding hiervoor inzetten.
39
Jaarstukken 2022
Tegelijk zijn er ook enkele wijzigingen in de investeringsbegroting aangeboden. •
Drukluchtschuim: toekomstige geplande investeringen in tankautospuiten zullen per voertuig €70.000 lager uitkomen. Daarvoor in de plaats gaan we twee schuimbluseenheden van €850.000 per stuk aanschaffen. Voor de reikwijdte van deze begroting neemt de totale investering met €1.000.000 toe. De bijbehorende kapitaalslasten zijn onderdeel van de doorrekening die gemaakt is voor de exploitatiekosten.
•
Voertuigen: Ontwikkelingen rondom duurzaamheid en de ontwikkeling van een nieuw werkconcept hebben een sterke relatie met de personenvoertuigen die we willen aanschaffen. Om dat beleid goed vorm te geven verschuiven we een aantal investeringen: o
Alle geplande investeringen in personenvoertuigen die we niet spoedeisend gebruiken verschuiven we naar 2023 om voldoende tijd te hebben voor onderzoek naar mogelijkheden duurzaamheid en werkconcept. Het betreft een geplande investering van ca. €390.000.
o
Iets meer dan de helft van de geplande investeringen in personenbusjes schuiven we door naar 2024 om voldoende tijd te hebben voor onderzoek naar mogelijkheden duurzaamheid en werkconcept. Het betreft een geplande investering van ca. €335.000.
Ook zijn een aantal voertuigen in betere staat dan normaal, waardoor we vervanging kunnen uitstellen: o
De geplande investering van ca. €56.000 in een ademluchtbus schuiven we door naar 2025. Het voertuig is in betere staat dan vooraf verwacht.
o
Drie huidige tankautospuiten kunnen naar verwachting een jaar langer in gebruik blijven. Een gaat er van 2022 naar 2023 en twee verschuiven 2023 naar 2024. De geplande investering betreft ca. €500.000 per tankautospuit.
•
Bedrijfsgebouwen: o
De voorbereidingen voor nieuwe huisvesting vragen meer tijd dan initieel gedacht. De geplande investering van ca. €1.700.000 voor nieuwe huisvesting verschuiven we naar 2024.
o
De geplande investering van €37.000 in beveiliging van gebouwen verschuiven we naar 2023.
o
Het is niet gelukt om de verbouwing van post Woensel in 2021 uit te voeren. We verschuiven een geplande investering van ca €225.000 naar 2022.
•
Correctie fout: Bij het opstellen van de jaarrekening kwam bij een routecontrole een fout aan het licht in de investeringsbegroting 2022. Bij twee onderdelen is ten onrechte in de eerste wijziging niet voorgesteld een krediet door te schuiven van 2021 naar 2022. Het betreft de aanschaf van enkele voertuigen ter waarde van €219.000 en een investering in inventaris van bijna €20.000. Omdat de investering voor 2021 was voorzien, is met de kapitaalslasten rekening gehouden in de begroting.
6.2.2
5.2.2
2e begrotingswijziging
In de wijziging zijn de volgende onderwerpen behandeld: •
Onttrekking reserve voor Bevolkingszorg: In de zomer van 2021 is besloten dat de kosten voor de uitbreiding bij Bevolkingszorg in 2022 ten laste van de algemene reserve gebracht zouden worden. In deze wijzigingen verwerken we dit voorstel. In het voorstel wordt aangegeven dat de kosten structureel op €257.355 per jaar uitkomen. Omdat niet alle medewerkers heel 2022 in dienst zijn, onttrekken we ook niet het gehele bedrag, maar €150.000.
•
Onttrekking reserve voor kosten inhuur HRM: door een constant hoog niveau van presteren als gevolg van de actuele ontwikkelingen, in combinatie met hoger ziekteverzuim en krappe arbeidsmarkt. Bij HRM leidde dit tot verloop en uitval van medewerkers waardoor dienstverlening in gevaar kwam. We stellen daarbij voor dat we voor een bijdrage aan de dekking van deze kosten de reserve investering bedrijfsvoeringssystemen laten vrijvallen. Op deze reserve hebben de laatste jaren geen wijzigingen meer plaatsgevonden en er is geen andere geplande onttrekking.
40
Jaarstukken 2022
6.2.3
5.2.3
3e begrotingswijziging
In de wijziging zijn de volgende onderwerpen behandeld: •
Interne verschuivingen: Onze organisatie stuurt de organisatie binnen de kaders van de begroting. Wel komt het hierbij voor dat voordelen binnen het ene programma worden ingezet binnen een ander programma. Met deze wijziging verwerken we deze inzet in de begroting. Het betreft: o
Inzet van €200.000 voor risicobeheersing ten behoeve van de meerkosten van de opleiding van de hogere instroom van nieuwe incidentbestrijders.
o
Inzet van €90.000 voor ondersteuning organisatie ten behoeve van projecten die processen stroomlijnen, informatieveiligheid vergroten en het leiderschapsprogramma ondersteunen. De dekking van bovenstaande voorstellen komt uit het bewust openhouden van vacatures, een incidenteel voordeel op kapitaalslasten doordat niet alle investeringen conform planning zijn uitgevoerd. Al deze onderdelen zitten binnen de begroting van Incidentbestrijding (Programma Brandweerzorg). Al deze wijzigingen zijn incidenteel. Verder centraliseren we structureel de plek waar diverse verhuurinkomsten van de politie worden begroot in de begroting, dit betreft een verschuiving van €14.500 van Crisisbeheersing (Programma Veiligheid) naar Incidentbestrijding (Programma Brandweerzorg).
•
Inkomsten uit declaraties na crises: Veiligheidsregio’s kregen in 2022 een aantal bijzondere opdrachten vanuit het kabinet, met name gericht op de opvang van vluchtelingen. Het Rijk zal de directe meerkosten (nadelen) volgens een landelijk kostenbesluit vergoeden. Tegenover deze incidentele opbrengsten, staan dan ook kosten van dezelfde grootte. o
Eerste opvang vluchtelingen Oekraïne: Veiligheidsregio's zijn door de minister aangewezen om de coördinatie en eerste opvang van vluchtelingen uit Oekraïne te organiseren en financieren. Conform het “kostenbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne” vergoedt het Rijk integraal de meerkosten (nadelen). Het uitgangspunt hierbij is een kostenneutrale uitvoering van taken.
o
Crisisnoodopvang: Veiligheidsregio's zijn door de minister aangewezen om de crisisnoodopvang van asielzoekers te organiseren en financieren. In onze regio is besloten om de uitvoering, exploitatie en (voor)financiering grotendeels te beleggen bij VRBZO. Het Rijk heeft de intentie om de daadwerkelijke meerkosten op eenzelfde wijze te vergoeden als de kostenregeling voor vluchtelingen uit Oekraïne. Momenteel financieren VRBZO en gemeenten de kosten voor. Het kostenplaats 2022 is uitgekomen op bijna 5,4 mln. Deze kosten worden volledig vergoed door het COA.
Voor de investeringsbegroting zijn de volgende onderwerpen behandeld: •
Schuimblusvoertuigen: In de vorige wijziging namen we het bestuur mee in de plannen van het dossier rondom drukluchtschuim (DLS). Onderdeel van dit plan is de aankoop van 2 schuimblusvoertuigen. Hierbij sloten we aan bij een lopende aanbesteding van veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN). Bij het beoordelen van de offertes conform de vastgestelde procedure werd duidelijk dat het huidige krediet van €1.700.000 niet toereikend is door prijsstijgingen in deze nichemarkt. Dat betekent dat we het krediet met €400.000 willen verhogen tot €2.100.000. Na een verkorte procedure is schriftelijk ingestemd met de verhoging van het investeringskrediet tot € 2,1 miljoen. De structurele kapitaalslasten stijgen door de hogere aanschafprijs met €27.000 naar € 140.000 vanaf 2026. De businesscase DLS kwam uit op een voordelig jaarlijks resultaat van €14.000, dat wordt nu een negatief resultaat van €13.000. Dit resultaat treedt over enkele jaren op (na levering en activatie). De structurele dekking van de (extra) kapitaalslasten is onderdeel van het indexatie dossier waarvoor een aparte notitie is ingebracht bij het bestuur.
•
Redgereedschap: In 2022 startte de aanbesteding voor nieuw redgereedschap op onze tankautospuiten. Hiervoor is een krediet beschikbaar van ruim € 1,1 miljoen. Bij de nota van inlichtingen werd duidelijk dat dit budget niet toereikend is voor de gewenste oplossing. Hierop is de aanbestedingsprocedure stilgelegd
41
Jaarstukken 2022
en een nieuwe marktconsultatie uitgevoerd. Op basis van deze consultatie wordt voorgesteld om het investeringskrediet met €280.000 te verhogen naar €1,4 miljoen. Daarmee stijgen ook de structurele kapitaalslasten met €28.000 per jaar. Tegelijk zal het preventief onderhoud aan het redgereedschap jaarlijks €18.000 minder kosten. Dit voordelige resultaat op onderhoudskosten zetten we in als dekking voor de extra kapitaalslasten. De structurele dekking van de overige (extra) kapitaalslasten is onderdeel van het indexatie dossier waarvoor een aparte notitie is ingebracht bij het bestuur. •
Verbouwing post Woensel: Door vertraging in de planning en de marktsituatie in de bouw (beschikbaarheid aannemer, langere levertijden) wordt de verbouwing bij post Woensel niet in 2022 uitgevoerd en afgerond. Bovendien zijn vanuit vergunningverlening extra voorzieningen nodig voor o.a. afwatering. Daarnaast zien we dat de marktsituatie in de bouw ongunstig is. Er is sprake van beperkte beschikbaarheid aannemers, hogere prijzen voor materialen en arbeid en levertijden zijn onzeker. Deze factoren zorgen voor extra kosten. De werkzaamheden beginnen in het Q1-2023, afronding is beoogd in Q2. De extra kapitaalslasten bedragen €5.650 per jaar. De structurele dekking van de (extra) kapitaalslasten is onderdeel van het indexatie dossier waarvoor een aparte notitie is ingebracht bij het bestuur.
•
Aanschaf bluskleding, blushandschoenen en pagers: We hebben enkele jaren geleden in bulk voor €2.000.000 bluskleding gekocht. Deze kleding is niet persoonsgebonden. Zodra de kleding gewassen moet worden, wordt deze naar de centrale wasplaats verstuurd en voor de medewerker is direct een vervangende set kleding in zijn maat beschikbaar. De kleding is daarmee ook financieel geactiveerd. Indien enkele stuks kleding bijgekocht moeten worden, wordt dit vanuit de exploitatie opgevangen. Door de hogere instroom van vrijwilligers is komende jaren is echter een grotere set met bluskleding, blushandschoenen en pagers nodig. In 2022 wordt nog voor €20.000 bluskleding (afschrijving 7 jaar, ongeveer €3.000 kapitaalslasten), voor €12.000 blushandschoenen (afschrijving 5 jaar, €2.400 kapitaalslasten) en voor €13.500 pagers (afschrijving 5 jaar, €2.700 kapitaalslasten) ingekocht. De extra kapitaalslasten van in totaal €8.100 worden binnen de exploitatie opgevangen. Begin 2023 kopen we nogmaals extra bluskleding voor een investeringswaarde van €75.000, met een afschrijftermijn van 7 jaar. De kapitaalslasten zijn daarmee beperkt tot ongeveer €11.000 en zullen binnen de bestaande exploitatie worden opgevangen.
•
Voertuigen voor Officieren van Dienst en Verkenningseenheden: De voertuigen voor Officiers van Dienst (OVD) en Verkenningseenheden (VKE) moeten in 2023 worden vervangen in verband met technische levensduur. De voertuigen voor OVD worden € 40.000 euro duurder en VKE worden € 21.500 duurder. Deze stijgingen worden veroorzaakt door prijsstijgingen de afgelopen maanden vanuit leveranciers. De voertuigen worden afgeschreven in 7 jaar, waarmee de extra kapitaalslasten uitkomen op respectievelijk €5.700 voor OVD voertuigen en €3.000 voor VKE voertuigen. De structurele dekking van de (extra) kapitaalslasten is onderdeel van het indexatie dossier waarvoor een aparte notitie is ingebracht bij het bestuur.
•
Audiovisuele apparatuur regionaal coördinatiecentrum (RCC): In het hoofdgebouw van VRBZO is het regionaal coördinatiecentrum (RCC) ondergebracht. Deze ruimte fungeert als opschalingsruimte voor het Regionaal Operationeel Team (ROT). Het is belangrijk om de juiste technische hulpmiddelen op orde te hebben. Om ook de komende jaren over een voldoende geëquipeerde omgeving te kunnen beschikken, is een investeringskrediet van €30.000 benodigd. Aanwending van het krediet gebeurt in 2022, de activatie van de middelen op de balans per 1 januari 2023. De kapitaalslasten van €6.000 komen ten laste van het programma Veiligheid product Crisisbeheersing. Dekking van de kapitaalslasten wordt gefinancierd vanuit een stijging van de structurele BDUR uitkering vanaf 2023.
42
Jaarstukken 2022
Voor 2022 resulteert dit in onderstaande begroting voor en na wijziging. In de jaarrekening wordt in analyses en toelichtingen in alle gevallen uitgegaan van de begroting na wijziging. Begroting
2022 lasten wijzigingen
Programma's
primitief
Programma Brandweergzorg Product Risicobeheersing Product Incidentbestrijding Totaal Programma Brandweerzorg
€ 5.429.368 € 33.779.886 € 39.209.254
€ 207.500 -€ 294.344 -€ 86.844
€ 5.636.868 € 33.485.542 € 39.122.410
€ 149.200 € 488.369 € 637.569
€ 7.500 € 14.500 € 22.000
€ 156.700 € 502.869 € 659.569
Programma Veiligheid Product Crisisbeheersing Product Bevolkingszorg Product GHOR Product GMK (exc.MKA) Totaal Programma Veiligheid
€ 1.473.280 € 463.130 € 1.030.226 €0 € 2.966.636
€ 32.000 €0 €0 €0 € 32.000
€ 1.505.280 € 463.130 € 1.030.226 €0 € 2.998.636
€ 14.500 €0 €0 €0 € 14.500
€ 17.500 €0 €0 €0 € 17.500
€ 32.000 €0 €0 €0 € 32.000
Programma Zorg Product Ambulancezorg Product MKA Totaal Programma Zorg
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 € 213.118 € 9.597.734 € 9.810.852
€0 €0 €0 € 134.344 € 134.344
€0 €0 € 213.118 € 9.732.078 € 9.945.196
€ 44.430.221 € 6.693.150 € 211.302 €0 € 51.334.673
€0 €0 €0 € 40.000 € 40.000
€ 44.430.221 € 6.693.150 € 211.302 € 40.000 € 51.374.673
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€ 51.986.742
€ 79.500
€ 52.066.242
€ 51.986.742
€ 79.500
€ 52.066.242
Programma Financiering Bijdrage Gemeenten Bijdrage Rijk Overig Fin & Alg Dekking Ondersteuning organisatie Totaal Programma Financiering Programma Reserves Mutaties Bestemmingsreserves Totaal Programma Reserves Totaal Programma's
definitief
primitief
2022 baten wijzigingen
definitief
43
Jaarstukken 2022
7. Analyse resultaat 2022 De jaarrekening 2022 sluit af met een positief gerealiseerd saldo van baten lasten van €474.023. In onderstaande tabel is weergegeven op welke onderdelen van de programma’s van VRBZO dit overschot ontstaan is.
VRBZO Saldo lasten en baten
Begroting 2022
Realisatie 2022
€ 32.982.673
-€ 644.204 € 324.283 -€ 88.747 -€ 188.941 € 191.495 €0 €0 €0 €7 € 212.091 € 142.666 € 157.567 € 106.217 € 150.000 € 217.807 € 474.023
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
€0
€ 33.626.877 € 5.155.886 € 1.562.027 € 652.071 € 838.731 €0 €0 €0 -€ 44.430.228 -€ 6.905.241 -€ 140.850 € 9.534.511 -€ 106.217
Mutaties Algemene Reserves Mutaties Bestemde Reserves
€0 €0 €0
-€ 150.000 -€ 217.807 -€ 474.023
Product Incidentbestrijding
Product Risicobeheersing € 5.480.168 Product Crisisbeheersing € 1.473.280 Product Bevolkingszorg € 463.130 Product GHOR € 1.030.226 Product GMK (exc. MKA) €0 Product Ambulancezorg €0 Product MKA €0 Bijdrage Gemeenten -€ 44.430.221 Bijdrage Rijk -€ 6.693.150 Product Financiering & Alg Dekkingsmiddelen € 1.816 Ondersteuning organisatie € 9.692.078
Gerealiseerd resultaat
7.1
Afwijking
Analyse van het resultaat 2022
In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is een uitgebreide analyse per programma onderdeel opgenomen op de afwijkingen tussen de begroting en de realisatie gesplitst naar loonkosten, kapitaallasten, overige lasten, overhead en overige verrekeningen (intern) en de baten. Dit zijn de belangrijkste redenen voor het resultaat:
Door een constant hoog niveau van presteren als gevolg van in hoofdstuk 1 benoemde relevante ontwikkelingen, in combinatie met hoger ziekteverzuim en krappe arbeidsmarkt, hebben we per saldo een overschot op de loonsom. Daarnaast hebben we meer (nieuwe) vrijwilligers, waardoor we meer uitgeven aan vakbekwaamheid. Het traject van de doorontwikkeling van de organisatie verliep binnen de beschikbare incidentele ruimte, waarbij we in de realisatie druk ervaarden door de (vluchtelingen)crises en daardoor niet op alle vlakken hebben gerealiseerd wat we beoogden. Veelal ging werk voor de crises namelijk ten koste van onze beoogde versnelling van trajecten voor de visie / uitvoeringsagenda.
44
Jaarstukken 2022
Kapitaalslasten: € 665.000 In de 1e begrotingswijziging 2022 gaven we al aan dat we in 2022 een incidentele meevaller hebben van € 477.000. Deze ruimte gebruikten we om extra voortgang te creëren in de ontwikkelingen van de visie (uitvoeringsagenda). Door vertragingen in het investeringsprogramma bij met name de aankoop van brandweervoertuigen en andere brandweermaterialen waren in 2022 nog enkele incidenteel meevallers op de kapitaalslasten. Loonkosten: € 510.000 Het voordeel op loonkosten is volledig incidenteel en opgebouwd uit een aantal componenten: •
Onvervulde vacatureruimte bij vooral de sector Incidentbestrijding veroorzaakt door personeelsverloop.
•
Vacatures voor specialistische adviseursfuncties die we moeilijk ingevuld krijgen.
•
Inkomsten van medewerkers die gedetacheerd zijn bij het Rijk, gemeenten of andere veiligheidsregio’s.
Onttrekking uit reserves: € 368.000 •
Vrijval bestemmingsreserve van € 218.000. Door hoog ziekteverzuim en verloop was het nodig om de afdeling HRM te versterken. Voor de zomer namen we de bestuurlijke commissie mee in deze ontwikkeling. Conform deze bespreking komt financiering van het versterkingsplan HRM deels uit het vrijvallen van deze bestemmingsreserve met een bedrijfsvoering gerelateerd doel.
•
Onttrekking algemene reserve van € 150.000. In 2021 is het plan om Bevolkingszorg op sterkte te brengen bestuurlijk vastgesteld. Structurele dekking is begroot vanaf 2023, voor 2022 zijn de meerkosten incidenteel vanuit de algemene reserve gedekt.
Hogere indexatie Brede Doeluitkering Rijk (BDUR) € 212.000 In de begroting rekenen we met een verwachte indexatie op de inkomsten vanuit de BDUR. Het Rijk stelt de indexatie voor de BDUR pas later in het lopende jaar vast. Door de hoge inflatie in het afgelopen jaar viel de indexatie hoger uit dan verwacht. Hierdoor hebben we een structurele meevaller op de BDUR inkomsten. Visie 2025 / uitvoeringsagenda (doorontwikkeling / visie): € -320.000 De incidentele ruimte investeerden we dit jaar in de ontwikkeling van de visie. Zo investeerden we € 200.000 in extra capaciteit voor crisisbeheersing. Projecten bedrijfsvoering (toekomstgerichte organisatie): € -260.000 Diverse incidentele kosten, onder andere: •
Extra aandacht voor inrichting van HRM.
•
Kosten inhuur expertise en capaciteit voor baseline informatiebeveiliging overheid (BIO).
•
Meerkosten voor inrichting en implementatie van ICT applicaties.
We constateren hierbij dat projectkosten voor bedrijfsvoering toenemend een structureel worden. Hoewel onderwerpen vaak incidenteel zijn, worden we ieder jaar geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen. Opleiden brandweermedewerkers € -280.000 De afgelopen jaren zijn actief nieuwe vrijwilligers geworven om voorziene uitstroom op te vangen. Deze vrijwilligers moeten een 2-jarig opleidingstraject doorlopen voordat ze inzetbaar zijn, waardoor er ook in 2022 meer geïnvesteerd is in opleidingskosten voor deze medewerkers. Verder organiseerden we dit jaar diverse aanvullende trainingen, om de uitgestelde oefeningen en trainingen door de coronacrisis te compenseren. Daarnaast hebben we voertuigbedieners opnieuw gecertificeerd en extra brandweerchauffeurs opgeleid.
45
Jaarstukken 2022
Naheffing zorgverzekeringswet premie (zvw-premie): € -310.000 Uit een controle van de fiscus blijkt dat we de afgelopen jaren niet altijd de werkgeversheffing zvw-premie voor vrijwilligers correct hebben afgedragen. VRBZO gaat er vanuit dat vrijwilligers naast hun dienstverband bij VRBZO een hoofdaanstelling elders hebben, waardoor we vergoedingen tegen bijzonder tarief belasten en we geen zvw premie hoeven af te dragen. De fiscus geeft aan dat dit onjuist is gelet op de voorspelbaarheid van moment en hoogte van de vergoeding. Dit levert VRBZO een naheffing op. Brandstof brandweervoertuigen € -150.000 Door prijsstijgingen hadden we rond de 50% meer kosten aan brandstof voor (brandweer)voertuigen. Met name diesel, waarop nagenoeg al onze grote voertuigen rijden, had een extreme prijsontwikkeling afgelopen jaar. We beschouwen deze kosten vooralsnog als incidenteel omdat de brandstofprijzen nog erg fluctueren. Diverse overig €39.000 Diverse nadelen en voordelen die incidenteel van aard zijn (o.a. onderhoud van voertuigen, inkoopadvies, Brandveilig Leven).
46
Jaarstukken 2022
DEEL 2: Jaarrekening In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over het in 2022 gevoerde financiële beleid en beheer van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO). Daarbij is rekening gehouden met de in de loop van 2022 vastgestelde wijzigingen van de begroting 2022. De structuur van de jaarrekening sluit aan bij de vastgestelde programmabegroting. De jaarrekening 2022 bestaat uit: •
grondslagen voor waardering en resultaatbepaling;
•
de balans voorzien van een toelichting;
•
overzicht van baten en lasten met toelichting;
•
WNT verantwoording;
•
SiSa verantwoording.
De jaarrekening kent conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een programmagerichte benadering die voor 2022 voor VRBZO is opgebouwd uit 4 programma’s met daarin 10 programmaproducten: •
•
•
•
1
Programma 1 Brandweerzorg -
Risicobeheersing
-
Incidentbestrijding
Programma 2 Veiligheid -
GHOR
-
Crisisbeheersing
-
Bevolkingszorg
Programma 3 Financiering -
Bijdragen Gemeenten
-
Bijdragen Rijk
-
Overige financiering en algemene dekkingsmiddelen
-
Ondersteuning organisatie1
Programma 4 Reserves -
Mutaties Algemene Reserve
-
Mutaties Bestemmingsreserves
VRBZO rekent in hoofdlijnen de activiteiten van de sector bedrijfsvoering en de leidinggevenden van het primaire proces tot de
ondersteuning van de organisatie. Huisvesting heeft in de organisatie vooral een taak voor de brandweerzorg en wordt daarom niet tot de ondersteuning van de organisatie gerekend. De medewerkers die onder de ondersteuning van de organisatie vallen hebben vaak ook een uitvoerende of leidinggevende functie bij grote incidenten of rampen.
47
Jaarstukken 2022
1. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin het algemeen bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.
1.1
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. 1.1.1
Bezittingen
Vaste activa De investeringen met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingprijs en bijkomende kosten. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Afschrijving vindt plaats vanaf 1 januari na het moment van ingebruikname volgens de lineaire methode, waarbij geen rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingspercentages zijn gebaseerd op de verwachte levensduur. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op grond wordt niet afgeschreven. Er wordt niet langer afgeschreven dan de vooraf vastgestelde termijn en niet verder dan dat de boekwaarde nihil is. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn conform het interne activabeleid. Indien een investering buiten gebruik wordt gesteld dient een extra afschrijving plaats te vinden indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. De opbrengstwaarde van een investering die buiten gebruik is gesteld wordt niet in mindering gebracht op een nieuwe investering, maar wordt als bijzondere bate verantwoord. Indien de waarde van een investering duurzaam vermindert in enig jaar wordt deze waardevermindering onafhankelijk van het resultaat in aanmerking genomen. Waardeverminderingen worden op de investering in
48
Jaarstukken 2022
mindering gebracht. Ook indien een vast actief buiten gebruik gesteld wordt, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde. De lasten samenhangend met de uitvoering van klein en groot onderhoud zijn niet levensduur verlengend en zijn daarom niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie of de gevormde voorziening gebracht. Er is geen sprake van gronden in erfpacht. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor oninbaarheid wordt, indien noodzakelijk, een voorziening dubieuze debiteuren getroffen. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen Liquide middelen worden tegen nominale waarde verantwoord. Schatkistbankieren In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het drempelbedrag. Dat is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. 1.1.2
Reserves
In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van het algemeen bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het algemeen bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo boekjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. 1.1.3
Schulden
Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Voorzieningen De definitie van een voorziening is een schatting van voorzienbare lasten waarvan het ontstaan in het verleden ligt. De exacte omvang hiervan is onzeker evenals het tijdstip van optreden. Voorzieningen worden opgenomen tegen de nominale waarde. De onderhoudsvoorziening gebouwen stoelt op een meerjarig onderhoudsplan voor het uit te voeren groot onderhoud.
49
Jaarstukken 2022
De voorziening FLO wordt bepaald conform de volgende uitgangspunten: •
De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de huidige bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR;
•
De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van de bij het opmaken van de jaarrekening actuele CAO, actuele inzichten en het actuele FLO beleid.
•
Er is rekening gehouden met een indexatie van 2% per jaar.
•
Bij het opnemen van de verplichting wordt rekening gehouden met de jaarlijkse FLO-bijdrage van gemeenten;
•
Bij het opnemen van de verplichtingen wordt rekening gehouden met de kans op vervallen van rechten door het overlijden van medewerkers. We hanteren hierbij de sterftecijfers van het CBS als basis.
Vanwege een cao-wijziging rondom het zogenoemde ‘verlofsparen’ is de commissie BBV van mening dat voor spaarverlof en bovenmatig verlof een voorziening moet worden getroffen. Op het moment van opstellen van de jaarrekening zijn de verschillende verlofsoorten nog niet volledig inzichtelijk. Bovendien ontbreekt financieel beleid rondom de verwerking, waardering en toelichting hiervan in de jaarrekening. Om die reden kan nog geen betrouwbare schatting worden gedaan van de financiële impact en de hoogte van de eventuele voorziening. Daarom wordt in dit geval geen voorziening opgenomen in de jaarrekening. Dit is afgestemd met de accountant. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
50
Jaarstukken 2022
2. Balans per 31 december 2022 Hieronder is de balans per 31 december 2022 opgenomen.
51
Jaarstukken 2022
2.1
Toelichting op de balans
2.1.1
Investeringen met economisch nut
Verloopoverzicht Investeringen met economisch nut Gronden en terreinen Investeringen met economisch nut Boekwaarde 1 januari 2022 Gekapitaliseerd Desinvestering Afschrijvingen Boekwaarde 31 december 2022
€ 801.079 €0 -€ 398.034 €0 € 403.045
Onderhanden Investeringen met economisch nut Boekwaarde 1 januari 2022 Mutaties lopende kredieten Overboeken afgeronde kredieten Boekwaarde 31 december 2022 Totaal Investeringen met economisch nut
€0 €0 €0 €0 € 403.045
Bedrijfs gebouwen
Vervoer middelen
€ 6.528.116 € 18.704.379 €0 € 514.915 -€ 911.036 €0 -€ 340.535 -€ 2.131.207 € 5.276.546 € 17.088.087
Machines, apparaten en installaties
Overig
Totaal
€ 790.018 € 198.852 €0 -€ 312.780 € 676.090
€ 5.360.192 € 285.355 €0 -€ 1.167.066 € 4.478.481
€ 32.183.785 € 999.121 -€ 1.309.070 -€ 3.951.587 € 27.922.249
€ 2.797 € 704.642 -€ 514.915 € 192.524
€ 82.656 € 135.375 -€ 198.852 € 19.179
€0 € 285.355 -€ 285.355 €0
€ 85.453 € 1.125.372 -€ 999.121 € 211.704
€ 5.276.546 € 17.280.612
€ 695.269
€ 4.478.481
€ 28.133.953
€0 €0 €0 €0
Onderstaand worden de mutaties per categorie nader uiteengezet:
Gronden en terreinen In 2022 heeft er een desinvestering plaatsgevonden op gronden en terreinen als gevolg van het afstoten van de kazernes Luijksgestel en Mierlo.
De desinvesteringen voor gronden en terreinen betreffen: Ondergrond kazerne Luijksgestel Ondergrond kazerne Mierlo Totaal desinvesteringen bedrijfsgebouwen
Aanschaf w aarde
Cum . afschrijvingen
Boekw aarde bij verkoop
€ 175.209 € 222.825 € 398.034
De desinvesteringen in gronden en terreinen hebben per saldo niet geresulteerd in een boekwinst of boekverlies.
Bedrijfsgebouwen In 2022 hebben buiten de afschrijvingen en het afstoten van de kazernes Luijksgestel en Mierlo geen mutaties plaatsgevonden op bedrijfsgebouwen.
De desinvesteringen voor bedrijfsgebouwen betreffen: Gebouw kazerne Luijksgestel Gebouw kazerne Mierlo Totaal desinvesteringen bedrijfsgebouwen
Aanschaf w aarde
Cum . afschrijvingen
Boekw aarde bij verkoop
€ 259.712 € 651.324 € 911.036
De desinvestering heeft geresulteerd in een boekwinst van € 48.596.
52
Jaarstukken 2022
De totale verzekerde waarde per 1 januari 2022 bedraagt voor opstal van de bedrijfsgebouwen € 9.904.560 (2021: € 9.391.505) en voor de inventaris € 14.135.945 (2021: € 13.398.079). De totale WOZ-waarde voor de bedrijfsgebouwen bedraagt € 5.571.000 (2021: € 5.625.000). Vervoermiddelen De investeringen voor vervoermiddelen betreffen: 7 Dienstbussen 1 Logistiek voertuig 1 Adviseur Gevaarlijke Stoffen voertuig
Aanschaf w aarde
€ 343.642 € 98.354 € 72.919 € 514.915
Totaal investeringen voor vervoermiddelen
De desinvesteringen voor vervoermiddelen betreffen: 1 Hoogwerker 1 Dienstauto 1 Logistiek voertuig 1 Instructieunit 2 Poederblussers
Aanschaf w aarde
Cum . afschrijvingen
Boekw aarde bij verkoop
€0 €0 €0 €0 €0 €0
Totaal desinvesteringen voor vervoermiddelen De desinvesteringen in vervoermiddelen hebben per saldo geresulteerd in een boekwinst van € 33.103. Het onderhanden werk vervoermiddelen betreft: 1 Officiers Van Dienst voertuig 1 Dienstbus 1 Verkennings Eenheid Brandweer voertuig Inrichting diverse te leveren voertuigen
€ 63.592 € 49.097 € 40.831 € 38.965 €
Totaal onderhanden werk vervoermiddelen
Machines, apparaten en installaties De investeringen voor machines, apparaten en installaties betreffen: Fitnessapparatuur Wasmachines Smartphones
192.485
Aanschaf w aarde
€ 104.307 € 82.656 € 11.889 € 198.852
Totaal investeringen voor machines, apparaten en installaties Het onderhanden werk machines, apparaten en installaties investeringen betreft: Tablets Totaal onderhanden werk machines, apparaten en installaties
€ €
Overig De investeringen voor overige betreffen: Warmtebeeldcamera's Bluskleding Valbeveiliging RTH Uitrusting wateroppervlakte redteams Pagers Blushandschoenen
Aanschaf w aarde
€ 197.780 € 33.775 € 14.378 € 13.891 € 13.552 € 11.979 € 285.355
Totaal investeringen overige
De desinvesteringen voor overige betreffen: C2000 Alarmontvangers Warmtebeeldcamera's Wasmachines Overige materialen Totaal desinvesteringen voor overige activa
19.179 19.179
Aanschaf w aarde
Cum . afschrijvingen
Boekw aarde bij verkoop
€0 €0 €0 €0 €0
De desinvesteringen in overige activa hebben per saldo geresulteerd in een boekwinst van € 8.490
53
Jaarstukken 2022
2.1.2
Vlottende activa
Uitzettingen De uitzettingen zijn als volgt opgebouwd: Vorderingen op openbare lichamen: Vorderingen op openbare lichamen Totaal vorderingen op openbare lichamen Rekening courant Ministerie van Financien (Schatkistbankieren) Overige vorderingen Totaal Uitzettingen
31-dec-22 € 749.418 € 749.418
31-dec-21 € 373.455 € 373.455
€ 2.919.217 € 39.330 € 3.707.965
€ 4.300.525 € 73.135 € 4.747.115
Het drempelbedrag voor schatkistbankieren bedraagt € 1.039.735 (2% van het primaire begrotingstotaal ad €51.986.742). In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2022 is geweest: Kwartaal Drempelbedrag Aangehouden middelen Aantal dagen Dag gem. Onder-/overschrijding
Q1 € 1.039.735 € 84.184 90 € 935 € 1.038.800
Q2 € 1.039.735 € 84.733 91 € 929 € 1.038.806
Q3 € 1.039.735 € 126.051 92 € 1.370 € 1.038.365
Q4 € 1.039.735 € 220.266 92 € 2.394 € 1.037.341
54
Jaarstukken 2022
2.1.3
Eigen vermogen
Verloopoverzicht Eigen Vermogen
Resultaat bestemming
Uitkering resultaat
Vrijval reserves
31-dec-22
€0
-€ 150.000
€ 1.777.182
€0 €0
€0 €0
-€ 217.806 -€ 217.806
€0 €0
€0
€0
€0
€0
€0
-€ 72.817
€ 72.817
€0
€ 474.023
€0
€ 474.023
€ 2.144.989
€0
€0
€ 474.023
-€ 367.806
€ 2.251.206
Eigen Vermogen
1-jan-22
Algemene Reserve
€ 2.000.000
-€ 72.817
€0
€ 217.806 € 217.806
€0 €0
€0
Bestemmingsreserve Investeringen Totaal Bestemmingsreserve Uit te keren resultaat Exploitatie Saldo Totaal Eigen Vermogen