CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Scenario's vernieuwing Museum Noordwijk - BMC

Gemeenteraadsvergadering 18 mei 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Nieuwbouwplannen van Museum Noordwijk25.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

33/116

uitleggen van de netten op het wantveld, repareren van netten en dergelijke

Referentie: Tirpitz Museum, Denemarken

Hier kunnen de kinderen (en ook volwassenen) ‘hands-on’ aan de slag met deze thema’s. Kijken, voelen, ruiken en zelf uitproberen is bij dit onderdeel allemaal mogelijk.

Referentie: Netten boeten bij Museum Kaap Skil Texel

In het derde gedeelte is een grote ronde tafel geplaatst met in het tafelblad een uitvergroot kompas afgedrukt. Deze tafel kan gebruikt worden voor educatieve workshops. Ook kan er een (educatief) navigatiespel gespeeld worden en een (model)bomschuit worden gebouwd. Voor kinderen kan deze plek een rustpunt zijn in de tentoonstelling; een plek waar ze een halfuurtje kunnen spelen. Volwassen bezoekers zonder kinderen kunnen ervoor kiezen deze zolder kort te bezoeken en weer snel verder te gaan naar de volgende tentoonstellingsruimte. In ieder geval wordt de bezoeker uitgenodigd (weer door ‘de jongen’, die op diezelfde plek ‘afscheid neemt’) om naar het vervolg van de tentoonstelling te gaan. Zeegezichten, scheepsbouw en schilderijen (nieuwbouw) In deze ruimte overheersen de thema’s: zeegezichten en scheepsbouw. Als de bezoeker deze ruimte betreedt, is de ruimte relatief donker. Zijn oog wordt naar een bewegend object getrokken. In de ruimte is een opening in de vloer waardoor het licht van de benedenverdieping naar boven stijgt. Daar bevindt zich ook de mobile (waarvan de bezoeker het onderste deel al heeft gezien in de horecaruimte) die van bovenaf uitgelicht wordt.

34/116

Afbeelding Artist impression mobile met scheepsmodellen (Kloosterboer Decor)

Terwijl de ruimte nog steeds redelijk duister is, horen we in de verte het geluid van de wind. Dan verlichten spots de wanden, waar indrukwekkende zeegezichten tentoongesteld zijn. In een apart kabinet zijn opmerkelijke voorwerpen, die te maken hebben met visserij, tentoongesteld. Vanaf de buitenkant van het kabinet zijn deze voorwerpen te zien door kijkgaten op verschillende hoogten, zodat kinderen en volwassenen van verschillende lengtes alle voorwerpen kunnen zien. Ieder kijkgat is voorzien van een nieuwsgierig makende vraag. De bezoeker kan het kabinet ook binnenlopen, waardoor hij de voorwerpen in hun bredere context kan bekijken. Er is een korte toelichting op de wijze waarop de voorwerpen gebruikt worden en er is de mogelijkheid om objecten aan te raken en uit te proberen.

Wisseltentoonstellingen (nieuwbouw) Wisseltentoonstellingen zorgen ervoor dat bezoekers die het museum al eens eerder gezien hebben regelmatig terugkomen. De ruimte voor wisseltentoonstellingen is zo gesitueerd dat een bezoeker die voor het eerst het museum bezoekt hier terechtkomt nadat hij de vaste expositie heeft bezocht. Voor bezoekers die het museum al vaker hebben bezocht en vooral getrokken worden door de wisseltentoonstelling is het mogelijk om rechtstreeks naar deze ruimte te gaan.

Afbeelding Het oude Zeedorp Noordwijk aan Zee 1884 (Thomas Bush Hardy)

Thomas Bush Hardy Het oude Zeedorp Noordwijk aan zee 1884 Aquarel op Papier Sign. l.o. . Thomas Bush Hardy ‘84 Museumnummer 505 1035 35/116

Afbeeldingen Veelheid aan thema’s voor wisseltentoonstellingen in het vernieuwde Museum Noordwijk

De thema’s van de wisseltentoonstellingen vormen een ‘kapstok’ voor aanvullende activiteiten, zoals feestelijke openingen, lezingen, boekpresentaties en workshops. Er worden aansprekende thema’s gezocht, waarbij aansluiting wordt gezocht bij bijvoorbeeld themajaren, activiteiten van Noordwijkse kunstenaars en bijzondere maatschappelijke thema’s in Noordwijk, De Zilk en Noordwijkerhout. Betrokkenheid van burgers in Noordwijk, De Zilk en Noordwijkerhout kan versterkt worden door bijvoorbeeld een prijsvraag voor tentoonstellingsthema’s onder basisscholen uit te schrijven.

•

• • • • •

Speciale aangelegenheden, zoals de verschijning van een boek (denk bijvoorbeeld aan het boek Vloed van Susan Smit, dat het oude Noordwijk beschrijft) Bijzondere badmode van vroeger en nu Maatschappelijke thema’s die actueel zijn in Noordwijk, De Zilk en Noordwijkerhout Religieuze thema’s (zoals Sancta Maria, Noordwijkerhout) Het Nederlands Elftal in Noordwijk aan Zee Bijzondere inwoners van Noordwijk, De Zilk en Noordwijkerhout, vroeger en nu (Freddy Heineken, Dirk Kuijt, Louis van Gaal, e.a.)

Bij de keuze voor de thema’s kan daarnaast rekening worden gehouden met de seizoenen: in de zomer kunnen populaire thema’s worden gepresenteerd die gezinnen en toeristen aanspreken, in de winterperiode juist de thema’s die interessant zijn voor congresgangers en voor frequente bezoekers van musea, zoals vijftigplussers. Voorbeelden van mogelijke thema's voor wisseltentoonstellingen (en lezingen) zijn: • De architectuur van het eerste Nederlandse villadorp in de duinen (in Noordwijk aan Zee) • Kunstenaars en schrijvers uit Noordwijk, De Zilk en Noordwijkerhout, zoals bijvoorbeeld Henriëtte Roland Holst, Margriet de Moor, Albert Verwey, Oswald Wenckebach, Charlotte van Pallandt. • Koningin Wilhelmina (de geschiedenis van de beeldhouwwerken van Kees Verkade en Charlotte van Pallandt, het inspecteren van de troepen door Wilhelmina, e.d.)

36/116

Foto Wilhelmina Boulevard in de jaren 50

Afsluiting bezoek Na het verlaten van de expositie kan het bezoek aan het museum worden afgesloten bij de horeca, de VVV en de museumwinkel.

6. Benchmark vernieuwd museum Noordwijk (scenario 2) Inleiding benchmark Omdat alleen bij scenario 2 (volledig vernieuwd en uitgebreid Museum Noordwijk) substantieel meer bezoekers te verwachten zijn, betreft dit hoofdstuk uitsluitend een vergelijking van gegevens die voor dit scenario relevant zijn. Uitgangspunten benchmark Het vernieuwde Museum Noordwijk (scenario 2) zal een beleving bieden voor inwoners van Noordwijk, groepsbezoek van onderwijsinstellingen, (strand)toeristen en zakelijke toeristen. Naast een volledig vernieuwde tentoonstelling, zullen ook horeca en (indien mogelijk) een VVV-winkel deel uitmaken van het totaalconcept. Om dit alles te realiseren zal het bestaande museum – dat gevestigd is in een voormalige duinboerderij – met nieuwbouw uitgebreid worden. Bij het vernieuwen van het museum is gekeken naar andere musea (benchmark). De benchmark is benut voor een drietal zaken: • Inspiratie voor het te vernieuwen concept • Aantal bezoekers • Verhouding bijdrage gemeente/eigen inkomsten/sponsoring

Inspirerende voorbeelden voor het te vernieuwen Museum Noordwijk zijn musea die veel aandacht besteden aan de beleving van de bezoeker, inspelen op een brede doelgroep en thematische overeenkomsten hebben met Museum Noordwijk. Hieronder zijn de volgende referenties uitgewerkt: • Scheepvaartmuseum, Amsterdam (www.hetscheepvaartmuseum.nl) • Kaap Skil, Texel (www.kaapskil.nl) • Tirpitz Museum, Denemarken (www.tirpitzmuseum.no) Scheepvaartmuseum, Amsterdam (circa 350.000 bezoekers) Dit is weliswaar een veel groter museum dan het concept van het vernieuwde museum Noordwijk en ook het aantal bezoekers is veel omvangrijker dan voor Noordwijk haalbaar is, maar dit voorbeeld inspireert wel vanwege de interessante toepassing van presentatietechnologie. Kinderen kunnen hier spelenderwijs kennis opdoen. Het Scheepvaartmuseum wil een groot en breed publiek inspireren en verrijken met het zeewaartse verhaal. Het zeewaartse verhaal van Nederland wordt inhoudelijk gedragen door vijf hoofdthema's: Nederlanders en de wereld, Nederland als maritieme natie, de zee als bron van inspiratie van de kunst, de zee als nieuwe uitdaging en Amsterdam als havenstad. Het zeewaartse verhaal gaat over reizen naar het onbekende, over ontdekking en interactie met uiteenlopende nieuwe culturen, ondernemerschap en durf.

37/116

Het museum vertelt dit zeewaartse verhaal aan de hand van een maritieme topcollectie, via vernieuwende presentaties en prikkelende tentoonstellingen. Hiermee biedt het inspiratie voor de toekomst, wordt het verleden tot leven gebracht en zet het museum aan tot nadenken.

Referentie: veel ‘hands-on’ in het Scheepvaartmuseum Referentie: Scheepvaartmuseum Amsterdam

Referentie: Gouden Eeuw komt met virtual reality tot leven in het Scheepvaartmuseum Referentie: Scheepvaartmuseum Amsterdam (gecombineerd met portretfoto’s van het Noordwijkse echtpaar Koeman)

38/116

Referentie: een tot de verbeelding sprekende verhaal (in dit geval walvisvaart in het Scheepvaartmuseum) leent zich goed voor belevingselementen

Referentie: ook zonder moderne technieken kan ‘hands-on’ kinderen uitdagen, zoals hier in het Scheepvaartmuseum

39/116

Referentie: tijdelijke tentoonstelling De Zwarte Bladzijde in het Scheepvaartmuseum met daarin veel theatrale elementen (2013)

Referentie: tijdelijke tentoonstelling De Zwarte Bladzijde in het Scheepvaartmuseum met daarin veel theatrale elementen (2013)

Kaap Skil Texel (circa 60.000 bezoekers) Vernieuwd museum op Texel. Het hoofdgebouw - dat tevens entreegebouw is voor het openluchtmuseum - heeft dezelfde opzet als het idee voor de aanbouw van Museum Noordwijk: moderne presentatie in een moderne ‘schuur’, aansprekend voor kinderen en andere doelgroepen. Het museum bevat tentoonstellingen over visserij, scheepvaart, jutterij en het belang van Texel in de Gouden Eeuw. Het is een openluchtmuseum met een bijzonder hoofdgebouw. Het met internationale prijzen bekroonde ontwerp is van Mecanoo architecten uit Delft. De vier aaneengeschakelde puntdaken gaan op in het ritme van de dorpse daken die vanaf de zee boven de dijk uitsteken. De gevel is bekleed met houten lamellen. Deze zijn gemaakt van verzaagde hardhouten damwanden uit het Noord-Hollands Kanaal. Het hout heeft zo, net als de aangespoelde collectiestukken van het museum, een tweede leven gekregen. Binnen in het gebouw is een eigentijdse, op beleving gerichte, tentoonstelling te zien. Op de begane grond zijn het museumcafé en de museumwinkel te vinden. Op de bovenverdieping is de tentoonstelling Archeologie onder Water en in het souterrain de maquette van de Reede van Texel. Achter het hoofdgebouw bevindt zich het openluchtmuseum met vissershuisjes, jutterij en graanmolen.

In het graanpakhuis en andere gebouwen van het museum zijn tentoonstellingen over onder meer visserij en de Texelse veerdienst te bezichtigen.

40/116

Kaap Skil is begonnen als een eenmalige tentoonstelling van opgedoken en gejutte spullen door duikers en jutters. Dit was zo’n succes dat werd besloten er een permanente plek voor te zoeken. In 1981 werd het Maritiem & Jutters Museum opgericht. Dit was de voorloper van het huidige Museum Kaap Skil. De samenwerking met duikers en jutters is door de jaren heen gebleven, maar de thema’s zijn uitgebreid en het museum is geprofessionaliseerd.

Referentie: Museum Kaap Skil Texel gevel entreegebouw

Referentie: Museum Kaap Skil Texel expositie entreegebouw

Referentie: Museum Kaap Skil Texel expositie entreegebouw

Referentie: Museum Kaap Skil Texel

Referentie: Museum Kaap Skil Texel expositie entreegebouw

41/116

Referentie: Museum Kaap Skil Texel (links)

Referentie: netten boeten bij Museum Kaap Skil Texel

42/116

Tirpitz Museum, Denemarken) Verborgen in het duinlandschap van Blåvand is in 2017 het bijzondere museum TIRPITZ geopend. Het complex is ontworpen door het gerenommeerde Deense architectenbureau Bjarke Ingels Group (BIG). Door gebruik van veel glas en licht opent het hart van het gebouw zich als het ware naar buiten toe. Het ritme van de omliggende natuur wordt ook in het tentoonstellingsontwerp doorgevoerd. Het nieuwe museumcomplex telt vier tentoonstellingsruimtes en is via een tunnel verbonden met de grote geschutsbunker ‘Tirpitz’, die deel uitmaakt van de Atlantikwall uit de Tweede Wereldoorlog. In 1944 werd een begin gemaakt met de bouw van de bunker, maar werd door de Duitse capitulatie in mei 1945 nooit voltooid. In tegenstelling tot de zware betonnen blokken is het vernieuwde Tirpitz open van structuur en gaat het volledig op in het landschap. Tirpitz ligt aan de Deense westkust in de gemeente Varde, dat sinds 2015 deel uitmaakt van het LEGOLAND Billund Resort, met als middelpunt het originele LEGOLAND familiepark in Billund. Het resort strekt zich uit van de westkust tot de oostkust in Zuid-Jutland en het nieuwe Tirpitz Museum is een van de bezienswaardigheden. In 2017 is het museum verkozen tot beste thematische museum in Denemarken.

De eerste twee maanden na opening kwamen er al meer dan 100.000 bezoekers op het museum af, terwijl dit aantal vooraf voorzien was voor het eerste jaar.

Referentie: Tirpitz Museum, Denemarken

Referentie: Tirpitz Museum, Denemarken

Referentie: Tirpitz Museum, Denemarken

Referentie: Tirpitz Museum, Denemarken

43/116

Referentie: Tirpitz Museum, Denemarken Referentie: Tirpitz Museum, Denemarken

Referentie: Tirpitz Museum, Denemarken

44/116

Musea met circa 25.000 bezoekers en vergelijkbare thema’s en ligging Per jaar worden er voor Museum Noordwijk 20.000 extra bezoekers verwacht. Dit zou het aantal bezoekers op circa 25.000 brengen. Ter vergelijking noemen we de bezoekersaantallen (per jaar) van enkele andere musea in of nabij kustplaatsen: • Stadhuismuseum Zierikzee: 20.000 • Muzee Scheveningen 23.477 (2015) • Het Polderhuis Westkapelle 46.841 (2016) • Terra Maris Oostkapelle 31.231 (2016) • Katwijks Museum 24.955 (2016) • Volendams Museum 25.000 (2017) • Fries Scheepvaartmuseum 28.500 (2017) Belangrijk is om het vernieuwde Museum Noordwijk qua bezoekersaantallen niet te meten met grotere musea zoals het Scheepvaartmuseum of Kaap Skil. Daarom is er bewust gekozen voor musea van bescheiden omvang en met een relatief eenvoudige tentoonstellingsopzet. Deze cijfers laten zien dat de 25.000 bezoekers waar we voor het vernieuwde museum van uitgaan – op basis van referenties – zeker realistisch is. Overigens is het Polderhuis hier ook als referentie opgenomen, terwijl er meer dan 45.000 bezoekers per jaar komen. De nabijgelegen vuurtorens zijn ook te bezoeken als attractie en daardoor komen de bezoekersaantallen relatief hoog uit.

Echter, vanwege de ligging aan de kust en de combinatie met strandbezoek is ervoor gekozen om dit museum, ondanks dat de bezoekersaantallen hoger zijn dan in Noordwijk te verwachten, wel als referentie op te nemen.

45/116

Mogelijk zit er voor het vernieuwde Museum Noordwijk een groei in tot boven de 25.000 bezoekers, maar op basis van bovenstaande referenties en ervaringsgegevens beschouwen we 35.000 bezoekers daarbij als zeer ambitieus. Ter vergelijking: het Zeeuws Maritiem muZEEum in Vlissingen trok in 2017 35.000 bezoekers. Dat was 20% meer dan in 2016. Dit museum ligt – net als Museum Noordwijk – op loopafstand van de zee (dus tussen de toeristenstromen), maar is een stuk groter dan het vernieuwde Museum Noordwijk. NB Het voortbestaan van het museum is overigens onzeker (het kreeg € 375.000,- subsidie per jaar; dat wordt per 2019 € 162.500,-). Om een beeld te geven van musea die boven de 35.000 bezoekers uitkomen (categorie 35.000-45.000 bezoekers): • Cobra Museum Amstelveen • Forteiland Pampus • Haarlemmermeermuseum De Cruquius • Keramiekmuseum Princessehof • Museum Gouda • Museum Hilversum • Natuurmuseum Fryslân • Volendams Museum • Witte de With Center for Contemporary Art • Zeeuws Maritiem MuZEEum Boven deze categorie van 35.000 tot 45.000 bezoekers komen we uit bij musea met een nog wat grotere impact, zoals het Dick Bruna Huis in Utrecht, de Markiezenhof in Bergen op Zoom en het Allard Pierson Museum in Amsterdam (alle drie circa 50.000 bezoekers).

Stadhuismuseum Zierikzee (circa 20.000 bezoekers) Het Stadhuismuseum vertelt het verhaal van monumentenstad Zierikzee en haar omgeving en dankt zijn naam aan het gebouw waarin het is gehuisvest, namelijk het voormalige stadhuis van Zierikzee. Het gebouw en de collectie tonen de rijkdom van deze oude havenstad. Vanuit Zierikzee werd er met heel Europa intensief handelgedreven in zout en meekrap. De stad was ooit de roem en trots van Schouwen-Duiveland. Scheepsmodellen, oude kaarten, bodemvondsten, zilverwerk, schilderijen en curiosa laten zien hoe dit eiland zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Het grootste object van het museum is het Stadhuis zelf; een monumentaal pand van ruim 450 jaar oud. Dit gebouw was het kloppend hart van het oude Zierikzee. Niet alleen het stadsbestuur zetelde hier, maar ook de rechtbank, het waterschap, de vleeshal en de waag waren in dit gebouw gevestigd. Bijzonderheden van het pand zijn de eikenhouten zolderkapconstructie en de stijlkamers. In de nieuwe tentoonstellingszaal komen de topstukken van de gemeentelijke collectie bijeen in een verhaal over stad, land en water. In het museum kan nog steeds getrouwd worden.

Referentie: Stadhuismuseum Zierikzee (voormalige stadhuis)

Referentie: tentoonstellingszaal Stadhuismuseum Zierikzee

46/116

rondom de visserij en wordt de geschiedenis van het vissersdorp en de badplaats getoond, samen met het dierenleven in zee. Het museum beschikt over een grote collectie schelpen vanuit de hele wereld. Een tropisch zeeaquarium maakt deel uit van de vaste tentoonstelling. De vaste presentatie biedt een overzicht van de visserij en het dagelijks leven in vroeger tijden. Ook de geschiedenis van de bad- en strandcultuur sinds het begin van de negentiende eeuw wordt getoond.

Referentie: De Waag Stadhuismuseum Zierikzee

Stadhuismuseum Zierikzee in cijfers: Aantal bezoekers: circa 20.000 Totale baten: circa € 795.000,- (activiteitenverslag 2017) Subsidies: circa € 690.000,- (activiteitenverslag 2017) Giften, fondsen: circa € 17.800,- (activiteitenverslag 2017) Omzet exclusief subsidies en giften/fondsen: circa € 87.888,(activiteitenverslag 2017) Bijzonderheden: Het Stadhuismuseum is voor meer dan 86% van de totale inkomsten afhankelijk van subsidies. Muzee Scheveningen (circa 24.000 bezoekers) Muzee Scheveningen is een traditioneel opgezet cultuuren natuurhistorisch museum in de Nederlandse badplaats Scheveningen dat de geschiedenis, cultuur en het dagelijks leven van die stad in beeld brengt, vooral in relatie tot de zee en de visserij. Het museum is gevestigd in een voormalige burgerschool, die is gerestaureerd. Muzee Scheveningen ontstond in 2006 na het samengaan van Museum Scheveningen en het Zeemuseum. Hierdoor zijn er schilderijen en tekeningen te zien vooral

47/116

Muzee Scheveningen in cijfers: Aantal bezoekers: circa 24.000 Totale baten: circa € 764.000,- (jaarrekening 2017) Subsidies: circa € 398.000,- (jaarrekening 2017) Projectsponsoring: circa € 25.700,- (jaarrekening 2017) Omzet exclusief subsidies en giften/fondsen: circa € 301.000,-, waarvan circa € 95.000,- entreegelden en circa € 86.000,- horecaomzet (jaarrekening 2017) Donateurs, vriendenstichtingen e.d.: circa € 27.000,(jaarrekening 2017) Bijzonderheden: Het Muzee is voor circa 52% van de totale inkomsten afhankelijk van subsidies.

Referentie: de voormalige burgerschool waarin Muzee gehuisvest is

Referentie: historische badkleding in Muzee

Het Polderhuis Westkapelle (circa 47.000 bezoekers) Het Polderhuis is een regionaal museum met een internationaal verhaal. Het Dijk- en oorlogsmuseum is modern, goed gedocumenteerd en interactief. In het grote ‘schuur’-gedeelte is een vaste expositie ingericht; dat is het deel waarvoor bezoekers entree betalen. Het museum laat ook regelmatig hedendaagse kunstenaars exposeren. Dit gebeurt in de gratis toegankelijke ontmoetingsruimte, waardoor de drempel voor kunst letterlijk geslecht wordt. Per jaar zijn er twee grote kunstexposities in de zomer. In het voor- en najaar zijn er exposities die gericht zijn op leven, werken en wonen op Walcheren. De tuin is een openluchtmuseum met diverse monumenten en historische objecten. Bij het Polderhuis is een winkel en er is tevens een horecagelegenheid met een terras. Onder dezelfde organisatie vallen twee vuurtorens, die bezocht kunnen worden (’t Hoge Licht en ’t Lage Licht).

Het Polderhuis Westkapelle in cijfers: Aantal bezoekers: circa 47.000 Totale baten: circa € 253.000,- (financieel verslag 2016) Subsidie gemeente: geen structurele subsidie, wel is er eenmalig subsidie verstrekt (financieel verslag 2016) Eigen inkomsten (kaartverkoop, donaties e.d.): circa € 226.000,- (financieel verslag 2016). Bijzonderheden: Er is geen structurele subsidie. De organisatie heeft lage kosten. De huisvestingslasten zijn zeer laag en er zijn alleen vrijwilligers verbonden aan het Polderhuis (geen betaalde krachten).

Referentie: huisvesting van het Polderhuis (naast de vuurtoren die als onderdeel van het museum te beklimmen is)

Referentie: exterieur van het Polderhuis

48/116

Referentie: vaste tentoonstelling in het Polderhuis

Terra Maris in cijfers: Aantal bezoekers: circa 31.000 Totale baten: circa € 770.000,- (jaarrekening 2017) Subsidie provincie Zeeland: circa € 335.000,(jaarrekening 2017) Subsidie gemeente Veere: circa € 29.000,(jaarrekening 2017) Overige subsidies (inclusief doelsubsidies en projectsubsidies): € 153.000,- (jaarrekening 2017) Donaties: circa € 23.000,- (jaarrekening 2017) Sponsoring: geen sponsoring (jaarrekening 2017) Entreegelden: circa € 111.500,- (jaarrekening 2017) Bijzonderheden: Terra Maris is voor meer dan 65% van de totale inkomsten afhankelijk van subsidies.

Referentie: vaste tentoonstelling in het Polderhuis

Terra Maris Oostkapelle (circa 31.000 bezoekers) Terra Maris is een museum voor natuur en landschap van Zeeland, gevestigd in Oostkapelle in de voormalige orangerie van kasteel Westhove. Het museum ligt aan de Manteling van Walcheren, slechts 750 meter van het strand. Het museum is de opvolger van het Zeeuws Biologisch Museum, dat in 2004 door Het Zeeuwse Landschap werd overgenomen. Bij het museum hoort een landschapstuin van 2,5 ha, waarin verschillende landschapstypes worden gepresenteerd. Er is een museumcafé en een museumwinkel.

49/116

Referentie: ligging Natuur- en landschapsmuseum Terra Maris in het duingebied ‘Manteling van Walcheren’

Referentie: expositie Natuur- en landschapsmuseum Terra Maris

Katwijks Museum (circa 25.000 bezoekers) Het Katwijks Museum ligt in het centrum van het oude vissersdorp en is gehuisvest in een ruim en recent uitgebreid complex. Een voormalige, monumentale rederswoning vormt hierbij de blikvanger. Het museum combineert een collectie schilderijen van buitenlandse en Nederlandse schilders die aangetrokken werden door de kunstenaarskolonie Katwijk en tevens een verzameling lokale en streekgebonden bezienswaardigheden. Het museum organiseert circa tweemaal per jaar een wisseltentoonstelling.

Referentie: buitenactiviteiten Natuur- en landschapsmuseum Terra Maris Referentie: deel vaste opstelling Katwijks Museum

Referentie: deel vaste opstelling Katwijks Museum Referentie: expositie Natuur- en landschapsmuseum Terra Maris

50/116

Het Katwijks Museum in cijfers (stichting museum en genootschap): Aantal bezoekers: circa 25.000 Totale baten: circa € 365.000,- (jaarrekeningen 2016) Subsidie gemeente: circa € 143.000,- (jaarrekeningen 2016) Sponsoring: circa € 53.000,- (jaarrekeningen 2016) Bijzonderheden: Gemeente stelde een oude rederswoning ter beschikking en gaf de nieuwe stichting een oprichtingskrediet. Daarnaast is het museum voor circa 40% van de totale inkomsten afhankelijk van subsidie.

De interieurs worden getoond in vijf kamers. Van die vijf kamers tonen er vier verschillende authentieke woonkamers en toont er één een winkel. Omdat Volendam een vissersdorp is, wordt ook de visserij in het museum getoond. Er zijn scheepsmodellen en in een van de zalen is een replica van het vooronder van de VD 222 ondergebracht. Er zijn ook schilderijen en beelden van kunstenaars die Volendam ooit bezocht hebben. Het Volendams Museum in cijfers: Aantal bezoekers: circa 25.000 Totale baten: circa € 125.000,- (jaarrekening 2017) Subsidie gemeente Edam-Volendam: circa € 50.000,(jaarrekening 2017) Eigen inkomsten: circa € 75.000,-, waarvan circa € 65.000,uit entreegelden (jaarrekening 2017) Bijzonderheden: Naast de stichting bestaat er ook een vriendenvereniging. Het Volendams Museum is voor circa 40% van de totale inkomsten afhankelijk van subsidies.

Referentie: entree Katwijks Museum

Het Volendams Museum (circa 25.000 bezoekers) Het Volendams Museum is een traditioneel ingericht historisch museum. Het museum heeft een vaste expositie over de Volendammer klederdracht, historische interieurs en lokale gebruiken. Het museum toont het Volendam uit de tijd tussen 1850 en 1950.

51/116

Referentie: huisvesting Volendams Museum

Referentie: deel vaste opstelling Volendams Museum

Fries Scheepvaartmuseum (circa 28.500 bezoekers) Het museum is in 1938 opgericht. In 1976 werd het museum geprofessionaliseerd. De exploitatie kwam in handen van de Stichting Fries Scheepvaart Museum en de Vereniging Fries Scheepvaart Museum fungeerde voortaan als vriendenclub. In de loop der jaren is het museum gegroeid. Nu is het museum gevestigd in vijf monumentale herenhuizen, die met galerijen verbonden zijn aan een voormalig schoolgebouw. In 2009 en 2010 is het gebouw verbouwd en is er een moderne gevel toegevoegd. In het Fries Scheepvaart Museum zijn twee hoofdafdelingen. Op de afdeling Scheepvaart wordt de geschiedenis van de Friese scheepvaart verteld aan de hand van scheepsmodellen, schilderijen en scheepsonderdelen. Op de afdeling Sneek komt de historie van de stad Sneek en de Friese Zuidwesthoek aan bod. Sneek is altijd op het water georiënteerd geweest.

52/116

Het Fries Scheepvaartmuseum in cijfers: Aantal bezoekers: circa 28.500 Totale baten: circa € 1.066.500,- (jaarrekening 2017) Subsidie gemeente Zuidwest Friesland: circa € 316.000,(jaarrekening 2017) Subsidie provincie Friesland: circa € 300.000,- (jaarrekening 2017) Overige subsidies: circa € 26.500,- (jaarrekening 2017) Eigen inkomsten: circa € 130.000,-, waarvan circa € 110.000,- uit entreegelden (jaarrekening 2017) Bijdrage vereniging: € 285.000,- (jaarrekening 2017) Sponsoren: circa € 8.800,- (jaarrekening 2017) Bijzonderheden: Het Fries Scheepvaartmuseum is voor circa 60% van de totale inkomsten afhankelijk van subsidies.

Referentie: gevel Fries Scheepvaartmuseum

Referentie: deel vaste opstelling Fries Scheepvaartmuseum Referentie: deel vaste opstelling Fries Scheepvaartmuseum

Referentie: deel vaste opstelling Fries Scheepvaartmuseum Referentie: deel vaste opstelling Fries Scheepvaartmuseum

53/116

Nederland totaal

694

9 673

100,0

13 938

Bron: CBS / Museumvereniging. Door afronding kunnen kleine verschillen zijn ontstaan.

12%

19%

8%

61% 0-12 jaar

Referentie: activiteiten voor kinderen van het Fries Scheepvaartmuseum

Samenstelling bezoekers De meeste bezoekers van musea zijn volwassenen. Afgaande op cijfers van de Nederlandse Museumvereniging is gemiddeld 80% van de bezoekers een volwassene. Dat betekent dat 20% kind of jongere is. Van de bezoekers onder de 18 jaar is de meerderheid tussen de 1 en de 12 jaar (12% van het totale aantal bezoekers). Slechts 8% is tussen de 13 en de 18 jaar oud. Hier zijn twee redenen voor. Allereerst gaan jonge kinderen vaker met hun ouders naar een museum en ook bezoeken meer kinderen vanuit het primair onderwijs een museum dan via het secundair onderwijs. Deze gegevens zijn op de volgende bladzijde te zien in tabellen van het CBS en de Nederlandse Museumvereniging.

13-18 jaar

19-64 jaar

65 jaar en ouder

Bron: CBS / Museumvereniging.

4\ Educatie

Figuur Bezoeken aan musea in Nederland naar leeftijd. Bron: Musea Het totale jeugdbezoek in 2016 is 6,1 m Figuur 4.1: Museumbezoek in schoolverband en in Nederland CBStijd, in samenwerking met Rijksdienst voor hetbezoeken ruim 2 miljoen jeugdig In totaal jeugdbezoek 2016 in de vrije 2016 (aandelen in %) Cultureel Erfgoed, Museumvereniging, Ministerie van OCWschoolverband een museum. Dat is bijna 3.3 Entree

het totale jeugdbezoek tot en met 18 jaar het voortgezet onderwijs zorgt bezoek in Niet alle bezoekers betalen de volle prijs voor hun toegang tot een museum. Zo maken veel Schoolbezoek Bezoek in vrije tijd schoolverband voor 40% van het totale b bezoekers gebruik van de museumkaart, mogen bezoekers gratis naar binnen zoalsvan (kleine) jongeren 13 tot en met 18 jaar. Dit is b hoger dan hetisbasisonderwijs waar het kinderen, of betalen bezoekers om andere redenen een gereduceerde prijs. Zoals te in zien in schoolbezoek 28% van het totale bezoek figuur 3.3.1, is vooral het aandeel (en het gebruik) van de museumkaart de afgelopen jaren tot en met 12 jaar voor haar rekening nee sterk gegroeid. In 2009 werd bij 15 procent van bezoeken gebruikgemaaktverschil van de komt vooral doordat het aandeel museumkaart. In 2016 is dat opgelopen Ten13opzichte van bij het bezoek in school 46% 34% tot 26 procent van alle bezoeken.van tot 18 jaar hoger is dan hetvoor aandeel van hen bij bezo 2009 is het aandeel van gratis bezoek iets gedaald. In 83 procent van de bezoeken wordt 54% 66% vrije tijd. de toegang tot een museum betaald.

■ Basisonderwijs /1.077\ ■ Voortgezet onderwijs /927\

■ Kinderen t/m 12 jaar /2.707\ ■ Jongeren 13 t/m 18 jaar /1.410\

totaal /2.004\

totaal /4.117\

CBS | Musea in Nederland

Figuur Museumbezoek in schoolverband en jeugdbezoek in de vrije tijd (in %), 2016. Bron: Museumcijfers 2016, Nederlandse Museumvereniging

54/116

7

Verhouding subsidiebijdrage-sponsoring-eigen inkomsten Door de Nederlandse Museumvereniging is de benchmark Museana in het leven geroepen om het voor musea mogelijk te maken zichzelf met (geanonimiseerde gegevens van) andere musea te vergelijken. Voor het te vernieuwen Museum Noordwijk kan een (voorzichtige) vergelijking worden gemaakt met musea van circa rond de 25.000 bezoekers. De uitkomsten van de benchmark geven gemiddelden weer. Nadrukkelijk maken we daarbij een voorbehoud; musea zijn namelijk vaak niet goed vergelijkbaar. Dat geldt voor de collectie, de ligging, maar ook voor de financiële en organisatorische aspecten. Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op de informatie van 19 musea in de categorie 20.000-30.000 bezoekers (Museana, oktober 2018): Gemiddeld aantal fte: 9,1 fte Gemiddelde % publieksinkomsten 15% Gemiddelde % bijdrage overheid*: 62% Gemiddelde % sponsorinkomsten: 2% Gemiddelde % overige inkomsten: 11% Gemiddelde % bijdragen privaat (fondsen e.d.): 9% * De gemiddelde bijdrage van de overheid is fors: 62% van de totale inkomsten is subsidie. Deze percentages zijn gebaseerd op de gemiddelde cijfers van de volgende musea: • De Domijnen • Fries Scheepvaart Museum • Huis van Gijn

55/116

• Kasteel Heeswijk • Kasteel Huis Bergh • Molenmuseum De Valk • Museum de Buitenplaats • Museum Jan Cunen • Museum Klooster Ter Apel • Museum Sterrenwacht Sonnenborgh • Museum Zaanse Tijd • Nationaal Jenevermuseum • Natura Docet Wonderryck Twente • Natuurhistorisch Museum Maastricht • Nederlands Zilvermuseum Schoonhoven • Noord-Veluws Museum • Openluchtmuseum Ootmarsum • Stedelijk Museum Kampen • Veenkoloniaal Museum NB In deze selectie bevinden zich enkele musea die, naast gemeentelijke subsidie, ook provinciale subsidie ontvangen. Dit zijn bijvoorbeeld Museum Jan Cunen in Oss, het Fries Scheepvaartmuseum en het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Dit beïnvloedt de gemiddelde inkomsten uit subsidie, in die zin dat deze bij musea die provinciale subsidie ontvangen over het algemeen percentueel en in absolute termen hoger is dan bij lokaal gesteunde musea. Als we kijken naar de algemene cijfers van de Nederlandse Museum Vereniging, die tevens gebaseerd zijn op Museana, zien we dat de totale gemiddelde omzet als volgt is opgebouwd: Gemiddelde % bijdrage Rijk: 25% Gemiddelde % bijdrage provincie: 4% Gemiddelde % bijdrage gemeente: 19% Gemiddelde % bijdrage overheid: 48% Gemiddelde % eigen inkomsten: 50% Gemiddelde % overheidsfondsen en Europa: 1% (Bron: Museum cijfers 2016, Nederlandse Museumvereniging)

NB In de totaalcijfers van Museana zijn ook de rijksgesubsidieerde musea opgenomen. De aanwezigheid van deze musea in de benchmark geeft een wat vertekend beeld vanwege de grote omvang van hun omzet en de relatief grote bijdrage van de rijksoverheid en de relatief kleine bijdrage van de gemeentelijke en provinciale overheden. Conclusie benchmarkgegevens Uit de analyse wordt duidelijk dat er grote verschillen bestaan in financiële omvang en dekking van musea die rond de 25.000 bezoekers ontvangen. Verschillen tussen musea: • Omvang begroting Er zijn organisaties met een zeer bescheiden begroting, zoals het Volendams Museum (totale baten: ca. € 125.000,-) tot musea die over veel grotere jaarlijkse budgetten beschikken, zoals het Stadhuismuseum in Zierikzee (totale baten: ca. € 795.000,-) en het Fries Scheepvaartmuseum (totale baten: ca. € 1.066.500,-). In het algemeen kan gesteld worden dat musea met een provinciale subsidie (met meestal een lokaal overstijgend thema) een omvangrijker begroting hebben dan lokale musea die sterk afhankelijk zijn van vrijwilligers. • Omvang subsidie De omvang van de exploitatiesubsidies verschilt sterk per museum. Ook hier is een duidelijke scheiding tussen musea met gemeentelijke én provinciale subsidie en musea met alleen gemeentelijke subsidie.

• Mate van afhankelijkheid subsidie Tevens is er een duidelijk verschil in de mate waarin een museum afhankelijk is van subsidie.

56/116

Zo bestaan de inkomsten van het Stadhuismuseum in Zierikzee voor 86% uit subsidie en heeft het Polderhuis in Westkapelle een eenmalige subsidie ontvangen (geen exploitatiesubsidie). De achterliggende reden voor deze verschillen heeft vaak te maken met de kostenstructuur. De belangrijkste verschillen zijn: • Huisvestingslasten Het verschil tussen een museum dat (vrijwel) om niet een pand huurt van de gemeente versus een museum dat tegen marktprijs een gebouw huurt. • Personele lasten Een museum dat uitsluitend werkt met vrijwilligers versus een museum dat in de basis werkt met professionele krachten. • Taken naast publiekstaken Een museum dat substantiële taken heeft naast zijn publieksfunctie, bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek. • Overige inkomsten (bijvoorbeeld uit horeca) Een museum waarin een goed lopende horeca is ondergebracht die voor inkomsten zorgt (eventueel ook met verhuur van zalen) versus een museum zonder mogelijkheden voor horeca en zaalverhuur. • Collectie Het verschil tussen een museum met waardevolle objecten en hoge kosten voor beveiliging en verzekeringen versus een museum dat vooral gericht is op beleving en waarvan het aantal waardevolle objecten beperkt is. Ook kan er een verschil zijn in kosten van opslag van de collectie of de mate waarin de collectie (nog) gearchiveerd moet worden.

Een belangrijke conclusie is echter wel te trekken op basis van de vergelijking van de verschillende musea: de meeste musea zijn voor een fors deel van hun exploitatie afhankelijk van de (gemeentelijke en in een aantal gevallen provinciale) overheid. Om een aanvullend beeld van te geven zijn ook de uitkomsten van een selectie van 19 musea uit de museumbenchmark Museana opgenomen in deze rapportage. De uitkomst hiervan is dat de gemiddelde bijdrage van de overheid circa 62% van de totale inkomsten bedraagt. NB Gemiddeld (voor alle in Museana opgenomen musea) is de bijdrage van de overheid 48% van de totale omzet.

57/116

7. Organisatorische en financiële consequenties van de twee scenario’s De beide geschetste scenario’s hebben organisatorische en financiële consequenties en bijbehorende risico’s. Deze aspecten worden in dit hoofdstuk uitgewerkt, te beginnen met de voorgestelde eigendomssituatie met betrekking tot het vastgoed en andere investeringen. Ook wordt ingegaan op de organisatorische consequenties voor het Genootschap Oud Noordwijk. Vervolgens worden de financiële gevolgen geschetst (het totaalplaatje en de benodigde bijdrage van de gemeente). Eigendomssituatie vastgoed en expositie Het huidige vastgoed van het museum is in handen van Stichting Museum Boerderij. Hoe de precieze eigendomsverhoudingen er per scenario zullen komen uit te zien is nog onderwerp van nader onderzoek. Ook zal vanzelfsprekend de nodige besluitvorming dienen plaats te vinden als vastgoed van eigenaar zou wisselen. In dit plan wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: •

Scenario 1: Aanbrengen verbeteringen (uitbreiding werkruimte en ruimte voor wisselexposities); eigendomssituatie nader te bepalen Er is geen sprake van een complex nieuwbouwprogramma in dit scenario. In scenario 1 zou het museum de nieuwbouw (op de Blauwdotterzaal) binnen de erfgrenzen kunnen realiseren, maar ook de gemeente zou dit kunnen doen. De eigendomsverdeling voor het vastgoed in de nieuwe situatie zou nader besproken en onderzocht dienen te worden.

58/116

Het pand aan de Nicolaas Barnhoornweg 44 kan eventueel in handen van de gemeente blijven en verhuurd worden of kan worden overgedragen aan het museum. In beide gevallen is er in de exploitatie van scenario 1 rekening gehouden met de exploitatielasten voor het vastgoed (huur of vastgoedexploitatielasten). De situatie die gepresenteerd wordt is die van de gemeente als eigenaar van de nieuwbouw en verhuur via een kostprijsdekkende huur. Zo is scenario 1 vergelijkbaar met scenario 2, waarin ook sprake is van een kostprijsdekkende huur. De kapitaallasten van de investeringen voor de aankoop van de Nicolaas Barnhoornweg 44 zijn ook meegenomen in deze kostprijsdekkende huur. In scenario 1 zijn de kapitaallasten van de door de gemeente gedane investering in het pand aan het Jan Kroonsplein 8 in de kostprijsdekkende huur niet meegerekend, omdat dit scenario niet uitgaat van een uitbreiding van het museum op de hoek Jan Kroonsplein en de Parallelboulevard. Er is gerekend met de omslagrente van de gemeente, ervan uitgaande dat de gemeente bereid is om een lening te verstrekken wanneer het museum zelf de verbouwing voor zijn rekening neemt. Wat aanbesteding betreft zal er uiteraard gehandeld worden in lijn met de wetgeving en eigen richtlijnen van de gemeente Noordwijk. In dit scenario wordt niet geïnvesteerd in een nieuwe expositie.

De bestaande expositie blijft vanzelfsprekend eigendom van het genootschap. Voor de inrichting van de wisselexposities is een jaarlijks bedrag opgenomen (en geen eenmalige investering).

•

Scenario 2: Volledig vernieuwd museum; gemeente eigenaar vastgoed In scenario 2 is sprake van een grote investering in nieuwbouw en in nieuwe inrichting (compleet vernieuwde tentoonstelling en faciliteiten). De nieuwbouw brengt risico’s met zich mee en dat vraagt om professionele begeleiding. Een vrijwilligersorganisatie als het genootschap is hier niet op ingericht. Daarom is het voorstel dat de gemeente bouwheer wordt en tevens het vastgoed in eigendom neemt. Wat aanbesteding betreft zal er uiteraard gehandeld worden in lijn met de wetgeving en eigen richtlijnen van de gemeente Noordwijk. Om het gehele museumvastgoed in één hand te brengen is het nodig om ook het vastgoed van de Stichting Museum Boerderij over te dragen aan de gemeente. Hierover dient echter nog wel besluitvorming plaats te vinden, zowel aan de kant van de stichting als aan de zijde van de gemeente. Het genootschap of de Stichting Museum Boerderij kan het vastgoed dan terughuren van de gemeente. Dit kan tegen een kostprijsdekkende huur, waarbij het genootschap of de stichting een subsidie ontvangt die rekening houdt met het huurbedrag. Ook kunnen externe middelen als fonds worden ondergebracht in de stichting en/of het genootschap, zodat deze kunnen worden aangewend voor het betalen van de huur. Al met al kan dit een budgetneutrale transactie zijn voor gemeente, stichting en genootschap.

Uiteraard dienen de juridische en fiscale aspecten goed te worden onderzocht en begeleid.

59/116

Het ligt het voor de hand dat de investeringen in de inrichting (expositie en faciliteiten) in eigendom zijn van het genootschap. De investeringen in de nieuwe expositie zouden via externe middelen bekostigd kunnen worden. Naast een investering in de vaste expositie is er in dit scenario een jaarlijks bedrag in de exploitatiebegroting opgenomen om de inrichting van de wisselexposities mee te bekostigen. Organisatorische consequenties genootschap Genootschap Oud Noordwijk, dat het Museum Noordwijk exploiteert, doet dit met veel betrokkenheid, inzet en deskundigheid. Het is een typisch werkbestuur: de bestuursleden leiden werkgroepen en hebben ieder een aantal concrete taken. Er is daarnaast een groot aantal vrijwilligers (momenteel 125 in totaal) en het museum kan rekenen op veel draagvlak onder inwoners. In de nieuwe situatie is het zaak om de huidige betrokkenheid van bestuur en vrijwilligers te behouden. Het zonder meer laten uitvoeren van hun huidige werkzaamheden door betaalde krachten is niet aan te bevelen: dit levert niet direct een veel grotere organisatorische slagkracht op voor het museum en is bovendien duurder. De voordelen van een werkbestuur dienen behouden te worden.

Een raad-van-toezichtmodel, met een directeurbestuurder en een raad die op afstand staat van de dagelijkse gang van zaken en uitsluitend toezicht houdt, ligt daarmee niet voor de hand voor Museum Noordwijk.

Wel moeten gemeente en bestuur zich realiseren dat een werkbestuur ook nadelen heeft: het is lastiger om afstand te houden tussen uitvoering en toezicht en op sommige vlakken mist het bestuur deskundigheid (zoals bijvoorbeeld sponsorwerving). Er liggen voor de organisatie van het genootschap twee opgaven, die voor beide scenario’s gelden: • Het bestuur van het genootschap moet de rol van toezichthouder/bestuurder explicieter maken. Het bestuur zal meer verantwoordelijkheden krijgen in de nieuwe situatie en daarmee is meer aandacht voor de toezichthoudende rol essentieel. • In beide scenario’s staat het museum een complexe vernieuwing te wachten (bij scenario 2 is die vanzelfsprekend ingrijpender dan bij scenario 1). De vernieuwing betreft twee fasen: allereerst het procesmatig toewerken naar de nieuwe situatie en vervolgens het exploiteren van het museum in de nieuwe situatie. Voor beide trajecten zal het bestuur zich ervan bewust moeten zijn op welke onderdelen aanvullende expertise nodig is en zal het bestuur zich moeten laten bijstaan door vrijwillige professionals en betaalde externe professionals. Voor betaalde professionals is in zowel scenario 1 als 2 budget opgenomen (vanwege de ambities voor scenario 2 is voor dit scenario het bedrag aanzienlijk groter dan voor scenario 1).

Ook voor het werven van vrijwillige professionals is in beide scenario’s (eenmalig) budget opgenomen. De rol van het bestuur als opdrachtgever zal in beide scenario’s groter zijn dan in de huidige situatie. Om als opdrachtgever te kunnen fungeren zal het bestuur het accent moeten verleggen van ‘zelf uitvoeren’ naar ‘professioneel opdrachtgeverschap’.

60/116

In scenario 2 vragen de entree en de koffiecorner om extra organisatorische aandacht. Vrijwilligers dienen goed te worden begeleid, vanwege de grotere geldstromen. Ook moet het bestuur ervoor zorg dragen dat aan alle wettelijke voorschriften wordt voldaan, van beleid op het gebied van paracommercialiteit (beperkingen voor het schenken van alcohol en het organiseren van ‘persoonlijke’ en besloten evenementen) tot en met andere wetgeving op het gebied van drank en horeca. Budget voor ondersteuning professionals en werven vrijwilligers Het museum draait nu grotendeels op vrijwilligers en zal dat in de basis ook blijven doen in de nieuwe situatie. Wel is voorzien dat er dan gericht ondersteuning en expertise dient te worden ingehuurd door het genootschap. Zo heeft het genootschap ondersteuning nodig bij de fondswerving, het werven van vrijwilligers, de coördinatie, communicatie en het opzetten van de wisseltentoonstellingen. Voor scenario 1 is dit een lager budget dan in scenario 2. Dit is gebaseerd op het gegeven dat er in scenario 1 uitsluitend (naast werkruimte) ruimte wordt toegevoegd voor wisseltentoonstellingen. Museum, faciliteiten en vaste expositie zullen verder hetzelfde blijven.

Eenmalig: • Ondersteuning bij fondsenwerving (€ 5.000,-) • Ondersteuning bij het werven van vrijwilligers (€ 5.000,-) Structureel: • Coördinatie, communicatie, wisseltentoonstellingen (€ 10.000,-)

In scenario 2 zal het museum een veel ambitieuzer karakter en uitstraling krijgen: naast uitbreiding van werkruimten en ruimte voor wisseltentoonstellingen is er sprake van een volledig vernieuwde en sterk uitgebreide vaste expositie, een koffiecorner, een grotere VVV en overige faciliteiten. Dit vertaalt zich in hogere benodigde budgetten: Eenmalig: • Ondersteuning bij fondsenwerving (€ 35.000,-) • Ondersteuning bij het werven van vrijwilligers (€ 7.500,-) • Marketing (€ 20.000,-) Structureel: • Coördinatie, communicatie, wisseltentoonstellingen (€ 85.000,-)

61/116

Uitgangspunt financiële bijdrage(n) gemeente Het uitgangspunt is dat investeringen in het museum mogelijkheden opleveren voor meer eigen inkomsten, zowel in de vorm van bijdragen van fondsen (zoals VSBfonds en Fonds 1818), sponsoring en publieksinkomsten (entreegelden, winkel en horeca). Van deze aanvullende inkomsten is voor beide scenario’s een inschatting gemaakt. In scenario 1 is de verwachting dat er circa € 50.000,- zal worden bijgedragen door externe partijen en in scenario 2 (dat veel ambitieuzer is) is dit het aanzienlijke bedrag van ruim € 1,7 miljoen. Voor beide scenario’s geldt dat deze hogere inkomsten niet voldoende zijn om alle benodigde investeringen en meerkosten te dekken. In beide gevallen is daarom steun van de gemeente nodig om te komen tot een totale dekking van de investeringen en de exploitatiebegroting. Er zijn echter wel flinke verschillen in de financiële consequenties van scenario 1 en scenario 2. Het tweede scenario is een veel ambitieuzer scenario en (hoewel het ook tot hogere externe bijdragen en entree-inkomsten leidt) is hiervoor een hogere eenmalige en structurele bijdrage nodig van de gemeente.

Investering in nieuwbouw In de tabel hieronder zijn de eenmalige investeringen in nieuwbouw opgenomen voor scenario 1 en scenario 2. De bedragen zijn exclusief btw. Een belangrijke voorwaarde is dat het museum minimaal 90% btw-plichtig wordt, zodat de gemeente het gebouw btw-belast kan verhuren en dus ook btw op de bouwkosten kan terugvorderen van de fiscus. Het genootschap is hier druk mee doende en weet dat dit een voorwaarde is voor de investering. De investering in scenario 1 in nieuwbouw is circa € 1 miljoen en in scenario 2 circa € 4,5 miljoen. NB De bedragen zijn gebaseerd op kengetallen (onder meer het Bouwkostenkompas) en op ervaringsgegevens van BMC. Pas als het ontwerp voor de nieuwbouw en de expositie verder wordt uitgewerkt, is het ook mogelijk om de exacte financiële consequenties uit te rekenen. SCENARIO 1 Aanbrengen verbeteringen

SAMENVATTING FINANCIEEL

SCENARIO 2 Vernieuwd museum en expositie

Investering en eenmalige kosten Totale investering in bouw (en in scenario 2 ook in inrichting/vernieuwing van de expositie)

€

1.015.102

€

4.484.270

Van belang is om te vermelden dat deze investeringen niet gelijk staan aan een eenmalige bijdrage die van de gemeente wordt gevraagd. Het werkt namelijk als volgt: in principe worden alle kapitaallasten van het vastgoed van de gemeente vertaald naar een kostprijsdekkende huur, met daarop een uitzondering die alleen geldt voor scenario 2. In scenario 2 is reeds een schenking van € 120.000,- ingezet om via de Stichting Museum Boerderij Noordwijk een deel van het pand Jan Kroonsplein 8 te verwerven. Dit deel van de investering wordt daarom niet omgezet in kapitaallasten voor de gemeente. Scenario 1: aanbrengen verbeteringen In scenario 1 is het nog niet zeker hoe de eigendomssituatie van de nieuwbouw wordt. Om scenario 1 in financieel opzicht vergelijkbaar te maken met scenario 2 is in dit rapport voor beide scenario’s gerekend met een kostprijsdekkende huur. In dit scenario leiden de kapitaallasten en zakelijke lasten voor uitbreiding en aanpassingen van het gebouw tot de volgende btw-belaste kostprijsdekkende huur: circa € 44.600,- ex btw (zie tabel). Mochten vierkante meters of bouwkosten wijzigen, dan heeft dit consequenties voor de hoogte van de kostprijsdekkende huur. Naast de kostprijsdekkende huur zijn er andere huisvestingslasten, zoals schoonmaakkosten en beheerkosten. In totaal komen de huisvestingslasten op circa € 54.300,-.

62/116

Scenario 1: In huur door te belasten kapitaallasten gemeente (eigenaar pand) Kapitaallasten (exclusief rentelasten grond) Rente (1) Rente grond (1) Afschrijvingstermijn nieuwbouw in jaren (2) Afschrijvingstermijn verbouwingen in jaren (2) Afschrijvingstermijn (vaste) inrichting in jaren (2) Subtotaal kapitaallasten gemeente (eigenaar pand)

bedragen exclusief btw € 40.908 0,5% 0,5% 40 25 10

Scenario 1: In huur door te belasten vastgoedexploitatielasten gemeente (eigenaar pand) (Reservering) eigenaarsonderhoud nieuwbouw (3) Heffingen belastingen en verzekeringen eigenaarsdeel (3) Subtotaal vastgoedexploitatielasten gemeente (eigenaar pand)

€

40.908

€ € €

2.700 1.013 3.713

€ € € € € € € €

44.621 1.123 842 2.527 702 2.387 2.106 54.308

per m2 bvo € € €

Scenario 1: Huisvestingslasten gebruiker, inclusief kapitaall. en vervangingsreserv. expositie van 20%, prijspeil 2020 Huur gebaseerd op vastgoedexploitatielasten eigenaar (4) Onderhoud gebruikersdeel (3) Heffingen belastingen en verzekeringen gebruikerssdeel (3) Energie- en waterlasten (3) Beveiligingskosten (exclusief personele lasten) (3) Beheerkosten (3) Schoonmaakkosten (3) Huisvestingslasten gebruiker, prijspeil '20

20 8 28 per m2 bvo

€ € € € € €

m2 8 6 19 5 18 16

135 135 135 135 135 135

1 Omslagrente gemeente Noordwijk. Peildatum: september 2017. 2 Afschrijvingstermijnen zijn indicaties mede op basis van de richtlijnen van de gemeente Noordwijk. De daadwerkelijke afschrijvingstermijnen moeten nog bepaald worden. 3 Aannames kosten gebaseerd op kengetallen BMC. 4 Er van uitgaande dat huur de vastgoedexploitatiekosten inclusief kapitaallasten betreft.

Opstartkosten, investeringen en exploitatiebegroting Museum Noordwijk (scenario 1) In scenario 1 zullen er meer bezoekers komen dan in de huidige situatie. Dit is vooral omdat er een ruimte wordt toegevoegd voor wisseltentoonstellingen (opbouw op de Blauwdotterzaal en een bescheiden uitbreiding van de Blauwdotterzaal aan de achterzijde). In dit scenario wordt uitgegaan van circa 5.000 extra bezoekers. De gemiddelde entree-inkomsten bedragen per bezoeker € 2,89. Het gemiddelde wordt gedrukt door bezoekers die geen of lagere inkomsten genereren (zoals gratis bezoek door leden en kinderen tot 5 jaar en gereduceerd bezoek door kinderen vanaf 5 jaar). Bezoekers die ‘het volle pond’ betalen maken (in onze berekening) 45% uit van het totale aantal bezoekers. In totaal zal het extra bezoek circa € 14.500,- opleveren. Verder leveren de extra bezoekers een bescheiden bijdrage aan hogere opbrengsten van de winkel. De inkomsten zijn echter niet voldoende om de hogere kosten (huisvesting en exploitatie af te dekken). Uitgangspunten bezoekersaant. en begroting Nieuwe situatie (na uitbreiding) scenario 1 Entrée volwassenen € Leden € Kinderen vanaf 5 jaar € Kinderen tot 5 jaar € Entrée (gemiddeld) € (Aanvullend) aantal bezoekers

63/116

4,90 2,75 2,89 5000

percentage bezoekers v. totaal 45% 10% 25% 20%

2016

5000

Om een beeld te geven van de financiële consequenties van de nieuwe situatie is een doorrekening gemaakt van de exploitatie van scenario 1. Deze doorrekening is gebaseerd op een zogenoemde ‘basisbegroting’. Dit is het gemiddelde van de realisatie 2017 en de begroting van 2018. Dit gemiddelde geeft een goed beeld van de huidige begroting van het genootschap. De meest rechterkolom is de begroting van de nieuwe situatie. In deze begroting zijn bestaande posten geïndexeerd en zijn nieuwe posten toegevoegd. De bedragen die horen bij deze toegevoegde kostenposten en de nieuwe opbrengstenposten zijn lichtoranje gekleurd.

Scenario 1: Exploitatiebegroting genootschap (nieuwe posten gemarkeerd) Lasten Bedrijfskosten Algemene kosten Aanvullend budget coördinatie (freelance) na uitbreiding Huisvestingskosten (huidig) Aanvullende huisvestingslasten na uitbreiding Kantoor Aanvullende kosten marketing en PR Subtotaal Exploitatiekosten Museum Noordwijk Museum Veldzicht Winkelinkopen Inkopen horeca Aanvullende inkopen winkel Subtotaal Tentoonstelling, collectie en projecten (werkgroepen) Kosten tentoonstellingen Blauwdotter (wisseltentoonstellingen Museum Noordwijk) Aanvullende kosten wisseltentoonstellingen na uitbreiding Aanvullend budget onderhoud vaste tentoonstelling ICT werkgroep Aankopen collectie Onderhoud collectie Diversen collectie en presentatie Jeugdeducatie Bibliotheek Foto- en filmgroep Diverse projecten museum Noordwijk Diverse projecten museum Veldzicht Subtotaal Overig Onvoorzien Reservering vernieuwing overige (losse) inrichting Subtotaal Totale lasten

64/116

scenario 1 Basisbegroting: gemidd. realis. '17 en begr. '18 €

15.930

€ € €

39.621 3.812

€

59.363

€ € € €

3.968 5.649 1.614 -

€

11.231

€ €

6.157 9.714

€ € €

€ € €

2.837 5.408 2.190

€ € € € € €

407 375 839 3.822 6.000 37.749

€ € € € € € € € € €

6.403 10.103 17.500 nvt 2.950 5.624 2.278 423 390 873 3.975 6.240 56.759

108.343

€ € € €

2.500 508 3.008 206.243

€

€ € € € € € € € € € € € €

16.567 10.000 41.206 54.308 3.964 7.500 133.546 4.127 5.875 1.679 nvt 1.250 12.930

Opbrengsten Reguliere inkomsten Contributie Donaties Subsidie gemeente Club van 100 Subtotaal Inkomsten uit explotatie Museum Noordwijk Extra opbrengsten kaartverkoop na uitbreiding Museum Noordwijk Museum Veldzicht Winkelverkopen Verhuur aan VVV Aanvullende inkomsten winkel na uitbreiding Horeca-inkomsten na uitbreiding Subtotaal Diverse projectinkomsten en inkomsten uit sponsoring, externe bijdragen e.d. Projectsubsidies en tentoonstellingssubsidies Aanvullende projectsubsidies na uitbreiding Projectsponsoring Jaarlijkse bijdrage uit fonds externe middelen ter dekking kapitaallasten verbouwing Diverse bijzondere baten Subtotaal Inkomsten werkgroepen en projecten Diverse projecten (werkgroepen) Verkopen collectie Jeugdeducatie Foto- en filmgroep Diverse projecten museum Noordwijk Diverse projecten museum Veldzicht Subtotaal Totale opbrengsten Saldo bedrijfsvoering scenario 1

65/116

Basisbegroting: gemidd. realis. '17 en begr. '18

scenario 1

€ € € € €

24.431 7.771 28.718 1.150 62.070

€ € € € €

25.408 8.082 29.867 1.196 64.553

€

10.369

€ €

11.727 3.541

€ € € € € €

€ €

25.637

€

10.784 14.463 12.196 3.683 1.500 1.875 nvt 44.500

€

16.324

€ €

1.114 17.438

€ € € € € €

16.977 5.000 4.000 1.600 1.159 28.736

€ € € € € € € €

639 150 1.200 42 2.285 4.316 109.461

€ € € € € € € €

665 156 1.248 44 2.376 4.489 142.277

€

1.118

€

-63.966

Voor de volledigheid zijn hieronder de nieuwe posten op een rij gezet (zonder de bestaande posten). In deze tabel is goed te zien dat de extra kosten de aanvullende inkomsten in de nieuwe situatie overtreffen. Scenario 1: Gewijzigde posten tov 'basisbegroting' Aanvullende lasten ten opzichte van 'basisbegroting' Aanvullend budget coördinatie, communicatie (freelance) na uitbreiding Aanvullende huisvestingslasten na uitbreiding Aanvullende kosten marketing en PR Inkoop horeca Aanvullende inkopen winkel Aanvullende kosten wisseltentoonstellingen na uitbreiding Aanvullend budget onderhoud vaste tentoonstelling Overig Totale aanvullende lasten

scenario 1, prijspeil 2020

Aanvullende opbrengsten ten opzichte van 'basisbegroting' Extra opbrengsten kaartverkoop na uitbreiding Museum Noordwijk Verhuur aan VVV Aanvullende inkomsten winkel na uitbreiding Horeca-inkomsten na uitbreiding Aanvullende projectsubsidies na uitbreiding Fondsen ter dekking van kapitaallasten Sponsoring Totale aanvullende opbrengsten

scenario 1, prijspeil 2020 € 14.463 € 1.500 € 1.875 nvt € 5.000 € 1.600 € 4.000 € 28.438

Saldo correcties tov basisbegroting (geen positief saldo, inflatiecorrectie)

€

-1.163

Saldo bedrijfsvoering nieuwe situatie (scenario 1) Afgerond saldo bedrijfsvoering nieuwe situatie (scenario 1)

€ €

-63.966 -64.000

€ € € € € € €

10.000 54.308 7.500 nvt 1.250 17.500 nvt 3.008 93.566

Ook heeft het Museum Noordwijk in de nieuwe opzet te maken met opstartkosten (€ 10.000,-; zie hieronder). Scenario 1: Opstartkosten nieuwe opzet Museum Noordwijk Fondswervingskosten Wervingskosten vrijwilligers Marketing Totale opstartkosten nieuwe opzet Museum Noordwijk

66/116

€ € €

5.000 nvt 5.000 10.000

Dekking uit begroting en externe gelden Museum Noordwijk (scenario 1) Om de eenmalige kosten, investeringen in de overige (losse) inrichting en een deel van de exploitatielasten te dekken kan het genootschap een bedrag van € 50.000,- (reeds ontvangen externe middelen) inzetten. Scenario 1: Dekking door het Genootschap Oud Noordwijk Fonds uit toegezegde externe middelen voor het uitbreiden en vernieuwen van het museum Fonds Taets van Amerongen Nog te verwerven fondsen Waarvan voor aankoop Jan Kroonsplein 8 (gedeeltelijk) Waarvan voor inrichting nieuwe expositie Waarvan voor dekking investering inrichting overig Waarvan voor opstartkosten nieuwe museum Waarvan voor dekking kapitaallasten

€ € € € € € € €

50.000 -

20.332 10.000 19.668

Scenario 1 (aanbrengen verbeteringen): benodigde structurele gemeentelijke subsidiebijdrage: Het saldo van de totale kosten en inkomsten is circa € 64.000,- negatief (ex btw). Deze € 64.000,- zou dan als aanvullende structurele subsidiebijdrage door de gemeente toegezegd moeten worden als de gemeente zou kiezen voor scenario 1. Het bedrag wordt overigens afgerond omdat alle bedragen in deze fase nog onder voorbehoud zijn. benodigde eenmalige middelen gemeente: Er is geen eenmalige gemeentelijke bijdrage nodig. De gemeente doet de investering in het vastgoed en belast de kapitaallasten en vastgoedexploitatielasten hiervan volledig terug via kostprijsdekkende huur. Wel is er een voorbereidingskrediet nodig (zie hieronder). Scenario 1: Eenmalige kosten gemeente Voorbereidingsk. Ontwerp+Voorbereidingsfase € Totaal eenmalig te dekken door gemeente €

25.000 25.000

Totaal van benodigde middelen van de gemeente voor scenario 1 Voor scenario 1 heeft het museum circa € 65.000,- structureel per jaar nodig als aanvullende gemeentelijke subsidiebijdrage voor het museum. Hiermee worden - onder meer - (via de kostprijsdekkende huur) de kapitaallasten van de gemeente afgedekt. Daarnaast zijn er eenmalige voorbereidingskosten voor de gemeente à € 25.000,-. Scenario 1: benodigde gemeentelijke middelen Totale eenmalige gemeentelijke bijdrage € Totale extra gem. structurele bijdrage * € *Afgerond

67/116

25.000 64.000

Scenario 2: uitgebreid museum met vernieuwde expositie Scenario 2 is veel ambitieuzer dan scenario 1, met een uitbreiding en de totale vernieuwing van het museum. Dit vertaalt zich dan ook naar hogere externe bijdragen en een grotere gemeentelijke exploitatiesubsidie. In scenario 2 leiden de kapitaallasten (ca. € 109.000,-) in combinatie met zakelijke lasten voor het gebouw tot de volgende kostprijsdekkende huur, die de gemeente btw-belast in rekening dient te brengen bij het genootschap/museum: circa € 141.500,ex btw in totaal. Naast de kostprijsdekkende huur zijn er andere huisvestingslasten, zoals schoonmaakkosten en beheerkosten. In totaal komen de aanvullende huisvestingslasten op circa € 194.000,-. De aanvullende huisvestingslasten (waarin de volledige kapitaallasten en alle overige vastgoedkosten van de gemeente verwerkt zijn) maken 39% uit van de totale exploitatiekosten van het nieuwe museum. NB Mochten vierkante meters of bouwkosten wijzigen, dan heeft dit consequenties voor de hoogte van de kostprijsdekkende huur. Scenario 2: In huur door te belasten kapitaallasten gemeente (eigenaar pand) Kapitaallasten (incl. rentel.

grond); 120.000 euro niet meegenomen in kapitaallasten (= externe bijdrage): Rente (1) Rente grond (1) Afschrijvingstermijn nieuwbouw in jaren (2) Afschrijvingstermijn verbouwingen in jaren (2) Afschrijvingstermijn (vaste) inrichting in jaren (2) Subtotaal kapitaallasten gemeente (eigenaar pand) Scenario 2: In huur door te belasten vastgoedexploitatielasten gemeente (eigenaar pand) (Reservering) eigenaarsonderhoud nieuwbouw (3) Heffingen belastingen en verzekeringen eigenaarsdeel (3) Subtotaal vastgoedexploitatielasten gemeente (eigenaar pand)

Scenario 2: Huisvestingslasten gebruiker, inclusief kapitaallasten , prijspeil 2020 Huur gebaseerd op vastgoedexploitatielasten eigenaar (4) Onderhoud gebruikersdeel (3) Heffingen belastingen en verzekeringen gebruikerssdeel (3) Energie- en waterlasten (3) Beveiligingskosten (exclusief personele lasten) (3) Beheerkosten (3) Schoonmaakkosten (3) Huisvestingslasten gebruiker, prijspeil '20 1 Omslagrente gemeente Noordwijk. Peildatum: september 2017. 2 Afschrijvingstermijnen zijn indicaties mede op basis van de richtlijnen van de gemeente Noordwijk. De daadwerkelijke afschrijvingstermijnen moeten nog bepaald worden. 3 Aannames kosten gebaseerd op kengetallen BMC. 4 Er van uitgaande dat huur de vastgoedexploitatiekosten inclusief kapitaallasten betreft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=b77b34c3-087d-4aac-b8e5-8cfebe2830bb