CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Nota van beantwoording inspraak- en overlegreacties - AVG

Gemeenteraadsvergadering 22 juni 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan Bronsgeest 202125.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.

In de planvorming en het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met een ecologische verbindingszone ter plaatse van gronden die nu nog in gebruik zijn als bollenteelt. Er is geen sprake van schade aan natuur.

2.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

3. De quick scan ecologie heeft vooral betrekking op soortenbescherming en volgens de stichting amper op gebiedsbescherming van NNN. Er wordt slechts geadviseerd om tijdens het inrichtingsplan te kijken hoe de verbindingszone kan worden vormgegeven of verplaatst.

3.

De door de provincie aangegeven ecologische verbindingszone is nu nog niet aanwezig ter plaatse van het plangebied aangezien de gronden in gebruik zijn als bollenteelt. Doordat de ecologische verbindingszone nu nog niet aanwezig is, is er geen noodzaak om in de quick scan ecologie dieper op de verbindingszone in te gaan dan nu het geval is.

3.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

4. De stichting merkt op dat in paragraaf 4.1 is verwezen naar een niet bij de stukken gevoegde planMER uit 2017. De stichting geeft aan dat deze gebaseerd is op de PAS-regelgeving, welke intussen niet meer geldt. De stichting verzoek om een nieuwe passende beoordeling of planMER te maken, waarbij aandacht moet zijn voor de realisatie van de NNN en stikstofdepositie tijdens de bouwen gebruiksfase.

4.

De planMER die in de toelichting is beschreven, en waar de stichting op doelt, is indertijd in het kader van de gemeentelijke Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie waren meerdere projecten opgenomen, waaronder Bronsgeest. Voor de projecten die in de Omgevingsvisie waren opgenomen is een planMER uitgevoerd om zo de uitvoerbaarheid van de Omgevingsvisie aan te kunnen tonen.

4.

Mede naar aanleiding van de opmerking is paragraaf 4.1 van het voorontwerp aangepast doordat nader is ingegaan op de vormvrije merbeoordeling.

De planMER is inmiddels verouderd, onder meer vanwege het vervallen van het PAS, enkele woningbouwlocaties al in aanbouw zijn en doordat 20

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

bijvoorbeeld het woningaantal voor Bronsgeest naar beneden is bijgesteld (van 600 naar 350 woningen). Het voorliggende bestemmingsplan maakt de gedeeltelijke herontwikkeling van het plangebied tot woongebied mogelijk. Het bestemmingsplan heeft geen betrekking op de andere woningbouwlocaties die zijn genoemd in de planMER (zoals Offem-Zuid, Boechorst, Sancta Maria, Vinkeveld Zuid). Het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op Bronsgeest en vanwege de onderlinge afstand tot andere concrete locaties is er geen sprake van cumulatie. De herontwikkeling van het plangebied met maximaal 350 woningen kan zodoende op zich zelf worden beschouwd. Zoals ook in paragraaf 4.1 is aangegeven wordt voor het bestemmingsplan een vormvrije mer-beoordeling uitgevoerd. De resultaten van deze vormvrije merbeoordeling zullen worden verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. Bij de vormvrije merbeoordeling is ook een nieuw nader onderzoek naar stikstofdepositie betrokken. Dit onderzoek van Cauberg-Huygen was nog niet gereed ten tijde van het voorontwerpbestemmingsplan. Uit het nadere onderzoek van Cauberg-Huygen blijkt dat de stikstofdepositie door de ontwikkeling van Bronsgeest met 350 woningen niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Er zullen daardoor geen significante effecten optreden op de instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000gebieden.

Het nadere onderzoek is inmiddels verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en als bijlage opgenomen. Werkgroep Behoud van Bronsgeest

1.

De werkgroep vindt dat de aankondiging van het bestemmingsplan dit keer beperkt is gebleven tot een eenmalige, onopvallende aankondiging op de binnenpagina van ‘De Noordwijker’. Mede door slechte bezorging in de koude periode zouden alleen eerdere bezwaarmakers die een brief hebben ontvangen goed op de hoogte zijn geweest van de inspraakprocedure. De gemeente heeft ondanks de melding hierover en het verzoek tot herhaalde plaatsen geen gehoor gegeven aan dit verzoek. Ook zou het plan via www.ruimtelijkeplannen.nl niet of nauwelijks te vinden zijn via de door de gemeente genoemde code. Verzocht wordt om dit in het vervolgtraject anders te doen, bijvoorbeeld via de eenvoudigere en

1.

De gemeente hecht waarde aan de mening van de Noordwijkers, ook in het geval van Bronsgeest. Het voorontwerpbestemmingsplan is daarom gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegd voor inspraak. Deze ter inzage legging is wettelijk niet verplicht. Door conform de gemeentelijke inspraakverordening wel de mogelijkheid van inspraak aan een ieder te bieden hoopt de gemeente de betrokkenheid van haar inwoners te vergroten en in een vroeg stadium te horen wat zij van de plannen vinden. 21

1.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

snellere optie 'ingekomen stukken'.

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

Van de ter inzage legging van het voorontwerpbestemmingsplan is een kennisgeving geplaatst in het nieuwsblad ‘De Noordwijker’, in de Staatscourant en in het Gemeenteblad. Degenen die in 2018 een inspraakreactie op het bestemmingsplan hebben ingediend zijn daarnaast ook nog eens apart geïnformeerd via een brief. Het voorontwerpbestemmingsplan was en is goed zichtbaar via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl.

2.

De werkgroep vraagt wat er wordt verstaan onder het in de raadsbrief vermelde ‘vastleggen van thans vigerende bestemmingen van o.a. de woningen aan de Gooweg’. De werkgroep vraagt of de gemeente voornemens is hier iets aan te wijzigen. En zo ja, wat en zo nee, waarom de vermelding.

2.

Zoals ook is aangegeven in de toelichting van het bestemmingsplan maken de woonkavels aan de Gooweg ook onderdeel uit van het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. Voor deze woonkavels geldt nu nog het bestemmingsplan ‘Boerenburg’ uit 1971. In het bestemmingsplan is voor deze woonkavels in principe uitgegaan van de bestaande rechten uit het momenteel geldende bestemmingsplan.

2.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

3.

De werkgroep constateert dat in de raadsbrief en toelichting wordt gesproken over landgoed ‘Wildoord’. De term landgoed is volgens de werkgroep niet juist als er wordt gekeken naar de definities die de ministeries van LNV en VROM daarvoor hanteren aangezien daar zou worden gesproken over oppervlaktes van minimaal 5 hectare, openbaar toegankelijk, maximaal l0% privéterrein; één gebouw (woonhuis) en het geheel heeft een belangrijke maatschappelijke meerwaarde.

3.

Het door de werkgroep bedoelde terrein aan de Gooweg is in het momenteel geldende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’ bestemd als landgoed. Er is geen aanleiding om in het kader van het voorliggende bestemmingsplan een andere benaming te gaan gebruiken.

3.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

4.

Volgens de werkgroep doet de paardenstal enorm afbreuk aan de natuur- en landschapswaarden van het onbebouwde agrarische gebied. Volgens de tekening is de stal vergund binnen de erfgrens maar staat deze daar nu buiten, op het zogenaamde Laantje van Vermeer. Dit laantje loopt vanaf de Gooweg tot achterlangs de Geverslaan en Wildoord. De werkgroep vraag hoe het kan dat deze stal, met zo’n dominante impact op de bosrijke omgeving buiten de erfgrens van Wildoord kon worden gebouwd.

4.

In het voorliggende bestemmingsplan is rekening gehouden met de bestaande paardenstal waarvoor op 23 september 2016 een omgevingsveergunning is verleend. Voor de omgevingsvergunning is indertijd een planologische procedure doorlopen en afgerond. Het bestemmingsplan respecteert daarmee het bestaande recht.

4.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast..

5.

Naar aanleiding van deze opmerking

Het perceel waarop de huidige paardenstal is gerealiseerd, is in eigendom van de eigenaar van landgoed ‘Wildoord’. De huidige paardenstal was ter vervanging van een verouderde paardenstal die verder van het woonperceel was gelegen. Deze oude paardenstal is inmiddels gesloopt. 5.

De werkgroep vraagt zich ten aanzien van het Deltaplan

5.

Deze inspraakreactie heeft geen betrekking op het 22

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

woningbouw af met welke partijen het college heeft gesproken en wat de resultaten waren van de verkenning.

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

voorontwerp bestemmingsplan Bronsgeest.

is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast..

6.

De werkgroep stelt dat bouwen in Bronsgeest geen volkshuisvestelijk belang betreft, maar een financieel doel. Alle bureau- en ontwikkelkosten, ook van Boechorst, de wegomlegging, later wegversmalling en herinrichting van de Van Berckelweg, aankoop grond die deels in Boechorst, deels in Bronsgeest lag, aanleg watergang enz. zijn volgens de werkgroep op Bronsgeest geboekt. De winsten, l2 miljoen op Boechorst, meer nog op Duineveld (compensatie bij de uitruil), verkoop Gooweg 24, renteaftrek en ontvangen pachtgelden, bleven volgens de werkgroep buiten beschouwing. Daardoor liep, naast de te hoge rente, de boekwaarde van Bronsgeest hoog op, waarmee de druk om er te bouwen is opgevoerd. De werkgroep vraagt zich af welke financiële verplichtingen en/of bouwclaims nu feitelijk nog op Bronsgeest rusten.

6.

De aanleiding om de beoogde herontwikkeling tot woongebied binnen Bronsgeest te realiseren komt voort uit de woningbehoefte in de regio HollandRijnland. Bronsgeest is in de regionale woonagenda expliciet benoemd als uitbreiding voor de bovenlokale behoefte. Bij de gemeente zijn verder 180 bouwclaims bekend. Deze vertegenwoordigen een financiële waarde. Dit is contractueel vastgelegd.

6.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast..

7.

Volgens de werkgroep heeft de partijvoorzitter van de partij van de toenmalige wethouder met voorkennis grond aangekocht voordat het streekplan werd vastgesteld. Toen de contour vervolgens halverwege Bronsgeest kwam te liggen deze grond deels buiten de contour te liggen en na uitspraak van de Raad van State zelfs geheel buiten de contour. Ondanks dat het buitengebied was en is werden voor circa 11 hectare bouwclaims afgegeven. De werkgroep vraagt waarom clausules ontbraken en het Bouwfonds voor alle 11 hectare bouwclaims kreeg. Door niet (tijdig) in te gaan op het aanbod van de grootste eigenaar in Offem-Zuid om de grond voor een redelijke prijs te verkopen ontwikkelt deze partij nu zelf. Mede daardoor zouden nog 180 (onbewezen) claims van Bouwfonds over zijn die nu ten koste dreigen te gaan van Bronsgeest.. De werkgroep vraag of deze financiële situatie de reden is om te gaan bouwen in Bronsgeest.

7.

Het voorliggende bestemmingsplan is een uitvloeisel van de ruimtelijke keuzes die eerder zijn gemaakt om Bronsgeest te herontwikkelen tot een woningbouwlocatie. Deze ruimtelijke keuzes zijn vastgelegd door middel van diverse raadsbesluiten die in de afgelopen jaren zijn genomen ten aanzien van Bronsgeest, almede via diverse beleidsdocumenten van de regio en de provincie. In deze beleidsdocumenten is nadrukkelijk de ruimtelijke keuze gemaakt om Bronsgeest te bebouwen met woningen. De aanleiding om de beoogde herontwikkeling tot woongebied binnen Bronsgeest te realiseren komt voort uit de woningbehoefte in de regio, waaronder Noordwijk. Bronsgeest is daarom als woningbouwlocatie opgenomen in onder meer het regionaal volkshuisvestingsbeleid (Regionale Woonagenda 2018).

7.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast..

Doordat de gronden in het plangebied voor een deel in eigendom van de gemeente zijn biedt herontwikkeling van Bronsgeest de mogelijkheid om op relatief korte termijn een aanzienlijk aandeel sociale huurwoningen toe te voegen aan de Noordwijkse woningvoorraad. Aan sociale huurwoningen bestaat een aanzienlijke behoefte in Noordwijk. 23

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

Bij de gemeente zijn 180 bouwclaims bekend. Deze vertegenwoordigen een financiële waarde. Dit is contractueel vastgelegd. 8.

De werkgroep meldt dat voor enkele percelen met een omvang van 27.621 m² indertijd een bedrag van fl 899.548,- is betaald aan Van Rhijn Bouw met een korting van fl 150.000,- vanwege een erfdienstbaarheid in de vorm van een bouwverbod. De werkgroep vraagt of dit klopt.

8.

Het is niet duidelijk op welke gronden en op welk gebied deze vraag betrekking heeft.

8.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast..

9.

De werkgroep vraagt waarom, ondanks de bouwclaims, bij het op de 3 ha kaart plaatsen van Bronsgeest en/of bij het toevoegen én schrappen van locaties in 2018 er niet is gekozen voor het schrappen van Bronsgeest en het toevoegen van Achterweg-Oost. Ook wil de werkgroep weten wanneer Bronsgeest op de 3 ha kaart is geplaatst en op welke wijze dit is gepubliceerd en of dat open stond voor bezwaar.

9.

De 3 ha kaart waar de werkgroep op doelt heeft betrekking op het Programma Ruimte van de provincie Zuid-Holland. Dit programma maakt al enkele jaren onderdeel uit van het provinciaal beleid. In het Programma Ruimte is Bronsgeest expliciet benoemd als voorziene locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

9.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast..

Het provinciaal beleid is de afgelopen jaren enkele malen gewijzigd waarbij een ieder telkens in de gelegenheid is geweest om een zienswijze bij de provincie in te dienen.

10. De werkgroep wijst op een citaat in het Deltaplan waarin het college uitspreekt dat het open landschap en de bollenvelden van meerwaarde zijn waardoor woningbouw bij voorkeur plaatsvindt op inbreilocaties in plaats van uitleglocaties. De werkgroep zou dit graag terugzien in het beleid.

10. In het coalitieakkoord ‘Betroken, helder een daadkrachtig 2019-2022’ is voor Bronsgeest aangegeven dat woningbouw in deze periode niet was voorzien. Vanwege de woningbouwopgave in Noordwijk en afspraken die in het verleden over het plangebied zijn gemaakt is er nadien toch voor gekozen om te gaan bouwen in Bronsgeest maar in een andere schaal en maat dan voorheen was voorzien. Hierbij wordt verwezen naar de brief van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad van 9/12 augustus 2019 met betrekking tot het Deltaplan woningbouw en Bronsgeest. Daarin is aangegeven dat, ter realisatie van een continue bouwstroom, Bronsgeest gedeeltelijk zal worden bebouwd. De keuze om Bronsgeest gedeeltelijk te bebouwen is nadien bevestigd in de raadsmotie van 24 september 2019. De locatie waar woningbouw is voorzien is inmiddels beperkt tot het noordwestelijk deel van het plangebied. De omvang bedraagt 9 hectare, daar waar in het voorontwerpbestemmingsplan uit 2018 nog uit was gegaan van 19 hectare woongebied. Ook na de realisatie van het woongebied blijft er daardoor een 24

10. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast..

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

groot areaal aan bollenteeltgebied over. Hiermee wordt invulling gegeven een de Woonvisie 2021 en de daarvan deel uitmakende woningbehoefte alsmede de daarop gebaseerde planlijsten, inclusief de inbreilocaties. 11. In het streekplan Zuid-Holland West staat volgens de werkgroep een citaat dat ontwikkelingen in dit gebied dienen te zijn gericht op het behoud en versterken van de landschappelijke en recreatieve en toeristische waarden. Het gebied heeft volgens de werkgroep vanwege de cultuurhistorische waarde een indicatie op de kaart van de CHS.

11. Het door de werkgroep genoemde streekplan is sinds 2008 niet meer van kracht. Momenteel geldt het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en aanvullend het Programma ruimte. Het voornemen om woningbouw in het plangebied te realiseren voldoet aan het provinciaal ruimtelijk beleid.

11. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Uit de Cultuurhistorische atlas, welke per 1 januari 2017 van kracht is, blijkt dat binnen het plangebied alleen de Gooweg en de Bronsgeesterweg een cultuurhistorisch (redelijk) hoge waarde hebben. Aan de locatie van de beoogde herontwikkeling tot woongebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden toegekend. 12. De discussie over wel of niet bouwen in Bronsgeest heeft volgens de werkgroep een simpele oplossing, namelijk niet bouwen. Ook omdat met Offem-Zuid (o.a. 225 sociale huurwoningen) en alle in aanbouw/ontwikkeling zijnde locaties (ook in Noordwijkerhout en de Zilk) al 2.000-2.500 woningen worden gebouwd en in Valkenburg 5.600 woningen. De belangstelling daarvoor, o.a. bij de 3.000 werknemers die veelal in Noordwijk zijn gehuisvest, zal een belangrijke doorstroming op gang brengen.

12. De opmerking is vergelijkbaar met opmerking 4 van Achemea rechtbijstand namens inspreker 5. Kortheidshalve wordt naar de beantwoording van die opmerking verwezen.

12. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

13. De werkgroep denkt dat betaalbare woningen voor senioren mogelijk zijn op het dicht bij het centrum gelegen Verloopterrein en het Jan Kroonsplein terwijl starterswoningen mogelijk zijn op het Zilveren Kruisterrein. Ook deze woningen zoude de doorstroming bevorderen. Verder zouden sociale huurwoningen langer dan 10 jaar sociaal moeten blijven en zou er aandacht moeten zijn aan wie de woningen worden toegewezen.

13. De door de werkgroep genoemde woningen zijn mogelijke locaties voor het realiseren van woningen. Het realiseren van woningen op deze locaties zal echter niet voldoende zijn om te voorzien in de woningbehoefte van Noordwijk. Ook met het bebouwen van deze locaties zal het nodig zijn om woningen te realiseren in Bronsgeest.

13. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Het vastleggen van de duur en toewijzing van sociale huurwoningen zijn instrumenten om de sociale woningvoorraad op een adequate manier te verdelen. Daar waar mogelijk maakt de gemeente hier gebruik van. 14. De werkgroep verwijst naar een in de toelichting aangegeven

14. In de in 2006 door de provincies Noord- en Zuid25

14. Naar aanleiding van deze opmerking

Ingediend door:

Opmerking citaat over de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer Bollenstreek waarin Bronsgeest als bouwlocatie is aangewezen voor periode 2010-2020 en om die reden opgenomen is in diverse gemeentelijke beleidsstukken. In dezelfde Gebiedsuitwerking is het behoud van het gehele bollenteeltcomplex uitgangspunt terwijl Bronsgeest is aangedragen en bewoners geen stem hierin hadden. Inmiddels zouden de woningen niet meer nodig zijn en is de aanwijzing voor de periode 2010-2020 verlopen.

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

Holland vastgestelde Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek zijn diverse locaties voor woningbouw aangegeven om zo invulling te geven aan de woningbouwbehoefte in dit gebied. De locaties zijn tot stand gekomen in overleg met de gemeentes Haarlemmermeer en Bennebroek, de regio Holland Rijnland (waaronder Noordwijk) en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Bij het bepalen van de locaties is rekening gehouden met enkele ruimtelijke randvoorwaarden, zoals het beleid voor Schiphol, het Groene Hart en de Greenport Duin- en Bollenstreek.

is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Bronsgeest is binnen de Gebiedsuitwerking aangewezen als 'afronding kernen’, zoals ook blijkt uit de plankaart die is weergegeven in paragraaf 3.2.2 van de toelichting. Dat de woningen in Bronsgeest niet zijn gerealiseerd in de periode 20102020 betekent nog niet dat er daardoor geen behoefte meer bestaat aan deze woningen. Zoals ook blijkt uit de voorgaande beantwoordingen is er binnen de regio nog steeds een behoefte aan woningen en is in diverse, na de Gebiedsuitwerking genomen, ruimtelijke besluiten van de gemeente, regio en provincie rekening gehouden met Bronsgeest. 15. Na de uitspraak van de Raad van State, waardoor de contour van de provincie was teruggelegd bij de Schiestraat, zou de provincie bij monde van de heer Van de Woord aan de bewoners hebben voorgesteld het zuidelijk deel (Boechorst) los te laten zodat het noordelijk deel (Bronsgeest) voorgoed behouden zou blijven voor bollenteelt. Om te voorkomen dat beide delen verloren zouden gaan door woningbouw hebben de bewoners met tegenzin ingestemd, waarna de contour bij de Van Berckelweg kwam te liggen.

15. Bronsgeest is in diverse ruimtelijke besluiten van de provincie aangewezen als woningbouwlocatie. Het voorliggende bestemmingsplan geeft daar deels invulling aan doordat circa 9 hectare van het plangebied is aangewezen voor woningbouw.

15. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

16. De werkgroep vraagt wat de reden is van het onderscheid tussen buitengebied en landelijk gebied, zoals weergegeven in de afbeelding op pagina 7 van de toelichting.

16. De betreffende afbeelding betreft een weergave van de begrenzing van de geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied, waaronder het in 1972 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en het in 1998 vastgestelde bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’.

16. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

17. Uit de afbeelding op pagina 13 van de toelichting leidt de werkgroep af dat het logischer zou zijn om de bouw in Offem-Zuid voort te zetten in het gebied Achterweg-oost in plaats van het in

17. De door de werkgroep genoemde locatie aan de Achterweg is door de gemeente onderzocht als compensatie voor het niet te bouwen deel van

17. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

26

Ingediend door:

Opmerking alle opzichte waardevollere Bronsgeest.

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

Bronsgeest. Daartoe is aan Provinciale staten van Zuid Holland verzocht om medewerking voor het ontwikkelen van een nieuwe locatie in het Achterweggebied. Tijdens de vergadering op 9 september 2020 van de Statencommissie voor Ruimte, Wonen en Economie is dit verzoek aan de orde geweest. Daarbij bleek dat de genoemde commissie niet instemde met het bedoelde verzoek van de gemeente. Dit standpunt is door de verantwoordelijk gedeputeerde van Zuid-Holland aan de gemeente overgebracht. De gemeente ziet de locatie aan de Achterweg daarom momenteel niet als een reële woningbouwlocatie om de behoefte aan woningen in de komende jaren op te lossen. Hoewel in de naaste toekomst woningbouw in het Achterweggebied dus niet mogelijk is, sluit de gemeente het niet uit dat op de langere termijn woningbouw in dit gebied toch alsnog zou kunnen plaatsvinden. Dit gelet op het landelijk oplopende woningtekort en waarvan ook in Noordwijk sprake is. Een termijn waarop daadwerkelijke woningbouw in dat gebied kan plaatsvinden is op dit moment echter niet te geven.

18. De werkgroep refereert aan een passage in de toelichting waarin is aangegeven dat langs de Van Berckelweg een robuuste bosrand is bedacht. Een dergelijke bosrand ontneemt alsnog het zicht op de bollenvelden.

18. De door de werkgroep bedoelde passage heeft betrekking op het deel van de Van Berckelweg ter hoogte van het nieuwe woongebied en niet ter hoogte van het onbebouwd blijvende deel. Om dit te verduidelijken is de toelichting aangepast.

18. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan aangepast doordat in de toelichting is verduidelijkt dat de robuuste bosrand alleen ter hoogte van het toekomstige woongebied zal worden gerealiseerd (en dus niet ter hoogte van het onbebouwde deel).

19. De werkgroep vraagt om een toelichting waarom de aanvankelijke 180 (bouwclaim)woningen en 100 (V.d. Wiel) nu 350 bedraagt. Ook is het de werkgroep niet duidelijk of de nu beoogde 9 hectare inclusief of exclusief de ecologische verbindingszone is.

19. In de diverse ruimtelijke besluiten die de afgelopen jaren door de regio en gemeente zijn genomen is uitgegaan van 600 woningen in een groot deel van het plangebied. De omvang van dit gebied is teruggebracht van circa 19 hectare naar circa 9 hectare. Binnen het resterende deel is nog plek voor maximaal 350 woningen. Binnen de 9 hectare zal ook een ecologische verbindingszone worden gerealiseerd. Dit is geborgd in de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan.

19. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

20. De werkgroep vreest dat de resterende gronden onrendabel

20. Na de beoogde realisatie van het woongebied

20. Naar aanleiding van deze opmerking

27

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

worden voor kwekers en niemand zou geloven dat het bij 9 hectare woongebied blijft. In de toelichting wordt bij herhaling gesproken over 600 woningen. Door de werkgroep wordt gevreesd voor het steeds meer verdwijnen van bollengrond.

resteert er binnen het plangebied nog circa 23 hectare bollengrond, aansluitend op agrarische gronden buiten het plangebied. De omvang en situering van deze gronden zijn in de ogen van de gemeente voldoende voor een rendabele exploitatie. Dat in de toelichting op meerdere plekken wordt gesproken over 600 woningen komt omdat dit aantal indertijd regionaal is afgesproken. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet echter in een compacter woongebied van maximaal 350 woningen.

is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

21. De werkgroep wijst op cijfers van het CBS waaruit zou blijken dat de verstening in Noordwijk harder zou toenemen dan in andere gemeenten in de omgeving.

21. De gemeente heeft de ambitie om verharding binnen haar grondgebied zo beperkt mogelijk te houden. Helaas is het niet altijd mogelijk om een toename aan verharding te voorkomen.

21. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Alhoewel de gedeeltelijke transformatie van Bronsgeest tot woongebied tot meer verharding (bebouwing) zal leiden is er in de uitwerkingsregels ook rekening gehouden met het realiseren van voldoende waterberging (minimaal 15% van de totale toename aan verharding) en groen (minimaal 7,5 m² openbaar groen per woning). 22. Omdat het 1e klas bollengrond betreft is compensatie vereist. De werkgroep betwijfelt of dit in de Bollenstreek mogelijk is en vermoed dat deze compensatie miljoenen kost. Daarnaast vreest de werkgroep voor de gevolgen waarbij wordt gewezen op de door de GOM aangepaste situatie aan de ‘lage’ Gooweg waar het zicht op de bollenvelden verdween, de fietsroute haar aantrekkelijkheid verloor en een problematisch verkeerssituatie is ontstaan. De werkgroep vraagt waar de GOM//gemeente denkt het verlies van eersteklas bollengrond in Bronsgeest te compenseren.

22. Het nieuwe woongebied gaat ten koste van circa 9 hectare 1e klas bollengrond. Conform de diverse beleidsstukken, zoals de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek, dient dit areaal te worden gecompenseerd binnen het gebied van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Zoals in de uitvoeringsparagraaf van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG) is aangegeven moet een overeenkomst met Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) worden gesloten. Met de opbrengst van de bollengrondcompensatie, neemt GOM de verplichting van de initiatiefnemer over om elders in het Greenportgebied eenzelfde areaal 1e klas bollengrond re realiseren. Dat kan op een aantal manieren, en volgens een tijdschema, zoals in hoofdstuk 5 van de ISG is aangegeven. GOM en de gemeente hebben inmiddels al enkele concrete afspraken gemaakt over bollengrondcompensatie, welke uiteindelijk zullen leiden tot een overeenkomst tot bollengrondcompensatie. De daadwerkelijke 28

22. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

uitvoering van de compensatie zal door GOM worden ingevuld conform de uitvoeringsparagraaf in de ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016’. GOM heeft daartoe de totale compensatiebehoefte geïnventariseerd (inclusief de opgave als gevolg van de ontwikkeling van Bronsgeest) en daaruit de conclusie getrokken dat de totale behoefte aan bollengrondcompensatie uitvoerbaar is met behulp van het uitvoeringsinstrumentarium in de ISG. GOM zal in latere instantie de exacte percelen aanwijzen, waar de 1e klas bollengrond daadwerkelijk zal worden gerealiseerd. 23. De werkgroep constateert dat het behoud en/of herstel van bollengrond de gemeente incidenteel heel wat waard is gelet op 2 miljoen voor het herstel van een stuk grond aan de Beeklaan. Recent zou de gemeente nog hebben aangegeven achter het Pact van Teylingen te staan waarbij aantasting van het bollenareaal onbespreekbaar zou zijn. De werkgroep vindt dat niet te rijmen met de voorgenomen bebouwing in Bronsgeest.

23. Behoud van voldoende grond voor de bollenteelt is voor de gemeente een belangrijk uitgangspunt. Echter, er dient ook voldoende ruimte te zijn om te voorzien in de woningbehoefte. De gemeente dient de verschillende belangen af te wegen. Alhoewel er ter plaatse van Bronsgeest sprake is van 1e klas bollenteeltgrond is het vanwege de ligging en de beleidsmatige mogelijkheden wenselijk om circa 9 hectare van de bollengronden te transformeren in woongebied. De bollengronden die verloren gaan zullen elders binnen het gebied van de Greenport Duin- en Bollenstreek worden gecompenseerd.

24. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van het rijk zijn drie hoofddoelen aangegeven, waaronder het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De werkgroep vraagt hoe de gemeente dat in Bronsgeest denkt te waarborgen.

24. Alhoewel de SVIR zal worden vervangen door de Nationale Omgevingsvisie voldoet het voorliggende bestemmingsplan wel aan het door de werkgroep genoemde doel. Met het bestemmingsplan wordt namelijk bijgedragen aan het oplossen van het tekort aan woningen en daarmee aan de leefbaarheid in Noordwijk. Er is geen sprake van unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden ter plaatse van de bollenteeltgronden en binnen het plangebied zal circa 23 hectare behouden blijven als grond voor de bollenteelt. Deze gronden zijn ook als zodanig bestemd.

25. De werkgroep vraagt hoe de gemeente aan alle gestelde eisen denkt te kunnen voldoen voor wat betreft ruimtelijke kwaliteit, stedelijke ontwikkeling, bollenteeltgebied, Natuur Netwerk Nederland en archeologie.

25. De door de werkgroep genoemde eisen hebben betrekking op de provinciale Omgevingsverordening. De beschrijving in deze verordening en de wijze waarop daarmee in het voorliggende bestemmingsplan rekening is gehouden, is uitgebreid opgenomen in paragraaf 3.2.2 van de toelichting. Kortheidshalve wordt naar deze paragraaf verwezen. 29

23. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

24. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

25. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

26. De werkgroep wijst er op in de Omgevingsvisie, waarin veel inwoners van Noordwijk hebben geanticipeerd, Bronsgeest niet specifiek als woningbouwlocatie is genoemd. De werkgroep vindt dat veelzeggend.

26. De werkgroep doelt op de in voorbereiding zijnde Omgevingsvisie. Hierin is Bronsgeest weliswaar niet specifiek als woningbouwlocatie benoemd maar dat geldt ook voor andere mogelijke woningbouwlocaties. De in voorbereiding zijnde Omgevingsvisie is niet bedoeld voor het wel of niet aanwijzen van woningbouwlocaties. Ten aanzien van woningbouw is aangegeven dat nieuwbouw bij voorkeur plaatsvindt in de dorpen, of daarop aansluitend. Bronsgeest past daarmee binnen de in voorbereiding zijnde Omgevingsvisie.

26. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

27. De werkgroep stelt dat bouwen in Bronsgeest niet nodig is omdat de Woning Behoefte Raming (WBR) 2019 voor Noordwijk 2.080 woningen bedraagt. Alleen al in Noordwijk zouden 600 woningen leeg staan, waarvan 400 woningen worden verhuurd aan toeristen.

27. Het is niet duidelijk hoe de werkgroep tot de conclusie komt dat bouwen in Bronsgeest niet nodig is omdat de WBR, welke uitsluitend de lokale behoefte betreft, 2.080 woningen bedraagt. De 600 kennelijk leegstaande woningen waarop de werkgroep doelt, bieden geen soelaas voor het oplossen van de woningbehoefte in Noordwijk.

27. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

28. De werkgroep vraagt zich af wie er deelnemen aan de subregionale afstemming over de recente woningbouwlijst en of de bewoners daar inspraak over hebben.

28. De subregionale afstemming vindt plaatst tussen diverse overheden binnen de regio Holland Rijnland. Hierover vindt geen inspraak met bewoners plaats.

28. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

29. Voor wat betreft verkeer verdient volledige aansluiting van de Verlengde Beeklaan op de N206 prioriteit. De werkgroep stelt dat dit al voorwaarde was bij de bouw van Offem-Zuid. Op de route Herenweg-Nieuwe Offemweg-Gooweg is de verkeerdruk al jaren te groot en dit zal door de bebouwing van Bronsgeest verder toenemen. De voorgestelde extra rijstrook op de Van Berckelweg is niet in lijn met de eerdere situatie bij Boechorst toen de weg werd versmald van 4 naar 2 rijstroken.

29. Het al dan niet aansluiten van de Beeklaan op de N206 is niet nodig voor de uitvoering van het voorliggende bestemmingsplan. Uit het verkeersonderzoek dat door Goudappel Coffeng is uitgevoerd blijkt dat het verkeer als gevolg van de beoogde herontwikkeling niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Wel dient het huidige opstelvak voor de richting Van Berckelweg-Gooweg (linksaf) met 30 meter te worden verlengd om zo niet het verkeer voor de andere rijrichtingen te belemmeren.

29. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

30. Het is de werkgroep niet duidelijk wat nu precies het gebied en het aantal woningen is waar het verkeersonderzoek betrekking op heeft, mede gelet op de volgens werkgroep afwijkende kaarten in de verschillende documenten.

30. In het eerste verkeersonderzoek is uitgegaan van maximaal 350 woningen maar een wel iets andere begrenzing van het woongebied. Deze begrenzing heeft geen gevolgen voor de conclusies in het verkeersonderzoek. Het inmiddels geactualiseerde verkeersonderzoek (d.d. 10 maart 2021) houdt rekening met de juiste begrenzing van het woongebied.

30. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

30

Ingediend door:

Opmerking

31. Het eerder aangegeven plangebied ging uit van een strook tot voorbij de Geverslaan en Wildoord terwijl het plangebied nu eindigt bij de watergang ten zuiden van de Geversbaan. Ook blijkt het plangebied te zijn uitgebreid tot aan de Nieuwe Vaart, voorbij de rotonde aan de Van Berckelweg. Dit gaat ten koste van de openheid en het zicht op bollenvelden. De werkgroep vraagt waarom deze wijzigingen zijn doorgevoerd en of het bij deze woningen blijft.

Stichting huurdersbel angen Noordwijk

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

31. De werkgroep doelt vermoedelijk op de begrenzing van het woongebied binnen het plangebied. Deze begrenzing is aangepast omdat binnen de relatief smalle strook in het noordoosten, nabij het sportcomplex en landgoed Wildoord, naar verwachting geen goede woonverkaveling mogelijk is. Binnen deze strook bevindt zich bovendien een belemmeringenstrook van de bestaande gasleiding. Deze strook is daarom voor woningbouw komen te vervallen. Een zone met hetzelfde oppervlak is vervolgens nabij de Van Berckelweg bij het woongebied gevoegd. Door de nu gehanteerde begrenzing is een efficiënte woonverkaveling mogelijk. Bovendien resteert met deze aanpassing een meer optimaal aaneengesloten bollenteeltgebied.

31. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

32. De werkgroep is benieuwd waar de gemeente de verwachting op baseert dat de Raad van State het bebouwen van Bronsgeest nu wel goedkeurt.

32. De beroepszaken bij de Raad van State waar de werkgroep op doelt hadden betrekking op de contouren in het streekplan van de provincie. Het streekplan is echter al enige tijd niet meer van kracht en daardoor ook niet relevant voor de vraag of de beoogde locatie voor woningbouw voldoet aan het toenmalige provinciale beleid.

32. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

33. De werkgroep haalt diverse vermeende citaten aan waaruit zou blijken dat Bronsgeest-noord indertijd is uitgeruild voor Offem-Zuid om zo Bronsgeest veilig te stellen voor bollenteelt. Volgens de werkgroep zouden zowel de provincie als de Raad van State door de gemeente zijn misleid op basis van een zogenaamd gering verschil.

33. Indertijd is de keuze gemaakt om Offem-Zuid gefaseerd te bebouwen. Vanwege de grote woningbehoefte in de regio is het nu ook nodig om Bronsgeest te gaan bebouwen. Daardoor zal een deel van de bollenteeltgronden verloren gaan (circa 9 hectare) maar de overige gronden blijven wel expliciet voor de bollenteelt bestemd (circa 19 hectare).

33. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

34. Ook een gedeputeerde zou hebben gesteld dat je het opofferen van bollenteeltgronden als laatste zou moeten doen terwijl in artikel 2.1.7 van het Programma Ruimte zou zijn aangegeven dat bollenteeltgebied primair bestemd dient te worden voor bollenteelt.

34. Het gedeeltelijk bebouwen van het plangebied met woningbouw voldoet aan het provinciaal ruimtelijk beleid.

34. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

1. Het grootste bezwaar van de stichting is dat het bestemmingsplan uitgaat van maximaal 350 woningen (in alle categorieën). Door hiervoor te kiezen, wordt geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid om in Bronsgeest 660 woningen te realiseren, waarvan 240 sociale huurwoningen en 120 woningen in het middensegment. De stichting is van mening dat deze keuze

1.

1.

In het voorontwerpbestemmingsplan, dat in 2018 voor inspraak ter inzage is gelegd, was uitgegaan van 600 woningen, conform het woningaantal waarover regionale afspraken zijn gemaakt. In het coalitieakkoord ‘Betroken, helder een daadkrachtig 2019-2022’ is voor Bronsgeest 31

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

onverteerbaar is, gezien het huidige percentage van slechts 18% sociale huurwoningen in de kernen Noordwijk-Binnen en Noordwijk-Zee. De vraag naar deze woningen is onevenredig groot en de zoekduur en wachttijden voor deze woningen uitzonderlijk lang zijn terwijl er geen belemmeringen en knelpunten zijn die woningbouw in Bronsgeest in de weg staan.

2. Bronsgeest is volgens de stichting in 1998 als woningbouwlocatie bestemd waarna alle gronden zijn aangekocht. Na de verplaatsing van de woonbestemming naar Offem Zuid in 2000 is de locatie in 2006 opnieuw aangewezen als woningbouwlocatie om met 600 woningen bij te dragen aan het verzoek van het rijk en de provincie om 20.000 woningen extra te realiseren in het gebied Haarlemmermeer – Bollenstreek. Gezien deze afspraak is Bronsgeest volgens de stichting opgenomen op de 3 ha kaart van de provincie, in de gemeentelijke structuurvisie van Noordwijk en in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport. Eind 2018 heeft de provincie ingestemd met 60 extra woningen in de sociale huursector om het grote tekort aan sociale huurwoningen terug te dringen. In de ogen van de stichting is er daarmee overeenstemming met de provincie om in Bronsgeest 660 woningen te bouwen. Daarnaast dringen rijk en provincie, gezien de grote tekorten, aan op versnelling van de woningbouw. De stichting kan zich daarom niet vinden in de keuze van de gemeente om haar autonome bevoegdheid niet te gebruiken om

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

aangegeven dat woningbouw in deze periode niet was voorzien. Vanwege de woningbouwopgave in Noordwijk en afspraken die in het verleden over het plangebied zijn gemaakt, is er nadien toch voor gekozen om te gaan bouwen in Bronsgeest maar in een andere schaal en maat dan voorheen was voorzien. Hierbij wordt verwezen naar de brief van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad van 9/12 augustus 2019 met betrekking tot het Deltaplan woningbouw en Bronsgeest. Daarin is aangegeven dat, ter realisatie van een continue bouwstroom, Bronsgeest gedeeltelijk zal worden bebouwd. De keuze om Bronsgeest gedeeltelijk te bebouwen is nadien bevestigd met de raadsmotie van 24 september 2019. De locatie waar woningbouw is voorzien is inmiddels beperkt tot het noordwestelijk deel van het plangebied. De omvang bedraagt 9 hectare, daar waar in het voorontwerpbestemmingsplan uit 2018 nog uit was gegaan van 19 hectare woongebied. Binnen dit gebied kunnen maximaal 350 woningen worden gebouwd. De overige woningen zullen elders worden gerealiseerd. Hiermee wordt invulling gegeven een de Woonvisie 2021 en de daarvan deel uitmakende woningbehoefte alsmede de daarop gebaseerde planlijsten, inclusief de inbreilocaties.

2.

Het uitgangspunt is dat er in het woongebied Bronsgeest minimaal 30% sociale huur wordt gebouwd. Tevens geldt, conform het woonbeleid zoals vastgesteld in de Woonvisie op 26 januari 2021, een verplichte segmentering voor de categorieën middeldure huur en middeldure koop. Bronsgeest past in dat opzicht binnen de Woonvisie 2021, waarin ook is aangegeven waar elders in Noordwijk sociale woningen worden gerealiseerd, conform de planlijsten woningbouw.

32

2.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

3. De stichting wijst er op dat er in Noordwijk een raadswerkgroep Woningbouw is geformeerd met als opdracht het analyseren van de gemeentelijke woningbouwplanlijst. Centraal staat de vraag welke plannen zijn ‘hard’ en welke ‘zacht’. De stichting is van mening dat veel plannen op deze lijst ‘zacht’ zijn waarbij de kans op snelle realisatie (zeer) klein is. Om een juist oordeel te kunnen vormen over toekomstige plannen is het van belang te weten welke plannen ‘hard’ zijn en op een redelijke termijn worden gerealiseerd. De stichting vindt dat Bronsgeest momenteel één van de weinige harde plannen is, waar de gemeente op korte termijn sociale huurwoningen kan realiseren.

3.

Een plan voor een woningbouwlocatie is als een hard plan aan te merken zodra dit bij recht via een bestemmingsplan mogelijk is gemaakt. Daar is in Bronsgeest nog geen sprake van.

3.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

4. Het valt de stichting op dat er sprake is van een discrepantie tussen de woningbouwplanlijst en het bestemmingplan als het gaat om het percentage sociale huurwoningen. De lijst vermeldt 40%, in het bestemmingplan is sprake van 30%.

4.

De segmentering zoals opgenomen in de Woonvisie is als volgt: - minimaal 30% sociale huur tot €737,- (prijspeil 2020) - minimaal 15% middeldure huur van €737,- tot € 1.000,- (prijspeil 2020)

4.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

aan de almaar toenemende vraag naar betaalbare woningen in Noordwijk tegemoet te komen. Door deze keuze worden er 135 sociale huurwoningen minder gerealiseerd, exclusief de 100 tot 200 tijdelijke woningen. Dit is voor de stichting onacceptabel richting huidige en toekomstige huurders. Ook omdat uit de lijst met huidige plannen en de woningbouwplanlijst van december 2020 zou blijken dat het verschil niet wordt ingelopen. Veel plannen die zijn genoemd zijn volgens de stichting niet of nauwelijks concreet terwijl andere genoemde plannen al in uitvoering of gerealiseerd zijn en daarmee voor deze lijst niet relevant meer zouden zijn. Ook zou er geen zicht zijn op nieuwe plannen. Daarnaast levert het ontwikkelen van nieuwe plannen volgens de stichting een enorme vertraging op, zoals in het verleden wel is gebleken bij Offem-Zuid. Het stappenplan voor de realisatie van sociale woningbouw en het oplossen van de problematiek van Bronsgeest leidt volgens de stichting niet tot een substantiële toevoeging van sociale huurwoningen. Het huidige plan voor Bronsgeest is in de ogen van de stichting slechts een druppel op de gloeiende plaat en respectloos naar de vele woningzoekenden. De stichting is van mening dat per direct de kansen in Bronsgeest benut moeten worden om aan de grote behoefte aan sociale huurwoningen tegemoet te komen.

Door met elkaar als partners – gemeente, Stek en de stichting – aan de slag te gaan kunnen de ambitieuze doelen uit de gemeentelijke woonvisie nog enigszins worden waargemaakt. Met het nu voorliggende bestemmingsplan wordt de situatie op de Noordwijkse woningmarkt volgens de stichting eerder verslechterd dan verbeterd.

33

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

- minimaal 25% middeldure koop tot € 325.000,Deze segmentering is opgenomen in het bestemmingsplan als minimaal uitgangspunt. Voor de overige te bouwen sociale woningen wordt verwezen naar de Woonvisie 2021 en de gemeentelijke woningbouwplanlijsten. 5. De Achterweg is volgens de stichting gepresenteerd als de alternatieve locatie waar de woningen zouden moeten komen die niet in Bronsgeest worden gebouwd. Op 9 september 2020 heeft de Statencommissie RWE van de provincie een richtinggevende uitspraak gedaan inhoudende dat geen medewerking wordt verleend aan het verzoek van de gemeente om in te stemmen met de ontwikkeling van een woningbouwlocatie in het gebied aan de Achterweg. De provincie heeft ook bevestigd geen medewerking te verlenen aan een uitruil van woningbouw in Bronsgeest en het Achterweggebied. Er is volgens de stichting geen reden om aan te nemen dat de provincie dit standpunt zal of wil heroverwegen. De stichting is dan ook van mening dat het, zonder de zekerheid van bouwmogelijkheden, onverantwoord is om gronden aan te kopen in het Achterweggebied. Dat zou niet bijdragen aan het snel oplossen van het woningprobleem maar wel aan verspilling van geld dat beter besteed kan worden aan realisatie van sociale woningbouw. De stichting roept op om niet in te zetten op mogelijke, toekomstige oplossingen waar misschien gebouwd kan gaan worden.

In de ogen van de stichting is er tot op heden geen ander concreet alternatief voor Bronsgeest gepresenteerd. De stichting roept dan ook op om nu in te zetten op concrete oplossingen voor het bouwen van sociale huurwoningen.

5.

De locatie aan de Achterweg is door de gemeente onderzocht als compensatie voor het niet te bouwen deel van Bronsgeest. Daartoe is aan Provinciale staten van Zuid Holland verzocht om medewerking voor het ontwikkelen van een nieuwe locatie in het Achterweggebied. Tijdens de vergadering op 9 september 2020 van de Statencommissie voor Ruimte, Wonen en Economie is dit verzoek aan de orde geweest,. Daarbij bleek dat de genoemde commissie niet instemde met het bedoelde verzoek van de gemeente. Dit standpunt is door de verantwoordelijk gedeputeerde van Zuid-Holland aan de gemeente overgebracht. De gemeente ziet de locatie aan de Achterweg daarom momenteel niet als een reële woningbouwlocatie om de behoefte aan woningen in de komende jaren op te lossen.

5.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

6. Bij de locatie Bronsgeest wordt gesproken over behoud van 1e klas bollengrond. Reeds begin jaren ’90, nog voor het sluiten van het pact van Teylingen in 1996, is de grond in Bronsgeest als bouwgrond aangekocht en als zodanig in het gemeentelijk grondbedrijf verwerkt. Vervolgens is de grond in afwachting van de bouw tijdelijk verpacht. Doordat in 2006 Bronsgeest opnieuw is aangewezen als woonbestemming is dit ook als bestemming opgenomen in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport en het omgevingsbeleid van de provincie. Bij de oprichting van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) is afgesproken dat ter dekking van de kosten van de GOM onder andere bij het onttrekken van bollengrond een compensatie van € 40 /m² zou moeten worden betaald. Aangezien de aankoop van de grond van Bronsgeest als bollengrond voor het sluiten van het Pact van Teylingen had plaatsgevonden, zou dit buiten deze afspraak vallen. Als bestuurlijke geste is bij de oprichting van de GOM

6.

De in het verleden gemaakte afspraken voor compensatie zijn nog steeds van toepassing. Compensatie van bollengronden en de kosten die daarmee gemoeid zijn, vormen niet de reden om in het voorliggende bestemmingsplan uit te gaan van ca. 9 ha woongebied met maximaal 350 woningen. Er is bestuurlijk een keuze gemaakt om het gebied voor woningbouw te verkleinen en zo een groter deel van de bollengronden in het plangebied te behouden.

6.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

34

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

7. Het bestemmingsplan gaat uit van circa 9 hectare woongebied. Dat betekent circa 39 woningen per hectare. De woningbouwlocatie Bronsgeest omvat circa 26 hectare, oftewel een dichtheid van circa 25 woningen per hectare. Dat zijn 14 woningen minder per hectare en betekent dat er meer ruimte is voor een evenwichtige invulling van het gebied wat de leefbaarheid en de kwalitatieve uitstraling zullen verhogen.

7.

De keuze om het woongebied te verkleinen betekent dat er bij maximaal 350 woningen inderdaad met een compactere hogere dichtheid zal worden gebouwd, met name rekening houdend met kleinere huishoudens. In de uit te werken bestemming is hier rekening mee gehouden doordat er ook gestapelde woningbouw tot 17,5 meter mogelijk is met een beperkt ruimte voor gestapelde woningbouw tot 21 meter bouwhoogte . Om te waarborgen dat er voldoende vrije ruimte in het woongebied komt is als één van de voorwaarden opgenomen dat er per woning 7,5 m² openbaar groen dient te worden gerealiseerd.

7.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

8. Een stedenbouwkundige conceptstudie zou hebben aangetoond dat met de bouw van 660 woningen op 26 hectare in Bronsgeest de aantrekkelijkheid van de entree van Noordwijk kan worden gewaarborgd c.q. worden versterkt. Dit wordt gedaan met zichtlijnen naar de landgoederenzone, open water en ruimte voor de bollen(cultuur) en beplanting die van origine op de strandwal voortkomt. Met het beperken van de woningbouw langs de Van Berckelweg tot aan de Nieuwe Vaart met de rotonde in het midden, zoals nu is opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan, wordt nauwelijks enige verbetering bereikt. De verbeelding laat eerder een verslechtering zien omdat er dichter op de Van Berkelweg kan (en moet) worden gebouwd. Dit gaat ten koste van de aantrekkelijkheid en open ruimte van de leefomgeving.

8.

In de zone tussen de N206 en de Nieuwe Vaart alsmede een gebied ten noorden van de Nieuwe Vaart blijft het gebruik als bollenteelt behouden. Dit gebruik levert met name in het voorjaar voor velen een fraai beeld op maar ook in de andere jaargetijden vertegenwoordigt het landelijk gebied de nodige kwaliteiten. Vanwege de gemeentelijke doelstelling om entrees van de badplaats Noordwijk te verfraaien is in het voorliggende bestemmingsplan verder vastgelegd dat er ter plaatse van de woningbouwlocatie een minimaal 10 meter brede groenzone langs de Van Berckelweg dient te worden gerealiseerd. Ook dient er een 10 meter brede zone aan de rand van het woongebied met het bollengebied te worden gerealiseerd. Door ook het woongebied te laten aansluiten op de deels te verleggen Nieuwe Vaart ontstaat een aantrekkelijke entree.

8.

Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

9. De stichting vindt dat het beleid van de gemeente weinig

9.

Om een groter deel van de bollengronden in het

9.

Naar aanleiding van deze opmerking

echter toch enige compensatie afgesproken van € 10 /m². Later is dit bijgesteld naar € 20 /m². Dit is vastgelegd in een daartoe strekkende overeenkomst tot bollengrondcompensatie. Deze overeenkomst is strikt voor Bronsgeest en zal in overleg als basis worden gehanteerd in relatie tot het daadwerkelijk aantal hectare bollengrond dat voor woningbouw in Bronsgeest zal worden aangewend. De stichting is van mening dat afspraken die in het verleden gemaakt zijn voor compensatie van bollengrond nog steeds actueel zijn en dit geen belemmering of knelpunt is voor realisatie van 660 woningen in Bronsgeest. Een alternatieve locatie zou immers per m² bijna twee keer zo duur zijn.

35

Ingediend door:

Opmerking consequent is. Om toch (meer) woningen te bouwen in de kernen Noordwijk-Binnen en Noordwijk-Zee is volgens de stichting gekozen voor verdichting van Offem-Zuid en wordt de realisatie van tijdelijke (flex)woningen in De Nes voorbereid. Voor beide locaties betekent dit een aantasting van de kwaliteit van de leefomgeving. Dat zou voor de gemeente bij de Nes en in OffemZuid geen enkel probleem zijn maar in Bronsgeest wel. Dit voelt voor de stichting als meten met twee maten.

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

plangebied te behouden is onder meer gekozen voor het benutten van meer plancapaciteit in Offem-Zuid, ook met meer sociale woningen, alsmede de realisatie van tijdelijke (flex)woningen in De Nes. Dergelijke ingrepen worden vaker gedaan in steden en dorpen en dat betekent niet automatisch een aantasting van de kwaliteit van de leefomgeving. Beide door de stichting genoemde ingrepen zullen worden gedaan met respect voor de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving.

is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

In het voorliggende bestemmingsplan is uitgegaan van een kleiner woongebied dan in eerdere plannen het geval was. Door uit te gaan van maximaal 350 woningen is voor het gedeelte dat zal worden getransformeerd naar woongebied feitelijk ook sprake van verdichting, zoals ook blijkt uit opmerking 7 van de stichting. 10. ‘Bovenregionale woningen’ is een aanduiding die men gebruikt wanneer men besluit om meer woningen te bouwen dan de lokale woningbehoefte aangeeft. Buiten de actualiteit dat de behoefte aan sociale en middeldure huurwoningen in Noordwijk-Binnen en Noordwijk-Zee groot is, heeft deze aanduiding geen betrekking op de toewijzing van de sociale huurwoningen. Hier is lokaal maatwerk van toepassing. Anders gezegd, deze woningen moeten beschikbaar komen voor Noordwijkers. Voor sociale huurwoningen zijn in de gemeente Noordwijk op dit moment de toewijzingsregels conform de regionale huisvestingswet 2014 van kracht. Daarnaast bestaat er de mogelijkheid om via lokaal maatwerk sociale huurwoningen aan specifieke doelgroepen toe te wijzen. Voor de toewijzing van sociale koopwoningen geldt de verordening doelgroepen sociale woningbouw Noordwijk 2019. Om doorstroming binnen Noordwijk te stimuleren, vindt de stichting het wenselijk dat zoveel mogelijk Noordwijkers in aanmerking komen voor de woningen in Bronsgeest.

De stichting is voorstander om ook voorwaarden te stellen bij het toewijzen van de rest van de (koop)woningen.

10. De sociale huurwoningen in Bronsgeest (minimaal 30% van het totaal) worden conform de regionale Huisvestingsverordening Holland Rijnland verdeeld waarbij de gemeente Noordwijk de bevoegdheid heeft en toepast om hiervan een percentage via lokaal maatwerk aan lokale doelgroepen uit de Noordwijkse Woonagenda toe te wijzen. De middeldure huurwoningen (minimaal 15% van het totaal) kunnen als onderdeel van de Doelgroepenverordening met voorrang aan specifieke doelgroepen worden toegewezen.

10. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

11. In de toelichting bij het bestemmingplan is volgens de stichting om redenen aangegeven dat de plannen vooralsnog niet verder uitgewerkt kunnen worden. Er zou niet zijn aangegeven waarom voor een globaal nog uit te werken bestemmingsplan is gekozen. De stichting is van mening dat hierdoor te veel onzekerheid ontstaat over de daadwerkelijke invulling in Bronsgeest. Zo is bij het bepalen van de grenzen van het woongebied rekening gehouden met eventuele beperkingen in het gebied. De omvang

11. Zoals ook is aangegeven in paragraaf 2.3 van de toelichting is er op dit moment nog geen stedenbouwkundig concept voor het woongebied. Dit zal de komende tijd verder worden uitgewerkt.

11. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.

Omdat de verkaveling dus nog niet bekend is, is het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan globaal van aard. Conform artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke 36

Ingediend door:

Opmerking van het woongebied zal circa 9 hectare bedragen. Binnen dit woongebied worden naast de woonbebouwing ook allerlei voorzieningen ten behoeve van het woongebied gerealiseerd, zoals een ontsluiting, groen, water en overige voorzieningen. Hoeveel hectare binnen dit hele gebied daadwerkelijk bebouwd wordt, is afhankelijk van de stedenbouwkundige opzet van de wijk. Het stedenbouwkundige plan is op dit moment in ontwikkeling. De stichting constateert dat de gemeente de keuze maakt om het stedenbouwkundig plan en het programma later uit te werken zonder dat is aangegeven waarom hiervoor is gekozen. De stichting vindt dat dit een goede beoordeling van het voorliggende bestemmingsplan belemmert. Belangrijke zaken zoals aantal woningen, leefbaarheid en betaalbaarheid zijn hierdoor onbekend en niet goed te beoordelen.

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

ordening (Wro) is het toekomstige woongebied vastgelegd door middel van een uit te werken bestemming. Een dergelijke planvorm is gebruikelijk bij op ontwikkeling gerichte plannen waarvan te voren nog geen eindbeeld beschikbaar is. Het voordeel van een uit te werken bestemming is bovendien dat, lopende de planontwikkeling en realisatie, er ingespeeld kan worden op nadien gewijzigde omstandigheden (uiteraard voor zover passend binnen de kaders van de uit te werken bestemming). In de uitwerkingsregels voor Bronsgeest is onder meer bepaald dat er maximaal 350 woningen binnen de uit te werken bestemming zijn toegestaan en hoeveel van deze woningen als sociale huurwoning, middeldure huurwoning en middeldure koopwoning dienen te worden gerealiseerd. Ook is er vastgelegd dat er rekening dient te worden gehouden met een groen/blauwe zone van minimaal 10 meter langs de enkele plangrenzen, dat er rekening dient te worden gehouden met de aanleg en/of instandhouding van een ecologische verbindingszone tussen landgoed Offem en Klein Leeuwenhorst en dat er voldoende openbaar groen, voldoende water, voldoende speelvoorzieningen en voldoende parkeergelegenheid dient te worden gerealiseerd. Ook is uit de verbeelding en regels duidelijk op te maken welke gronden maximaal bebouwd mogen worden met woningen, wat het maximum bebouwingspercentage bedraagt en welke maximum bouwhoogtes er gelden.

Het is daarbij nog van belang om te melden dat voor de gronden met een uit te werken bestemming een bouwverbod geldt zolang er geen ontwerpuitwerkingsplan in procedure is gebracht. Het op te stellen uitwerkingsplan (of de uitwerkingsplannen) dient te voldoen aan de uitwerkingsregels en zal worden gebaseerd op de momenteel in voorbereiding zijnde planvorming voor het woongebied. Doordat het maximum programma en de maximum bouwmassa’s in het voorliggende bestemmingsplan zijn vastgelegd, zijn de hoofdlijnen van de beoogde herontwikkeling voldoende duidelijk.

12. De stichting refereert aan de sinds 14 september 2020 gemaakte

12. De stedenbouwkundige planvorming voor het 37

12. Naar aanleiding van deze opmerking

Ingediend door:

Opmerking

Gemeente reactie

Gevolgen voor het bestemmingsplan?

‘bestuurlijke afspraken woningbouw corporaties’. Kern van de afspraken is om de nieuwbouw van sociale woningen de komende twee jaar te versnellen. Om te zorgen dat dit zo snel mogelijk leidt tot de bouw van nieuwe woningen, hebben de partijen afgesproken dat zij de bouw samen gaan bewaken en aanjagen. Daartoe hebben zij een gezamenlijke taskforce opgericht. Daarnaast hebben partijen afgesproken om het aanbod van middenhuur en goedkope koop door corporaties waar nodig te stimuleren. Er is een grote behoefte aan flexibele en tijdelijke huisvesting als aanvulling op de reguliere huisvesting. Corporaties kunnen een belangrijke bijdrage leveren, zodat mensen met een middeninkomen en starters meer kans maken op de woningmarkt. Voor de periode tot 2025 kan voor deze woningen vrijstelling van de verhuurderheffing worden aangevraagd. De stichting vindt dat het beleid van de gemeente zo optimaal mogelijk moet worden afgestemd op deze bestuurlijke afspraken om zo de (sociale) woningbouw in Noordwijk, specifiek Bronsgeest te versnellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=9960e60b-c57e-44a7-b0d2-22dad0a4b8cf