CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage LIOR

Gemeenteraadsvergadering 30 november 2021, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp exploitatieplan Bronsgeest 202127.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

R

Vuilversnijdende pomp minigemaal: • Alleen toepassen als persleiding tenminste 1000 meter lang is. • Waaier dient van gietijzer te zijn. • Pomp aan de zuigopening voorzien van uitwendige, nastelbare snijmachine bestaand uit verwisselbare RVS snijplaat en een conisch gevormde RVS snijrotor. • Snijplaat monteren in een nastelbare zuigdeksel van de pomp. • Snijrotor monteren op de pomp middels een verzonken inbusbout.

R

Pomp voor rioolgemaal: • De pompen zijn onderwaterpompen, geschikt voor het verpompen van onbehandeld afvalwater en hebben vrije doorlaat > 70 mm. • Pomp is uitgerust met vortex-waaier met verstoppingsvrij ontwerp. Gebruik van een alternatieve waaier alleen na instemming van de rioolbeheerder. • Vuilversnijdende pompen zoals toegepast in minigemalen mogen niet worden toegepast. • De persaansluiting van de pompen is minimaal 80 mm. • De aangebouwde onderwatermotor beschikt over voldoende vermogen en is geschikt voor minimaal 15 schakelingen per uur. • De voeding is 400 volt, 3 fase, 50 Hz. • Het minimale debiet van de te installeren pomp is tenminste 24 m3 per uur (dat is stroomsnelheid van 1,5 m/s door verticaal deel persleiding in gemaal van 80 mm). • Debiet (m3/uur) en de opvoerhoogte (meters) van de pomp dient middels een persleidingberekeing aangetoond te worden.

R

De persleidingen dienen geschikt te zijn voor het transporteren van rioolwater met vaste delen en zijn bij voorkeur in HDPE uitgevoerd.

R

De persleidingen dienen minimaal drukklasse 0,6 Mpa (een en ander afhankelijk van opvoerhoogte pomp) en minimaal SDR 17 te zijn.

R

Bij persleidingen in het gemaal een leidingsnelheid van het medium aanhouden van tenminste 1,5 m/s.

R

Bij persleidingen buiten het gemaal dient de leidingsnelheid van het medium minimaal 0,8 m/s en maximaal 3 m/s te bedragen.

R

Persleiding minimaal 80cm dekking, maximaal 1 meter en te allen tijde voorzien van herkenningslint in de sleuf.

R

Overgangen van enkele naar gezamenlijke persleidingen uitvoeren als buiten het gemaal geplaatst broek of Y stuk. Inprikken van leidingen onder een hoek van 45 ° op de doorgaande leiding. In de pompput geen leidingafsluiters toepassen.

R R

Leiding afsluiters indien van toepassing (AVK) alleen toepassen buiten de pompput en uitvoeren met PU kunststof coating. In de pompput geen leiding afsluiters toepassen. De afsluiter dient bovengronds bedienbaar te zijn. Het ontwerp van het leidingwerk en appendages moet zodanig zijn dat vervormingen en trillingen in leidingen worden voorkomen.

R

Leidingen mogen geen werkzaam deel vormen van een dragende constructie.

R

Leidingen uitvoeren met voldoende expansiemogelijkheden en vastpunt constructies, zodat het optreden van overmatige spanningen in het leidingwerk en op aansluitingen van andere installatiedelen wordt voorkomen (eventuele compensator).

R

Verbindingen zo uitvoeren dat op plaatsen waar dit in verband met conservering, inspectie, onderhoud en reparatie voordelen biedt.

R

Boring, flensverbindingen volgens DIN 2501 en PN 10.

R

Pas, bij niet gelaste verbindingen, trekvaste koppelingen toe op kritische punten.

R

Bij het ontwerp van de ondersteuning ongewenste uitwijkingen, trillingen, etc. voorkomen.

R

Zowel het leidingwerk als de te verbinden installatiedelen spanningsvrij monteren.

R

Ondersteuningen vervaardigen van RVS AISI 304.

R

Ondersteuningen altijd volledig op tekeningen vermelden.

R

Muur en vloerdoorvoeringen: doorvoerstukken toepassen vervaardigd van RVS of HDPE. Zie hiervoor ook uitvoering roestvast stalen leidingen. Bij leidingdiameters t/m DN 50 thermisch verzinkt stalen doorvoeren toegestaan. Persleidingen in de pompput: HDPE of RVS, minimaal SDR 17.

R

Geleidebuizen: rvs klasse 316.

R

Leidingen vervaardigen uit gelaste RVS buis, kwaliteit AISI 304 volgens DIN 17440.

N

Verbindingen tot en met 2” naadloze pijp met gasdraad toegestaan.

R

Verbindingen groter dan 2” uitsluitend las en flensverbindingen toepassen met geboorde flenzen volgens DIN 2501 PN 10.

R

Flenzen aan lashulpstukken uitvoeren als voorlas flenzen en/of boordringen met RVS stalen over schuif flenzen.

R

Alle lasverbindingen behandelen tegen oxidatie (passiveren).

R

Afmetingen van hulpstukken conform betreffende DIN normen.

R

Pagina 79 van 154

R

R

Openbare Werken Noordwijk

hulpstukken

HDPE-leidingen in gemaal

Appendages - algemeen

Appendages - schuifafsluiters in de persleiding (inwendig)

Appendages - spindelafsluiters - vrijverval rioolleiding

De wanddikte van de hulpstukken minimaal gelijk aan de wanddikte van de buis.

R

Lasbochten uitvoeren met een minimale straal van 1,5 maal de pijpdiameter.

R

Fitting bochten vermijden. In plaats daarvan leidingen buigen, zodanig dat de leidingdoorsnede in de bocht overal cirkelvormig is. Buigradius minimaal 5 maal de pijpdiameter.

R

Doorvoeringen door muren en vloeren: FFM stukken met opgelaste dichting flens toepassen. Flensdiameter minimaal 100 mm groter dan de uitwendige pijpdiameter.

R

Leidingen vervaardigen uit HDPE, minimaal SDR 17.

R

Afmetingen van hulpstukken conform betreffende DIN normen met wanddikte minimaal gelijk aan de buis.

R

Straal lasbochten tenminste 1,5 maal de pijpdiameter. De hulpstukken uitvoeren in hetzelfde materiaal als de buizen. Het toepassen van knieën is alleen toegestaan waar ruimte gebrek is.

R

Muur- en vloerdoorvoeringen: • RVS of HDPE doorvoeren met flensdiameter minimaal 100 mm groter dan de uitwendige pijpdiameter. • Bij HDPE-doorvoeren een zogenaamde linkseal toepassen of aangelaste HDPE muurdoorvoer flens.

R

Aansluitingen t/m 2” gasdraad, schroefverbindingen d.m.v. wartelmoeren of flensverbindingen.

R

Aansluitingen boven 2” alleen flensverbindingen.

R

Boring flensverbindingen volgens DIN 2501 PN 10.

R

Spindels van afsluiters verticaal omhoog gericht en dienen van buiten de pompput bediend te kunnen worden.

R

De doorlaat van appendages moet minimaal overeenkomen met de leiding waarin de appendages zijn opgenomen.

R

In elke persleiding groter dan DN 50 met een totaallengte > dan 50 meter buiten de pompput per pomp in het horizontale deel van de leiding een schuifafsluiter leveren en aanbrengen.

R

Schuifafsluiters t/m DN 50, handbediend (alleen indien van toepassing): Fabricaat: AVK o.g. Uitvoering: • drukklasse: PN10; • binnen draad of flens aansluiting; • ingeschroefd kopstuk; • materiaal: huis en bovenstuk: gietijzer met epoxy coating; • spindel: RVS; • schuif: met rubber coating.

R

Schuifafsluiters boven DN 50, handbediend. Fabricaat: AVK o.g. Uitvoering: • drukklasse voor afsluiters in persleidingen DN 50 t/m DN 300: PN10; • flenzen PN 10; • materiaal: huis en bovenstuk: gietijzer met epoxy coating; • korte inbouwlengte; • spindel: RVS; • schuif: met rubber coating; • niet stijgende spindel; • RVS verlengspindel met spindelpot bij ondergrondse afsluiters.

R

Inkomende leidingen voorzien van mede te leveren en te monteren rioolspindel schuiven.

R

Spindelafsluiters gefabriceerd uit materiaal HDPE/RVS en dubbel kerend uitvoeren, type KWT-MD o.g.

R

De spindelafsluiters uitvoeren met niet-stijgende RVS AISI 316 spindels en tot vlak onder het betonnen dek middels een RVS spindelverlenging AISI 316 aanbrengen. De spindelverlenging draaibaar fixeren met een RVS steunlager en kunststof geleidebus. Bediening schuif vanaf het betonnen pompput dek door middel van een mede tot de levering behorende T sleutel met een lengte van ca. 1 meter.

N

Spindelafsluiters tegen de wand van het ontvangstkanaal van het riool aanbrengen. De spindelafsluiter dient het toevoerkanaal waterdicht af te sluiten en zuiver vlak uitgelijnd en afgesteld te zijn. Het strikt volgens de voorschriften van de leverancier inbouwen en afstellen van de spindelschuif.

R R

Bij het plaatsen van de spindelschuif dienen de inbouwvoorschriften van de leverancier strikt te worden opgevolgd. De bediening dient na montage soepel zonder wrikken of zware punten te verlopen.

R

De afdichtingrubbers gefabriceerd uit een rioolwaterbestendige rubbersoort. De afdichtingen dienen op eenvoudige wijze vervangen te kunnen worden.

R

Maximale benodigde kracht op de bedieningssleutel voor handmatig bediening: 150 N bij een arm van 300 mm.

R

Appendages - terugslagkleppen

In de persleiding van elke gemaalpomp die zich permanent onder water bevindt moet op elke gemaalpomp een zogenaamde Balkeerklep leveren en monteren, plaatsbepaling door de beheerder riolering maar in principe direct op de voetbocht.

R R

Bevestigingsmaterialen

Balkeerkleppen • Huis: - diameter < 2” : brons of RVS (fabricaat Metalo Monti o.g.); - diameter ≥ 2” : gietijzer (fabrikaat Metalo Monti o.g.). • Bal: - rubber bekleed, zinkend, (drijvende bal alleen als specifiek aangegeven). Alle boutverbindingen in RVS AISI 304.

R

Alle verbindingen onder water en in natte ruimten uitvoeren in RVS AISI 304.

R

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 80 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Smeermiddelen

Hijsvoorzieningen

Luiken en veiligheidsrooster

Conservering - algemeen

Elektrotechnische installaties

Indien corrosie als gevolg van potentiaalverschillen kan optreden, deugdelijke (nylon) isolatie toepassen.

R

Metrisch schroefdraad toepassen.

R

Sluitringen onder de moer toepassen en in geval van niet ronde gaten ook onder de kop.

R

Als bevestigingsmiddelen voor beton en steen, slagankers, chemische ankers of gelijkwaardig, materiaal RVS AISI 304. Zogenaamde clickers zijn niet toegestaan.

R

Waar nodig alle onderdelen voorzien van voldoende van het geëigende smeermiddel inclusief het verversen van olie indien het smeerschema dit eist.

R

De benodigde smeermiddelen en olie voor de onderhoudsperiode op het werk leveren.

R

Vóór de ingebruikname een smeerschema, dat voor het gehele gemaal per periode aangeeft welke smeermiddelen moeten worden toegepast, ter goedkeuring indienen.

R

Pompen lichter dan 250 N (25 kg) voorzien van RVS AISI 316 hijsketting (schalmdikte langschalm 4 mm)(RVS harpsluiting M6).

R

Pompen zwaarder dan 250 N (25 kg) voorzien van RVS AISI 316 hijsketting (schalmdikte langschalm 6 mm)(RVS harpsluiting M8).

R

Pompen zwaarder dan 800 N (80 kg) voorzien van RVS AISI 316 hijsketting (schalmdikte langschalm 8 mm)(RVS harpsluiting M10).

R

In de putrand minimaal 1 RVS AISI 304 ophanghaak leveren en aanbrengen, bij 2 pompgemaal minimaal 2, etc.

R

Voor al de hijsgereedschappen en kettingen dient een erkend keuringscertificaat meegeleverd te worden.

R

Tenzij anders aangegeven scharnierende RVS/aluminium opdekluiken toepassen voor gemalen en GY putdeksels voor de zogenaamde minigemalen.

R

Indien de betonnen dekplaat om esthetische redenen onder het maaiveld geplaatst dient te worden (zie ook par. 5.3), dient het luik middels een opstort geplaatst te worden. Het luik dient dan eveneens vlak te liggen met het maaiveld.

R

Luiken: • vlak en afwaterend uitvoeren; • indien gasveren van toepassing zijn deze alleen uitvoeren in RVS; • indien geen gasveren van toepassing luik voorzien van uitzethouders (120°); • RVS anti valrooster toepassen, 180° open klapbaar; • veiligheidsrooster per pomp te openen; • voorzien van aanslagrubber; • materiaal aluminium en/of RVS 304; • bevestigen met RVS ankers in de betonnen dekplaat; • uitvoering conform veiligheid en gezondheidseisen en Arbo regels; • Verkeersklasse 30. Luiken die geplaatst worden in het wegdek of het trottoir, uitvoeren in zwaar verkeer (verkeersklasse 45) uitvoering (gasgeveerd).

R

Onder de luiken scharnierende en eenvoudig uitneembare veiligheidsroosters (RVS AISI 304) aanbrengen. De grootste ruimte tussen de spijlen mag maximaal 80 mm bedragen.

R

De locatie en uitvoering van de te plaatsen luiken en valroosters dient de goedkeuring van de opdrachtgever te verkrijgen.

R

De conservering gedurende 5 jaar te garanderen.

R

R

Tenzij door de opdrachtgever anders wordt bepaald, de volgende RAL-kleuren aanhouden: Buiten opstellingskast RAL 6005 (donkergroen).

R

Alle gietijzeren onderdelen behandelen met 3-verflagen oplosmiddelarme twee componenten coating op basis van epoxyhars en polyamide verharder of voorzien van epoxy poedercoating. Pompen en appendages voorzien van standaard fabriek coating.

R

Conservering - RVS

RVS delen beitsen en passiveren. Reinigen na beitsen en passiveren met water dat vrij is van halogenen (o.a. chloride-ionen) bijv. gedemineraliseerd water. Aanloopkleuren als gevolg van het lassen met RVS borstels verwijderen.

R

Corrosiepreventie

Direct contact tussen installatie onderdelen van verschillende metalen vermijden door tussenvoeging van isolerend, doch weer- en (riool) water bestendig materiaal.

R

Voorgaande eis geldt ook voor bevestigingsmiddelen. Door middel van busjes en onderleg ringen uit niet vervloeiende kunststof materialen moeten deze bevestigingsmiddelen ten opzichte van de te verbinden onderdelen galvanisch worden geïsoleerd.

R

Zowel onder de boutkop als de moer een sluitring aanbrengen. Veer en sluitringen van hetzelfde materiaal als het bevestigingsmiddel.

R

Bij montage op profielmateriaal met hellende flenzen zogenaamde hellingplaatjes toepassen.

R

Schakel en verdeel inrichtingen tenminste voorzien van: • een keuzeschakelaar ‘hand-0-automatisch’ per pomp; • thermische beveiliging met herstel drukknop; • een analoge ampèremeter of stroomomvormer per pomp; • debietmeter (indien gewenst); • frequentie regelaar (indien gewenst).

R

Per paneel, aan de binnenzijde van de deur een tekeninghouder van slagvaste kunststof (formaat A4) bevestigen.

R

Voor elke kast per paneel of compartiment in eerste aanleg een vrije ruimte reserveren van 15%.

R

Schakel- en verdeelinrichting - algemeen

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 81 van 154

R

Openbare Werken Noordwijk

Buitenopstellingkasten algemeen

Buitenopstellingkasten voor gemalen

Schakel- en verdeelinrichting - kunststof

Besturing drukriolering (minigemaal)

Alarmlamp minigemaal Besturing onderstation

Adressering onderstation (telemetrie)

LIOR2016 versie november 2016

Het materiaal voor kasten RVS AISI 304. Het plaat oppervlak glad en zonder oneffenheden. De materiaaldikte tenminste 2 mm.

R

Kasten geheel gesloten uitvoeren en voorzien van een hechthouten montageplaat tegen de achterwand. Deuren en dergelijke voorzien van deugdelijke rubberprofielen. De kasten stof- en druip waterdicht afsluitbaar uitvoeren. De kasten uitvoeren met deuren, waarvan de kanten zodanig zijn omgezet dat een stabiele constructie ontstaat; zo nodig verstijving profielen aan te brengen.

R R

De deuren dienen minimaal 120° te kunnen worden geopend en te blokkeren met uithouders. De deuren te voorzien van een aardverbinding.

R

De sluiting van deuren met een hoogte van meer dan 1.000 mm uitvoeren met een 3-punts espagnolet sluiting, met grendels van robuust profielstaal. De bediening van de sluiting in overleg met de directie te bepalen en samenhangende met de ruimte waarin de kast wordt opgesteld en de gekozen beschermingsgraad.

R

Deuren van schakelkasten voorzien van Ankerslot 6620.00A1N (moedersleutel Nuon Z767) en Ankerslot 6620.00A1N (moedersleutel Noordwijk B524).

R

Indien een op een vloer of dergelijke op te stellen kast niet reeds door de vorm en constructie is voorzien van een plintconstructie, dan dient deze te worden aangebracht. De hoogte dient minimaal 100 mm te bedragen. De plint (van RVS) met behulp van voldoende bouten te bevestigen aan de kast.

R

De onderdelen in de schakel- en verdeelkasten aanbrengen op een verhoogde (tenminste 20 mm) uitneembare bevestigingsconstructie.

R

Montageplaten monteren op elektrolytisch verzinkt montageprofiel. Bevestigingsmateriaal voorzien van een zelfde behandeling.

R

De verbindingen dienen hoofdzakelijk uit te worden gevoerd met behulp van glijmoeren en bouten.

R

Buitenopstelling kasten voor gemalen (niet zijnde drukriolering putten) voorzien van een apart toegankelijke ruimte voor apparatuur van stroom leverend bedrijf.

R

Kast fundaties en/of plinten afvullen met vocht absorberende kleikorrels.

R

Wandcontactdozen aanbrengen voor 230 VAC (en 400 VAC indien aangegeven door de opdrachtgever), gezekerd voor 16 ampère en aardlek beveiliging van 30mA. Bediening verlichting door middel van een deurschakelaar.

R

Genoeg (geforceerde) ventilatie bij een frequentie regelaar.

R

Uitvoeren in glasvezelversterkte polyester; de deksel uit onbrandbare kunststof. Modulaire afmetingen, zodat samenbouw in elke richting mogelijk is.

R

De kasten stof- en straalwaterdicht (beschermingsgraad IP 55) uitvoeren.

R

Kasten, voor zover mogelijk, aan vier zijden zijn voorzien van pasvlakken en voorzien van passende scharnierende doorzichtige deksels.

R

In het front van de schakelinrichting dienen de volgende zaken te worden opgenomen: • één ampèremeter per pomp; • signaallampen voor ‘in bedrijf’, ‘storing algemeen’; • hersteldrukknop voor thermische storing.

R

Ten behoeve van het besturen en realiseren van eventuele toekomstige telemetrie voor de drukriolering dient er een besturingsunit te worden toegepast. Deze unit regelt de complete besturing van de installatie inclusief aansturing van de pompen en kan, zonder opnieuw of bij te bedraden, worden uitgebreid met een module voor optionele telemetrie.

R

De besturingsunit voor drukriolering (minigemaal) is van fabricaat van v/d Linden pomptechniek uit 's Hertogenbosch (e.e.a. in nauw overleg met de rioolbeheerder en is mede afhankelijk van de functie van het minigemaal). Alle minigemalen dienen tevens voorzien te zijn van een slagvaste alarmlamp, voor het zichtbaar maken van een aanwezige storing. De alarm lamp dient boven op de toe te passen buiten opstellingskast geplaatst te worden en is uitgevoerd met een 24 Volt LED-lamp. De besturing van de gemalen (niet zijde de drukriolering putten) voorzien van een onderstation, I-View van v/d Linden pomptechniek, of anders te bepalen door de rioolgemalen beheerder.

Het onderstation dient ten minste de volgende functionaliteit te bezitten: • besturing van de pompen door middel van niveaumeting; • registratie van draaitijden en aantal starts van de pompen; • registratie niveau; • registratie motorstroom; • alternerend pompbedrijf; • communicatie mogelijk rechtstreeks met het onderstation; • communicatie met onderstation via hoofdpost welke gestationeerd is bij v/d Linden Pomptechniek te 's Hertogenbosch; • schakeling druk/debiet/frequentieregelaar indien aanwezig; • weergave van bedrijfsgegevens zoals draaiuren, debietmeting, alarmmeldingen van hoogwater, laagwater, thermische of spanningsuitval; • ononderbroken niveaumeting; • doormelding alarm bij uitval netspanning; • storingen op afstand kunnen resetten via button op scherm; • gemaal blokkeren op afstand via button op scherm.

R

Het onderstation dient te worden aangesloten volgens onderstaande lijst. Ter informatie is de configuratie van een ‘standaard’ 2-pompsgemaal hieronder weergegeven. Indien bij gemalen enkele voorwaarden niet aanwezig zijn, dan deze in de ‘standaard’ software uitschakelen.

Pagina 82 van 154

R

R R

R

Openbare Werken Noordwijk

Uitvoering niveau-metingen

Kabel en draad - algemeen

Kabels in de grond

Schakelaars en contactdozen Veiligheidsaarding

LIOR2016 versie november 2016

Analoge ingangen: • AI 0 stroom pomp 1 4 - 20 mA • AI 1 stroom pomp 2 4 - 20 mA • AI 2 • AI 3 • AI 4 • AI 5 Niveau sensor • AI 6 • AI 7 Digitale ingangen/uitgangen: • DI 0 P1 in bedrijf • DI 1 P2 in bedrijf • DI 2 Thermisch P1 • DI 3 Thermisch P2 • DI 4 P1 schakelaar op auto • DI 5 P2 schakelaar op auto • DI 6 Deur schakelaar • DI 7 Hoogwater vlotter • DI 8 start P1 • DI 9 start P2 • DI 10 Accu uitschakelen • DI 11 • DI 12 stuurspanning aanwezig • DI 13 clixon P1 • DI 14 clixon P2 • DI 15.

R

Analoge uitgangen: • AO 1 - aansturing pomp 1 met frequentieregelaar • AO 2 - aansturing pomp 2 met frequentieregelaar

R

Digitale uitgangen: • Het onderstation dient geprogrammeerd te worden door de Firma v/d Linden Pomptechniek te 's Hertogenbosch. • Naast het programmeren van het onderstation behoort tevens het configureren en programmeren op de centrale hoofdpost, welke is gestationeerd bij v/d Linden pomptechniek te 's Hertogenbosch. De centrale hoofdpost dient eveneens geprogrammeerd te worden door de Firma v/d Linden Pomptechniek. Bij de inbedrijfstelling dient de leverancier van het onderstation aanwezig te zijn. Adresgegevens: v/d Linden Pomptechniek, Postbus 2313, 5202 CH, Hambakenwetering 18A, 5231 DC, 's Hertogenbosch. Tel: 073-6219172, fax: 073-6216410. www.lindenpomptechniek.nl

R

Niveaumetingen uitvoeren als hydrostatische drukopnemers.

R

Hydrostatische drukopnemers: fabricaat v/d Linden pomptechniek of gelijkwaardig toepassen (ter beoordeling van de beheerder riolering).

R

Het meetbereik moet overeenkomen met de maximale druk welke onder normale condities voorkomen; alle meetinstrumenten dienen bestand te zijn tegen de hoogste ter plaatse optredende druk.

R

De drukopnemers indien nodig te monteren aan RVS spankabel, voorzien van afspangewicht of in geperforeerde buis met voldoende grote perforatie welke niet dicht gaat zitten.

R

In kabels mogen geen verbindingsdozen of moffen voorkomen, tenzij dit in overleg met de opdrachtgever noodzakelijk wordt geacht.

R

Bij het verwerken van kabels alle richtlijnen door de fabrikant van de betreffende kabel verstrekt, strikt opvolgen.

R

In de pompput mogen geen overgangskasten, lasdozen of schakelaars voorkomen.

R

Kabels zo mogelijk aan de onderzijde van klemmen en aansluitkasten invoeren.

R

Voor kabels in de grond gebruik maken van kabels met polyvinylchloride respectievelijk gevulkaniseerde polyetheen aderisolatie.

R

Grondkabels met genoeg ruimte leggen in ten minste 600 mm diep te graven sleuven. De sleuven dichten, boven de kabels, 300 mm onder het maaiveld, een geel markeerlint aanbrengen, voorzien van de opdruk "Let op: Elektriciteitskabel".

R

R

Een beneden maaiveld door een wand gevoerde grondkabel aan binnen- en buitenzijde doelmatig ondersteunen tegen knikken (pendelplaten).

R

Kabels onder wegen beschermen door mee te leveren en te monteren (ruime) PVC of HDPE buizen. De buizen tot ten minste 1m buiten de weg doorzetten.

R

Onder kabels worden ook de meet- en signaalleidingen verstaan.

R

Meet- en signaalleidingen uitvoeren met een zodanige leidingomhulling, dat bescherming tegen elektrische en magnetische invloeden van buitenaf is gewaarborgd.

R

Geheel of gedeeltelijk in de grond te leggen kabels voorzien van een mechanische bescherming.

R

Het aanbrengen in het werk van meet- en signaalleidingen moet in principe geschieden als in voorgaande artikelen omtrent kabels en leidingen is aangegeven, echter met inachtneming van de volgende bepalingen.

R

Meet- en signaalleidingen: • in afzonderlijke tracés leggen op minimaal 300 mm van sterkstroomleidingen; • bij het leggen in kabelgoten en kokers van sterkstroomleidingen separeren door scheidingsschotten; • bij het voeren door wanden en vloeren separeren van sterkstroomleidingen; • in schakel- en verdeelinrichtingen, klemmenkasten e.d. voorzien van een elektrische en magnetische afscherming, dan wel op andere wijze beschermen tegen deze invloeden, bijvoorbeeld door metalen buizen.

R

Waterdichte opbouwschakelaars, contactdozen en signaal lamparmaturen bevestigen met behulp van roestvaste stalen of messing schroeven.

R

De kabelinvoering(en) van waterdicht schakelmateriaal uitvoeren als pakkingbus, de zogenaamde diafragma kabelinvoering is niet toegestaan.

R

De aardinstallatie per rioolgemaal en/of schakelkast behoort tot de levering en zijn dus bij de kosten inbegrepen.

R

Voor de aarding dient gebruik gemaakt te worden van een aardlekschakelaar en aardelektrode met een verspreidingsweerstand van 100 Ohm of lager.

R

Pagina 83 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Naamplaat

Alleen op de hoofdschakel- en verdeelinrichting is het aanbrengen van een firmanaamplaat van de installateur toegestaan.

R

Tekstplaten

Bij alle onderdelen van de installaties gegraveerde kunststof tekstplaten aanbrengen. De tekstplaten van kunststof vervaardigen met ingegraveerde tekst. Hiervoor dient de installateur een voorstel bij de directie in te dienen. De tekstplaten op en in kasten voor binnen opstelling met kunststof spreidnieten bevestigen; voor buiten en in niet droge ruimten met RVS plaatschroeven, kwaliteit A4.

R

De in het front aan te brengen schakelaars voorzien van gestandaardiseerde afdekplaten met aluminiumkleurige achtergrond.

R

Bij de aan te brengen signaallampen tekstplaatjes aan brengen respectievelijk de lensjes graveren.

R

Bij meetinstrumenten en dergelijke eveneens tekstplaten aanbrengen.

R

Indien ten behoeve van de overzichtelijkheid gewenst eveneens tekstplaten aanbrengen per paneel respectievelijk groep.

R

Bij apparatuur in schakel- en verdeelinrichtingen die standaard geschikt is voor het aanbrengen van coderingsschildjes, deze aanbrengen en voorzien van een overeenkomstig de op de schema's gebruikte codering. Bij alle onderdelen buiten de hiervoor genoemde schakel- en verdeelinrichtingen c.a. eveneens tekstplaten worden aanbrengen zoals bij motoren, werk- en stuurstroom schakelaars, klemmenkasten en dergelijke, voorzien van aanduidingen en coderingen volgens schema's en installatietekeningen.

R

Bij alle onderdelen van de installaties gegraveerde kunststof tekstplaten aanbrengen. De tekstplaten van kunststof vervaardigen met ingegraveerde tekst. Hiervoor dient de installateur een voorstel bij de directie in te dienen. De tekstplaten op en in kasten voor binnen opstelling met kunststof spreidnieten bevestigen; voor buiten en in niet droge ruimten met RVS plaatschroeven, kwaliteit A4.

R

De in het front aan te brengen schakelaars voorzien van gestandaardiseerde afdekplaten met aluminiumkleurige achtergrond.

R

Bij de aan te brengen signaallampen tekstplaatjes aan brengen respectievelijk de lensjes graveren.

R

Bij meetinstrumenten en dergelijke eveneens tekstplaten aanbrengen.

R

Indien ten behoeve van de overzichtelijkheid gewenst eveneens tekstplaten aanbrengen per paneel respectievelijk groep.

R

Bij apparatuur in schakel- en verdeelinrichtingen die standaard geschikt is voor het aanbrengen van coderingsschildjes, deze aanbrengen en voorzien van een overeenkomstig de op de schema's gebruikte codering. Bij alle onderdelen buiten de hiervoor genoemde schakel- en verdeelinrichtingen c.a. eveneens tekstplaten worden aanbrengen zoals bij motoren, werk- en stuurstroom schakelaars, klemmenkasten en dergelijke, voorzien van aanduidingen en coderingen volgens schema's en installatietekeningen.

R

Voor de voeding van de signalering en alarmeringsinstallatie (voor alle schakelkasten) te leveren en in de betreffende schakelkast te monteren een voedingsapparaat van voldoende vermogen, inclusief 20% reservecapaciteit. De spanning moet 24 VDC zijn.

R

De signaallampen moeten indien niet anders is aangegeven geschikt zijn voor 30 Volt.

R

Dioden toe te passen met een sperspanning van 600 V en een doorlaatstroom van 1 A max. Deze dioden aan te brengen op een deugdelijke printconstructie met vaste schroef aansluitklemmen voor de bedrading.

R

De werkzaamheden van het stroom leverende bedrijf coördineren en de benodigde aanvragen indienen. Bij de aanvraag dient de benaming van de locatie in overleg met en ter goedkeuring van de opdrachtgever te worden vastgesteld. Het aanvragen van ADSL/GPRS/GSM of telefoonaansluitingen wordt door de opdrachtgever of door de firma v/d Linden pomptechniek te 's Hertogenbosch verzorgd. De gehele installatie in het werk beproeven in het bijzijn van de opdrachtgever of diens vertegenwoordiger.

R

Binnen 1 maand na oplevering de installatie door een onafhankelijke en door de opdrachtgever goedgekeurde instantie keuren conform NEN 3140. De rapportage in 3-voud plus digitaal PDF verstrekken. De bij inspectie naar voren komende gebreken dienen op kosten van de aannemer te worden verholpen.

N

Elk rioolgemaal moet bestaan uit: • een prefab betonnen pompput met afdekplaat; of een prefab HDPE pompput met afdekplaat; • een automatisch werkende pompinstallatie; • een besturingsinstallatie in een buiten opstellingskast.

R

De persleiding van het rioolgemaal buiten het gemaal aansluiten op het gemeentelijke rioolstelsel of persleidingsysteem.

R

De pompput dient te bestaan uit een prefab betonnen put conform NEN 6720 met KOMO keur (minimale milieuklasse 5c) met betonnen afdekplaat, minimaal over gehele oppervlak van de put op maaiveld niveau of uit een HDPE-put (NS4 wikkelbuis) met betonnen afdekplaat en fundatie.

N

Het oppervlak van de put dient afgestemd te worden op de noodzakelijke berging. De minimale oppervlakte bedraagt vierkant 1,50 x 1,50 m of de minimale diameter bedraagt 1,50 m.

R

Om de frequentie van het aan- en uitschakelen van de pompen niet te hoog op te voeren, moet er in de vuilwaterkelder een zekere bufferinhoud tussen het aan- en inslagpeil van de pomp aanwezig zijn, de zogenaamde pendelberging. Uitgaande van een schakelfrequentie van 6 maal per uur bedraagt de pendelberging ongeveer 4% van de aanwezige pompcapaciteit, uitgedrukt in m3. De minimale afstand tussen bodem put en binnen onderkant van de laagst inkomend riool bedraagt één meter. Voor de stabiliteit de aansluitende riolen flexibel aansluiten met aansluitstukken van maximaal één meter.

R

Tekstplaten

Signalering en alarmering

Coördinatie werken nutsbedrijven

Beproeving/controle

Civieltechnische werken

Algemeen

Betonnen pompput met afdekplaat

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 84 van 154

R

R

R R 605

605

Openbare Werken Noordwijk

De pompput indien nodig zetting/opdrijf vrij funderen. Aantal en lengte van de funderingspalen vast te stellen aan de hand van te maken sonderingen plus berekeningen. Indien de bedieningskast niet op de dekplaat van de pompput wordt geplaatst, dient de bedieningskast afzonderlijk gefundeerd te worden.

R

De hoek tussen bodem en wand dient met beton te zijn afgeschuind over 0,15 m.

R

De bodem van de put voorzien van een stroomprofiel.

R

De put moet droog gezet kunnen worden door middel van een toevoerafsluiter (spindelafsluiter) voor elk aanvoerriool.

R

Op de afdekplaat een opdek afdekluik met doorval beveiliging aanbrengen. Instortluiken in overleg met de opdrachtgever en/of indien door verkeer noodzakelijk.

R

Voor de afsluiters en hijsdavits RVS en/of HDPE afsluiterpotten en RVS AISI 316 draaibussen (type Noordwijk, leveren en instorten).

R

In verband met de door de gemeente gehanteerde hijsdavit dient de afstand tussen de davitpot en het hart van de pomp(-en) tussen de 65 en 70 cm te bedragen.

R

De afmetingen van de pompput zodanig kiezen dat de berging tussen inslagpeil (bob aanvoerriool) en uitslagpeil van de pomp minimaal 1/20 X de pompcapaciteit bedraagt en rekening houdend met nazuig volume. Leverancier: Van der Linden pomptechniek uit ‘s Hertogenbosch.

R R

Bij meerpompsgemalen (2 of meer) dient er een valrooster, spindelschuiven en een luik met gasveren gemonteerd te worden.

R

Maatwerk: uitsluitend bepaald door OW.

R

Ontvangstput tegen H2S

Zie bijlage voor een detailtekening van een ontvangstput die wordt ingezet indien de vorming van H2S moet worden voorkomen.

R

Plaatsing putten en luiken

De locatie van het toegangsluik dient bij voorkeur niet in de rijweg of in het trottoir te zijn gelegen, indien niet anders mogelijk overleg rioolgemalen beheerder. Naast het toegangsluik voldoende berijdbare ruimte aanleggen om onderhoudswerkzaamheden met een servicewagen met kraan te kunnen verrichten. Een en ander in overleg en ter goedkeuring van de gemeente Noordwijk. Indien de betonnen dekplaat om esthetische redenen (bijv. in een winkelstraat) onder het maaiveld geplaatst dient te worden , dient het luik middels een opstort geplaatst te worden. Het luik dient dan eveneens vlak te liggen met het maaiveld.

R

Het peil van de dekplaat van de put op ca. 10 cm boven maaiveld aanbrengen.

R

Op de afdekplaat een verhoogde opstort (10 cm) aanbrengen t.b.v. de buitenopstelling kast.

R

De locatie van de besturingskast en luiken zodanig situeren dat de deuren van de besturingskast niet boven de luiken opendraaien en dat er te weinig werkruimte ontstaat (minimaal 70 cm). De luiken zodanig situeren dat de serviceauto (met kraan) eenvoudig naast de luiken plaats kan nemen om de pompen te hijsen (niet zijnde tussen luik en besturingskast).

R R

Luiken en valroosters mogen bij het openen niet over de hijspot scharnieren.

R

Pompputten

R

De uitvoering van de dekplaat incl. luiken dient de goedkeuring van de directie te verkrijgen.

R

Trekvaste koppelingen moeten worden toegepast bij: • horizontale en verticale bochten/knikken groter of gelijk dan 30˚, waarbij de werkdruk kleiner dan 0,63 MPa is. Bij grotere drukken dient een berekening te worden overlegd van de bocht- /knikconstructie. • bij alle aansluitingen op vaste constructie-onderdelen (zie ook NPR 3221 en NPR 3218).

R, N

Demontabele koppelingen (flensverbindingen) zijn toe te passen bij afsluiters, terugslagkleppen, ontluchtingsconstructies, ontstoppingsconstructies e.d.

R

Ontstoppingsconstructies

Ontstoppingsconstructies zijn aan te brengen op de kruising van op elkaar injecterende persleidingen. Hiervan moet vooraf een detailtekening ter goedkeuring worden overlegd.

R

Ontluchtingsconstructies

Ontluchtingsconstructies in persleidingen kunnen aangebracht worden door middel van spruitstukken en handmatige afsluiters. Hiervan moet vooraf een detailtekening worden overlegd.

R

Bouw- en sloopafval

De aannemer dient al het door hem geproduceerde bouw- en sloopafval (voor eigen rekening) af te voeren voor verantwoorde verwerking elders.

R

De kosten voor inzameling en/of afvoer van het bouw- en sloopafval zijn voor rekening van de aannemer.

R

De aannemer dient de werkplek en/of het werkterrein te allen tijde te herstellen en ordentelijk en schoon achter te laten.

R

Persleidingen

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 85 van 154

601

605

Openbare Werken Noordwijk

Riolering persleidingen, drukriolering, gemalen, pompen Bijlage Nr.

Omschrijving 601 Principe doorsnede lozing-ontvangstput tegen H2S

Brondocumenten Nr. Omschrijving 601 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) 2012-2016 https://digitaalloket.noordwijk.nl/intranet/notas_42639/rubriek/wonen-en-ruimte_2113.html 602 Criteriadocument duurzaam inkopen Riolering: http://www.bureauleiding.nl/kennisdossier/Duurzaamheid/Criteriadocument%20Riolering.pdf 603 Specificatieblad Riolering - Vrij verval riolering: ?? 604 Leidraad Riolering: http://www.riool.net/home 605 Website: www.nen.nl 606 Machinerichtlijn 2006/42/EG: http://www.rvo.nl/onderwerpen/tools/wet-en-regelgeving/eu-wetgeving/ce-markering/overzicht-ce-richtlijnen/machines-en-aanverwante-producten/machinerichtlijn

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 86 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Bijlage 601*

*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 87 van 154

Openbare Werken Noordwijk

R Io Hoofdstuk 7 Riolering - afkoppelen en infiltratie

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 88 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Hoofdstuk

7

Datum

1-6-2016

Versie Objecten en eisen

1

Riolering - afkoppelen en infiltratie

Controle

Rioolbeheerder

Vrijgave

Manager OW

Eigenaar

Rioolbeheerder

Hardheid

Bron

Bijlage

B

702, 701, 703

701

Stedenbouwkundigniveau Gebiedssoort Alle gebieden

Onderwerp Beleid

Beleidseisen (en eventuele gebruikerseisen) De wijk waar het afkoppelproject wordt uitgevoerd ligt in een infiltratiegebied of in een afvoergebied. Op basis hiervan wordt een keuze gemaakt of het plangebied geschikt is om hemelwater te infiltreren of af te voeren. In bijlage 1 is de afkoppelkansenkaart van de gemeente Noordwijk weergegeven. Daar waar dit specificatieblad niet in voorziet is de Leidraad Riolering van toepassing. De detaillering en aanleg van het afkoppelproject dient altijd goedgekeurd te worden door de rioolbeheerder (afdeling Openbare Werken). De Rijksvisie Waterketen (april 2003) geeft afkoppelen aan als een belangrijk middel voor het wegnemen van een aantal problemen in de waterketen. Het rijksbeleid staat verder verwoord in de Beleidsbrief regenwater en riolering van 21 juni 2004 aan de Tweede Kamer.

B

In december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet kent één watervergunning. De Wvo-vergunning voor lozingen vanuit gemeentelijke rioolstelsels op het oppervlaktewater (o.a. riool overstorten) en de heffing op riool overstorten is hiermee verdwenen, hiervoor in de plaats komen algemene regels. Een van de uitvoeringsbesluiten die mede gebaseerd is op de Waterwet is het Besluit lozen buiten Inrichtingen. In dit besluit zijn lozingen vanuit de openbare ruimte opgenomen. Het besluit is op 1 juli 2011 in werking getreden. Een van de voorwaarden in het besluit is dat de riool overstort als een voorziening moet zijn opgenomen in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP). Met het wegvallen van vergunningen voor het lozen van hemelwater op het oppervlaktewater is een situatie van samenwerking ontstaan tussen waterschap en gemeenten op basis van gelijkwaardigheid in plaats van eenzijdige voorschriften (Waterwet art. 3.8).

W

De initiatiefnemer koppelt af waar de afkoppelkansenkaart dat aangeeft.

B

De initiatiefnemer stemt het afkoppelproject af met het hoogheemraadschap van Rijnland, waarbij de gemeente Noordwijk in het kader van de gemeentelijke zorgplicht het laatste woord heeft. De beleidsmedewerkers riolering en waterhuishouding spelen hierin een centrale rol (Leidraad Riolering A1200).

B

Uitgangspunt vormt een makkelijk beheer en onderhoud, middels robuuste systemen (duurzaam). Hiervoor kan de initiatiefnemer gebruik maken van de Leidraad Riolering A1200 hoofdstuk. 6 en 7, met dien verstande dat het specificatieblad Riolering leidend is.

R

704

Houd rekening met de criteria duurzame inkoop voor riolering.

R

705

Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Het afkoppel-/infiltratiegebied dient duidelijk begrensd te worden binnen het project.

R

701

Manier van afkoppelen moet omschreven worden. Er zijn twee basisprincipes: 1) Infiltreren 2) Afkoppelen

R

701

De afkoppelvoorzieningen moeten een eenduidig, robuust en logisch systeem vormen.

R

Daar waar dit specificatieblad niet in voorziet is de Leidraad Riolering van toepassing.

R

In principe dient in het ontwerp bovengrondse afvoer- en infiltratievoorzieningen aangelegd worden. Indien gekozen wordt voor ondergrondse afvoer- en infiltratievoorzieningen, dit eerst overleggen met de rioolbeheerder (afdeling OW).

R

Uit oogpunt van beheer hanteert de gemeente Noordwijk niet te veel verschillende infiltratiesystemen. Binnen één wijk één soort systeem toepassen, dit bevordert de kans dat beheerders en bewoners geen foutieve beslissingen nemen.

R

704

Voorkom dat het systeem te ingewikkeld wordt. Leg bij voorkeur maximaal drie leidingen ondergronds aan: voor afvalwater, regenwater en grondwater.

R

704, 706

Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Wees alert bij toepassing van infiltratiesystemen op locaties met veel bomen. Bladeren kunnen leiden tot verstoppingen in alle soorten infiltratievoorzieningen.

R

704

Stem het ontwerp af op het beheer en breng voldoende inspectiemogelijkheden aan.

R

704

Er dient rekening te worden gehouden met het verkrijgen van subsidies.

R

R

701

Inrichtingsniveau Straatsoort Alle straten met afkoppelkansen

Onderwerp Algemeen

704

Inrichtingsniveau Straatsoort

Onderwerp

Vergunning en subsidies

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 89 van 154

Openbare Werken Noordwijk

In december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet kent één watervergunning. De Wvo-vergunning voor lozingen vanuit gemeentelijke rioolstelsels op het oppervlaktewater (o.a. riool overstorten) en de heffing op riool overstorten is hiermee verdwenen, hiervoor in de plaats komen algemene regels. Een van de uitvoeringsbesluiten die mede gebaseerd is op de Waterwet is het Besluit lozen buiten Inrichtingen. In dit besluit zijn lozingen vanuit de openbare ruimte opgenomen. Het besluit is op 1 juli 2011 in werking getreden. Een van de voorwaarden in het besluit is dat de riool overstort als een voorziening moet zijn opgenomen in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP). Met het wegvallen van vergunningen voor het lozen van hemelwater op het oppervlaktewater is een situatie van samenwerking ontstaan tussen waterschap en gemeenten op basis van gelijkwaardigheid in plaats van eenzijdige voorschriften (Waterwet art. 3.8).

R

Afkoppelkaart

Voor de controle op het ontwerp en administratie van de gemeente moet het afgekoppelde oppervlak op een afkoppelkaart gepresenteerd worden. Op deze kaart staan minimaal de onderstaande gegevens: • GBKN (aangeleverd door de gemeente); • Waar wordt afgekoppeld (locatie en vierkante meters); • Duidelijke beschrijving van de afstromingsroute; • Locatie en omvang bergingsvoorziening; • Hoe er afgekoppeld gaat worden (bovengronds en/of ondergronds); • Locatie en dimensionering van de bergingsvoorzieningen.

R

Verhard oppervlak - algemene eisen/richtlijnen

Het streven van de gemeente Noordwijk is om zo veel mogelijk oppervlakte af te koppelen.

R

Balkonafvoeren aansluiten op het vuilwaterriool (DWA) in verband met schoonmaakwater.

R

Voor het bepalen van het soort verhard oppervlak dat afgekoppeld kan worden dient de Beslisboom hemelwater - afkoppelen gebruikt te worden.

B

Per projectlocatie vermelden of het gebied vlak of hellend karakter heeft. De hoogteligging van het terrein dient ingemeten te worden. In bijlage kan ook de hoogtekaart uitgewerkt zijn. Deze gegevens kunnen ook digitaal beschikbaar gesteld worden.

R

In het plangebied dient een veldonderzoek verricht te worden naar de lokale bodemopbouw, de grondwaterstanden en de doorlatendheid van de bodem. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek wordt of infiltreren van hemelwater wel of niet mogelijk is. Dit bodemkundig- hydrologisch onderzoek wordt als bijlage in projectmap toegevoegd.

R

Aparte overzichtskaart als bijlage toevoegen, waarop aangegeven wordt welke terreinen er gebruikt moeten worden voor oppervlakkige infiltratie of voor ondergrondse infiltratie (indien van toepassing) en op welke locaties hemelwater afgevoerd wordt.

R

Bij de controle op ernstige wateroverlast geldt als norm dat het water nooit de woningen in mag stromen.

R

Ontwerp infiltratievoorziening: voorkeur voor T=5 (Leidraad riolering bui 09) met overloopvoorzieningen in overleg met rioolbeheerder.

R

Lamellenscheiders

Conform het interim-beleid dat Rijnland nu heeft hoeven bij woningbouwprojecten geen zuiveringsvoorziening (lamellenfilter, slibvang en olieafscheider) voor de overstort te worden geplaatst. Wel beveelt Rijnland aan wat grotere regenwaterkolken (minimale inhoud 50 liter) te plaatsen opdat de grootste vervuiling hier in achter blijft en met het kolken zuigen wordt verwijderd. Bij lozing op het oppervlaktewater worden geen zuiverde voorzieningen toegepast. Wel wordt er ruimte gereserveerd voor de aanleg van zuiverende voorzieningen. De zuiverende voorzieningen worden alleen geplaatst als dit robuuste, onderhoudsarme systemen zijn waarvan de werking in aangetoond. Zolang de werking niet is aangetoond, worden dergelijke systemen hooguit als pilot aangelegd. Wijkontsluitingswegen worden alleen afgekoppeld als er goede zuiverende voorzieningen aangelegd kunnen worden.

R

Inspectieputten

Voor type/afmetingen/maatvoering wordt verwezen naar het specificatieblad Riolering - Vrijvervalriolering.

R

Onderwerp Infiltratievoorzieningen (ontwerp)

Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Bodeminfiltratie dient te geschieden door middel van PE-infiltratietanks. Maak daarbij gebruik van onderstaande of gelijkwaardige leverancier en type: • Leverancier FRANK GmbH (of Beuker). • type PKS-IT-Tank DN vervaardigd uit PE100 met homogeen vervaardigd profiel waarbij de onderlinge verbinding van de profielen onder het profiel ligt conform EN13476-3, DIN 16961 en PAS 1065.

Gebiedskenmerken

Hydraulische richtlijnen

703

704

702

Inrichtingsniveau Straatsoort

LIOR2016 versie november 2016

R

De infiltratietank dient toegankelijk te zijn d.m.v. inspectieputrand (RB3223 Vepro met open waaierdeksel met opschrift “IW” in de rand.

R

Aan elkaar gelaste profielen zijn niet toegestaan.

R

Binnenwand glad en licht van kleur middels coextrusie vervaardigt.

R

Buitenwand geprofileerd en zwart, perforatiegraad minimaal 2,0% gelijkmatig verdeeld over de gehele buiswand.

R

Perforatiediameter 15 mm en braamvrij.

R

Ringstijfheid conform ATV-A127 berekening.

R

Omwikkeld met geotextiel 200 g/m2 GRK-3.

R

Pagina 90 van 154

Openbare Werken Noordwijk

<400 meter van de Hoofstraat moet maatwerk geleverd worden. Ontwerp in overleg met rioolbeheerder. Voorzien van toegangsschacht DN800 en zandvanger d=800 mm2 stuks aansluitingen voor PP X-stream 600 mm en 2 PVC buizen.

R

De aanleg van wadi’s in een plan dient eerst overlegd te worden met de afdeling Openbare Werken (medewerkers water & riolering) van de gemeente en met het Hoogheemraadschap van Rijnland.

R

Uit oogpunt van het beheer hanteert de gemeente Noordwijk niet te veel verschillende infiltratiesystemen. Binnen één wijk één soort systeem toepassen, dit bevordert de kans dat beheerders en bewoners geen foutieve beslissingen nemen.

R

Wees alert bij toepassing van wadi's op locaties met veel bomen. Bladeren kunnen leiden tot verstopping. Bovendien kunnen bepaalde bladeren voor een verhoogde zuurgraad van de grond zorgen waardoor vastgelegde zware metalen mobiel kunnen worden en zicht gaan verplaatsen.

R

Zorg er voor dat Wadi's goed toegankelijk zijn voor onderhoudsmaterieel.

R

Wadi’s mogen niet gecombineerd of geïntegreerd worden met speelplekken.

R

Wadi’s niet aanbrengen langs wegen die in de strooiroutes liggen i.v.m. de verontreiniging door zout.

R

Een bodempassage heeft alleen effect bij een bovengrondse aanvoer van hemelwater.

R

Maximale peilstijging in de infiltratievoorziening: maximaal 0,3 m bij 35 mm berging.

R

Een slokop naar een ondergrondse berging is toegestaan.

R

Maximale ledigingstijd: 24 uur.

R

Om een goed zuiverend effect in de toplaag van de infiltratievoorziening te realiseren dient de toplaag een goede bodemstructuur met voldoende bodemleven te hebben om de verontreinigingen zowel fysisch, biologisch als chemisch te kunnen filtreren, afbreken of binden. Bij voorkeur een humuspercentage van 3-4%.

R

Verticale doorlatendheid van de toplaag: tenminste 0,5 m/d, ten hoogste 1,0 m/dag.

R

De toplaag wordt ingezaaid met gras en meerdere malen per jaar onderhouden. Vrijkomend maaisel wordt bij voorkeur afgevoerd om vorming van een “viltlaag” te voorkomen.

R

De maximale ledigingstijd van een infiltratievoorzieningen bedraagt 24 uur. Bij berekening van de ledigingstijd van ondergrondse infiltratievoorzieningen mag, vanwege dichtslibbingsgevaar, infiltratie door de bodem van de voorziening niet meegerekend worden.

R

Bij het toepassen van bodempassages (bovengrondse voorziening) mag, vanwege het aanwezige bodemleven, de bodem van de voorziening meegerekend worden. Opgemerkt wordt dat wel moet worden met de doorlatendheid van de betreffende bodempassage. Deze is hoogstwaarschijnlijk lager dan de doorlatendheid van de zandige ondergrond.

R

Sterkte van de voorziening

Wordt de bebouwing aangelegd op een plaats die na het aanbrengen niet meer belast wordt door (bouw) verkeer en/of geparkeerde voertuigen, dan wordt hieraan geen nadere eis gesteld dan dat de voorziening niet onder de gronddruk mag bezwijken.

R

Onderwerp

Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Vindt er wel een belasting plaats, of is de verwachting dat er belasting plaats zal gaan vinden, dan moet dit de voorziening een druk van minimaal 0,05 N/mm2 kunnen weerstaan. Dit komt overeen met een wiellast van 1000 kg.

Wadi's (infiltratievoorziening)

Ledigingstijd

Inrichtingsniveau Straatsoort

R

Waarschuwing infiltratiecapaciteit naar de ondergrond

De infiltratievoorziening moet in de doorlatende ondergrond worden aangelegd. Indien dit niet het geval is zal de bestaande grondslag vervangen moeten worden of aan de vaste zandlaag door zand of daarmee een verbinding te maken door middel van bijvoorbeeld boorgaten gevuld met grind.

R

Ontluchting

Eventueel ingesloten lucht moet via een ontluchtingsconstructie de voorziening kunnen verlaten.

R

Onderwerp Algemeen

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen Voor de infiltratievoorziening zijn alleen materialen toe te passen die niet uitloogbaar en/of afbreekbaar zijn. De levensduur moet minimaal 50 jaar bedragen.

R

Filterdoek

Indien nodig moet, om inloop van zand en/of dichtslibbing van buitenaf te voorkomen, de infiltratievoorziening omhuld worden met een filterdoek (geotextiel). Dit doek dient minimaal over een waterdoorlatendheid van 10/m2 /s (NEN 5167) te beschikken. De O-90 waarden (NEN 5168) van het doek moet 180 tot 400 um bedragen.

R

Tijdstip aanleg voorziening

Algemeen

Na aanleg moet de voorziening worden beschermd tegen het overrijden door shovels, (vracht)-auto’s , kranen en dergelijke en het dichtrijden van de omliggende grond en het dichtslibben als gevolg van onder meer zand en licht bouwafval.

R

Beheer en onderhoud

Algemeen

De afkoppelvoorzieningen, als mede het herstel van de huidige riolering, dienen in een meerjarig onderhoudsprogramma te worden opgenomen. Hiervoor wordt een apart plan opgesteld.

R

De initiatiefnemer moet in overleg met de rioolbeheerder na aanleg een 'nulmeting' uitvoeren, voordat de beheerder de voorziening in beheer neemt. De nulmeting beschrijft de kenmerken van de voorzieningen en legt vast wat de ontwerpcriteria zijn waaraan de rioolbeheerder de werking van de voorziening moet toetsen (conform de Leidraad Riolering C3200).

R

Uitvoeringsniveau Elementsoort Materialen

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 91 van 154

706

704

Openbare Werken Noordwijk

Riolering afkoppelen en infiltratie Bijlage Nr.

Omschrijving 701 Afkoppelkansenkaart

Brondocumenten Nr. Omschrijving 701 Wet Milieubeheer: http://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/geldigheidsdatum_26-01-2016 702 Specificatieblad Riolering - Vrij verval riolering: ?? 703 Beslisboom afkoppelen (Werkgroep Riolering West Nederland): http://waterwerkgroepen.nl/wrw_documents_o/03%20wRw%20Beslisboom%20aan-%20en%20afkoppelen%202003%20incl%20brief.pdf 704 Leidraad Riolering: http://www.riool.net/home 705 Criteriadocument duurzaam inkopen Riolering: http://www.pianoo.nl/document/3329/productgroep-riolering 706 Website: www.nen.nl

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 92 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Bijlage 701*

*Open het PDF document door een dubbelklik binnen het kader. (Het PDF document zit in het Word-bestand)

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 93 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Hoofdstuk 8 Riolering - drainage

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 94 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Hoofdstuk

8

Datum

1-6-2016

Versie

1

Riolering - drainage

Objecten en eisen

Controle

Rioolbeheerder

Vrijgave

Manager OW

Eigenaar

Rioolbeheerder

Hardheid

Bron

Bijlage

Stedenbouwkundigniveau Gebiedssoort Alle gebieden

Onderwerp Algemeen

Beleidseisen (en eventuele gebruikerseisen) Het rioleringsbeleid van de gemeente is verwoord in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP). Het VGRP loopt van 2012 tot en met 2016.

B

Onderwerp Algemeen

Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) In de drainage worden om de 100 m controleputten geplaatst.

R

De toepassing/het ontwerp van een permanent drainagestelsel vooraf overleggen met de rioolbeheerder en de adviseur riolering/water, vanwege de kennis van de lokale situatie.

R

De drooglegging is afhankelijk van de situatie en dient in overleg met de rioolbeheerder en adviseur bepaald te worden.

R

Bij nieuwe ontwikkelingen dient altijd geohydrologisch onderzoek gedaan te worden.

R

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen Binnen bovenkant buis minimaal 0,50 m onder de laagst bekende grondwaterstand. De uitloop minimaal zodanig dat de buis altijd volledig gevuld blijft. Dit om luchttoetreding te vermijden en zo de uitvlokking van ijzer te beperken.

R

Zorg voor minimaal 200 mm vrije ruimte tot andere leidingen, opdat de buizen elkaar niet raken bij eventuele zettingen.

R

Vrij lozen op open water: eind put met inwendige bocht met standpijp/schuifbuis.

R

Bij onderbemaling: eind put.

R

Pas ten alle tijden een starre buis toe (niet van de rol).

R

Voor drainageleidingen gebruik maken van onderstaand of een gelijkwaardig product: • Strabusil buis DN (diameter) type VS met doekomhulling PP 700 (Pipelife). Om de drain dient een omstorting aangebracht te worden van goed doorlatend draineerzand (zand met een mediaanwaarde van minimaal 250 micrometer (matig grof tot zeer grof zand) in een pakket van minimaal 0,20 m1 rondom de buis.

R

Minimale diameter Strabusil buis 100mm.

R

Hoogte van de put is kleiner of gelijk aan 1750 mm.

R

Een controleput heeft maximaal 2 aansluitingen.

R

Materiaalsoort: PE.

R

Diameter: 400 mm.

R

Voorzien van benodigde inlaten, diameter als drainageleiding.

R

Onderbak, diameter 400 mm met 0,30 m zandvang.

R

Betonnen stelplaat, dik 0,10 m;

R

Putafdekking RB3223 Vepro, 240 mm hoog;

R

Putrand voorzien van tekst IW;

R

Dekseltype 500-W Vepro.

R

De hoogte van de put is groter dan 1750 mm.

R

De controleput heeft meer dan 2 aansluitingen.

R

Materiaalsoort: beton.

R

Diameter: 800 mm.

R

Voorzien van benodigde inlaten (diameters als drainageleiding).

R

Onderbak diameter 800 mm met 0,30 m zandvang.

R

Putafdekking RB 3223 Vepro, 240 mm hoog.

R

Putrand voorzien van tekst IW.

R

Dekseltype 500-W Vepro.

R

De drainageleiding moet zuiver horizontaal en vlak worden gelegd, maximale afwijking is de helft van de buisdiameter.

R

Inrichtingsniveau Straatsoort Alle straten

Uitvoeringsniveau Elementsoort Ligging

Afwatering

Onderwerp Algemeen

Algemeen

Materiaal en omhulling Algemeen

Controleputten

Algemeen

Afwerking

Controleputten met peilscheiding/ kruising

Algemeen

Afwerking

Uitvoering

Algemeen

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 95 van 154

R

Openbare Werken Noordwijk

Beheer

De drainage(sleuf) moet volledig in den droge worden neergelegd, aangevuld en verdicht.

R

Oplevering

Na gereedkomen van het totale werk moet de drainage worden doorgestoken met een doorsteekapparaat met een diameter van 5 mm kleiner dan de inwendige buisdiameter. Daar waar het doorsteekapparaat niet verder wil moet de drainage voor nadere inspectie worden opgegraven en zo nodig gerepareerd.

R

Algemeen

Bij het reinigen van drainage mag niet worden doorgespoten, maar moet worden doorgestoken met een doorsteekapparaat.

R

Riolering drainage Bijlage Nr. Omschrijving Brondocumenten Nr. Omschrijving

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 96 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Hoofdstuk 9 Waterhuishouding

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 97 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Hoofdstuk

9

Datum

1-6-2016

Versie

1

Waterhuishouding

Objecten en eisen

Controle

Groenbeheerder

Vrijgave

Manager OW

Eigenaar

Groenbeheerder

Hardheid

Bron

Bijlage

Stedenbouwkundigniveau Gebiedssoort Alle gebieden

Onderwerp Verantwoordelijkheden

R

De initiatiefnemer informeert het Hoogheemraadschap vroegtijdig over een project of ontwikkeling en initieert een overleg m.b.t. de watertoets. Voor dit overleg dient een vertegenwoordiger van de afdeling Openbare Werken uitgenodigd te worden.

R

Grondwateronttrekking Waterkwaliteit Duurzaamheid

Zie specificatieblad Grondwerk, onderwerp Grondwateronttrekking. Bij het inrichten van watersystemen mogen geen materialen worden gebruikt die de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. Waar mogelijk natuurvriendelijke oevers aanleggen. Pas alleen hout toe met een FSC-keurmerk. Voor het graven, dempen danwel aanbrengen van andere wijzigingen in de waterstructuur of aan/afvoer van water dient goedkeuring en vergunning van het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) verkregen te worden. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het verkrijgen van vergunning.

R B B B W

Beschoeiingen en overige oeverbescherming dienen in overleg met de afdeling Openbare Werken en het HHR ontworpen en, na vergunningverlening door het HHR, aangelegd te worden. Dit geldt ook bij vervanging van beschoeiingen en overige oeverbeschermingen.

R

Onderwerp Waterberging

Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) De waterberging dient per plan nader te worden vastgesteld in overleg met het Hoogheemraadschap. Het percentage berging is 15% van het toegenomen verhard oppervlak. Bij toename van het verhard oppervlak dient gerekend te worden met een compensatie in de vorm van oppervlaktewater. Hiervoor hanteert het hoogheemraadschap een percentage van de toename van het verhard oppervlak. Dit percentage is afhankelijk van het peilvak waarin de ontwikkeling plaatsvindt . E.e.a. dient via de zogenaamde "watertoets" met het Hoogheemraadschap overeengekomen te worden. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de realisatie en kosten van de watercompensatie. Aanleg van nieuw open water (ongeacht of het is voor compensatie van aanleg van extra verharding, of vanuit ontwerp) moet aansluiten op het bestaande watersysteem, zodat geen 'snipperblauw' ontstaat.

901

902 903 904, 905 904, 905 906

B W

906

R

Doodlopende watergangen moeten worden voorkomen. Bestaand water dat wordt gedempt moet gecompenseerd worden. De (ontwerp)eisen m.b.t. het rioolstelsel zijn vastgelegd in de specificatiebladen Riolering - Vrij verval riolering, Riolering - Persleidingen en rioolgemalen en Riolering - Afkoppelen en infiltratie. De (ontwerp)eisen m.b.t. afkoppelen en infiltratie zijn vastgelegd in het specificatieblad Riolering - Afkoppelen en infiltratie.

R W R

906 907, 903, 908

R

903

Ontwateringsdiepte bedraagt 0,70 m voor wegen en kabels en leidingen. Ontwateringsdiepte voor woningen met kruipruimte bedraagt 1,00 m. Grondwater mag niet hoger stijgen dan 0,10 m onder het afwerkniveau van de kruipruimte.

R R

Drooglegging

De afstand tussen maaiveld en open water is 1,40 m. Indien bij drains de uitmonding van de drains onder water plaats vindt kan worden volstaan met een ontwateringsdiepte van 1,20 m.

R

Onderwerp Ontwerpuitgangspunten

Ontwerp- en gebruikseisen (en eventuele prestatie-eisen) Aansluitingen van watergangen en beëindigingen dienen uitgevoerd te worden met afgeronde hoeken.

R

Verzamelplaatsen van drijfvuil dienen voorkomen te worden. Bij speelplaatsen aan het water bij voorkeur een flauw talud met plasberm aanleggen. Wanneer hiervoor onvoldoende ruimte beschikbaar is, dan een hekwerk plaatsen.

R R

Het dimensioneren van watergangen dient te geschieden in overleg met gemeente en Hoogheemraadschap. Waterdiepte: bij voorkeur, vanuit ecologisch oogpunt, 1,20 m. Indien dit niet haalbaar is, dient als minimale diepte 1,00 m aangehouden te worden.

R R

Taluds onder water: 1:2 of flauwer. Taluds boven water: 1:3 of flauwer. Bodembreedte: minimaal 1,00 m. Breedte op de waterlijn: minimaal 6,00 m.

R R R R

Rioolstelsel Afkoppelen verhard oppervlak Ontwateringsdiepte

Inrichtingsniveau Straatsoort Waterlopen/ watergangen

B B

Watertoets

Vergunningen

Inrichtingsniveau Straatsoort Uitleggebieden (BRM en WRM)

Beleidseisen (en eventuele gebruikerseisen) Het Hoogheemraadschap van Rijnland is verantwoordelijk voor zowel de waterkwaliteit als de waterkwantiteit van het oppervlaktewater. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het onderhoud van de primaire watergangen. De Legger van het Hoogheemraadschap geeft aan wie de verantwoordelijke is van de overige watergangen. De eisen en voorwaarden die het Hoogheemraadschap m.b.t. de waterhuishouding stelt (bijvoorbeeld m.b.t. berging, doorstroming, bereikbaarheid voor beheer en onderhoud), dienen opgevraagd te worden bij het Hoogheemraadschap.

Profiel

LIOR2016 versie november 2016

Pagina 98 van 154

Openbare Werken Noordwijk

Oevers

Wadi's (infiltratievoorziening)

Waterkering

Ontwerp en inrichting

Algemeen

Stabiliteit

Vrijwaringszones Inrichtingsniveau Straatsoort Onderwerp Onderhoudsvoorzieningen Boothelling

Plasberm van bij voorkeur 1,00 m breed (minimaal 0,50 m). De aanleg van steigers is gebonden aan het beleid m.b.t. walkanten en de gemeentelijke bestemmingsplannen. De initiatiefnemer dient ter bescherming van oevers ook zorg te dragen voor de aanleg van beschoeiing en oeverbescherming. Dit dient ook zo vastgelegd te worden in het contract dat met een ontwikkelaar wordt afgesloten.

R B B

Walkanten zijn particulier bezit, maar worden ingericht door de gemeente. Walkanten moeten een uitstraling/inrichting hebben die aansluit bij de openbare ruimte. Onderhoud is voor rekening van de kaveleigenaar.

B

Langs oevers van watergangen met veel pleziervaart alleen natuurlijke/natuurvriendelijke oever aanleggen als de constructie robuust is.

R

Ontwerp en inrichting van oevers dienen vooraf overlegd te worden met de afdeling Openbare Werken en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Voor het ontwerp van natuurvriendelijke oevers zie bijlage.

R

Nieuw aan te leggen oevers dienen qua ontwerp en inrichting aan te sluiten op het aanwezige netwerk van oevers. De aanleg van wadi’s in een plan dient eerst overlegd te worden met de afdeling Openbare Werken (medewerkers water & riolering) van de gemeente en met het Hoogheemraadschap van Rijnland. Over de uitvoering van wadi’s (opbouw, dimensionering, soortsamenstelling) dient vooraf met de groenbeheerders van de gemeente overeenstemming te zijn bereikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=9bbfd962-d230-4c79-a7d8-0b2eae76ceed