Bijlage Nota van beantwoording inspraak- en overlegreacties - AVG
Tekst van het document
woongebied is op dit moment nog onvoldoende concreet om te kunnen vertalen in een directe eindbestemming in het bestemmingsplan. Door in het voorliggende bestemmingsplan een uit te werken bestemming toe te passen wordt de transformatie naar woongebied planologisch gewaarborgd. Zodra het voorliggende bestemmingsplan in werking is getreden en de stedenbouwkundige planvorming gereed is kan een uitwerkingsplan worden opgesteld en in procedure worden gebracht. De wet biedt de mogelijkheid om één of meerdere uitwerkingsplannen in procedure te brengen zodat er ook rekening kan worden gehouden met eventuele fasering.
is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
13. De stichting noemt dat in de gebiedsontwikkeling Bronsgeest in het verleden veel tijd en geld is geïnvesteerd om 660 permanente woningen en 100 -200 tijdelijke sociale huurwoningen te realiseren. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van maximaal 350 woningen. De vermindering van het aantal woningen veroorzaakt volgens de stichting negatieve gevolgen. Het zou daarbij gaan om het afboeken van € 8,5 miljoen op de boekwaarde van de locatie, het mislopen van rijkssubsidies door Stek en een inkomstenderving voor de gemeente van circa 8 tot 10 miljoen euro. Anderzijds zijn er volgens de stichting onnodig kosten gemaakt door de gemeente door werving van gronden in het Achterweggebied, het opstellen van een Deltaplan en het starten van een nieuwe bestemmingsplanprocedure. Dat geld zou volgens de stichting beter geïnvesteerd kunnen worden. De stichting is dan ook van mening dat deze onnodige verliezen beperkt moeten worden door alsnog 660 woningen te realiseren in Bronsgeest. Door 660 woningen te bouwen kan er winst geboekt worden op het project, inkomsten die via Reserve Sociale Huurwoningen weer elders geïnvesteerd kunnen worden. De stichting stelt voor om de inmiddels € 8,5 miljoen die is afgeboekt en de gederfde inkomsten (ca.
€ 10 miljoen) in te zetten om het percentage sociale woningbouw in Bronsgeest fors te verhogen en/of op locaties waar dat financieel lastiger is, teneinde snel(ler) een eind te kunnen maken aan de zeer lange wachttijden (7 tot 10 jaar) van woningzoekenden.
13. Allereerst wordt opgemerkt dat deze vraag feitelijk geen betrekking heeft op de inhoudelijke aspecten van het voorontwerp bestemmingsplan. Aanvullend merken wij het volgende op. Het college heeft, in willekeurige volgorde, gesproken met ontwikkelende partijen, zowel betrokken bij de locatie Bronsgeest als andere te ontwikkelen gebieden in de gemeente Noordwijk, Greenport Ontwikkelingsmaatschappij, de beide woningstichtingen die actief zijn binnen de gemeente Noordwijk, Holland Rijnland en daarbij in het bijzonder de gemeenten uit de regio Duin en Bollenstreek, de Provincie Zuid Holland en uiteraard de gemeenteraad waar de plannen voor het gedeeltelijk bebouwen van Bronsgeest zijn gepresenteerd en zijn bevestigd met een raadsmotie gedateerd 24 september 2019. Deze ontwikkeling is betrokken bij de vaststelling van de Woonvisie op 26 januari 2021, inclusief een bouwstroomplanning, de ondertekening van de prestatieafspraken met de beide woningstichtingen op 10 december 2020 en de voorbereidingen van het bestemmingsplan Bronsgeest.
13. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
14. De stichting vindt het onverteerbaar dat de bestemmingsplanprocedure onnodige vertraging heeft veroorzaakt in de realisatie van (sociale) woningbouw op deze locatie. Reeds
14. Door de bestuurlijke keuze om het woongebied te verkleinen en het maximum aantal woningen te verminderen heeft het langer geduurd voordat het
14. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
38
Ingediend door:
Opmerking
Gemeente reactie
Gevolgen voor het bestemmingsplan?
in 2018 is er een bestemmingsplan in procedure gebracht en een participatietraject gestart voor de realisatie van 660 permanente en is er ook een verkorte procedure gestart voor 100 (tot max 200) tijdelijke woningen. De eerste woningen hadden er volgens de stichting al langer dan een jaar kunnen staan.
voorliggende bestemmingsplan in procedure kon worden gebracht. In deze periode is wel gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de plancapaciteit in de bouwlocatie Offem-Zuid te vergroten binnen de begrenzing van het bestemmingsplan, waardoor ruimte is ontstaan voor meer sociale woningbouw.
15. De laatste gemeenteraadsverkiezingen hebben volgens de stichting aangetoond dat een meerderheid van de kiezers heeft gekozen voor een partij die vóór het bebouwen is van Bronsgeest met 600 woningen, met daarbovenop 60 extra sociale huurwoningen én minimaal 100 tijdelijke sociale huurwoningen. Ook de provincie Zuid-Holland is met dit plan akkoord.
15. In het coalitieakkoord ‘Betroken, helder een daadkrachtig 2019-2022’ is voor Bronsgeest aangegeven dat woningbouw in deze periode niet was voorzien. Vanwege de woningbouwopgave in Noordwijk en afspraken die in het verleden over het plangebied zijn gemaakt is er nadien toch voor gekozen om te gaan bouwen in Bronsgeest maar in een andere schaal en maat dan voorheen was voorzien. Hierbij wordt verwezen naar de brief van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad van 9/12 augustus 2019 met betrekking tot het Deltaplan woningbouw en Bronsgeest. Daarin is aangegeven dat, ter realisatie van een continue bouwstroom, Bronsgeest gedeeltelijk zal worden bebouwd. De keuze om Bronsgeest gedeeltelijk te bebouwen is nadien bevestigd met de raadsmotie van 24 september 2019. De locatie waar woningbouw is voorzien is inmiddels beperkt tot het noordwestelijk deel van het plangebied. De omvang bedraagt 9 hectare, daar waar in het voorontwerpbestemmingsplan uit 2018 nog uit was gegaan van 19 hectare woongebied. Binnen dit gebied kunnen maximaal 350 woningen worden gebouwd. De overige woningen zullen elders worden gerealiseerd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de Woonvisie 2021 en de daarvan deel uitmakende woningbehoefte alsmede de daarop gebaseerde planlijsten, inclusief de inbreilocaties.
15. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
16. De door de gemeente gebruikte argumenten om voor maximaal 350 woningen te kiezen zijn wat betreft de stichting geen argumenten. Bollengrond wordt gecompenseerd conform afspraken met de GOM en uit stedenbouwkundige studies blijkt dat het karakter van het landschap kan worden behouden. De stichting vindt dat woningzoekenden met deze keuze opnieuw de dupe zijn doordat zij nog langer zullen moeten wachten op een betaalbare woning, met als gevolg dat (huur)prijzen in de gemeente nog meer zullen stijgen. De stichting verwacht dat woningzoekenden genoodzaakt zullen zijn het dorp te verlaten. De vergrijzing zet door, de dynamiek verdwijnt uit de Noordwijkse samenleving met
16. Er is bestuurlijk een keuze gemaakt om het gebied Bronsgeest voor woningbouw te verkleinen en zo een groter deel van de bollengronden in het plangebied te behouden. Daardoor zullen er op Bronsgeest minder woningen worden gerealiseerd dan eerder was voorzien. Het verlies van woningen op Bronsgeest zal elders binnen de gemeente worden gecompenseerd, conform de Woonvisie 2021 en de gemeentelijke woningbouwplanlijsten welke zijn aanvaard door de provincie Zuid-Holland.
16. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
39
Ingediend door:
Opmerking
Gemeente reactie
Gevolgen voor het bestemmingsplan?
17. Bij de gebiedsontwikkeling Bronsgeest is één van de grote pluspunten dat bijna alle gronden in het bezit zijn van de gemeente. Dit maakt realisatie makkelijker, sneller en goedkoper. Ook heeft woningstichting Stek volgens de stichting voldoende financiële draagkracht om de woningen te realiseren. Ervaringen met andere gebiedsontwikkelingen, zoals de realisatie van 700 woningen in Offem-Zuid, waarbij de gemeente niet in het bezit was van de gronden, leert dat dit zeer moeizame, kostbare en langdurige trajecten zijn. Een vertraging van 15 jaar of langer is geen uitzondering. Wat de stichting betreft onacceptabel en onwenselijk gezien de ambitie, het percentage sociale huurwoningen en de vraag naar sociale huurwoningen in de kernen Noordwijk Binnen en Zee. De stichting roept u dan ook op om dit bestemmingsplan zo snel mogelijk aan te passen, zodanig dat het mogelijk is om 660 permanente woningen te realiseren. Om niet nog meer tijd te verliezen, adviseert de stichting om de reeds in 2018 gestarte bestemmingsplanprocedure weer op te pakken en ook verder te gaan met het participatietraject dat toentertijd is gestart.
17. De opmerking is vergelijkbaar met opmerking 16. Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van die opmerking.
17. Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
1.
1.
1.
negatieve gevolgen voor scholen, verenigingen en werkgelegenheid.
LTO Noord regio West
Volgens de inspreker is Bronsgeest een polder met grond die bij uitstek geschikt is voor de bollenteelt vanwege de aanwezigheid van eersteklas bollengrond. Zo is de grond bijvoorbeeld erg goed te gebruiken voor de teelt van hyacinten. Een ander voordeel is de grootte van de polder. Bronsgeest is een uitgestrekt gebied waar zonder belemmeringen en op een efficiënte manier bollen geteeld kunnen worden. De ontwikkeling van de vraag naar bollengrond, en dan in het bijzonder eersteklas bollengrond, versterkt volgens de inspreker het argument dat Bronsgeest moet worden behouden voor de agrarische sector. De vraag naar eersteklas bollengrond zou in de gemeente Noordwijk namelijk sterk zijn toegenomen.
Binnen het plangebied is momenteel circa 32 hectare in gebruik als 1e klas bollengrond. Vanwege de grote behoefte aan woningen heeft de gemeenteraad door middel van diverse raadsbesluiten de ruimtelijke keuze gemaakt om de beoogde locatie in het plangebied te gaan bebouwen met woningen. In het verleden was er sprake van dat een groot deel van het plangebied zou worden herontwikkeld tot woningbouw. Inmiddels is de locatie waar woningbouw is voorzien beperkt tot het noordwestelijk deel van het plangebied. De locatie waar woningbouw is voorzien heeft thans een omvang van circa 9 hectare. De zone tussen de N206 en de Nieuwe Vaart en een deel van de zone ten noordwesten van de Nieuwe Vaart hebben in het voorliggende bestemmingsplan een agrarische bollenteeltbestemming behouden. Na realisatie van de woningbouw zal er nog circa 23 hectare 1e klas bollengrond resteren. De bollengrond die als gevolg van de transformatie naar woongebied zal verdwijnen zal elders binnen de Greenport, volgens de geldende spelregels van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 worden gecompenseerd. 40
Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
Ingediend door:
Opmerking
Gemeente reactie
Gevolgen voor het bestemmingsplan?
2.
De inspreker vindt dat het bebouwen van Bronsgeest afbreuk doet aan het landschap van de gemeente. De gemeente kent volgens de inspreker een afwisselend landschap, variërend van duin tot natuur en van bossen tot open bollenvelden. Het betreft hier een uniek landschap dat in de ogen van de inspreker moet worden gekoesterd. Het buiten de kern van Noordwijk bouwen zal een verstorend effect hebben op dit karakteristieke landschap.
2.
De opmerking is vergelijkbaar met opmerking 1. van de Stichting Platform Initiatief Noordwijk. Kortheidshalve wordt naar de beantwoording van die opmerking verwezen.
2.
Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
3.
De inspreker realiseert zich dat de druk op de ruimte binnen de gemeente groot is. Een woningbouwopgave is één van de ruimtelijke opgaven die druk geeft op de beschikbare ruimte van de gemeente. De inspreker begrijpt dat er ruimtelijke afwegingen gemaakt moeten worden. Voor de agrarische sector geldt dat 1e klas bollengrond moet worden behouden. Derhalve moet woningbouw volgens de inspreker elders in de gemeente plaatsvinden, zoveel mogelijk binnen de dorpsgrenzen. Er zijn volgens de inspreker nog voldoende locaties binnen de dorpsgrenzen van Noordwijk die in eerste instantie kunnen worden bebouwd. De gemeente dient eerst deze locaties in beeld te brengen.
3.
Bronsgeest is al geruime tijd aangewezen als locatie voor woningbouw met maximaal 600 woningen. Na de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen is gekeken of Bronsgeest als woningbouwlocatie eventueel kon worden geschrapt door elders binnen de gemeente voldoende woningen te bouwen. Vanwege de woningbouwopgave in Noordwijk en afspraken die in het verleden over het plangebied zijn gemaakt is er voor gekozen om te gaan bouwen in Bronsgeest maar in een andere schaal en maat dan voorheen. De locatie waar woningbouw is voorzien is inmiddels beperkt tot het noordwestelijk deel van het plangebied en heeft een omvang van circa 9 hectare. Ook na de realisatie van het woongebied blijft er daardoor een groot areaal aan 1e klas bollenteeltgrond over. De binnenstedelijke mogelijkheden voor woningbouw zullen worden benut, zoals aangegeven in de Woonvisie 2021 en de gemeentelijke woningbouwplanlijsten.
3.
Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
4.
De ISG vormt een toetsingskader voor nieuwe bestemmingsplannen. De inspreker vraagt zich af in hoeverre het voorontwerpbestemmingsplan voldoet aan de lSG.
4.
De inspreker refereert aan de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016. Deze structuurvisie is beschreven in paragraaf 3.2.3 van de toelichting. Aan het einde van deze beschreven welke consequenties de structuurvisie heeft voor het bestemmingsplan. Daaruit blijkt dat woningbouw met maximaal 350 woningen voldoet aan de genoemde structuurvisie.
4.
Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
5.
De inspreker vraagt om een nadere toelichting van de concrete afspraken die de GOM en de gemeente zouden hebben gemaakt over bollengrondcompensatie.
5.
De opmerking is vergelijkbaar met opmerking 22 van de Werkgroep Behoud Bronsgeest. Kortheidshalve wordt naar de beantwoording van die opmerking verwezen.
5.
Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
6.
De inspreker vraagt waarom de afdeling Duin- en Bollenstreek van LTO Noord niet is betrokken bij het bestuurlijk overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. De belangen van de agrarische sector zijn
6.
LTO Noord is in eerste instantie niet betrokken bij het bestuurlijk overleg als stakeholder. Via de geboden mogelijkheid van inspraak kunnen ook de specifieke
6.
Naar aanleiding van deze opmerking is het voorontwerp bestemmingsplan niet aangepast.
41
Ingediend door:
Opmerking volgens de inspreker in het geding. Verzocht word om ook met de afdeling Duin- en Bollenstreek van LTO Noord te overleggen.
Gemeente reactie
Gevolgen voor het bestemmingsplan?
agrarische belangen worden aangevoerd.
42
3. Overleg (ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro heeft de gemeente het voorontwerpbestemmingsplan aan (overheid)instanties toegezonden. Van vier instanties is een overlegreactie ontvangen. Hieronder zijn deze reacties samengevat en voorzien van een beantwoording van de gemeente. Partner Gasunie
Opmerking 1. De adressant constateert dat de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ samenvalt met de archeologische dubbelbestemming. In de voorrangsregeling krijgt de archeologische dubbelbestemming voorrang. Vanwege de veiligheidsaspecten verzoekt de adressant om een bepaling op te nemen zodat de dubbelbestemming voor de gasleiding bij het samenvallen voorrang krijgt op andere bestemmingen. De adressant geeft aan dat de grond bij de aanleg van de leiding reeds geroerd is.
Reactie gemeente 1. In de archeologische dubbelbestemming is naar aanleiding van de reactie van de adressant op het voorontwerpbestemmingsplan uit 2018 al rekening gehouden met de gasleiding. Werkzaamheden die betrekking hebben op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing (waaronder leidingen) zijn ter plaatse van de leiding toegestaan mits er niet dieper wordt gegraven dan de reeds uitgegraven diepte. Er is daarmee al voorzien in het verzoek van de adressant.
Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen
Hoogheemraa dschap van Rijnland
1.
De adressant hanteert als uitgangspunt dat dit gebied wordt ontwikkeld op boezempeil. Hiervoor dient onder andere de een bestaande stuw te worden verplaatst richting het noordwesten. De adressant wil deze stuw automatisch maken (bediening via BOSBO). Bij concretisering kan hiervoor contact worden opgenomen met de adressant. De stuw moet met de auto bereikbaar zijn.
1.
Bij concretisering van de plannen zal contact met de adressant worden opgenomen voor het verplaatsen en automatisch maken van de stuw. Daarbij zal ook worden gekeken naar de bereikbaarheid van de stuw.
2.
De adressant adviseert om primaire watergangen altijd op te nemen en rekening te houden met een onderhoudsstrook van 5 meter breed.
2.
De Nieuwe Vaart is als ‘water’ bestemd. Omdat de precieze situering van de watergang tussen de Gooweg en de Nieuwe Vaart binnen de bestemming ‘Woongebied – uit te werken’ nog niet bekend is, is in het voorontwerpbestemmingsplan rekening gehouden met een zoekgebied. Binnen dit op de verbeelding aangegeven zoekgebied dient een watergang van minimaal 1.500 m² te worden gerealiseerd waarbij de watergang in verbinding komt te staan met de Nieuwe Vaart. Het oppervlak van minimaal 1.500 m² is gebaseerd op de huidige watergang binnen de uit te werken bestemming. Binnen het bollenteeltgebied is het deel van de te verleggen watergang tussen de Gooweg en de Nieuwe Vaart wel met een positieve bestemming aangegeven.
In paragraaf 3..3.5 van de toelichting is verwezen naar de Keur van 2020. In paragraaf 4.10 is verduidelijkt dat de watergang tussen de Gooweg en de Nieuwe Vaart niet kan worden gedempt maar wel verplaatst. Artikel 10.2.2 is uitgebreid met een bouwregel dat er voor bruggen een minimale doorvaarhoogte van 1 meter geldt.
3.
In de toelichting is een verwijzing opgenomen naar de Keur van 2015. Verzocht wordt om uit te gaan van de Keur van 2020.
3.
Conform het verzoek zal de toelichting worden aangepast.
43
Partner
Provincie Zuid-Holland
Opmerking 4. In de toelichting is aangegeven dat de zijtak van de Nieuwe Vaart kan worden gedempt. De adressant geeft aan dat demping niet mogelijk is omdat het water moet kunnen worden afgevoerd vanaf de wijk Boerenburg. Wel is het mogelijk om de watergang te verleggen mits de watergang niet langer wordt (aangezien er dan meer onderhoud door de adressant nodig is). De adressant wijst er op dat de huidige vorm van de watergang te maken heeft met de waarschijnlijk nog aanwezige gasleiding, welke beperkingen kan geven.
Reactie gemeente 4. Met de door de adressant bedoelde tekst wordt ook gedoeld op een verplaatsing van de watergang. Conform het verzoek zal de toelichting worden aangepast.
5.
Vanwege varend onderhoud in combinatie met onderhoud vanaf de kant is het volgens de adressant nodig dat er over de primaire watergangen alleen bruggen komen te liggen met een doorvaarthoogte van tenminste 1 meter.
5.
Naar aanleiding van de opmerking van de adressant is een minimale doorvaarhoogte van 1 meter opgenomen in de bouwregels van de bestemming ‘Water’.
1.
Ten aanzien van paragraaf 3.3.3 van de toelichting merkt de adressant op dat de bovenregionale behoefte is verwerkt in de Trendraming 2019 en daarom niet meer apart benoemd hoeft te worden. De adressant wijst er op dat gebruik dient te worden gemaakt van de meest recente behoeftecijfers, op dit moment de Trendraming 2019.
1.
In paragraaf 3.3.3 van de toelichting is ingegaan op zowel de Woningbehoefteraming 2019 als de Trendraming 2019.
2.
In het regionale woningbouwprogramma 2020 van Holland Rijnland wordt voor de locatie Bronsgeest uitgegaan van 660 woningen. Nu de gemeente er voor kiest nog maar maximaal 350 woningen te bouwen, heeft dit gevolgen voor de te aanvaarden woningbouwprogrammering. De adressant verwacht dat de gemeente in het regionale woningbouwprogramma 2021 voor de locatie Bronsgeest 350 woningen opneemt en dit ook in regionaal verband verder afstemt.
2.
De gemeente zal in het regionale woningbouwprogramma 2021 voor de locatie Bronsgeest 350 woningen opnemen en dit in regionaal verband verder afstemmen. Dit is inmiddels door de adressant bevestigd
3.
De adressant is voornemens om de bestaande 3 hectare locaties die niet meer (geheel) bebouwd worden, bij de herziening van het provinciaal beleid te heroverwegen. Hiermee wordt meer ruimte gerecreëerd voor kansrijke woningbouwlocaties binnen Holland-Rijnland, die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. De adressant zal bij de herziening van het ruimtelijk beleid Provinciale Staten voorstellen de locatie Bronsgeest te verkleinen in overeenstemming met de gemeentelijke ambitie om nog maar maximaal 350 woningen te bouwen.
3.
Het door de adressant aangegeven voornemen is in overeenstemming met de woningbouwplannen van de gemeente. Vooralsnog wordt opgemerkt dat ook in de periode na 2030 in Holland Rijnland behoefte is aan 30.000 woningen waarvoor Bronsgeest maar ook het Achterweggebied een optie is.
4.
In de Prestatieafspraken 2021 tussen de gemeente en Stek-wonen, ondertekend op 10 december 2020, is afgesproken dat op de locatie Bronsgeest 132 sociale
4.
In de Woonvisie 2020-2030 is een minimaal percentage voor sociale huurwoningen opgenomen van 30%. Dat impliceert dat de bouw van meer dan 30% sociale huur 44
Gevolgen voor het bestemmingsplan
De verbeelding en regels zijn aangepast doordat een zone met een breedte van gemiddeld 25 meter, gerekend vanaf de begrenzing met de woonpercelen aan de Gooweg en het parkeerterrein hoek Gooweg/Van Berckelweg is bestemd als ‘Natuur – 1’.. Artikel 12.2.3 is aangevuld doordat de verwijzing inclusief een eventuele opvolgende verordening van de provincie is. Ook artikel 27.1 is hierop aangepast.
Partner
Opmerking huurwoningen worden gerealiseerd. De woningbouwcoöperatie Stek-wonen heeft voor deze locatie korting op de verhuurdersheffing aangevraagd bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK). Een aanvraag voor korting op verhuurdersheffing is locatie gebonden. De regeling voorziet niet in de mogelijkheid om een woningbouwlocatie elders in de gemeente aan te wijzen. De bouw van minimaal 132 sociale huurwoningen binnen Bronsgeest vindt de adressant daarmee van groot belang. In artikel 11.2.1 van de regels van het voorontwerpbestemmingsplan wordt echter uitgegaan van 30% sociale huurwoningen, omgerekend 105 sociale huurwoningen. Dit komt niet overeen met de gewenste 132 sociale huurwoningen die zijn afgesproken met StekWonen en waarvoor (grotendeels) korting op de verhuurdersheffing is gevraagd. De adressant verzoekt om de planregels zo aan te passen, dat minimaal de in de Prestatieafspraken 2021 genoemde 132 sociale huurwoningen gebouwd worden op Bronsgeest. Dit past volgens de adressant ook bij de gemeentelijke ambitie om het aandeel sociale huurwoningen in Noordwijk te vergroten.
Reactie gemeente mogelijk is. In artikel 11.2.1 van het bestemmingsplan is aangegeven dat ten minste 30% van het aantal (zorg)woningen dient te worden gerealiseerd als sociale huurwoning. Dat betekent dat de bouw van 132 sociale woningen op grond van deze uitwerkingsregel mogelijk is.
5.
5.
Regionaal is afgesproken dat gemeenten minimaal 25% sociale huurwoningen bouwen en 20% voor de middeninkomens (goedkope koop en middendure huur). Een aantal gemeenten, waaronder Noordwijk, heeft in de bestaande woningvoorraad minder sociale huurwoningen dan andere gemeenten in de regio. Gedeputeerde Staten hebben daarom eind 2018 ingestemd met het verzoek vanuit de gemeente, naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad van mei 2018, om de woningbouwcapaciteit in Bronsgeest te verruimen van 600 naar 660 woningen met ruimte voor 60 extra sociale huurwoningen. Met het verkleinen van de locatie Bronsgeest is er minder plek om extra sociale huurwoningen en woningen voor de middeninkomens toe te voegen in Noordwijk. Het aandeel sociale huurwoningen in Noordwijk blijft hierdoor achter bij de andere gemeenten in de Duin- en Bollenstreek. De adressant verzoekt om in Bronsgeest 132 sociale huurwoningen te bouwen. Tevens verzoekt de adressant om concreet aan te geven op welke locatie(s) binnen Noordwijk, die passen binnen het provinciaal beleid, de sociale huurwoningen kunnen worden gerealiseerd die niet op de planlocatie Bronsgeest worden gebouwd (inclusief de extra 60 sociale huurwoningen).
Volgens de regionale woningbouwopgave dient ten minste 25% van de woningbouw te bestaan uit sociale huurwoningen. In het bestemmingsplan Bronsgeest 2021 wordt uitgegaan van ten minste 30% sociale huurwoningen, ofwel ruimschoots meer dan de regionale opgave. In de vastgestelde en door de provincie Zuid-Holland aanvaarde woningbouwplanlijst zijn de woningbouwplannen, de locaties en de woningcategorieën opgenomen.
45
Gevolgen voor het bestemmingsplan
Partner
Opmerking
Reactie gemeente
Gevolgen voor het bestemmingsplan
6.
Aan de door de adressant als Natuur Netwerk Nederland (NNN) aangeduide gronden, gelegen in het plangebied, achter de woningen aan de Gooweg en aan de droge Ecologische Verbindingszone (EVZ), is geen bestemming voor NNN toegekend. De bestaande natuur die onderdeel is van de NNN zou geen dubbelbestemming, maar een enkelvoudige natuurbestemming moeten krijgen en dus niet in combinatie met een bestemming bos of sport. In een dergelijke natuurbestemming is nieuwe bebouwing niet mogelijk en zijn (verharde) voet- en fietspaden en inritten niet (rechtstreeks) mogelijk, want deze ontwikkelingen hebben een (mogelijk significant) negatief effect op het NNN.
6.
Met uitzondering van de EVZ zijn de door de adressant genoemde gronden van het NNN in gebruik als tuinen van de woningen de Gooweg, als sportcomplex of als landgoed. Bij het bestemmen van deze gronden in het voorliggende bestemmingsplan is rekening gehouden met de bestaande rechten conform de geldende bestemmingsplanen. Een enkelvoudige natuurbestemming, zoals de adressant oppert, zou deze bestaande rechten wegnemen. De gemeente hanteert bij het actualiseren van bestemmingsplannen als uitgangspunt om bestaande rechten zoveel mogelijk te respecteren. Het wegbestemmen van bestaande rechten kan er bovendien toe leiden dat de betreffende eigenaren planschade ondervinden. De gemeente heeft geen budget beschikbaar voor het uitkeren van eventuele planschade als gevolg van een enkelvoudige natuurbestemming bij de betreffende gronden.
7.
Ten aanzien van de in de bestemming ‘Woongebied - Uit te werken’ opgenomen bepaling over de aanleg en/of instandhouding van een ecologische verbindingszone tussen landgoed Offem en landgoed Klein Leeuwenhorst merkt de adressant op dat over de afmetingen en invulling van dit (droge) deel van de EVZ niets is opgenomen. Dit zou volgens de adressant moeten worden vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan.
7.
De precieze situering en omvang van de droge ecologische verbindingszone was ten tijde van het voorontwerpbestemmingsplan nog niet exact bekend. Inmiddels is hier meer duidelijkheid over, mede naar aanleiding van overleg met de adressant. In het ontwerpbestemmingsplan is zodoende een ecologische zone opgenomen met een breedte van gemiddeld 25 meter, gerekend vanaf de begrenzing met de woonpercelen aan de Gooweg en het parkeerterrein hoek Gooweg/Van Berckelweg. Deze gronden zijn bestemd als ‘Natuur – 1’. Daarop aansluitend is, als onderdeel van de uit te werken bestemming ‘Woongebied uit te werken’ een parkachtige zone opgenomen met een breedte van 25 meter. Deze parkachtige zone dient ter versterking van de ecologische verbindingszone. Binnen deze zone is in beperkte mate recreatief medegebruik mogelijk en is slechts incidentele bebouwing mogelijk ten aanzien van uitstekende delen van woongebouwen. Op die manier is ook de door de adressant bedoelde ecologische verbindingszone voldoende in het bestemmingsplan gewaarborgd.
8.
Langs de watergang is aan beide zijden wel de enkelbestemming Natuur gegeven. De watergang inclusief natuurstroken hebben in totaal een breedte van circa 25 meter. Hiermee lijkt er volgens de adressant wel een planologisch invulling te zijn gegeven aan het natte deel van de EVZ.
8.
De gemeente neemt kennis van de reactie van de adressant.
46
Partner
Opmerking
Reactie gemeente
9.
9.
De bijlage over de EVZ ontbreekt. Dit kan vooralsnog niet beoordeeld worden. Het is daarom nog onduidelijk hoe deze exact geborgd gaat worden in het plan.
10. De ruimtelijke kwaliteit van het plan is volgens de adressant niet goed te beoordelen, omdat er geen stedenbouwkundig voorstel in het bestemmingsplan is bijgevoegd. Er is behoefte aan een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ook aandacht is besteed aan de overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De beleidsregels vanuit de provinciale verordening met betrekking tot de ruimtelijk kwaliteit zijn wel genoemd. Hierin staat dat het bij transformaties nodig is om een beeldkwaliteitsparagraaf toe te voegen, deze ontbreekt vooralsnog.
Gevolgen voor het bestemmingsplan
De bijlage was inderdaad nog niet beschikbaar ten tijde van het voorontwerpbestemmingsplan. Inmiddels is deze bijlage ook niet meer nodig doordat de ecologische verbindingszone als ‘Natuur – 1’ is bestemd.
10. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de mogelijkheid om een globaal plan met uitwerkingsplicht op te stellen voor ontwikkelingen die nog niet volledig uitgekristalliseerd zijn. Dat is bij Bronsgeest het geval. Het globale bestemmingsplan met uitwerkingsplicht legt voor Bronsgeest vast welke gronden in aanmerking komen voor herontwikkeling tot nieuw woongebied waarbij in de uitwerkingsregels enkele randvoorwaarden zijn vastgelegd, zoals het maximum woonprogramma, de aanleg en/of instandhouding van de ecologische verbindingszone, een maximum bebouwingspercentage en maximum bouwhoogtes. Met deze randvoorwaarden dient rekening te worden gehouden bij de verdere uitwerking van het plan. Omdat er momenteel nog geen integraal ontwerp beschikbaar is, is in de regels een uitwerkingsregel opgenomen met betrekking tot een beeldkwaliteitsparagraaf als bedoeld in de Verordening. Op die manier is de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling in voldoende mate planologisch gewaarborgd. In de beeldkwaliteitsparagraaf die in het uitwerkingsplan (dan wel de uitwerkingsplannen) zal worden opgenomen, zal specifiek in worden gegaan op een goede overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd.
Ook is in de regels vastgelegd dat er bij uitwerking rekening dient te worden gehouden met de ruimtelijke kwaliteiten als bedoeld in de Omgevingsverordening dan wel de daaropvolgende provinciale verordening.
11. De adressant attendeert op een verkennend onderzoek uit 2014 dat benut is voor het opstellen van het gebiedsprofiel Duin en Bollen. Deze is opgesteld met de regio waarbij Bronsgeest als oefencasus is bekeken. Er is destijds een waardevolle landschappelijke analyse gedaan, wellicht kunnen deze inzichten nog bruikbaar zijn.
11. Het verkennend onderzoek zal worden betrokken bij de verdere uitwerking van de planvorming.
12. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat de botrotonde bij de N206/N444 het verkeer in de autonome situatie vanaf
12. In het verkeersonderzoek dat als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd is ook 47
Partner
Cultuurhistoris ch Genootschap Duin- en Bollenstreek
Opmerking 2030 niet kan verwerken. Komende vanaf de N206 zuid ontstaan lange verliestijden (20 minuten). Als gevolg van het plan nemen de verliestijden toe. Door Goudappel Coffeng is een aantal alternatieve oplossingen doorgerekend, waarbij een oplossing voor het autoverkeer lijkt te werken. Voor het kruisend fietsverkeer ontstaat bij toepassing van deze oplossing echter een potentieel knelpunt omdat het fietsverkeer nu extra rijstroken moet kruisen. Uitgangspunt van de provincie is dat er geen gelijkvloerse fietsoversteek mag zijn waarbij 2 rijstroken overgestoken moeten worden, deze oplossing is daardoor niet gewenst.
Reactie gemeente ingegaan op de oversteekbaarheid van wegen door langzaam verkeer. Evenals de adressant heeft Goudappel Coffeng aangegeven dat het oversteken van een dubbele rijstrook niet de voorkeur heeft. In het onderzoek is daarom ook een ander alternatief aangegeven die voor de veiligheid van fietsers en voetgangers van en naar het plangebied wellicht interessant is. In dat alternatief wordt het fietsverkeer richting de bestaande fietsinfrastructuur langs de Gooweg en het geregelde kruispunt met de Van Berckelweg geleidt. Dit betekent wel dat fietsers richting Voorhout iets om rijden.
13. Het toegepaste verkeersmodel laat volgens de adressant een hele grote groei zien, van circa 50%, in de toekomstige verkeersintensiteit tot 2030 ten opzichte van nu. Het is de adressant eerder gebleken dat het gebruik van dit specifieke verkeersmodel soms hele forse groeipercentages laat zien. Tegelijkertijd is het onduidelijk wat deze groei verklaard. De provincie verzoekt dan ook om contact op te nemen om het verkeersonderzoek gezamenlijk nader te beschouwen.
13. Het uitgangspunt bij het bepalen van de toekomstige verkeersintensiteiten in het verkeersonderzoek Bronsgeest is het vigerende regionaal model (RVMK versie 3.1) voor de regio Holland Rijnland. In het kader van de actualisatie van het regionaal verkeersmodel wordt naar aanleiding van de opmerking overleg met de adressant gepland om de modelresultaten uit het regionaal model in samenhang met het verkeersonderzoek Bronsgeest en de trajectstudie N444 nader te beschouwen.
14. Er is door de gemeente eerder de wens gedeeld om de iets zuidelijker gelegen aansluiting van de Beeklaan op de N206 uit te breiden met een aansluiting voor verkeer van/naar het noorden. Dit kan ervoor zorgen dat de aansluitingen met de N444 wat ontlast worden. Het is niet duidelijk of hier rekening mee is gehouden in het verkeersmodel.
14. Een alzijdige aansluiting van de N206 bij de Beeklaan is niet meegenomen in het vigerende vastgestelde regionale model (RVMK V3.1) voor de regio Holland Rijnland. De invloed van een alzijdige aansluiting is daarmee vooralsnog niet inzichtelijk in het model en daarmee ook niet in het verkeersonderzoek.
15. De provincie is bezig met een trajectstudie voor het gedeelte van de N444 tussen Voorhout en Noordwijk. Eén van de gewenste maatregelen is om de uitritten nabij het tankstation en het tuincentrum te bundelen en deze ter hoogte van de Leeweg te ontsluiten met een rotonde. De plannen van de gemeente en de trajectstudie van de adressant dienen op elkaar te worden afgestemd.
15. De gemeente is betrokken bij de trajectstudie N444, in dat kader vindt afstemming plaats ten aanzien van de plannen van de gemeente en de trajectstudie N444.
1.
1.
De adressant vindt dat Noordwijk zich niet ten onrechte al jaren afficheert als bloemenbadplaats. Bronsgeest is met eersteklas bollengrond en bloemenvelden een fraaie entree voor de bloemenbadplaats. Als gevolg van het bestemmingsplan zal daar een stevige streep door worden gezet. De adressant begrijpt de behoefte aan uitbreiding van het woningareaal maar dat graag op een andere, minder kwetsbare plek gezien.
Binnen het plangebied is momenteel circa 32 hectare in gebruik als 1e klas bollengrond. Vanwege de grote behoefte aan woningen heeft de gemeenteraad door middel van diverse raadsbesluiten de ruimtelijke keuze gemaakt om de beoogde locatie in het plangebied te gaan bebouwen met woningen. In het verleden was er sprake van dat een groot deel van het plangebied zou worden herontwikkeld tot woningbouw. Inmiddels is de 48
Gevolgen voor het bestemmingsplan
Artikel 12.2.3 is aangevuld met een regel dat een cultuurhistorische effect rapportage dient te worden opgesteld in het kader van de uitwerking
Partner
Opmerking
Reactie gemeente locatie waar woningbouw is voorzien beperkt tot het noordwestelijk deel van het plangebied. De locatie waar woningbouw thans is voorzien heeft een omvang van circa 9 hectare. De zone tussen de N206 en de Nieuwe Vaart en een deel van de zone ten noordwesten van de Nieuwe Vaart hebben in het voorliggende bestemmingsplan een agrarische bollenteeltbestemming behouden. Na realisatie van de woningbouw zal er nog circa 23 hectare eersteklas bollengrond resteren. Door de omvang en situering van de woningbouwlocatie zal er ter plaatse van het plangebied nog steeds sprake zijn van een entree met volop zicht op 1e klas bollenteeltgronden.
2.
De adressant is bekend met het feit dat door de provincie een expliciete woningbehoefte van 600 woningen is erkend voor de bebouwing van Bronsgeest. De adressant verwacht dat het bouwen van 350 woningen op deze cultuurhistorisch waardevolle plek de drempel alleen maar lager maakt om de rest van Bronsgeest te zijner tijd in te vullen met de resterende woningen. De adressant vindt dat cultuurhistorisch een aderlating. Deze verstening schept een compleet andere entree naar de bloemenbadplaats waarbij eersteklas bollengrond verloren gaat. Op de beleving van de belangrijkste toegangsweg van Noordwijk wordt, met name in het toeristenseizoen, ernstig en onherstelbare inbreuk gedaan.
2.
Het door de adressant gevreesde restant aan woningbouw is op dit moment niet aan de orde. In het bestemmingsplan zijn de resterende bollenteeltgronden voorzien van agrarische bollenteeltbestemming. Ook in het nu geldende bestemmingsplan Buitengebied is een agrarische bestemming van toepassing.
3.
De adressant wijst op de zeer hoge archeologische waarde die in 1996 door RAAP via een archeologische inventarisatie aan de gronden is gegeven. De adressant geeft aan dat op diverse plaatsen archeologische sporen zijn aangetroffen die wijzen op bewoning in verschillende tijdsperken. In het bestemmingsplan is dat volgens de adressant te weinig uitgewerkt, zoals ook is erkend in de toelichting. De adressant betreurt het dat dit belangrijke element nog niet voldoende is uitgewerkt.
3.
Sinds 1996 zijn er veel verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd in Noordwijk, ook in het gebied Bronsgeest. Op basis van onderzoeken komen nieuwe gegevens aan het licht. De inventarisatie uit 1996 is daarom niet meer actueel. De Archeologische waardenen verwachtingenkaart uit 2020 toont de meest recente stand van zaken in dat kader. Hierin zijn immers ook de onderzoeken verwerkt die later zijn uitgevoerd. Onderzoek wijst uit dat niet het gehele gebied in gelijke mate hoeft te worden beschermd. Voor sommige delen is een dubbelbescherming dus niet noodzakelijk. Voor andere delen is een minder zware bescherming verantwoord. Voor vindplaatsen in het gebied geldt juist weer een zeer strenge bescherming. Het bestemmingsplan is inmiddels afgestemd op de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart. .
4.
In de regels van de archeologische dubbelbestemming is een bepaling opgenomen dat een aanvrager van een omgevingsvergunning bouwen een KNA-conform
4.
Het onderzoeksrapport dient te voldoen aan de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). Alleen KNA gecertificeerde archeologen mogen 49
Gevolgen voor het bestemmingsplan
Partner
Opmerking archeologisch onderzoeksrapport voor dient te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijken de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. De adressant vindt dat dit enige zekerheid biedt dat er correct met archeologische vondsten wordt omgegaan maar vraag zich wel af wat de criteria zijn die gekoppeld zijn aan in ‘voldoende mate’ en wie dat bepaalt.
Reactie gemeente dergelijke rapporten opstellen. Of de archeologische waarde vervolgens in voldoende mate is vastgesteld zal worden beoordeeld door de regionale archeoloog.
5.
Ten aanzien van het in subparagraaf 4.9.2 aangegeven bijzondere cultuurhistorische element, zijnde de Gooweg als onderdeel van de landgoederenzone, mist de adressant hoe de intentie van een verdere versterking van de landgoederenzone wordt uitgewerkt. De adressant had hier graag een expliciet plan voor gezien.
5.
In het voorliggende bestemmingsplan is voor de Gooweg uitgegaan van de huidige situatie. Zoals is aangegeven in subparagraaf 4.9.2 heeft de ontwikkeling van Bronsgeest geen gevolgen voor de historisch landschappelijke lijn. De in de subparagraaf aangegeven intentie om bij te dragen aan een versterking van de Landgoederenzone staat verder los van dit bestemmingsplan.
6.
De adressant is van mening dat er in het plangebied meerdere bijzondere cultuurhistorische elementen aanwezig zijn, zoals is aangegeven in de Cultuurhistorische Atlas Duin- en Bollenstreek. In deze atlas is een aantal cultuurhistorische elementen vermeld. Inpassing of beleving bij de ruimtelijke plannen wordt aanbevolen door de adressant.
6.
Voor het inventariseren van cultuurhistorische elementen is rekening gehouden met de Atlas Leefomgeving, de provinciale kwaliteitskaart en de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland. De door de adressant genoemde atlas van het CHG is een waardevolle informatieve kaart om aan te geven wat voor erfgoed er aanwezig is, maar biedt geen onafhankelijke waarneming en analyse. In de Cultuurhistorische waardenkaart Noordwijk heeft de gemeente wel geanalyseerd wat in aanmerking komt voor bescherming. Voor een strook langs de Gooweg (de vrijstaande woningen) geldt dat bescherming verantwoord is zonder in te zetten op authenticiteit van materiaal. Dus alleen behoud van hoofdvorm, alsmede dat het beeld van een rij vrijstaande woningen langs de Gooweg waardevol is. Ook de Bronsgeesterweg wordt in de Cultuurhistorische waardenkaart Noordwijk als belangrijke structuur gezien. Voor zowel de Bronsgeesterweg als de vrijstaande woningen langs de Gooweg geldt dat er binnen dit bestemmingsplan geen relevante wijzigingen voor deze gronden zijn voorgesteld. Voor het uit te werken woongebied zijn dergelijke wijzigingen wel aan de orde. In de uitwerkingsregels is daarom bepaald dat er een cultuurhistorische effectrapportage dient te worden opgesteld in het kader van de uitwerking van de bestemming.
Bij de stedenbouwkundige planvorming voor het woongebied kan dan beter rekening gehouden worden met de aanwezige waarden. 50
Gevolgen voor het bestemmingsplan
Partner
Opmerking
Reactie gemeente
7.
7.
De adressant geeft aan dat het bij uitbreidingsplannen een opgave is om cultuurhistorie op een goede stedenbouwkundige wijze vorm te geven, die past bij het gewenste karakter van de directe omgeving en het dorp. Het is de uitdaging om bij deze plannen de cultuurhistorische kwaliteit te versterken, een aantrekkelijke openbare ruimte te ontwerpen en te zorgen voor een goede verkeers- en parkeerafwikkeling. De adressant vraagt aandacht voor kenmerkende landschapsstructuur, gebiedseigen natuur- en landschapselementen in de vorm van houtwallen en – singels, de herkenbaarheid van de strandwalm strandvlakte, waterlopen en wegen in het uitgewerkte bestemmingsplan.
Gevolgen voor het bestemmingsplan
Het voorliggende bestemmingsplan is een globaal plan met uitwerkingsplicht. In het bestemmingsplan is voor Bronsgeest bepaald welke gronden in aanmerking komen voor herontwikkeling tot nieuw woongebied waarbij in de uitwerkingsregels de nodige randvoorwaarden zijn vastgelegd. De door de adressant genoemde elementen komen grotendeels pas aan bod bij het uitwerkingsplan c.q. de uitwerkingsplannen.
51
4. Ambtshalve wijzigingen Voorgestelde aanpassingen voor het ontwerp bestemmingsplan die ambtshalve zijn aangebracht worden in dit hoofdstuk behandeld. Dit zijn wijzigingen die niet voortkomen uit inspraak- of overlegreacties, maar in de loop der tijd door de gemeente zijn ontdekt. Deze wijzigingen houden verband met veranderd of nieuw beleid, verleende vergunningen of omissies in het voorontwerp. Daarnaast zijn onderschikte tekstaanpassingen doorgevoerd en zijn wijzigingen in de regels en planverbeelding, voor zover noodzakelijk, ook doorgevoerd in de toelichting. Tevens hebben de resultaten van de relevante milieuonderzoeken die in de periode na de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan zijn uitgevoerd, geleid tot enige aanpassingen van het voorontwerpbestemmingsplan. Deze wijzigingen zijn opgenomen in paragraaf 4.1. 4.1 Wijzigingen ten opzichte van voorontwerpbestemmingsplan ‘Bronsgeest’ 4.1.1 Wijzigingen in de toelichting 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.
Paragraaf 2.3 (Nieuwe ontwikkeling) is aangevuld aan de hand van de laatste inzichten ten aanzien van de planvorming. Paragraaf 3.3.3 (Wonen) is geactualiseerd naar aanleiding van het onlangs vastgestelde gemeentelijke woonbeleid en de daaruit volgende acties. Paragraaf 3.3.4 (Verkeer en parkeren) is geactualiseerd naar aanleiding van het onlangs vastgestelde gemeentelijke parkeerbeleid. Paragraaf 4.2 (Verkeer en parkeren) is geactualiseerd naar aanleiding van een actualisatie van het verkeersonderzoek. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen. Paragraaf 4.3 (Geluidhinder) is geactualiseerd naar aanleiding van het akoestisch onderzoek. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen. Paragraaf 4.4 (Bedrijvigheid) is aangevuld naar aanleiding van het onderzoek naar gewasbeschermingsmiddelen. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen. Paragraaf 4.6 (Bodemkwaliteit) is aangevuld naar aanleiding van de onderzoeken naar bodemkwaliteit. Deze onderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen. Paragraaf 4.7 (Externe veiligheid) is aangevuld naar aanleiding van de onderzoeken naar externe veiligheid en het advies van de veiligheidsregio. Dit onderzoek en advies zijn opgenomen in de bijlagen. Paragraaf 4.8 (Natuur en ecologie) is aangevuld naar aanleiding van het onderzoek naar stikstofdepositie en een actualisatie van de ecologische quick scan. Deze onderzoeken zijn opgenomen in de bijlagen.
Paragraaf 4.9 (Archeologie en cultuurhistorie) is aangepast doordat alleen nog maar is uitgegaan van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Hoofdstuk 6 (Economische uitvoerbaarheid) is geactualiseerd doordat is vermeld dat het tijdig sluiten van en anterieure overeenkomst uitgangspunt is voor het bestemmingsplan. Hoofdstuk 7 (Maatschappelijke uitvoerbaarheid) is aangepast naar aanleiding van de ingekomen inspraak- en overlegreacties. Tenslotte is de toelichting geactualiseerd naar aanleiding van de aanpassingen in de regels en verbeelding (zie hierna).
4.1.2 Wijzigingen aan de regels 1. 2. 3. 4.
De in artikel 1 opgenomen begripsbepalingen ‘bed & breakfast’, ‘huishouden’, ‘wonen’ en ‘woning’ zijn aangepast naar aanleiding van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Parapluplan Gebruik Woningen’. In artikel 1 zijn de begripsbepalingen ‘kamerverhuur’, ‘onzelfstandige woonruimte’, ‘permanente bewoning’, ‘recreatief medegebruik van een woning’ ‘toeristische verhuur’ en ‘vakantieverhuur’ toegevoegd naar aanleiding van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Parapluplan Gebruik Woningen’. De begripsbepaling ‘kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen’ is in artikel 1 toegevoegd. De uitwerkingsregels in artikel 12.2.1 (Woongebied – Uit te werken) onder a is naar aanleiding van het gemeentelijk woonbeleid aangepast voor wat betreft de percentages middeldure huurwoningen en middeldure koopwoningen.
52
5.
Artikel 12.2.1 (Woongebied – Uit te werken) is aangevuld met een uitwerkingsregel waardoor gronden die zijn gelegen in een zone van 10 meter vanaf de bestemmingsgrens met de bestemming 'Agrarisch - Bollenteelt' of de bestemming 'Water' een invulling met groenvoorzieningen dienen te krijgen waarbij de zone met groenvoorzieningen slechts mag worden doorbroken door fiets- en voetpaden. 6. Artikel 12.2.1 (Woongebied – Uit te werken) is aangevuld met een uitwerkingsregel waardoor ter plaatse van gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van woongebied – parkachtige zone’ rekening dient te worden gehouden met de aanleg en/of instandhouding van een groenzone waarbij naast groenvoorzieningen en water ook kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (15%) en uitstekende delen van naastgelegen gebouwen (10%) zijn toegestaan. 7. De uitwerkingsregels in artikel 12.2.1 (Woongebied – Uit te werken) onder f (was e in het voorontwerp) is aangepast doordat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van woongebied – zoekgebied watergang’ minimaal 1.500 m² dient te worden gerealiseerd. 8.
De bouwregels in artikel 12.2.2 (Woongebied – Uit te werken) onder e (was d in het voorontwerp) is doordat de maximum bouwhoogte voor gestapelde woningen is verruimd van 16 naar 17,5 meter (voor maximaal 90% van het te bebouwen deel van het bouwvlak) en 21 m (voor wat betreft 10% van het te bebouwen deel van het bouwvlak en op minimaal 50 meter afstand van de bestemmingsgrens). 9. Artikel 12.2.2 (Woongebied – Uit te werken) is aangevuld met een bouwregel waardoor gebouwde collectieve parkeervoorzieningen uitsluitend in een kelder of souterrain zijn toegestaan. 10. Artikel 27.3 (Overige regels, Parkeren) is aangepast doordat de dynamische verwijzing naar de parkeernormen in het gemeentelijk parkeerbeleid alleen van toepassing is bij een wijziging van het gebruik. 11. Artikel 27.3 (Overige regels, Parkeren) is aangepast doordat is verwezen naar de Nota Parkeren 2020. 12. De archeologische dubbelbestemmingen zijn aangepast en aangevuld naar aanleiding van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart. 4.1.3 Wijzigingen aan de verbeelding 1. 2. 3.
Een zone van 25 meter vanaf de bestemming ‘Natuur – 1 ‘is binnen de bestemming ‘Woongebied – Uit te werken’ aangeduid als ‘specifieke vorm van woongebied – parkachtige zone’. Een deel van de bestemming ‘Agrarisch – Bollenteelt’ is gewijzigd naar de bestemming ‘Water’, dit vanwege de te verleggen waterloop. De archeologische dubbelbestemmingen zijn aangepast naar aanleiding van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart.
53